Bijlage 1 visie Inclusief Wonen in Beuningen
Tekst van het document
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN
Inclusief Wonen in Beuningen 2024-2028 Wonen met zorg en aandacht
1
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN INHOUDSOPGAVE Samenvatting ...........................................................................................................................................................3 1
Inleiding ............................................................................................................................................................4
2
Trends en ontwikkelingen ................................................................................................................................8
3
Wonen voor ouderen .....................................................................................................................................10
4
Mensen met een lichamelijke beperking .......................................................................................................16
5
Mensen met een verstandelijke beperking ....................................................................................................17
6
Uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang .....................................................................19
7
Uitstroom uit jeugdinstellingen ......................................................................................................................22
8
Statushouders .................................................................................................................................................24
9
Vluchtelingen uit Oekraïne (ontheemden) .....................................................................................................26
10 Woonwagenbewoners ...................................................................................................................................27 11 Arbeidsmigranten ...........................................................................................................................................28 12 Sturen op het woningbouwprogramma .........................................................................................................29 13 Samenwerking, monitoring en evaluatie ........................................................................................................31
BIJLAGEN................................................................................................................................................................32 1
Beleidskaders ..................................................................................................................................................33
2
Definities doelgroepen, woningen en woonvormen ......................................................................................34
3
Bestaand aanbod ............................................................................................................................................35
4
Inspiratie- en afwegingskader voor nieuwe initiatieven ................................................................................37
2
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN Samenvatting We leven in een tijd met grote woningtekorten, een bevolking die vergrijst, mensen die langer thuis blijven wonen, oplopende zorgkosten en personeelstekorten. Binnen dat speelveld hebben we een ambitie: voor iedereen een woning of woonplek, passend bij woonwensen, (financiële) mogelijkheden en de fysieke en mentale gezondheid. En het liefst in de buurt waar iemand zich thuis voelt, met de juiste ondersteuning en voorzieningen en de mogelijkheid voor informele zorg en omzien naar elkaar. Zorg- en aandachtsgroepen De in de visie opgenomen zorg- en aandachtsgroepen zijn: - Ouderen; - Mensen met een lichamelijke beperking; - Mensen met een verstandelijke beperking; - Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - Jeugdigen (18+) die uitstromen uit jeugdzorginstellingen; - Statushouders; - Oekraïners (ontheemden); - Woonwagenbewoners; - Arbeidsmigranten. Het gaat niet alleen om de zorg- en aandachtsgroepen. We sturen op een woningbouwprogramma waarin aandacht is voor de woonbehoeften van alle inwoners, dus niet alleen de zorg- en aandachtsgroepen. De opgaven In de Visie Inclusief Wonen zijn de woonopgaven beschreven voor de diverse zorg- en aandachtsgroepen. Het gaat dan niet alleen om nieuwbouw maar ook om aanpassingen aan bestaande woningen en de mogelijkheid om dichter bij elkaar in de buurt te wonen.
De opgaven zijn gekwantificeerd. De aantallen volgen uit de analyse die opgesteld is in het kader van de regionale woonzorgvisie. Nieuwe woon(zorg)initiatieven Er zijn nieuwe woon(zorg)vormen die nu nog niet bekend zijn en waar ook geen (kwantitatieve) raming van is. Om die reden zetten we de deur open voor initiatiefnemers van deze woon(zorg)plannen. Om deze plannen te kunnen beoordelen, hebben we een inspiratie- en afwegingskader opgesteld. In de visie is het inspiratie- en afwegingskader opgenomen voor het toetsen van nieuwe woon(zorg)initiatieven. Acties om uitvoering te geven aan de opgaven Om de opgaven uit te kunnen voeren, zijn er diverse instrumenten en maatregelen. Een deel daarvan doen we al. De extra acties zijn in de visie Inclusief Wonen opgenomen.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 staat beschreven wat we willen bereiken (ambitie) en hoe we dit gaan bereiken (visie). Er is kort ingegaan op de afbakening en de relatie met overig beleid en ontwikkelingen. Hoofdstuk 2 gaat in op de uitdagingen waarmee we te maken hebben op het gebied van wonen en zorg. In de hoofdstukken 3 tot en met 11 worden per doelgroep de opgaven, instrumenten en maatregelen en de extra acties beschreven. Hoofdstuk 12 gaat over woningbouwprogrammering en de instrumenten die we daarvoor inzetten. In hoofdstuk 13 staat de rol van de gemeente, de samenwerkingspartners, monitoring en evaluatie beschreven. In de bijlagen staan het overig beleid, definities van zorg- en aandachtsgroepen en woonvormen, het bestaande aanbod en het inspiratie- en afwegingskader voor nieuwe woon(zorg)initiatieven. Er zijn diverse hyperlinks naar documenten en websites ingevoegd. Deze zijn te herkennen aan de onderstreping van de woorden.
3
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 1
Inleiding
1.1 Waarom een visie Inclusief Wonen in Beuningen Het is niet voor iedereen vanzelfsprekend om gewoon ergens te wonen, in een woning naar keuze. Voor een deel van onze inwoners is de fysieke of mentale gezondheid bepalend voor de woning. Er zijn mensen met zeer specifieke woonbehoeften, afgestemd op cultuur en leefstijl. Mensen met een laag inkomen zijn grotendeels afhankelijk van het aanbod van woningcorporaties en de gemeente die stuurt op voldoende betaalbare huur- en koopwoningen. Voor al deze mensen is de visie Inclusief Wonen opgesteld. 1.2
Wat willen we bereiken (ambitie)
Een geschikt woning/woonvorm voor iedereen Onze ambitie is voor iedereen een woning of woonplek, passend bij woonwensen, (financiële) mogelijkheden en de fysieke en mentale gezondheid. Dit kunnen reguliere woningen zijn, eventueel geschikt gemaakt voor of door de bewoner. Het kan ook gaan om een woonplek in een meer beschutte omgeving, met gelijkgestemden (‘we begrijpen elkaar’) of in een mix.
Wonen is een grondrecht Woonruimte is een primaire levensbehoefte van de mens. Dat is vastgelegd in onze Grondwet. De overheid moet ervoor zorgen dat er voldoende woonruimte is. Het gaat overigens niet alleen om het aantal woningen, maar ook om de kwaliteit van de woningen. Op grond van artikel 19 van het VNverdrag Handicap hebben mensen met een handicap het recht om, net als ieder ander, op voet van gelijkheid zelfstandig in de maatschappij te wonen en te participeren. Het artikel bevat onder andere het recht op zelfstandig wonen, wat bijdraagt aan de ontwikkeling en emancipatie van de mens.
In de visie Inclusief Wonen zijn de opgaven aan woningen en overige woonvormen voor ouderen, zorg- en aandachtsgroepen vastgelegd. In de buurt waar je je thuis voelt Elke woning of woonvoorziening staat in een buurt, een dorp en soms in de rust van het buitengebied. De directe omgeving is van invloed op iemands welzijn en woongeluk. Heeft iemand behoefte aan rust of kan het juist levendig zijn. Wonen familie en vrienden in de buurt. Met de juiste ondersteuning en voorzieningen in de buurt Voor sommige inwoners is het wenselijk, en soms echt noodzakelijk, dat er voorzieningen in de directe omgeving zijn. Het kan gaan om winkels, zoals een supermarkt, zorg- en welzijnsvoorzieningen, of laagdrempelige, goed toegankelijke plekken voor inloop en informele ontmoeting. Zorg en ondersteuning kan ingevuld worden met verpleegzorg aan huis of ambulante begeleiding. Waar dit van toepassing is, wordt dit bij de betreffende doelgroep benoemd. In de visie Inclusief Wonen worden bij de diverse doelgroepen en woonvormen de gewenste zorg, begeleiding en voorzieningen benoemd. In een samenleving waar mensen omzien naar elkaar In het kader van langer zelfstandig thuis wonen en zorg voor elkaar, is mantelzorg inmiddels een begrip geworden. We vragen inwoners om een beetje voor elkaar te zorgen. En het gaat niet alleen over zorg. Het gaat ook over eenzaamheid.
