CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Nagekomen bijlage 2: beantwoording 2e ronde vragen n.a.v. jaarstukken 2021 en perspectiefnota 2022-2026.pdf

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Jaarstukken 202114.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente2* LEUNINGEN

Gemeenteraad 6640 AA BEUNINGEN

Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp

2 9 JUN 202? UI22.03945

in miiiiiin mui i

Carlo Bisselink 14 024 Beantwoording 2e ronde vragen n.a.v. jaarstukken 2021 en perspectiefnota 2022-

Geachte raad, Hierbij treft u de beantwoording van vragen vanuit Commissie S&B van 22 juni j.l. en nagekomen schríftelijke vragen aan. De vragen hebben zowel betrekking op de jaarstukken 2021 en ook de perspectiefnota 2022-2026. We constateren dat er veel beleidsinhoudelijke vragen worden gesteld of naar een stand van zaken wordt geïnformeerd. Deze passen beter bij een inhoudelijke behandeling van onderwerpen in een commissievergadering. Gesteldeschríftelijkeenmondelinge vragen Bijgaande opsomming zijn door u gestelde mondelinge vragen vanuit de inhoudelijke bespreking in de commissie vergadering S&B van 22 juni jl. , nieuwe schríftelijke vragen en vervolgvragen vanuit de commissievergadering van 15 juni jl. Indeling van de beantwoording is dat eerst vragen over de jaarstukken 2021 en vervolgens de perspectiefnota 2022-2026 zijn beantwoord. Bij vervolgvragen vanuit de eerste ronde is de oorspronkelijke vraag met het eerder verstrekte antwoord erbij gegeven.

Postadres : Gemeente Beuningen , Postbus 14, 6640 AA Beuningen Bezoekadres : van Heemstraweg 46, 6641 AE Beuningen Telefoon : 14 024, Telefax : 024 - 6778078 E-mail : gemeente @beuningen .nl , Internet : www.beuningen .nl

IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G

Gemeente2*. B euningen

Jaarstukken2021 Vraag 1 BN&M: Pagina 16 Vraag: We zien een forse toename van vorderingen + 4 miljoen waaronder 2 miljoen openstaand op debiteuren. De grootste veroorzaker is de Zandwinning Beuningse Plas. Is deze openstand nu weg? Antwoord: Ja. Bedrag van C 1,045 miljoen is 5 januari 2022 ontvangen. Vraag 2 BN&M: Pagina 16 Vraag: De voorzieningen zijn met bijna 1 miljoen gestegen. Kunt u aangeven in welke mate de voorzieningen getroffen zullen worden door de enorme prijsstijgingen in de sector grond- wegen- en waterbouw. Antwoord: In de jaarrekening is hier nog geen rekening mee gehouden omdat dit niet voldoende 'hard' is om te becijferen. Vertaling vindt plaats bij de risicoparagraaf. Hierin hebben we prijsstijgingen wel meegewogen. Vraag 3 BN&M: Pagina 16 Vraag: De langlopende schulden zijn met 5,4 miljoen afgenomen. Dit vinden wij een goede ontwikkeling maar die lijkt niet het gevolg van bewust beleid. Wilt u hierop ingaan? Antwoord: Dit zijn de reguliere aflossingen conform de begroting 2021 (aflossingsschema met de geldvestrekker en alle leningsovereenkomsten. Er hebben géén extra aflossingen plaatsgevonden. Vraag 4 BN&M: Pagina 165 Vraag: Pagina 165; We vinden het goed om te zien dat in risicoregister de verbonden partijen zijn opgenomen, (pag. 70 bovenaan). Antwoord: Betreft een opmerking.

Vraag 5 BN&M: Pagina 165 Vraag: Lopen de aanbestedingen uiteindelijk niet mee in ratio? Is alles afgedekt? Is het risico “Prijsstijgingen” niet te laag ingeschat? (Waarbij we ons realiseren dat als je vijf deskundigen een risico- uitkomst laat samenstellen, je vijf verschillende uitkomsten krijgt) Antwoord: Indien aanbestedingen rechtmatig worden uitgevoerd zit hierin een gering extra risico. Inschrijvende partijen zullen zelf ook zaken op orde moeten hebben en nakomen. Excessieve prijsstijgingen kunnen mogelijk wel leiden tot een risico. Vraag 6 BN&M: Pagina 167 Vraag: De solvabiliteit is ten opzichte van 2020 weliswaar verbeterd, maar nog steeds onvoldoende volgens de Gelderse normen. Hoe kijkt u daar beleidsmatig tegenaan? Antwoord: De huidige afname van vreemd vermogen en toename van eigen vermogen gaat dit beeld steeds gunstiger maken. Dit kan alleen over meerdere járen plaatsvinden. Ook onze toezichthouder kijkt op deze wijze naar de 'trendlijn' van de solvabiliteit. Vraag 7 BN&M: Pagina 167 Vraag: De grondexploitatie is afgenomen, dus verbeterd maar bent u het met ons eens dat deze nog wel in categorie ‘matig’ moet worden gerangschikt? Antwoord: Het percentage van 230Zo valt in de interval 'matig' (200A-35 0/!)), dus een terechte omschrijving.

2

Gemeente3*. LEUNINGEN

Vraag 8 BN&M: Pagina 192 Vraag: We complimenteren u met de uitgebreide verslaglegging, de heldere staatjes waarin financieel belangrijke informatie is te lezen. Het is wel lastig om in één oogopslag een te zien wat er nu in deze immer groter wordende organisaties omgaat en wat het Beunings aandeel daarin is. Wilt u hiertoe in de volgende jaarrekening een infographic opnemen? Antwoord: De financiële gegevens over de gemeenschappelijke regelingen zijn een (wettelijk) verplicht onderdeel van de jaarrekening. De komende jaarrekening zullen we bekijken hoe we deze verplichte onderdelen compacter en overzichtelijker kunnen presenteren. Uitgangspunt hierbij is dat we zo min mogelijk dubbele informatie verstrekken. Een infographic maakt daar in eerste instantie nog geen onderdeel van uit.

Vraag 9BN&M: Pagina 207 Vraag: Woningen: de prognoses woningaantallen zijn wat ons betreft helder. De capaciteit in het 3e en 4e decennium komt totaal uit op 2.859 woningen. Bij een gemiddelde bezetting van 2 personen (?) komt Beuningen ruim uit op 30.000 inwoners. Jongeren blijven veel langer thuis wonen. Kunt u aangeven welke invloed dit heeft op de prognose? Antwoord: Deze aanname kun je niet zomaar doen. Beuningen heeft ook nog een opgave in de woningbouwverdunning.

Vraag 10 BN&M: Pagina 219 Vraag: In 5 lopende exploitaties (pagina 219)is per saldo voor 8.196k geïnvesteerd (pag. 247: excl. Zandwinning). Het totaaloverzicht ontbreekt vandaar dat onderstaand staatje is toegevoegd gerealiseerd ___________ toekomst verliesvoorziening lasten baten saldo 31-12-2021 prognose 31-12-2021 Hof van Campe -4.248 3.054 -1.194 -902 902 Ecowieck -2.447 121 -2.326 3 Hoge Woerd -4.213 62 -4.151 875 Den Elt -4.202 4.074 -128 -722 722 Asdonck 1.134 -398 -398 0 -15.508 -8.197 1.624 7.311 388 Hierin staan de cumulatieve lasten tot en met 31-12 (inclusief rentekosten) de tot en met 31-122021 gerealiseerde lasten. Hieruit ontstaat het saldo dat in de grondexploitatie reeds is geïnvesteerd. Zoals je ziet komt dit uit op 8,2 miljoen. Daarnaast zijn de prognoses gezet die uit de 5 Grexen zijn berekend. Conclusie is dat er 2 exploitaties verliesgevend zijn, 1 bijna neutraal, en 2 winstgevend. Voor de verliesgevende complexen is verliesvoorziening gevormd, volgens de regels. Van de 2 complexen die positief zouden verlopen (Hoge Woerd en Asdonck) zijn nog weinig opbrengsten gerealiseerd. Gezien de onzeker wordende markt, rente- ontwikkeling, stijgende grond, weg-, en waterbouw kosten, zien wij risico’s. Dit is in lijn met de conclusie op pagina 243, waarin tussen neus en lippen door een verslechtering van 2,1 miljoen wordt genoemd.

Wilt u hierop ingaan? Daarnaast wordt bovenaan een resultaat van 385 miljard aangekondigd. Dit is ongeveer de omvang van de rijksbegroting 2022 dus dat foutje in de tekst moet even gecorrigeerd worden.

