Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid Fase 1
Tekst van het document
Motivering en regels
Vastgesteld (Versie 22 juli 2025)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 9
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
10 10 10 12
Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 3.1 Inleiding 3.2 Opbouw van de regels 3.3 Werkingsbereik/toepassingsbereik TAM-Omgevingsplan 3.4 Functies
13 13 13 14 14
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Nationaal beleid en regelgeving 4.2 Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Conclusie
16 16 16 19 24
Hoofdstuk 5 Onderzoek 5.1 Verkeer en parkeren 5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.3 Bodem 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geluid 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Geur 5.9 Waterhuishouding 5.10 Natuur en ecologie 5.11 Cultureel erfgoed 5.12 Molenbiotoop 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 M.e.r.-beoordeling
25 25 25 26 29 31 33 38 39 40 43 45 47 48 49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Participatie 6.3 Consultatie 6.4 Zienswijzen
50 50 50 50 50
2
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Bijlagen bij motivering
52
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
53
Bijlage 2
Verkeersonderzoek
54
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek (N222804)
55
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek (N204690)
56
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek (N230203)
57
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek (AMO230564)
58
Bijlage 7
Quickscan bedrijven en milieuzonering
59
Bijlage 8
Externe veiligheidsonderzoek
60
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
61
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek industrielawaai Willems Winssen
62
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek industrielawaai scouting
63
Bijlage 12
Trillingsonderzoek
64
Bijlage 13
Geuronderzoek veehouderijen
65
Bijlage 14
Waterhuishoudingsplan
66
Bijlage 15
Waterhuishoudingsplan bijlagen 1-6
67
Bijlage 16
Waterhuishoudingsplan bijlagen 7-10a
68
Bijlage 17
Quickscan ecologie
69
Bijlage 18
Nader ecologisch onderzoek
70
Bijlage 19
Memo uitvoerbaarheid vanwege marterachtigen
71
Bijlage 20
Stikstofonderzoek
72
Bijlage 21
Archeologisch bureauonderzoek
73
Bijlage 22
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Leegstraat 14
74
Bijlage 23
Onderzoek molenbiotoop
75
Bijlage 24
Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
76
Bijlage 25
Omgevingsdossier
77
Bijlage 26
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling
78
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Regels
80
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meten en rekenen
81 81 82 86
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Specifieke regels over functies Groen Water Wonen Woongebied - 1 Woongebied - 2 Woongebied - 3
87 87 88 89 94 99 102
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels over functies Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Parkeren Verkeersgeneratie
106 106 106 106 106 106 107
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20
Regels ter bescherming van waarden en objecten Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoek Vrijwaringszone molenbiotoop Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterlopen
108 108 109 110 113 116
Hoofdstuk 5 Artikel 21
Overgangsregels Overgangsrecht
117 117
4
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Motivering
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voorliggende plan heeft betrekking op de uitbreiding van Winssen met een nieuw woongebied 'Winss'n Park in Winssen Zuid. In het Panorama 2040 en de nadere uitwerking van het Panorama in het Structuurmodel Winssen is Winssen Zuid al aangeduid als ontwikkellocatie voor woningbouw. In 2022 heeft de gemeente in samenwerking met twee projectontwikkelaars gewerkt aan een stedenbouwkundig plan voor Winssen Zuid. De beoogde woningen zijn voorzien rondom een centrale groen/blauwe loper, waaraan groene leefstraatjes, water leefstraatjes en bijzondere woonsferen worden gerealiseerd. Het betreft een nieuw woongebied van 400 woningen. Daarnaast worden in het lint aan de leegstraat 7 nieuwe woningen mogelijk gemaakt Het plangebied wordt in verschillende fases gerealiseerd. De eerste fase betreft het realiseren van 252 woningen in het noordelijke gedeelte aan de Kennedysingel en de aan de oostzijde van de watergang gelegen percelen, alsmede de 7 woningen aan de Leegstraat. De overige 150 woningen zullen op een later moment middels een ander ruimtelijk plan worden gerealiseerd. Het plangebied van de beoogde 259 woningen heeft op dit moment grotendeels een agrarische functie en deels een woonfunctie. Het initiatief past niet binnen de regels van het omgevingsplan. Derhalve is gekozen om via een TAM-omgevingsplan het plan te realiseren.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Winssen en bevindt zich globaal tussen de Kennedysingel (noordzijde), de Leegstraat (oostzijde), de Van Heemstraweg (zuidzijde) en de Awatergang (westzijde). Navolgende afbeelding toont de globale ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van het TAM-omgevingsplan.
