Bijlage 1 Eindrapport intergemeentelijk zwembad Synarchis
Tekst van het document
Eindrapportage
Vervolgonderzoek intergemeentelijk zwembad Gemeente Beuningen en gemeente Wijchen
9 oktober 2025
Inhoudsopgave 1.
Situatieschets en vraagstelling
3
1.1
Aanleiding en opdracht
3
1.2
Participatie
3
2.
Programma van Eisen
4
2.1
Basisscenario
4
2.2
Aanvullende opties
4
3.
Duurzaamheid
5
4.
Locatie
6
5.
Investeringskosten
7
6.
Exploitatie
8
6.1
Exploitatievorm
8
6.2
Input belanghebbenden
8
6.3
Huidige situatie en ontwikkelingen omgeving
11
6.4
Exploitatieopzet basisscenario
13
6.5
Exploitatieraming basisscenario
14
6.6
Aanvullende opties
16
7.
Vergelijking
19
7.1
Actualisatie nieuw zwembad Beuningen
19
7.2
Actualisatie nieuw zwembad Wijchen
20
7.3
Financiële vergelijking
20
8.
Afwegingskader
22
8.1
Intergemeentelijk of solitair?
22
8.2
Aanvullende opties
22
Bijlage 1 Ruimtelijk Programma van Eisen
i
Bijlage 2 Investeringskostenraming basisscenario
ii
Bijlage 3 Investeringskostenraming aanvullende opties
iii
Bijlage 4 Trends en ontwikkelingen
iv
Bijlage 5 Exploitatieraming basisscenario
vi
Bijlage 6 Investeringskostenraming zwembad Beuningen
vii
Bijlage 7 Exploitatieraming zwembad Beuningen
viii
Bijlage 8 Investeringskostenraming zwembad Wijchen
ix
Bijlage 9 Exploitatieraming zwembad Wijchen
x 1
2
1.
Situatieschets en vraagstelling
1.1
Aanleiding en opdracht
In opdracht van de gemeenten Beuningen en Wijchen heeft Synarchis onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van een nieuw, gezamenlijk zwembad, dat de twee bestaande zwembaden vervangt.1 Op basis daarvan hebben de colleges van beide gemeenten besloten om het traject te vervolgen. Het doel daarvan is om de gemeenteraden een principebesluit te kunnen laten nemen. Kort samengevat betreft het vervolgtraject: gesprekken met de huidige verenigingen, de exploitant van De Meerval en de Sportraad Beuningen; actualisatie van het Programma van Eisen, de ruimtestaat, de investeringskostenraming, de exploitatieopzet en de exploitatiebegroting; uitwerking van een aantal aanvullende opties; actualisatie van de vergelijking met de optie van twee solitaire zwembaden; een door beide gemeenten zelf uit te voeren locatieonderzoek. De volgende onderwerpen zijn geen onderdeel van het onderzoek: de verdeling van de kosten tussen de twee gemeenten; de strategie voor de aanbesteding van de realisatie van het zwembad.
1.2
Participatie
Gedurende het onderzoek zijn diverse belanghebbenden bij het traject betrokken. Daarbij gaat het allereerst om de verenigingen, die in de huidige zwembaden De Plons en De Meerval zwemwater huren. Het betreft: BZC Dolfijnen; Reumapatiëntenvereniging Nijmegen en omstreken; Cadans; OSV Maldive ’87; de Oost Nederlandse Duikers; OWT Pontos; ZV Wijchen. Deze verenigingen zijn in twee bijeenkomsten (één voor de verenigingen van De Plons en één voor de verenigingen van De Meerval) over het onderzoek geïnformeerd. Daarin is met hen ook over het in paragraaf 2.1 vermelde basisscenario, de in paragraaf 2.2 vermelde aanvullende opties, de verdere benodigde dan wel gewenste faciliteiten en het vraagstuk van de locatie (zie hoofdstuk 4) gesproken. Voorafgaande aan de bijeenkomsten hebben zij tevens een korte enquête ingevuld, waarin onder andere is ingegaan op de ontwikkeling van het ledenaantal en het huidige gebruik. Naast de verenigingen is tijdens het onderzoek met Stichting Sportraad Beuningen gesproken. Hierin is op dezelfde onderwerpen ingegaan als tijdens de bijeenkomsten met verenigingen. Voorts heeft een gesprek met de huidige exploitant van De Meerval plaatsgevonden. Mede op basis van zijn jarenlange ervaring met de georganiseerde en ongeorganiseerde zwembadbezoekers in Wijchen heeft hij zijn visie op het nieuwe zwembad gegeven.
De reacties van de belanghebbenden zijn onder meer gebruikt om het Programma van Eisen (PvE) en de rapportage te versterken. Daarnaast is hun feedback meer specifiek gebruikt om een zo nauwkeurig mogelijke raming van de maatschappelijke en financiële aspecten van het basisscenario en de aanvullende opties te maken. Hierop wordt in hoofdstuk 6 nader ingegaan.
1
Zie ‘Onderzoek intergemeentelijk zwembad’ (19 mei 2025).
3
2.
Programma van Eisen
In het in paragraaf 1.1 vermelde onderzoek van Synarchis is een basisscenario voor een intergemeentelijk zwembad bepaald. Daarbij is gezocht naar een goede balans tussen enerzijds het zwemwateraanbod dat nodig is voor het verwachte toekomstige gebruik en anderzijds het feit dat extra zwemwater tot hogere structurele kosten voor de gemeente leidt. Overcapaciteit kost namelijk geld. Vandaar dat naast het basisscenario ook enkele aanvullende opties zijn benoemd.
2.1
Basisscenario
Bijlage 1 bevat het ruimtelijk Programma van Eisen (PvE) voor een intergemeentelijk zwembad conform het basisscenario, dat bestaat uit: een wedstrijdbad van 25 x 15,4 meter (zes banen) met een gedeeltelijk beweegbare bodem van 0,00 tot 2,50 meter, een maximale diepte van 2,50 meter en een tribune voor 100 personen; een doelgroepenbad van 25 x 12,9 meter (vijf banen) met een volledig beweegbare bodem van 0,00 tot 2,00 meter; een recreatiebad van 225 m²; een peuter-/kleuterbad van 60 m²; een glijbaan; een whirlpool; een sauna. Het PvE gaat onder meer in op: de basiseisen op het gebied van wet- en regelgeving en duurzaamheid; de gespecificeerde ruimtestaat; de relaties tussen de diverse ruimten; toegankelijkheid en routing; de ruimtelijk-functionele eisen per ruimte.
2.2
Aanvullende opties
Op basis van de gesprekken met de belanghebbenden en de twee gemeenten zijn de volgende aanvullende opties benoemd: een verbreding van het wedstrijdbad van zes naar acht banen; een verdieping van het wedstrijdbad van maximaal 2,50 naar maximaal 3,00 meter, waarbij de gedeeltelijk beweegbare bodem ook van 0,00 tot 3,00 meter kan worden bewogen; een uitbreiding van het recreatiebad van 225 m² naar 375 m², met daarbij ook een grotere horecavoorziening en meer thematisering. Ten opzichte van het basisscenario zorgt elk van deze opties voor een uitbreiding van het voorzieningenaanbod voor één of meerdere gebruikersgroepen.
4
3.
Duurzaamheid
De gemeenten stellen vanuit hun eigen beleid eisen ten aanzien van duurzaamheid. In het PvE (zie bijlage 1) is dit beleid vertaald naar basiseisen ten aanzien van de duurzaamheid. Deze basiseisen hebben betrekking op de volgende duurzaamheidthema’s: energiebesparing; het toepassen van hoogwaardige materialen; circulariteit. Indien voor een intergemeentelijk zwembad wordt gekozen, worden deze eisen in het vervolgtraject met de beide gemeenten uitgewerkt. Hierbij zal tevens de mogelijkheid voor het verzwaren van de eisen worden onderzocht. Daarbij kan worden gedacht aan het verder reduceren van het energieverbruik. In het PvE wordt uitgegaan van een all-electric (gasloos) en bijna energieneutraal gebouw (BENG). Vooralsnog wordt er niet voor gekozen om van een energieneutraal gebouw (ENG) uit te gaan. Vanwege de grote energievraag voor het verwarmen van het zwembad is het namelijk niet mogelijk om de gevraagde energie volledig op locatie op te wekken. Naast de duurzaamheidseisen in het PvE is duurzaamheid een belangrijk thema tijdens het ontwikkelproces. Architecten, specialisten en aannemers worden namelijk uitgedaagd om een zwembad te ontwerpen en te bouwen, waarbij – binnen het financiële kader – maximaal invulling aan de duurzaamheidthema’s wordt gegeven. Het onderwerp ‘duurzaamheid’ dient daarom ook zwaar mee te wegen bij de ontwikkeling van het project.
