Bijlage 16 Nota inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Nota inspraak en vooroverleg op het voorlopige MER en het voorontwerp bestemmingsplan Windpark Beuningen
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................... 3
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3 Overzicht van wijzigingen .................................................................................................................... 4 Aanpassing aan het voorlopige MER ................................................................................................................................ 4 Aanpassingen aan het VOBP ............................................................................................................................................. 4
A. Adviesreacties van vooroverlegpartners ........................................................................................ 5 A1 – Gasunie .................................................................................................................................................................... 5 A2 – GGD Gelderland-Zuid ................................................................................................................................................ 7 A3 – Omgevingsdienst Regio Nijmegen ............................................................................................................................ 9 A4 – Provincie Gelderland .............................................................................................................................................. 12 A5 – Rijkswaterstaat ....................................................................................................................................................... 15 A6 – TenneT .................................................................................................................................................................... 17 A7 – Waterschap Rivierenland ....................................................................................................................................... 19
B. Overige inspraakreacties ............................................................................................................... 21 R1 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 21 R2 – Erfgoedvereniging Heemschut................................................................................................................................ 25 R3 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 27 R4 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 29 R5 – Leefbaarheidsgroep Bergharen .............................................................................................................................. 31 R6 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 34 R7 – Particuliere indiener ...............................................................................................................................................
36 R8 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 38 R9 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................... 59 R10 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................. 61 R11 – Geldersch Landschap & Kasteelen ........................................................................................................................ 64 R12 – Groep particuliere indieners uit wijk De Heuve .................................................................................................... 67 R13 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................. 74 R14 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................. 76 R15 – Stichting TegenWind .............................................................................................................................................
78 R16 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................. 84 R17 – Particuliere indiener ............................................................................................................................................. 87
Inleiding Het voorlopige combiMER en het voorontwerpbestemmingsplan (VOBP) voor Windpark Beuningen in gemeente Beuningen heeft van 5 juni tot 16 juli 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 24 inspraakreacties ingediend, waaronder 7 adviesreacties van wettelijke-vooroverlegpartners. In dit document worden de inspraakreacties beantwoord. Hierbij is steeds een samengevatte weergave van elke inspraakreactie gepresenteerd. Bij de beoordeling van de inspraakreactie is steeds de integrale tekst van de ingediende inspraakreactie gebruikt. Voor alle tijdig ingekomen inspraakreacties wordt afgewogen of er een wijziging van het voorlopige combiMER of het VOPB nodig is. Indien een inspraakreactie aanleiding geeft om het combiMER of het ontwerpbestemmingsplan te wijzigen ten opzichte van de ter inzage gelegen stukken, is dit in een aparte kolom aangegeven. Daarnaast bevat de nota van beantwoording een opsomming van wijzigingen aan het voorlopige combiMER en het VOPB. N.B. In verband met toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de inspraakreacties van natuurlijke personen in openbare versie van deze nota geanonimiseerd weergegeven.
Leeswijzer De ingediende inspraakreacties worden onderverdeeld in adviesreacties van vooroverlegpartners (A1 t/m A8) en inspraakreacties (R1 t/m 17). Bron Gasunie (IN20.03512) GGD Gelderland Zuid (IN20.03453) Omgevingsdienst Regio Nijmegen (IN20.03491) Provincie Gelderland (IN20.03531) Rijkswaterstaat (-) Tennet (IN20.03503) Waterschap Rivierenland (IN20.03034) IN20.03518 Erfgoedvereniging Heemschut (IN20.02962) IN20.03507 IN20.03131 Leefbaarheidsgroep Bergharen (IN20.03292) IN20.03264 IN20.03479 IN20.03551 IN20.03500 IN20.02924 Geldersch Landschap & Kasteelen (IN20.03238) Groep particuliere indieners uit wijk De Heuve (IN20.03534) IN20.03281 IN20.03539 Stichting TegenWind (IN20.03540) IN20.03552 IN20.03515
Soort
Code
Ingediend
Advies Advies Advies Advies Advies Advies Advies Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie Inspraakreactie
A1 A2 A3 A4 A5 A6 A7 R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 R10 R11 R12 R13 R14 R15 R16 R17
10-jul 10-jul 14-jul 16-jul 18-jun 14-jul 18-jun 15-jul 16-jun 29-jun 25-jun 04-jul 02-jul 13-jul 16-jul 14-jul 15-jun 29-jun 14-jun 06-jul 16-jul 14-jul 16-jul 14-jul
Overzicht van wijzigingen De verschillende adviezen en inspraakreacties leiden tot enkele aanpassingen aan het voorlopige combiMER en aan het VOBP. Deze zullen in de definitieve combiMER en OBP verwerkt worden.
Aanpassing aan het voorlopige MER -
Na de keuze voor een Voorkeursalternatief (VKA) zullen ook hiervoor de landschappelijke effecten beoordeeld worden in het MER. Er zal een fotorealistische visualisatie worden toegevoegd aan het MER vanuit de Beuningse woonwijk(en) ten noorden van de A73. Fotorealistische visualisaties vanaf de rivierduinen bij Bergharen zullen worden toegevoegd aan het MER. Nieuw gerealiseerde of te realiseren woningen, zoals bijvoorbeeld aan de Ficarystraat, zullen worden meegenomen in de milieuonderzoeken ten aanzien van geluid en slagschaduw. De geluidseffecten van de ontzanding van de Geertjesgolf zullen worden meegenomen in het geluidsonderzoek voor het definitieve MER.
Aanpassingen aan het VOBP -
-
Artikel 2.7 zal worden verwijderd aangezien er geen maximale geldt voor de hoogte van de fundatie. Artikel 4.3.2. wordt aangepast zodat agrarisch gebruik binnen de Enkelbestemming Bedrijf – Windturbinepark alsnog mogelijk gemaakt wordt, voor zover dit gebruik niet strijdig is met de belangen van het bepaalde in sub a t/m i ex sub d van artikel 4.1.1 Een samenvatting van de landschappelijke effecten van het VKA zal worden opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.
A. Adviesreacties van vooroverlegpartners A1 – Gasunie Naam instantie/indiener:
Gasunie
Datum inspraakreactie:
10 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
Buiten het plangebied zijn meerdere gastransportleidingen aanwezig die bij ons bedrijf in beheer zijn, waarvan de invloedsfeer tot binnen dit plangebied reikt. Uit een betrouwbare risicoanalyse zal moeten blijken of hier windturbines geplaatst kunnen worden. De veilige afstanden ten opzichte van onze leidingen zijn afhankelijk van de hoogte van de molens en hun vermogen; zie hiervoor onze meegezonden beleidsrichtlijn. Voldoet het onderzoek in de bijlagen en de hieruit getrokken conclusie voor de drie opties wel aan deze richtlijnen? In één van de bijlagen van het voorontwerp (onderzoek Externe Veiligheid) wordt de hierboven genoemde beleidsrichtlijn wel genoemd maar het gaat daar om een stuk van eerdere datum. Daarnaast vinden wij het wenselijk om toch in overleg te gaan met de initiatiefnemer, zeker omdat het nog niet duidelijk is welke optie wordt gekozen. Er heeft, zover bij ons bekend, nog geen overleg plaats gevonden met onze afdeling Tracébeheer.
Ter kennisname, de ligging van de gastransportleidingen zijn bij Nee ons in beeld.