Globale ligging plangebied (rode omkadering)
6
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Vigerend omgevingsplan
Voor de gronden in het plangebied geldt het tijdelijk omgevingsplan gemeente Beuningen, in werking getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en de rijksregels over activiteiten, aangeduid als de bruidsschat. In de bruidsschat zijn onder andere de bouwvergunningplicht en vergunningvrij bouwen geregeld. Het tijdelijke omgevingsplan omvat binnen het plangebied het voormalig bestemmingsplan Kern Winssen, zoals de gemeenteraad van de gemeente Beuningen dat heeft vastgesteld op 3 juni 2013. Ter plaatse van het plangebied gelden op basis van dit bestemmingsplan de bestemmingen 'Agrarisch', 'Wonen - 1', 'Water', 'Groen' en 'Verkeer'. Daarnaast geldt ter plaatse van de watergang en de gronden direct grenzend aan de watergang de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. Bovendien is vanwege de molen aan de Molenstraat 37a een deel van het plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 400m'. Ook geldt op basis van het tijdelijke omgevingsplan gemeente Beuningen, ter plekke van het plangebied, het Parapluplan Archeologie, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 11 juli 2023. Waarin het plangebied grotendeels is aangeduid als 'Waarde - Archeologie 4' en deels als 'Waarde – Archeologie 2'.
Daarnaast is het plangebied deels voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied'. Verder geldt op basis van het tijdelijke omgevingsplan gemeente Beuningen, ter plaatse van het planvoornemen, het Parapluplan Parkeren, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 29 mei 2018. Waarin het plangebied is aangeduid als 'overige zone - rest bebouwde kom'.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Uitsnede tijdelijk omgevingsplan Kern Winssen met globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
Weergave tijdelijk omgevingsplan Geerstraat 3a Winssen met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Omdat de beoogde ontwikkeling van 259 woningen met bijbehorende voorzieningen niet past binnen de geldende bestemmingen, zal van het tijdelijke omgevingsplan moeten worden afgeweken om de woningbouw mogelijk te maken. Vandaar dat in de onderhavige ruimtelijke motivering wordt onderbouwd dat, ondanks dat het woningbouwplan niet passend is binnen de regeling van het tijdelijke omgevingsplan, sprake is van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal).
8
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
1.4
Leeswijzer
Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven en is het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en zijn de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Juridische toelichting In hoofdstuk 3 wordt de juridische regeling toegelicht. Verantwoording In de hoofdstukken 4 en 5 worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet. Uitvoerbaarheid Het laatste deel. hoofdstuk 6, gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van het vooroverleg en het participatietraject.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Op dit moment bestaat het plangebied voornamelijk uit agrarische gronden. Uitzonderingen hierop zijn de woonpercelen gelegen aan de Leegstraat. Het plangebied wordt omsloten door en doorkruist met diverse watergangen. Ten zuiden van de Kennedysingel zijn waterbergingsvoorzieningen voor het dorp aangelegd en bevindt zich een bergbezinkbassin voor het riool. Bovenop dit bassin ligt een trapveldje.
Impressie bestaande situatie plangebied Het plangebied is gelegen tussen de Kennedysingel, de Leegstraat, de Van Heemstraweg en een Awatergang. In de nabijheid van het plangebied is aan de westzijde de Geerstraat gelegen. Langs de linten aan de Kennedysingel, Leegstraat en de Geerstraat zijn voornamelijk woonpercelen gelegen, soms in combinatie met een kleinschalige nevenfunctie, zoals een B&B. De directe omgeving wordt zodoende gekarakteriseerd door relatief verdichte bebouwingslinten.
2.2
Toekomstige situatie
Het planvoornemen betreft de uitbreiding van Winssen met het nieuwe woongebied: 'Winssen Zuid'. Deze beoogde ontwikkeling omvat in totaal 400 woningen, die in fases worden gerealiseerd, waarbij dit TAM-omgevingsplan ziet op de eerste fase van 252 woningen in het nieuwe woongebied alsmede 7 woningen langs de oostzijde. Het betreft een mix van woningen voor verschillende doelgroepen.
10
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Ten behoeve van de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan uitgewerkt. De woningen zijn hierin voorzien rondom een centrale groen/blauwe loper, waaraan groene leefstraatjes, water leefstraatjes en bijzondere woonsferen worden gerealiseerd. De centraal in het volledige woongebied gelegen watergang is van oudsher aanwezig en komt in de nieuwe opzet terug. Per woning wordt minimaal 100 m2 openbaar groen gerealiseerd. Langs de rijbanen staan/komen bomen uit de 2e en 3e orde. Langs rijbanen met een watergang staan/komen kleinere bomen van de 2e orde in de vorm van bijvoorbeeld wilgen. Bomen uit de 1e orde komen op markante plekken. Langs kruisingen of op een prominente plek in de dorpse route. Behalve speeltuinen worden ook ruimtes ingericht voor informele speelplekken en speelstraten. De voorziening voor de waterberging en het bergbezinkbassin ten zuiden van de Kennedysingel blijven gehandhaafd. In het onderhavige TAM-omgevingsplan worden tevens enkele percelen aan de Leegstraat meegenomen waarlangs conform het vastgestelde structuurmodel Winssen de toevoeging van enkele lintwoningen mogelijk wordt gemaakt.
