Bijlage 04: Rapport actualisatie archeologische kaarten 2021
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5337
Archeologie in de gemeente Beuningen Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart
-
r»-v*. -
Archeologie | Cultuurhistorie | Erfgoed
Opdrachtgever: gemeente Beuningen Titel: Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart
Versie: 24-01-2022 Auteur: ir. E.H. Boshoven, drs. B.J.G. van Snippenburg & dr. N.W. Willemse Projectcode: BEAA4 Bestandsnaam: RAAPrap_5337_BEAA4_20220124
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Samenvatting De bestaande archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Beuningen dateert uit 2010. In de bijbehorende rapportage is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysischgeografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf. Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeente Beuningen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2021 een actualisatie doorgevoerd van de gemeentelijke archeologiekaarten. Het gaat hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappelijke (geomorfologische) gegevens en inzichten, en het aanpassen van de beleidskaart. Daarbovenop heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2010.
Politiek-bestuurlijk en maatschappelijk is cultuurhistorie steeds meer in de belangstelling komen te staan en de landelijke en provinciale overheid hebben hier reeds beleidsmatige stappen in gezet, onder meer door de verplichting sinds 1 januari 2012 om in het ruimtelijk beleid rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze beleidswijziging is ook doorgevoerd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3) door wijzigingen in de omgang met zowel de ondergrondse als bovengrondse bouwhistorische resten. Zo is er onderzoek gedaan naar historische nederzettingslocaties vanwege de belangrijke leemte in de bestaande archeologische registraties ten aanzien van de locatie van nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de (vroege) Nieuwe tijd. Naast de actualisatie van de gemeentelijke archeologiekaarten heeft de gemeente Beuningen gevraagd om een analyse - op basis van casuïstiek - van het vigerende vrijstellingenbeleid. Deze analyse is beperkt kwantitatief van aard geweest en heeft zich gericht op een pragmatische risicoanalyse in relatie tot oppervlaktegrenzen en verwachtingszones Daaruit is geconcludeerd dat de huidige vrijstellingsgrenzen van 100 (hoge verwachting) en 2000 (middelhoge en lage verwachting) vierkante meter voor de verwachtingszones middelhoog en laag aan de voorzichtige kant zijn.
Het onderzoek heeft geresulteerd in een advies voor aanpassingen van deze ondergrenzen.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[3]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Inhoud Samenvatting.......................................................................................................................................................... 3 Inhoud.......................................................................................................................................................................4 1 Inleiding................................................................................................................................................................5 1.1 Kader en doelstelling .....................................................................................................................................................................................5 1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen..................................................................................................................................... 5
2 Methoden en bronnen.........................................................................................................................................7 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context............................................................................................................7 2.2 Bronnen en methoden................................................................................................................................................................................... 7 2.3 Inventarisatie van bodemverstoringen............................................................................................................................................. 14 2.4 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) ........................................................................................................................................ 16
3 De archeologische waarden- en verwachtingskaart.................................................................................... 17 3.1 Actualisatie archeologisch verwachtingsmodel .......................................................................................................................... 17 3.2 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart................................................................................................................ 21
4 Archeologische beleidskaart........................................................................................................................... 24 4.1 Status, doel en inhoud ............................................................................................................................................................................... 24 4.2 Bestuurlijke samenvatting en conclusies......................................................................................................................................... 24 4.3 Legenda-eenheden op de beleidskaart..............................................................................................................................................25
5 Advies vrijstellingsgrenzen............................................................................................................................. 27 5.1 Vrijstellingsbeleid........................................................................................................................................................................................... 27 5.2 Uitgangspunten............................................................................................................................................................................................... 29 5.3 Resultaten verbeeld..................................................................................................................................................................................... 29 5.4 Risico's aan ondergrenzen?....................................................................................................................................................................32 5.5 Conclusie en advies..................................................................................................................................................................................... 34
Literatuur...............................................................................................................................................................36 Overzicht van figuren, tabellen en (kaart)bijlagen........................................................................................... 37
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[4]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling De bestaande archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Beuningen dateert uit 2010. In de bijbehorende rapportage is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysischgeografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf. Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeente Beuningen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2021 een actualisatie doorgevoerd van de gemeentelijke archeologiekaarten. Het gaat hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappelijke (geomorfologische) gegevens en inzichten, en het aanpassen van de beleidskaart. Daarbovenop heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorische en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2010.
Politiek-bestuurlijk en maatschappelijk is cultuurhistorie steeds meer in de belangstelling komen te staan en de landelijke en provinciale overheid hebben hier reeds beleidsmatige stappen in gezet, onder meer door de verplichting sinds 1 januari 2012 om in het ruimtelijk beleid rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze beleidswijziging is ook doorgevoerd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3) door wijzigingen in de omgang met zowel de ondergrondse als bovengrondse bouwhistorische resten. 1 Zo is er onderzoek gedaan naar historische nederzettingslocaties vanwege de belangrijke leemte in de bestaande archeologische registraties ten aanzien van de locatie van nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de (vroege) Nieuwe tijd.
1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen De actualisatie van de kaarten heeft betrekking op het aardkundige, archeologische, historischbouwkundige en historisch-stedenbouwkundige erfgoed op het grondgebied van de gemeente Beuningen (figuur 1). Gestreefd is naar een naadloze inhoudelijke en ruimtelijke aansluiting van de archeologische waarden- en verwachtingskaarten met de buurgemeenten. De resultaten van de inventarisatie van historische nederzettingslocaties zijn geïntegreerd in de nieuwe gemeentelijke archeologiekaarten (kaartbijlagen 1 en 2).
1 KNA-protocol 4002, p. 3. In Nederland betrof het vakgebied bouwhistorie doorgaans de bovengrondse delen (en betreedbare kelders) van bouwwerken, terwijl de ondergrondse delen door archeologen (en via archeologische methoden) werden onderzocht. Er is uiteraard een raakvlak/overlap tussen archeologische resten en bouwhistorische resten en in KNA 3.3, LS04 wordt gevraagd om een inhoudelijke toets. Daarbij is het noodzakelijk om een goed beeld te hebben van locaties waar deze ondergrondse of inpandige bouwhistorische resten mogelijk nog aanwezig zijn.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[5]
RAAP
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart
175000
-Žsr---
180000
185000
Neder-Bet uwe
Overbetuwé"
Druten
Břuninjen
Nijmegen
2000 m Oss \ \
\ 175000
180000
185000
Figuur 1. Ligging van de gemeente Beuningen.
In hoofdstuk 2 worden de bronnen genoemd en de methoden behandeld. In hoofdstuk 3 volgt de inhoudelijke verantwoording. De geactualiseerde kaarten zijn bijgevoegd als kaartbijlage 1 (archeologische waarden- en verwachtingskaart schaal 1:10.000) en kaartbijlage 2 (archeologische beleidskaart, schaal 1:10.000). De archeologische beleidskaart betreft de weergave van zowel de archeologische verwachtingszones als de locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten bovengronds aanwezig zijn of in de bodem bewaard zijn gebleven. Op deze kaart zijn de in hoofdstuk 3 onderbouwde archeologische vindplaatsen en verwachtingen op dusdanige wijze beleidsmatig 'vertaald' dat ze bij de herziening en actualisatie van de bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid van de gemeente Beuningen kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening (archeologische onderzoeksverplichting). Het samenstellen van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd.