2
Aanpassing MER/VOBP?
Het is de gemeente bekend dat de Gasunie ten aanzien van on- Nee dergrondse aardgasleidingen een adviesafstand hanteert die (overeenkomstig de meegezonden beleidsrichtlijn) gelijk is aan de hoogste waarde van: 1) de werpafstand bij nominaal toerental, of 2) de masthoogte + 1/3 wieklengte. Voor alle projectMER alternatieven geldt dat de afstand tussen de windturbines en de leidingen voldoende is om aan bovengenoemde adviesafstand te voldoen. Om deze reden heeft de gemeente nog geen aanleiding gezien om met Gasunie in overleg te treden. In zowel het voorontwerp bestemmingsplan als het MER is nog geen voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Zodoende kan nog
Ik verzoek u daarom om een afspraak te maken met onze tracébeheerder
niet beoordeeld worden of de beoogde windturbines een (on)toelaatbaar risico tot de hoogspanningsverbinding tot gevolg zullen hebben. In de aanloop naar het ontwerp bestemmingsplan zal, nadat het VKA is gekozen, met Gasunie in overleg worden getreden.
3
Daarnaast wordt het plangebied doorkruist door de strook Structuurvisie Buisleidingen (SVBstrook). In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn om gevolg te geven aan de structuurvisie regels gesteld. Voor een juiste positionering en opname op de verbeelding verzoeken wij u dit plan af te stemmen met Rijkswaterstaat.
Het voorkeurstracé kan binnen het aangegeven zoekgebied wor- Nee den verlegd, op een wijze zoals voorgeschreven in artikel 2.9.3 Barro. Daarom is het tracé niet als harde belemmering opgenomen. Wel zal een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan altijd moeten voldoen aan landelijke wet- en regelgeving. Op dit punt van het plan vindt afstemming plaats met Rijkswaterstaat.
Conclusie: Het advies van Gasunie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
A2 – GGD Gelderland-Zuid Naam instantie/indiener:
GGD Gelderland-Zuid
Datum inspraakreactie
10 juli 2020
Inspraakreactie: Nr. Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
De gemeente Beuningen ziet op dit moment geen Nee aanleiding om af te wijken van de landelijke milieuwetgeving op het onderwerp geluid, aangezien deze voldoende bescherming biedt tegen de (gezondheids) effecten van geluid. Eén van de uitgangspunten voor het opstellen van het VKA is om de geluidsbelasting op woningen te beperken.
2
Het belangrijkste gezondheidseffect van het wonen nabij windturbines is geluidhinder. De geluidbelasting door de windturbines moet binnen de wettelijke normen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight vallen. Dat het geluidsniveau van een windpark voldoet aan de wettelijke normen wil niet zeggen dat omwonenden er geen last van kunnen hebben. De WHO heeft in 2018 geadviseerd een maximaal geluidsniveau door windturbines van 45 dB Lden te hanteren. Volgens hen komt dit geluidsniveau overeen met een percentage ernstige hinder van 10%. Hierbij geeft de WHO wel aan dat het onderzoek en bewijs voor deze dosis-effect relatie beperkt is. Alternatief 1 geeft minder geluidbelasting op de woningen in de omgeving dan de alternatieven 2 en 3 en bij dit alternatief zijn er ook geen woningen die hoger belast worden dan 45 dB Lden. Ook wat betreft de cumulatieve geluidbelasting heeft alternatief 1 de voorkeur. Het te plaatsen windturbinetype is nog niet gekozen. De GGD adviseert om te kiezen voor een windturbine met een laag geluidsniveau om de geluidhinder (en eventuele slaapverstoring) zo beperkt mogelijk te houden en om een zo goed mogelijke akoestische omgevingskwaliteit te behouden. Dit is ook van belang omdat in de toekomst mogelijk sprake zal zijn van een toename van de geluidbelasting door toename van verkeer of door het realiseren van een windpark in de gemeente Wijchen.
Daarnaast zullen door het realiseren van
Aanpassing MER/VOBP?
De gemeente dankt de GGD voor het advies. De Nee keuze voor het definitieve windturbinetype wordt gemaakt door de initiatiefnemer van het windpark. Wel zal de gemeente zorgdragen dat deze keuze een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. Zoals in het MER beschreven zijn de plannen voor een windpark in Wijchen en de woningen van Hoge
3
de woningontwikkeling Hoge Woerd ook meer mensen blootgesteld worden aan het geluid van o.a. de windturbines.
Woerd nog niet ver genoeg gevorderd om met deze voornemens rekening te houden. Wel is het zo dat de planvorming nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Als er gedurende de procedure voor windpark Beuningen hierover meer bekend wordt, worden deze autonome ontwikkelingen alsnog beschouwd.
Conform het Kennisbericht ‘Geluid van Windturbines’ onderstreept de GGD het belang van een goede informatievoorziening en publieke betrokkenheid. Goede informatievoorziening betekent dat alle partijen toegang hebben tot relevante informatie over het windpark en de daaraan verbonden kosten en baten, dat de besluitvorming over ontwikkeling van windparken tijdens het gehele proces transparant is en dat betrokkenen bijtijds worden geïnformeerd (dat wil zeggen aan het begin van het proces niet alleen aan het einde wanneer de beslissingen al genomen zijn en de plannen al vast staan). Hoge publieke betrokkenheid betekent niet alleen dat mensen een kans krijgen om hun mening te uiten, maar ook dat hun mening serieus genomen wordt in de besluitvorming en invloed heeft op de projectontwikkeling, en dat men op basis van publieke betrokkenheid ertoe kan besluiten het project te herzien. Er moet dus niet alleen sprake zijn van eenzijdige communicatie maar van tweerichtingscommunicatie, waarbij men niet alleen informatie over het project krijgt en zijn of haar opinie kan uiten, maar ook reële inspraak heeft.
De gemeente onderschrijft het belang van een goede Nee en transparante communicatie- en participatieproces. Voor de planvorming is een uitgebreid gebiedsproces doorlopen waarbij inwoners zijn betrokken. Dit heeft geleid tot het besluit om te starten met een bestemmingsplanprocedure voor de aanleg van een windpark te starten. Parallel hieraan wordt het gebiedsproces van grof naar fijn doorgezet om de betrokkenen mee te nemen in het proces en de mogelijkheid tot inspraak te geven. In diverse extra bijeenkomsten wordt bijvoorbeeld informatie gegeven en worden vragen beantwoord. Het publiceren van het voorontwerpbestemmingsplan en het concept-MER is daar in de formele zin ook een voorbeeld van.
Conclusie Het advies van de GGD leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
A3 – Omgevingsdienst Regio Nijmegen Naam instantie/indiener:
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
Datum inspraakreactie:
14 juli 2020
Inspraakreactie: Nr. Tekst uit inspraakreactie
1
2
3
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
Artikel 2.7 hoogte van een windturbinefundatie. Opmerking: dit is geen “wijze van meten”, maar dit is een bouwvoorschrift. Als de hoogte van de windturbinefundatie maximaal 1 meter mag zijn, dan moet dat opgenomen worden in een bouwvoorschrift (binnen de bestemming bedrijf – windturbinepark) en niet bij de voorschriften die gaan over de wijze van meten. Artikel 3.1.2 a Agrarisch bouwvlak. Opmerking: binnen de bestemming Agrarisch (art. 3) wordt vaak gesproken over “bouwvlak” (alleen binnen het bouwvlak bestaan agrarische gebruiks- en bouwmogelijkheden). Op de plankaart is echter binnen de bestemming Agrarisch nergens een bouwvlak aangegeven.
