Bijlage 2 Eindrapportage Synarchis
Tekst van het document
ę - *
à-
Eindrapportage
Voorbereiding nieuw zwembad Gemeente Beuningen
21 juli 2022
\
synarchís
Inhoudsopgave 1.
Situatieschets en opdracht
1
2.
Programma van Eisen
2
2.1
Participatie
2
2.2
Basisscenario
2
2.3
Plusopties
3
3.
Duurzaamheid
4
4.
Investeringskosten
5
5.
Exploitatie
6
5.1
Exploitatievorm
6
5.2
Input belanghebbenden
8
5.3
Huidige situatie en ontwikkelingen omgeving
10
5.4
Exploitatieopzet basisscenario
11
5.5
Exploitatiebegroting basisscenario
12
5.6
Plusopties
13
6.
Afwegingkader
16
7.
Aanbestedingsstrategie
17
Bijlage 1 Programma van Eisen
i
Bijlage 2 Investeringskostenraming basisscenario
ii
Bijlage 3 Investeringskostenraming plusopties
iii
Bijlage 4 Omschrijving exploitatievormen
iv
Bijlage 5 Kenmerken exploitatievormen
vii
Bijlage 6 Demografische prognose gemeente Beuningen
x
Bijlage 7 Exploitatiebegroting
xi
Bijlage 8 Samenvattend overzicht
xii
Bijlage 9 Aanbestedingsstrategie
xiv
\ 1.
synarchís
Situatieschets en opdracht
De gemeente Beuningen beschikt in de gelijknamige kern over een overdekt zwembad: De Plons. Het bad is gedateerd en daarom wordt er al enige tijd over de toekomst van het zwemmen in Beuningen nagedacht. Op 21 december 2021 heeft de gemeenteraad besloten om een voorbereidingskrediet ter beschikking te stellen voor de uitwerking van een plan tot realisatie van een nieuw zwembad op de Ooigraaf in Beuningen. In het raadsvoorstel is de keuze gemaakt om te kiezen voor de uitwerking van een bepaald scenario met betrekking tot het voorzieningenaanbod van het nieuwe zwembad, dat bestaat uit: ^ een wedstrijdbassin van 25 x 10,4 meter (vier banen) met een maximale diepte van 2,50 meter; een instructiebassin van 12 x 10 meter met een aflopende bodem tot maximaal 1,35 meter; ^ een whirlpool. Mede als reactie op signalen vanuit de gebruikers van het zwembad en Stichting Sportraad Beuningen is tevens besloten om, naast dit 'basisscenario', een aantal mogelijke extra voorzieningen ('de plusopties') nader uit te werken: ^ een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin; een maximale diepte van 3,00 meter in het wedstrijdbassin; ^ een beweegbare bodem in het wedstrijdbassin; ^ een beweegbare bodem in het instructiebassin; een glijbaan; ^ een sauna; ^ een buitenbad met ligweide. De volgende stappen, die in deze rapportage zijn uitgewerkt, zijn: ^
het opstellen van een Programma van Eisen (PvE); het opstellen van een advies over duurzaamheid;
^
het ramen van de investeringskosten van het basisscenario en de plusopties;
^
het bepalen van de exploitatievorm; het opstellen van een exploitatiebegroting voor het basisscenario en de plusopties;
^
het bepalen van de aanbestedingsstrategie.
1
\ 2.
Programma van Eisen
2.1
Participatie
synarchís
Net als bij de in 2021 door Synarchis uitgevoerde 'second opinion'1 zijn diverse belanghebbenden nadrukkelijk bij dit onderzoek betrokken. Daarbij gaat het allereerst om de verenigingen, die in het huidige zwembad zwemwater huren. Het betreft: ^
BZC Dolfijnen;
^
Reumapatiëntenvereniging Nijmegen en omstreken; Cadans; OSV Maldive '87;
^ de Oost Nederlandse Duikers. Samen met een vertegenwoordiging van de vrouwen met een migratieachtergrond die zwemlessen in De Plons volgen, zijn deze verenigingen aan het begin van het traject tijdens een bijeenkomst over dit onderzoek geïnformeerd. Daarnaast is met hen uitgebreid gesproken over het in hoofdstuk 1 vermelde basisscenario en de mogelijke plusopties. Ten behoeve van de bijeenkomst hebben zij tevens een enquête ingevuld, waarin onder andere is ingegaan op de ontwikkeling van het ledenaantal, het huidige en verwachte toekomstige gebruik, alsmede de noodzakelijkheid en wenselijkheid van bepaalde faciliteiten in het nieuwe zwembad. Aan het begin van het onderzoek is ook met Stichting Sportraad Beuningen gesproken. Naast het basisscenario en de nood zaak en wenselijkheid van de mogelijke plusopties is op de beoogde locatie van het nieuwe zwembad ingegaan, mede in relatie tot eventuele verdere ontwikkelingen in dat gebied. Tevens heeft bij aanvang van het onderzoek een gesprek met de huidige exploitant van De Plons plaatsgevonden. Mede op basis van zijn jarenlange ervaring met de georganiseerde en ongeorganiseerde zwembadbezoekers in Beuningen heeft hij zijn visie op het nieuwe zwembad gegeven. Daarbij ging het wederom zowel om het basisscenario, als om de verschillende plusopties.
Later in het traject is het concept van het PvE aan de belanghebbenden gepresenteerd en met ze besproken. Datzelfde is met het concept van deze rapportage gebeurd. De reacties van de belanghebbenden zijn onder meer gebruikt om het PvE en de rapportage te versterken. Daarnaast is hun feedback meer specifiek gebruikt om een zo nauwkeurig mogelijke raming van de maatschappelijke en financiële aspecten van het basisscenario en de diverse plusopties te maken. Hierop wordt in hoofdstuk 5 nader ingegaan.
2.2
Basisscenario
Bijlage 1 bevat het PvE voor het basisscenario, dat bestaat uit: ^ een wedstrijdbassin van 25 x 10,4 meter (vier banen) met een maximale diepte van 2,50 meter; ^ een instructiebassin van 12 x 10 meter met een aflopende bodem tot maximaal 1,35 meter; een whirlpool. In het PvE wordt ingegaan op: de basiseisen voor het nieuwe zwembad op het gebied van wet- en regelgeving en overige voorschriften, toegankelijkheid, duurzaamheid en klimaat en ruimtelijke uitgangspunten; ^ de ruimtestaat; het ruimtelijk programma; ^ de technische eisen.
1 Zie het rapport 'Second opinion en advies zwembadcasus’, 7 juli 2021.
2
\ 2.3
synarchís
Plusopties
Op basis van de gesprekken met de belanghebbenden en de gemeente zijn voor de plusopties de volgende uitgangspunten gehanteerd: ^ een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin: dit betekent een verbreding van het wedstrijdbassin van 10,4 naar 12,9 meter; ^ een maximale diepte van 3,00 meter in het wedstrijdbassin in plaats van 2,50 meter: dit houdt niet in dat het complete bassin 3,00 meter diep moet zijn, maar dat geldt wel voor het diepste gedeelte; ^ een beweegbare bodem in het wedstrijdbassin: het betreft een gedeeltelijk beweegbare bodem van 12,5 x 10,4 meter, die op een diepte van 0,00 tot 2,00 meter kan worden ingesteld; een beweegbare bodem in het instructiebassin: het betreft een volledig beweegbare bodem van 12 x 10 meter, die op een diepte van 0,00 tot 2,00 meter kan worden ingesteld. Dit betekent dus ook, dat het instructiebassin aanmerkelijk dieper wordt dan in het basisscenario; een glijbaan: het betreft een eenvoudige tube-glijbaan met een lengte van 30 meter en een eigen skim-out; ^ een sauna: de ruimte is in totaal 25 m2 groot en bestaat uit een cabine, een dompelbad en een kleedkamer; ^ een buitenbad met ligweide: het betreft een verwarmd buitenbad van circa 300 m2 met ronde vormen en een ondiepe tot 'middendiepe' bodem, een ligweide van circa 400 m2, een uitgiftepunt van de horeca en een badmeesterspost.
3
\ 3.
synarchís
Duurzaamheid
De gemeente stelt vanuit haar eigen beleid eisen ten aanzien van duurzaamheid. In het PvE is dit beleid vertaald naar basis eisen ten aanzien van de duurzaamheid. Deze basiseisen hebben betrekking op de volgende duurzaamheidthema's: energiebesparing; ^ ^
klimaatadaptatie; biodiversiteit; circulariteit.
