Bijlage 1 Beleids- en beheerplan civieltechnische kunstwerken 2025 - 2029
Tekst van het document
GEMEENTE BEUNINGEN Beleids- en beheerplan Civieltechnische Kunstwerken periode 2025-2029
Colofon
Versie Datum
Documentnr.
Status
1.0
21-10-24 Beun.106-010
Concept
Gecontroleerd door: Mariëlle Barwasser
2.0
21-03-25 Beun.106-010
Concept
Gecontroleerd door: Mariëlle Barwasser
3.0
14-04-25 Bespreken PFO
Definitief
Aanpassingen doorgevoerd
17-06-25 Commissie Ruimte 01-07-25 Raad
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................... 1.
INLEIDING ..........................................................................................................................................1 1.1 1.2 1.3 1.4
2.
WAT MOETEN WE (KADERS) ...............................................................................................................2 2.1 2.2
3.
AANLEIDING ...........................................................................................................................................1 DOEL ....................................................................................................................................................1 AFBAKENING ..........................................................................................................................................1 LEESWIJZER ............................................................................................................................................1 WETTELIJKE KADERS.................................................................................................................................2 GEWENST KWALITEITSNIVEAU ....................................................................................................................3
WAT HEBBEN WE (AREAALGEGEVENS) ...............................................................................................4 3.1 3.2 3.3 3.4
KUNSTWERKEN .......................................................................................................................................4 KAPITAALWAARDE ...................................................................................................................................5 KWALITEIT HUIDIGE AREAAL .......................................................................................................................5 NADER ONDERZOEKEN EN VERVANGINGEN 2025-2029 .................................................................................6
4.
WAT WILLEN WIJ ................................................................................................................................7
5.
HOE GAAN WIJ DAT DOEN ..................................................................................................................8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
6.
BEHEREN ...............................................................................................................................................8 KWALITEITSNIVEAU ..................................................................................................................................8 ONDERHOUD OP KWALITEITSNIVEAU .........................................................................................................99 ONDERHOUDSMAATREGELEN ................................................................................................................100 INSPECTEREN ......................................................................................................................................111 BEHEREN EN ARCHIVEREN .....................................................................................................................122 ZORGVULDIG FINANCIEEL BEHEER ...........................................................................................................133
FINANCIËN .......................................................................................................................................14 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
BEDRAGEN ...........................................................................................................................................14 SCENARIO’S BEHEER ...............................................................................................................................14 VERVANGINGEN KUNSTWERKEN 2025 - 2029. ...........................................................................................16 VERVANGINGSOPGAVE LANGE TERMIJN......................................................................................................16 PRIJSSTIJGINGEN ...................................................................................................................................16 AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN ......................................................................................................................17 BESCHIKBARE MIDDELEN VS BEGROTE MIDDELEN .........................................................................................18
OVERZICHT BIJLAGEN ...............................................................................................................................19
SAMENVATTING In de gemeente Beuningen liggen een groot aantal civieltechnische kunstwerken zoals bruggen, duikerbruggen, keermuren, geluidwanden, tunnels en een onderdoorgang. Deze kunstwerken zijn belangrijke elementen in de openbare ruimte. Het zijn verbindingen in de verkeersstructuren van de wijken, verbindingen in waterstructuren, recreatieve elementen en (wettelijke) voorzieningen tegen geluidsoverlast. Als deze kunstwerken niet goed beheerd worden, kunnen ernstige problemen ontstaan zoals het onbruikbaar worden van bruggen of het belemmeren van de waterafvoer.
Wat beheren wij
De gemeente Beuningen is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en daarmee ook de civieltechnische kunstwerken binnen de gemeente. Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid is dit beleids- en beheerplan opgesteld. In het beleids- en beheerplan is inzicht gegeven in de omvang en de kwaliteit van het areaal.
VERDELING NAAR TYPE KUNSTWERK tunnels grondkeringen 18%
1%
geluidsschermen 8% duikers 3%
bruggen 65%
aanleginrichtingen 5%
Uit de inspectie (2024) is naar voren gekomen dat 87 civieltechnische kunstwerken in een redelijke tot goede staat zijn. Deze kunstwerken voldoen aan onderhoudsniveau B. Dertig kunstwerken voldoen niet aan het dit onderhoudsniveau, bij negen objecten is de toestand (zeer) slecht. Voor vijf objecten (bruggen en steigers) zijn middelen gereserveerd in de begroting 2025. In onderstaand figuur is de huidige kwaliteit weergegeven.
STAAT VANzeer DEslecht KUNSTWERKEN slecht 3% matig 20%
3%
redelijk 41%
uitstekend 1% goed 32%
Zeven civieltechnische kunstwerken zijn in 2024 nader onderzocht omdat uitgevoerde toestandsinspecties hiertoe aanleiding gaven. Op basis van dit nader onderzoek zijn hersteladviezen geformuleerd en zijn de herstelwerkzaamheden opgenomen in het meerjarenonderhoudsoverzicht.
Hoe beheren wij
Om het areaal zo effectief en efficiënt mogelijk te beheren, werken we op een gestructureerde wijze en hanteren wij de beheersystematiek Openbare Ruimte van de CROW. Dit is gesymboliseerd met de roos van integraal Assetmanagement voor professionals (IAMpro), zie onderstaand figuur. Met deze werkwijze volgt het beheer een cyclisch proces van plannen-uitvoeren-controleren-evalueren om vervolgens met de opgedane kennis opnieuw te gaan plannen. Om de ambities te vertalen is het nodig om deze te kwantificeren en te kwalificeren. Voor het vastleggen van de minimale kwaliteit zijn voor de civieltechnische kunstwerken interventieniveaus opgesteld. De kwaliteitsniveaus, ook conditie of toestand genoemd, zijn omschreven en worden uitgedrukt met een score. Zo heeft iedere score een definitie die beschrijft wat de staat van onderhoud is. Dat gaat van nieuwbouwkwaliteit naar sloop gereed. In het hier onderstaande schema is zijn de kwaliteitsniveaus weergegeven. Kw aliteit A
kw aliteitsniveau gem eente
Kw aliteit B - Basis
Het geheel is veilig, functioneert goed is heel schoon, heeft een goede uitstraling en veroudering is licht zichtbaar Volgens Kw aliteitscatalogus CROW publicatie 323
Volgens NEN2767-4
Volgens indicatieve toestandscore
A+
Kw aliteit C
Het geheel is veilig, Het geheel is veilig en functioneert. Er functioneert en is heel, w orden geen esthetische eisen gesteld heeft een matige en de veroudering is goed zichtbaar uitstraling en veroudering is zichtbaar
A
B
C
D
Zeer goed
goed
Voldoende
matig
Slecht
Nagenoeg ongeschonden
Mooi en comfortabel
Functioneel
Onrustig beeld, discomfort of enig vorm van hinder
conditiescore 1 conditiescore 2
conditiescore 3
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridisch aansprakelijk en/of sociale onveiligheid conditiescore 6
Uitstekende Goede conditie conditie Geen of zeer Beginnende beperkt gebreken veroudering
Redelijke conditie
conditiescore 45 Matige en slechte Zeer slechte conditie conditie Het Maximaal verouderingsproce gebrekenbeeld s heeft het object in zijn greep en is onomkeerbaar gew orden
1
2
Veroudering is op gang gekomen
3
4
5
Uitstekend Goed Voldoende Matig Slecht Komende 10 jaar komende 5-10 jaar Binnen 5 jaar groot Komende 3 jaar Vervanging binnen geen groot groot onderhoud, onderhoud of vervanging groot onderhoud of 2 jaar Voor de civieltechnische kunstwerken gemeente Beuningen kwaliteitsniveau onderhoud in degeen tussen 7-15wordt jaar binnen 5 jaar B (basis) vervangingen gehanteerd: het veilig en functioneel onderhouden van alle civieltechnische kunstwerken.