De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. De praktische uitvoering van het onderzoek voldoet aan de normen opgesteld in het Handboek ROB-specificaties van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[6]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
2 Methoden en bronnen 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context De archeologische waarden- en verwachtingskaart voor de gemeente Beuningen is niet alleen gebaseerd op een analyse van bekende archeologische en historische vindplaatsen en terreinen, maar in nog hogere mate op de fysiek-landschappelijke en bodemkundige context van het gemeentelijk grondgebied. In de archeologische studie die van het gemeentelijk grondgebied is gemaakt, kunnen op grond van de ondiepe geologie, de terreinkenmerken en de bodemgesteldheid namelijk verschillende landschappen worden onderscheiden die ieder eigen ontwikkelingen en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. Juist door analyse van deze bewoningsmogelijkheden en ontwikkelingen door de tijd heen kan een verwachtingsmodel worden opgesteld.
2.2 Bronnen en methoden 2.2.1 Landschappelijke-bodemkundige gegevens De actualisatie van de bestaande kaart en het onderliggende verwachtingsmodel betreft het bijwerken van het bestaande verwachtingsmodel aan de hand van een aantal nieuwe gegevensbronnen: 1. De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied.2 2. De archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied.3 3. De studie naar oeverwalcomplexen langs de (vroegere) Rijntakken.4 4. Actueel Hoogtebestand Nederland (0,5 m grid; AHN3). 5. Onderzoeksresultaten van uitgevoerd archeologisch (voor)onderzoek. 6. Archeologische verwachtingskaarten van de buurgemeenten (indien na 2010 vervaardigd). Voor de nieuwe kaart zijn de begrenzingen en kaartclassificaties van de verwachtingskaart uit 2010 als uitgangspunt genomen en is het ondergrondmodel geactualiseerd aan de hand van de hierboven genoemde bronnen. Veld
Opmerking
Ondergrond
Beschrijving van ondergrondtype
OndergrToe
toevoeging
Bron
Bron(nen) waarop de begrenzing gebaseerd is
Verwachtin
Archeologische verwachting
VerwPeri
Archeologische periode(n) waarvoor de verwachting geldig is
Kaart2010
Omschrijving van de verwachting zoals weergegeven op de kaart uit 2010
Tabel 1. Tabelstructuur van het basisbestand BEAA4-paleogeomorfologie-verwachting..
2 Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.Geurts, 2012. Rhine-Meuse Delta Studies. Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Departement Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. 3 Cohen, K.M., S. Arnoldussen, G. Erkens, Y.T. van Popta & L.J. Taal, 2014. Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. Deltares-rapport 1207078. Deltares i.s.m. Rijksuniversiteit Groningen & Universiteit Utrecht. 4 Pierik 2017.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[7]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
2.2.2 Archeologische vondstlocaties/vindplaatsen Algemeen Archeologische vindplaatsen zijn (punt)locaties waar (in het verleden) vondsten/waarnemingen zijn gedaan die van archeologisch belang zijn en die het mogelijk maken bepaalde uitspraken te doen over de archeologische betekenis van een locatie. Veelal betreft het een locatie waar antropogene grondsporen en al dan niet in los verband voorkomende materiële resten, zoals aardewerk, vuursteenartefacten of organische artefacten voorkomen. De aard, ouderdom, verspreiding, gaafheid en conservering hiervan kunnen worden benut om de aan- of afwezigheid van vergelijkbare maar nog onbekende resten elders in het landschap (tot op zekere hoogte) te voorspellen. Veel archeologische waarnemingen uit het verleden staan geregistreerd in een landelijke database: ARCHIS3, de nationale archeologische databank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Buiten deze registraties zijn echter nog veel meer waarnemingen bekend en al dan niet opgenomen in collecties van heemkundeverenigingen. Ook historische bronnen zijn een waardevolle bron van informatie. Op dit moment is het, gezien het huidige maatschappelijke gezichtspunt ten aanzien van de omgang met materieel erfgoed, vanzelfsprekend om ook deze bronnen te gebruiken bij het opstellen van een verwachting ten aanzien van cultuurhistorisch erfgoed (zie verder ş 2.2.3).
ARCHIS-waarnemingen Belangrijkste uitgangspunt voor de archeologische inventarisatie zijn de in ARCHIS3 aangemelde onderzoeken en waarnemingen (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/). Elk in Nederland uit te voeren archeologisch onderzoek wordt in dit systeem onder een unieke numerieke code, het ARCHISzaakidentificatienummer (of CIS-code) aangemeld. Tot deze registratie horen ook geografische (toponiem, locatie, omvang) en andere administratieve gegevens (uitvoerder, opdrachtgever, aanleiding). Eventueel aangetroffen archeologische resten (individuele vondsten, complextypen, etc.) worden in ARCHIS3 eveneens geregistreerd onder hetzelfde zaakidentificatienummer. Doordat de archeologische waarnemingen in het huidige ARCHIS3 (onder andere) een andere nummering heeft dan de in 2010 gebruikte gegevens is gekozen om de vindplaatscatalogus voor gemeente Beuningen geheel nieuw op te bouwen. Dit heeft geresulteerd in een catalogus met 338 catalogusnummers. Zie bijlage 4 voor de catalogus met vindplaatsen. Overige archeologische waarnemingen/vondstlocaties Andere niet in ARCHIS geregistreerde vindplaatsgegevens zijn afkomstig van amateurarcheologen, waaronder de in het gebied actieve leden van oudheidkundige verenigingen, maar stonden ook al op de kaart uit 2010 weergegeven. Verder is voor de inventarisatie een brede zoekzone van 200 m buiten het gemeentegebied genomen.