Dit is een terecht punt. Aangezien er geen maxi- Ja mum geldt voor de hoogte van de fundatie zal deze bepaling verwijderd worden.
Artikel 1.41 Schuilstal. Opmerking: een schuilstal is volgens de definitiebepaling een bouwwerk voor het hobbymatig houden van dieren. Een boer (een professionele agrariër) kan dan op basis van deze bepaling geen vergunning krijgen voor een schuilstal.
Het is niet duidelijk waarom een boer niet tévens Nee hobbymatig dieren zou kunnen houden. Nu de mogelijkheden van het oorspronkelijke plan zoveel mogelijk in stand gehouden dienen te worden en op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beuningen’ een omgevingsvergunning voor een schuilstal mogelijk gemaakt wordt, is deze overgenomen.
Het klopt dat deze nu niet in de verbeelding is op- Nee genomen. Als bij de keuze voor het voorkeursalternatief blijkt dat een bouwvlak overlap vertoont met de bestemming windturbine of overdraaizone, zal gekeken worden hoe daarmee om te gaan.
4
Artikel 4.1.1 bestemming. Opmerking: binnen het gebied op de plankaart met de bestemming Bedrijf – Windturbinepark zie ik nergens de aanduiding agrarisch, de aanduiding natuur, de aanduiding verkeer en de aanduiding water (kortom, art. 4.1.1 sub d, e, f, g verwijzen naar aanduidingen die niet bestaan op de plankaart).
Het klopt dat deze nu niet in de verbeelding is op- Nee genomen. Als bij de keuze voor het voorkeursalternatief blijkt dat betreffende onderliggende bestemmingen overlap hebben met het plan, zullen deze als aanduiding overgenomen worden.
5
Artikel 4.3.2 Agrarisch gebruik. Opmerking: binnen de bestemming Bedrijf – Windturbinepark is agrarisch gebruik nergens toegestaan (er is binnen deze bestemming nergens een gebied met de aanduiding agrarisch). Vermoedelijk hoort deze bepaling thuis in alle andere bestemmingen (in ieder geval in de bestemming Agrarisch).
Het feit dat agrarisch gebruik niet is toegestaan is Ja een fout in de voorontwerp planregels.
Slagschaduw op burgerwoningen moet tot nul worden gereduceerd door middel van een bovenwettelijke stilstandsregeling. In het slagschaduwonderzoek is de verwachte jaarlijkse stilstand per opstelling berekend om de wettelijke normoverschrijding van 5:40 uur te voorkomen. De verwachte jaarlijkse stilstand per opstelling om de bovenwettelijke normoverschrijding van 0:00 uur te voorkomen is niet berekend. Omdat deze randvoorwaarde mede bepalend kan zijn voor de locatiekeuze, adviseren wij om dit wel te beschouwen in het MER. Ten aanzien van geluid moeten bovenwettelijke maatregelen worden onderzocht in de MER-procedure. In het akoestisch onderzoek zijn de bovenwettelijke maatregelen niet beschouwd. Omdat deze randvoorwaarde is gesteld, adviseren wij om dit wel te beschouwen in het MER.
Voor de definitieve opstelling (het Voorkeursal- Nee ternatief) zal berekend worden wat de verwachte jaarlijkse stilstand is om te voldoen aan de bovenwettelijke stilstandregeling.
6
7
In het ontwerpbestemmingsplan zal de fout worden hersteld, en zal agrarisch gebruik binnen de Enkelbestemming Bedrijf – Windturbinepark alsnog mogelijk gemaakt worden, voor zover dit gebruik niet strijdig is met de belangen van het bepaalde in sub a t/m i ex sub d van artikel 4.1.1.
Het voorlopige MER beschouwt enkele mogelijke Nee opstellingen binnen het projectgebied om de milieu-effecten in beeld te brengen. De toegevoegde waarde van eventuele bovenwettelijke maatregelen op het gebied van geluid wordt onderzocht ten behoeve van het voorkeursalternatief.
Conclusie Het advies van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Artikel 2.7 zal worden verwijderd aangezien er geen maximale geldt voor de hoogte van de fundatie. Tevens wordt Artikel 4.3.2. aangepast zodat agrarisch gebruik binnen de Enkelbestemming Bedrijf – Windturbinepark alsnog mogelijk gemaakt wordt, voor zover dit gebruik niet strijdig is met de belangen van het bepaalde in sub a t/m i ex sub d van artikel 4.1.1.
A4 – Provincie Gelderland Naam instantie/indiener:
Provincie Gelderland
Datum inspraakreactie:
15 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
Wij streven ernaar om de openheid van karakteristieke landschappen te behouden. Wij hebben daarom waardevol open gebieden aangewezen waarin openheid een kernkwaliteit is. Nieuwe bestemmingen mogen de openheid in deze gebieden niet aantasten. Wij hebben een uitzondering gemaakt voor initiatieven voor windturbineparken met meer dan drie windturbines. Hiervoor geldt een ‘ja-mits benadering’. Dit houdt in dat de toelichting van het plan dat het windturbineparkmogelijk maakt, aandacht besteedt aan:
Hoewel de landschappelijke paragraaf in de toe- Ja lichting op het voorontwerp bestemmingsplan summier is moet het MER, inclusief bijlage E ‘Landschappelijke beoordeling Windpark Beuningen’ als integraal onderdeel worden gezien.
a. de ruimtelijke kenmerken van het landschap; b. de maat, schaal en inrichting in het landschap; c. de visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines; d. de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; e. de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap. Het plangebied ligt deels binnen een waardevol open gebied. In de toelichting van het plan worden de bovengenoemde vijf punten enkel genoemd in een tabel met de uitkomsten van de Milieueffectrapportage (MER). Deze tabel geeft met plussen en minnen aan hoe het plan scoort op verschillende beleidsterreinen. De score voor landschap is op alle vijf punten negatief. Bij
In bijlage E van het MER wordt een uitgebreide beoordeling gegeven aan de hand van de aandachtspunten a t/m e genoemd in de Omgevingsverordering van de provincie Gelderland. De beoordeling wordt gedaan n.a.v. een landschappelijke analyse waarbij landschappelijke karakteristieken zoals het ‘waardevol open gebied’ worden benoemd. Vervolgens is tijdens de beoordeling het effect op de geanalyseerde landschappelijke elementen/eigenschappen toegelicht. De beoordeling is uitgevoerd met behulp van visualisaties. Na de keuze voor een Voorkeursalternatief (VKA) zullen ook hiervoor de landschappelijke effecten
Aanpassing MER/VOBP?
