Bijlage 1 TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 ETFAL
9 9 10 12
Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 3.1 Inleiding 3.2 Opbouw van de regels 3.3 Functies
13 13 13 14
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Nationaal beleid en regelgeving 4.2 Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Conclusie
16 16 17 20 23
Hoofdstuk 5 Onderzoek 5.1 MER-beoordeling 5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.3 Verkeer en parkeren 5.4 Bodem 5.5 Geluid 5.6 Bedrijven en milieuzonering 5.7 Omgevingsveiligheid 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Waterhuishouding 5.10 Natuur en ecologie 5.11 Cultureel erfgoed 5.12 Duurzaamheid
24 24 24 25 26 27 30 31 33 34 37 38 41
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Participatie 6.3 Consultatie 6.4 Zienswijzen
42 42 42 42 42
Bijlagen bij motivering Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Watertoets
Bijlage 3
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
Bijlage 5
Nota zienswijzen
2
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Regels
49
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meten en rekenen
50 50 51 55
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5
Specifieke regels over functies Groen Wonen
56 56 57
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels over functies Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Landschappelijke inpassing Parkeren Toepassingsbereik
60 60 61 62 63 64 65
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologie 4 Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoek
66 66 69
Hoofdstuk 5 Artikel 14
Overgangsregels Overgangsrecht
70 70
Bijlagen bij regels
71
Bijlage 1
72
Landschappelijke inpassing
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
4
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Motivering
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
5
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer wenst, ter plaatse van de Burgemeester van Suchtelenstraat 17 te Beuningen, drie nieuwe levensloopbestendige woningen te realiseren op eigen grond. Eerder is er een planvoornemen geweest om één vrijstaande woning op deze plek mogelijk te maken, maar nu is de initiatiefnemer van plan om 3 aaneengebouwde woningen te ontwikkelen op het achtergelegen perceel aan de van Suchtelenstraat 17. Het initiatief past niet binnen de regels van het omgevingsplan. Derhalve is gekozen om via een TAM-omgevingsplan het plan te realiseren. Op 21 november 2024 heeft het College van B&W van de gemeente Beuningen principemedewerking gegeven voor 3 aaneengebouwde levensloopbestendige woningen. Dat besluit vormt de aanleiding voor het opstellen van dit TAM-omgevingsplan.
1.2
Ligging plangebied
In de huidige situatie ligt het plangebied ten zuidoosten van het centrum van Beuningen, achter de van Suchtelenstraat 17 en ten oosten van het gerealiseerde nieuwbouwplan Hutgraaf II. Vanuit de Van Suchtelenstraat loopt een doodlopende weggetje richting het noorden door naar nummer 19. Tussen nummer 17 en nummer 19 ligt een braakliggend terrein waar de nieuw te realiseren woningen zijn beoogd. Het plangebied is gelegen op het kadastrale perceel gemeente Beuningen, sectie B, nummer 4061. De betreffende woningen zijn eenvoudig van aard en bestaan uit één bouwlaag met een kap. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied (rode cirkel)
6
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Globale begrenzing plangebied (perceel met oranje aanduiding) De gronden van het beoogde woonperceel liggen op dit moment braak en zijn in gebruik als grasland. Er is momenteel geen bebouwing aanwezig. Ten oosten van het plangebied bevinden zich de woningen die liggen aan De Liende en de Lindenstraat. Ten westen van het plangebied ligt het nieuwbouwplan de Hutgraaf II, waar aan de (oost)kant van het plangebied een groenstrook is gelegen. Hierin bevindt zich tevens een watergang/wadi die een natuurlijke scheiding vormt tussen de beide locaties. De Burgemeester van Suchtelenstraat is één van de structuurdragers en ontsluitingswegen van het dorp. De straat wordt geflankeerd door vrijstaande woningen en tweekappers, die zowel met de voorals achterzijde op deze straat zijn georiënteerd. Direct ten zuiden van deze weg loopt ook een snelfietsroute richting Nijmegen.
