12 Bijlage 12: Zonnepark A73 ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
11 Onderhoudspad...................................................................................................................................................... 13 Afrastering.............................................................................................................................................................. 13 Transformatoren..................................................................................................................................................... 13 Eccologie................................................................................................................................................................. 13 Ecologisch beheer................................................................................................................................................... 16 Water...................................................................................................................................................................... 17 Bodem..................................................................................................................................................................... 17 Informatievoorziening............................................................................................................................................
17 Bijlage: uitgangspunten uit Zonnewijzer, Gelderse gebiedsgids voor zonnevelden................................................. 18
3
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Landschappelijke inpassing zonneweide Beuningen A73 Inleiding Gemeente Beuningen heeft een uitvraag gedaan voor voorstellen van zonneweides in de gemeente. Daarvoor zijn een aantal zoeklocaties aangegeven. Eigenaren van deze locaties kunnen een plan indienen voor een zonneweide. Gemeente Beuningen gaat deze beoordelen op kwaliteit. De landschappelijke inpassing speelt een belangrijke rol in de kwalitatieve beoordeling van het plan. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgesteld door Natuurlijke Zaken, de zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland. Landschap Noord-Holland is een zusterorganisatie van Het Geldersch Landschap en Kasteelen. Met onze klanten geven we dagelijks vorm aan de missie van Landschap Noord-Holland : "Samen maken we NoordHolland mooier". Dat doen we in aansprekende projecten en uiteenlopende opdrachten op het gebied van duurzaamheid, natuurontwikkeling, biodiversiteit, klimaatbeheersing, openbaar groen en cultuurhistorie. Onze expertise ten aanzien van het landschappelijk inpassen van zonneweides stellen we ter beschikking aan alle partijen die op verantwoorde wijze de zonneweide willen aanleggen.
4
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Grotere landschappelijke context Het plangebied ligt op de zogenaamde komgronden langs de rivier de Waal. Komgronden worden voor grootschalige agrarische functies gebruikt en is met rechthoekige blokverkaveling ingedeeld. Vaak rechte wegen met dijken en dito watergangen. In de nabijheid van het plangebied zijn er hoofdzakelijke gras- en hooilanden. Langs een aantal wegen en erven zijn populierenbosjes aangeplant. Langs de Elzenpas, die deels parallel aan de Verlengde Wilhelminalaan ligt, staan populieren. De omgeving van het plangebied wordt ten noorden, oosten en zuiden begrensd door de kernen van Beuningen, stad Nijmegen en Wijchen. Het bevindt zich op de rand van het land van Maas en Waal. Beuningen wordt aan de noordzijde begrensd door de Waal
.w Waa
y
Beuningen 7r
•'ŵsfUL ğjgsÊ
Land van Maas g ^en \Naa\yŕ Ký s-
ż
Zf 0 Plangebied^
ì*7
Nijmegen
3ÜÜ Wijchen
5
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Ligging plangebied Het plangebied betreft 12,5 hectare landbouwgrond. Hiervan wordt tien ha ingericht als zonneweide, de overige twee en een half hectare wordt ingericht als natuur. Net over de A73 tegen Beuningen aan ligt het plangebied. ŗBjê^mfTñieK 7"T ļĘĵļìSmbird Beuningen" v *Rt-care Bļ ^JlorĩjschōolÌErno'Peters'. V" V v TľŵįV L v clén'Boog aan:
.
Tl Lantasteřmònument
■s
- mm
mr .
Aan de noordzijde loopt de A73, vanaf de A73 is er open zicht op het perceel. Het perceel wordt door een sloot begrensd. De populieren aan de Elsenpas zijn goed zichtbaar vanaf de A73.
--
- "
1
Zicht vanaf A73 op plangebied
Vanaf de Elsenpas is de A73 en het achterliggende industrieterrein goed zichtbaar. 6
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
~
-
Zicht op bedrijventerrein vanaf de Eisen pas
Meer naar het oosten is een woonwijk die van de A73 afgeschermd wordt met een glazen geluidscherm waarin zich bergingen en kassen bevinden. Deze staan aan het eind van de tuin van de woonhuizen. Bewoners hebben daardoor geen direct zicht op de zonneweide.
De N847, Schoenaker loopt ten westen van het plangebied. Het talud van de afrit is voorzien van een bosje. Dit bosje belemmert het zicht op de voorgenomen locatie.
