CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Toelichting en Regels Zwembad Ooigraaf

Raadsvergadering 5 maart 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf18.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de

26

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Een snelle alarmering en opkomsttijd zijn bij een fakkelbrand van een buisleiding waarin onder hogedruk aardgas wordt getransporteerd, minder relevant omdat het scenario zich snel voltrekt en langdurig is. Het duurt enige tijd voordat de leiding wordt afgesloten. Daarnaast treden de hulpdiensten niet op in het invloedsgebied vanwege de hoge hittestraling. Inzet vindt met name plaats nadat de fakkel is uitgedoofd. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Fakkelbrand: De fakkelbrand heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Toxische wolk: Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. Zelfredzaamheid Algemeen: Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten.

Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk Doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Communicatie over de risico's als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie. Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief. Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil­ en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.

Fakkelbrand: Personen zijn na het ontstaan van een fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Voor personen binnen is binnenblijven het advies. Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident. Toxische wolk: Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Snel reageren is bevorderlijk. Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling). Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen. Voor personen binnen wordt binnen blijven geadviseerd en naar hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Wettelijk kader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het uitvoeren van een watertoets juridisch verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, wordt een watertoets uitgevoerd op basis van de afspraken uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt onder meer de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken. Dit wordt bereikt door waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet mee te nemen in de planvorming. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft hoe rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en andersom. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.

4.8.1

Relevant beleid en regelgeving

Nationaal en provinciaal De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen op het gebied van de waterhuishouding. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Waterschap Rivierenland De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet vergunningen af voor lozingen op oppervlaktewater. Ook verstrekt het waterschap ontheffingen/vergunningen voor activiteiten in en nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van A-watergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater. Het beleid en de regelgeving van het waterschap is beschreven in: » Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen'; » Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en; » Keur voor waterkeringen en wateren; Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.

De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Gemeente Beuningen Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Het Gemeentelijk Rioolen Waterplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. » Zorgplicht afvalwater: de gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33) » Zorgplicht hemelwater: perceeleigenaren dienen hemelwater in eerste instantie op eigen terrein te verwerken of op oppervlaktewater te lozen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is draagt de gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (Waterwet art 3.5).

» Zorgplicht grondwater: In eerste instantie zijn perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. De gemeente heeft een

28

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). 4.8.2

Beschrijving watersysteem

In het kader van het planvoornemen is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is al bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. Bodemopbouw en geohydrologie Op basis van het model GeoTOP v1.5 wordt verwacht dat de bovenste bodemlaag (holocene afzettingen) tot tenminste 1 m -mv uit klei bestaat. Het plangebied bevindt zich op een hoogte van ongeveer +7,6 m NAP. Oppervlaktewater Er is een A-watergang aanwezig langs de oostzijde van het plangebied, deze buigt verder af richting het zuiden. Er is een B-watergang aanwezig langs de noordgrens van het gebied en er is een Cwatergang aanwezig langs de westgrens van het plangebied. Deze C-watergang is recent verbreed en kruist een tweede C-watergang aan de zuidoostzijde van het gebied, die aansluit op de Awatergang. Ook deze watergang is recent verbreed.

4.8.3

Doorvertaling bestemmingsplan

Verharding Binnen het plangebied gaat de totale hoeveelheid verharding significant toenemen. Hoeveel is heden nog niet bekend. Voor het aanleggen van het zwembad, parkeergelegenheid, toegangspaden en overige sportfaciliteiten is naar verwachting ongeveer 6.500 m2 aan verharding noodzakelijk. Afhankelijk van de daadwerkelijke invulling van het plan kan dit afwijken. Hemelwaterberging Gezien de bodemopbouw in het gebied wordt uitgegaan van hemelwaterberging in oppervlaktewater, en niet van infiltratievoorzieningen. Op basis van de hierboven aangenomen verharding is 283 m3 aan aanvullende waterberging noodzakelijk (43,6 mm x 6.500 m2 verhard oppervlakte). Op basis van een peilopzet van 30 cm, moet hiervoor 945 m2 aan wateroppervlakte worden aangelegd (bij behoud van talud bestaande sloten). Vanwege de recente verbreding van de C-watergang (310 m lang) langs het terrein is sprake van een bergingsoverschot van 230 m2. Deze watergang is aan de westzijde nu ongeveer 10 m breed. Aan de oostzijde is de watergang enkele meters smaller, circa 6 m. Mogelijk kan dit deel van de sloot verder worden verbreed. Dit stuk is 90 m lang, dus kan hier waarschijnlijk niet voldoende verbreed worden. De B-watergang langs de weg (Ooigraaf) zou kunnen worden verbreed voor de compensatie van hemelwater, voornamelijk aan de oostelijke helft van het terrein. Dit deel van de watergang is 75 m lang.