Onderhoud kwaliteitsniveau B (voldoende niveau) Met dit onderhoudsniveau behoudt het civieltechnische kunstwerk zijn functie maar worden onderhoudsmaatregelen minder frequent uitgevoerd. Esthetisch onderhoud (het schoon houden van het civieltechnische kunstwerk) wordt niet uitgevoerd tenzij de veiligheid van de gebruiker in gevaar komt. Door lagere frequenties te hanteren, accepteren we voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand van het civieltechnische kunstwerk (bijvoorbeeld het lokaal ontbreken van voegwerk in een metselwerk muur). Het onderhoud wat wordt uitgevoerd aan een civieltechnisch kunstwerk wordt verdeeld in de volgende werkzaamheden: Regulier onderhoud (of dagelijks onderhoud) Dit betreffen de werkzaamheden die de dagelijkse bruikbaarheid van het kunstwerk garanderen. Hieronder valt het reinigen van de civieltechnische kunstwerken (bijv. het verwijderen van begroeiing) en het verhelpen van kleine gebreken zoals herstel van een brugdek of het vervangen van (een deel van) een leuning. Groot onderhoud Groot onderhoud bestaat uit werkzaamheden die worden uitgevoerd wanneer de technische conditie van het te onderhouden kunstwerk een bepaald minimum heeft bereikt en hersteld moet worden. Dit onderhoud heeft een cyclus van vijf jaar of langer en is planbaar.
De maatregelen zijn bedoeld om de beschikbaarheid van civieltechnische kunstwerken tot het einde van de levensduur te waarborgen. Met deze maatregelen wordt het kwaliteitsniveau van de objecten zo efficiënt mogelijk op niveau gehouden. Een vast onderdeel binnen de beheercyclus is het inspecteren van de civieltechnische kunstwerken (1x/4 jaar). Bij deze inspectie wordt per brug (tunnel of keerwand) de onderhoudstoestand ofwel indicatieve toestandsscore vastgesteld. Daarbij wordt voor ieder object de onderhoudsmaatregelen omschreven en het jaar van uitvoering bepaald. Daarmee wordt de meerjarenonderhoudsprognose samengesteld met de hiervoor benodigde onderhoudsbudgetten. Bij kunstwerken die een matige of slechte toestandsscore hebben (4 of lager) is nader onderzoeken noodzakelijk om de oorzaak van het matige toestand te bepalen. Ook wordt dan de restlevensduur van het kunstwerk bepaald.
Zorgvuldig financieel beheer
Voorkomen kapitaalvernietiging Kapitaalvernietiging wordt voorkomen door tijdig de juiste onderhoudsmaatregelen toe te passen. Kapitaalvernietiging ontstaat doordat in verband met onvoldoende budget noodzakelijke onderhoudsmaatregelen op de lange baan worden geschoven. Daarmee lopen de kosten van de maatregelen over het algemeen sterk op. Voorziening De gemeente Beuningen heeft een langjarige strategie voor het vervangen van civieltechnische kunstwerken. De theoretische vervangingen zijn met behulp van het gemeentelijk beheermanagementsysteem inzichtelijk gemaakt voor de lange termijn. Daardoor is in beeld wanneer er een piek is te verwachten in de vervangingsopgave en er dus voorzieningen voor moeten gecreëerd.
Financiën
Scenario’s beheer Ten behoeve van de te verwachten uitgaven voor beheer en onderhoud aan het areaal van civieltechnische kunstwerken zijn drie verschillende scenario’s opgesteld. De scenario’s zijn gebaseerd op de verschillende onderhoudsniveaus van de civieltechnische kunstwerken genoemd in hoofdstuk 5. Per scenario wordt kort
omschreven wat bedoeld wordt met het kwaliteitsniveau waaraan de kunstwerken aan moeten voldoen en wat daar kansen en ook de risico’s van zijn. Scenario 1: Kwaliteitsniveau A. De kunstwerken worden op een hoog onderhoudsniveau onderhouden. Bij deze kwaliteitsniveau speelt de uitstraling van de brug een grote rol naast de functionaliteit en veiligheid. Dit zorgt ervoor dat er weinig schades en gebreken aangetroffen worden. Dit zorgt ervoor dat de levensduur van het kunstwerk lang is en de betrouwbaarheid en beschikbaarheid gegarandeerd wordt. De kosten voor beheer en onderhoud zijn bij kwaliteitsniveau A hoog. Scenario 2: Kwaliteitsniveau B. De kunstwerken worden op een gemiddeld onderhoudsniveau onderhouden. Het beheer en onderhoud bij dit kwaliteitsniveau wordt gestuurd door de functionaliteit en duurzaamheid van de onderdelen en niet door de uitstraling. Onderhoudswerkzaamheden worden periodiek uitgevoerd. Sommige schadebeelden en gebreken zullen gelijk verholpen worden indien de veiligheid en functionaliteit in het geding komt. De kosten voor het beheer zijn aanzienlijk lager bij dit kwaliteitsniveau dan bij Kwaliteitsniveau A. Scenario 3: Kwaliteitsniveau C. De kunstwerken worden op een matig onderhoudsniveau gehouden.
De keuze om onderhoud uit te voeren is enkel op basis van meldingen of klachten en wanneer de veiligheid en functionaliteit van het kunstwerk in het geding komt. Er wordt geen periodiek onderhoud uitgevoerd (conserveren, reinigen etc.). Dit kwaliteitsniveau heeft de laagste kosten voor beheer en onderhoud maar leidt tot forse verkorting van de levensduur van de civieltechnische kunstwerk. Dit omdat laat, mogelijk zelfs te laat, wordt ingegrepen waardoor herstel niet meer mogelijk is en vervanging van het civieltechnische kunstwerk dan de enige optie is.
Jaarlijkse onderhoudskosten
In onderstaand overzicht is een indicatie gegeven van de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken voor de periode 2025-2034 voor de verschillende scenario’s. Deze kosten zijn exclusief vervangingen/investeringen en gevolgschades per scenario. Gemiddelde jaarlijkse kosten voor beheer Scenario 1 Scenario 2 en onderhoud (A-kwaliteit) (B-kwaliteit) 2025-2034 € 566.923,€ 396.748,Tabel 6 Gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten per scenario voor de periode 2025-2034
Scenario 3 (C-kwaliteit € 205.207,-
De gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor de periode 2025 – 2029 zijn geraamd op € 451.007 (uit inspectie 2024), zie onderstaand overzicht. (exclusief vervangingen). De drie scenario’s leiden tot verschillende vervangingsopgaven. Uitstel van onderhoud leidt tot een hogere vervangingsopgave. In onderstaand overzicht zijn de kosten inzichtelijk gemaakt waarin enkel de te verwachten gemiddelde jaarlijkse kosten voor vervangingen zichtbaar zijn. Duidelijk zichtbaar is de omvangrijke vervangingsopgave bij scenario 3 (kwaliteitsniveau C). Gemiddelde jaarlijkse kosten voor Scenario 1 Scenario 2 Vervangingen (A-kwaliteit) (B-kwaliteit) 2025-2034 € 90.260,€39.850,Tabel 7 Gemiddelde jaarlijkse kosten voor vervangingen per scenario voor de periode 2025-2034
Scenario 3 (C-kwaliteit € 418.058,-
Duidelijk is dat wanneer volledig gestuurd wordt op uitstraling (kwaliteitsniveau A) het gemiddelde jaarlijkse onderhoudsbudget bijna € 600.000 bedraagt. Als gekozen wordt voor kwaliteitsniveau C (sturen op veiligheid) is het onderhoudsbudget het laagst, maar is het vervangingsbudget enorm hoog. De keuze voor scenario 2 (kwaliteitsniveau B) , sturen op functionaliteit en duurzaamheid van de civieltechnische
kunstwerken, zorgt voor verlenging van de levensduur van de civieltechnische kunstwerken en daardoor een lage vervangingsopgave voor de periode 2025 – 2030.
Vervangingen
Vervangingsopgave 2025 – 2029 Voor de periode 2025 – 2029 staan verschillende civieltechnische kunstwerken op de planning om te worden vervangen. Vijf van deze kunstwerken zijn opgenomen in de begroting 2025. De uitvoering staat gepland voor 2025 en 2026. De onderstaande civieltechnische kunstwerken dienen in 2027 en 2028 te worden vervangen. Hiervoor wordt apart budget aangevraagd. Bij elke vervanging wordt afgewogen of en zo ja waardoor het civieltechnisch kunstwerk wordt vervangen. Objectnr. 45 Vs01 46 20
locatie Vordingstraat Rietdekker Uilenburg/Luit Nettenknoper/Ratelwacht
Type object Houten brug Vissteiger Houten brug Voet/fietsbrug
Vervangingsopgave 2027-2029.
