10 Bestemmingsplan Asdonck, at21000712.pdf
Tekst van het document
Locatie Asdonck
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 9 10
Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
12 12 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
17 17 18 20 22
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
23 23 26 26 28 35 37 38 40 42 45 48 48
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen
50 50 51
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Inspraak 6.3 Overleg 6.4 Zienswijzen
53 53 53 53 54
2
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Bijlagen bij toelichting
56
Bijlage 1
Notitie parkeren en verkeersgeneratie
57
Bijlage 2
Diverse bodemonderzoeken
58
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
59
Bijlage 4
Spuitzoneonderzoek PRI
60
Bijlage 5
Spuitzoneonderzoek EFSA
61
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek evenemententerrein
62
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna
63
Bijlage 8 vleermuizen
Aanvullend ecologisch onderzoek kleine marterachtigen, steenmarter en
Bijlage 9
Stikstofdepositieonderzoek
65
Bijlage 10
Proefsleuvenonderzoek
66
Bijlage 11
Nota zienswijzen december 2020 & bijlagebezonningsstudie
67
Bijlage 12
Vaststellingsbesluit december 2020
68
64
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Regels
70
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
71 71 75
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Verkeer - 1 Verkeer - 2 Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
76 76 80 83 84 86 88
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels
90 90 90 92 93
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
94 94 94
4
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Toelichting
6
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 25 april 2017 heeft het college besloten de 'Locatie Asdonck' in Beuningen te (her)ontwikkelen tot het 'visitekaartje' voor de nieuwe entree van Beuningen. In navolging van dit besluit is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt voor de ontwikkeling van dit terrein. Eind 2017 heeft de commissie Ruimte input gegeven op het gepresenteerde ontwerp. In de zomer van 2018 is het plan vervolgens nader uitgewerkt. Voor een voorspoedige aanpak van het project was detaillering van de randvoorwaarden noodzakelijk wat betreft de plangrenzen, het evenemententerrein en de gewenste minimale opbrengst van de beoogde ontwikkeling. Aan de hand van deze richting en de input afkomstig uit de commissie Ruimte heeft een verdere detaillering van de randvoorwaarden plaatsgevonden. Tijdens de commissievergadering van 26 maart 2019 zijn de aangescherpte randvoorwaarden met de commissie gedeeld. Het plan is vervolgens doorontwikkeld en op 24 september 2019 is de gemeenteraad akkoord gegaan met het stedenbouwkundig plan en de voorgestelde ontwikkelstrategie waarbij tevens het parkeren in de Kloosterstraat wordt geoptimaliseerd. Het stedenbouwkundig plan dat met onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een dóórontwikkeling van het in november 2017 gepresenteerde plan.
De dóórontwikkeling heeft plaatsgevonden in de geest van het oorspronkelijke plan met in achtneming van de aangescherpte randvoorwaarden en betreft nu 64 appartementen verspreid over drie wooncomplexen met een evenemententerrein en extra parkeerplaatsen voor de bioscoop en als overloop voor het centrum. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op grond van de thans geldende beheersverordening 'Beheersverordening Centrum Beuningen'. Om het bouwplan te realiseren is het derhalve noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van het centrum van Beuningen, ten noorden van het kernwinkelgebied en grenzend aan de Van Heemstraweg en de Kloosterstraat. Navolgende afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving:
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Locatie Asdonck
F ^
Slijk-Ewijķ
rOosterh’out
. /, * i
ld
P''s,rĄ\įğ ‘
- Bjoscoopvan r
\,
Heemstrabaan
5
Beuríingen'6 .
.
f
.
