Bijlage 11 Bijlage motivering 10 Akoestisch onderzoek industrielawaai Willems Winssen
Tekst van het document
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid Onderzoek geluid bedrijf Willems Winssen
Status Versie Rapport Datum
definitief 002 M.2021.1199.01.R001 23 februari 2024
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
Colofon Van de Klok
Contactpersoon opdrachtgever
de heer T. Hendriks E: t.hendriks@vandeklok.nl
Project Betreft Uw kenmerk
Klokgroep ontwikkeling Winssen-zuid Aanvullende werkzaamheden BMZ -
Rapport Datum Versie Status
M.2021.1199.01.R001 23 februari 2024 002 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem
Contactpersoon
H.D. (Herman) Jager MSc 088 346 78 21 hja@dgmr.nl
Auteur
H.D. (Herman) Jager MSc 088 346 78 21 hja@dgmr.nl
Projectadviseur
ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 ks@dgmr.nl
2e lezer/secr.
KS|OZU
2
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Opdrachtgever
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Situatie 2.1 Omgeving 2.2 Plan woningen Winssen-Zuid
5 5 5
3. Beoordelingskader 3.1 Belemmering bedrijfsvoering 3.2 Goed woon- en leefklimaat
6 6 7
4. Uitgangspunten 4.1 Vigerende omgevingsvergunning 4.2 Eerder uitgevoerde onderzoeken
10 10 11
5. Resultaten 5.1 Representatieve bedrijfssituatie 5.2 Incidentele bedrijfssituatie 5.3 Beoordeling mogelijkheden ontwikkelen woningen
12 12 16 17
6. Conclusie
19
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
Omgevingsvergunning Willems Winssen Akoestisch onderzoek Willems Winssen opgesteld door De Roever Omgevingsadvies
3
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
1. Inleiding Van de Klok treft voorbereidingen voor het realiseren van een woningplan aan de zuidwestzijde van Winssen. Op de kavels zijn op dit moment agrarische bedrijven gevestigd. Om de woningbouw mogelijk te maken is een aanpassing van het bestemmingplan nodig. Voor de onderbouwing van de ruimtelijke procedure heeft DGMR voor Van de Klok een akoestisch onderzoek naar het geluid van Willems Winssen uitgevoerd. Om de aanpassing van het bestemmingsplan mogelijk te maken, moet worden aangetoond dat de bedrijven in de omgeving niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Op het westelijke deel van het plangebied is het grondverzetbedrijf Willems gevestigd. In dit onderzoek bepalen wij de afstanden waarbinnen woningbouw mogelijk is vanwege de vergunde activiteiten van dit bedrijf. De berekeningen maken wij op basis van het akoestisch onderzoek dat door De Roever Omgevingsadvies is opgesteld, voor het aanvragen van de vigerende omgvingsvergunning van Willems Winssen. Daarnaast moet voor de ruimtelijke procedure worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege het geluid van Willems Winssen op de plaatsen waar nieuwe woningen worden ontwikkeld. Voor deze beoordeling gebruiken wij de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering.
4
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Voor een grondverzetbedrijf zijn geluid en stof de maatgevende milieuaspecten. In een eerdere analyse is door DGMR op basis van richtafstanden vastgesteld dat vanwege het aspect stof geen onaanvaardbare hinder of belemmering van de bedrijfsvoering te verwachten is, op de plaatsen van de nieuw te bouwen woningen (kenmerk: M.2021.1199.00.N001). Het aspect stof is daarom in voorliggend onderzoek niet beschouwd.
Willems Winssen
2. Situatie 2.1 Omgeving De planlocatie ligt aan de zuidwestzijde van Winssen tussen de Van Heemstraweg, Kennedysingel, Leegstraat en Geerstraat. Op de kavels zijn op dit moment agrarische bedrijven gevestigd. Het vigerende bestemmingsplan staat de enkelbestemming ‘agrarisch’ toe. Daarnaast is het grondverzetbedrijf Willems in het westelijk deel van het plangebied gevestigd. In figuur 1 staat de beoogde locatie voor de woningen met een rood gearceerd vlak op de bestemmingsplankaart weergegeven. Een deel van de woningen binnen dit gebied blijft bestaan. Ook is op de afbeelding de locatie van het bedrijf Willems Winssen aangegeven (paarse vlak bedrijfsbestemming).
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Willems Winssen
figuur 1: bestemmingsplankaart Winssen en omgeving (plangebied rood gearceerd) (Willems Winssen paars)
2.2 Plan woningen Winssen-Zuid Het plan bestaat uit de realisatie van grondgebonden woningen en appartementen. De exacte invulling van het plangebied is op dit moment nog niet bekend.
5
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
3. Beoordelingskader Voor het plan moet beoordeeld worden of de woningen voor een belemmering van de bedrijfsvoering van Willems Winssen kunnen zorgen. Daarnaast maken wij op basis van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering inzichtelijk op welke locaties binnen het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 3.1 Belemmering bedrijfsvoering Voor de beoordeling van de mogelijke belemmering van de bedrijfsvoering sluiten wij aan bij de normen die in het akoestisch onderzoek van De Roever zijn toegepast voor de beoordeling van het geluid. De bouw van de woningen veroorzaakt geen belemmering van de bedrijfsvoering van het bedrijf Willems, wanneer aan deze grenswaarden wordt voldaan. Representatieve bedrijfssituatie Handreiking industrielawaai en vergunningverlening In het onderzoek van De Roever Omgevingsadvies zijn de geluidsniveaus voor de representatieve bedrijfssituatie beoordeeld op basis van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. In het onderzoek is uitgegaan van de grenswaarden voor een landelijk gebied met agrarische activiteiten. In onderstaande tabel staan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau die zijn toegepast in het onderzoek van De Roever.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Maximale geluidsniveau
Dagperiode (07.00 – 19.00 uur) 45 dB(A)
Avondperiode (19.00 – 23.00 uur) 40 dB(A)
Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) 35 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
In de handreiking is beschreven dat de gemeente de mogelijkheid heeft om zowel voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau af te wijken van de grenswaarden die in bovenstaande tabel staan weergegeven. Hiervoor moet aangetoond worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om voldoende maatregelen te nemen om aan de grenswaarden te voldoen. De gemeente heeft geen beleid opgesteld voor het beoordelen van geluid van bedrijven. In de geluidregelgeving wordt een afwijking van de grenswaarde van maximaal 5 dB over het algemeen als aanvaardbaar beschouwd. Voor Willems Winssen zijn in de vigerende omgevingsvergunning ook voorschriften vastgesteld voor het geluid op de bestaande woningen. Voor het maximale geluidsniveau zijn in deze vergunning geluidsnormen voor de nachtperiode vastgesteld van 73 dB(A). Regelmatige afwijking van de RBS In het onderzoek van De Roever is ook een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie opgenomen. Op basis van de omgevingsvergunning mag deze bedrijfssituatie eenmaal per twee weken gedurende drie uur voorkomen. De regelmatige afwijking heeft geen vaste toetsingscriteria. In het onderzoek is onderbouwd dat de verhoging van het geluidsniveau die ontstaat door de afwijkende bedrijfssituatie aanvaardbaar is. In voorliggend onderzoek is de regelmatige afwijking van de RBS daarom niet beschouwd.
