CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Bijlage motivering 10 Akoestisch onderzoek industrielawaai Willems Winssen

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 128.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

een softwarematige aanpassing van het motormanagement en aanpassing van het koelluchtrooster aan de achterzijde van de installatie. Het standaard rooster is vervangen door een lamellenrooster met gekromde lamellen, waardoor het geluid meer wordt ‘verspreid’.

Doel van het akoestisch onderzoek is middels metingen en berekeningen vaststellen van de bronsterkteniveaus van de installatie en het bepalen van het effect van de uitgevoerde geluidreducerende maatregelen. De resultaten van het onderzoek kunnen worden gebruikt ten behoeve van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruik van deze installatie op een nader te bepalen locatie. Afbeelding 1- Overzicht van de breek- en zeefinstallatie zoals opgesteld te Hoogblokland.

5

Rapport 6121077.R02

Teneinde de geluidsniveaus in dB(A) vast te stellen zijn op 14 mei 2012 geluidmetingen uitgevoerd op het bedrijfsterrein van Asfalt Productie Hoogblokland B.V. te Hoogblokland waar de installatie tijdelijk staat opgesteld (zie afbeelding 1). Tevens is de installatie met bijbehorende installatiedelen middels foto’s vastgelegd.

2.

SITUATIE De nieuwe mobiele breek- en zeefinstallatie van Kleemann GmbH, type Mobirex MR 130 ZS (EVO) bestaat in hoofdzaak uit een doseur, een voorscheider, een breker, een aandrijfmotor, een magneetband, een zeefunit, een retourband en een afvoerband. Gelet op de inzet op meerdere locaties is de installatie, in verhouding tot de grootte en capaciteit, zo compact mogelijk opgebouwd waarbij alle onderdelen tot één geheel zijn samengevoegd. Inclusief bijbehorende zeefunit heeft de installatie een totale lengte van 21,1 m, een breedte van 3,0 m en een hoogte van 4,33 m. Het geheel staat op rupsbanden en heeft een massa van circa 60 ton. Afbeelding 2- Achterzijde van de breek- en zeefinstallatie met de hydraulische Hitachi rupskraan verhoogd opgesteld op de berg met nog te verwerken asfaltpuin.

Voor de verwerking van beton- of asfaltpuin bedraagt de verwerkingscapaciteit van de installatie ten hoogste circa 300 ton per uur. In de situatie te Hoogblokland werd in hoofdzaak asfaltpuin, freesasfalt en asfaltschollen gebroken (zie afbeelding 2). Behoudens het gedeelte waar het nog te verwerken puin ligt opgeslagen (invoerzijde) en het gedeelte waar het asfaltgranulaat is gestort (uitvoerzijde) kan de bodem waar de installatie staat opgesteld worden aangemerkt als een geluidreflecterend bodemvlak. Het specifieke toe-

6

Rapport 6121077.R02

rental van de in werking zijnde installatie is ter plaatse vastgesteld op n = 1.700 omw/min1. De doseur van de installatie wordt gevuld door een niet tot de installatie behorende hydraulische rupskraan (Hitachi). Teneinde goed zicht te hebben op dit vullen staat de machine daarbij verhoogd opgesteld op de berg met nog te verwerken asfaltpuin (zie afbeelding 2). Met een voor deze machine ongewijzigde bronsterkte van LWA = 101 dB(A) is de geluidbijdrage verwaarloosbaar ten opzichte van die van de breek- en zeefinstallatie.

3.

MEETRAPPORT LEVERANCIER Door de leverancier is voor deze breek- en zeefinstallatie een meetrapport meegeleverd dat is opgesteld door IFTU Ingenieurbüro für Technischen Umweltschutz te Göppingen (D). Het betreft “Messbericht mit Siebanlage” gedateerd 18-05-2010. Het betreffende meetrapport is integraal als bijlage 1 in voorliggend akoestisch onderzoek opgenomen. Afhankelijk van het toerental is een geluidsvermogenniveau (Schallleistungspegel) vastgesteld van LWA = 124 en 125 dB(A). De metingen en bronsterkteberekeningen zijn uitgevoerd op basis van EN ISO 3744. Het volgens deze norm vastgestelde geluidsvermogenniveau geeft geen informatie over deelgeluidsbronnen en eventuele richtingeffecten. Het meetrapport heeft betrekking op de installatie zoals die oorspronkelijk is geleverd, zonder de aanvullende geluidreducerende maatregelen zoals KWS die nu aan de installatie heeft laten uitvoeren. Op basis van de in maart 2012 door ons uitgevoerde metingen tijdens breek- en zeefwerkzaamheden te Staphorst (rapport 6121077.R01) is een bronsterkte vastgesteld van LWtotaal = 118 dB(A).