Zicht vanaf de N847, Schoenaker op het plangebied bron: Google Streetview
7
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Kommen in rivierenland De Zonnewijzer 'Gelderse gebiedsgids', vindt grootschalige zonnevelden in de kommen van het rivierenland in bepaalde delen passend. Zoals komgebieden die aansluiten bij grootschalige glastuinbouw. Het bedrijventerrein grenzend aan het plangebied is grootschalig, daardoor is een grootschalig zonneveld in te passen in dit gebied. Tevens wordt er 2,5 hectare ingericht voor natuur en wordt hiermee ecologische meerwaarde gecreëerd.
Grootschalig zonneveld in Kommen, bron ZonneWUzer, Gelderse gebiedsgids
Snelweglandschappen Over snelweglandschappen zegt de bron ZonneWUzer 'Gelderse gebiedsgids' dat knooppunten onderdeel van het snelweglandschap zijn en zij bieden daarmee ook een plek voor zonnevelden. Het plangebied ligt in de oksel van een afrit en maakt daarmee ook onderdeel uit van het snelweglandschap. Door deze te combineren met een groene inrichting en het vergroten van de waterbergingscapaciteit past het binnen de criteria die de provincie opgesteld heeft.
Zonnevelden in het snelweglandschap, bron ZonneWUzer, Gelderse gebiedsgids:
8
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Het ontwerp van zonneweide Door de provincie is er een Zonnewijzer, Gelderse gebiedsgids, voor zonnevelden opgesteld, hierin staan ontwerpuitgangspunten opgenomen. Het plangebied snijdt aan drie onderdelen hiervan. Het ligt langs een snelweg, een stadsrand en in een kom van het rivierenland. In het ontwerp is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten voor Infrastructurele lijnen en kommen van het Rivierenlandschap: * Ontwikkelen van kruiden- en faunarijke graslanden. De zonnepanelen worden geplaatst op velden die ontwikkeld worden tot kruiden- en faunarijke graslanden. «
Aan leggen van watergangen met (vooral aan de noordzijde van de watergang) flauwe taluds; of het creëren van flauwe, natuurvriendelijke oevers langs bestaande watergangen. Bij voorkeur worden langs de watergang ondiepe plas-drassituaties gecreëerd waarin zich (riet-)moerasjes en natte strooiselruigtes kunnen ontwikkelen. Langs de oevers van de sloten wordt een plas-draszone ingericht, waarin de bijbehorende natuur zich kan ontwikkelen. Deze twee eerstgenoemde principes maken ook onderdeel uit van de ecologische principes van het kommenlandschap. «
Daar waar meer ruimte is, is het mogelijk om grotere wateren aan te leggen (die ook kunnen dienen als waterberging bij hevige neerslag). Zorg voor flauwe taluds zodat oever- en watervegetaties zich goed kunnen ontwikkelen. Er worden geen grote wateren aangelegd. De nieuwe sloot die wordt gegraven levert echter een flinke bijdrage aan de waterhuishouding en waterberging. Ook wordt deze aan de zonneweidezijde ingericht met een plas-drasoever. Deze watergang past binnen de uitgangspunten van het Waterschap. «
De bundel kan als ecologische verbindingszone fungeren wanneer ecologische bouwstenen over een grotere afstand in de bundel worden toegepast en verbonden worden met ecologische structuren in de omgeving, bijvoorbeeld door middel vanfaunatunnels en ecoduikers (dat zijn duikers met looprichels). De struweelhaag zorgt voor betere verbinding tussen twee NNN-gebieden. Het aanbrengen van faunatunnels is hier verder niet nodig omdat dieren geen last hebben van verkeer. Overigens zijn er in de omgeving al wel ecoduikers aangebracht o.a. onder de Verlengde Wilhelminalaan. De uitgangspunten voor een stadsrand zijn hier niet van toepassing. De kernkarakteristieken uit de Zonnewijzer: * Relatief kleinschalig * Diverse verkavelingspatronen en organisaties * Overgangszone tussen stedelijk gebied en landelijk gebied * Beperkte open ruimte * Multifunctioneel en dynamisch * Hoge druk vanuit stedelijke programma's De Zonnewijzer gaat uit van een goede bereikbaarheid van het zonnepark door bewoners van de stad. Door de snelweg en het bedrijventerrein is de bereikbaarheid van dit zonnepark slecht te noemen, daardoor is de druk vanuit het stedelijk programma beperkt en is het niet logisch hier eventueel recreatieve functies aan de zonneweide toe te voegen en of te kiezen voor een kleinschalig en multifunctionele inrichting van het terrein.
De aard van de stadsrand, de combinatie van bedrijventerrein en snelweg op een overgang van een grootschalig kommenlandschap legitimeert een grootschaliger zonneweide.
