CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Groenbeheerplan 2025-2028

Raadsvergadering 4 februari 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Kwaliteitsniveau onderhoud openbaar groen19.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Van het totale areaal aan beplanting scoort dus slechts 2% een kwaliteitsniveau C of D.

Afbeelding 4.3: totaalresultaat technische inspectie ‘beplanting’

Geslotenheid Nadere detaillering naar de kwaliteitsaspecten is nodig om te kunnen bepalen wat de oorzaak is van de lagere kwaliteitsscores, zie tabel 4.4. Met uitzondering van de geslotenheid van de beplantingsvakken scoren alle kwaliteitsaspecten een A-kwaliteit. Het kwaliteitsaspect ‘geslotenheid/kale plekken’ scoort een C-kwaliteit en is daarmee de voornaamste oorzaak van de 2% aan C en D-kwaliteit . Dit betekent dat er in de beplantingsvakken sprake is van kale plekken ontstaan door het wegvallen van beplanting. Dit kan meerdere oorzaken hebben, zoals; betreding van beplantingsvakken of nieuwe aanplant die onvoldoende aanslaat of tot ontwikkeling komt.

40

Woekeronkruiden1 Hoewel de woekeronkruiden een A-kwaliteit scoren zijn er in ongeveer 17% van de beplantingsvakken woekeronkruiden aanwezig (A t/m D-kwaliteit). Woekeronkruiden zijn lastig te bestrijden onkruiden, waardoor de inspanning voor de onkruidbeheersing toeneemt. Deze onkruiden overwoekeren de gewenste beplanting en hebben daardoor een negatieve invloed op de technische staat van onze beplantingsvakken. Technische kwaliteit 'beplanting' 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Geslotenheid/kale plekken

Overkoken

Wortelonkruiden

Kaal oppervlak bosplantsoen

Conditie

Restlevensduur

A+

A

B

C

D

Afbeelding 4.4: resultaat per kwaliteitsaspect, ‘beplanting’

1

Kwaliteitsscore betreft alleen de aanwezigheid van ‘woekeronkruiden’ in beplantingsvakken en is niet representatief voor de kwaliteit van de onkruidbeheersing in beplantingsvakken.

41

Afbeelding 4.5: geslotenheid/kale plekken beplanting, C en D-kwaliteit

Afbeelding 4.6: woekeronkruiden, C en D-kwaliteit

Afbeelding 4.7: geslotenheid/kale plekken gazons/grasvelden, C en D-kwaliteit

42

4.2.2 Gras- en kruidachtigen Voor de categorie ‘beplanting’ zijn tijdens de technische inspectie Groen de volgende kwaliteitsaspecten beoordeeld: ● Geslotenheid; ● Vlakheid; ● Beschadigingen; ● Hoogteverschil berm; ● Geslotenheid/kale plekken. Afbeelding 4.8 geeft het totaalresultaat weer met betrekking tot de technische staat van de gras- en kruidachtigen. De totale score is een A-kwaliteit, waarbij 99% van de groenvakken voldoet aan een Bkwaliteit of hoger. Van het totale areaal aan gras- en kruidachtigen scoort dus slechts 1% een D-kwaliteit.

Afbeelding 4.8: totaalresultaat technische inspectie ‘gras- en kruidachtigen’

Geslotenheid Uit de meetresultaten per kwaliteitsaspect blijkt dat de geslotenheid van de gazons en het ruw gras de voornaamste oorzaak is voor de lagere kwaliteitsscores. Dit is zichtbaar in de hoeveelheid kale plekken in de gazons en/of het ruw gras, veroorzaakt door het gebruik (bv. bij trap- en speelvelden) of de inrichting (kale plekken onder bomen).

Afbeelding 4.9: resultaat per kwaliteitsaspect, ‘gras- en kruidachtigen’

43

4.3

Conclusie

Het areaal aan groenvoorzieningen bestaat voornamelijk uit bodembedekkers, bosplantsoen, hagen, heesters, ruw gras en grasvelden. Het areaal aan vaste planten en struikrozen is zeer gering. Struikrozen zijn zeer onderhoudsintensief en vanwege het lage ambitieniveau (C-kwaliteit) vaak in een slechte technische staat. Bij de vervangingsopgave van struikrozen vormen we de beplantingsvakken om naar een beheergroep met een lagere onderhoudsintensiteit (bv. heesters en bodembedekkers). De technische inspectie Groen geeft aan de hand van verschillende kwaliteitsaspecten (bv. geslotenheid en conditie) inzicht in de technische staat van de groenvoorzieningen. Uit de inspectie van 2023 blijkt dat de technische staat van zowel de beplantingen als de gras- en kruidachtigen voldoet aan een A-kwaliteit. Uit de kwaliteitsscores bij de verschillende kwaliteitsaspecten valt op te maken dat de aanwezigheid van kale plekken (geslotenheid) in beplanting, grasvelden en ruw gras de belangrijkste aandachtspunten zijn. In ongeveer 17% van de beplantingsvakken zijn woekeronkruiden aanwezig. Zonder ingrijpen zal het percentage aan woekeronkruiden in de beplantingsvakken snel toenemen met als gevolg dat de kwaliteit van de gewenste beplanting afneemt en de woekeronkruiden het beplantingsvak op den duur volledig gaan overwoekeren.

Het terugdringen van woekeronkruiden is noodzakelijk en kan alleen door de beplantingsvakken met woekeronkruiden te renoveren. Om de verdere verspreiding van woekeronkruiden te voorkomen is de vervangingsopgave

Afbeelding 4.10: voorbeeld woekeronkuiden in haag

gericht op de aanpak van de beplantingsvakken met woekeronkruiden. Vervangingsopgave Het resultaat van de technische inspectie Groen is belangrijkste input voor de vervangingsopgave. Het terugdringen van de woekeronkruiden en het omvormen van de struikrozen heeft prioriteit bij het programmeren van de vervangingsopgave. Met deze aanpak voorkomen we dat de conditie en restlevensduur van de gewenste beplanting versneld afneemt en dragen we in de toekomst zorg voor lagere kosten voor het dagelijks beheer en onderhoud. In hoofdstuk 6 (vervangingsopgave) van het Groenbeheerplan is het resultaat van de technische inspectie vertaald naar onderhoudsmaatregelen en de benodigde middelen voor het vervangingsonderhoud.

44

45

5 Dagelijks beheer en onderhoud Onder ‘dagelijks beheer en onderhoud’ verstaan we de jaarlijks terugkerende onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om de groenvoorzieningen op een goede manier te onderhoud (schoon, heel en veilig). Hierbij valt te denken aan zwerfafvalen onkruidbeheersing, het snoeien van beplanting en het maaien van grasvelden. Aan de hand van kwaliteitskeuzes biedt het Groenbeheerplan voor het dagelijks beheer en onderhoud twee scenario’s aan. Vervangingsonderhoud maakt geen onderdeel uit van de scenario’s en staat nader toegelicht in hoofdstuk 6. 5.1

Visie op groenbeheer

Aansluitend op het Groenbeleidsplan omschrijft hoofdstuk 3 de visie op het groenbeheer. In de visie zijn de thema’s uit het Groenbeleidsplan vertaald naar maatregelen voor het beheer en onderhoud van het groen, bijvoorbeeld het ecologisch maaien van grasvelden, bermen en oevers. Bij het berekenen van de benodigde middelen bij de twee scenario’s is rekening gehouden met de maatregelen uit de visie op het groenbeheer. Het gaat hier specifiek om de maatregelen die betrekking hebben op het dagelijks beheer en onderhoud van het groen. De maatregelen en de manier waarop deze zijn meegenomen in de twee scenario’s staan hieronder nader toegelicht. 5.1.1 Bladafval in beplantingsvakken Het laten liggen van bladafval in de beplantingsvakken draagt bij aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie en de kwaliteit van de beplanting. Belangrijke voorwaarde is dat er geen onveilige situaties mogen ontstaan (zie § 3.4.3). In scenario 1 en 2 zijn kwaliteitskeuzes gemaakt op basis van een indeling in functionele gebieden. Voor het opruimen van bladafval in de beplantingsvakken gelden, ongeacht de kwaliteitskeuzes in de scenario’s, de volgende uitgangspunten: ● We ruimen geen bladafval op buiten de bladvalperiode; ● Binnen de bladvalperiode hanteren we een C-kwaliteit voor het beheersen van bladafval in de beplantingsvakken.

Onder de ‘bladvalperiode’ verstaan we de periode in het najaar waarin de meeste bomen hun blad laten vallen. Het hanteren van bovengenoemde uitgangspunten betekent bijvoorbeeld dat we in de Accentzones in afwijking op het ambitieniveau (A-kwaliteit) het bladruimen in beplantingsvakken op een C-kwaliteit uitvoeren. In de praktijk laten we het bladafval in de beplantingsvakken liggen en worden alleen de randen van de beplantingsvakken uitgeblazen. Dit om te voorkomen dat bladafval vanuit de beplantingsvakken bijvoorbeeld op de verharding terechtkomt.

