CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Burgemeester van Suchtelenstraat 26

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Burgemeester van Suchtelenstraat 26 Beuningen22.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 7 1.4 Leeswijzer

6 6 6

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 ETFAL

9 9 10 11

Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 3.1 Inleiding 12 3.2 Opbouw van de regels 3.3 Functies

12

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Nationaal beleid en regelgeving 4.2 Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Conclusie

15 15 16 18 21

Hoofdstuk 5

Programma

22

Hoofdstuk 6 Onderzoek 6.1 MER-beoordeling 6.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 6.3 Verkeer en parkeren 6.4 Bodem 6.5 Geluid 6.6 Bedrijven en milieuzonering 6.7 Externe veiligheid 6.8 Luchtkwaliteit 6.9 Waterhuishouding 6.10 Natuur en ecologie 6.11 Cultureel erfgoed 6.12 Duurzaamheid

23 23 23 24 25 26 29 30 32 34 37 38 41

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Participatie 7.3 Consultatie 7.4 Zienswijzen

43 43 43 43 43

2

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

8

12 13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Bijlagen bij motivering

45

Bijlage 1

Inpassingsschets

46

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

47

Bijlage 3

Stikstofdepositieonderzoek

48

Bijlage 4

Nota zienswijzen

49

Regels

51

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begrippen Meten en rekenen

52 52 53 57

Hoofdstuk 2 Artikel 4

Specifieke regels over functies Wonen

58 58

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels over functies Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Parkeren

61 61 62 63 64 65

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 73

Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoek Waterstaat - Waterlopen

66 66 69 72

Hoofdstuk 5 Artikel 14

Overgangsregels Overgangsrecht

74 74

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

4

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Motivering

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer wenst, ter plaatse van de Burgemeester van Suchtelenstraat 26 te Beuningen, één nieuwe levensloopbestendige vrijstaande woning te realiseren op eigen grond. Initiatiefnemers bewonen op het huidig moment de naastgelegen woning aan de oostzijde, maar zouden graag verhuizen omdat deze woning (met tuin) voor hen te groot is geworden. Door de nieuwe woning levensloopbestendig te maken, kan de familie blijven wonen in de eigen woonomgeving en sociale structuur. Het initiatief past niet binnen de regels van het omgevingsplan. Derhalve is gekozen om via een TAMomgevingsplan het plan te realiseren. In het kader van het verzoek van de eigenaren heeft op 12 juni 2023 (toegezonden per brief d.d. 21 juni 2023 met kenmerk UI23.01353) het College van B&W principemedewerking toegezegd voor de bouw van 1 levensloopbestendige woning op de gronden behorend bij Burgemeester van Suchtelenstraat 26 te Beuningen. Dit besluit vormt de aanleiding voor het opstellen van dit TAM-omgevingsplan.

1.2

Ligging plangebied

In de huidige situatie maakt het plangebied deel uit van de woonkavel aan de Burgemeester van Suchtelenstraat 26 te Beuningen, kadastrale percelen gemeente Beuningen, sectie F, nummers 2799 en 1691. De betreffende woning is eenvoudig van aard en bestaat uit een bouwlaag met een kap. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Globale ligging plangebied (rode cirkel)

6

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Globale begrenzing plangebied De gronden van het beoogde woonperceel zijn op dit moment voor een deel in gebruik als kippenweitje en voor een deel als erf. Ook staan er op het perceel twee kippenschuurtjes met een oppervlakte van 18 m² en 10 m². Het perceel is gelegen aan de van de Burgemeester van Suchtelenstraat 26, aan de zuidelijke oostrand van de kern Beuningen. Deze straat is één van de structuurdragers en ontsluitingswegen van het dorp. De drie buurtwoningen aan de oostzijde zijn ruim opgezette vrijstaande woningen gebouwd in landelijke stijl. Aan de achterzijde van het beoogde perceel bevindt zich een A-watergang met direct daarachter de ommuurde achtertuinen van de woningen in de woonbuurt de Beuningse Plas. De Burgemeester van Suchtelenstraat wordt geflankeerd door vrijstaande woningen en tweekappers, die zowel met de voor- als achterzijde op deze straat zijn georiënteerd. Direct langs het perceel loopt ook een snelfietsroute richting Nijmegen. Aan de zijdelingse grens van het beoogde perceel loopt een fietspad vanuit de Beuningse Plas die uitkomt op deze snelfietsroute.