Stedenbouwkundig raamwerk, 19 april 2024 Beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan uitgewerkt voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Dit beeldkwaliteitplan is als bijlage 1 toegevoegd aan deze motivering. Dit beeldkwaliteitsplan is een aanvulling op de ‘Nota Ruimtelijke kwaliteit’ van de gemeente Beuningen en gemaakt op basis van de programmatische verdeling uit het stedenbouwkundig plan. De verdeling van de typen woningen over de verschillende woonvelden staat nog niet vast, maar geeft wel een indicatie van de vertaalslag van de uitgangspunten en eisen uit het beeldkwaliteitsplan naar een gewenste invulling van de woonvelden. Het beeldkwaliteitsplan biedt de kwalitatieve kaders waaraan de invulling van de woonvelden wordt getoetst. In aanvulling op het Beeldkwaliteitsplan is het ‘Programma van eisen Openbare ruimte Winssen-Zuid’ leidend voor de inrichting van de openbare ruimte. De openbare ruimte en de architectuur worden in samenhang met elkaar ontworpen. Het beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld als aanvulling op de Nota Ruimtelijke kwaliteit en vormt samen met het omgevingsplan het kader waar de verder uitgewerkte plannen bij de vergunningverlening aan worden getoetst.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
2.3
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
12
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 3 3.1
Juridische toelichting
Inleiding
Het TAM-omgevingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het omgevingsplan en zodoende uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen. Woningbouw op deze locatie past niet in het tijdelijk omgevingsplan onderdeel uitmakende bestemmingsplan 'Kern Winssen', waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het Omgevingsplan gemeente Beuningen wordt het als hoofdstuk 22c toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan moet dus ook als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Beuningen gelezen worden. In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van dit omgevingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels dienen in samenhang met elkaar te worden begrepen.
3.2
Opbouw van de regels
In deze paragraaf wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk zijn vormgegeven. De regels zijn onderverdeeld in 5 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Beuningen. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling in Winssen-Zuid. Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling in het plangebied. Hoofdstuk 2: Specifieke regels over functies Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor onderhavig TAM-omgevingsplan voor Winssen-Zuid is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het bestemmingsplan 'Kern Winssen'.
Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3: Algemene regels over functies Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie. Hoofdstuk 4: Regels ter bescherming van waarden en objecten In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van waarden en objecten. In dit geval liggen ter plaatse twee archeologische waarden ('Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4') en is er sprake van 'Waterstaat - Waterlopen'. Ook zijn in dit hoofdstuk de gebiedsaanduidingen opgenomen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 5: Overgangsregels In dit hoofdstuk is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige TAM-omgevingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat.
Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige omgevingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing. Verbeelding De verbeelding die is opgesteld voor het voorbeeld TAM-omgevingsplan moet worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Voor meer info, zie: https://docs.geostandaarden.nl/ro/HRTAMomplan/.
3.3
Werkingsbereik/toepassingsbereik TAM-Omgevingsplan
Dit TAM-omgevingsplan (hierna: plan) wijzigt het omgevingsplan in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan een hoofdstuk 22c wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in de regels moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan Beuningen.
3.4
Functies
Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende functies met verschillende kleuren weergegeven. Voorts zijn diverse aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Groen Deze gronden zijn aangewezen voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, speelvoorzieningen, parken en plantsoenen, langzaamverkeersroutes, in- en uitritten, voorzieningen voor de verkeersgeleiding, watergangen, (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen, voorzieningen voor telecommunicatie, water, waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen, hondenuitlaatplaatsen en geluidwerende voorzieningen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen. Water Deze gronden zijn aangewezen voor water, taluds en natuurvriendelijke oevers met de bijbehorende voorzieningen, zoals kunstwerken en andere waterstaatswerken, ten behoeve van de waterafvoer en waterberging. Gebouwen zijn niet toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen Wonen Deze gronden zijn aangewezen voor wonen, niet publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, een trouwlocatie en water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen;
14
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen. Op de verbeelding zijn de typologie, het maximum aantal wooneenheden, de maximum goot- en bouwhoogte en de maximum volume opgenomen. Woongebied Op basis van verschillen tussen stedenbouwkundige opzet is een onderscheid gemaakt in Woongebied - 1, Woongebied - 2 en Woongebied -3. Deze gronden zijn aangewezen voor wonen, niet publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, verkeers- en parkeervoorzieningen, parken, plantsoenen, groen- en speelvoorzieningen, een groene speelroute, (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen en geluidwerende voorzieningen; Voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen. Op de verbeelding zijn de het maximum aantal wooneenheden en de maximum goot- en bouwhoogte opgenomen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 4
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor het plangebied. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 5 Onderzoek aan bod.
4.1
Nationaal beleid en regelgeving
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 4.1.2
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
4.2
Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving
4.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid. De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Er zal in onderling overleg gezocht moeten worden naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden voor deze vraagstukken. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen worden uitgebreid.
16
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Planspecifiek Aangezien in paragraaf 5.2 is aangetoond dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking en de beoogde woningtoevoeging regionaal is afgestemd, is het plan passend binnen de omgevingsvisie. De woningen worden duurzaam- en bijna energieneutraal (BENG) gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. De daken van de woningen wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren. Uiteraard worden de woningen gasloos uitgevoerd en zal er daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. De omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling.
