CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 22 Bijlage motivering 21 Archeologisch bureauonderzoek

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 114.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, februari 2021. http://www.topotijdreis.nl/ Limeskaart Stichting Romeinse Limes NL; internetsite, februari 2021. https://www.romeinselimes.nl/limeskaart

Rapport 14582.001 versie 4

Pagina 18 van 19

Omgevingsloket; internetsite, september 2024 https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/?session=e409b67b-f9f9-4031-9611b670aebd6f1d Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, februari 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provincie Gelderland Zandbanen; internetsite, februari 2021. http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=471707400d6f44d5a743100c65 e3ce9b Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, november 2024. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, november 2024. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, november 2024. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, november 2024. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Wateratlas; internetsite, november 2024. http://geodata2.prvgld.nl/apps/wateratlas_kaarten

Rapport 14582.001 versie 4

Pagina 19 van 19

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland30

30 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied31

31 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied32

32 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 33

33

Boshoven et al., 2022

Rapport 14582.001 versie 4

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de waardenkaart van de Gemeente Beuningen34

34 Boshoven et al., 2022

Rapport 14582.001 versie 4

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 35

35

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) overzichtskaart 36

36

AHN

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) detailkaart 37

37

AHN

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 9. Overzicht dronefoto’s

Foto genomen richting het noordwesten

Foto genomen richting het noorden

Rapport 14582.001 versie 4

Foto genomen richting het oosten (van Heemstraweg)

Foto genomen richting het noorden

Rapport 14582.001 versie 4

Foto genomen van het noorden (waterberging)

Foto genomen richting het zuiden

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart38

38

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen op de paleografische kaart van Vos en de Vries van 9000 v. Chr.39

Legenda: zie na afbeelding 15

39

Vos en de Vries, 2013

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 12. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 3850 v. Chr.40

Legenda: zie na afbeelding 15

40

Vos en de Vries, 2013

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 13. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 250 v. Chr.41

Legenda: zie na afbeelding 15

41

Vos en de Vries, 2013

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 14. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 1250 n. Chr.42

Legenda: zie na afbeelding 15

42

Vos en de Vries, 2013

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 15. Situering van het plangebied op de RijnIJsselriviervlaktenkaart van Berendsen en Stouthamer43

43

Berendsen en Stouthamer, 2012

Rapport 14582.001 versie 4

Legenda afbeelding 12 - 15

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 16. Situering van het plangebied op de RijnIJsselstroomgordelkaart van Berendsen en Stouthamer44

44

Berendsen en Stouthamer, 2012

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 17. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 45

Van Heemstraweg te Winssen. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

45

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 18. Situering van het plangebied binnen de Cultuurhistorische waardenkaart

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 19. Plangebied op een detail van de overzichtskaart van de Romeinse wegen in west Nederland 46

46

Van der Heijden, 2011

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 20. Situering van het plangebied binnen kadastrale minuut uit 181747

Legenda: bruin = akkerland, lichtgroen is weiland, middelgroen is tuin, donkergroen is bos/struweel, grijs = erf, rood is bebouwing, geel = wegen, blauw = water, groengrijs is uiterwaard, paars = plein

47

www.hisgis.nl

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 21. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit omstreeks 190048

48

Kadaster Topotijdreis

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 22. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit omstreeks 194049

49

Kadaster Topotijdreis

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 23. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 197050

50

Kadaster Topotijdreis

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 24. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 199051

51

Kadaster Topotijdreis

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 25. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 201052

52

Kadaster Topotijdreis

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 26. Overzicht rijks- en gemeentemonumenten in het onderzoeksgebied 53

53

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 27. Overzichtskaart van de belangrijkste gegevens voor het archeologisch onderzoek binnen het plangebied

Rapport 14582.001 versie 4

Figuur 28. Bouwhistorische gegevens Geerstraat 3a Loods

Rapport 14582.001 versie 4

Rapport 14582.001 versie 4

Rapport 14582.001 versie 4

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 14582.001 versie 4

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 14582.001 versie 4

Bijlage 2

AMK-terreinen

Binnen het onderzoeksgebied liggen 9 AMK-terreinen AMK nr. 4606

4157

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

170 meter ten noorden van het plangebied Winssen-West; Geerstraat; Haneman te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176526/432850 650 meter ten noordwesten van het plangebied Het Onland; Waalbandijk te Hoek Gemeente Beuningen Coördinaat: 176102/433251