1.3
Vigerend omgevingsplan
Voor de gronden in het plangebied geldt het omgevingsplan gemeente Beuningen, in werking getreden op 1 januari 2024. Dit (tijdelijke) omgevingsplan omvat het bestemmingsplan 'Burgermeester van Suchtelenstraat achter 17 Beuningen', zoals de gemeenteraad van de gemeente Beuningen dat heeft vastgesteld op 15 december 2020. Daarnaast omvat het eveneens het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie', zoals de gemeenteraad van de gemeente Beuningen dat heeft vastgesteld op 11 juli 2023. Ook is het hele plangebied onderdeel van het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren’, waarin de gronden zijn voorzien van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – rest bebouwde kom’. Ter plaatse van het plangebied geldt de functie 'Wonen' met de aanduiding 'bouwvlak' en 'vrijstaand' ter plaatse van de eerder beoogde nieuwbouwwoning, met een maximum bebouwd oppervlak van 120 m² en een maximum bouwhoogte van 7 m. In het achtererfgebied is de aanduiding 'bijgebouwen' opgenomen. Daarnaast vigeren de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en de aanduiding 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied' uit het Parapluplan Archeologie.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
7
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Uitsnede tijdelijk omgevingsplan met aanduiding plangebied (rode omkadering) Omdat het beoogde aantal van drie woningen niet past binnen de geldende plannen, zal het omgevingsplan gewijzigd moeten worden om de bouw van de beoogde woningen mogelijk te maken. In de huidige planologische situatie is de bouw van één woning al toegestaan. Dat betekent dat er planologisch gezien twee woningen worden toegevoegd met deze procedure. Vandaar dat in de onderhavige ruimtelijke motivering wordt onderbouwd dat, ondanks dat het bouwplan op onderdelen niet passend is binnen de regeling van het omgevingsplan, sprake is van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal).
1.4
Leeswijzer
Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Toets omgevingsplan In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Verantwoording Hoofdstukken 4 en 5 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet en wordt het geplande programma beschreven. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, het vooroverleg en het participatietraject.
8
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen achter de van Burgemeester van Suchtelenstraat nummer 17, aan de oostkant van Beuningen. De Burgemeester van Suchtelenstraat vormt een belangrijke ontsluitingsweg vanuit het dorp richting Nijmegen voor zowel auto- als fietsverkeer.
Impressie bestaande situatie plangebied. Vanaf het plangebied vormt de straat de uitloper van het dorp naar het buitengebied. De aan deze weg gelegen bebouwing bestaat dan ook overwegend uit één bouwlaag met een kap en laat zich kenmerken door een grote diversiteit. Traditionele eengezinswoningen wisselen elkaar af met boerderijen en woningen van een meer moderne aard. Opvallend is de voormalige luchtige korrel, de bebouwing staat op enige afstand van elkaar. Ten westen en noordwesten zijn Hutgraaf I en II gerealiseerd die zich kenmerken met meer geschakelde woonvormen en hogere dichtheden. Daarnaast is er een wisselende oriëntatie van bebouwing op de Burgemeester van Suchtelenstraat. Afwisselend zijn voor-, zij- en achterkanten op deze doorgaande route gericht. Ten westen van het plangebied is het nieuwbouwproject Hutgraaf II met 22 woningen in afrondende fase. Het perceel is daarmee nu ingesloten tussen de Van Suchtelenstraat nummers 17 en 19, de woningen ten oosten gelegen aan de Liende en het nieuwbouwproject Hutgraaf II aan de westzijde. Het perceel vormt een braakliggend stuk grond welke via een erftoegangsweg naast Van Suchtelenstraat 17 bereikbaar is. Het perceel komt daarmee in aanmerking voor inbreiding, waar de gemeente dus al eerder een procedure heeft doorlopen voor het toestaan van één vrijstaande woning.
Inmiddels is dat plan dus aangepast naar 3 woningen, waarvoor een aangepaste situatietekening is gemaakt, en wat - gezien de invulling van Hutgraaf II - aansluit op de behoefte naar woningen van deze typologie op deze plek in Beuningen.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
9
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
2.2
Toekomstige situatie
Met de beoogde ontwikkeling worden er drie aaneengebouwde levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie worden er twee woningen toegevoegd, aangezien één woning na de bestemmingsplanwijziging van 15 december 2020 al gerealiseerd mocht worden. De woningen zullen aan de zuidzijde van het perceel gesitueerd zijn, zodat aan de noordzijde van het perceel ruimte over blijft voor parkeren en waterberging. De woningen vormen drie geschakelde woningen die het perceel tussen de woningen aan de Van Suchtelenstraat 17 en 19 opvullen. Voor de ontsluiting van de beoogde woningen wordt de bestaande inrit gebruikt die door loopt naar de Van Suchtelenstraat 19. Parkeren zal voor de woningen gemeenschappelijk plaatsvinden aan deze ontsluiting aan de noordzijde van het te ontwikkelen perceel. Deze parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast, zodat er ook een scheiding blijft met het perceel aan de Van Suchtelenstraat 19. Inpassing In de landschappelijke inpassing wordt aan de zuidzijde ook een houtsingel geplaatst voor een groene afscheiding met de Van Suchtelenstraat 17. Deze singel wordt circa 5 meter hoog met gebiedseigen soorten als een mix van meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, lijsterbes, els, gewone vogelkers, en hazelaar. Ter plaatse van de nieuwe woningen worden hagen geplaatst aan de vooren achterzijde van de percelen.