3

Gemeenteï*. B euningen

Antwoord: In het algemeen kan worden gesteld: verliezen worden genomen als ze worden geconstateerd, winsten als ze worden gerealiseerd. We hebben tevens woningbouwrisico's benoemd in onze paragraaf weerstandsvermogen en risico beheersing van maximaal č 1.000.000 en verwacht risico C 500.000. Al met al is kortom alles gewogen en meegerekend. Onze accountant is hierin de meest kritische toetser. Uiteraard zullen er altijd nieuwe en aanvullende risico's zijn ontstaan na opmaken van de jaarstukken. In ons huidige proces nemen we u hiermee wederom mee bij behandeling van de meerjarenbegroting 2023-2026. Ook bent u in 2021 uitgebreid tussentijds geïnformeerd over de ontwikkeling van verwachte opbrengsten als het gaat om Hoge Woerd. Tenslotte is de aanduiding miljard inmiddels aangepast in de stukken naar miljoen. Vraag 11 BN&M: Pagina 241 Vraag: De boekwaarde per 31-12-2021 bedraagt 10,7 miljoen. Met andere woorden dit is de investering die wij nog terug moeten verdienen in de komende 14 járen. Vraag: Is de bijdrage van Boskalis over 2021 groot C 1.045.333 al binnen? Antwoord: Ja. Bedrag van C 1,045 miljoen is 5 januari 2022 ontvangen. Zie ook vraag 1. Vraag 12 BN&M: Pagina 241 Vraag: De boekwaarde per 31-12-2021 bedraagt 10,7 miljoen. Met andere woorden dit is de investering die wij nog terug moeten verdienen in de komende 14 járen.

Vraag: In de komende 7 járen 2022 tot en met 2027 dient 6 12.707.331 (de rode bedragen) binnen te komen. Voorziet het college dat dit conform overzicht gaat plaatsvinden? Antwoord: Ja, alle genoemde bedragen zijn kritisch getoetst waaronder de toets op realiseerbaarheid. Vraag 13 BN&M: Pagina 328 Vraag: We merken voor de nadrukkelijkheid op, dat onder de voorraden “onderhanden werken”, groot 16,9miljoen, zowel de boekwaarde van de zandwinning (34,2 miljoen) en de boekwaarde van de 5 grexen (8,2 miljoen) staan. Tezamen 42,4 miljoen onder aftrek van de gevormde verliesvoorzieningen van resp. 23,9mln. voor de zandwinning en 1,6 mln voor de grexen. Antwoord: Betreft een opmerking. Vraag 14 BN&M: Pagina 328 Vraag: We hebben eerder al aangegeven dat een kredietoverzicht ontbreekt, waardoor niet te beoordelen is hoe het staat met de voortgang van de investeringen. De activastaat geeft wel een beetje inzicht maar de voortgang en het oorspronkelijke krediet blijven onzichtbaar. Wilt u hierop ingaan? Antwoord: zie a.u.b. beantwoording van vraag 1 van de vragen uit de Ie ronde. Daarnaast zullen we in de toekomst wel een totaaloverzicht opnemen. Vraag 15 SP: Pagina 165 Vraag: Op de risicokaart staat dat er 150.000 euro wordt meegenomen (S) als risico voor het jaar 2026 (ravijn jaar).

Is dit bedrag voldoende als risicobedrag.? Antwoord: Ten tijde van het opstellen van de risico inventarisatie voor de jaarstukken was dit een normale inschatting om als risico mee te rekenen. Door werkelijke verwerking van deze raming in het jaar 2026 past de toevoeging aan de reserve zich aan naar beneden waardoor er een juist weerstandsvermogen ratio ontstaat. Blijft overeind dat dan de

4

Gemeente8*. LEUNINGEN

afwijking in 2026 en eerder deze omvang van C 150.000 kan bedragen. Vooralsnog voldoende kortom. Vraag 16 SP: Pagina divers Vraag: Coronagelden overzicht kom ik niet in 2021, terwijl dit in 2020 wel er was. Antwoord: Evenals vorig jaar zijn uitgaven voor corona qua exacte omvang niet 1 op 1 aan een product te koppelen. Vandaar deze wijze van informatieverstrekking. Corona gelden zijn in 2021 toegelicht in een afzonderlijke paragraaf samen met de ontwikkeling in Oekraïne. Daarnaast is er melding van gemaakt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Tussentijds bent u geïnformeerd via een informatienota.

Vraag 17 SP: Pagina ? Vraag: NPO gelden in het onderwijs is weinig toegelicht. Ik wil graag meer uitleg, hoeveel is er van die gelden gebruikt? Antwoord: De gelden zijn gereserveerd voor 3 actielijnen, te weten schoolmaatschappelijk werk, meer beweging bij kinderen en tot slot taalstimulering bij (jonge) kinderen. Voor meer informatie verwijzen we naar het collegevoorstel dat u bij de Risem-stukken in week 1 hebt ontvangen. De beschikking ontvingen we pas eind december 2021. In 2021 zijn er derhalve geen middelen besteed. De projecten zijn nu in de opstartfase. Daarnaast mogen we de middelen tot 2025 uitgeven. De termijn is met 2 jaar verlengd Vraag 18 SP: Pagina divers Vraag: Veel opdrachten/projecten blijven liggen terwijl deze al in voorgaande begrotingen waren vastgelegd en krijgen nu nog extra impuls van C 1.097.098. We hopen dat deze met spoed worden opgepakt. Antwoord: Betreft een opmerking. Vraag 19SP: Pagina divers Vraag: Wat hebben we betaald in 2021 aan inhuurpersoneel? De uitvoering van wettelijke taken, de arbeidsmarkt vraagt extra ambtelijke capaciteit. Dat is er niet. Kan het college mee eens dat extra taken door de huidige personeel extra taken kan uitvoeren?. Wordt er rekening gehouden met extra uitgaven? Zo ja welk bedrag? Dit staat ook niet in de perspectief nota.

Antwoord: Een overzicht van de inhuurkosten vindt u op pagina 390.In totaal is E3.165.638 uitgegeven aan inhuur van externen. Extra taken vereisen vaak extra ambtelijke inzet. In de perspectiefnota vindt u op pagina 18 t/m 21 voor welke onderwerpen we extra ambtelijke capaciteit nodig hebben en welke middelen we hiervoor aanvragen. Wanneer vacatures moeilijk in te vullen zijn wordt dit opgelost met externe inhuurkrachten. Vraag 20 CDA: Pagina xx Vraag: Mondelinge vraag in commissie 22 juni jl.: Stand van zaken van de huisvesting Dromedaris. Antwoord: Het college van B&W heeft de bezwaren op de verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting ongegrond verklaard. Stichting Groeisaam gaat als bouwheer verder met de plannen. Het voorlopig ontwerp van de nieuwe school wordt nader uitgewerkt tot een definitief ontwerp.

Gemeentes*. LEUNINGEN

Vraag 21 CDA: Pagina 103 Vraag: Nieuwbouw school de Dromedaris: lopende investering 5.000.000 euro. Besteed in 2021 is 262.082 euro. Vraag waar bestaat de besteding uit? Antwoord: Deze besteding bestaat voornamelijk uit het voorbereidingskrediet dat beschikbaar is gesteld aan stichting Groeisaam. Met het voorbereidingskrediet kan Groeisaam het programma van eisen opstellen, het ontwerp maken, benodigde onderzoeken uitvoeren en aanbestedingswerkzaamheden uitvoeren. Vraag 22 CDA: Pagina 5 Vraag: Het wachten is nog op toestemming voor de tijdelijke huisvesting van de Dromedaris in een noodvoorziening. Stand van zaken tijdelijke huisvesting de Dromedaris? Antwoord: Het college van B&W heeft de bezwaren op de verleende omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting ongegrond verklaard. Stichting Groeisaam gaat als bouwheer verder met de plannen. Vraag 23 CDA: Pagina 11 Vraag: Welzijn en educatie 6 503.145. Om onderwijsachterstanden bij kinderen tot 4 jaar te voorkomen hebben we vanuit het rijk middelen ontvangen. Nog niet alles hiervan is besteed. Waarom zijn deze gelden nog niet besteed? Wanneer worden deze gelden besteed? Antwoord: De kosten voor onderwijsachterstanden bij kinderen tot 4 jaar vormen een onderdeel van het totale programma Welzijn en Educatie.

Anders het bedrag van 0 503.145 heeft niet zozeer betrekking op onderwijsachterstandenbeleid maar op het budget voor openbaar groen/park/plantsoen. Specifiek wat betreft onderwijsachterstanden verwijzen we naar vraag 17 onder het kopje 'Perspectiefnota' voor een nadere uitleg. We verwachten dat we alle gelden in het jaar 2022 besteden. Vraag 24 CDA: Pagina 11 Vraag: Het budget ‘groen ’ en de budgetoverheveling uit het verleden veroorzaakt deze onderschrijding. Er is een planning van werkzaamheden opgesteld die gedekt wordt uit de budgetoverheveling tot en met 2021. Wat is de oorzaak van deze onderscheiding? Antwoord: In dezelfde alinea staat al grotendeels aangegeven waarom er allerlei onderschrijdingen hebben plaatsgevonden. Verder worden op pagina 72 ook nog het e.e.a. toegelicht inzake de restantbudgetten groen. Bij de herfstnota 2022 volgt weer een stand van zaken betreffende de uitvoering van de projecten die begrepen zijn in de reserve budgetoverheveling. Vraag 25 CDA: Pagina 12 Vraag: Programma 5 Omgeving C 2.018.805. Er zijn voordelen behaald door hogere legesinkomsten van C 345.000 door met name incidentele bouwwerken voor energie (zon/wind). Wat moeten we onder bouwwerken voor energie verstaan? Antwoord: Hier worden de zonne- en windparken bedoeld. Vraag 26 CDA: Pagina 10 Vraag: Sisa regelingen geoormerkt budget, totaal 586.481 euro.

Hebben deze regelingen een einddatum waarbinnen deze bedragen moeten worden besteed? Antwoord: Ja, de regelingen hebben specifieke spelregels v.w.b. uitgaven (wat er voor gedaan moet worden) en zijn voorzien van een einddatum.

6

Gemeente

LEUNINGEN

Vraag 27 CDA: Pagina 11 Vraag: De post 'Vorderingen' laat een toename zien van E 4,0 miljoen. Enerzijds zijn (verplichte) uitzettingen 's Rijks Schatkist met E 2,0 miljoen toegenomen, anderzijds is het openstaande debiteurensaldo met E 2,0 miljoen toegenomen. Dit laatste komt met name door de pas eind 2021 gefactureerde bijdrage Zandwinning Beuningse Plas over 2021. Vraag: Kan een toelichting worden gegeven over de gefactureerde bijdrage Zandwinning Beuningse Plas? Waar bestaat deze uit? Waar bestaat het openstaande debiteurensaldo uit? Antwoord: Op pagina 241 wordt een overzicht gegeven van de jaarlijks te ontvangen bijdrage van Boskalis inzake Zandwinning Beuningse Plas. De bijdrage 2021 E 1.045K was pas eind december gefactureerd, maar is al op 5 januari 2022 ontvangen. Vraag 28 CDA: Pagina 148 Vraag: Opbrengst hondenbelasting De werkelijke opbrengst hondenbelasting in 2021 is 243.867 euro. Wat zijn de lasten voor de toezichthoudende taken voor de hondenbelasting? Antwoord: De hondenbelasting is een algemene belastingheffing en niet bedoeld voor specifieke taken. Vraag 29CDA: Pagina 27 Vraag: Tabel reserves en voorzieningen wordt gesproken over Dubieuze Soza-vorderingen. Vraag: Kan in het kort een overzicht van de afgelopen 5 jaar worden verstrekt van het verloop van deze dubieuze vorderingen? Antwoord: Dubieuze Soza-vorderingen 1-jan

Toevoeging Onttrekking

2017

31-dec 676.659

676.659

-30.147

646.512

2019

646.512

-29.120

617.393

2020

617.393

-47.580

2021

569.813

2018

5.877

569.813 575.690

Vraag 30 CDA: Pagina 172 Vraag: COVID -19en de Oorlog in de Oekraïne Er wordt gesproken over risico Covid-19 en de Oorlog in de Oekraïne. De oorlog heeft toch geen effect op het weerstandsvermogen in 2021? Antwoord: Vanuit vaktechnisch oogpunt is ons door onze accountant geadviseerd om deze risico's voldoende toe te lichten. Hierdoor is een aparte paragraaf opgenomen en extra vermelding in de paragraaf weerstandvermogen en risico beheersing. Vraag 31 CDA: Pagina 25-26 Vraag: Gemeentelijke minimabeleid Onder de noemer “Gemeentelijk minimabeleid ” staat dat we afgelopen jaar meer statushouders hebben gehuisvest, deze mensen hebben recht op bijzondere bijstand om hun huis in te richten. Om

7

Gemeente

B euningen

hoeveel statushouders gaat het en wat is het bedrag dat zij ontvangen voor de inrichting van een huis? Antwoord: De taakstelling voor huisvesting van statushouders lag in 2021 voor gemeente op 36. Deze zijn geplaatst en daarmee hebben we voldaan aan de taakstelling. Het bedrag dat zij ontvangen, is afhankelijk van het aantal inwonende kinderen. De hoogte van het inrichtingskrediet wordt met behulp van normbedragen van het NIBUD opgesteld. Vraag 32 CDA: Pagina 290 Vraag: Straatreiniging, begroot bedrag 25000, werkelijke uitgaven 18533 euro overschot is 6467 euro. Is dit bedrag ook gebruikt om het probleem van de ganzenoverlast (uitwerpselen) te reduceren? Antwoord: Er zijn geen specifieke werkzaamheden naast de reguliere werkzaamheden verricht. Vraag 33 CDA: Pagina 298 Vraag: “Diverse gronden ” De kosten voor gronden zijn erg hoog, 277.545 euro wordt hieraan uitgegeven, welke gronden zijn dit en waarom zit dit bedrag eraan vastgekoppeld? Antwoord: Het betreft werkzaamheden voor met name de volgende plannen: Ruyterpark Weurt, Huisartsenpraktijk Winssen, CPO Oude Jongerenschool Winssen, De Linten, Krommehoekstraat en Hutgraaf 2. In de uitgaven zitten begrepen C 40K kapitaallasten en C 136K aan inzet ambtelijke uren. Vraag 34 CDA: Pagina 297 Vraag: Wabo, er is geld betaald voor vergunningen voor het plaatsen van windturbines.

Als de RvS een negatief advies geeft, wordt dit dan terugbetaald? En kan er worden aangegeven hoeveel geld de vergunningaanvraag heeft gekost? Antwoord: Met de ontwikkelaars is een anterieure overeenkomst afgesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt over de kosten van het vergunningstraject Z ruimtelijke procedures. De raad heeft in een eerdere fase van dit traject inzage gehad in deze afspraken. Vraag 35 CDA: Pagina 279 Vraag: MFA Ewijk heeft een afwijking van - 17.064 euro. T.o.v. MFA Beuningen en MFA Weurt opvallend. Wat is de reden van deze afwijking en wat wordt er gedaan om dit te beteugelen? Antwoord: Deze vraag is in de eerste ronde al beantwoord Vraag 36 CDA: Pagina 106 Vraag: VRGZ Hier heeft de gemeente Beuningen bijna 1,5 miljoen aan bijgedragen. Is er een specificatie wat met deze bijdrage is gedaan? Kortom, wat krijgen wij hiervoor? Antwoord: In commissie S&B van 22 juni jl. zijn de jaarstukken, begroting en zienswijze behandeld met alle gewenste informatie en extra informatie. Vraag 37 CDA: Pagina 67 Vraag: Uitgaven bibliotheek zijn gelijk gebleven, zo’n 500.000 euro. De bibliotheek is verhuisd en zit nu bij de Leghe Polder in. Dus er zijn geen huurkosten o.i.d. Hoeveel mensen werken hier, hoeveel boeken worden gekocht, welke projecten worden georganiseerd. Er is geen kostenplaatje te vinden voor de 500.000 euro die hieraan worden uitgegeven.

Waar bestaat deze kostenpost uit? Antwoord: De bibliotheek betaald huur aan de Leghe Polder

8

Gemeente3*. LEUNINGEN

“De bibliotheekvestigingen in Beuningen maken onderdeel uit van de Bibliotheek Gelderland Zuid. Voor de activiteiten van de bibliotheek zie het jaarverslag op https://www.obgz.nl/over-ons/beleid/jaarbericht/jaarbericht2021.html en het strategisch beleidsplan. Bijzondere projecten in Beuningen zijn onder andere Bibliotheek op School, de VoorleesExpress, taalcafé, Universiteit van Beuningen. De bibliotheek is een belangrijke partner in het beleid ter voorkoming en bestrijding van laaggeletterdheid. ” Vraag 38 CDA: Pagina 91 Vraag: Riolering. Hier komt 230Zo meer binnen dan nodig is. Dit gaat naar het rioleringsfonds. Inwoners betalen dus meer dan nodig is. Hoeveel is er nodig voor dit fonds en hoe wordt dit overschot besteed? Antwoord: Dit betreft een egalisatiefonds. De overschotten blijven gereserveerd voor het rioolbeheer. Dit is deels reservering voor toekomstige vervangingsinvesteringen en deels middeling van de noodzakelijke tarieven. In de 2e helft van 2022 zal het nieuwe Gemeentelijk Riool en Waterplan 2023-2027 aan de raad worden aangeboden. Hierin komt het toekomstig verloop van de voorziening en van de heffing zelf uitgebreid aan de orde.

