CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

at22000749 04. Bijlagenboek bestemmingsplan.PDF

Commissie Ruimte 17 mei 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Koningstraat naast 1622.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

R 15629.001 versie D1

Pagina 8 van 8

Eco/ńsultancy

BIJLAGE 1. Invoergegevens mobiele werktuigen aanlegfase

type werktuig

stagekl bouwj brands vermoge motorbel asse aar tof n (kW) asting ("/o)

aantal draaiuren tijdens aanlegfase

aantal aantal actieve/belaste stationaire draaiuren (ľOVo) draaiuren (30o/))

emissiefactoren belast/actief

emissiefactoren stationair

NOx

NH3

NOx

NH3

graafmachine

IV

2015 diesel

200

690Zo

91

64

27

0,8

0,00251

10

0,003149

mobiele kraan

IV

2015 diesel

200

690Zo

91

64

27

0,9

0,00246

10

0,003149

heistelling

III

2006 diesel

450

690Zo

34

24

10

5,5

0,00283

14,2

0,003308

NOx totale emissies stationair

NH3 8,7720

0,0025

Eco/ńsultancy

BIJLAGE 2. AERIUS-berekening projecteffect aanlegfase

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (IMH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdfdan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening aanlegfase ^ Kenmerken * Samenvatting emissies

^ Depositieresultaten ^ Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 1/8

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Econsultancy

Naast Koningstraat 16, 6644KK Ewijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

I5629.OOI

RVnyV7hHbjQF

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

22 april 2021,09:55

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie i

NOx

64,45 kg/j

NH3

1 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Bijdrage

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Rijntakken

0,02

Toelichting

aanlegfase

Resultaten

aanlegfase

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina z/8

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie aanlegfase

mm ĩ/į Sr: jjŗftţr Beumingen

•mm

De Hoeder

į/fŗ, v*/

Beunir^gse Plas

500 m

Emissie

Emissie NH3

Emissie NOx

mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouwen Industrie

s 1 kg/j

55,08 kg/j

stationair Mobiele werktuigen | Bouwen Industrie

s 1 kg/j

8,77 kg/j

bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

s 1 kg/j

s 1 kg/j

Bron Sector

aanlegfase **1

Resultaten

aanlegfase

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 3/8

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Rijntakken

0,02

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

aanlegfase

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 4/8

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten per habitattype

Rijntakken Habitattype

Hoogste bijdrage

ZGLgn Kamgrasweide b Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,02

Ľg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,02

ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,02

H6120 Stroomdalgraslanden

0,01

ZGLgo8 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

*

Resultaten

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

aanlegfase

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 5/8

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

aanlegfase

L—

J

Voertuig

Omschrijving

AFW

graafmachine

AFW

AFW

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

4,0

2,0

mobiele kraan

4,0

heistelling

4,0

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

mobiele werktuigen 178903,430550 55,08 kg/j < i kg/j

2,0

2,0

Emissie

NOx NH3

7,07 kg/j

NOx NH3

7,03 kg/j

NOx NH3

40,99 kg/j

0,0

0,0

0,0

1 kg/j

1 kg/j

1 kg/j

stationair 178903,430550 8,77 kg/j < i kg/j

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

AFW

stationair

4,0

2,0

aanlegfase

Warmte Stof Ínhoud (MW)

Warmte Stof Ínhoud (MW)

Emissie

NOx NH3

8,77 kg/j 1 kg/j

0,0

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 6/8

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Resultaten

aanlegfase

Zwaar vrachtverkeer

bouwverkeer 179100,430551 < i kg/j < i kg/j

Aantal voertuigen Stof

500,0/jaar

200,0/jaar

Emissie

NOx NH3

1 kg/j

NOx NH3

1 kg/j

1 kg/j

1 kg/j

RVnyV/hHbjQF (zz april zozi) pagina 7/8

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 2020-202i0209-2f032ceia2

Database

versie 2020-202i0209-2Í032ceia2

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator -2020

Resultaten

aanlegfase

RVnyV/hHbjQF (22 april 2021) pagina 8/8

Eco/ńsultancy

BIJLAGE 3. AERIUS-berekening projecteffect gebruiksfase

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (IMH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdfdan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening gebruiksfase ^ Kenmerken * Samenvatting emissies

^ Depositieresultaten ^ Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RhUGpN5mA45g (06 april zozi) pagina 1/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

I n richti ngslocatie

Econsultancy

Naast Koningstraat 16, 6644KK Ewijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

I5629.OOI

RhUGpN5mA45g

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

06 april 2021,11:07

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie i

NOx

<^ kg/j

NH3

s 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

gebruiksfase

Resultaten

gebruiksfase

RhUGpN5mA45g (06 april zozi) pagina z/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie gebruiksfase

ŕTìiV

1PW

ŗ'j v,‘įyyz'ļi!ļ]iti

hi itSaffv;

WM

'ćŞġàäĚ* Beuningen

De Hoever

Beunirvgse Plas ■

—-•'-JmÌĹ-

„

500 m

7

Emissie

7

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

S 1 kg/j

S 1 kg/j

gebruiksfase

8

Resultaten

gebruiksfase

verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

RhUGpl\İ5mA45g (06 april zozi) pagina 3/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

gebruiksfase @33

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Resultaten

gebruiksfase

Middelzwaar vrachtverkeer

verkeer 179100,430551 < i kg/j < i kg/j

Aantal voertuigen Stof

7,6 Į etmaal

1,01 etmaal

Emissie

NOx NH3

1 kg/j

NOx NH3

1 kg/j

1 kg/j

1 kg/j

RhUGpN5mA45g (06 april zozi) pagina 4/5

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 2020-202i0209-2f032ceia2

Database

versie 2020-202i0209-2Í032ceia2

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator -2020

Resultaten

gebruiksfase

RhUGpl\İ5mA45g (06 april 2021) pagina 5/5

Eco/ńsultancy

®ll|ff|Ò

Bijlage 4 Archeologisch proefsleuvenonderzoek

t'r

J

Transect-rapport 3538 Ewijk, Koningstraat naast nummer 16 Gemeente Beuningen (GD)

Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van

m&ĩm-

Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase hv , ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

1

■’•'.-rS?

i' ;íì

lŵ *KAŭJ i-ř» -

: ^\ 5S * '1

V*

'

transect

Overijsselhaven 127

j: 030-7620705

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK E ADVIES

3433 PH Nieuwegein

E: informatie(5)transect.nl

Colofon Titel

Ewijk, Koningstraat naast nummer 16. Gemeente Beuningen (BD). Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven (IVO-P).

Rapportnummer

Transect-rapport 3538

Auteur

T. Wolff

Versie

Versie 1.1

Datum

09-08-2021

Projectnummer

20080031

Onderzoeksmelding

5025080100 Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641SZ Beuningen

Opdrachtgever

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid

Gemeente Beuningen (Mevr. E. Mietes)

Toetsing rapport bevoegde overheid

Nog niet goedgekeurd

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein (tijdens uitwerking)

Omslagafbeelding

Foto van het plangebied

Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven Senior KNA Archeoloog

Datum 09-08-2021

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

transect

Overijsselhaven 127

j: 030-7620705

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK E ADVIES

3433 PH Nieuwegein

E: informatie(5)transect.nl

Samenvatting In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v. in juni 2021 een archeologisch inventariserend veld­ onderzoek d.m.v. proefsleuven uitgevoerd in een plangebied aan de Koningstraat naast nummer 16 te Ewijk (gemeente Beuningen). Ten tijde van het onderzoek was het plangebied (ca. 1300 m2) in gebruik als tuin, waarvan het overgrote deel gazon is. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwbouwwoning met een bijgebouw. Deze heeft een oppervlakte van circa 175 m2. Tevens zullen een oprit en groenvoorzieningen worden aangelegd. Deze ingrepen zullen gepaard gaan met de nodige bodemingrepen, waarbij eventuele archeologische resten worden verstoord. Daarom is ver­ spreid over het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om de aard en mate van aan­ wezigheid van archeologische resten vast te stellen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat tijdens het proefsleuvenonderzoek een archeologische vindplaats is aangetroffen. Deze betreft sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen, bestaande uit enkele greppels en (paal)kuilen, aangetroffen op vlak 1 en diepere sporen op vlak 2. De archeologische resten van deze vindplaats vormen hoogstwaarschijnlijk een geheel met de archeo­ logische resten die bij het onderzoek aan de Dam 8 en in plangebied Hoge Woerd zijn aangetroffen.

Hierbij is de inhoudelijke Waardestelling Op basis van de KNA-waardestellingssystematiek is vastgesteld dat de vindplaats niet behoudenswaar­ dig is. De vindplaats bestaat uit sporen van landgebruik. Ten zuiden van het plangebied zijn nederzettingsresten aangetroffen die waarschijnlijk deel uitmaken van dezelfde vindplaats. Hierbij is met name de inhoudelijke waarde van de archeologische resten die in het plangebied zijn aangetroffen laag, ze­ ker in vergelijking met de resten die aangetroffen zijn in plangebied Hoge Woerd. Advies Het selectieadvies omvat de volgende mogelijkheden: (1) het vrijgeven van het plangebied; (2) het be­ houd in situ van vindplaatsen (fysiek beschermen); of (3) het behoud ex situ van vindplaatsen (defini­ tief opgraven). Het selectieadvies wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid, die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. Aangezien er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor voorgenomen ingrepen. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de ge­ meente Beuningen een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plan­ gebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef.

Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10). Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

ínhoud 1.

Aanleiding............................................................................................................................... 5

2.

Resultaten vooronderzoek..................................................................................................... 7

3.

Aard, doel en onderzoeksvragen............................................................................................ 9

4.

Onderzoeksmethodiek......................................................................................................... 10

5.

Resultaten veldonderzoek.................................................................................................... 11

6.

Interpretatie.......................................................................................................................... 19

7.

Waardestelling...................................................................................................................... 21

8.

Conclusie en advies............................................................................................................. 214

9.

Beantwoording van de onderzoeksvragen........................................................................... 25

10.

Geraadpleegde bronnen...................................................................................................... 28

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland...............................................................30

Bijlage 2.

Luchtfoto................................................................................................................................ 31

Bijlage 3.

Toekomstige bebouwing........................................................................................................ 32

Bijlage 4.

Paleografische kaart................................................................................................................33

Bijlage 5.

Cultuurhistorische waardenkaart........................................................................................... 35

Bijlage 6. Gemeentelijke verwachtingskaart.......................................................................................... 37 Bijlage 7. Puttenplan IVO-P..................................................................................................................... 38 Bijlage 8. Allesporenkaart....................................................................................................................... 39 Bijlage 9. Vlaktekeningen........................................................................................................................ 40 Bijlage 10. Sporen- en lagenlijst.................................................................................................................42 Bijlage 11. Vondstenlijst............................................................................................................................43 Bijlage 12. Plangebied ten opzichte van LME vindplaatsen

.44

1.

Aanleiding

Provincie

Gelderland

Gemeente

Beuningen

Plaats

Ewijk

Toponiem

Koningstraat naast nummer 16

Kaartblad

39H

Perceelnummer(s)

EWKOO E 2539

Centrumcoördinaat

178.903/430.560

Oppervlakte plangebied

ca. 1300 m2

Huidig grondgebruik

Tuin

In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v. in juni 2021 een archeologisch inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in een plangebied aan de Koningstraat naast nummer 16 (gemeente Beuningen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 2. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van circa 1300 m2. De aanleiding voor het onderzoek werd gevormd door het voornemen om een nieuwbouwwoning met een bijgebouw te realiseren in het plangebied. De nieuwbouw heeft een oppervlakte van circa 175 m2. Tevens zullen een oprit en groenvoorzieningen worden aangelegd. Het is nog onbekend tot hoe diep de grondverstoring zal zijn. Voorafgaand aan het proefsleufenonderzoek zijn in de directe omgeving van het plangebied meerdere onderzoeken uitgevoerd. Als onderdeel van een groter plangebied in het kader woningbouw heeft in 1998 in het plangebied een oppervlaktekartering en booronderzoek plaatsgevonden (Schutte et al. 1999). Hierbij blijkt dat het plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen van de Winssen stroomgordel aanwezig zijn, die zijn afgedekt met komklei, waarop mogelijk wederom oeverwalafzet­ tingen aanwezig kunnen zijn. De Winssen was vanaf 5391 v.Chr. t/m 3891 v.Chr. actief. Het plangebied zou daarom bewoond kunnen zijn vanaf het Neolithicum.

Uit het vooronderzoek valt echter op te ma­ ken dat het plangebied valt onder oude woongebied en in het noorden van het plangebied een deel van een weg aanwezig was. Direct ten noordoosten is historische bebouwing aanwezig. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, al hoeft dat niet per se te betekenen dat er geen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Vanwege de aanwezigheid van oever- en beddingafzettingen van de Winssen stroomrug heeft het plangebied heeft een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum - Nieuwe Tijd. In 2016 heeft er een bureau- en verkennend booronderzoek binnen het onderhavige plangebied plaatsgevonden t.b.v. de realisatie van een AZC (Ten Broeke, 2016). Hieruit bleek de bodem intact te zijn. De geomorfologische situatie bevestigde de hoge archeologische verwachting voor resten van het Neolithicum. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is geadviseerd in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en waarderen van eventueel aanwezige archeologische res­ ten. Op basis hiervan kan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een uitspraak doen over de omgang met eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied.

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK » ADVIES

4

Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen uit protocol 4003 ('Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven') van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1) en het voor het onderzoek opgestelde Programma van Eisen (van Bavel, 2021).

178000

179000

180000

Beuôingen

178000

179000

180000

Legenda plangebied

400 m

transect

Figuur 1. De ligging van het plangebied op een topografische kaart.

transect

2. Resultaten vooronderzoek 2.1 Landschappelijke achtergronden Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de Betuwe en maakt deel uit van het Midden-Nederlandse rivierengebied. Op de paleografische kaart van de gemeente Beuningen bevindt het plangebied zich op een crevasserug (kaartcode 3B47). De crevasse is vermoedelijk afkomstig van de meandergordel van Winssen (vanaf 5391 v.Chr. actief tot en met 3891 v.Chr. in het Neolithicum). Crevasses ontstaan bij een doorbraak van de oeverwal waardoor (zandige) rivierafzettingen worden afgezet in het over­ stromingsgebied. Tevens kunnen zich ook geulen insnijden in de oorspronkelijke rivierafzettingen, waarlangs bij langdurige activiteit ook (bewoonbare) oeverwallen kunnen ontstaan. Volgens de bodemkaart zijn ten noorden in het plangebied kalkhoudende ooivaaggronden aanwezig (kaartcode Rd90A). Dit zijn kleigronden die tot een aanzienlijke diepte een homogene bruine tot grijs­ bruine kleur hebben (De Bakker 1966). Roestvlekken komen pas 50 centimeter beneden maaiveld voor. Deze gronden komen voor in niet jong sediment en relatief droge gronden zonder blijvende of tijdelijke wateroverlast. Ten zuiden in het plangebied zijn kalkloze poldervaaggronden aanwezig (kaart­ code Rn95C). Roest- en grijze vlekken kunnen al binnen 50 cm beneden maaiveld voorkomen.

Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is te zien dat het maaiveld in het plangebied tussen circa 7,3 en 7,8 m +NAP ligt. 2.2 Verkennend booronderzoek Als onderdeel van een groter plangebied in het kader van woningbouw heeft in 1998 in het plangebied een oppervlaktekartering en booronderzoek plaatsgevonden (Schutte et al. 1999). Hieruit blijkt dat het een plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen op komklei aanwezig kunnen zijn. Het ge­ heel is mogelijk afgedekt met komklei. 2.3 Archeologische waarden In de directe omgeving van het plangebied hebben meerdere onderzoeken plaatsgevonden: »

Circa 220 m ten zuidoosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. Buiten re­ cente puindeeltjes zijn hierbij geen archeologische indicatoren aangetroffen.

»

Circa 140 m ten zuidoosten van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waar­ bij elf vindplaatsen vanaf de Neolithicum t/m de Nieuwe Tijd aangetroffen zijn. Daarnaast zijn door circa 186 m ten zuidoosten van het plangebied en circa 174 m ten noordwesten tijdens veldkarteringen Neolithische en Middeleeuwse vondsten gedaan.