Hiervoor is het wenselijk om bij elkaar in de buurt te wonen.
1.3
Hoe gaan we dit bereiken (visie)
We geven uitvoering aan de Beuningse opgaven die volgen uit de regionale woonzorgvisie In de Groene Metropoolregio (GMR) is in het kader van de regionale woonzorgvisie onderzoek gedaan naar de kwantitatieve behoefte aan (extra) woningen voor de diverse zorg- en aandachtsgroepen. Bij een aantal zorg- en aandachtsgroepen is ook de kwalitatieve woonbehoefte beschreven. Regionaal zijn afspraken gemaakt over een evenredige verdeling – fair share – van de opgaven over de regiogemeenten. De Beuningse opgaven uit de regionale woonzorgvisie zijn opgenomen in de visie Inclusief Wonen. We realiseren een gevarieerd nieuwbouwprogramma Er zijn niet voldoende woningen en het huidige woningaanbod sluit ook niet voldoende aan op de woonbehoeften van onze inwoners. Het gaat dan niet alleen om de zorg- en aandachtsgroepen maar om alle
4
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN inwoners. Met nieuwbouw worden tekorten in de woningvoorraad aangevuld waaronder levensloopgeschikte woningen en betaalbare huur- en koopwoningen. De instrumenten en maatregelen om te kunnen sturen op het gewenste kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogramma zijn opgenomen in de Visie Inclusief Wonen. We werken samen met organisaties en inwoners We hebben zelf geen woningen in eigendom en bouwen deze ook niet zelf. We verlenen ook geen zorg en begeleiding. Daarvoor zijn andere partijen aan zet. Samenwerking is nodig met onder meer particuliere initiatiefnemers, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en het zorgkantoor, woningcorporaties en ontwikkelaars. We gaan in gesprek met initiatiefnemers van nieuwe woon(zorg)vormen Voor initiatiefnemers die zich bij ons melden met een plan voor een woon(zorg)voorziening, gaan we in gesprek. We hebben hier een inspiratie- en afwegingskader voor opgesteld (zie hoofdstuk 12.8 en bijlage 4). We stellen vragen over de doelgroep(en), de woningen of woonvorm, de zorg en/of begeleiding, draagkracht en draagvlak van de directe omgeving en de mensen die daar wonen en de toekomstwaarde. We bieden mogelijkheden voor aanpassingen in en om de eigen woning Het merendeel van de woningen is in particulier eigendom.
Deze mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het eventueel aanpassen van de woning om deze (levensloop)geschikter te maken. We kunnen dit stimuleren met voorlichting en financieringsmogelijkheden. Deze instrumenten zijn opgenomen in de visie. In het kader van zorg voor elkaar, worden in de beleidsregels meergeneratiewoningen (meer) mogelijkheden geboden om met elkaar op hetzelfde perceel of in dezelfde woning te wonen. Het beleid hiervoor is recentelijk aangepast.
1.4
Afbakening en afstemming
Over wie gaat de visie Inclusief Wonen In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ (min BZK) zijn alle zorg- en aandachtsgroepen opgenomen. Ouderen zijn opgenomen in het programma ‘wonen en zorg voor ouderen’ (min BZK). In de regionale woonvisie is een beschrijving gegeven van de diverse aandachtsgroepen. In de visie Inclusief Wonen is, naast deze aandachtsgroepen, ook aandacht voor ouderen, een betaalbare woning voor mensen met een laag inkomen en Zorg- en aandachtsgroepen in de visie Inclusief Wonen - Ouderen; - Mensen met een lichamelijke beperking; - Mensen met een verstandelijke beperking; - Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang; - Jeugdigen (18+) die uitstromen uit jeugdzorginstellingen; - Statushouders; - Vluchtelingen uit Oekraïne (ontheemden); - Woonwagenbewoners; - Arbeidsmigranten. de manier waarop we sturen op het woningbouwprogramma. Er is ook aandacht voor inwoners zonder zorgvraag. Met het woningbouwprogramma sturen we op een woningaanbod (bestaand en nieuw) voor iedereen: in huur en koop, voor alle inkomens en voor mensen met of zonder zorgvraag. Voor starters worden al diverse instrumenten en maatregelen ingezet zoals sturen op het bouwen van woningen die betaalbaar zijn voor starters en de starterslening.
Het gaat om de woonopgaven In voorliggende visie gaat het om de woonopgave, zoals (regulier) wonen, geclusterd wonen en beschutte/intramurale woonvormen. De opgaven voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en accommodaties voor jeugdhulp zijn onderdeel van het (regionaal en lokaal) beleid in het sociaal domein.
5
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 1.5 1.5.1
Relatie met overig beleid en ontwikkelingen Regionaal beleid
Regionale woonzorgvisie In de Groene Metropoolregio wordt een regionale woonzorgvisie opgesteld. In het kader van deze regionale woonzorgvisie, is een raming gemaakt van de behoefte aan woningen voor de diverse zorg- en aandachtsgroepen. Daarbij is vervolgens een verdeling van de opgaven over de regio gedaan op basis van inwoneraantallen. De ramingen uit de regionale woonzorgvisie zijn in de visie Inclusief Wonen opgenomen. Daar waar aantallen staan, gaat het om de Beuningse opgave. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Beschermd Wonen wordt door de centrumgemeente Nijmegen georganiseerd voor de regio Gelderland-zuid. Beschermd wonen heeft betrekking op het bieden van huisvesting en begeleiding aan mensen met een psychische-sociale kwetsbaarheid. Bij intramuraal beschermd wonen woont de cliënt in een voorziening met 24/7 zorg in de nabijheid. Naast woningen is het belangrijk om basisvoorzieningen zoals dagbesteding, ontmoetingsmogelijkheden in de nabijheid te hebben. In de regio Gelderland-zuid wordt gewerkt aan een actualisatie van de visie op maatschappelijke opvang. In het kader van het beter in beeld krijgen van daklozen, is er een ETHOS light telling geweest. De resultaten hiervan krijgen we oktober 2024. Het beleid voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt niet uitgewerkt in de visie Inclusief Wonen.
De visie Inclusief Wonen gaat over de woongaven voor de mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat kan, naast voldoende woningen, ook gaan over geclusterde woningen, een mix aan woningen/doelgroepen en voorzieningen waar men, als tussenstap tussen beschermd wonen en beschermd thuis in, begeleiding krijgt om te leren om zelfstandig te wonen. Beschermd thuis Er is een beweging in gang gezet van ‘beschermd wonen’ naar ‘beschermd thuis’. Beschermd thuis is wonen in de eigen omgeving met ondersteuning vanuit het eigen netwerk, de omgeving en zorgaanbieders. De gedachte achter beschermd thuis is dat herstel het beste thuis kan, in de eigen omgeving met de hulp die nodig is van de omgeving en van zorgaanbieders. De regio Gelderland-zuid heeft afspraken gemaakt om middels een ingroeipad van 7 tot 10 jaar het beschermd thuis meer lokaal te organiseren. Naast woningen moeten basisvoorzieningen, zoals een GGZ-inloop, in de buurt zijn. De transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis is van invloed op de woningmarkt. Het gaat om mensen die uitstromen van beschermd wonen naar een woning. Voor de doelgroep die uitstroomt moeten voldoende sociale huurwoningen beschikbaar zijn.
1.5.2 Beleid sociaal domein Beuningen In de beleidsnotitie voor het sociaal domein 2024-2028 ‘Vitaal Beuningen!’ zijn visie, doelstellingen en acties vanuit het sociaal domein beschreven. In het beleid staan onder andere de opgaven in de arbeidsmarkt, de Hervormingsagenda Jeugd en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Het is een notitie op hoofdlijnen. In de beleidsnotitie sociaal domein wordt ingezet op het versterken van de sociale basis, onderverdeeld in de persoonlijke basis (eigen kracht en netwerk), gemeenschappelijke basis (verenigingen, bewonersinitiatieven) en institutionele basis (collectieve en vrij toegankelijke (professionele en door vrijwilligers gerunde) voorzieningen). Er komt een gebiedsgerichte uitvoering, op dorps- en wijkniveau. In de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen wordt een aantal thema’s uitgewerkt waaronder de sociale samenhang en samenlevingsopbouw, mantelzorg, het tegengaan van eenzaamheid, de inzet en ondersteuning van vrijwilligerswerk en het formele en informele netwerk in de wijk.