5
4.
Locatie
Een locatieonderzoek is geen onderdeel van dit onderzoek. Dat onderzoek wordt namelijk door de beide gemeenten zelf uitgevoerd. Voor de raming van het aantal bezoeken (zie paragraaf 6.4) is de exacte locatie van minder belang. Wel dienen daarvoor enkele uitgangspunten te worden benoemd. Dit zijn: het zwembad wordt in het gebied tussen de A73 en de A326 (of daar heel dichtbij) en in de buurt van de N847 gerealiseerd. Dit gebied ligt tussen de kernen Beuningen en Wijchen in, waardoor de afstand beperkt is. Van de A73 naar de A326 over de N847 is de afstand namelijk circa 3 kilometer. Ook vanuit Nijmegen-West is het gebied vrij snel bereikbaar; de locatie is goed en veilig bereikbaar per fiets, openbaar vervoer en auto. Zonder deze randvoorwaarde zal het aantal bezoeken aanmerkelijk lager zijn. De belanghebbenden bevestigen het belang hiervan (zie paragraaf 6.2).
6
5.
Investeringskosten
Bijlage 2 bevat de investeringskostenraming voor het basisscenario. Bij het opstellen van de raming zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: alle bedragen zijn exclusief btw, tenzij anders is weergegeven; de raming is inclusief prijsstijgingen vanaf het moment waarop het besluit tot nieuwbouw wordt genomen tot en met de aanbesteding, de start van de bouw en tijdens de bouw. De doorlooptijd voor het project bedraagt naar verwachting in totaal 35 maanden. Mits er geen vertraging in het proces optreedt, kan het nieuwe zwembad derhalve voor het geraamde bedrag worden gerealiseerd. Eventuele prijsstijgingen tussen het moment waarop dit onderzoek wordt opgeleverd en de besluitvorming zijn dus niet in de raming opgenomen2; in de raming is van het in hoofdstuk 3 vermelde duurzaamheidsniveau uitgegaan; in de raming is een stelpost opgenomen voor eventueel benodigde tijdelijke maatregelen in verband met de huidige netcongestie; de raming is exclusief locatie gebonden kosten (zoals eventuele kosten voor de aanleg van nutsvoorzieningen, de ontsluiting van de locatie en de aankoop van grond), maar inclusief de kosten voor parkeervoorzieningen. Bijlage 3 toont de meerkosten van elk van de verschillende aanvullende opties. Het gaat dus om de extra investeringskosten boven op de investeringskosten van het basisscenario. De bedragen zijn wederom exclusief btw weergegeven.
2
Puur ter indicatie: op basis van de prijsstijgingen in het recente verleden en prognoses kan hierbij indicatief worden uitgegaan van ongeveer 3% per jaar.
7
6.
Exploitatie
6.1
Exploitatievorm
Beide gemeenten moeten nog een keuze maken ten aanzien van de exploitatievorm. In de huidige situatie wordt De Plons door een commerciële marktpartij (Zwembad De Plons BV) en De Meerval door een gemeentelijke BV (De Meerval Wijchen BV) geëxploiteerd. Bij een keuze voor een commerciële marktpartij dient de exploitatie te worden aanbesteed, hetgeen doorgaans tot financieel ‘scherpe’ inschrijvingen leidt. Bij een keuze voor een gemeentelijke BV is geen aanbesteding nodig en kan – mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan – voor quasi-inbesteding worden gekozen. Daarbij wordt de exploitatie 1-op-1 aan een partij gegund. Dat zou De Meerval Wijchen BV kunnen zijn. Bij quasi-inbesteding bestaat geen concurrentie, waardoor de inschrijving doorgaans financieel minder scherp (lees: duurder) is dan bij een aanbesteding. Daarmee is niet gezegd dat dit in het specifieke geval van een intergemeentelijk zwembad voor Beuningen en Wijchen ook per definitie het geval is. In overleg met beide gemeenten is, net als in het eerdere rapport van Synarchis, vooralsnog van exploitatie door een commerciële marktpartij uitgegaan.3
6.2
Input belanghebbenden
6.2.1
Verenigingen De Plons
De verenigingen gebruiken het huidige zwembad in totaal gedurende circa 19 uur per week, maar een deel van hen heeft behoefte aan één of meer extra uren. In de afgelopen jaren is het aantal leden van de meeste verenigingen gestegen. Voor de komende vijf jaren verwachten vier van de vijf verenigingen een verdere toename van het aantal leden, mits het mogelijk is om het aantal uren waarop zwemwater wordt gehuurd uit te breiden. Gezien de verwachte bevolkingsgroei (zie 6.3.3) is een stijging van het aantal leden inderdaad mogelijk, al moet worden bedacht dat op basis daarvan niet meteen op een substantiële toename van het aantal leden en vooral van het aantal uren moet worden gerekend. Van de vijf verenigingen is er slechts één (BZC Dolfijnen), waarbij een meerderheid van de leden binnen de gemeente Beuningen woonachtig is. Dat betekent dat de andere verenigingen deels een meer regionale functie hebben. Wat betreft het voorzieningenaanbod van een intergemeentelijk zwembad geldt voor het in paragraaf 2.1 beschreven basisscenario het volgende: wedstrijdbad: een 25-meterbad is voor vrijwel alle verenigingen noodzakelijk voor het uitvoeren van hun activiteiten. Behoudens de Reumapatiëntenverenigingen gebruiken ze namelijk allemaal het huidige wedstrijdbad van De Plons.
Daarbij zijn de zes banen voldoende voor de activiteiten van de verenigingen, te meer daar het wedstrijdbad van De Plons over vier banen beschikt. Sommige verenigingen hebben puur voor hun eigen activiteiten aan vier banen voldoende en willen liever geen zes banen huren. De drie verenigingen die zich met duiken, onderwatersport en/of synchroonzwemmen bezighouden hebben aangegeven, dat de maximale diepte van 2,50 meter in het basisscenario niet diep genoeg is voor een optimale uitvoering van hun activiteiten. Tot slot vragen de meeste verenigingen zich af, of de zes banen voldoende zijn om het gebruik van alle verenigingen (uit De Plons en De Meerval) onder te brengen; doelgroepenbad: in de huidige situatie wordt dit bad door alle verenigingen gebruikt. Wat hen betreft is het dan ook een noodzakelijke voorziening voor een nieuw zwembad. In het bad vinden namelijk activiteiten plaats, die warmer water vragen dan in een wedstrijdbad aanwezig is.
Het beoogde bad is meer dan groot genoeg voor de activiteiten van de verenigingen; recreatiebad: dit bad zal niet door de verenigingen worden gebruikt, maar zorgt wel voor meer recreatieve zwemmers dan in een bad zonder recreatiebad, waardoor meer potentiële leden met het aanbod van de verenigingen in contact kunnen worden gebracht; peuter-/kleuterbad: dit bad heeft voor de verenigingen geen specifieke meerwaarde; glijbaan: in de huidige situatie maken sommige verenigingen ook gebruik van de glijbaan, hoewel het niet noodzakelijk is voor hun activiteiten; whirlpool: voor de Reumapatiëntenvereniging is dit een noodzakelijke voorziening, omdat dit voor haar leden een duidelijke meerwaarde biedt. Sommige andere verenigingen maken er ook gebruik van, maar voor hen is niet noodzakelijk voor hun activiteiten; 3
Zie ‘Onderzoek intergemeentelijk zwembad’ (19 mei 2025).
8
sauna: voor de leden van de Reumapatiëntenvereniging heeft dit een noodzakelijke voorziening met een duidelijke meerwaarde, maar voor de overige verenigingen is dat niet het geval. Ten aanzien van de aanvullende opties is het beeld als volgt: twee extra banen in het wedstrijdbad: hoewel geen van de verenigingen deze optie puur voor de eigen activiteiten als noodzakelijk beschouwt, zien meerdere verenigingen er wel meerwaarde in. Die meerwaarde bestaat enerzijds uit de verwachting, dat daarmee de activiteiten van alle verenigingen uit De Plons en De Meerval beter in het wedstrijdbad zullen ‘passen’. Anderzijds zorgt het voor BZC Dolfijnen voor meer capaciteit bij trainingen, waardoor het aantal deelnemers per uur kan worden uitgebreid en er bij groei van de vereniging geen extra uren hoeven te worden gehuurd. Daarnaast krijgt het bad daarmee voor zwemwedstrijden en synchroonzwemwedstrijden de afmetingen van een B-accommodatie in plaats van een C-accommodatie.4 Voor de verenigingen biedt dat laatste op zichzelf overigens geen meerwaarde; een verdieping van het wedstrijdbad naar 3,00 meter: zoals zojuist is aangegeven, is dit voor OSV Maldive ’87, Cadans en de Oost Nederlandse Duikers een grote wens, omdat zij daarmee hun activiteiten beter kunnen uitvoeren.