1.3

Vigerend omgevingsplan

Voor de gronden in het plangebied geldt het tijdelijk omgevingsplan gemeente Beuningen, in werking getreden op 1 januari 2024. Dit tijdelijke omgevingsplan omvat het voormalig bestemmingsplan 'Kern Beuningen', zoals de gemeenteraad van de gemeente Beuningen dat heeft vastgesteld op 3 juni 2013. Daarnaast omvat het eveneens het voormalig bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie', zoals de gemeenteraad van de gemeente Beuningen dat heeft vastgesteld op 11 juli 2023. Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'bijgebouwen' (artikel 18) en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. Daarnaast vigeren de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 2' en de gebiedsaanduidingen 'overige zone - bodemverstoringen' en 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied'.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Uitsnede tijdelijk omgevingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Omdat de beoogde woning niet past binnen de geldende bestemming, zal van het tijdelijke omgevingsplan moeten worden afgeweken om de bouw van de beoogde woning mogelijk te maken. Vandaar dat in de onderhavige ruimtelijke motivering wordt onderbouwd dat, ondanks dat het bouwplan op onderdelen niet passend is binnen de regeling van het tijdelijke omgevingsplan, sprake is van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal).

1.4

Leeswijzer

Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Toets omgevingsplan In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Verantwoording Hoofdstukken 4, 5 en 6 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet en wordt het geplande programma beschreven. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 7) gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van de omgevingstafel, het vooroverleg en het participatietraject.

8

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen ter plaatse van de Burgemeester van Suchtelenstraat 26, aan de oostkant van Beuningen. De Burgemeester van Suchtelenstraat vormt een belangrijke ontsluitingsweg richting Nijmegen voor zowel auto- als fietsverkeer. Tevens vormt het in het weekend de uitgaansroute voor jongeren naar en vanuit Nijmegen.

Impressie bestaande situatie plangebied Vanaf het plangebied vormt de straat de uitloper van het dorp naar het buitengebied. De aan deze weg gelegen bebouwing bestaat dan overwegend uit één bouwlaag met een kap en laat zich kenmerken door een grote diversiteit. Traditionele eengezinswoningen wisselen elkaar af met indrukwekkende boerderijen en woningen van een meer moderne aard. Opvallend is de luchtige korrel, de bebouwing staat op enige afstand van elkaar. Opvallend is de wisselende oriëntatie van bebouwing op de Burgemeester van Suchtelenstraat. Afwisselend zijn voor-, zij- en achterkanten op deze doorgaande route gericht.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Het beeld van de Burgemeester van Suchtelenstraat ten hoogte van het plangebied is dat van een organisch gegroeid straatbeeld. Dit staat in contrast met de planmatige bebouwing van de Beuningse Plas, direct ten zuiden van het plangebied. Door de openheid van het plangebied, zijn de achterzijden van deze woningen zeer goed zichtbaar. De gebouwde en dichte erfscheidingen zorgen voor een minder representatief straatbeeld. Direct ten noorden van het plangebied sluit de Lindenstraat aan op de Burgemeester van Suchtelenstraat. Deze straat wordt ook gekenmerkt door gevarieerde (half)vrijstaande bebouwing. Ten oosten van het plangebied is een aantal vrije kavels uitgegeven ten behoeve van particulier opdrachtgeverschap (randzone Beuningse Plas langs de Oude Reekstraat). Ter plaatse is zeer gemêleerde bebouwing gerealiseerd met veel variatie. Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plangebied onderdeel uitmaakt van een randzone aan de oostzijde van de kern Beuningen die gekenmerkt wordt door gedifferentieerde, individueel vormgegeven bebouwing met een losse korrel.

2.2

Toekomstige situatie

Met de beoogde ontwikkeling worden de kippenschuurtjes gesloopt, waardoor ruimte ontstaat op het perceel voor het realiseren van een levensloopbestendige, vrijstaande woning. De beoogde woning zal worden gebouwd in landelijke stijl, met een vergelijkbare c.q. licht afwijkende rooilijn en bouwhoogte als de drie oostelijk gelegen buurtwoningen met dien verstande dat de rooilijn van de beoogde woning met het verloop van de straat zal meeknikken. Hierdoor wordt rust en eenheid gecreëerd, maar behoudt de kavel ook het eigen karakter in dit binnenstedelijk bebouwingslint. De woning zal het directe zicht op de ommuurde achtertuinen van de woningen aan de Ringvaart verzachten. Tevens zal de woning meer begeleiding geven aan het westelijk gelegen fietspad, zodat deze ook herkenbaarder is in de stedenbouwkundige structuur. Voor de ontsluiting van de beoogde woning wordt de bestaande inrit gebruikt. De nieuwe woning krijgt een gemeenschappelijke inrit, van 6,0 m, met de bestaande woning. Hierdoor is er voldoende opstelruimte in het midden van de inrit om fietsers van beide kanten goed te zien. Aansluitend op de inrit is voldoende ruimte voor het aanleggen van drie parkeerplaatsen per woning.