6
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN Er is een relatie tussen de sociale basis uit het beleid sociaal domein en het wonen uit de visie Inclusief Wonen. Bij elkaar in de buurt wonen is van belang bij het benutten van het eigen netwerk (persoonlijke basis). Wonen in de buurt van voorzieningen is van belang bij de gemeenschappelijke en institutionele basis. In de visie Inclusief wonen zijn de woonmogelijkheden hiervoor opgenomen. 1.5.3 Visie Inclusief Wonen en de wet Versterking regie volkshuisvesting In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting is de verplichting opgenomen om per 2026 een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma te hebben. Daarmee wordt gestuurd op het gewenste woningbouwprogramma inclusief ouderen en overige zorg- en aandachtsgroepen. De visie Inclusief Wonen is te lezen als het in het wetsvoorstel bedoelde volkshuisvestingsprogramma. De visie Inclusief Wonen is een actualisatie van het woningbouwprogramma uit het Omgevingsprogramma woningbouw (1.0, 2.0 e.v.) en een actualisatie van punt 1 ‘Prijsklassen’ uit het 10 punten plan wonen.
7
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 2
Trends en ontwikkelingen
2.1
Uitdagingen op de woningmarkt
Vergrijzing en (langer) zelfstandig thuis wonen De bevolking in Nederland, en ook in Beuningen, is aan het vergrijzen. Dit betekent dat er meer inwoners zijn die niet meer werken vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, mogelijk meer zorg nodig hebben en een geschikte woning of verpleeghuisplek. De afgelopen jaren is het rijksbeleid op het gebied van wonen en zorg echter ook sterk gewijzigd. Ouderen blijven langer thuis wonen. Het verzorgingshuis is er niet meer. Het is thuis, eventueel met zorg aan huis, of wonen in een verpleeghuis als het echt niet meer anders kan. Ouderen met een intensieve zorgvraag Ouderen met een intensieve zorgvraag, hadden recht op een plek in een verpleeghuis. In het verlengde van het beleid dat mensen langer thuis blijven wonen, is verpleeghuiscapaciteit echter afgebouwd en is er een rem gezet op het realiseren van nieuwe verpleeghuizen. Door het ministerie van BZK is een opgave van 4.800 tot 8.000 verpleeghuisplekken geraamd. Waar deze plekken gerealiseerd worden, is nog niet bekend. Het is dus ook niet bekend of er nog extra verpleeghuisplekken in Beuningen of de regio kunnen komen. Mensen die niet naar een verpleeghuis (kunnen) gaan, hebben dan een zorggeschikte woning nodig. De ervaring is, dat mensen niet snel en vaak liever niet naar een verpleeghuis gaan.
Het gaat om een (laatste) levensfase waarin mensen niet graag meer verhuizen en verhuizen ook niet gemakkelijk meer is. Mensen met een psychische aandoening Ook voor mensen met een psychische aandoening is het wonen in een meer beschermde woonvorm niet meer vanzelfsprekend. Het rijksbeleid is gericht op het afbouwen van een deel van de voorzieningen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Mensen gaan weer zelfstandig wonen met, in de meeste gevallen, ambulante begeleiding. Alleen mensen voor wie het echt niet mogelijk is om zelfstandig te wonen, kunnen permanent in een beschermde woonvorm wonen. Absolute tekorten, te weinig woningen De druk op de woningmarkt is groot. Uit het meest recente regionale woningbehoefteonderzoek blijkt dat er tot 2030 naar schatting circa 1.250 woningen extra nodig zijn in Beuningen. Het bouwen van deze huizen gaat langzamer dan de vraag zich ontwikkelt, onder andere door stijgende bouwkosten, netcongestie en een tekort aan bouwpersoneel. Oplopende zoektijden voor een sociale huurwoning De druk op de sociale huurwoningmarkt is sterk opgelopen. Dit komt onder andere door te weinig aanbod in de sociale huur en in de goedkope koopsector voor mensen die doorstromen van huur naar koop. Ook het bouwen van extra sociale huur loopt achter op de vraag vanwege de hiervoor beschreven belemmeringen bij de bouw.
Het bouwen van goedkope koop staat op gespannen voet met de financiële haalbaarheid van projecten. Een deel van de sociale huurwoningvoorraad wordt ingezet om een aantal kwetsbare doelgroepen uit de visie Inclusief Wonen te huisvesten. In totaal gaat het om circa 14% van het aanbod dat hiervoor ingezet wordt. Ruim 85% wordt dus nog altijd ingezet voor regulier woningzoekenden. Kwetsbare complexen en buurten Kwetsbare inwoners zijn vaak gehuisvest in sociale huurwoningen. Een concentratie van kwetsbare inwoners is niet altijd wenselijk. Kwetsbare inwoners hebben wel baat bij een omgeving waar ze zich wat aan op kunnen trekken. In een mix kunnen kwetsbare inwoners wat steun en (mantel)zorg krijgen van de buren. Dit alles betekent trouwens niet dat er in buurten met veel sociale huurwoningen altijd problemen zijn. Vaak wordt ander gedrag ten onrechte geassocieerd met overlast. Sociaal beheer en begrip voor elkaar kunnen veel goed doen voor alle inwoners.
8
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 2.2
Uitdagingen bij de zorg
Oplopende zorgkosten, personeelstekorten De zorg en de jeugdhulp kampen met problemen door de krapte op de arbeidsmarkt. Er is soms niet genoeg personeel beschikbaar. De kwaliteit van en de toegang tot de zorg en de jeugdhulp komen daardoor in gevaar. Dat speelt nu al en zeker in de toekomst als het tekort aan personeel nog verder toeneemt. Door de vergrijzing wordt de groep mensen die zorg nodig heeft steeds groter. Er komt meer druk op mantelzorgers terwijl die mensen ook ouder worden. De directe woon- en leefomgeving is medebepalend voor de vraag om zorg en de mogelijkheden om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Meer zorg thuis in plaats van (geconcentreerd) in instellingen Een direct gevolg van het rijksbeleid van langer thuis wonen is, dat zorgpersoneel naar de mensen toe gaat. Dit legt druk op het personeel waar al tekorten zijn. Geclusterde woonvormen lossen dit dilemma voor een deel op. Er zijn echter ook signalen dat bij geclusterde woonvormen voor ouderen, bedoeld om langer thuis te wonen met wat zorg voor elkaar, de gevraagde zorg uiteindelijk even zwaar is als bij verpleeghuizen en dat de woningen daar niet op ingericht zijn. Hervormingsagenda jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is ontstaan vanwege de groeiende vraag naar jeugdhulp en de bijbehorende kosten.
Het doel van deze agenda is de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de hulp en stijgende zorgkosten onder controle houden om het jeugdstelsel op lange termijn betaalbaar te houden. De Hervormingsagenda omvat een omvangrijk pakket aan maatregelen. Een van de agendapunten uit de Hervormingsagenda is het voorkomen en terugdringen van residentiële jeugdhulp. Daarbij wordt een transformatie ingezet naar woonvoorzieningen in een open, zo thuis mogelijke, kleinschalige vorm. Dit legt een extra druk op het aanbod aan pleegzorg en gezinshuizen.
9
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 3
Wonen voor ouderen
3.1 Wie zijn de oudere inwoners Er is geen eenduidige definitie van ouderen. Inwoners worden vaak ingedeeld in leeftijdsgroepen. Zo zijn in het programma ‘wonen en zorg voor ouderen’ van het ministerie BZK ouderen gedefinieerd als mensen in de leeftijd vanaf 65 jaar. De gewenste woning en een eventuele wens om te verhuizen is echter niet leeftijdsgebonden maar heeft meer te maken met leefstijl, levensfase en gezondheid. Zo divers de doelgroep ouderen is, zo divers zijn ook de woonbehoeften. En dat vraagt om maatwerk. De een wil misschien in de buurt van voorzieningen wonen terwijl de ander het liefst in zijn vertrouwde buurt blijft. Het is wel belangrijk om tijdig na te denken over de woning, anticiperend op de toekomst. Zolang men gezond bent, kan men kiezen. Gaat het een keer mis, dan is men afhankelijk van de dan beschikbare woning of een plek in een verpleeghuis.
3.2 Welke woningen zijn geschikt voor ouderen Ouderen met fysieke beperkingen kunnen langer zelfstandig blijven wonen in een levensloopgeschikte woning. Het gaat om gelijkvloerse ('nultreden') woningen met alle functies op dezelfde woonlaag. Voor mensen met dementie moeten woonplek en omgeving herkenbaar en veilig te zijn. Nieuwbouw Levensloopgeschikte woningen zijn goed te realiseren in nieuwbouw. Het kan een appartement zijn, bereikbaar met lift, of een grondgebonden woning.
Nog echt niet oud (55+) De kinderen zijn het huis uit. Wordt er nog één keer ingrijpend verbouwen? Dit is het moment om na te denken over het (zorg)geschikter maken van de eigen woning of verhuizen naar een woning waar men tot op hoge leeftijd kan blijven wonen. Anticiperen op de toekomst. (Bijna) met pensioen (67+) Met pensioen, meer vrijetijd en een inkomen dat soms wat omlaaggaat (van salaris naar pensioen). Verhuizen staat vaak niet op de verlanglijst. Niet alles gaat meer zoals het vroeger ging (75+) Het is een leeftijd waarop nog maar weinig mensen willen verhuizen als dat niet echt nodig is. Zolang men nog gezond bent, kan men kiezen. Gaat het een keer mis, dan is men afhankelijk van de dan beschikbare woning of een plek in een verpleeghuis. Dementievriendelijk wonen Mensen met dementie wonen, als ieder ander, graag nog zo lang mogelijk thuis, in de buurt van de plek waar iemand altijd heeft gewoond of dichtbij dierbaren. Intensieve zorg nodig Verpleeghuizen zijn bedoeld en ook uitsluitend toegankelijk, voor mensen die intensieve zorg nodig hebben. Een zorggeschikte woning kan ook mits er iemand in de buurt is voor de eerste, acute hulp.
Bestaande woningen Er zijn nu al levensloopgeschikte woningen, zoals appartementen, in de bestaande woningvoorraad. Bestaande woningen kunnen levensloopgeschikt(er) gemaakt worden met aanpassingen zoals het maken van een slaapkamer en badkamer op de begane grond, het maken van een extra toilet op de etage of het plaatsen van een (trap)lift. Met extra aanpassingen kunnen ook woningen met meerdere etages geschikter gemaakt worden. Niet elke woning is geschikt te maken wat het soms noodzakelijk maakt om te verhuizen. Dure aanpassingen kunnen ook een overweging zijn om te verhuizen. Geclusterd wonen Geclusterd wonen is eigenlijk een verbijzondering van levensloopgeschikt wonen. Het gaat om een aantal woningen waar (overwegend) ouderen zelfstandig wonen mét een fysieke, gezamenlijke ruimte voor ontmoeting. Het kunnen zelfstandige woningen zijn of woningen met meer gedeelde voorzieningen zoals een gezamenlijke woonkamer met keuken. Er zijn verschillende redenen voor het geclusterd wonen. Zo kan gezamenlijk zorg ingekocht worden, bijvoorbeeld als gekozen wordt voor één zorgaanbieder voor alle bewoners. Ook het verminderen van eenzaamheid is een reden om geclusterd te wonen. De gemeenschappelijke ruimte is een plek voor ontmoeting. Dementievriendelijk wonen Dementie is een verzamelnaam voor veel ziekten waarbij de hersenfuncties achteruitgaan.
Maar liefst één op de vijf mensen krijgt te maken met een vorm van dementie. Ook in de gemeente Beuningen wonen steeds meer mensen met dementie.
10
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN
Mensen met dementie wonen, als ieder ander, graag nog zo lang mogelijk thuis, dicht in de buurt van de plek waar iemand altijd heeft gewoond of dichtbij dierbaren. Zo kunnen mensen met dementie in contact blijven met hun eigen sociale netwerk en langer thuis blijven wonen. Blijven wonen in de eigen omgeving heeft ook als voordeel dat de routes naar de winkel en naar bekenden vertrouwd is. Zorggeschikte woningen (verpleeghuis) In het verlengde van het beleid dat mensen langer thuis blijven wonen, is verpleeghuiscapaciteit afgebouwd en is er een rem gezet op het realiseren van nieuwe verpleeghuizen. Mensen die niet naar een verpleeghuis (kunnen) gaan, hebben dan een zorggeschikte woning nodig. Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige levensloopgeschikte woningen waar intensieve zorg geleverd kan worden en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. De woningen moeten rolstoelgeschikt zijn met voldoende ruimte om zorg te verlenen en dementievriendelijk ingericht zijn. Nieuwe vormen van wonen (met zorg) voor ouderen In een woongroep wonen mensen bij elkaar in zelfstandige of nietzelfstandige woningen met gemeenschappelijke ruimten voor ontmoeting, informeel samenzijn of activiteiten. Er wonen ouderen die zelf besluiten om met leeftijdsgenoten, en soms met meer generaties, samen te leven.
Nieuwe woonvormen blijken interessant te zijn voor ouderen die niet in een verpleeghuis kunnen wonen (omdat er nog geen zware zorgvraag is) maar wel op zoek zijn naar een beschutte of geclusterde woonvorm om met gelijkgestemden samen te wonen en leven.
3.3
Het is méér dan alleen de woning. Wat ook nog van belang is: - Winkels in de buurt - Zorg in de buurt - Welzijn/ontmoetingsplekken - Openbaar vervoer - Dementievriendelijke woonomgeving
Wat zijn de opgaven aan wonen voor ouderen
3.3.1 De totale opgave aan extra levensloopgeschikte woningen (nieuwbouw en bestaande woningen) In de regionale woonzorgvisie is de opgave aan levensloopgeschikt wonen voor gemeente Beuningen geraamd op 1.130 woningen. Het gaat dan om nieuwbouw en om bestaande woningen die nog niet levensloopgeschikt zijn. De opgave voor geclusterd wonen is apart benoemd. Deze woningen tellen wel mee in de totale opgave aan levensloopgeschikte woningen.
Nieuwbouw Bestaande woningen Totaal Opgave levensloopgeschikt woningen
Aantal 313 817 1.130
Waarvan geclusterd 143 77 220
3.3.2 Opgave nieuwbouw van levensloopgeschikte woningen De opgave aan extra te bouwen levensloopgeschikte woningen is geraamd op 313, waarvan 143 geclusterd. In het nu bekende woningbouwprogramma (peildatum februari 2024) zijn ruim 400 levensloopgeschikte appartementen opgenomen waarvan ongeveer de helft in sociale huur en de overige woningen in koop in diverse prijscategorieën. In de periode tot en met 2030 gaat het om nog eens ruim 300 levensloopgeschikte appartementen in een mix van huur (40%) en koop.
Nieuwbouw, levensloopgeschikt Opgave : 313 Gepland : ruim 400 Er zijn geen plannen voor geclusterde woningen met een gemeenschappelijke ruimte
Er zijn diverse projecten waarvan nog niet bekend is welke woningtypen er gebouwd worden. Geclusterd wonen Er zijn geen projecten bekend waar een of meer gemeenschappelijke ruimten in gepland zijn en daarmee vallen onder de definitie van geclusterd wonen.
11
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 3.3.3 Opgave levensloopgeschikte woningen, bestaande bouw In de regionale analyse van de behoefte aan levensloopgeschikte woningen is ook een raming opgenomen van het aandeel bestaande woningen dat levensloopgeschikt gemaakt moet worden. Het gaat om ruim 800 woningen. Welke woningen levensloopgeschikt gemaakt (kunnen) worden, is afhankelijk van de mogelijkheden van de woning, het eigendom (huur of koop) en de behoefte van de mensen die er wonen. Het is niet bekend hoeveel woningen er de komende jaren levensloopgeschikt gemaakt worden. De wens tot het levensloopgeschikter maken en de verantwoordelijkheid hiervoor liggen bij woningeigenaren. Geclusterd wonen Er is een opgave van 77 woningen in geclusterde vorm in de bestaande woningvoorraad. Dat betekent dat er bij bestaande woningen gemeenschappelijke ruimten toegevoegd moeten worden. Een alternatief kan eventueel ook een ontmoetingsruimte in de buurt zijn. 3.3.4 Opgave zorggeschikte woningen (verpleeghuis) De opgave aan zorggeschikte woningen voor Beuningen is geraamd op 59 waarvan 45 in de periode tot en met 2027. Daarbij is een evenredige verdeling van de opgave over de regio doorgevoerd, naar rato van het aantal inwoners. Het zorgkantoor heeft de behoefte niet geanalyseerd. Zorggeschikte woningen hoeven niet in de vorm van een verpleeghuis te zijn.
Mensen die zwaardere (verpleeghuis)zorg nodig hebben, kunnen dit ook thuis krijgen mits de woning hier geschikt voor is en er iemand (partner, mantelzorger) in de directe nabijheid is voor de eerste, acute zorg. Anders dan bij verpleeghuizen, kan de zorg immers niet binnen een paar minuten aanwezig zijn. Bij nieuwbouw van zorggeschikte woningen gaat de voorkeur dan ook uit naar een locatie in de buurt van een zorgsteunpunt (die de juiste zorg kan leveren) of een al bestaand verpleeghuis van waaruit de zorg geleverd kan worden. De ervaring is, dat mensen niet snel en vaak liever niet naar een verpleeghuis gaan. Het gaat om een (laatste) levensfase waarin mensen niet graag meer verhuizen en verhuizen ook niet gemakkelijk meer is.
3.4
Wat doen we al voor ouderen
3.4.1 Sturing op het woningbouwprogramma met nieuwbouw levensloopgeschikte woningen Met de Woondeal 2.0 en het Kwaliteitskader woningbouw wordt gestuurd op het gewenste woningbouwprogramma waaronder levensloopgeschikte woningen in huur en koop. Levensloopgeschikte woningen worden zoveel mogelijk in de buurt van voorzieningen gesitueerd. Afspraken hierover worden vastgelegd in anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars en prestatieafspraken met corporaties. 3.4.2 Woningaanpassingen door eigenaar-bewoners Het levensloopgeschikt(er) maken van bestaande woningen in particulier eigendom, is een verantwoordelijkheid van de eigenaar-bewoner. Daarvoor zijn verschillende instrumenten. Om dit te stimuleren kunnen mensen een tegemoetkoming krijgen via Bewust Wonen van maximaal 500 euro. Dit geldt niet alleen voor woningeigenaren maar ook voor huurders. Via de Stichting Volkshuisvesting Nederland (SVn) kunnen woningeigenaren een Toekomstbestendig Wonen lening krijgen voor het aanpassen van de eigen woning. 3.4.3 Wmo Maatwerkvoorzieningen Woningaanpassingen kunnen vergoed worden door de gemeente als die vallen onder de Wmo en voldoen aan de voorwaarden uit de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2024.
3.4.4 Afspraken over doorstroming naar een levensloopgeschikte woning Corporaties geven de voorkeur aan het aanbieden van een (andere) levensloopgeschikte woning aan huurders die in een woning wonen die niet geschikt (meer) is. Daarbij wordt niet alleen de oudere geholpen die naar een levensloopgeschikte woning gaat. Er komt meestal ook een eengezinswoning vrij voor de jongere generatie. Woonwaarts heeft een regeling voor huurders die van een grote eengezinswoning willen verhuizen naar een kleinere, levensloopgeschikte woning. Een doorstroommakelaar begeleidt mensen in het proces. De provincie heeft een verhuiskostenvergoedingsregeling.
12
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 3.4.5 Mantelzorg en meergeneratiewoningen Langer zelfstandig thuis wonen is mede mogelijk als er anderen zijn die mantelzorg verlenen. Daarvoor is het noodzakelijk dat mantelzorgnemer en mantelverlener in de buurt van elkaar wonen. De huisvestingsverordening biedt de mogelijkheid tot urgentie voor mantelzorgverleners en mantelzorgontvangers. Hiervoor zijn de ‘Beleidsregels Mantelzorgurgentieverklaringen gemeente Beuningen’ vastgesteld.
Stichting Perspectief heeft het steunpunt Mantelzorg. Daar wordt informatie en advies gegeven aan mantelzorgers. Het steunpunt organiseert informatiebijeenkomsten en lotgenotencontact. Het steunpunt is er ook voor jonge mantelzorgers die zorgen voor hun ouders of jongere broer(s) en zus(sen).
Er diverse redenen zijn waardoor mensen in elkaars nabijheid willen wonen. Het gaat dan niet alleen om mantelzorg voor ouderen en mensen met een beperking maar bijvoorbeeld ook over het verminderen van eenzaamheid en het zelfstandig leren wonen voor jongeren. Er zijn beleidsregels opgesteld om het mogelijk te maken dat twee huishoudens van dezelfde familie bij elkaar op hetzelfde perceel of in dezelfde woning wonen. Anders dan bij een mantelzorgwoning, hoeft er geen sprake te zijn van (mantel)zorg. Het is een uitbreiding van de huidige mogelijkheden. 3.4.6 Dementievriendelijk Beuningen We willen, onder de noemer Dementievriendelijk Beuningen, samen met onze partners de kennis over dementie van inwoners, winkels, verenigingen en bedrijven vergroten. Het helpt als we dementie weten te herkennen en daar goed op reageren door contact te maken en te bedenken hoe je iemand kunt helpen. Een van de onderwerpen is bewust wonen met dementie. Vrijwillige woonadviseurs komen langs in de woning van een inwoner met dementie. Ze geven allerlei tips en adviezen om de woning veiliger en met meer comfort in te richten.
3.5 3.5.1
Welke extra acties en maatregelen zijn nodig voor ouderen Beleid en afspraken levensloopgeschikt, dementievriendelijk en geclusterd wonen, nieuwbouw
Levensloopgeschikte woningen en woongebouwen Bij nieuwbouw van levensloopgeschikte woningen waar (ook) ouderen gaan wonen, moeten woningen levensloopgeschikt zijn, het woongebouw toegankelijk zijn en moet ruimte ingepland worden voor een of meer gemeenschappelijke ruimten. Dementievriendelijk wonen De woonbehoeften van mensen met dementie betreft een aantal onderdelen. Naast een eigen plek, al dan niet in een groepssetting, zijn ontmoeting en activiteiten belangrijk. De woonplek en Meer informatie over omgeving dienen herkenbaar en veilig te zijn. dementievriendelijk wonen is te vinden op de Bij alle wooncomplexen die levensloopgeschikt zijn, moet rekening gehouden website van Alzheimer met mensen met dementie. Voor de bebouwing - en ook woonomgeving - gelden Nederland. andere, extra richtlijnen dan die voor levensloopgeschikte woningen. Zo is een voordeur in een heldere kleur een goed herkenningspunt voor mensen met dementie. Dit geldt ook voor routes die met herkenningspunten uitgelicht kunnen worden.
Beleidsregels levensloopgeschikt, dementievriendelijk en geclusterd wonen Er worden beleidskaders opgesteld waarin de voorwaarden voor woning en gebouw opgenomen worden. Afspraken worden vervolgens vastgelegd in (prestatie)afspraken en overeenkomsten. Bij lopende projecten, gaan we in gesprek over het beleid en de mogelijkheden om afspraken te maken, in aanvulling op de al gemaakte afspraken. 3.5.2 Onderzoek en realisatie geclusterd wonen in de bestaande woningvoorraad In de bestaande woningvoorraad is het realiseren van een gemeenschappelijke ruimte niet altijd mogelijk. Een gemeenschappelijke ruimte in of aan een bestaand complex realiseren, betekent investeren (iets bijbouwen) of huurderving (bij het gebruik van een leeggekomen woning). Bij koopwoningen zijn de woningeigenaren aan zet.
13
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN Als het niet mogelijk is om in het gebouw een gemeenschappelijke ruimte te creëren, kan gekeken worden naar een accommodatie in de buurt, zoals een dorpshuis, of een gemeenschappelijke ruimte in een ander complex. Voorwaarde is dan wel dat dit op korte afstand van de woningen is (maximaal 500 meter). Het gaat niet alleen om de mogelijkheden in het gebouw. Het is van belang om de wensen van de bewoners in beeld te krijgen: Is er behoefte aan een gezamenlijke ruimte, een ontmoetingsplek. Dit vraagt om een onderzoek naar de wensen voor een ontmoetingsruimte in of in de buurt van complexen en buurten waar veel ouderen wonen. Bestaat de wens hiervoor, dan moet onderzocht worden welke mogelijkheden er in het complex of de buurt zijn of gerealiseerd kunnen worden. Dit onderzoek wordt opgepakt in samenhang met de gebiedsgerichte aanpak uit het beleidsplan sociaal domein ‘Vitaal Beuningen!’ (zie hoofdstuk 1.5.2). 3.5.3 Nieuwbouw zorggeschikte woningen (verpleeghuis) Het zorgkantoor heeft aangegeven dat er bij de gecontracteerde zorgaanbieders tot 2027 geen plannen zijn voor uitbreiding. Het is nu al lastig om vrijgekomen plekken opnieuw in te vullen. Mensen stellen een verhuizing naar het verpleeghuis zo lang mogelijk uit en willen in de laatste levensfase niet meer verhuizen. Er zijn ook geen plannen bekend met zorggeschikte woningen.
Bij de projecten/locaties waar nog geen woningbouwprogramma voor vastgesteld is of nog ruimte is om het woningbouwprogramma aan te passen, wordt onderzocht of het mogelijk is om een cluster zorggeschikte woningen te realiseren. Dit gebeurt in overleg met de corporaties of ontwikkelaar en met zorgaanbieders omdat het aantal woningen en de locatie mede bepalen of er zorg geboden kan worden. Aandachtspunt is het tekort aan zorgpersoneel. Er zal een kleine groep inwoners zijn, die in de eigen woning volledige en intensieve zorg krijgen, ook als de woning eigenlijk niet zorggeschikt is. 3.5.4 Faciliteren nieuwe woon(zorg)vormen voor ouderen Nieuwe vormen van wonen voor ouderen ontstaan vaak doordat er een vraag is vanuit een groep inwoners die besluit om met elkaar te gaan wonen en leven. Er zijn ook diverse organisaties die actief inwoners bij elkaar brengen om samen met hen een plan te ontwikkelen. Er is niet op voorhand een behoefte aan te geven. Wel is de trend zichtbaar dat er behoefte is aan deze woonvormen voor ouderen. In het grijze kader zijn diverse voorbeelden van woon(zorg)vormen voor ouderen beschreven. We gaan wel afspraken maken over het reserveren van ruimte voor nieuwe woon(zorg)initiatieven bij nieuwbouwlocaties. Initiatiefnemers van nieuwe woon(zorg)vormen worden uitgenodigd in gesprek te gaan met ons.
Voor dit gesprek, en de toetsing van nieuwe initiatieven, is een inspiratie- en afwegingskader opgesteld (zie hoofdstuk 12.4 en bijlage 4).
ZorgbuurThuizen ZorgbuurThuizen (de samenvoeging van de woorden 'zorg', 'buur' en 'thuis') zijn kleinschalige woonzorgvormen die de leemte vullen tussen wonen thuis en wonen in een verpleeghuis. Alle vormen van zorg worden er aangeboden. Knarrenhof® Knarrenhofjes en meergeneratiehofjes zijn bedoeld voor mensen die willen wonen in een gemeenschap waar men elkaar kent en helpt. ThuisHuis Woerden Het ThuisHuis Woerden is een kleinschalige woonvorm voor alleenstaande ouderen. De bewoners hebben elk hun eigen woonruimte en een gezamenlijke keuken, woonkamer, een hobbyruimte, een logeerkamer en een buitenruimte/tuin.
3.5.5 Doorstroommakelaar bij nieuwbouwprojecten Met Woonwaarts zijn afspraken gemaakt over het inzetten van een doorstroommakelaar. Deze doorstroommakelaar richt zich niet alleen op doorstroming van huur naar huur maar ook op mensen die nu een koopwoning hebben en door willen verhuizen naar een levensloopgeschikte huur- of koopwoning. Het gaat in eerste instantie om de inzet bij grotere ontwikkellocaties. Te denken valt aan informatieavonden over doorstroming en, in het verlengde daarvan, individuele gesprekken en begeleiding.
3.6 Bewustwording en voorlichting langer zelfstandig thuis wonen Mensen zijn primair zelf verantwoordelijk voor de eigen woon- en leefsituatie. Dit geldt ook voor de woning die moet passen bij de fysieke en mentale gezondheid. Toch blijven genoeg mensen (te) lang ergens wonen tot de woning echt niet geschikt meer is en men gedwongen is te verhuizen. Dit willen we zoveel mogelijk voorkomen.
14
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN We willen dat mensen zich bewust worden van de risico’s die horen bij het ouder worden én de mogelijkheden om daar tijdig op te anticiperen. In het kader van bewustwording, nadenken over de toekomst en tijdig anticiperen, zijn er verschillende onderwerpen die aandacht vragen. Verbouwen of verhuizen Dit gaat met name om de mensen die wonen in een grotere (gezins-)woning. Nadat de kinderen het huis uit gegaan zijn, is vaak een moment dat nagedacht wordt over het nog een keer (ingrijpend) verbouwen van de woning. Verhuizen is een alternatief waar ook over nagedacht kan worden. Als je toch gaat verbouwen We willen mensen erop attent maken, en handvatten bieden, om bij een verbouwing direct te naar maatregelen om de woning comfortabeler en levensloopgeschikter te maken. Daar zijn financiële regelingen voor (leningen toekomstbestendig wonen via SVn).
De woonadviseurs van Stichting Perspectief geven advies over veilig wonen en ondersteuning bij vragen over wonen, zorg en welzijn voor ouderen.
Verhuizen met het oog op de (verre) toekomst Een andere woning hoeft geen ‘seniorenwoning’ te zijn. Het moet een woning zijn die ruim en comfortabel is, past bij de woonwensen én waar men tot op hoge leeftijd kan blijven wonen. Verhuizen naar een woning in de buurt van familie en vrienden Het kan fijn zijn om dichter bij familie te gaan wonen voor mantelzorg, u of op termijn, of tegen eenzaamheid. Het is van belang dat mensen weten welke mogelijkheden er zijn (mantelzorg en beleid meergeneratiewoningen). aantrekkelijk zijn om te verhuizen naar een setting waar men met anderen samenwoont. Is het fijn om te verhuizen naar een woning, dichter in de buurt van familie of vrienden. Wonen met gelijkgestemden Er zijn mogelijkheden om met elkaar in een gemeenschap te wonen. Dit kunnen initiatieven zijn van een groep inwoners, al dan niet met hulp van een organisatie of professional. 3.6.1 Bewustwording en voorlichting over langer thuis wonen en doorstroming In het kader van het project Bewust wonen, kunnen mensen bij stichting Perspectief een gratis woonadvies aanvragen. Het gaat dan niet alleen om aanpassingen aan de woning. Het gaat ook over voorzieningen, gericht op veiligheid en zelfstandigheid voor mensen met dementie. Er zijn seniorenverenigingen in Winssen, Ewijk en Weurt.