» m-ri Ooigraãļ
7
/'
Oostkanaalhavcn *
r
» 7a ř Wezel
LINDENHOLT
1 Biisterffuizen Noord
_____ -J__ Globale ligging plangebied (Bron: maps.google.nl, rode druppel)
Maas . Waalkanaal
•ŞÿSjbï
QED _____
Navolgende afbeelding toont globaal de begrenzing van het plangebied in de omgeving. De locatie Asdonck zelf is blauw gearceerd en de agrarische gronden zijn wit gearceerd. Uitzondering hierop is de bioscoop Van Heemstrabaan die buiten de grens van het plangebied valt:
8
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
HIS66 MI 754
HI7B5 Ml 735 Hİ840
M1802
M19B8 MIBSI M1120
B3G4V
B1537
B1536
B3Ï17
Globale begrenzing plangebied (blauwe arcering) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
1.3
Geldende plannen
Voor het plangebied geldt thans de 'Beheersverordening Centrum Beuningen', die de gemeenteraad op 3 juni 2013 heeft vastgesteld. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen 'Gemengd-2', 'Sport', 'Verkeer' en 'Wonen'.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Locatie Asdonck
+ W+ d-
+ + + f/'-v * * + + + + wf 4H- H- ńT + + + + + H- H- H-
-Ŵ+/ +
+ + māK
■d- H- 44-Vr «ť »K
I+ +
mil
+ ■r'
mg
üiife
p CÍ+ *
Uitsnede geldende beheersverordening met globale aanduiding plangrens (rode omkadering). Het bestaande 'huis'perceel van de bioscoop met restaurant aan de westzijde van het plangebied valt buiten de plangrens Tevens zijn de gronden in het plangebied gelegen binnen het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' en vallen daarin binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - schil centrum'. De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van drie appartementencomplexen met 64 levensloopbestendige woningen en een (half)verdiepte parkeergarage voor de bewoners onder deze drie complexen. Daarnaast wordt er voorzien in een evenemententerrein. Op basis van de geldende beheersverordening is het niet mogelijk de beoogde verkavelingsopzet in het plangebied te realiseren. Daarom is het noodzakelijk om de huidige planologische regeling voor de gronden in het plangebied te herzien.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet.
10
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Bestaande situatie
Het plangebied is in de bestaande situatie een braakliggend terrein, deels voorzien van een halfverharding (Grauwacke). Voor het overige is het plangebied onverhard. Verspreid over het plangebied staan twee nutsvoorzieningen. Aan de westzijde 'omarmd' het plangebied als het ware (het terrein van) de bioscoop met bijbehorend restaurant. Deze culturele - c.q. horecavoorziening valt buiten het plangebied. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de Waardhuizenstraat met de daaraan verspreid liggende lintbebouwing. Direct aangrenzend van het plangebied bevindt zich de burgerwoning Waardhuizenstraat 1. Het plangebied wordt in de bestaande situatie soms gebruikt als evenemententerrein voor o.a. de jaarlijkse Kermis en het tweejaarlijkse 'Beuningen on Ice'. Op navolgende afbeeldingen is een impressie te zien van het plangebied:
Impressie westelijk deel plangebied gezien vanaf Kloosterstraat in oostelijke richting
12
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
F Mi!
uuuuua | 0 ffl Ů I
ļT.ĩ* Kf
Impressie westelijk deel plangebied gezien vanaf Van Heemstraweg in noordelijke richting
Impressie centraal deel plangebied gezien vanaf Van Heemstraweg in noordelijke richting
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Impressie oostzijde plangebied gezien vanaf Waardhuizenstraat in westelijke richting
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Programma
Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 64 levensloopbestendige appartementen mogelijk in de huur- en koopsector. Het voorlopige bouwplan voorziet in de ontwikkeling van drie appartementencomplexen met daarin in totaal 64 wooneenheden: » Huur midden (16 appartementen); » Koop midden (16 appartementen); » Koop duur (32 appartementen. Alle drie de complexen zijn voorzien van een (half)verdiepte parkeerkelder. Tevens wordt het huidige gebruik als evenemententerrein voor de jaarlijkse kermis, de Lentefeesten (met kermis) en het tweejaarlijkse 'Beuningen on Ice' in het bestemmingsplan geformaliseerd. Daarnaast is het twee keer per jaar houden van een muziekevenement meegenomen (zie verder subparagraaf 4.4.2).