Deze locaties met geregistreerde archeologische resten buiten de gemeentegrens zijn eveneens in de catalogus (bijlage 4) opgenomen. De reden is dat het oppervlak met archeologische resten vaak niet is vastgesteld en dat rekening moet worden gehouden met een ruime zone (bij nederzettingsresten > 100 m) rondom de opgegeven (centrum)coördinaat. Portable Antiquities of the Netherlands De archeologische vondstlocaties die geregistreerd staan in PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) mogen (vanwege afspraken van PAN met de metaaldetectoramateurs) niet op de kaart worden weergegeven. Binnen de gemeente Beuningen zijn momenteel ruim 235 vondsten geregistreerd in PAN.5 De gegevens in deze database zijn gebruikt om het archeologisch verwachtingsmodel te
5 Peildatum: 1 maart 2021; https:ZZportable-antiauities.nlZpanZ#Zpublic
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[8]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
toetsen. Indien nodig is het ondergrondmodel aangepast, dan wel de begrenzing van historische dorpskernen of oude woongronden. De 235 vondsten hebben betrekking op 21 locaties. Van deze 21 locaties liggen 7 locaties binnen zones met bekende archeologische waarden (archeologisch rijksmonument, TAW-terrein of oude woongrond). Vindplaatscatalogus Voor elke geïnventariseerde archeologische vindplaats is een catalogusnummer uitgedeeld (N=418). Het betreft dimensieloze puntlocaties waar archeologische vondsten zijn geregistreerd. Eén vindplaats kan meerdere perioden en/of vindplaatstypen omvatten en meerdere ARCHIS-waarnemingsnummers. Deze staan in bijlage 4 onder hetzelfde catalogusnummer, maar in een andere regel ('volgnr') opgenomen. In het nieuwe ARCHIS3 systeem staan de meeste vindplaatsen onder een zaakidentificatienummer vermeld. Met dit zaakidentificatienummer kan op de website https://archis.cultureelerfgoed.nl/ uitgebreide extra informatie over de vindplaats worden opgezocht. Niet alle vindplaatsen in de gemeente zijn echter geregistreerd in het ARCHIS-systeem. Deze hebben dan ook geen ARCHIS-waarnemingsnummer of zaakidentificatienummer gekregen. De vindplaatsen zijn op kaartbijlage 1 opgenomen en van elkaar onderscheiden op begin- en einddatering (archeologische periode) en type complexgroep (zie tabel 2).
Attribuutnaam
Voorbeeldwaarde
CatNr
1
sub
a
ZaakIdNummer
2015299100
ARCHIS-wnr
7767
RDX-coord
181370
RDY-coord
430720
Precisie
2 (10 meter)
Toponiem
Blankenburg
Plaats
Beuningen
Gemeente
Beuningen
Provincie
Gelderland
Bron
ARCHIS030321
Categorie
Kasteel
Begindatering
Late Middeleeuwen B
Einddatering
Nieuwe Tijd vroeg
omschrijving Melder Datum-melding
1898/01/01
Tabel 2. Samenvatting van de archeologische vindplaatsgegevens.
In tegenstelling tot de archeologische waarnemingslocaties, zijn de uit historische bronnen overgenomen nederzettingslocaties (Ş 2.2.3) niet opgenomen in de vindplaatscatalogus (bijlage 4). De
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[9]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
reden is dat de aanvullende informatie veelal te beperkt is in relatie tot de enorme hoeveelheid locaties (ruim 1.000) voor opname in deze catalogus. Voor meer informatie over dit type vindplaats dient dan ook, naast de kaart, het GIS-bestand te worden geraadpleegd).
2.2.3 Historische nederzettingslocaties Naast de ARCHIS-gegevens zullen ook de historisch bekende elementen met een archeologische betekenis (zoals historische bebouwingslocaties en waterwerken) of bodemkundige fenomenen zoals de oude woongronden of overslagdekken in het rivierengebied op de nieuwe kaart worden opgenomen. ARCHIS kent ten aanzien van nederzettingsresten uit de middeleeuwen en de vroege Nieuwe tijd namelijk nog belangrijke leemten en uit cultuurhistorische inventarisaties blijkt telkenmale dat op historische kaarten nog veel terreinen voorkomen die een volwaardige rol moeten vervullen in het proces van archeologische monumentenzorg. De belangrijkste bron voor deze gegevens is de in 2007 gepubliceerde cultuurhistorische waardenkaart en de in 2017 opgestelde beleidsnota cultuurhistorie, samen met het HisGis Gelderland en historische topografische kaarten. RAAP heeft zeer veel ervaring met het inventariseren en beoordelen van cultuurhistorische elementen die een raakvlak hebben met het aspect archeologie. Nederzettingslocaties Uit het HisGis Gelderland (de gevectoriseerde kadastrale minuutplans uit 1832) zijn de erven geëxporteerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen erf (als zodanig in het minuutplan aangeduid), kerkhof, kasteelterreinen, (overige) omgrachte terreinen en erfgerelateerde terreinen.
Die laatste bestaan uit tuinen en boomgaarden grenzend aan of in de nabijheid van erven. In deze terreinen, onderdeel van de kern van een (boeren)erf, kunnen resten van oudere gebouwde objecten aanwezig zijn. Omdat ook steenfabrieken onderdeel zijn van het erfgoed van het rivierengebied, en we recent ook archeologische opgravingen van steenfabrieken zien, zoals bij Spijk, zijn ook steenfabrieken in de inventarisatie opgenomen. Deze zijn geïnventariseerd op basis van historische topografische kaarten. Vanwege de onnauwkeurigheid waarvan altijd sprake is wanneer historische kaarten worden gegeorefereerd, is om alle geïnventariseerde objecten een buffer van 5 meter gelegd. Zo is geborgen dat de archeologische resten binnen de op de kaart aangegeven gebieden liggen. Oude woongronden en huisterpen De oude woongronden waren al op de kaart uit 2010 weergegeven en afkomstig van de gedetailleerde bodemkaart van Pons (1961). Deze vlakken zijn gecontroleerd en waar van toepassing is de begrenzing aangepast op basis van de resultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek. De locaties met huisterpen zijn afkomstig uit diverse bronnen. Zo staan deze op de geomorfologische kaart weergegeven, maar betreft het in veel gevallen andersoortige (recente) verhogingen.
Een andere bron is een gis-bestand van de provincie en tot slot zijn de huisterpen als min of meer cirkelvormige verhogingen zichtbaar op het AHN3. De bronnen zijn met elkaar vergeleken, waarbij het AHN3 uiteindelijk leidend is geweest bij de bepaling of ergens een huisterp aanwezig is. Immers een locatie waar op het AHN geen verhoging aanwezig is, betreft geen huisterp.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[10]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Waterwerken Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn de middeleeuwse dijken in kaart gebracht.6 Deze zijn ingetekend op de hartlijn van de dijk, met een buffer van 25 meter op de bandijk en 5 meter op overige waterkeringen. Het gaat hierbij om de oudste nog bestaande delen van zowel de bandijk als de diverse (oudere) waterkeringen verder landinwaarts (voor-, achter- en zijdewendes). Omdat de rivier zich in het verleden haast continu verlegde, is de huidige oever van de Waal niet de historische. In de huidige uiterwaarden kunnen de oevers verborgen liggen uit vroeger tijden, met de daarbij behorende waterwerken als kribben of structuren gebruikt voor visvangst of het aanmeren van schepen. Getracht is op basis van historische kaarten aan te geven waar de oever van de Waal zich op verschillende momenten in het verleden bevond. In het Gelders Archief zijn manuscriptkaarten aanwezig, die helaas moeilijk accuraat te plaatsen zijn. Slechts van één kaart uit 1688 is dat gelukt.7 Zo is de waterkant voor Winssen gereconstrueerd. Voor de rest van de uiterwaard zijn de betrouwbare kaarten vanaf 1832 gebruikt (minuutplan, rivierkaarten en topografische kaarten). Aangegeven zijn slechts die delen van de uiterwaard op de ijkmomenten, die nu nog aanwezig zijn.