Vervangingsopgave lange termijn Op een gegeven moment is instandhouding van een civieltechnisch kunstwerk niet meer rendabel en moet worden over gegaan tot vervanging of renovatie. Op basis van het (ingeschatte) aanlegjaar en de gemiddelde levensduur van betonnen, stalen en houten kunstwerken, zijn theoretische vervangingsjaren bepaald. Wanneer het theoretische vervangingsmoment van een civieltechnisch kunstwerk nadert, zal moeten worden vastgesteld of vervanging daadwerkelijk aan de orde is. Op dat moment kan een afweging worden gemaakt of het uitvoeren van grootschalige herstelmaatregelen (renovatie) dan wel vervanging het meest economisch is. In het onderstaande tabel is de totale vervangingsopgave weergegeven voor de lange termijn, van 2030 tot 2080. Zichtbaar zijn de vervangingspieken waarbij vooral de forse piek in 2068 opvalt (geluidswanden en bruggen in de wijk Beuningse Plas). €4.532.625,00
Vervangingen periode 2030-2080 €5.000.000,00 €4.500.000,00 €4.000.000,00 €3.500.000,00
€1.295.039,10 €295.460,00
€24.648,00 €138.408,00
€86.268,00
€19.355,00
€73.944,00
€49.296,00
2
0
€59.566,00
€31.521,00
0
8
€112.970,00
8
€243.636,00
€156.420,00
€500.000,00
2
€1.000.000,00
0
€1.500.000,00
€586.575,00 €104.754,00
€995.005,00
€2.500.000,00 €2.000.000,00
€512.236,00 €573.619,00 €151.680,00 €1.373.020,00 €1.054.650,00 €€387.100,00 €€343.650,00 €106.808,00 €86.268,00 €967.750,00
€3.000.000,00
Overzicht uitgaven aan vervangingsopgaves periode 2030-2080.
0
8
20 8
6
20 7
4
20 7
2
20 7
20 7
0
20 7
8
20 6
6
4
20 6
20 6
2
0
20 6
8
20 6
6
20 5
4
20 5
2
20 5
20 5
20 5
6
20 4
4
20 4
20 4
20 4
20 4
6
20 3
4
20 3
20 3
20 3
20 3
€-
Beschikbare middelen versus begrote middelen
In de begroting zijn middelen voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke civieltechnische kunstwerken opgenomen. Regulier onderhoud De gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor de periode 2025 – 2029 zijn geraamd op € 451.007 (uit inspectie 2024), zie onderstaand overzicht. Dit bedrag is nodig om de objecten veilig en functioneel te maken en te houden. In de begroting 2025 is een bedrag ter hoogte van € 200.000 beschikbaar voor onderhoud en wordt jaarlijks € 25.000 gedoteerd aan de voorziening. jaar 2025 2026 2027 2028 2029 Totaal
Benodigd voor onderhoud € 356,381 € 500.124 € 565.594 € 563.390 € 269.548 2.255.037
Begroting € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 1.000.000
Verschil (tekort) € -156.381 € -300.124 € -365.594 € -363.390 €- 69.548 € -1.255.037
Voorziening Voor het onderhoud van civieltechnische kunstwerken is een voorziening ingesteld om de fluctuaties in het regulier onderhoud op te vangen. De dotatie aan de voorziening wordt in 2025 eenmalig extra opgehoogd met € 1.255.000 uit het positieve resultaat jaarrekening 2024. Hiermee zijn de financiële middelen toereikend om het meerjarenplan 2025 – 2029 uit te voeren. Verwachting verloop voorziening 2025 – 2029 2025 2026 Extra dotatie 2024 € 1.255.000 Beginstand € 167.361 € 1.209.980 Dotatie € 25.000 € 25.000 Onttrekking/toevoeging €-156.381 € -300.124 Eindstand € 1.015.856 € 1.209.980
2027
2028
2029
€ 1.015.856 € 25.000 € -365.594 € 675.262
€ 675.262 € 25.000 € -363.390 € 336.872
€ 336.872 € 25.000 €-69.548 € 292.324
Vervangingen Voor het vervangen van civieltechnische kunstwerken in de periode 2025 – 2029 is in totaal € 210.865 nodig. Voor het vervangen van de kunstwerken op begraafplaats Haaghove en het vervangen van vissteigers is budget in de begroting 2025 opgenomen. Een voorstel voor de vervangingen in 2027 en verder wordt apart aan de raad voorgelegd.
1. INLEIDING In de gemeente Beuningen liggen een groot aantal civieltechnische kunstwerken zoals bruggen, duikerbruggen, keermuren, geluidwanden, tunnels en een onderdoorgang. Deze kunstwerken zijn belangrijke elementen in de openbare ruimte. Het zijn verbindingen in de verkeersstructuren van de wijken, verbindingen in waterstructuren, recreatieve elementen en (wettelijke) voorzieningen tegen geluidsoverlast. Als deze kunstwerken niet goed beheerd worden, kunnen ernstige problemen ontstaan zoals het onbruikbaar worden van bruggen of het belemmeren van de waterafvoer.
1.1 Aanleiding De gemeente Beuningen is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en daarmee ook de civieltechnische kunstwerken binnen de gemeente. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen geregeld. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Daarbij is zij bij geschillen verplicht aan te tonen dat inspectie en onderhoud met optimale zorg is uitgevoerd.
1.2 Doel Het doel van het beleids- en beheerplan is enerzijds te bepalen hoe de civieltechnische kunstwerken op een duurzame en maatschappelijk kostenbewuste wijze beheerd kunnen worden. Hierbij is het uitgangspunt dat kapitaalvernietiging en onveilige situaties worden voorkomen. Anderzijds is het doel om inzicht te geven in het huidige kwaliteitsniveau, het gewenste kwaliteitsniveau en de onderhouds- en vervangingskosten van het gehele areaal.
1.3 Afbakening Dit beleids- en beheerplan omvat de civieltechnische kunstwerken die in eigendom, beheer en onderhoud zijn van de gemeente Beuningen. Duikers ten behoeve van de waterafvoer (schoon en vuilwater) én beschoeiingen van de watergangen maken géén onderdeel uit van dit plan.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de wettelijke kaders en regelgeving worden toegelicht. Hoofdstuk 3 worden de gegevens van het areaal en de huidige onderhoudstoestand zijn samengevat. De visie en ambitie wordt in hoofdstuk 4 toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de beheerstrategie. Hoofdstuk 6 behandeld de Financiën en personeelsbehoefte en beschrijft de maatregelen en meerjarenplanning. Hoofdstuk 7 geeft een samenvatting.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 1 van 19
2. WAT MOETEN WE (KADERS) De gemeente Beuningen draagt de verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. Dit betekent tevens over het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken. Om het noodzakelijke onderhoud te bepalen zijn twee zaken van belang: a) Wettelijk kaders, dus verplicht. b) Het gewenste kwaliteitsniveau (een keuze) in de gemeente Beuningen.
2.1 Wettelijke kaders De voornaamste wetten worden hier kort benoemd. Voor meer informatie is bijlage II toegevoegd. Burgerlijk wetboek (artikelen 162 en 174) Vanuit de landelijk geldende wetgeving, vastgelegd in het Burgerlijk wetboek, gaan meerdere wetsartikelen in op de veiligheid en de zorgplicht van de gemeente. Vanuit deze wetgeving is de gemeente, vanuit haar rol als eigenaar, verplicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie van de in beheer zijnde civieltechnische kunstwerken. De burger kan de gemeente als eigenaar van een kunstwerk, bij geleden schade, aansprakelijk stellen op grond van de artikelen 162 en 174 van het Burgerlijk wetboek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of: • de beheerder het gebrek kende; • de beheerder het gebrek behoorde te kennen; • de beheerder een verwijt is te maken t.a.v. het gebrek. Woningwet (artikel 1a en 1b) Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar dat een bouwwerk (kunstwerk) voldoet aan de technische van toepassing zijnde voorschriften. Als bouwwerken niet voldoen, is dat een onrechtmatige daad. Dit houdt in dat proactief getoetst moet worden of de bouwwerken (kunstwerken) voldoen aan deze voorschriften.