2.2.2
Ruimtelijke opzet
Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van drie gasloze appartementencomplexen met een (half)verdiepte parkeerkelder aan de oostzijde van het Asdonck-terrein mogelijk gemaakt: » Het westelijke complex zal bestaan uit vier bouwlagen boven op de parkeerkelder en bevat 23 appartementen en bergingen; » Het middelste complex zal bestaan uit vijf bouwlagen boven op de parkeerkelder en bevat 29 appartementen en bergingen; » Het oostelijke complex zal bestaan uit drie bouwlagen boven op de parkeerkelder en bevat 12 appartementen en bergingen; Op navolgende afbeelding is de beoogde stedenbouwkundige opzet en indicatieve terreininrichting van het plangebied weergegeven:
14
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
rxic-īï) r t-ļ
CL~'0'\*Ť~t4
-/M: M ť'ŵW.Aî
SaHn
ĩ W7' E r’mí’Ť2' ‘i’ i /. i. J.J. vu
1 'H ļļfĩlï1
«♦'«TT
W«(jĹr,Vyl
ru v
Situatie totaalplan Asdonckterrein inclusief indicatieve terreininrichting (Bron: Pieter Oosterhout Buro voor Architectuur BNA bv en CHITEKT architecten, d.d. 27 juni 2019) Inmiddels is besloten vanwege de drift van gewasbeschermingsmiddelen (van de aangrenzende laagstamfruitboomgaard ten noordoosten van het plangebied, zie verder paragraaf 4.4 Milieuzonering) te voorzien in een groenstrook van 10 m waarbinnen een windhaag van 3,0 m op een grondwal van 1,5 m hoog wordt gerealiseerd. Deze groenzone draagt tevens bij aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie in het plangebied. Aan de westzijde van het plangebied zullen extra parkeerplaatsen voor langparkeren ten behoeve van centrum- en bioscoopbezoek. In subparagraaf 4.1.2 Parkeren wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. De beoogde locatie van het evenemententerrein is indicatief met rood omkaderd op navolgende afbeelding:
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Locatie Asdonck
r*ĥCťl) -
Krfafrr
ļ. \. I. l[ . I- K N
Mji
gk\F] 'n ‘Vi ttv'V-
16
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. De structuurvisie gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid meer bij provincies en gemeenten komen te liggen. Het Rijk zal zich alleen bezig houden met de zaken die prioriteit hebben. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. De structuurvisie is juridisch vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie subparagraaf 3.1.2. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. De SVIR is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.'
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Locatie Asdonck
In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen naar het oordeel van de Raad van State planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
Planspecifiek Het bestemmingsplan voorziet niet in een functiewijziging. Krachtens de 'Beheersverordening Centrum Beuningen' is het reeds planologisch mogelijk om één woning te realiseren in het plangebied, dat onderdeel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied. De gebiedsontwikkeling voorziet in de realisatie van 64 appartementen. Daarmee maakt het bestemmingsplan in planologische zin 63 woningen mogelijk. Ingevolge jurisprudentie wordt de bouw van 63 woningen aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Daarom is artikel 3.6.1, tweede lid Bro van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling moet daarom doorlopen te worden. Uit subparagraaf 3.2.3 volgt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de regionale woningbouwafspraken.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.2
Provinciaal beleid
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn allebei op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie 2 keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.
18
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning.
Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand verstedelijkt gebied gebouwd wordt. De nieuwe woningen worden bovendien zonder aardgasaansluiting gerealiseerd. In het plangebied wordt tevens de mogelijkheid geboden om levensloopgeschikte woningen te realiseren. In het kader van de klimaatadaptatie en de biodiversiteit wordt er een 10 m brede groenstrook aangelegd aan de noordoostzijde van het plangebied en komen er verspreid over het plangebied solitaire bomen. Rondom de parkeerplaatsen wordt voorzien in groene hagen. De waterberging vindt plaats aan de west- en zuidzijde van het plangebied.
Aangezien in subparagraaf 3.1.2 is aangetoond dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking en regionaal is afgestemd (zie subparagraaf 3.2.3), is het plan passend binnen de omgevingsvisie. De omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de nieuwe burgerwoningen.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Zoals in subparagraaf 3.2.3 is beschreven is de voorliggende ontwikkeling passend in de regionale woningbouwafspraken.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de omgevingsverordening.