Zwemmers kunnen dan beter boven en onder elkaar langs zwemmen en voor sommige oefeningen en lessen is volgens de verenigingen (in een gedeelte van het bad) een diepte van 3,00 meter nodig. Volgens de richtlijn voor synchroonzwemmen is voor een C-accommodatie een diepte van minstens 2,50 meter nodig. Dat geldt ook voor een B-accommodatie, hoewel daarbij wel een voorkeur voor een diepte van minstens 3,00 meter geldt; een uitbreiding van het recreatiebad naar 375 m²: dit vergroot de regiofunctie van het bad en daarmee de ‘zichtbaarheid’ van (de activiteiten van) de verenigingen, maar verder heeft dit voor hen geen meerwaarde. De verenigingen hebben voorts nog enkele aandachtspunten en wensen benoemd, zoals de aanwezigheid van een horecavoorziening, voldoende bergruimte, voldoende toiletten, een vergader- en lesruimte, geluidsvoorzieningen onder water, communicatiesets voor onder water, een tillift, een goede logistieke indeling (routing) van het bad en goede zichtlijnen in het bad. Met betrekking tot de locatie geven de verenigingen aan, dat een goede bereikbaarheid cruciaal is. Dat betekent onder meer dat er veilige en goed verlichte fietspaden moeten zijn en dat het bad per openbaar vervoer kan worden bereikt.
Voor BZC Dolfijnen is het van belang dat het bad niet te ver van Beuningen af komt te liggen, want het overgrote deel van haar leden woont in de gemeente Beuningen, is niet volwassen en komt op de fiets naar het zwembad. Een locatie die te ver weg ligt, leidt volgens de vereniging tot het stoppen van een aanzienlijk deel van de leden. Voor de andere verenigingen geldt dit veel minder sterk. Doordat een groot deel van hun leden niet in de gemeente Beuningen woont, is de precieze locatie voor hen nauwelijks van belang. Één vereniging verwacht zelfs meer leden te krijgen, op het moment dat een intergemeentelijk zwembad dichterbij Wijchen komt te liggen dan De Plons. Overigens zien alle verenigingen meerwaarde in een intergemeentelijk zwembad. Of zoals één van hen het formuleerde: als beide gemeenten elk hun eigen nieuwe zwembad bouwen, is het twee keer ‘net niet’. Met een intergemeentelijk zwembad is het één keer ‘goed’. Tot slot geven alle verenigingen aan, dat het van belang is dat er zo snel mogelijk keuzes worden gemaakt over de toekomst van het zwemmen in Beuningen. De onderhoudstoestand van De Plons is volgens hen zodanig, dat er dringend behoefte bestaat aan nieuwbouw. 6.2.2
Verenigingen De Meerval
De twee verenigingen gebruiken het huidige zwembad in totaal gedurende circa 19 uur per week. In de afgelopen jaren is het aantal leden vrijwel stabiel gebleven, dan wel licht gestegen. Voor de komende vijf jaren verwacht de ene vereniging een gelijkblijvend of licht toenemend ledenaantal en de andere vereniging een stijging. Met het oog op de verwachte bevolkingsgroei (zie 6.3.3) is dan een reële verwachting, al moet worden bedacht dat op basis daarvan niet meteen op een substantiële toename van het aantal leden en vooral van het aantal uren moet worden gerekend. De meerderheid van de leden van beide verenigingen woont in de gemeente Wijchen. 4
In een C-accommodatie mogen regionale wedstrijden zwemmen en synchroonzwemmen worden gehouden, terwijl een B-accommodatie ook voor nationale wedstrijden geschikt is (bron: KNZB Handboek Zwembaden, januari 2025).
9
Wat betreft het voorzieningenaanbod van een intergemeentelijk zwembad geldt voor het in paragraaf 2.1 beschreven basisscenario het volgende: wedstrijdbad: een 25-meterbad is voor beide verenigingen noodzakelijk voor het uitvoeren van hun activiteiten. Ze maken immers nu ook gebruik van het wedstrijdbad van De Meerval. De zes banen zijn voldoende voor de twee verenigingen, al vragen ze zich wel af of het bad daarmee ook groot genoeg is om het gebruik van alle verenigingen van De Meerval en De Plons onder te brengen. De gedeeltelijk beweegbare bodem in het wedstrijdbad heeft een meerwaarde voor de activiteiten van met name de jongere leden; doelgroepenbad: dit bad biedt geen specifieke meerwaarde voor de verenigingen, want zij gebruiken het wedstrijdbad. In de huidige situatie is er in De Meerval ook geen doelgroepenbad aanwezig; recreatiebad: dit bad zal niet door de verenigingen worden gebruikt, zoals dat in de bestaande situatie ook niet gebeurt; peuter-/kleuterbad: dit bad heeft voor de verenigingen geen specifieke meerwaarde; glijbaan, whirlpool en sauna: deze voorzieningen hebben voor de verenigingen geen specifieke meerwaarde.
Ten aanzien van de aanvullende opties is het beeld als volgt: twee extra banen in wedstrijdbad: hoewel geen van beide verenigingen deze optie puur voor de eigen activiteiten als noodzakelijk beschouwt, zien zij wel meerwaarde in een breder wedstrijdbad. Die meerwaarde bestaat voornamelijk uit de verwachting, dat daarmee de activiteiten van alle verenigingen uit De Meerval en De Plons beter in het wedstrijdbad zullen ‘passen’. Het feit dat het bad daarmee voor zwemwedstrijden en synchroonzwemwedstrijden de afmetingen van een Baccommodatie in plaats van een C-accommodatie krijgt, biedt op zichzelf geen meerwaarde voor de verenigingen; een verdieping van het wedstrijdbad naar 3,00 meter: volgens OWT Pontos is dit problematisch voor het onderwaterhockey, want zij acht daarvoor een diepte van maximaal 2,50 meter ideaal. Hier ‘botsen’ de wensen van OSV Maldive ’87, Cadans en de Oost Nederlandse Duikers dus met die van OWT Pontos. Volgens de richtlijn is voor onderwaterhockey een speelveld met een lengte van 21 tot 25 meter en een breedte van 12 tot 15 meter nodig. De minimale oppervlakte van het speelveld is 300 m². Dit past derhalve in het wedstrijdbad. Qua diepte geldt een minimum van 1,80 en een maximum van 3,60 meter. De bodem hoeft niet per definitie helemaal plat te zijn, want een lichte helling (maximaal 5%) is ook toegestaan en niet ongebruikelijk.
Een wedstrijdbad dat overal 3,00 meter diep is (al dan niet met een beweegbare bodem), voldoet aan deze richtlijnen. OWT Pontos heeft echter aangegeven, dat onderwaterhockey in haar beleving niet goed op die diepte kan worden gespeeld; een uitbreiding van het recreatiebad naar 375 m²: dit heeft geen meerwaarde voor de verenigingen. De verenigingen hebben voorts nog enkele aandachtspunten en wensen benoemd, zoals de aanwezigheid van een horecavoorziening ter hoogte van het wedstrijdbad en de tribune, voldoende bergruimte, een multifunctionele ruimte, voldoende perronruimte en de mogelijkheid om de verschillende baden fysiek en qua zicht en geluid van elkaar te scheiden. Net als de verenigingen die nu van De Plons gebruikmaken, achten de verenigingen van De Meerval een goede bereikbaarheid van een intergemeentelijk zwembad van groot van belang. Zonder veilige fietsroutes en goed openbaar vervoer voorzien zij een verlies van leden. Dat geldt sterker, naar mate het bad verder van Wijchen vandaan komt te liggen. 6.2.3
Stichting Sportraad Beuningen
De Sportraad is positief over de mogelijkheden van een intergemeentelijk zwembad. Daarbij geldt het basisscenario als uitgangspunt, waarbij zij zich afvraagt of het wedstrijdbad qua inroostering voldoende ruimte biedt voor alle verenigingen van de twee huidige zwembaden, mede in combinatie met de activiteiten voor individuele zwemmers. In dat licht ziet zij meerwaarde in de aanvullende optie van een wedstrijdbad met acht in plaats van zes banen. Ook biedt dat in haar ogen meer mogelijkheden voor toernooien. De Sportraad vindt het van belang dat de twee andere aanvullende opties (een dieper wedstrijdbad en een groter recreatiebad) in dit onderzoek worden uitgewerkt, maar heeft zelf vooralsnog geen voorkeur ten aanzien van die twee opties. Tot slot geeft de Sportraad aan, dat het erg belangrijk is dat een intergemeentelijk zwembad goed en veilig bereikbaar is.
