CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13: Bij toelichting - Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Augustuslaan/Krommehoekstraat10.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Lycens

Herbestemming à hergebruik

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen Opdrachtgever: Inveniam Plan ŭ Gebiedsontwikkeling

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen Projectnummer: 2021-0603

1-11-2021 Versie 1.0

Boet Engbersen

Jeroen Miellet

Adviseur Ecologie

Afdelingshoofd Ruimtelijke ordeningâ Milieu

b.engbersen@lycens.nl

j.miellet@lycens.nl

M 06 820 98267

M 06 58841958

LycensB.V. y DeventerstraatlO y 7575 EM Oldenzaal y 0541-570730 y info@lycens.nl y Schreven weg 6

y 8024 HA Zwolle

ínhoud Samenvatting............................................................................................................... 4 1. Inleiding......................................................................................................................7 2. Het plangebied.......................................................................................................... 8 2.1.

Situering....................................................................................................................................................8

2.2.

Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 8

3. Voorgenomen activiteiten....................................................................................... 10 3.1.

Algemeen................................................................................................................................................ 10

3.2.

Mogelijk effect op beschermde soorten en/of-gebieden...................................................................... 10

3.3. Vaststellen van de invloedsfeer.............................................................................................................. 10

4. Gebiedsbescherming............................................................................................... 12 4.1.

Algemeen................................................................................................................................................ 12

4.2.

Gelders Natuurnetwerken Groeneontwikkelingszone.......................................................................... 12

4.3.

Natura 2000............................................................................................................................................. 13

4.4.

Houtopstanden....................................................................................................................................... 16

4.5.

Slotconclusie........................................................................................................................................... 17

5. Soortenbescherming................................................................................................ 18 5.1. Verwachtingen bureauonderzoek..........................................................................................................18 5.2.

Methode.................................................................................................................................................. 18

5.3.

Resultaten............................................................................................................................................... 20

5.4.

Toetsingskader....................................................................................................................................... 23

5.5.

Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep................................................................................24

5.6.

Historische gegevens en overige bronnen.............................................................................................. 29

5.7. Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 29

6. Conclusie..................................................................................................................30 7. Bronnen....................................................................................................................32

Bijlage Bijlage 1: Foto’s Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming

3 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

Samenvatting Initiatiefnemer Inveniam is voornemens om bestaande woningen uítte breiden en nieuwe woningen te realiseren op vier percelen, gelegen achterwoningen aan de Augustuslaan te Beuningen. Om ruimte te creëren voor de woningen worden de percelen bouwrijp gemaakt. Hiervoor wordt bestaande vegetatie verwijderd en wordt grondverzet uitgevoerd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Lycens B.V. gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in hetkadervandeWetnatuurbeschermingin beeldte brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 5 oktober 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van wettelijk beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust-en voortplantingsiocaties en andere beschermde functies, zoais foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en houtopstanden.

Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied en er is geen sprake van beschermde houtopstanden in het plangebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op houtopstanden is niet aan de orde. Verder is een negatief effect van stikstof op Natura 2000gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Uitvoeringvan de voorgenomen activiteiten leidt tot wettelijke consequenties in het kadervan gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt dient er een stikstofberekening te worden uitgevoerd.

Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winterjrustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied, amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats en het plangebied vormt een ongeschikt biotoop voor beschermde ongewervelden.

4 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

Van dein het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. De kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de vaste rust-en voortplantingsplaats van de kleine marterachtigen zijn beschermd. Kleine marterachtigen mogen niet gedood worden en de vaste rust-en/of voortplantingsplaats mogen niet zonder ontheffing beschadigd of vernield worden. Vaste rust-en voortplantingsplaatsen mogen echter wel verstoord worden. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten, met negatieve effecten voor de kleine marterachtigen (met uitzondering van verstoring), dient een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb verkregen te zijn.