De omgevingsvisie vormt daarom geen belemmering voor de nieuwe burgerwoningen. 4.2.2
Omgevingsverordening provincie Gelderland
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 5.64 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als de ontwikkeling past binnen de, door de gemeenten besturen en Gedeputeerde Staten, vastgestelde regionale woonagenda. Aangezien het toevoegen van maximaal 259 woningen passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de subregionale woonagenda), is de voorgenomen ontwikkeling op dit onderdeel passend binnen de Omgevingsverordening.
Op basis van de omgevingsverordening is het plangebied gelegen binnen de 'Gelderse streek Land van Maas en Waal'. In artikel 5.39 van de omgevingsverordening is opgenomen dat bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening moet worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De kernkwaliteiten ter plaats van de beoogde woningbouwontwikkeling zien voornamelijk op de karakteristieke, kleinschalige oeverwallen met rijke afwisseling van boomgaarden, gras- en bouwlanden, buurtschappen, dorpen, verspreide bebouwing. De ontwikkeling van dit type gebied ziet op de doorontwikkeling van de kleinschalige mix van wonen, werken, energietransitie en recreëren, passend verbonden met de dijken als lange doorgaande lijnen in het landschap. Aanleg, herstel en beheer van groene landschapselementen. Aansluitend bij de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen wordt het plangebied landschappelijk ingepast doormiddel van de realisatie van een centrale groen/blauwe loper. Tevens is het plangebied onderdeel van een 'kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied'. De omgevingsverordening regelt in paragraaf 4.3.7 dat het verboden is de volgende grondwaterbedreigende activiteiten te verrichten in een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied: het aanleggen of exploiteren van een mijnbouwwerk; of het aanleggen of gebruiken van een bodemenergiesysteem.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Daarnaast zijn de volgende grondwaterbedreigende activiteiten in kwetsbare drinkwaterreserveringsgebieden als vergunningplichtige activiteiten aangewezen: een activiteit genoemd in lijst B van de bijlage Grondwaterbedreigende activiteiten in kwetsbare drinkwaterreserveringsgebieden; het uitbreiden van een begraafplaats of terrein voor het verstrooien van as; het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater of in een omvang van meer dan 5.000 m3; het gebruiken van meststoffen; het roeren van de bodem dieper dan 10 m onder het maaiveld; het buiten gebruik stellen van een boorgat dieper dan 10 m onder het maaiveld; het op of in de bodem brengen van afstromend water; of het aanleggen van een systeem voor individuele behandeling van afvalwater. Van deze activiteiten is binnen het planvoornemen geen sprake. Ook niet van hetgeen aangemerkt wordt als het op of in de bodem brengen van afstromend water. In de artikelsgewijze toelichting wordt namelijk gesteld dat binnen de kwetsbare drinkwaterreserveringsgebieden deze regel alleen geldt voor afstromend water van zonneparken groter dan 1 ha, rijks- of provinciale wegen, parkeerplaatsen voor meer dan 100 motorvoertuigen en bedrijventerreinen met milieubelastende activiteiten die op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplichtig of meldingplichtig zijn. Hiervan is geen sprake.
Verder moet op grond van artikel 5,85, ingeval van een nieuwe activiteit of ontwikkeling, worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In het onderhavige woongebied zal het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet worden gekoppeld aan het rioolsysteem, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daarnaast worden diverse groenstructuren gerealiseerd, waardoor hittestress wordt beperkt. Ook zal door het beperken van terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. Daarnaast is een beperkt deel van het plangebied gelegen binnen een straal van 400 m van de Beatrixmolen, binnen een zogenaamde molenbiotoop. Volgens artikel 2.64 'bescherming windvang molen', van de omgevingsverordening, is nieuwe bebouwing danwel beplanting op deze gronden niet toegestaan, als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Dit is niet het geval, zie paragraaf 5.12. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt. 4.2.3
Woondeal 2.0
Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030 Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 20202030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Het partnerschap is vastgelegd in de Woondeal uit 2020. Marktpartijen en woningcorporaties hebben hun ondersteuning hierbij uitgesproken. Met de geactualiseerde Woondeal 2.0, vastgesteld op 8 maart 2023, onderkennen partijen de bovengemiddeld grote woonopgave, continueren de samenwerking uit 2020 en geven het partnerschap verder vorm. De Woondeal 2.0 zet in op zeven werkafspraken:
18
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Woningbouwopgave en versnelling; Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens; Huisvesting aandachtsgroepen; Klimaatadaptief, conceptueel en circulair bouwen; Leefbaarheid en stadsvernieuwing; Verstedelijking en gebiedsontwikkeling; Overige thema's als vakantieparken, stikstof en elektriciteitsnetwerken. Partijen streven naar de bouw van 33.000 woningen tot en met 2030 in de Groene Metropoolregio en richting 2040 zo'n 55.000 woningen. In lijn met de nationale doelstelling om toe te groeien naar twee derde betaalbare nieuwbouwwoningen, wordt ingezet op een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters. Iedere gemeente zorgt vanaf 2025 binnen de gemeentebrede nieuwbouwopgave voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en/of betaalbare koop. Planspecifiek Op basis van de woningbehoefte, heeft Beuningen de opgave om 1.240 woningen te bouwen, waarbij er planologische capaciteit voor 1.610 woningen mag worden gecreëerd (= circa 130 % in verband met planuitval). Van deze opgave wordt 70%, in het kader van de versnellingsopgave, gerealiseerd in de periode tot 2025: 70% van 1.610 woningen komt neer op circa 1.127 woningen waarvoor tot 2025 planologische capaciteit mag worden gecreëerd en waarvan Winssen Zuid onderdeel uitmaakt.
