Bijlage 1 Rapport Werkbedrijf - Onderzoek naar de effectiviteit van WerkBedrijf Rijk van Nijmegen 2020-2024
Tekst van het document
Raad en college adequaat geïnformeerd over voortgang en resultaten Het college en de gemeenteraad zijn en worden periodiek geïnformeerd over de voortgang en resultaten op een wijze die recht doet aan de positie van beide organen. 7. Onvoldoende benutting van ervaringen uit vorige beleidsperiode Het is onduidelijk of en hoe ervaringen en resultaten uit de periode 2020-2023 zijn meegenomen in het beleidskader ‘Klaar voor nieuwe Kansen!’ 2024-2027. De uitgevoerde evaluatie beslaat niet de hele beleidsperiode. De inhoud van het beleidskader sluit aan op de inhoud van het vorige beleidskader ‘Werk Voorop!’, waarbij meer accent wordt gelegd bij de sociaal-maatschappelijke context van werkzoekenden.
23
Aanbevelingen Op basis van de bevindingen en conclusies uit dit onderzoek zijn er verschillende aanknopingspunten om de effectiviteit en sturing van het WerkBedrijf verder te versterken. De aanbevelingen richten zich zowel op de manier waarop beleid wordt voorbereid en geëvalueerd, als op de wijze waarop de gemeenteraad en het college hun kaderstellende en controlerende rol kunnen uitoefenen. Daarbij is gekozen voor een mix van strategische en praktische suggesties, die samen bijdragen aan beter zicht op resultaten, een doelgerichtere inzet van middelen en een transparantere verantwoording. 1. Structurele evaluatie en benutting van ervaringen Evalueer. Kijk terug voordat u nieuw beleid vaststelt en laat zien op welke wijze ervaringen zijn meegenomen. Aan het eind van de huidige programmaperiode (2027) heeft u daartoe een nieuwe kans; 2. Volledige operationalisering van ambities via doelenboom Operationaliseer alle ambities naar doelstellingen zodat de doeltreffendheid van het beleid breed is te volgen. Een hulpmiddel zoals een doelenboom – waarin ambities logisch worden vertaald naar doelen, subdoelen, activiteiten en indicatoren – kan hierin structuur aanbrengen en ook de controlerende rol van de gemeenteraad en college verbeteren; 3.
Heroverweging van aanpak prioritaire doelgroepen Heroverweeg daarbij de aanpak ten aanzien van prioritaire groepen, tenzij WerkBedrijf ten aanzien van deze groepen aantoonbaar (betere) resultaten laat zien; 4. Gericht inzetten van lokaal maatwerk op kansrijke groepen Zet bij de inzet van lokaal maatwerk in op die groepen in de gemeente Beuningen waar naar verwachting de kans op succes aantoonbaar het grootst is; 5. Actieve monitoring van bezuinigingen en resultaten Volg actief of de aan het WerkBedrijf opgelegde bezuiniging daadwerkelijk wordt gerealiseerd en hoe zich dit verhoudt met de resultaten;25 6. Periodieke agendering van sturingsinformatie in commissievergadering Overweeg om periodiek, in ieder geval bij de behandeling van de begroting en jaarstukken van het WerkBedrijf om de sturingsinformatie (factsheets en tussenrapportage) van het WerkBedrijf te agenderen in een commissievergadering; 7. Toezien op toepassing van indicatoren en streefwaarden Zie toe op het toepassen van de indicatoren en streefwaarden die de raad (in)zicht geven op de resultaten en historische data. 25
Deze taakstelling is vastgelegd in het regionaal beleidskader Arbeidsmarkt en re-integratie 2024-2027.Dit betreft een taakstellende bezuiniging op het Participatiebudget (budget Werk) ter grootte van € 1,2 mln., structureel vanaf 2025.