In de komende periode worden deze eisen in overleg met de gemeente verder uitgewerkt. Hierbij zal tevens de mogelijkheid voor het verzwaren van de eisen worden onderzocht. Hierbij kan worden gedacht aan het verder reduceren van het energie verbruik. In het PvE wordt uitgegaan van een bijna energieneutraal gebouw (BENG). Vooralsnog wordt er niet voor gekozen om van een energie neutraal gebouw (ENG) uit te gaan. Vanwege de grote energievraag voor het verwarmen van het zwembad is het namelijk niet mogelijk om de gevraagde energie volledig op locatie op te wekken. Bovendien bestaan er binnen de gemeente plannen voor de realisatie van een warmtenet. Met behulp van dit warmtenet kan wel aan de energievraag worden voldaan. Hiermee is het opwekken van warmte/energie op locatie niet langer nodig. Het gebouw kan zo nodig te zijner tijd eenvoudig op het warmtenet worden aangesloten. Tevens zijn in het gebouw een ontvangst- en distributieruimte voor het warmtenet opgenomen. Naast de duurzaamheidseisen in het PvE is duurzaamheid een belangrijk thema in de aanbestedingsprocedure (zie ook hoofd stuk 7). Aanbieders worden namelijk uitgedaagd om een zwembad te ontwerpen, waarbij - binnen het financiële kader - maxi maal invulling aan de duurzaamheidthema's wordt gegeven. Het gunningscriterium 'duurzaamheid' zal daarom ook zwaar meewegen bij de gunning van het project.
4
\ 4.
synarchís
Investeringskosten
Bijlage 2 bevat de investeringskostenraming voor het basisscenario. Bij het opstellen van de raming zijn de volgende uitgangs punten gehanteerd: alle bedragen zijn exclusief btw, tenzij anders is weergegeven; ^ de raming bevat geen grondkosten en bijbehorende rentekosten, aangezien de grond reeds eigendom van de gemeente is; de raming is inclusief prijsstijgingen tot en met de aanbesteding, tot de start van de bouw en tijdens de bouw. Mits er geen vertraging in het proces optreedt, zou het nieuwe zwembad derhalve voor het geraamde bedragen moeten kunnen worden gerealiseerd; in de raming is een opslag voor de huidige marktomstandigheden ('marktwerking') opgenomen; ^
in de raming is met het oog op de volatiliteit van de markt een flinke post ^nvoorzien' opgenomen;
^
in de raming is van het in hoofdstuk 3 vermelde duurzaamheidsniveau (BENG) uitgegaan.
Bijlage 3 toont de meerkosten van elk van de verschillende plusopties. Het gaat dus om de extra investeringskosten boven op de investeringskosten van het basisscenario. De bedragen zijn wederom exclusief btw weergegeven.
5
\ 5.
Exploitatie
5.1
Exploitatievorm
synarchís
Een van de vragen die voor het nieuwe zwembad met betrekking tot de exploitatie moet worden beantwoord luidt: wie moet het nieuwe zwembad gaan exploiteren? Er dient derhalve een keuze te worden gemaakt ten aanzien van de toekomstige exploitatievorm. In de huidige situatie wordt De Plons door een marktpartij (Zwembad De Plons BV) geëxploiteerd, maar voor het nieuwe zwembad kan desgewenst een andere keuze worden gemaakt.
5.1.1
Gangbare exploitatievormen
Een keuze voor een exploitatievorm betekent het beantwoorden van de vraag: wat voor type partij moet het zwembad exploi teren? Het gaat dus niet over het eigendom van de accommodatie. In de meeste gemeenten zijn zwembaden als De Plons en het beoogde nieuwe zwembad eigendom van de gemeente. Dat is voor het nieuwe zwembad ook het uitgangspunt, omdat de gemeente daarmee grip houdt op (het onderhoud van) een accommodatie waaraan ze sowieso structureel moet bijdragen. Voor de exploitatie van gemeentelijk sportvastgoed kan een aantal gangbare exploitatievormen worden onderscheiden. Bijlage 4 bevat een omschrijving van deze vormen. Het betreft:2 ^ gemeentelijk beheer; interne verzelfstandiging; ^ externe verzelfstandiging in de vorm van een overheidsbedrijf; ^
privatisering/uitbesteding aan een landelijke of lokale (commerciële) marktpartij.
5.1.2
Kenmerken exploitatievormen
In bijlage 5 worden de verschillende exploitatievormen aan de hand van een aantal kenmerken met elkaar vergeleken. Daarbij wordt binnen de vorm van privatisering onderscheid gemaakt tussen een landelijke marktpartij en een lokale ondernemer. Dat gebeurt niet omdat er een keuze tussen beide vormen bestaat, maar omdat ze op een aantal punten van elkaar verschillen. Op basis van de kenmerken kunnen de verschillen tussen de exploitatievormen als volgt worden samengevat: ^ gemeentelijk beheer zorgt voor maximale gemeentelijke invloed op de bedrijfsvoering en waarborging van de maatschap pelijke functies. Ook loopt de gemeente nauwelijks risico's wat betreft de continuïteit. Daarentegen biedt deze exploitatie vorm minder goede condities qua financiële exploitatie, kennis en expertise, organisatorische consequenties, personele aspecten, financiële risico's en aansprakelijkheid; interne verzelfstandiging is grotendeels vergelijkbaar met gemeentelijk beheer, zij het dat er van een wat scherpere finan ciële exploitatie sprake kan zijn; ^ externe verzelfstandiging scoort relatief stabiel op alle aspecten en biedt daarmee meer dan de andere exploitatievormen de mogelijkheid van een evenwicht tussen de diverse relevante kenmerken. De exploitant heeft meer vrijheid dan een gemeentelijke organisatie, maar het winstoogmerk is veel minder dominant aanwezig dan bij privatisering; ^
privatisering aan een landelijke marktpartij zorgt voor meer mogelijkheden voor een scherpere financiële exploitatie dan de andere exploitatievormen. Ook qua kennis en expertise, personele aspecten en fiscale aspecten doet deze exploitatievorm het beter. Daarentegen is de waarborging van de maatschappelijke functies lastiger, doordat de gemeente minder directe invloed op de bedrijfsvoering kan uitoefenen en het winstoogmerk een sterkere rol speelt; privatisering aan een lokale ondernemer is erg persoonsgebonden. Daardoor is de kwetsbaarheid groter dan bij een lande lijke marktpartij. Met dit voorbehoud in het achterhoofd is deze exploitatievorm echter op veel punten vrij goed vergelijkbaar met privatisering aan een landelijke marktpartij.
De volgende tabel geeft de verschillende kenmerken in relatie tot de exploitatievormen weer. Daarbij vormen de plussen en minnen geen waardeoordeel, maar een visuele vertaling van de tekst in deze notitie. Ook is het niet zo dat de tabel voor alle specifieke lokale situatie van toepassing is. Zij geeft het algemene, landelijke beeld weer.
2 Daarnaast kan een gemeente voor volledige afstoting kiezen, waarbij zij geen exploitant en eigenaar van de accommodatie is, geen enkele invloed op en bemoeienis met de exploitatie meer heeft, geen financiële bijdrage levert en de maatschappelijke functies dus geheel aan het private initiatief overlaat. Aangezien het nieuwe zwembad - net als soortgelijke zwembaden in den lande - op die wijze niet kan worden geëxploiteerd, wordt hier verder niet op ingegaan.
