Bijlage 01 Toelichting en regels bestemmingsplan Binnenweg 2 Ewijk
Tekst van het document
Recreatiesuites Doddendael
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 9
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
12 12 13 15 17
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Drift 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geur 4.8 Externe veiligheid 4.9 Waterhuishouding 4.10 Ecologie 4.11 Archeologie & cultuurhistorie 4.12 Leidingen 4.13 Vormvrije MER-beoordeling
18 18 19 19 21 22 25 27 28 30 33 35 38 38
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan
40 40 41
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
42 42 42 42
Bijlagen toelichting
43
Bijlage 1
Inrichtingsplan en beeldkwaliteit
44
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
45
Bijlage 3
Waterhuishoudkundig onderzoek
46
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
47
Bijlage 5
Rapport stikstofdepositie 1
48
Bijlage 6
Rapport stikstofdepositie 2
49
Bijlage 7
Nota van Zienswijzen
50
2
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Regels
51
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
52 52 54
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Recreatie Waarde - Archeologie 2
55 55 57
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels
60 60 60 62 62
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
63 63 64
Bijlagen regels
66
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
67
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
3
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
4
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Toelichting
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
5
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaren van Slot Doddendael, gelegen aan de Binnenweg 2 te Ewijk, wensen 8 suites te realiseren naast het slot. Slot Doddendael is een locatie voor feesten en partijen, operationeel sinds 1977 en heeft gedurende de afgelopen decennia een nationale naam opgebouwd in met name de huwelijksbranche. Door de grote groei van bruidsparen van buiten de regio merken de initiatiefnemers een steeds grotere vraag naar overnachtingsmogelijkheden. Ook overnachtingen van gasten die speciaal naar de omgeving komen voor recreatie nemen toe. Door 8 luxe suites te realiseren, kunnen er extra gasten overnachten op het landgoed en genieten van de omgeving. Ten behoeve van dit initiatief is een principeverzoek ingediend. Aangezien het landgoed een rijkmonument is zijn bij de voorbereiding van het principeverzoek, naast de gemeente, ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie betrokken geweest. Het college heeft in het principeakkoord van 15 februari 2022 besloten planologische medewerking te verlenen. Om de herbestemming en de realisatie van de suites mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Beuningen, ten noordoosten van de kern Ewijk en omvat het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Beuningen, sectie E, nummer 1898 (deels). Het plangebied heeft een omvang van circa 5.200 m 2 en wordt aan de noordzijde begrensd door de biologische fruitboomgaard. De rest van het plangebied grenst aan de tuin van Slot Doddendael, die bestaat uit bos en water. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Globale ligging plangebied (rode omkadering)
6
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied', zoals op 14 juni 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Beuningen. Ter plaatse van het plangebied geldt de enkelbestemming 'Bos' ten behoeve van het behouden van landschappelijke en natuurwaarden. Naast het bestemmingsplan 'Buitengebied' zijn ook de bestemmingsplannen 'Parapluplan Parkeren' en 'Parapluplan Archeologie' van toepassing. In het 'Parapluplan Parkeren' is het volledige plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - buitengebied'. In het 'Parapluplan Archeologie' is het volledige plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.
Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan 'Buitengebied' De beoogde ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplannen, omdat de realisatie van de 8 suites niet mogelijk is binnen de bestemming 'Bos'. Vandaar dat het noodzakelijk is om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
7
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat op huidig moment volledig uit grasland met enkele bomen. Ook staat er een schuurtje geschikt voor het opbergen van tuingereedschap en de grasmaaier. Het plangebied is onderdeel van het landgoed rondom Slot Doddendael. Dit Slot is gebouwd in het jaar 1330 en sinds 1977 operationeel als locatie voor feesten en partijen met horeca. Het Slot is voorzien van een ruime parkeerplaats en wordt omringd door een gracht en een grote tuin. De tuin kan wordt gebruikt als trouwlocatie.