Incidentele bedrijfssituatie Voor de incidentele bedrijfssituatie zijn in het onderzoek van De Roever geen grenswaarden opgenomen. In het onderzoek is onderbouwd dat de berekende niveaus vanwege het incidentele karakter en de maatregelen die toegepast worden, als aanvaardbaar kunnen worden beschouwd.
6
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
tabel 1: grenswaarden representatieve bedrijfssituatie onderzoek Willems Winssen
Willems Winssen
De puinbreker is maatgevend voor het geluid dat in de incidente bedrijfssituatie ontstaat. De aard van het geluid van een puinbreker is vergelijkbaar met grote werktuigen die in de bouw worden gebruikt. Voor bouwlawaai zijn een beperkt aantal dagen per jaar hogere geluidsniveaus als aanvaardbaar te beschouwen. Voor het beoordelen van het geluid van de incidentele bedrijfssituatie gebruiken wij daarom de normen uit de Circulaire bouwlawaai. In onderstaande tabel staan de normen en het aantal toegestane dagen dat het geluidsniveau in de dagperiode mag voorkomen uit de Circulaire bouwlawaai. tabel 2: toetsingswaarden bouwwerkzaamheden dagperiode Circulaire bouwlawaai 2010 Dagwaarde Maximale blootstellingsduur
≤ 60 dB(A) Onbeperkt
> 60 dB(A) 50 dagen
> 65 dB(A) 30 dagen
> 70 dB(A) 15 dagen
> 75 dB(A) 5 dagen
> 80 dB(A) 0 dagen
Op basis van de circulaire is een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 75 dB(A) gedurende 15 dagen per jaar als aanvaardbaar te beschouwen is. De incidentele bedrijfssituatie van Willems Winssen mag op basis van de omgevingsvergunning maximaal 6 dagen per jaar voorkomen. Op basis van de circulaire kan daarom een geluidsniveau van 75 dB(A) voor de incidentele bedrijfssituatie als aanvaardbaar worden beschouwd
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
3.2 Goed woon- en leefklimaat Op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering beoordelen wij voor het plan of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast beoordelen wij de maximale geluidsniveaus op basis van het onderzoek ‘Piekniveaus vanwege bedrijfsactiviteiten’. VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een algemeen geaccepteerd beoordelingskader voor het beoordelen van milieueffecten van bedrijfsmatige functies in de ruimtelijke ordening. Binnen het voorliggend onderzoek sluiten wij aan bij de beoordelingssystematiek van Bedrijven en milieuzonering. In de publicatie wordt voor een aantal milieuaspecten per milieucategorie een indicatieve afstand aangegeven die aangehouden wordt voor beoordeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast zijn in de VNG-publicatie grenswaarden opgenomen voor de beoordeling van het geluidsniveau. Plangebied en gebiedstype Voor de beoordeling van de milieueffecten wordt in de VNG-publicatie onderscheid gemaakt tussen de volgende twee gebiedstypen: • rustige woonwijk • gemengd gebied Hieronder staat de omschrijving van deze twee gebiedstypen zoals is opgenomen in de VNG-publicatie. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.
Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.
7
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plan ligt in een omgeving dat getypeerd kan worden als een gemengd gebied, omdat in de omgeving sprake is van functiemenging tussen (agrarische) bedrijfsmatige functies en woningen. Stappenplan geluid in de VNG-publicatie Dit onderzoek beschrijft de beoordeling van het aspect geluid. In bijlage 5 van Bedrijven en milieuzonering is een stappenplan omschreven om de geluidhinder te beoordelen. Dit stappenplan bestaat uit vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht toeneemt. In stap 1 van het stappenplan wordt getoetst of voldaan wordt aan de richtafstand. In stap 2 van de VNG-publicatie zijn voor de beoordeling van het geluidsniveau grenswaarden geformuleerd.
De grenswaarden zijn afhankelijk van het gebiedstype. In onderstaande tabel staan de grenswaarden uit stap 2 weergegeven.
Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax) Verkeersaantrekkende werking (LAeq)
Dag-/avond-/nachtperiode dB(A) Rustige woonwijk en Gemengd gebied rustig buitengebied 45/40/35 50/45/40 65/60/55 70/65/60 50/45/40 50/45/40
Als stap 2 niet toereikend is, kan afgeweken worden van de bovengenoemde waarden tot de waarden die in onderstaande tabel staan. tabel 4: grenswaarden geluid VNG-publicatie stap 3 Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) (etmaalwaarde) Maximale geluidsniveaus (LAmax) (dag-/avond/nachtperiode) Verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde)
Dag-/avond-/nachtperiode dB(A) Rustige woonwijk en Gemengd gebied rustig buitengebied 50/45/40 55/50/45 70/65/60
50/45/40
70/65/60 exclusief maximale geluidsniveaus door aan- en afrijdend verkeer 65/60/55
Het bevoegd gezag moet bij een geluidsniveau dat hoger is dan de grenswaarde uit stap 2, motiveren waarom het geluidsniveau voor de betreffende situatie acceptabel wordt geacht. Hierbij moet beoordeeld worden of maatregelen mogelijk zijn om de geluidsniveaus te reduceren. Daarnaast moet de cumulatie met de al aanwezige geluidsbronnen inzichtelijk gemaakt worden.
8
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
tabel 3: grenswaarden geluid VNG-publicatie stap 2
Willems Winssen
Als de berekende geluidsniveaus hoger zijn dan de grenswaarden uit stap 3, dan is inpassing niet zonder meer mogelijk. De VNG-publicatie geeft onder stap 4 wel een afwijkingsmogelijkheid om bij een overschrijding van de grenswaarden uit stap 3, te onderbouwen dat het mogelijk is om de beoogde functies op de gewenste locatie te ontwikkelen. Als het bevoegd gezag tot inpassing wil overgaan, dan moet dit grondig onderzocht en onderbouwd worden. Aanvullende beoordeling maximale geluidsniveaus De maximale geluidsniveaus zijn in dit onderzoek in eerste instantie beoordeeld op basis van de normen uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en het Activiteitenbesluit. In de VNG-publicatie is in stap 2 een grenswaarde opgenomen van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. De normen uit het Activiteitenbesluit en richtwaarden uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening komen overeen met de grenswaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie.