Het planvoornemen voor Winssen Zuid draagt bij aan de versnellingsopgave uit Woondeal 2.0 en wordt conform de afspraken van Woondeal 2.0 gerealiseerd. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en/of betaalbare koop. 4.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale en regionale belangen in het geding.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Beuningen
De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.
De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; Beuningen is gezond, inclusief en veilig; Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema's als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig. Dit resulteert in de volgende opgaven: Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei; Betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming; Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Uitbreidingsgebieden Om te voorzien in de woningbouwbehoefte zijn nieuwe uitbreidingsgebieden noodzakelijk. De nieuwbouw sluit aan bij de identiteit van de dorpen. Zo zijn dichter naar Nijmegen meer stedelijke woonvormen passend. De gemeente hanteert daarbij een andere benadering dan grootschalige uitbreidingen om ruimte en lucht te houden tussen de kernen. Dit geldt vooral voor Weurt, Beuningen en Ewijk. Deze kernen worden uit elkaar gehouden door landschapszones met recreatie, water en groen. Winssen heeft een eigen positie binnen de gemeente.
Deze kern is nog zelfstandig gelegen in het agrarisch landschap, bijna net als vroeger. Hier wil de gemeente het dorpse, landelijke woonmilieu behouden door alleen kleine uitbreiding binnen de bestaande dorpsstructuur toe te passen en een beperkte dorpse verdichting binnen de historische linten. Winssen Winssen is een zelfstandig gelegen dorp in het agrarische landschap. In Winssen staat behoud van het dorpse karakter centraal. Nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten daarbij passen. Er is behoefte aan betaalbare woningen voor starters en ouderen. Planspecifiek De ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij de gemeentelijke omgevingsvisie. Met Winssen Zuid wordt een groen, landelijk woonmilieu toegevoegd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het streven naar voldoende en diverse woningen, passend binnen de structuur en het landschap. 4.3.2
Omgevingsprogramma Woningbouw
Woningbouw is één van de onderdelen die in de omgevingsvisie is opgenomen, met als belangrijke taak om meer woningen te bouwen voor nu en de toekomst. Het Omgevingsprogramma Woningbouw geeft antwoord op de vraag hoe de gemeente dat wil doen. In het Omgevingsprogramma woningbouw is op kaart weergegeven hoe Beuningen tot 2040 wil groeien. Dit wordt het Panorama 2040 genoemd. Het Panorama wordt per kern uitgewerkt in een structuurmodel. Panorama 2040 In het concept Panorama 2040, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 5 juli 2021, is gekeken waar tot 2040 woningbouw in gemeente Beuningen mogelijk is. De potentiële ontwikkelgebieden zijn op kaart weergegeven. Op navolgende afbeelding is het Panorama woningbouw voor Winssen weergegeven:
20
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Panorama woningbouw Winssen In het Panorama wordt de zuidwestzijde van Winssen als logische plek voor nieuwe woningen aangewezen. De uitbreiding sluit aan op de uitbreiding aan de zuidoostzijde, waardoor het dorp weer in balans komt. Structuurmodel Winssen In het Structuurmodel Winssen zijn de ontwikkellocaties uit het Panorama verder uitgewerkt. In het structuurmodel wordt Winssen Zuid benoemt als uitbreidingslocatie met ongeveer 300 tot 350 woningen. Waaraan onder andere de volgende randvoorwaarden worden verbonden: Woonkwaliteit Het is wenselijk om zowel sociale huur als goedkope koop toe te voegen om de kansen voor starters te vergroten. Dit kan in de vorm van kleinere woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens. Het aandeel betaalbaar voorziet verder in kleinere eengezinswoningen en appartementen voor starters. Vanwege de vergrijzing is er een toenemende behoefte aan levensloopbestendige woningen en wonen met zorg. Dat kan in de vorm van grondgebonden woningen of appartementen. Dit zowel in het goedkopere als duurdere segment. Het doel daarvan is te voorzien in de vraag van Winssense senioren en doorstroming te stimuleren. Het toevoegen van woningen zorgt voor een groei aan inwoners. Dit is positief voor de voorzieningen binnen de kern Winssen.