Besluit Bouwwerken leefomgeving 2024 (voorheen bouwbesluit) Naast het feit dat de woningwet voorschrijft dat een bouwwerk niet ‘ongemerkt’ mag voldoen aan de technische van toepassing zijnde voorschriften, zijn in het bouwbesluit nog andere redenen opgenomen om civieltechnische kunstwerken constructief te toetsen, te weten: • Er zijn reparaties nodig in het kader van de veiligheid. • Er vinden veranderingen of renovaties plaats. • Het einde van de technische levensduur is bereikt. • Het vermoeden van onvoldoende sterkte in de constructie is (constructieve veiligheid). • Er is een verandering in het gebruik, belastingen en omgeving. • Er vindt een routinematige beoordeling plaats. Wegenwet (artikel 16) Volgens de wegenwet moet de gemeente zorg dragen dat alle wegen die zich op haar grondgebied bevinden en die zij (ook) beheert, in goede staat verkeren. Dit geldt dus ook voor alle civieltechnische kunstwerken die onderdeel uit maken van deze wegen. Er wordt in dit artikel, in tegenstelling tot het Burgerlijk wetboek, niet gesproken over aansprakelijk. Er wordt alleen een beroep gedaan om de wegen op een goede wijze in stand te houden. Besluit Begrotingen en Verantwoording (BBV) Om het financieel toezicht op gemeenten doelmatig te kunnen uitvoeren, is een reglement opgesteld om de gemeentelijke begrotingen uniform op te stellen.
Dit reglement heet Besluit Begrotingen en Verantwoording (BBV). Hierin zijn ook definities beschreven rond het begroten en onderverdelen van onderhoud aan
Beun.106-010-v1.0 Pagina 2 van 19
kapitaalgoederen. Civieltechnische kunstwerken worden hierin niet expliciet benoemd maar vallen wel onder deze kapitaalgoederen. Vanuit het BBV wordt de volgende indeling gemaakt: 1. onderhoud, zowel klein als groot onderhoud: lasten voor de instandhouding die in de jaarrekening (exploitatierekening) worden opgenomen; 2. investeringen, waaronder ook integrale vervangingen: deze worden geactiveerd en in de balans opgenomen.
2.2 Gewenst kwaliteitsniveau Het kwaliteitsniveau voor civieltechnische kunstwerken legt vooral vast hoe een kunstwerk eruit moet zien. Uitgangspunt hierbij is dat de voorzieningen schoon, heel en veilig zijn. Voor de civieltechnische kunstwerken in de gemeente Beuningen sluiten wij aan bij het kwaliteitsniveau wat ook voor alle andere openbare voorzieningen zoals wegen en groen, wordt aangehouden namelijk het kwaliteitsniveau ‘Basis'. Dit houdt in dat de objecten voldoen aan de volgende specificatie: standaard, functioneel, eenvoudig en degelijk, voldoende onderhouden, er redelijk en netjes uitzien.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 3 van 19
3. WAT HEBBEN WE (AREAALGEGEVENS) De gegevens in dit beleids- en beheerplan zijn gebaseerd op de in 2024 uitgevoerde inspecties. Van de opgenomen civieltechnische kunstwerken zijn de kwantiteit, de kwaliteit en de constructieve veiligheid bepaald. Op basis hiervan is een meerjarenplanning opgesteld (met bijbehorende kosten) en zijn de gegevens ingevoerd in het gemeentelijk beheermanagementsysteem.
3.1 Kunstwerken In het overzicht hieronder zijn de civieltechnische kunstwerken opgesomd per kunstwerktype: Type Onderdoorgangen en tunnels Tunnels Bruggen en viaducten Betonnen brug* Stalen brug* Houten brug Metselwerk brug Grondkeringen en trappen Metselwerk keringen Betonnen keringen Schanskorven Trappen Geluidscherm Houten scherm* Stalen scherm Aanleginrichting en steigers Hout Kunststof Totaal Tabel 1: Overzicht gemeente Beuningen met daarin aangegeven de civieltechnische kunstwerken. *: Samengesteld met andere materialen
Aantal 1 1 74 30 16 27 1 21 15 1 2 3 9 1 8 5 4 1 110
Bruggen en viaducten Er zijn in totaal 74 bruggen aanwezig in de gemeente. De bruggen hebben de functie om het landverkeer ongehinderd over water, een weg of obstakels te leiden. De bruggen variëren in materiaalgebruik en in verkeersklasse. Zo zijn de fiets- en voetgangersbruggen in de gemeente van hout, zijn de betonnen bruggen voornamelijk bestemd voor het zware verkeer en zijn stalen bruggen toegepast voor beide verkeerstypen. De houten fiets-voetgangersbruggen hebben een levensduur van veertig jaar en dat is veel korter dan de betonnen en stalen verkeersbruggen. Die gaan zestig tot tachtig jaar mee. De bruggen zijn allemaal voorzien van een slijtlaag of asfaltlaag om het gebruik ervan comfortabel te maken, met name in de winter. Tunnel Net als een brug is een tunnel bedoeld om het landverkeer een hindernis of water te laten kruizen. In tegenstelling tot bruggen gaat een tunnel onder het water, weg of obstakel in plaats van er overheen. Kenmerkend aan een tunnel is dat het een betonnen constructie betreft waarbij de vloer, wanden en plafond één geheel vormt. (zie foto hiernaast)
Beun.106-010-v1.0 Pagina 4 van 19
Grondkeringen Deze kunstwerken kenmerken zich dat zij een grondlichaam op haar plek houden. Vaak gelegen nabij een watergang en worden ook kademuur genoemd. Kenmerkend bij kademuren of keerwanden is dat er een hoogteverschil is met het naastgelegen terrein of weg. Nabij een watergang zie je vaak dat er een borstwering heeft of dat er een leuningwerk erop is bevestigd, om te voorkomen dat iemand in het water valt. Geluidsschermen Een geluidscherm of- wal is een constructie die wordt gebruikt om geluidsoverlast te verminderen van nabijgelegen drukke verkeerswegen of spoorwegen. Geluidschermen kunnen zijn opgebouwd uit verschillende materialen zoals beton, hout of speciale geluidsabsorberende panelen. Steigers en aanmeervoorzieningen Steigers en aanmeervoorzieningen zijn voornamelijk houten of kunststoffen constructies die aan de waterkant staan en zo de gelegenheid creëren om met een boot aan te meren en op- en af te stappen. De steigers hebben een recreatieve rol in de openbare ruimte.
3.2 Kapitaalwaarde Door het totale areaal met de standaard eenheidsprijzen vanuit het gemeentelijk beheersysteem door te rekenen ontstaat inzicht in de totale vervangingswaarde van het areaal aan civieltechnische kunstwerken. Objecttype
Aantal
Vervangingswaarde*
Betonnen bruggen, viaducten en duikerbruggen
37
€
9.506.200,--
Houten bruggen
27
€
1.589.900,--
Stalen bruggen
16
€
2.483.250,--
Metselwerk bruggen
1
€
1.401.000,--
Steigers
5
€
215.300,--
Keermuren schanskorfen en trappen
21
€
711.945,--
Tunnels
1
€
700.000,--
Geluidschermen
9
€
2.189.625,--
TOTAAL
117
€ 18.797.220,-
Tabel 2: overzicht van het areaal met de vervangingswaarde. De prijzen zijn exclusief VAT, AK WR, ontheffingen en vergunningen en BTW * prijspeil 2024: Dit betekent dat de bedragen niet zijn geïndexeerd naar het indicatieve vervangingsjaar.
De kapitaalwaarde van een civieltechnisch kunstwerk is één van de aspecten die het belang aantoont. Belangrijker nog is de functie die het vervult in de openbare ruimte. Het civieltechnische kunstwerk is een onmisbare schakel in de totale infrastructuur van de gemeente, Het heeft de functie om inwoners en bezoekers ongehinderd doorgang te geven en daar op te mogen vertrouwen. Voor de bewoners en het bedrijfsleven is het van vitaal belang in het sociaal en economisch verkeer dat de civieltechnische kunstwerken goed worden onderhouden.