Om een ontheffing te verkrijgen dient eerst nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen. Een volledig onderzoek, conform handreiking kleine marterachtigen, bestaat uit minimaal zes weken aaneengesloten onderzoek met wildcamera’s in de actieve periode (maart-augustus).

Overige beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die in het plangebied aanwezigzijn mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Als niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Een van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied, voorde in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels, af. Dit kan echter alleen voor kleine marterachtigen tot wettelijke consequenties leiden in het kader van soortbescherming.

5 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

Samenvattende conclusie y

Algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vogelsoorten mogelijk aanwezig;

>

Plangebied is geschikt voor kleine marterachtigen. Nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen is verplicht;

>

Overige grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet worden gedood en moeten worden weggevangen. Indien dit niet voorkomen kan worden, dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode of dient ontheffing te worden aangevraagd;

y

Aanwezige bezette vogelnesten zijn beschermd tijdens de voortplantingsperiode. Er dient gewerkt te worden buiten de voortplantingsperiode om verstoringen vernieling van bezette nesten te voorkomen. Indien gewerkt wordt tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd om bezette nesten te localizeren zodat verstoring en vernieling kan worden voorkomen;

y

Een negatief effect van stikstof op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet worden uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten kan daarmee leiden tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt dient er een stikstofberekeningte worden uitgevoerd.

6 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

1. Inleiding Initiatiefnemer Inveniam is voornemens om bestaande woningen uítte breiden en nieuwe woningen te realiseren op vier percelen, gelegen achterwoningen aan de Augustuslaan te Beuningen. Om ruimte te creëren voor de woningen worden de percelen bouwrijp gemaakt. Hiervoor wordt bestaande vegetatie verwijderd en wordt grondverzet uitgevoerd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Lycens B.V. gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in hetkadervandeWetnatuurbeschermingin beeldte brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naarde (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust-en voortplantingspiaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbeschermingen deOmgevingsverordeningGelderland.

Doel van deze rapportage De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd ais één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkeiijk geen ecologisch werkprotocoi dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassingen het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocoi op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie overtype bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 3 komen vervolgens de voorgenomen activiteiten aan de orde. Hoofdstuk4 bevat de uitleg en uitwerkingvan de gebiedsbescherming. Hoofdstuk5 bevat de uitlegen uitwerkingvan de soortenbescherming. In hoofdstuk 6 komt de conclusie aan de orde. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar hoofdstuk7. In de bijlagezijn foto’s van het plangebied en aanvullende informatiete vinden.

7 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

2. Het plangebied 2.1.

Situering

Het plangebied is gesitueerd aan Augustuslaan te Beuningen. Het plangebied ligt in de woonkern van de Beuningen en wordt omgeven door stedelijk gebied. Het plangebied heefteen totale oppervlakte van 1.5 ha en is onderverdeeld in 4 afzonderlijk omrasterde percelen. De percelen zijn gelegen achter de woningen aan Augustuslaan. In figuur 2.1 wordt de regionale ligging van het plangebied weergegeven op kaart.

Figuur2.1: Regionale liggingvan het plangebied.

2.2.

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied bestaat uit 4 omrasterde percelen. De percelen wisselen onderling van elkaar en bestaan variërend uit open grasland, ruigte, heggen, struiken en kleine bosjes met loofbomen. Tussen de percelen ligt een drooggevallen watergang. Voor een verbeelding van het plangebied wordt verwezen naar bijlage 1. In figuur 2.2 wordt de begrenzing (rode kader) van het plangebied weergegeven.

8 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

Lycens

Figuur 2.2: Begrenzing van het plangebied.