Ten slotte lijkt de A-watergang, nu relatief smal een nuttige locatie voor compensatie. De aanwezigheid van de hogedruk gasleiding kan hier tot problemen leiden. Als de A-watergang verbreed wordt, wordt aanbevolen in overleg te treden met de beheerder. Ten slotte zou ervoor gekozen kunnen worden om het terrein westelijk van het al aanwezige sportveld (het deel van perceel 2705 dat binnen het plangebied valt) volledig als waterpartij in te richten. Dit is ruim voldoende oppervlak (circa 1.300 m2) voor de benodigde compensatie. Afhankelijk van het ontwerp kan er uiteraard van de perceelsgrens worden afgeweken. Binnen het plangebied is het dus mogelijk om voldoende waterberging te realiseren. Aangezien het ontwerp van het zwembad en de inrichting van het gebied nog dienen plaats te vinden, is in de regels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging opgenomen. Deze verplichting borgt dat er voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Wateroverlast Het maaiveld bevindt zich op ongeveer +7,6 m NAP. Met een zomerpeil van +6,6 m NAP is sprake van 1 meter drooglegging. Dit is voldoende voor de aanleg van het parkeerterrein en buitensportfaciliteiten.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

De doorgaande weg heeft een peil van ongeveer +7,9 à +8J m NAP (west-oost); aanbevolen wordt om minstens +7,9 m NAP aan te houden voor bebouwing. Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.

Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor

30

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming Ter plaatse van het plangebied is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Op basis van het onderzoek blijkt dat het plangebied geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. Het plangebied is mogelijk wel geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van de soortenbescherming in het kader van de Wnb. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 1,7 km ten noorden van het plangebied. Vanwege de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Ten aanzien van de stikstofdepositie is via de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen.

Uit de berekeningen van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie (agrarsiche gronden voor akkerbouw) is er geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase is sprake van een afname van maximaal 0,03 mol N/ha/jaar, voor de gebruiksfase is zelfs sprake van een afname van maximaal 0,06 mol N/ha/jaar. Er is dus geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads­ en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Op basis van het 'Parapluplan Archeologie' is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en is archeologisch onderzoek benodigd bij bodemingrepen groter dan 250 m2. Zodoende wordt een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. In de tussentijd wordt de huidige dubbelbestemming gehandhaafd. Dit laat onverlet dat er voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen (vervolg)onderzoek zal moeten plaatsvinden. Cultuur historie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied onderdeel van het gebied dat is aangeduid als 'oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)'. Het plangebied bevat geen specifiek benoemde cultuurhistorisch vlakken of cultuurhistorisch waardevol plekken, voor dit gebied.

4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: » gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; » aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; » defensiebrandstoffen; » warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan Binnen het plangebied zijn twee aardgastransportleidingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones zijn opgenomen.

32

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

4.12 Vormvrije MER-beoordeling 4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; » belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan betreft de realisatie van een overdekt zwembad met een bebouwd oppervlak van circa 2.400 m2. De vloeroppervlakte van het zwembad valt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

34

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2

Bestemmingsregels

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In de bestemmingsregeling is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren. Algemene aanduidingsregels Deze bepaling is ter signalering een attentiegebieden. Een attentiegebieden is een gebied waarvan er indicaties zijn dat de desbetreffende waarde archeologie mogelijk naar boven of beneden kunnen worden bijgesteld.