Ruimtelijke kwaliteit Winssen Zuid moet het typische dorpse gevoel oproepen, zoals ook aanwezig in de bestaande dorpskern, doormiddel van het toepassen van dorpse ontwerpprincipes. Omgevingskwaliteit Er moet sprake zijn van een prettige en gezonde leefomgeving. In het kader van het onderhavige TAM-omgevingsplan zijn hiertoe de wettelijk benodigde onderzoeken uitgevoerd. Bereikbaarheid Er moet rekening gehouden worden met zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. Voor het langzaam verkeer zijn ontsluitingen in de richting van het centrum van Winssen (Kennedysingel – Alex Willemstraat) en in de richting van de Van Heemstraweg (via de Leegstraat) wenselijk.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Navolgende afbeelding toont het vlekkenplan voor Winssen Zuid.
Vlekkenplan Winssen Zuid, zoals opgenomen in het structuurmodel Planspecifiek Het plangebied voor Winssen Zuid is in het Panorama voor Winssen aangeduid als ontwikkellocatie voor woningbouw en in het structuurmodel nader uitgewerkt en is zodoende onderdeel van de gebieden waar woningbouw gewenst is. Aansluitend op het panorama krijgt het woongebied een ruime, groene opzet en komt langs de Van Heemstraweg een groenzone om het dorp los van deze weg te houden. Ook zijn in het stedenbouwkundig plan de ontwerpprincipes uit het structuurmodel gehanteerd. 4.3.3
Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023
Recentelijk zijn in regionaal verband nieuwe afspraken gemaakt omtrent woningbouw (Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen ). Om inzichtelijk te maken wat dit inhoudt op gemeentelijk niveau, is het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023' opgesteld. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwplannen aansluiten op de vraag, geeft de gemeente voorwaarden mee voor het kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogramma. Deze zijn vastgelegd in het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023'. Programma In het programma is een (kwantitatieve) verdeling opgenomen van de verschillende woningtypen in huur/koop en prijscategorie. Deze verdeling volgt uit de Woondeal 2.0 en sluit aan op de woningbehoeften in Beuningen. Prijs en kwaliteit van de woningen Dit zijn randvoorwaarden waarbij een relatie gelegd is tussen het aantal vierkante meters gebruiksoppervlakte en de huur- of koopprijs. Kenmerken woningen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden (eengezins)woningen en gestapelde bouw (appartementen) en wat in welke prijscategorie beoogd wordt. Woningtypen in relatie tot doelgroepen Bij de betaalbare woningen zijn doelgroepen gedefinieerd naar inkomensklasse. Dit om ervoor te zorgen dat betaalbare huur- en koopwoningen ook terecht komen bij de mensen voor wie deze bedoeld zijn.
Planspecifiek Het planvoornemen voor Winssen Zuid draagt bij aan de versnellingsopgave uit Woondeal 2.0 en wordt conform de afspraken van Woondeal 2.0 gerealiseerd. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en/of betaalbare koop.
22
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
4.3.4
10 punten plan wonen
Op 17 november 2020 heeft de gemeenteraad de motie '10 punten plan wonen' aangenomen. Oorspronkelijk bedoeld om het college kaders mee te geven bij de ontwikkeling van het woningbouwprogramma (Panorama 2040 en de daaruit volgende structuurmodellen), maar inmiddels wordt ook per individueel plan gevraagd om in te gaan op de gestelde 10 punten. Planspecifiek 1. Prijsklassen Uitgangspunt is minimaal 30% betaalbare woningbouw, aangevuld met (duurdere) woningen waar behoefte aan is. Binnen fase 1 van Winssen Zuid wordt aan de eis van minimaal 30% betaalbare woningen voldaan. 2. Woningtypen Dit plan betreft de realisatie van gestapelde en diverse typen grondgebonden woningen en er is speciale aandacht voor levensloopbestendigheid. 3. Groepen Vanwege de realisatie van diverse woningtypes, variërend in prijs, zal fase 1 van Winssen Zuid een brede doelgroep aanspreken, waardoor een mix van groepen ontstaat. 4. Ruimte en lucht Door de ontwikkeling van Winssen Zuid langs een centrale groen/blauwe loper met groene leefstraatjes en water leefstraatjes is sprake van dorps wonen. 5. Spreiding Voor Winssen wordt uitgegaan van een groei van 20% van de woningbouwopgave voor de gemeente. Winssen Zuid is aangewezen als uitbreidingslocatie om voor Winssen in de woningbouwopgave te voorzien. 6.
