CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Groenbeheerplan 2025-2028

Raadsvergadering 4 februari 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Kwaliteitsniveau onderhoud openbaar groen19.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Groenbeheerplan 2025-2028 Gemeente Beuningen

1

Colofon Titel:

Groenbeheerplan 2025-2028

Versie:

Definitief

Datum:

15 maart 2024

Opdrachtgever:

Gemeente Beuningen

Projectleider

Martijn Klompenhouwer

Opdrachtnemer:

Beheeraccent, www.beheeraccent.nl

Auteur(s):

Maaike Burggraaf

2

Groenbeheerplan 2025 - 2028 Gemeente Beuningen

3

4

Inhoudsopgave Samenvatting

8

1

Inleiding

12

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doel Scope Leeswijzer

12 12 13 13

2

Kaders & ambities

16

2.1 Onze opgave 2.2 Wettelijke kaders 2.3 Gemeentelijk beleid & ambities

16 16 18

3

Visie op groenbeheer

21

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Scope Beleidsthema’s Biodiversiteit Klimaatadaptatie Functionele groenvoorzieningen met een goede kwaliteit Samen met onze bewoners Omschrijving beheergroepen

21 22 24 30 33 35 36

4

Areaal en kwaliteit

38

4.1 Areaal 4.2 Kwaliteit 4.3 Conclusie

38 39 44

5

Dagelijks beheer en onderhoud

46

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Visie op groenbeheer Kwaliteitsniveaus Functionele gebieden Kwaliteitskeuzes Financieel overzicht

46 47 48 49 52

5

6

Vervangingsonderhoud

54

6.1 6.2 6.3 6.4

Technische inspectie Groen Achterstallig onderhoud Structurele vervangingsopgave Financieel overzicht

54 56 61 62

7

Organisatie

64

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

Huidige organisatie Ontwikkeling groenbeheer Vervangingsopgave Inspectie(s) en monitoring Contracten & aanbestedingen Communicatie Conclusie

64 64 65 65 67 69 69

8

Conclusie en aanbevelingen

72

8.1 Conclusies 8.2 Aanbevelingen

72 74

Bijlagen

78

Bijlage 1 Omschrijving beheergroepen Bijlage 2 Financieel overzicht exploitatie

6

7

Samenvatting Voor u ligt het Groenbeheerplan van de gemeente Beuningen. Dit Groenbeheerplan betreft de periode 2025 t/m 2028 en omschrijft de visie op het groenbeheer, de kwaliteit van het groen en de benodigde maatregelen en kosten om het groen op het gewenste kwaliteitsniveau te blijven onderhouden. Het Groenbeheerplan heeft betrekking op de groenvoorzieningen (beplanting en gras- en kruidachtigen). De bomen en de bestrijding van invasieve soorten krijgen uitwerking in separate beheerplannen en vallen daarom buiten de scope van het Groenbeheerplan.

In het Groenbeheerplan is rekening gehouden met de belangrijkste wettelijke kaders (§2.2), zoals de ‘Wet Natuurbescherming’ en de gemeentelijke ambities en uitgangspunten (§ 2.3). Het Groenbeleidsplan van de gemeente Beuningen is de leidraad bij de ontwikkeling van het groenbeheer de komende jaren.

3. Visie op groenbeheer Het nieuwe Groenbeleidsplan is in 2022 vastgesteld, waarmee de gemeente Beuningen streeft naar een toekomstbestendige, gezonde en prettige leefomgeving. Daarbij is kwalitatief en functioneel groen onmisbaar. Aan de hand van vijf thema’s is deze visie uitgewerkt naar maatregelen voor de ontwikkeling van het groen in onze gemeente. De thema’s biodiversiteit (§3.3),

1. Doel Het doel van het Groenbeheerplan is om voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen aan de hand van duidelijke kaders en uitgangspunten de werkwijze en benodigde middelen voor de komende 4 jaar (2025 t/m 2028) vast te stellen.

klimaatadaptatie(§3.4), functionele en kwalitatief goede groenvoorzieningen (§3.5) en de samenwerking met onze inwoners (§3.6) zijn in de visie op groenbeheer uitgewerkt naar concrete maatregelen voor het beheer en onderhoud van het groen. Enkele voorbeeld zijn: het minder frequent maaien van bermen, grasvelden en oevers om de biodiversiteit te vergroten, het bladafval in beplantingsvakken

2. Kaders en ambities Het Groenbeheerplan sluit aan bij de visie op de fysieke leefomgeving die de gemeente Beuningen in de Omgevingsvisie heeft vastgelegd, inclusief de drie bijbehorende

laten liggen, het gebruik van klimaatadaptieve beplanting, het toepassen van nieuw beplantingsmateriaal dat voldoet aan hoge kwaliteitseisen en de participatie van bewoners en vrijwilligers in het groenbeheer.

kernwaarden; verbinding, betrokkenheid en mooi plekje.

8

4. Areaal & kwaliteit

beheer en onderhoud organiseren. De

Het areaal aan groenvoorzieningen (§4.1) is als

beschikbare middelen in de begroting zijn

volgt opgebouwd:

volgens prijspeil 2024 toereikend genoeg om de huidige werkwijze de komende jaren voort te

36 hectare beplanting 173 hectare gras- en kruidachtigen In het najaar van 2023 is er een inspectie uitgevoerd om de technische kwaliteit (§ 4.2) van de groenvoorzieningen in beeld te brengen. Hierbij zijn de groenvakken beoordeeld op verschillende kwaliteitsaspecten, zoals; kale

zetten. Het tweede scenario is een voorstel voor het hanteren van een hoger ambitieniveau voor het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen. Voor de groenvoorzieningen in de accentzones en hoofdwegen hanteren we een A-kwaliteit, voor de woonwijken en werkgebieden een

plekken, conditie en restlevensduur.

B-kwaliteit en voor het buitengebied een

Over het algemeen voldoet de technische staat

bedragen jaarlijks € 85.000 tot € 125.000.

van de groenvakken aan de gewenste kwaliteit (ambitieniveau). Belangrijke aandachtspunten

C-kwaliteit. De extra benodigde middelen Vanwege de marktwerking hanteren we een bandbreedte.

zijn echter de kale plekken in beplantingsvakken en de aanwezigheid van woekeronkruiden. In 17% van de beplantingsvakken zijn woekeronkruiden aanwezig. Dit zijn lastig te bestrijden onkruiden die zich snel verspreiden en de gewenste beplanting overwoekeren. De aanpak van de woekeronkruiden is noodzakelijk om te voorkomen dat de technische staat van de beplanting versneld afneemt. Dit kan door beplantingsvakken met woekeronkruiden te gaan renoveren (zie hoofdstuk 6, vervangingsopgave).

6. Vervangingsonderhoud Vervangingsonderhoud is nodig om versleten groenvoorzieningen tijdig te kunnen vernieuwen. Hierbij maken we onderscheid naar ‘achterstallig vervangingsonderhoud’, ontstaan door het niet (tijdig) uitvoeren van onderhoudsmaatregelen en de ‘structurele vervangingsopgave’. Het resultaat van de technische inspectie Groen (§6.1) maakt inzichtelijk welke maatregelen er nodig zijn om de technische staat van de groenvoorzieningen weer op orde te brengen.

5. Dagelijks beheer en onderhoud Onder het ‘dagelijks beheer en onderhoud’ verstaan we de jaarlijks terugkerende onderhoudsmaatregelen. Op basis van een indeling in functionele gebieden en de kwaliteitsniveaus van CROW (A+ t/m D) biedt het Groenbeheerplan aan de hand van twee scenario’s kwaliteitskeuzes aan. Het eerste scenario is gebaseerd op het huidige kwaliteitsbeeld en manier waarop we het

Deze maatregelen zijn: inboeten, plaatselijk herstellen, omvormen en renoveren. Achterstallig vervangingsonderhoud (§6.2) De maatregelen uit de technische inspectie betreffen achterstallig vervangingsonderhoud. In het Groenbeheerplan is gekozen voor een aanpak die gericht is op het omvormen van struikrozen (onderhoudsintensief) en het renoveren van beplantingsvakken met

9

woekeronkruiden. De opgave pakken we

mutatieproces op orde zijn. Het tijdig

wijkgericht aan en voeren we binnen 4 jaar uit.

communiceren over werkzaamheden en het

De totale kosten hiervoor bedragen € 291.627.

resultaat draagt bij aan een realistisch

Hiervoor zijn er op dit moment, binnen de

verwachtingspatroon van onze inwoners en de

huidige begroting, geen middelen beschikbaar.

vermindering van klachten en meldingen.

Structurele vervangingsopgave (§6.3) De structurele vervangingsopgave van de groenvoorzieningen betreft jaarlijks € 321.443. De structurele vervangingsopgave is berekend aan de hand van de meest recente areaalgegevens, afschrijvingstermijnen en eenheidsprijzen. In de huidige begroting is op de exploitatie een budget van € 150.000 beschikbaar voor het projectmatig vervangen van groenvoorzieningen. De extra benodigde middelen voor de structurele vervangingsopgave bedragen jaarlijks € 171.443. In de periode 2025 t/m 2028 bedragen de extra benodigde middelen voor de aanpak van het achterstallig vervangingsonderhoud en de structurele vervangingsopgave jaarlijks

8. Conclusies en aanbevelingen Het Groenbeheerplan bestaat uit meerdere bouwstenen, zoals de visie op het groenbeheer, het dagelijks beheer en onderhoud, het vervangingsonderhoud en de ontwikkeling van de interne organisatie. Deze bouwstenen zijn onderling met elkaar verbonden en vormen samen één geheel, waarbij een separate beslissing over één of meerdere bouwstenen invloed heeft op het uiteindelijke resultaat. Voor de implementatie van het Groenbeheerplan op operationeel niveau gaan we vanaf 2025 nieuwe onderhoudscontract(en) opstellen en aanbesteden. De kwaliteitskeuzes en

€ 244.350.

maatregelen uit het Groenbeheerplan vertalen

7. Organisatie

In de voorbereidingsfase van de

Sinds de vaststelling van het vorige

vervangingsopgave toetsen we deze aan de

Groenbeheerplan in 2013 is de groene opgave in

integrale programmering en vertalen we de

de gemeente Beuningen zowel kwantitatief als

opgave aan de hand van een praktijktoets naar

kwalitatief toegenomen. De interne organisatie

een gewenste aanpak per straat, buurt en/of

is echter onvoldoende meegegroeid. Om

wijk. Het resultaat is een

uitvoering te geven aan het nieuwe

meerjarenprogrammering voor de

Groenbeheerplan is er behoefte aan uitbreiding

vervangingsopgave van het groen.

we naar de nieuwe onderhoudscontract(en).

van de interne capaciteit (bv. inhuur externe capaciteit en/of vacatureruimte beschikbaar

In de toekomst is het gewenst om voor het groot

stellen) en de inzet van marktpartijen voor het

onderhoud (meerjaarlijkse cyclus) in de

organiseren en uitvoeren van monitoring en

begroting te werken met voorzieningen. Dit

inspectie(s).

biedt als voordeel dat de beheerder de werkzaamheden planmatig kan organiseren en

Om de werkdruk op de interne organisatie te

uitvoeren en er geen grote schommelingen

verkleinen is het belangrijk dat het

ontstaan op de exploitatie.

gegevensbeheer en specifiek het

10

11

1 Inleiding Voor u ligt het ‘Groenbeheerplan, onze groene basis op orde’ van de gemeente Beuningen. Dit Groenbeheerplan heeft betrekking op de periode 2025 t/m 2028 en omschrijft de visie op het groenbeheer, de kwaliteit van onze groenvoorzieningen en de benodigde maatregelen en kosten om het gewenste kwaliteitsniveau te behouden. Een groene openbare ruimte is steeds belangrijker en speelt een centrale rol bij veel van de maatschappelijke opgaven, zoals de klimaatadaptatie, het vergroten van de biodiversiteit, de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid. Met dit Groenbeheerplan borgen we de komende jaren de kwaliteit van onze huidige groenvoorzieningen, zodat het groen blijft bijdragen aan de ‘groene ambities’van de gemeente Beuningen. 1.1

Aanleiding

De gemeente heeft de wettelijke taak om haar groenvoorzieningen adequaat te beheren en onderhouden. Dit betekent dat de beheerder moet zorgen dat het kapitaal waarin is geïnvesteerd in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud, waardoor kapitaalvernietiging en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Daarnaast kan met het onderhoud van de groenvoorzieningen een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte. Denk hierbij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Het is daarom van belang om met elkaar vast te stellen aan welke doelstellingen we met het onderhoud van de groenvoorzieningen bij willen dragen. Dit geeft handvatten bij bijvoorbeeld de programmering van de vervangingsopgave en het uitvoeren van het reguliere beheer en onderhoud.

1.2

Doel

Het doel van het Groenbeheerplan is om voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen aan de hand van duidelijke kaders en uitgangspunten de werkwijze en benodigde middelen voor de komende 4 jaar (2025 t/m 2028) vast te stellen. Het Groenbeheerplan geeft hierbij uitwerking aan de strategische beleidsambities uit het Groenbeleidsplan door deze te vertalen naar concrete maatregelen voor het beheer en onderhoud, zie afbeelding 1.1.

12

Groenbeleidsplan

Groenbeheerplan

Uitvoering

Biodiversiteit

Ecologisch maaibeheer

Maaien en ruimen

Klimaatadaptatie

Bladafval laten liggen

Kwaliteitsniveau C

Kwalitatief en functioneel groen

Ambitie-/onderhoudsniveau

1e 3 jaar A-kwaliteit

Samen met onze bewoners

Samen in de buurt (website)

Bewonersinitiatieven

Afbeelding 1.1: positie Groenbeheerplan 2025 t/m 2028

Door het Groenbeheerplan vervolgens op operationeel niveau te implementeren dragen we met de uitvoering van het beheer en onderhoud bij aan de beleidsambities. Dit doen we bijvoorbeeld door de maatregelen uit het Groenbeheerplan te vertalen naar nieuwe onderhoudscontracten.

1.3

Scope

Dit Groenbeheerplan richt zich op het onderhoud van de groenvoorzieningen, welke in beheer en/of eigendom zijn van de gemeente. Onze groenvoorzieningen bestaan uit de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. De bomen en de bestrijding van invasieve soorten vallen buiten de scope van dit Groenbeheerplan. Deze krijgen uitwerking in separate en/of andere beheerplannen (bv. Bomenbeheerplan).

1.4

Leeswijzer

Het Groenbeheerplan omschrijft in hoofdstuk 2 de belangrijkste wet- en regelgeving en de gemeentelijke ambities die relevant zijn voor het groenbeheer. Vervolgens is dit in hoofdstuk 3 vertaald naar de ‘visie op groenbeheer’ met daarin een uitwerking van de belangrijkste speerpunten vanuit het beleid naar concrete maatregelen voor het beheer en onderhoud. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de opbouw en kwaliteit van het huidige areaal aan groenvoorzieningen en op welke manier we de kwaliteit van onze groenvoorzieningen blijven toetsen. Om onze groenvoorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau (ambitie) te blijven onderhouden zijn er onderhoudsmaatregelen nodig, waarbij we onderscheid maken in regulier onderhoud (hoofdstuk 5) en de vervangingsopgave (hoofdstuk 6). Beide hoofdstukken omschrijven de benodigde maatregelen en middelen. Het Groenbeheerplan sluit af met de organisatie van het groenbeheer (hoofdstuk 7) met daarin een toelichting op de wijze waarop het huidige beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen is georganiseerd (o.a. monitoring/inspecties en onderhoudscontracten) en het effect van het Groenbeheerplan op de organisatie. Het resultaat van het Groenbeheerplan is in hoofdstuk 8 samengevat en vertaald naar aanbevelingen voor de implementatie van de opgave de komende 4 jaar.

13

Hoofdstuk

Toelichting

1. Inleiding

Aanleiding, doel, scope en leeswijzer

2. Kaders & ambities

Omschrijving wettelijke kaders / gemeentelijke ambities

3. Visie op groenbeheer

Speerpunten beleid vertaald naar beheermaatregelen

4. Areaal & kwaliteit

Opbouw areaal, inspecties, technische- en beeldkwaliteit

5. Dagelijks beheer en onderhoud

Maatregelen en benodigde middelen

6. Vervangingsinvestering(en)

Maatregelen en benodigde middelen

7. Organisatie

Toelichting organisatie groenbeheer

8. Conclusie & aanbevelingen

Conclusie en aanbeveling voor bv. implementatie

Bijlagen

Relevante achtergrondinformatie

Tabel 1.2: leeswijzer Groenbeheerplan 2025 t/m 2028, gemeente Beuningen

14

15

2 Kaders & ambities Bij het voorbereiden en uitvoeren van ons groenbeheer houden we rekening met de wettelijke eisen (bv. in het kader van de Wet Natuurbescherming) en onze eigen gemeentelijke ambities en thema’s zoals; duurzaamheid, klimaatverandering en biodiversiteit. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de wettelijke kaders die relevant zijn voor het groenbeheer en de gemeentelijke doelstellingen en ambities. 2.1

Onze opgave

Gemeente Beuningen wil een gemeente zijn waar je opgroeit, waar je blijft wonen en werken en waar je oud kunt worden. De Omgevingsvisie omschrijft de visie van de gemeente Beuningen op de fysieke leefomgeving en is gericht op de mogelijkheden voor wonen, werken, recreëren en ondernemen met daarbij aandacht voor een gezond en veilig leefklimaat. De drie kernwaarden zijn verbinding, betrokkenheid en mooi plekje, welke ook de basis zijn van het huidige coalitieakkoord. De vijf ambities uit de Omgevingsvisie maken inzichtelijk welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waar we de komende jaren aan willen gaan werken. De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving zijn: 1.

Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben;

2.

Beuningen is gezond, inclusief en veilig;

3.

Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;

4.

Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;

5.

Beuningen is ondernemend en uitnodigend.

Bovengenoemde opgaven zijn verwerkt in het nieuwe Groenbeleidsplan, zie paragraaf 2.3.1. In dit Groenbeheerplan geven we hier verder uitwerking aan. In hoofdstuk 4 omschrijven we onze visie op het groenbeheer voor de komende 4 jaar, waarin we de beleidsthema’s (bv. biodiversiteit) uitwerken naar concrete maatregelen.

2.2

Wettelijke kaders

De belangrijkste wet- en regelgeving die van invloed is op het beheer en onderhouden van de groenvoorzieningen zijn vastgelegd in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) en de Wet Natuurbescherming. Als laatste is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de basis voor de gemeentelijke verslaglegging en de planning en control cyclus. De BBV is daarmee een leidraad voor de financiele verdeling van de kosten (exploitatie, voorziening en investering).

16

2.2.1 Burgerlijk wetboek Het beheer van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte is een wettelijke overheidstaak. Dit is vertaald in de ‘zorgplicht’ die is vastgesteld in het Burgerlijk Wetboek en betekent dat we moeten kunnen aantonen dat de gemeente regelmatig onderhoud pleegt en de technische staat van de groenvoorzieningen inspecteert. Dit alles met als voornaamste doel het borgen van de veiligheid. Als we dit niet of in onvoldoende mate doen, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor nalatigheid. 2.2.2 Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving beschermt Nederlandse natuurgebieden, houtopstanden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. In het kader van de Wet Natuurbescherming heeft de gemeente Beuningen een zogenaamde ‘zorgplicht’. Dit betekent dat we voldoende zorg in acht nemen voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en we geen handelingen verrichten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden, dieren- en plantensoorten.

2.2.3 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ omschrijft de wettelijke eisen die gelden voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening. Een belangrijk onderdeel van de BBV is de ‘paragraaf onderhoud kapitaalgoederen’, welke voor de toezichthouder een essentieel onderdeel is van het begrotingsonderzoek. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen omschrijft het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiele consequenties en de vertaling daarvan naar de begroting (exploitatie, onderhoudsvoorziening en investering). Indien er sprake is van achterstallig onderhoud (wanneer het onderhoud niet meer voldoet aan de door de raad vastgestelde minimale kwaliteitsniveau of de wettelijke norm) kan dit leiden tot hogere herstellasten of onveilige situaties. De BBV omschrijft dat achterstallig onderhoud zo snel mogelijk word hersteld, waarvoor de gemeente een voorziening dient te vormen of in bepaalde gevallen door het gehele kapitaalgoed versneld te vervangen. In het Groenbeheerplan hanteren we de uitgangspunten van de BBV, waarbij we volgens de uitgangspunten uit de BBV de benodigde middelen berekenen voor de exploitatie, onderhoudsvoorziening(en) en investering(en).

17

2.3

Gemeentelijk beleid & ambities

De belangrijkste ambities en beleidsuitgangspunten van de gemeente Beuningen en specifiek voor de groenvoorzieningen zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie, het Groenbeleidsplan en het Participatiebeleid. 2.3.1 Groenbeleidsplan Het nieuwe Groenbeleidsplan is in 2022 vastgesteld en geeft uitwerking aan de ambities uit de Omgevingsvisie. De visie van het Groenbeleidsplan “Gemeente Beuningen staat voor een toekomstbestendige, gezonde en prettige leefomgeving. Daarbij is kwalitatief en functioneel groen onmisbaar.”, is vertaald naar de volgende vijf thema’s: ● Gemeentelijk bomenbestand; ● Biodiversiteit; ● Klimaatadaptiviteit; ● Functioneel en hoogwaardig groen; ● Samen met onze bewoners. In hoofdstuk 4 van dit Groenbeheerplan zijn de thema’s uit het Groenbeleidsplan uitgewerkt naar een visie op het groenbeheer. In deze visie omschrijven we de thema’s uit het Groenbeleidsplan en vertalen deze naar concrete maatregelen voor het groenbeheer de komende 4 jaar. 2.3.2 Participatiebeleid Ten tijde van het opstellen van het Groenbeheerplan werkt de gemeente Beuningen, samen met haar inwoners, aan het opstellen van een ‘Kadernota Participatie’. Tijdens dit proces krijgen inwoners de mogelijkheid om aan te geven op welke manier zij met de gemeente willen samenwerken. Het resultaat hiervan neemt de gemeente eind 2023 mee in het nog op te stellen ‘Kadernota Participatie’.

Er zijn al meerdere initiatieven waarmee we inwoners de gelegenheid geven om in samenwerking met de gemeente deel te nemen aan het onderhoud van onze groenvoorzieningen. Deze initiatieven staan in paragraaf 4.5 nader toegelicht. 2.3.3 Waterplan In het ‘Waterplan Beuningen’ worden de ambities op het gebied van water in Beuningen onderverdeeld in de volgende vijf categorieën: ● Afkoppelen: het afkoppelen van 25% van het verhard oppervlak van het gemengd stelsel en 100% afkoppelen bij uitbreidingsplannen. ● Waterkwaliteit: verbeteren van de oppervlaktekwaliteit conform de functie toekenning van het oppervlaktewater. ● Het toekennen van functies aan het oppervlaktewater: hiervoor zijn functietypen gedefinieerd die bestaan uit een onderling samenhangend geheel van doelstellingen met betrekking tot de waterkwaliteit, waterkwantiteit, natuurwaarden, inrichting en onderhoud. Er wordt onderscheid

18

gemaakt in de functietypen: natuurlijk water, belevingswater en kijkwater. Het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater en de oevers is aangepast op het toegekende functietype. ● Veiligheid: bij de aanleg en inrichting van waterlopen wordt bewust rekening gehouden met de kindveiligheid van het water. Dit betekent dat flauwe taluds en/of plasdras zones aangelegd worden om verdrinking te voorkomen. ● Waterbeleving: water meer zichtbaar maken en elementen toevoegen, zodat het water meer beleefd wordt. In paragraaf 3.3.2 omschrijven we onze visie op het natuurlijk vriendelijk beheer en onderhoud van oevers gelegen langs ‘kijkwater’. Hier zijn er kansen om in het kader van het vergroten van de biodiversiteit de oevers ecologisch te gaan maaien.

19

20

3 Visie op groenbeheer In 2022 heeft de gemeente Beuningen het nieuwe Groenbeleidsplan vastgesteld, met daarin kaders en uitgangspunten voor de instandhouding en toekomstige ontwikkeling van een hoogwaardige en functionele groenstructuur. De visie in het Groenbeleidsplan is: “Gemeente Beuningen staat voor een toekomstbestendige, gezonde en prettige leefomgeving. Daarbij is kwalitatief en functioneel groen onmisbaar.’’ Om de visie te bereiken zijn er in het Groenbeleidsplan vijf thema’s uitgewerkt. Deze thema’s sluiten aan bij de Omgevingsvisie en de opgaven uit het coalitie-akkoord. Eén van deze thema’s heeft betrekking op het gemeentelijk bomenbestand. Dit thema krijgt een nadere uitwerking in het nog op te stellen Bomenbeheerplan. De andere thema’s zijn in dit hoofstuk nader toegelicht en geconcretiseerd naar maatregelen voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. 3.1

Scope

3.1.1 Groenbeheerplan Dit Groenbeheerplan is van toepassing op het beheer en onderhoud van het huidige areaal aan groenvoorzieningen in de periode 2025 t/m 2028. Het is van belang om ons te realiseren dat het Groenbeheerplan betrekking heeft op het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen en dus in beperkte mate uitwerking geeft aan toekomstige inrichtingsmaatregelen. Uiteraard kunnen we hier in het kader van de beleidsthema’s wel sturing aan geven. Dit betekent dat het Groenbeheerplan alleen uitwerking geeft aan de acties uit het Groenbeleidsplan die direct betrekking hebben op het beheer en onderhoud van de huidige groenvoorzieningen. De maatregelen met betrekking tot de andere disciplines (bv. inrichting en ontwerp) krijgen uitwerking in andere planvormingsprocessen, zoals in het Programma van Eisen waarin staat omschreven aan welke eisen nieuwe beplanting dient te voldoen met als doel om bij nieuwe aanplant te komen tot functioneel groen met een goede kwaliteit. Daarnaast is het Groenbeheerplan alleen van toepassing op het huidige areaal aan groenvoorzieningen. Onder ‘groenvoorzieningen’ verstaan we al het gemeentelijk groen (o.a. beplanting en gras-en kruidachtigen), exclusief de bomen. Voor de gemeentelijke bomen geldt dat we een separaat ‘Bomenbeheerplan’ opstellen.

Hoewel de ‘onkruid- en veegvuilbeheersing op verharding’ op de begroting onderdeel uitmaken van de asset Groen is deze niet meegenomen bij het opstellen van het

21

Groenbeheerplan. De onkruid- en veegvuilbeheersing op verhardingen maakt namelijk onderdeel uit van het wegbeheer en krijgt daarom uitwerking in het ‘Wegbeheerplan’.

3.2

Beleidsthema’s

In het Groenbeheerplan werken we de volgende thema’s uit het Groenbeleidsplan uit naar maatregelen: ● Biodiversiteit ● Klimaatadaptatie ● Functioneel en hoogwaardig nieuw groen ● Samen met onze bewoners Bij het uitwerken van de beleidsthema’s naar maatregelen voor het groenbeheer hebben we in een gezamenlijke werksessie alle opgaven bij de beleidsthema’s met elkaar besproken. Hierbij zijn de opgaven onder te verdelen naar verschillende disciplines, namelijk; ● Beheer & onderhoud; ● Ontwerp & inrichting; ● Communicatie en participatie. Naast de verdeling in disciplines is er ook een onderverdeling gemaakt naar de termijn waarin we maatregelen kunnen gaan voorbereiden en uitvoeren. Dit heeft geresulteerd in het overzicht opgenomen in afbeelding 3.1. Beheer & onderhoud

Inrichting &

Overige

ontwerp

(bv. communicatie)

Korte termijn (1-2 jaar) Middellange termijn ( 3-5 jaar) Lange termijn (> 5 jaar)

Groenbeheerplan

Visie op de toekomst

Afbeelding 3.1: scope ‘visie op groenbeheer’ in Groenbeheerplan 2024 t/m 2027

Acties uit het Groenbeleidsplan die van toepassing zijn op andere disciplines (bv. ontwerp & inrichting of communicatie) krijgen uitwerking in andere planvormingsprocessen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan: ● Een ‘Groenstructuurplan’ die uitwerking geeft aan het behoud van landschapselementen en het realiseren van groene en ecologische verbindingen; ● Een ‘handboek en/of leidraad’ voor de inrichting van de openbare ruimte waarin o.a. eisen zijn opgenomen voor het natuurinclusief bouwen bij nieuwbouwprojecten; ● Een ‘Programma van eisen’ met daarin de eisen die we stellen aan nieuwe materialen (bv. beplantingsmateriaal en graszaad) en inrichtingsmaatregelen (bv. minimale omvang beplantingsvak en het toepassen van bodemverbetering).

22

Relatie Groenbeleidsplan & Groenbeheerplan Samenvattend is de scope van het Groenbeheerplan als volgt: ● Discipline:

beheer & onderhoud

● Objecten:

huidige groenvoorzieningen, excl. bomen en onkruid- en veegvuilbeheersing op verharding

● Termijn:

korte- en middellange termijn (max. 5 jaar)

● Periode:

2025 t/m 2028

Dit betekent dat we binnen de scope van het Groenbeheerplan alleen uitwerking geven aan de volgende thema’s en acties uit het Groenbeleidsplan: Biodiversiteit: ● Het bepalen van doelsoorten of doelsoortgroepen en de voortgang monitoren; ● Het in kaart (blijven) brengen van grasvelden, parken, bermen en oevers waarop ecologisch maaibeheer kan worden toegepast; ● Het huidige beheer monitoren met aandacht voor biodiversiteit en waar nodig bijstellen. Klimaatadaptatie: ● Het toepassen van klimaatadaptieve beplanting; ● Mulchen bladafval; ● Bladafval laten liggen; ● Aanplantperiode i.r.t. klimaatverandering; ● Planning werkzaamheden. Kwalitatief en functioneel groen: ● Definitie ‘functioneel groen met een goede kwaliteit’; ● Ambitie-/onderhoudsniveaus. Samen met onze bewoners: ● Mogelijkheden voor inwoners om te participeren in het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen.

23

3.3

Biodiversiteit

Onder ‘biodiversiteit’ verstaan we verschillende levensvormen, welke zijn onder te verdelen naar ecosystemen, soorten en genen. De gemeente Beuningen kent verschillende landschapstypen (o.a. uiterwaarden, oeverwallen en het kommengebied) en biedt daarmee kansen voor het versterken van de biodiversiteit. Het doel is om de biodiversiteit zowel binnen als buiten de bebouwde kom te versterken en met gerichte maatregelen ook te gaan vergroten. In dit Groenbeheerplan geven we uitwerking aan de volgende acties uit het Groenbeleidsplan met als doel het behouden en vergroten van de biodiversiteit: ● Het bepalen van doelsoorten of doelsoortgroepen en de voortgang monitoren; ● Het in kaart (blijven) brengen van grasvelden, parken, bermen en oevers waarop ecologisch maaibeheer kan worden toegepast; ● Het huidige beheer monitoren met aandacht voor biodiversiteit en waar nodig bijstellen. 3.3.1 Doelsoorten en doelsoortgroepen Dieren en planten komen niet zomaar toevallig op een plek voor. Dieren en planten leven op een specifieke plek, omdat deze voldoet aan de ecologische eisen die het dier of de plant heeft. Door het toepassen van de juiste maatregelen, creëren we de juiste omstandigheden voor een specifiek soort en/of gemeenschap. Daarbij spreken we in Nederland van een ‘doelsoort’ wanneer een dier of plant bedreigd, zeldzaam en van internationaal belang is.

De gemeente Beuningen kent ook een aantal doelsoortgroepen, zoals; amfibieën, bijen, tuinvogels en vlinders. Door het beheer en onderhoud van beheergroepen op specifieke locaties aan te passen op de eisen van de doelsoortgroepen stimuleren we het behoud en de groei van deze doelsoortgroepen. Concrete voorbeelden zijn : Beheergroep

Doelsoortengroep

Maatregelen

Graslanden

Indicatorsoorten

Niet klepelen, maairegime afstemmen op

‘glanshavergrasland’; kruiden- en

doelsoortengroep

bloemrijk grasland t.b.v. tuinvogels, bijen en vlinders Bosplantsoen

Tuinvogels en vlinders

Beheren op ‘bloei’ gericht op inheemse bloeiende besdragers, buiten broedseizoen periodiek afzetten (niet snoeien)

Grienden

Tuinvogels en bijen

Beheren op ‘bloei’, buiten broedseizoen periodiek en gefaseerd afzetten.

Oevers

Amfibieën

Gefaseerd maaien in de minst kwetsbare periode (sept./okt.)

Afbeelding 3.2: doelsoortgroepen en maatregelen, gemeente Beuningen

24

De planning en uitvoering van de beheersmaatregelen passen we aan op de behoefte van de doelsoorten (bv. bloeiende beplanting). Paragraaf 4.3.4. geeft een toelichting op de wijze waarop we de ontwikkeling van de doelsoortgroepen gaan monitoren. 3.3.2 Toepassen van ecologisch beheer en onderhoud Eén van de acties uit het Groenbeleidsplan is het in kaart brengen van grasvelden, parken en bermen waarop ecologisch maaibeheer kan worden toegepast. Inmiddels zijn de potentiële locaties in beeld gebracht en zijn we al gestart met het ecologisch maaien van meerdere locaties. Naast het ecologisch maaien zijn er echter nog meer kansen om op een eenvoudige manier de biodiversiteit te vergroten. Deze kansen staan in deze paragraaf nader toegelicht. Grasvelden, bermen en parken Steeds meer overheden kiezen voor ecologisch maaibeheer, omdat dit de biodiversiteit, de overlevingskansen van insecten en de belevingswaarde van de bermen vergroot. Onder ecologisch maaibeheer verstaan we het volgende: ● Het minder vaak of gefaseerd maaien; ● Het maaisel blijft enkele dagen liggen en voeren we daarna af, zodat kruiden de kans krijgen om uit te zaaien; ● Bij het afstellen van de maaihoogte houden we rekening met het behoud van rozetten; ● Het moment van maaien stemmen we af op de vegetatieontwikkeling (doelsoorten).

Afbeelding 3.3: voorbeeld ecologisch maaien grasberm

Deze manier van maaien stimuleert de groei van bloeiende planten, welke vervolgens veel insecten aantrekt. De gemeente Beuningen is al gestart met het ecologisch maaien van de grasvelden, bermen en stedelijke parken. Op dit moment passen we op ongeveer 15 hectare grasland ecologisch maaibeheer toe. Enkele voorbeelden zijn: ● Het ecologisch maaien van enkele grasbermen; ● Het toepassen van ecologisch maaibeheer in de buurten Schoenaker en Heuve, bij de Vordingse Plas, achter de geluidswal aan de Palinggracht en in het Heuvepark; ● Wisselend maaibeheer in de wijk Keizershoeve in Ewijk; ● Pilot sinusmaaien langs de Nieuwe Pieckelaan en de Schoenaker. Het ecologisch maaien van bermen, grasvelden en parken willen we op grote schaal gaan voortzetten. De locaties die hiervoor geschikt zijn, hebben we op basis van de volgende criteria in beeld gebracht: ● Omvang bermen/graslanden; ● Functie(s); ● Aanwezigheid bomen; ● Ecologische slagingskans (potentie).

25

Bij het bepalen van kansrijke locaties voor ecologisch maaien is en blijft veiligheid en functionaliteit belangrijk. We blijven ervoor zorgen dat kruispunten overzichtelijk zijn, dat er geen grasvegetatie over de fietspaden hangt, dat reflectorpalen en/of verkeerskundige signaleringen zichtbaar zijn en dat bijvoorbeeld speel- en sportplekken aantrekkelijk en bruikbaar blijven. Om op grote schaal ecologisch te gaan maaien, zullen we het maaien van de grasvelden, bermen en stadsparken gaan opnemen in een (integraal) onderhoudscontract en middels een Europese aanbesteding op de markt gaan zetten. Deze manier van aanbesteden biedt de kans om aan de hand van ‘inschrijvingseisen’ marktpartijen te contracteren die op basis van ervaring en certificeringen kunnen aantonen geschikt te zijn en ervaring hebben met het ecologisch maaien van grasvegetaties. Wanneer we bij de gunningsmethodiek kiezen voor de beste prijs-kwaliteitsverhouding kunnen we veel beter gebruik maken van de expertise van de marktpartijen op het gebied van ecologisch maaibeheer. Op dit moment maaien we 18% van het totale areaal aan gazons en grasbermen op een ecologische manier. Het doel is om vanaf 2026 te starten met het op grote schaal ecologisch maaien van onze bermen, grasvelden en parken, waarbij het percentage aan gazons en bermen die we ecologisch maaien de komende jaren zal gaan toenemen.

Natuurvriendelijke oevers Naast het ecologisch maaien van bermen, grasvelden en de parken zijn we in relatie tot het maaibeheer gestart met het ecologisch maaien van oevers langs ‘natuurlijk water’. De oevers gelegen langs watergangen met de functie ‘kijkwater’ zijn vanwege de profielopbouw ook geschikt voor het ecologisch maaien van oevers. Kenmerkend voor deze oevers is de geleidelijke overgang van water naar land met verschillende vegetatietypen (o.a. oeverplanten en onderwaterplanten). De aanwezigheid van deze begroeiing is belangrijk voor waterdieren, amfibieën en vogels. De vissen paaien tussen de planten en voor de kleine waterdieren dient de begroeiing als voedsel en schuilplaats. De begroeiing van de oever dient dus als basis van het ecosysteem in en om het water.

Afbeelding 3.4: dwarsdoorsnede ‘natuurvriendelijke oever’

26

Afbeelding 4.4 is een dwarsdoorsnede van een natuurvriendelijke oever. Het wateroppervlak en het natte gedeelte van de oever (oevertype nat) heeft het Waterschap in beheer en onderhoud, waarbij zij de watergang en het natte gedeelte van de oever 1x per jaar uitmaaien. Het droge gedeelte van de oever (oevertype droog) en het grasland na de insteek is in beheer en onderhoud van de gemeente. De droge oevers langs ‘kijkwater’ gaan we, indien de locatie daarvoor geschikt is, omvormen naar ‘natuurlijk water’. Dit betekent dat we jaarlijks aan één zijde van de watergang het droge gedeelte van de oever maaien, waarbij er om de 50 meter een gedeelte van de beplanting op de droge oever blijft staan. Om bij ‘natuurlijk water’ een geleidelijke overgang te creëren tussen de droge oever en het naastgelegen grasland (na de insteek) maaien we de eerste 2,5 meter vanaf de insteek minder frequent (bijvoorbeeld 1x per 2 jaar). Door de oevers langs ‘natuurlijk water’ ecologisch te maaien creëren we meer overgangen tussen de oever- en grasvegetaties en dragen we zorg voor de aanwezigheid en behoud van de vegetatietypen die nodig zijn voor de waterdieren, amfibieën en vogels.

Afbeelding 3.5: voorbeeld natuurvriendelijke oevers

We zijn al gestart met het ecologisch maaien van de oevers (droge talud) langs ‘natuurlijk water’ door het maaibeheer hierop aan te passen. Dit doen we door: ● Bij het plannen van de maaiwerkzaamheden en bij het in te zetten materieel rekening te houden met de kwetsbare soorten (bv. amfibieën) en het broedseizoen; ● Gefaseerd maaien van de droge oevers waarmee we ruimte creëren voor de gewenste flora en fauna; ● Het minder frequent maaien van het grasland vanaf de insteek (2,5 meter); ● Het maaisel enkele dagen te laten liggen en daarna op te ruimen, zodat dieren de kans krijgen om voorafgaand aan het opruimen van het maaisel een nieuwe plek te vinden. Op dit moment is 60% van alle oevers in onze gemeente een natuurlijke oever. In de periode 2025 t/m 2028 is het doel om de kansrijke gebieden en locaties voor het omvormen van ‘kijkwater’ naar ‘natuurlijk

27

water’ in beeld te brengen en het maaibeheer hierop aan te passen. Daarnaast streven we bij nieuwbouwprojecten naar de aanleg van natuurlijke oevers en/of ‘natuurlijk water’. Op die manier verwachten we dat het percentage aan natuurlijke oevers de komende jaren zal gaan toenemen. 3.3.3 Effectgestuurd beheer De huidige werkwijze voor het beheer en onderhoud is gebaseerd op het beeldgericht werken van CROW, waarbij we het gewenste eindresultaat aan de hand van beelden en prestatie-eisen met elkaar vastleggen. Deze manier van werken sluit echter niet altijd goed aan bij andere doelstellingen, zoals het vergroten van de biodiversiteit. Een goed voorbeeld hiervan is het minder frequent maaien van grasvelden. Het resultaat hiervan sluit niet aan bij de gewenste beeldkwaliteit (het gras is te lang), maar draagt wel bij aan het behouden en vergroten van de biodiversiteit. Een ander goed voorbeeld is het snoeien van beplanting (bv. heesters en bodembedekkers) op basis van beeldkwaliteit. Deze manier van snoeien borgt het functioneel gebruik van de openbare ruimte, waarbij voetpaden bijvoorbeeld toegankelijk blijven. Dit is echter niet op alle locaties in de openbare ruimte noodzakelijk. Op sommige plekken, bijvoorbeeld in parken, kunnen we de beplanting bijvoorbeeld ten behoeve van de biodiversiteit meer de ruimte geven.