Dit wordt gedaan in de vorm van gebiedseigen soorten zoals beuk, haagbeuk, liguster, en/of veldesdoorn. De parkeervoorziening wordt aan de noordzijde ook voorzien van een houtsingel met dezelfde inheemse soorten als de zuidelijk gelegen groene houtsingel. Het plan bevat voldoende ruimte en mogelijkheden voor het opnemen van ecologische maatregelen conform de gemeentelijke 'Kwaliteitseisen Natuurinclusief Ontwikkelen in de gemeente Beuningen'. Door de realisatie van levensloopbestendige woningen zal een ontwikkeling plaatsvinden die ten goede komt aan het straatbeeld. Passend bij de omgevingskenmerken van de aanwezige bebouwingsstructuur verhoudt de situering en vormgeving zich tot de omliggende percelen en vindt tevens aansluiting op het gerealiseerde project Hutgraaf II. De beoogde ontwikkeling is op de navolgende afbeelding stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast zie bijlage 1 van de regels. Door de landschappelijke inpassing zal het toekomstige plan een groenere uitstraling hebben dan voorheen binnen de regels het geval was. De groene inpassing is via een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Tevens is een regeling opgenomen die een afdekking met sedum op de dakvlakken verplicht stelt.
10
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Uitsnede landschappelijke inpassing van Suchtelenstraat achter 17 Woningen De 3 levensloopbestendige woningen (2x middenhuur/-koop en 1x sociale huur) hebben een globale hoogte van één bouwlaag met een kap, waarbij de kapvorm vrij is. De maximale bouwhoogte is gelijk aan die van het geldende bestemmingsplan, namelijk 7 meter. In dit omgevingsplan is echter ook een maximale goothoogte opgenomen. De daken van de woningen worden voorzien van een groene afdekking met sedum en beschikken elk over een berging en mogelijk een overkapping aan de achtergevel. De beoogde bebouwing bestaat uit compact geschakelde, levensloopbestendige woningen met een goothoogte van circa 3 à 3,5 m en een bouwhoogte van max. 7 m. Het maximale volume binnen de geldende regels is 840 m³ voor de woning, plus 600 m³ voor vergunningsvrije bijgebouwen: totaal max 1.440 m³. Het volume van het beoogde plan is circa 1.150 m³ voor de geschakelde woningen, of totaal 1.200 m³ inclusief bijgebouwen. Het beoogde plan is weliswaar langgerekter dan het bouwvlak van het geldende bestemmingsplan, maar heeft door het gebruik van (één laag met) een kap minder hoogte- en volumewerking. Daarmee heeft het plan minder impact op de omgeving, wat bovendien verder wordt versterkt door het gebruik van een groen dak en de landschappelijke inpassing.
In de regels is tevens opgenomen dat de oprichting van dakkapellen aan de achterzijde niet is toegestaan.
Sfeerbeelden van de beoogde architectuur en inpassing
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
11
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
2.3
ETFAL
Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
12
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 3 3.1
Juridische toelichting
Inleiding
Het TAM-omgevingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het omgevingsplan en zodoende uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen. Het initiatief op deze locatie past niet in het van het tijdelijk omgevingsplan onderdeel uitmakende bestemmingsplan 'Burgermeester van Suchtelenstraat achter 17 Beuningen', waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het Omgevingsplan gemeente Beuningen wordt het als hoofdstuk 22f toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Beuningen gelezen te worden. In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van dit omgevingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels dienen in samenhang met elkaar te worden begrepen.
3.2
Opbouw van de regels
In deze paragraaf wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk zijn vormgegeven. De regels zijn onderverdeeld in 5 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Beuningen. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling aan de Burgemeester van Suchtelenstraat. Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling van de Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17. Hoofdstuk 2: Specifieke regels over functies Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Voor onderhavig TAM-omgevingsplan voor de Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17 is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het bestemmingsplan 'Kern Beuningen'. Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3: Algemene regels over functies Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie. Hoofdstuk 4: Regels ter bescherming van waarden en objecten In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van waarden en objecten. In dit geval liggen ter plaatse de archeologische waarden 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4'.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
13
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 5: Overgangsregels In dit hoofdstuk is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige TAM-omgevingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat.
Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige omgevingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing. Verbeelding De verbeelding die is opgesteld voor het voorbeeld TAM-omgevingsplan dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Voor meer info, zie: https://docs.geostandaarden.nl/ro/HRTAMomplan/.