Huidig situatie plangebied
2.2
Toekomstige situatie
In het weiland achter het slot wordt de voormalige kersenboomgaard hersteld en daarin worden de 8 suites verspreid geplaatst. Alle suites kijken van elkaar weg, zo is er voldoende privacy voor de gasten. Ze zijn georiënteerd op de zon, zodat er voldoende licht naar binnen valt en de gasten op het terras in de zon kunnen zitten. Tussen de suites staan bomen en bloemrijk grasland. Zo wordt de losse plaatsing van de suites op natuurlijke wijze versterkt en extra privacy gecreëerd. Navolgende afbeeldingen geeft de landschappelijke inpassing van het plan weer en het inrichtingsplan en beeldkwaliteit is als bijlage 1 aan de toelichting gevoegd.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
9
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Landschappelijke inpassing, zie ook bijlage 1 bij de regels Herstel boomgaard Op het huidige weiland wordt een boomgaard met hoogstam-fruitbomen in een los stramien aangeplant. De fruitboomgaard bestaat uit hoogstam kersenbomen, eventueel aangevuld met appelen pruimenbomen. Het maaiveld wordt ingezaaid met een bloemen- en kruidenrijke grasmengsel. Door de variatie in fruitbomen en het bloemen- en kruidenrijke grasmengsel wordt de biodiversiteit van het huidige weiland verhoogd. Herstel kerkepad en ontsluiting Het (voormalige) kerkepad langs de watergang dient als toegang naar de suites. Vanaf het kerkepad leidt een halfverhard pad naar de suites. Om oriëntatie in het donker mogelijk te maken zal het pad beperkt verlicht worden. De suites kan men enkel te voet bereiken, auto's kunnen op de bestaande bezoekersparkeerplaats geparkeerd worden. Het kerkepad wordt doorgetrokken naar het bestaande rabatbos, een smal bospad verbindt het kerkepad met de oprijlaan van het slot. Verderop loopt het pad langs de watergang en de wijngaard richting de dijk. Zo ontstaat een doorgaande route en is het weer mogelijk om een 'rondje slot Doddendael' te kunnen wandelen. Padenstructuur De wandelpaden bestaan uit gemaaide graspaden met een karrespoor in halfverharding. Het pad en naastgelegen bermen worden gefundeerd met menggranulaat.
De halfverharding van het pad wordt uitgevoerd met Grauwacke, wat zeer stevig en begaanbaar blijft bij natte weersomstandigheden. De paden naar de suites zijn smalle, gemaaide graspaden.
10
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Uitvoering suites De 8 suites krijgen een hoogwaardige uitstraling. De vormgeving en materialisatie sluiten aan bij de sfeer en inrichting van het landgoed. De materialisatie zal voornamelijk bestaan uit natuurlijke materialen. Door middel van raampartijen is er veel contact met de omgeving. De suites staan verspreid door de boomgaard, waardoor er geen directe inkijk bij de andere suite mogelijk is. Elke suite beschikt over zijn eigen sanitaire voorziening. Door voor permanente suites te kiezen - in plaats van tijdelijke, seizoensgebonden voorzieningen - kan een hoogwaardige uitvoering gerealiseerd worden. De suites hebben een oppervlak van 34,8 m2 inclusief een terras geïntegreerd in het volume. De 8 suites nemen minder dan 5% van het totale oppervlak van het perceel (de boomgaard) in en zijn daardoor zeer ondergeschikt aan de boomgaard.
Impressie recreatiesuites
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
11
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek Slot Doddendael en de parkaanleg bij het slot zijn rijksmonumenten. Dit bestemmingsplan voorziet niet in een ontwikkeling die deze belangen aantasten. De ontwikkeling is juist met voorzorg ingepast, zie hiervoor paragraaf 4.11. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
12
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Voorliggend initiatief betreft geen grootschalige ontwikkeling van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen. Op basis van het Bro en de huidige jurisprudentie is de voorliggende ontwikkeling gelet op de aard en omvang - niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zodoende hoeft er geen toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking plaats te vinden.
3.2
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)' heeft de Provinciale Staten op respectievelijk 21 december 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast. 3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Planspecifiek De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor realisatie van de suites. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
13
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Planspecifiek De volgende artikelen uit de Omgevingsverordening zijn relevant voor dit bestemmingsplan: Artikel 2.4 Op grond van dit artikel dient permanente bewoning van recreatiewoningen uitgesloten te worden in bestemmingsplannen. Derhalve is permanente bewoning van recreatieverblijven expliciet uitgesloten in de specifieke gebruiksregels van de bestemmingen waarbinnen recreatiewoningen worden toegestaan. Artikel 2.5 Op grond van dit artikel wordt nieuwvestiging en uitbreiding van recreatiewoningen alleen toegestaan indien daaraan de eis van bedrijfsmatige exploitatie wordt verbonden. Met deze eis van bedrijfsmatige exploitatie wordt beoogd om permanente bewoning van de recreatiewoningen tegen te gaan. In de toelichting bij het bestemmingsplan dient onderbouwd te worden op welke wijze de bedrijfsmatige exploitatie duurzaam is verzekerd. De beoogde recreatiesuites zullen bedrijfsmatig worden geëxploiteerd. In de regels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat de recreatieve onderkomens bedrijfsmatig worden geëxploiteerd. Het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens als solitaire recreatiewoning is bovendien expliciet uitgesloten in de gebruiksregels. Daarmee is een bedrijfsmatige exploitatie voldoende verzekerd en wordt voldaan aan het bepaalde in de Omgevingsverordening.