Vraag 39CDA: vervolgvraag Vraag: Gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek (p20 digitale versie): Waarom zijn er nog geen kosten gemaakt in 2021? Zijn er geen gedupeerden van toeslagen, is men er nog niet aan toegekomen of zijn de kosten betaald uit andere middelen? o Antwoord: De gemeente Beuningen zet zich continu in voor de gedupeerden van de toeslagenaffaire. De kosten hiervoor worden in 2022 geboekt, daarom zijn deze niet in 2021 terug te vinden. = > Hoe kan het dat kosten een jaar later geboekt worden? Kosten moeten toch geboekt worden op het moment dat zij zich voordoen? Antwoord: Omdat de hoogte van het bedrag nog niet vaststaat, worden de kosten pas in 2022 geboekt. Vraag 40 CDA: vervolgvraag Vraag: Gemeentelijk minimabeleid (p23 digitale versie): Hoeveel statushouders zijn er meer gehuisvest dan begroot? Ligt dit in lijn met de landelijke norm? o Antwoord: In 2021 bedroeg de taakstelling voor gemeente Beuningen 36. We hebben alle gekoppelde statushouders geplaatst en we hebben daarbij ook een achterstand ingelopen. We voldeden in 2021 aan de taakstelling => Wat is deze achterstand geweest? Hoeveel hebben we ingelopen? Wat is de gemiddelde bijdrage voor het inrichten van hun huis? Antwoord: De achterstand die is ingelopen betrof enkele gezinnen waarvoor woningaanpassingen nodig waren.

Vraag 41 CDA: vervolgvraag Vraag: Samenkracht en burgerparticipatie (p61 digitale): Als er nog niemand is aangenomen, waarom zouden we het budget dan door moeten schuiven? Er zal voor 2022 toch ook al een budget meegenomen zijn? o Antwoord: Omdat er meerjarig geen budget is opgenomen voor de inzet van een participatiecoach, terwijl de inhoudelijke behoefte hieraan onverminderd aanwezig is, wordt voorgesteld om budget over te hevelen. Daarmee kunnen we alsnog de participatiecoach inzetten

9

Gemeente3*. LEUNINGEN

voor het behalen van de gewenste doelen = > Maar we willen iemand aannemen? Dat is dan toch structureel? Antwoord: In aansluiting op het eerder gegeven antwoord: juist omdat er meerjarig geen budget in de gemeentelijke begroting opgenomen was, stellen we voor om budget over te hevelen. Daarmee kunnen we de inzet van een participatiecoach bekostigen. Vraag 42 CDA: vervolgvraag Vraag: MFA 't Hart (p63 digitale versie): Waarom zijn lasten hoger uitgevallen? Door corona is vermoedelijk minder gebruik gemaakt van MFA? o Antwoord: Stichting MFA Ewijk is in 2021 geconfronteerd met een zeer hoge energierekening over het kalenderjaar 2020. Dit komt als gevolg van de problemen met betrekking tot de betreffende installatie. De energierekening is ongeveer C20.000 hoger dan het jaar daarvoor. Besloten is om stichting MFA Ewijk tegemoet te komen in deze extra hoge energierekening voor C 17.000. = > Wat was het totale resultaat van het MFA in 2020? Zoals elke onderneming heeft men mee- en tegenvallers.

Zolang het resultaat positief is, is er geen reden voor de gemeente om extra bij te dragen, toch? Antwoord: Deze vraag is in de eerste ronde beantwoord Vraag 43 CDA: vervolgvraag Vraag: Eerstelijnsloket WMO en jeugd (p65 digitale versie): Hoe groot bedroeg het ontvangen bedrag uit de afrekening van 2020? Waarom zouden we dit ook moeten doorzetten naar 2022? Waarom zijn nog niet alle kosten over 2021 bekend? o Antwoord: Over 2020 is een bedrag ontvangen van C 6.501. Dit bedrag hevelen we niet over naar 2022. Wat betreft de laatste vraag, namelijk het bekend zijn van de kosten over 2021: bij het afsluiten van de jaarrekening was nog niet bekend hoe hoog de diverse afrekeningen precies zouden zijn. Daarom is op basis van de beschikbare informatie een inschatting gemaakt van de bedragen die nog betaald moeten worden. =Aangezien er een voordeel in 2020 was en een incidenteel voordeel vanuit de regionale samenwerking via ROB, betekent dit dat de kosten voor de rest van het programma, waaronder de jeugdbeschermingstafel hoger uitvallen. Het voordeel is immers 53k waarvan we 50k willen overhevelen naar 2022. Antwoord: Betreft opmerking. De genoemde getallen betreft een inschatting, waarbij het uiteindelijk resultaat afhangt van diverse variabelen.

Vraag 44 CDA: vervolgvraag Vraag: Beheer en onderhoud wegen (plll digitale versie): meerjarenbestek elementonderhoud is verouderd (2018-2020) en asfaltonderhoud bijna (2019-2022).Wanneer mogen we een voorstel voor een nieuw bestek voor deze programma's verwachten? o Antwoord: Inmiddels zijn de meerjaren bestekken voor zowel het elementenonderhoud als het asfaltonderhoud geactualiseerd. De nieuwe looptijden zijn 2022-2025. Omdat in 2021 nog met de oude bestekken werd gewerkt zijn deze meerjaren bestekken expliciet benoemd. = > Hebben deze bestekken een gevolg voor de kosten en kwaliteit van ons wegen en stratennetwerk? Antwoord: De kosten van de nieuwe bestekken zijn opgenomen in de gemeentelijke begrotingen. De kosten van de nieuwe bestekken zijn qua orde grote gelijk aan de voorgaande bestekken. De nieuwe bestekken zetten de lijn van de voorgaande bestekken door en zijn gericht op onderhoud en instandhouding van het bestaande wegennet. Over de gehele gemeente gezien zijn daarom geen wijzigingen te verwachten aan de kwaliteit van het wegenareaal.

10

Gemeentes*. B euningen

Vraag 45 CDA: vervolgvraag Vraag: P259 digitale versie: Op de risicokaart staan diverse PM-posten. Wat houdt dit in? Zijn dit feitelijk geen risico's meer of kan men het risico moeilijk bepalen? Als dit laatste het geval is, is het risico dan niet onderschat en het weerstandsvermogen daarmee overschat? o Antwoord: Risico's zijn moeilijk te bepalen, mogelijk latent aanwezig en als het zich voordoet is de omvang onzeker. Ze staan er nog op om te duiden dat dit risico nog wel gemonitord wordt. Weerstandsvermogen is daarmee niet onder- of overschat maar juist realistisch geschat. Maar dan moeten we aangeven dat het risico op dit moment 0 is, toch? PM betekent dat we het nog niet hebben kunnen bepalen en meer informatie nodig is. Antwoord: De werkwijze in de kaart is dat toekennen van een bedrag van C 0 ook toekennen van een waarde is. Dit weten we niet dus vandaar PM. Eens met u dat we het nog niet kunnen bepalen. Vraag 46 GroenLinks: Pagina 29 Vraag: Versterking sociaal team We horen dat de gemeente herkent dat de AVG het handelen naar signalering bemoeilijkt. Heeft Beuningen dit in 2021 op de doelstelling één gezin - één plan gedachte ervaren? Antwoord: We herkennen in de dagelijkse praktijk dat de AVG eisen stelt die soms als belemmerend ervaren kunnen worden.

We zien dat dit op verschillende niveaus speelt: zowel met externe partners als intern zien we dat we een balans moeten zoeken tussen enerzijds de bescherming van persoonsgegevens en anderzijds de noodzaak om soms ten behoeve van het welzijn van een inwoner gegevens te delen. Zo zien we bijvoorbeeld dat het soms complex is om gegevens rondom inkomen te delen wanneer er een zorgvraag speelt. Vraag 47 GroenLinks: Pagina 39 Vraag: Tabel. Als we over de regio die extra kosten herverdelen, waarom blijft er dan voor Beuningen een bedrag over en waarom staan er twee bedragen? Waarom wordt niet alles herverdeeld? Zijn er kosten die niet in die herverdeling zijn betrokken? Wat betekent 'naar rato’: is dat gebaseerd op aantal inwoners, aantal jongeren, o.i.d.? en anderzijds Antwoord: We hebben enerzijds de kosten voor de jeugdhulpproducten hebben we een verevening voor een selectie van de jeugdhulpproducten. Dat verklaart waarom we twee afwijkingen apart verantwoorden. De verevening is van toepassing op de budgetten voor jeugdhulp met verblijf en de landelijk gecontracteerde jeugdhulp. Daarbij gelden diverse voorwaarden waar gemeenten aan moeten voldoen. De verdeling naar rato wil zeggen dat de kosten verdeeld worden over de gemeenten naar rato van het aantal jeugdigen op 1 januari van het betreffende jaar.