10

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

In de landschappelijke inpassing worden bestaande bomen behouden dan wel vervangen vanwege de slechte conditie van de bomen. Het woonperceel wordt voorzien van een lage haag, van miximaal 1,0 m, welke terug gelegen is van de naastgelegen fietspaden in verband met de schuwafstand van 75 centimeter. Door de lage haag is er voldoende zicht op het fietspad. Door de realisatie van de levensloopbestendige woning zal een ontwikkeling plaatsvinden die ten goede komt aan het straatbeeld. Passend bij de omgevingskenmerken van de aanwezige lintstructuur is de exacte situering en vormgeving van de woning nog enigszins vrij, maar zal zich verhouden tot de omliggende percelen. De beoogde ontwikkeling is op de navolgende afbeelding stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast zie bijlage 1.

Impressie landschappelijke inpassing

2.3

ETFAL

Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 3 3.1

Juridische toelichting

Inleiding

Het TAM-omgevingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het omgevingsplan en zodoende uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen. Woningbouw op deze locatie past niet in het van het tijdelijk omgevingsplan onderdeel uitmakende bestemmingsplan 'Kern Beuningen', waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het Omgevingsplan gemeente Beuningen wordt het als hoofdstuk 22b toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Beuningen gelezen te worden. In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van dit omgevingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels dienen in samenhang met elkaar te worden begrepen.

3.2

Opbouw van de regels

In deze paragraaf wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk zijn vormgegeven. De regels zijn onderverdeeld in 5 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Beuningen. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling aan de Burgemeester van Suchtelenstraat. Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling van de Burgemeester van Suchtelenstraat 26. Hoofdstuk 2: Specifieke regels over functies Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Voor onderhavig TAM-omgevingsplan voor de Burgemeester van Suchtelenstraat 26 is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het bestemmingsplan 'Kern Beuningen'. Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3: Algemene regels over functies Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie. Hoofdstuk 4: Regels ter bescherming van waarden en objecten In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van waarden en objecten. In dit geval liggen ter plaatse twee archeologische waarden ('Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4') en is er sprake van 'Waterstaat - Waterlopen'.

12

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 5: Overgangsregels In dit hoofdstuk is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige TAM-omgevingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat.

Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige omgevingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing. Verbeelding De verbeelding die is opgesteld voor het voorbeeld TAM-omgevingsplan dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Voor meer info, zie: https://docs.geostandaarden.nl/ro/HRTAMomplan/.

3.3

Functies

Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren weergegeven. Voorts zijn diverse aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Wonen De gronden binnen 'wonen' zijn bestemd voor één vrijstaande woning binnen het plangebied. Voor de situering en maatvoering van de woningen zijn er bepalingen opgenomen met betrekking tot: Bouwwijze Op de verbeelding is aangeduid welk type woning binnen de bouwvlakken zijn toegestaan, in dit geval per bouwvlak 1 vrijstaande woning. Goot- en bouwhoogte De maximale goot- en bouwhoogte voor woningen is aangegeven in het bouwvlak door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. Situering gebouwen Teneinde de toekomstige situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”. Voor de woning is op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt in een bouwvlak, een aanduiding bijgebouwen en een onbenoemd deel, meestal de voor- en zijtuinen. Deze zonering biedt de belangrijkste vorm van rechtszekerheid tussen de eigenaren van bouwpercelen onderling. Het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak”.

Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) zijn zowel binnen het bouwvlak als ter plaatse van de aanduiding “bijgebouwen” toegestaan. De oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is gemaximeerd op 50 m2, met dien verstande dat het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 50 %.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als uitgangspunt gehanteerd dat deze op het gehele bouwperceel zijn toegestaan. De maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is gerelateerd aan de ligging. Binnen het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen' mag deze niet meer bedragen dan 2,0 m, hierbuiten maximaal 1,5 m. In afwijking van het voorgaande geldt dat de bouwhoogte van pergola's maximaal 2,75 m mag bedragen. Aan huis verbonden beroep/ bedrijf Binnen de woonfunctie worden onder voorwaarden nevenactiviteiten toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. In het verleden werd hiervoor het onderscheid gemaakt tussen aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven. In dit plan is ervoor gekozen om de mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten als relevant onderscheid te hanteren tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De 'nietpublieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit' is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De 'publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis' is mogelijk indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.