Romeinse tijd

Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Oude woongrond, vastgesteld door Stiboka in 1948. Hierbij werd handgevormd en gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd gevonden. CAA: 39HN-42 Meldingskaart 1987: 40 SAI-nr: 39H-42n. Kartering 1948 Stiboka (profielkuil). Complex: Romeins villa(complex) Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein met sporen van een Romeinse villa. Vermoedelijk in wisselende gave en minder gave staat (1980). In 1939 werd geconstateerd dat het terrein grotendeels verstoord was. Bij latere verkenningen (jaren 1960-1970) bleek dit mee te vallen. In 1972 werden op het terrein sloten opgeschoond en gedempt. Hierbij werd helaas een deel van de hypocaustaanleg vernield. De bovenlaag van het terrein is vroeger verlaagd is (zie ook de naam "Onland"). Funderingen van de villa zijn hierbij echter (grotendeels) niet aangetast. CAA: 39HN41. Meldingskaart 1987: 39. Opgraving 1939 F.C. Bursch. Kartering1968-1972 AWN-afdeling Nijmegen. Opgraving 1972 KUN.

Rapport 14582.001 versie 4

Romeinse tijd

Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 4023142100

2101555100 (14812)

Onderzoeksmeldingen Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

in het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176581/432423

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 25-11-2016 Resultaat: het betreft een karterend booronderzoek, waarbij geen vondsten zijn aangetroffen. Geadviseerd is om het plangebied vrij te geven wat betreft ontwikkeling behoudens vondsten uit de steentijd die op een diepte van meer dan 3 m -mv kunnen voorkomen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 22-11-2005 Resultaat: In opdracht van de Aveco De Bondt heeft BAAC BV in november 2005 een archeologisch (boor)onderzoek uitgevoerd in Beuningen, locatie Geerstraat, naar aanleiding van voorgenomen bouwwerkzaamheden. Het onderzoeksgebied is gelegen in een komgebied. In deze afzettingen kunnen oude bodems, zgn. laklagen, voorkomen. Hierop kunnen sporen van menselijke activiteit kunnen worden aangetroffen uit het Neolithicum. tot en met de Nieuwe tijd.

in het plangebied Geerstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176422/432385

4677284100

in het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176644/432541

4720115100 vervolg op 4677284100

in het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176862/432457

2243840100 (35037)

100 m ten zuiden van het plangebied Leegstraat 14B te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176577/432018

2228775100 (32927)

1c meter ten oosten van het plangebied Leegstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176892/432411

2264009100 (37860) vervolg op 2228775100

ten oosten van het plangebied Winssen Plangebied Leegstraat te Beuningen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176874/432426

Rapport 14582.001 versie 4

In een drietal boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het betreft scherven en fosfaatplekken. Op basis van deze resultaten van het onderzoek adviseert BAAC bv dat een archeologisch vervolgonderzoek in de noordwesthoek van het onderzoeksgebied aan de Geerstraat te Winssen gewenst is, in de vorm van een proefsleufonderzoek. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 11-3-2019 Resultaat: Tijdens een proefsleuvenonderzoek zijn drie vindplaatsen aangetroffen. Het betreft een vindplaats met sporen van bewoning in de Vroege- en VolleMiddeleeuwen, een vindplaats met greppels uit de Romeinse tijd en een vindplaats met enkele losse sporen uit de Bronstijd en de IJzertijd. Alleen de vindplaats met bewoningssporen uit de Middeleeuwen is als behoudenswaardig beschouwd. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 15-7-2019 Resultaat: De vindplaats is opgegraven. De uitwerking is nog bezig. De waterberging is aangelegd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 14-5-2009 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is rond de 370 cm -mv beddingzand van de Formatie van Kreftenheye aangetroffen. Hierboven zijn komklei afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (Wijchen Laag) en de Formatie van Echteld aangetroffen.

Vanaf 145 tot 95 cm -mv is een pakket oeverafzettingen aangetroffen waarschijnlijk van de Winssense en Distelkamp-Afferdense stroomgordel. Er zijn binnen dit pakket echter geen humeuze lagen gevonden die duiden op een stilstand in de sedimentatie. ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2-2-2009 Resultaat: Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek ter grootte van de bouwput(ten) met mogelijke doorstart naar een opgraving aanbevolen. Met het proefsleuven onderzoek kunnen de aanwezige archeologische resten worden gewaardeerd waarna direct (in het veld) een doorstart kan worden gemaakt naar een opgraving. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 3-11-2009 Resultaat: er zijn twee proefsleuven gegraven die beiden in drie vlakken zijn gedocumenteerd. Het onderzoek heeft een beperkt aantal sporen en vondsten opgele-