De basis voor ons beheer en onderhoud blijft het beeldgericht werken op basis van de ambitieniveaus die we met elkaar hebben vastgelegd. Daarbij willen we echter ruimte creëren voor effectgestuurd beheer op de locaties die daarvoor geschikt zijn. Daarbij hebben we naast de beeldkwaliteit ook aandacht voor het effect en/of doel dat we met onze groenvoorzieningen willen bereiken. Dit betekent in de praktijk dat we meer willen gaan differentiëren in de technische prestatie-eisen (beeldkwaliteit) om invulling te geven aan de beleidsthema’s. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat dit niet ten koste mag gaan van de belevingskwaliteit, veiligheid en functionaliteit van de openbare ruimte. Het vergroten van de biodiversiteit vraagt om een andere manier van beheer en onderhoud, waarbij er geen sprake is van verloedering van de openbare ruimte of achterstallig onderhoud. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de indeling in functionele gebieden, de ambitieniveaus (kwaliteitskeuzes) en de bijbehorende kosten. 3.3.4 Monitoren van biodiversiteit De komende jaren gaan we aan de hand van verschillende maatregelen aan de slag met het vergroten van de biodiversiteit. Monitoring is nodig om te toetsen of de maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan de biodiversiteit.

Dit doen we op twee manieren: ● Monitoren ontwikkeling doelsoorten in relatie tot ecologisch maaien; ● Monitoren omvang areaal welke we op een ecologische wijze beheren. Monitoren doelsoorten Het monitoren van doelsoorten is arbeidsintensief en om die reden ook erg kostbaar. Daarnaast is het monitoren van doelsoorten alleen relevant wanneer er de mogelijkheid is om de onderhoudsmethodiek te kunnen aanpassen op de eisen van de doelsoort. Voor de gemeente Beuningen betekent dit dat we alleen de doelsoorten monitoren in relatie tot de grasvelden, bermen, parken en oevers waar we ecologisch gaan maaien. Hiervoor maken we gebruik van de inzet van vrijwilligers en/of studenten en

28

hanteren we bestaande methodieken. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘Nectarindex’. Dit is een handige methode om te bepalen in welke mate een berm of grasland bijdraagt aan het behoud van insecten, vlinders en inheemse planten. Dit wordt gedaan door de aanwezig bloemen te tellen en hun ‘nectarwaarde’ te scoren. Hiermee verkrijgen we informatie over welke waarde de berm of het grasland heeft voor bestuiving en biodiversiteit. Monitoren ontwikkeling ‘ecologisch beheer en onderhoud’ Naast het monitoren van de doelsoorten maken we jaarlijks inzichtelijk welk deel van ons groenareaal we op een ecologische manier beheren. We verwachten dat dit areaal de komende jaren in omvang zal toenemen door bijvoorbeeld het ecologisch maaien van bermen, graslanden, parken en oevers en het toepassen van effectgestuurd beheer. Het laatste biedt de mogelijkheid om te differentiëren in (beeld)kwaliteit, zodat er meer ruimte ontstaat om bijvoorbeeld de biodiversiteit te vergroten.

29

3.4

Klimaatadaptatie

Steeds vaker hebben we te maken met extreme weersomstandigheden, zoals; langere perioden van droogte, hitte en hevigere neerslag. De gemeente wil hier tijdig op inspelen door de openbare ruimte hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door de openbare ruimte te vergroenen, meer ruimte te bieden voor waterberging en de aanplant van meer bomen. Veel van de maatregelen die nodig zijn om onze openbare ruimte klimaatadaptief te maken zijn gericht op de inrichting, zoals; de aanplant van meer bomen en het omvormen van verharde oppervlakken naar groen. Deze maatregelen krijgen uitwerking in andere planvormingsprocessen (bv. Programma van Eisen en bij reconstructies en nieuwbouwplannen). Dit Groenbeheerplan omschrijft de manier waarop we het groen in onze gemeente klimaatadaptief gaan beheren. 3.4.1 Klimaatadaptieve beplanting Bij de aanplant van nieuwe beplanting houden we rekening met de klimaatverandering, door te kiezen voor beplantingsmateriaal die bestand is tegen bijvoorbeeld hitte, droogte, verdichting en strooizout en zorg te dragen voor bodemverbetering (humusrijke bodem). Bij een vervangingsopgave kijken we daarom kritisch naar de bestaande beplanting en indien nodig vervangen we deze door een beplantingssoort die beter bestand is tegen de lokale omstandigheden.

Er is al gestart met het opstellen van een lijst met klimaatadaptieve beplanting, inclusief eigenschappen, welke we toepassen in de gemeente Beuningen. De komende jaren zullen we op basis van onze ervaringen de lijst verder aanvullen en blijven actualiseren. Deze lijst dient als basis bij vervangingsopgaven en bij de (her)inrichting van de openbare ruimte. Dit Groenbeheerplan omschrijft in hoofdstuk 6 de vervangingsopgave voor de komende 4 jaar. Bij deze vervangingsopgave is al rekening gehouden met het toepassen van klimaatadaptieve beplanting. 3.4.2 Mulchen Bij het snoeien van onze beplantingsvakken en het opruimen van bladafval is het gebruikelijk om het beplantingsvak ‘schoon’ achter te laten. Dit betekent dat we de beplantingsvakken snoeien en vervolgens het snoeimateriaal afvoeren, waarbij er geen snoeiresten achterblijven. Hetzelfde doen we met het opruimen van bladafval. Met een bladblazer maken we het groenvak

Afbeelding 3.6: mulchen bladafval

volledig schoon, waarbij er geen bladafval achterblijft. Deze methodiek heeft als nadeel dat onkruid veel kans krijgt om te groeien en beplantingsvakken snel uitdrogen bij langere perioden van droogte. Het toepassen van bodembedekking verbetert echter de bodemstructuur, waardoor voeding, lucht en vocht beter in de bodem dringen.

30

Het toepassen van bodembedekking doen we aan de hand van ‘mulchen’, waarbij we een laag van versnipperde planten en ander materiaal (bv. bladafval) over de grond aanbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door het snoeimateriaal van beplanting te versnipperen tot mulch en deze gelijk weer terug te brengen in het beplantingsvak. Een andere mogelijkheid is het versnipperen van bladafval op de grasvelden. Dit kan bijvoorbeeld met de inzet van een aangepaste grasmaaier die het bladafval versnipperd, waarbij het restmateriaal achterblijft op de gazons. Een andere methode is het opruimen van bladafval op grasvelden, deze te versnipperen en op een later moment te hergebruiken (bv. bij de aanplant van nieuwe beplantingsvakken). Hiervoor dient de gemeente en/of de aannemer wel een depot beschikbaar te hebben om het versnipperde materiaal tijdelijk op te kunnen slaan. De komende 4 jaar onderzoeken we de mogelijkheden met betrekking tot het toepassen van mulchen bij het snoeien van de beplanting en het opruimen van bladafval, zodat we de gewenste methodiek en de geschikte locaties mee kunnen nemen in het nieuw op te stellen (integrale) onderhoudscontract. 3.4.3 Bladafval laten liggen Aanvullend op het mulchen van bladafval kunnen we het bladafval in de beplantingsvakken laten liggen.