3.3
Functies
Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende functies met verschillende kleuren weergegeven. Voorts zijn diverse aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Wonen De gronden binnen 'wonen' zijn aangewezen voor drie aaneengebouwde woningen binnen het plangebied. Voor de situering en maatvoering van de woningen zijn er bepalingen opgenomen met betrekking tot: Bouwwijze Op de verbeelding is aangeduid welk type woning binnen de bouwvlakken zijn toegestaan, in dit geval drie (geschakelde) woningen voor het gehele bouwvlak. Goot- en bouwhoogte De maximale goot- en bouwhoogte voor woningen is aangegeven in het bouwvlak door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. Situering gebouwen Teneinde de toekomstige situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”. Voor de woning is op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt in een bouwvlak, een aanduiding bijgebouwen en een onbenoemd deel, meestal de voor- en zijtuinen. Deze zonering biedt de belangrijkste vorm van rechtszekerheid tussen de eigenaren van bouwpercelen onderling. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak”.
Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) zijn zowel binnen het bouwvlak als ter plaatse van de aanduiding “bijgebouwen” toegestaan. De oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is gemaximeerd op 50 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50 %.
14
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als uitgangspunt gehanteerd dat deze op het gehele bouwperceel zijn toegestaan. De maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is gerelateerd aan de ligging. Binnen het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen' mag deze niet meer bedragen dan 2,0 m, hierbuiten maximaal 1,5 m. In afwijking van het voorgaande geldt dat de bouwhoogte van pergola's maximaal 2,75 m mag bedragen. Aan huis verbonden beroep/ bedrijf Binnen de woonfunctie worden onder voorwaarden nevenactiviteiten toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. In het verleden werd hiervoor het onderscheid gemaakt tussen aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven. De 'niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit' is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De 'publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis' is mogelijk indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Het onderscheid richt zich op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking/ geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden.
Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers. Om de beperkte omvang van het aan huis verbonden beroep/ bedrijf te waarborgen is deze gemaximeerd op 45% van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 45 m². Tevens is in de regels opgenomen dat de bewoner het beroep of bedrijf aan huis zelf dient uit te oefenen. Uitgangspunt is dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar geen publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. De aan huis verbonden functies zijn toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
15
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 4
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor het plangebied. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 5 Onderzoek aan bod.
4.1
Nationaal beleid en regelgeving
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 4.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. De instructieregels gaan over: Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); Beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: Voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; Bebouwingscontour jacht; Bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op voor dit plangebied van toepassing zijnde instructieregels. 4.1.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
16
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
4.2
Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid. De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Er zal in onderling overleg gezocht moeten worden naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden voor deze vraagstukken. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen worden uitgebreid.
De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Bovendien betreft de ontwikkeling levensloopbestendige woningen, die onder andere geschikt is voor ouderen om langer zelfstandig te wonen en tevens voor een gezin. Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. De woningen worden duurzaam- en bijna energieneutraal (BENG) gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. Het dak van de woningen wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren. Hiervoor wordt een waterberging in het plangebied aangelegd.
Uiteraard worden de woningen gasloos uitgevoerd en zal er daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lagetemperatuurverwarming, een warmtepomp en worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. In het kader van de klimaatadaptiviteit worden inheemse boomsoorten geplant en omvat het plan groene randen. De bergingen van de woningen worden daar waar mogelijk c.q. toepasbaar voorzien van een mossenum dak. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de nieuw te ontwikkelen woningen. 4.2.2
Omgevingsverordening provincie Gelderland
Op 27 december 2023 is de Omgevingsverordening provincie Gelderland gepubliceerd. Deze is in werking getreden op 2 januari 2024.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
17
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Uitgangspunt voor de gestelde regels en de toepassing daarvan vormen de ambities van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de vertaling van die ambities in de Kadernota Gaan voor Gaaf en de maatschappelijke doelen, genoemd in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Wonen Op grond van artikel 5.63 dienen de gemeentebesturen per regio samen met Gedeputeerde Staten een regionale woonagenda op te stellen. De woonagenda dient afspraken te bevatten over: a. het versnellen van de woningbouw; b. het duurzaam bouwen van woningen; c. het bouwen van betaalbare woningen; d. het bouwen van flexibele woningen; e.
het toekomstbestendig maken van bestaande woningvoorraad. Ten aanzien van 'wonen' is in artikel 5.64 opgenomen dat in een omgevingsplan alleen nieuwe woningen worden toegelaten wanneer deze ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Planspecifiek Ten behoeve van het bestaande woningaanbod (er is planologisch al één woning toegestaan) worden er met dit initiatief twee woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Aangezien het toevoegen van twee woningen passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de subregionale woonagenda, zie subparagraaf 4.2.3) is de voorgenomen ontwikkeling passend binnen de Omgevingsverordening. Op basis van de omgevingsverordening is het plangebied gelegen binnen de 'Gelderse streek Land van Maas en Waal'. Op basis van artikel 5.39 van de omgevingsverordening dient bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Het accent van de te beschermen kernkwaliteiten ligt op het buitengebied. Onderhavig planvoornemen betreft echter een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied in de kern Beuningen. De levensloopbestendige woningen sluiten dan ook aan op de levensloopbestendige woningen die zijn gerealiseerd bij de Hutgraaf II.