9
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Op drie kavels worden de panelen opgesteld in zuidopstelling. De panelen worden geplaatst met een maximum hoogte van 1,5 m, zodat we voldoen aan de selectieleidraad. Vanaf de snelweg komt er een struweelhaag van gebiedseigen heesters die ervoor zorgt dat het zicht op de achterkant van de panelen wordt weggenomen. Door de haag niet te hoog te laten worden blijft de beleving van een open ruimte in stand. De sloten worden verbreed en voorzien van een natuurlijke oever, de grond die hieruit vrijkomt wordt als dijk erlangs opgeworpen. Dat heeft twee reden; er is een gesloten grondbalans en de dijk helpt het zicht ontrekken naar de onderkanten van de panelen. Beplanting die op de taluds gaat groeien speelt daar mede een rol in. De zonnevelden krijgen zo een lijst van natuur waarbinnen de zonnepanelen hun plaats hebben.
I
»v* ^
Legenda
V
■:w
í
mįk fXCA Zonnepark A73 Beuningen
RHO ADVISEURS Het ontwerp
10
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Doorsneden De doorsneden hieronder geven beeld van de nieuwe maaiveld inrichting. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt hoe de lijst van natuur om de zonnevelden opgebouwd gaat worden. Doorsneden zonneweide Beuningen
Legenda Bestaand water Nieuw water
Onderhoudspad I
Struweeíhaag Huidige situatie Nieuwe situatie
IPIM
gm-ļ-
-3.67---------\ 1.CK
Pìas-dras/ rietkraag
Nieuwe sloot
Plas-d ras/riet kraag Buffer Onderhoudspad Buffer
1.50 m
Buffer
Zonneveld
1.50 m
Buffer Onderhoudspad Buffer Pias- dras/riet kraag
Zonneveld
Buffer
Struweelhaag
Plas-d ra s/rietkraag Buffer Onderhoudspad Buffer
Zonneveld
Buffer
11
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Huidige situatie
±X 1*-
ÌÌB
ľ Mln,
impressie van zonneweide
r
jÉ^T"álÜL- \V V( ;
tM-rr-
Jį
-Ŵ j
12
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Onderhoudspad Om de panelen te kunnen onderhouden en de sloten te kunnen schonen is een onderhoudspad nodig. Dit pad wordt in grasbetonblokken aangelegd. Nadat deze begroeid zijn, zal het pad opgaan in de overige begroeiing en krijgt het een natuurlijke beeld.
Voorbeeld van beton grastegel
Afrastering Door het verbreden van de watergangen en het graven van een watergang van minimaal 5 meter is er geen afrastering nodig. Alleen de toegangsdam wordt voorzien van een hek van 1.80 meter hoog. Door deze in het verlengde van de achterkant van het erf te plaatsen heeft het ruimtelijk de minste impact. Het open zicht blijft zoveel mogelijk behouden.
Transformatoren De opgewekte energie wordt in transformatoren omgevormd van gelijkstroom in wisselstroom. Daarvoor zijn er voor deze locatie vier van nodig. Deze transformatoren steken 2,3 meter boven het maaiveld uit en zijn daarmee bijna een meter hoger dan de panelen. Net als de afrastering hebben deze transformatoren impact op het zichtsveld. Door ook deze in lijn van de bebouwing te plaatsen is de ruimtelijke impact minimaal. De definitieve locatie wordt afgestemd met Tennet.
Ecologie Het bosje op het talud van de N847 maakt onderdeel uit van de NNN. Ook het bosje om de autosloperij aan de zuidzijde en het beplante talud van de Wilhelminalaan aan de oostzijde behoren hier toe. Op de hieronder afgebeelde kaart is te zien waar de NNN gebieden in de omgeving van het plangebied liggen.
13
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
1N847J
NNN-beheergebieden; Bron: provincie Gelderland
Door de aanleg van een struweelhaag aan de noordzijde van de zonneweide worden de gebieden beter aan elkaar geschakeld, het vergroot het leefbebied van insecten en kleine zoogdieren en maakt het eenvoudiger voor hen zich tussen de gebieden te begeven. Tevens profiteren vogels van het uitgebreidere fourageer- en nestelmogelijkheden.
PŬŵŕ --ir . -Te t r'-r-
Struweelhaag
14
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
De sloten worden voorzien van natuurlijke oevers. Aan de oostkant van het terrein ontstaat er daardoor een strook die van water op natuurlijke wijze overgaat naar een bosje. Dit geeft een uitgebreid leefgebied voor vissen, insecten vogels en zoogdieren. Zie afbeelding hieronder.