5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingen

Het bestemmingsplan kent de volgende (dubbel)bestemmingen: Groen De bestemming 'Groen' legt de groene zone langs de west-, zuid- en zuidoostzijde van het plangebied vast en maakt aan de zuidzijde het rechtdoor trekken van een langzaamverkeersverbinding mogelijk. Deze bestemming is bestemd voor groen en bijbehorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstwerken, voet- en fietspaden et cetera. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen worden gebouwd. Sport De gronden aangewezen voor 'Sport' zijn bedoeld voor sportterreinen en sportvoorzieningen waaronder het bestaande korfbalterrein en het beoogde zwembad, een fitparcours en een outdoor basketbalveld. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak toegestaan. De toegestaande maten en oppervlakten staan in de regels vermeld. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, kunnen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. De maximaal toegestane maten staan in de regels vermeld. Water De bestaande watergang aan de zuidoostzijde van het plangebied is voorzien van de bestemming 'Water'. Dit betreft een correctie van de waterbestemming in het geldende bestemmingsplan. De ligging van de waterbestemming in het bestemmingsplan 'Keizershoeve II' komt namelijk niet overeenkomt met de daadwerkelijke ligging.

36

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Leiding - Gas (dubbelbestemming) De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk aardgastransportleidingen. Waarde - Archeologie 4 (dubbelbestemming) De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. 'Waarde - Archeologie 4' geldt voor gebieden met een hoge verwachting. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. Waterstaat - Beschermingszone watergang (dubbelbestemming) De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van ondergrondse en bovengrondse watergangen (beschermingszone watergang).

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): » de bouw van één of meer woningen; » de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; » de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met één of meer woningen; » de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; » de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; » de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen: » Provincie Gelderland; » Waterschap Rivierenland; » Veiligheidsregio/brandweer.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Inspraak De omwonenden zijn middels een omgevingsdialoog geïnformeerd over de plannen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 7 september gedurende zes weken ter visie gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

38

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlagen bij toelichting

40

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 1

Stedenbouwkundig kader en Beeldwaliteit

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 2

42

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek industrielawaai

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 4

44

Onderzoek externe veiligheid

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 5

Waterhuishoudkundig onderzoek

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 6

46

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Bijlage 7

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Regels

48

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPZwembadOoigraaf-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 archeologisch onderzoek: onder archeologisch onderzoek wordt verstaan het verrichten van een archeologisch onderzoek, in de zin van de KNA. Een archeologisch onderzoek mag enkel worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet of een certificaat ex artikel 5.1 Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.5 archeologische waarden: waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bestaand: » t.a.v.

bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; » t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.8 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.9 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.11 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.12 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.13 bouwlaag: een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend;

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19 hoofdgebouw: een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.20 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccomodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 1.21 langzaamverkeersroutes: routes voor ongemotoriseerd verkeer, scootmobielen, wandelaars, skeeleraars, en dergelijke, daarbij behorende bermen en straatmeubilair; 1.22 ondergeschikte horeca beperkte op de eindgebruiker gerichte horeca, die functioneel rechtstreeks verband houdt met de bestemming; 1.23

voorgevel: de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.24 voorzieningen van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.25 voldoende parkeergelegenheid: van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'. Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

50

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 peil: de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk

voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. parken; c. plantsoenen; d. speelvoorzieningen; e. dierenweiden; f. beeldende kunstwerken; g. kademuren; h. keerwanden; i. langzaamverkeersverbindingen; j. nuts- en telecommunicatievoorzieningen; k. voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; l. in- en uitritten; m. water, waterberging, waterafvoer en waterbeheer, 3.2

Bouwregels

3.2.1

Situering van bo uwwerken

Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming zijn toegestaan, zoals banken, beeldende kunstwerken, kademuren, keerwanden, speelvoorzieningen, lichtmasten, voorzieningen voor het waterbeheer en dergelijke. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,0 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 9,0 m bedragen; c. de bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5,0 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m; 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.

