Bijlage 1 Ruimtelijk kader Kommengebied Beuningen
Tekst van het document
Figuur 5: Ruimtelijke kaders recreatie per deelgebied (Bron: omgevingsprogramma recreatie & toerisme)
Het omgevingsprogramma recreatie en toerisme geeft een aantal concrete ruimtelijke uitgangspunten mee die van belang zijn als ruimtelijke kaders voor het kommengebied. Deze zijn hierboven puntsgewijs beschreven. Ook de vanuit dit programma gehanteerde opdeling tussen noord en zuid van de A73/Maas en Waalweg is relevant. Het Broek kent haar eigen uitgangspunten en opgaven. In de context van deze beleidsanalyse zijn met name de wensen relevant die gaan om de verbinding tussen Het Broek en daarbuiten: wandelen fietsroutes vanuit omliggende kernen, verbinding met het omliggende agrarische gebied en verbindingen met natuurwaarden en in de toekomst met de op te leveren recreatieve gebieden Geertjesgolf en de Beuningse Plas.
11.
Panorama 2040 woningbouw
In het panorama 2040 woningbouw wordt een schets gegeven van de kenmerken van de vier verschillende kernen en hoe de woningbouw zich in Beuningen de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Daarnaast wordt per kern beschreven welke locaties mogelijk geschikt zijn om woningen te gaan bouwen voor de toekomst. Ten slotte worden zes algemene thema’s onderscheiden met elk een aantal randvoorwaarden die de toekomstige uitbreidingen vormgeven. In het algemeen wenst de gemeente de vier kernen van elkaar gescheiden te houden. Dat betekent dat de kernen niet aan elkaar gebouwd gaan worden met nieuwe uitbreidingen. De gemeente behoudt hiermee de Beuningse kernwaarden groen-blauw-rust-ruimte. De wil doorgroeien naar een gemeente met 30.000 inwoners.. Wat betreft de thema’s en randvoorwaarden wordt gesteld dat de ontwikkellocaties zich oriënteren op bestaande dorpsharten en dat de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
25/39
cultuurhistorische structuren leidend zijn voor de ontwikkeling van woningen (randvoorwaarden 2.3 en 2.4). Verder vinden de ontwikkelingen in beginsel plaats buiten de hindercontouren en wil de gemeente wat betreft bereikbaarheid de huidige infrastructuur optimaliseren (en recreatieve / langzaamverkeersroutes toevoegen) (randvoorwaarden 3.1 en 4.2). De gemeente wil de huidige kernen behouden en vooral aan de dorpsharten woningen toevoegen. Ze wil de kernen niet aan elkaar bouwen. De woningbouw vindt gedeeltelijk plaats in het kommengebied. Hieronder per kern: Uitbreiding Ewijk zuid in bestaand kommengebied; Uitbreiding Winssen voornamelijk in oeverwallen (met slechts een klein stukje in het kommengebied) en versterken linten Winssen in kommengebied; Beoogde uitbreiding Weurt ligt op de overgang van overwallen- naar kommengebied; De extra infrastructuur als voorwaarde voor het realiseren van deze woningbouwlocaties moet een plek krijgen in het kommengebied.
12.
Omgevingsprogramma Woningbouw
Het Omgevingsprogramma bestaat uit vier structuurmodellen voor elke kern van de gemeente. Hieronder worden deze structuurmodellen behandeld.
12.1 Structuurmodel Winssen Het structuurmodel van Winssen geeft verdere richting aan de woningbouwontwikkelingen ten opzichte van het panorama, maar geeft nog niet exact aan waar wat wordt gebouwd. Per ontwikkellocatie worden specifieke randvoorwaarden en uitgangspunten beschreven, zoals dichtheden, woningtypen en sfeerbeelden. In de zuidwesthoek van Winssen, tussen de Kennedysingel, de Leegstraat, de Geerstraat en de Van Heemstraweg is een gebied aangewezen waar 375 tot 425 woningen gebouwd zullen worden. Dit gebied bestaat nu nog voornamelijk uit boomgaarden en kwekerijen en zal dus aangepast worden met woningen en groen. Dit gebied ligt gedeeltelijk in het oeverwallengebied en gedeeltelijk in het kommengebied. Naast de uitbreiding Winssen zuid, is ook aan de historische linten rondom Winssen mogelijkheid voor nieuwbouw. Hier staat echter centraal dat de historische linten hun karakteristieke eigenschappen behouden en de nieuwe woningen mogen hieraan geen afbreuk doen. Er is daarom ook maar ruimte voor ongeveer 75 woningen. De gemeente heeft één specifieke plek uitgekozen in de zuidwesthoek van Winssen om de grootste woningaantallen te bouwen, deels op oeverwalgronden en een klein deel op de komgronden.
Er is aandacht voor nieuwbouw langs de historische linten, maar daarbij is aangegeven dat de aantallen beperkt moeten zijn en dat het karakter van de historische linten bewaard moet blijven.
12.2 Structuurmodel Ewijk Het structuurmodel Ewijk geeft verdere richting aan de woningbouwontwikkelingen ten opzichte van het panorama, maar geeft nog niet exact aan waar wat wordt gebouwd. Per ontwikkellocatie worden specifieke randvoorwaarden en uitgangspunten beschreven, zoals dichtheden, woningtypen en sfeerbeelden. De meeste woningen worden ten westen en ten zuidwesten van Ewijk gebouwd. Langs de Burgemeester Sprengerlaan richting de A50 aan de westkant en langs de Koningstraat en De Steeg in het zuidwesten. Dit gebied ligt volgens de kaart uit het Groenbeleidsplan volledig in het kommengebied.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
26/39
Wat betreft de gebieden bestaat het nu vooral nog uit akkerlanden met hier en daar woningen langs de linten. Het idee is dat er ongeveer 650 woningen in Ewijk-Zuid bijkomen en ongeveer 350 bij Ewijk-West. Hier staat wel centraal dat de woongebieden groene kwaliteit hebben en een lage tot gemiddelde dichtheid hebben. De gemeente heeft twee specifieke plekken uitgekozen ten westen en ten zuidwesten van Ewijk om de grootste woningaantallen te bouwen. De locatie in het westen ligt tussen Ewijk en de snelweg A50. Deze woningbouwontwikkelingen vallen binnen de komgronden.