De woningen worden ingepast in de omgeving van het bestaand stedelijk gebied door deze in de bestaande omringende bebouwing op te laten gaan. Dit wordt gedaan door rekening te houden met bestaande rooilijnen, zichtbaarheid vanaf de weg, en plaatsing van de woningen. Het nieuwe gebouw is daarbij qua maat, schaal, en vorm aangepast zodat het aansluit bij de overige bebouwing aan de hoofdstraat en de doodlopende weg die door het plan loopt. Aansluitend bij de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen wordt het plangebied ingepast door middel van het aanplanten van groene elementen. De landschappelijke inpassing is opgenomen om een groene invulling aan het perceel te geven en goed aan te laten sluiten op de omgeving. Met dit landschapsplan worden de woningen in de omgeving ingepast, en sluit het aan bij de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen uit de omgevingsverordening. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor de nieuw te bouwen woningen. Het TAM-Omgevingsplan is daarmee passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.
18
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
4.2.3
Woondeal 2.0
Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030 Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Woondeal 2.0 In 2020 sloten het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeenten hun eerste Woondeal. Met deze Woondeal is er een samenwerking die gericht is op het bouwen van meer woningen in de regio. De Woondeal Arnhem – Nijmegen uit 2020 is nu geactualiseerd naar een Woondeal 2.0. Hierin staan, naast afspraken over voldoende woningen, afspraken over betaalbare woningen en duurzaam en circulair gebouwde woningen. Belangrijk onderdeel van de nieuwe Woondeal-afspraken is de overeenkomst tussen de gemeenten dat zij de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen eerlijk spreiden over de regio. Dan gaat het bijvoorbeeld om huisvesting van mensen met een zorgvraag of mensen die dakloos dreigen te worden. Iedere gemeente zet zich in voor 30% sociale huur bij nieuwbouw, zodat deze aandachtsgroepen overal in de regio kansen op een woning hebben.
Daarnaast realiseert elke gemeente minimaal 35% tot 40% van de nieuwe woningen als middenhuurwoning tot €1.000,- of koopwoning tot €355.000,-. Daarmee krijgen jonge starters een kans. In de woonvisie van de gemeente Beuningen was al rekening gehouden met het bouwen van twee derde aan betaalbare (huur- en koop)woningen. De verdeling hierbinnen verandert wel. Vooralsnog werd rekening gehouden met 20% sociale huur. Bij alle woningbouwplannen waar het programma nog niet vastligt, wordt vanaf nu toegewerkt naar 30% sociale huur. Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen De gemeente hanteert sinds begin 2023 de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen als uitgangspunt bij de herijking van lokaal ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid met daarin de volgende inzet: In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3 betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters, te realiseren. Te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. Binnen de nieuwbouw te zorgen voor minimaal 30 % sociale huur en minimaal 35 % middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000,-). Deze percentages gelden over alle woningbouwplannen in Beuningen samen.
Een op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment uit betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal € 250.000 of middenhuur te laten bestaan. Op basis van een analyse van de woningbehoefte, heeft Beuningen de opgave om 1.240 woningen te bouwen, waarbij er planologische capaciteit voor 1.610 woningen mag worden gecreëerd (= circa 130 % in verband met planuitval). Van deze opgave wordt 70 %, in het kader van de versnellingsopgave, gerealiseerd in de periode tot 2025: 70 % van 1.610 woningen komt neer op circa 1.127 woningen waarvoor tot 2025 planologische capaciteit mag worden gecreëerd. De Woondeal 2.0 wijkt af van het in 2020 vastgestelde onderdeel prijsklassen uit het 10 puntenplan Wonen. Het aandeel betaalbare huur- en koopwoningen moet minimaal twee derde zijn waarvan minimaal 30% sociale huur. In het 10 puntenplan was dit nog minimaal 50% betaalbare huur en koop. De Woondeal 2.0 is het vastgestelde kader. Het blijft wel recht doen aan het principe achter het 10 puntenplan: voldoende betaalbare huur- en koopwoningen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling van twee extra woningen (ten opzichte van de bestaande planologische situatie) past kwantitatief gezien binnen de aantallen uit de Woondeal 2.0.
