CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Bijlage 6: Het Broek landschappelijke inpassing.pdf

Commissie Ruimte 12 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van 4 zonnevelden in het buitengebied14.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6

verstoring van vleermuizen ten gevolge van werkzaamheden of lichtgebruik. Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden. De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens en na de beoogde ontwikkeling dient bij voorkeur geen verlichting te worden toegepast. Bij voorkeur de werkzaamheden uitvoeren tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mocht verlichting noodzakelijk zijn wordt vleermuisvriendelijke verlichting geadviseerd. Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (NDFF 2010-2020). Voor al deze soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, maar vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen.

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie. De planlocatie is omgrenst door kavelsloten waar mogelijk sprake is van functioneel leefgebied van amfibieën. De beoogde ontwikkelingen voorzien geen dempwerkzaamheden, wel wordt er een natuurvriendelijke oever gegraven aan de oostzijde. In de directe omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibiesoorten. Echter zijn de kavelgrenssloten in theorie geschikt als leefgebied voor de poelkikker en is het gebied niet tot slecht onderzocht (volledigheidsonderzoek, NDFF 2010-2020). De te realiseren natuurvriendelijke oever betreft enkel de westelijke oever van de kavelgrenssloot grenzend aan het Personnenbos. Aangezien de sloten een uitgesproken vegetatie bevatten met (relatief) steile oevers bevatten is het voorkomen van poelkikker onwaarschijnlijk. Echter is op basis van ontbreken van waarnemingen en beperkt habitat het voorkomen niet volledig uit te sluiten. Aangezien enkel de westelijke over van de watergang vergraven blijft er voldoende vegetatie over om naar uit te wijken. Om negatieve effecten te voorkomen wordt geadviseerd te werken buiten de kwetsbare (voortplantings)periode van de poelkikker (zie te treffen maatregelen).

Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van inheemse reptielen niet bekend (NDFF 2010-2020). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Gezien de afwezigheid van structuurrijke biotopen en de hoge mate van menselijke verstoring is het voorkomen van beschermde reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 2010-2020). De beoogde ontwikkelingen voorzien geen demping van watergangen. Derhalve zijn negatieve effecten ten aanzien van beschermde vissoorten uitgesloten. Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is een enkele waarneming van de teunisbloempijlstaart bekend (NDFF 2010-2020).

De teunisbloempijlstaart is zeer zeldzaam en heeft als leefgebied open plekken in bossen en bosranden. De soort heeft als waardplanten; basterdwederik, kattenstaart, teunisbloem en wilgenroosje. Verder is de waarneming gedaan in een tuin in stedelijk gebied.

7

Vanwege het ontbreken van waardplanten en functioneel leefgebied op de planlocatie is de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart uitgesloten. Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: boerenzwaluw, bosrietzanger, buizerd, houtduif, kauw, kievit en zwarte kraai. Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Gedurende het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nestlocatie en/of leefgebied. Wegens volledig ontbreken van bebouwing op de planlocatie is er geen sprake van geschikte nestlocaties van vogel- en/of uilensoorten welke broeden in bebouwing zoals; gierzwaluw, huismus, kerkuil of steenuil. Aangezien de planlocatie een graslandperceel betreft bestaat de mogelijkheid dat er sprake is van foerageergebied van kerk- en steenuilen.

Het grote aanbod vergelijkbaar (en beter geschikt) foerageergebied in de directe omgeving maakt dat de planlocatie geen essentieel foerageergebied betreft. Derhalve is er geen sprake van afname in essentieel foerageergebied en zijn negatieve effecten uitgesloten. Ten tijden van het veldbezoek is een buizerd waargenomen, waarvan mogelijk een nest aanwezig is in het Personnenbos. Aangezien er geen kapwerkzaamheden beoogd zijn, zijn negatieve effecten ten aanzien van (mogelijke) nestlocaties uitgesloten. Vanwege het vele vergelijkbaar leefgebied in de directe omgeving is geen sprake van afname van essentieel foerageergebied. Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en functioneel leefgebied is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode en bij ecologisch zwaarwegende redenen) De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. Het grasland zou mogelijk kunnen dienen als geschikte nestlocatie voor weidevogels. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van alle soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli.

Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

Beoordeling (b) gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. Op een afstand van circa 3,8 km ligt het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' (figuur 4). Het Gelders natuurnetwerk is aangrenzend met als grens en kavelgrenssloot, de dichtstbijzijnde Groene ontwikkelingszone is gelegen op ca. 2,6 km ten zuidwesten (figuur 5).