12.3 Structuurmodel Beuningen-Noord/Oeverwallengebied Dit structuurmodel is nog niet gereed. Echter is naar verwachting (gezien de locatie) de invloed op het kommengebied gering.
12.4 Structuurmodel Beuningen Oost – Weurt Dit structuurmodel is nog niet gereed. Er is invloed op het gebied dat onderdeel is van de kommen, maar dat is afhankelijk van de uitwerking.
13.
Energievisie Energiek Beuningen
NB: de energievisie wordt momenteel geëvalueerd en daarna geactualiseerd. De Energievisie van de gemeente is in 2016 opgesteld en bestaat uit een beschrijving van de ambitie van de gemeente om in 2040 energieneutraal te zijn. Verder geeft het document aan hoe het staat met het energieverbruik in de gemeente in 2016, welke stappen gezet dienen te worden richting 2040 en de rol van de gemeente in dat proces. De gemeente heeft aangegeven dat ze al relatief goed bezig is met het opwekken van duurzame energie. Dat komt vooral door de afvalverbrandingsinstallatie van ARN. De gemeente gaat ervan uit dat ARN zal blijven functioneren op het huidige niveau, maar geeft daarbij wel aan dat er meer moet gebeuren. Het belangrijkste uitgangspunt lijkt de plaatsing van windturbines in het landelijk gebied. Gecombineerd met een beperkt aantal locaties voor zon op veld in het kommengebied. Daarnaast wil men vooral inzetten op zon op dak. De energievisie is gedeeltelijk al uitgevoerd en daarmee zijn sommige delen achterhaald. Er wordt nu gewerkt aan vijf windturbines en vier zonnevelden. Er zijn in het kommengebied vier locaties aangewezen (ook allemaal vergund) voor zon op veld in het Kommengebied. Daarnaast zijn er vijf locaties in beeld voor windturbines. Met de nadere uitwerking als het gaat om de ruimtelijke inpassing is in 2024 begonnen.
14.
Mobiliteitsvisie Gemeente Beuningen
In de mobiliteitsvisie beschrijft de gemeente op basis van een verkenning wat de huidige situatie is van de mobiliteit in de gemeente. Hierbij worden ook de verwachtingen voor de toekomst beschreven. Aan het einde van het document worden de ambities en doelen voor mobiliteit beschreven. Op basis van de conclusies uit de verkenning zijn drie ambities opgesteld: verkeersveiligheid verbeteren, gezonde mobiliteit bevorderen en toekomstbestendigheid waarborgen. Bij verkeersveiligheid wordt benoemd dat de gemeente een passende wegencategorisering en een standaardaanpak voor onveilige verkeerspunten wil ontwikkelen. De nieuwe wegcategorisering en gestandaardiseerde aanpak zijn beiden in het mobiliteitsplan (besluitvorming juni 2024) beschreven. De gemeente wil ook het fietsnetwerk en voetgangersnetwerk verbeteren en om te bevorderen dat mensen sneller de fiets pakken. Daarnaast wil de gemeente toegankelijkheid van de openbare ruimte behouden en vergroten. Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
27/39
Voor de toekomstbestendigheid wil de gemeente de bereikbaarheid van de gemeente behouden, ondanks de nieuwe (woningbouw)plannen. Daarnaast wil de gemeente duurzame mobiliteit stimuleren door te kijken naar laadvoorzieningen en deelmobiliteit. In de mobiliteitsvisie schetst de gemeente voor het grootste deel de huidige situatie van de mobiliteit in de gemeente met behulp van een verkenning. Vervolgens worden op basis van die verkenning drie ambities opgesteld: verkeersveiligheid verbeteren, gezonde mobiliteit bevorderen en toekomstbestendigheid waarborgen. Deze ambities worden in algemene zin behandeld, maar leveren in deze visie geen concrete uitgangspunten op voor het kommengebied.
15.
Mobiliteitsplan 2035 Gemeente Beuningen
Het mobiliteitsplan is een verdere uitwerking van de mobiliteitsvisie. De drie doelen uit de mobiliteitsvisie: verbeteren van de verkeersveiligheid, bevorderen gezonde mobiliteit en waarborgen toekomstbestendigheid worden elk in een apart hoofdstuk verder uitgewerkt. De uitwerking is gericht op de toekomst tot 2035 en na het mobiliteitsplan volgt nog een uitvoeringsprogramma waarin prioriteiten en integraliteit met andere onderwerpen worden behandeld. Voor wat betreft de verkeersveiligheid wordt bij een aantal wegen snelheidsverlagingen voorgesteld of overwogen en wordt gekeken naar de hiervoor benodigde aanpassingen van wegen en kruispunten. Verder is vanwege de nieuwbouw een nieuwe ontsluitingsweg bij Ewijk West en Zuid noodzakelijk. Op dit moment (medio 2024) wordt naar de exacte inrichting, fasering en aandachtspunten gekeken Deze zuidelijke ontsluiting is relevant voor de Steeg en de Elsenpas in het kommengebied. Voor de gezonde mobiliteit legt de gemeente de nadruk op fiets- en voetgangers. Voor fietsers wordt gekeken of de huidige fietsroutes versterkt of verlengd kunnen worden. De gemeente heeft bijvoorbeeld de ambitie om het Batavierenpad langs de Van Heemstraweg door te trekken tot aan Druten. De gemeente werkt ook aan de opwaardering van enkele bestaande routes. De eerste maakt het bedrijventerrein Schoenaker veiliger bereikbaar voor langzaam verkeer..
De andere vanaf de Wilhelminalaan via de Elsenpas richting de Groene Heuvels. Bij de laatste wordt een deel van de Elsenpas autovrij (door aanleg zuidelijke ontsluitingsstructuur) om fietsers een veiligere verbinding te bieden. Voor de toekomstbestendigheid (bereikbaarheid stad Nijmegen en regio) wordt vanuit de Groene Metropoolregio gekeken naar mobiliteitshubs waar mensen makkelijk kunnen overstappen van auto op bijvoorbeeld trein of bus. In het document wordt een zoeklocatie langs de A73 bij Beuningen genoemd. De gemeente ziet een kans om zo’n hub te gebruiken als nieuwe opstaplocatie voorbuslijnen 12 en 89 of wellicht als P&R locatie bij o.a. evenementen. In het mobiliteitsplan wordt aan de hand van de drie hoofddoelen besproken wat de gemeente wil bereiken ten aanzien van mobiliteit. De gemeente kijkt voor de verkeersveiligheid naar het verlagen van snelheden en het aanpassen van wegen en kruispunten. Ook doet de gemeente onderzoek naar o.a. de het exacte ruimtebeslag, uitdagingen (bijv. archeologie, watercompensatie, groen, grondaankopen etc.), kosten, fasering, van een nieuwe ontsluitingsweg voor de nieuwbouw in Ewijk.