3.2.3
Regionale woningbouwafspraken
De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen hebben begin februari 2018 gezamenlijk een nieuwe regionale woonagenda 2017 - 2027 vastgesteld. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 16.500 woningen worden gebouwd. Waarvan 950 woningen in de gemeente Beuningen. Dit is een toename ten opzichte van de eerdere regionale woningbouwafspraken. Planspecifiek De toevoeging van 64 - 1 = 63 woningen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Het bestemmingsplan voorziet bovendien in levensloopbestendige woningen en in vrije sector huurwoningen. Het realiseren van levensloopbestendige woningen en vrije sector huurwoningen, past binnen de Woonvisie van de gemeente Beuningen, zoals blijkt uit subparagraaf 3.3.2. Op basis van een onderzoek van Stec blijkt dat het plangebied zeer geschikt is voor levensloopbestendige huurappartementen in de vrije sector. De woonvisie legt de focus op doelgroepen als senioren en middeninkomens Dit is ook vastgelegd in de woningbouwafspraken met de regio. Door deze woningtypen te realiseren geeft de gemeente uitvoering aan dat beleid en voorziet ze in de actuele woonbehoefte van deze doelgroepen.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
De gemeentebrede Structuurvisie is op 8 mei 2012 vastgesteld. De structuurvisie is een ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter. Het bevat integrale keuzen voor de hoofdlijnen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid voor de komende jaren en wordt ingezet als onderdeel van een ruimtelijke onderbouwing voor bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en voorbereidingsbesluiten. Motto van de structuurvisie is dat de gemeente groen en dynamisch wil zijn. In essentie is het ruimtelijk beleid er op gericht om ruimte te geven aan dynamiek, waarbij de groene kwaliteiten van het gebied gerespecteerd en deze waar dat kan versterkt worden. Het motto wordt in de structuurvisie doorvertaald in enkele kernambities: 1. Beuningen: groene flank van de stadsregio 2. Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit 3. Versterken en verbinden van landschappen 4. Ruimte voor water en recreatie 5. Toekomstgerichte basisvoorzieningen in elke kern 6. Doorstroming én oversteekbaarheid Van Heemstraweg Voor dit bestemmingsplan is ambitie II (Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit) van belang. Beuningen wil zich, binnen de regio, onderscheiden als woongemeente in een sterke groene setting. Het streven is tweeledig.
Enerzijds gaat de gemeente voor een gedoseerde groei van het aantal woningen, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). De gemeente biedt een gevarieerd aanbod aan woonmilieus: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Elke kern heeft een eigen karakter en de sociale structuur binnen de kern is een groot goed. Hiermee voegt Beuningen echt iets toe aan het regionale woningaanbod (vooral grootstedelijke milieus) en wordt geanticipeerd op de vraag uit de markt naar deze woonmilieus. De gemeente bouwt woningen om invulling te geven aan de eigen woningbehoefte. Anderzijds zet de gemeente in op de versterking van de kwaliteit van de bestaande bebouwing en omgeving.
20
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Planspecifiek In de structuurvisie is aangegeven dat het herontwikkelen van de Locatie Asdonck één van de hoofdopgave voor de kern Beuningen is. Op de Locatie Asdonck ligt een specifieke opgave om de hier beoogde woningbouw te ontwikkelen in samenhang met de kwaliteit of potentie die deze locatie heeft als entree voor de kern Beuningen. Ook de ligging van de Asdonck aan de drukke Van Heemstraweg, welke nu min of meer een barrière vormt, vormt onderdeel van de gebiedsopgave. De gedachte is om hier een ‘vitale wijk’ te ontwikkelen, met toevoeging van woon-zorgvormen en de bouw voor specifieke doelgroepen (starters, senioren). De locatie Asdonck heeft door de ligging (dichtbij het centrum, aan de Van Heemstraweg) en de kwaliteit van de omgeving (een open, groen gebied rond de kerk) de potentie om een beeldbepalende plek voor de kern Beuningen te zijn. Ook liggen er kansen om hier de entree naar het centrum vorm te geven of te markeren. Om deze poort naar het centrum goed vorm te geven, zal naast de woningbouwontwikkeling, ook de openbare ruimte tussen de Asdonck en het centrum een impuls moeten krijgen. De locatie de Asdonck sluit redelijk aan op het centrumgebied. Zowel via Wilhelminalaan, de Dorpssingel en Schoolstraat zijn de locatie Asdonck en centrum goed met elkaar verbonden.
Door een aantrekkelijker inrichting - met meer verblijfskwaliteit - kan deze ruimte als een echte schakel gaan werken tussen centrum en de Asdonck. In die ontwikkeling is het ook gewenst dat de oostelijke pleinwand (aan de Schoolstraat Klaproosstraat) wordt verbeterd. In deze wand zitten nu enkele functies (detailhandel en zakelijke dienstverlening) die beter een plek kunnen krijgen in het centrum. Binnen deze gebiedsontwikkeling kan mogelijk ook de vestiging van een gemeentebrede accommodatie worden geïntegreerd. Met het raadsbesluit van 24 september 2019 heeft de gemeenteraad echter vastgelegd dat zowel de oostelijke pleinwand als een gemeentebrede accommodatie niet in onderhavige ontwikkeling worden meegenomen. De gemeente vindt het verder belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern gebouwd wordt en dat daarbij sprake is van organische groei, passend bij de ontwikkeling van de kern. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit. Daar waar mogelijk geeft de gemeente voorkeur aan inbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier concreet invulling aan gegeven. De beoogde ontwikkeling voorziet immers in de herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie.