24
Bestuurlijke reactie Gemeente Beuningen
25
26
27
Bestuurlijke reactie Regio Rijk van Nijmegen
28
29
Nawoord Vooropgesteld dat wij het college van B&W erkentelijk zijn voor de door hem gegeven bestuurlijke reactie geeft deze ons aanleiding tot het maken van een aantal aanvullende opmerkingen. Het college stelt dat de bevinding dat er geen evaluatie is uitgevoerd over de hele beleidsperiode 2020-2024 te kort door de bocht zou zijn en verwijst daarbij naar de in 2022 uitgevoerde evaluatie. Het behoeft volgens de rekenkamer geen betoog dat een in 2022 uitgevoerd evaluatie nooit de periode 2020-2024 kan beslaan, zelfs wanneer het college betoogt dat deze evaluatie de periode bestreek vanaf de oprichting van het WerkBedrijf tot en met 2020. Voorts merkt het college op dat het te kort door de bocht zou zijn om alle kosten op pagina 10 van het rapport bij elkaar op te tellen en te scharen onder arbeidsparticipatie. In deze totalen zijn immers ook kosten opgenomen voor wettelijke taken van het Rijk (zoals loonkostensubsidie), die we verplicht uitvoeren en waarvoor we een 1-op-1 vergoeding ontvangen. Ook de kosten voor arbeidsmatige dagbesteding (WMO) zijn hierin meegenomen. Daardoor zou je deze uitgaven niet rechtstreeks kunnen afzetten tegen de resultaten, omdat de instrumenten verschillende doelen dienen.
Daarover hebben we in het rapport al een passage opgenomen, waarin we hebben uitgelegd dat de onder taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie opgenomen middelen weliswaar betrekking hebben op de activiteiten van Werkbedrijf, maar breder door Werkbedrijf worden ingezet dan enkel aan arbeidsparticipatie in enge zin, zoals door ons onderzocht. Maar omdat er geen verder specificering beschikbaar is die een vergelijking mogelijk maakt met andere gemeenten, we er toch hebben gekozen voor een vergelijking op taakveldniveau. De doelstelling is immers dezelfde, namelijk arbeidsparticipatie. Het hanteren van andere cijfers (dan taakveld 6.5) had een onderlinge vergelijking met andere gemeenten onmogelijk gemaakt. Graag hadden ook wij met meer stakeholders gesproken. Een dergelijke verbreding is achterwege gebleven nadat er een wisseling van het trekkerschap van het onderzoek heeft plaats gevonden. Zoals u bekend doet de rekenkamer in principe al het onderzoek zelf. Weliswaar had dit tot een verdere verdieping kunnen leiden, maar in de kern niets afgedaan aan door ons gedane bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Het is mooi dat het college zich geheel of ten dele herkent in de door ons gedane aanbevelingen! Wij merken echter op dat deze primair zijn gericht aan de gemeenteraad.
Uiteraard is het, indien de gemeenteraad deze overneemt, aan het college om hieraan opvolging te geven, eventueel gezamenlijk met de andere colleges van B&W uit de regio Nijmegen. Wij danken het bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen voor de reactie op ons rapport. In deze reactie wordt aangegeven dat de afgelopen jaren de doelen op het gebied van arbeidsparticipatie niet zijn behaald. Daarbij benadrukt de MGR dat arbeidsparticipatie breder moet worden bekeken dan alleen de uitstroom naar werk. Wat ons betreft raakt dit de kern van dit onderzoek. Staat immers, zoals de naam van het beleidsplan aangeeft (Werk Voorop!), werk inderdaad wel voldoende voorop? Die naam, maar dan voorzien van een vraagteken hebben we dan ook aan dit rapport gegeven.
30
Documentatie -
Begrotingen, jaarverslagen, (tussen)rapportages en factsheets WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, 2020-2024 Dienstenboek Meer dan werk, WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, 2020 Informatieprotocol 2020 MGR Rijk van Nijmegen De informatievoorziening van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen aan de deelnemende gemeenten 2020 Klaar voor nieuwe kansen! Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratie 2024-2027 Regio Rijk van Nijmegen, oktober 2023 Samen aan het werk voor ondernemers en kandidaten, Samenvatting evaluatie WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, 7 december 2021 Sterke werkwoorden, WerkBedrijf, 2013 Werk is de uitkomst, Rijk van Nijmegen, 2015 Werk Voorop! Arbeidsmarkt en Re-integratiebeleid 2020 t/m 2023, Rijk van Nijmegen, september 2019 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. https://www.WerkBedrijfrvn.nl/ https://www.regiorvn.nl/rapportages
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Interviews Gemeente Beuningen: -
Beleidsadviseur sociaal domein
WerkBedrijf Rijk van Nijmegen: -
Projectleider WerkBedrijf
31
Bijlagen 1. Referentiegemeenten. (Beuningen), De Wolden, Dongen, Elburg, Gemert-Bakel, IJsselstein, Lingewaard, Oldebroek, Overbetuwe en West Maas en Waal. 2. Gebruikte cijfers Venster voor Gemeenten
32