2
de tabel ontbreekt iedere toelichting en uitleg wat dit betekent voor de effecten op het landschap. Wij concluderen dat het plan daarom niet op een goede wijze aandacht besteedt aan de effecten op het waardevol open gebied. Wij adviseren u de aanvaardbaarheid van de effecten op het landschap nader te onderbouwen en daarbij uitvoeriger in te gaan op de bovengenoemde vijf aandachtsgebieden. Het plangebied ligt op korte afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Voor de instandhouding van dit gebied bestaan specifieke doelstellingen. In het plan moet rekening worden gehouden met mogelijke gevolgen op die doelstellingen. De gehele ecologische onderbouwing is opgenomen als een pm-post. Ook in de tabel met de uitkomsten van de MER is nog niets opgenomen over de effecten op beschermde soorten, Natura2000-gebieden of diverse vogelgebieden. Ook zijn de eventuele effecten van stikstofdepositie in de bouw- en aanlegfase nog niet in beeld gebracht. Wij hebben daardoor op deze punten geen goed beeld van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Volgens de toelichting van het plan wordt momenteel ecologisch onderzoek uitgevoerd, waarvan de eindresultaten in het najaar van 2020 worden verwacht. Wij adviseren u de resultaten van het ecologisch onderzoek in het bestemmingplan op te nemen en met ons te delen, voordat het plan als ontwerp ter inzage wordt gelegd.
beoordeeld worden in het MER. Een samenvatting van de landschappelijke effecten van het VKA zal dan worden opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.
Het plangebied ligt op enkele kilometers afstand Nee van het Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’. Ondanks deze afstand is het niet uitgesloten dat de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op aangewezen habitattypen en/of soorten. Vanwege de mogelijke ecologische gevoeligheid van de locatie is besloten om het ecologisch onderzoek zeer omvangrijk uit te voeren. Er is een volledig jaarrond onderzoek uitgevoerd, onder andere naar vleermuizen, broedvogels en nietbroedvogels. De effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden worden voor het voorkeursalternatief in beeld gebracht middels een AERIUS-berekening. De resultaten van deze onderzoeken worden in het najaar van 2020 verwacht en worden verwerkt in het definitieve MER en het bestemmingsplan. Tevens zullen deze onderzoeken met de provincie Gelderland worden gedeeld.
Conclusie Het advies van de provincie Gelderland leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Na de keuze voor een Voorkeursalternatief (VKA) zullen ook hiervoor de landschappelijke effecten beoordeeld worden in het MER. Een samenvatting van de landschappelijke effecten van het VKA zal dan worden opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.
A5 – Rijkswaterstaat Naam instantie/indiener:
Rijkswaterstaat (geen kenmerk)
Datum inspraakreactie:
18 juni 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
1
In een brief van 5 juni vraagt u Rijkswaterstaat om advies over het voorontwerp bestemmingsplan Windpark Beuningen. De windturbines dienen te voldoen aan de beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken.
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
Voor alternatief 3 is de kleinste afstand tussen Nee een windturbine en de rand van de openbare weg 66 meter. De wieklengte van de windturbines in alternatief 3 is 60 meter. In tegenstelling tot in alternatief 2 zal in alternatief 3 daarom https://wetten.overheid.nl/BWBR0013685/2015-11-21 geen van de windturbines boven openbare weIk heb nog een vraag over de toelichting. In de tekst staat het volgende: “Ten gen overdraaien. aanzien van infrastructuur voldoet Alternatief 2 niet aan de beleidsregel van Overigens maakt het bestemmingsplan ‘WindRijkswaterstaat omdat er overdraai plaatsvindt over openbare wegen.” park Beuningen’ het niet mogelijk dat windturbiWaarom kan Alternatief 3 dan wel? (pagina 21). Daar lijken de windturbines nes buiten de ‘vrijwaringszone – windturbine’ zullen overdraaien. Omdat de vrijwaringszone ook dicht op de A73 te staan. windturbine geheel buiten de rand van de rijksweg is gelegen zullen de door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte windturbines daarom in geen geval boven de rijksweg overdraaien, ongeacht hun positie of afmetingen.
2
Omdat de exacte locatie van de windturbines nog niet bekend is, zou ik het Het ontwerpbestemmingsplan zal opnieuw ter Nee plan later nog eens willen zien. Ik blijf dan ook graag op de hoogte van de beoordeling worden aangeboden. verdere procedure.
Conclusie Het advies van Rijkswaterstaat leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
A6 – TenneT Naam instantie/indiener:
TenneT
Datum inspraakreactie:
14 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
In de nabijheid van de geplande gebieden voor windturbines langs de A73 bevindt zich de 150.000 Volt hoogspanningsverbinding Nijmegen Neerbosch – Druten. TenneT is, betreffende het NRD Windpark Beuningen, in november 2019 eerder om advies gevraagd.
In zowel het voorontwerp bestemmingsplan als Nee het MER is nog geen voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld. Zodoende kan nog niet beoordeeld worden of de beoogde windturbines een (on)toelaatbaar risico tot de hoogspanningsverbinding tot gevolg zullen hebben.
2
In de brief met kenmerk GSN-REM 19-4624 (zie bijlage) heeft TenneT aangegeven wat haar belangen zijn en dat er in alle gevallen overleg plaats dient te vinden met TenneT. Op het plan is naar onze mening nog steeds hetzelfde van toepassing als in deze brief is aangegeven. Tot op heden heeft er op basis van deze brief nog geen overleg plaatsgevonden. Wij willen adviseren om dit z.s.m. te doen, zodat het voorkeursalternatief definitief vastgesteld kan worden. Hiervoor kunt u contact opnemen. Windturbines kunnen de leveringszekerheid in gevaar brengen doordat er een kans bestaat dat een falende windturbine (of onderdelen daarvan) de hoogspanningsinfrastructuur van TenneT (deels) beschadigt. Een onderbreking van de leveringszekerheid doordat een falende windturbine of onderdeel hiervan onze hoogspanningsverbinding zou treffen is niet wenselijk en zou inhouden dat een groot gedeelte van de maatschappij in haar dagelijks functioneren wordt belemmerd.
Aanpassing MER/VOBP?
In de aanloop naar het ontwerp bestemmingsplan zal, nadat het VKA is gekozen, met TenneT in overleg worden getreden.
Ter kennisneming / bij ons bekend.
Nee
In hoofdstuk 5 Externe Veiligheid wordt de hoogspanningsverbinding benoemd en we gaan er vanuit dat de turbines op een aanvaardbare afstand worden gerealiseerd. TenneT acht het risico van windturbines op hun infrastructuur aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de afstanden zoals die vermeld staan in het handboek Risicozonering Windturbines (opgesteld in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Wij adviseren daarom om minimaal deze afstanden aan te houden. Omdat er geen standaard faalfrequentie van een hoogspanningsverbinding bestaat, dient in alle gevallen (voor zover dit recent nog niet heeft plaats gevonden) overleg plaats te vinden met TenneT. Hiervoor kunt u contact opnemen. Het windpark zal aangesloten moeten worden op een elektriciteitsnet. Binnen TenneT zijn deze plannen niet bekend. TenneT gaat er vanuit dat dit park niet aangesloten hoeft te worden op het hoogspanningsnet en dat het hoogspanningsnet ook niet aangepast/uitgebreid hoeft te worden als gevolg van dit park. Wel willen we verzoeken om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met Liander (voor zover dit nog niet gebeurd is) om de aansluitmogelijkheden te bespreken.
De genoemde adviesafstanden zijn bij ons be- Nee kend. Wanneer het VKA is gekozen zal getoetst worden of aan de genoemde adviesafstanden wordt voldaan.
De contactlegging zal plaatsvinden door de initia- Nee tiefnemer.