10
6.2.4
De Meerval Wijchen BV
De huidige exploitant van De Meerval betwijfelt of het in paragraaf 2.1 beschreven basisscenario voldoende zwemwater biedt om aan de behoefte te kunnen voldoen. Wat betreft het wedstrijdbad denkt de exploitant dat zes banen niet voldoende zijn om alle verenigingen op een ‘normale’ tijd in te roosteren. Door dat bad conform de aanvullende optie met twee banen uit te breiden ontstaat meer capaciteit per uur. Daardoor kunnen verenigingen in dezelfde tijd meer leden laten zwemmen en op sommige momenten ook naast elkaar (of naast een activiteit van de exploitant, zoals banen zwemmen) het bad gebruiken. De huidige exploitant ziet ook meerwaarde in de aanvullende optie van het verdiepen van het wedstrijdbad van 2,50 naar 3,00 meter. Hierdoor ontstaan volgens hem vooral voor synchroonzwemmen meer mogelijkheden. Een diepte van 3,00 meter is voor een C-accommodatie voor die sport weliswaar niet verplicht, maar voor het gebruik van het bad door Cadans (uit De Plons) biedt het wel meer mogelijkheden. Dat geldt overigens ook voor de duiksport. Het doelgroepenbad is volgens de huidige exploitant prima geschikt voor doelgroepactiviteiten, zwemlessen, een deel van de verenigingsactiviteiten en banen zwemmen.
In een ideale situatie heeft het bad volgens hem echter zes in plaats van vijf banen, want daarmee ontstaat er meer capaciteit voor de zojuist vermelde activiteiten en voor grotere speelelementen in het bad tijdens het recreatief zwemmen. Het recreatiebad in het basisscenario is volgens de huidige exploitant aan de kleine kant. Hij ziet mogelijkheden in de uitbreiding van het bad naar 375 m² (conform de aanvullende optie), in combinatie met thematisering, een grotere horecavoorziening, een glijbaan en speelelementen in de verschillende baden tijdens het recreatief zwemmen. Hiermee krijgt het bad in zijn beleving een bredere regionale functie dan nu in De Meerval al het geval is. Voorts vraagt de huidige exploitant van De Meerval aandacht voor het belang van voldoende nevenruimten, zoals vergaderruimten en bergingen voor de exploitant en de verenigingen. Tot slot denkt hij dat de toename van de gemiddelde reisafstand voor bezoekers van het intergemeentelijke zwembad een negatieve invloed op de bezoekersaantallen zal hebben, doordat voor een deel van de inwoners van Wijchen één of meerdere andere baden in de omgeving (met name het bad in Grave) mogelijk dichterbij komen te liggen. Dit geldt in zijn ogen vooral, op het moment dat er niet voor de aanvullende opties wordt gekozen.
6.3
Huidige situatie en ontwikkelingen omgeving
Het te verwachten aantal bezoeken van een nieuw zwembad kan mede aan de hand van het huidige bezoek en diverse ontwikkelingen in de omgeving worden geraamd. 6.3.1
Bezoek De Plons en De Meerval
De volgende tabel toont het aantal bezoeken van beide zwembaden in 2024. bezoek 2024 recreatief zwemmen banen zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
De Plons
De Meerval 59.886 10.600 11.604 42.900 18.890 10.800 12.891 13.200 22.104 77.500 125.375
tabel 6.1: aantal bezoeken zwembaden 2024 5
5
De bezoekcijfers van De Plons zijn niet de exacte bezoekcijfers. De exploitant heeft namelijk verkoopcijfers ter beschikking gesteld en maakt zelf geen schatting van het verenigingsbezoek. Vandaar dat de bezoekcijfers op basis van de beschikbare informatie zijn geraamd.
11
6.3.2
Concurrentie
Voor een concurrentieanalyse wordt verwezen naar het eerder door Synarchis uitgevoerde onderzoek.6 Hier wordt alleen op enkele ontwikkelingen in de omgeving ingegaan. In omliggende gemeenten zijn recent namelijk concrete besluiten over de toekomst van de zwembaden genomen. Gemeente Nijmegen In Nijmegen wordt naar verwachting begin 2028 een nieuw zwembad geopend. Gelijktijdig worden zwembad Dukenburg en Sportfondsenbad Nijmegen-West gesloten. De beoogde locatie voor het nieuwe zwembad is de Jan Massinkhal in het Winkelsteeg-gebied, dat in de komende jaren wordt ontwikkeld. Qua reistijd maakt dit voor inwoners van de gemeenten Beuningen en Wijchen weinig verschil ten opzichte van de huidige situatie. Wel zal bij het nieuwe bad sprake zijn van betaald parkeren, hetgeen in Beuningen en Wijchen niet het geval is. Dit heeft een licht positieve invloed op het bezoekpotentieel van een intergemeentelijk zwembad in Beuningen/Wijchen. Het nieuwe Nijmeegse zwembad biedt een overdekt zwemwateroppervlak, dat vergelijkbaar is met dat in de twee baden die het zal vervangen. Ook zal er wederom een 50-meter wedstrijdbad aanwezig zijn, dat wat groter is dan het bestaande 50meterbad. Daar staat tegenover dat het nieuwe zwembad geen specifiek recreatiebad en buitenbad meer zal hebben, zoals die nu nog wel in het Sportfondsenbad Nijmegen-West aanwezig zijn.
Ook neemt het aantal doelgroepen-/instructiebaden af. Deze ontwikkeling kan een positieve invloed op het recreatieve bezoekpotentieel van een intergemeentelijk zwembad in Beuningen/Wijchen hebben. Gemeente Overbetuwe In Elst wordt een nieuw zwembad gebouwd, dat het bestaande bad vervangt. Het zwemwateraanbod wordt daarmee vergroot, want het 25-meter wedstrijdbad wordt verbreed van 10 meter (vier banen) naar 15,4 meter (zes banen) en krijgt een tribune, het doelgroepenbad wordt vergroot van 100 m² naar 150 m² en krijgt een volledig beweegbare bodem in plaats van een aflopende bodem en er komt een peuterbad van 40 m². Hoewel het zwemwateraanbod wordt vergroot, heeft dit door de relatief grote afstand tussen Beuningen/Wijchen en Elst niet of nauwelijks invloed op het bezoekpotentieel van een intergemeentelijk zwembad in Beuningen/Wijchen. Overigens is de bouw op het moment van schrijven nog niet gestart in verband met gerechtelijke procedures. De gemeente heeft tevens besloten tot nieuwbouw van een zwembad in Zetten, dat het bestaande bad vervangt. Het is nog onduidelijk wanneer dit bad wordt gebouwd. Het betreft een 25-meterbad en dat heeft het huidige zwembad ook. Dit heeft dus niet of nauwelijks invloed op het bezoekpotentieel van een intergemeentelijk zwembad in Beuningen/Wijchen.
Gemeente Oss In Oss start naar verwachting in 2026 de bouw van een nieuw zwembad, dat het huidige Golfbad gaat vervangen. Hoewel het doelgroepenbad wat groter wordt, het wedstrijdbad wordt verbreed van 15,4 meter (zes banen) naar 21 meter (acht banen) en ook het tweede 25-meterbad een baan extra krijgt (zes in plaats van vijf), verandert er in grote lijnen weinig ten opzichte van de bestaande situatie. Het blijft een relatief grootschalig zwembad, dat een hoge attractiewaarde voor recreatieve zwemmers blijft houden. De invloed op het bezoekpotentieel van een intergemeentelijk zwembad in Beuningen/Wijchen blijft dus vergelijkbaar. 6.3.3
Demografische ontwikkelingen
De volgende tabel toont de demografische prognose voor de gemeenten Beuningen en Wijchen samen voor de periode 2025 – 2050. Daaruit blijkt dat het aantal inwoners in 2050 naar verwachting circa 5% hoger is dan in 2025. Ook wordt duidelijk dat deze groei vooral in de groep tot 15 jaar en de groep vanaf 75 jaar wordt verwacht. De groep van 15 tot 30 jaar wordt daarentegen kleiner en de overige leeftijdsgroepen laten een divers beeld zien: ze nemen eerst in omvang af om daarna weer te groeien, of juist omgekeerd. Vergeleken met 2025 is alleen de groep van 30 tot 45 jaar in 2050 (iets) groter, want de groepen van 45 tot 65 en van 65 tot 75 jaar zijn in dat jaar kleiner in aantal dan in 2025.