3.3 Kwaliteit huidige areaal De gemeente Beuningen heeft een achterstand opgelopen in het beheer en onderhoud van haar civieltechnische kunstwerken. Een aantal kunstwerken voldoet niet tot nauwelijks aan het basisniveau (B). In 2024 is een instandhoudingsinspectie uitgevoerd aan alle civieltechnische kunstwerken. Hieronder zijn de bevindingen van deze inspectie weergegeven.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 5 van 19
Aantal van Indicatieve toestandsscore gebaseerd op NEN2767 7 23
41
2 - goede toestand 3 - redelijke toestand 4 - matige toestand 5 - slechte toestand
46
Grafiek 1: Weergave van de indicatieve toestand van alle kunstwerken.
Uit de inspectie komt naar voren dat 87 civieltechnische kunstwerken in een redelijke tot goede staat zijn. Deze kunstwerken voldoen aan het onderhoudsniveau die de gemeente verlangt. Dertig kunstwerken voldoen niet aan het gestelde onderhoudsniveau, hiervan is bij zeven civieltechnische kunstwerken de toestand slecht.
3.4 Nader onderzoeken en vervangingen 2025-2029 Een aantal civieltechnische kunstwerken zijn in 2024 nader onderzocht omdat uitgevoerde toestandsinspecties hiertoe aanleiding gaven. Op basis van dit nader onderzoek zijn hersteladviezen geformuleerd en ingepland. Het gaat om de volgende kunstwerken: Objectnummer Naam Objecttype 23 Brug Mandenvlechter-Veerman Houten fiets- voetgangersbrug 26 Brug Hosterdpark- Vuickestraat Houten fiets- voetgangersbrug 31 Brug Wolfsbossingel-Poldervaart Houten fiets- voetgangersbrug 46 Brug De Uilenburg-Luit Houten fiets- voetgangersbrug K13 Keerwand Waterdorp Metselwerk keermuur VS1 Vissteiger Rietdekker t.h.v. nr. 56 Houten steiger VS5 Steiger Waterdorp Houten steiger Tabel 3: Overzicht civieltechnische kunstwerken die afgelopen jaar nader zijn onderzocht.
De noodzakelijke herstelwerkzaamheden zijn opgenomen in het meerjarenonderhoudsoverzicht. Naast bovengenoemde objecten zijn zes civieltechnische kunstwerken zo slecht dat herstel niet meer mogelijk is en zullen deze kunstwerken de komende beleidsperiode moeten worden vervangen. Objectnummer Naam Jaar vervanging Objecttype 41 Brug begraafplaats Haaghove 2025 Houten fiets- voetgangersbrug 42 Brug begraafplaats Haaghove 2025 Houten fiets- voetgangersbrug 43 Brug begraafplaats Haaghove 2025 Houten fiets- voetgangersbrug 45 Steiger Vordingstraat 2026 Houten steiger VS02 Vissteiger Zuil achter nr. 199 2026 Houten steiger VS03 Vissteiger Vordingstraat 2026 Houten steiger VS01 Tabel 4: Overzicht civieltechnische kunstwerken die vervangen worden komende beleidsperiode
Beun.106-010-v1.0 Pagina 6 van 19
4. WAT WILLEN WIJ Civieltechnische kunstwerken zijn noodzakelijk voor het goed laten functioneren van onze infrastructuur. Dit betekent dat de functionaliteit van het kunstwerk moet zijn geborgd. Om dit te bewerkstelligen is onderhoud van de kunstwerken noodzakelijk. Dit onderhoud voeren we efficiënt, effectief en doelmatig uit. Speerpunten van dit beleid zijn als volgt: Gebruiksveiligheid De civieltechnische kunstwerken moeten door alle gebruikers veilig kunnen worden gebruikt. Dit betekent dat de kunstwerken regelmatig moeten worden onderhouden: het wegdek dient schoon en heel te zijn, de leuningen stevig en heel en de aansluitingen op de rijweg optimaal. Om na te gaan of aan alle aspecten wordt voldaan is periodiek schouwen en inspecteren noodzakelijk. Constructieve veiligheid De constructieve veiligheid moet ten alle tijden geborgd zijn. Dit betekent dat naast schouwen en inspecteren nadere onderzoeken noodzakelijk zijn, zeker bij de oudere civieltechnische kunstwerken. Bij nadere onderzoeken wordt de totale constructie (ook onder de brug) geïnspecteerd. Duurzaamheid en circulariteit Het verminderen en weer terug in de kringloop laten vloeien van afvalstromen is één van de belangrijkste uitgangspunten bij circulariteit. Minder materiaal is te bereiken door een langere levensduur van het object.
Het uitvoeren van kleine reparaties en regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het civieltechnische kunstwerk. Vrijkomende materialen die nog herbruikbaar zijn, worden opgeslagen op het gemeentewerf voor herstelwerkzaamheden elders. Uitstraling en materiaalgebruik De uitstraling van de civieltechnische kunstwerken is sober en gestandaardiseerd. Bij vervanging van (delen van) civieltechnische kunstwerken wordt een afweging gemaakt wat de meest duurzame keuze is voor het kunstwerk (TCO of LCC) in combinatie met de kosten.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 7 van 19
5. HOE GAAN WIJ DAT DOEN Om het areaal zo effectief en efficiënt mogelijk te beheren, werken we op een gestructureerde wijze en hanteren wij de beheercyclus.
5.1 Beheren Voor de beheerder van de openbare ruimte heeft de CROW handvatten gecreëerd zoals de beheersystematiek Openbare Ruimte. Dit wordt gesymboliseerd met de roos van integraal Assetmanagement voor professionals (IAMpro). Aan de hand van de roos wordt het beheren in een proces gevormd. Hierdoor volgt het beheer de stappen waarbij het resultaat telkens geborgd wordt. Zoals het plaatje laat zien is dat het een steeds terugkerend proces is van plannenuitvoeren-controleren-evalueren om vervolgens met de opgedane kennis opnieuw te gaan plannen. Aan de hand van deze beheersystematiek is het beleidsplan voor civieltechnische kunstwerken opgesteld en toegepast als leidraad voor het beheer ervan. In dit en volgende hoofdstukken wordt dit verder uitgewerkt.
5.2 Kwaliteitsniveau In de voorgaande hoofdstukken is het areaal besproken en wat de huidige staat van onderhoud is. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe dit op diverse kwaliteitsniveaus wordt gedaan. Om de ambities te vertalen is het nodig om deze te kwantificeren en te kwalificeren. Voor het vastleggen van de minimale kwaliteit zijn voor de civieltechnische kunstwerken interventieniveaus opgesteld. Voor het opstellen van deze niveaus is gebruikgemaakt van de volgende documenten en bronnen: • Kwaliteitscatalogus openbare ruimte CROW-publicatie 3231. Deze systematiek is een landelijk erkende werkwijze die gebruikmaakt van beeldkwaliteiten; • De norm NEN2767-4 conditiemeting die de technische toestand van objectonderdelen vastlegt; • Door ervaringscijfers opgestelde indicatieve toestandsscore van ingenieursbureau Westenberg over de staat van onderhoud van de objecten; • Referentiedocumenten van andere (landelijke) beheerders van civieltechnische objecten; • Ervaringen vanuit de markt met betrekking tot onderhoud. De kwaliteitsniveaus, ook conditie of toestand genoemd, zijn omschreven en worden uitgedrukt met een score. Zo heeft iedere score een definitie die beschrijft wat de staat van onderhoud is. Dat gaat van nieuwbouwkwaliteit naar sloop gereed. In het schema op de volgende pagina is het samengevat per kwaliteitsniveau.