3.3.2
Woonvisie
De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.
Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Het percentage sociale huurwoningen moet minimaal gelijk blijven, maar de samenstelling van de huurwoningvoorraad moet veranderen om beter in te spelen op de woonwensen van kleine huishoudens, waaronder met name ouderen en zorgbehoevenden.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Locatie Asdonck
De gemeente zet in op transformatie van leegstaand c.q. vrijkomend (agrarisch) vastgoed richting woningbouw, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat dit meerwaarde biedt voor de volkshuisvestelijke, maatschappelijke en/of ruimtelijke kwaliteit. Transformatie wordt als een bredere opgave gezien. Daaronder valt ook: aanpassingen van woningen met het oog op levensloopbestendigheid, investeringen in verduurzaming in energetisch opzicht, verkoop van huurwoningen en terugbouwen van toekomstgerichte sociale huurwoningen (de dubbelslag), transformatie van wijken (herstructurering), splitsing grotere boerderijen/woningen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is vertrekpunt. Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. De gemeente gaat voor de periode 2015 - 2025 uit van een gedoseerde groei van het aantal woningen, gericht op de eigen woningbehoefte, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens).
Planspecifiek De gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen hebben begin februari 2018 (na het vaststellen van de gemeentelijke woonvisie) gezamenlijk een nieuwe subregionale woonagenda 2017 - 2027 vastgesteld. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 16.500 woningen worden gebouwd. Dit is een toename ten opzichte van de eerdere regionale woningbouwafspraken (en de woningaantallen zoals opgenomen in de woonvisie). Voor Beuningen komt dit neer op circa 950 woningen. Het bestemmingsplan voorziet in 64 levensloopbestendige appartementen. Ten opzichte van de 'Beheersverordening Centrum Beuningen' voorziet dit plan in de mogelijkheid om 64 - 1 = 63 extra woningen te bouwen. De Woonvisie benadrukt het belang van levensloopbestendige woningen in de vorm van appartementen met het oog op de toename van het aantal kleine huishoudens door de vergrijzing. Het aantal mensen met somatische (lichamelijke) klachten neemt toe, waardoor er concreet behoefte is aan nieuwe levensloopbestendige, gelijkvloerse woningen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en is daarmee passend binnen de kaders van de gemeentelijke woonvisie. Bovendien zijn in het gemeentelijke woningbouwprogramma voor de locatie Asdonck al meerdere jaren circa 80 woningen als reservering opgenomen.
De maximaal 64 woningen die in het plangebied gerealiseerd worden passen binnen dit aantal.
3.3.3
Conclusie
Het bestemmingsplan is daarmee passend binnen de gemeentelijke beleidskaders.
3.4
Conclusie
Dit bestemmingsplan is overeenkomstig binnen het nationaal, provinciaal en gemeentelijke beleid.
22
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Hoofdstuk 4
Milieu- ä omgevingsaspecten
4.1
Verkeer S parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in het extra aantal motorvoertuigen als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is de voertuigaantrekkende werking bepaald. Er is in dat kader een notitie opgesteld om de zowel de parkeerbehoefte als de voertuiggeneratie te bepalen. Deze notitie is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Het nieuwbouwprogramma voor het Asdonckterrein bestaat uit 64 appartementen, verdeeld over drie complexen. Er zijn drie categorieën appartementen: » Huur midden (16 appartementen); » Huur duur (16 appartementen); » Koop duur (32 appartementen. Navolgende tabel geeft voertuiggeneratie (bewoners en bezoekers) als gevolg van de appartementen per werkdagetmaal weer: type woning
aantal woningen
verkeersgeneratie
verkeersgeneratie
verkeersgeneratie
per type
per woning
per weekdag
per werkdag
huur midden2
16
4,1
66
73
huur duur2
16
5,9
94
105
koop duur
32
7,3
234
259
totaal
64
394
437
Dit is een acceptabele toename voor de erftoegangswegen waarmee het plan ontsloten is. In het ontwerp kent de nieuwbouwontwikkeling twee ontsluitingen, via de Kloosterstraat en de Waardhuizenstraat. Een verdeling van het verkeer over de twee ontsluitingen zal het effect verkleinen. De etmaalintensiteit op de Van Heemstraweg is circa 7.500 motorvoertuigen. De etmaalintensiteit valt binnen het verwachtingspatroon van een gebiedsontsluitingsweg. Op de Wilhelminalaan bedraagt de etmaalintensiteit circa 5.000 motorvoertuigen. De hierboven genoemde toevoeging van 437 motorvoertuigbewegingen leidt niet tot substantiële toenames en afwikkelingsproblemen op het wegennet. Aanvullend op de nieuwe woningen in het plangebied is ook gekeken naar de effecten van het 2jaarlijkse evenement 'Beuningen on Ice' voor de voertuigaantrekkende werking van het plangebied. Dit evenement kent maximaal 1.200 bezoekers die tegelijkertijd aanwezig zijn en vindt al meerdere edities in het plangebied plaats. Hierbij zijn de volgende aannames gehanteerd: » circa de helft van de aanwezige bezoekers komt met de auto en de andere helft met een andere vervoerswijze zoals te voet of per fiets. Dus 600 bezoekers komen met de auto. » De bezoekers van dergelijke evenementen komen over het algemeen met meerdere personen in een auto.