Delen van een oude uiterwaard die later verspoeld zijn en weer later opnieuw uiterwaard zijn geworden, zijn gekarteerd bij het jongste ijkmoment omdat oudere resten daar niet meer aanwezig kunnen zijn.
2.2.4 Archeologische rijksmonumenten Rijksmonumenten zijn terreinen, gebouwen of andere objecten die om hun nationale cultuurhistorische waarde door de rijksoverheid zijn aangewezen als beschermd monument. Ze zijn onder het rijksmonumentennummer te vinden in het monumentenregister (https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ ). Binnen de gemeente zijn 66 Rijksmonumenten aanwezig, waarvan verreweg het overgrote deel betrekking heeft op bovengrondse monumenten. Slechts een totaal van 11 Rijksmonumenten betreft archeologische rijksmonumenten. Deze zijn grotendeels overgenomen van de archeologische monumentenkaart (in het verleden de terreinen van zeer hoge archeologische waarde, beschermd) en hebben in het monumentenregister een nieuw nummer gekregen. Het oude AMK-nummer is daarmee komen te vervallen. Een bekend voorbeeld is de Romeinse Villa in Ewijk (monumentnummer 45302).
6 Heunks & Van Hemmen, 2007, kaartbijlage 3. 7 Gelders Archief, toegang 0124, inventarisnummer 426.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[11]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
Rmon-nr
Identificatienummer uit het
45291
monumentenregister Juridische
Juridische status
Default waarde: rijksmonument
Herkomst
Bijv. Basisregistratie Kadaster
BRK
Kwaliteit
Kwaliteit van de geometrie
Default waarde: besluit
Dat-geldig
Ingangsdatum monumentenstatus
2009-03-13
Dat—regist
Datum van opname in register
1975-12-12
Oppervlak
Oppervlakte (m2), afgerond op hele
8954
meters Complex
Complextype van de vindplaats
nederzetting
DatBegin
Begindatering van de vindplaats
ROM
DatEind
Einddatering van de vindplaats
ROM
URL
URL van het rijksmonumentenregister
https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45291
Tabel 3. Samenvatting van de opbouw van het gis-bestand met de archeologische rijksmonumenten. en weergegeven in bijlage 2.
2.2.5 Terreinen van archeologische waarde Hoofddoel van archeologisch vooronderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg (AMZ) is om voorafgaand aan vergunningverlening de archeologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate vast te stellen. Daartoe wordt gekeken naar de kwaliteit, de zeldzaamheid en de contextwaarde van (eventueel) aanwezige archeologische resten. Dit wordt 'waardestelling' genoemd. Van een aantal terreinen is deze waardestelling in het verleden reeds door het Rijk (i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) bepaald. De meeste van deze terreinen werden ondergebracht op de provinciale archeologische monumentenkaart (AMK). De gegevens in de kaartbijlagen 1 en 2 zijn ontleend aan de laatst aangepaste versie van de AMK, voor het laatste gepubliceerd in juli 2014 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. In dit rapport en op de kaarten worden de AMK-terreinen vermeld als 'terreinen van archeologische waarde' of TAW.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[12]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Attribuut
Betekenis
Voorbeeld(en)
Monumentnr
Identificatienummer van het
3958
(voormalige) AMK-terrein Waarde
waardetoekenning op de AMK
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
Complex-id
Nummer van het complex (AMK-
4873
terreinen bestaan soms uit meerdere complexen) Conplex
Complextype van de vindplaats
Nederzetting, onbepaald
Begin-perio
Begindatering van de vindplaats
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Eind-perio
Einddatering van de vindplaats
Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC
Oppervlak
Oppervlakte (m2), afgerond op hele
1992
meters URL
URL van het
https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/45291
rijksmonumentenregister
Tabel 4. Samenvatting van de opbouw van het gis-bestand met de terreinen van archeologische waarde en weergegeven in bijlage 3.
Ten opzichte van de situatie in 2010 zijn er geen wijzigingen in de AMK-terreinen binnen de gemeente. Er is sprake van 26 AMK-terreinen, onderverdeeld in vijf terreinen van archeologische waarde, 16 terreinen van hoge waarde en vijf terreinen van zeer hoge waarde.
complex Borg/stins/versterkt huis Kasteel
Nederzetting, onbepaald
28
Romeinse villa (complex)
Tabel 5. Overzicht van aanwezige complextypen en bijbehorende perioden van de AMK-terreinen. Een aantal complexen heeft een datering die binnen een archeologische periode valt, terwijl andere complexen in meerdere perioden vallen
Aan elk AMK-terrein is minimaal één archeologisch complex gekoppeld, maar er kan sprake zijn van meerdere complextypen per terrein. In Beuningen geldt voor drie AMK-terreinen dat sprake is van
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[13]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
meerdere complextypen, variërend tussen twee en zes complextypen, en daarmee komt het totaal aantal complextypen op 33.
2.2.6
Watergebieden
Aan de hand van diverse bronnen, waaronder top10-lijnen, maar ook historisch kaartmateriaal als de serie bonnekaarten, de serie rivierkaarten en de kadastrale minuutplan uit 1832, zijn de watergebieden (watergangen, grachten, beeklopen, vijvers) geïnventariseerd. Het betreft de nu nog aanwezige watergebieden, maar ook gedempte archeologisch relevante watergebieden. Van de watergebieden is vervolgens bepaald of er een archeologische relevantie geldt of niet. Zo zijn de watergebieden die in de 20e of 21e eeuw zijn gegraven aangeduid als ‘archeologisch niet relevant'. Sterker nog, door het graven van deze watergangen is het archeologisch relevante niveau voor landbodems verstoord. Deze watergebieden zijn dan ook als verstoring aangemerkt (zie paragraaf 2.3). Van de archeologisch relevante watergebieden is in de attribuuttabel de bron naar de historische kaart(en) waarop de ligging is gebaseerd en tevens staat vermeld of sprake is van een nu nog bestaand water of dat deze inmiddels gedempt is.
2.2.7 Onderzoeksgebieden In de kaartbijlage 1 zijn de ruimtelijke gegevens met betrekking tot het archeologisch onderzoek in het verleden verwerkt. De bron van deze gegevens is veelal ARCHIS, aangevuld met gearchiveerde gegevens bij RAAP8 9Van 10 een groot aantal van deze terreinen is de definitieve waardering nog niet bekend. Weliswaar heeft hier al onderzoek plaatsgevonden, maar deze terreinen zijn nog niet definitief gewaardeerd. Ook de onderzoeksresultaten zelf zijn niet altijd in ARCHIS vermeld. Het is namelijk niet verplicht om de exacte resultaten te vermelden. Om te bepalen of een terrein afdoende archeologisch is onderzocht, zijn de afzonderlijke onderzoeksrapportages geraadpleegd. Voor nadere informatie over deze terreinen en onderzoeken wordt op de kaart verwezen naar de gemeente.
2.3 Inventarisatie van bodemverstoringen Bodemverstoringen zijn op twee verschillende manieren in kaart gebracht. Slechts ten dele kon gebruik gemaakt worden van de gegevens van de beschikbare bodemkaarten (diep uitgegraven, gekeerde grond, geëgaliseerd en opgehoogd), omdat deze doorgaans slechts globaal van aard zijn. Deze zijn een-op-een overgenomen van de bestaande archeologiekaarten. Voor de actualisatie van bodemverstoringsgegevens is aanvullend gebruik gemaakt van bodemverstoringgegevens die geïnventariseerd zijn voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2014, Project: verstoringen in kaart, tabel 11).9 10 Het laatste bronbestand is gecontroleerd op de aard van de verstoringsgegevens omdat niet alle geregistreerde verstoringen even ingrijpend zijn geweest of omdat sommige in dit bestand opgenomen verstoringtypen van (begraafplaatsen, dijk en kade) juist van cultuurhistorische betekenis zijn. De RCE waarschuwt daarom dat het voor deze kaart geïnventariseerde overzicht van potentieel verstorende activiteiten niet is gemaakt voor een een-op-een gebruik in de archeologie en dat ze slechts een eerste indicatie verschaft voor de aanwezigheid van een verstoorde bodem. Het is
8 ARCHIS is daarin verre van compleet. Pas na 1 april 2005 dienden alle veldonderzoeken aangemeld te worden (KNA versie 2.2), gevolgd door het aanmelden van archeologische booronderzoeken (1 november 2005) en het aanmelden van bureaustudies in het kader van AMZ-onderzoek (1 januari 2007; KNA versie 3.1). 9 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2017. Handleiding voor gebruik van de verstoringsbronnenkaart. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, publicatie maart 2017. Amersfoort. 10 Maas, G.J., F. de Vries, F. Brouwer & N. Heidema 2016. Inventarisatie GIS-bestanden met informatie over bodemverstoring. Wageningen Environmental Research Rapport 2751, Wageningen.
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[14]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
dan ook niet mogelijk om alleen op basis van de informatie uit die bestanden met zekerheid iets te zeggen over de werkelijke mate van bodemverstoring. Mede vanwege dit gegeven zijn de nietingrijpende verstoringen (zoals geïnventariseerd onder de generieke attribuut waarden 'bebouwd' of 'natuurontwikkeling' of 'open water' of 'golfterrein' of 'sport en recreatie') en verstoringen met eerder een cultuurhistorische betekenis, uit het aangemaakte bestand verwijderd. De inventarisatie vond plaats aan de hand van de volgende bronnen: »
De bestaande archeologische verwachtingskaart. Op de bestaande kaart waren bodemverstoringen opgenomen afkomstig van het bestand met ontgrondingsvergunningen en 1) en van de geomorfologische kaart (schaal 1:50.000);
» Het bestand 'vergraven gronden' van Alterra (met name de waarden delfstoffen, transportleidingen, verwerkingen uit de attribuuttabel); » Gegevens van ontgrondingsvergunningen in de provincie Gelderland.19 De daadwerkelijke uitvoering van deze ontgrondingen is vervolgens gecontroleerd aan de hand van luchtfoto's en het AHN3. Tevens zijn enkele locaties (o.a. Geertjesgolf en Beuningen Oost) weergegeven waar momenteel een ontgronding plaatsvindt of nog moet starten, maar waar al wel een (provinciale) ontgrondingsprocedure voor doorlopen is/loopt. » De in 20e dan wel 21e gegraven watergangen en vijvers.. Als bron is hierbij een combinatie gemaakt van het top10-vectorbestand en historisch topografische kaarten (met name historische kaart uit omstreeks 1950); » Bodemverstoringen die zijn geïdentificeerd aan de hand van het AHN3 (0,5 m grid) evenals verstoringen op perceelsniveau in de afgelopen 10 tot 15 jaar door het combineren van de gegevens van AHN1 (inwinjaar 1999/2003) en AHN3 (inwinjaar 2015) middels een GIS-calculatie (AHN1 min AHN3); » Bodemloket: de op bodemloket.nl weergegeven saneringslocaties zijn niet gebruikt aangezien de weergegeven informatie niet betrouwbaar is (deze onbetrouwbaarheid bleek o.a.
bij de actualisatie van de verwachtingenkaart van gemeente Veenendaal); De bodemverstoringen zijn gecategoriseerd in enerzijds ophogingen en anderzijds afgravingen, verwerkingen, water en ontgrondingsvergunningen (al dan niet momenteel in uitvoering). Het totale oppervlak aan bodemverstoringen bedraagt 1002 hectare (tabel 6). Let wel, op een locatie kan sprake zijn van meerdere bodemverstoringen (bijvoorbeeld zowel ophoging van een perceel als verstoring onder een deel van het perceel waar een transportleiding ligt. Type verstoring
Oppervlakte (hectare)
Afgegraven
326
Ontgrondingsvergunning
45
Ontgrondingsvergunning
203
(in uitvoering) Ophogingen
229
Verwerkingen
131
Water
68
Tabel 6. Oppervlakte aan bodemverstoringen, onderverdeeld naar type verstoringen.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[15]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
In de GIS-tabel met bodemverstoringen staat het type verstoring geregistreerd, de bron en, indien bekend, tot hoe diep de bodem verstoord is. In de meeste situaties is de diepte niet bekend en zal aan de hand van een bronnenonderzoek en/of een extensief booronderzoek de exacte diepte (en omvang) van de bodemverstoring moeten worden bepaald. Daarnaast zijn enkele ontzandingslocaties waar een ontgrondingsvergunning voor afgegeven is momenteel in uitvoering (Geertjesgolf en Beuningen-Oost) of moeten nog in uitvoering komen.
2.4 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) Een van de eindproducten van de actualisatie zijn de aan een geografisch informatiesysteem (GIS) gekoppelde kaartbeelden. Het betreft digitale database-tabellen waarin per punt-, lijn- of vlakelement verschillende soorten van informatie zijn opgeslagen. De GIS-tabellen voor de archeologische beleidskaart (kaartbijlage 2) zijn aangeleverd als losse bijlage en bevatten de exacte gegevens over de geografische ligging van de verschillende beleidszones. De standaardprojectie is het Rijksdriehoekstelsel (EPSG 28992).
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[16]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
3 De archeologische waarden- en verwachtingskaart 3.1 Actualisatie archeologisch verwachtingsmodel De actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel heeft vooral betrekking op drie zaken, te weten: - Het uiterwaardengebied - De historische erven en dijken (evenals woonheuvels en oude woongronden) - Het laatpleistocene en vroegholocene landschap dat later in het holoceen afgedekt is geraakt met (met name) komklei - Actualisatie van de ligging van stroomgordels en crevassen - Archeologische waarden en verwachtingen voor watergebieden De aanpassingen aan het verwachtingsmodel worden in navolgende paragrafen besproken.