Dit heeft de volgende voordelen: ● De bladeren beschermen de beplanting tegen de kou; ● De bladeren vormen een natuurlijke schuilplaats voor dieren en insecten; ● Voedingsstoffen in de bladeren worden opgenomen door de bodem; ● Een gezonde bodem houdt meer water vast; ● Herfstbladeren verdwijnen vanzelf. Veiligheid speelt een belangrijke rol bij het laten liggen van bladafval in de beplantingsvakken. Bladafval dat gemakkelijk uit de beplantingsvakken kan waaien, ruimen we daarom wel op. Dit voorkomt dat bladafval op plekken terechtkomt, waar dit niet gewenst is. Vanaf 2024 starten we met het laten liggen van bladafval in de beplantingsvakken die daarvoor geschikt zijn. 3.4.4 Aanplantperiode Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met perioden van extreme droogte. Hier moeten we bij de aanplant van nieuwe beplanting dan ook rekening mee houden. Dit doen we door nieuwe beplanting alleen aan te planten in de periode 1 november t/m 1 maart. De nieuwe beplanting heeft dan voldoende tijd om goed aan te slaan en daarmee voorkomen we dat de nieuwe aanplant direct te maken krijgt met extreme droogte. Dit leidt tot minder uitval van nieuwe beplanting. De te hanteren aanplantperiode is dan ook een harde richtlijn. 3.4.5 Planning van werkzaamheden Bij de uitvoering van onze werkzaamheden krijgen we ook steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden.

Een goed voorbeeld hiervan is het maaien van onze grasvelden en bermen. Bij natte weersomstandigheden ontstaat er spoorvorming, tijdens een periode van droogte herstelt het gras minder snel en kan door het maaien geel uitslaan. De planning van de onderhoudswerkzaamheden dient dus rekening te houden met het effect van de klimaatsverandering(en). Daarnaast is de planning een

31

flexibel document, waarbij er op basis van de weersomstandigheden altijd wijzigingen plaats kunnen vinden. Het wijzigen van de planning, zeker bij werkzaamheden die vragen om de inzet van groot materieel, gebeurd altijd in samenspraak met de aannemer(s). Daarbij zoeken we naar oplossingen die rekening houden met de weersomstandigheden en voor zo min mogelijk vertraging zorgen voor o.a. de inzet van het benodigde materieel van de aannemer(s). Op die manier is het effect op de planning van de aannemer(s) minimaal. Het ecologisch maaien van de grasvelden, bermen, parken en oevers vraagt steeds meer om maatwerk, waarbij de gemeente een flexibiliteit van de aannemer(s) verwacht. Deze flexibiliteit is nodig bij zowel het ecologisch maaien (tijdstip van maaien in relatie tot bv. bloeiperiode) als de klimatologische ontwikkelingen. Daar staat tegenover dat aannemer(s) steeds vaker te maken krijgen met een tekort aan goed opgeleid personeel en daardoor overvolle planningen. De inzet van een eigen onderhoudsploeg draagt zorg voor een grotere flexibiliteit in de planning van onderhoudsmaatregelen, waarbij maatwerk gewenst is (bv. maaien van grasvelden, bermen en oevers, onderhoud jonge aanplant en accentzones) .

32

3.5

Functionele groenvoorzieningen met een goede kwaliteit

Bij de aanplant van nieuw groen speelt de functie van het groen een belangrijke rol. Bij de beplantingskeuze is het bijvoorbeeld van belang om te weten of het groen bedoeld is als ‘speelgroen’ of als ‘siergroen’. Daarnaast is de kwaliteit van het beplantingsmateriaal belangrijk. Kwalitatief goede beplanting heeft een langere levensduur en draagt bij aan onze belangrijkste doelstellingen; klimaatadaptatie en biodiversiteit. Onder ‘functionele groenvoorzieningen met een goede kwaliteit’ verstaan we de dus kwalitatief goede beplanting passend bij de functie van de beplanting in de openbare ruimte. Nieuw te ontwikkelen wijken en/of gebieden bieden de meeste kansen voor het realiseren van functionele groenvoorzieningen met een goede kwaliteit. Bij het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen dragen we er zorg voor dat de beplanting zich op een gezonde manier ontwikkelt, bijdraagt aan de functie van de locatie en waardevol is voor de samenleving. 3.5.1 Ambitieniveau De ontwikkeling van gezonde en vitale groenvoorzieningen vraagt om het tijdig uitvoeren van de juiste beheermaatregelen. Een goede kwaliteit van het groen vraagt om een passende onderhoudsintensiteit. Op dit moment is de basis van onze werkmethodiek het beeldgericht werken van CROW. Hierbij is het uitgangspunt kwaliteitsniveau C, waarbij we enkele accentzones (bv.

centrumgebieden en begraafplaatsen) op kwaliteitsniveau A onderhouden. Kwaliteitsniveau C resulteert in een onrustig beeld, gebruikers kunnen enige vorm van hinder ervaren en er is sprake van gedeeltelijke kapitaalsvernietiging. Het huidige ambitieniveau (C-kwaliteit) sluit niet aan bij onze ambitie voor het creëren van functioneel groen met een goede kwaliteit. Een hoger ambitieniveau op basis van gedifferentieerd beheer (A- en B-kwaliteit) sluit beter aan bij de ambities uit het Groenbeleidsplan. In het Groenbeheerplan zijn daarom twee scenario’s uitgewerkt (zie hoofdstuk 5), waarbij we passend bij onze beleidsambities een voorstel doen voor het hanteren van een hoger ambitieniveau voor het beheer en onderhoud van onze groenvoorzieningen. 3.5.2 Definitie ‘functioneel groen met een goede kwaliteit’ Het Programma van Eisen omschrijft de eisen ten aanzien van de inrichting van nieuwe groenvakken, zoals; de minimale omvang van een nieuw groenvak, eisen ten aanzien van beheersbaarheid en de toe te passen materialen. Hierin ontbreken echter de kwaliteitseisen voor het toe te passen beplantingsmateriaal, welke minimaal nodig zijn om te komen tot ‘functionele groenvoorzieningen met een goede kwaliteit’. In bijlage 1 is een omschrijving van de verschillende beheergroepen opgenomen, waarin we per beheergroep de kwaliteitseisen (bv.

uitgangskwaliteit, groeiplaatskwaliteit en beeldkwaliteit) hebben opgenomen om te komen tot hoogwaardig groen. 3.5.3 Nieuwe aanplant Na aanplant van nieuwe beplantingsvakken onderhouden we deze, met uitzondering van de accentzones, op kwaliteitsniveau C (het ambitieniveau). De geslotenheid van de nieuwe

33

beplantingsvakken is nog minimaal, waardoor onkruid de kans krijgt om te groeien. Vanwege het lage onderhoudsniveau overwoekerd het onkruid de nieuwe beplanting en krijgt deze niet de kans om uit te groeien tot een volwassen beplanting en een dichtgegroeid beplantingsvak. Het percentage aan jaarlijkse inboet is in onze gemeente dan ook hoog. Dit toont aan dat het onderhoudsniveau van de nieuwe beplanting bepalend is voor de gemiddelde levensduur van de beplanting (vervroegde afschrijving) en dat een te laag onderhoudsniveau leidt tot uitval van nieuwe beplanting (kapitaalsvernietiging). Naast het stellen van eisen aan de inrichting van groenvakken en de toe te passen materialen, onderhouden we jonge aanplant de eerste drie jaar na aanplant op een A-kwaliteit. Sinds 2022 werken we al op deze manier en dragen we er zorg voor dat nieuwe aanplant zich op een gezonde manier kan ontwikkelen, passend bij de functie en locatie.

Afbeelding 3.7: groenvak met nieuwe aanplant (links) en hetzelfde groenvak overwoekerd door onkruid (rechts)

34

3.6

Samen met onze bewoners

De gemeente Beuningen vindt het belangrijk om inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van onze leefomgeving. Inwoners hebben vaak goede ideeën voor verbetering van de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte. We betrekken onze inwoners daarom graag bij de ontwikkeling van plannen en de uitvoering van het groenbeheer. In 2023 stellen we een ‘Kadernota participatie’ op, waarin we onze werkwijze ten aanzien van participatie met elkaar vaststellen. Vooruitlopend op de ‘Kadernota participatie’ zijn er voor inwoners al verschillende mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan onze groene leefomgeving. Deze mogelijkheden staan hieronder nader toegelicht. 3.6.1 Samen in de buurt Inwoners die ideeën hebben om hun buurt of wijk te verbeteren, kunnen deze via de website van de gemeente Beuningen indienen. Deze ideeën hebben betrekking op allerlei onderwerpen in de openbare ruimte (bv. veiligheid, overlast en gebruik). Eén van de mogelijkheden is het adopteren en onderhouden van het openbaar groen. Het adopteren van openbaar groen is voor inwoners gratis. Wel dragen zij zelf de (eventuele) lasten voor het onderhoud, de beplanting en andere materialen die nodig zijn. Al deze afspraken leggen we vast in een adoptieovereenkomst. De gemeente ondersteunt de initiatiefnemers met advies over het onderhoud en welke planten het meest geschikt zijn.

