Bijlage 22 Bijlage motivering 21 Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK VAN HEEMSTRAWEG TE WINSSEN GEMEENTE BEUNINGEN
Archeologisch Bureauonderzoek Van Heemstraweg te Winssen Opdrachtgever
Klokgroep Postbus 40018 6504 AA Nijmegen
Rapportnummer
14582.001
Versienummer1
4
Datum
11 november 2024
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
De heer drs. T.H.L. Hos
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Boxmeer Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
14582.001
Toponiem
Van Heemstraweg
Opdrachtgever
Klokgroep
Gemeente
Beuningen
Plaats
Winssen
Provincie
Gelderland
Kadastrale gegevens
Gemeente Beuningen, sectie G, nummers: 253, 776, 775, 491, 490, 726, 687, 262, 743, 240, 557, 778 en 777 en sectie B nummer: 2641
Omvang plangebied
circa 20 hectare
Kaartblad
39 H (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 176.552 / Y: 436.362
Bevoegde overheid
Gemeente Beuningen Postbus 14 6640 AA Beuningen contactpersoon N. van der Zande
Adviseur bevoegde overheid
Mevrouw I. Heikoop
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4952498100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA
Utrechts-Gelders rivierengebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Boxmeer/ Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland
Uitvoerder
Econsultancy, De heer drs. T.H.L. Hos
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Klokgroep in januari/februari 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Van Heemstraweg te Winssen in de gemeente Beuningen. In het plangebied zullen woningen worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is de kans hoog op het aantreffen van sporen en vondsten van jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. De kans op het aantreffen van sporen en vondsten van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Midden-Bronstijd is laag vanwege natte landschappelijke omstandigheden. De kans op het aantreffen van sporen en vondsten uit de Late-Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Het plangebied is gelegen op een stroomrugglooiing ten zuiden van de Waal tussen twee crevassegeulen in. Stroomrugglooiingen en met name de crevasseafzettingen zijn in het verleden gunstige locaties voor landbouwers geweest. Daarnaast heeft vermoedelijk vlak ten noorden van het plangebied, door de huidige kern van Winssen, een Romeinse weg gelopen. Bekend is dat langs deze wegen nederzettingen en grafvelden uit de Romeinse tijd aanwezig zijn. Op historische kaarten is te zien dat er al bebouwing is langs de Geerstraat en de Leegstraat. Het is niet duidelijk tot hoe ver deze bewoning teruggaat. Mogelijk is dat al tot de Late-Middeleeuwen. Bij opgravingen in 2020 op de locatie van de waterberging in het plangebied zijn sporen uit de late prehistorie, Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetroffen.
Advies Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Econsultancy adviseert om eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren in die delen van het plangebied die nog niet zijn onderzocht. Hiermee kan inzicht verkregen worden in de aanwezigheid, verspreiding en diepteligging van aanwezige leeflagen. Hier opvolgend kan het best een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd worden teneinde de bekende vindplaatsen te begrenzen en nieuwe op te sporen.
Rapport 14582.001 versie 4
Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Beuningen). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Het rapport is beoordeeld en de gemeente gaat mee met het geadviseerd vervolgonderzoek.
Rapport 14582.001 versie 4
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 9 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 11 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 13
ADVIES ..................................................................................................................................... 15
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 16 BRONNEN .......................................................................................................................................... 18
Rapport 14582.001 versie 4
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Grondwatergegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de waardenkaart van de Gemeente Beuningen Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 7. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) overzichtskaart Figuur 8. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) detailkaart Figuur 9. Overzicht dronefoto’s Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Figuur 11. Situering van het plangebied binnen op de paleografische kaart van Vos en de Vries van 9000 v. Chr. Figuur 12. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 3850 v. Chr. Figuur 13. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 250 v. Chr. Figuur 14. Situering van het plangebied op de Paleografische kaart van Vos en de Vries omstreeks 1250 n. Chr. Figuur 15. Situering van het plangebied op de RijnIJsselriviervlaktenkaart van Berendsen en Stouthamer Figuur 16. Situering van het plangebied op de RijnIJsselstroomgordelkaart van Berendsen en Stouthamer Figuur 17.
Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Figuur 18. Situering van het plangebied binnen de Cultuurhistorische waardenkaart Figuur 19. Plangebied op een detail van de overzichtskaart van de Romeinse wegen in west Nederland Figuur 20. Situering van het plangebied binnen kadastrale minuut uit 1817 Figuur 21. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit omstreeks 1900 Figuur 22. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit omstreeks 1940 Figuur 23. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 1970 Figuur 24. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 1990 Figuur 25. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit omstreeks 2010 Figuur 26. Overzicht rijks- en gemeentemonumenten in het onderzoeksgebied Figuur 27. Overzichtskaart van de belangrijkste gegevens voor het archeologisch onderzoek binnen het plangebied Figuur 28. Bouwhistorische gegevens Geerstraat 3a Loods
Rapport 14582.001 versie 4
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus
Rapport 14582.001 versie 4
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Klokgroep een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Van Heemstraweg te Winssen in de gemeente Beuningen (zie figuur 1, 2 en 3). De initiatiefnemer is voornemens om woningen te realiseren in het plangebied. De plannen zijn nog niet ver uitgewerkt. Allereerst dient er een haalbaarheidsstudie gedaan te worden, waarbij de kosten, de mogelijkheden en onmogelijkheden in beeld gebracht worden. Het bureauonderzoek maakt deel uit van deze haalbaarheidsstudie. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in januari/februari 2020 door T.H.L. Hos (senior KNA Archeoloog/Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
2
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04);
SIKB.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 1 van 19
opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Wateratlas van de provincie Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; luchtfoto’s gemaakt met een drone op locatie; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland; de limeskaart van de provincie Gelderland; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Beuningen; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 20 hectare. Het is gelegen tussen de van Heemstratweg, Geerstraat, Kennedysingel en Leegstraat aan de zuidkant van de kern van Winssen. Het plangebied is momenteel in gebruik als bouwland. Een groot deel is beplant met bomen, de rest is grasland. In het plangebied vindt fruitteelt plaats. Het gaat om appel- en fruitbomen, die er al een aantal jaar staan. De grondwerkzaamheden om de bomen te plaatsen en te rooien vinden in de bovenste 40 cm plaats. In de afgelopen decennia zijn de bomen een aantal maal vervangen. Op de kaarten van topotijdreis is te zien dat delen van het plangebied al sinds omstreeks 1900 in gebruik zijn als boomgaard. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan.
In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart 3
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 2 van 19
maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie’ (vastgesteld op 11-072023). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Archeologie Waarde 4. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek bij gebieden met waarde 4 noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld.4 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart en de archeologische waardenen verwachtingskaart van de gemeente Beuningen. Volgens deze kaarten (figuur 4 en 5) ligt het plangebied in een gebied met komafzettingen. Langs de Geerstraat zijn oude woongronden aanwezig (catalogusnummer 14812) en in het plangebied is een vindplaats aangemerkt met bewoningssporen uit de Romeinse tijd (catalogusnummer 149). Aan het grootste deel van het plangebied is een hoge verwachting toegekend. De oude woongronden hebben een aparte verwachting gekregen. 5 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering).
Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Het raadplegen van het Bodemloket laat zien dat er in het plangebied verschillende bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden. De onderzoeken hebben betrekking op delen van het terrein. De meeste onderzoeken, waar mogelijk vervuilingslocaties aanwezig zijn, zijn voor het archeologisch onderzoek niet zo relevant. Het betreft onder andere de aanwezigheid van HBO tanks. Deze tanks zullen voor kleine bodemverstoringen gezorgd hebben en het archeologisch bodemarchief weinig hebben aangetast. Een uitzondering hierop kan een sanering aan de noordzijde van het terrein. Hier heeft in 2003 een sanering plaatsgevonden in de noordwestelijke hoek van het perceel met nummer 253. Onduidelijk is tot welke diepte deze sanering is uitgevoerd (zie ook figuur 28).6 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is nieuwbouw gepland. De exacte locaties van wegen, huizen en ondergrondse infrastructuur is nog niet bekend. Ook de verstoringsdiepte is nog niet bekend.
4
Omgevingsloket. Boshoven et al., 2022 6 Bodemloket 5
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 3 van 19
2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens Geologie
7
Gegevensomschrijving Formatie van Echteld; rivierklei op rivierzand (Ec1)
Geologische-geomorfologische kaart van de RijnMaas delta8
stroomgordels uit de periode 20.000 - 12.900 en 12.900 - 10.950 v. Chr.
Zandbanenkaart provincie Gelderland9
22 pleistoceen zand 2,0 - 3,0 m -mv
Geomorfologie10
stroomrugglooiing met aan de randen crevasseruggen.
Bodemkunde
noord: kalkhoudende ooivaaggronden met licht zavel (Rd10A) zuid: kalkhoudende ooivaaggronden met zware zavel en licht klei (Rd90A)
Grondwatertrap
VI
Landschappelijke ontwikkeling Weichselien en Laag van Wijchen (circa 115.000 - 11.755 v. Chr.) Tijdens het Weichselien werden in het plangebied door de voorlopers van de Rijn/Waal/Maas zand en grind afgezet door vlechtende rivieren. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Kreftenheye. In het Laat-Glaciaal kregen de rivieren een meanderend karakter en werden de vlechtende rivierafzettingen afgedekt met komafzettingen, die tijdens overstromingen werd afgezet. Deze zandige stugge kleilaag en wordt gerekend tot de Laag van Wijchen. Riviervlakte met zandige en grindige rivierafzettingen (ca. 9000 - 3850 v. Chr.) Als we kijken naar de paleografische kaarten van Vos en de Vries dan blijkt dat het plangebied tussen 9000 en 3850 v. Chr. in een pleistoceen zandgebied ligt. Volgens de zandbanenkaart van de provincie Gelderland ligt dit zand tussen de 2 en 3 m -mv. De laag bestaat uit door een rivier afgezet zand dat ontstaan is in de laatste ijstijden. De rivieren worden in die periode sterk beïnvloed door het smelten van ijs en sneeuw in de zomer en het aangroeien ervan in de winter. Hierdoor ontstaat er een sterk wisselend debiet en treedt er een grote variatie in stroomsnelheid op. De rivieren krijgen een vlechtend karakter. Kleine stroompjes snijden en kruisen elkaar in een soms kilometers brede rivierbedding. Tussen de stroompjes ontstaan kleine eilandjes.