3.1.1 Actualisatie van de ligging van stroomgordels en crevassen Met de actualisatie is een aantal extra restgeulen in kaart gebracht en ook een aantal crevassen (oeverwaldoorbraken). Zo zijn de crevasse ter hoogte van de Leegstraat en Geerstraat, waarvan op de kaart uit 2007 alleen de geul was gekarteerd nu ook de zone met zandige afzettingen weergegeven. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van resultaten van archeologisch onderzoek en maaiveldhoogtes op basis van het AHN.
3.1.2 Het laatpleistocene en vroegholocene landschap De ondergrond in grofweg de zuidelijke helft van de gemeente bestaat uit een pakket komafzettingen dat een laat-pleistoceen 7 vroeg-holoceen terrassenlandschap afdekt. Door het dikke kleipakket (veelal 1 tot 2 m dik) en het geringe aantal ontwikkelingen vindt in dit gebied maar weinig onderzoek plaats. Omdat in dit gebied (laat)holocene stroomgordels ontbreken, was dit nauwelijks studiegebied van Universiteit Utrecht, in tegenstelling tot het deel van het rivierengebied waar wel dergelijke stroomgordels aanwezig zijn en waar gedurende enkele decennia fysisch geografisch booronderzoek wordt uitgevoerd door studenten van deze universiteit en waardoor veel inzicht is in de opbouw van de ondergrond Door het ontbreken van dergelijke gegevens is dus vrij weinig bekend over het reliëf van het laatpleistocene / vroegholocene landschap. Lange tijd werd gedacht dat in het gebied nauwelijks vindplaatsen aanwezig waren en om deze reden was aan het gebied een lage verwachting toegekend op de archeologische beleidskaart uit 2010. Afgelopen tien jaar is echter veel archeologische kennis opgedaan door grootschalige ontgrondingen in het westen van de gemeente en het gebied direct ten westen er van.
Zo is uitgebreid onderzoek gedaan naar het paleolandschap in het gebied van de ontgronding van de Uivermeertjes (gelegen in gemeente Druten) en recenter diverse onderzoeken in het ontgrondingsgebied van Geertjesgolf (in het uiterste westen van de gemeente). Dit heeft voor het plan Geertjesgolf zeer recent geresulteerd in een paleogeografisch landschapsmodel en een
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[17]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
archeologisch verwachtingsmodel en beide modellen zijn gebaseerd op de vele gegevens als honderden boringen en de vele proefsleuven die afgelopen decennium zijn verzameld.11
hogere verwacht*
n 3»
Kgtf/K
Figuur 2. Archeologische verwachtingskaart met middelhoge en hoge verwachtingszones voor de perioden van het laat paleolithicum tot en met de bronstijd voor het ontgrondingsgebied Geertjesgolf West (Heunks e.a., 2021: figuur 4.4).
Op basis van de diverse verkennende booronderzoeken lijken in het gebied van Geertjesgolf, wat voorheen werd gezien als een gebied met een (grotendeels) lage verwachting, sprake te zijn van circa 12 vindplaatsen waar alleen uit de boorprofielen indicaties zijn voor de aanwezigheid van nederzettingssporen. De lithologische ligging doet een datering in het neolithicum vermoeden, maar gravend onderzoek heeft alleen in twee pilotgebieden plaatsgevonden waarbij drie locaties met nederzettingssporen uit neolithicum en midden/late bronstijd zijn aangetroffen, evenals een ander type vindplaats met concentraties van hoefafdrukken en zonesmetstakenrijen. Ook is door amateurarcheologen onderzoek gedaan ten tijde van de daadwerkelijke afgravingen en zijn op 13 locaties nederzettingssporen gevonden die zich kenmerkten door grote concentraties aan o.a. aardewerkscherven en uit de midden/late bronstijd dateren en een mogelijke neolithische component hebben (door de aanwezigheid van vuurstenen artefacten). De zones met een archeologische verwachting betreffen:
11 Heunks, Beuger & Tol 2021.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[18]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
- Een smalle zone (breedte van 50 m) betreffende de oevers van de preboreale restgeulen (periode laat paleolithicum en mesolithicum) - de hogere delen van het pleniglaciale terras waarbij de top van het zand zich hoger dan 4,5 m +NAP bevindt (periode: neolithicum). - Neolithische vindplaatsen op de crevasse van de Winssen stroomgordel - Op de Distelkamp-Afferden crevasse en Winssen Crevasse (periode: bronstijd) - Voor jongere perioden (ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen) geldt een lage verwachting omdat in deze periode de crevassen en oudere hoogtes zijn afgedekt met komklei en het landschap een groot komgebied is waar nauwelijks/geen hoogteverschillen in waar te nemen zijn. Dit verwachtingsmodel moet grotendeels worden doorvertaald naar het gehele zuidelijke gedeelte van de gemeente waar sprake is van de aanwezigheid van laatpleistocene terrassen en geulsystemen uit het vroeg holoceen, waarbij op de oevers van de geulen een verwachting voor laat paleolithicum/mesolithicum geldt en op de hogere delen van het terras ook een verwachting voor het neolithicum.
Oostelijk van het ontzandingsgebied Geertjesgolf West zijn ook crevasse-afzettingen van de Winssen stroomgordel aanwezig met ook hier een verwachting voor neolithicum/bronstijd, maar niet uit te sluiten is dat ook ten zuiden van de Winssen stroomgordel (ter hoogte van de A73 zuidelijk van Ewijk/Beuningen) dergelijke (nog niet ontdekte) crevassen aanwezig zijn. Het grootste probleem met dit gehele gebied betreft het gebrek aan (boor)gegevens over het laatpleistocene reliëf en de exacte ligging van de diverse geulen en crevassesystemen. Eigenlijk is alleen door Pons eind jaren 1950 (boor)onderzoek gedaan in dit gebied en zijn in de afgelopen 70 jaar de wetenschappelijke inzichten (maar ook uitwerkingsmogelijkheden) aanzienlijk veranderd. Het zou dan ook niet vreemd zijn dat bij uitvoering van archeologisch (boor)onderzoek voorafgaand aan ontwikkelingen in dit gebied een schat aan informatie over de opbouw van de ondergrond (reliëf van het pleistocene terrassen, de ligging van geulsystemen en crevasses) en archeologie kan worden verzameld, net als dat bij het gebied van Geertjesgolf afgelopen jaren een enorme hoeveelheid aan kennis over de opbouw van de ondergrond en daarmee archeologische informatie en kennis is verzameld.
Dit kennisdetail ontbreekt echter op de dag van vandaag en derhalve kan aan het gebied met de (afgedekte) laatpleistocene terrassen voor nu slechts een (niet nader gespecificeerde) archeologische verwachting worden toegekend voor de periode laat paleolithicum tot en met bronstijd en een lage verwachting voor de periode ijzertijd tot en met middeleeuwen.