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
De gemeente heeft de mogelijkheid om maximale geluidsniveaus als aanvaardbaar te beschouwen die hoger zijn dan de grenswaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie. Uit wetenschappelijk onderzoek volgt dat slaapverstoring, waartegen de normen voor piekgeluiden bescherming bieden, met name wordt bepaald door de snelheid waarmee het geluid toeneemt (de zogenaamde stijgsnelheid). Het niveau van het maximale geluidsniveau speelt hierbij een beperktere rol. In de rapportage ‘Piekniveaus vanwege bedrijfsactiviteiten’ (met kenmerk RC 913-1-RA-002, d.d. 17 mei 2016) die adviesbureau Peutz in opdracht van het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft opgesteld, staat een uitleg van de wetenschappelijke onderzoeksresultaten van onder andere het RIVM, TNO en de Gezondheidsraad, die aan deze conclusie ten grondslag liggen. Op basis van het onderzoek zijn aangepaste normen bepaald. De nieuwe grenswaarden gaan uit van maximale geluidsniveaus van 65 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Voor maximale geluidsniveaus die door aandrijfgeluid van vrachtwagens worden veroorzaakt, is een grenswaarde van 70 dB(A) opgenomen voor de avond- en nachtperiode. Voor maximale geluidsniveaus in de dagperiode staan geen beoordelingsnormen in het beoordelingskader. De grenswaarden zijn door de Rijksoverheid overgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
De nieuwe grenswaarden voor maximale geluidsniveaus zijn ‘getalsmatig’ hoger dan de huidige normen. Uit het achterliggende wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze nieuwe pieknormen afdoende bescherming bieden tegen slaapverstoring. In onderstaande tabel staan de nieuwe normen voor de beoordeling van maximale geluidsniveaus. tabel 5: grenswaarden beoordeling maximaal geluidsniveau Bkl Standaardwaarden op gevel Maximaal geluidsniveau veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidsniveau veroorzaakt door andere bronnen Grenswaarden in geluidsgevoelige ruimten Maximaal geluidsniveau veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidsniveau veroorzaakt door andere bronnen
Dagperiode (07.00 – 19.00 uur)
Avondperiode (19.00 – 23.00 uur)
Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur)
--
70 dB(A)
70 dB(A)
--
65 dB(A)
65 dB(A)
--
55 dB(A)
55 dB(A)
--
45 dB(A)
45 dB(A)
9
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
4. Uitgangspunten In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten voor het onderzoek beschreven. 4.1 Vigerende omgevingsvergunning De uitgangspunten waarmee het geluid in voorliggend onderzoek is berekend, zijn gebaseerd op de gegevens uit het onderzoek ‘Toevoegen puinbreker’ dat is opgesteld door De Roever Omgevingsadvies. Aan het bedrijf Willems Winssen B.V. is op 17 september 2021 (W.Z20.109312.01) een omgevingsvergunning door de gemeente Beuningen verleend. De vergunning is toegevoegd in bijlage 1. Voor het aanvragen van de vergunning zijn door De Roever Omgevingsadvies twee akoestische onderzoeken uitgevoerd. Het onderzoek ‘Toevoegen puinbreker’ (kenmerk: 20190901.v02, datum: 27-09-2019), is relevant voor het bepalen van de ontwikkelingsmogelijkheden van de woningen. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 2. Voor dit onderzoek hebben wij van de gemeente Beuningen het rekenmodel ontvangen dat behoort bij het akoestisch onderzoek van De Roever. Voor een volledig overzicht van alle uitgangspunten verwijzen wij naar het akoestisch onderzoek dat door De Roever Omgevingsadvies is opgesteld. Hieronder volgt een toelichting op de toepassing van de uitgangspunten in voorliggend onderzoek.
Incidentele bedrijfssituatie In het onderzoek is door De Roever het geluid van een incidentele bedrijfssituatie berekend, vanwege de inzet van een puinbreker. Willems Winssen heeft in de omgevingsvergunning toestemming gekregen om de incidentele bedrijfssituatie maximaal 6 keer per jaar uit te voeren. De Roever heeft in het onderzoek een situatie met en zonder afscherming inzichtelijk gemaakt. In dit onderzoek gaan wij uit van de variant met afscherming, omdat deze maatregelen als voorwaarde in de vergunning zijn opgenomen. Regelmatige afwijking van de RBS In het onderzoek van De Roever is ook een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie opgenomen. Op basis van de omgevingsvergunning mag deze bedrijfssituatie eenmaal per twee weken gedurende drie uur voorkomen. De regelmatige afwijking heeft geen vaste toetsingscriteria. In het onderzoek is onderbouwd dat de verhoging van het geluidsniveau die ontstaat door de afwijkende bedrijfssituatie aanvaardbaar is. In voorliggend onderzoek is de regelmatige afwijking van de RBS daarom niet beschouwd. Toekomstplannen In het onderzoek van Willems Winssen is geen beschrijving opgenomen van mogelijke toekomstplannen van het bedrijf.
Aangezien bij het opstellen van het onderzoek bekend was dat op het naastgelegen terrein woningen zouden worden ontwikkeld, gaan wij ervan uit dat bij het uitvoeren van het onderzoek van De Roever al rekening is gehouden met de gewenste uitbreidingsmogelijkheden van Willems Winssen.
10
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Representatieve bedrijfssituatie De uitgangspunten voor de representatieve bedrijfssituatie hebben wij rechtstreeks overgenomen uit het akoestisch onderzoek van De Roever. De indirecte hinder is in voorliggend onderzoek niet beschouwd, omdat deze geen invloed heeft op de mogelijkheden om nieuwe woningen te bouwen.
Willems Winssen
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
4.2 Eerder uitgevoerde onderzoeken De Roever Omgevingsadvies heeft in 2014 een akoestisch onderzoek opgesteld voor de ruimtelijke procedure van de uitbreiding van het terrein van Willems Winssen. Dit onderzoek is in 2021 gebruikt om de begrenzing van de planvorming voor de woningen binnen het plangebied te bepalen. In het onderzoek dat in 2019 door De Roever is uitgevoerd zijn een aantal uitgangspunten aangepast, ten opzichte van de gegevens uit 2014. De maatgevende wijzigingen van het onderzoek zijn: • Het bedrijf heeft een incidentele bedrijfssituatie toegevoegd, waarbij een puinbreker in de dagperiode wordt ingezet. • Het bedrijf is vergunningplichtig geworden. In 2014 viel het bedrijf onder de regels van het Activiteitenbesluit. • Als gevolg van de vergunningplicht zijn de beoordelingsperiode en berekeningsmethode gewijzigd. ∙ Onder het Activiteitenbesluit werd het geluidsniveau berekend op basis van de uitgangspunten voor een bedrijf met agrarische activiteiten. Daarom startte de dagperiode om 06.00 uur. In het onderzoek dat in 2019 is opgesteld, begint de dagperiode om 07.00 uur. Daardoor zijn een aantal activiteiten die voor 07.00 uur uitgevoerd worden, verplaatst naar de nachtperiode. ∙ Onder het Activiteitenbesluit waren een aantal bronnen uitgezonderd van beoordeling voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.
Bij een beoordeling op basis van de Handreiking ontstaat daarom een hoger langtijdgemiddeld beoordelingsniveau.
11
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
5. Resultaten In dit hoofdstuk staan de resultaten van het onderzoek. Om de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het plangebied te bepalen, maken wij in dit hoofdstuk een onderscheid tussen de representatieve bedrijfssituatie en incidentele bedrijfssituatie. 5.1 Representatieve bedrijfssituatie In deze paragraaf staan de resultaten van het langtijdgemiddelde geluidsniveau en het maximale geluidsniveau voor de representatieve bedrijfssituatie. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Voor de beoordeling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maken wij een onderscheid tussen het voorkomen van de belemmering van de bedrijfsvoering en het creëren van een goed woon- en leefklimaat.
figuur 2: geluidscontour langtijdgemiddeld beoordelingsniveau dagperiode hoogte 1,5 meter
12
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Belemmering bedrijfsvoering Om te beoordelen binnen welk gebied nieuwe woningen voor een belemmering van de bedrijfsvoering kunnen zorgen, zijn de dag- en nachtperiode maatgevend. In overeenstemming met de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening beoordelen wij het geluidsniveau in de dagperiode op 1,5 meter hoogte. In onderstaand figuur staat de contour van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de dagperiode weergegeven op 1,5 meter hoogte.