Mantel
Zoom
Water
Schematische overzicht van complete zone van water naar bos
Natuurlijke oever vanuit kikvorsperspectief
De zonnepanelen staan in een zuidopstelling, dat betekent dat er tussen de zonnepanelen ruimte is waarin kruidenen faunarijk grasland gestimuleerd wordt. Dit gebeurt met behulp van schapen, daardoor is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet nodig, tenzij er vanuit overheidswege dit opgelegd wordt om een bepaalde plaag te bestrijden. In dat geval moeten er wel maatregelen getroffen worden om de schapen te beschermen. Het ecologisch effect van het zonnepark wordt jaarlijks gemonitord.
15
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Kruiden- en faunarijk grasland
Ecologisch beheer Het terrein wordt ecologische beheerd. Hiervoor wordt het terrein begraast door schapen. Deze hebben ook toegang tot de onderhoudspaden. De onderhoudspaden worden indien nodig mechanisch gemaaid op precieze perioden van het jaar, zodat het perceel een maximale bijdrage kan leveren aan de biodiversiteit. Uitgangspunt is om geen pesticiden of herbiciden te gebruiken. In het gebied onderscheiden we een drietal beheerzones. 1. De zonneweide: de zonnepanelen staan op weideland, die door ecologisch beheer de biodiversiteit in het gebied kan verbeteren en of ondersteunen. Dit beheer wordt uitgevoerd doorschapen extensief te laten begrazen. Op deze wijze ontstaat er een kruiden- en faunarijk grasland. 2. Struweelhaag: dit is een zogenaamde losse haag met verschillende inheemse heesters erin. Het onderhoud aan de haag bestaat het uit het iedere 5-6 jaar in fasen af te zetten. De haag krijgt een maximale hoogte van 3-3,5 meter 3. De natuurlijke oevers worden in fasen gemaaid. Zodat er voldoende variatie in beplanting ontstaat. Eén keer per drie jaar wordt er gemaaid.
16
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Schapen voor beheer van kruiden- en fauna rijk grasland onder zonnepanelen
Water De sloten worden breder en er komt een nieuwe waterloop bij die verbonden is met bestaande waterlopen. Het waterbergend vermogen in het gebied neemt flink toe. De hoeveelheid water verdubbelt ruimschoots. Door de zuidopstelling is er ruimte tussen de panelen. Dit biedt afstromend water voldoende gelegenheid in de bodem te infiltreren.
Bodem Bij volledige afsluiting van de bodem, zoals weleens bij oost-west opstelling gebeurt, komt er geen licht of water meer op de bodem en gaat het bodemleven snel achteruit. De hier toegepaste zuidopstelling heeft ruimte tussen de panelen zodat licht en regen nog in voldoende mate tot de bodem kan doordringen en daarmee het bodemleven kan ondersteunen. De fundering van de zonnepanelen vindt plaats door het in de grond slaan van paaltjes. Deze verstoort geen diepere lagen in de bodem. Ofschoon het gebied niet aangemerkt is als archeologische vindplaats. Zie kaartje hieronder.
Archeologische kaart, bron: provincie Gelderland
Informatievoorziening Bij de entree van het boerenerf wordt een informatiepaneel over de zonneweide geplaatst. Op deze borden wordt naast technische informatie over de productie van de zonneweide ook de ecologische aspecten en de landschappelijk inpassing toegelicht.
17
RHO ADVISEURS
NATUURLIJKE ZAKEN
Bijlage: uitgangspunten uit Zonnewijzer, Gelderse gebiedsgids voor zonnevelden Zonnevelden in het snelweglandschap Knooppunten, oonsluitingen en verzorgingsplootsen zijn onderdeel van het snelweglandschap (niet van het omliggende landschap) en bieden plek aan zonnevelden. Bij invulling van de knopen zijn meerdere ontwerpkeuzes mogelijk. Een energetisch gezien zo optimaal mogelijke opstelling, inpassing en inrichting van zonnevelden is hier mogelijk, maar ook het vertellen van een verhaal of de branding van een stad door een iconografisch ontwerp ofjuist een combinatie met waterberging of een groene invulling. Het zonneveld wordt onderdeel van het snelweglandschap. Belangrijk aandachtspunt is de huidige ecologische waarde van die plekken. Bij verzorgingsplootsen goat het om het invullen van de ronden en het overkappen van parkeerplaatsen. Hier is beveiliging aandachtspunt. Ecologische principes energie-as snelweglandschap * Ontwikkelen van kruiden- en faunarijke graslanden. « Aan leggen van watergangen met (vooral aan de noordzijde van de watergang) flauwe taluds, of het creëren van flauwe, notuurvriendelijke oevers langs bestaande watergangen. Bij voorkeur worden longs de watergang ondiepe plas-drassituaties gecreëerd waarin zich (riet-)moerasjes en natte strooiselruigtes kunnen ontwikkelen.
« Daar waar meer ruimte is, is het mogelijk om grotere wateren aan te leggen (die ook kunnen dienen als waterberging bij hevige neerslag). Zorg voor flauwe taluds zodat oever- en watervegetaties zich goed kunnen ontwikkelen. « De bundel kon als ecologische verbindingszone fungeren wanneer ecologische bouwstenen over een grotere afstand in de bundel worden toegepast en verbonden worden met ecologische structuren in de omgeving, bijvoorbeeld door middel vanfaunatunnels en ecoduikers (dat zijn duikers met looprichels). ^ Om verkeersslachtoffers te voorkomen is het wenselijk de rijksweg af te rasteren. « Vanuit ecologisch oogpunt is het wenselijk dat ook in de toekomst geen verlichting wordt toegepast langs de AIS.
Kommen Grootschalig zonneveld De kommen bevatten in bepaalde delen van het Rivierenland grootschalige glastuinbouwcomplexen. Nabij deze plekken is het ook mogelijk om in plaats van kleinschalige zonnevelden een grootschalig zonneveld aan te leggen. Voor goede inpassing in het landschap kan de maat van de oorspronkelijke kavels teruggehaald worden in het ontwerp van de zonnevelden, bijvoorbeeld door het behouden van greppels en sloten. Voor de afscherming, hoogte van de opstelling en beveiliging gelden dezelfde uitgangspunten als voor kleinschalige zonnevelden. Bij grotere velden is er meer kans om ecologische meerwaarde te creëren, doordat de opbrengsten relatief groter zijn. Maar een belangrijk aandachtspunt bij deze bouwsteen is wel dat de komst van het zonneveld ten koste kan gaan van het broedareaal van weidevogels. Ecologische principes Voor de kommen gelden de volgende ecologische principes. Deze principes sluiten aan op de bouwstenen en beschrijven de wijze waarop een zonneveld kan bijdragen aan het creëren van ecologische meerwaarde. ^ Creëren van sloten met natuurvriendelijke oevers (met flauwe taluds, vooral aan de noordzijde: 18
RHO ADVISEURS
« «
NATUURLIJKE ZAKEN
minimool 1:3 moor liever flauwer). De watergangen kunnen ook onderdeel zijn van een ecologische verbindingszone met poelen en bloemrijke graslanden erlangs.
Stads- en dorpsranden Kernkarakteristieken * Relatief kleinschalig * Diverse verkovelingspatronen en orgonisaties * Overgangszone tussen stedelijk gebied en landelijk gebied * Beperkte open ruimte * Multifunctioneel en dynamisch * Hoge druk vanuit stedelijke programma's
19
Bijlage
Rho Adviseurs B. V. vestiging Middelburg
2
AERIUS-berekeningen
i
44001739.20200190
AERIUSĤ CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdfdan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 ^ Kenmerken ^ Samenvatting emissies ^ Depositieresultaten ^ Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina 1/7
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Elsenpas, 6641 KM Beuningen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
ZonneparkA73 Beuningen
RpSWxĨ5pxq2p
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
17 november 2020, 09:52
2023
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie i
NOx
75,55 kg/j
NH3
1 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Bijdrage
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Rijntakken
0,01
Toelichting
Resultaten
Aanlegfase Zonnepark A73 Beuningen
Situatie 1
RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina z/7
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR fĩWiìs'i Uw/
Locatie Situatie ï
Vtr V7', Jţ r īī&ÿï İ&' t?ïdrvįţc/; f
il-"
■Reuiltųen
»įP
ŴĎŕliţē N947
500 Ifl
Emissie Situatie 1
Resultaten
[?ron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Werktuigen aanleg totaal Mobiele werktuigen | Bouwen Industrie
1 kg/j
75,32 kg/j
Wegvoertuigen aanleg totaal Wegverkeer | Buitenwegen
1 kg/j
1 kg/j
RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina 3/7
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Rijntakken
0,01
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie ï
RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina 4/7
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Resultaten per habitattype
Rijntakken Habitattype
Hoogste bijdrage
ZGLgn Kamgrasweide b Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
ZGLgo8 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
Ľg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie ï
RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina 5/7
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Emissie (per bron) Situatie i
Naam
Werktuigen aanleg totaal
Locatie (X,Y)
1 8002*1, 428977
75,32 kg/j <^ kg/j
NOx
nh3
Vnru.