3.1.3 Historische erven en dijken (evenals woonheuvels en oude woongronden) Zoals beschreven in paragraaf 2.2.3 zijn aan de hand van historisch kaartmateriaal de historische erven en historische dijken in kaart gebracht. Veel historische erven liggen, zoals te verwachten, op locaties waar sprake is van oude woongronden, huisterpen of langs de historische doorgaande wegen. Wat bij de historische dijk vooral opvalt is dat grote delen van de historische Waaldijk ontbreken als gevolg van de vele dijkdoorbraken die hebben plaatsgehad. Na een dijkdoorbraak werd een nieuw dijkstuk aangelegd, waarbij het ontstane wiel is ingedijkt of juist uitgedijkt. Na vele eeuwen met dijkdoorbraken is zo een sterk kronkelende dijk ontstaan waarbij bij elke bocht wel een verhaal kan worden over een dijkdoorbraak.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[19]
RAAP
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart
Bij bestudering van de ligging van historische bebouwing in het landschap valt op dat er op diverse locaties een duidelijke relatie te vinden is. Zo zijn de historische erven langs de Leegstraat en Geerstraat gelegen op crevasse-afzettingen en ook zijn historische wegen (met bijbehorende bebouwing) gelegen langs de restgeulen van de diverse meandergordels.
3.1.4 De uiterwaard Op de kaart uit 2010 waren voor nagenoeg de gehele uiterwaard een lage archeologische verwachting of verstoorde zones aanwezig. Alleen voor de locatie van historische bebouwing ter hoogte van de voormalige steenfabriek De Bunswaard gold een hoge verwachting. Bij deze actualisatie is het verwachtingsmodel van de uiterwaard flink aangepast omdat op basis van historische kaarten een duidelijk beeld te krijgen is over de ouderdom van de diverse delen van de uiterwaard. Met name aan de delen van de uiterwaard die in de 18e, 19e en/of 20e eeuw nog deel uit maakten van de Waal kan een lagere verwachting worden toegekend dan de delen die al in de late middeleeuwen onderdeel uitmaakten van de uiterwaard. In figuur 3 worden de verschillende ouderdommen van de uiterwaard weergegeven waarbij de getoonde jaartallen de oudst bekende weergave van het uiterwaarddeel op een historische kaart is. In werkelijkheid kunnen de oudste delen zeker een aantal honderden jaren ouder zijn, maar waren er geen oudere historische kaarten beschikbaar. Tevens zijn op de figuur de restanten van de laatmiddeleeuwse rivierdijk weergegeven. Grote stukken dijk zijn in de loop van de tijd verlegd door de vele dijkdoorbraken die hebben plaatsgehad en waarmee de wielen zijn binnengedijkt of buitengedijkt.
177500
180000
182500
185000
legenda restant middeleeuwse dijk
oudste weergave uiterwaard op kaart |
17e eeuw
I
19e eeuw vroeg 20e eeuw midden 20e eeuw laat 20e eeuw
HHK1 177500
180000
182500
185000
Figuur 3. De oudst bekende weergave (op historische kaarten) van de diverse delen van de uiterwaard en delen van de rivierdijk waarvan de ouderdom teruggaat tot in de late middeleeuwen. Grote stukken dijk zijn verdwenen door de diverse dijkdoorbraken waarna het ontstane wiel is binnengedijkt of buitengedijkt middels de aanleg van een nieuw stuk dijk.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[20]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Voor de archeologische verwachting geldt dat aan jongere delen van de uiterwaard een lagere verwachting is toegekend dan aan de oudere delen van de uiterwaard. Met name in de oudste delen van de uiterwaard kunnen (tegen de dijk aan) nog resten van bewoning aanwezig zijn op de oeverafzettingen en dateren uit de periode voor de bedijking. Ook onder het dijklichaam kunnen dergelijke vindplaatsen worden verwacht, alhoewel in en nabij de dijkzone ook verstoringen worden verwacht als gevolg van de vele dijkdoorbraken die hebben plaatsgevonden. Gezien de ouderdom van de Waal stroomgordel kunnen in de beddingafzettingen watergerelateerde archeologische resten als scheepswrakken liggen en in de jongere delen van de uiterwaard ook resten in de vorm van kribben. De verwachting is dat ter plaatse van de (opgehoogde) locaties waar de steenfabrieken staan/stonden sprake is van een intacte ondergrond omdat hier geen klei is afgegraven. Ter plaatse kunnen resten van 19e eeuwse voorgangers van steenfabrieken worden verwacht. Elders in de uiterwaard kunnen losse vondsten worden verwacht die verband houden met de baksteenindustrie zoals resten van stukken smalspoor en (onderdelen van) karretjes waarmee de klei naar de steenfabriek werd gebracht.
Tot slot moet bij archeologisch (voor)onderzoek in de uiterwaard rekening worden gehouden met lokale bodemverstoringen door kleiwinning ten behoeve van de baksteenindustrie. In deze gebieden dient ook rekening te worden gehouden met zones waar niet-bruikbare klei is teruggestort.
Archeologische waarden en verwachtingen voor watergebieden De huidige watergebieden met een ouderdom ouder dan de 20e eeuw kunnen archeologisch relevant zijn. Deze watergebieden zijn onderverdeeld in twee categorieën: een waarde-categorie en een verwachtingscategorie. De watergebieden met een archeologische waarde betreffen de (nu nog aanwezige) grachten van kastelen en buitenplaatsen, maar ook de (nu nog aanwezige) dijkdoorbraakkolken. In deze gebieden worden afvaldumps verwacht en met name bij de kasteelgrachten kunnen ook brugfunderingen aanwezig zijn. In de gemeente Beuningen is een archeologische verwachting toegekend aan de waterbodem van de Waal. Hier kunnen allerlei watergerelateerde archeologische resten worden verwacht als scheepswrakken, resten van rivierkribben, maar ook archeologische resten in de vorm van visfuiken, of afvaldumps. De overige watergebieden in de gemeente zijn pas in 20e of 21e eeuw gegraven en bevatten derhalve geen archeologische relevantie.
3.2 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart 3.2.1 Kaartopbouw De archeologische waarden- en verwachtingenkaart is opgebouwd uit drie kaartgroepen, te weten de groep met archeologische waarden, de groep met archeologische verwachtingen, de groep met afdekkende lagen en overige onderscheidingen (bodemverstoringen en vrijgegeven gebieden).
RAAP-rapport 5337 Z versie 24-01-2022
[21]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
3.2.2
Kaartlagen
Archeologische waarden
De kaartgroep met archeologische waarden is opgebouwd uit de volgende lagen: -
Archeologische rijksmonumenten (vlakken);
-
Terreinen van Archeologische Waarde (vlakken);
-
Overige archeologische terreinen (vlakken); o
Oude woongronden en/of andere oude cultuurlaag;
o
Huisterpen;
o
Huisplaatsen;
-
(vermoedelijke) ligging Romeinse weg (lijn; gebufferd naar vlakken);
-
Archeologische vondstlocaties (puntlocaties);
-
Middeleeuwse dijken (lijn; gebufferd naar vlakken).
