Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Burgemeester van Suchtelenstraat 26
Tekst van het document
2.34 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 2.35 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 2.36 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 2.37 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning, als bedoeld in 2.38; "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 55
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
2.38 woning/ wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
56
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 3 3.1
Meten en rekenen
Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen: 3.2 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage. 3.3 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 3.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 3.5 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 3.6 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 3.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 3.8 peil de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij
plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 3.9 toepassing van maten Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 57
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
Specifieke regels over functies
Wonen
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMSuchtelenstr26-vadf is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen. 4.2
Gebruiksdoelomschrijving
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies: a. wonen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in 4.3.1; c. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.3
Gebruiksactiviteit - nadere regels
4.3.1
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een niet-publieksgerichte beroepsof bedrijfsactiviteit aan huis gelden de volgende voorwaarden: a. maximaal 45% van het bruto-vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit naar aard en uitstraling geen afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat van de directe omgeving. 4.4
Gebruiksactiviteit - verboden
4.4.1 Algemeen 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden. 2. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 4.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 4.4.2
Buitenopslag
Het is in ieder geval verboden om gronden te gebruiken ten behoeve van buitenopslag. 4.4.3
Dakterras
Het is in ieder geval verboden om het dak van een aan de woning gebouwd bijbehorend bouwwerk te gebruiken ten behoeve van een dakterras.
58
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
4.4.4
Houden van dieren
Het is in ieder geval verboden om meer dan 15 m² aan bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor het houden van dieren. 4.4.5
Gebruik vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Het is in ieder geval verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning te gebruiken. 4.5
Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit
4.5.1 Publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2. De omgevingsvergunning bedoeld in 1 wordt alleen verleend indien: a. maximaal 45% van het vloeroppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. 4.6
Bouwactiviteit - beoordelingsregels
4.6.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: a. bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 4.2; b. er zijn hoofdgebouwen in de vorm van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. 4.6.2
Beoordelingsregels hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met inachtneming van het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' is uitsluitend één vrijstaande woning toegestaan; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; c. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag het gezamenlijk geluid op de gevel van de woning niet meer bedragen dan 58 dB. 4.6.3
Beoordelingsregels bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. het maximum bebouwde oppervlak aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel 50 m², met dien verstande dat het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50%; c. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,2 m; d. de bouwhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een maximum van 4,0 m. "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 59
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
4.6.4
Beoordelingsregels erkers, balkons en entreepartijen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers, balkons en entreepartijen gelden in afwijking van 4.6.3 de volgende regels: a. erkers, balkons en entreepartijen zijn aan de voorgevel van hoofdgebouwen toegestaan; b. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 4 m2; c. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,2 m; d. de maximale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt; e. voorzover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken reeds meer bedraagt geldt de bestaande maatvoering als maximum. 4.6.5
Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 2,0 m; c. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat de bouwhoogte van pergola's niet meer mag bedragen dan 2,75 m; 4.7
Bouwactiviteit - afwijken van de beoordelingsregels
4.7.1
Bouwhoogte bijbehorende bouwwerken
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 te verlenen in afwijking van 4.6.3 onder c, teneinde een bijbehorend bouwwerk met een maximale bouwhoogte van 5,0 m toe te staan, onder de voorwaarden dat: a. voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk geldt dat de dakhelling gelijk dient te zijn aan de dakhelling van het hoofdgebouw; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. 4.8
Voorwaardelijke verplichting
4.8.1
Hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Waterschapsverordening en het Gemeentelijk riool- en waterplan.
60
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels over functies
Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op en indien dit nader is bepaald in afwijking van de regels in Hoofdstuk 2.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 61
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 6
Aanvraagvereisten
1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.
62
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 63
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 8
Bestaande maatvoering
Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit plan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.