Willems Winssen
Uit bovenstaand figuur volgt dat binnen het groene vlak woningen gebouwd kunnen worden zonder de bedrijfsvoering van Willems in de dagperiode te belemmeren. In het gele vlak, waarbinnen een geluidsniveau van 45 dB(A) tot 50 dB(A) is berekend, kunnen alleen woningen ontwikkeld worden als voor Willems Winssen aangepaste voorschriften voor het geluid in de vergunning worden vastgesteld.
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
In overeenstemming met de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening beoordelen wij het geluidsniveau in de nachtperiode op de eerste of tweede verdieping. In onderstaand figuur staat de contour van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de nachtperiode op 8,0 meter hoogte weergegeven. Dit is de maatgevende bouwlaag.
figuur 3: geluidscontour langtijdgemiddeld beoordelingsniveau nachtperiode hoogte 8,0 meter
Uit bovenstaand figuur volgt dat binnen het groene vlak woningen gebouwd kunnen worden zonder de bedrijfsvoering van Willems in de nachtperiode te belemmeren. In het gele vlak, waarbinnen een geluidsniveau van 35 dB(A) tot 40 dB(A) is berekend, kan alleen gebouwd worden als voor Willems Winssen aangepaste voorschriften voor het geluid in de vergunning worden vastgesteld. Goed woon- en leefklimaat Op basis van de grenswaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering is inzichtelijk gemaakt binnen welke grens sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor het ontwikkelen van nieuwe woningen. Voor de nachtperiode is voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat geen extra contour gemaakt, omdat daarvoor de belemmering van de bedrijfssituatie bepalend is, die in figuur 3 staat weergegeven. 13
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
figuur 4: geluidscontour langtijdgemiddeld beoordelingsniveau dagperiode hoogte 8,0 meter
In bovenstaande afbeelding staat het gebied waarbinnen sprake is van een goed woon- en leefklimaat volgens stap 2 uit de VNG-publicatie in het groen weergegeven. Het geluidsniveau voldoet in de groene zone aan de grenswaarde van 50 dB(A) voor de dagperiode. Het is op basis van stap 3 van de VNG-publicatie mogelijk om geluidsniveaus als aanvaardbaar te beschouwen die voldoen aan de grenswaarde voor de dagperiode van 55 dB(A). Op basis van de grenswaarde uit stap 3 is het daarom ook mogelijk om in het gele gebied woningen te ontwikkelen. Maximale geluidsniveau Voor de beoordeling van het maximale geluidsniveau maken wij ook een onderscheid tussen het voorkomen van de belemmering van de bedrijfsvoering en het creëren van een goed woon- en leefklimaat. Voor het beoordelen van een goed woon- en leefklimaat kunnen op basis van recente wetenschappelijke inzichten grenswaarden worden toegepast, die afwijken van de normen uit de VNG-publicatie. In de rapportage ‘Piekniveaus vanwege bedrijfsactiviteiten’ die adviesbureau Peutz (met kenmerk RC 913-1-RA-002, d.d. 17 mei 2016) in opdracht van het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft opgesteld, staat een uitleg van de wetenschappelijke onderzoeksresultaten van onder andere het RIVM, TNO en de Gezondheidsraad over hinder die optreedt vanwege maximale geluidsniveaus.
De grenswaarden die voor maximale geluidsniveaus in de Omgevingswet zijn opgenomen, zijn ook gebaseerd op deze onderzoeken.
14
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Voor een ruimtelijke procedure moet het geluidsniveau in iedere beoordelingsperiode op de gehele gevel inzichtelijk gemaakt worden. In onderstaand figuur staat de contour van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de dagperiode op 8,0 meter, omdat deze hoogte maatgevend is.
Willems Winssen
Om te beoordelen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat kunnen daarom de maximale geluidsniveaus in de dagperiode buiten beschouwing worden gelaten en kan voor de nachtperiode een grenswaarde van minimaal 65 dB(A) aangehouden worden. Om de ontwikkelingsmogelijkheden vanwege de maximale geluidsniveaus vast te stellen, is het beoordelen van de belemmering van de bedrijfsvoering daarom maatgevend.
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Voor het bepalen van de belemmering van de bedrijfsvoering is het maximale geluidsniveau beoordeeld in overeenstemming met de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Het geluidsniveau is daarbij voor de dagperiode bepaald op 1,5 meter hoogte en voor de avond- en nachtperiode op 8,0 meter hoogte. Op onderstaande afbeelding staat de geluidcontour waarbinnen het maximale geluidsniveau voldoet aan de grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode.
figuur 5: geluidscontour maximale geluidsniveau
Als de woningen buiten de aangegeven paarse lijn worden gerealiseerd, dan ontstaat geen belemmering van de bedrijfsvoering vanwege het maximale geluidsniveau. Daarnaast is buiten de contour sprake van een goed woon- en leefklimaat. Binnen de paarse contour kan alleen gebouwd worden als voor Willems Winssen aangepaste voorschriften voor het maximale geluidsniveau in de vergunning worden vastgesteld.
15
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
5.2 Incidentele bedrijfssituatie In deze paragraaf staan de resultaten van de incidentele bedrijfssituatie. Voor het beoordelen van de incidentele bedrijfssituatie maken wij een onderscheid tussen het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau.
figuur 6: geluidscontouren incidentele bedrijfssituatie puinbreken met afscherming (rode lijn: grens plangebied)
Uit de resultaten volgt dat binnen het plangebied een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 tot 70 dB(A) kan ontstaan vanwege de incidentele bedrijfssituatie. Op basis van de geluidsnormen uit de Circulaire bouwlawaai zijn geluidsniveaus tot 75 dB(A) voor het maximaal aantal van zes dagen dat de incidentele bedrijfssituatie mag voorkomen, als aanvaardbaar te beschouwen. De berekende geluidsniveaus voldoen voor het gehele plangebied aan de grenswaarde van 75 dB(A) uit de circulaire. In de directe nabijheid van de puinbreker kan zes dagen per jaar een geluidsniveau optreden dat door bewoners als bijzonder hinderlijk kan worden ervaren. Wij adviseren daarom potentiële bewoners vroegtijdig te informeren over deze luidruchtige activiteiten. Maximale geluidsniveau Het maximale geluidsniveau van de incidentele bedrijfssituatie is berekend op de grens die in figuur 6 staat weergegeven, waar het vanwege de representatieve bedrijfssituatie mogelijk is om woningen te bouwen. Uit de resultaten volgt dat op deze grens maximale geluidsniveaus vanwege de incidentele bedrijfssituatie ontstaan van ten hoogste 86 dB(A).
16
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Op onderstaande afbeelding staat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau vanwege de incidentele bedrijfssituatie op de maatgevende hoogte van 8,0 meter weergegeven. De grens van het plangebied is met een rode lijn ingetekend.