8

Natura 2000-gebied Oosterhout

H Natura 2000-gebied

Rijntakken

v« H88r Beuninger

Weurt

3,8 km Nijmeg

ro8no»|r

Figuur 4

De planlocatie ligt op een afstand van circa 3,8 km tot het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' (bron: arcgis.com).

Gelders Natuurnetwerk

H Gelders Natuurnetwerk H Groene ontwikkelingszone

Figuur 5

De planlocatie is aangrenzend aan het Gelders Natuurnetwerk, de dichtstbijzijnde groene ontwikkelingszone is gelegen op ca. 2,6 km ten zuidwesten van de planlocatie (bron: arcgis.com).

Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Blom Ecologie B.V. adviseert om projecten die kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden te beoordelen middels de AERIUS Calculator. Doel daarvan is vast te stellen of significante effecten kunnen worden uitgesloten. In sommige gevallen kan op voorhand negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten, wegens de grote afstand tot stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden, een afname in stikstofemissie of een beperkte ingreep. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark. Ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een zeer beperkte toename in het aantal

9

verkeersbewegingen. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het 'projecteffect'). Ondanks dat er sprake is van een relatief kleine afstand (3,8 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, wordt niet verwacht dat de beoogde ontwikkeling zorgt voor een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven.

Beoordeling (c) houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien.

10

Conclusies Samenvatting (a) Soortenbescherming De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. (b) Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets en/of 'nee, tenzij'-toets is niet noodzakelijk. Een AERIUS berekening ten aanzien van stikstof wordt gezien de afstand tot de gebieden en de toekomstige situatie niet nodig geacht. (c) Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

Geschikt habitat Habitatrichtlijnsoort

-

-

Geschikt habitat Andere soort

-

+

Soortspecifiek onderzoek noodzakelijk

n

m

-

n

-

-

-

-

-

-

-

-

n

n

n

n

broedvogels (j)

Geschikt habitat Vogelrichtlijnsoort

broedvogels (a)

vissen

reptielen

amfibieën

vaatplanten

Soortenbescherming - = ongeschikt + = geschikt n (nee)/ j (ja)/ m (maatregelen)

insecten en ongewervelden

Legenda

vleermuizen

Overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde flora en fauna en ook de verwachtte effecten naar aanleiding van de beoogde ingrepen en de eventueel daarop te nemen vervolgstap. (a) algemene broedvogel en cat. 5 soorten, (j) jaarrond beschermde nesten, cat. 1 t/m 4 soorten. grondgebonden zoogdieren

Tabel 2

+

+A

n

n

Gebiedsbescherming

afstand

effecten

nader onderzoek

Natura 2000

3,8 km

geen

n.v.t.

Gelders Natuurnetwerk

Aangrenzend

geen

n.v.t.

Houtopstanden

aanwezig

kap

melding

Struiken

nee

nee

n.v.t.

Bomen

nee

nee

n.v.t.

Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels (n het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Conclusie De ontwikkeling aan de Wilhelminalaan ong. te Beuningen is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

11

Vervolgstappen ^ De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarde (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

Te treffen maatregelen • Het graven van de natuurvriendelijke oevers dient uitgevoerd te worden buiten de kwetsbare (voortplantings)periode (medio maart t/m medio september) van de poelkikker om negatieve effecten te voorkomen. ^ Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

Overig te treffen maatregelen (ter versterking van het duurzaam medegebruik voor dieren) (Leemreise, 2019) ^ Aanleg natuurvriendelijke oever of plasdras-oever; ^ Plaatsen 8 boomstammen, liggend op de grond (los verband). Deze boomstammen zullen in de loop der tijd wegrotten en vormen een onderkomen voor veel insecten. • Verder kan toegang tot het terrein gewaarborgd blijven door het plaatsen van kleinwildtunnels (minmaal 2 aan elke zijde). Op basis van het advies en de richtlijnen van de stichting Das en Boom zijn de volgende aanvullende maatregelen opgesteld: • Het inzaaien van het gebied met een grasmengsel met klaver. De klaver zorgt voor stikstofopname in de bodem en daardoor een hogere populatie regenwormen in de bodem; • Rondom het hekwerk knip- en scheerhagen aanbrengen, voor de geleiding en de beschutting. Soorten: o.a. meidoorn (75%), hazelaar en inlandse vogelkers; Ten zuiden van de recreatieplaats een struweelhaag plaatsen, voor een hogere biodiversiteit. Eindbeeld 5 meter hoog, 5 meter breed: in twee rijen, 1 stuk per meter in driehoek verband. