CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Toelichting bestemmingsplan Vordingstraat tussen 43 en 45a

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Vordingstraat tussen 43 en 45a Ewijk11.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.9

Ecologie

De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: » » »

Vogels: alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; Dieren en planten: alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; Overige soorten: soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van de paragraaf dieren en planten vallen.

In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

pagina 33

Planspecifiek: Als gevolg van dit plan wordt het huidige agrarische weiland gewijzigd naar een perceel geschikt voor wonen, en een woonhuis gebouwd. Er wordt niets gesloopt, ook worden geen bomen gekapt. Ter bescherming van de bomen moet bij werkzaamheden aan de inrit tenminste 1,80m afstand van de gemeentelijke bomen worden gehouden. En bij plaatsing van containers of soortgelijk moet boombescherming worden aangebracht. Voor het plan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 4. Soortenbescherming In het veldbezoek van de quickscan zijn geen - sporen van - aanwezigheid van beschermde soorten aangetroffen.

tabel 1 bevindingen beschermde soorten, bron: quickscan flora en fauna

G ebiedsbesch ermin g Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 1,7 km ten noorden van het plangebied. Effecten van het bewonen van de nieuwe kavel op de functionaliteit van het Natura 2000-gebied is daarum uit te sluiten.

pagina 34

ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000 gebied Rijntakken, bron: quickscan flora en fauna

Ten aanzien van de stikstofdepositie is via de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. De AERIUS berekening is als bijlage 5 bij de toelichting gevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat in de gebruiksfase het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Voor de bouwfase geldt een vrijstelling. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgt en negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd van agrarisch naar wonen en wordt één woning toegevoegd. Er is geen sprake van sloop of kap van bomen. Het plan leidt niet tot effecten op beschermde soorten of gebieden. Ter bescherming van de gemeentelijke bomen moet bij werkzaamheden aan de inrit tenminste 1,80m afstand van de gemeentelijke bomen worden gehouden. En bij plaatsing van containers of soortgelijk moet boombescherming worden aangebracht.

4.10 Cultuur â archeologie 4.10.1

Cultuurhistorie

De gemeente heeft een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld (RAAP-rapport 1603). Het plangebied behoort tot de gebiedscategorie "oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)". De Vordingstraat is aangeduid als 'weg of pad, situatie 1932', als 'overloopgeul'. Ook is langs de Vordingstraat de aanduiding 'boerengroen - wegbeplanting' opgenomen. Aan de overzijde van de Vordingstraat is een historische huislocatie aangeduid. Op het plangebied zelf is geen sprake van waardevolle kenmerken.

pagina 35

Cultuurhistorische kenmerken kaart Gemeente Beuningen RAAP-rapport 1603, kaartbījlage 3, schaal 1:12.500 legenda bewoning

verdediging

dorpspolder (Middeleeuwen) oude woongrond

Q

historische huis locatie (1532)

[

[

oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)

h

kāsteeL strijdtoneel

boerengroen wegbeplanting

weg of pad, situatie 1832

I

I

Uitsnede cultuurhistorische kenmerkenkaart en legenda (bron: RAAP-rapport 1603)

4.10.2

Archeologie

In het bestemmingsplan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Dat betekent o.a. dat voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100m2 archeologisch onderzoek dient te worden gedaan. Door RAAP is archeologisch onderzoek op de locatie gedaan, zie bijlage 6. Tijdens het onderzoek is één proefsleuf aangelegd met een totaal oppervlakk van 128m2. Verspreid over de proefsleuf zijn enkele archeologische sporen aangetroffen. Het betrof voornamelijk staakjes (aangepunte kleine palen). Deze staakjes zijn getuige van het prehistorische landschap tussen het laat neolithicum en de late ijzertijd. pagina 36

Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowwel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, is geconcludeerd dat het gaat om een nietbehoudenswaardige vindplaats. Het bevoegde gezag, de gemeente Beuningen, heeft deze conclusie overgenomen en het gebied voor wat betreft archeologie vrijgegeven voor de ontwikkeling, zie bijlage 8. Op de verbeelding en in de regels van dit plan is geen dubbelbestemming meer opgenomen voor de bescherming van archeologische waarden in de ondergrond.