6
synarchís
\ gemeentelijke invloed waarborging maatschappelijke functies financiële exploitatie kennis en expertise organisatorische consequenties personele aspecten continuïteit financiële risico's gemeente aansprakelijkheid gemeente fiscale aspecten
gemeentelijk beheer
interne verzelfstandiging
externe verzelfstandiging
++ ++ 0 ++ -0
++ ++ 0 0 ++ -0
0 + + + + + + 0 0 0
privatisering lokale ondernemer 0 + + + + + + +
privatisering landelijke marktpartij 0 ++ ++ + ++ 0 + + +
tabel 5.1: samenvatting kenmerken exploitatievormen
Overigens is het belangrijk om te benadrukken, dat een exploitatievorm op zichzelf niet tot een goede of slechte exploitatie leidt. De exploitatievorm bepaalt namelijk 'slechts' de context waarbinnen en omstandigheden waaronder sportaccommodaties worden geëxploiteerd. Zo bieden externe verzelfstandiging en privatisering bijvoorbeeld gunstigere condities voor een financi eel efficiënte exploitatie dan gemeentelijk beheer en interne verzelfstandiging. In hoeverre die gunstigere omstandigheden in de praktijk daadwerkelijk worden benut, is echter sterk afhankelijk van de kwaliteit van het lokale management. Ook de door de gemeente gestelde randvoorwaarden ten aanzien van de exploitatie spelen hierbij een rol. Er bestaan dan ook wel degelijk voorbeelden van gemeentelijke exploitaties die financieel zeer scherp draaien en van exploi taties door marktpartijen waarbij het maatschappelijk rendement goed tot zijn recht komt. Dat laat onverlet dat de gekozen exploitatievorm sterk richting geeft aan de context waarbinnen wordt geëxploiteerd. De specifieke, lokale keuze voor een be paalde exploitatievorm kan daar echter niet uitsluitend op worden gebaseerd. Die is namelijk ook afhankelijk van wat een gemeente belangrijk vindt en welke randvoorwaarden ze hanteert.
5.1.3
Afweging en keuze
Een keuze voor een bepaalde exploitatievorm is niet een kwestie van simpelweg alle voor- en nadelen van de exploitatievormen bij elkaar ‘optellen’ en het resultaat onderaan de streep vergelijken. Het gaat er namelijk vooral om wat een gemeente belangrijk vindt. Hecht zij veel waarde aan een sterke invloed op de dagelijkse gang van zaken in de accommodatie, dan leidt dat bijvoor beeld tot een andere keuze dan wanneer de financiële exploitatie van primair belang wordt geacht. Er is dus geen ‘beste’ exploitatievorm, maar wel een voor deze gemeente ‘best passende’ exploitatievorm. Daarnaast wordt herhaald dat een bepaalde exploitatievorm op zichzelf niet tot een goede of slechte exploitatie leidt, maar slechts de context bepaalt waarbinnen sportaccommodaties worden geëxploiteerd. Dat betekent dat er tussen gemeenten grote verschillen kunnen bestaan wat betreft de ervaringen met een bepaalde exploitatievorm. Die ervaringen zijn van belang voor de keuze voor een exploitatievorm, net als de randvoorwaarden die de gemeente ten aanzien van de exploitatie stelt. De gemeente Beuningen hecht er niet aan om zeer grote invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering van de exploitant te kunnen uitoefenen.
Ook vindt zij het niet haar taak/rol om zelf een zwembad te exploiteren, te meer daar zij daar niet de voor de exploitatie van zwembaden benodigde specifieke kennis en expertise voor in huis heeft. Tevens hecht zij sterk aan een efficiente en effectieve financiële exploitatie en wil zij op het gebied van organisatie en personeel zo weinig mogelijk ingrijpende wijzigingen doorvoeren. Om deze reden vallen gemeentelijk beheer en interne verzelfstandiging als mogelijke exploitatievor men af. Om als gemeentelijk sportbedrijf effectief en efficiënt te kunnen functioneren is meer nodig dan alleen een zwembad, omdat dat qua volume te gering is. Vooralsnog zijn er geen gedachten om de exploitatie van alle sportaccommodaties bij één partij onder te brengen. Daarnaast acht de gemeente het ook bij privatisering goed mogelijk om via het contract de maatschappelijke functies te waarborgen en zou een gemeentelijk sportbedrijf de benodigde kennis en expertise toch bij een landelijke marktpartij of een gemeentelijk sportbedrijf uit een andere gemeente moeten inhuren. Ook qua financiële risico’s en aansprakelijkheidskwesties past privatisering beter bij wat de gemeente belangrijk vindt.
7
\
synarchís
Alles afwegende past datgene wat de gemeente belangrijk vindt het beste bij privatisering. Het nieuwe zwembad wordt dan dus door een commerciële marktpartij geëxploiteerd. Hiervoor dient een aanbesteding te worden gehouden, waaraan in prin cipe zowel landelijke, als regionale/lokale partijen kunnen deelnemen.
5.2
Input belanghebbenden
5.2.1
Georganiseerde gebruikers
De verenigingen en de vrouwen met een migratieachtergrond die zwemlessen volgen, gebruiken het huidige zwembad in totaal gedurende circa 20 uur per week. Al deze georganiseerde gebruikers verwachten voor de toekomst een toename van het aantal leden/deelnemers, mits daarvoor de benodigde zwemwatercapaciteit en zwemuren beschikbaar zijn. Met het oog op de demografische prognose (zie paragraaf 5.3) is een stijging mogelijk, zij het dat op basis daarvan niet direct op een substantiële toename van het aantal leden en het aantal uren moet worden gerekend. Wat betreft het voorzieningenaanbod van een nieuw zwembad geldt voor het basisscenario het volgende: wedstrijdbassin: een dergelijk bassin van 25 meter met vier banen is voor vrijwel alle georganiseerde gebruikers noodza kelijk voor het uitvoeren van hun activiteiten. Behalve de Reumapatiëntenvereniging gebruiken alle partijen het huidige 25meterbad. De drie verenigingen die zich met duiken, onderwatersport en/of synchroonzwemmen bezighouden, geven aan dat de maximale diepte van 2,50 meter in het basisscenario eigenlijk niet diep genoeg is voor een optimale uitvoering van hun activiteiten; ^
instructiebassin: dit bassin wordt in de huidige situatie door alle partijen gebruikt en is wat hen betreft ook een noodzakelijke voorziening voor een nieuw zwembad. In dat bassin vinden namelijk activiteiten plaats, die ondieper water en/of een hogere watertemperatuur vragen dan in een wedstrijdbassin aanwezig zijn. Wat dat betreft geven zij aan, dat de aanwezigheid van een instructiebassin belangrijker is dan van een vijfde baan in het wedstrijdbassin; whirlpool: de Reumapatiëntenvereniging beschouwt dit als een noodzakelijke voorziening, omdat dit voor haar leden een duidelijke meerwaarde biedt. Voor de overige partijen gaat het om een wenselijke, maar niet noodzakelijke voorziening.
Ten aanzien van de verschillende plusopties is het beeld als volgt: ^ een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin: hoewel geen van de georganiseerde gebruikers deze optie als 'noodzakelijk' beschouwt, zijn er verschillende verenigingen waarvoor een breder wedstrijdbassin een meerwaarde biedt. Voor BZC Dol fijnen zorgt het voor meer capaciteit bij trainingen, waardoor het aantal deelnemers per uur kan worden uitgebreid. Daar naast wordt het bad geschikt voor waterpolowedstrijden, zij het alleen lokale wedstrijden die door en voor de lokale vereniging worden georganiseerd. Voor het niveau waarop zwemwedstrijden in het bad mogen worden georganiseerd, maakt een vijfde baan geen verschil. Zowel bij vier als bij vijf banen mogen in het bad namelijk lokale wedstrijden (door en voor de lokale vereniging) worden georganiseerd.3 OSV Maldive '87 geeft aan dat een bassin met vier banen net wat aan de krappe kant is voor haar activiteiten. Iets soortgelijks geldt voor Cadans, dat meer ruimte voor de oefeningen krijgt. Voor de activiteiten van de overige partijen is er niet direct een meerwaarde; ^ een maximale diepte van het wedstrijdbassin van 3,00 meter in plaats van 2,50 meter: zoals zojuist al is aangegeven, is dit voor OSV Maldive '87, Cadans en de Oost Nederlandse Duikers een grote wens, omdat zij daarmee hun activiteiten beter kunnen uitvoeren.
Voor de duik- en onderwatersport geldt namelijk, dat zwemmers boven en onder elkaar langs zwemmen en voor sommige oefeningen en lessen is een diepte van 3,00 meter nodig. Dat laatste geldt ook voor Cadans; ^ een beweegbare bodem in het wedstrijdbassin: dit heeft voor geen van de activiteiten van de partijen een meerwaarde; een beweegbare bodem in het instructiebassin: voor de partijen is van belang, dat er ondieper en warmer water dan in het wedstrijdbassin aanwezig is. Dat kan door middel van een aflopende bodem, maar ook door middel van een beweegbare bodem. In die zin vormt een beweegbare bodem voor hen geen directe meerwaarde; een glijbaan: dit heeft voor geen van de activiteiten van de georganiseerde gebruikers een meerwaarde; ^ een sauna: van de georganiseerde gebruikers heeft deze voorziening alleen voor de leden van de Reumapatiëntenvereni ging een duidelijke meerwaarde. De overige partijen vinden het een fijne, maar geen noodzakelijke toevoeging; een buitenbad met ligweide: dit heeft voor geen van de activiteiten van de georganiseerde gebruikers een meerwaarde.