Willems Winssen
Voor het beoordelen van maximale geluidsniveaus voor een goed woon- en leefklimaat kunnen op basis van recente wetenschappelijke inzichten grenswaarden worden toegepast, die afwijken van de normen uit de VNG-publicatie. In de rapportage ‘Piekniveaus vanwege bedrijfsactiviteiten’ die adviesbureau Peutz (met kenmerk RC 913-1-RA-002, d.d. 17 mei 2016) in opdracht van het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft opgesteld, staat een uitleg van de wetenschappelijke onderzoeksresultaten van onder andere het RIVM, TNO en de Gezondheidsraad over hinder die optreedt vanwege maximale geluidsniveaus. De grenswaarden die voor maximale geluidsniveaus in de Omgevingswet zijn opgenomen zijn ook gebaseerd op deze onderzoeken. Voor maximale geluidsniveaus staan voor de dagperiode geen normen in het beoordelingskader. Op basis van het onderzoek ‘Piekniveaus vanwege bedrijfsactiviteiten’ kunnen daarom de berekende maximale geluidsniveaus die ontstaan vanwege de incidentele bedrijfssituatie, als aanvaardbaar worden beschouwd.
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
5.3 Beoordeling mogelijkheden ontwikkelen woningen In deze paragraaf hebben wij een totaaloverzicht gemaakt van de resultaten die eerder in dit hoofdstuk zijn beschreven. Op basis van de contouren die wij gemaakt hebben voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidsniveaus, is een grens bepaald waarbinnen woningen ontwikkeld kunnen worden. Uit de resultaten volgt dat de volgende situaties bepalend zijn voor het vaststellen van het gebied waar woningen gerealiseerd kunnen worden: • Maximale geluidsniveau o Ten noorden en zuiden van het bedrijf zijn de maximale geluidsniveaus in de nachtperiode maatgevend. o Ten oosten van het bedrijf zijn de maximale geluidsniveaus in de dagperiode maatgevend. • Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau o In de dagperiode zorgt het langtijdgemiddelde geluidsniveau aan de oostzijde voor het beperken van het ontwikkelen van woningen. o In de nachtperiode zorgt het langtijdgemiddelde geluidsniveau aan de noordzijde voor een belemmering van de bedrijfsvoering. Het geluid van de incidentele bedrijfssituatie levert geen nadere beperkingen op voor het ontwikkelen van woningen, ten opzichte van de bedrijfsactiviteiten uit de representatieve bedrijfssituatie. In onderstaand figuur zijn alle contourlijnen samengevoegd die een beperking opleveren voor het ontwikkelen van woningen.
In het figuur is met een groene lijn aangegeven binnen welk gebied het is toegestaan om woningen te realiseren. Tussen de oranje en groene lijn kunnen alleen woningen worden ontwikkeld als de vergunningvoorschriften van het bedrijf Willems Winssen worden gewijzigd.
17
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
Uit bovenstaand figuur volgt dat buiten de groene grens woningen kunnen worden ontwikkeld zonder het bedrijf Willems Winssen te belemmeren in haar bedrijfsvoering. Ten opzichte van het onderzoek dat in 2021 door DGMR naar de ontwikkelingsmogelijkheden vanwege Willems Winssen is opgesteld, zorgt het aanpassen van de grenswaarde in de dagperiode van 50 dB(A) (VNGpublicatie) naar 45 dB(A) (Handreiking vergunningverlening), voor een verdere beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden aan de oostzijde van het bedrijf. Tussen de oranje en groene lijn is het alleen mogelijk om woningen te bouwen als de vergunningvoorschriften van Willems Winssen worden gewijzigd. Contouren geven een indicatie van het gebied waarbinnen woningen ontwikkeld kunnen worden. Als Van de Klok binnen of nabij de aangegeven grenzen woningen wil realiseren, moet daarom nog op basis van de planinvulling met toetspunten worden berekend of de geluidsniveaus aan alle grenswaarden voldoen. Uit voorliggend onderzoek volgt dat de bovenste bouwlaag (8,0 meter hoogte), deels maatgevend is voor het beoordelen van het geluidsniveau. Wij kunnen daarom ook met een aanvullende analyse nagaan of de ontwikkelingsmogelijkheden kunnen worden verruimd door woningen met één bouwlaag, of huizen die deels voorzien zijn van dove gevels te realiseren.
Ook kunnen mogelijk, in overleg met Willems Winssen, nog afschermende maatregelen worden getroffen, om de overdracht van het geluid te verminderen.
18
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
figuur 7: grenzen waarbinnen woningen kunnen worden gerealiseerd
Willems Winssen
6. Conclusie Van de Klok treft voorbereidingen voor het realiseren van een woningplan aan de zuidwestzijde van Winssen. Op de kavels zijn op dit moment agrarische bedrijven gevestigd. Om de woningbouw mogelijk te maken is een aanpassing van het bestemmingplan nodig. Voor de onderbouwing van de ruimtelijke procedure heeft DGMR voor Van de Klok een akoestisch onderzoek naar het geluid van Willems Winssen uitgevoerd. Akoestisch onderzoek Willems Winssen Op basis van het akoestisch onderzoek van De Roever, is in voorliggend onderzoek inzichtelijk gemaakt binnen welk gebied het mogelijk is om woningen te ontwikkelen. Hierbij is zowel rekening gehouden met het voorkomen van het belemmeren van de bedrijfsvoering van Willems Winssen als met het realiseren van een goed woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen.
k:\doc\m\2021\119901\m2021119901r001v2 onderzoek geluid willems 2023.docx 20-02-2024
Advies ontwikkeling woningen Uit figuur 7 volgt dat het bedrijf Willems Winssen het gebied beperkt waarbinnen het zonder maatregelen mogelijk is om woningen te ontwikkelen. In een deel van het plangebied kunnen alleen woningen worden gebouwd als vergunningvoorschriften voor Willems Winssen worden gewijzigd. Contouren geven een indicatie van het gebied waarbinnen woningen ontwikkeld kunnen worden. Als Van de Klok binnen of nabij de aangegeven grenzen woningen wil realiseren, moet daarom nog op basis van de planinvulling met toetspunten worden berekend of de geluidsniveaus aan alle grenswaarden voldoen. Ook kunnen wij met een aanvullende analyse nagaan of de ontwikkelingsmogelijkheden kunnen worden verruimd door woningen met één bouwlaag, of huizen die deels voorzien zijn van dove gevels te realiseren. Uit voorliggend onderzoek volgt namelijk dat de bovenste bouwlaag (8,0 meter hoogte), deels maatgevend is voor het beoordelen van het geluidsniveau. Ook kunnen mogelijk, in overleg met Willems Winssen, nog afschermende maatregelen worden getroffen, om de overdracht van het geluid te verminderen. Verder adviseren wij om de voorzijde van de eerstelijns woningen richting de bedrijfskavel te richten, wordt een stillere achterzijde gecreëerd. Bewoners krijgen daardoor een woonkamer, hoofdslaapkamer en een tuin waar de bedrijfsactiviteiten minder geluid veroorzaken.
Verder adviseren wij om potentiële bewoners vroegtijdig te informeren over de puinbreker die Willems Winssen gebruikt. In de directe nabijheid van de puinbreker kan zes dagen per jaar een geluidsniveau optreden dat door bewoners als bijzonder hinderlijk kan worden ervaren.
ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
19
Akoestisch onderzoek plan Winssen-Zuid
Bijlage 1 Titel
Omgevingsvergunning Willems Winssen
*D211145120* D211145120
OMGEVINGSVERGUNNING Aanvrager Datum besluit Onderwerp
: : :
Gemeente / locatie OLO-nummer Zaaknummer Activiteit(en)
: : : :
Willems Winssen B.V. 17 september 2021 Oprichten van een loon- en grondverzetbedrijf alsmede het inzamelen, sorteren, op- en overslaan van afvalstoffen en het verwerken van puin Gemeente Beuningen / Geerstraat 3a te Winssen 5179641 W.Z20.109312.01 Milieu
pagina 1 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING I.
Onderwerp Op 17 november 2020 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Willems Winssen B.V. (OLO-nummer 5179641). Het betreft het oprichten van een loon- en grondverzetbedrijf alsmede het inzamelen, sorteren, op- en overslaan van afvalstoffen en het verwerken van puin. De aanvraag heeft betrekking op Geerstraat 3a in Winssen. De aanvraag is geregistreerd onder nummer W.Z20.109312.01.
II.
Besluit Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan Willems Winssen B.V een omgevingsvergunning:
III.
op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e. (1° (oprichten van een inrichting) en 3° Wabo (het in werking hebben van een inrichting) te verlenen voor het oprichten en het in werking hebben van een loon- en grondverzetbedrijf alsmede het inzamelen, sorteren, op- en overslaan van afvalstoffen en het verwerken van puin. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden. Deze staan in het hoofdstuk “Voorschriften” van dit besluit.
Ondertekening en verzending Het College van Burgemeester en Wethouders van Beuningen, namens deze:
Mevrouw drs. J.C.M. Heerkens, Hoofd Afdeling Vergunningverlening Omgevingsdienst Regio Nijmegen
Dit besluit is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend
W.Z20.109312.01
pagina 2 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
RECHTSBESCHERMING UITGEBREIDE PROCEDURE, BESLUIT WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERPBESLUIT Tegen het ontwerpbesluit zijn geen adviezen en/of zienswijzen ingebracht. Ten opzichte van het ontwerpbesluit is het besluit niet gewijzigd.
INWERKING TREDEN BESLUIT Dit besluit treedt in werking op de dag ná de dag, waarop de beroepstermijn is verstreken. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit een beroepschrift indienen. Alleen wanneer binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan, wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort.
PUBLICATIE Dit besluit wordt bekendgemaakt door de gemeente Beuningen via www.beuningen.nl en https://www.officielebekendmakingen.nl
MOGELIJKHEID VAN INZIEN Het besluit en de bijbehorende stukken liggen gedurende een termijn van zes weken ter inzage. Wilt u de stukken inzien, bel dan 024 751 7700 of stuur met vermelding van het OLO en/of zaaknummer een email naar wabo@odrn.nl. De eerste dag van de ter inzage legging is 22 september 2021.
BEROEP EN MOGELIJKHEID VAN VOORLOPIGE VOORZIENING Belanghebbenden kunnen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland, team bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken vanaf de dag na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht, waaronder het zaaknummer en datum van het besluit; d. de gronden van het beroep. Wanneer een beroepschrift wordt ingediend kan tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, team bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Alleen wanneer binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan, wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening moet griffierecht worden betaald aan de Rechtbank. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl.
W.Z20.109312.01
pagina 3 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
VOORSCHRIFTEN 1
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN ............................................................................. 5 1.1 BEDRIJFSTIJDEN................................................................................................ 5 1.2 TERREIN VAN DE INRICHTING EN TOEGANKELIJKHEID ...................................................... 5 1.3 INSTRUCTIES ................................................................................................... 5 1.4 MILIEULOGBOEK................................................................................................ 5 1.5 BEDRIJFSBEËINDIGING ........................................................................................ 6 2 AFVALSTOFFEN AFKOMSTIG UIT DE INRICHTING .............................................. 6 2.1 AFVALSCHEIDING .............................................................................................. 6 2.2 OPSLAG VAN AFVALSTOFFEN .................................................................................. 6 2.3 GEVAARLIJKE AFVALSTOFFEN.................................................................................. 6 3 ACCEPTATIE VAN AFVALSTOFFEN ...................................................................... 7 3.1 AFVALSTOFFEN…………………………………………………………………………………………………………………..7 3.2 BEDRIJFSVOERING .............................................................................................
8 3.3 PUINBREKER .................................................................................................... 9 3.4 REGISTRATIE PUINBREKERS ................................................................................... 9 3.5 SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN TEN BEHOEVE VAN EEN DOELMATIGE VERWERKING ........................ 9 4 GEACCEPTEERDE AFVALSTOFFEN ..................................................................... 10 4.1 A-, B- EN C-HOUT............................................................................................ 11 4.3 METALEN ....................................................................................................... 11 4.4 BOUW- EN SLOOPAFVAL ...................................................................................... 11 4.5 VEEGVUIL ...................................................................................................... 11 5 BODEM ............................................................................................................ 12 5.1 DOELVOORSCHRIFTEN ........................................................................................ 12 5.2 VLOEISTOFDICHTE VLOEREN ................................................................................. 12 5.3 BODEMONDERZOEK ...........................................................................................
13 6 ENERGIE.......................................................................................................... 13 6.1 ENERGIE ....................................................................................................... 13 7 EXTERNE VEILIGHEID ...................................................................................... 14 7.1 OPSLAG VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN (PGS 15) ............................................... 14 8 GELUID............................................................................................................ 15 8.1 ALGEMEEN ..................................................................................................... 15 8.2 REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE ....................................................................... 15 8.3 REGELMATIGE AFWIJKING VAN DE RBS ..................................................................... 16 8.4 INCIDENTELE BEDRIJFSSITUATIE: PUINBREKEN ............................................................ 16 8.5 SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN ................................................................................ 17
W.Z20.109312.01
pagina 4 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
1
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
1.1
Bedrijfstijden
1.1.1
De inrichting mag in werking zijn van maandag tot en met vrijdag van 06.00 uur tot 22.00 uur, waarbij: - tussen 06.00 uur en 07.00 uur er aankomst en vertrek plaatvindt van eigen personeel; - tussen 07.00 uur en 19.00 uur de inrichting in werking is en; - tussen 19.00 uur en 22.00 uur er alleen sporadisch een verkeersbeweging plaats mag vinden gerelateerd aan uitgelopen werkzaamheden. Op zaterdag is de inrichting in werking van 07.00 uur tot 17.00 uur.
1.2
Terrein van de inrichting en toegankelijkheid
1.2.1
De verlichting van gebouwen en open terrein van de inrichting moet zodanig zijn uitgevoerd dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen van woon- of slaapvertrekken, in gevels of daken van niet tot de inrichting horende woningen wordt voorkomen.
1.2.2
Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze plattegrond moeten ten minste de volgende aspecten zijn aangegeven: a. alle gebouwen en de installaties met hun functies; b. alle opslagen van stoffen welke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken met vermelding van aard en maximale hoeveelheid.
1.2.3
Op het terrein van de inrichting moet een zodanige afscheiding aanwezig zijn dat de toegang tot de inrichting voor onbevoegden redelijkerwijs niet mogelijk is.