Artikel 2.65b Op grond van dit artikel dient voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, in het bestemmingsplan te worden toegelicht welke maatregelen of voorzieningen worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten aanzien van waterveiligheid is het plangebied niet gelegen in een beschermingszone van een dijk. Zodoende zal het waterkerend vermogen niet worden aangetast. Ook zal er geen wateroverlast optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling, aangezien de suites worden voorzien van een watersysteem, dat het water ter plaatse opvangt, hergebruikt en zuivert. De suites worden zodoende niet aangesloten op het riool, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daarnaast wordt door de landschappelijke inpassing van het plan, waaronder het aanplanten van bomen, hittestress beperkt. Ook zal door het beperken van de terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. Artikel 3.32a Ook is plangebied gelegen in een 'Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied'. Dit is een beschermingsgebied voor grondwater ten behoeve van mogelijke drinkwaterwinning in de toekomst en waar geen afdoende beschermende kleilaag aanwezig is.
Op grond van de artikelen 3.32b tot en met 3.32i van de omgevingsverordening is het een Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied verboden: een mijnbouwwerk op te richten; werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd; op een diepte van 10 m of meer onder het maaiveld boringen te verrichten, boorputten aan te leggen, in exploitatie te nemen of te hebben en grond- of funderingswerken uit te voeren of te hebben; afstromend water op of in de bodem te lozen van zonneparken groter dan 1 ha, rijks- of provinciale wegen, parkeerplaatsen voor meer dan 100 motorvoertuigen en bedrijventerreinen met inrichtingen type B of C als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; meststoffen op of in de bodem te brengen; een begraafplaats aan te leggen; IBC-bouwstoffen toe te passen; grond of baggerspecie toe te passen in oppervlaktewater; een systeem voor individuele behandeling van afvalwater aan te leggen. Van deze activiteiten is binnen het planvoornemen geen sprake. Het plangebied is verder niet gelegen in het Gelders Natuur Netwerk dan wel Gelderse Ontwikkelingszone. Het is ook geen onderdeel van een Natura2000-gebied. Voor het onderhavige plangebied zijn ook geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de omgevingsverordening.
14
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
3.2.3
Conclusie
Het initiatief is passend binnen de provinciale beleidskaders.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.
De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; Beuningen is gezond, inclusief en veilig; Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Recreatie De gemeente wil graag kansen bieden voor recreatieve en toeristische ontwikkelingen, passend bij de aard en kenmerken van de gemeente. Toeristisch-recreatieve ontwikkkelingen dragen bij aan de welvaart en het welzijn van inwoners en ondernemers. De opgaven om recreatie en toerisme beter te faciliteren zijn: het recreatief routenetwerk verder versterken. het faciliteren van de ontwikkeling van recreatieve punten. de recreatieve uitloopgebieden rondom de kernen versterken. Planspecifiek De recreatiesuites bevorderen de toeristische functie van het gebied en zorgen voor een toename van toeristen. De plek versterkt het recreatieve netwerk en kan het gebied daarmee nog beter herkenbaar en beleefbaar maken.
Daarnaast zal het herstel van het Kerkepad zorgen voor een nieuwe wandelroute met mooie beleving van het landschap en cultuurhistorie. Het pad zal openbaar worden gemaakt en daardoor het recreatieve uitloopgebied rondom de kern van Ewijk versterken. 3.3.2
Landschapsontwikkelingsplan
De gemeente Beuningen heeft in 2006 samen met de gemeente Wijchen en Druten een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. De visie zet in op de versterking en ontwikkeling van de verschillende landschapstypen die het landschap in deze gemeenten karakteriseren. Het plangebied is gelegen binnen het gebied 'Waaloeverwallen'. Dit deelgebied is landschappelijk fraai en recreatief zeer aantrekkelijk door de diversiteit, de kleinschaligheid en de groene uitstraling. De
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
15
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
diversiteit en kleinschaligheid is terug te vinden in het samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen. Een rijke groene uitstraling is aanwezig in de vorm van rijk beplantte erven, boomgaarden, wegbeplantingen, windsingels en opslag rond plassen. Versterken cultuurhistorische landschapselementen en patronen In landschappelijk opzicht vormen onder andere de dijken belangrijke historische onderdelen van het landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals het ontwerp van nieuwe landgoederen, recreatieve uitloopgebieden en routes of de inrichting van de EVZ is het interessant om oude elementen en patronen op te nemen in het ontwerp en deze ruimtelijk te versterken. Op deze wijze draagt het ruimtelijk ontwerp van nieuwe ontwikkelingen bij aan de herkenbaarheid en leesbaarheid van het landschap en haar geschiedenis. Actief ontwikkelen recreatief netwerk Vanuit Nijmegen en andere gebieden bestaat er behoefte om in het buitengebied te ontspannen en te recreëren. Het landschap binnen de gemeente(n) is veelzijdig en aantrekkelijk en grote delen lenen zich goed voor deze recreatieve uitloopfunctie voor de lokale bevolking en de bevolking uit de regio. Het landschap kan hier wel nog beter voor worden uitgerust.