3 Voor regionale zwemwedstrijden zou een zesde baan nodig zijn. Datzelfde geldt overigens met betrekking tot waterpolowedstrijden.
8
\
synarchís
De georganiseerde gebruikers hebben voorts nog enkele aandachtspunten en wensen benoemd, zoals de aanwezigheid van een horecavoorziening, voldoende bergruimte, voldoende toiletten, een vergader- en lesruimte en een tillift, alsmede de logis tieke indeling (routing) van het bad en de zichtlijnen in het bad.
5.2.2
Stichting Sportraad Beuningen
De Sportraad ziet het basisscenario precies zoals de term doet vermoeden: als de basis voor een nieuw zwembad. Mede in het licht van de nabijheid van tal van - deels grootschaligere - zwembaden, pleit zij voor een functioneel voorzieningenaanbod zonder al te veel 'toeters en bellen'. Zij is dan ook voorstander van de plusopties, voor zover die een functionele toevoeging betekenen. Daarbij gaat het in haar ogen om: ^ een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin: dit vergroot de gebruiksmogelijkheden voor de georganiseerde gebruikers en voor de activiteiten van de exploitant. Mede gezien de woningbouwplannen in de gemeente zorgt een vijfde baan voor een toekomstbestendiger zwembad, dat bovendien geschikt wordt voor zwem- en waterpolowedstrijden; ^ een beweegbare bodem in het wedstrijdbassin: dit vergroot de gebruiksmogelijkheden voor de exploitant; een beweegbare bodem in het instructiebassin: dit vergroot de gebruiksmogelijkheden voor de exploitant. Tegen de overige plusopties kijkt de Sportraad wat anders aan: een maximale diepte van het wedstrijdbassin van 3,00 meter in plaats van 2,50 meter: hoewel de Sportraad de wens van een aantal verenigingen begrijpt, merkt zij ook op dat het niet noodzakelijk is voor de betreffende activiteiten en mogelijk ook een relatief kostbare wijziging kan zijn; een glijbaan: dit vormt geen noodzakelijke, maar wel een wenselijke voorziening.
Daarbij hoeft het niet om een grootschalige glijbaan te zijn, maar op een kleinschalig model dat op kinderen tot hooguit 10 jaar is gericht; ^ een sauna: de Sportraad ziet de meerwaarde van deze voorziening voor de Reumapatiëntenvereniging en senioren, maar verder nauwelijks. Daarbij geeft zij aan dat er voldoende wellnessvoorzieningen in de omgeving aanwezig zijn; ^ een buitenbad met ligweide: deze voorziening is volgens de Sportraad onnodig, mede gezien het aanbod van openlucht zwemwater in de omgeving. Bovendien gaat het om een aanzienlijk ruimtebeslag en een relatief dure voorziening, die slechts circa drie maanden per jaar is geopend. Tot slot geeft de Sportraad aan, dat bij de nieuwbouw van een zwembad aan de Ooigraaf ook goed rekening dient te worden gehouden met de ontwikkelingen in en mogelijkheden van het totale gebied. Wat dat betreft gaat het om meer dan alleen een zwembad.
5.2.3
Huidige exploitant De Plons
De huidige exploitant van De Plons is een groot voorstander van het basisscenario, omdat daarin van twee bassins (met elk een verschillende diepte en watertemperatuur) wordt uitgegaan. Hoewel een whirlpool volgens hem geen noodzakelijke voor ziening is, biedt het wel een meerwaarde. Zijn visie op de verschillende plusopties is als volgt: een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin: een groter wedstrijdbassin is op zich prettig, maar niet noodzakelijk, ook niet met het oog op de verwachte bevolkingsgroei; ^ een maximale diepte van het wedstrijdbassin van 3,00 meter in plaats van 2,50 meter: dit is nodig voor de duik-, onderwa tersport- en synchroonzwemverenigingen en vormt een duidelijke toegevoegde waarde ten opzichte van veel andere zwem baden in de regio; ^ een beweegbare bodem in het wedstrijdbassin: dit is niet nodig voor de gebruikers en de exploitatie; een beweegbare bodem in het instructiebassin: dit is niet noodzakelijk, maar wel wenselijk ten behoeve van meer flexibiliteit in de programmering en daarmee de exploitatie; ^ een glijbaan: een kleinschalige glijbaan voor een deel van de basisschooljeugd vormt een goede toevoeging voor het re creatief zwemmen.
Bovendien kan de glijbaan ook bij de zwemlessen worden gebruikt; ^ een sauna: dit vormt vooral een aardige toevoeging voor een deel van de bezoekers, maar is geen noodzakelijke voorzie ning; een buitenbad met ligweide: deze voorziening is niet nodig, want er is voldoende aanbod in de omgeving. Tot slot benadrukt de huidige exploitant het belang van voldoende kantoorruimte en bergruimte in een nieuw zwembad.
9
\ 5.3
synarchís
Huidige situatie en ontwikkelingen omgeving
Het te verwachten bezoek van een nieuw zwembad kan mede aan de hand van het huidige bezoek en diverse trends en ontwikkelingen worden geraamd. Hierop is in het onderzoek van Drijver en Partners4 reeds ingegaan. Volgens de exploitant zijn de in dat onderzoek gepresenteerde bezoekcijfers zich - behoudens gedurende de Covid-19 tijd - niet noemenswaardig veranderd. Er doen zich echter wel veranderingen in de omgeving.
5.3.1
Demografische ontwikkelingen
De demografische prognose in het rapport van Drijver en Partners gaat er nog vanuit, dat het aantal inwoners van de gemeente Beuningen in de komende 20 jaar tussen 26.000 en 26.600 schommelt. De gemeente heeft echter een woningbouwambitie. Een beperkt deel daarvan is al zeker. Vandaar dat er momenteel twee scenario's voor de bevolkingsprognose worden gehan teerd: scenario 1 waarin de vrij zekere woningbouwplannen zijn verwerkt en scenario 2 waarin de totale woningbouwambitie is verwerkt (zie bijlage 6). In het eerste scenario neemt het aantal inwoners eerst licht toe om vervolgens weer te dalen naar het vrijwel hetzelfde aantal als in 2022. In het tweede scenario is daarentegen sprake van een gestage groei naar circa 30.000 inwoners in 2042. Dat scheelt circa 4.000 inwoners ten opzichte van scenario 1. In beide scenario's neemt het aantal inwoners van Ewijk het meeste toe. Met het oog op de woningbouwplannen in die kern is dat niet vreemd. Omdat het nog onzeker is in hoeverre scenario 2 kan worden gerealiseerd, wordt in dit hoofdstuk veiligheidshalve uitgegaan van een groei die gelijk is aan het gemiddelde van beide scenario's. Het gaat derhalve om een toename met circa 2.000 inwoners in de komende 20 jaar. Voor de exploitatiebegroting en de verhouding tussen vraag (bezoek) en aanbod (zwemwater) maakt de exacte groei weinig uit.
Hoewel het in procentuele zin wellicht om flinke verschillen gaat, is dat in absolute zin namelijk niet het geval. Anders verwoord: ook bij 30.000 inwoners biedt het basisscenario voldoende zwemwater voor het bezoek.
5.3.2
Concurrentie
In omliggende gemeenten zijn recent concrete besluiten over de toekomst van de zwembaden genomen. Ten eerste wordt naar verwachting eind 2026 in Nijmegen een nieuw zwembad geopend. Gelijktijdig worden zwembad Dukenburg en Sportfondsenbad Nijmegen-West gesloten. De beoogde locatie voor het nieuwe zwembad is het Winkelsteeg-gebied, dat in de komende jaren wordt ontwikkeld. Voor potentiële zwemmers uit Weurt betekent dat een iets grotere reisafstand, die vergelijkbaar is met de afstand tot de locatie van het nieuwe zwembad in Beuningen. In de huidige situatie is het Sportfondsenbad Nijmegen-West vanuit Weurt echter ook ongeveer even ver als De Plons. Wat dat betreft is er geen groot verschil tussen de huidige en toe komstige situatie, te meer daar de afstanden nog altijd beperkt zijn. Het nieuwe Nijmeegse zwembad biedt een overdekt zwemwateroppervlak, dat vergelijkbaar is met dat in de twee baden die het zal vervangen. Ook zal er wederom een 50-meter wedstrijdbassin aanwezig zijn, dat wat groter is dan het bestaande 50meterbad. Daar staat tegenover, dat het aantal doelgroepenVinstructiebassins afneemt. Ook komt het huidige buitenbad van het Sportfondsenbad Nijmegen-West niet meer terug in de nieuwbouw. Deze veranderingen zorgen er niet voor, dat de aantrekkingskracht van de Nijmeegse zwembaden op de huidige verenigingen in De Plons en de inwoners van Beuningen toeneemt.