Dorpsvriendelijk Winssen-Zuid vormt een logische afronding en de nieuwe woningen geven een extra impuls aan de voorzieningen en dragen ze bij aan het behoud van de dorpsgemeenschap op lange termijn. Er komen verschillende verbindingen die Winssen Zuid verbindt met de kern van het dorp. Door de groen/blauwe inpassing van het woongebied ontstaat ook voor de omwonden een aantrekkelijk gebied om te recreëren, vanwege de realisatie van onder andere diverse speelaanleidingen. 7. Landschapsvriendelijk Het toekomstige woongebied wordt landschappelijke ingepast met een groen/blauwe omkadering door zowel het handhaven van bestaande groenelementen en watergangen, als het toevoegen van nieuwe landschappelijke elementen. 8. Duurzaam Het gebied wordt klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht en het streven is om energieneutrale woningen te realiseren. 9. Groen Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing met gebiedseigen beplanting, waarbij verstening in de openbare ruimte wordt geminimaliseerd. 10. Veilig Bij de opzet van het woongebied wordt in het kader van verkeersveiligheid het langzaam verkeer middels de centrale hoofdstructuur en een dorpse (speel)route deels gescheiden van het snellere gemotoriseerde verkeer. 4.3.5
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
4.4
Conclusie
Het beleid van de verschillende overheidslagen vormt geen belemmering voor de beoogde woningbouwontwikkeling.
24
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Hoofdstuk 5
Onderzoek
Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van technische onderzoeken met conclusies. Alleen de voor het plangebied relevante milieuaspecten wordt het beschreven. Aan het eind van elke paragraaf volgt een conclusie met betrekking tot het aspect.
5.1
Verkeer en parkeren
5.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de extra voertuigbewegingen als gevolg van de ontwikkeling, die met onderhavig ruimtelijke plan mogelijk wordt gemaakt, moet de voertuigaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de motivering gevoegd. Conclusie De verwachte maximale ritgeneratie van fase 1 ligt worst case rond de 2.030 motorvoertuigen op een werkdag. Deze toename van verkeer leidt over het algemeen niet tot onacceptabel hoge intensiteiten op de wegen rondom het plangebied. Met ongeveer 4.300 voertuigen per etmaal wordt de zuidelijkste 30 meter van de Leegstraat, tussen het plangebied en de Van Heemstraweg wel duidelijk drukker. Om te zorgen dat ook fietsers hier een goede plek krijgen kan gedacht worden aan het toevoegen van fiets (suggestie) stroken. Hierbij tekenen wij aan dat de benadering van het toekomstig verkeer ‘worst case’ is. Het is goed denkbaar dat het drukste deel van de Leegstraat de nu berekende intensiteit 4.300 motorvoertuigen per etmaal in de praktijk niet bereikt. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.1.2
Parkeren
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is conform het 'Parapluplan Parkeren' gebruik gemaakt van CROW-kencijfers uit de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’. De parkeerkencijfers uit de publicaties van CROW worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Beuningen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van de gemiddelde parkeernorm en het plangebied is gelegen in de 'rest bebouwde kom'. Binnen het plangebied zal aan de parkeernormering worden voldaan. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is geborgd in de algemene regels van dit plan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.2.1
Regelgeving
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand van vastgoed te voorkomen is de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) onder de Omgevingswet gecontinueerd en als instructieregel opgenomen in artikel 5.129g Bkl. Deze regel bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. De behoefte aan die nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarmee worden aangetoond. Alleen wanneer het gaat om een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling moet de Laddertoets worden uitgevoerd. Voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan komen. In artikel 5.129g Bkl staat dat het stedelijk gebied ook het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied bevat. Door deze formulering is dat stedelijk gebied hetzelfde gebied als onder het Besluit ruimtelijke ordening.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. 5.2.2
Doorvertaling planvoornemen
Met dit plan wordt de realisatie van maximaal 259 woningen mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling, welke getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het voorliggende plan voorziet in een regionale woningbehoefte en past binnen de regionale woningbouwafspraken. Daarnaast wordt met de realisatie van onder andere levensloopgeschikte woningen en betaalbare woningen een bijdrage geleverd aan de actuele woningbehoefte, in aanvulling op de bestaande woningvoorraad in Winssen en binnen de gemeente Beuningen. Bovendien kan de onderhavige woningbouwontwikkeling niet met de beoogde kwaliteit binnen het huidige stedelijk gebied worden gerealiseerd. Het gebied is duidelijk afgebakend door de omliggende wegen en de uitbreiding vindt plaats tussen bestaande bebouwingslinten en de Van Heemstraweg. Bovendien is de ontwikkeling van Winssen Zuid al jaren voorzien. In de Structuurvisie “Groen en Dynamisch” waren in het plangebied al woningbouwontwikkelingen voorzien en dit is in het daaropvolgende Panorama 2040 Omgevingsprogramma Woningbouw en het Structuurmodel Winssen nader uitgewerkt. Het plan voldoet daarmee aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking. 5.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
5.3
Bodem
5.3.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat bodem onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van de bodem (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). Daarnaast gelden er instructieregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) die gemeenten in het omgevingsplan moeten verwerken. Het Bkl bepaalt voor bodem dat in het omgevingsplan: regels en waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden opgenomen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (artikel 5.89i t/m 5.89m Bkl); moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden, worden onderhouden of worden vervangen (artikel 5.89n Bkl); bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van kwaliteitseisen (artikel 5.89o Bkl); en de landbodem van het gemeentelijk grondgebied wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen (landbouw en natuur/wonen/industrie) (artikel 5.89p Bkl). Bodemgevoelige gebouwen Een bodemgevoelig gebouw wordt in het Bkl omschreven als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.