Naast deze recreatieve functie kan het buitengebied een toeristische functie vervullen, waarbij de bezoekers of verblijfsrecreanten inkomsten genereren voor het gebied. Kwaliteiten die het landschap voor de toerist te bieden heeft, zijn onder andere rust en ruimte. Op overgangen van twee landschapstypen kunnen recreatieve voorzieningen een bijdrage leveren aan de herkenbaarheid van het landschap, bijvoorbeeld in de vorm van een uitzichtpunt. Het recreatief netwerk dat wordt nagestreefd bestaat uit paden, wegen en routes (geschikt voor fietsers, lange afstandswandelaars en skeeleraars), verknopingen van routes, kleinschalige bezienswaardigheden of rustpunten. Het netwerk is met de omgeving en de voorzieningen in de kernen (zoals horeca) verbonden. In het gebied is momenteel maar een beperkt aantal te bezoeken attracties, bezienswaardigheden en horecapunten aanwezig. De visie zet in op uitbreiding van kleinschalige recreatieve voorzieningen, passend binnen het landschapstype. Daarbij kan gedacht worden aan een theetuin, bed & breakfast, verkoop van streekeigen producten zoals fruit, boerderijbezoek, exposities, bezoekmogelijkheden en informatie over cultuurhistorische objecten of elementen in het landschap (monumenten, wielen, zijkades, steenfabrieken, bijzondere teelten), toegankelijkheid en informatie over (buitendijkse) natuurontwikkeling e.d.
Planspecifiek De recreatiesuites bevorderen de toeristische functie van het gebied en zorgen voor een toename van toeristen. De plek versterkt het recreatieve netwerk en kan het gebied daarmee nog beter herkenbaar en beleefbaar maken. Daarnaast zal het herstel van het Kerkepad zorgen voor een nieuwe wandelroute met mooie beleving van het landschap en cultuurhistorie. Het pad zal openbaar worden gemaakt en daardoor het recreatieve netwerk van het gebied versterken. 3.3.3
Visie Recreatie en Toerisme gemeente Beuningen 2020
Deze visie, die door de gemeenteraad op 26 januari 2021 is vastgesteld, vormt een actualisatie en een nadere uitwerking van de 'Visie op recreatie en toerisme' uit 2015. In deze nieuwe visie worden de ambities, met een aanpak op hoofdlijnen en actiepunten voor de komende jaren (2021-2023) geschetst. Als hoofdambitie van de visie wordt genoemd de ontwikkeling van een vitale recreatief-toeristische sector in de gemeente Beuningen, met behoud van de landschappelijk en cultuurhistorische waarden, versterking van de economische kwaliteit en werkgelegenheid, én passend bij het karakter van Beuningen als woongemeente. Deze hoofdambitie is vervolgens uitgewerkt in vijf actielijnen, met per actielijn één of meerdere concrete actiepunten. Deze vijf actielijnen zijn de volgende: 1. Het versterken van recreatief-toeristische voorzieningen, waarbij de gemeente onder meer de onderlinge samenwerking tussen ondernemers en organisaties wil faciliteren, zodat het recreatieftoeristisch aanbod sterker wordt geprofileerd; 2. Het versterken van de recreatief-toeristische infrastructuur, onder meer door het stimuleren van de (door)ontwikkeling van bestaande fietsroutes, waarbij de thema's kunst, water en archeologie meer centraal moeten staan; 3. Het vergroten van de recreatieve waarde van het water;
16
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
4. De potenties van het gebied 'Het Broek' beter benutten; 5. Sterker profileren van het aanbod in de gemeente Beuningen, waarbij de gemeente de samenwerking met de gemeenten binnen het Rijk van Nijmegen en de organisatie Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN) wil versterken en vernieuwen. Planspecifiek De gemeentelijke ambitie voor de oeverwallen is om ontwikkelmogelijkheden te creëren voor functieverandering - en uitbreiding van (kleinschalige) recreatieve mogelijkheden. Hier zijn onder voorwaarden verblijfsrecreatieve voorzieningen mogelijk. De ligging van het Slot en het landgoed in het Oeverwallengebied vraagt om een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. De landschappelijke inpassing van het onderhavige planvoornemen is toegelicht in paragraaf 2.2. De belangrijkste kenmerken van het oeverwallengebied zijn het kleinschalige karakter en de afwisseling van open/doorzichten en beslotenheid. Hier wordt op aangesloten door de suites verspreid te plaatsen in een boomgaard. De realisatie van de recreatiesuites is in lijn met bovengenoemde kernambitie en kernkwaliteiten van de visie. 3.3.4
Omgevingsprogramma Recreatie en Toerisme buitengebieden
Het omgevingsprogramma voor recreatie en toerisme is net als de visie in 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In het omgevingsprogramma zijn de randvoorwaarden en mogelijkheden voor initiatieven beschreven. Algemeen speerpunt is kansen bieden voor recreatieve en toeristische ontwikkelingen, passend bij de aard en kenmerken van de gemeente. Planspecifiek In de oeverwallen ligt de opgave voor uitbreiding van recreatieve mogelijkheden ,waarbij de nadruk ligt op behoud van het waardevolle kleinschalige landschap met een mix aan functie. In dit gebied zijn vormen van extensieve verblijfsrecreatieve voorzieningen mogelijk. Hierbij is niet de mate van kleinschaligheid leidend als randvoorwaarden, maar een goede en zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 worden de suites landschappelijk ingepast in een boomgaard. 3.3.5