Vraag 48 GroenLinks: Pagina 44 Vraag: Waarom ligt de nadruk van het verslag op dat mensen zelfredzaam moeten worden gemaakt? Waarom ligt de nadruk niet op ondersteunen/hulpverlening? Antwoord: Als college zien we nadrukkelijk de noodzaak en het belang van ondersteuning. Dat neemt echter niet weg dat de wettelijke opgave gelegen is in het 'bevorderen van zelfredzaamheid' en de ondersteuning is daarom op dat doel gericht. Uiteraard houden we

ll

Gemeente3*. LEUNINGEN

daarbij oog voor datgene wat een inwoner nodig heeft en is de verwachte mate van zelfredzaamheid afhankelijk van de individuele inwoner. Vraag 49 Groenlinks: Pagina 66 Vraag: Doorlopende leerlijn. Waarom gaat het hier specifiek over het blaas- en slagwerk? Is dat voorbeeld of is dat beleid? Antwoord: In het beleid muziekonderwijs in Beuningen 2015 is naar aanleiding van de beëindiging van muziekschool De Stroming het muziekonderwijs op de basisscholen uitgebreid en versterkt en een verbinding gelegd met de bestaande (groeps)muzieklessen bij de drie Beuningse muziekverenigingen die zich vooral richten op het blaas-en slagwerk. Voor de te verschijnen uitvoeringsinstanties kunst, cultuur en erfgoed onderzoeken we of de overkoepelende muziekverenigingen ook lessen in andere instrumenten kunnen aanbieden. Vraag 50 Groenlinks: Pagina 67 Vraag: Waarom staat de skatevoorziening onder het kopje spelen en niet onder sport? Antwoord: Het betreft een speelvoorziening die niet of niet primair is gericht op (professionele) sportbeoefening. Vraag 51 GroenLinks: Pagina 79/81/190 Vraag: Omgevingswet. Zijn we klaar voor de omgevingswet? Antwoord: We zijn op dit moment nog zaken in orde aan het maken. Onze verwachting is dat we op de datum van inwerkingtreden alle taken kunnen uitvoeren Vraag 52 GroenLinks: Pagina 80 Vraag: Voor wie willen we bouwen.

Kunt u de termen 'in ieder geval', 'voldoende' en 'betaalbaar' nader specificeren? Antwoord: Betaalbaar is: Sociale huur tot liberalisatiegrens (C763), Midden huur tot C1000 Goedkope koop tot C250.000, Betaalbare koop tot C355.000 (NHG-grens). Vraag 53 GroenLinks: Pagina 96/97 Vraag: Beleidskaders. Deze beleidskaders zijn op een enkele na verlopen. Kunnen we hiernaast een lijst van de planning van updates krijgen? Antwoord: Bij de begroting 2023 - 2026 wordt de lijst weer geactualiseerd en/ of aangegeven wanneer het gepland staat. Vraag 54 GroenLinks: Pagina 97 Vraag: Tabel Verplichte indicatoren. Wat betekent die 108,40 0Zo hernieuwbare elektriciteit? Wat is het uitgangspunt (is datl00 07o)? Wat wordt er precies berekend in deze tabel? Hoe moeten we deze interpreteren? Antwoord: Het aandeel duurzame elektriciteit is wat in onze gemeente geproduceerd wordt ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik van huishoudens. Dus 108,4 0Zo van de elektriciteitsvraag door particuliere huishoudens wordt door middel van duurzame elektriciteit opgewekt.

12

Gemeente2*. B euningen

Vraag 55 Groenlinks: Pagina 104 Vraag: Heeft de gemeente een rol bij de controle en handhaving op rookmelders? Antwoord: Bij het gemeentelijk vastgoed zorgen wij inderdaad voor de controle op de rookmelders. Vraag 56 Groenlinks: Pagina 111 Vraag: Digitalisering en Huis van de gemeente. “Komende járen staat nog meer in het teken van verregaande digitalisering' Gaat dat ten koste van de persoonlijke, niet-digitale dienstverlening? Antwoord: We sturen zoveel mogelijk op digitaal maar we kiezen wel bewust op welk moment we welk kanaal inzetten. We gaan uit van het principe ‘online waar het kan en persoonlijk waar het moet’. Dit uitgangspunt is tevens in het 'digitaal ontwikkelingsplan' geformuleerd. Vraag 57 GroenLinks: Pagina 191 Vraag: Kan het woord 'compleet' worden toegevoegd aan de zin: “En blijven persoonlijke kanalen en gedrukte media om zo iedereen compleet op de hoogte te houden. ” Antwoord: Bedankt voor uw suggestie. Het staat u vrij om via een amendement tekstuele wijzigingen aan te brengen in de jaarrekening. Vraag 58 GroenLinks: Pagina 138 Vraag: In hoeverre zijn die bedrijventerreinen nu al toekomstbestendig? Kunt u ons een lijstje verschaffen van de 'diverse knelpunten die zijn opgelosť? Zijn er nog knelpunten over die moeten worden opgelost? Antwoord: De toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen vraagt nu en in de toekomst om onze inzet en maatregelen.

Toekomstbestendig zien wij als een brede aanpak: energiebesparingen in de bedrijfsvoering van gevestigde bedrijven, verduurzaming van bedrijfspanden, een goede en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. De in 2021 opgeloste knelpunten hebben betrekking op de openbare ruimte op De Sluis. Deze zijn uitgevoerd na een terreinschouw in het kader van het 'Keurmerk Veilig Ondernemen'. - aanpak verzakking bestrating op enkele plekken - herstelwerkzaamheden asfalt op enkele plekken - herstel/vervangen kapotte paal - aanpak putkoppen in de openbare weg, zodanig dat putranden gelijk kwamen te liggen met het asfalt Daarnaast wordt het riool in de Scheidingsweg/Th. van Heereveldstraat vernieuwd (inclusief ontkoppelen afvoer regen- en kwelwater). Urgente knelpunten in de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte van de bedrijventerreinen doen zich momenteel niet voor. Op basis van voortschrijdende inzichten zal daar in de toekomst in worden geïnvesteerd. In de komende járen stimuleren wij de verduurzaming van bedrijfspanden, zoals de aanleg van zonnepanelen op daken. Vraag 59 GroenLinks: Pagina 153 Vraag: Overzicht kwijtscheldingen. Waarom komen de cijfers uit de verschillende tabellen (kwijtscheldingen) niet overeen?

13

Gemeente

B euningen

Antwoord: Op pagina 23 staat in de tabel bij 'kwijtschelding lokale lasten' een bedrag verantwoord van 137.889.Op pagina 153 staat bij kwijtscheldingen een bedrag verantwoord van 128.000. Eerstgenoemde tabel geeft álle kosten weer. De kwijtgescholden bedragen, maar ook de uitvoeringskosten. Laatstgenoemde geeft alleen de kwijtgescholden bedragen weer. Dat verklaart het verschil. Vraag 60 GroenLinks: Pagina 191 Vraag: Waarom staat bewonersbetrokkenheid onder communicatie? Waarom is er in het verslag geen (apart) hoofdstuk over participatie? Antwoord: De jaarrekening volgt de indeling van de begroting. In de begroting is geen apart hoofdstuk over participatie dus kunnen we dit onderdeel daar ook niet onder plaatsen. Vraag 61 GroenLinks: Pagina 220 Vraag: Waarom wordt hier de term 'kan verhoogd worden' gebruikt? Wat wordt hier precies bedoeld? Antwoord: Betreft spreektaal. Hoort te zijn 'wordt'. We nemen dit mee als aandachtpunt voor toekomstige rapportages. Vraag 62 BN&M: Mondeling Vraag: Is er een overzicht van investeringen en voortgang in de jaarrekening en perspectiefnota? Antwoord: In de jaarrekening zijn onder de betreffende programma ’s: programma's/ overige gegevens/ lopende investeringen de lopende investeringen opgenomen. Dit geldt voor programma's 3,4,5 en 7. Dank voor het antwoord.

Wij zouden het op prijs stellen een totaaloverzicht van investeringen te krijgen waarin het verloop van de investering duidelijk wordt. Antwoord: zie antwoord vraag 14. Vraag 63 BN&M: vervolgvraag Vraag: Vraag 5 BN&M Pagina 27. tabel verplichte indicatoren: het absolute aantal personen is niet genoemd omdat er kennelijk een vergelijking met Nederlandse cijfers moet worden gemaakt. Dat is vervelend omdat het zo te abstract blijft. Vraag bij aantal personen met en bijstandsuitkering: klopt het dat we in Beuningen per 1 januari 2022 plm. 625mensen met een bijstandsuitkering hebben? Antwoord: Nee, dit klopt niet. In de tabel facultatieve indicatoren kunt u in de 4de rij het aantal uitkeringen terugvinden. Op 31 december 2021 zijn er 408 personen met een bijstandsuitkering. Dit aantal is lager dan het landelijke gemiddelde. Dank voor het antwoord. Niet die vergelijking met Nederlandse cijfers per duizend inwoners zegt ons iets maar juist de Beuningse aantallen. Antwoord: Betreft opmerking. Vraag 64 BN&M: vervolgvraag Vraag 6: BN&M Pagina 27. tabel verloop reserves en voorzieningen: wat moeten wij verstaan onder dubieuze SOZA-vorderingen? Antwoord: Deze vorderingen bestaan uit fraude vorderingen, krediethypotheken, leenbijstand en terugvordering van voorschotten. Dit zijn vorderingen die we hoogstwaarschijnlijk niet (volledig) terugontvangen.