De gemeente legt voor de gezonde mobiliteit de nadruk op fiets- en voetgangers en de gemeente kijkt specifiek of de fietsroute Batavierenpad verlengd kan worden richting Druten en of er nieuwe fietsroutes kunnen ontstaan via de Goudwerf richting Beuningen en tussen de Wilhelminalaan en de Groene Heuvels via de Elsenpas. De gemeente overweegt om de laatste fietsroute autovrij te maken. Voor de toekomstbestendigheid wordt vanuit de GMR gekeken naar een mobiliteit hub bij de open afrit van de A73 bij Beuningen. Hier ziet de gemeente kansen voor een opstapplaats van bussen en een P&R-locatie.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
28/39
16.
Gemeentelijke ‘Notitie functieverandering Buitengebied’
Dit document uit 2010 betreft de gemeentelijke uitwerking van de notitie functieverandering buitengebied voor functieverandering van vrijkomende (agrarische) bedrijfsgebouwen naar wonen. Het is een gemeentelijke uitwerking van regionaal en provinciaal beleid. De regionale beleidsregels maken ruimere nevenfuncties en niet agrarische functies (tot 750 m2) mogelijk bij het recreatief routenetwerk en beperken de mogelijkheden in de gebieden voor grondgebonden landbouw en veehouderij. De gemeenten kunnen vervolgens zelf bepalen op welke plaatsen en in welke mate gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die het regionaal beleid biedt (maatwerk). De notitie vult dit maatwerk in v.w.b. functieverandering naar wonen in Beuningen. Provinciaal beleid: functieverandering moet bijdragen aan een impuls voor de leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De functie wonen is een geschikte vorm van (her)gebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied. Er wordt uitgegaan van een reductie van tenminste 50% van de bebouwing, waarbij het resterend oppervlak aan gebouwen kan worden hergebruikt voor wonen. Regionaal beleid: bij hergebruik is het uitgangspunt dat maximaal twee woongebouwen mogen worden gerealiseerd en tenminste 50% van de bebouwing wordt gesloopt. Geen voorwaarden aan aantal woningen per woongebouw.
Sloop en vervangende nieuwbouw kent ook eigen regels, alsook glastuinbouw. Gemeentelijk beleid: -
-
-
Hergebruik: er mogen maximaal twee woongebouwen ontstaan en 50% moet worden gesloopt (dat vormt de noodzakelijke verevening, verevening kan ook op andere wijzen plaatsvinden als dit verbetering van ruimtelijke kwaliteit oplevert). Bij hergebruik van karakteristieke en/of monumentale bebouwing vormt het behoud van deze bebouwing bijv. de verevening. Binnen een woongebouw mogen max. 4 appartementen of max. 3 eengezinswoningen worden gerealiseerd. Sloop/nieuwbouw: vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd ter grootte van maximaal 50% van de gesloopte bebouwing. Meestal vormt de sloop de verevening, maar er kunnen ook aanvullingen zijn middels een aantal mogelijkheden (benoemd in het stuk). Afmetingen waarbij sloop/nieuwbouw mogelijk is staan in het document. Glastuinbouw (zie document)
Het document “B&W-voorstel Toevoeging functieveranderingsbeleid buitengebied en saldering” uit 2013 maakt een aanvulling op de notitie functieverandering. Deze toevoeging heeft betrekking op de mogelijkheden van saldering (gesloopte m2 bedrijfsvoering elders op een perceel inzetten voor vervangende nieuwbouw van woningen). Kortweg houdt de notitie in dat dit niet automatisch mogelijk is, want het uitgangspunt is om de locatie van het gesloopte pand aan te houden. Salderen kan alleen na overleg en als dit een duidelijke planologische meerwaarde heeft. Ook kan bouwruimte niet tussen verschillende projecten gespreid worden. Dit document vormt het VAB-beleid (beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven) voor omvorming naar woningen. De overkoepelende provinciale/regionale regels waar dit beleid uit voortvloeit zijn gedateerd, en daarmee ook de gemeentelijke regels. De regels zeggen wel iets over de mogelijkheden voor toevoeging van woningen in het buitengebied. Zodoende zijn ze relevant richting de ruimtelijke kaders voor het kommengebied als het gaat om functie- en verdichtingsmogelijkheden in het buitengebied. Het functieveranderingsbeleid wordt op dit moment echter geactualiseerd. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kansen voor meer diversiteit, met het idee dat alleen woningen toevoegen leidt tot een verarming van het landelijk gebied.
Het functieverandingsbeleid en ruimtelijk kader trekken samen op.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
29/39
Provincie, waterschap en regio 17.
Omgevingsvisie provincie Gelderland
De Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ van de provincie Gelderland (2018) staan de provinciale doelen en waarden voor de Gelderse ruimte en leefomgeving. NB: de provincie geeft op haar website aan dat de omgevingsvisie Gaaf Gelderland uit 2018 niet meer actueel is en toe is aan vernieuwing. In januari 2024 is zij dan ook gestart met een intensief traject om de omgevingsvisie te vernieuwen. Dat maakt claims uit de bestaande provinciale visie minder hard. De focus ligt op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Dit moet bereikt worden door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen 4. Biodiversiteit: werken met de natuur 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam De ambities zijn in meerdere of mindere mate relevant voor buitengebied/kommengebieden, maar het karakter van de visie is logischerwijs erg hoog-over. Samen met het feit dat de visie vernieuwd wordt betekent dit dat er weinig aanknopingspunten zijn om nu mee te nemen richting de ruimtelijke kaders voor het kommengebied.