Conclusie
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het initiatief uitvoering geeft aan het gemeentelijke beleid.
3.4
Conclusie
Het initiatief is passend binnen de beleidskaders van de verschillende overheden.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
17
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Verkeer & parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de kencijfers voor een bungalowpark uit de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Om de verkeersgeneratie van de nieuwe recreatiesuites te bepalen is gekeken naar de ligging van het plangebied. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van het 'buitengebied'. In de onderstaande tabel is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van 8 recreatiesuites opgenomen. plan
eenheid
verkeersgeneratie per eenheid
verkeersgeneratie plan
8 recreatiesuites
1 recreatiesuite
min 2,6 max 2,8
min 20,8 max 22,4 gem 21,6
Gemiddeld genereerd het planvoornemen 21,6 verkeersbewegingen per weekdag. Dit is echter een worst-case situatie, aangezien veel overnachtingen zullen voortkomen uit gasten die al aanwezig zijn vanwege een feest op Slot Doddendael. Het plangebied wordt via de Binnenweg ontsloten op de Van Heemstraweg. Gezien de Van Heemstraweg een doorgaande weg betreft, is de capaciteit van de Van Heemstraweg voldoende om de voertuigbewegingen als gevolg van de nieuwe recreatiesuites op te vangen. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.2
Parkeren
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de normen voor een bungalowpark zoals opgenomen in de 'Nota Parkeren 2019', die gebaseerd zijn op de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. De gemeente Beuningen is qua stedelijkheidsgraad aan te merken als een 'weinig stedelijk' gebied en het plangebied maakt onderdeel uit van het 'buitengebied'. De parkeerkencijfers uit de publicaties van CROW worden weergegeven in de vorm van een bandbreedte. De gemeente Beuningen gaat bij het bepalen van de parkeerbehoefte uit van het gemiddelde van bandbreedte. De parkeernorm bedraagt: plan
eenheid
parkeerkencijfers parkeerkencijfers plan per eenheid
8 recreatiesuites
1 recreatiesuite
min 2,0 max 2,2
min 16,0 max 17,6 gem 16,8
Anders dan bij bungalowparken, gaat het in de onderhavige ontwikkeling uitsluitend om recreatiesuites voor 2 personen. Gezien het aantal suites en de omvang van de suites beperkt zijn is het aannemelijk dat door deze omstandigheden verband houdende met de aard en omvang volstaan kan worden met een lagere norm. Aangezien het om tweepersoonssuites gaat zal doorgaans sprake zijn van een onderlinge verbondenheid tussen de gasten en is het aannemelijk dat zij gezamenlijk naar het slot komen. Zodoende wordt voor deze ontwikkeling uitgegaan van een parkeernorm van 1 parkeerplaats per suite. Voor de beoogde ontwikkeling betekent dit dat er 8 parkeerplaatsen nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm. Bovendien is hier sprake van een worst-case situatie, aangezien veel overnachtingen zullen voortkomen naar aanleiding van een feest op Slot Doddendael. Bij het slot is reeds een ruime parkeerplaats aanwezig, die voldoende parkeergelegenheid biedt voor de bestaande functies, als voor de beoogde recreatiesuites. Indien het desondanks nodig blijkt te zijn om enkele parkeerplaatsen toe te voegen, dan is hier op het bestaande parkeerterrein voldoende ruimte voor. De parkeernorm is in de regels van het onderhavige bestemmingsplan geborgd. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
18
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het initiatief betreft geen gevoelige functie waarvoor bodemonderzoek noodzakelijk is. Desondanks is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bij de regels gevoegd. Voor het plangebied is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de voormalige watergangen en boomgaarden aandachtspunten vormden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese aangenomen worden, aangezien er maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de bovengrond en in het grondwater. In de ondergrond en voor OCB in de teeltlaag zijn geen verhoogde gehaltes aangetoond. Naar verwachting is voorafgaand aan de dempingen eventueel slib uit de watergangen verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) en het daaraan hangende Besluit geluidhinder (Bgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
19
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een 'hogere waarde procedure' worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.
Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. 4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het onderhavige plan maakt de realisatie van recreatieve verblijfssuites mogelijk. In het kader van de Wet geluidhinder zijn recreatieve verblijfsaccommodaties niet aan te merken als een geluidsgevoelig object. Ook is geen sprake van de reconstructie van wegen. Daardoor is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Bovendien is het plangebied niet gelegen in de onderzoekszone van een gezoneerde weg. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai wordt derhalve niet nodig geacht. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
20
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven, inpassing is dan mogelijk. 4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Recreatieve nachtverblijven en/of recreatiewoningen zijn geen woningen als bedoeld in de VNGbrochure, maar behoeven niettemin toch enige bescherming. Derhalve is beoordeeld of er in de directe omgeving functies aanwezig zijn, die vragen om toepassing van een richtinggevende afstand. Op basis van de VNG-brochure is de omgeving van het plangebied aan te merken als rustig buitengebied. Ten westen van het plangebied ligt het bedrijf Fleuren Diervoeders (Brugstraat 5). Het bedrijf betreft een detailhandelsbedrijf (verkoop van voeders en vogels). De richtafstand voor detailhandel bedraagt 10 m. Hieraan wordt voldaan. Het glastuinbouwbedrijf (Brugstraat 8a) ligt op 220 m van de recreatiesuites. De richtafstand bedraagt 30 m. Er is derhalve geen onderzoek nodig. Omgekeerd voorziet het voorliggende bestemmingsplan in de realisatie van recreatieve onderkomens. Losse recreatiesuites worden niet specifiek genoemd in de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG. Het meest vergelijkbaar zijn 'kampeerterreinen en vakantiecentra'. Voor deze functie geldt een richtafstand van 50 m in rustig buitengebied. Aan deze richtafstand tot de omliggende woonpercelen wordt voldaan.
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
21
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
De aanwezige inrichtingen en bedrijven in de directe omgeving van het plangebied worden, als gevolg van dit bestemmingsplan, niet in hun bedrijfsvoering geschaad. Andersom geldt dat de nieuwe recreatiesuites geen overlast ondervinden van de bedrijvigheid. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.5
Drift
4.5.1
Regelgeving
Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 m aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen. Woningen met bijbehorende tuinen worden als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 m wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de fruitteler niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden. De 50 m afstand is echter een indicatieve afstand en hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Een kortere afstand is derhalve mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering (ABRS 25 april 2012, no. 201108990/1/R3, r.o.2.7.1 ). In het Activiteitenbesluit (formeel Activiteitenbesluit Milieubeheer) zijn wel regels opgenomen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Deze regels zijn bedoeld om het oppervlaktewater te beschermen. Het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen is alleen toegestaan op een grotere afstand dan 14 meter, tenzij maatregelen worden genomen om drift (het verwaaien) van de gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen door het toepassen van spuittechnieken met verminderde drift. 4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Fruitteelt nabij plangebied Ten noordwesten van het plangebied voor de recreatiesuites is een perceel in eigendom en gebruik als fruitboomgaard door Haneman Biofruit. Op het perceel is de uitoefening van land- en tuinbouw mogelijk. Bij de uitoefening hiervan mogen ook gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Door het bespuiten van de gewassen, worden planten, groenten en fruit beschermd tegen ziekten, plagen en onkruiden. De middelen die worden toegepast kunnen chemisch zijn, maar er bestaan ook biologische middelen, waarvan de actieve stof afkomstig is van plantaardige, dierlijke, microbiële of minerale oorsprong. Haneman Biofruit verzorgt biologische fruitteelt en is daartoe SKAL-gecertificeerd. Een landbouwproduct of voedingsmiddel mag alleen biologisch worden genoemd als het productieproces aan wettelijke voorschriften voldoet. De regelgeving voor biologische productie bestaat uit Europese en Nederlandse wetteksten en reglementen van Skal. Kern van deze regelgeving is dat de biologische productie en de aanduidingen op het product aan bepaalde eisen moeten voldoen én dat hierop toezicht plaatsvindt. In Nederland vindt dit toezicht plaats door Skal. Skal is een onafhankelijke organisatie en ziet er op toe dat de biologische productie in Nederland ook daadwerkelijk aan de biologische wet- en regelgeving voldoet.