Het onderscheid richt zich zoals vermeld op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking/ geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden. Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers. Om de beperkte omvang van het aan huis verbonden beroep/ bedrijf te waarborgen is deze gemaximeerd op 45 % van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 45 m². Tevens is in de regels opgenomen dat de bewoner het beroep of bedrijf aan huis zelf dient uit te oefenen. Uitgangspunt is dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar geen publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. De aan huis verbonden functies zijn toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken.

14

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 4

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor het plangebied. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 6 Onderzoek aan bod.

4.1

Nationaal beleid en regelgeving

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 4.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. De instructieregels gaan over:  Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1);  Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2);  Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3);  Beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4);  Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5);  Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6);  Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7);  Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over:  Voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen;  Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's;  Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool;  Bebouwingscontour jacht;  Bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op voor dit plangebied van toepassing zijn instructieregels.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

4.1.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

4.2

Provinciaal & regionaal beleid en regelgeving

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid. De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Er zal in onderling overleg gezocht moeten worden naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden voor deze vraagstukken. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen worden uitgebreid.

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt. Bovendien betreft het een levensloopbestendige woning, die onder andere geschikt is voor ouderen om langer zelfstandig te wonen en tevens voor een gezin. Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. De woning wordt duurzaam- en bijna energieneutraal (BENG) gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. Het dak van de woning wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren.

Uiteraard wordt de woning gasloos uitgevoerd en zal er daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. In het kader van de klimaatadaptiviteit worden lage (fruit)bomen geplant en de berging wordt daar waar mogelijk c.q. toespasbaar voorzien van een mossenum dak. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de nieuw te bouwen woning. 4.2.2

Omgevingsverordening provincie Gelderland

Op 27 december 2023 is de Omgevingsverordening provincie Gelderland gepubliceerd. Deze is in werking getreden op 2 januari 2024.

16

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Uitgangspunt voor de gestelde regels en de toepassing daarvan vormen de ambities van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de vertaling van die ambities in de Kadernota Gaan voor Gaaf en de maatschappelijke doelen, genoemd in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Wonen Op grond van artikel 5.63 dienen de gemeentebesturen per regio samen met Gedeputeerde Staten een regionale woonagenda op te stellen. De woonagenda dient afspraken te bevatten over: a. het versnellen van de woningbouw; b. het duurzaam bouwen van woningen; c. het bouwen van betaalbare woningen; d. het bouwen van flexibele woningen; e.

het toekomstbestendig maken van bestaande woningvoorraad. Ten aanzien van 'wonen' is in artikel 5.64 opgenomen dat in een omgevingsplan alleen nieuwe woningen worden toegelaten wanneer deze ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Planspecifiek Aangezien het toevoegen van 1 woning passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de subregionale woonagenda, zie subparagraaf 4.2.3) is de voorgenomen ontwikkeling passend binnen de Omgevingsverordening. Op basis van de omgevingsverordening is het plangebied gelegen binnen de 'Gelderse streek Land van Maas en Waal'. Op basis van artikel 5.39 van de omgevingsverordening dient bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Het accent van de te beschermen kernkwaliteiten ligt op het buitengebied. Onderhavig planvoornemen betreft echter een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied in de kern Beuningen. De woning wordt ingepast in de omgeving van het bestaand stedelijk gebied door deze in het bestaande lint en de bestaande bebouwing op te laten gaan. Dit wordt gedaan door rekening te houden met bestaande rooilijnen, zichtbaarheid vanaf de weg, en plaatsing van de woning. Het nieuwe gebouw is daarbij qua maat, schaal, en vorm aangepast aan de bestaande volumes aan dit lint.

Hiermee wordt het patroon van vrijstaande woningen aan dit deel van de Burgemeester van Suchtelenstraat voortgezet. Aansluitend bij de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen wordt het plangebied ingepast doormiddel van het aanplanten van groene elementen. Hiervoor wordt het bestaande groen versterkt en een haag toegevoegd zoals aanwezig bij aangrenzende percelen. De zuidkant vormt met de watergang een natuurlijke overgang van het groen met het water. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor de nieuw te bouwen woning. Het TAM-Omgevingsplan is daarmee tevens passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie. 4.2.3

Woondeal 2.0

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030 Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Woondeal 2.0 In 2020 sloten het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeenten hun eerste Woondeal. Met deze Woondeal is er een samenwerking die gericht is op het bouwen van meer woningen in de regio. De Woondeal Arnhem – Nijmegen uit 2020 is nu geactualiseerd naar een Woondeal 2.0. Hierin staan, naast afspraken over voldoende woningen, afspraken over betaalbare woningen en duurzaam en circulair gebouwde woningen. Belangrijk onderdeel van de nieuwe Woondeal-afspraken is de overeenkomst tussen de gemeenten dat zij de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen eerlijk spreiden over de regio. Dan gaat het bijvoorbeeld om huisvesting van mensen met een zorgvraag of mensen die dakloos dreigen te worden. Iedere gemeente zet zich in voor 30% sociale huur bij nieuwbouw, zodat deze aandachtsgroepen overal in de regio kansen op een woning hebben.