9 y Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen y 1-11-2021

3. Voorgenomen activiteiten 3.1.

Algemeen

Initiatiefnemer is voornemens de bestaande percelen bouwen- woonrijpte maken. Er worden diverse bouwmassa's met woningen gerealiseerd en bestaande woningen worden uitgebreid. Ten behoeve van deze planontwikkeling wordt struikgewas, lage vegetatie en bomen verwijderd en vindt er grondverzet plaats. Het aantal woningen en de locaties daarvan is vooralsnog on bekend. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: >

rooien beplanting;

>

bouwrijp maken van perceel;

>

uitbreiden woningen;

>

bouwen woningen;

>

aanleggen verharding.

3.2.

Mogelijk effect op beschermde soorten en/of -gebieden

De voorgenomen activiteiten hebben mogelijkeen negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: >

verstoren rust-en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.

Mogelijke permanente invloeden: >

mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust-of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond

>

vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;

y

aantastingvan de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

beschermde nesten;

3.3.

Vaststellen van de invloedsfeer

Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit opeen beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naarde uitvoering van de fysieke werkzaamheden, kapen bouwwerkzaamheden.

10

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan woonerven en openbare ruimte. Vanwege de lokale invloedsfeer, wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied. Er is geen aanleidingte veronderstellen dan beschermde soorten en/of-waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

11

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

4. Gebiedsbescherming 4.1.

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op beschermd natuurgebied (Natura 2000) en het Natuurnetwerk Nederland.

4.2.

Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone

Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alleterreinen meteen natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens een Zoekgebied nieuwe natuur en nog te realiseren nieuwe natuur. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken vooreen klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuurvan het Gelders Natuurnetwerk beschermen tegen aantastingen heeft daarom regels opgenomen in deOmgevingsverordening. Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen.

De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities.

Ligging t.o.v. het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren liggen op 3.8 km kilometer afstand van het plangebied en gronden die behoren tot het Gelders natuurnetwerk liggen opl kilometer afstand. In figuur 4.1 wordt de liggingvan beide gebieden (groene kleur) in de omgeving van het plangebied (rode marker) weergegeven.

12

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Figuur 4.1: Ligging plangebied t.o.v. en Gelders natuur netwerk (donkergroen) en Groene ontwikkelingszone (lichtgroen) (Ruimtelijke plannen.nl).

Effectbeoordeling De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.

Wettelijke consequenties Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk. Omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

4.3.

Natura2000

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al járen achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbeschermingen gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

13

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones opgrond van de EuropeseVogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: >

de leefgebieden van vogels;

y

de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming).

De provincies stellen voorde Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland pasteen vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door de Minister van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor aiie Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijkzijn in en nabij die gebieden. Per 1 juli 2021 is de Wetstikstofreductieen natuurverbetering in werking getreden.

Hierin wordt gesteld dat bouw-en sloopactiviteiten en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk met daarbij behorende vervoersbewegingen beschouwd worden ais een activiteit die partieel is vrijgesteld voor het aspect stikstoften aanzien van de Wet natuurbescherming. Tijdelijke stikstofdepositie afkomstig uit de bouwsector gedurende de realisatiefase wordt buiten beschouwing gelaten. Overige stikstofdepositie, waaronder stikstof afkomstig uit de gebruiksfase, dient wel te worden getoetst.

Ligging t.o.v. Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Rijntakken is het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en ligt op 2,55 kilometer afstand van het plangebied. In figuur 4.2 wordt de ligging van Natura 2000-gebied (lichtblauwe kleur) in de omgeving van het plangebied (rode marker) weergegeven.

14

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

ŕ Figuur4.2: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: pdok.nl).

Stikstofgevoelige habitattypen Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Rijntakken bestaat vooreen aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen.

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten

De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van sloopen bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie.

Gelet op de aard, om vang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied is een negatief effect uitgesloten.

15

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Beoordeling Stikstof

Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aan- en afvoer van sloop- en bouwmaterialen, materieel en personeel. Als gevolg van het bebouwen van het plangebied, neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied, tijdens de realisatie-en de gebruiksfase, toeten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied, kan een negatief effect van stikstof op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Deze conclusie wordt getrokken op basis van ervaring met stikstofberekeningen voor soortgelijke projecten, zowel qua omvang, als afstand tussen plangebied en stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied.