2118355100 (17207)

65 meter ten noorden van het plangebied Hendrik De Haardtstraat 13 te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176740/432658

4649841100

175 meter ten noordwesten van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176489/432753 125 meter ten westen van het plangebied Geerstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176097/432382

2299829100 (42754)

bureauonderzoek: 3294087100 booronderzoek: 3294095100 bureauonderzoek: 4035577100 booronderzoek: 4035585100 bureauonderzoek: 2359006100 (50696) booronderzoek: 2099459100 (14508)

booronderzoek 3978821100

booronderzoek 5093542100 proefsleuvenonderzoek 5118669100

booronderzoek 5093915100 proefsleuvenonderzoek 5120052100 opgraving 5213502100

Rapport 14582.001 versie 4

200 meter ten zuidwesten van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176217/432037 250 meter ten zuiden van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176609/431858 100 meter ten zuidoosten van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177046/432179

250 meter ten noorden van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176541/432873 350 meter ten noordoosten van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176916/432676 450 meter ten noordoosten van het plangebied te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177017/432675

verd die als off site kunnen worden geïnterpreteerd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 8-5-2006 Resultaat: Geadviseerd wordt om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren indien de verstoring van de nieuwbouw niet dieper dan 100 cm onder maaiveld bedraagt. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom wel aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, zoals aangegeven in de Monumentenwet 1988, artikel 47, lid 1. Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 28-11-2018 Resultaat: er zijn wel cultuurlagen aangetroffen, maar geen archeologische indicatoren. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: De Steekproef Datum: 10-9-2010 Resultaat: Het betreft een bureau en karterend booronderzoek. Vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren en vegetatiehorizonten is geen nader onderzoek uitgevoerd. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 21-7-2015 Resultaat: bureau en karterend booronderzoek. Er zijn wel vegetatiehorizonten aangetroffen, maar geen vondsten in de boringen. Er is vrijgave geadviseerd.

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 20-2-2017 Resultaat: bureau en karterend booronderzoek. Er zijn wel vegetatiehorizonten aangetroffen, maar geen vondsten in de boringen. Er is vrijgave geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 7-11-2005 Resultaat: In het uiterst westelijk deel bevinden zich mogelijk resten van bebouwing uit de Nieuwe tijd. In het centraal oostelijk deel zijn op twee locaties resten uit de IJzertijd/Romeinse tijd aangetroffen. Aanbevolen wordt de resten in situ te behouden. Indien dit niet mogelijk is, wordt de uitvoering van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven aanbevolen. Het proefsleuvenonderzoek is nooit uitgevoerd. DS bebouwing is wel gerealiseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Hamaland Advies vof Datum: 6-11-2015 Resultaat: het ontbreken van archeologische indicatoren in de boringen heeft tot het advies vrijgave geleid. Type onderzoek: booronderzoek en proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 2021-07-13 en 2021-10-13 Resultaat: er is geen vindplaats aangetroffen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn een paar vondsten aangetroffen, maar geen sporen, aldus de eerste bevindingen.

Type onderzoek: booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en opgraving Uitvoerder: Transect Datum: 2021-07-13; 2021-10-20, 2022-04-04 Resultaat: Tijdens de opgraving is er een erf aangetroffen, dat gedateerd kan worden tussen 850 en 1500 n. Chr. Bij de eerste bevindingen is niet meer informatie gegeven. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is vondstmateriaal uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd aangetroffen.

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Aantal : 21 Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2101555100 (403954)

4677284100

Locatie

Omschrijving

in het plangebied Geerstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176416/432391 in het plangebied Waterberging Kennedysingel te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176729/432481

Romeinse tijd – Vroege-Middeleeuwen : - aardewerk

Bronstijd - IJzertijd : - 2 paalgaten IJzertijd - Romeinse tijd : - kuil, - 2 greppels/sloten Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - 7 kuilen, - 2 greppels/sloten - 12 paalgaten

3101273100 (21463)

2264009100 (419258)

2228775100 (422265)

2099459100 (404212)

2228775100 (422547)

3108386100 (25587)

2724770100 (6871)

2814331100 (21462)

3108734100 (25724)

3101281100 (21466)

2099459100 (404216)

2759033100 (12337)