18. Regioarrangement Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen Het regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen beschrijft de ambities, doelen en opgaven voor de fysieke leefomgeving rondom de hoofdopgaven energie/economie, verstedelijking/wonen (incl. mobiliteit) en landelijk gebied. In het document worden drie sturende principes onderscheiden: ruimtelijke kwaliteit, water en bodem sturend, en brede welvaart. Deze worden behandeld aan de hand van drie verhaallijnen: landbouw en natuur, klimaat en energie, en leefbare dorpen en steden. In de Groene Metropoolregio is er bij een aantal gebieden sprake van (grote) ruimtedruk en mobiliteitsdruk. Daarom heeft de regio een paar gebieden in het vizier waarbij ze een gebiedsproces wil starten. Een van de gebieden waar de regio een gebiedsproces wil starten, is het gebied tussen Nijmegen-West, Beuningen en Wijchen. Een gebiedsproces houdt in dat het gebied een speciale aanpak krijgt waarbij met belanghebbenden/partners keuzes en of combinaties van opgaven in beeld gebracht worden. De verschillende ruimteclaims worden tegen elkaar opgelegd om te kijken waar zaken gecombineerd kunnen worden en waar gekozen moet worden. Deze keuzes worden vervolgens weloverwogen en gezamenlijk gemaakt door te vertalen naar lokaal of provinciaal omgevingsbeleid én begrotingen.
Een volgende stap is om per gebied een plan van aanpak te ontwikkelen en uit te voeren. Het uitgangspunt voor het gebiedsproces is dat voorkomen wordt dat het stedelijke wegennet wordt overbelast. Punt vijf van de eerste verhaallijn gaat over klimaatadaptatie bij hoge zandgronden en komgronden. Bij de komgronden speelt de problematiek van verdroging, wateroverlast bij piekbuien en grondwateronttrekking. Onttrekking van het grondwater voor drinkwater, landbouw of industrie, zorgt voor een (lokale) daling van de grondwaterstand. Daarom wordt er gekeken naar maatregelen om het (grond)water langer in het gebied te houden. Daarbij wordt gezocht naar verbetering van de bodemkwaliteit in de komgronden om zo het waterbergende vermogen, de sponswerking, van de bodem te vergroten. Punt acht van de eerste verhaallijn gaat over een gedifferentieerde aanpak voor de verduurzaming van de landbouw. Dit heeft onder andere betrekking op de komgebieden tussen Beuningen en Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
30/39
Wijchen. De regio wil dit op twee manieren aanvliegen. Enerzijds kan de kringlooplandbouw ondersteund worden op de plekken waar daar energie voor is. Anderzijds kunnen gebiedsprocessen gefaciliteerd worden in de landbouwhubs. Dit helpt agrariërs en andere betrokkenen hier korte ketens en groenblauwe dooradering te realiseren via een dekkend en langdurig verdienmodel. De kwaliteit van het landschap is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Er wordt gezocht naar verbreding van de agrarische bedrijfsvoering en alternatieve verdienmodellen waarbij de ecologische en landschappelijke kwaliteiten op die plekken worden versterkt en/of behouden. In het regioprogramma van de Groene Metropoolregio wordt benadrukt dat er bij een aantal gebieden, waaronder tussen Beuningen en Nijmegen, grote ruimtedruk is en dat er daarom keuzes moeten worden gemaakt.. De regio zet in op maatregelen tegen droogte en wateroverlast bij de komgronden in de regio en wil daarom het grondwatergebruik beperken en de bodemkwaliteit van de komgronden vergroten. De regio zet ook in op verduurzaming van de landbouw en wil hiervoor kringlooplandbouw ondersteunen of gebiedsprocessen faciliteren in de landbouwhubs.
19. Streekgids Land van Maas en Waal – Deelgebied Oeverwal en kom van Beuningen De streekgidsen Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap zijn in opdracht van de provincie Gelderland opgesteld met als doel te sturen en inspireren op een goede streekeigen vormgeving en inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in de provincie Gelderland. In de streekgids worden per deelgebied de kernkwaliteiten uitgewerkt die in vier thema’s besproken worden (met tussen haakjes wat daarin terugkomt m.b.t. het kommengebied): -
Landschappelijk karakteristiek (grootschalige rationeel verkavelde kom) Openheid, beslotenheid en ruimtebeleving; (waardevol (middel)groot open komgebied van Beuningse- en Winssensche Veld) Ordenende structuren; (de weteringen en leigraven door het hart van de kom en de snelwegen en N322) Stad-landrelatie (stedelijke ontwikkelingen (woonwijken, bedrijventerreinen) gekoppeld aan A37)
Daarnaast zijn per deelgebied ontwikkeldoelen en -principes uitgewerkt. Voor het kommengebied zijn dat: -
-
Versterk herkenbaarheid van de kommen: onderscheidend grondgebruik en inrichting. Dat wil zeggen als uitgangspunt nemen om het onderscheid tussen de kom en omliggende landschappen te versterken, d.m.v.: – Vernatten van de laagste delen van de kom – Het grondgebruik volgt de natuurlijke omstandigheden (broekbossen, grienden en waterberging in de natste delen, extensieve landbouw op de iets hogere delen) – Afwisseling van open en meer besloten delen (‘open kamers’). Zichtlijnen over het landschap respecteren; – Versterken van het recreatief netwerk door de kom, verbindt de kernen ecologisch en recreatief met de rivierduinen aan de overzijde van de kom, door natuurstroken. Weteringen en leigraven markeren: beleefbaar en manifest maken als structuurdragers van de kom, in combinatie met natuur-, klimaat- en wateropgaven.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
31/39
–
-
Maak van de weteringen robuuste structuren door aan weerszijden een brede zone te ontwikkelen als waterbergingsgebied in combinatie met natuurontwikkeling, als broekbossen of rietvelden. Kies hierbij bewust voor lage of opgaande natuur, passend in het landschap; – Behoudt het rechte, gekanaliseerde karakter van de weteringen als gegraven waterlopen en behoud de aanliggende verkavelingsstructuur; – Ontwikkel recreatieve routes langs de weteringen met aansluitingen naar de kernen op de oeverwallen en rivierduinen; – Ontwikkel de waterlopen als doorgaande, herkenbare, blauwe lijn, ook binnen dorps- en stadskernen. Ontwikkel een groen-blauw raamwerk: gebiedsoverstijgend landschapspark met als onderdeel het kommengebied (zie document voor bijbehorende principes)
In de streekgids komen de inmiddels meermaals benoemde karakteristieken van het gebied terug. De kernkwaliteiten vormen een goede basis als onderlegger van het gebied. De ontwikkeldoelen en principes vormen bruikbare elementen om door te vertalen in ruimtelijke kaders voor het kommengebied.