De rivieren zetten in deze periode zand en grindig zand af. Berendsen en Stouthamer geven een datering voor de zandige afzettingen binnen het plangebied tussen 20.000 en 12.900 v. Chr. en 12.900 en 10.950 v. Chr. In de top van deze afzettingen kunnen sporen en vondsten van jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum aanwezig zijn (zie figuur 11).
7
De Mulder et al., 2003 Vos en de Vries, 2013 9 Provincie Gelderland Zandbanen/Cohen et al., 2009 10 Altera, 2017 8
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 4 van 19
Tussen 6430 – 5105 jaar geleden, in het Vroeg- tot Midden-Neolithicum, was de Winssen stroomgordel actief op ongeveer de huidige locatie van de Waal. Deze stroomgordel wordt gezien als de laatste insnijdende meandergordel en niet als een aggraderende meandergordel. Al is er in de omgeving van het dorp Winssen een dik pakket aan sediment aanwezig van de Winssen stroomgordel. Dit pakket bestaat voornamelijk uit komklei afzettingen op het Pleistocene landschap. Tussen het dorp Winssen en Beuningen is in de ondergrond een grote meanderbocht van de stroomgordel aanwezig. De oeverwallen langs deze bocht staken tot in de Romeinse tijd nog boven het landschap uit, en zijn in deze periode dan ook intensief bewoond geweest. Tegenwoordig liggen de oeverwallen begraven onder de afzettingen van jongere de Waal. Het plangebied lag in deze periode waarschijnlijk in het komgebied van de Winssen stroomgordel. Stroomrugglooiing met crevasse- en kleiafzettingen (ca. 3850 v. Chr. - 1250 n. Chr.) Volgens de kaarten van Vos en de Vries komt het gebied vanaf ongeveer 3850 v. Chr. binnen de invloed van aggraderende, meanderende stroomgordels te liggen.11 Het gaat om de stroomgordels van Distelkamp-Kamp-Afferden (actief tussen 2.655 – 250 v. Chr.), Ooij (actief tussen 550 v. Chr. tot 150 na Chr.) en de Waal (actief vanaf 50 v.
Chr.).12 De ligging van de bedding varieert iets in deze periode maar ligt altijd tussen de 250 m en 1.250 m ten noordoosten van het plangebied. De rivier treedt bij hoog water buiten haar oevers en zet dan in het plangebied komklei af. In de loop der tijd is hierdoor een kleipakket ontstaan van 2 tot 3 m dik. Er zijn geen aanwijzingen dat dit kleipakket onderliggende zandafzettingen verstoord heeft. Het kleipakket is aanvankelijk nog slecht ontwikkeld, pas als de bodemvorming ver gevorderd is, wordt het gebied interessant voor bewoning (zie figuur 12 en 13). Volgens N. Willemse zijn er bij verschillende archeologische onderzoeken in de directe omgeving in de oever- en komafzettingen tenminste twee laklagen aanwezig. Langs de 1,5 kilometer zuidwestelijk gelegen Koningsstraat komen in ditzelfde oever- en kompakket zeker drie a vier fossiele bodemhorizonten voor.13 Volgens de geomorfologische kaart van 2017 en volgens het booronderzoek uit 2005 in het plangebied, komen in het plangebied crevasse afzettingen voor. Crevasses zijn doorbraken van de rivier door de oeverwal heen, die zich niet hebben doorgezet. De geulen bestaan maar enkele jaren tot ongeveer honderd jaar en zetten sediment af in de geul zelf en in relatief smalle oeverwallen naast de geul. Het sediment dat wordt afgezet is wat vruchtbaarder dan de oeverwal zelf.
Daarnaast liggen de crevasses wat hoger in het landschap dan de rest van de oeverwal. Het zijn daarmee gunstige locaties voor landbouwers. De geomorfologische kaart geeft twee crevassegeulen weer nabij het plangebied. De eerste ligt 50 m ten westen van het plangebied de tweede 50 m ten oosten. De crevassegeulen hebben ruggen gevormd die doorlopen tot in het oosten-, noorden- en westen van het plangebied. In het westen zijn op een crevasserug bij het karterend booronderzoek in 2005 vondsten (onder andere Romeins aardewerk) en fosfaatvlekken aangetroffen. In het noorden zijn op en nabij een crevasserug zijn bij een opgraving in 2020 drie archeologische niveaus aangetroffen. Op basis van de aanwezige sporen en vondsten zijn deze lagen te dateren tot de Midden-Bronstijd, IJzertijd/Romeinse tijd en tot de 3e/8e eeuw na Chr. De jongste laag ligt aan het maaiveld en bevat archeologische waarden uit de VroegeMiddeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Deze lagen zijn aanwezig in verschilleden crevasse- en komafzettingen die in verschillende perioden zijn afgezet 14.