Conclusie Het advies van TenneT leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Wel zullen bepaalde aspecten aan het sectorale gedeelte externe veiligheid worden toegevoegd nadat het VKA is gekozen.
A7 – Waterschap Rivierenland Naam instantie/indiener:
Waterschap Rivierenland
Datum inspraakreactie:
18 juni 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
1
De verbeelding van de A-watergangen is niet overal correct opgenomen. Op De verbeelding en de A-watergangen zullen na- Nee de plekken waar de Enkelbestemming: Bedrijf – Windturbinepark is opgeno- dat het VKA is gekozen correct worden gepresenmen zijn geen watergangen opgenomen in de verbeelding. In de toelichting teerd. op het bestemmingsplan is opgenomen dat wanneer de exacte locatie van de windturbines bekend is de windturbine bestemming enkel op deze locaties wordt opgenomen. Onze verwachting is dan ook dat in de vervolg procedure van het bestemmingsplan deze verbeelding wel juist wordt opgenomen. Wij zouden graag de verbeelding van de A-watergangen in de volgende versies van het bestemmingsplan correct opgenomen zien worden.
2
In de toelichting op het bestemmingsplan is het wateraspect te summier be- De waterparagraaf zal nadat het VKA is gekozen Nee schreven. Wanneer de exacte locatie van de windturbines bekend is zouden worden uitgebreid met de gevraagde aspecten. wij graag de volgende aspecten opgenomen zien worden: - toename verhard oppervlak en eventueel benodigde compensatie - locatie windturbines ten opzichte van de watergangen. Wanneer de windturbines dicht langs watergangen worden geplaatst kan dit gevolgen hebben voor deze watergangen. Wij zouden graag de locatie en de eventuele gevolgen beschreven zien worden. - toegangswegen naar de windturbines en het verhard oppervlak daarvan. - eventuele aanpassingen in watergangen, dammen met duikers, beschoeiing die nodig zijn voor de plaatsing van de windturbines. - graag blijven wij ook op de hoogte van de eventuele tijdelijke aanpassingen in het watersysteem in de aanlegfase.
Conclusie Het advies van Waterschap Rivierenland leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Wel zullen bepaalde aspecten aan het sectorale gedeelte water worden toegevoegd nadat het VKA is gekozen en zal in het vervolg de A-watergangen correct worden weergegeven.
B. Overige inspraakreacties R1 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03518
Datum inspraakreactie:
15 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
Zoals u weet de is genoemde locatie een waardevol open gebied. Juist in het kader van duurzaamheid dient dit open karakter bewaard te blijven. Het plaatsen van windturbines tast dit open karakter aan.
Het landschap van de komgronden (waardevol open gebied) Nee kent een open en grootschalige karakter. Door de openheid van het landschap zullen windturbines eerder waarneembaar zijn voor diegene die zich in dit landschap bevinden. De windturbines tasten de beleving van openheid gedeeltelijk aan doordat ze onderdeel uitmaken van de horizon. Wegens de openheid en grootschaligheid van dit landschap zal de hoogte van de windturbines minder effect hebben. Door de rationele verkaveling en de afwezigheid van veel opgaande beplanting of kenmerkende cultuurhistorische elementen, worden de komgronden vaak ervaren als grootschalig productielandschappen. Hierin ‘passen’ windturbines beter dan bij gebieden die als natuurlijk of cultuurhistorisch waardevol worden aangeduid. De gemeente erkent dat windturbines als een aantasting kunnen worden ervaren. Desondanks is het in het kader van duurzame ontwikkeling belangrijk om dergelijke initiatieven
Aanpassing MER/VOBP?
in te passen in het landschap. Binnen de komgronden is daar ruimte voor. 2
Windturbines geven een horizon vervuiling. Waar ik ook sta in het Windturbines zijn vanwege hun grootte goed zichtbaar in Nee buurtschap Wezel, de windturbines zullen het uitzicht belemme- het landschap. Om de landschappelijke impact te beperken ren is gekozen voor een opstelling parallel aan de Rijksweg. Dit neemt niet weg dat de windturbines vanuit bepaalde woningen en tuinen zichtbaar zijn. Hierdoor kan, in beperkte mate, vanuit bepaalde waarnemingspunten het zicht worden belemmerd. Om een beeld te krijgen van de landschappelijke impact zijn fotovisualisaties gemaakt. Vanuit de woonomgeving van de indiener is fotovisualisatie D gemaakt (zie bijlage E van het CombiMER).
3
Ik verwacht geluidsoverlast te ondervinden, zeker ’s nachts als het relatief stil is zal het gezoem van de windturbines juist versterkt hoorbaar zijn. De vaak stevigere wind in hogere luchtlagen zorgt ervoor dat de wieken van de windturbines ’s nachts vaak sneller draaien dan overdag. Het geluid dat de stroming van de wind langs de wieken veroorzaakt wordt daardoor luider.
4
Mijn woning zal in waarde dalen. Indien de gemeente het initiatief Er kan sprake zijn van waardevermindering (planschade) in- Nee doorzet. dien het nieuwe planologische regime nadeliger wordt ten opzichte van het eerdere regime voor de omwonenden. Dit kan zich voordoen wanneer er sprake is van vermindering van het woon- en leefgenot of wanneer nieuwe planologische beperkingen worden gesteld aan het gebruik of de bouwmogelijkheden van het onroerend goed.
Voor windturbinegeluid geldt zowel een geluidsnorm over Nee het hele etmaal (47 dB Lden) alsook een geluidsnorm specifiek voor de nachtperiode (41 dB Lnight). De geluidsbelasting per woning is in het onderzoek berekend. Woningen die niet in het onderzoek genoemd zijn ondervinden dermate weinig geluidsbelasting dat van significante hinder geen sprake kan zijn.
Voor het bepalen van de vraag of voor individuele gevallen sprake is van planschade, en (zo ja) hoe groot de omvang van
5
Verder wil ik ook nog onder u aandacht brengen dat er het huidige gebied meerdere activiteiten ontplooid worden om windmolens te plaatsen. Indien de huidige bekende locaties, te weten windpark Bijsterhuizen en windpark Beuningen tot ontplooiing komen zal buurtschap Wezel/ Ficarystraat ingesloten raken door de beide windmolenparken. Dit is uiteraard niet wenselijk en volgens mij ook wettelijk verboden.