Voertuig
Omschrijving
AFW
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Graafmachine grondverzet
3,o
3,o
Trekker
3,o
Warmte Stof ínhoud (MW)
Emissie
NOx NH3
10,82 kg/j
NOx NH3
22,85 kg/j
0,0
3,o
0,0
1 kg/j
1 kg/j
AFW
Ruwterrein vorkheftruck
3,o
3,o
0,0
NOx NH3
35,52 kg/j 1 kg/j
AFW
Grondfrees
3,o
3,o
0,0
NOx NH3
6,13 kg/j 1 kg/j
Naam
Wegvoertuigen aanleg totaal
Locatie (X,Y)
179973.428699
< i kg/j < i kg/j ļļĮĮ^eWIfeltninri
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Standaard
Resultaten
Situatie 1
Zwaar vrachtverkeer
Aantal voertuigen Stof 300,0/jaar
100,0/jaar
Emissie
NOx NH3
1 kg/j
NOx NH3
1 kg/j
1 kg/j
1 kg/j
RpSWxTspxqzp (17 november zozo) pagina 6/7
AERIUSB CALCULATOR Disclaimer
Rekenbasis
Resultaten
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2020-2020ľi03-bed432f8ee
Database
versie 2020-2020i0i3-i649cba239
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie ï
RpSWxT 5pxq2p (17 november 2020) pagina 7/7
AERIUSĤ CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdfdan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 ^ Kenmerken ^ Samenvatting emissies ^ Depositieresultaten ^ Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RymtjCkRgXtĉ (17 november zozo) pagina 1/5
Resultaten
AERIUSn CALCULATOR Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Elsenpas, 6641KM Beuningen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Zonnepark A73 Beuningen
RymtjCkRgXt6
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
17 november 2020,10:24
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie i
NOx
3,59 kg/j
NH3
1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase Zonnepark Beuningen
Situatie 1
RymtjCkRgXtĉ (17 november zozo) pagina z/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Locatie
Hoeve
Situatie 1
B-eurirKpen
m\W'
N847 Wezel
500 m
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie i
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouwen Industrie
í 1 kg/j
í 1 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
í 1 kg/j
í 1 kg/j
Bron 3 Mobiele werktuigen | Landbouw
í 1 kg/j
2,75 kg/j
RymtjCkRgXtĉ (17 november zozo) pagina 3/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Emissie (per bron) Situatie i
Naam
Bron i
Locatie (X,Y)
180029,428983
NOx
< 1
kg/j s 1 kg/j
NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Graafmachine
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding
(m)
Warmte Stof ínhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0
NOx NH3
1 kg/j
Naam
Bron 2
Locatie (X,Y)
179992, 428698
NOx
< i kg/j < i kg/j
NH3
lengde VífliMlminall
IOÜ lil
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,0/jaar
1 kg/j
Omschrijving
AFW
Trekker
Situatie 1
1 kg/j
Bron 3
Locatie (X,Y)
1 80028, 428981
2,75 kg/j S 1 kg/j
nh3
Voertuig
NOx NH3
Naam
NOx
Resultaten
1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
3,5
3,5
Warmte Stof ínhoud (MW)
Emissie
NOx NH3
2,75 kg/j 1 kg/j
0,0
RymtjCkRgXtĉ (17 november zozo) pagina 4/5
AERIUSB CALCULATOR Disclaimer
Rekenbasis
Resultaten
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2020-2020ľi03-bed432f8ee
Database
versie 2020-2020i0i3-i649cba239
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie ï
RymtjCkRgXtĉ (17 november2020) pagina 5/5
Bijlage
Rho Adviseurs B. V. vestiging Middelburg
3
Ecologische quickscan
i
44001739.20200190
Adviesbureau Mertens B V.
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ZONNEPARK BEUNINGEN
■■ĩeļ ĽWP '
ëŝ óp het gebied ván natuur, ruimtelijke ordeningen natuurwetgeving. '
* " ’ "
‘
Eindrapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ZONNEPARK BEUNINGEN
rapportnummer 2020.3706 augustus 2020 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving A Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 Ēā info@adviesbureau-mertens.nl ® www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2020. Deze rapportage mag zonder schríftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen._____________________________________ Eindrapport augustus 2020
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...................................................................................................................................................2 1.1 Inleiding............................................................................................................................................................2 1.2 Het plangebied en de plannen...................................................................................................................... 2 1.4 Doelstelling van het onderzoek................................................................................................................3 1.5 Opbouw rapport.............................................................................................................................................4
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN...........................................................................................5 2.1 WET NATUURBESCHERMING...............................................................................................................................5 2.2 Rode lijst..........................................................................................................................................................5
3. METHODE....................................................................................................................................................7
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING.................................................................................. 8 4.1 Flora................................................................................................................................................................. 8 4.2 Vleermuizen..................................................................................................................................................... 8 4.3 Overige zoogdieren....................................................................................................................................... 9 4.4 Broedvogels................................................................................................................................................... 9 4.5 Amfibieën...........................................................................................................................................................9 4.6 Vissen..............................................................................................................................................................