Uitgaande van een autobezetting van 2,5 personen per voertuig, komt het aantal auto’s uit op 240. Deze toevoeging van 480 motorvoertuigbewegingen (2 x 240) is ruwweg gelijk aan de toevoeging als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling in het plangebied en leidt daarmee eveneens niet tot substantiële toenames en afwikkelingsproblemen op het wegennet. Gelet op het voorgaande vormt het aspect 'verkeer' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Locatie Asdonck
4.1.2
Parkeren
Om inzicht te bieden in de effecten op de parkeerbehoefte als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is er een notitie opgesteld om de zowel de parkeerbehoefte als de voertuiggeneratie te bepalen. Deze notitie is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Ten grondslag hieraan ligt informatie over het programma van de het woningbouwplan en het door Loendersloot uitgevoerde parkeeronderzoek op vrijdag 24 en zaterdag 25 mei 2019, dat als bijlage bij de notitie is terug te vinden. Het nieuwbouwprogramma voor het Asdonckterrein bestaat uit 64 appartementen, verdeeld over drie complexen. Er zijn drie categorieën appartementen: » Huur midden (16 appartementen); » Huur duur (16 appartementen); » Koop duur (32 appartementen. De parkeerbehoefte van de 64 appartementen is gebaseerd op parkeernormen van de gemeente Beuningen (Parapluplan Parkeren Beuningen. Schil centrum, weinig stedelijk). Navolgende tabel geeft de parkeerbehoefte weer op basis van de gemeentelijke parkeernormen zonder dubbelgebruik. De categorieën ‘huur midden’ en ‘huur duur’ hebben conform het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Beuningen dezelfde parkeernorm, omdat dit beide ‘huur vrije sector’ is:' aantal
parkeernorm
parkeerbehoefte
huur midden
16
1,4 (zonder bezoekers)
22
huur duur
16
1,4 (zonder bezoekers)
22
koop duur
32
1,6 (zonder bezoekers)
51
0,3 (per woning)
19
bezoekers totaal
64
114
Om dubbelgebruik van de parkeerplaatsen inzichtelijk te maken en de parkeervraag vast te stellen is gebruikt gemaakt van aanwezigheidspercentages. De aanwezigheidspercentages zijn overgenomen van het CROW en het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren'. De maatgevende parkeervraag is de werkdagavond met een parkeervraag van 102 parkeerplaatsen. Onder de drie appartementencomplexen wordt een parkeergarage gerealiseerd met een capaciteit van 73 parkeerplaatsen. Op het terrein (maaiveld rondom de complexen) worden 43 parkeerplaatsen gerealiseerd. De 73 + 43 = 116 beschikbare plaatsen voor bewoners en bezoekers zijn daarmee ruim voldoende voor de maatgevende parkeervraag van 102 parkeerplaatsen. Voor de overige (reeds bestaande) functies waren op basis van het parkeeronderzoek in de huidige situatie al voldoende parkeerplaatsen beschikbaar in het westen van het plangebied.