»

Circa 184 m ten zuiden van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen maar wel verschillende A-horizonten en is de C-horizont vanaf 165 cm -Mv tot 200 cm -Mv diep aangeboord.

»

Circa 204 m ten westen van het plangebied is een bureauonderzoek en booronderzoek uitge­ voerd. Hierbij bleek de opbouw van de bodem te bestaan uit oeverafzettingen, restgeulafzettingen en beddingafzettingen. De oeverafzettingen kunnen vanaf 25 cm -Mv aangetroffen worden t/m 50 cm -Mv. De dikte varieert van 10 cm t/m 50 cm. De overgangszone is vanaf 65 cm -Mv t/m 70 cm -Mv. De dikte varieert van 22 cm t/m 45 cm.

transect

6

De beddingafzettingen kunnen vanaf 100 cm -Mv t/m 115 cm -Mv. De dieptetelling top ligt rond 95 cm. »

Circa 20 m ten zuiden van het plangebied is een proefsleufenonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn er bewoningssporen en vondsten aangetroffen en daarnaast de crevassegeul die door de put­ ten heen sneed. De bewoningssporen zijn te dateren in het Neolithicum en de Bronstijd. De overige bewoningssporen waren onduidelijk te determineren, maar wijzen op een mogelijk erf of grafveld uit de Ijzertijd en mogelijke bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen.

Daarnaast vindt tegelijkertijd met dit onderzoek ook een proefsleuvenonderzoek in Ewijk Dam 8 plaats, die zich direct naast het plangebied van dit onderzoek bevindt. Uit de eerste onderzoeksresul­ taten hiervan blijkt dat er drie vindplaatsen zijn aangetroffen waarvan twee uit de Late Middeleeuwen dateren. 2.4 Historische achtergronden Uit de vooronderzoek valt op te maken dat het plangebed valt onder oude woongebied en dat in het noorden van het plangebied een deel van een weg aanwezig was. De historische kern van Ewijk ligt een kleine kilometer naar het noordoosten. Het plangebied ligt in een zone met historische huislocaties. Dit blijkt uit de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 6) van de kadastrale minutekaart. Daarvan zijn drie historische huislocaties ten wes­ ten van het plangebied aanwezig, drie zuidoostelijk en zes ten oosten. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied liggen (vermoedelijk) restgeulen, terwijl ten oos­ ten van het plangebied een overloopgeul liep. Op de cultuurhistorische kaart van de gemeente Beuningen ligt het plangebied in jonge cultuurland (in de Volle Middeleeuwen), die ook als bestemming woongebied heeft gehad. 2.5 Huidig gebruiken bodemverstoringen Tegenwoordig is het plangebied gebruikt als tuin, waarvan het overgrote deel gazon is. Voor zover be­ kend hebben geen verstoringen in het plangebied plaatsgevonden.

2.6 Archeologische verwachting Het plangebied heeft een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum Nieuwe Tijd. De verwachting is gericht op archeologische lagen, vondststrooiingen en grondsporen, met een gemiddelde spoordichtheid. Uit de periode Neolithicum - Late Middeleeuwen wordt rekening gehouden met sporen van landgebruik en nederzettingsterreinen. Deze bestaan voor een belangrijk deel uit grondsporen. Zeker wat betreft de Late Bronstijd t/m Middeleeuwen kunnen deze vondstarm zijn. Nederzettingsterreinen kunnen zich on­ der andere kenmerken door erfstructuren. Uit de periode Bronstijd - Vroege Middeleeuwen kunnen er bovendien grafvelden in de vorm van inhumatiegraven en urnenvelden worden verwacht. Uit de Nieuwe Tijd worden sporen van landgebruik verwacht, zoals greppels en verkavelingsstructuren. In het plangebied zijn geen verstoringen bekend en lijken de archeologische niveaus intact te zijn. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen de grondwaterstanden dat organische archeologische resten binnen 1,2 m -Mv niet of slechts gedeeltelijk bewaard zijn gebleven. In humeuze lagen onder het grondwaterniveau kunnen dergelijke resten wel goed geconserveerd zijn.

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK k ADVIES

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=5eff1975-2a27-4118-9283-f711895beb1e