11 N. Willemse dateert deze overgang tussen 4000 en 3500 v. Chr. In Hendriksen, M.T.C., 2021 p. 17 12 Cohen, 2012 13 N. Willemse in Hendriksen, M.T.C., 2021 p. 18 14 Hendriksen, M.T.C., 2021
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 5 van 19
Bedijkt gebied (1250 - 2000 n. Chr.) In de Late-Middeleeuwen komt het plangebied binnendijks te liggen. Hierdoor vinden er geen natuurlijke afzettingen van de Waal meer plaats. Uit de resultaten van de verschillende booronderzoeken die in en rond het plangebied zijn gezet, blijkt dat er geen antropogene afzettingen (ophooglagen) in het plangebied verwacht hoeven te worden (zie ook paragraaf 2.6 en figuur 14). DINO15 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn meerdere boringen in en rond het plangebied bekend. Boornummer B39H0156 geeft de meest uitgebreide beschrijving van de ondergrond. Deze boring is net ten noorden van het plangebied gezet. De bovenste twee en een halve meter bestaan uit kleiige afzettingen behorende tot de Formatie van Echteld. Hieronder ligt een pakket dat bestaat uit afwisselende lagen grind, zand en grindig zand.
De pakket loopt door tot 22 m -mv en kan gerekend worden tot de Formatie van Kreftenheije. De boring is doorgezet tot 27 m -mv. De onderste vijf meter van de boring bestaat uit zandige afzettingen behorende tot de Formatie van Waalre. Afzettingen van de Formatie van Waalre en Kreftenheije betreffen beide fluviatiele afzettingen. De afzettingen van de Formatie van Waalre kunnen gedateerd worden tussen 3,6 en 1 miljoen jaar geleden. Afzettingen van de Formatie van Kreftenheije kunnen gedateerd worden tussen 150.000 en 10.000 jaar geleden. Afzettingen van de Formatie van Echteld betreffen onder andere de afzettingen van de Waal. Geomorfologie De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) ligt het plangebied in een gebied met stroomrugglooiingen (oeverwal). Ten oosten, noorden en zuiden van het plangebied liggen crevassegeulen, waarvan de crevasseruggen doorlopen tot over de randen van het plangebied (zie figuur 6). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.
Op de overzichtskaart van de AHN (figuur 7) en de detailkaart (figuur 8) is te zien dat de hoogte van het plangebied met ongeveer 1 m daalt van noord naar zuid. Bij de bestudering van het microreliëf zijn enkele ouder perceelsgreppels herkend die zichtbaar zijn op historische 20e-eeuwse kaarten. Andere structuren zijn niet herkend. Droneonderzoek Op 25 januari is met een drone over het plangebied gevlogen. Het doel was enerzijds om de huidige situatie vast te leggen en anderzijds om een specifiek hoogtebeeld te verkrijgen. Vanwege de aanwezigheid van de boomgaard was het echter niet mogelijk om dit hoogtebeeld vast te leggen. De dronefoto’s geven een goed overzicht van het huidige gebruik van het plangebied (zie figuur 9). 15 16
Dinoloket. AHN.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 6 van 19
Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als kalkhoudende poldervaaggrond. Het noordelijke deel bestaat uit lichte zavel (Rd10A), het zuidelijke deel bestaat uit zware zavel en lichte klei (Rd90A) Zie figuur 10). Bij een vaaggrond heeft (nog) weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden. Deze gronden zijn wel geheel gerijpt. Bij poldervaaggronden bestaat het bodemprofiel meestal uit een dunne A-horizont (humeuze toplaag) met direct daaronder de Chorizont (oorspronkelijk moedermateriaal) waar gleyverschijnselen (roestvlekken) ondieper dan 50 cm -mv in voorkomen. De kalkhoudendheid is een aanwijzing dat er oeverafzettingen aan het maaiveld liggen. Komkleien zijn over het algemeen al synsedimentair ontkalkt (wegspoelen van kalk tijdens afzetting en periode daarna, omdat komgebieden na overstromingen nog voor langere tijd onder water stonden). Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald.
Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling17
Tabel II. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VI. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Historische grondwatertrappen provincie Gelderland18 Door grootschalige ingrepen in het geohydrologisch systeem wijken de huidige grondwatertrappen in veel gebieden af van de grondwatertrappen die in het verleden voor kwamen. Om dit aan te geven is ook een inschatting gemaakt van historische grondwatertrappen, die een indicatie vormen voor de grondwatertrappen zoals die in het jaar 1950 voor kwamen. Deze historische grondwatertrappen zijn gekarteerd op schaal 1:100.000.