Hier houden we rekening mee in onze financiële huishouding.

14

GemeenteS* LEUNINGEN

Van een kale kikker kun je geen veren plukken, dat is zeker. Maar kunt u een beeld geven van de wijze waarop het invorderingsbeleid in deze gevallen gestalte krijgt? Antwoord: Dit is maatwerk per openstaande vordering. Vraag 65 BN&M: vervolgvraag Vraag 7: BN&M Pagina 33. Eerste alinea laatste zin: Hoe werkt het maken van een actieve verbinding tussen straatcoaches en contactpersonen van het Sociaal Team en het Beuningse netwerk rondom jeugdigen? Is er een overlegtafel of zo? Zijn de afspraken vastgelegd? Om hoeveel jongeren gaat het? Antwoord: Er is een jeugdgroepenoverleg waarin afhankelijk van de actuele ontwikkelingen op dat moment afgestemd wordt met ketenpartners uit het veld, zoals het Sociaal Team, politie en anderen. Het aantal jongeren varieert. Er is een jeugdgroepenoverleg. Zal zeker zo zijn dat het aantal besproken jongeren varieert maar wilt u een bandbreedte aangeven? Hoeveel jongeren worden minimaal en hoeveel maximaal besproken. En worden dossiers afgesloten? Het doel mag duidelijk zijn: we willen een helder beeld hebben én houden van de inspanningen in relatie tot de groep jongeren die bereikt wordt. Antwoord: Er worden in het jeugdgroepenoverleg geen individuele gevallen besproken, het gaat echt om groepen. Op dit moment is het redelijk rustig wat betreft jeugdgroepen. Dit komt mede door het jeugdgroepenoverleg waarin signalen tijdig besproken kunnen worden.

Vraag 66 BN&M: vervolgvraag Vraag 8: BN&M Pagina 33. eerste bullit: hoeveel gezinshuizen zijn er nu en kan het college aangeven hoe deze gezinshuizen zijn aangesloten op de voorzieningen zoals het kindpakket? Dit in verband met problemen de zijn geconstateerd bij de aanmeldprocedure voor het kindpakket en bij de balie van de gemeente? Antwoord: Aantal gezinshuizen: op dit moment hebben we contact met vier gezinshuizen. Pleegzorggezinnen kunnen gebruikmaken van het kindpakket. Bij gezinshuizen is maatwerk mogelijk Wij hebben niet gevraagd met hoeveel gezinshuizen u contact heeft maar hoeveel gezinshuizen er zijn. Bedoeling is niet dat u gezinshuizen eindeloos laat vragen om maatwerk, maar dat u pro actief maatwerk levert. Kunt u dat toezeggen? Antwoord: We hebben in de tariefstelling al rekening gehouden met kosten voor voorzieningen uit het kindpakket. We onderhouden goede contacten met de gezinshuizen en daarin bespreken we ook de stand van zaken rondom de voorzieningen uit het kindpakket. We signaleren daarin de knelpunten en indien nodig, leveren we maatwerk. Daardoor voorkomen we - om met uw woorden te spreken - dat 'gezinshuizen eindeloos om maatwerk moeten vragen'. Vraag 67 BN&M: vervolgvraag Vraag: BN&M Pagina 33.

tweede bullit: wat wordt bedoeld met capaciteitsfinanciering binnen het VSO? Kan dat financiële gevolgen hebben voor Beuningen? Antwoord: Met capaciteitsfinanciering in het onderwijs bedoelen we dat we jeugdhulpmiddelen samenvoegen met middelen voor het passend onderwijs om op die manier tot een jeugdhulp- en onderwijsaanbod binnen de klas te komen. In algemene zin geldt dat de capaciteitsfinanciering ervoor zorgt dat er minder beroep gedaan wordt op individuele voorzieningen. Het voordeel is dat we van tevoren weten wat de gemeentelijke bijdrage gaat zijn.

15

d*.

Gemeente

B euningen

BN&M is natuurlijk voorstander van efficiënte aanpak van problemen bij onze jeugd en jongeren. Dus samenwerking “in de klas”, gefinancierd vanuit twee geldstromen, is prima. Het antwoord is echter onduidelijk. U voegt middelen uit twee geldstromen samen en hoopt dat daardoor minder beroep op individuele voorzieningen wordt gedaan. Kunt u aangeven in hoeverre dit resultaten oplevert? Immers, een beroep op individuele voorzieningen kan ook dan niet worden uitgesloten, of wel? Hoe kunt u dan zeggen dat u van tevoren weet hoe hoog de gemeentelijke bijdrage zal zijn? Antwoord: Wat betreft uw laatste vraag: we maken met betrokken partijen afspraken over het gemeentelijke aandeel in de capaciteitsfinanciering. In dat opzicht weten we vooraf hoe hoog de gemeentelijke bijdrage zal zijn. Wat betreft de samenloop met individuele voorzieningen: delen van de gemaakte afspraken met betrokken partijen gaan over de aard en intensiteit van de geboden ondersteuning. Door daar heldere afspraken over te maken, voorkomen we dat individuele voorzieningen ingezet worden voor die specifieke ondersteuning. Uiteraard kan het nog steeds zijn dat de betreffende leerlingen ook nog een andere individuele voorziening ontvangt, maar dat ziet dan op de situatie dat een leerling meer en andere ondersteuning nodig heeft dan de ondersteuning die via de capaciteitsfinanciering georganiseerd wordt.

In dat opzicht zien we dus resultaat door de inzet van capaciteitsfinanciering binnen het VSO. Vraag 68 BN&M: vervolgvraag Vraag: 10: BN&M Pagina 35. vierde alinea: hoeveel Beuningse jongeren zijn als vsv-er aangemerkt? Antwoord: We kenmerken niet vooraf wie er uitvalt. Er is een groot verschil tussen de VSVpercentages op het vo en mbo. In het vo is het percentage ca 0,40, zowel in de regio Nijmegen als in Nederland. Voor Beuningen 2020-2021 zaten we op 0,37 (5 jongeren). Voor het mbo is dit 5,0 (Nederland) tot 5,40 (regio Nijmegen). Voor Beuningen was dat in 2020-2021 3,86 (25jongeren). Deze aantallen kunnen jaarlijks fluctueren. (Bron: VSV- scanner) Natuurlijk kenmerkt u niet vooraf wie er uitvalt. Dat was niet de vraag dus deze opmerking is onnodig. Het was ons ook bekend dat er een groot verschil is tussen VSV in het VO en MBO. Prettig dat u absolute aantallen noemt. Dat geeft houvast. Het aantal Beuningse vsv-ers in MBO lijkt met 25 niet hoog door de vergelijking met Nederlandse cijfers. Maar wij willen helemáál geen vsv-ers. Weet u hoe het met deze jongeren gaat? Hoe zorgt u dat ze weer aan leer- en werktrajecten meedoen. Heeft u enig idee over de successen die u daarbij boekt? Antwoord: Wat betreft de samenloop met individuele voorzieningen: delen van de gemaakte afspraken met betrokken partijen gaan over de aard en intensiteit van de geboden ondersteuning.

Door daar heldere afspraken over te maken, voorkomen we dat individuele voorzieningen ingezet worden voor die specifieke ondersteuning. Uiteraard kan het nog steeds zijn dat de betreffende leerlingen ook nog een andere individuele voorziening ontvangt, maar dat ziet dan op de situatie dat een leerling meer en andere ondersteuning nodig heeft dan de ondersteuning die via de capaciteitsfinanciering georganiseerd wordt. In dat opzicht zien we dus resultaat door de inzet van capaciteitsfinanciering binnen het VSO. Vraag 69BN&M: vervolgvraag Vraag 11: BN&M Pagina 36. u onderzoekt mogelijkheden voor een expertisecentrum voor het jonge kind om te voorkomen dat kinderen doorstromen naar het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs in de regio. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt toch primair bij het onderwijs. Kunt u aangeven wat uw bemoeienis hierbij is? Antwoord: We werken samen met het onderwijs vanuit onze verantwoordelijkheid om jeugdhulp en passend onderwijszorg goed op elkaar aan te laten sluiten. De algemene landelijke roep is om deze

16

Gemeente3*. B euningen

samenwerking te intensiveren en om nog meer naar de algehele context van het kind of de jongere te kijken. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte in het onderwijs maken nu ook al gebruik van diverse vormen van jeugdhulp. De jongeren die uitvallen uit het onderwijs komen vaak bij intensieve jeugdhulp terecht, waarbij de kosten vele malen hoger zijn. Bij het jonge kind kan via de juiste inzet van hulp gezorgd worden dat jongeren binnen inclusief onderwijs mee kunnen blijven doen. Dit voorkomt doorstroom naar speciaal (basis) onderwijs of gebruik van dure jeugdhulpvormen. Hiervoor werken we al langere tijd samen met het Samenwerkingsverband Stromenland en de scholen van Groeisaam en de Montijn en Kinderopvang Kion en BeideHandjes (Kindcentra) in onze gemeente en andere zorgpartners. Dank voor dit uitvoerige antwoord. U heeft, zoals uit uw antwoord blijkt, al een goede samenwerking. Wat kan een expertisecentrum als nieuwe loot aan de al zo drukbezette stam van organisaties en samenwerkingsverbanden daar dan nog aan toevoegen? En wordt zo’n expertisecentrum dan gefinancierd door onderwijs en deelnemende gemeenten samen? Wilt u in overweging nemen dit regionaal aan te kaarten en ons over de regionale reactiesop dit idee te berichten? Antwoord: We werken inzake de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs met diverse partijen samen.