Conclusie Vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen voor het plan.

pagina 37

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer Als gevolg van de wijziging van de bestemming van agrarisch naar wonen en de toevoeging van één woning zal het aantal verkeersbewegingen ter plekke aan de Vordingstraat naast 43 toenemen. Deze toename is beperkt, ca. 6 verkeersbewegingen per etmaal. Per saldo gaat het om een geringe wijziging en zal het niet wezenlijk van invloed zijn op de verkeersbelasting en verkeerssituatie ter plekke. Toegang De locatie van de bestaande inrit blijft bestaan, er wordt geen nieuwe inrit gemaakt. De verkeerssituatie blijft voor wat betreft de inrit gelijk. Voor wijziging van de inrit of verharding dient vergunning te worden aangevraagd aan het waterschap vanwege de A-watergang waarover de inrit ligt. Voor de verharding van het deel van de inrit op de openbare grond heeft de gemeente verhardingseisen, bij de gemeente dient hiervoor een aanvraag te worden ingediend. Daarnaast moet voorafgaand aan de verharding van de inrit afgestemd worden met de groenbeheerder van de gemeente ter voorkoming van beschadiging van boomwortels. Direct oostelijk van de bestaande inrit staat aan de Vordingstraat een straatlantaarn. De verharding van de inrit dient tenminste een halve meter afstand te houden tot deze lichtmast en tijdens de bouwperiode dient de lichtmast te worden beschermd. Parkeren Het parkeren dient op eigen terrein te worden opgelost. Het perceel is hiervoor ruim voldoende groot.

De gemeente Beuningen heeft het parkeerbeleid vastgelegd in het paraplubestemmingsplan Parkeren, vastgesteld op 29 mei 2018. De planlocatie ligt in de zone 'overige zone - rest bebouwde kom' . De parkeernorm voor dit gebied is 2,3 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning, afgerond 3 parkeerplaatsen. Op de verbeelding en in de regels van het voorliggende plan is het parkeerbeleid geborgd. Bij de vergunningaanvraag voor het bouwen van de woning dient het benodigde aantal parkeerplaatsen te worden aangetoond. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.12 Leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18"; pagina 38

» »

defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18".

Plangebied In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.

4.13 Vormvrije MER-beoordeling Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » »

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

Planspecifiek In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.

pagina 39

De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

pagina 40

Hoofdstuk 5

Juridische opzet

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatings-planologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: - de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en -

de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang).

Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve: - het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: - het bebouwen van de gronden; - het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook van belang voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.2 Algemene opbouw van de regels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels bevat een artikel met begripsbepalingen. Daarnaast zijn in een apart artikel enkele bepalingen opgenomen omtrent de "wijze van meten". Die bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bouwregels. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn artikelsgewijs de regels behorende bij de specifieke bestemming neergelegd. De artikelen zijn in alfabetische volgorde opgezet volgens een vast stramien, voor zover deze relevant zijn voor het betreffende artikel: »

Bestemmingsomschrijving hierin is bepaald voor welke doeleinden de gronden bestemd zijn (m.a.w. voor welk gebruik de gronden zijn gereserveerd);

pagina 41

»

»

»

»

Bouwregels in deze bepaling is aangegeven aan welke maatvoeringseisen de bebouwing binnen de betreffende bestemming moet voldoen; Afwijken van de bouwregels in deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels Specifieke gebruiksregels in de bestemmingsregelingen is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Een dergelijk gebruiksverbod is een nadere invulling van het algemeen gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo; Afwijken van de gebruiksregels deze bepaling bevat afwijkingsbevoegdheden van gebruiksregels

Hoofdstuk 3: Algemene regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op het gehele plangebied. Naast de anti-dubbeltelregel zijn de volgende bepalingen opgenomen: » Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen die de bouwhoogte, dan wel het bouwvlak overschrijden. In de algemene bouwregels is tevens een regeling opgenomen voor gebouwen en bouwwerken die legaal zijn (of kunnen worden) gebouwd maar afwijken van de bouwregels van het bestemmingsplan. Deze zijn in de bestaande maatvoering toegestaan. » Verplichting Voor een bestemmingsplan kunnen specifieke verplichtingen worden gesteld, deze worden in dit artikel opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel bevat bepalingen die min of meer losstaan van de bestemmingsplanbepalingen, en worden om die reden in een apart hoofdstuk opgenomen. Hierin staan opgenomen: » Overgangsrecht In dit artikel is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige bestemmingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen.