10 4.7 Reptielen........................................................................................................................................................10 4.8 Overige........................................................................................................................................................... 10
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE...............................................................................................................11
GERAADPLEEGDE LITERATUUR.................................................................................................................12
BIJLAGEN.....................................................................................................................................................13 1. PLANGEBIED................................................................................................................................................... 14 2. BEGRIPPEN......................................................................................................................................................15 3. VOORWAARDEN............................................................................................................................................. 17
Adviesbureau Mertens
1
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
1. INLEIDING
1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de bouw en het gebruik van een zonnepark op een weidegebied in de zuidoosthoek van Rijksweg A74 en de N847 in Beuningen, genaamd Zonnepark Beuningen (zie figuur 1 voor de globale ligging en bijlage 1 voor de exacte ligging en begrenzing). De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied van Zonnepark Beuningen.
1.2 Het plangebied en de plannen De Zonnepark Beuningen is een weidegebied met enkele sloten. In het plangebied ontbreekt het aan bomen en gebouwen. Het plan is om op de akker een zonnepark te realiseren waarbij de sloten worden geïntegreerd in het plan. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op zaterdag 11 juli 2020.
Adviesbureau Mertens
2
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
ŢV.ļ*
v’t V'
; Wÿľ TC” ____
____
tv-- ë
^ ' -v V--
l;
___ Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied van Zonnepark Beuningen.
Hl
1.4 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied van Zonnepark Beuningen? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie?
Adviesbureau Mertens
3
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
1.5 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.
Adviesbureau Mertens
4
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogel en Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn: » in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; » in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; » ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; » ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Gelderland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat.
2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien. Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van "gunstige staat van instandhouding" kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen
Adviesbureau Mertens
5
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
6
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
3. METHODE Op zaterdag 11 juli 2020 is een bezoek gebracht aan het plangebied van Zonnepark Beuningen en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen. Van het gebied en omgeving zijn daarnaast maar beperkt aanwezige gegevens. Deze gegevens betreffen grotendeels vogels waarvan onduidelijk is of het vogels zijn die verblijven.
Adviesbureau Mertens
7
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING 4.1 Flora Het feítelijk plangebied van Zonnepark Beuningen is volledig in cultuur gebracht; het betreft een weiland. De oevers zijn natúúrlijker. De sloten worden regelmatig geschoond waardoor bijna geen water en drijfplanten werden vastgesteld. Met name de oevers van de westelijke sloot aan de rand van het plangebied zijn natuurlijk met echte koekoeksbloem. Deze sloten met de oevers worden behouden bij de realisatie van de plannen. De aanwezigheid van en negatieve effecten op beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op zaterdag 11 juli 2020 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.
Figuur 3. Echte koekoeksbloem langs de westelijke sloot.
í ,
4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In het plangebied ontbreekt het aan potentiële mogelijkheden voor vleermuizen om te verblijven zoals bebouwing en bomen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. In het plangebied zijn meerdere sloten aanwezig. Deze sloten worden in de huidige vorm behouden. Externe effecten van het zonnepark op de houtwallen worden uitgesloten. Vleermuizen kunnen de sloten blijven gebruiken als begeleidend element. Negatieve effecten op migratie- of vliegroutes worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet negatief van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er in de huidige vorm sporadisch gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (pioniervegetatie, openheid e.d.). Door de openheid van het plangebied kunnen vleermuizen zich minder oriënteren.
Het plangebied en directe omgeving is als gevolg van de aanwezige ecotopen en openheid niet van waarde als essentieel foerageergebied. In de toekomst zal deze functie niet veranderen doordat er geen essentiële functies
Adviesbureau Mertens
8
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
veranderen. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten.
4.3 Overige zoogdieren Er zijn tijdens het veldbezoek geen sporen als uitwerpselen, holen of graafsporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van internationaal beschermde grondgebonden zoogdieren. De oevers zijn in de huidige vorm te beperkt begroeit en te smal om een functie te kunnen hebben voor de waterspitsmuis. De sloten en oevers worden ook in de huidige vorm geïntegreerd in de plannen. Voor marters is het feítelijk plangebied te veel in cultuur gebracht. Bovendien ontbreken in het plangebied elementen als ruigten, struweel en takkenhopen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor deze soorten. In het feítelijk plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de wezel, hermelijn of bunzing. Het plangebied is ook ongeschikt voor deze soorten door het ontbreken van een dekkende vegetatie en prooidieren in ruime mate. Molshopen, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen voor kleine marters ontbreken in en direct rond het plangebied. Mogelijk komt veldmuis, bosmuis en huisspitsmuis voor. Ook haas kan leven in het plangebied. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Gelderland.