3.6.2 Groene vrijwilligers In de gemeente Beuningen zijn al verschillende vrijwilligersgroepen (bv. Dijkmagazijn en Landschapsbeheer Beuningen) actief in onze groene leefomgeving. Inwoners kunnen zich uiteraard aanmelding voor één of meerdere vrijwilligersgroepen om op die manier een bijdrage te leveren aan het beheer van onze groenvoorzieningen. 3.6.3 Operatie Steenbreek In aansluiting op een klimaatadaptieve openbare ruimte stimuleren we inwoners om hun eigen tuin en/of de eigen straat te vergroenen. Dit doen we door: ● Het aanbieden van activiteiten zoals workshops (bv. ‘Een levende tuin maak je zelf’); ● Het bieden van ondersteuning bij vergroening (bv. keuze van geschikte beplanting); ● Gratis op te halen zaden van wilde planten en kruiden voor aanplant in de eigen tuin; ● Het adopteren van een boomspiegel; ● Bestaande plantvakken vergroenen; ● Vergroenen van de straat door tegels eruit te halen; ● Het beschikbaar stellen van plantmateriaal voor openbaar groen; ● Meer ‘Samen in de buurt’; ● Ondersteuning bij hergebruik van tegels en/of stenen.

35

Met operatie Steenbreek stimuleren we inwoners om na te denken over kansen voor vergroening in de eigen tuin en/of straat en faciliteren we hen in de uitvoering hiervan. Op die manier dragen we samen met onze inwoners zorg voor klimaatadaptatie.

3.7

Omschrijving beheergroepen

In bijlage 1 is een omschrijving van de verschillende beheergroepen opgenomen. De omschrijving van de beheergroepen bestaat uit: ● Definities; ● Objectenregistratie; ● Maatregelenpakket ‘verzorgend onderhoud’; ● Maatregelenpakket ‘technisch onderhoud’; ● Technische kwaliteitseisen.

36

37

4 Areaal en kwaliteit Het Groenbeheerplan van de gemeente Beuningen heeft betrekking op alle groenvoorzieningen, zoals; heesters, bodembedekkers, bloembakken, gazons en oevers. Uitzondering hierop zijn de bomen. Deze krijgen uitwerking in het Bomenbeheerplan. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de opbouw en de kwaliteit van het huidige areaal aan groenvoorzieningen, waarbij onderscheid is gemaakt naar de categorieën ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. 4.1

Areaal

Het areaal aan groenvoorzieningen is opgebouwd uit twee categorieën: ‘beplanting’ en ‘gras- en kruidachtigen’. Het totale areaal aan groenvoorzieningen is ongeveer 210 hectare, hetgeen gelijk staat aan ongeveer 420 voetbalvelden. Ongeveer 18% van de groenvoorzieningen bestaat uit beplantingen en 82% uit gras- en kruidachtigen. In paragraaf 4.1.1. en 4.1.2. zijn beide categorieën nader toegelicht. 4.1.1 Beplanting Het areaal aan beplanting is onderverdeeld naar de volgende beheergroepen: ● Bodembedekkers; ● Bosplantsoen; ● Blok- en lijnhagen ● Heesters; ● Vaste planten; ● Struikrozen. B EPLANTING B eheergroep

Eenheid

Totaal

% t.o.v . totaal

Bodembedekkers

m2

34.929

9%

Bosplantsoen

m2

236.811

65%

Blokhaag

m2

11.479

3%

Lijnhaag

m2

17.320

5%

Heesters

m2

58.835

16%

Vaste planten

m2

3.624

1%

Struikrozen

m2

2.682

1%

Totaal

m2

365.680

Tabel 4.1: overzicht opbouw areaal ‘beplanting’

38

In tabel 4.1 is een overzicht opgenomen van de opbouw van het areaal aan beplanting. In totaal hebben we ruim 36 hectare aan beplanting in beheer en onderhoud, waarbij het overgrote deel (65%) uit bosplantsoen bestaat. Het areaal aan vaste planten en struikrozen is gering. Om de technische kwaliteit van de struikrozen in stand te houden zijn er in vergelijking met andere beheergroepen veel onderhoudsmaatregelen nodig. De hogere onderhoudsintensiteit sluit niet aan bij het relatief lage ambitieniveau (C-kwaliteit), waardoor de technische kwaliteit van veel struikrozen slecht is. Het heeft daarom de voorkeur om de struikrozen te vervangen voor beplantingssoorten die minder onderhoudsintensief zijn (bv. heesters of bodembedekkers). 4.1.2 Gras- en kruidachtigen Onder de gras- en kruidachtigen verstaan we terreinen met gras- en/of kruidachtige vegetatie (bv. inheemse kruiden), welke niet in gebruik zijn voor grasproductie. Het areaal aan gras- en kruidachtigen is onderverdeeld naar de volgende beheergroepen: ● Gazon; ● Ruw gras; ● Oevers. Tabel 4.2 geeft een overzicht van ons areaal aan gras- en kruidachtigen. Het totale areaal aan gras- en kruidachtigen bedraagt ruim 173 hectare, waarbij ongeveer 70% van het areaal ruw gras betreft. Het resterende areaal bestaat uit gazon en oevers.

GRAS- EN KRUIDACHTIGEN Beheergroep

Eenheid

Areaal

% t.o.v. totaal

Gazon

m2

463.990

27%

Ruw gras

m2

1.235.770

71%

Oevers

m2

35.496

2%

Totaal

1.735.256

Tabel 4.2: overzicht opbouw areaal ‘gras- en kruidachtigen’

4.2

Kwaliteit

In het najaar van 2023 is een technische inspectie groen uitgevoerd op het volledige areaal aan groenvoorzieningen. Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft kwantitatief en kwalitatief inzicht in het groenareaal. Hiervoor beoordeelt de inspecteur ieder groenvak op kwalitatieve gegevens (o.a. conditie en kwaliteitsniveau) en kwantitatieve gegevens (o.a. geometrie en administratieve data). Tijdens de inspectie zijn ongeveer 6100 groenvakken in de gemeente Beuningen beoordeeld. Het resultaat van de ‘technische inspectie Groen’ geeft inzicht in de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen. Ieder groenobject (beplanting en gras- en kruidachtigen) inspecteren we 1x per 4 jaar op basis van de landelijke standaard voor de technische inspectie Groen (NEN-2767, groenbeheersystematiek CROW). De inspecteur beoordeelt de technische staat en de vitaliteit van het groenobject aan de hand van verschillende kwaliteitsaspecten (bv. geslotenheid, conditie en

39

restlevensduur). Het resultaat van de technische inspectie Groen geeft daarmee inzicht in de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen, de gebreken en de benodigde maatregelen. 4.2.1 Beplanting Voor de categorie ‘beplanting’ zijn tijdens de technische inspectie Groen de volgende kwaliteitsaspecten beoordeeld: ● Geslotenheid/kale plekken; ● Overkoken; ● Woekeronkruiden; ● Kaal oppervlak bosplantsoen; ● Conditie; ● Restlevensduur. In afbeelding 4.3 zijn de meetresultaten van de zes kwaliteitsaspecten gebundeld tot een totaalresultaat. De meetresultaten zijn gebaseerd op de beeldsystematiek van CROW en de bijbehorende kwaliteitsniveaus A+, A, B, C en D. Om de score per kwaliteitsaspect te bepalen, hanteren we de 90%-regel van CROW. Deze regel bepaalt dat de behaalde score bij 90% van de metingen ligt (verticale zwarte lijn). Deze methode sluit aan bij de meet- en verrekenmethodiek in de beeldbestekken, waarbij een afwijking van maximaal 10% op de gewenste kwaliteit is toegestaan. Bij een afwijking van 10% of minder gaat de methodiek uit van incidenten en bij een afwijking groter dan 10% van een structureel probleem. De kwaliteitsscore voor de technische staat van de beplanting is bij 90 procent een A-kwaliteit. Uit het resultaat van de technische inspectie blijkt dat 98% van het areaal aan beplanting voldoet aan een kwaliteitsniveau B of hoger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=88ade10e-87bd-4081-9ea8-bb78c9e1a0ba