6
Zie ‘Onderzoek intergemeentelijk zwembad’ (19 mei 2025).
12
De demografische ontwikkelingen hebben een licht positieve invloed op de behoefte aan recreatief zwemmen, les zwemmen en verenigingszwemmen, maar een lichte negatieve invloed op de behoefte aan banen zwemmen en doelgroepactiviteiten.
jaar totaal 0 tot 15 jaar 15 tot 30 jaar 30 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 tot 75 jaar 75 jaar of ouder
2025 68.100 9.950 10.860 11.800 19.570 8.820 7.100
2030 69.750 10.110 10.640 12.780 18.230 9.610 8.380
2035 70.600 10.490 9.820 13.440 17.100 9.950 9.800
2040 71.070 10.930 9.550 13.180 16.960 9.390 11.060
2045 71.370 11.300 9.490 12.750 17.730 8.000 12.100
2050 71.210 11.080 9.740 11.990 18.610 7.450 12.340
tabel 6.2: demografische prognose 2025 – 2050 (bron: ABF Research, Primos-prognose 2024)
Deze prognoses bevatten nog niet de complete woningbouwambities van beide gemeenten. De gemeente Beuningen heeft een ambitie van circa 2.200 woningen in de periode tot 2035, die vooral in Ewijk Zuid en West en in mindere mate in Winssen Zuid moeten worden gebouwd. Een zeer beperkt deel van deze woningen is al (zo goed als) zeker. Vandaar dat het niet realistisch is om in dit onderzoek van 2.200 extra woningen uit te gaan. Op basis van de beschikbare informatie wordt daarom van ongeveer de helft uitgegaan. In de gemeente Wijchen is een ambitie van ruim 3.000 woningen in de periode tot 2035, die vooral in Wijchen West moeten worden gebouwd. Een deel van deze woningen is al (zo goed als) zeker. Op basis van de beschikbare informatie wordt van een groei met circa 2.000 woningen uitgegaan. Voor de verhouding tussen vraag (bezoek) en aanbod (zwemwater) maakt de exacte groei overigens weinig uit. Hoewel het in procentuele zin wellicht om flinke verschillen gaat, is dat in absolute zin namelijk niet het geval. Het basisscenario biedt voldoende ruimte voor een groei met 6.000 woningen. 6.3.4
Trends en ontwikkelingen
Bijlage 4 bevat een overzicht van diverse trends en ontwikkelingen op het gebied van maatschappij en sport in het algemeen en zwemmen in het bijzonder. Deze veranderingen hebben invloed op de toekomstige behoefte aan zwemactiviteiten en zwemwater.
6.4
Exploitatieopzet basisscenario
6.4.1
Bezoek en gebruik
Op basis van de input van de belanghebbenden (zie paragraaf 6.2), de huidige situatie en de ontwikkelingen in de omgeving (zie paragraaf 6.3) en het voorzieningenaanbod van het nieuwe zwembad (zie paragraaf 2.1) is het aantal bezoeken c.q. het gebruik in het basisscenario in de volgende tabel voor de eerste vijf jaar geraamd. Er is voor meerdere jaren gekozen, omdat de ervaring leert dat het enkele jaren duurt voordat een nieuw zwembad haar ‘plek’ heeft gevonden. Na vijf jaar wordt geen grote verandering van het bezoek meer verwacht.
recreatief zwemmen banen zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
jaar 1 61.000 20.000 63.000 23.000 32.000 199.000
jaar 2 62.000 20.000 63.000 23.000 32.000 200.000
jaar 3 62.000 20.000 64.000 23.000 32.000 201.000
jaar 4 63.000 20.000 65.000 23.000 32.000 203.000
jaar 5 63.000 20.000 66.000 24.000 33.000 206.000
tabel 6.3: bezoekraming intergemeentelijk zwembad
Hiermee ligt de bezetting (het gemiddelde aantal bezoeken per vierkante meter zwemwater per jaar) vanaf jaar 5 op 221 en dat is vrijwel gelijk aan het landelijke benchmarkcijfer voor overdekte zwembaden van 225. Dat betekent dat de verhouding tussen zwemwater en bezoekersaantal prima in orde is, maar ook dat er nog ruimte is voor extra bezoek, bijvoorbeeld op het moment dat het aantal inwoners van de gemeenten sneller groeit dan nu is voorzien (zie paragraaf 6.3.3). 13
6.4.2
Activiteitenaanbod
In het nieuwe zwembad komen op hoofdlijnen dezelfde soorten activiteiten terug als in de huidige zwembaden. Dat betekent diverse vormen van recreatief zwemmen (zoals vrij zwemmen, banen zwemmen en dameszwemmen), les zwemmen (onder meer voor kinderen en voor volwassenen), doelgroepactiviteiten (zoals aquasporten, meer bewegen voor ouderen en baby/peuterzwemmen) en verenigingsactiviteiten. Het is gebruikelijk om als gemeente(n) niet exact aan de exploitant voor te schrijven hoe het openstellingsrooster eruit moet zien. Meestal wordt wel het rooster van de verenigingen verplicht meegegeven, maar worden er ten aanzien van de overige activiteiten vooral kaders bepaald, waarbinnen de exploitant de vrijheid heeft om het aanbod optimaal op de behoefte af te stemmen. Doordat het gebruik van twee bestaande zwembaden in één nieuw, groter zwembad wordt samengevoegd, is het onvermijdelijk dat het nieuwe rooster geen exacte kopie van de bestaande roosters zal zijn. Vanzelfsprekend zullen de activiteiten wel op logische/passende tijden plaatsvinden. 6.4.3
Tarievenstructuur
Met het oog op het voorzieningenaanbod is het passend om qua tarieven aan te sluiten bij het gemiddelde van de huidige tarieven van De Meerval en De Plons. Dat geldt niet voor het recreatief zwemmen, want met de aanwezigheid van onder meer een recreatiebad is het daarvoor passend om bij de huidige tarieven van De Meerval aan te sluiten. De Plons beschikt immers niet over een recreatiebad. Het is gebruikelijk dat de gemeente de tarieven van de verenigingsactiviteiten vaststelt en daarnaast enige ruimte geeft om de tarieven van de overige activiteiten door de exploitant op een marktconform niveau te laten bepalen. Hier kunnen nadere keuzes in worden gemaakt. De precieze tarievenstructuur – wordt er gebruikgemaakt van 10- of 12-badenkaarten, maandkaarten en/of abonnementen – is aan de exploitant. Die heeft daarmee de mogelijkheid om die structuur zo goed mogelijk op de behoefte af te stemmen. 6.4.4
Personele inzet
Op basis van het bezoek en het activiteitenaanbod is voor het nieuwe zwembad per functie het aantal benodigde fte’s berekend (zie de volgende tabel). Daarbij gelden als uitgangspunten: een efficiënte openstelling (dus een goede verhouding tussen het aantal uren van een bepaalde activiteit en het verwachte bezoek), gedeeltelijke sleutelverhuur, een gecombineerde inzet in de horeca en de receptie, eigen inzet voor schoonmaak en exploitatie van de horeca door de exploitant van het zwembad. Uiteraard kan de exploitant zelf besluiten om bepaalde taken anders te verdelen, mede aan de hand van de functies van het personeel van de twee huidige zwembaden, voor zover dat op basis van ‘overgang van onderneming’ door de exploitant van het nieuwe zwembad dient te worden overgenomen. functie locatiemanager hoofd zwemzaken toezicht instructie administratie receptie/horeca TD schoonmaak totaal
fte's 1,00 1,00 5,00 4,64 0,75 4,56 1,00 1,67 19,63
tabel 6.4: raming personele formatie
6.5
Exploitatieraming basisscenario
Zoals 6.4.1 is aangegeven, kan het enkele jaren duren voordat een nieuw zwembad haar plek heeft gevonden. Vandaar dat bijlage 5 de exploitatieraming voor de eerste vijf jaar van de exploitatie bevat, waarvan de volgende tabel een korte samenvatting geeft.