In dat kader onderzoeken we dan ook hoe een expertisecentrum kan helpen om te voorkomen dat kinderen doorstromen naar speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. De punten die u daarbij benoemt, waaronder de financiën, maar ook de aansluiting op al bestaande structuren nemen we in dat onderzoek mee. Vraag 70 BN&M: vervolgvraag Vraag 12: BN&M Pagina 37. onder 1: Kunt u aangeven of de gemeente financieel wordt gecompenseerd voor de financiële gevolgen van de Gelderse verbeteragenda- afspraken, gelet op het feit dat u aangeeft dat hierdoor de opdracht voor de sociale wijkteams/ lokale teams gaat veranderen? Antwoord: De Gelderse verbeteragenda gaat over de vernieuwing van jeugdbescherming. Er moet nog een landelijk besluit genomen worden en dat heeft ook implicaties voor de financiering. Wel starten we met proeftuinen en daarvoor zijn vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld. We weten dat de Gelderse verbeteragenda gaat over vernieuwing van de jeugdbescherming na het debacle van een decentralisatie met onvoldoende middelen. Onze vraag betreft de zorg dat we opnieuw worden opgezadeld met extra kosten als gevolg van onvoldoende compensatie door het Rijk. Kunt u daar iets over zeggen? Antwoord: De opgave op het domein van de jeugdhulp is groot, ook in financieel opzicht.

Het Rijk heeft wel extra middelen voor de jeugdhulp beschikbaar gesteld, maar daar is nadrukkelijk de doelstelling aan verbonden dat gemeenten daarmee tot omvormingen binnen de jeugdhulp komen die vanaf 2026 een neerwaarts effect hebben op de totale kosten die gemeenten maken voor de jeugdhulp. De vraag is vooralsnog onzeker in hoeverre de diverse voorgenomen maatregelen tot besparingen gaan leiden. Nog los van de inhoudelijke vragen blijft staan dat in financieel nog niet alles duidelijk is en mede afhangt van besluitvorming op landelijk niveau. In dat opzicht blijft er sprake van financiële onzekerheden. Vraag 71 BN&M: vervolgvraag Vraag: BN&M Pagina 40. tabel indicatoren: we missen in deze tabel opnieuw de absolute aantallen waardoor het staatje een totaal abstract beeld geeft. Graag aanvullen met aantallen.

17

GemeenteSs. LEUNINGEN

Antwoord: De indicatoren zijn in percentages opgenomen zodat vergelijking met landelijke cijfers mogelijk. In uw antwoord negeert u de met deze vraag uitgedrukte behoefte, om een deugdelijke indruk te krijgen van de Beuningse omvang van de situatie. Vergelijking met landelijke cijfers is aardig, maar zegt helemaal niks over hoe we de absolute aantallen in Beuningen ervaren. We willen dus de absolute aantallen zien die op Beuningen betrekking hebben en we willen die kunnen vergelijken met de Beuningse absolute aantallen van voorgaande járen. Graag reactie. Antwoord: Het betreft een landelijke en een verplichte indicator die in procenten wordt weergegeven op basis van definities zoals het CBS die hanteert. Het aanpassen van deze indicatoren valt buiten onze bevoegdheden als gemeente. Vraag 72 BN&M: vervolgvraag Vraag 14: BN&M Pagina 41. onder Toekomst Sociaal Domein: u geeft aan te zijn gestart met een aanvullende inventarisatie en analyse hoe de kosten zich over de afgelopen járen hebben ontwikkeld en welke inhoudelijke oorzaken daaraan ten grondslag liggen.

Wilt u bij deze analyse ook doelmatigheid van structuur, werkwijzen en aanpak als analysepunten betrekken? Antwoord: Wij werken bij de inrichting van ons systeem continu via de pijlers toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid en in die zin betrekken we de onderdelen zoals de werkwijze en aanpak en daarmee ook de doelmatigheid van de structuur zowel op lokaal als (boven)regionaal niveau. Dit doen we ook samen met het Regionaal Ondersteunings Bureau en dit blijft een dynamisch proces dat ook continu doorloopt. Dank voor uw antwoord. Prima dat u werkwijze, aanpak en doelmatigheid structuur continue tegen het licht houdt. U schrijft dat uw analyse een dynamisch proces betreft dat continue doorloopt. Mogen we daaruit de verwachting hebben dat u de raad periodiek informeert over de uitkomsten van uw analyses van toegankelijkheid, kwaliteit, betaalbaarheid en daarmee ook van werkwijzen, aanpak en doelmatigheid? Antwoord: Als college rapporteren we periodiek over de voortgang in het Sociaal Domein. De door u genoemde onderdelen maken daar onderdeel van uit. Vraag 73 BN&M: vervolgvraag Vraag 16 BN&M Pagina 46. onder Mantelzorg: nog onlangs is weer de aandacht gevestigd op de druk waaronder mantelzorgers gebukt gaan. We geven wel een beetje hulp maar horen graag van u hoe u deze structurele overbelasting zou willen aanpakken vanuit gemeentelijk perspectief.

Antwoord: we herkennen dit probleem, we benutten de beperkt mogelijkheden die we hierin als gemeente hebben zoals bijvoorbeeld met de inzet van respijtzorg. Dank voor uw antwoord. U benut de beperkte mogelijkheden die u heeft maar we vroegen naar mogelijkheden om deze structurele overbelasting aan pakken. We pleiten voor een gesprek tussen raad en college over deze materie, op zoek naar die mogelijkheden. Antwoord: Betreft een opmerking. Als college zijn we daartoe bereid. Vraag 74 BN&M: vervolgvraag Vraag 17: BN&M Pagina 47. onder Sociaal Team Beuningen, De Beuningse aanpak is de afgelopen járen exemplarisch geweest voor de manier waarop je als gemeente succesvol met de decentralisaties kunt omgaan. Daarbij is de directe sturing vanuit het gemeentehuis een cruciale factor geweest. Bij complexe casuïstiek is dit temeer van belang omdat daarbij ook vaak een bijdrage nodig is vanuit andere

18

Gemeente3*. B euningen

gemeentelijke disciplines zoals veiligheid en sociale zaken. Kunt u aangeven waarom u juist dit aspect nu overhevelt naar het sociaal team? Antwoord: Met de inzet van meer procesregie binnen het Sociaal Team bewerkstelligen we juist nog meer de sturing op complexe casuïstiek, ook daar waar het gaat om trajecten die een relatie hebben met veiligheid en sociale zaken en andere (externe) partners. Betekent uw antwoord dat de gemeente zich minder gaat bezighouden met procesregie? Op welke aspecten heeft de gemeente dan nog zelf de regie? Wie zorgt nog voor de interne coördinatie? En wordt die op deze manier niet ingewikkelder? Kunt u ons met een stroomschema duidelijk maken hoe de lijnen lopen na implementatie? Antwoord: Nee, de voorgenomen wijziging leidt juist tot meer procesregie door het Sociaal Team. Daarmee beogen we een betere sturing op het proces, zeker in het geval van complexe casuïstiek. U vraagt om een stroomschema. Als college zouden we voor willen stellen om bij de eerstvolgende update over de voortgang binnen het Sociaal Domein nadrukkelijk aandacht te besteden aan de dóórontwikkeling van het Sociaal Team en het voeren van procesregie. Vraag 75 BN&M: vervolgvraag Vraag 18: BN&M Pagina 76en 77. tabel lopende investeringen: u bent voornemens om de toplaag kunstgrasvelden bij enkele velden te vervangen in 2022 en 2023.