Voor het ontwikkelen van de drie woningen zal er conform de Woondeal 2.0 één huurwoning gerealiseerd moeten worden. In de plannen is rekening gehouden dat één van de drie woningen een (sociale) huurwoning wordt. In de planvorming worden bovendien duurzaamheid- en klimaatadaptieve maatregelen getroffen. Door te voldoen aan de eis van voldoende koop- en huurwoningen voldoet het plan aan de Woondeal en uitgangspunten uit de woonagenda.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
19
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Beuningen
De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.
De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; Beuningen is gezond, inclusief en veilig; Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema's als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig.
Dit resulteert in de volgende opgaven: Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei; Betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming; Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Inbreiding Bij nieuwbouw wordt het principe 'inbreiding voor uitbreiding' gehanteerd. In de bestaande kernen is beperkte ruimte voor inbreiding. Onbebouwde, laag gewaardeerde locaties komen nauwelijks voor. Mogelijkheden ontstaan vooral door functieverandering. De invulling is altijd maatwerk. Dat geldt voor iedere inbreidingslocatie. Het gaat om goed aanhaken op de bestaande structuur en benutten van mogelijkheden zodat de woningbouw bijdraagt aan versterking van het dorp. Behoud van het eigen, groene karakter is daarbij belangrijk. Naast functieverandering is het in Beuningen beleid om waar mogelijk ook mee te werken aan vervanging van oudere slechtere woningen voor moderne, energie-neutrale woningen.
Planspecifiek Conform de omgevingsvisie wordt hier voldaan aan: woningen voor eigen behoefte en regionale groei; betaalbare levensloopbestendige woningen; geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; nieuwe woningen die duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd. Daarnaast is er op deze plek sprake van inbreiding en toevoeging van woningen binnen de
20
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
bestaande kern. Door inpassing van de drie woningen in de omgeving blijft het groene karakter behouden. Door deze aspecten is het toevoegen van woningen op deze plek passend binnen de ambities uit de Omgevingsvisie. 4.3.2
Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023
Recentelijk zijn in regionaal verband nieuwe afspraken gemaakt omtrent woningbouw (Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen ). Om inzichtelijk te maken wat dit inhoudt op gemeentelijk niveau, is het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023' opgesteld. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwplannen aansluiten op de vraag, geeft de gemeente voorwaarden mee voor het kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogramma. Deze zijn vastgelegd in het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023'. Programma In het programma is een (kwantitatieve) verdeling opgenomen van de verschillende woningtypen in huur/koop en prijscategorie. Deze verdeling volgt uit de Woondeal 2.0 en sluit aan op de woningbehoeften in Beuningen. Prijs en kwaliteit van de woningen Dit zijn randvoorwaarden waarbij een relatie gelegd is tussen het aantal vierkante meters gebruiksoppervlakte en de huur- of koopprijs. Kenmerken woningen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden (eengezins)woningen en gestapelde bouw (appartementen) en wat in welke prijscategorie beoogd wordt. Woningtypen in relatie tot doelgroepen Bij de betaalbare woningen zijn doelgroepen gedefinieerd naar inkomensklasse. Dit om ervoor te zorgen dat betaalbare huur- en koopwoningen ook terecht komen bij de mensen voor wie deze bedoeld zijn.
Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling van drie woningen (waarvan er één al planologisch mogelijk was) past kwantitatief zowel binnen de Woondeal alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 1.240 woningen (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Kwalitatief sluit de bouw van de woningen aan bij de behoefte om zowel duurzaam als levensloopbestendig te bouwen. Met drie aaneengebouwde woningen (waarvan twee huur-/koopwoningen in de middeldure categorie en één sociale huurwoning) wordt ingespeeld op een vraag waar weinig aanbod in is. 4.3.3
10 punten plan wonen