deze schade is, kent de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een aparte procedure. Indien men denkt in aanmerking te komen voor planschade kan men binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan bij het college van Burgemeester en Wethouders van Beuningen een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade doen. Meer informatie is te vinden op de gemeentelijke website https://www.beuningen.nl/bouwen_en_wonen/vergoeding_planschade. Verder heeft de gemeente reeds aan initiatiefnemers verzocht tijdig een planschadeanalyse te maken. Daarnaast verwacht de gemeente van de initiatiefnemers een proactieve houding wanneer het aankomt op afspraken over de vergoeding. Zoals beschreven in paragraaf 5.6.4. van het voorlopige MER Nee zijn de plannen voor een windpark in Wijchen nog niet ver genoeg gevorderd om met deze voornemens rekening te houden. Wel vindt hierover afstemming plaats en wordt de planvorming nauwlettend in de gaten gehouden. Mocht gedurende de procedure voor windpark Beuningen een formele planologische procedure gestart worden voor WP Bijsterhuizen zal deze autonome ontwikkeling alsnog worden beschouwd. Er bestaat geen wettelijk verbod tegen het ‘insluiten’ van woningen, buurtschappen of woonkernen tussen meerdere windparken.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
R2 – Erfgoedvereniging Heemschut Naam instantie/indiener:
Erfgoedvereniging Heemschut (IN20.02962)
Datum inspraakreactie:
16 juni 2020
Inspraakreactie: Nr. Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
Ons landschap is dynamisch en altijd aan verandering onderhe- Nee vig. Nieuwe (innovatieve) inpassingen die vaak voortkomen uit de behoeftes van onze maatschappij vragen om ruimte en inpassing binnen het landschap waardoor (cultuur)historische gewaardeerde eigenschappen langzaam veranderen. Windturbines kunnen een aantasting zijn voor bepaalde landschappelijke/ruimtelijke eigenschappen en dan met name de beleving van deze eigenschappen. Aan de hand van een analyse van landschappelijke eigenschappen wordt de impact van het plaatsen van windturbines in kaart gebracht en waar mogelijk mitigerende maatregelen toegepast. Een belangrijk gegeven is dat windturbines van tijdelijke aard zijn.
2
In 1999 is door een aantal ministeries een rapportage uitgebracht over 30 de waardevolle gebieden in Nederland, waarbij het land van Maas en Waal ook is gemotiveerd is geselecteerd. (zie kaart bijgevoegd bij inspraakreactie). Hierbij waren betrokken de ministeries Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Landbouw en Visserij en Natuurbeheer. Deze nota is opgemaakt en uitgebracht omdat het tempo en de schaal van de aanpassing van onze omgeving aan de nieuwe behoeften is zo groot geworden dat het effect van een aantal zaken vernietigend kan zijn. Als geen bewust cultuurhistorisch geïnspireerd beleid wordt gevoerd wordt het unieke landschap van Maas en Waal vervlakt en verschraald. Door de energietransitie dreigt de cultuurhistorische waarde van het landschap te worden aangetast, dit tegen de beleidsregels uit de nota belvedère. Aan provincie en gemeenten werd gevraagd deze gebieden met hun cultuurhistorische waarde de waardering te geven dat ze verdienen bij Ruimtelijke ontwikkelingen. De karakteristiek van het gebied Maas en Waal met haar rivierduinen, oeverwallen, de kommen, uiterwaarden dijken met dijkdorpen zijn de dragers van dit gebied. Een betere bescherming van de dijkdorpen, de dorpen
Aanpassing MER/VOBP?
In het beleid van de provincie Gelderland worden waardevolle Nee landschappelijke eigenschappen benoemd. Het beleid heeft als doel om de kwaliteiten van het landschap te behouden, te ontwikkelen en te versterken. Bij de inpassing van windturbines
3
op de donken en de ontwikkelingen in het kommengebied na 1950 met bijvoorbeeld beschermd landschapsgezicht moeten in de bestemmingsplannen tot uitdrukking komen. In de integrale gebiedsgerichte acties vraagt om een instandhouding en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden in de landinrichting Maas en Waal om de cultuurhistorische identiteit ze weinig mogelijk aan te tasten.
wordt dit beleid geanalyseerd, gerespecteerd en waar nodig rekening mee gehouden. Daarnaast wordt geprobeerd aan de hand van een analyse van landschappelijke eigenschappen de impact van het plaatsen van windturbines –op onder andere ruimtelijke kenmerken, beleving en cultuurhistorische waarden- in kaart te brengen en waar mogelijk mitigerende maatregelen toe te passen.
Een aantal zaken zoals Windturbines en overvloedige zonnevelden tasten het Belvedere gebied landschappelijk ernstig en onaanvaardbaar aan. De Belvedère gebieden in Nederland en dus ook Maas en Waal moeten zoveel mogelijk van deze worden uitgesloten van een aantal zaken zoals windturbines. De waardering van deze gebieden is op grond van een aantal overwegingen tot stand gekomen, en dient in deze te worden gerespecteerd. Deze turbines hebben een zodanig invloed op het landschap dat buiten de Belvedère gebieden hier naar een plaats moeten worden gezocht.
Zie de beantwoording van punt 2. De gemeente wijst erop dat er geen windturbines in wettelijk uitgesloten gebieden worden geplaatst.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
Nee
R3 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03507
Datum inspraakreactie:
29 juni 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
1
Ons adres (Ficarystraat 2a, Beuningen) wordt niet vermeld in de stukken als omwonende. Wordt dit alsnog opgenomen? (m.b.t. geluidsnormen, slagschaduw en dergelijke.)
Het adres van de indiener en de naastgelegen nieuw- Ja bouw(mogelijkheid) op nummer 2 zijn ten onrechte niet opgenomen in de onderzoeken voor geluid en slagschaduw Deze adressen waren mogelijk nog niet opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) ten tijde van het uitvoeren van de milieuonderzoeken. Het adres van de indiener zal worden meegenomen in de milieuonderzoeken ten aanzien van geluid en slagschaduw.
2
Er wordt op de grens van Beuningen en Wijchen ook een windpark voorbereid. (Op gemeente grond van Wijchen) Wordt daar door de gemeente van Beuningen rekening mee gehouden?. Neem aan dat dit bij de gemeente wel bekend is. Is het niet handiger als er een samenwerking tot stand komt zodat er dadelijk niet op 1km afstand van elkaar twee windparken gecreëerd wordt. Dit is zeker niet wenselijk voor de mensen die er tussenin wonen.
Zoals beschreven in paragraaf 5.6.4. van het voorlopige MER Nee zijn de plannen voor een windpark in Wijchen nog niet ver genoeg gevorderd om met deze voornemens rekening te houden. Wel vindt hierover afstemming plaats en wordt de planvorming nauwlettend in de gaten gehouden. Mocht gedurende de procedure voor windpark Beuningen een formele planologische procedure gestart worden voor WP Bijsterhuizen zal deze autonome ontwikkeling alsnog worden beschouwd.
De beide gemeenten zullen contact houden over de voorbereiding van WP Beuningen en eventueel over WP Bijsterhuizen.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Het adres van de indiener (Ficarystraat 2a, Beuningen) en de naastgelegen woning (Ficarystraat 2, Beuningen) zullen worden meegenomen in de milieuonderzoeken ten aanzien van geluid en slagschaduw.
R4 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
Particuliere indiener (IN20.03131)
Datum inspraakreactie:
25 juni 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
1
Wat is het effect voor de bewoners in de nabijheid van de A73 In het kader van het projectMER-deel van het combiMER is Nee die hier toch al last van ondervinden? cumulatie van andere geluidsbronnen, zoals de A73, voor de MER-alternatieven in detail onderzocht. De conclusie van dit akoestisch onderzoek is dat er 10 woningen zijn waar het cumulatieve geluidsniveau met 5 dB of meer toeneemt in tenminste één van de alternatieven. Voor het voorkeursalternatief wordt nader onderzoek naar geluidscumulatie uitgevoerd in het kader van de toelichting op het bestemmingsplan en zal opnieuw moeten worden bepaald of mitigerende maatregelen nodig zijn. De vraag die ik al bij de eerste informatieavonden gesteld heb In het concept-combiMER en het voorontwerpbestem- Nee maar waarbij geen aandacht is geschonken (schijnbaar): Wat is mingsplan zijn de (milieu)effecten van windturbines op behet effect van de windturbines op het zonnepark wanneer iestaande en vergunde ontwikkelingen onderzocht en bedere minuut 3 maal een slagschaduw op de panelen komt? Gaat schreven. Er zijn vier zonneparken geselecteerd die op dit dit ten koste van de levensduur? Hoe reageren de Omvormers? moment de ruimtelijke procedure doorlopen.