17 18
Locher & De Bakker, 1990. Wateratlas provincie Gelderland.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 7 van 19
Voor het plangebied zijn de volgende gegevens bekend: Grondwatergegevens plangebied19
Tabel III. GHG
GLG
0,60
1,55
GVG
0,85
Grondwatertrap
Historische grondwatertrap
VI
VII
GHG: gemiddeld hoogste grondwaterstand in m -mv GLG: gemiddeld laagste grondwaterstand in m -mv GVG: gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand in m -mv
Vanwege de kleine schaal waarop deze grondwatertrappen zijn gekarteerd en het relatief grote reliëf binnen het onderzoeksgebied, bestaat de mogelijkheid dat de daadwerkelijke waarde voor het plangebied afwijkt van de in de tabel weergegeven waarde.
19
Wateratlas provincie Gelderland.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 8 van 19
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).20 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 17. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Gelderland De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland (figuur 19) geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Op de kaart zijn voor het plangebied geen waarden weergegeven. Net ten noordwesten van het plangebied is een molen aangegeven. Ten oosten en ten noorden wordt een Romeinse weg verwacht.
Limeskaart21 De Romeinse Limes bevatte in West Nederland twee belangrijke routes: een noordelijke en een zuidelijke route. De noordelijke is de bekendste en is gelegen ten zuiden van de Rijn. Deze loopt van Nijmegen en Arnhem, via Rijswijk en Utrecht naar Valkenburg en Katwijk aan zee. De zuidelijke route loopt van Nijmegen, via Beuningen, Ewijk en Winssen naar Den Haag. Volgens de waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Beuningen is de verwachting dat de Romeinse weg over “de Dijk” heeft gelopen, de weg net ten noorden van de bebouwde kom van Winssen. Bekend is dat langs Romeinse wegen grafvelden en nederzettingen (denk bijvoorbeeld aan villa’s) gelegen zijn. In Nijmegen, Beuningen, Ewijk en Druten zijn dergelijke vindplaatsen bekend. In Ewijk is veel onderzoek verricht rond de grote Aalst. Deze villalocatie ligt ten zuiden van de van Heemstraweg (hier is dat wel de locatie van de oude Romeinse weg). Direct ten zuiden van de weg is een grafveld uit de Romeinse tijd en de Vroege-Middeleeuwen aangetroffen. De villa zelf ligt ongeveer 100 m ten zuiden van de weg. Nog verder zuidelijk zijn bewoningssporen uit de Bronstijd en IJzertijd aangetroffen. De jongste sporen liggen in de top van de kleiafzettingen. Oudere sporen zijn op diepere niveaus aanwezig.
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied22 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen twee AMKterreinen (zie bijlage 2 en figuur 17). Op ongeveer 150 m ten noordwesten van het plangebied ligt een terrein waar sporen van bewoning uit de Romeinse tijd zijn vastgesteld. Een opgraving of proefsleu20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Limeskaart. 22 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 21
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 9 van 19
venonderzoek heeft hier nooit plaatsgevonden (monumentnummer 4606). Ongeveer 500 m ten noordwesten van het plangebied ligt een terrein met sporen van een Romeinse villa. Verschillende onderzoeken zijn hier in het verleden uitgevoerd, verwacht wordt dat de villa nog grotendeels intact in de ondergrond aanwezig is. In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 23 Vanwege het grote aantal onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m van het plangebied is gekozen om voor de onderzoeksmeldingen een straal van 250 m te hanteren. Hiermee komen voldoende onderzoeken aan bod die een duidelijk beeld schetsen van de te verwachten archeologische vindplaatsen. Onderzoeken binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn vier onderzoeken uitgevoerd. Het betreft twee bureau- en booronderzoeken en een proefsleuvenonderzoek met een daaropvolgende opgraving. Buiten het plangebied, maar binnen een straal van 250 m van het plangebied zijn nog eens tien onderzoeken uitgevoerd. Op één proefsleuvenonderzoek na betreft het allemaal bureau en (karterende) booronderzoeken (zie bijlage 3 en figuur 17 en 28). De belangrijkste onderzoeken zijn een proefsleuvenonderzoek (4677284100) en een opgraving (4677284100) in het noorden van het terrein waar in 2020 een waterberging is gerealiseerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie vindplaatsen herkend.
Vindplaats 1 bestaat uit nederzettingssporen daterend in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen. Vindplaats 2 bestaat uit greppels uit de Romeinse tijd en de Vroege-Middeleeuwen. Vindplaats 3 bestaat uit losse sporen uit de Bronstijd en IJzertijd. Alle vindplaatsen liggen binnen 1 m -mv. In 2020 is vindplaats 1 opgegraven. De opgraving is afgerond, maar de uitwerking loopt nog. In Archis is vermeld dat er veel sporen aangetroffen zijn uit de Vroege- en Volle-Middeleeuwen, maar dat er (nog) geen structuren herkend zijn. Aanvulling bij actualisatie 2023 Het rapport van de opgraving is inmiddels verschenen. De resultaten worden hier kort toegelicht. Tijdens de opgraving van de waterberging zijn op twee stratigrafisch gescheiden niveaus archeologische waarden gevonden. In het noordwesten is een vindplaats aangetroffen die dateert in de Karolingische periode tot en met de late Middeleeuwen A. Het gaat om greppels, een hooimijt, een waterput, opslag- en afvalkuilen en paalkuilen. Een deel van de sporen lijkt zich binnen een rechthoekig nederzettingsterrein te bevinden dat wordt omringd door een greppelsysteem. Op een dieper niveau zijn sporen uit de IJzertijd aangetroffen. Het gaat om vier kuilen en zeven greppels. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen. De datering is bepaald op basis van stratigrafie.