24
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
+11P
4Í+DP
Aanvullend op de nieuwe woningen in het plangebied is ook gekeken naar de effecten van het 2jaarlijkse evenement 'Beuningen on Ice' voor de parkeerbehoefte in en om het plangebied. Dit evenement kent maximaal 1.200 bezoekers die tegelijkertijd aanwezig zijn en vindt al meerdere edities in het plangebied plaats. Hierbij zijn de volgende aannames gehanteerd: » circa de helft van de aanwezige bezoekers komt met de auto en de andere helft met een andere vervoerswijze zoals te voet of per fiets. Dus 600 bezoekers komen met de auto. » De bezoekers van dergelijke evenementen komen over het algemeen met meerdere personen in een auto. Uitgaande van een autobezetting van 2,5 personen per voertuig, komt het aantal auto’s uit op 240; » Wanneer de piekbezetting plaatsvindt is niet bekend. Echter op basis van het in de notitie aangehaalde krantenartikel is op te maken dat dit op een avond tijdens een optreden van een band is. Uit het parkeeronderzoek van Loedersloot blijkt dat op de vrijdagavond het tijdstip van 19.00 uur het drukste moment is voor wat betreft de bezetting van de parkeerplaatsen. Hoewel een band waarschijnlijk later op de avond optreed is voor de piekbezetting uitgegaan van een vrijdagavond om 19:00 uur. » De acceptabele loopafstand is 500 m.
Uit het parkeeronderzoek van Loendersloot blijkt dat op de vrijdagavond 24 mei 2019 om 19:00 uur 271 parkeerplaatsen vrij waren en om 20:00 uur 325 parkeerplaatsen in de parkeersectoren op maximaal 500 m loopafstand (sectoren: 1 tot en met 9, 22 tot en met 33 en sector 38). Dit betekent dat er voldoende parkeerplaatsen zijn voor de 240 auto’s van de bezoekers op het piekmoment. Gelet op het voorgaande vormt het aspect 'parkeren' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Locatie Asdonck
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In het kader van de herontwikkeling van het gebied is een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder beknopt weergegeven; de volledige rapportage is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de matig zandige kleilaag van 0,5 - 1,0 m -mv ter plaatse van boring 20 (noordoostelijk terreindeel) voor koper de tussenwaarde marginaal wordt overschreden. Gezien de gevolgde onderzoeksstrategie en de aanvullende individuele analyses is in voldoende mate vastgesteld dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie en bouwactiviteiten en herinrichting op het terrein. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.
26
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde "dove" gevel heeft.
Een "dove gevel" is een bouwkundige constructie: » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.
4.3.2
Wegverkeerslawaai
Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel. Zonebreedte Aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
Stedelijk gebied 350 meter 350 meter 200 meter
Buitenstedelijk gebied 600 meter 400 meter 250 meter
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. Doorvertaling bestemmingsplan Als onderdeel van het opstellen van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt verwoord; de volledige rapportage is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Het voorgenomen bouwplan ligt binnen de zone van de Van Heemstraweg en ondervindt een geluidbelasting die de voorkeurswaarde van 48 dB overschrijdt. De geluidbelasting van de Wilhelminalaan voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Om het bouwplan te kunnen realiseren is het nodig om een hogere waarde te verzoeken voor de Van Heemstraweg van maximaal 56 dB. Met het eventueel toepassen van stil asfalt met een reductie van 3 dB kan de geluidbelasting worden teruggebracht tot maximaal 53 dB. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen welke economische levensduur het al aanwezige beperkt geluidreducerende SMAnl8 nog heeft en of het civieltechnisch verantwoord is om vanwege de zichthoek (van invloed op de geluidafname) op het appartementencomplex het stille asfalt aan te leggen op de kruisingen/rotonde aan weerszijde van het bouwplan. Het is namelijk zo dat stil asfalt minder goed bestand is tegen wrijvingskrachten van het verkeer die ontstaan op de kruisingen/rotonde en daarom van grote invloed zijn op de verwachte levensduur van 7 tot 10 jaar. Dit maakt het aanleggen van stil asfalt in dit soort situaties al snel minder economisch rendabel. In ieder geval zullen voor de woningen die maximaal een geluidbelasting van 53 dB ondervinden ten minste één geluidluwe zijde moeten hebben, waarbij de buitenruimte(n) die als verblijfsruimte worden gebruikt aan de geluidluwe zijde moeten zijn gesitueerd.