20.
Waterschapsbeleid
Er ligt voor wat betreft oppervlaktewater weinig specifiek gemeentelijk waterbeleid maar de gemeente conformeert zich in principe aan Waterschapsbeleid. Daarop wordt nu een actualisatie gedaan en belangrijk om te noemen is dat hier mogelijk (extra) ruimtevraag uit kan komen. In het kommengebied zijn er daarnaast wel veel eigendommen van het waterschap, waarmee zij wel een belangrijke stakeholder in het gebied vormt.
Beleid in ontwikkeling 21.
Beleid in ontwikkeling
Er is behalve beleid dat is vastgesteld ook beleid dat op dit moment nog in ontwikkeling is. Waar mogelijk is het relevant om hier al rekening mee te houden in de te maken keuzes voor het kommengebied. Het betreft: • Functieveranderingsbeleid/ transitiebeleid buitengebied o Huidig beleid wordt herzien gericht op omvorming bestaande agrarische bedrijven gericht op verbreding en evt. afschalen landbouw • Energiebeleid o Verouderd, wordt geactualiseerd (zie toelichting eerdere paragraaf) o Hoe om te gaan met verzoek voor kleine windmolens op agrarische erven? Hiervoor heeft de gemeente op dit moment geen beleid. • Economisch o Economisch beleid wordt vanuit de uitgangspunten in de omgevingsvisie ontwikkeld. o Op dit moment wordt de Toekomstvisie Bedrijventerreinen gemeente Beuningen opgesteld. Besluitvorming over deze visie staat gepland voor eerste kwartaal 2025. o Via de groene metropool regio komt in 2025 een nieuw Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028 voor besluitvorming in de raad. o Speerpunt in de omgevingsvisie is het ‘Zorgen voor voldoende bedrijventerreinen behouden en versterken van toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen’. Hier bouwt het economisch beleid op voort.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
32/39
Andere documenten (o.a. ingediende visiedocumenten agrarische sector) 22.
Kijk op agrarisch Beuningen
NB: dit stuk is een opiniestuk vanuit agrariërs en geen vastgesteld beleid. Dit document is opgesteld vanuit het belang van de huidige gebruikers. Naast de agrariërs zijn er ook gebruikers/belangen die een rol spelen in het gebied. Voor de volledigheid is het relevant te melden dat deze andere gebruikers en belangen niet uitputtend zijn opgenomen/geraadpleegd voor deze beleidsscan. De reden om dit specifieke document op te nemen, is omdat het agrarisch gebruik op dit moment de meest dominante vorm van gebruik is. Daarnaast zijn veel agrariërs ook eigenaar en/of pachter van een groot deel van de grond in het kommengebied. Werkgroep Agrarisch Beuningen is in juli 2022 tot stand gekomen door grote zorgen over stikstofbeleid en verschillende gebiedsvisies in de gemeente. De sector ziet ontwikkelingen bij elkaar komen en mist beleid voor agrarisch toekomstperspectief. De werkgroep is er voor alle agrariërs en ondernemers in het groen in de gemeente Beuningen. Zij heeft een ‘kijk op agrarisch Beuningen’ opgesteld waarin zij aangeeft wat haar zorgen, wensen en ambities zijn voor agrarisch Beuningen. De gemeente wordt hierin opgeroepen om te komen met een lokaal en integraal toekomstperspectief voor het buitengebied. Het document loopt verschillende aspecten langs. -
-
-
-
Ruimte: Voor een gezonde en sterke agrarische sector in de gemeente Beuningen is ontwikkelingsruimte van groot belang, om allerlei redenen (meer grondgebonden veehouderijen, extensivering, meer biodiversiteit, kortere voedselketens, veevoer van dichtbij, en samenwerkingen met collega’s). Andere opgaven beperken in de gemeente Beuningen juist steeds meer de ruimte voor de agrarische sector. Individuele bedrijven hebben meer areaal nodig, maar dan is ook toekomstperspectief nodig, waarvoor boeren een lokaal integraal gebiedsperspectief een belangrijk instrument kan zijn, aldus de werkgroep, met als wenkend perspectief een betere Beuningse landbouwstructuur. Om de maatschappelijke wensen aan landbouw te kunnen voldoen, stelt de werkgroep in feite een aantal voorwaarden, zoals zorgvuldige omgang met landbouwgrond, nieuwe verdienmodellen, behoud van zo veel mogelijk landbouwareaal, etc. Agrarische functies: Er is voldoende schaal en ruimte nodig in bouwblokken om moderne agrarische functies rendabel te krijgen. Vrijkomende landbouwgrond moet volgens de werkgroep agrarische bestemming behouden. Ook aan verbreding met nevenactiviteiten (recreatie, zorg en detailhandel op de boerderij) moet door de gemeente ruimer beleid en een faciliterende/ regulerende aangehouden worden.