Wettelijke consequenties

Voorgenomen activiteiten (gebruiksfase) hebben mogelijk een negatief effect van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied en leidt daarom mogelijk tot wettelijke consequenties.

4.4.

Houtopstanden

Om het bosareaal in stand te blijven houden zijn regels opgenomen in de Wet Natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden. Meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod vormen hierbij de kern. Deze regels zijn in het belang van zowel nationale als internationale natuur-, landschaps- en milieudoelstellingen. Onder beschermde houtopstanden wordt buiten de ‘bebouwde kom Wet Natuurbescherming’ een rij bomen van meer dan 20 bomen of bomen meteen minimale oppervlakte van 1.000 vierkante meterverstaan. Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk gerooid wordt, dient de rechthebbende binnen drie jaar dezelfde grond her te beplanten. Herbeplantingdie niet is aangeslagen dient binnen drie jaar vervangen te worden. Wanneer natuurlijke verjonging geen optie is, moeten boomsoorten die bij de groeiplaats aansluiten worden geplant. De begrenzing van de bebouwde kom conform Wet Natuurbescherming wordt door de gemeente vastgesteld. Deze begrenzing hoeft niet overeen te komen met de bebouwde kom van de wegenverkeerswet. Wanneer bomen binnen de bebouwde kom gekapt zullen worden is mogelijk een gemeentelijke (omgevings-jvergunning nodig. Per gemeente zal dit nagegaan moeten worden.

Indien sprake is van een bedekkings-percentagevan 60oZo en een opslag van meer dan vijf jaar is bij spontane bosopslag langs sloten, op braakliggende terreinen en natuurterreinen de Boswet van toepassing. Deze wet is niet van toepassing op éénrijige beplantingvan populier of wilg op of langs landbouwgronden, erven en tuinen, windschermen van bomen langs boomgaarden, linde, Italiaanse populier, paardenkastanje en treurwilg, kerstsparren, kweekgoed en vruchtbomen. De Wet natuurbescherming bevat een basis om regels te stellen ter uitvoering van Europese regels die beogen te verzekeren dat in internationaal verband verhandeld hout en verhandelde houtproducten duurzaam zijn.

16

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten

Het plangebied valt buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van een houtopstand met een oppervlak groter dan 1000 m2 óf meer dan 20 bomen in een rij. Een negatief effect op beschermde houtopstanden als gevolg van de werkzaamheden is niet aan de orde.

4.5.

Slotconclusie

Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied en er is geen sprake van beschermde houtopstanden in het plangebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op houtopstanden is niet aan de orde omdat plangebied binnen de bebouwde kom ligt. Verder is een negatief effect van stikstof op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt dient er een stikstofberekeningte worden uitgevoerd.

17

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

5. Soortenbescherming 5.1.

Verwachtingen bureauonderzoek

Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied bestaat uit ruigte, lage vegetatie en enkele bomen. Het plangebied wordt omgeven doorzowel stedelijk als landelijk gebied. De inrichtingen het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichtingen het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische beschermde diersoorten uit onderstaande soortgroepen: >

amfibieën;

>

grondgebonden zoogdieren;

>

vleermuizen;

>

vogels;

>

ongewervelden;

Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van flora, beschermde fau nasoorten als vissen, bladmossen, reptielen, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.

5.2.

Methode

Vooronderzoek De mogeiijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de van regionale en landeiijkse verspreidingsatlassen. Veldbezoek In het kadervan het natuurwaardenonderzoekis het plangebied op5-10-2021 tijdens dedaglichtperiode bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora-en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt.

18

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

Amfibieën De onderzoeksperiode is matig geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en reptielen. Amfibieën bezetten afhankelijk van de soort, land- ofvoortplantingsbiotoop. Amfibieën in land biotoop zitten overdag ook meestal weggekropen in holen en gaten in de grond of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen en zijn dan lastig waar te nemen. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen vooronderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten.

Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek. Verschillende beschermde grondgebonden diersoorten benutten in deze tijd van hetjaarvoortplantingsplaats als vaste rustplaats buiten de voortplantings periode. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab-en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.

Vleermuizen De onderzoeksperiode is matig geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust-verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen. De gebouwen en bomen zijn beoordeeld op de geschiktheid als verblijfplaats. Daarbij is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen in en aan de gebouwen en bomen. Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag dat vleermuizen foerageren of lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute, maar de mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied.

Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is ongeschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat de meeste vogels in het najaar geen territoriumindicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en veel soorten een geen bezet nest meer hebben. Sommige standvogels (dit zijn vogels die niet wegtrekken in de winter), zoals de huismus, steen-en kerkuil zijn doorgaans het helejaar door aanwezig in de buurt van de nestVrustplaats.

19

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen j 1-11-2021

In het plangebied is gekeken naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. De bebouwing is o.a. onderzocht op de aanwezigheid van huismussennesten. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels.

Ongewervelden Het plangebied is onderzocht op geschikt biotoop voor beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden. Hierbij is specifiek gekeken naarwaterelementen, natuurlijke oevers of essentiële waardplanten voor beschermde ongewervelden zoals de nachtvlinder Teunisbloempijlstaart.

5.3.

Resultaten

In deze paragraaf worden de resultaten van het veld bezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken.

Amfibieën Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt een deel van het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bastaardkikker, gewone pad, bruine kikker benutten de buitenruimte mogelijk als foerageergebied en mogelijk bezetten zeereen (winter) rustplaats. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder lage, dichte begroeiing. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Voorgenomende soorten komen niet in het plangebied voor en er zijn geen waarnemingen van deze soorten in of nabij het plangebied bekend. Als gevolgvan het rooien van beplantingen het uitvoeren van grondverzet, wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter) rustplaats beschadigd of vernield. De functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende amfibieën, wordt aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: >

rooien beplanting;

>

uitvoeren grondverzet;

>

bebouwen en verharden plangebied.

20

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en erzijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust-en/of voortplantingslocatie bezetten in het plangebied, maar gelet op de inrichtingen het gevoerde beheer, behoort het plangebied vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende beschermde grondgebonden zoogdiersoorten als huisspitsmuis, bosmuis, bosspitsmuis, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, egel, haas, konijn en vos. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten soorten als bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel er een vaste rust-en voortplantingsplaats. Dezesoorten kunnen een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder lage, dichte begroeiing. Als gevolgvan het rooien van beplantingen het uitvoeren van grondverzet, wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van beschermde grondgebonden zoogdieren kleine marterachtigen beschadigd of vernield. Defunctievan het plangebied als foerageergebied voor dein het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, wordt aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: y

rooien beplanting;

>

uitvoeren grondverzet;

>

bebouwen en verharden plangebied.

Vleermuizen Verblijfplaatsen

Erzijn tijdens hetveldbezoek geen vleermuizen waargenomen en erzijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats in het plangebied bezetten. Er is gekeken naarde bomen in het plangebied. Deze opgaande beplanting vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen; deze (jonge) bomen beschikken niet over holen in de stam of losse schors. Overige bouwwerken, zoals bebouwing, ontbreken in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust-of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: >

geen.

Foerageergebied

Het veld bezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichtingen het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende soorten rond de beplantingen vliegen ze over het plangebied terwijl ze foerageren rond bomen die net buiten het plangebied staan. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

21

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied mogelijk lichtelijk aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: y

rooien beplanting.

Vliegroute

Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naarverblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantarenpalen en gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoeringvan de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: >

geen.