14
intergemeentelijk zwembad basisscenario totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
jaar 1 1.929.000 1.981.000 -52.000 394.000 1.265.000 -1.711.000
jaar 2 1.937.000 1.960.000 -23.000 394.000 1.265.000 -1.682.000
jaar 3 1.952.000 1.962.000 -10.000 394.000 1.265.000 -1.669.000
jaar 4 1.974.000 1.967.000 7.000 394.000 1.265.000 -1.652.000
jaar 5 2.002.000 1.974.000 28.000 394.000 1.265.000 -1.631.000
tabel 6.5: samenvatting exploitatieraming
6.5.1
Algemeen
Bij de raming gelden de volgende algemene uitgangspunten: alle bedragen zijn prijspeil oktober 2025 en exclusief btw, tenzij anders wordt vermeld; er is sprake van een btw-belaste exploitatie door de exploitant en een btw-belaste verhuur van de accommodatie door de gemeente aan de exploitant.7 6.5.2
Exploitatiebaten
Voor de exploitatiebaten gelden de volgende uitgangspunten: het bezoek is conform de raming in 6.4.1; de gemiddelde omzet per bezoek c.q. per uur is op de huidige tarieven van De Plons en De Meerval gebaseerd (zie 6.4.3). Specifiek voor verenigingen/verhuur is uitgegaan van de huidige tarieven, die zijn omgerekend naar een tarief per baan. In de huidige situatie betalen verenigingen/huurders per baan in De Plons namelijk bijna hetzelfde tarief als in De Meerval; de horecaomzet is gebaseerd op een gemiddelde omzet per bezoek, zoals die in soortgelijke zwembaden met een vergelijkbaar horeca-aanbod wordt gerealiseerd. Of de horeca van een nieuw zwembad door de exploitant van het zwembad of door een externe partij moet worden geëxploiteerd, is een discussie die losstaat van het onderwerp van dit onderzoek. Hier is aangenomen dat de exploitant ook de horeca exploiteert. 6.5.3
Exploitatielasten
Voor de exploitatielasten gelden de volgende uitgangspunten: de personele inzet is zoals in 6.4.4 is weergegeven; de personeelskosten zijn gebaseerd op de gebruikelijke inschaling van de diverse functies conform de cao Zwembaden en een gemiddeld periodiek binnen elke schaal. Dat kan afwijken van de precieze situatie in De Plons en De Meerval; de energielasten zijn gebaseerd op de in hoofdstuk 3 vermelde uitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid; de kosten van dagelijks onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd en betreffen de gemiddelde kosten over een langjarige periode; de verdere lasten zijn op benchmarkcijfers van soortgelijke, nieuwe zwembaden gebaseerd. 6.5.4
Resultaat
Naast het saldo van baten en lasten voor de exploitant (het exploitatieresultaat) zijn er de kosten van groot onderhoud en de kapitaallasten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: de kosten van groot onderhoud zijn op een percentage van de bouwkosten gebaseerd en betreffen de gemiddelde kosten over een langjarige periode; de kapitaallasten zijn op het gemeentelijke afschrijvingsbeleid gehanteerd, namelijk: er is sprake van lineaire afschrijving van de investering. Om die reden zijn de gemiddelde jaarlasten weergeven. Bij lineaire afschrijving nemen de jaarlasten immers elk jaar af, waardoor de kosten in het eerste jaar geen goed beeld geven van de lasten gedurende de volledige afschrijvingstermijn; de rente is 2,5%; de afschrijvingstermijnen van de investering zijn als volgt: bouwkundig: 40 jaar; installaties: 20 jaar; inventaris: 10 jaar. 7
Mocht in de praktijk blijken dat btw-belaste exploitatie en/of verhuur niet volledig mogelijk is, dan is het uitgangspunt dat eventuele btwnadelen volledig kunnen worden gecompenseerd.
15
6.6
Aanvullende opties
6.6.1
Bezoek en gebruik
In paragraaf 2.2 zijn de verschillende aanvullende opties beschreven. Zij hebben elk invloed op de bezoekcijfers van het zwembad. De volgende tabel toont de bezoekraming per optie, die op dezelfde wijze als bij het basisscenario is opgesteld. De raming betreft het extra aantal bezoeken in vergelijking met het basisscenario. meerbezoek recreatief zwemmen banen zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
breder dieper groter wedstrijdbad wedstrijdbad recreatiebad 1.000 0 13.000 2.000 0 0 1.000 0 0 1.000 0 0 4.000 0 0 9.000 0 13.000
tabel 6.6: raming meerbezoek aanvullende opties
Breder wedstrijdbad Het verbreden van het wedstrijdbad van zes naar acht banen zorgt in de eerste plaats voor een uitbreiding van de zwemwatercapaciteit voor banen zwemmen, vrij zwemmen, les zwemmen en verenigingszwemmen. Dat maakt het ook eenvoudiger om desgewenst verschillende activiteiten naast elkaar aan te bieden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan banen zwemmen naast les zwemmen, of banen zwemmen naast verenigingszwemmen. Ook kunnen er twee verenigingen gelijktijdig gebruikmaken van het bad, op het moment dat zij elk bijvoorbeeld ‘slechts’ vier banen nodig hebben. Daarnaast zorgt het toevoegen van twee banen ervoor, dat het inroosteren van het huidige verenigingsgebruik van De Plons en De Meerval in het intergemeentelijke zwembad eenvoudiger zal zijn. Er zullen minder compromissen hoeven te worden gesloten, daar waar het gaat om de dag en/of tijd waarop een vereniging in het bad terechtkan. Tevens biedt het voor de verenigingen meer mogelijkheden om binnen de bestaande uren te groeien, doordat zij per uur meer leden in het bad ‘kwijt kunnen’. Tot slot maakt de uitbreiding het bad qua afmetingen geschikt voor door de KNZB georganiseerde nationale zwemwedstrijden (B-accommodatie)
in
plaats
van
alleen
regionale
zwemwedstrijden
(C-accommodatie).
Datzelfde
geldt
voor
synchroonzwemwedstrijden.8 Voor de verenigingen biedt een B-accommodatie overigens geen meerwaarde. Bovendien is er nu en in de toekomst in Nijmegen al een dergelijke accommodatie aanwezig. Hoewel het verbreden van het wedstrijdbad extra mogelijkheden biedt, is het vanuit het oogpunt van de benodigde capaciteit niet noodzakelijk, want: een deel van de activiteiten die in de huidige situatie van De Plons en De Meerval nog in het wedstrijdbad plaatsvinden, worden in het intergemeentelijke zwembad naar het doelgroepenbad verplaatst. In het basisscenario is namelijk gekozen voor een doelgroepenbad, dat groter is dan de twee doelgroepenbaden die in de solitaire zwembaden voor Beuningen en Wijchen zijn voorzien samen. Hiermee ontstaat er meer ruimte voor doelgroepactiviteiten. Die activiteiten vinden in de huidige situatie deels nog in het wedstrijdbad en (in Wijchen) het recreatiebad plaats. Daarnaast biedt een doelgroepenbad met een lengte van 25 meter de mogelijkheid om banen zwemmen in warmer water dan in het wedstrijdbad aan te bieden, waardoor een deel van het banen zwemmen dus ook niet meer in het wedstrijdbad plaatsvindt. Tevens is er dan meer plek voor zwemlessen en verenigingsactiviteiten. Zeker in Beuningen vindt een flink deel van de verenigingsactiviteiten namelijk in het doelgroepenbad plaats.
bepaalde activiteiten uit De Plons en De Meerval kunnen in een intergemeentelijk zwembad worden gecombineerd. Uit cijfers blijkt namelijk, dat er binnen de bestaande uren van banen zwemmen en doelgroepactiviteiten in de twee huidige baden nog ruimte bestaat voor extra bezoek; 8
Voor waterpolowedstrijden maakt het niet uit of het wedstrijdbad zes of acht banen heeft, want het verschil tussen een C- en B-accommodatie zit hem bij die sport ook in de lengte van het wedstrijdbad. Overigens zijn er momenteel geen waterpoloverenigingen in Beuningen en Wijchen aanwezig.