4.

UITVOERING METINGEN

4.1.

Meetapparatuur Bij de geluidmetingen is gebruik gemaakt van de volgende apparatuur: precision sound level meter and real-time frequency analyzer, Larson Davis, model 2800 die zowel voldoet aan de specificaties van IEC-publicatie 651 (1979) als van 804 (1992); W voorversterker Larson Davis, model 900B; W rondom gevoelige ½” microfoon met bijbehorende windbol (windscreen). W

1

Door de operator ter plaatse is aangegeven dat dit ook het standaard toerental is waarop de machine in bedrijf is.

7

Rapport 6121077.R02

Voor en na de metingen is het gehele meetsysteem gekalibreerd met behulp van de volgende akoestische ijkbron: W

4.2.

kalibrator met een constant signaal bij 1000 Hz (½” microfoon), Larson Davis, acoustic calibrator CAL200.

Meet- en rekenvoorschrift De metingen en berekeningen van de geluidsniveaus vanwege de nieuwe installatie zijn uitgevoerd volgens de richtlijnen van de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ uitgegeven door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Samsom, 1999). De handleiding geeft technische procedures aan voor zowel de vergunningverlening en zonering in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh), als voor de vergunningverlening in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en gemeentelijke verordeningen. Bij de metingen en berekeningen is gebruik gemaakt van Module C / Methode II. De immissierelevante bronsterkten zijn bepaald volgens de ‘Aangepast meetvlakmethode (methode II.3)’ en de ‘Hybride methoden (methode II.10)’ waarbij de berekeningsresultaten worden gecontroleerd en bijgesteld op basis van meetresultaten verkregen op specifiek gekozen punten.

4.3.

Meteo De geluidmetingen ter plaatse zijn in de dagperiode uitgevoerd onder de volgende meteocondities: datum tijd windrichting windsnelheid bewolking temperatuur bodem

4.4.

14 mei 2012 13.00 - 14.30 uur zuidoost < 3 Bft geen 16°C droog

Rekenprogramma Alle ontvangerpunten, relevante geluidsbronnen en objecten zijn verwerkt in een akoestisch rekenmodel. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma ‘Geonoise’, versie V5.43, van dgmr-software.

8

5.

Rapport 6121077.R02

MEET- EN BEREKENINGSRESULTATEN Figuur 2 geeft een bovenaanzicht van de breek- en zeefinstallatie in de situatie te Hoogblokland met de ligging van de controlepunten C01 t/m C09 rondom op een afstand van 7 m rond de contour van de installatie. Alle controlepunten hebben een praktische ontvangerhoogte van ho = 1,5 m boven het gemiddelde maaiveldniveau ter plaatse.

5.1.

Deelbronsterkten Doseur en voorafscheider Uit de meetwaarden, aangevuld met metingen nabij specifieke onderdelen, zijn de representatieve deelbronsterkten bepaald. Voor de doseur met bijbehorende voorscheider [bron 01 t/m 04] (zie afbeelding 3) is ongewijzigd ten opzichte van de in maart 2012 gemeten situatie een deelbronsterkte herleid van LW = 104,2 dB(A)2. Afbeelding 3- Detail achterzijde installatie met de doseur en daarvoor (juist zichtbaar) het zeefdek van de voorafscheider.

Breker Door de kap aan de voorzijde3 van de installatie over de aandrijving wordt de geluidemissie van de eigenlijke breker in deze richting enigszins afgeschermd. Exclusief richtingsin-

2 3

Decimale geluidsniveaus zijn uitsluitend aangegeven met betrekking tot de rekennauwkeurigheid van het eindresultaat. De voorzijde van de installatie is die zijde waar de doseur zich rechts bevindt en de zeefunit links. De aandrijving is aan deze zijde voorzien van een afschermende kap (zie figuur 1).