Vogels Het plangebied wordt als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied, en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in de opgaande beplanting in het plangebied. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, houtduif, vink, heggenmus, tjiftjaf. In het plangebied ontbreken gebouwen waardoor nesten van huismussen en gierzwaluwen uitgesloten kunnen worden. Op de rand van het perceel is echter wel een steenuilen kast aanwezig, maar na controle is er geen steenuil aangetroffen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een steenuil de nestkast bezet. Erzijn geen braakballen, schijtsporen en ruiveren gevonden. Het plangebied vormt geen onderdeel uit van het functionele leefgebied van steenuilen. Figuur 5.1 geeft een steen uilen kast weer.

Figuur 5.1: Steenuilen kast op de rand van het plangebied.

22

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Door het rooien van beplantingtijdensdevoortplantingsperiode, wordt mogelijkeen bezet vogelnest beschadigd en/of vernield worden. Als gevolgvan het beschadigen/vernielen van bezette vogelnesten, worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels verwond of gedood. Door het bebouwen van het plangebied wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor vogels aangetast. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: y

rooien beplantingtijdensdevoortplantingsperiode;

y

Bebouwen en verharden plangebied.

Ongewerelden Het plangebied is ongeschikt voor beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden. Het plangebied beschikt niet over waterelementen, natuurlijke oevers of essentiële waardplanten voor beschermde ongewervelden. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermde o ngewervelden gedood en wordt geen functioneel leefgebied van beschermde ongewervelden beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: >

geen.

5.4.

Toetsingskader

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens deVogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Verder is het verboden om plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

Voor sommige in de Wet natuurbescherming ge noemde soorten geldt een ontheffing voor het opzettelijk vangen en de vaste voortplantings- en rustplaatsen van deze soorten opzettelijk beschadigen of vernielen, als gevolgvan werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de vrijstellingsregeling van de Provincie Gelderland van kracht. Zoals in de meeste provincies in Nederland, mogen in Gelderland beschermde soorten niet gedood worden als gevolgvan activiteiten die uitgevoerd worden in verband met een ruimtelijke ontwikkeling. Ook gelden er bepaalde vrijstellingen voor het verbod op doden mits er gewerkt wordt volgens een door de Minister goedgekeurde en toepasbare Gedragscode.

23

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Foerageergebied Foerageergebied voor veel beschermde soorten is niet expliciet beschermd in de Wet natuurbescherming. Foerageergebied van soorten, beschermd volgens de Habitatrichtlijn is beschermd, evenals foerageergebied van vogels met een jaarrond beschermde nestplaatsdie niet of nauwelijks in staat zijn alternatief foerageergebied te zoeken, zoals huismus en steenuil. Het aantasten van foerageergebied van nationaal beschermde soorten, uitgezonderde soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, leidt niet tot wettelijke consequenties, zolang de functionaliteit van de vaste rust-en voortplantingsplaats, maar niet wordt aangetast.

Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorgte dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval ínhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voorin het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2 indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3 voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Wettelijk kader Voorgenomen activiteit wordt gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling’. In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is het toegestaan om sommige soorten opzettelijk te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. In het kader moet zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen, zijn deze opgenomen in dit rapport.

5.5.

Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep

Amfibieën Door het rooien van beplantingen het uitvoeren van grondverzet, wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter) rustplaats beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggejaagd of weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie figuur 5.1 voor toepasbare vangmiddelen).

24

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Vnjittlling ván0*ō ditfKxxItfi To*KM)no Op grond ran atAgl 3 10vmdoW«( noUjurtmctoaning *vţri Prowmcnto Staton «11M/0 b(tago twhaan) bţ arUwl ÎŰ8 vim do OmgoungsMirordoninp soortnn mm dm bļ hmMnQin ntotadm bodotUtnirtfctl 3 10, F«wm9« W cndor a. o f on g vmdoWtl nAtuurtxn^horrrang mot tx*w(p van do Mngogovnn mddoton cpsoaQtÿc mogon wcvoon

Gftod WnmikfiMi(fMMa Penodo ļcdnrOfh«hiOfHí Soort A.wdrr^.1

Vanÿtoa V*nţ*ocn Schepnoí

bmái DmniPta DwrttHľTvr^ľv

l|rt GriXXW bCHU*ĨVT»jrt

Gowrxptd Hut ttotaftttmuh Űiw wrtwuUnwrtdff ISįnĮn MwUta V.Sirivĩr póft-* ÛndwŗMdw ««Hum

Kof Ro*v# woftmilt bOMpftwnufc

VtUmA Vot Wortrrt

Vang*00

V*ng*ocn Vang*oen V«ng*ocn Sċhepnrt VançKoo. Vangkooi ScfWtaí Vanļ*OCM Schnpnoi SchcipncH VongJtooi Vangkoo VangKoo. vangKod VarÿuMi VançKocx Vangkoa

Figuur 5.1: Overzicht van toepasbare vangmiddelen per diersoort.

Beschermde amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dienteen ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uítte mogen voeren in het kader van deWnb. Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: >

geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden.

Grondgebonden zoogdieren Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust-of voortplantingsplaats beschadigd en vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Kleine marterachtigen De kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de vaste rust-en voortplantingsplaats van de kleine marterachtigen zijn beschermd. Uitverspreidingsgegveens is gebleken dat de bunzingin de directe omgeving van het plangebied voorkomt. Kleine marterachtigen mogen niet gedood worden en de vaste rust-en/of voortplantingsplaats mogen niet zonder ontheffing beschadigd of vernield worden. Vaste rust-en voortplantingsplaatsen mogen echter wel verstoord worden. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten, met negatieve effecten voor de kleine marterachtigen (met uitzondering van verstoring), dient een ontheffing van de verbodsbepalingen van deWnb verkregen te zijn. Om een ontheffing te verkrijgen dient eerst nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de functie van het plangebied voor kleine marterachtigen. Een volledig onderzoek, conform handreiking kleine marterachtigen, bestaat uit minimaal zes weken aaneengesloten onderzoek met wildcameras in de actieve periode (maart-augustus).

25

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Overige soorten Overige beschermde grondgebonden zoogdieren die in het plangebied aanwezig zijn mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Een van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van deWnb. Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: >

met betrekkingtot de kleine marterachtigen: nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor

kleine marterachtigen verplicht; >

met betrekkingtot overige soorten: geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden.

Vleermuizen Verblijfplaatsen

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust-ofvoortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoeringvan devoorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om devoorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van deWnb. Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: >

geen.

Essentieel foerageergebied

Door het uitvoeren van devoorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoeringvan devoorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om devoorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van deWnb.

Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: >

geen.

Vliegroute

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentiële vliegroute van vleermuizen aangetast. Uitvoeringvan devoorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om devoorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van deWnb.

26

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: y

geen.

Vogels Als gevolg het rooien van beplantingtijdensdevoortplantingsperiode, wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden of eieren beschadigd of vernield worden. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren isseptember-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Hiervoor dient minimaal 3 dagen alvorens de start van de werkzaamheden een erkend ecoloog het struikgewas en bomen te controleren op de aanwezigheid van (bezette) nesten. Wettelijke consequenties in het kader van deWnb: >

rooien beplanting buiten de voortplantingsperiode;

>

Indien werken in gevoelig periode (maart- augustus) dan is een broedvogelcontrole noodzakelijk.

Ongewerelden Bij het rooien van de beplanting worden geen essentiële waardplanten, waterelementen, natuurlijke oevers aangetast. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden kunnen worden uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroepis geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van deWnb nodig. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: >

Geen

Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. In tabel 5.1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.