Rapport 14582.001 versie 4

in het plangebied Geerstraat E.A. te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176550/432650 in het plangebied Winssen Plangebied Leegstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176882/432422 in het plangebied Leegstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176884/432422 3 meter ten oosten van het plangebied Leeghstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176900/432300 5 meter ten oosten van het plangebied Leegstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176895/432417 40 meter ten zuiden van het plangebied Gasthuishof, Winssen te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176500/431950 50 meter ten noordoosten van het plangebied Winssen te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176770/432670 70 meter ten zuidoosten van het plangebied Geerstraat E.A. te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176800/432000 120 meter ten noorden van het plangebied Geerstraat te Ewijk Gemeente Beuningen Coördinaat: 176500/432800

150 meter ten noordoosten van het plangebied Winssen-Dorp te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176940/432650 200 meter ten oosten van het plangebied Leeghstraat te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177086/432235 300 meter ten noorden van het plangebied Winssen te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176600/433000

Nieuwe tijd : - 2 greppels/sloten Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van keramische objecten,

Late-Middeleeuwen : - 52 fragmenten van gedraaid aardewerk - 2 greppels/sloten Vroege-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk

Nieuwe tijd : - huisplattegrond

Romeinse tijd : - 4 fragmenten van ijzeren slakken

Nieuwe tijd : - fragmenten van steengoed - fragmenten van metalen werktuigen Late-Middeleeuwen : - fragmenten van keramische kogelpotten - fragmenten van steengoed kannen - fragmenten van grijsbakkend handgevormde kommen/schalen Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van keramische objecten,

IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - fragment van een terra sigillata kom/schaal - 2 fragmenten van geverfde bekers Late-Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Middeleeuwen : - waterput

IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - houtskool Romeinse tijd : - fragment van een terra sigillata kom/schaal Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk

- fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van steengoed

2814275100 (21454)

3108726100 (25722)

2301090100 (425668)

2231933100 (443570)

2235051100 (426479)

300 meter ten noordoosten van het plangebied Rk Kerkhof/Klooster te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176970/432850

350 meter ten noordoosten van het plangebied Winssen-Kerk te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177000/432850 400 meter ten noordwesten van het plangebied Molenstraat 40 te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 176178/432968

500 meter ten zuidoosten van het plangebied Plakstraat 5A te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177309/431923

500 meter ten zuidoosten van het plangebied Plakstraat 5A te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177311/431943

Nieuwe tijd : - fragment van een keramische kleipijp Vroege-Middeleeuwen : - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragmenten van keramische kogelpotten, type Dorestad Late-Middeleeuwen : - fragmenten van gedraaid aardewerk - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragmenten van keramische kogelpotten - fragmenten van geelwitbakkend gedraaid aardewerk bolvormige potten - fragmenten van grijsbakkend gedraaide bolvormige potten - fragmenten van steengoed kannen - fragmenten van Paffrath aardewerk - fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - fragmenten van keramische objecten, Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - fragmenten van keramische kogelpotten - fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Nieuwe tijd : - aardewerk - 3 fragmenten van stenen objecten, - fragment van een keramische kleipijp - fragment van een ijzeren spijker Late-Middeleeuwen : - fragment van grijsbakkend gedraaid aardewerk Nieuwe tijd : - fragment van witbakkend geglazuurd aardewerk - 4 fragmenten van metalen objecten, - mortel/specie - 9 bakstenen - steenkool Late-Middeleeuwen : - botmateriaal - 188 fragmenten van keramische kogelpotten -

fragment van een vuursteen object, - 7 kuilen, afvalkuil - proto-steengoed - 9 fragmenten van metalen slakken - schelp afval - zandsteen/kwartsiet afval - fragment van leisteen dakbedekking - fragment van een grijsbakkend gedraaide kom/schaal - 8 fragmenten van Andenne aardewerk - 52 bakstenen - 4 fragmenten van zandsteen/kwartsiet bouwmateriaal - fragmenten van huttenleem/verbrande leem - ijzeroer/moeraserts - 9 fragmenten van maalstenen - 3 fragmenten van Paffrath aardewerk - slijpsteen - fragment van een zandsteen/kwartsiet stamper - 6 fragmenten van steenblokken Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 7 fragmenten van dakpannen - 5 fragmenten van metalen spijkers

2907255100 (36456)

Rapport 14582.001 versie 4

500 meter ten oosten van het plangebied Kweldam te Winssen Gemeente Beuningen Coördinaat: 177380/432540

Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van faience aardewerk Nieuwe tijd : - 2 metalen munten, rekenpenning

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 14582.001 versie 4

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 14582.001 versie 4

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Rapport 14582.001 versie 4

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 14582.001 versie 4

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 14582.001 versie 4

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Rapport 14582.001 versie 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=010f86ae-0e42-4a6c-8c10-de1fc427d243