24 Onderzoeken buiten het plangebied Direct ten oosten van deze waterberging, net buiten het plangebied zijn twee proefsleuven aangelegd (onderzoeksmeldingsnummer 2228775100 en 2264009100). In de proefsleuven zijn drie vlakken aangelegd. Er zijn enkele off site sporen en vondsten aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Er heeft geen opgraving plaatsgevonden. In een deel van het plangebied is door BAAC in 2005 een karterend booronderzoek uitgevoerd. Op een oppervlak van 3,1 hectare zijn in totaal 21 boringen gezet tot 2 m -mv. Er is niet geboord tot in het pleistocene zand. In de meeste boringen zijn verschillende loopniveaus en crevasseafzettingen aan23
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
24 Hendriksen, M.T.C. 2021, p. 3
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 10 van 19
getroffen. De loopniveaus dateren waarschijnlijk uit de Romeinse tijd en de Late-Bronstijd/IJzertijd. In enkele boringen in het uiterste noordwesten van het toen onderzochte plangebied zijn fosfaatvlekken aangetroffen alsook één scherf Romeins aardewerk en een fragment dierlijk bot. Het noordwestelijke deel heeft een archeologische hoge verwachting gekregen. Dit is echter niet verwerkt in het bestemmingsplan uit 2013. De overige negen onderzoeken zijn bureau- en booronderzoeken. Bij alle booronderzoeken is vastgesteld dat er een (deels) intacte bodem aanwezig is. Ook zijn er vaak vegetatiehorizonten vastgesteld. Het ontbreken van archeologische indicatoren in de karterende boringen heeft echter veelal geleid tot het advies vrijgave. In het ene booronderzoek waar wel archeologische indicatoren in de boringen zijn aangetroffen (onderzoeksmeldingsnummer 2359006100 en 299459100) en waar een advies is gegeven voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek is dit proefsleuvenonderzoek niet uitgevoerd. Mogelijk is de bebouwing niet diep gefundeerd, waardoor de archeologische vindplaatsen behouden zijn. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied25 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Zowel binnen het plangebied als in een straal van 500 m rondom het plangebied staan veel vondsten geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 17).
De meeste vondsten zijn te dateren in de Romeinse tijd, Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het betreft voornamelijk nederzettingssporen, die gedaan zijn bij de verschillende onderzoeken die onder het bovenstaande kopje zijn beschreven. Uit de Bronstijd/IJzertijd zijn slechts enkele sporen en vondsten bekend. Oudere vondsten zijn niet in ARCHIS aangemeld. Het vrijwel ontbreken van sporen en vondsten ouder dan de Romeinse tijd kan goed verklaarbaar zijn door het feit dat deze zich dieper in de ondergrond bevinden en dat deze vindplaatsen vondstarmer zijn. Het betekent dus niet dat deze periodes niet of minder aanwezig zijn. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt (zie figuur 21 - 26): Tabel IV.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale minuut26
1811-1832
Gemeente Winssen, Sectie B, Blad 01 en 02
1:2.500
De Geerstraat en de Leegstraat bestaan al. Van noord naar zuid loopt in het midden van het plangebied nog een weg. Langs de eerste twee wegen is bebouwing aanwezig. Het plangebied is grotendeels in gebruik als landbouwgrond.
De kern van Winssen is nog klein.
25
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
26
https://hisgis.nl/wmts.xml?
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 11 van 19
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1900
39 H
1:50.000
idem
idem
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1940
39 H
1:50.000
idem
idem
Topografische kaart
1970
39 H
1:25.000
De Van Heemstraweg en de Kennedysingel worden aangelegd
Er verschijnt meer bebouwing.
Topografische kaart
1990
39 H
1:25.000
De eerste bebouwing verschijnt in het plangebied. Het betreft een loods in het noordwesten.
idem
Topografische kaart
2010
39 H
1:25.000
Het plangebied is grotendeels in gebruik als boomgaard.
idem
Als we op de oudst beschikbare kaart kijken (de kadastrale minuut van 1817) dan zien we dat de Geerstraat en de Leegstraat al bestaan. Langs deze wegen is lintbebouwing aanwezig. In het midden van het plangebied loopt van noord naar zuid een niet meer bestaande weg. De Van Heemstraweg en de Kennedysingel bestaan nog niet. Het plangebied is vrijwel volledig in gebruik als landbouwgrond. In de 20e eeuw kenmerkt het plangebied zich door nauwelijks tot geen veranderingen. In de jaren ‘60 van de 20e eeuw worden de van Heemstraweg en de Kennedysingel aangelegd. In de jaren ‘80 verschijnt de eerste bebouwing in het noordwesten van het plangebied. In 2010 wordt het plangebied als boomgaard aangegeven. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is.