27

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Tabel 5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep

Amfibieën

Functie

Foerageergebied

Beschermdesoorten

Verbodsbepalingen

planlocatie

(Wet natuurbescherming)

Diverse soorten

Nietvan toepassing; functie wordt

Aandachtspunt

Geen

niet aangetast Amfibieën

Vaste rustplaats

Diverse soorten

Nietvan toepassing; vrijstelling

Geen

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Amfibieën

Voortplantingsplaats

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Amfibieën

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 3.10 lid la

Geen Geen dieren doden: werken volgens Gedragscode of ontheffing aanvragen

Grondgebonden

Foerageergebied

Diverse soorten

Nietvan toepassing; vrijstelling

Geen

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

zoogdieren Grondgebonden

Vaste rust- en

Kleine

zoogdieren

voortplantingsplaats

marterachtigen

Art. 3.10 lid lb

Naderonderzoek naarde fu nctie van het plangebied voorde kleine marterachtigen

Grondgebonden

Vaste rust- en

Diverse soorten

Nietvan toepassing; vrijstelling

zoogdieren

verblijfplaats

m.u.v. kleine

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Geen

marterachtigen Grondgebonden

Doden van dieren

zoogdieren

Kleine

Art. 3.10 lid la

marterachtigen

Naderonderzoek naarde fu nctie van het plangebied voor kleine marterachtigen verplicht

Grondgebonden

Doden van dieren

zoogdieren

Diverse soorten

Art. 3.10 lid la

m.u.v. kleine

Geen dieren doden, of werken volgens

marterachtigen

Gedragscode of ontheffing aanvragen

Vleermuizen

Rust- of

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

voortplantingsplaats Vleermuizen

Essentieel foerageergebied

Vleermuizen

Vliegroute

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

Vleermuizen

Doden van dieren

Nietvan toepassing

Nietvan toepassing

Geen

Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Nietvan toepassing; functie wordt

Geen

niet aangetast Vogels

Bezette nesten (niet

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 2

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

Werken buiten

jaarrond beschermd) Vogels

Jaarrond beschermde

Werken buiten voo rtplantings periode

nest- en rustplaats Vogels

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 1

Ongewervelden

Rust- of

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

Niet aanwezig

Nietvan toepassing

Geen

voo rtplantings periode

voortplantingsplaats Overige soorten

Dieren en overige functies

28

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. Soortgroep

Amfibieën

Vaste rust

Voort-

Vliegroute

Essentieel-

Wettelijke

Nader

plaats

plantings-

(vleer-

foerageer-

consequenties

onderzoek

plaats

m u izen)

gebied

Nee

n.v.t.

Nee

nee

Ontheffingve reist

vereist Ja

Nee

Nee, tenzij dieren gedood worden

Grondgebonden

Ja

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Ja

zoogdieren

Naderonderzoek naar (kleine) marterachtigen verplicht

Vleermuizen

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Vogels

Nee

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd ofvernield worden

Ongewervelden

5.6.

Nee

Nee

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Historische gegevens en overige bronnen

Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend.

5.7.

Volledigheid van het onderzoek

Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

29

Quickscan Ecologisch Onderzoek Augustuslaan te Beuningen

1-11-2021

Nee

6. Conclusie De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden diein het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van dezorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.

Conclusie m.b.t.gebiedsbeschermingen houtopstanden Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied en er is geen sprake van beschermde houtopstanden in het plangebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geen externe werking kent. Een negatief effect op houtopstanden is niet aan de orde. Verder is een negatief effect van stikstof op Natura 2000gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Uitvoeringvan de voorgenomen activiteiten leidt tot wettelijke consequenties in het kadervan gebiedsbescherming. Vanuit ecologisch oogpunt dient er een stikstofberekening te worden uitgevoerd.

Conclusie m.b.t. soortenbescherming De inrichtingen het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winterjrustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-en voortplantingsplaats in het plangebied, amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats en het plangebied vormt een ongeschikt biotoop voor beschermde ongewervelden. Van dein het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=3828e5a0-67a5-4030-a2c3-e84f9575e841