9

Rapport 6121077.R02

dex (directivity index, DI) is voor de breker [bron 05 t/m 08] (zie afbeelding 4) een deelbronsterkte herleid van LW = 98,4 dB(A). Het verschil in geluidemissie tussen de voor- en achterzijde bedraagt circa 3 dB. De vastgestelde bronsterkte en richtingseffecten zijn ongewijzigd ten opzichte van de situatie voor maatregelen (metingen maart 2012). Afbeelding 4- Achterzijde installatie met links de doseur met voorafscheider, midden de breker, rechts het motorcompartiment en dwarsover de retourband

Aandrijfmotor Exclusief richtingeffecten4 is voor de dieselmotor [bron 09 t/m 14 en bron 21 + 22] (zie afbeelding 5), herleid naar een rondom uitstralende geluidsbron, een totale deelbronsterkte herleid van LW = 111,6 dB(A). Ten opzichte van de situatie als gemeten in maart 2012 is de geluidemissie vanwege het motorcompartiment met circa 6 dB afgenomen. In de situatie voor maatregelen was er sprake van duidelijk tonale componenten in het gemeten geluiddrukniveau vanwege het koelluchtrooster van de dieselmotor (met name in de tertsband met middenfrequentie van 400 Hz). In de nu gemeten situatie na maatregelen is deze tonale component nagenoeg niet meer aanwezig. Ook het richtingseffect is afgenomen. De geluidemissie aan de achterzijde is circa 1 dB hoger dan aan de voorzijde (was 7 dB).

4

De richtingeffecten van met name de koelluchtroosters van de aandrijfmotor zijn in de berekeningen specifiek meegenomen door het definiëren van openingshoek en afstraalrichting (zie bijlage 2).

10

Rapport 6121077.R02

Afbeelding 5- Achterzijde installatie met links het motorcompartiment (met aangepast koelluchtrooster), in het midden de magneetband (met dwarsover de retourband) en rechts de zeefunit met afvoerband

Magneetband en zeefunit Voor de magneetband (dwars op de installatie), tezamen met de ingebouwde zeefunit, [bron 15 t/m 19] (zie afbeelding 5) is een deelbronsterkte herleid van LW = 111,6 dB(A). Ten opzichte van de in maart 2012 gemeten situatie betekent dit een deeltoename van circa 8 dB. Mogelijk is dit een gevolg van een gewijzigde trillingsfrequentie van de zeef, de zeefgrootte, of de specifieke opstelling ter plaatse. Overige geluidsbronnen De overige geluidsbronnen zoals het stortpunt van de afvoerband [vallen van granulaat, bron 20] en het stortpunt van de magneetband [vallen van metaal, bron 23] zijn voor de geluidemissie naar de omgeving minder relevant. Overzicht Een overzicht van alle ingevoerde geluidsbronnen met coördinaten, hoogten, maaiveldhoogten, octaafbandspectra, dB(A)-waarden en tijdscorrecties uitgedrukt in dB is gegeven in bijlage 2. De ligging van de ingevoerde geluidsbronnen is gegeven in figuur 3.

11 5.2.

Rapport 6121077.R02

Verificatie De in hoofdstuk 5.1 gepresenteerde geluidsbronnen zijn ter verificatie van de geluidemissie opgenomen in een akoestisch rekenmodel. Bij deze verificatie is er van uitgegaan dat de betreffende geluidsbronnen volledig (= 100%) in bedrijf zijn. Blad 1 van bijlage 3 geeft een overzicht van de berekende geluidsniveaus in dB(A). De bladen 2 t/m 7 van deze bijlage geven elk de deelgeluidbijdragen op een aantal relevante controlepunten. In onderstaande tabel 1 is een overzicht gegeven van de gemeten en berekende geluidsniveaus. Tabel 1: Controlepunt

Verificatie meet- en berekeningsresultaten ter controle van de vastgestelde bronsterkteniveaus en geluidoverdracht Omschrijving locatie

Meetwaarde [dB(A)]

C01 C02 C03 C04 C05

Controlepunt contour bij breker (achter) Controlepunt contour bij dieselmotor (achter) Controlepunt contour bij zeef (achter) Controlepunt contour bij stortpunt (achter) Controlepunt contour bij stortpunt (kopzijde)

85,3 86,8 86,5 84,5 76,1

Berekend geluidsniveau [dB(A)] bijlage 3 86,1 85,9 85,4 84,7 74,9

C06 C07 C08 C09

Controlepunt contour bij stortpunt (voor) Controlepunt contour bij zeef (voor) Controlepunt contour bij breker (voor) Controlepunt bij doseur (voor)

85,2 86,3 85,6 82,9

86,0 86,9 85,2 82,1

figuur 2

Uit bovenstaande verificatie blijkt dat alle berekende geluidsniveaus binnen 1,2 dB nauwkeurig overeenstemmen met de gepresenteerde meetwaarden op de betreffende controlepunten. 5.3.

Totale bronsterkte Sommatie van de in bovenvermelde deelbronsterkten geeft een totale bronsterkte voor de gehele installatie van LWtotaal = Σ(104,2 + 98,4 + 111,6 + 111,6) = 115,1 dB(A). In aanvulling op de metingen als gepresenteerd in tabel 1 is een controlemeting uitgevoerd op een (vrijgelegen) meetpunt op 15 m afstand van de zijwand van de installatie {=15 + (3,0/2) = 16,5 m tot hart}. Het gemeten geluidsniveau bedraagt LpA = 83,0 dB(A). De op basis van dit meetresultaat berekende totale bronsterkte van de gehele installatie, opgesteld op een geluidreflecterend bodemvlak, bedraagt: LWtotaal = 83,0 + 10 lg (2 × π × 16,52) = 115,3 dB(A). Afgerond op hele dB(A)’s bedraagt de vastgestelde bronsterkte voor de gehele installatie LWtotaal = 115 dB(A). De meetnauwkeurigheid bedraagt ± 1 dB. Met de toepassing van de geluidreducerende maatregelen als omschreven in hoofdstuk 1 is de totale bronsterkte vanwege de installatie met 3 dB gereduceerd.

12

Rapport 6121077.R02

De totale bronsterkte van de installatie is 125 - 115 = 10 dB lager dan oorspronkelijk opgegeven door de leverancier. Er is nog beperkt sprake van een richtingeffect. In de nu gerealiseerde situatie na maatregelen zijn zowel de aandrijfmotor als de zeefunit bepalend voor de totale geluidemissie vanwege de installatie. 5.4.

Geluidscontouren De berekende geluidscontouren behorende bij deze mobiele breek- en zeefinstallatie zijn in stappen van 5 dB gepresenteerd in figuur 4. De ontvangerhoogte bedraagt ho = 5 m boven het gemiddelde maaiveldniveau. De contouren zijn bepaald voor de dagperiode en zijn exclusief een eventuele correctie voor bedrijfsduur (Cb). Overeenkomstig de aangetroffen situatie te Hoogblokland is daarbij uitgegaan van een geluidreflecterend bodemvlak. Afhankelijk van de specifieke richting bevindt de 50 dB(A) contour zich op een afstand van 300 tot 400 m vanaf het hart van de installatie. Indien de installatie wordt opgesteld op een geheel of gedeeltelijk geluidabsorberend bodemvlak (grasland, bouwland o.i.d.) dan zijn bovenvermelde afstanden kleiner.

5.5.

Maximale geluidsniveaus De vanwege de installatie te verwachten maximale geluidsniveaus (LAmax) worden met name veroorzaakt door het vallen van puinbrokken en/of asfaltschollen in de doseur en zijn ongewijzigd. Afhankelijk van grootte en storthoogte bedragen de te verwachten maximale bronsterkten ten hoogste 122 dB(A). De optredende maximale geluidsniveaus in de omgeving zijn daarmee naar verwachting niet meer dan 10 dB hoger dan de berekende equivalente geluidsniveaus vanwege de gehele installatie.

6.

CONCLUSIE Met het treffen van maatregelen aan het motorcompartiment (inclusief koelluchtrooster) van de nieuwe mobiele breek- en zeefinstallatie van Kleemann GmbH, type Mobirex MR 130 ZS (EVO) is de geluidemissie vanwege de installatie aanvullend met 3 dB gereduceerd. Op basis van geluidmetingen in combinatie met overdrachtberekeningen is voor de installatie een totale bronsterkte vastgesteld van LWtotaal = 115 dB(A) [was 118 dB(A)]. Daarmee is de installatie in de huidige situatie tot 10 dB stiller dan volgens de oorspronkelijke opgave van de leverancier.

13

Rapport 6121077.R02

Mogelijk optredende maximale geluidsniveaus (LAmax) vanwege de installatie zijn naar verwachting niet meer dan 10 dB hoger dan het equivalente geluidsniveau.

WNP raadgevende ingenieurs

mevr. dr. R.F. Noorman

ing. H. Wijnmaalen

FIGUREN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=484dabfb-dd92-4aa9-9c01-6473aad10208