Op 17 november 2020 heeft de gemeenteraad de motie '10 punten plan wonen' aangenomen. Oorspronkelijk bedoeld om het college kaders mee te geven bij de ontwikkeling van het woningbouwprogramma (Panorama 2040 en de daaruit volgende structuurmodellen), maar inmiddels wordt ook per individueel plan gevraagd om in te gaan op de gestelde 10 punten. Planspecifiek 1. Prijsklassen Uitgangspunt is minimaal 30% betaalbare woningbouw met daarnaast ook de (duurdere) woningen waar behoefte aan is. Dit is een bandbreedte die gemeentebreed geldt, maar niet elke locatie kan kwantitatief en/of kwalitatief exact hierin voorzien. Ten aanzien van de nieuwe woningen is het streven om deze in het middensegment te realiseren. Gezien het woningtekort zijn de beoogde woningen een gewenste aanvulling. Daarnaast zorgt dit plan er voor dat er in de toekomst 3 goedkopere woningen gerealiseerd kunnen worden in plaats van één duurdere woning. 2. Woningtypen Dit plan betreft de realisatie van nieuwe levensloopbestendige grondgebonden woningen. Door drie geschakelde woningen te realiseren ontstaat er een rij met één tussenwoning en twee woningen met zijerf. Hierdoor ontstaat er een gevarieerd aanbod dat aansluit bij de grote vraag aan deze type woningen. 3. Groepen
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
21
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Door levensloopbestendig te bouwen wordt rekening gehouden met bepaalde doelgroepen. De variatie in het programma maakt de woningen geschikt voor verschillende doelgroepen. 4. Ruimte en lucht De raad gaat in de motie uit van circa 30 woningen per hectare. Aangezien dit plan drie woningen behelst op een plangebied 1200 m² (ongeveer 25 woningen per hectare), blijft de woningdichtheid op het perceel en in relatie tot de omgeving significant lager. 5. Spreiding Per kern is een verdeling van de opgave weergegeven. Deze ontwikkeling in Beuningen draagt bij aan de spreiding van woningen over de kernen. 6. Dorpsvriendelijk Met dit plan worden maximaal 3 woningen gerealiseerd met aanleg van een landschappelijke inpassing. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt hiermee een sterke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit gecreëerd, passend in de omgeving. Tegelijkertijd wordt op dit grote perceel de dorpsvriendelijke structuur behouden. 7. Landschapsvriendelijk In de bestaande stedenbouwkundige structuur worden drie woningen mogelijk. Het toekomstige woonerf wordt middels een landschappelijke inpassing groen ingekaderd door zowel het handhaven van bestaande groenelementen, als het toevoegen van nieuwe. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid en passendheid bij de omliggende gronden en bouwwerken. 8.
Duurzaam Naast de bouw van de woning wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, waardoor ook de biodiversiteit wordt versterkt. Het gebied wordt klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht. 9. Groen Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing met gebiedseigen beplanting. De locatie en de hoogte van de haag worden afgestemd met de omliggende woningen aan de Burgemeester van Suchtelenstraat, passend aan deze weg. 10. Veilig De woning worden via de bestaande inrit ontsloten op de weg waarbij rekening wordt gehouden met de bereikbaarheid van het perceel aan de Burgemeester van Suchtelenstraat 19. Parkeren vindt binnen het plangebied op eigen terrein plaats bij de hoekwoningen en in een parkeerkoffer. De weg is doodlopend en wordt verkeersveilig ingericht zodat wordt voldaan aan het 10 puntenplan wonen. 4.3.4
Visie Inclusief Wonen in Beuningen
Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad de visie Inclusief Wonen in Beuningen 2024-2028 vastgesteld als richtinggevend kader voor woningbouw- en woonzorgontwikkelingen. Deze heeft de woonvisie Beuningen 2018-2023 vervangen. De visie is een uitwerking van de in het coalitieakkoord 2022-2026 vastgestelde koers om perspectief te bieden aan onze inwoners waaronder jonge starters, senioren en bijzondere doelgroepen. De visie sluit aan op de doelstellingen van de eerste drie punten uit het 10 puntenplan Wonen en actualiseert en verfijnt de uitwerking van deze punten. De visie sluit tevens aan op de uitgangspunten van regie nemen door de gemeente en samenwerking met partijen. In de visie Inclusief Wonen is de behoefte aan levensloopgeschikte woningen geraamd. In aanvulling zijn minimum percentages opgenomen voor nultredenwoningen. Deze verschillen per woningtype: (eengezins)woningen en/of appartementen. Daarnaast zijn er aanvullende regels gesteld ten behoeve van zelfbewoning, de bestemmingsreserve sociale huur, de toewijzing van sociale huurwoningen, en specifieke doelgroepen (inclusief wonen). Planspecifiek Het initiatief betreft drie levensloopgeschikte woningen en sluit daarmee aan op de visie. Conform de visie inclusief wonen is hier bovendien sprake van een kleinschalige ontwikkeling en heeft het een dorps en landschappelijk karakter op een inbreidingslocatie.
Bovendien zorgt het bouwen van levensloopbestendige woningen voor het bevorderen van de doorstroming. De nieuwe woningen worden zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd.