De plannen Worden garanties gegeven? Ervaringen elders? zijn nog niet vergund, maar geen van deze plannen zijn gelegen in het plangebied dat is opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan van windpark Beuningen.
2
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
Los van de procedurele kant is wel het een en ander te zeggen over de combinatie zon en wind. Naast het feit dat zonen windenergieopwekking elkaar netaansluitingtechnisch goed aanvullen zijn tevens de milieueffecten van windenergie op zonne-energieopwekking (en vice versa) zeer beperkt. Afhankelijk van de situering van een zonnepark ten opzichte van een windpark kan wel opbrengstderving vanwege slagschaduw optreden, dit is echter zeer beperkt. Ook andere effecten, zoals vermindering levensduur, zijn niet of nauwelijks aan de orde. In Nederland worden windparken daarom steeds vaker gecombineerd met zonne-energie.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
R5 – Leefbaarheidsgroep Bergharen Naam instantie/indiener:
Leefbaarheidsgroep Bergharen (IN20.03292)
Datum inspraakreactie:
4 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
1
Alles gehoord en gelezen hebbende maken wij ons als dorp zorgen over de eventuele gezondheidsrisico’s voor de bewoners. We hebben vernomen dat men in Duitsland inmiddels overstapt op een veilige afstand tot elke molen, van 10 maal de tiphoogte. Dan zou, binnen die meer dan 2 km, heel Bergharen gezondheidsrisico’s lopen.
Er zal worden getoetst aan de geldende wettelijke kaders Nee zowel: nationaal, provinciaal als gemeentelijk. Elk land heeft hiervoor zijn eigen afweging met bijbehorende argumenten. In het MER wordt getoetst aan de hand van de zojuist genoemde kaders. Wel wordt gekeken of hierbij extra mitigerende maatregelen kunnen worden genomen. Een voorbeeld is de 0 uur slagschaduw op burgerwoningen. Bij de totstandkoming van de geldende wettelijk kaders zijn gezondheidsaspecten meegenomen. Dit betekent dat windturbines die voldoen aan de Nederlandse milieunormen (denk hierbij aan de geluid- en slagschaduwnormen), geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s veroorzaken.
2
Tevens zijn wij van mening dat goede buren, zoals Beuningen en Wijchen zijn, elkaars regels zouden moeten accepteren. Daarom zijn wij van mening dat de Wijchense gedragscode voor windmolens, zo dicht bij de Wijchense grens, van toepassing zou moeten zijn
Het staat de gemeenten vrij om eigen gedragscodes op te Nee stellen voor windenergie. Deze gedragscodes beperken zich tot de gemeentegrenzen van desbetreffende gemeente. In de Wijchense gedragscode voor windenergie staan een aantal criteria beschreven waaraan windinitiatieven moeten voldoen, waaronder een maximale tiphoogte van 150m. Een
dusdanige beperking van de maximale tiphoogte heeft een significante invloed op de energieproductie. Dit heeft als gevolg dat meer windturbines en/of andere vormen van duurzame energie moeten worden gerealiseerd om aan de provinciale en gemeentelijke doelstellingen te voldoen. Het is aan iedere gemeente zelf om die keuze te maken. Net zoals de gemeente Wijchen een eigen gedragscode heeft, heeft de gemeente Beuningen haar eigen gebiedsproces doorlopen waarin de keuze is gemaakt om een deel van de opgave die zij heeft, op te wekken met windturbines. Uiteindelijk maakt de gemeente nog een keuze of zij medewerking willen verlenen aan een initiatief met een groter aantal kleinere windturbines of een initiatief met een kleiner aantal grotere windturbines (of een tussenvorm). 3
Omdat de rivierduinen een bijzondere plek innemen in de Berg- Fotorealistische visualisaties vanaf de rivierduinen bij Berg- Ja harense geschiedenis willen we de kwaliteit van dit prachtige na- haren zullen worden toegevoegd aan het MER. tuurgebied ook zolang en zoveel als mogelijk is, bewaren. Vanuit die rivierduinen is een uitzicht op enkele windmolens van waarschijnlijk meer dan 200 meter, die op 1km afstand staan, geen fraaie toevoeging aan het landschap. Graag zouden wij vanuit die plaats ook een gezichtspuntfoto met de molens in beeld willen hebben, zodat we een beter beeld krijgen van eventueel kwaliteitsverlies van dit unieke gebied.
4
Vanwege de gezondheidsrisico’s en de vermindering van de ruimtelijke kwaliteit van met name de rivierduinen, zijn wij van mening dat wij als Leefbaarheidsgroep aanspraak kunnen maken op het gebiedsfonds. Graag willen wij als partij meepraten met de invulling van dit fonds.
De gemeente staat positief tegenover uw verzoek. De ge- Nee meente is nu bezig met de uitwerking van het Gebiedsfonds en bekijkt wat de eerstvolgende stap is. Wanneer daar meer duidelijkheid over is wordt u daarover ingelicht.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Fotorealistische visualisaties vanaf de rivierduinen bij Bergharen zullen worden toegevoegd aan het MER.
R6 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
ABAB, namens particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03264
Datum inspraakreactie:
2 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
1
Cliënt is eigenaar van de agrarische gronden die aan hun toebehoren. Middels deze brief wijs ik u erop dat zij niet voornemens zijn medewerking te verlenen aan de realiseerbaarheid van een windturbine op gronden die aan hun toebehoren. Het verzoek aan u is om te zoeken naar alternatieve locaties, voor cliënt graag zo ver mogelijk weg van hun locatie.
De gemeente neemt dit ter kennisgeving aan en wijst erop Nee dat een uiteindelijk te vergunnen windpark moet kunnen rekenen op toestemming van de grondeigenaren.
Cliënt wil naar huidige inzichten niet in de nabijheid van een windturbine woonachtig zijn. Zij plaatsen de nodige kanttekeningen zoals te derven woongenot en waardevermindering bedrijf.
Er kan sprake zijn van waardevermindering (planschade) in- Nee dien het nieuwe planologische regime nadeliger wordt ten opzichte van het eerdere regime voor de omwonenden. Dit kan zich voordoen wanneer er sprake is van vermindering van het woon- en leefgenot of wanneer nieuwe planologische beperkingen worden gesteld aan het gebruik of de bouwmogelijkheden van het onroerend goed.
2
AanpassingMER/VOBP?
Wanneer de cliënt van de indiener hieraan geen medewerking verleent, kan er dus geen windturbine worden geplaatst op zijn/haar grond.
Voor het bepalen van de vraag of voor individuele gevallen sprake is van planschade, en (zo ja) hoe groot de omvang van deze schade is, kent de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een aparte procedure. Indien men denkt in aanmerking te
3
Ook blijkt dat elders bewoners in de directe nabijheid van een windturbine dermate hinder ondervinden dat zij daar psychisch veel last van ondervinden en dat dit ten koste gaat van de gezondheid. Dit weegt voor hun het zwaarst. Dit risico is voor hun niet acceptabel. Om die reden verzoek ik u de voorgestelde alternatieven niet verder uit te laten werken, omdat het geen enkel doel zal treffen.
komen voor planschade kan men binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan bij het college van Burgemeester en Wethouders van Beuningen een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade doen. Meer informatie is te vinden op de gemeentelijke website https://www.beuningen.nl/bouwen_en_wonen/vergoeding_planschade. Verder heeft de gemeente reeds aan initiatiefnemers verzocht tijdig een planschadeanalyse te maken. Daarnaast verwacht de gemeente van de initiatiefnemers een proactieve houding wanneer het aankomt op afspraken over de vergoeding. Het is niet uitgesloten dat omwonenden hinder ondervin- Nee den van de beoogde windturbines. Echter, de milieueffecten zijn mede bepalend in het bepalen van de locatie van de windturbines. Daarbij zal tenminste aan alle wet- en regelgeving worden voldaan, zodat een goed woon- en leefklimaat geborgd is. Bij de totstandkoming van de geldende wettelijk kaders zijn gezondheidsaspecten meegenomen. Dit betekent dat woningen die voldoen aan de Nederlandse wettelijke kaders met betrekking tot windturbines, denk hierbij aan de geluiden slagschaduwnormen, geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s ondervinden.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
R7 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03479
Datum inspraakreactie:
13 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
1
Elektriciteitsproductie dient niet te worden meegewogen omdat het geen milieu-effect is (pagina 7, voorlopige MER, tabel 1).
De opwekking van duurzame elektriciteit is in die zin een milieueffect dat Nee het direct uitstootvermindering van broeikasgassen tot gevolg heeft. Het is gebruikelijk om in een MER voor windenergie ook in te gaan op de energieproductie.
2
Er ontbreken essentiële onderzoeksresultaten op het gebied van ecologie en natura-2000 gebieden, waardoor nog geen voorkeursalternatieven kunnen worden bepaald.
Het is correct dat essentiële onderzoeksresultaten op het gebied van eco- Nee logie (incl. Natura 2000-gebieden) missen in het concept-combiMER, in het projectMER-deel. Deze resultaten worden in de komende weken verwacht en zullen in ieder geval uitgewerkt zijn voorafgaand aan de keuze van het definitieve voorkeursalternatief. Zodat ook ecologie als volwaardig milieueffect kan worden meegewogen bij de keuze van een definitief voorkeursalternatief.
3
Bij de keuze van het type windturbine dient het criterium ‘minimale geluidsemissie’ allesbepalend te zijn, gezien de recente aanbevelingen van het RIVM op dit gebied.
De keuze voor het definitieve windturbinetype wordt gemaakt door de ini- Nee tiatiefnemer van het windpark. Wel zal de gemeente zorgdragen dat deze keuze een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. De milieueffecten, zoals geluid, spelen een rol om te komen tomen tot een Voorkeursalternatief.
4
Gelet op de milieuschade verdient zonne-energie in alle gevallen de voorkeur boven windenergie.
Opwek van duurzame elektriciteit door zonneparken kent andere voor- en Nee nadelen dan door windturbines. Voorliggend bestemmingsplan en onderbouwend MER gaan niet over zonneparken.
5
In het bijzonder verzoek ik u om de gezondheidsaspecten van de inwoners van onze gemeente én van omliggende gemeenten het zwaarst te laten wegen in deze ruimtelijk zeer ingrijpende plannen
Het thema gezondheid heeft een eigen plaats in het MER. Omdat de ge- Nee meente de zorgen over gezondheidsaspecten serieus neemt wordt voor dit thema bovendien een Gezondheidseffectscreening (GES) uitgevoerd. Tegelijk wijst de gemeente erop dat de Nederlandse milieunormen voor windenergie voldoende bescherming bieden tegen nadelige gezondheidseffecten.
Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.
R8 – Particuliere indiener Naam instantie/indiener:
Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03551
Datum inspraakreactie:
16 juli 2020
Inspraakreactie: Nr.
Tekst uit inspraakreactie
Beantwoording
Aanpassing MER/VOBP?
1
Sinds de concept-NRD van 18 september 2019 en de inspraakreactieperiode tot half november 2019, heeft het een half jaar geduurd tot op 5 juni de concept-MER en het voorontwerp bestemmingsplan zijn gepubliceerd. Het gaat in totaal om maar liefst 1032 pagina’s, de nota van beantwoording op de inspraakreacties meegeteld. Zes weken reactietijd is vergeleken met het half jaar erg weinig, zeker zonder ondersteuning van een gespecialiseerd, zeer ervaren bureau. Is de gemeente bereid om in de (verdere) procedure meer reactietijd in te bouwen?
De gemeente is zich bewust van de hoeveelheid aan informa- Nee tie. De terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan en concept-MER zijn bedoeld als extra moment om de omgeving te informeren. Deze stap was niet verplicht of gebonden aan een minimale termijn voor terinzagelegging.
2
Geen wijziging van het bestemmingsplan vóór nieuw gezondheidsonderzoek.
De gemeente kan uit de reactie van indiener niet opmaken op Nee welke punten het milieuthema gezondheid in het MER onvoldoende zou zijn belicht.
3
Verband tussen laagfrequent geluid en gezondheidsklachten. Windturbines veroorzaken laagfrequent geluid, waardoor de trillingen gemakkelijk overal doorheen gaan en oordopjes niet helpen. Er moet eerst beter (biomedisch) onderzoek worden gedaan naar gezondheidseffecten van bestaande windmolens, alvorens nieuwe te plaatsen.
Graag verwijzen wij naar paragraaf 2.5 uit het Akoestisch On- Nee derzoek bij het MER.
In het vervolg van de ruimtelijke procedure zullen wettelijke termijnen worden aangehouden. Dat betekent dat dezelfde termijnen zullen gelden.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat, door de grote afstand van de windturbines tot woonkernen, ernstige geluidhinder in woonkernen kan worden uitgesloten.
Er kan gezondheidsschade ontstaan bij de geluidniveaus die op grond van artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit bij windturbines mogen optreden, onder meer door slaapverstoring. Dit geldt voor "normaal" geluid, maar er kunnen vooral gezondheidsklachten ontstaan door laagfrequent geluid. In het akoestisch onderzoek in deze m.e.r.-procedure is er ten onrechte vanuit gegaan dat van laagfrequent geluid geen andere effecten zijn te verwachten dan van "normaal" geluid. De aanname dat laagfrequent geluid geen andere effecten veroorzaakt dan "normaal" geluid is gebaseerd op verouderde onderzoeken, die nog uitgaan van oudere, lagere windturbines. De grote windturbines die het plan mogelijk maakt, veroorzaken meer laagfrequent geluid, wat tot gezondheidsklachten bij omwonenden kan leiden. In verschillende onderzoeken wordt een relatie gelegd tussen laagfrequent geluid en gezondheidsklachten bij omwonenden. In het bijzonder zij gewezen op de publicaties "Wind turbine noise; seems to affect health adversely and an independent review of evidence is needed" uit het British Medical Journal (2012, nr. 344) en "Windmolens maken wel degelijk ziek; Toepassing voorzorgsbeginsel en beter onderzoek zijn nodig" van S. van Manen uit Medisch Contact (22 maart 2018, nr. 12).