De kans op extra bezoek van het nieuwe bad in Beuningen ten gevolge van de veranderingen in Nijmegen is echter ook beperkt, want wat er in Nijmegen ‘verdwijnt' komt in Beuningen niet terug (tenzij de plusoptie van het buitenbad wordt toegevoegd). Ten tweede wordt naar verwachting eind 2023 een nieuw zwembad (met sporthal) in Druten geopend. Gelijktijdig wordt de huidige accommodatie gesloten. Het nieuwe zwembad is iets groter dan het huidige, maar is qua configuratie vergelijkbaar: het 25-meter wedstrijdbassin wordt verbreed van 10 meter (vier banen) naar 12,9 meter (vijf banen); ^
het doelgroepenbassin meet niet langer 13 x 7 meter, maar 12 x 7 meter en krijgt een volledig beweegbare bodem in plaats van een aflopende bodem; de glijbaan, de whirlpool en het peuterbad worden licht aangepast.
Deze wijzigingen in Druten hebben niet of nauwelijks invloed op het bezoek van een nieuw zwembad in Beuningen. 4 Zie het rapport ‘Zwemmen in Beuningen', 17 september 2020.
10
synarchís
\
Ten derde wordt er in Elst een nieuw zwembad gebouwd, dat eind 2025 wordt geopend en het bestaande bad vervangt. Het zwemwateraanbod wordt daarmee vergroot: het 25-meter wedstrijdbassin wordt verbreed van 10 meter (vier banen) naar 15,4 meter (zes banen) en krijgt een tribune; ^
het doelgroepenbassin wordt vergroot van 100 m2 naar 150 m2 en krijgt een volledig beweegbare bodem in plaats van een aflopende bodem; het nieuwe bad krijgt een peuterbad van 40 m2.
Hoewel het zwemwateraanbod wordt vergroot, heeft dit door de relatief grote afstand tussen Beuningen en Elst niet of nauwe lijks gevolgen voor het bezoek van een nieuw zwembad in Beuningen. Tot slot heeft de gemeente Wijchen besloten om zwembad De Meerval te renoveren en moderniseren. Wat betreft het voor zieningenaanbod gaat het vooral om functionele verbeteringen, zoals een grotere horeca, meer zwemruimte voor peuters en een tribune bij het wedstrijdbassin. Dit zijn geen wijzigingen die consequenties hebben voor het bezoek van een nieuw zwem bad in Beuningen. In diverse gemeenten in de regio wordt nu en dan over de toekomst van de zwembaden gesproken, maar voor zover bekend zijn verder nergens concrete besluiten genomen, die van belang zijn voor een nieuw zwembad in Beuningen.
5.4
Exploitatieopzet basisscenario
5.4.1
Bezoek en gebruik
Op basis van de input van de belanghebbenden (zie paragraaf 5.2), de huidige situatie en de ontwikkelingen in de omgeving (zie paragraaf 5.3) en het voorzieningenaanbod van het nieuwe zwembad is het aantal bezoeken c.q. het gebruik in het basis scenario in de volgende tabel voor de eerste vijf jaar geraamd. Er is voor meerdere jaren gekozen, omdat de ervaring leert dat het enkele jaren duurt voordat een nieuw zwembad haar 'plek' heeft gevonden. Na vijf jaar wordt geen grote verandering van het bezoek meer verwacht.
bezoek basisscenario
jaar 1
jaar 2
jaar 3
jaar 4
jaar 5
recreatief zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur
12.000 39.000 8.000 15.000
12.000 40.000 8.000 15.000
12.000 40.000 8.000 15.000
13.000 41.000 8.000 16.000
13.000 41.000 8.000 16.000
totaal
74.000
75.000
75.000
78.000
78.000
tabel 5.2: bezoekraming basisscenario
Hiermee ligt de bezetting (het gemiddelde aantal bezoeken per vierkante meter zwemwater per jaar) rond de 200. Op basis van benchmarkcijfers van soortgelijke zwembaden kan dit als een redelijke bezetting worden beoordeeld. Dit betekent dat er ruimte is voor extra bezoek, bijvoorbeeld voor het geval dat Beuningen toch 30.000 inwoners krijgt (zie 5.3.1).
5.4.2
Activiteitenaanbod en openstelling
In het nieuwe zwembad komen op hoofdlijnen dezelfde soorten activiteiten terug als in het huidige zwembad. Dat betekent diverse vormen van recreatief zwemmen (zoals vrij zwemmen en banen zwemmen), les zwemmen (voor kinderen en voor volwassenen), doelgroepactiviteiten (zoals aquasporten en baby-Zpeuterzwemmen) en verenigingsactiviteiten. Het is gebruikelijk om als gemeente niet exact aan de exploitant voor te schrijven hoe het openstellingsrooster eruit moet zien. Meestal wordt wel het rooster van de verenigingen verplicht meegegeven, maar worden er ten aanzien van de overige activi teiten vooral kaders bepaald, waarbinnen de exploitant de vrijheid heeft om het aanbod optimaal op de behoefte af te stemmen. In de praktijk zal het openstellingsrooster daarmee vergelijkbaar zijn met dat van het huidige bad. Daarbij geldt dat de toename van het bezoek ook een uitbreiding van het aantal uren met zich kan meebrengen.
11
\ 5.4.3
synarchís
Tarievenstructuur
Met het oog op het voorzieningenaanbod is het passend om van de hoogte van de huidige tarieven van De Plons uit te gaan. Het is gebruikelijk dat de gemeente de tarieven van de verenigingsactiviteiten vaststelt en daarnaast enige ruimte geeft om de tarieven van de overige activiteiten door de exploitant te laten bepalen. Hier kunnen nadere keuzes in worden gemaakt. De precieze tarievenstructuur - wordt er gebruikgemaakt van 10- of 12-badenkaarten, maandkaarten en/of abonnementen - is aan de exploitant. Die heeft daarmee de mogelijkheid om die structuur zo goed mogelijk op de behoefte af te stemmen.
5.4.4
Personele formatie
Op basis van de openstelling en de bij een zwembad als in het basisscenario horende personele inzet is per functie het aantal benodigde fte's berekend (zie de volgende tabel). Daarbij gelden als uitgangspunten een efficiënte openstelling, gedeeltelijke sleutelverhuur, een gecombineerde inzet in de horeca en de receptie, eigen inzet voor schoonmaak en exploitatie van de horeca door de exploitant van het zwembad. Uiteraard kan de exploitant zelf besluiten om bepaalde taken anders te verdelen, mede aan de hand van de functies van het personeel van het huidige zwembad, voor zover dat op basis van 'overgang van onderneming' door de exploitant van het nieuwe zwembad dient te worden overgenomen.
functie
fte's
locatiemanager hoofd zwemzaken toezicht instructie administratie receptie/horeca TD schoonmaak
0,50 0,75 0,76 2,35 0,40 1,68 0,75 0,98
totaal
8,17
tabel 5.3: personele formatie
5.5
Exploitatiebegroting basisscenario
Zoals in 5.4.1 is aangegeven, kan het enkele jaren duren voordat een nieuw zwembad haar plek heeft gevonden. Vandaar dat bijlage 7 de begroting voor de eerste vijf jaar van de exploitatie bevat, waarvan de volgende tabel een korte samenvatting geeft. basisscenario totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten
jaar 1 616.100 722.300
jaar 2 627.900 716.700
jaar 3 627.900 718.700
jaar 4 644.400 733.900
jaar 5 644.400 735.800
exploita tieresulta a t groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
-106.200 125.400 554.100 -785.700
-88.800 125.400 554.100 -768.300
-90.800 125.400 554.100 -770.300
-89.500 125.400 554.100 -769.000
-91.400 125.400 554.100 -770.900
tabel 5.4: totale kosten basisscenario
5.5.1
Algemeen
Bij de raming gelden de volgende algemene uitgangspunten: ^ alle bedragen zijn prijspeil 2022 en exclusief btw, tenzij anders is vermeld; ^ er is sprake van een btw-belaste exploitatie (zie ook paragraaf 5.1).