52

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 4 4.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen; b. sportterreinen; met daarbij behorende: c. ondergeschikte horeca; d. water, waterafvoer en waterbeheer; e. parkeervoorzieningen f. langzaamverkeersverbindingen; g. voorzieningen van algemeen nut; h. groenvoorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van het bepaalde in sub d; b. het maximum bebouwd oppervlak binnen het bouwvlak bedraagt 3.000 m2; c. de maximum bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt 8,0 m; d. buiten het bouwvlak zijn toegestaan ondergeschikte gebouwen, zoals o.a. entreehokjes en dugouts en gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut met een maximum oppervlak van 15 m2 per gebouw en een maximale bouwhoogte van 3,0 m. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 3,0 m; b. de maximale bouwhoogte van speel- en sporttoestellen bedraagt 3,5 m; c. de maximale bouwhoogte van ballenvangers en vlaggenmasten bedraagt 12,0 m; d. de maximale bouwhoogte van lichtmasten bedraagt 18,0 m; e. de maximale bouwhoogte van score- en aankondigingsborden bedraagt 5,0 m; f. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,0 m. 4.2.3

Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging

Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg en instandhouding van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan.

4.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor horeca met uitzondering van ondergeschikte horeca als bedoeld in 4.1 sub c.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen en waterpartijen; d. groenvoorzieningen; e. infiltratievoorzieningen; f. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; g. nutsvoorzieningen. 5.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 4,0 m. 5.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

54

het is verboden op gronden, welke bestemd zijn als 'Water', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: » het aanleggen of aanbrengen van beschoeiingen en puinstortingen; » het graven of dempen van waterpartijen en het afdammen van waterpartijen; » boringen te verrichten, seismisch of ander bodemonderzoek te doen; » het wijzigen van het waterpeil. het onder a genoemde verbod is niet van toepassing op: » werken en werkzaamheden binnen het kader van het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; » werken en werkzaamheden die ten tijde van de ter visie legging van het ontwerp van het plan in uitvoering waren. de hiervoor onder a genoemde werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad en vooraf advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 6 6.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk aardgastransportleidingen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Voorrangsregeling

Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de bestemming 'Leiding - Gas'.

6.2.2

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

6.2.3

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bedoelde leiding worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,0 m. 6.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 6.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g. het plaatsen van roerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

6.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 6.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

56

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf' (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4 mede aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

7.2.2

Uitzonderingen

In afwijking van het bepaalde in 7.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 250 m2 d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1 Afwijken a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.2.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 7.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 7.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.

de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

7.3.2

Advies

Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.

7.3.3

Beoordeling

Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 7.4.2

Uitzonderingen

Het in 7.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 7.3.1 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m2; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning. 7.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Vergunning als bedoeld in 7.4.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3.

er geen archeologische waarden zijn. b. Aan de vergunning als bedoeld in 7.4.1 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de

58

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 7.4.4

Advies

Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.

7.4.5

Beoordeling

Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 7.4.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.

7.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

bestemmingsplan "Zwembad Ooigraaf" (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Zwembad Ooigraaf

Artikel 8 8.1

Waterstaat - Beschermingszone watergang

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van ondergrondse en bovengrondse watergangen (beschermingszone watergang).

8.2

Bouwregels

8.2.1

Bouwen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

8.2.2

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

8.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,0 m. 8.2.4

Samenvallende bestemmingen

Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen het gebied met de bestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het voor zover zulks, gehoord de beheerder van de watergang, verenigbaar is met het belang van de watergang.

8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.2 voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van onderliggende bestemmingen met dien verstande dat geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen van de waterhuishouding. Daartoe wordt vooraf advies ingewonnen bij de beheerder van de watergang.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de waterhuishouding in gevaar kunnen brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b9fe53f5-498b-4ab4-8954-a111495c851b