1.2.4
De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren.
1.2.5
Gebouwen, installaties en opslagvoorzieningen moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle voertuigen die in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben. Binnen of nabij de installaties mogen geen andere goederen of stoffen worden opgeslagen dan die welke voor het proces nodig zijn of daardoor zijn verkregen, met uitzondering van brandbestrijdingsmiddelen.
1.3
Instructies
1.3.1
De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning en de van toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen. Tijdens het in bedrijf zijn van installaties die in geval van storingen of onregelmatigheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu, moet steeds voldoende, kundig personeel aanwezig zijn om in voorkomende gevallen te kunnen ingrijpen.
1.3.2
De vergunninghouder moet één of meer ter zake kundige perso(o)n(en) aanwijzen die in het bijzonder belast zijn met de zorg voor de naleving van de in deze vergunning opgenomen voorschriften.
1.4
Milieulogboek
1.4.1
Binnen de inrichting dient een milieulogboek aanwezig te zijn. Dit logboek bevat ten minste een exemplaar van deze vergunning (inclusief aanvraag) met bijbehorende voorschriften. Verder zijn binnen de inrichting de volgende documenten aanwezig: a. alle overige voor de inrichting geldende omgevingsvergunningen en meldingen; b. de veiligheidsinformatiebladen die behoren bij de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen; c. de bewijzen, resultaten en/of bevindingen van de in deze vergunning voorgeschreven inspecties, onderzoeken, keuringen, onderhoud en/of metingen; d. de registratie van het jaarlijks elektriciteit-, water- en gasverbruik. De documenten genoemd onder c moeten ten minste vijf jaar worden bewaard.
1.4.2
Klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, moeten worden geregistreerd in het milieulogboek.
W.Z20.109312.01
pagina 5 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
1.5
Bedrijfsbeëindiging
1.5.1
Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten binnen de inrichting moeten alle aanwezige stoffen en materialen, die uitsluitend aanwezig zijn vanwege de – te beëindigenactiviteiten, door of namens vergunninghouder op milieu hygiënisch verantwoorde wijze in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd.
1.5.2
Van het structureel buiten werking stellen van (delen van) installaties en/of beëindigen van (een van de) activiteiten moet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gesteld. Installaties of delen van installaties die structureel buiten werking zijn gesteld en nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moeten in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd tenzij de (delen van de) installaties in een zodanige staat van onderhoud worden gehouden dat de nadelige gevolgen niet kunnen optreden.
2
AFVALSTOFFEN AFKOMSTIG UIT DE INRICHTING
2.1
Afvalscheiding
2.1.1
Vergunninghouder is verplicht de volgende afvalstromen te scheiden, gescheiden te houden en gescheiden aan te bieden dan wel zelf af te voeren: a. papier en karton; b. elektrische en elektronische apparatuur; c. kunststoffolie/plastic; d. gevaarlijk afval; e. metaalafval.
2.2
Opslag van afvalstoffen
2.2.1
De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging buiten de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden getroffen om deze verontreiniging te verwijderen.
2.2.2
Afvalstoffen moeten zodanig gescheiden van elkaar worden opgeslagen dat de verschillende soorten afvalstoffen ten opzichte van elkaar geen reactiviteit kunnen veroorzaken.
2.2.3
Van de (gevaarlijke) afvalstoffen, welke zijn ontstaan bij activiteiten binnen de inrichting, mogen maximaal de hoeveelheden zoals opgenomen in de aanvraag, opgeslagen worden.
2.2.4
De termijn van opslag van afvalstoffen mag maximaal één jaar bedragen. In afwijking hiervan mag de termijn van opslag van afvalstoffen maximaal drie jaar bedragen indien de vergunninghouder aan het bevoegd gezag heeft aangetoond dat de opslag van afvalstoffen gevolgd wordt door nuttige toepassing van afvalstoffen.
2.3
Gevaarlijke afvalstoffen
2.3.1
Gebruikte poetsdoeken, absorptiematerialen, accu’s en overige gevaarlijke afvalstoffen, die vrijkomen bij onderhoudswerkzaamheden en bij het verwijderen van gemorste dieselolie, smeerolie en hydraulische olie, moeten worden bewaard in vloeistofdichte en afgesloten emballage die bestand is tegen inwerking van de betreffende afvalstoffen.
2.3.2
De verpakking van gevaarlijk afval moet zodanig zijn, dat: niets van de inhoud uit de verpakking kan ontsnappen; het materiaal van de verpakking niet door gevaarlijke stoffen kan worden aangetast, dan wel niet met die gevaarlijke stoffen een reactie kan aangaan of een verbinding kan vormen; deze tegen normale behandeling bestand is; deze is voorzien van een etiket, waarop de gevaarsaspecten van de gevaarlijke stof duidelijk tot uiting komen.
W.Z20.109312.01
pagina 6 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
3
ACCEPTATIE VAN AFVALSTOFFEN
3.1
3.1 Afvalstoffen
3.1.1
In de inrichting mogen de hieronder vermelde afvalstoffen per kalenderjaar worden geaccepteerd en mogen op enig moment niet meer afvalstoffen worden opgeslagen dan 2.905 m3. Voor de diverse deelstromen gelden de maxima zoals deze zijn genoemd in de onderstaande tabel. Gebruikelijke benaming
Euralcodes
Max. opslag (m3)
afvalstof
Max. te accepteren per jaar (in ton)
Puin/steenachtig materiaal
170101
(beton, puin, tegels etc.)
170102
2000
10.500
100
450
40
9
40
108
25
50
45 (per deelstroom)
100
600
1800
10
100
25
150
20
30
170103 170107 170504 A en B hout
170201 200138
C-hout
170204* 200137*
Bouw-/sloopafval overig
170904
(gemengd)
170107 170201 170203 170407 170504 170904
Kunststof/PVC
150102 150106 170203
Gescheiden deelstromen
170203
(diversen waaronder
170302
gasbeton/gips,
170604
sloopisolatie, asfalt e.d.)
170802
Groenafval
020103 020107 200101
IJzer / gemengde metalen
020110 150104 170407 200140
Grond / bagger (afvalstof)
170504 170506
Veegvuil
W.Z20.109312.01
200303
pagina 7 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
3.1.2
Indien vergunninghouder een afvalstof wil accepteren waarvan de Euralcode niet is opgenomen in bovenstaande tabel, maar waarvan de aard en samenstelling en de minimumstandaard voor verwerking overeenkomt met één van de genoemde afvalstoffen moet, voordat de feitelijke acceptatie plaatsvindt, een verzoek ter goedkeuring aan bevoegd gezag gezonden worden. In het verzoek moet het volgende vermeld worden: omschrijving van de afvalstof; Euralcode; met welke reeds vergunde Euralcode de afvalstof overeenkomt; wijze van acceptatie, verwerking en opslag; dat er sprake is van vergelijkbare milieu hygiënische aspecten (gemotiveerd); dat de totale vergunde opslag- en verwerkingscapaciteit niet wijzigt. Pas na goedkeuring van bevoegd gezag mag de afvalstof geaccepteerd worden.