5.5.2
Exploitatiebaten
Voor de baten gelden de volgende uitgangspunten: ^
het bezoek is conform de raming in paragraaf 5.4;
^ de gemiddelde omzet per bezoek c.q. per uur is op de huidige tarieven van De Plons gebaseerd; ^ de horecaomzet is gebaseerd op een gemiddelde omzet per bezoek, zoals die in soortgelijke zwembaden met een verge lijkbaar horeca-aanbod wordt gerealiseerd. Of de horeca van een nieuw zwembad door de exploitant van het zwembad (de gemeente) of door een externe partij moet worden geëxploiteerd, is een discussie die losstaat van het onderwerp van dit onderzoek. Hier is aangenomen dat de exploitant ook de horeca exploiteert. 12
\ 5.5.3
synarchís
Exploitatielasten
Voor de lasten gelden de volgende uitgangspunten: de personele inzet is zoals in paragraaf 5.4 is weergegeven; ^ de personeelskosten zijn gebaseerd op de gebruikelijke inschaling van de diverse functies conform de cao zwembaden en een gemiddeld periodiek binnen elke schaal;5 de energielasten zijn gebaseerd op de in hoofdstuk 3 vermelde uitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid (BENG); ^ de kosten van dagelijks onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; ^ de verdere lasten zijn op benchmarkcijfers van soortgelijke, nieuwe zwembaden gebaseerd.
5.5.4
Resultaat
Naast het saldo van baten en lasten voor de exploitant (het exploitatieresultaat) zijn er de kosten van groot onderhoud en de kapitaallasten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: de kosten van groot onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd; ^ de kapitaallasten zijn op het gemeentelijke afschrijvingsbeleid gehanteerd, namelijk: > er is sprake van lineaire afschrijving van de investering. Om die reden zijn de gemiddelde jaarlasten weergeven. Bij lineaire afschrijving nemen de jaarlasten immers elk jaar af, waardoor de kosten in het eerste jaar geen goed beeld geven van de lasten gedurende de volledige afschrijvingstermijn; > de rente is 2,50Zo; > de afschrijvingstermijnen van de investering zijn als volgt: -
bouwkundig: 40 jaar;
-
installaties: 20 jaar;
-
inventaris: 10 jaar.
Hierbij moet worden opgemerkt, dat bij het berekenen van alle baten en lasten - ook die van de gemeente - het uitgangspunt is dat er btw-belast kan worden verhuurd en geëxploiteerd, dan wel dat eventuele btw-nadelen kunnen worden gecompenseerd. Zie bijlage 5 voor een nadere toelichting op de fiscale wijzigingen sinds 2019.
5.6
Plusopties
5.6.1
Bezoek en gebruik
In paragraaf 2.3 zijn de verschillende plusopties beschreven. Zij hebben elk invloed op de bezoekcijfers van het zwembad. De volgende tabel toont de bezoekraming per optie, die op dezelfde wijze als bij het basisscenario is opgesteld. bezoek basisscenario recreatief zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
5e baan Wbassin 1.000 1.000 0 3.000 5.000
dieper Wbassin 0 0 0 1.000 1.000
BB W-bassin 0 500 500 0 1.000
BB I-bassin 0 500 1.000 0 1.500
glijbaan 1.000 0 0 0 1.000
sauna 1.000 0 500 800 2.300
buitenbad 10.000 0 0 0 10.000
tabel 5.5: bezoekraming plusopties
Extra baan wedstrijdbassin Een extra (vijfde) baan in het wedstrijdbassin biedt meer mogelijkheden voor banen zwemmen, vrij zwemmen, les zwemmen en vooral verenigingszwemmen. Het bassin beschikt immers over meer capaciteit. Dat maakt het ook eenvoudiger om desge wenst verschillende activiteiten naast elkaar aan te bieden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan banen zwemmen naast les zwemmen, of banen zwemmen naast verenigingszwemmen. Dit maakt het bad aantrekkelijker omdat daarmee vaker bepaalde activiteiten kunnen worden aangeboden, ook al is dat dan bijvoorbeeld in twee van de vijf banen.
5 Er zijn namelijk geen gegevens van de door de exploitant over te nemen medewerkers van de huidige exploitant van De Plons bekend.
13
\
synarchís
Een ander verschil is ook, dat een vijfde baan het bad geschikt maakt voor lokale waterpolowedstrijden, die door en voor een lokale vereniging worden georganiseerd. Het maakt het bad niet geschikt voor regionale waterpolo- en regionale zwemwed strijden. Daarvoor is namelijk een C-accommodatie nodig en dat betekent onder andere dat het wedstrijdbassin zes banen moet hebben, waarmee veel overcapaciteit zou ontstaan. Ook met een extra vijfde baan is het wedstrijdbassin dus een Daccommodatie.
Maximale diepte wedstrijdbassin 3,00 meter Deze optie biedt vooral meer mogelijkheden voor de duik-, onderwatersport- en synchroonzwemverenigingen. Desondanks leidt het naar verwachting slechts tot een beperkte bezoektoename. Het zorgt er namelijk vooral voor, dat de betreffende verenigingen hun activiteiten beter kunnen uitvoeren. Anders gesteld: het betekent voor hen vooral een verbetering van de gebruiksmogelijkheden. Voor de overige gebruikers biedt deze optie geen meerwaarde.
Beweegbare bodem wedstrijdbassin Een gedeeltelijk beweegbare bodem in het wedstrijdbassin vergroot de gebruikersmogelijkheden van dat bassin voor de ex ploitant. Er kan immers ook ondiep water in worden gecreëerd. Daardoor kan de exploitant de activiteiten flexibeler program meren en ontstaan er meer mogelijkheden voor de begingroepen van de zwemlessen en aquasporten.
Beweegbare bodem instructiebassin Een volledig beweegbare bodem in het instructiebassin zorgt voor meer flexibiliteit in de programmering en een wat beter bruikbaar bassin dan het geval is bij een schuin aflopende bodem. Dat geldt niet alleen voor de zwemlessen en de doelgroepactiviteiten. Wanneer de beweegbare bodem heel ondiep wordt gezet, kan het bassin immers ook als een soort peuterbad dienstdoen. In het basisscenario is dat niet het geval.
Glijbaan Een eenvoudige glijbaan zorgt voor enig extra recreatief bezoek van de basisschooljeugd, maar bovenal voor een verbetering van het voorzieningenaanbod voor de zwemmers die ook in het basisscenario het bad bezoeken. Daarbij gaat het niet alleen om recreatieve zwemmers: ook bij de zwemlessen kan de glijbaan worden ingezet, zo leert de huidige situatie. Dit zorgt echter niet meteen voor meer bezoek.
Sauna Een (eenvoudige) sauna heeft vooral meerwaarde voor het recreatieve bezoek, het bezoek van doelgroepactiviteiten gericht op senioren en het bezoek van de Reumapatiëntenvereniging. Voor de overige bezoekers vormt het vooral een verbetering van het voorzieningenniveau.
Buitenbad met ligweide Anders dan de andere plusopties vormt de toevoeging van een buitenbad met ligweide een aanzienlijke toevoeging op het basisscenario. Gezien de beoogde configuratie (vooral gericht op kinderen en niet voor banen zwemmen) wordt van een ver warmd buitenbad uitgegaan. Op basis daarvan en gezien het aanwezige openluchtzwemwater in de omgeving (onder andere De Tuimelaar en zwemplas de Groene Heuvels) wordt van een extra recreatief bezoek voor het zwembad uitgegaan.
5.6.2
Exploitatie
Voor de raming van de financiële gevolgen van de plusopties gelden dezelfde uitgangspunten als voor het basisscenario. Tegenover het extra bezoek en de bijbehorende omzet staan uiteraard ook extra kosten voor onder meer personeel, energie, onderhoud en extra kapitaallasten. Uit de volgende tabel blijkt dat de ene optie onderaan de streep meer financiële impact heeft dan de andere.
14
synarchís
\ plusopties totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploita tieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
5e baan Wbassin 24.300 39.700 -15.400 8.000 29.400 -52.800
dieper Wbew. bodem W bew. bodem Ibassin bassin bassin 2.900 9.100 12.500 13.000 10.100 15.300 -10.100 -1.000 -2.800 4.400 3.600 6.700 16.100 14.200 26.600 -30.600 -18.800 -36.100
glijbaan 4.700 15.300 -10.600 4.000 14.700 -29.300
sauna 10.900 15.800 -4.900 1.300 4.700 -10.900
buitenbad 47.100 111.200 -64.100 40.000 146.800 -250.900
tabel 5.6: exploitatieraming plusopties
15
\ 6.
synarchís
Afwegingkader
Bijlage 8 bevat een samenvattend overzicht van het basisscenario en de plusopties. Het basisscenario zorgt voor een sober en doelmatig zwembad, dat in principe voor alle soorten zwemactiviteiten (uiteraard met uitzondering van buiten zwemmen) kan worden gebruikt. Weliswaar is er geen specifiek recreatiebassin, maar dat betekent niet dat er helemaal niet kan worden vrij gezwommen. Dat kan immers ook in de bassins die wel in het basisscenario zijn opgenomen, zeker als er bijvoorbeeld enkele opblaasbare speelelementen aanwezig zijn. Desondanks is het bad vooral gericht op banen zwemmen, zwemlessen, doelgroepactiviteiten en verenigingsgebruik. Doordat het wedstrijdbassin minder diep is dan in de huidige situatie, is het voor de activiteiten van sommige verenigingen niet optimaal geschikt. Dat betekent overigens niet, dat die verenigingen het bad niet meer zullen gebruiken. Ten aanzien van de mogelijke plusopties dient vooral een afweging tussen de maatschappelijke meerwaarde en de extra kosten te worden gemaakt: van alle plusopties is de realisatie van een eenvoudige sauna de goedkoopste.
Deze voorzieningen biedt vooral iets extra's voor de recreatieve zwemmers, senioren en reumapatiënten; ^ de kosten van een gedeeltelijk beweegbare bodem in het wedstrijdbassin zijn lager dan die van een volledig beweegbare bodem in het instructiebassin, maar de maatschappelijke meerwaarde van de laatste optie is duidelijk groter. Met die plusoptie worden de gebruikersmogelijkheden van het instructiebassin in vergelijking met het basisscenario namelijk aanzienlijk verbeterd; een dieper wedstrijdbassin zorgt voor meer gebruiksmogelijkheden ten behoeve van de duiksport, de onderwatersport en het synchroonzwemmen. Ook is het bassin dan wat dieper dan de meeste andere wedstrijdbassins in de omgeving, wat het zwembad op dit punt iets extra's geeft; het verbreden van het wedstrijdbassin met een vijfde baan zorgt voor aanzienlijke meerkosten, maar vergroot ook de ge bruiksmogelijkheden voor de verenigingen en de zwemwatercapaciteit in het algemeen. Het zorgt er echter niet voor, dat de accommodatie geschikt wordt voor regionale zwem- en waterpolowedstrijden (C-accommodatie); de glijbaan heeft vooral recreatieve meerwaarde en is qua structurele kosten redelijk vergelijkbaar met de kosten van een dieper wedstrijdbassin; ^
het buitenbad met ligweide zorgt voor zeer aanzienlijke extra structurele kosten, terwijl de maatschappelijke meerwaarde beperkt is. Dat heeft mede te maken met de ruime aanwezigheid van onoverdekt zwemwater in de omgeving.
16
\ 7.
synarchís
Aanbestedingsstrategie
Bijlage 9 bevat de aanbestedingsstrategie. Daarin wordt ingegaan op: ^ de contractvorm: over wat de gemeente aanbesteedt; de aanbestedingsvorm: over hoe de gemeente aanbesteedt. Kort samengevat luidt het advies om te kiezen voor: een geïntegreerd contract voor het ontwerp en de realisatie van het zwembad; ^ een aanbesteding op basis van Design & Build, waarbij aan marktpartijen wordt gevraagd om op basis van de opgestelde vraagspecificatie een voorlopig ontwerp in te dienen als onderdeel van de aanbesteding; een niet-openbare aanbestedingsprocedure; ^
het gunningscriterium 'beste prijs-kwaliteit verhouding met vaste prijs'.
17
V Bijlage 1
synarchís
Programma van Eisen
Deze bijlage is separaat bijgevoegd.
i
\ Bijlage 2
Investeringskostenraming basisscenario
Kosten gemeente 100 Grondkosten 200 Projectbegeleiding 300 Renten 400 Bijkomende kosten 500 Interieur Totaal Kosten gemeente
0 389.278 0 133.224 191.463 713.965
Kosten marktpartij 1100 Bouw kosten 1200 Honoraria 1300 Infra 1400 Bijkomende kosten 1500 Prijsstijgingen 1600 Marktw erking Totaal Kosten marktpartij
6.271.967 526.120 251.911 52.400 607.000 154.188 7.863.586
Onvoorzien 2000 onvoorzien Totaal
Stichtingskosten
858.000 excl. btw
9.435.551
btw Totaal
synarchís
Stichtingskosten
1.981.466 incl. btw
11.417.017
Ter toelichting: de kosten voor infra betreffen de kosten voor terreininrichting, zoals voor parkeren, verlichting, riolering en omheining. Het betreft alleen de noodzakelijke terreinrichting voor het zwembad en niet voor het gehele perceel. De ontsluiting naar de aanrijroute is bijvoorbeeld niet opgenomen.
ii
\ Bijlage 3
synarchís
Investeringskostenraming plusopties
plusopties vijfde baan wedstrijdbassin dieper wedstrijdbassin beweegbare bodem wedstrijdbassin beweegbare bodem instructiebassin glijbaan sauna buitenbad
meerkosten investering (excl. btw) 500.000 275.000 225.000 421.000 250.000 80.000 2.500.000
iii
\ Bijlage 4
synarchís
Omschrijving exploitatievormen
Gemeentelijk beheer Diverse gemeenten kiezen ervoor om sportaccommodaties zelf te beheren en exploiteren. De trend is wel dat deze vorm aan populariteit inboet, omdat gemeenten zich meer en meer tot hun kerntaken beperken en van (sterk) fluctuerende exploitatiete korten willen worden verlost. Ook is de noodzakelijke, specifieke deskundigheid binnen de gemeentelijke organisatie soms ontoereikend aanwezig. Daarnaast is de gemeente qua aard, rechtsvorm, structuur en inrichting veelal niet de meest geschikte organisatie om maat schappelijk vastgoed actief te exploiteren. De primaire rol van een gemeentelijke organisatie ligt namelijk in het openbaar bestuur. Daar is de organisatie dan ook op ingericht. Om haar rol in het openbaar bestuur te kunnen waarmaken, hebben de werk- en besluitvormingsprocessen een hoog democratisch en beleidsmatig gehalte en zijn allerlei 'checks and balances' nodig, die noodzakelijkerwijs met inefficiënties gepaard gaan. Voor het exploiteren van sportfaciliteiten zijn die Checks and balances' niet nodig en vormen ze vaak een last. Het op afstand zetten van de exploitatie is dan een logische stap. Bij gemeentelijk beheer zijn de medewerkers in dienst van de gemeente. Het afdelingshoofd of sectorhoofd is in de regel de direct leidinggevende van de bedrijfsleider/beheerder.
De gemeentelijke bemoeienis is in alle opzichten groot, zowel bij het bepalen van het beleid (subsidies, tarieven en openstelling), als op het gebied van exploitatie-technische zaken (onder andere administratie, onderhoud, verhuur en promotie). Gemeentelijk beheer komt bij zwembaden vaak in de grote steden voor, waaronder Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Maar ook in de omgeving van Beuningen worden zwembaden door de betreffende gemeente geëxploiteerd, zoals De Helster in Elst (gemeente Overbetuwe) en De Gelenberg in Afferden (gemeente Druten).6
Interne verzelfstandiging Interne verzelfstandiging houdt in dat de verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties met een eigen budget en eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden - aan een verbijzonderd organisatieonderdeel van de gemeente wordt overgedragen. Er is dan dus sprake van decentralisatie. Dit kan middels contractmanagement en budget financiering. Bij contractmanagement worden op basis van een overeenkomst tussen de gemeente en de contractmanager taakstellende afspraken gemaakt over de inzet van middelen en de daarmee te realiseren prestaties. Bij budgetfinanciering is een bepaalde taakstelling gekoppeld aan een budget, waarbinnen de opgelegde taken door het betreffende organisatieonder deel dienen te worden uitgevoerd. Een intern verzelfstandigd gemeentelijk organisatieonderdeel beschikt niet over een eigen rechtspersoonlijkheid en kan dus niet los van de gemeente worden gezien. De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor de exploitatierisico's. Indien het betref fende organisatieonderdeel een verbintenis aangaat, doet zij dat voor de gehele gemeente en is de gemeente ook verantwoor delijk voor het nakomen van de verplichtingen uit die verbintenis. Dit betekent dat de term contractmanagement eigenlijk incorrect is. De contracten die worden afgesloten, zijn in juridische zin namelijk geen afdwingbare overeenkomsten.
De partijen die de contracten sluiten, hebben ook niet dezelfde rechtspositie. Hoewel de onderlinge verhoudingen verzakelijken, blijft de accommodatiemanager hiërarchisch ondergeschikt aan het gemeentebestuur. Bij interne verzelfstandiging wijzigt de rechtspositie van het personeel niet ten opzichte van gemeentelijk beheer: de medewer kers blijven in dienst van de gemeente. Voorbeelden van interne verzelfstandiging zijn enkele sportbedrijven, die in naam sportbedrijf zijn maar dat qua juridische structuur niet zijn. Dat is onder andere in Rheden en Tilburg het geval.
Het in 2023 te openen nieuwe zwembad in de gemeente Druten zal niet door de gemeente, maar door een commerciële marktpartij worden geëxploiteerd.
iv
\
synarchís
Externe verzelfstandiging Bij deze exploitatievorm is een zelfstandig rechtspersoon (een overheidsbedrijf in de vorm van een BV of NV) verantwoordelijk voor de exploitatie. De veelal grote mate van beleidsinvloed van de gemeente wordt via contractvorming gewaarborgd. Hiermee wordt voor besturen op afstand gekozen. De rol van de gemeente bestaat uit het medebepalen van het algemene beleid en het controleren van de uitvoering daarvan door de exploitant. De medewerkers zijn in principe in dienst van de rechtspersoon. Een overheidsbedrijf is drager van rechten en verplichtingen en is daar zelf voor aansprakelijk. De gemeente is in beginsel 1000Zo aandeelhouder, vandaar dat ook vaak wordt gesproken van een gemeentelijk sportbedrijf. De gemeente is dus weliswaar eigenaar van de BV/NV, maar is zelf niet de exploitant. Dat is een belangrijk verschil met gemeentelijk beheer. Door haar rol als aandeelhouder heeft de gemeente een aantal belangrijke wettelijke bevoegdheden in handen, dat onder andere voorziet in het benoemen en ontslaan van het bestuur, het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, alsmede het wijzigen van de statuten. Bij een overheidsbedrijf dient een bestuur of een statutaire directie te worden aangesteld. Het bestuur c.q. de directie is onder meer met de vaststelling en uitvoering van het beleid belast.
De statuten kunnen de bevoegdheden van bestuur/directie inper ken, bijvoorbeeld door bepaalde besluiten vooraf aan de Raad van Commissarissen en/of de Algemene Vergadering (van Aandeelhouders) te doen voorleggen. Een overheidsbedrijf is een rechtspersoon met winstoogmerk. Over eventuele winsten moet vennootschapsbelasting worden betaald. De netto winst kan als dividend aan de aandeelhouder - de gemeente - worden uitgekeerd. De Algemene Vergadering beslist uiteindelijk over de bestemming van het resultaat. Voorbeelden van overheidsbedrijven zijn de sportbedrijven in de gemeenten Apeldoorn, Arnhem, Deventer, Enschede, Ermelo, Leeuwarden, Lelystad, Nunspeet, Raalte en Rotterdam. Ook de exploitant van het zwembad in Wijchen is een gemeentelijke BV. Stichting Een type organisatie die voorheen vaak onder externe verzelfstandiging werd gecategoriseerd, maar steeds meer als een vorm van privatisering/uitbesteding (zie verderop) kan worden beschouwd, is de stichting. Een stichting is zelf drager van rechten en verplichtingen en is daar zelf voor aansprakelijk. In haar statuten legt ze vast waartoe het vermogen van de stichting is bestemd: een ideëel doel. Dit betekent niet dat de stichting geen commerciële activiteiten mag bedrijven, maar wel dat de winst c.q. het exploitatieoverschot niet aan derden - zoals de oprichters of de gemeente - mag worden uitgekeerd.
De stichtingsvorm staat grote vrijheid in de inrichting van de statuten toe. Naast het bestuur kunnen bijvoorbeeld organen als een Raad van Toezicht of een algemeen en/of dagelijks bestuur worden ingesteld. De gemeente kan invloed uitoefenen op de samenstelling en wijze van benoeming van het bestuur of andere organen, maar dat is niet per definitie het geval. De exploitatie van sportvoorzieningen door stichtingen boet aan populariteit in. Sommige stichtingsbesturen hebben problemen om de kwaliteit en de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Daarnaast kan een gemeente soms lastig het beleid van de stichting ‘bijsturen', indien die een koers gaat varen die niet goed bij het gemeentelijk beleid past. Dit geldt met n ame op het moment dat de gemeente weinig formele mogelijkheden heeft om in te grijpen, bijvoorbeeld op het gebied van benoe ming en ontslag van het stichtingsbestuur en/of de Raad van Toezicht. In die situatie is de verhouding tussen gemeente en stichting soms bijna te vergelijken met die tussen een gemeente en een commerciële marktpartij (zie verderop). In den lande bestaan talloze stichtingen die sportaccommodaties exploiteren. Openluchtzwembad De Tuimelaar in Ewijk wordt door een stichting geëxploiteerd en datzelfde geldt voor zwembad Dukenburg in Nijmegen.
Omdat de stichting - afhankelijk van de specifieke vormgeving - als een vorm van externe verzelfstandiging of privatisering/uit besteding kan worden beschouwd, wordt hierop in deze notitie verder niet ingegaan.
v
\
synarchís
Privatisering/uitbesteding In vele gemeenten is de exploitatie van maatschappelijk sportvastgoed aan marktpartijen uitbesteed. Daarbij kan voor een landelijk opererende organisatie of een lokale ondernemer worden gekozen. Een beperkt aantal landelijke exploitatiemaatschappijen houdt zich uitsluitend met het beheren en exploiteren van gemeentelijke sportaccommodaties bezig. In tegenstelling tot de meeste lokale ondernemers beschikken zij over specifieke kennis en expertise en zijn zij door hun omvang in staat om schaalvoordelen te bewerkstelligen. De keerzijde van deze exploitatievorm is, dat door het sterke winstoogmerk van de markt partij de kwaliteit van de accommodatie en de behartiging van de maatschappelijke belangen soms onderbelicht kunnen raken. Bij privatisering worden de accommodaties in een lokale, door de marktpartij op te richten, rechtspersoon ondergebracht. De medewerkers treden in dienst van deze rechtspersoon. Door middel van overeenkomsten worden de beleids- en bedrijfsmatige randvoorwaarden vastgelegd, bijvoorbeeld ten aanzien van openstelling, tarieven, onderhoud en overname van personeel. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen een open-eind exploitatie (risicovrij) en een gesloten-eind exploitatie (risico dragend).
In de meeste gevallen wordt voor de laatste optie gekozen, zodat de gemeente niet meer volledig verantwoordelijk is voor de exploitatierisico's. De ondernemer zal hiervoor veelal een ondernemersfee bedingen. De gemeente moet zich echter wel realiseren, dat de exploitatierisico's door de exploitant worden gedragen ter hoogte van het lokaal ingebrachte en opge bouwde vermogen. In dat opzicht blijft er altijd een onvervreemdbaar risico bij de gemeente aanwezig. Grote landelijke marktpartijen zijn Optisport (onder meer actief in de gemeenten Lingewaard, Maasdriel, Renkum, Rhenen en Tiel), Sportfondsen (onder meer actief in de gemeenten 's-Hertogenbosch, Nijmegen en Wageningen) en Laco (onder andere actief in de gemeenten Heumen, Land van Cuijk en Lingewaard). Laco is recent overigens door Sportfondsen overgenomen. Daar staat tegenover, dat zich een ‘nieuwe speler' met landelijke ambities heeft gemeld, te weten: Yask (momenteel alleen actief in de gemeenten Gennep en Voerendaal). Daarnaast zijn er talloze regionale en lokale ondernemers, zoals Zwembad De Plons BV in Beuningen en Ezzy's (voorheen Drie Essen) in de gemeente Overbetuwe.