Daarnaast realiseert elke gemeente minimaal 35% tot 40% van de nieuwe woningen als middenhuurwoning tot €1.000,- of koopwoning tot €355.000,-. Daarmee krijgen jonge starters een kans. In de woonvisie van de gemeente Beuningen was al rekening gehouden met het bouwen van twee derde aan betaalbare (huur- en koop)woningen. De verdeling hierbinnen verandert wel. Vooralsnog werd rekening gehouden met 20% sociale huur. Bij alle woningbouwplannen waar het programma nog niet vastligt, wordt vanaf nu toegewerkt naar 30% sociale huur. Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen De gemeente hanteert sinds begin 2023 de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen als uitgangspunt bij de herijking van lokaal ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid met daarin de volgende inzet:  In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3 betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters, te realiseren.  Te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten.  Binnen de nieuwbouw te zorgen voor minimaal 30 % sociale huur en minimaal 35 % middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000,-). Deze percentages gelden over alle woningbouwplannen in Beuningen samen.

 Een op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment uit betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal € 250.000 of middenhuur te laten bestaan. Op basis van een analyse van de woningbehoefte, heeft Beuningen de opgave om 1.240 woningen te bouwen, waarbij er planologische capaciteit voor 1.610 woningen mag worden gecreëerd (= circa 130 % in verband met planuitval). Van deze opgave wordt 70 %, in het kader van de versnellingsopgave, gerealiseerd in de periode tot 2025: 70 % van 1.610 woningen komt neer op circa 1.127 woningen waarvoor tot 2025 planologische capaciteit mag worden gecreëerd. De Woondeal 2.0 wijkt af van het in 2020 vastgestelde onderdeel prijsklassen uit het 10 puntenplan Wonen. Het aandeel betaalbare huur- en koopwoningen moet minimaal twee derde zijn waarvan minimaal 30% sociale huur. In het 10 puntenplan was dit nog minimaal 50% betaalbare huur en koop. De Woondeal 2.0 is het vastgestelde kader. Het blijft wel recht doen aan het principe achter het 10 puntenplan: voldoende betaalbare huur- en koopwoningen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling van één extra woning en past kwantitatief gezien binnen de aantallen uit de woondeal 2.0. De ontwikkeling streeft ernaar om te voorzien in een betaalbare koopwoning.

In de planvorming worden duurzaamheid- en klimaatadaptieve maatregelen getroffen.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Beuningen

18

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.

De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn:  Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben;  Beuningen is gezond, inclusief en veilig;  Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;  Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico's. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;  Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema's als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig.

Dit resulteert in de volgende opgaven:  Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei;  Betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming;  Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen;  Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen. Inbreiding Bij nieuwbouw wordt het principe 'inbreiding voor uitbreiding' gehanteerd. In de bestaande kernen is beperkte ruimte voor inbreiding. Onbebouwde, laag gewaardeerde locaties komen nauwelijks voor. Mogelijkheden ontstaan vooral door functieverandering. De invulling is altijd maatwerk. Dat geldt voor iedere inbreidingslocatie. Het gaat om goed aanhaken op de bestaande structuur en benutten van mogelijkheden zodat de woningbouw bijdraagt aan versterking van het dorp. Behoud van het eigen, groene karakter is daarbij belangrijk. Naast functieverandering is het in Beuningen beleid om waar mogelijk ook mee te werken aan vervanging van oudere slechtere woningen voor moderne, energieneutrale woningen. Planspecifiek Conform de omgevingsvisie is hier sprake van een kleinschalige ontwikkeling en heeft het een dorps en landschappelijk karakter.