VAB-beleid moet volgens de werkgroep zorgen voor mogelijkheden om te kunnen slopen en bijvoorbeeld rood voor rood aan de randen van de kernen te stimuleren. Optimalisatie en ontwikkeling van bedrijven: strategische keuzes bedrijven mogelijk maken Lokale marktkansen: belemmeringen voor thuisverkoop zoveel mogelijk wegnemen Natuur en landschap: agrarische ondernemers betrekken bij beheer natuur en hen hiervoor belonen. Volgens werkgroep is er geen verdere uitbreiding nodig, maar kan wel inspelen op lokale specifieke wensen. Werkgroep vindt het van belang dat boeren de regie houden over landschapselementen en ook kunnen gaan verdienen aan het beheer ervan. Arbeid, personeel en huisvesting: goede huisvesting van seizoenarbeiders, liefst mogelijk maken op eigen bedrijf. Behoud verdienmodel lage emissies: werkgroep wil niet gekort worden op dieraantallen of afgerekend worden op onrealistische aantallen, en in gesprek over het toekomstperspectief, kavelruil stimuleren en ruimte krijgen voor innovatieve oplossingen. Gebiedsprocessen: de werkgroep constateert verschillende gebiedsprocessen zonder integrale agenda en getrechterd overzicht.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
33/39
o o
o
o o o
Wonen en industrie: voorkeur eerst te kijken binnen de kernen voordat wordt gekeken naar het buitengebied. Mobiliteit en infrastructuur: zuidelijke structuurweg onder Ewijk die het kommengebied doorsnijdt wordt als bedreigend ervaren. De angst is dat er een as van toekomstige ontwikkelingen ontstaat met forse ruimteclaims in het kommengebied. Daarnaast wordt gesteld dat de plattelandswegen onvoldoende zijn aangepast aan de huidige tijdsgeest en afname verkeersveiligheid op polderwegen. Aandacht voor meer vrijliggende fietspaden. Energie: viertal zonnevelden zijn volgens de werkgroep ogenschijnlijk willekeurig gesitueerd zonder goed rekening te houden met aangrenzende grondgebonden bedrijven, stelling moet zijn niet nog meer landbouwgrond te offeren. Er wordt ook geopperd om te kijken naar biogas in de vorm van een energiehub van monovergisters. Zandwinning: constatering dat veel landbouwgrond hiervoor is opgeofferd, echter geen stellingname. Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied: geeft nu nog niet veel beperkingen, maar wel onzekerheid op de langere termijn. Recreatie: tijdens evenementen (zeker bij de gewenste intensivering) is er grote impact op het wegennet, de werkgroep vindt het onwenselijk dat landbouwverkeer dan door de kernen moet en vindt het toegankelijk houden van de Ficarystraat tijdens evenementen belangrijk.
M.b.t. deze gebiedsprocessen wordt de gemeente opgeroepen om de agrarische belangen mee te wegen in gebiedsprocessen en niet roekeloos landbouwgrond op te kopen voor woningbouw of bedrijventerrein. Zij willen dat dit in goed overleg gebeurt, zodat blijvende agrarische ondernemers kunnen profiteren van herverkaveling en aangepaste ontsluitingen. De Werkgroep agrarisch Beuningen geeft een aantal heldere wensen mee voor het agrarische buitengebied van Beuningen. Hoofdlijnen hieruit zijn: het behoud van voldoende ontwikkelruimte voor agrarische doeleinden (in bouwblokken en areaal), ruimte in beleid (voor o.a. functieverbreding, VAB (vrijkomende agrarische bedrijven), thuisverkoop, huisvesting van seizoenarbeiders) en het integraal bekijken van verschillende gebiedsprocessen, waarbij met name gewezen wordt op de impact op en opoffering van landbouwgrond voor andere doeleinden. Omdat het kommengebied hoofdzakelijk agrarisch gebied zijn de agrariërs een belangrijke gesprekspartner bij het verkennen van toekomstige ontwikkelingen.
23.
Informatienota B&W Kijk op Agrarisch Beuningen
Dit document betreft een informatienota voor B&W behorende bij het document “kijk op agrarisch Beuningen”. De memo bespreekt de kernboodschap en wat de agrarische sector vraagt aan de gemeente, hoe dit zich verhoudt tot het gemeentelijk/regionaal beleid en een advies hoe dit verder te brengen. De memo bevestigt met de constatering dat er veel speelt en dat nu het moment is om met agrariërs om tafel te gaan. De vraag van de agrarische sector om beleid ten aanzien van een toekomstbestendige agrarische sector sluit aan bij het speerpunt uit de Omgevingsvisie om de agrarische functie als drager van het landschap te behouden. Daarnaast wordt geconstateerd dat door GMR en provincie voor veel opgaven gekeken wordt naar locaties die nu agrarisch zijn. Daarom benadrukt de memo het belang van een integrale visie in GMR-verband op het buitengebied en het toekomstperspectief van de agrarische bedrijven. De suggesties van de werkgroep sluiten redelijk goed aan bij de Omgevingsvisie, stelt de memo. De gemeente wil het gesprek aangaan en de agrarische sector betrekken bij de verdere visievorming. Ook wordt het aanstellen van een accountmanager agrarische ondernemers als een goed idee beschouwd. Er worden drie stappen benoemd:
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
34/39
-
-
In de GMR de inpassing van de agrarische sector in samenhang met de andere opgaven bespreken Parallel daaraan is het van belang om in de komende tijd in gesprek te blijven met (een vertegenwoordiging van) de agrarische sector in de gemeente Beuningen. Er zal een vervolggesprek moeten plaatsenvinden met wethouder economie en accountmanager. In dat gesprek moet aandacht gegeven worden aan de vraag uit de visie “Kijk op agrarisch Beuningen” en de planning en aanpak voor de komende tijd besproken worden. Zodat iedereen weet waar men aan toe is. In omgevingsprogramma’s wordt de visie in samenhang met de andere beleidsvelden verder uitgewerkt.
Er wordt met name benoemd om het gesprek aan te gaan en de neergelegde Kijk op agrarisch Beuningen mee te nemen naar de regio en in de uitwerking van omgevingsprogramma’s.
24.
Landbouwvisie ZLTO Rijk van Nijmegen
In dit document beschrijft de agrarische vereniging ZLTO haar visie voor de landbouw in het Rijk van Nijmegen en de rol van agrariërs voor de aankomende jaren. In het algemeen wordt vooral aangegeven dat agrariërs mee willen praten over de oplossingen voor de grote opgaven die de aankomende jaren een rol spelen in de regio, zoals stikstof, natuurherstel en water/bodemkwaliteit. In het document wordt ook specifiek aandacht besteed aan de gemeente Beuningen. Hierbij is aangegeven dat veel van de agrariërs in het gebied tegenwoordig aan de slag zijn met multifunctionele en/of brede landbouw (terras, kinderopvang, lokale afzet, etc.). Daarnaast is aangegeven dat het aantal boeren in de regio laag is (circa 1% van de bevolking) en zal blijven dalen in de aankomende jaren, waardoor reductiedoelstellingen voor klimaat en natuur waarschijnlijk gehaald worden, zonder dat ingrijpen nodig is. Als belangrijkste opmerking wordt aangegeven dat er nog onzekerheden bestaan rondom beleid vanuit de gemeente en regio. Daarom wordt sterk aangeraden boeren te betrekken in gesprekken om gezamenlijk tot meerwaarde te komen. De agrariërs kunnen een belangrijke rol spelen in water en bodem kwaliteit, klimaat- en energievraagstukken, landschapskwaliteit, en de lokale economie. In dit document wordt in grote lijnen de visie van ZLTO besproken.