3.1.3
Tenzij de voorschriften in deze vergunning anders bepalen moet de vergunninghouder altijd handelen overeenkomstig het bij de aanvraag gevoegde A&V-beleid en de AO/IC (versie 1.2 d.d. 28 april 2021) inclusief (voorzover van toepassing) de goedgekeurde aanvullingen en de toegezonden wijzigingen.
3.1.4
Het A&V-beleid en de AO/IC en de doorgevoerde wijzigingen moeten gedurende de openingstijden van de inrichting voor het bevoegd gezag ter inzage liggen.
3.1.5
Wijzigingen van de procedure voor acceptatie, be- en verwerking, registratie of controle moeten, ter bepaling van de procedure die in relatie tot de aard van de wijziging is vereist schriftelijk aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. In het voornemen tot wijziging moet het volgende aangegeven worden: de reden tot wijziging; de aard van de wijziging; de gevolgen van de wijziging voor andere onderdelen van het AV-beleid en de AO/IC; de datum waarop vergunninghouder de wijziging wil invoeren. Pas na goedkeuring van het bevoegd gezag mag de wijziging doorgevoerd worden.
3.2
Bedrijfsvoering
3.2.1
Binnen de inrichting mogen per kalenderjaar niet meer dan de hieronder aangegeven hoeveelheden afvalstoffen worden verwerkt. Verwerking
Puinbreken
Te verwerken
Euralcode
Maximale
afvalstoffen
hoeveelheid
(gebruikelijke benaming)
(ton/jaar)
Puin/steenachtig materiaal
170101
(beton, puin, tegels, etc.)
170102
10.500
170103 170107 170504
3.2.2
Indien de afzet van de opgeslagen afvalstoffen stagneert, geeft de vergunninghouder dit onverwijld schriftelijk te kennen aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat ten minste gegevens over de oorzaak van de stagnatie en de verwachte tijdsduur, alsmede de maatregelen die worden genomen om de stagnatie op te heffen, respectievelijk in de toekomst te voorkomen.
3.2.3
De opslaghoogte, van de in vakken opgeslagen afvalstoffen, dient in ieder geval een halve meter onder het hoogste punt van de keerwand te liggen.
W.Z20.109312.01
pagina 8 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
3.3
Puinbreker
3.3.1
De puinbreekinstallatie dient voorzien te zijn van een vaste sproei-installatie. Tijdens het breken dient het bouw- en sloopafval zodanig vochtig te zijn of te worden gehouden dat stuiven wordt voorkomen. De dosering van het sproeiwater dient te worden afgestemd op de behoefte. Er mag hierbij geen afvalwater vrijkomen.
3.3.2
Alle bij het puinbreekproces geproduceerde fracties moeten gescheiden worden opgeslagen.
3.3.3
Omdat de puinbreker volgens de BRL 2506 is gecertificeerd kan worden afgezien van voorzeving.
3.3.4
Onverhoopt in het puin, bouw- en sloopafval aangetroffen gevaarlijk afval, dat kan lekken of uitlogen dient apart te worden opgeslagen in een deugdelijke vloeistofdichte emballage. Maximaal mag 50 kg worden opgeslagen.
3.4
Registratie puinbrekers
3.4.1
Indien gecertificeerd granulaat wordt geproduceerd dienen de onderstaande gegevens die voortvloeien uit de BRL 2506, te worden geregistreerd in het milieulogboek. kwaliteit van de fijne fractie indien het puin niet wordt voorgezeefd; kwaliteit van het granulaat; kwaliteit van granulaat (jaarlijkse beoordeling); kwaliteit van brekerzeefzand indien sprake is van verplichte voorzeving.
3.5
Specifieke voorschriften ten behoeve van een doelmatige verwerking
3.5.1
In de inrichting moet een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van alle aangevoerde afvalstoffen het volgende moet worden vermeld: a. de datum van aanvoer; b. de aangevoerde hoeveelheid (kg); c. de naam en het adres van de locatie van herkomst; d. de naam en het adres van de ontdoener; e. de gebruikelijke benaming van de afvalstoffen; f. de Euralcode; g. het afvalstroomnummer (indien van toepassing).
3.5.2
In de inrichting moet eveneens een registratiesysteem aanwezig zijn, waarin van alle afgevoerde afvalstoffen, (grond)stoffen of producten die bij de verwerking zijn ontstaan het volgende moet worden vermeld: a. de datum van afvoer; b. de afgevoerde hoeveelheid (kg); c. de afvoerbestemming; d. de naam en het adres van de afnemer; e. de gebruikelijke benaming van de (afval)stoffen; f. de Euralcode (indien van toepassing); g. het afvalstroomnummer (indien van toepassing).
W.Z20.109312.01
pagina 9 / 31
Omgevingsdienst Regio Nijmegen
3.5.3
Van de reeds ingewogen afvalstoffen die op grond van een acceptatievoorschrift van deze vergunning niet mogen worden geaccepteerd moet een registratie bijgehouden worden waarin staat vermeld: a. de datum van aanvoer; b. de aangeboden hoeveelheid (kg); c. de naam en het adres van de plaats van herkomst; d. de reden waarom de afvalstoffen niet mogen worden geaccepteerd; e. de Euralcode; f. het afvalstroomnummer (indien van toepassing); g. de datum van afvoer; h. de naam en het adres van de plaats van afvoer.
3.5.4
Voor: alle door particulieren zelf aangevoerde partijen huishoudelijke afvalstoffen en; alle aangevoerde partijen afvalstoffen in een hoeveelheid van niet meer dan 50 kg per afgifte; Mag volstaan worden met de registratie van onderstaande gegevens: a. de datum van aanvoer; b. de aangevoerde totale hoeveelheid per dag (kg); c. de gebruikelijke benaming van de afvalstoffen. De registratie moet per Euralcode plaatsvinden.
3.5.5
Ten behoeve van de registratie als bedoeld in dit hoofdstuk moet een registratiepost aanwezig zijn. De hoeveelheden die op grond van dit hoofdstuk moeten worden geregistreerd moeten worden bepaald door middel van een op de inrichting aanwezige weegvoorziening. De weegvoorziening(en) waarvan gebruik wordt gemaakt moet(en) overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften van het Nederlands Meetinstituut zijn geijkt. Op aanvraag moeten geldige certificaten van weegvoorziening(en) aan het bevoegd gezag ter inzage worden gegeven.
3.5.6
Er moet een sluitend verband bestaan tussen de (afval)stoffenregistratie als bedoeld in dit hoofdstuk en de financiële administratie.
3.5.7
Uiterlijk 1 april van elk kalenderjaar moet een sluitende massabalans over het voorgaande jaar aan het bevoegd gezag worden gezonden. In deze balans moet duidelijk onderscheid worden gemaakt naar de aard van de stoffen. De balans moet het volgende bevatten: a. de voorraad grondstoffen en afvalstoffen aan het begin en aan het einde van het voorafgaande jaar; b. de ontvangen hoeveelheden grondstoffen en afvalstoffen in dat jaar; c. de verwerkte hoeveelheden grondstoffen en afvalstoffen in dat jaar; d. de afgevoerde hoeveelheden afvalstoffen en deelstromen en eindproducten (inclusief vermelding van bestemming); e. een verklaring van de verschillen in de massabalans.