46

Met het hanteren van een C-kwaliteit geven we uitvoering aan onze visie op het groenbeheer, borgen we de veiligheid en voorkomen we verstikking van beplantingsvakken door een te dik bladerdek. 5.1.2 Ecologisch maaien Het ecologisch maaien van bermen, grasvelden en oevers draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Op dit moment passen we op ongeveer 15 hectare grasland ecologisch maaibeheer toe. De komende jaren willen we het areaal aan ecologisch maaibeheer gaan vergroten (zie § 3.3.2). De eerste stap is het in beeld brengen van de kansrijke locaties, zodat we deze vervolgens op kunnen nemen in het nieuw op te stellen onderhoudscontract. In de berekening van de scenario’s is rekening gehouden met de 15 hectare aan grasland waar we op dit moment ecologisch maaibeheer toepassen. De komende jaren zal het areaal aan ecologisch maaibeheer gaan toenemen. Dit betekent gelijktijdig dat de kosten voor het maaien van de grasvelden, bermen en oevers ook toenemen. In tegenstelling tot de reguliere manier van maaien zal de aannemer bij ecologisch maaibeheer het gemaaide gras na een periode van indroging moeten verzamelen en afvoeren. De extra kosten voor het ecologisch maaien bedragen per maaibeurt € 300 tot € 500 per hectare. Op dit moment is er nog geen volledig inzicht in de kansrijke locaties voor ecologisch maaibeheer. Vanaf 2025 gaan we hiermee aan de slag.

Middels de P&C-cyclus informeren we het college tijdig over het financiële effect van het ecologisch maaibeheer op de begroting. 5.1.3 Onkruidbeheersing jonge aanplant Om ervoor te zorgen dat nieuwe aanplant zich op een goede manier kan ontwikkelen, hanteren we de eerste 3 jaar na aanplant een hogere onderhoudsintensiteit voor de onkruidbeheersing. Dit doen we door ongeacht de kwaliteitskeuzes in beide scenario’s de eerste 3 jaar na aanplant de onkruidbeheersing op een A-kwaliteit uit te voeren. In de begroting van 2024 is € 60.000 beschikbaar gesteld voor de extra onderhoudsinspanning die nodig is om jonge aanplant te laten ontwikkelen tot vitale en volwassen beplanting. In de periode 2025 t/m 2028 hebben we in vergelijking met voorgaande jaren een grotere vervangingsopgave (zie hoofdstuk 6). Het areaal aan jonge aanplant zal de komende jaren vanwege de vervangingsopgave gaan toenemen. In beide scenario’s is voorgesteld om het budget van € 60.000 per jaar te behouden. Dit budget is op basis van de vervangingsopgave in het Groenbeheerplan toereikend genoeg om de onkruidbeheersing bij jonge aanplant op een A-kwaliteit te onderhouden. Hierbij is geen rekening gehouden met de extra middelen die nodig zijn als gevolg van bijvoorbeeld woningbouw, wijkrenovaties en de opgave vanuit de integrale programmering.

De extra benodigde middelen maken we op basis van deze opgaven separaat inzichtelijk en kunnen leiden tot fluctuaties op de begroting.

5.2

Kwaliteitsniveaus

Om de beeldkwaliteit van de openbare ruimte te beschrijven en meetbaar te maken, hanteren we in het Groenbeheerplan de vijf kwaliteitsniveaus van CROW. Alle vijf de kwaliteitsniveaus kun je in de praktijk aantreffen in de openbare ruimte. De niveaus variëren van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D). Voor het

47

vastleggen van een streefniveau (ambitieniveau) en het opstellen van onderhoudscontracten, hanteren we alleen de niveaus A, B en C. Kwaliteitsniveau D hanteren we niet als ambitieniveau of eis, omdat voor dit onderhoudsniveau geen onderhoud nodig is. Daarentegen is kwaliteitsniveau D wel nodig om in de praktijk te kunnen meten dat kwaliteitsniveau C niet is behaald. Kwaliteitsniveau A+ is vooral een opleverkwaliteit, die moeilijk voor langere tijd vast te houden is en kan om die reden niet als ambitieniveau worden gekozen. Zie als voorbeeld tabel 5.1 met daarin de prestatie-eisen voor onkruidbeheersing in beplanting. Kwaliteitsniveau

Omschrijving

Voorbeeld ‘onkruidbeheersing’

A+

Ongeschonden

Er is geen onkruid. Bedekking door onkruid: 0% per 100 m2

A

Mooi en comfortabel

Er is weinig onkruid. Bedekking door onkruid: ≤ 20% per 100 m2

B

Functioneel

Er is in beperkte mate onkruid. Bedekking door onkruid: ≤ 30% per 100 m2

C D

Onrustig beeld, discomfort of

Er is redelijk veel onkruid.

enige vorm van hinder

Bedekking door onkruid: ≤ 40% per 100 m2

Functieverlies,

Er is veel onkruid.

kapitaalsvernietiging en

Bedekking door onkruid: > 40% per 100 m2

onveiligheid Tabel 5.1: toelichting kwaliteitsniveaus A+ t/m D van CROW

5.3

Functionele gebieden

In het Groenbeleidsplan van de gemeente Beuningen is vastgelegd dat het ambitieniveau voor de ‘accentzones’ en de ‘centrumgebieden’ een A-kwaliteit is. De ‘accentzones’ zijn kleine groengebieden met een hoogwaardige inrichting en mooie beplanting, zoals bijzondere haagvormen, bloembollen of rijkbloeiende heestervakken. Het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen buiten de ‘accentzones’ en ‘centrumgebieden’ is versoberd, waarbij het Groenbeleidsplan omschrijft dat het gewenst is om in deze gebieden een hoger ambitieniveau te gaan hanteren. Het gaat hier bijvoorbeeld om de woon- en werkgebieden en het buitengebied. De kwaliteitskeuzes in scenario 1 en 2 zijn gebaseerd op de volgende indeling in functionele gebieden (zie afbeelding 5.2): ● Accentzones, incl. centrumgebieden; ● Woonwijken; ● Hoofdwegen ● Industrie/werkgebied; ● Buitengebied.

48

Afbeelding 5.2: indeling in functionele gebieden bij scenario 1 en 2

5.4

Kwaliteitskeuzes

Voor het dagelijks beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen zijn op basis van de indeling in functionele gebieden twee scenario’s opgesteld. Hierbij is het eerste scenario gebaseerd op de manier waarop we beheer en onderhoud in de huidige situatie organiseren. Scenario 2 is een voorstel voor het hanteren van een hoger ambitieniveau. In tegenstelling tot de andere assets (bv. wegen en meubilair) zijn groenvoorzieningen ‘levende producten’, waarbij een laag ambitieniveau voor het dagelijks beheer en onderhoud direct invloed heeft op de technische kwaliteit, de gemiddelde levensduur en de onderhoudsintensiteit. Industrie-

Accentzones

Hoofdwegen

Woonwijken

Scenario 1

A

C

C

C

C

Scenario 2

A

A

B

B

C

/werkgebied

Buitengebied

Tabel 5.3: kwaliteitskeuzes ‘dagelijks beheer en onderhoud’

Een C-kwaliteit als ambitieniveau leidt bijvoorbeeld tot een hogere onkruiddruk in de beplantingsvakken. De prestatie-eis voor onkruidbeheersing op een C-kwaliteit omschrijft immers dat er redelijk veel onkruid in beplantingsvakken aanwezig mag zijn, waarbij er maximaal 40% per 100 m2 bedekt mag zijn met onkruid en/of onkruidresten. De aanwezigheid van onkruiden gaat ten koste van de gewenste beplanting,

49

waardoor de technische staat van de beplanting verslechterd. Dit resulteert in dode takken, kale plekken in de beplantingsvakken of het overwoekeren van de gewenste beplanting. Het is daarom gewenst om voor het dagelijks beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen een hoger ambitieniveau te hanteren dan in de huidige situatie (scenario 1). Een hoger ambitieniveau leidt tot verbetering van de technische kwaliteit en de gemiddelde levensduur van de groenvoorzieningen. Dit draagt vervolgens bij aan de belevingswaarde van de groenvoorzieningen, een hogere bewonerstevredenheid en daarmee tot een afname van het aantal meldingen vanuit inwoners. 5.4.1 Scenario 1 Het eerste scenario is gebaseerd op de manier waarop we in de huidige situatie het beheer en onderhoud organiseren, waarbij het ambitieniveau voor het dagelijks beheer en onderhoud in de ‘Accentzones’, inclusief de centrumgebieden, een A-kwaliteit is. Het ambitieniveau voor de overige functionele gebieden is sober en voldoet aan een C-kwaliteit. Industrie-