Daarnaast wordt specifiek voor Beuningen beschreven wat de visie tot 2030 moet zijn. Het belangrijkste punt daarbij is dat agrariërs onzekerheden ervaren vanuit de gemeente en de regio over het totaalplaatje van visies en opgaven voor het gebied. Daarom wil ZLTO dat agrariërs actief betrokken worden in de gesprekken over oplossingen en doelstellingen, zodat gezamenlijk meerwaarde gecreëerd kan worden.
25.
Andere externe relevante ontwikkelingen kommengebied
Naast wat in externe documenten opgeschreven is aan visie, is er ook een aantal (‘externe’) ruimtelijke ontwikkelingen bekend die invloed hebben op het Beuningse kommengebied. Deze worden hieronder opgesomd: -
Locatie voor een middenspanningsstation waar door Liander in dit gebied naar wordt gezocht. Windmolens gemeente Wijchen die aan de zuidzijde van de gemeente aan de gemeentegrens worden ontwikkeld. Ontwikkelingen snelwegen A73 en A50 waar rekening wordt gehouden met eventuele toekomstige verbredingen.
Deze ontwikkelingen dienen in acht te worden genomen bij het opstellen van het Ruimtelijk Kader voor het kommengebied.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
35/39
Bijlage 2: thematisch schema kommengebied Beuningen Thema’s
Ambities
Landbouw
▪
▪ ▪
Combinatie met (kleinschalige) recreatie en toerisme binnen bestaande erven/bebouwing (enige functieverbreding) Lokale kringloop versterken Schaalvergroting in de landbouw is realiteit, maar wel graag met behoud van huidige landschapsschaal.
Schuurt met ▪
▪
Ruimtevraag vanuit andere sectoren zoals woningbouw, energie (vooral zon op veld), mobiliteit en (niet agrarische) bedrijven gaat ten koste van agrarische bedrijven. Waterbergende functie (soms) Woningbouw: spuitzones en hindercirkels
Kansen ▪
▪ ▪ ▪ ▪
Thema’s
Ambities
Landschap en biodiversiteit
▪
▪
▪
De ambities op het gebied van landschap en biodiversiteit zijn in overeenstemming met de provinciale karakterschets van het kommengebied en de provinciale en regionale ambities op het gebied van landschap. Toevoegen van structuren langs wegen of wetering conflicteert niet automatisch met de kenmerkende openheid. Versterken groenblauwe dooradering met respect voor kenmerken openheid en kavelstructuur.
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
Schuurt met ▪
▪
▪ ▪
Verschil van inzicht tussen gemeente en agrariërs over wat nodig en/of wenselijk is qua ruimte voor landschap en biodiversiteit. Vergroten van biodiversiteit versus / in combinatie met behouden van gelijke agrarische functies Energie (wind en zon) (potentieel) Geen gemeentelijk grondeigendom, dus weinig mogelijkheden om echt regie te voeren
Uitgangspunten vanuit beleid
Bij verdwijnen landbouwgrond voor andere doeleinden agrarische ondernemers laten profiteren van herverkaveling en aangepaste ontsluitingen Verbreding, meer variatie in functie mogelijk maken Functieverandering bij laten dragen aan andere ontwikkelingen Groen/blauwe diensten door agrariërs Groene mantel combineren met 3m strook bij watergangen
Kansen ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
Behoud ruimte en functionaliteit bestaande bedrijven. Ruimte (fysiek en functioneel) voor ontwikkeling en innovatie
Uitgangspunten vanuit beleid
agrariërs betrekken bij planning, realisatie en beheer groenblauwe dooradering Versterken kommengebieden als groene zone Groene mantel combineren met 3m strook bij watergangen Agrarisch natuurbeheer over langere termijn (maar kwetsbaar i.v.m. “waan van de dag” en individueel belang)
36/39
▪
▪
Versterken van de landschappelijke structuur middels laanbeplanting langs de doorgaande wegen Biodiversiteit en natuurwaarden toevoegen langs de weteringen (lokaal gecombineerd met opgaande beplanting)
Relevante beleidsstukken ▪ ▪ ▪
Gebiedsvisie Landbouwvisie ZLTO Rijk van Nijmegen Kijk op Agrarisch Beuningen
Relevante beleidsstukken ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Gebiedsvisie LOP Groenbeleidsplan Streekgids Land van Maas en Waal Toetsingskader Historische Linten Ewijk
“advies” / “denkrichtingen” Uitbreiden VABmogelijkheden / functieverbreding belangrijk daarbij om ook iets te geven. Ontwikkelruimte mag ook om investering in het kommengebied vragen. Bijvoorbeeld door het oprichten van een landschapsfonds waar boeren of andere ondernemers een bijdrage in storten bij omvorming/ontwikkeling. ▪ Ontwikkelingen moeten een dienst leveren aan de omgeving. Anders kan het wellicht beter elders in de gemeente. “advies” / “denkrichtingen” ▪
▪
▪
Kies een richting, zorg voor een duidelijk ontwikkelperspectief en continuïteit. Versterken van landschap en biodiversiteit als wisselgeld vragen bij ontwikkelingen – en dit opnemen in beleid
Thema’s
Ambities
Recreatie en toerisme
▪
▪
Ontwikkelen recreatief netwerk en betere verbinding tussen de dorpen en Het Broek Vergroten biodiversiteit en groenblauwe dooradering
Schuurt met ▪
Ruimte vraag (biodiversiteit, landschap, fietsstructuur) versus landbouw
Kansen ▪
▪
Thema’s
Ambities
Energie
▪ ▪ ▪
5 windturbines en 4 zonnevelden in ontwikkeling Toekomstige ambities? Netversterking – uitbreiding hoog- en/of middenspanning stations
Schuurt met ▪ ▪
Landbouw – niet nog meer grond innemen Risico bij toevoegen woonfuncties, vanwege veiligheid/milieuhinderaspecten kunnen energie en wonen mogelijk botsen (= aandachtspunt bij ruimhartig toestaan omvorming naar woningen bij vab’s)
Kansen ▪
▪
▪
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
Het Broek biedt goede kansen voor het combineren van recreatie en toerisme met het vergroten van biodiversiteit en landschappelijke kenmerken. Functieverbreding bij bestaande agrarische bedrijven
Landbouw – biogas – monovergisters vraagtekens bij monovergisting. Wat is de robuustheid van zo’n systeem als het aantal agrariërs juist afneemt? Duidelijk kans is om vraag en aanbod van energie in dit gebied bij elkaar te brengen. Er is straks heel veel aanbod van energie in het gebied (energie-efficiënt om hier grote energie-vragers ruimte te bieden) Kansen voor waterhuishouding i.c.m. energie?