Archeologische verwachtingen
De kaartlaag met archeologische verwachtingen betreft de weergave van zones waar een lage, middelhoge of hoge verwachting geldt en is gebaseerd op de landschappelijke ondergrond. Hierbij heeft het archeologisch verwachtingsmodel van de kaart uit 2010 de basis gevormd en is uitgebreid met de toevoegingen die in paragraaf 3.1 beschreven zijn. Er is sprake van twee kaartlagen: - Verwachting op basis van de opbouw van de ondergrond; - Een verwachting voor de diverse watergebieden (momenteel watervoerend). Afdekkende lagen
In deze groep zijn de dijkdoorbraakafzettingen ondergebracht. De, veelal nieuwtijdse, dijkdoorbraken hebben in de directe omgeving van de dijkdoorbraak geleid tot afzetting van een pakket klei en zand waarvan de dikte kan oplopen tot zo'n 100 cm. Door de aanwezigheid van een dergelijk overslagpakket is het archeologisch relevante niveau over het algemeen goed beschermd tegen moderne bodembewerkingen als bijvoorbeeld ploegen. Van een aantal dijkdoorbraken is de omvang van het overslagpakket bekend (aan de hand van gedetailleerde bodemkaarten), echter er zijn ook locaties met dijkboorbraken bekend waarvan geen zone met overslagpakket kon worden weergegeven. Bodemverstoringen
Behalve de archeolandschappelijke eenheid is ook de gaafheid (mate van intactheid) van de bodem van belang voor de archeologische verwachtingswaarde. In een gebied met een hoge archeologische verwachting kan de aanwezigheid van goed geconserveerde archeologische resten immers gering zijn als gevolg van bodemverstoringen. Gegevens over bodemverstoringen zijn verkregen van diverse bronnen, zoals beschreven in paragraaf 2.3. Op verschillende kaarten staan afgegraven, geëgaliseerde, opgeworpen en vergraven zones aangegeven.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[22]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
Enkele zones met bodemverstoringen zijn de tracés van de rijkswegen A50 en A73, diverse zandwinputten (Groene Heuvels, Plas van Melssen en Beuningen Oost) en er zijn ook bodemverstoringen ter plaatse van ondergrondse infrastructuur (als transportleidingen en persriolen) en bij (in 20eA21e eeuw) gegraven vijvers/watergangen. De zeggingskracht van de verstoringsgegevens is evenwel nogal beperkt. Enerzijds speelt mee dat veelal niet bekend is of de verstoringen voldoende nauwkeurig zijn omdat de schaal van de verstoringsgegevens erg grof is (1:50.000 of 1:25.000). Anderzijds is niet bekend wat het effect van de bodemverstoring is op de mogelijk aanwezige archeologische resten, omdat geen goed inzicht is in de diepte van de verstoringen in relatie tot de diepte van het potentieel archeologisch niveau. Van locaties waarvan overtuigend bewijs is dat de ondergrond tot ver onder het archeologisch relevante niveau verstoord is (de diepe zandwinplassen, vijvers, watergangen, diepgelegen transportleidingen) zijn op de verwachtingskaart als 'grijs' vlak gekarteerd, zeggende dat er voor deze locaties geen verwacht ing geldt. De overige zones met bodemverstoringen, waarvan de diepte niet exact bekend is, of slechts ondiepe bodemverstoringen betreffen zijn met een arcering op de verwachtingenkaart weergegeven.
In deze zones geldt de onderliggende waarde/verwachting, maar dient bij uitvoering van archeologisch (voor)onderzoek rekening te houden met mogelijk aanwezige verstoringen en dient middels het onderzoek vast te worden gesteld of het archeologisch relevante niveau (of niveaus) al verstoord is. Overig: Uitgevoerd onderzoek
Op de kaart zijn de begrenzingen weergegeven van binnen de gemeente uitgevoerde archeologische onderzoeken. Er is gekozen voor een weergave met omlijning zodat de onderliggende verwachting nog zichtbaar is.
RAAP-rapport 5337 7 versie 24-01-2022
[23]
Archeologie in de gemeente Beuningen; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en
RAAP
beleidskaart
4 Archeologische beleidskaart 4.1 Status, doel en inhoud De archeologische beleidskaart (kaartbijlage 2) is een beleidsmatige uitwerking van de geactualiseerde archeologische vindplaatsen- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 2). De archeologische beleidskaart dient als afwegingsinstrument (onderlegger) bij processen in de ruimtelijke ordening. De beleidskaart kan juridisch-planologisch worden verankerd bij het opstellen van (nieuwe) bestemmingsplankaarten en beheersverordeningen conform de Wro.
4.2 Bestuurlijke samenvatting en conclusies 4.2.1 Algemeen Een zorgvuldige omgang met archeologische erfgoed betekent dat archeologische waarden bijdragen aan de inrichting (en daarmee aan de kwaliteit) van de leefomgeving. Dat er iets bijzonders in de grond zit, kan op verschillende manieren in de architectuur, beplanting of ruimtelijke structuur terugkomen. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor ontwerpers. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten kunnen zich laten inspireren door archeologische waarden. De gemeente kan dat aansturen en stimuleren. Een zorgvuldige omgang met het archeologische erfgoed betekent niet dat er niets kan.
4.2.2
Totstandkoming
De archeologische beleidskaart is tot stand gekomen in samenwerking met RAAP Archeologisch Adviesbureau. De inhoud van de archeologische beleidskaart en deze rapportage is besproken met mevr. E. Mietes, regioarcheoloog voor de Regio Nijmegen en mevr. N. van der Zande, beleidsmedewerker ruimtelijke ordening van de gemeente Beuningen.
4.2.3
Uitgangspunten beleidskaart
De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening bij de bestemming van gronden altijd rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten (archeologische waarden en verwachtingen). Deze bestemmingsplanverplichting brengt met zich mee dat de gemeente het kader moet stellen voor de archeologische monumentenzorg. In 2021 is in opdracht van de gemeente Beuningen een geactualiseerde archeologische vindplaatsen en verwachtingenkaart vervaardigd. De bij dit rapport opgenomen archeologische vindplaatsen- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 1) is, in opdracht van de gemeente Beuningen, voor de toepassing op beleidsmatig, gemeentelijk niveau 'vertaald' naar een beleidskaart (kaartbijlage 2). Op de archeologische beleidskaart staat kort aangegeven wat het gewenste beleid is ten aanzien van de onderzoeksverplichting. De onderliggende gegevens, i.c. kaartbijlage 1en de daarbij horende gegevens(bestanden), zijn van een zodanig gedetailleerd schaalniveau dat de kaart direct van toepassing is voor gebruik op perceelsniveau (100-1.000 m2).