22
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Het planvoornemen voor de drie woningen aan de Van Suchtelenstraat draagt bij aan de versnellingsopgave uit Woondeal 2.0 en is een particulier initiatief dat extra woningen mogelijk maakt binnen de gemeente Beuningen. Er wordt rekening gehouden met met minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en/of betaalbare koop. Met de ontwikkeling van de woningen wordt in de behoefte van extra wooneenheden voorzien. De mogelijkheden tot langer zelfstandig blijven wonen worden voorzien door levensloopbestendige woningen te realiseren. 4.3.5
Beleidsregels dubbelbewoning Beuningen 2024
De rijksoverheid stimuleert dat mensen langer zelfstandig blijven wonen. Om dit te stimuleren heeft Beuningen in 2024 Beleidsregels voor dubbelbewoning vastgesteld. Dubbelbewoning is bewoning van een extra wooneenheid in de hoofdmassa, aanbouw, uitbouw of (al dan niet vrijstaand) bijgebouw van een hoofdwoning (die rechtens mag bestaan), zonder eigen erf of erftoegang ten behoeve van de extra wooneenheid. Dubbelbewoning kan plaatsvinden voor het huisvesten van ouderen in een vorm van mantelzorg, maar ook zodat bijvoorbeeld kinderen langer thuis kunnen blijven wonen, wanneer er geen andere woningen beschikbaar zijn. De beleidsregels zijn vastgesteld waarbij in overweging is genomen dat: Wonen in de nabijheid van het eigen sociale netwerk van belang is voor de zelfredzaamheid en participatie van inwoners; Er diverse redenen zijn waardoor mensen in elkaars nabijheid willen wonen, zoals mantelzorg voor ouderen en mensen met een beperking, het tegengaan van eenzaamheid en het zelfstandig leren wonen voor jongeren; Gemeente Beuningen de behoefte aan zelfstandig en toch bij elkaar wonen wil faciliteren; Het toevoegen van een wooneenheid in het kader van dubbelbewoning in beperkte mate een oplossing biedt voor het woningtekort. Planspecifiek Op de woonpercelen in het plangebied is fysiek geen ruimte voor dubbelbewoning. 4.3.6
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
4.4
Conclusie
Het beleid van de verschillende overheidslagen heeft geen specifieke consequenties voor de beoogde ontwikkeling.
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
23
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
Hoofdstuk 5
Onderzoek
Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van (milieu)technische onderzoeken met conclusies. Alleen de voor het plangebied relevante milieuaspecten worden beschreven. Aan het eind van elke paragraaf volgt een conclusie met betrekking tot het aspect.
5.1
MER-beoordeling
5.1.1
Regelgeving
De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de strategische milieubeoordeling (SMB-richtlijn), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffect-rapport (MER) worden gemaakt. 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-mer-plichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. 2.
Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een plan-mer-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft. b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. 5.1.2
Doorvertaling planvoornemen
Het onderhavige TAM-omgevingsplan is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J11: een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betreft ook een woningbouwontwikkeling. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk stedelijk ontwikkelingsproject een mer-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Ow. Het onderhavige plan betreft een kleine wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau. De gemeenteraad is voor onderhavig TAM-omgevingsplan het bevoegd gezag. Op grond van het gestelde in Hoofdstuk 5 van deze motivering kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, gelet op de aard, omvang en ligging, geen aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit TAM-omgevingsplan te kunnen nemen. 5.1.3
Conclusie
Het aspect 'm.e.r.-beoordeling' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2
24
Ladder voor duurzame verstedelijking
"TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Burgemeester van Suchtelenstraat achter 17
5.2.1
Regelgeving
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand van vastgoed te voorkomen is de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) onder de Omgevingswet gecontinueerd en als instructieregel opgenomen in artikel 5.129g Bkl. Deze regel bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. De behoefte aan die nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarmee worden aangetoond. Alleen wanneer het gaat om een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling moet de Laddertoets worden uitgevoerd. Voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan komen. In artikel 5.129g Bkl staat dat het stedelijk gebied ook het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied bevat. Door deze formulering is dat stedelijk gebied hetzelfde gebied als onder het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. 5.2.2
Doorvertaling planvoornemen
Onderhavig initiatief betreft het realiseren van maximaal twee extra burgerwoningen ten opzichte van de bestaande planologische situatie. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie verder subparagraaf 4.3.2 en 4.3.4. 5.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
5.3
Verkeer en parkeren
5.3.1
Verkeer
Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). Deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Ook de bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven bestaan. De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevatten. Het initiatief moet hieraan getoetst worden. Om inzicht te bieden in de extra voertuigbewegingen als gevolg van de ontwikkeling, die met dit ruimtelijke plan mogelijk wordt gemaakt, moet de voertuigaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Om de voertuigaantrekkende werking van de nieuwe woningen te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom', waardoor de voertuiggeneratie (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedtes) uitkomt op: 7,4 voertuigbewegingen per woning (koop, tussen/hoek); 4,8 voertuigbewegingen per woning (huur, sociale huur); In de toekomstige situatie neemt het aantal woningen in het plangebied met drie woningen twee hoekwoningen, en één sociale tussenhuurwoning) toe.