64
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 9 9.1
Parkeren
Beoordelingsregel parkeren op eigen terrein
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt voor een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, alleen verleend, indien op het bijbehorende bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. 9.2
Afwijken beoordelingsregel parkeren op eigen terrein
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 te verlenen in afwijking van 9.1 indien: a. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; b. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 65
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Regels ter bescherming van waarden en objecten
Waarde - Archeologie 2
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3. 10.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMSuchtelenstr26-vadf is aangewezen als Waarde Archeologie 2. 10.3
Gebruiksdoelomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 2 heeft mede als functie de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskern, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang. 10.4
Bouwactiviteit
10.4.1 Toepassingsbereik De regels van dit lid zijn van toepassing indien geen sprake is van één van de volgende situaties: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder maaiveld niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 100 m 2; d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 10.4.2 Aanvullende beoordelingsregels Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 te verlenen mits bij de aanvraag een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: a. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; b. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; c. er geen archeologische waarden zijn.
10.4.3 Aanvullende vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
66
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
10.5
Omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden
10.5.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 10.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 10.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 10.4.2 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d.
die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 10.5.3 Aanvraagvereisten a. Voorafgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 wordt voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval vooraf archeologisch advies ingewonnen bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige. b. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 wordt voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval een archeologisch rapport overgelegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 67
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
10.5.4 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 10.5.5 Beoordelingsregels a. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 vraagt het bevoegd gezag advies aan een archeologisch deskundige. b. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
68
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 4
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 . 11.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMSuchtelenstr26-vadf is aangewezen als Waarde Archeologie 4. 11.3
Gebruiksdoelomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 4 heeft mede als functie de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 11.4
Bouwactiviteit
11.4.1 Toepassingsbereik De regels van dit lid zijn van toepassing indien geen sprake is van één van de volgende situaties: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder maaiveld niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m 2; d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 11.4.2 Aanvullende beoordelingsregels Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 te verlenen mits bij de aanvraag een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: a. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; b. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; c. er geen archeologische waarden zijn.
11.4.3 Aanvullende vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 11.5
Omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden
11.5.1 Vergunningplicht
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 69
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 11.5.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 11.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 11.4.2 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d.
die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 11.5.3 Aanvraagvereisten a. Voorafgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.5.1 wordt voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval vooraf archeologisch advies ingewonnen bij de door het bevoegd gezag aangewezen archeologisch deskundige. b. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.5.1 wordt voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval een archeologisch rapport overgelegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn.
11.5.4 Vergunningvoorschriften Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 11.5.1 kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); c. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
70
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
11.5.5 Beoordelingsregels a. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.5.1 vraagt het bevoegd gezag advies aan een archeologisch deskundige. b. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 71
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 12
Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoek
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied' zijn gronden gelegen ter plaatse waarvan archeologisch onderzoek is gestart maar nog niet is afgerond.
72
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Artikel 13 13.1
Waterstaat - Waterlopen
Voorrangsbepaling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3. 13.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0209.TAMSuchtelenstr26-vadf is aangewezen als Waterstaat Waterlopen. 13.3
Gebruiksdoelomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waterstaat - Waterlopen heeft mede als functie waterhuishouding en waterstaat. 13.4
Bouwactiviteit - beoordelingsregels
In afwijking van het bepaalde in Hoofdstuk 2 mogen op de locatie die is aangewezen als Waterstaat Waterlopen uitsluitend worden opgericht andere bouwwerken ten behoeve van de functieomschrijving omschreven in 13.3, met dien verstande dat het bouwen van aanlegsteigers niet is toegestaan. 13.5
Bouwactiviteit - afwijken van de beoordelingsregels
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen in afwijking van 13.4 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdfunctie toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie en waterkering geen bezwaar bestaat. 2. Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de watergang.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 73
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]
Hoofdstuk 5 Artikel 14 14.1
Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
14.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 14.1.2 Maatwerkvoorschrift Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift eenmalig afwijken van het bepaalde in 14.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 14.1.1 met maximaal 10%. 14.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling. 14.2
Overgangsrecht gebruik
14.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 14.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 14.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
74
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)