Het betreft de verdichting van een bestaand bebouwingslint. Er wordt een levensloopbestendige woning gerealiseerd ter bevordering van de doorstroming. Doordat initiatiefnemers naar de kleinere woning verhuizen komt er een eensgezinswoning beschikbaar. De nieuwe woning wordt zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd. 4.3.2

Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Recentelijk zijn in regionaal verband nieuwe afspraken gemaakt omtrent woningbouw (Woondeal 2.0 Regio Arnhem-Nijmegen ). Om inzichtelijk te maken wat dit inhoudt op gemeentelijk niveau, is het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023' opgesteld. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwplannen aansluiten op de vraag, geeft de gemeente voorwaarden mee voor het kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogramma. Deze zijn vastgelegd in het 'Kwaliteitskader woningbouw Beuningen 2023'. Programma In het programma is een (kwantitatieve) verdeling opgenomen van de verschillende woningtypen in huur/koop en prijscategorie. Deze verdeling volgt uit de Woondeal 2.0 en sluit aan op de woningbehoeften in Beuningen. Prijs en kwaliteit van de woningen Dit zijn randvoorwaarden waarbij een relatie gelegd is tussen het aantal vierkante meters gebruiksoppervlakte en de huur- of koopprijs. Kenmerken woningen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden (eengezins)woningen en gestapelde bouw (appartementen) en wat in welke prijscategorie beoogd wordt. Woningtypen in relatie tot doelgroepen Bij de betaalbare woningen zijn doelgroepen gedefinieerd naar inkomensklasse. Dit om ervoor te zorgen dat betaalbare huur- en koopwoningen ook terecht komen bij de mensen voor wie deze bedoeld zijn.

Planspecifiek De voorgenomen bouw van één woning past kwantitatief zowel binnen de Woondeal alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 1.240 woningen (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Kwalitatief sluit de bouw van de woning aan bij de behoefte om op eigen grond een woning te kunnen bouwen (particulier opdrachtgeverschap). 4.3.3

10 punten plan wonen

Op 17 november 2020 heeft de gemeenteraad de motie '10 punten plan wonen' aangenomen. Oorspronkelijk bedoeld om het college kaders mee te geven bij de ontwikkeling van het woningbouwprogramma (Panorama 2040 en de daaruit volgende structuurmodellen), maar inmiddels wordt ook per individueel plan gevraagd om in te gaan op de gestelde 10 punten. Planspecifiek 1. Prijsklassen Uitgangspunt is minimaal 30% betaalbare woningbouw met daarnaast ook de (duurdere) woningen waar behoefte aan is. Dit is een bandbreedte die gemeentebreed geldt, maar niet elke locatie kan kwantitatief en/of kwalitatief exact hierin voorzien. Ten aanzien van de nieuwe woning is het streven om deze in het middensegment te realiseren. Gezien het woningtekort is de beoogde woningen een aanvulling. 2. Woningtypen Dit plan betreft de realisatie van één nieuwe grondgebonden woning. 3. Groepen Zie hiervoor, de woning wordt levensloopbestendig gerealiseerd. 4. Ruimte en lucht De raad gaat in de motie uit van circa 30 woningen per hectare. Aangezien dit plan één woning, blijft de woningdichtheid op het perceel en in relatie tot de omgeving significant lager. 5. Spreiding Per kern is een verdeling van de opgave weergegeven. Aangezien met dit plan maximaal 1 woning worden toegevoegd, heeft dit geen effect op deze verdeling. 6.

Dorpsvriendelijk Met dit plan worden maximaal 1 woning gerealiseerd met aanleg van een landschappelijke inpassing. Ten opzichte van de bestaande situatie wordt hiermee een sterke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit gecreëerd, passend in de omgeving.

20

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

7. Landschapsvriendelijk In de bestaande stedenbouwkundige structuur wordt één woning toegevoegd. Het toekomstige woonerf wordt middels een landschappelijke inpassing groen ingekaderd door zowel het handhaven van bestaande groenelementen, als het toevoegen van nieuwe. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid en passendheid bij de omliggende fietspaden. 8. Duurzaam Naast de bouw van de woning wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, waardoor ook de biodiversiteit wordt versterkt. Het gebied wordt klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht. 9. Groen Zie hiervoor, het plan voorziet in een landschappelijke inpassing met gebiedseigen beplanting. De locatie en de hoogte van de haag worden afgestemd met de omliggende fietspaden. 10. Veilig De woning worden via de bestaande inrit ontsloten op de weg waarbij rekening wordt gehouden met het naastgelegen fietspad. Parkeren vindt op eigen terrein plaats. 4.3.4