Verdient het aanbeveling deze vervanging in een keer aan te besteden en daarmee prijsvoordelen te realiseren? Antwoord: Indien de sportvelden op basis van de inspectierapporten in hetzelfde jaar vervangen moeten worden kijken we voordelig is om de vervanging samen aan te besteden. Als dit het geval is dan zullen we hierover met de betreffende sportverenigingen in overleg treden en tot uitvoering brengen. Het antwoord is niet duidelijk. Daarom de vraag of u bedoelt dat u velden zoveel mogelijk gezamenlijk vervangt wanneer daardoor schaalvoordelen zijn te behalen? Dus ook wanneer een veld pas een jaar later in de boeken staat voor vervanging? Antwoord: Indien dit binnen de inkoopregels kan en er een voordeel op kan worden behaald dan wordt dit zeker gedaan. Vraag 76 BN&M: vervolgvraag Vraag 19:BN&M Pagina 84. onder 7. Klimaatadaptatie: We horen graag of u in de komende periode een specifieke rol voor de komgronden wilt uitwerken in het kader van ecologie, klimaatadaptatie, duurzaamheid en natuurontwikkeling/ C02 bestrijding. Antwoord: Dank u voor deze interessante vraag maar deze is niet technisch passend bij de jaarrekening. U kunt uw vraag stellen in een reguliere commissievergadering. Dank voor het compliment. We zullen deze vraag schriftelijk stellen. Antwoord: Betreft een opmerking Vraag 77 BN&M: vervolgvraag Vraag 20 : BN&M Pagina 87.

tabel wegbermen en sloten: we horen graag of u dit product in het vervolg klimaat-adaptief wilt realiseren, dat wil zeggen bijvoorbeeld niet alleen aandacht voor A- en B- watergangen maar ook voor C- watergangen en herstel van door menselijk ingrijpen verloren gegane watergangen. Antwoord: Dit is geen technische vraag passend bij de jaarrekening. U kunt uw vraag stellen in een reguliere commissievergadering. We zullen deze vraag schríftelijk stellen.

19

Gemeente

B euningen

Antwoord: Voor A- en B watergangen geldt, op basis van de waterschap verordening, een onderhoudsplicht voor aangrenzend perceeleigenaren. Voor C-watergangen geldt een instandhoudingsplicht. De gemeente Beuningen geeft daar uitvoering aan. Ook particuliere eigenaren, van de watergang en/of aangrenzend perceel, hebbe n een instandhoudingsplicht. Het Waterschap ziet hier op toe. Klimaatbestendigheid wordt bij alle gemeentelijke projecten en ontwikkelingen meegenomen als belangrijk aandachtspunt. ” Vraag 78 BN&M: vervolgvraag Vraag 23: BN&M Pagina 104 en 105. onder Wat hebben we bereikt: Focus op enkele prioriteiten is mooi maar we missen aandacht voor de reguliere leefbaarheid en veiligheid. We vragen ons af of de veiligheidsfunctionarissen/ boa’s nog in contact zijn met de mensen in de dorpen. Antwoord: Onze boa’s zijn zeker in contact met onze inwoners en bedrijven. Er is geen duidelijkheid over de inzet van de Boa’s over de verschillende prioriteiten. Het lijkt erop dat ondermijning alle aandacht vraagt en dat er dus geen aandacht meer gegeven kan worden aan de reguliere leefbaarheid en veiligheid (en de daarbij passende handhaving) in de dorpen. Wij verzoeken u ons deze duidelijkheid te geven aan de hand van de verschillende producten/ prioriteiten die zijn vastgesteld.

Daarbij bedoelen we niet een algemene beschrijving maar gewoon: welke uren zijn gaan zitten in welke prioriteit. Antwoord: Het college heeft een prioritering aangebracht in de taken van de Boa’s . De afgelopen 2 járen hebben voornamelijk in het teken gestaan van de handhaving inzake corona. Het college gaat samen met de toezicht- en handhavingsvisie van VTH taken de prioritering van de Boa’s opnieuw onder de loep nemen Vraag 79BN&M: vervolgvraag Vraag 24: BN&M Pagina 104 en 105. er zou een nota handhaving worden gepresenteerd maar die is er helaas nog steeds niet. Er wordt ook geen verantwoording over gegeven. Antwoord: De beleidsregels handhaving zijn een bevoegdheid van het college, we begrijpen de behoefte aan inzicht en verantwoording over het uitgevoerde handhavingsbeleid aan de gemeenteraad. Hier gaan we komend jaar invulling aan geven en komen met een voorstel daartoe naar uw raad. Dit betreft de twee sporen APV en VTH. Het antwoord is onduidelijk. Waar staat dat beleidsregels Handhaving een verantwoordelijkheid zijn van het college? En wat zijn beleidsregels? Dat zijn toch de regels die voortvloeien uit een beleidsplan? Wij hebben het over een beleidsplan handhaving dat vanuit algemene inzichten over ontwikkelingen in de Beuningse samenleving tot richtinggevende uitgangspunten komt voor de inrichting van beleidsregels bij specifieke onderdelen.

Een beleidsplan handhaving is naar onze mening de bevoegdheid van de raad. Graag reactie. Antwoord: Beleidsregels geven invulling aan de uitvoering van een bevoegdheid. De bevoegdheid tot handhaving ligt bij het college van B&W (artikel 125 Gemeentewet). Het beleid van de gemeente Beuningen geeft kaders bij aanpak van overtredingen en afwegingen bij het gebruik van handhavingsinstrumenten. Vraag 80 BN&M: vervolgvraag Vraag 26 : BN&M Pagina 136. tweede alinea laatste zin: mooi, het voornemen voor een plan t.b.v. de Klef. Vindt u ook niet dat dit plan niet alleen vanuit economisch gezichtspunt moet worden opgezet maar juist vanuit de ambitie dat het een plein voor het hele dorp moet worden? Antwoord: Dit is een beleidsinhoudelijke vraag die u kunt stellen bij de perspectiefnota of een reguliere commissievergadering.

20

Gemeente3*. LEUNINGEN

We zullen deze vraag schríftelijk stellen. Antwoord: Betreft een opmerking.

21

Gemeenteg*.B euningen

Vraag 81 BN&M: vervolgvraag Vraag 29:BN&M Pagina 158. tabel leges omgevingsvergunning: het lijkt ónmogelijk om bij kostendekkende tarieven geld over te houden op leges. Hier is echter sprake van een grote mééropbrengst. We nemen aan dat dit beeld anders wordt wanneer u de gemaakte kosten rechtstreeks tegenover de opbrengsten zet. Klopt deze aanname? Wilt u dan de argumentatie bij deze tabel aanpassen? Antwoord: In de legesverordening is het beleid door vertaald dat grote bouwprojecten meebetalen aan de relatief kleine. In 2021 zijn een aantal vergunningen verleend voor zeer grote bouwprojecten. Er is daardoor sprake van een relatief hoge legesopbrengst. Verder vindt op dit moment een onderzoek plaats naar de kostendekkendheid van de bouwleges, mede ook in relatie tot de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen. Het was onze fractie niet bekend dat grote bouwprojecten “meebetalen” aan relatief kleine bouwprojecten. U suggereert hiermee dat initiatiefnemers van kleine bouwprojecten minder betalen dan de kosten die met hun project zijn gemoeid. Klopt deze aanname? Kunt u aangeven wat u verstaat onder “kleine” en “grote” bouwprojecten en hoe u deze kwalificatie vervolgens verwerkt in de tarieven? Antwoord: Op totaalniveau is lOOTo kostendekkendheid het uitgangspunt.

Op individueel niveau zijn de kosten niet exact gelijk aan de legesopbrengsten omdat van een gemiddelde per aanvraag wordt uitgegaan. Met name de bouwsom is bepalend voor de hoogte van de te betalen leges maar dit zegt niet altijd iets over de kosten die gemoeid zijn met een aanvraag. Vraag 82 BN&M: vervolgvraag Vraag 32: BN&M Pagina 170. risicokaart: de regel waarbij een risico wordt ingebracht bij huisvesting/ compensatie opvang ontheemden lijkt in tegenspraak met het uitgesproken vertrouwen dat alle kosten gecompenseerd worden door het Rijk. Graag uitleg. Antwoord: Dit heeft betrekking op doorstroomlocatie in sportaccommodatie. Ten tijde van opmaken van de jaarrekening waren nog niet alle regelingen definitief waardoor een restrisico (gemiddelde kans met lage impact) realistisch was. Dank voor uw antwoord maar over wat voor soorten schades hebt u het? Het is toch zo dat u schades verhaalt op degenen die verantwoordelijkheid dragen voor de criminele activiteiten waar u tegen optreedt? Antwoord: Uw vraag lijkt betrekking te hebben op een andere passage in de jaarrekening. In de risicokaart wordt niet gesproken over schades in het kader van huisvesting ontheemden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=06ed5e2f-d0f2-41a9-be35-92144c051449