Accentzones

Hoofdwegen

Woonwijken

Huidig ambitieniveau

A

C

C

C

C

Scenario 1

A

C

C

C

C

/werkgebied

Buitengebied

Tabel 5.4: kwaliteitskeuzes scenario 1

Het resultaat van scenario 1 maakt inzichtelijk welke financiële middelen nodig zijn om op basis van de ambitieniveaus uit het Groenbeheerplan de groenvoorzieningen te onderhouden. In dit scenario blijft het kwaliteitsbeeld van de groenvoorzieningen gelijk aan het huidige kwaliteitsbeeld. Het hoge ambitieniveau in de ‘Accentzones’ sluit aan bij de hoogwaardige groenvoorzieningen in het gebied. Het ambitieniveau in de overige functionele gebieden sober en voldoet aan een C-kwaliteit. Uit de praktijk blijkt dat het lage ambitieniveau leidt tot een onrustig en onverzorgd beeld en een negatief effect heeft op de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen. Kosten (exploitatie) In de begroting zijn de kosten voor het dagelijks beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen opgenomen in de exploitatie. Het jaarlijks beschikbaar budget op de exploitatie bedraagt € 1.683.391, excl. BTW. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de exploitatiekosten, inclusief de onderverdeling naar kostenplaatsen en kostencode. Gebaseerd op de uitgangspunten en kwaliteitskeuzes van scenario 1 zijn de benodigde middelen berekend. Hieruit blijkt dat de beschikbare middelen toereikend genoeg zijn om het dagelijks beheer en onderhoud op het gewenste ambitieniveau uit te voeren. Scenario 1 Beschikbare middelen (begroting 2024)

€ 1.683.391,--

Benodigde middelen, scenario 1

€ 1.683.391,--

Verschil

€

0,--

Tabel 5.5: verschil beschikbare en benodigde middelen, scenario 1 (prijspeil 2024)

50

Scenario 1 kunnen we op basis van het huidige onderhoudscontract voortzetten in 2024 en 2025, waardoor de exploitatiekosten toereikend genoeg zijn. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met indexatie vanaf 2024 en eventuele mutaties in het areaal. De ingangsdatum van het nieuwe onderhoudscontract is 1 januari 2026. Uit de kostencalculatie blijkt dat de gemeente ook het nieuwe onderhoudscontract op basis van dezelfde scope (areaal, kwaliteit, maatregelen, prijspeil, e.d.) binnen de beschikbare middelen in de begroting kan gaan aanbesteden en uitvoeren. 5.4.2 Scenario 2 In het tweede scenario is een voorstel gedaan om de groenvoorzieningen bij de hoofdwegen en in het woon- en werkgebied op een hoger ambitieniveau te gaan onderhouden. Het groen in de woon- en werkgebieden is essentieel voor een gezonde en prettige leefomgeving. De kwaliteit van het groen is belangrijk voor onze inwoners en draagt bij aan een toekomstbestendige omgeving. Vanwege het belang van het groen in de woon- en werkgebieden is er in dit scenario voor gekozen om de groenvoorzieningen in deze gebieden op een B-kwaliteit te gaan onderhouden. De hoofdwegen vormen de entree en daarmee het visitekaartje van de gemeente Beuningen en hebben daarbij een belangrijke verkeerskundige functie. Een goede en functionele inrichting van de hoofdwegen draagt bij aan het vergroten van de verkeersveiligheid.

Vanwege de representatieve- en verkeerskundige functie van de hoofdwegen onderhouden we in dit scenario de groenvoorzieningen langs hoofdwegen, voornamelijk hagen, op kwaliteitsniveau A. Het ambitieniveau in het buitengebied blijft een C-kwaliteit. De groenvoorzieningen in het buitengebied bestaan grotendeels uit bosplantsoen en ruw gras, welke geschikt zijn voor extensief onderhoud. Het effect van een lager ambitieniveau op het kwaliteitsbeeld is in het buitengebied nagenoeg nihil en in sommige situaties is een lagere onderhoudsintensiteit zelfs gewenst. Industrie-

Accentzones

Hoofdwegen

Woonwijken

Huidig ambitieniveau

A

C

C

C

C

Scenario 2

A

A

B

B

C

/werkgebied

Buitengebied

Tabel 5.6: kwaliteitskeuzes scenario 2

Het resultaat van scenario 2 maakt inzichtelijk welke financiële middelen nodig zijn om de groenvoorzieningen op een hoger ambitieniveau te gaan onderhouden. Kosten (exploitatie) In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de beschikbare middelen op de exploitatie, inclusief de onderverdeling naar kostenplaatsen en kostencode. Het jaarlijks beschikbaar budget bedraagt € 1.683,391, excl. BTW. Gebaseerd op de uitgangspunten en kwaliteitskeuzes van scenario 2 zijn de benodigde middelen berekend. De extra benodigde middelen voor scenario 2 bedragen € 85.000 tot € 125.000 per jaar.

51

De extra middelen zijn nodig om onze groenvoorzieningen op het gewenste niveau te onderhouden en invulling te geven aan de visie op groenbeheer (§ 5.1). Dit betekent dat er in scenario 2 sprake is van een structureel tekort van € 85.000 tot € 125.000 (excl. BTW) per jaar op de exploitatie. Scenario 2

Bandbreedte

Beschikbare middelen (begroting 2024)

€ 1.683.391,--

€ 1.683.391,--

Benodigde middelen, scenario 2

€ 1.768.391,--

€ 1.808.391,--

Verschil (gemiddeld)

€ - 85.000,--

€ - 125.000,--

Tabel 5.7: verschil beschikbare en benodigde middelen, scenario 2 (prijspeil 2024)

Bij de berekening van de benodigde middelen bij scenario 2 hanteren we een bandbreedte, omdat vanwege de marktwerking de aanneemsom hoger of lager kan zijn dan de kostenraming. De huidige arbeidsmarkt is grillig (zie hoofdstuk 7), waardoor er sprake is van prijsschommelingen. Daarentegen liggen de verwachtte kosten binnen de bandbreedte van scenario 2. Hierbij is nog geen rekening gehouden met indexatie vanaf 2024 en eventuele mutaties in het areaal.

5.5

Financieel overzicht

Tabel 5.6 is een overzicht bij scenario 1 en 2 met daarin de kwaliteitskeuzes en het effect van de kwaliteitskeuzes op de benodigde middelen in de exploitatie. Huidige ambitieniveau

Scenario 1

Scenario 2 (minimaal)

Scenario 2 (maximaal)

Accentzones

A

A

A

A

Hoofdwegen

C

C

A

A

Woonwijken

C

C

B

B

Industrie- en werkgebied

C

C

B

B

Buitengebied

C

C

C

C

Beschikbare middelen

€ 1.683.391,-

€ 1.683.391,-

€ 1.683.391,-

€ 1.683.391,-

Benodigde middelen

€ 1.683,391,-

€ 1.683,391,-

€ 1.768.391,-

€ 1.808.391,-

Verschil

€ 0,-

€ 0,-

€ - 85.000,-

€ - 125.000,-

Tabel 5.8: financieel overzicht bij kwaliteitskeuzes scenario 1 en 2 (prijspeil 2024)

52

53

6 Vervangingsonderhoud Vervangingsinvesteringen zijn nodig om versleten groenvoorzieningen tijdig te kunnen vernieuwen. Om inzicht te krijgen in welke groenvoorzieningen toe zijn aan vervanging, is er een technische inspectie Groen uitgevoerd. Het resultaat van de technische inspectie Groen dient als input voor het programmeren van de (achterstallige) vervangingsopgave en geeft inzicht in de maatregelen die nodig zijn om de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen weer op orde te krijgen. Met de structurele vervangingsopgave dragen we er vervolgens zorg voor dat we onze groenvoorzieningen ook op het gewenste kwaliteitsniveau blijven onderhouden door deze tijdig (aan het einde van de levensduur) te vervangen. Op die manier houden we ons areaal aan groenvoorzieningen op orde en ontstaan er geen achterstanden. 6.1

Technische inspectie Groen

Groenvoorzieningen verouderen, raken versleten, voldoen niet meer aan het gewenste kwaliteitsbeeld en zijn daarom toe aan vervanging. Om in beeld te brengen welke groenvoorzieningen in aanmerking komen voor vervanging hebben we in het najaar van 2023 een technische inspectie Groen laten uitvoeren. Hierbij inspecteren we iedere groenvoorziening afzonderlijk op basis van een ‘gebrekenlijst’. De inspecteur beoordeelt de kwaliteit van de groenvoorzieningen op verschillende gebreken, zoals geslotenheid, conditie en woekeronkruiden. In dit hoofdstuk is het resultaat van de technische inspectie vertaald naar maatregelen en kosten. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met: 

De integrale programmering waar de asset Groen mogelijk onderdeel van uitmaakt;

De vertaling van het resultaat van de technische inspectie Groen naar een pragmatische aanpak;

Het integreren van beleidsdoelstellingen (bv. de aanplant van een andere beplantingssoort die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit).

Met de vertaling naar een pragmatische aanpak bedoelen we dat er nog niet is gekeken naar wat in de praktijk de beste aanpak van de vervangingsopgave zou zijn. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we op basis van het resultaat van de technische inspectie Groen 8 van de 10 beplantingsvakken in één straat gaan vervangen, terwijl we in de praktijk ervoor zouden kiezen om in het kader van uniformiteit alle beplantingsvakken (10 van de 10) in de straat gelijktijdig te vervangen. Als laatste gaat de technische inspectie Groen en de vertaling naar maatregelen en kosten uit van de huidige opbouw aan groenvoorzieningen. Bij de maatregel ‘renoveren’ gaan we bijvoorbeeld uit van het

54

vervangen van de huidige beplanting voor dezelfde soort aan beplanting. Hierbij is nog niet gekeken naar de belangrijkste beleidsdoelstellingen en het effect van deze beleidsdoelstellingen op bijvoorbeeld de beplantingskeuze en de kosten. 6.1.1 Maatregelen Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft inzicht in de aanwezige gebreken en de omvang van het gebrek. De volgende factoren bepalen of er maatregelen nodig zijn om de groenvoorziening weer op het gewenste niveau te brengen en welke maatregel dit zou moeten zijn: ● Huidig kwaliteitsniveau; ● Type gebrek (bv. geslotenheid en conditie); ● Omvang van het gebrek; ● Oorzaak (beheer, inrichting of gebruik). Op basis van bovengenoemde factoren is het resultaat van de technische inspectie Groen vertaald naar de volgende maatregelen: Omvormen:

Het gehele vak vervangen met een ander soort en/of een aanvullende inrichtingsmaatregelen treffen.

Inboeten:

Een deel van het beplantingsvak vernieuwen met de bestaande soort.

Plaatselijk herstellen:

Een kale plek in het groenvak (gras- en kruidachtigen) opnieuw inzaaien.

Renoveren:

Het gehele vak vernieuwen met de bestaande soort.

Afzetten:

Het terugsnoeien van een plant tot aan de stobbe of een aangegeven hoogte boven de grond om nieuwe groei te bevorderen.

Het verschil tussen ‘renoveren’ en ‘inboeten’ is dat bij inboeten slechts een deel van het vak (bv. 5%) wordt vervangen door de bestaande soort, terwijl bij renoveren het gehele vak (100%) wordt vervangen door de bestaande soort. Het verschil tussen renoveren en omvormen is dat bij renoveren het gehele vak wordt vervangen door dezelfde soort, terwijl bij omvormen er een andere soort/beheergroep wordt aangeplant óf het vak anders moet worden ingericht (bv. deels bestraat of met verhoogde banden etc.). 6.1.2 Eenheidsprijzen Om de benodigde kosten te berekenen voor de vervangingsopgave hanteren we onderstaande eenheidsprijzen, zie tabel 6.1. De eenheidsprijzen zijn gebaseerd op landelijke normeringen en kostenkengetallen. Beheergroep

Eenheid

Afzetten

Beplanting

m2

€

Gras- en kruidachtigen

m2

n.v.t.

Omvormen

Inboeten en/of plaatselijk herstellen

Renoveren

1,21 €

37,10 €

33,63 €

38,11

€

37,73 €

4,35 €

4,51

Tabel 6.1: eenheidsprijzen vervangingsopgave, prijspeil 2024

55

De eenheidsprijzen in tabel 6.1 zijn inclusief VAT-kosten (15%) en onvoorziene kosten (10%). De VATkosten zijn nodig om de vervangingsopgave op een goede manier voor te bereiden (bv. opstellen raamovereenkomst) en uit te voeren (directievoering en toezicht). De onvoorziene kosten zijn nodig om: ● In te kunnen spelen op onverwachte situaties bij de werkvoorbereiding en uitvoering van de vervangingsopgave; ● Uitvoering te geven aan een pragmatische aanpak (bv. niet 8 van de 10 vakken, maar alle vakken in de straat gelijktijdig vervangen); ● De vertaling naar de beleidsdoelstellingen (bv. keuze voor een andere beplantingssoort in het kader van de biodiversiteit). Door het areaal aan benodigde maatregelen te vermenigvuldigen met de eenheidsprijzen uit tabel 6.1 maken we op basis van de technische inspectie Groen inzichtelijk welke middelen nodig zijn om de vervangingsopgave uit te voeren.

6.2

Achterstallig onderhoud

Het resultaat van de technische inspectie Groen maakt inzichtelijk welke groenvakken niet voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. We spreken daarom ook over ‘achterstallig onderhoud’, ontstaan door het niet tijdig uitvoeren van de benodigde onderhoudsmaatregelen (bv. klein- en groot onderhoud). In het Groenbeheerplan vragen we om een eenmalige investering om het achterstallig vervangingsonderhoud in een periode van 4 jaar (2025 t/m 2028) weg te werken. Bij het bepalen van de maatregelen en het berekenen van de opgave en kosten van het achterstallig vervangingsonderhoud is er onderscheid gemaakt naar de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. Belangrijkste reden hiervoor is dat de maatregelen en eenheidsprijzen voor beide categorieën niet gelijk zijn aan elkaar. In paragraaf 6.2.1 en 6.2.2 staat het resultaat van de technische inspectie Groen per categorie nader toegelicht. 6.2.1 Beplanting Het resultaat van de technische inspectie Groen voor de categorie ‘beplanting’ staat weergegeven in tabel 6.2. De volgende maatregelen nodig zijn om de technische staat van het gehele areaal aan beplanting weer terug te brengen naar een A-kwaliteit: ● Afzetten

131 m2

● Omvormen

998 m2

● Inboeten

2.792 m2

● Renoveren

38.179 m2

Totaal

42.100 m2

56

Beheergroep

Eenheid

Totaal areaal

Afzetten

Omvormen

Inboeten

Renoveren

Geen maatregel

Bodembedekkers

m2

32.698

131

25

420

16.756

15.366

Bosplantsoen

m2

127.073

0

642

280

3.723

122.428

Blokhaag

m2

10.777

0

0

112

1.396

9.269

Lijnhaag

m2

14.400

0

53

97

1.306

12.944

Heesters

m2

51.196

0

247

1.675

13.429

35.845

Vaste planten

m2

3.641

0

31

85

576

2.949

Struikrozen

m2

2.960

0

0

123

993

1.844

Totaal

m2

242.745

131

998

2.792

38.179

200.645

Tabel 6.2: maatregelen ‘beplanting’ op basis van technische inspectie Groen 2023

Woekeronkruiden Uit tabel 6.2 blijkt dat ongeveer 17% van het totaal aantal beplantingsvakken onderhoudsmaatregelen nodig hebben om de technische staat weer terug te brengen naar een A-kwaliteit. In hoofdstuk 4 (Areaal & kwaliteit) staat echter omschreven dat slechts 2% van het totaal aantal beplantingsvakken een C-kwaliteit of lager scoort. Het kwalitatieve resultaat komt niet overeen met de benodigde maatregelen vanuit de technische inspectie Groen. Dit wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van woekeronkruiden in de beplantingsvakken. Bij de uitvoering van de technische inspectie Groen heeft de inspecteur alle beplantingsvakken waarin woekeronkruiden aanwezig zijn, ongeacht het huidige kwaliteitsniveau, de maatregel ‘renoveren’ toegekend. Dit betekent dat het oppervlak aan te renoveren beplantingsvakken is opgebouwd uit beplantingsvakken met een kwaliteitsniveau A, B, C of D. Woekeronkruiden zijn planten die zich snel en agressief verspreiden. Deze planten hebben de neiging om zich snel uit te breiden en andere planten te overwoekeren, wat kan leiden tot verstoring in de beplantingsvakken. Voorbeelden van woekeronkruiden zijn zevenblad, heermoes en kweekgras. De aanwezigheid van woekeronkruiden in beplantingsvakken vraagt om extra inspanning (bv. meer schoffelronden en/of plukken) om de groei onder controle te houden en de gewenste beplanting te beschermen.

Dit betekent dat de beheerkosten toenemen. De enige manier om woekeronkruiden te verwijderen, is het renoveren van het volledige beplantingsvak. Dit is dan ook de reden dat we alle beplantingsvakken waarin woekeronkruiden aanwezig zijn, ongeacht de kwaliteitsscore, de maatregel ‘renoveren’ toegekend hebben. Prioritering In het Groenbeheerplan is ervoor gekozen om niet het volledige areaal aan maatregelen uit te voeren. Redenen hiervoor zijn: ● De technische inspectie gaat uit van 100% A-kwaliteit en dit sluit niet aan bij de huidige ambitieniveaus; ● De financiële (inschatting is 1,5 miljoen) en bijbehorende organisatorische opgave op basis van de technische inspectie Groen is voor de komende 4 jaar te omvangrijk.

57

Om deze redenen is besloten om de benodigde onderhoudsmaatregelen te prioriteren. Hierbij is gekozen voor de volgende aanpak: 1) Alle struikrozen omvormen naar een beheergroep met een lagere onderhoudsintensiteit; 2) Renoveren van beplantingsvakken die gelijktijdig voldoen aan de volgende eisen: -

De woekeronkruiden kweek en heermoes en/of zaailingen zijn aanwezig in het beplantingsvak;

-

De technische staat van het beplantingsvak scoort een B-kwaliteit of lager.

Het areaal aan struikrozen in de gemeente Beuningen is zeer gering (1% van het totale areaal een beplantingsvakken), mede doordat we de afgelopen jaren al veel struikrozen hebben omgevormd naar een andere beplantingssoort. De reden hiervoor is dat struikrozen vragen om een hoge onderhoudsintensiteit, bijvoorbeeld door de handmatige snoeiwerkzaamheden en het bemesten. Dit leidt ondanks het kleine areaal tot hogere kosten voor het dagelijks beheer en onderhoud. Daarnaast sluit de hoge onderhoudsintensiteit niet aan bij het huidige ambitieniveau van een C-kwaliteit. Door het lage onderhoudsniveau neemt de technische kwaliteit van de struikrozen snel af.

Afbeelding 6.3: effect laag ambitieniveau op technische staat struikrozen

Woekeronkruiden vormen een groot probleem bij het dagelijks beheer en onderhoud van ons areaal aan beplantingen. Uit de technische inspectie Groen blijkt dat in bijna 20% van de beplantingsvakken woekeronkruiden aanwezig zijn. Om de woekeronkruiden in deze beplantingsvakken onder controle te houden, moeten we voor de onkruidbeheersing een hogere inspanning leveren. Dit leidt tot hogere onderhoudskosten. Hetgeen ook wel blijkt uit de landelijke systematiek, die omschrijft dat wanneer er in meer dan 5% van de beplantingsvakken woekeronkruiden aanwezig zijn de aannemer aanspraak kan maken op de verrekening van meerwerk voor de onkruidbeheersing. Om de woekeronkruiden terug te dringen, is er in de aanpak voor gekozen om de beplantingsvakken met woekeronkruiden te gaan renoveren. Dit leidt in de toekomst tot lagere onderhoudskosten. Het resultaat van deze aanpak staat weergegeven in tabel 6.4. De vervangingsopgave voor het achterstallig onderhoud is op basis van deze aanpak als volgt: 1) Omvormen struikrozen

2.865 m2

2) Renoveren beplantingsvakken met woekeronkruiden

6.056 m2

Totaal

8.921 m2

58

Wanneer we het areaal aan maatregelen vermenigvuldigen met de eenheidsprijzen uit tabel 6.1 bedragen de totale kosten voor deze aanpak € 337.043. Dit zijn de totale kosten, inclusief VAT-kosten (15%) en onvoorziene kosten (10%). Omvormen struikrozen

Omvormen Renoveren struikrozen beplantingsvakken (Kosten in euro's excl. btw.)

Renoveren beplantingsvakken (Kosten in euro's excl. btw.)

Wijken

Eenheid

Beuningen-Aalsterveld

m2

65

€

-

€

Beuningen-Beuningse Plas

m2

141

€

-

€

5.363

Beuningen-Blanckenburgh

m2

759

€

5.405 €

28.926

Beuningen-Centrum

m2

80

€

2.958 €

-

Beuningen-Centrum Oost

m2

351

€

13.012 €

-

Beuningen-De Haaghe

m2

141

€

5.240 €

-

Beuningen-Den Balmerd

m2

178

2.273

€

6.586 €

86.603

Beuningen-Duivenkamp

m2

30

679

€

1.096 €

25.891

Beuningen-Heuve-1

m2

76

€

Beuningen-Heuve-3

m2

123

€

Beuningen-Heuve-4

m2

190

€

Beuningen-Hoeve-1

m2

Beuningen-Hoeve-2

m2

Beuningen-Hoeve-3

m2

22

Beuningen-Olden Tempel

m2

82

Beuningen-Schoenaker

m2

168

€

-

Beuningen-Tinnegieter

m2

407

87

€

15.100 €

3.328

Beuningen-Viermorgen

m2

126

715

€

4.688 €

27.242

Ewijk-Centrum

m2

10

16

€

389 €

608

Ewijk-Den Elt

m2

35

€

1.313 €

Ewijk-Keizershoeve

m2

Weurt-Noord

m2

Weurt-Zuid

m2

744

Winssen-Centrum

m2

303

TOTAAL

m2

2.865

146

145 64

€ 32 219

284 32

-

2.469

€

2.884

5.375 €

4.681

-

€

2.383 €

€

-

€

7.223 1.236

€

831 €

-

€

3.054 €

8.333

€

€

6.411

-

-

€

10.827

€

1.232

€

-

€

27.591 €

-

197

€

11.249 €

7.517

6.056

€

106.269 €

230.774

Tabel 6.4: opgave ‘achterstallig vervangingsonderhoud’ per wijk o.b.v. prioritering, prijspeil 2024

59

6.2.1.1

Wijkgerichte aanpak

Om uitvoering te geven aan de vervangingsopgave bij het achterstallig onderhoud is gekozen voor een wijkgerichte aanpak, waarbij we alle struikrozen en beplantingsvakken met woekeronkruiden in één of meerdere wijken gelijktijdig aanpakken. In een periode van 4 jaar (2025 t/m 2028) zijn alle maatregelen uit tabel 6.4 uitgevoerd. De meerjarenplanning voor deze periode is opgenomen in tabel 6.5. Wijken

2025

Beuningen-Centrum

€

2.958

Beuningen-Den Balmert, fase 1

€

75.000

2026

Beuningen-Aalsterveld

€

2.469

Beuningen-Blanckenburgh

€

34.331

Beuningen-Viermorgen

€

31.930

2027

Beuningen-Heuve-1

€

2.884

Beuningen-Heuve-3

€

10.055

Beuningen-Heuve-4

€

7.223

Beuningen-Olden Tempel

€

11.387

Beuningen-Schoenaker

€

6.411

Ewijk-Centrum

€

997

Ewijk-Den Elt

€

1.313

Ewijk-Keizershoeve

€

10.827

Winssen-Centrum

€

18.767

2028

Beuningen-Beuningse Plas

€

5.363

Beuningen-Centrum Oost

€

13.012

Beuningen-De Haaghe

€

5.240

Beuningen-Den Balmert, fase 2

€

18.188

Beuningen-Hoeve-1

€

2.383

Beuningen-Hoeve-2

€

1.236

Beuningen-Hoeve-3

€

831

Weurt-Noord

€

1.232

Weurt-Zuid

€ 27.591 € 77.958 € 68.730 € 69.863 € 75.076

Tabel 6.5: meerjarenprogrammering wijkgerichte aanpak (achterstallig onderhoud), prijspeil 2024

De wijken ‘Beuningen-Duivenkamp’ en ‘Beuningen Tinnegieter’ (zie tabel 6.4) zijn niet meegenomen in de wijkgerichte aanpak (zie tabel 6.5), omdat de vervangingsopgave in deze wijken onderdeel zijn van reeds geplande reconstructies. De financiële vervangingsopgave van de groenvoorzieningen in deze wijken zijn meegenomen in de reconstructies. De groenvoorzieningen in de wijken ‘Vording 2’ en ‘Vording 3’ zijn niet meegenomen in de technische inspectie groen, omdat er ten tijde van de uitvoering van de inspectie er in deze wijken reconstructies plaatsvonden. De totale kosten voor de wijkgerichte aanpak van het achterstallig onderhoud bedragen € 291.627. Dit zijn de totale kosten, inclusief VAT-kosten (15%) en onvoorziene kosten (10%).

60

6.2.2 Gras- en kruidachtigen Voor de gras- en kruidachtigen geldt dat slechts 1% van het totale aantal groenvakken een C-kwaliteit of lager scoort. De maatregelen die voor deze groenvakken nodig zijn, worden meegenomen in het structurele vervangingsonderhoud. Er is geen behoefte aan een eenmalige investering ten behoeve van achterstallig onderhoud. 6.2.3 Beschikbare middelen Op dit moment zijn er in de begroting geen middelen beschikbaar gesteld om uitvoering te geven aan het achterstallig vervangingsonderhoud. Gebaseerde op de wijkgerichte aanpak (tabel 6.5) is er in de periode 2025 t/m 2028 behoefte aan een eenmalige investering van € 291.627. Dit zijn de totale kosten, inclusief VAT-kosten (15%) en onvoorziene kosten (10%).