De vereniging van senioren Beuningen staat voor de belangenbehartiging van alle senioren in de gemeente Beuningen. De verenigingen weten de doelgroep te bereiken. Wij gaan deze verenigingen benaderen om samen met hen inwoners te informeren.
15
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 4
Mensen met een lichamelijke beperking
4.1 Wie zijn de mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een lichamelijke beperking zijn er in alle leeftijden en gezinssamenstellingen. De zorgvraag is mede afhankelijk van andere leden van het huishouden die een deel van de (mantel)zorg op zich nemen. De woonplek moet geschikt zijn zelfstandig in te kunnen wonen en bewegen en zorg te kunnen krijgen als dat nodig is. 4.2 Welke woningen zijn geschikt voor mensen met een lichamelijke beperking De eisen die gesteld worden aan de woningen komen op veel onderdelen overeen met die voor ouderen. Het gaat om levensloop- en zorggeschikte woningen die toegankelijk en doorgankelijk zijn met hulpmiddelen zoals een rollator of rolstoel en geschikt zijn om zorg thuis te krijgen. Anders dan bij ouderen, waar het om éénen tweepersoonshuishoudens gaat, zijn er ook gezinnen met een gezinslid (kind of volwassene) met een lichamelijke beperking. Dan is een grotere gezinswoning nodig. Met aanpassingen zoals een (trap)lift kunnen eengezinswoningen met meerdere etages geschikter gemaakt worden. Ook een aanbouw met slaapkamer en badkamer kan een oplossing zijn bij eengezinswoningen.
Het is méér dan alleen de woning. Wat ook nog van belang is: - Winkels in de buurt - Zorg in de buurt
Geclusterde woonvormen zijn bedoeld voor mensen met een lichamelijke beperking die 24/7 zorg nodig hebben.
4.3 Wat zijn de opgaven aan woningen voor mensen met een lichamelijke beperking Op regionale schaal is een raming gemaakt van de opgave voor komende jaren. De regionale vraag naar plekken in geclusterde woonvormen in de periode van 2023 tot 2030 is 15 plekken, zo’n 2 plekken per jaar. De vraag naar zelfstandige woningen voor mensen met een lichamelijke beperking, waar men al dan niet met begeleiding woont, blijft naar verwachting hetzelfde. Met deze kleine aantallen is geen sprake van een gelijkmatige verdeling – fair share – van deze groep over de gemeenten in de regio. Een extra geclusterde woonvorm voor mensen met een lichamelijke beperking zal regionaal opgepakt moeten worden. Tevens is het inregelen van voldoende zorg een belangrijke voorwaarde.
4.4 Wat doen we al voor mensen met een lichamelijke beperking In het woningbouwprogramma zijn levensloopgeschikt woningen opgenomen. Via de Wmo zijn er mogelijkheden tot het aanpassen van woningen. De Langer Thuis leningen zijn ook in te zetten door eigenaar-bewoners. Met Woonwaarts zijn afspraken gemaakt over het toewijzen van rolstoelgeschikte woningen aan mensen die dit echt nodig hebben. In de huisvestingsverordening is in de voorrangsregels opgenomen dat mensen met een lichamelijke beperking voorrang krijgen bij de toewijzing van een rolstoelgeschikte woning. In het woningbouwprogramma zijn ruim 400 levensloopgeschikte woningen opgenomen. Er wordt actie ondernomen om ook zorggeschikte woningen te realiseren (zie hoofdstuk 3.5).
4.5 Welke extra acties en maatregelen zijn nodig voor mensen met een lichamelijke beperking De opgave is beperkt en betreft met name het geclusterd wonen met 24/7 zorg. De opgave is te klein om lokaal op te pakken. Regionaal monitoren we de vraag. Mocht dit leiden tot een concreet voorstel in Beuningen, dan wordt deze getoetst aan het inspiratie-en afwegingskader.
16
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 5
Mensen met een verstandelijke beperking
5.1 Wie zijn de mensen met een verstandelijke beperking Mensen met een verstandelijke beperking denken minder snel dan leeftijdsgenoten. Voor hen is het lastig om dingen te begrijpen. Vaak is ondersteuning nodig met wonen, op school, op het werk en bij het contact maken met andere mensen. Soms gaat een verstandelijke beperking gepaard met gedragsproblemen of een psychische aandoening. 5.2
Welke woningen en woonvormen zijn geschikt voor mensen met een verstandelijke beperking
Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding De mensen met een lichte verstandelijke beperking wonen zelfstandig, eventueel met zorg en begeleiding aan huis. Bij voorkeur is er een steunpunt in de buurt of zelfs in hetzelfde gebouw. In het steunpunt kunnen mensen langskomen voor een praatje, eten of een kopje koffiedrinken en soms dagbesteding. Voor ondersteuning doen zij een beroep op de Wmo. Geclusterd wonen Ook voor mensen die niet continu zorg en begeleiding nodig hebben, kan het prettig zijn om in een meer geclusterde woonomgeving te wonen met gelijkgestemden of in een mix. Geclusterd wonen is voor deze doelgroep een beschutte woonvorm, met een eigen appartement of studio en voorzieningen zoals een ontmoetingsruimte in of direct bij het pand (hetzelfde complex). Woonvoorzieningen (intramuraal) Mensen met een ernstige verstandelijke beperking die intensieve begeleiding nodig hebben wonen intramuraal. In de intramurale woonvorm is 24 uur per dag zorg en begeleiding. Sinds 2015 valt deze intramurale zorg voornamelijk onder de Wlz. Nieuwe vormen van (geclusterd) wonen Er zijn initiatieven waarbij een groep ouders en/of een zorgpartij het initiatief neemt om voor hun volwassen kinderen een nieuwe vorm van geclusterd wonen te realiseren. Het kan gaan om zelfstandige woningen of een vorm van groepswonen met niet-zelfstandige wooneenheden.
5.3 Wat is de opgave aan woningen voor uitstroom van mensen met een verstandelijke beperking Een deel van de bewoners met een verstandelijke beperking die nu nog intramuraal woont, kan op zeker moment zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Uitstroom is om meerdere reden belangrijk. Voor de personen die uitstromen is het van belang dat men gaat wonen op het niveau waar men aan toe en toe in staat is. Hiermee kan deelname aan de samenleving geoptimaliseerd worden mits dit voldoende ondersteund wordt. Bij uitstroom komt vervolgens een plek vrij voor iemand anders voor wie het intramurale wonen noodzakelijk is. Voor uitstroom moeten woningen beschikbaar zijn. Het gaat om circa 1 woning per jaar. De woningen hoeven niet altijd op korte termijn (binnen een paar weken/maanden) beschikbaar te komen maar jaren wachten terwijl iemand wel toe is aan zelfstandig wonen is ook geen optie. In een aantal gevallen is de wens om in de buurt van de intramurale woonvoorziening te kunnen blijven wonen. Daarmee blijft de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van eventuele voorzieningen zoals dagbesteding als ook informeel binnenlopen: bekende mensen en een bekende (woon)omgeving.
Het is méér dan alleen de woning. Wat ook nog van belang is: - Welzijn/ontmoetingsplekken - Werk/dagbesteding - Openbaar vervoer
Opgave extra woonplekken met 24/7 begeleiding De behoefte aan extra woonplekken met 24/7 begeleiding is beperkt. Het gaat om een behoefte van 1 extra woonplek per jaar.
5.4
Wat doen we al voor mensen met een verstandelijke beperking
Gepland extra aanbod Driestroom heeft plannen om een woonvoorziening te realiseren met 24/7 zorg en begeleiding (zie hoofdstuk 6). Het wordt een woonvoorziening voor volwassenen met een (licht) verstandelijke beperking en eventueel
17
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN bijkomende problematiek. Naar verwachting heeft circa de helft van cliënten een Wlz-indicatie. Het gaat om 16 woningen/woonplekken. Een van de doelgroepen voor deze woonvoorziening zijn (jong)volwassenen die uitstromen uit het gezinshuis in Ewijk. Een mix met andere leeftijdscategorieën wordt niet uitgesloten.