16
er moet worden bedacht, dat het idee achter een intergemeentelijk zwembad is dat er door de samenwerking ruimte/zwemwater kan worden bespaard. Dat betekent dus ook dat niet elke activiteit en vereniging in de nieuwe situatie op exact hetzelfde moment als in de huidige situatie kan worden ingepland. Als dat wel het uitgangspunt zou zijn, zou immers een groter (overcapaciteit) en dus duurder zwembad moeten worden gerealiseerd en verdwijnt daarmee een belangrijke reden voor een intergemeentelijk zwembad; niet voor alle (verenigings)activiteiten zijn altijd zes banen in het wedstrijdbad nodig, wat betekent dat er meerdere verenigingen/activiteiten gelijktijdig kunnen plaatsvinden; de ervaring leert, dat er niet zelden een samenwerking ontstaat tussen zwemverenigingen die van hetzelfde zwembad gebruikmaken. Dat leidt doorgaans tot een efficiënter gebruik van het zwemwater. Dieper wedstrijdbad Het verdiepen van het wedstrijdbad van maximaal 2,50 naar maximaal 3,00 meter (in elk geval in een gedeelte van het bad) is een grote wens van de drie duik- en synchroonzwemverenigingen die nu van De Plons gebruikmaken (zie 6.2.1). Zij kunnen daardoor naar eigen zeggen hun activiteiten beter uitvoeren.
Uitgaande van een C-accommodatie is voor synchroonzwemmen een diepte van minstens 2,50 meter nodig, maar het is duidelijk dat een dieper wedstrijdbad de gebruiksmogelijkheden voor deze verenigingen vergroot. Vanwege de richtlijnen voor onderwaterhockey (zie 6.2.2) is het niet mogelijk om het deel van het wedstrijdbad met een beweegbare bodem een maximale diepte van 2,50 meter en de rest een diepte van 3,00 meter te geven. Dan wordt namelijk niet meer voldaan aan de richtlijnen met betrekking tot de helling van de bodem (maximaal 5%). Bovendien is OWT Pontos van mening, dat onderwaterhockey niet goed op een diepte van 3,00 meter kan worden gespeeld. Hoewel het bad daarmee wel aan de richtlijnen voor onderwaterhockey voldoet, is het volgens de vereniging beter en prettiger om de sport op een diepte van 2,50 meter te beoefenen. Door dit verschil in wensen zou het idee kunnen ontstaan, dat het wellicht beter is om de activiteiten van OWT Pontos naar het doelgroepenbad te verplaatsen. De watertemperatuur van dat bad is echter hoger dan in het wedstrijdbad en voor onderwaterhockey te hoog. Dit is dus geen reële optie. Vanwege die watertemperatuur is het ook niet realistisch om het doelgroepenbad een diepte van 3,00 meter te geven en alle activiteiten van OSV Maldive ’87, Cadans en de Oost Nederlandse Duikers daar naar te verplaatsen.
Kortom: voor sommige verenigingen betekent deze optie een verbetering van de gebruiksmogelijkheden, maar voor een andere vereniging juist een verslechtering. Volgens de richtlijnen voldoet een wedstrijdbad met een diepte van maximaal 2,50 meter (basisscenario) overigens wel voor alle verenigingen. Groter recreatiebad Een uitbreiding van het recreatiebad van 225 m² naar 375 m² biedt allereest uiteraard meer recreatief zwemwater. In combinatie met een vergroting van de horecavoorziening en meer thematisering maakt dit het zwembad als recreatieve zwemvoorziening aantrekkelijker. Vergeleken met De Meerval wordt het regionale ‘bereik’ hierdoor uitgebreid. Dit leidt tot een toename van het recreatieve bezoek en een hoger voorzieningenniveau voor de recreatieve zwemmers. Ook de verblijfsduur in het zwembad kan hierdoor toenemen, wat een positief effect op de horecaomzet heeft. Daar staat tegenover dat het voor de zwembehoefte voor de gemeenten Beuningen en Wijchen niet noodzakelijk is om de recreatieve zwemcapaciteit uit te breiden. Het huidige basisscenario voldoet namelijk. Het gaat derhalve vooral om de vraag, of de gemeenten het belangrijk vinden om de huidige regionale recreatieve functie van De Meerval in een intergemeentelijk zwembad verder uit te breiden. 6.6.2
Exploitatie
Voor de raming van de financiële gevolgen van de aanvullende opties gelden dezelfde uitgangspunten als voor het basisscenario. Tegenover het extra bezoek en de bijbehorende omzet staan uiteraard ook extra kosten voor onder meer personeel, energie, onderhoud en extra kapitaallasten. Uit de volgende tabel blijkt dat de ene optie onderaan de streep meer financiële impact heeft dan de andere. De raming betreft de extra baten en lasten ten opzichte van het basisscenario.
17
meerkosten aanvullende opties totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
breder dieper groter wedstrijdbad wedstrijdbad recreatiebad 61.000 0 100.000 96.000 23.000 142.000 -35.000 -23.000 -42.000 33.000 6.000 29.000 110.000 16.000 85.000 -178.000 -45.000 -156.000
tabel 6.7: exploitatieraming aanvullende opties (meerkosten)
18
7.
Vergelijking
Om een keuze te kunnen maken tussen een gezamenlijk intergemeentelijk zwembad en twee solitaire zwembaden voor elk van beide gemeenten wordt in dit hoofdstuk een vergelijking gemaakt.
7.1
Actualisatie nieuw zwembad Beuningen
7.1.1
Investeringskostenraming
Voor een solitair zwembad in Beuningen heeft de gemeente in een eerder stadium het volgende voorzieningenaanbod bepaald: een wedstrijdbad van 25 meter bij 10,4 meter (vier banen) met een diepte van 2,50 meter; een instructiebad (doelgroepenbad) van 12 x 10 meter met een volledig beweegbare bodem van 0,00 tot 2,00 meter; een peuterbad van 30 m²; een glijbaan; een whirlpool; een sauna. Bijlage 6 bevat de investeringskostenraming. Daarbij zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de raming voor een intergemeentelijk zwembad (zie hoofdstuk 5). 7.1.2
Bezoekraming
Op basis van de input van de belanghebbenden (zie paragraaf 6.2), de huidige situatie en de ontwikkelingen in de omgeving (zie paragraaf 6.3) en het voorzieningenaanbod is het aantal bezoeken c.q. het gebruik van een zwembad in Beuningen in de volgende tabel voor de eerste vijf jaar geraamd. bezoek Beuningen recreatief zwemmen banen zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
jaar 1 4.000 10.000 43.000 12.000 13.000 82.000
jaar 2 4.000 10.000 43.000 12.000 13.000 82.000
jaar 3 4.000 10.000 44.000 12.000 13.000 83.000
jaar 4 4.000 10.000 44.000 12.000 13.000 83.000
jaar 5 4.000 10.000 45.000 12.000 14.000 85.000
tabel 7.1: bezoekraming solitair zwembad Beuningen
7.1.3
Exploitatieraming
Bijlage 7 bevat de exploitatieraming, waarvan de volgende tabel een korte samenvatting geeft. Hierbij zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de raming voor een intergemeentelijk zwembad (zie paragraaf 6.5), behalve dat voor het recreatief zwemmen met een lagere gemiddelde omzet per bezoek is gerekend. In een nieuw solitair zwembad in Beuningen is immers, anders dan in het intergemeentelijke zwembad en een nieuw solitair zwembad in Wijchen, geen recreatiebad voorzien. Dat rechtvaardigt een wat lager tarief. zwembad Beuningen totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
jaar 1 887.000 987.000 -100.000 217.000 678.000 -995.000
jaar 2 887.000 972.000 -85.000 217.000 678.000 -980.000
jaar 3 901.000 976.000 -75.000 217.000 678.000 -970.000
jaar 4 901.000 976.000 -75.000 217.000 678.000 -970.000
jaar 5 918.000 980.000 -62.000 217.000 678.000 -957.000
tabel 7.2: samenvatting exploitatieraming solitair zwembad Beuningen
19
7.2
Actualisatie nieuw zwembad Wijchen
7.2.1
Investeringskostenraming