De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte is geactualiseerd en 20 september 2023 uitgebracht. In deze herziening is met name de meetinstructies, enkele definities en beeldmeetlatten aangescherpt. 1
Beun.106-010-v1.0 Pagina 8 van 19
Kw aliteit A
kw aliteitsniveau gem eente
Kw aliteit B - Basis
Het geheel is veilig, functioneert goed is heel schoon, heeft een goede uitstraling en veroudering is licht zichtbaar Volgens Kw aliteitscatalogus CROW publicatie 323
Volgens NEN2767-4
Volgens indicatieve toestandscore
A+
Kw aliteit C
Het geheel is veilig, Het geheel is veilig en functioneert. Er functioneert en is heel, w orden geen esthetische eisen gesteld heeft een matige en de veroudering is goed zichtbaar uitstraling en veroudering is zichtbaar
A
B
C
D
Zeer goed
goed
Voldoende
matig
Slecht
Nagenoeg ongeschonden
Mooi en comfortabel
Functioneel
Onrustig beeld, discomfort of enig vorm van hinder
conditiescore 1 conditiescore 2
conditiescore 3
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridisch aansprakelijk en/of sociale onveiligheid conditiescore 6
Uitstekende Goede conditie conditie Geen of zeer Beginnende beperkt gebreken veroudering
Redelijke conditie
conditiescore 45 Matige en slechte Zeer slechte conditie conditie Het Maximaal verouderingsproce gebrekenbeeld s heeft het object in zijn greep en is onomkeerbaar gew orden
1 Uitstekend
Veroudering is op gang gekomen
2 Goed
3 Voldoende
4 Matig
5 Slecht
Komende 10 jaar CROW komende 5-10 jaar Binnen jaar groot Komende 3 jaar Vervanging binnen Tabel 5: Indeling kwaliteitsniveaus en de koppeling beeldcatalogus, NEN52767-4 en indicatieve toestandsscore. geen groot onderhoud
groot onderhoud, geen vervangingen
onderhoud of vervanging groot onderhoud of 2 jaar tussen 7-15 jaar binnen 5 jaar
De gemeente Beuningen hanteert het Kwaliteit B - Basis (groene kolom).
Om in de toekomst de kunstwerken op een gewenst onderhoud op kwaliteitsniveau B “voldoende” in stand te houden, zijn een visie, doelstellingen en een strategisch invulling van de beheer- en onderhoudssystematiek noodzakelijk. In dit beleids- en beleids- en beheerplan is hier invulling aan gegeven, alsmede de benodigde (financiële) middelen die hiervoor noodzakelijk zijn.
5.3 Onderhoud op kwaliteitsniveau Het nastreven van een bepaalde kwaliteitsniveau voor de civieltechnische kunstwerken betekent dat het benodigde onderhoud verschilt. De verschillende onderhoudsniveaus zijn als volgt gedefinieerd: • Onderhoud kwaliteitsniveau A (hoog niveau); • Onderhoud kwaliteitsniveau B (voldoende niveau); • Onderhoud kwaliteitsniveau C (laag niveau). Onderhoud kwaliteitsniveau A (hoog niveau) Onderhoud op kwaliteitsniveau A is gericht op het optimaal onderhouden van het civieltechnisch kunstwerk met aandacht voor uitstraling en duurzaamheid. Op deze manier gaat het civieltechnisch kunstwerk zo lang mogelijk mee, zonder dat het zijn functionaliteit verliest. Bij een aantal onderdelen spreken we niet van “duurzaam” maar van “comfort”. Dit komt voornamelijk voor bij asfalt en slijtlagen. Als er gesproken wordt van comfort, wordt er onderhoud gepleegd voordat het gebruik als oncomfortabel ervaren wordt.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 9 van 19
Onderhoud kwaliteitsniveau B (voldoende niveau) Met dit onderhoudsniveau behoudt het civieltechnische kunstwerk zijn functie maar worden onderhoudsmaatregelen minder frequent uitgevoerd. Esthetisch onderhoud (het schoon houden van het civieltechnische kunstwerk) wordt niet uitgevoerd tenzij de veiligheid van de gebruiker in gevaar komt. Door lagere frequenties te hanteren, accepteren we voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand van het civieltechnische kunstwerk (bijvoorbeeld het lokaal ontbreken van voegwerk in een metselwerk muur). Onderhoud kwaliteitsniveau C (laag niveau) Bij dit onderhoudsniveau wordt voor een beperkt aantal onderdelen periodiek onderhoud wordt uitgevoerd, namelijk alleen als de veiligheid van de gebruiker in het geding komt. Functieverlies van onderdelen van het civieltechnische kunstwerk wordt getolereerd (er mist bijvoorbeeld een leuning). Er wordt geaccepteerd dat het kunstwerk qua onderhoud in een matige onderhoudstoestand verkeert. Het gevolg is dat er vaker calamiteitenonderhoud moet worden gepleegd of zelfs dat het hele kunstwerk moet worden vervangen (kapitaalvernietiging).
5.4 Onderhoudsmaatregelen Het onderhoud wat wordt uitgevoerd aan een civieltechnisch kunstwerk wordt verdeeld in de volgende werkzaamheden: Regulier onderhoud (of dagelijks onderhoud) Dit betreffen de werkzaamheden die de dagelijkse bruikbaarheid van het kunstwerk garanderen. Daaronder valt het reinigen van de kunstwerken en het verhelpen van kleine gebreken: • Herstel divers: dit zijn veelal werkzaamheden die niet onder één noemer te vatten zijn zonder dat de lijst met ‘noemers’ eindeloos lang wordt en relatief weinig voorkomen. Gedacht moet worden aan zaken als plaatsen van bordjes, paaltjes, werkzaamheden aan de afwatering van objecten. • Betonreparaties: door gebruik, veroudering van en dynamische beschadigingen dienen reparaties uitgevoerd te worden ten behoeve van de levensduur van het object. • Reinigen: Reinigen van loopoppervlakken; controleren en gangbaar houden van de waterdoorvoer van duikers, verwijderen begroeiing, plantengroei en bekladdingen (graffiti). Deze werkzaamheden worden hoofdzakelijk door de eigen organisatie uitgevoerd. Groot onderhoud Groot onderhoud bestaat uit werkzaamheden die worden uitgevoerd wanneer de technische conditie van het te onderhouden kunstwerk een bepaald minimum heeft bereikt en hersteld moet worden. Dit onderhoud heeft een cyclus van vijf jaar of langer en is planbaar.
De maatregelen zijn bedoeld om de beschikbaarheid van civieltechnische kunstwerken tot het einde van de levensduur te waarborgen. Voorbeelden zijn: het volledig conserveren (verven ter bescherming) van een stalen hoofddraagconstructie of het vervangen van asfalt op brugdekken. Groot onderhoud aan bruggen in een bebouwde omgeving is complex en vaak ingrijpend voor omwonenden en (weg)gebruikers. Om overlast te beperken wordt het groot onderhoud zo veel mogelijk afgestemd op het onderhoud van andere objecten (zoals wegen en riolering) in, op of nabij het betreffende object. Met deze maatregelen wordt het kwaliteitsniveau van de objecten zo efficiënt mogelijk op niveau gehouden. Vanuit
Beun.106-010-v1.0 Pagina 10 van 19
inspecties wordt aangegeven of (periodieke) onderhoudsmaatregelen conform planning worden uitgevoerd, of dat deze naar voren of achter kunnen worden verschoven. •
Betonreparaties: door gebruik, veroudering van en dynamische beschadigingen dienen reparaties uitgevoerd te worden ten behoeve van de levensduur van het object. • Conserveren: een conservering heeft een beperkte levensduur om het bouwdeel van het object te beschermen tegen weersinvloeden. Een conservering dient daarom periodiek hersteld en/of vervangen te worden. • Slijtlaag/asfaltherstel: op bruggen en steigers is veelal een slijtlaag van bitumen of een asfaltlaag aanwezig. Het brugdek maakt onderdeel uit van de wegconstructie waardoor deze constructie niet te vergelijken is met de opbouw van reguliere wegen. Slijtlagen, asfaltlagen en evt. de bovenzijde van de constructie dienen periodiek vervangen en hersteld te worden door gebruik. • Vervangen diverse onderdelen: door gebruik, veroudering van en dynamische beschadigingen dienen periodiek reparaties en vervangingen uitgevoerd te worden ten behoeve van de levensduur van delen van het object die niet direct onder een vakdiscipline vallen. • Houtreparaties: door gebruik, veroudering van en dynamische beschadigingen dienen periodiek reparaties en vervangingen uitgevoerd te worden ten behoeve van de levensduur van het object of delen van het object.