5.5
Welke extra acties en maatregelen zijn nodig voor mensen met een verstandelijke beperking
Nieuwe woonvormen Er is geen raming te geven van de behoefte aan nieuwe wooninitiatieven. We gaan in gesprek met initiatiefnemers die zich bij de gemeente melden met een nieuwe woon(zorg)vorm voor mensen met een verstandelijke beperking. We gebruiken bij het gesprek en de beoordeling het inspiratie- en afwegingskader (zie hoofdstuk 12.8 en bijlage 4).
18
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN 6
Uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang
6.1
Wie zijn de mensen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Doelgroep beschermd wonen In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) staat beschermd wonen gedefinieerd als een tijdelijke woonvorm voor mensen met een psychische aandoening, met 24-uurs zorg, toezicht en begeleiding. Beschermd wonen is regionaal georganiseerd. De meeste beschermd wonen voorzieningen staan in Nijmegen. De groep mensen met een psychische aandoening is zeer divers. Het kan bijvoorbeeld gaan om angst- en paniekstoornissen, depressie, persoonlijkheidsstoornissen, psychotische stoornissen en autisme. Mensen met een burn-out of relatieproblemen of mensen die ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals mishandeling kunnen, soms tijdelijk, onder deze doelgroep vallen. Veel psychische aandoeningen genezen niet. Mensen moeten leren omgaan met de gevolgen. De hulpvraag kan wisselend zijn: Het kan een poosje goed gaan en dan weer slecht. Een belangrijk deel van de mensen moet, soms na een terugval of ziekteperiode, weer leren hun plek in te nemen in gezin, buurt of werk. En daar hoort een passende woonsituatie bij. Mensen die niet meer in staat zijn om zelfstandig te wonen, verhuizen naar een intramurale (beschermde) woonvorm. In de intramurale woonvorm is (24 uur per dag) zorg en begeleiding. Sinds 2015 valt deze intramurale zorg voornamelijk onder de Wlz.
Doelgroep maatschappelijke opvang Maatschappelijke opvang is in de Wmo gedefinieerd als tijdelijk verblijf gekoppeld aan zorg en begeleiding voor inwoners die dak- of thuisloos zijn. Er zijn diverse typen maatschappelijke opvang, zoals acute opvang (daklozenopvang, crisisbedden) en maatschappelijke opvangvoorzieningen: tijdelijke opvang, gericht op rehabilitatie/herstel en uitstroom naar regulier wonen of een andere, permanente woonvorm. Maatschappelijke opvangvoorzieningen kunnen bedoeld zijn voor specifieke doelgroepen vrouwenopvang of slachtoffers van huiselijk geweld. De groep die uitstroomt uit een maatschappelijke opvangvoorziening is divers, van alle leeftijden, alleenstaand, een stel of een gezin. Er zijn mensen die uitsluitend vanwege tijdelijke dakloosheid in een maatschappelijke opvang terecht komen en geen zorg/begeleiding nodig hebben bij uitstroom. Feitelijk daklozen en marginaal gehuisvesten Er is een groep feitelijk daklozen die nog niet goed in beeld is. Het zijn personen die niet beschikken over een eigen woonruimte en die buiten slapen of binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie, zonder vooruitzichten op een slaapplek voor de daaropvolgende nacht.
Marginaal gehuisvesten zijn personen die minstens vier weken achtereen verblijven op plaatsen die geen garantie bieden op langdurige huisvesting zoals kraakpanden, commerciële pensions, caravans of bij familie of vrienden.
6.2
Welke woningen en woonvormen zijn geschikt voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding Mensen met een psychische aandoening wonen zelfstandig, eventueel met zorg en begeleiding aan huis. Bij voorkeur is er een steunpunt in de buurt of zelfs in hetzelfde gebouw. In het steunpunt kunnen mensen langskomen voor een praatje, eten of een kopje koffiedrinken en soms dagbesteding. Voor ondersteuning doen zij een beroep op de Wmo. Een beperkt aantal mensen dat uitstroomt Het is méér dan alleen de woning. uit maatschappelijke opvang heeft geen begeleiding nodig. Wat ook nog van belang is: - GGZ-inloopvoorziening Geclusterd wonen - Welzijn/ontmoetingsplekken Ook voor mensen die niet continu zorg en begeleiding nodig hebben, - Werk/dagbesteding kan het prettig zijn om in een meer beschutte woonomgeving te wonen - Openbaar vervoer met gelijkgestemden of in een mix. Geclusterd wonen is voor deze
19
INCLUSIEF WONEN IN BEUNINGEN doelgroep een beschutte woonvorm, met een eigen appartement of studio en voorzieningen zoals een ontmoetingsruimte in of direct bij het pand (hetzelfde complex). Nieuwe vormen van (geclusterd) wonen Er zijn initiatieven waarbij een groep ouders en/of een zorgpartij het initiatief neemt om voor hun volwassen kinderen een nieuwe vorm van geclusterd wonen te realiseren. Het kan gaan om zelfstandige woningen of een vorm van groepswonen met niet-zelfstandige wooneenheden. Zo zijn er initiatieven bekend voor (jong-)volwassenen met autisme. Er is geen raming te geven van de behoefte aan nieuwe wooninitiatieven.
6.3
Een voorbeeld van een ouderinitiatief is Stichting Place4Me. Het is een kleinschalig woonproject met tien zelfstandige, volwaardige appartementen voor (jong)volwassenen met autisme. Er is een gezamenlijke woonkamer met keuken en een gezamenlijk dakterras. De woningen worden verhuurd door woningcorporatie Fien Wonen waarbij er afspraken gemaakt zijn met de Stichting over de woningtoewijzing.
Wat zijn de opgaven voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang Voor de uitstroom vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn woningen nodig. In de meeste gevallen gaat het om mensen met een laag inkomen en gaat het dus over sociale huur. Dit legt een extra druk op de huurwoningmarkt. Met Woonwaarts zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat beschikbaar gesteld en via bijzondere bemiddeling toegewezen wordt aan deze doelgroep. Voor Beuningen is de opgave aan woningen voor uitstroom 12 per jaar. Verder zijn er 7 woningen per jaar nodig voor daklozen die niet in een opvangvoorziening verblijven. In de praktijk blijkt voor de uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang een kleiner aantal woningen nodig te zijn dan geraamd is. Cijfers over het daadwerkelijk aantal woningen dat nodig is, ontbreken echter nog. In de regionale woonzorgvisie is opgenomen dat vanaf 2024 in de regio gemonitord wordt hoeveel mensen uitstromen naar een sociale huurwoning. De verwachting is tevens dat in de toekomst minder mensen worden opgenomen in beschermd wonen waarmee minder woningen nodig zijn voor uitstroom.
6.4
Wat doen we al voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Woningtoewijzing en bemiddeling Er worden geen extra woningen gebouwd die specifiek bestemd zijn voor uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Men krijgt een woning aangeboden uit de al bestaande woningvoorraad. Uitstromers die na uitstroom nog ambulante zorg/begeleiding nodig hebben, krijgen via bemiddeling een woning toegewezen. Zorgorganisaties melden deze uitstromers aan bij de (regionale) werkgroep bijzondere bemiddeling. Het huurcontract wordt eerst op naam gezet van de zorgpartij die de zorg/begeleiding levert. Na één of twee jaar kan dit contract ‘omgeklapt’ worden. Het huurcontract wordt dan op naam van de bewoner gezet. Met Woonwaarts is de afspraak gemaakt dat maximaal 6% van de woningen toegewezen wordt aan uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Afgelopen jaren zijn gemiddeld vijf woningen per jaar toegewezen aan de doelgroep. Dit is 3% van het totaal aantal woningtoewijzingen.