De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Binnen de 50 m attentiezone liggen twee rijksmonumenten (zie figuur 26). Het gaat om twee historische panden aan de Leegstraat. De ontwikkelingen binnen het plangebied zullen geen invloed hebben op deze panden. Ook wordt niet verwacht dat archeologische sporen of vondsten die te maken hebben met deze panden in het plangebied aanwezig zijn. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Beuningen is in eerste instantie op 15 januari 2021 informatie opgevraagd bij het gemeentelijk archief (contactpersoon mevrouw Janssen). Op 18 februari is mede gedeeld dat vanwege de omvang van het plangebied de bouwhistorische gegevens niet worden opgezocht. Bij de actualisatie van het bureauonderzoek zijn op 9 juni 2023 de bouwhistorische gegevens van de Geerstraat 3a en Leegstraat 12 opgevraagd. Deze percelen waren op historische kaarten bebouwd. Op 13 juni heeft de gemeente medegedeeld dat er voor de Leegstraat 12 geen dossiers aanwezig zijn. Voor de Geerstraat 3a is een map met digitale tekeningen opgestuurd. Op de Geerstraat 3a is een woonhuis en een bedrijfsloods aanwezig. De loods (circa 50 x 20 m) is gefundeerd met een strokenfundering en poeren. De poeren hebben een afmeting van ongeveer 55 x 55 cm en 100 x 100 cm en gaan tot een diepte van 80 cm -mv.
De strokenfundering is ongeveer 55 cm breed en 80 cm diep (zie figuur 28). Van het woonhuis zijn geen tekeningen aanwezig. De bekende verstoringen ten behoeve van de
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 12 van 19
bouw van de loods kunnen als vrij klein worden beschouwd en zullen weinig tot geen archeologische waarden vernietigd hebben. Het is geen reden om de verwachting bij te stellen. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 27 Volgens de SGLO is er in Winssen op 9 september 1944 een Amerikaans vliegtuig (Mustang IIIb FB1129) gecrasht in Winssen. Het is niet duidelijk waar precies het vliegtuig is gecrasht.28 In 2014 zijn tijdens het ploegen van een akker 70 granaten uit de WOII aangetroffen. Het is niet duidelijk waar deze akker lag. Het gaat mogelijk om een begraven voorraad, die te maken kan hebben met gevechten bij de brug over de Waal bij Ewijk.29 Het raadplegen van deze bronnen geeft aan dat het mogelijk is dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 16 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 16, (d.d. woensdag 13 januari 2020, contactpersoon de heer L. ten Hag). Op vrijdag 15 januari reageerde hij met de mededeling dat de werkgroep geen aanvullende informatie aangaande het gebied heeft. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum
Hoog
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
In de top van het pleistocene zand en in de laag van Wijchen, op (minstens) 2 à 3 m -mv
Neolithicum tot en met Vroege-Bronstijd
Hoog tot laag
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Kom afzettingen Winssen stroomgrodel, onder 200 cm -mv.
Midden- en LateBronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Op circa 150 à 200 cm -mv, mogelijk in komafzettingen
Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 27
28 https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T3992 29https://www.ad.nl/binnenland/70-granaten-uit-woii-uit-akker-deze-week-
vernietigd~af60d996/?cb=e7007aeaf5390cca5c177c86fc96e4ec&auth_rd=1
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 13 van 19
IJzertijd en Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
In crevasse afzettingen, circa 1 m -mv.
Vroege-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
In crevasse afzettingen, vanaf het maaiveld.
Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is de kans hoog op het aantreffen van sporen en vondsten van jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. De kans op het aantreffen van sporen en vondsten van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Bronstijd is laag omdat het plangebied waarschijnlijk binnen het komgebied lag van de Winssen stroomgordel. Deze gebieden waren te nat voor landbouw of bewoning. Er geldt daarom een lage archeologische verwachting voor deze perioden. Mochten er ook crevasse afzettingen voorkomen uit het Neolithicum en/of Vroege-Bronstijd, geldt hiervoor een hoge archeologische verwachting. Het plangebied is gelegen op een stroomrugglooiing aan de zuidkant van de Waal. Aan weerszijden van het plangebied liggen twee crevassegeulen, waarvan de crevasseruggen tot in het plangebied doorlopen. Tijdens het gravend onderzoek dat in het noordoostelijke deel van het plangebied is uitgevoerd zijn er archeologische waarden uit de Vroege-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd aangetroffen in deze crevasse afzettingen. Hieronder zijn nog twee archeologische niveaus aangetroffen met vondsten en sporen die dateren tot de Midden-Bronstijd en IJzertijd/Romeinse tijd. Vermoedelijk heeft vlak ten noorden van de huidige kern van Winssen, een Romeinse weg gelopen.