Doelstelling van Skal is het bevorderen van de juiste aanduiding van biologisch voortgebrachte producten. Het gaat er om dat wat "biologisch" wordt genoemd dat ook daadwerkelijk is.
22
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
Biologische (fruit)teelt Biologisch eten wordt geproduceerd volgens de eisen van de biologische wetgeving. Eén van de uitgangspunten hiervan is dat er zo natuurlijk mogelijk wordt gewerkt. Voor plantaardige productie betekent dit onder andere dat voedsel wordt geproduceerd zonder het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is slecht voor de bodem, dierenwelzijn en de gezondheid van de mens. Een ander belangrijk voordeel is dat er met biologische teelt strikte regels zijn voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De focus ligt vooral op het voorkomen van plagen en ziektes, waardoor er geen bestrijdingsmiddelen gebruikt hoeven te worden. Denk aan preventieve maatregelen zoals een gezonde bodemkwaliteit en meer biodiversiteit op het land. Het inzetten van bestrijdingsmiddelen wordt alleen als laatste redmiddel toegelaten én er mogen alleen biologische middelen worden gebruikt. Dit betekent ook dat er minder giftige stoffen op het voedsel achterblijven, waardoor je minder wordt blootgesteld aan potentieel schadelijk stoffen. Dat sprake is van biologische (fruit)teelt betekent niet dat er niet meer gespoten wordt, alleen gebeurt dat met andere middelen die minder schadelijk zijn voor mens en natuur.
Daarnaast hanteert de betreffende fruitteler maatregelen die de drift reduceren met 95-99% (drift is het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen tijdens het spuiten). Aan de zijde van de watergangen zijn verder een teeltvrije zone en windhaag aanwezig. Overigens bestaat planologisch nog de mogelijkheid op het betreffende perceel om terug te schakelen naar reguliere teelt. Het seizoen dat wordt gespoten, bestaat uit een aantal delen: Primair seizoen: eind februari – mei/juni (nattere weersomstandigheden en dus vaker spuiten t.o.v. secundair seizoen); Secundair seizoen: mei/juni – september/oktober; Buiten deze seizoenen zijn de gewassen in rust en wordt er niet gespoten. Regelgeving De huidige wet- en regelgeving dient vooral om (oppervlakte)water, consumenten, agrariërs en hun werknemers te beschermen. Omwonenden en (niet-beroepsmatige) passanten worden (nog) niet expliciet beschermd via de wetgeving. Omwonenden en passanten zijn echter niet geheel onbeschermd, omdat ze ten dele meeliften op de begrenzing van de risico's voor toepassers, werkers, beroepsmatige omstanders (zonder persoonlijke bescherming), consumenten en milieu.
De voorschriften voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen nabij oppervlaktewater zijn opgenomen in artikel 3.78 tot en met 3.83 van § 3.5.3 van het Activiteitenbesluit en artikel 3.79 tot en met 3.91 van § 3.5.2 van de Activiteitenregeling. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze regels overgeheveld naar het Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen nabij oppervlaktewater moet altijd driftarme apparatuur worden gebruikt. Dit is apparatuur waarmee een driftreductie wordt bereikt van 75% ten opzichte van de referentietechniek die staat in artikel 3.82 van de Activiteitenregeling. Voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen naast oppervlaktewater gelden extra eisen, ondanks gebruik van driftreducerende maatregelen. Zo geldt dat een strook land naast oppervlaktewater niet mag worden bespoten. Deze teeltvrije zone mag men ook niet gebruiken voor het telen van een gewas. Afhankelijk van het gewas is de teeltvrije zone breder of smaller. Daarnaast is onder andere het voorzorgsprincipe van toepassing. Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is het belangrijk om rekening te houden met de omgeving en ongewenste emissie buiten het eigen perceel, onder andere naar het oppervlaktewater, te voorkomen. Spuiten bij harde wind kan er bijvoorbeeld toe leiden dat het gebruikte middel op naastgelegen percelen terecht komt.