Uitgangspunten vanuit beleid ▪
Extensieve recreatieve voorzieningen op/bij bestaande agrarische bouwvlakken
Uitgangspunten vanuit beleid ▪
Visie wordt geëvalueerd en daarna geactualiseerd
Relevante beleidsstukken ▪ ▪ ▪
Gebiedsvisie Visie recreatie & toerisme Omgevingsprogramma recreatie & toerisme buitengebieden
Relevante beleidsstukken ▪ ▪
Gebiedsvisie Energievisie Energiek Beuningen
“advies” / “denkrichtingen” ▪
Focus ligt meer op knelpunten oplossen/verbeteren dan op ontwikkelen nieuwe (wandel en fiets)routes
“advies” / “denkrichtingen” ▪
Zonnevelden en windmolens staan vast, onderstation lijkt ook met grote waarschijnlijkheid in kommengebied te landen. Dit alles maakt dat het kommengebied ook bekeken zou kunnen worden als een gebied waar de nadruk verschuift van dominant agrarisch landschap naar een ‘energielandschap’. Dat betekent minder landbouw. Energielandschap kan dan de drager worden voor landschapsontwikkeling
37/39
Thema’s
Ambities
Mobiliteit
▪
▪
▪ ▪ ▪
Ontsluiting nieuwe woonlocaties, o.a. nieuwe ontsluitingsweg Ewijk Uitbreiding fietsroutes tussen de dorpen en het kommengebied (Druten, Groene Heuvels) Mobiliteitshub op- en afrit A73 met kansen voor P&R Toekomstige verbreding A50? ….
Schuurt met ▪
▪
Thema’s
Ambities
Woningbouw
▪
▪
▪
Structuurmodel Winssen – uitbreiding bebouwing tot aan Van Heemstraweg en verdichting aan de linten Structuurmodel Ewijk – nieuwe woonbebouwing tussen Ewijk- A73 en A50 Ontwikkelingen bij Weurt nog niet duidelijk
Schuurt met ▪
▪
▪
▪
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
verschillende sectoren willen de fietsstructuur in het Kommengebied verbeteren (recreatie, mobiliteit, landbouw, landschap). Maar tegelijkertijd levert het verbeteren van de fietsstructuur knelpunten op. Het ontwikkelen van vrij liggende fietspaden als voorbeeld. Dit kost ruimte. Ruimte die niet beschikbaar is. Want in de huidige berm willen we biodiverse bermen en/of laanstructuren ontwikkelen. En de agrariërs kunnen/willen geen grond meer verliezen. Nieuwe rondweg/ontsluiting Ewijk zuid kan een aanleiding zijn voor andere niet agrarische ontwikkelingen in dit gebied. Deze ontwikkelingen conflicteren met belangen van landbouw en landschap.
Landschap en recreatie - Bij Winssen zuid en Ewijk zuid zal het karakteristieke contrast tussen oeverwal en komgronden vervagen als gevolg van de geplande woningbouw. Vista’s en groene doorkijkjes uit visie Historische linten Ewijk staan onder druk door de ontwikkeling van bebouwing Ewijk zuid Woningbouwambitie beperkt bestaande agrarische bedrijven (i.i.g. Ewijk zuid en mogelijk lokaal bij linten Winssen)- daarom is het resterende kommengebied als landbouwzone extra belangrijk. En dus niet geschikt voor toevoegen losse woningen. Toevoegen losse woningen buitengebied mogelijk schurend met energie opwek (m.n. wind).
Kansen ▪
Verbeteren langzaamverkeer routes als faciliterend voor andere wensen (recreatie, gezonde leefomgeving, beleving landschap)
Uitgangspunten vanuit beleid ▪
▪ ▪
Kansen ▪
▪
▪
Groenstructuur Ewijk zuid ontwikkelen in relatie met visie Historische linten Ewijk Groenstructuur Winssen zuid en Ewijk zuid ontwikkelen passend bij het karakteristieke contrast tussen oeverwal en komgrond Woningbouwontwikkeling kan ook bijdragen aan versterken kwaliteit van landschap en recreatieve routes in de directe omgeving.
Vergroten verkeersveiligheid door het verlagen van snelheden en het aanpassen van wegen en kruispunten. Nadruk op gezonde mobiliteit met aandacht voor fiets- en voetgangers Toekomstbestendige mobiliteit - mobiliteitshub
Uitgangspunten vanuit beleid ▪
▪ ▪
Structuurmodel Winssen – uitbreiding bebouwing tot aan Van Heemstraweg en verdichting aan de linten Structuurmodel Ewijk – nieuwe woonbebouwing tussen Ewijk- A73 en A50 Ontwikkelingen bij Weurt nog niet duidelijk
Relevante beleidsstukken ▪ ▪ ▪
Gebiedsvisie Mobiliteitsvisie Mobiliteitsplan
Relevante beleidsstukken ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Gebiedsvisie Toetsingskader Historische Linten Ewijk Motie 10 puntenplan wonen Panorama 2040 omgevingsprogramma Woningbouw Omgevingsprogramma woningbouw o Structuurmodel Winssen o Structuurmodel Ewijk
“advies” / “denkrichtingen” ▪
Ontwikkelingen vanuit mobiliteit kunnen aanleiding zijn voor andere ontwikkelingen. Aanleg van een weg maakt een gebied meteen aantrekkelijker voor andere ontwikkelingen op gebied van bedrijvigheid, wonen of energie.
“advies” / “denkrichtingen” ▪
Kommengebied tussen Weurt ten Beuningen vraagt om een integrale gebiedsgerichte aanpak die de ruimtevraag voor woningbouw in balans brengt met de andere functies in dit gebied.
38/39
Bijlage 3: Kaart – Ruimtelijk kader kommengebied
Documentreferentie 250211 ruimtelijk kader kommengebied Beuningen
39/39