6.3

Structurele vervangingsopgave

Aan de hand van het resultaat van de technische inspectie Groen zijn de benodigde middelen voor het achterstallig vervangingsonderhoud in beeld gebracht. In een periode van 4 jaar en middels een wijkgerichte aanpak werken we het achterstallig vervangingsonderhoud weg en brengen we de technische staat van het areaal aan groenvoorzieningen weer op orde. Om de benodigde middelen voor de structurele vervangingsopgave vanaf 2025 inzichtelijk te maken, is er op basis van afschrijvingstermijnen en eenheidsprijzen een berekening gemaakt van de structurele vervangingsopgave vanaf 2025, zie tabel 6.6. De afschrijvingstermijnen sluiten aan bij de ‘Financiële verordening Beuningen 2023 (art. 212)’, welke uitgaat van een afschrijvingstermijn van maximaal 40 jaar op groenvoorzieningen. Voor de beheergroepen met een afschrijvingstermijn van 99 jaar, geldt dat deze in principe ‘oneindig’ meegaan en er geen sprake is van een structurele vervangingsopgave. Beheergroep

Eenheid

Areaal

Prijs per eenheid

Afschrijvingstermijn (in jaren)

Jaarlijkse vervangingsopgave (areaal/afschrijvingstermijn)*PPE

Beplanting Bodembedekkers

m2

34.929

30

€

Bosplantsoen

m2

222.136

99

€

38,11 €

Haag

m2

28.799

30

€

38,11 €

36.585

Heesters

m2

58.835

30

€

38,11 €

74.740

Vaste planten

m2

3.624

10

€

46,49 €

16.848

Gazon

m2

453.676

40

€

4,51 €

51.152

Bloembollen (in gazon)

m2

4.780

5

€

35,00 €

33.460

Ruw gras

m2

1.229.922

99

€

-

€

-

Oevers

m2

35.496

99

€

-

€

-

-

€

44.371 -

Subtotaal

€

257.155

VAT-kosten (15%)

€

38.573

Eenmalige kosten (10%)

€

25.715

Totaal

€

321.443

Tabel 6.6: structurele vervangingsopgave per jaar, prijspeil 2024

61

De benodigde middelen voor de structurele vervangingsopgave bedragen vanaf 2025 jaarlijks € 321.443, excl. BTW. Dit zijn de kosten inclusief 15% VAT-kosten (voorbereiding, administratie en toezicht) en 10% onvoorziene kosten. De jaarlijks benodigde middelen bedragen € 321.443 en zijn nodig om het areaal aan groenvoorzieningen op orde te houden en te voorkomen dat de technische kwaliteit van het groen de komende jaren niet verslechterd. Een belangrijke voorwaarde bij het op orde houden van ons areaal aan groenvoorzieningen is het hanteren van een toereikend onderhoudsniveau voor het dagelijks beheer en onderhoud (zie hoofdstuk 5). 6.3.1 Beschikbare middelen Op de huidige begroting is er binnen de exploitatie een structureel budget beschikbaar van € 150.000 voor het projectmatig vervangen van groenvoorzieningen. Wanneer we het beschikbaar budget in mindering brengen op de benodigde middelen resulteert dit vanaf 2025 in een jaarlijkse toename van de benodigde middelen met € 171.443. Hierbij heeft het de voorkeur om, aansluitend bij de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) de benodigde middelen voor het structurele vervangingsonderhoud als investering op te nemen in de begroting.

6.4

Financieel overzicht

De benodigde middelen voor de investering(en) bestaan uit het achterstallig vervangingsonderhoud (zie § 6.2) en de structurele vervangingsopgave (zie § 6.3). Het Groenbeheerplan voorziet ten aanzien van het groot- en vervangingsonderhoud niet in keuzemogelijkheden. De benodigde middelen voor de investering(en) zijn in alle drie de scenario’s gelijk, zie tabel 6.7. 2025

2026

2027

2028

68.730 €

69.863 €

75.076 €

2029 -

2030

Achterstallig vervangingsonderhoud

€

77.958 €

€

Structurele vervangingsopgave

€

321.443 € 321.443 € 321.443 € 321.443 € 321.443 € 321.443

-

Benodigde middelen

€

399.401 € 390.173 € 391.306 € 396.519 € 321.443 € 321.443

Beschikbare middelen (exploitatie)

€

150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000

Verschil beschikbaar en benodigde middelen

€ -249.401 € -240.173 € -241.306 € -246.519 € -171.443 € -171.443

Tabel 6.7: verschil beschikbare en benodigde middelen (investeringen), prijspeil 2024

In de periode 2025 t/m 2028 is er jaarlijks ongeveer € 245.000 aan extra middelen nodig om uitvoering te geven aan de vervangingsopgave (achterstallig en structureel). Na 2028 nemen de extra benodigde middelen af naar € 171.443, omdat op basis van de wijkgerichte aanpak het achterstallig onderhoud is weggewerkt. Er is vanaf 2029 alleen nog maar sprake van een structurele vervangingsopgave. Deze opgave is gebaseerd op het huidige areaal aan groenvoorzieningen en houdt nog geen rekening met de vergroening van de openbare ruimte (areaaluitbreiding).

62

63

7 Organisatie Het Groenbeheerplan omschrijft de kaders voor het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen, om welke groenvoorzieningen het gaat, welke maatregelen nodig zijn, welke kwaliteit we voor ogen hebben en wat de kosten zijn. Het resultaat vertalen we op operationeel niveau naar nieuwe onderhoudscontracten, inspecties en monitoring en de meerjarenprogrammering. Een belangrijke voorwaarde om uitvoering te geven aan het Groenbeheerplan is dat er op operationeel niveau voldoende kennis en capaciteit beschikbaar is. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de opbouw van de huidige organisatie, de opgave van de komende jaren en wat dit betekent voor onze interne organisatie. 7.1

Huidige organisatie

De afdeling Groen van de gemeente Beuningen is verantwoordelijk voor o.a. het groenbeheer, participatie in het groen en verschillende projecten, zoals (kleinschalige) vervangingen. De afdeling Groen is als volgt opgebouwd: ● 1,0 fte groenbeheerder; ● 0,4 fte toezichthouder Groen; ● 0,6 fte vakman Groen; ● 0,5 fte beleidsmedewerker Groen. Voor de groenbeheerder geldt dat deze functie is opgebouwd uit 0,4 fte aan boombeheer en 0,6 fte aan groenbeheer.

7.2

Ontwikkeling groenbeheer

Het groen in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de opgaven uit de Omgevingsvisie en het Groenbeleidsplan. Dit resulteert enerzijds in andere onderhoudsmethodieken (bv. ecologisch maaien), welke we moeten implementeren in de onderhoudscontracten. Anderzijds zien we dat het belang van groen een grote rol speelt bij inrichtingsvraagstukken. Dit leidt tot vergroening van de openbare ruimte en een toename in het areaal aan groenvoorzieningen. Sinds 2013 is door de vergroening van de openbare ruimte en het realiseren van nieuwbouwwijken het areaal aan groenvoorzieningen toegenomen met ongeveer 27 hectare. Dit is een toename van ongeveer 15% en een ontwikkeling die zich op basis van de Omgevingsvisie, het Groenbeleidsplan en het Omgevingsprogramma Woningbouw de komende jaren zal blijven voortzetten. Het vakgebied groenbeheer is gelijktijdig ook in beweging, waarbij de maatschappelijke opgaven zoals het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptatie qua vakinhoudelijke kennis en competenties meer vragen van de interne organisatie. Gelijktijdig vinden we het ook belangrijk om onze inwoners en

64

vrijwilligers te betrekken bij het groenbeheer. De betrokkenheid bij groen is de afgelopen jaren dan ook gegroeid, wat steeds meer vraagt van de capaciteit van onze eigen organisatie om bijvoorbeeld (bewoners)initiatieven te begeleiden. De afgelopen 10 jaar is de interne organisatie op basis van het toenemende areaal en alle ontwikkelingen in het groenbeheer niet meegegroeid. Met dezelfde capaciteit staan we voor een kwalitatieve en kwantitatieve grotere opgave.