Voor een solitair zwembad in Wijchen heeft de gemeente in een eerder stadium het volgende voorzieningenaanbod bepaald: een wedstrijdbad van 25 x 15,4 meter (zes banen) met een diepte van 2,00 meter en een tribune voor 100 personen; een doelgroepenbad van 15 x 8 meter met een volledig beweegbare bodem; een recreatiebad van 200 m²; een peuter-/kleuterbad van 60 m²; een glijbaan; een whirlpool; een (infrarood)sauna. Bijlage 8 bevat de investeringskostenraming. Daarbij zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de raming voor een intergemeentelijk zwembad (zie hoofdstuk 5). 7.2.2
Bezoekraming
Op basis van de input van de belanghebbenden (zie paragraaf 6.2), de huidige situatie en de ontwikkelingen in de omgeving (zie paragraaf 6.3) en het voorzieningenaanbod is het aantal bezoeken c.q. het gebruik van een zwembad in Wijchen in de volgende tabel voor de eerste vijf jaar geraamd. bezoek Wijchen recreatief zwemmen banen zwemmen les zwemmen doelgroepen verenigingen/verhuur totaal
jaar 1 60.000 12.000 21.000 14.000 22.000 129.000
jaar 2 61.000 12.000 21.000 14.000 22.000 130.000
jaar 3 61.000 12.000 21.000 14.000 22.000 130.000
jaar 4 62.000 12.000 22.000 14.000 23.000 133.000
jaar 5 62.000 12.000 22.000 15.000 23.000 134.000
tabel 7.3: bezoekraming solitair zwembad Wijchen
7.2.3
Exploitatieraming
Bijlage 9 bevat de exploitatieraming, waarvan de volgende tabel een korte samenvatting geeft. Hierbij zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de raming voor een intergemeentelijk zwembad (zie paragraaf 6.5). zwembad Wijchen totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
jaar 1 1.108.000 1.500.000 -392.000 305.000 927.000 -1.624.000
jaar 2 1.115.000 1.482.000 -367.000 305.000 927.000 -1.599.000
jaar 3 1.115.000 1.482.000 -367.000 305.000 927.000 -1.599.000
jaar 4 1.138.000 1.492.000 -354.000 305.000 927.000 -1.586.000
jaar 5 1.151.000 1.495.000 -344.000 305.000 927.000 -1.576.000
tabel 7.4: samenvatting exploitatieraming solitair zwembad Wijchen
7.3
Financiële vergelijking
7.3.1
Basisscenario
Het moge duidelijk zijn dat de investeringskosten van een intergemeentelijk zwembad (basisscenario) aanzienlijk lager zijn dan die van de twee solitaire zwembaden samen. Het verschil bedraagt circa € 7,45 miljoen exclusief btw. Daarmee is een intergemeentelijk zwembad qua investering circa 25% goedkoper. Het is echter vooral van belang wat het verschil is qua structurele jaarlijkse kosten. De volgende tabel toont een vergelijking tussen de totale kosten van de twee solitaire zwembaden en die van een intergemeentelijk zwembad (basisscenario). Daaruit blijkt dat een intergemeentelijk zwembad aanzienlijk goedkoper is. Ten opzichte van twee solitaire zwembaden levert een 20
intergemeentelijk zwembad een financiële besparing van circa 36% op. Zoals in hoofdstuk 5 is vermeld, zijn de locatie gebonden kosten van een intergemeentelijk zwembad en van twee solitaire zwembaden nog niet in deze vergelijking opgenomen. De besparing van circa € 902.000,- bestaat uit de volgende componenten: een beter exploitatieresultaat (circa € 434.000,-), waarbij het vooral om een besparing op de kosten gaat. In één zwembad kan het personeel immers efficiënter worden ingezet dan in twee zwembaden en zijn de kosten voor onder meer energie, onderhoud, kantoor, verkoop, enzovoort lager dan in twee solitaire zwembaden; lagere kosten voor groot onderhoud (circa € 128.000,-); lagere kapitaallasten (circa € 340.000,-). De precieze besparing voor elk van de twee gemeenten is mede van afhankelijk van de wijze waarop de totale kosten van een intergemeentelijk zwembad over de twee gemeenten worden verdeeld. Dat vraagstuk valt buiten het bestek van dit onderzoek. financiën vanaf jaar 5 totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten
Beuningen solitair 918.000 980.000 -62.000 217.000 678.000 -957.000
Wijchen totaal solitair intersolitair gemeentelijk 1.151.000 2.069.000 2.002.000 1.495.000 2.475.000 1.974.000 -344.000 -406.000 28.000 305.000 522.000 394.000 927.000 1.605.000 1.265.000 -1.576.000 -2.533.000 -1.631.000
verschil -67.000 -501.000 434.000 -128.000 -340.000 902.000
tabel 7.5: financiële vergelijking basisscenario vanaf jaar 5
Het verschil tussen de zojuist vermelde besparing van 36% op de structurele jaarlijkse kosten en de door beide gemeenten eerder aangegeven wens van een besparing van minstens 25% bedraagt circa € 269.000,-. Anders geformuleerd: een besparing van circa € 633.000,- in plaats van de huidige circa € 902.000,- komt overeen met een besparing van 25%. Die circa € 269.000,- betreft de structurele jaarlijkse kosten. Dit zal meer dan genoeg zijn om het eventuele verschil in locatie gebonden kosten te dekken. Aangenomen dat die kosten over 40 jaar worden afgeschreven, komt een bedrag van circa € 269.000,namelijk overeen met een extra investering van circa € 7,1 miljoen. Het is buitengewoon onwaarschijnlijk, dat de locatie gebonden kosten van een intergemeentelijk zwembad zoveel hoger zijn dan die van twee solitaire zwembaden samen. 7.3.2
Aanvullende opties
De volgende tabel laat zien hoeveel er bij een intergemeentelijk zwembad wordt bespaard ten opzichte van twee solitaire zwembaden, indien voor één van de aanvullende opties wordt gekozen. Hierbij wordt herhaald dat de locatie gebonden kosten van een intergemeentelijk zwembad en van twee solitaire zwembaden nog niet in deze vergelijking zijn opgenomen. financiën vanaf jaar 5 totaal exploitatiebaten totaal exploitatielasten exploitatieresultaat groot onderhoud kapitaallasten (gemiddelde jaarlast) exploitatieresultaat incl. groot onderhoud en kapitaallasten besparing t.o.v. solitair
totaal solitair 2.069.000 2.475.000 -406.000 522.000 1.605.000 -2.533.000
breder dieper groter wedstrijdbad wedstrijdbad recreatiebad 2.063.000 2.002.000 2.102.000 2.070.000 1.997.000 2.116.000 -7.000 5.000 -14.000 427.000 400.000 423.000 1.375.000 1.281.000 1.350.000 -1.809.000 -1.676.000 -1.787.000 29% 34% 29%
tabel 7.6: financiële vergelijking aanvullende opties vanaf jaar 5
21
8.
Afwegingskader
8.1
Intergemeentelijk of solitair?
De volgende tabel toont een samenvatting van de twee solitaire zwembaden en het intergemeentelijke zwembad. Daaruit blijkt dat een gezamenlijk zwembad in vergelijking met twee solitaire zwembaden tot een aanzienlijke financiële besparing leidt. Daar staat tegenover dat de reisafstand voor een deel van de inwoners iets groter wordt, maar het effect op het aantal bezoeken is naar verwachting beperkt. Datzelfde geldt met betrekking tot het feit, dat niet alle activiteiten op exact dezelfde tijd zullen plaatsvinden als in de huidige situatie. Qua voorzieningenaanbod zit het verschil tussen de twee solitaire baden en het intergemeentelijke bad vooral in de omvang van het wedstrijdbad en de omvang van het doelgroepenbad. Beuningen solitair voorzieningenaanbod zwemzaal
m² zwemwater aantal bezoeken per jaar investeringskosten totaal kosten per jaar besparing t.o.v. solitair m² bruto vloeroppervlak m² footprint m² parkeervoorzieningen m² groen m² totaal
- wedstrijdbad 25 x 10,4 (4 banen) - instructiebad 12 x 10 met beweegbare bodem - peuterbad 30 m² - glijbaan - whirlpool - sauna
410 85.000 12.392.000 957.000 2.193 1.892 698 528 3.118
Wijchen solitair - wedstrijdbad 25 x 15,4 (6 banen) met tribune - instructiebad 15 x 8 met beweegbare bodem - recreatiebad 200 m² - peuterbad 60 m² - glijbaan - whirlpool - sauna
765 134.000 17.354.000 1.576.000 3.477 2.995 1.490 838 5.323
Beuningen solitair + Wijchen solitair - wedstrijdbad 25 x 15,4 (6 banen) met tribune - wedstrijdbad 25 x 10,4 (4 banen) - instructiebad 15 x 8 met beweegbare bodem - instructiebad 12 x 10 met beweegbare bodem - recreatiebad 200 m² - peuterbad 60 m² - peuterbad 30 m² - glijbaan (2x) - whirlpool (2x) - sauna (2x) 1.175 219.000 29.746.000 2.533.000 5.670 4.887 2.188 1.366 8.441