Visie Inclusief Wonen in Beuningen

Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad de visie Inclusief Wonen in Beuningen 2024-2028 vastgesteld als richtinggevend kader voor woningbouw- en woonzorgontwikkelingen. Deze heeft de woonvisie Beuningen 2018-2023 vervangen. De visie is een uitwerking van de in het coalitieakkoord 2022-2026 vastgestelde koers om perspectief te bieden aan onze inwoners waaronder jonge starters, senioren en bijzondere doelgroepen. De visie sluit aan op de doelstellingen van de eerste drie punten uit het 10 puntenplan Wonen en actualiseert en verfijnt de uitwerking van deze punten. De visie sluit tevens aan op de uitgangspunten van regie nemen door de gemeente en samenwerking met partijen. In de visie Inclusief Wonen is de behoefte aan levensloopgeschikte woningen geraamd. In aanvulling zijn minimum percentages opgenomen voor nultredenwoningen. Deze verschillen per woningtype: (eengezins)woningen en/of appartementen. Daarnaast zijn er aanvullende regels gesteld ten behoeve van zelfbewoning, de bestemmingsreserve sociale huur, de toewijzing van sociale huurwoningen, en specifieke doelgroepen (inclusief wonen). Planspecifiek Het initiatief betreft een levensloopgeschikte woning en sluit daarmee aan op de visie. Conform de visie inclusief wonen is hier bovendien sprake van een kleinschalige ontwikkeling en heeft het een dorps en landschappelijk karakter op een inbreidingslocatie.

Het betreft de verdichting van een bestaand bebouwingslint. Er wordt een levensloopbestendige woning gerealiseerd ter bevordering van de doorstroming. Doordat initiatiefnemers naar de kleinere woning verhuizen komt er een eengezinswoning beschikbaar. De nieuwe woning wordt zoveel mogelijk zelfvoorzienend gerealiseerd. 4.3.5

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.

4.4

Conclusie

Het beleid van de verschillende overheidslagen heeft geen specifieke consequenties voor het plangebied. Het betreft een beheersmatig bestemmingsplan waarin slechts de bestaande situatie wordt vastgelegd.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 5

Programma

De beoogde ontwikkeling kent één functie: Wonen Het plangebied blijft ongewijzigd de functie 'wonen' behouden. Binnen deze functie wordt een bouwvlak opgenomen waarbinnen één vrijstaande woning mag worden opgericht. Voor de situering en maatvoering zijn regels opgenomen waarbij middels de aanduiding 'maximum goothoogte (m) en maximum bouwhoogte (m)' de maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven in het bouwvlak. Het realiseren van de vrijstaande levensloopbestendige woning past binnen het beleid zoals dat reeds in Hoofdstuk 4 is toegelicht.

22

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

Hoofdstuk 6

Onderzoek

Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van technische onderzoeken met conclusies. Alleen de voor het plangebied relevante milieuaspecten wordt het beschreven. Aan het eind van elke paragraaf volgt een conclusie met betrekking tot het aspect.

6.1

MER-beoordeling

6.1.1

Regelgeving

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de strategische milieubeoordeling (SMB-richtlijn), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Voor het bepalen of een plan eventueel mer-plichtig is, is artikel 16.36, lid 3 en 4 van de Omgevingswet van toepassing. Er zijn bij de zogenaamde plan-mer-beoordeling twee mogelijke resultaten: 1. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. 2. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Er zijn twee situaties waarin een plan-mer-beoordeling aan de orde kan komen: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het betreft geen project dat in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staat. Het plan is derhalve niet direct plan-merplichtig. In dit geval dient een plan-mer-beoordeling te worden uitgevoerd. 2.

Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit, maar komt niet boven de drempelwaarden van kolom 2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een plan-mer-beoordeling is aan orde indien: a. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma betreft. b. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. 6.1.2

Doorvertaling planvoornemen

Het onderhavige TAM-omgevingsplan is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J11: een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betreft ook een woningbouwontwikkeling. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk stedelijk ontwikkelingsproject een mer-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Ow. Het onderhavige plan betreft een kleine wijziging van het omgevingsplan gemeente Beuningen en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau. De gemeenteraad is voor onderhavig TAM-omgevingsplan het bevoegd gezag. Op grond van het gestelde in Hoofdstuk 6 van deze motivering kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, gelet op de aard, omvang en ligging, geen aanzienlijke milieueffecten kent. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit TAM-omgevingsplan te kunnen nemen. 6.1.3

Conclusie

Het aspect 'm.e.r.-beoordeling' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

6.2.1

Regelgeving

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand van vastgoed te voorkomen is de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) onder de Omgevingswet gecontinueerd en als instructieregel opgenomen in artikel 5.129g Bkl. Deze regel bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. De behoefte aan die nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarmee worden aangetoond. Alleen wanneer het gaat om een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling moet de Laddertoets worden uitgevoerd. Voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan komen. In artikel 5.129g Bkl staat dat het stedelijk gebied ook het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied bevat. Door deze formulering is dat stedelijk gebied hetzelfde gebied als onder het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. 6.2.2