7.3

Vervangingsopgave

De komende jaren gaan we aan de slag met de vervangingsopgave (zie hoofdstuk 6), waarbij we het achterstallige vervangingsonderhoud in 4 jaar wegwerken en we gelijktijdig invulling geven aan de structurele vervangingsopgave. De opgave voor het vervangingsonderhoud neemt hierdoor toe en vraagt vanwege de omvang van de opgave om een projectmatige aanpak. Denk hierbij aan het opstellen van een meerjarenprogrammering, het voorbereiden en aanbesteden van de werkzaamheden, de directievoering en toezicht en de nazorg. Om op een goede manier invulling te geven aan de vervangingsopgave is er binnen de interne organisatie behoefte aan extra personele capaciteit of de inzet van externe marktpartijen.

7.4

Inspectie(s) en monitoring

De gemeente Beuningen werkt volgens de cyclus van plan-do-check-act. Deze vier activiteiten dragen samen zorg voor de borging van de gewenste kwaliteit. Het cyclische karakter garandeert dat de kwaliteitsborging continu onder de aandacht is. Onze doelstellingen en kwaliteitskeuzes leggen we vast in dit Groenbeheerplan (Plan), waar we vervolgens de komende vier jaar middels onderhoudscontracten uitvoering aan geven (Do). In dit hoofdstuk omschrijven we hoe we het resultaat van onze activiteiten inspecteren en monitoren (Check) en hoe we indien nodig op basis van de resultaten onze doelstellingen bijstellen (Act). 7.4.1 Technische inspectie Groen Voor de beoordeling van de technische kwaliteit van het groen maken we gebruik van de technische inspectie Groen. Bij de uitvoering van de technische inspectie beoordeelt de inspecteur alle groenvakken afzonderlijk op basis van een gebrekenlijst (bv. geslotenheid en conditie). Indien een groenvak niet meer voldoet aan de gewenste kwaliteit (ingrijpmaatstaf) zal de inspecteur het gebrek nader omschrijven, door bijvoorbeeld de omvang van het gebrek, veiligheidsaspecten en de benodigde beheersmaatregelen vast te leggen. De beheersmaatregelen bestaan uit vervangingsonderhoud. In sommige situaties kan het zelf noodzakelijk zijn om te gaan omvormen.

Het resultaat van de technische inspectie is te vertalen naar een meerjarenprogrammering met daarin de benodigde beheersmaatregelen en kosten. De technische inspectie van het groen vindt gefaseerd plaats, waarbij de doelstelling is dat ieder groenvak 1x per 4 jaar wordt geïnspecteerd.

65

7.4.2 Besteksmetingen Naast de technische kwaliteit beoordelen we ons groenareaal ook op basis van de beeldsystematiek van CROW. Dit is een uniforme methode om de beeldkwaliteit van de openbare ruimte te inspecteren en monitoren. Het resultaat van de metingen vergelijken we met de gewenste kwaliteit (streefwaarde) en indien nodig vindt bijstelling plaats. De beeldkwaliteit leggen we op dit moment vast aan de hand van besteksmetingen. Ten behoeve van de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden en tussentijdse bijsturing maken we gebruik van besteksmetingen. In het integrale onderhoudscontract staat vastgelegd aan welk kwaliteitsniveau de aannemer gedurende een vooraf bepaalde periode dient te voldoen. Om te toetsen of het werk van de aannemer voldoet aan de kwaliteitseisen voeren we een steekproef uit; de besteksmeting. Deze steekproef vindt 1x in de 4 weken plaats. Het resultaat van de besteksmeting biedt operationele sturingsinformatie. Deze informatie maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen indien dit noodzakelijk is. Bij voorkeur komen we in samenspraak met de aannemer tot een passende oplossing (bv. opschalen van de beschikbare capaciteit). Indien de aannemer structureel niet blijft voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau, kunnen we de aannemer een korting op de aanneemsom (boete) opleggen.

Het resultaat van de besteksmetingen biedt gelijktijdig ook monitoringsinformatie, waarbij het bijvoorbeeld mogelijk is om de kwaliteitskeuzes uit het beleid te toetsen aan het behaalde resultaat. Indien nodig vindt in de uitvoering bijsturing plaats of moeten beleidsdoelstellingen worden bijgesteld.

66

7.4.3 Organisatie Het uitvoeren van de technische inspectie Groen en de besteksmetingen vraagt om kennis van de beeldsystematiek, de technische inspectie Groen en om voldoende capaciteit. De technische inspectie Groen is om die redenen in 2023 al uitgevoerd door een externe marktpartij. Met ingang van het nieuwe integrale onderhoudscontract in 2026 willen we de besteksmetingen eveneens laten uitvoeren door een externe marktpartij met inspecteurs die in het bezit zijn van het CROW Certificaat Inspecteur Beeldkwaliteit. Op die manier dragen we zorg voor onafhankelijke en objectieve metingen en ontzorgen we de interne organisatie. Voor de besteksmeting gaan we, in aansluiting op de beeldsystematiek, uit van maximaal 100 meetlocaties per termijn. Een besteksmeting bestaat jaarlijks uit 13 termijnen van 4 weken. Op basis van deze uitgangspunten bedragen de jaarlijkse kosten voor het uitvoeren van een besteksmeting bij één onderhoudscontract gemiddeld € 30.000, excl. btw. De totale kosten voor het uitvoeren van een technische inspectie Groen op basis van het huidige areaal bedragen gemiddeld € 20.000, excl. btw. Bij een gefaseerde aanpak voeren we jaarlijks de inspectie uit op ongeveer 25% van het areaal. De jaarlijkse kosten bedragen daarmee gemiddeld € 5.000, excl. btw.

7.5

Contracten & aanbestedingen

Voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden aan onze groenvoorzieningen maken we gebruik van meerjarige onderhoudscontracten die we aanbesteden aan marktpartijen. Deze paragraaf geeft een toelichting op de lopende onderhoudscontracten, de te verwachtte aanbestedingen en het contractmanagement. 7.5.1 Lopende contract(en) Het reguliere beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen zijn aan de hand van een onderhoudscontract aanbesteed aan externe marktpartijen. Dit onderhoudscontract bestaat uit: ● RAW-bestek voor regulier beheer en onderhoud in de openbare ruimte (o.a. onkruid- en zwerfafvalbeheersing, randensnoei, maaien en bladruimen); ● RAW-raamovereenkomst voor regulier beheer en onderhoud in de openbare ruimte (o.a. inboet en snoeien). Het onderhoudscontract heeft een vaste doorlooptijd van 2021 t/m 2023 met drie keer een optie tot verlenging van één jaar. In 2023 is besloten het onderhoudscontract met één jaar te verlengen t/m 31 december 2024. 7.5.2 Nieuwe aanbesteding(en) Het huidige onderhoudscontract sluit onvoldoende aan bij de kaders uit het Groenbeheerplan en is vanwege de opbouw en structuur arbeidsintensief voor de directievoerders en toezichthouders. Er is om die reden behoefte aan een nieuw onderhoudscontract. Eind 2024 gaan we met elkaar in gesprek over de eisen en randvoorwaarden bij het nieuwe onderhoudscontract.

Begin 2025 geven we een externe marktpartij de opdracht om op basis van de eisen en randvoorwaarden een nieuw onderhoudscontract

67

op te stellen, zodat medio 2025 de aanbestedingsprocedure van start kan gaan. Het doel is om met ingang van 1 januari 2026 te starten we met het nieuwe onderhoudscontract. Het opstellen van het nieuwe onderhoudscontract en het deelnemen aan de aanbestedingsfase vraagt om een zorgvuldig proces, waarbij we inschatten dat er ongeveer 100 tot 200 uur aan capaciteit nodig is vanuit de interne organisatie. Deze inzet is nodig voor o.a. de uitvraag aan de marktpartij(en), deelnemen aan inhoudelijke overlegmomenten, het bepalen van de gunningscriteria, het toetsen van het onderhoudscontract, het bepalen van de hoeveelheden, beantwoording nota’s van inlichtingen en deelname aan de beoordelingscommissie. 7.5.3 Gegevensbeheer Het op orde houden van de basisgegevens speelt een belangrijke rol bij het contractmanagement. Het is dan ook van belang dat er een goed proces is voor het gegevensbeheer, waarin bijvoorbeeld heldere en duidelijke afspraken zijn gemaakt over de taak- en rolverdeling en het mutatieproces. De gemeente maakt gebruik van een realtime beheersysteem, waarbij wijzigingen direct zichtbaar zijn voor bijvoorbeeld de aannemer(s). Het is dan ook van belang dat mutaties tijdig worden verwerkt, zodat de aannemer(s) op basis van een actuele beheerkaart hun werkzaamheden kunnen inplannen en uitvoeren.