In het geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van 2 jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor het gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat. Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat

pagina 42

reeds strijdig was met het voor het onderhavige bestemmingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing. » Slotregel In deze bepaling is de officiële benaming van het plan vastgelegd.

5.3 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Wonen (artikel 3) Deze bestemming is gelijk aan de bestemming 'Wonen' in de geldende beheersverordening 'Randzone Ewijk' en het ontwerp bestemmingsplan 'Randzone Ewijk 2021'. Waterstaat - Waterlopen (artikel 4) In dit artikel is de 4 meter brede beschermingszone langs de A-watergang buiten het plangebied vastgelegd.

pagina 43

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid De percelen zijn eigendom van de initiatiefnemer, alle plankosten en de onderzoeken zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De procedurele kosten komen voor rekening van de gemeente, deze zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn geen andere kosten verbonden aan dit plan, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer is een planschade overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat de mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Uitgangspunt voor de toekenning van planschade ex artikel 6.1 Wro is dat uitgegaan moet worden van een vergelijking van de huidig planologische mogelijkheden versus de nieuw te ontstane planologische mogelijkheden. De kans dat planschade optreedt is klein. Hiervoor kan worden aangevoerd dat op het perceel nu een agrarische bestemming rust. In de nieuwe situatie wordt dit gewijzigd naar een woonhuis. Het vervallen van de agrarische bestemming is voor de omliggende percelen een verbetering. Er is minder potentiële overlast van bedrijfsmatig verkeer en geur. De wijziging van de bestemming naar wonen levert geen extra beperkingen op ten aanzien van de omgeving.

Voor de zekerheid heeft de gemeente met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten, zodat de economische uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding kan komen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.

6.2 Overleg en inspraak Omwonenden zijn geïnformeerd over het plan door de initiatiefnemers. In bijlage 7 is het verslag hiervan toegevoegd. De omwonenden hebben positief gereageerd op het plan. Het ontwerp bestemmingsplan 'Vordingstraat tussen 43 en 45a Ewijk' heeft conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegen, van 9 juni tot en met 20 juli 2023. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het Waterschap Rivierenland heeft een informele reactie gegeven, deze is toegevoegd aan paragraaf 4.8 Waterhuishouding.

pagina 44

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1

inpassingsplan Inpassingsplan Vordingstraat tussen 43 en 45a, Pieter Oosterhout Buro voor Architektuur, 21106, 19 januari 2023

Bijlage 2

milieukundig bodemonderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Ortageo, 211433/R01 d.d. 15 januari 2020

Bijlage 3

watertoets Digitale watertoets, d.d. 30 juni 2022

Bijlage 4

quickscan flora en fauna Quickscan flora en fauna, Buiting Advies, 2022-116, juni 2022

Bijlage 5

stikstofdepositie berekening Aeriuscalculatie gebruiksfase en toelichting, 30 juni 2022

Bijlage 6

archeologisch onderzoek Proefsleuvenonderzoek, RAAP, 4260, 12 december 2019

Bijlage 7

informeren omwonenden Inloopavond 23 juni 2022, uitnodiging en verslag door initiatiefnemers

Bijlage 8

archeologie selectiebesluit Beoordeling onderzoeksrapport archeologie, 20 februari 2020, gemeente Beuningen

Bijlage 9

beeldkwaliteitsplan historische linten Ewijk Beeldkwaliteitsplan historische linten Ewijk, februari 2020

pagina 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=48f0d7d3-1d93-4046-b7e8-0c7ab1354266