4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op zaterdag 11 juli 2020 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in het plangebied. In het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden zoals wilde eend, waterhoek, meerkoet, fazant, kievit en scholekster. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.
4.5 Amfibieën Gelet op de ligging en aanwezige ecotopen van het plangebied (zie Ravon.nl, Creemers 8t Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad uitgesloten (zie Ravon.nl, Creemers ScDelft, 2009). Rugstreeppad is de afgelopen tien jaar niet vastgesteld in en direct rond het plangebied van Zonnepark Beuningen. De dichtstbijzijnde vindplaats van de rugstreeppad is ten zuiden van het distributiecentrum Wijchen op de grens naar de gemeente Heumen. Het voorkomen van rugstreeppad in het plangebied wordt derhalve uitgesloten. In het gebied, langs de sloten, komen mogelijk grote groene kikker, gewone pad en bruine kikker voor. Mogelijk ook middelste groene kikker en kleine watersalamander. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Gelderland.
Adviesbureau Mertens
9
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
4.6 Vissen In het plangebied zijn meerdere sloten gelegen. Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zijn bijvoorbeeld kleine modderkruiper en bittervoorn niet meer beschermd. Voor de nog wel beschermde grote modderkruiper is zijn deze watergangen geen leefgebied doordat geschikte ecotopen ontbreken (wateren met een goed ontwikkelde oever en watervegetatie). Deze sloten met de oevers worden behouden bij de realisatie van de plannen. De aanwezigheid van en negatieve effecten op beschermde vissen wordt derhalve uitgesloten.
4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de schuur en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers 8t Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten.
4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.
Adviesbureau Mertens
10
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE Er is het voornemen voor de bouw en het gebruik van Zonnepark Beuningen in de zuidoosthoek van Rijksweg A74 en de N847 in Beuningen. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Gelderland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten.
Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen voor de bouw en het gebruik van Zonnepark Beuningen is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
Adviesbureau Mertens
11
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Zonnepark Beuningen. Eindrapport augustus 2020
GERAADPLEEGDE LITERATUUR Literatuur » » » » » » » »
»
» » »
» » »
Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1 260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004.
Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website » » » » » » »
www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
12
Renkum
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED k
Kŵttíÿ' f
k..
tiY
^^
1
7 Ģiņiwr
\
iJTibľrä Bo u - i - çc-n' ^ ĩľĵl*ţÄBpį|!Tl L V". - ìfcįįutóri i öchořľlĒEì lìoPėte!:
r ■S-J
S/7
Bboģaąrarļ Ēdérf äir'iĚf' , 'pW
V
W ,fţ A
;'.wi|g|ļ™pjjKíļ
Afstand meten
Klik op de kaartom je pad toe te voegen Totale oppervlakte: ì25.678.79 re-(1.352 795,21 n1)
Totale afstand: 1,46 km (4.870,51 ft)
é\ .
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als "herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of 's winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap
(hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen zijn nihil. Zo me rve rb I ij fp I aats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
3. VOORWAARDEN Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderheving en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op.
Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving. Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer I uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.
Adviesbureau Mertens B.V.
1
Telefoon (06) 29 45 84 56 E-mail
info(5)adviesbureau-mertens.nl
"
p\n, áśĝ-
s opr het "gebied van natuur, ruimtelijke ordening en natüurwetgeving; t '
.’
2
Bijlage 4
Bijlage
44001739.20200190
4
Participatieplan
Rho Adviseurs B. V. vestiging Middelburg
Participatie- en communicatieplan Zonnepark A73 Beuningen Inleiding
Dit participatie- en communicatieplan beschrijft de participatiemogelijkheden en de te voeren communicatie met betrekking tot het zonnepark 'A73 Beuningen' in de gemeente Beuningen. Het project is een initiatief van ZonXP, een 1000Zo Nederlandse ontwikkelaar. Een goede samenwerking met betrokkenen en geïnteresseerden in het zonnepark is voor ZonXP van groot belang. Ook hecht ZonXP veel waarde aan het realiseren van een maatschappelijke meerwaarde. ZonXP steekt daarom veel tijd steekt in het ontwikkelen van participatiemogelijkheden en de communicatie rondom het zonnepark door middel van het organiseren participatie- en informatieavonden. Daarnaast wordt er gezorgd voor het nodige beeldmateriaal in de vorm van een 'infographic', een website en nieuwsberichten om eenieder te informeren over de plannen en eventuele veranderingen. De richtlijn voor alle participatiemogelijkheden en communicatie vanuit ZonXP wordt in dit participatie- en communicatieplan gedetailleerd beschreven. Doelstelling