Gegevensbeheer is daarnaast van belang voor het borgen van beheerkeuzes zoals het gewenste onderhoudsniveau, de onderhoudsfrequentie en het type beheer (bv. standaard of ecologisch). Dit biedt vervolgens input bij bijvoorbeeld het opstellen van nieuwe onderhoudscontracten en het maken van uitvoeringstekeningen. Op dit moment is het mutatieproces niet op orde, waardoor bijvoorbeeld nieuwe projecten niet tijdig zijn ingetekend voor de actualisatie van de onderhoudscontracten op 1 januari van het nieuwe jaar. Doordat het mutatieproces niet op orde is en onvoldoende aansluit bij de informatiebehoefte en planning van de onderhoudscontracten, vraagt het op orde houden van de basisgegevens extra inspanning van de beheerder(s). Het is daarom noodzakelijk dat er in samenwerking met de afdeling Geo-informatie heldere afspraken worden gemaakt over het gegevensbeheer en specifiek het mutatieproces. 7.5.4 Arbeidsmarkt Het afgelopen jaar hebben de aannemers te maken gehad met krapte op de arbeidsmarkt. De krapte komt door een lage werkeloosheid en een groot aanbod aan banen. Dit betekent dat aannemers het werk met minder mensen of minder goed opgeleide mensen moeten uitvoeren. Deze trend zet zich de komende jaren voort.

Dezelfde ontwikkeling zien we terug bij de sociale werkvoorzieningen, waar personeel dat geschikt is voor het werk doorstroomt naar het bedrijfsleven en er bij de sociale werkvoorzieningen nauwelijks instroom is van nieuwe medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt is zichtbaar in het aantal inschrijvingen bij nieuwe aanbestedingen en de manier waarop het werk wordt uitgevoerd. Dit betekent dat we het nieuwe onderhoudscontract dusdanig moeten vormgeven dat deze aantrekkelijk is voor meerdere marktpartijen. Dit kan bijvoorbeeld door

68

gebruik te maken van verschillende percelen waar een marktpartij op kan inschrijven of die ook aantrekkelijk zijn voor kleinere marktpartijen. De kwaliteit van het uitgevoerde werk en de service- en dienstverlening van de aannemers loopt door de krapte op de arbeidsmarkt achteruit. Dit betekent dat onze directievoerders en toezichthouders steeds vaker te maken krijgen met aannemers die onvoldoende presteren. Dit leidt bijvoorbeeld tot een toename in het aantal ‘besteksmeldingen’, waarbij de aannemers in een relatief korte periode gebreken dienen te verhelpen. Dit heeft effect op de samenwerking met de aannemers en de werkdruk van de interne organisatie.

7.6

Communicatie

Op basis van een indeling in functionele gebieden zijn er kwaliteitskeuzes gemaakt; de ambitieniveaus. Uit de praktijk blijkt echter dat de prestatie-eisen bij de ambitieniveaus niet altijd aansluiten bij de verwachtingen van onze inwoners. Voor onkruidbeheersing in beplanting maken bewoners al meldingen wanneer het beplantingsvak nog aan een A-kwaliteit voldoet. Volgens het gewenste ambitieniveau is ingrijpen nog niet noodzakelijk. Desondanks kost het onze medewerkers veel tijd om meldingen op een goede manier af te handelen (o.a. locatiebezoek en terugkoppeling melder). In het groeiseizoen komt het regelmatig voor dat de toezichthouder zich grotendeels bezighoudt met het afhandelen van meldingen en in mindere mate toekomt aan zijn hoofdtaak; het begeleiden en controleren van de uitvoerende werkzaamheden. Communicatie, bijvoorbeeld via social media, kan bijdragen aan een beter verwachtingspatroon van onze inwoners. Het opstellen van een communicatiekalender specifiek voor het groenbeheer is gewenst. Belangrijke onderwerpen voor de communicatiekalender zijn: ● Uitleg ‘beeldgericht werken’; ● Toelichting ambitieniveaus gemeente Beuningen; ● Planning frequentiegericht onderhoud (bv. snoeien en inboeten); ● Aankondiging bladruimperiode.

Het doel van de communicatiekalender is het voorkomen van meldingen door inwoners tijdig te informeren over wanneer en welke werkzaamheden in de wijk plaatsvinden en wat de inwoners mogen verwachten van de gemeente.

7.7

Conclusie

Om met de huidige organisatie optimaal te kunnen bijdragen aan de ambities uit het Groenbeleidsplan en de uitgangspunten uit het Groenbeheerplan en is het van belang dat er gelijktijdig invulling wordt gegeven aan de volgende randvoorwaarden: ● Vergroten van de personele capaciteit; ● Inzet marktpartijen voor inspecties en monitoring; ● Gegevensbeheer en mutatieproces zijn op orde; ● Opstellen communicatiekalender Groen.

69

Door de groei van het areaal aan groenvoorzieningen, het toenemende belang van groen bij de maatschappelijke opgaven, participatie in het groen en de vervangingsopgave van de komende jaren is er behoefte aan extra personele capaciteit. De invulling van deze capaciteitsbehoefte kunnen we op verschillende manieren invullen, namelijk: ● Inhuur externe capaciteit (detachering en/of projectmatig); ● Vacatureruimte beschikbaar stellen (bv. voor een operationeel groenbeheerder).

70

71

8 Conclusie en aanbevelingen Het Groenbeheerplan geeft voor het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen (excl. bomen) uitwerking aan het Groenbeleidsplan. Het Groenbeheerplan omschrijft welke maatregelen en middelen nodig zijn om de groenvoorzieningen op orde te houden en om optimaal invulling te geven aan de groene beleidsambities. Dit hoofdstuk bevat een beknopte omschrijving van de maatregelen en middelen die nodig zijn voor het beheer en onderhoud en geeft aanbevelingen voor de implementatie van het Groenbeheerplan op operationeel niveau. 8.1

Conclusies

Het Groenbeheerplan is gebaseerd op het huidige areaal aan groenvoorzieningen en de manier waarop we het huidige beheer en onderhoud organiseren. Hierbij omschrijft het Groenbeheerplan maatregelen en (kwaliteits)keuzes om invulling te geven aan de ambities uit het Groenbeleidsplan. Daarbij is onderscheid gemaakt naar dagelijks beheer en onderhoud (exploitatie) en vervangingsonderhoud (investeringen). 8.1.1 Dagelijks beheer en onderhoud Met het dagelijks beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen dragen we bij aan de volgende thema’s uit het Groenbeleidsplan: ● Versterking van de biodiversiteit; ● Klimaatadaptief groen; ● Functioneel en hoogwaardig groen; ● Samen met onze bewoners. De thema’s uit het Groenbeleidsplan zijn in de visie op het groenbeheer (hoofdstuk 3) vertaald naar concrete maatregelen, zoals het ecologisch maaien van grasvelden, bermen en oevers en het laten liggen van bladafval in de beplantingsvakken. Deze maatregelen zijn meegenomen in de berekening van de benodigde middelen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Voor het dagelijks beheer en onderhoud (exploitatie) van de groenvoorzieningen zijn aan de hand van twee scenario’s kwaliteitskeuzes gemaakt. Scenario 1 is gebaseerd op de manier waarop we huidige beheer en onderhoud organiseren en het huidige kwaliteitsbeeld.

In vervolg op het Groenbeleidsplan is in scenario 2 een voorstel gedaan voor het toepassen van een hoger ambitieniveau voor het dagelijks beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen.

72

Kosten Op basis van de visie op groenbeheer en de kwaliteitskeuzes in scenario 1 en 2 zijn de kosten voor het dagelijks beheer en onderhoud berekend. Hieruit blijkt het volgende: ● De beschikbare middelen op de exploitatie bedragen € 1.683.391; ● De benodigde middelen voor scenario 1 (huidige situatie) zijn gelijk aan de beschikbare middelen; ● De benodigde middelen voor scenario 2 (hoger kwaliteitsniveau) bedragen € 1.768.391 tot € 1.808.391; ● De extra benodigde middelen voor scenario 2 bedragen jaarlijks € 85.000 tot € 125.000; ● Alle genoemde bedragen zijn exclusief indexatie na 2024. Scenario 1 kunnen we in 2024 en 2025 voortzetten op basis van het huidige onderhoudscontract. Om die reden zullen de benodigde middelen vooralsnog niet toenemen. Voor scenario 2 zullen we het huidige onderhoudscontract opnieuw moeten aanbesteden. Vanwege de marktwerking hanteren we een bandbreedte. 8.1.2 Vervangingsonderhoud Uit de technische inspectie Groen van 2023 blijkt dat er sprake is van achterstallig vervangingsonderhoud ontstaan door het uitblijven van beheermaatregelen of het niet tijdig vervangen van groenvoorzieningen. De aanpak van het achterstallig vervangingsonderhoud is gericht op het verwijderen van woekeronkruiden en het omvormen van de struikrozen (onderhoudsintensieve beheergroep).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=88ade10e-87bd-4081-9ea8-bb78c9e1a0ba