Bekend is dat langs deze wegen nederzettingen en grafvelden uit de Romeinse tijd aanwezig zijn. De stroomrugglooiing en met name de crevasseafzettingen zijn gedurende de late prehistorie, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen gunstige vestigingslocaties. Op historische kaarten is te zien dat er al bebouwing is langs de Geerstraat en de Leegstraat. Het is niet duidelijk tot hoe ver deze bewoning teruggaat. Mogelijk is dat al tot de Late-Middeleeuwen. In het Paleolithicum en Mesolithicum lag het plangebied binnen het vlechtende riviersysteem van de Maas. Het landschap dat hier bij hoort is een geschikte locaties voor jagers en verzamelaars uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Sporen uit deze periode worden verwacht in of op de Laag van Wijchen. Gedurende het Neolithicum en Vroege-Bronstijd lag het plangebied waarschijnlijk binnen het komgebied van de Winssen stroomgordel. Dit komgebied was te nat voor akkerbouw of bewoning en geldt er een lage archeologische verwachting. Mochten er crevasse afzettingen met een vegetatie horizont voorkomen uit deze periode, geldt er een hoge archeologische verwachting. Sporen uit het Midden-Bronstijd tot en met de Late-Middeleeuwen A worden in verschillende niveaus van stroomrugglooiings- en crevasseafzettingen verwacht. Bij de opgravingen van de waterberging lag het Middeleeuwse niveau op 73 - 89 cm -mv (6,93 - 7,16 m +NAP).
Het IJzertijdniveau lag op een diepte van 115 tot 178 cm -mv (5,9 - 6,7 m +NAP). Deze verschillende niveaus kunnen binnen gehele het plangebied of slechts in een deel aanwezig zijn. Sporen en vondsten uit de Late-Middeleeuwen B en de Nieuwe tijd worden verwacht in de top van de holocene afzettingen.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 14 van 19
Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als boomgaard. Door het planten en rooien van bomen kan de bovenste 40 cm geroerd zijn. 3
ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Hieruit blijkt dat er binnen mogelijk verschillende niveaus aanwezig kunnen zijn met archeologische waarden daterend tot het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Er geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor het (Late-)Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze verschillende niveaus kunnen binnen het gehele plangebied of slechts binnen een deel ervan voorkomen. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Econsultancy adviseert om eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren in die delen van het plangebied die nog niet zijn onderzocht. Hiermee kan inzicht verkregen worden in de aanwezigheid, verspreiding en diepteligging van aanwezige leeflagen. Hier opvolgend kan het best een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd worden teneinde de bekende vindplaatsen te begrenzen en nieuwe op te sporen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beuningen). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Het rapport is beoordeeld en de gemeente gaat mee met het geadviseerd vervolgonderzoek.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 15 van 19
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Wageningen. Barends, S., H.G. Baas, M.J. de Harde, J. Renes, T. Stol, J.C. van Triest, R.J. de Vries, F.J. van Woudenberg, 2005: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., e.a. 2020: Landschap in delen. De fysisch- geografische regio’s. Perspectief Uitgevers, Gorcum. Bloemendaal, S., & C.M.L. Cornelissen, 1985: Grondwaterkaart van Nederland (Aalten/41 Oost). Dienst Grondwaterverkenning TNO. Boshoven, E.H., van Snippenburg, B.J.G., Willemse, N.W., 2022: Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologischewaarden-, verwachtingen- en beleidskaart. RAAPrapport 5337. Weesp. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen, en H.F.J. Kempen, 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Universiteit Utrecht.
Heijden, Paul van der, 2011: Romeinse wegen in Nederland, Archeobrief 2011-1, Utrecht. Hendriksen, M.T.C., 2021: Wonen in Winssen aan de Waal. Prehistorische sporen en een Karolingisch/Ottoons erf in Plangebied Waterberging Kennedysingel, gemeente Beuningen, een archeologische opgraving, RAAP Rapport 5204, Weesp. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 16 van 19
Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Schorn, E.A.; Smit, L.; (2005): Geerstraat te gen). DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zfm-zsn9
Winssen
(gemeente
Beunin-
Verhagen, J.G.M., R.T.A. Borman, A.M. Gerhartl-Witteveen, T.J. Hoekstra, R.S. Hulst, M. Smit (red.), 2007: Opgegraven verleden van Gelderland. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Vos, P.C., 2015: Origin of the Dutch Coastal Landscape; Long-term landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. Utrecht. Vos, P. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares). Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 1 WestNederland 1839-1859/deel 2 Noord-Nederland 1851-1855/deel 3 Oost-Nederland 1830-1855/deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857. Groningen. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 14582.001 versie 4
Pagina 17 van 19
BRONNEN AHN; internetsite, februari 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, februari 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Atlas van Gelderland, internetsite, februari 2021. https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocort ex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, februari 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, februari 2021 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Gelderland in Beeld; internetsite, februari 2021. http://www.gelderlandinbeeld.nl/ Beuningen waardenkaart en beleidskaart https://www.beuningen.nl/Omgeving/Archeologische_waardenkaarten Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, februari 2021. http://maps.bodemdata.nl/ Bodemloket, internetsite, februari 2021. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, februari 2021. Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, februari 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, februari 2021. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, februari 2021.