Doorvertaling planvoornemen

Onderhavig initiatief betreft het realiseren van maximaal één extra burgerwoning. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie verder subparagraaf 4.3.4 en 4.3.2. 6.2.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

6.3

Verkeer en parkeren

6.3.1

Verkeer

Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). Deze regelgeving maakt geen deel uit van de Omgevingswet. Ook de bekende richtlijnen vanuit het CROW blijven bestaan. De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevatten. Het initiatief moet hieraan getoetst worden. Om inzicht te bieden in de extra voertuigbewegingen als gevolg van de ontwikkeling, die met dit ruimtelijke plan mogelijk wordt gemaakt, moet de voertuigaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Om de voertuigaantrekkende werking van de nieuwe woningen te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van de 'rest bebouwde kom', waardoor de voertuiggeneratie (uitgaande van het gemiddelde van de aangegeven bandbreedtes) uitkomt op:  8,2 voertuigbewegingen per woning (koop, vrijstaand); In de toekomstige situatie neemt het aantal woningen in het plangebied met één woning toe. Dit betekent dat het aantal voertuigbewegingen slechts beperkt toeneemt met 8,2 extra voertuigbewegingen per weekdag.

De beoogde woning wordt middels de bestaande inrit ontsloten op de Burgemeester van Suchtelenstraat. De capaciteit van de Burgemeester van Suchtelenstraat is ruim voldoende om de toename van het aantal voertuigbewegingen op te vangen. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van deze ruimtelijke ontwikkeling.

24

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

6.3.2

Parkeren

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is conform het 'Parapluplan Parkeren' gebruik gemaakt van CROW-kencijfers uit de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De parkeerkencijfers uit de publicaties van CROW worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Beuningen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van de gemiddelde parkeernorm. Voor onderhavige ontwikkeling, in de 'rest bebouwde kom', bedraagt de gemiddelde parkeernorm:  2,3 parkeerplaatsen per woning (koop, vrijstaand); Uitgaande van de toevoeging van maximaal één woningen, betekent dit dat er 2,3 parkeerplaatsen nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm. Het uitgangspunt is dat de parkeervraag voor een nieuwe ontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Ter plaatse van het plangebied is voldoende ruimte om op eigen erf in het benodigde aantal parkeerplaatsen te voorzien. Deze parkeerplaatsen zijn inzichtelijk gemaakt op de inpassingsschets. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is bovendien geborgd in de algemene regels van dit ruimtelijk plan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.4

Bodem

6.4.1

Regelgeving

Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat bodem onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van de bodem (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). Daarnaast gelden er instructieregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) die gemeenten in het omgevingsplan moeten verwerken. Het Bkl bepaalt voor bodem dat in het omgevingsplan:  regels en waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden opgenomen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (artikel 5.89i t/m 5.89m Bkl);  moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden, worden onderhouden of worden vervangen (artikel 5.89n Bkl);  bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van kwaliteitseisen (artikel 5.89o Bkl); en  de landbodem van het gemeentelijk grondgebied wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen (landbouw en natuur/wonen/industrie) (artikel 5.89p Bkl). Bodemgevoelige gebouwen Een bodemgevoelig gebouw wordt in het Bkl omschreven als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.

Onder een gebouw wordt verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. Bodemgevoelige locaties Een bodemgevoelige locatie is op basis van het Bkl in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan aanvullende locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen. In de gemeente Beuningen zijn dergeljke locaties vooralsnog niet aangewezen. Omgevingsplan Een omgevingsplan bevat dus waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, die per gebied of per gebruiksfunctie kunnen verschillen. Het uitgangspunt voor deze waardes zijn de interventiewaardes

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]" (vastgesteld) 25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b [Burgemeester van Suchtelenstraat 26]

bodemkwaliteit, uit bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze waardes zijn wetenschappelijk onderbouwd en behoeven geen verdere motivering. Het omgevingsplan kan ook een hogere waarde bevatten dan de interventiewaardes, mits gemotiveerd en de waarden niet hoger zijn dan het humane Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR humaan, bijlage Vb Bkl). Ook mag niet leiden tot overschrijding van de toelaatbare concentraties in lucht (TCL) en geurdrempels (bijlage XIIIb Bkl). Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Om te kunnen beoordelen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem uit het omgevingsplan is overschreden, is voorafgaand onderzoek naar de gesteldheid van de bodem nodig. Ingeval van een overschrijding van de waarden, is in het omgevingsplan opgenomen welke sanerende of beschermende maatregelen nodig zijn. 6.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=5caad31c-4e80-492e-a403-b08caee872ab