• Herstel staalconstructies: door gebruik, veroudering van en dynamische beschadigingen dienen periodiek reparaties en vervangingen uitgevoerd te worden ten behoeve van de levensduur van stalen onderdelen van het object. Vanwege de complexiteit en verscheidenheid worden deze werkzaamheden niet door de eigen organisatie uitgevoerd maar uitbesteed. Hiervoor zijn verscheidende contractvormen mogelijk.
5.5 Inspecteren De civieltechnische kunstwerken worden 1 keer per 4 jaar geïnspecteerd. Bij deze inspectie wordt van de kunstwerk de onderhoudstoestand ofwel indicatieve toestandsscore vastgesteld. Daarbij wordt voor ieder kunstwerk de onderhoudsmaatregelen omschreven en het jaar van uitvoering bepaald. Daarmee wordt de meerjarenonderhoudsprognose samengesteld met de hiervoor benodigde onderhoudsbudgetten. De toestandsinspectie wordt doorgaans uitbesteed waarbij de gemeente de kaders en randvoorwaarden voor deze inspectie aangeeft. Bij kunstwerken die een matige of slechte toestandsscore hebben (4 of lager) is nader onderzoeken noodzakelijk. Met een nader onderzoek kan zo de oorzaak van het matige toestand worden gevonden en wordt de restlevensduur van het kunstwerk bepaald. In het onderstaand schema wordt dit proces schematisch verbeeld:
Beun.106-010-v1.0 Pagina 11 van 19
Periodieke inspectie kunstwerken
Toestandsscore 4 of lager
Toestandsscore 1, 2 of 3
Voordragen nader onderzoek nodig
Kunstwerk voldoet constructief; geen schade
Kunstwerk voldoet constructief; schades aanwezig
Kunstwerk voldoet niet; schade aanwezig
Kunstwerk voldoet niet; acuut gevaar
Aanpassingen uitvoeren volgens adviezen constructeur
Gewichtsbeperking instellen
Regulier en groot onderhoud uitvoeren als gepland
Afsluiten kunstwerk
Voordragen voor vervanging of renovatie
Afbeelding 1: processchema beheren kunstwerken
Een nadere beschouwing van een kunstwerk volgt uit de inspectie waarbij de toestandsscore 4 of lager volgt. Bij een nadere beschouwing zijn de volgende handelingen nodig. Deze kunnen gezamenlijk of afzonderlijk worden uitgevoerd: • Een archiefonderzoek/bureaustudie; • Een nader onderzoek met technische inspectie (destructief of non-destructief); • Een constructieve risicoscan (zie bijlage IX); • Een constructieve herberekening. Uit een nadere beschouwing volgt altijd een resultaat, eventueel aangevuld met een advies. Deze adviezen kunnen ver gaan tot bijvoorbeeld het instellen van een gewichtsbeperking op een brug of zelfs het afsluiten ervan.
5.6 Beheren en archiveren Voor het beheer gebruikt de gemeente een beheermanagementsysteem (GISIB) waarin object- en inspectiegegevens zijn opgenomen. Belangrijke gerelateerde documenten worden vijf jaar in het eigen gemeentearchief bewaard. Het is van vitaal belang om historische kennis van de civieltechnische
Beun.106-010-v1.0 Pagina 12 van 19
kunstwerken paraat te hebben en dit te kunnen raadplegen wanneer het nodig is. De volgende gegevens behoren beschikbaar te zijn in een archief: • Actueel overzicht van alle civieltechnische kunstwerken met foto’s van inspectieronde. • Algemene gegevens zoals bouw- en renovatiejaar. • De ontwerpuitgangspunten en ontwerpbelastingen. • Ontwerp-/onderhoudsbestekken. • Ontwerp-/as built tekeningen. • Berekeningen. • Onderhoudshistorie.
5.7 Zorgvuldig financieel beheer Voorkomen kapitaalvernietiging Kapitaalvernietiging wordt voorkomen door tijdig de juiste onderhoudsmaatregelen toe te passen. Kapitaalvernietiging ontstaat doordat in verband met onvoldoende budget noodzakelijke onderhoudsmaatregelen op de langebaan worden geschoven. Daarmee lopen de kosten van de maatregelen over het algemeen sterk op. Op het moment van overschrijden van de norm, is veelal een minder ingrijpende onderhoudsmaatregel nodig, dan wanneer de kwalitatieve veroudering verder heeft doorgezet en een meer ingrijpende (duurdere) maatregel nodig is. Voorziening De gemeente Beuningen heeft een langjarige strategie voor het vervangen van civieltechnische kunstwerken. De theoretische vervangingen zijn met behulp van het gemeentelijk beheermanagementsysteem inzichtelijk gemaakt voor de lange termijn. Daardoor is in beeld wanneer er een piek is te verwachten in de vervangingsopgave en er dus voorzieningen voor moeten gecreëerd. Dit is een integraal strategie waarbij ook andere zaken in de openbare ruimte invloed op hebben zoals wegenonderhoud, uitbreidingen (bedrijven)terreinen enz. Betrokkenheid van derden Bij het uitvoeren van onderhoud van de civieltechnische kunstwerken worden belanghebbenden zoals omwonenden, weggebruikers enz. geïnformeerd. Stakeholders zoals waterschappen, ProRail, RWS enz.
worden, indien nodig, betrokken en vergunningen dan wel ontheffingen aangevraagd.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 13 van 19
6. FINANCIËN De onderhoudsbudgetten voor de civieltechnische kunstwerken zijn geactualiseerd en waar nodig uitgebreid en gespecificeerd. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de onderhoudskosten en op de kosten van toekomstige vervangingen.
6.1 Bedragen Alle genoemde bedragen en kosten in dit beleids- en beheerplan zijn gebaseerd op eenheidsprijzen van GWW-kosten (zie gwwkosten.nl), eenheidsprijzen volgend uit gemeentelijke beheersystemen van de voormalige gemeenten, en eventueel aangevuld met ervaringscijfers van Ingenieursbureau Westenberg B.V. De kosten zijn als volgt opgebouwd: • Inclusief aankoop materiaal, lonen, kosten materieel; • Inclusief winst & risico, algemene kosten en uitvoeringskosten (circa 15%); • Inclusief VAT (kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht) (circa 15%); • Inclusief bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), milieumaatregelen, verkeersmaatregelen, ontheffingen/vergunningen (circa 15%); • Exclusief B.T.W; • Gebaseerd op prijspeil 1-1-2024;
6.2 Scenario’s beheer Ten behoeve van de te verwachten uitgaven voor beheer en onderhoud aan het areaal van civieltechnische kunstwerken zijn drie verschillende scenario’s opgesteld. De scenario’s zijn gebaseerd op de kwaliteitsniveau van kunstwerken genoemd in hoofdstuk 5. Per scenario wordt kort omschreven wat bedoeld wordt met het kwaliteitsniveau waaraan de kunstwerken aan moeten voldoen en wat daar kansen en ook de risico’s van zijn. Scenario 1: Kwaliteitsniveau A. De kunstwerken worden op een hoog onderhoudsniveau onderhouden. Bij deze kwaliteitsniveau speelt de uitstraling van de brug een grote rol naast de functionaliteit en veiligheid. Dit zorgt ervoor dat er weinig schades en gebreken aangetroffen worden. Dit zorgt ervoor dat de levensduur van het kunstwerk lang is en de betrouwbaarheid en beschikbaarheid gegarandeerd wordt. Om aan het hoge onderhoudsstandaard te voldoen, wordt er vaker en regelmatiger onderhoud uitgevoerd. De kosten voor beheer en onderhoud zijn bij kwaliteitsniveau A hoog. Het risico is dat het hoge kwaliteitsniveau er voor zorgt dat kunstwerken eerder vervangen kunnen worden omdat het beoogde kwaliteitsniveau A niet met regelmatig onderhoud gehaald kan worden. Dit is een vorm van kapitaalvernietiging. Ook kunnen sommige gebreken “gemist” worden omdat ze worden gecamoufleerd door een oppervlakkige herstelmaatregel.
Bijvoorbeeld verborgen houtrot van een geconserveerde houten leuningregel. Scenario 2: Kwaliteitsniveau B. De kunstwerken worden op een gemiddeld onderhoudsniveau onderhouden. Het beheer en onderhoud bij dit kwaliteitsniveau wordt gestuurd door de functionaliteit en duurzaamheid van de onderdelen en niet door de uitstraling. Onderhoudswerkzaamheden worden periodiek uitgevoerd. Sommige schadebeelden en gebreken zullen gelijk verholpen worden indien de veiligheid en functionaliteit in het geding komt. De kosten voor het beheer zijn aanzienlijk lager bij dit kwaliteitsniveau dan bij Kwaliteitsniveau A. Het risico van scenario 2 is dat de uitstraling van de kunstwerken verslechterd wat tot klachten kan leiden van gebruikers. Dit terwijl de veiligheid en functionaliteit niet in het geding hoeven te zijn.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 14 van 19
Scenario 3: Kwaliteitsniveau C. De kunstwerken worden op een matig onderhoudsniveau gehouden. De keuze om onderhoud uit te voeren is enkel op basis van meldingen of klachten en wanneer de veiligheid en functionaliteit van het kunstwerk in het geding komt. Er wordt geen periodiek onderhoud uitgevoerd (conserveren, reinigen etc.). Dit kwaliteitsniveau heeft de laagste kosten voor beheer en onderhoud maar leidt tot forse verkorting van de levensduur van de civieltechnische kunstwerk. Dit omdat laat, mogelijk zelfs te laat, wordt ingegrepen waardoor herstel niet meer mogelijk is en vervanging van het civieltechnische kunstwerk dan de enige optie is. Jaarlijkse onderhoudskosten In onderstaand overzicht is een indicatie gegeven van de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken voor de periode 2025-2034 voor de verschillende scenario’s. Deze kosten zijn exclusief vervangingen/investeringen en gevolgschades per scenario. In bijlage X is het totaaloverzicht per scenario, per jaar, terug te vinden. Gemiddelde jaarlijkse kosten voor beheer Scenario 1 Scenario 2 en onderhoud (A-kwaliteit) (B-kwaliteit) 2025-2034 € 566.923,€ 396.748,Tabel 6 Gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten per scenario voor de periode 2025-2034
Scenario 3 (C-kwaliteit € 205.207,-
Voor de aankomende vijf jaar (de looptijd van dit beleids- en beheerplan) is jaarlijks gemiddeld € 451.000 nodig om de civieltechnische kunstwerken op kwaliteitsniveau B te houden (exclusief vervangingen). In deze periode is extra budget nodig om de ontstane onderhoudsachterstand weg te werken. Vervangingsopgave De drie scenario’s leiden tot verschillende vervangingsopgaven. Voor het berekenen van de vervangingsopgave wordt gebruik gemaakt van een rekenmodel met variabelen. Eén van de variabelen is de levensduur van het civieltechnische kunstwerk. Door het uitstellen van noodzakelijk onderhoud verkort de levensduur van het object. Het uitstellen van noodzakelijk onderhoud leidt hierdoor tot een hogere vervangingsopgave. In onderstaand overzicht zijn de kosten inzichtelijk gemaakt waarin enkel de te verwachten gemiddelde jaarlijkse kosten voor vervangingen zichtbaar zijn. Duidelijk zichtbaar is de omvangrijke vervangingsopgave bij scenario 3 (kwaliteitsniveau C). Gemiddelde jaarlijkse kosten voor Scenario 1 Scenario 2 Vervangingen (A-kwaliteit) (B-kwaliteit) 2025-2034 € 90.260,€39.850,Tabel 7 Gemiddelde jaarlijkse kosten voor vervangingen per scenario voor de periode 2025-2034
Scenario 3 (C-kwaliteit € 418.058,-
Zichtbaar is dat wanneer volledig gestuurd wordt op uitstraling (kwaliteitsniveau A) het gemiddelde jaarlijkse onderhoudsbudget bijna € 600.000 bedraagt. Wanneer gekozen wordt voor kwaliteitsniveau C (sturen op veiligheid) is het onderhoudsbudget het laagst, maar is het vervangingsbudget enorm hoog. De keuze voor scenario 2 (kwaliteitsniveau B) , sturen op functionaliteit en duurzaamheid van de civieltechnische kunstwerken, zorgt voor verlenging van de levensduur van de civieltechnische kunstwerken en daardoor een lage vervangingsopgave voor de periode 2025 - 2034.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 15 van 19
6.3 Vervangingen kunstwerken 2025 - 2029. Voor de periode 2025 – 2029 staan verschillende civieltechnische kunstwerken op de planning om te worden vervangen. Vijf van deze kunstwerken zijn opgenomen in de begroting 2025. De uitvoering staat gepland voor 2025 en 2026. De onderstaande civieltechnische kunstwerken dienen in 2027 en 2028 te worden vervangen. Hiervoor wordt apart budget aangevraagd. Bij elke vervanging wordt afgewogen of en zo ja waardoor het civieltechnisch kunstwerk wordt vervangen. Objectnr. 45 Vs01 46 20
locatie Vordingstraat Rietdekker Uilenburg/Luit Nettenknoper/Ratelwacht
Type object Houten brug Vissteiger Houten brug Voet/fietsbrug
Vervangingsopgave 2027-2029.
6.4 Vervangingsopgave lange termijn Op een gegeven moment is instandhouding van een civieltechnisch kunstwerk niet meer rendabel en moet worden over gegaan tot vervanging of renovatie. Op basis van het (ingeschatte) aanlegjaar en de gemiddelde levensduur van betonnen, stalen en houten kunstwerken, zijn theoretische vervangingsjaren bepaald. Wanneer het theoretische vervangingsmoment van een civieltechnisch kunstwerk nadert, zal moeten worden vastgesteld of vervanging daadwerkelijk aan de orde is. Op dat moment kan een afweging worden gemaakt of het uitvoeren van grootschalige herstelmaatregelen (renovatie) dan wel vervanging het meest economisch is. In het onderstaande tabel is de totale vervangingsopgave weergegeven voor de lange termijn, van 2030 tot 2080. Zichtbaar zijn de vervangingspieken waarbij vooral de forse piek in 2068 opvalt (geluidswanden en bruggen in de wijk Beuningse Plas). €4.532.625,00
Vervangingen periode 2030-2080 €5.000.000,00 €4.500.000,00 €4.000.000,00 €3.500.000,00
€343.650,00 €106.808,00 €86.268,00 €967.750,00
€387.100,00
€-
€-
€295.460,00
€24.648,00 €138.408,00
€586.575,00 €104.754,00
€86.268,00
€19.355,00
€49.296,00
€995.005,00 €73.944,00
2
0
€59.566,00
€31.521,00
0
8
€112.970,00
8
€243.636,00
€500.000,00
€156.420,00
€1.000.000,00
2
€1.500.000,00
0
€2.000.000,00
€1.295.039,10
€2.500.000,00
€512.236,00 €573.619,00 €151.680,00 €1.373.020,00 €1.054.650,00
€3.000.000,00
0
8
20 8
20 7
6
4
20 7
2
20 7
20 7
0
20 7
8
20 6
6
4
20 6
2
20 6
0
20 6
8
20 6
6
20 5
4
20 5
20 5
2
20 5
20 5
6
20 4
4
20 4
20 4
20 4
20 4
6
20 3
4
20 3
20 3
20 3
20 3
€-
Grafiek 3 overzicht uitgaven aan vervangingsopgaves periode 2030-2080.
6.5 Prijsstijgingen De ontwikkeling van de kostprijzen van materialen, materieel, arbeid en onderaanneming zijn in de afgelopen tijd zeer onderhevig aan wisselingen vanwege externe invloeden.
Beun.106-010-v1.0 Pagina 16 van 19
Het is moeilijk om in de toekomst te kijken of de prijzen verder gaan stijgen. Wel is het goed om te analyseren hoe de prijzen zich hebben ontwikkeld in de afgelopen tien jaar. Uit de gegevens van het CBS (centraal bureau voor de statistiek) zijn de prijzen in de GWW sector ten opzichte van het ijkjaar 2015 (=100%) jaarlijks gestegen. De onderstaande grafiek geeft het verloop van de prijsontwikkeling weer: Inputprijsindex (2015=100) 160 150 140 130 120 110 100 90