Bij het overschrijden van een geluidbelasting van 53 dB vanwege wegverkeer gelden aanvullende woningindelingseisen dat verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde moeten liggen en ten minste één slaapkamer van de woning aan de geluidluwe zijde moet liggen. Bij nadere invulling van de appartementen in de complexen en de woningindeling, moet worden geverifieerd of ieder appartement voldoet aan de eisen die in het hogere waarden beleid van de gemeente Beuningen genoemd worden. Verder is in het kader van de goede ruimtelijke ordening aandacht besteed aan de geluidbelasting op het bouwplan ten gevolge van de 30 km/u wegen. De maximale geluidbelasting veroorzaakt door de in de omgeving van het bouwplan aanwezige 30 km/u wegen is 54 dB. De 30 km/u-wegen worden in het kader van een goede ruimtelijke beoordeling beoordeeld als ‘in stedelijk gebied toelaatbaar’. De cumulatief optredende geluidbelasting Lvl,cum ten gevolge van alle wegverkeerslawaai bronnen op het bouwplan bedraagt maximaal 61 dB. De geluidwering van de gevel moet dientengevolge maximaal 61 - 33 = 28 dB bedragen.
4.3.3
Conclusie
Op 10 november 2020 is het hogere waardenbesluit voor wegverkeerslawaai genomen. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Voor het aspect industrielawaai (geluid van het evenemententerrein) wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Milieuzonering.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
28
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
bestemmingsplan Locatie Asdonck
Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Naast de omgevingstypen 'rustige woonomgeving' en 'gemengd gebied' kent de VNG-publicatie ook het type 'gebied met functiemenging'. Het begrip 'gebied met functiemenging' heeft geen betrekking op de typering van een gebied maar op de toelaatbaarheid van hinderveroorzakende functies, zoals stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige dan wel ambachtelijke bedrijvigheid. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand omgevingstype rustige woonwijk, rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000m 1.500 m
Richtafstand omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' voor verschillende bedrijfscategorieën in relatie tot omgevingstype. Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien richtafstanden worden overschreden is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de directe omgeving zijn geen bedrijven en voorzieningen gelegen met een hindercontour die overlapt met de bestemming 'Wonen'. Wel moet er rekening gehouden worden met een spuitzone als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de bestaande boomgaard ten noorden van het plangebied en de geluiduitstraling van het evenemententerrein dat planologisch met dit bestemmingsplan wordt verankerd. Spuitzones Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige bestemming in de nabijheid van bestemmingen, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen, kan drift risico’s voor de gezondheid ínhouden.
Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor een voor driftgevoelige bestemming aangehouden van 50 m, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 m is in diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS, bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt.
bestemmingsplan "Locatie Asdonck" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Locatie Asdonck
De vaste richtafstand van 50 m is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (vanwege de beperkte hoogte van het gewas) maar ook zij- en opwaarts (integrale behandeling van de fruitbomen), waarbij toepassing buiten de volbladperiode een extra risico vormt omdat het behandelde gewas zelf dan geen afscherming biedt. Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt het opwaarts spuiten de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico's. Aanvullend is het zo dat het middelengebruik in de fruitteelt aanzienlijk hoger ligt dan in de boomteelt. Ook wat betreft toxiciteit van de gebruikte middelen scoort de fruitteelt het hoogst en is die teelt als maatgevend voor de spuitzone te beschouwen. Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2018 is het vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht een 75 /o reducerende spuittechniek (DRT75) toe te passen binnen een boomgaard. Bij teelt van in opwaartse of zijwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen geldt op basis van artikel 3.80a van het Activiteitenbesluit de verplichting tot toepassen van een 75 /o reducerende spuittechniek vanaf 1 januari 2021.
Onderzoek Er zijn twee spuitzoneonderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de beoogde woningbouw in het plangebied. Het eerste onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd en het tweede onderzoek is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. In beide onderzoeken is specifiek uitgegaan van laagstam fruitboomgaarden, doordat hoogstam fruit gelet op de arbeidsintensiviteit en de oogst opbrengst, nauwelijks meer bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. Hoogstamboomgaarden worden overwegend nog voor landschappelijke doeleinden en hobbymatige doeleinden aangeplant. In de regels zijn daarom binnen 50 m van de bestemming 'Wonen' hoogstamfruitboomgaarden expliciet uitgesloten. Er zijn twee redenen waarom een nieuw onderzoek (zie bijlage 5) is uitgevoerd: » In de eerste plaats is in het onderzoek uit bijlage 4 gebruik gemaakt van het verspreidingsmodel van Plant Research International Wageningen (PRI 2012 en 2015). In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak 16 december 2020 (nr. 201806136/1/R1 en 201806358/1/R1) is overwogen dat er geen aanleiding is om te oordelen dat het verspreidingsmodel op basis van PRI een deugdelijke grondslag vormt voor locatiespecifiek onderzoek.