Onder een gebouw wordt verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.
26
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Bodemgevoelige locaties Een bodemgevoelige locatie is op basis van het Bkl in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan aanvullende locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen. In de gemeente Beuningen zijn dergeljke locaties vooralsnog niet aangewezen. Omgevingsplan Een omgevingsplan bevat dus waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, die per gebied of per gebruiksfunctie kunnen verschillen. Het uitgangspunt voor deze waardes zijn de interventiewaardes bodemkwaliteit, uit bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze waardes zijn wetenschappelijk onderbouwd en behoeven geen verdere motivering. Het omgevingsplan kan ook een hogere waarde bevatten dan de interventiewaardes, mits gemotiveerd en de waarden niet hoger zijn dan het humane Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR humaan, bijlage Vb Bkl). Ook mag niet leiden tot overschrijding van de toelaatbare concentraties in lucht (TCL) en geurdrempels (bijlage XIIIb Bkl).
Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Om te kunnen beoordelen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem uit het omgevingsplan is overschreden, is voorafgaand onderzoek naar de gesteldheid van de bodem nodig. Ingeval van een overschrijding van de waarden, is in het omgevingsplan opgenomen welke sanerende of beschermende maatregelen nodig zijn. 5.3.2
Doorvertaling planvoornemen
Er zijn diverse verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd op individuele kavels binnen het plangebied. De betreffende onderzoeken zijn als bijlage 3, 4, 5 en 6 bij de motivering gevoegd. Verkennend bodemonderzoek (rapportage N222804) Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de toplaag van de vaste bodem plaatselijk maximaal licht verhoogde gehaltes aan zware metalen (met name koper), PCB, DDE en DDT gemeten. De aangetoonde gehaltes hangen waarschijnlijk samen met het voormalig gebruik van de locatie als boomgaard. In de ondergrond en in het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes aan zware metalen aangetoond. Deze gehaltes hebben waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4 van het onderzoek, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is volgens het onderzoeksbureau niet zinvol. Tegen voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie zijn geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Verkennend bodemonderzoek (rapportage N204690) Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat als gevolg van het voormalig gebruik van spuitmiddelen de toplaag niet geheel vrij is van bestrijdingsmiddelen. Verder zijn in de bovengrond geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn.
In het grondwater zijn van nature verhoogde gehaltes aan barium en molybdeen aangetoond. Ter plaatse van de puinpaden, de voormalige duiker en de twee toegangsdammen is geen asbest in de bodem aangetoond. Ter plaatse van het puinpad is een monster van puinhoudende bodem geanalyseerd dat matig met PAK en licht met minerale olie, DDE, DDD en PCB verontreinigd blijkt te zijn. Ter plaatse van de oostelijke toegangsdam zijn brokken asfalt in de bodem aangetroffen. Indien dit materiaal bij de herinrichting vrij zal komen, dient het als teerhoudend te worden afgevoerd.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]" (vastgesteld)
27
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1]
Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4 van het onderzoek, in principe worden aanvaard omdat de verwachte verontreinigingen daadwerkelijk zijn aangetoond. Op basis van de resultaten bestaan er geen milieuhygiënische bezwaren tegen de voorgenomen planwijziging. Verkennend bodemonderzoek (rapportage N230203) Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met diverse zware metalen en minerale olie en PAK. Opgemerkt wordt dat het slechts marginale overschrijdingen ten opzichte van de achtergrondwaarde betreffen. De ondergrond en het grondwater blijkt niet verontreinigd te zijn. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond die samenhangen met de voormalige fruitteelt. Op basis van deze resultaten dient de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4 van het onderzoek, in principe deels verworpen te worden. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. De aangetoonde gehaltes in de bovengrond zijn dermate laag dat de uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek niet noodzakelijk is. Verkennend bodemonderzoek (rapportage AMO230564) Bovengrond Uit de analyseresultaten van de bovengrond blijkt dat er plaatselijk licht verhoogde gehalten aan koper, zink, cadmium, kwik, lood en PAK zijn gemeten. In geen van de bovengrond(meng)monsters zijn OCB gemeten.
Ondergrond De ondergrond is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Grondwater In het grondwater zijn lichte overschrijdingen met barium aangetroffen. Licht verhoogde gehaltes aan barium kunnen van nature in het grondwater voorkomen en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging. Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond. Toetsing hypotheses Grond en grondwater De hypothese 'diffuus-verdacht met verdachte deellocaties' wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. Asbest Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek kan de hypothese 'onverdacht' met betrekking tot asbest worden bevestigd. De bovengrond van de locatie is licht verontreinigd met koper, zink, cadmium, kwik, lood en PAK. Gezien de mate van verontreiniging is de uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek niet zinvol. Tegen voorgenomen planontwikkeling op de onderzoekslocatie zijn geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. 5.3.3