Spuitapparatuur mag daarom niet worden gebruikt bij een windsnelheid groter dan 5 meter per seconde (ongeveer windkracht 3). Er gelden in Nederland dus geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals wonen, onderwijs of recreatie. Bij gebreke van wetgeving wordt dit door middel van jurisprudentie ingevuld. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling van de Raad van State wordt een afstand van 50 meter in het algemeen niet onredelijk geacht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit neemt niet weg dat de Afdeling ook aangeeft dat een gemeenteraad een kortere afstand in een bepaalde situatie toereikend kan achten om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Een kleinere afstand kan aanvaardbaar zijn indien (bijvoorbeeld) driftreducerende maatregelen worden getroffen. Recentelijk zijn ook weer uitgespraken gedaan waarin een kortere afstand wordt geaccepteerd (o.a. ECLI:NL:RVS:2022:3160,
bestemmingsplan "Recreatiesuites Doddendael" (definitief)
23
bestemmingsplan Recreatiesuites Doddendael
ECLI:NL:RVS:2023:269 en ECLI:NL:RVS:2023:3128), bijvoorbeeld door het toepassen van een windhaag. Toelating en controle gewasbeschermingsmiddelen Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt volgens internationale afspraken en in de wetgeving verankerde criteria of gewasbeschermingsmiddelen en biociden – bij juist gebruik – veilig zijn voor mens, dier en milieu én of ze werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of het middel in Nederland verkocht en gebruikt mag worden. Daarbij stelt het ook duidelijke voorschriften verplicht, die minimaal op het etiket moeten staan. Het Ctgb is onafhankelijk, maar opereert wel binnen Europese en nationale wetgeving en beleidsregels. Het Ctgb laat gewasbeschermingsmiddelen en biociden toe wanneer die voldoen aan de eisen in nationale wetgeving en Europese verordeningen. Dat betekent dat toegelaten middelen bij gebruik volgens voorschrift een hoog niveau van bescherming bieden voor zowel teler of toepasser, consument, dier en milieu. Het Ctgb kijkt bij de beoordeling onder andere naar stofeigenschappen en berekent of de blootstelling van telers, omwonenden, consumenten en nabijgelegen watergangen en milieu acceptabel is. De Nederlandse Voedsel- en WarenAutoriteit (NVWA) controleert vervolgens of bedrijven uitsluitend toegelaten gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.
En of ze deze middelen op de juiste wijze toepassen. De NVWA ziet ook toe op de naleving van de keuringsplicht van toedieningsapparatuur voor gewasbeschermingsmiddelen. Motivering verkleinen afstand tot de beoogde gevoelige objecten De minimale afstand van 50 meter ziet zowel op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woon- en verblijfslocaties, als op het waarborgen van een ongehinderde bedrijfsuitoefening door de agrariër. De motivering, waarom in de onderhavige situatie een kortere afstand dan 50 meter toereikend is, gaat op deze beide belangen in. Verbetering van de spuittechnieken De richtafstand van 50 meter heeft zijn oorsprong in het Streekplan 1996 van de Provincie Gelderland en is dus al meer dan 25 jaar oud. Sinds de eerste toepassing van deze afstand zijn tal van driftreducerende spuittechnieken en spuitdoppen ontwikkeld. De richtafstand van 50 meter is dus gebaseerd op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zonder driftreductie. Terwijl toepassing van driftreductie wel de praktijk is. Enerzijds omdat een agrariër baat heeft van driftreductie, om te kunnen besparen op de aanschaf van gewasbeschermingsmiddelen. Anderzijds omdat op basis van het Activiteitenbesluit, artikel 3.78a, geldt dat er bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen tenminste 75% driftreductie moet worden behaald.
Vanwege de driftreductie van 75% is het aannemelijk dat de spuitzone kleiner is dan 50 m, aangezien deze richtafstand al werd gehanteerd voordat de beschreven regelgeving uit het Activiteitenbesluit van toepassing was. Ook de toelatingsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen was veel minder streng en door minder regels omgeven dan vandaag de dag het geval is. Aanvullend geldt dat de betreffende fruitteler zelfs een veel hogere driftreductie toepast (95-99%) en zijn de recreatiesuites niet in de overheersende windrichting gelegen. Drifreductie nabij oppervlaktewater Tussen het plangebied en het agrarische perceel is een watergang gelegen. Vanwege de aanwezigheid van oppervlaktewater, gelden op grond van de regelgeving extra wettelijke maatregelen. Dit betreft regels voor het toepassen van driftreducerende spuittechnieken, het gebruik van een kantdop naast de watergang, eisen ten aanzien van de windsnelheid waarbij gespoten mag worden en de spuitdophoogte. Ook zijn in het besluit teeltvrije zones langs oppervlakte water opgenomen. Vanwege de teeltvrije zone mag de strook langs de aan het plangebied grenzende watergang niet wordt gebruikt voor het telen van een gewas en mag hier dus ook niet worden bespoten. Met de regels in het Activiteitenbesluit wordt beoogd dat gewasbeschermingsmiddelen niet in het oppervlaktewater terecht komen.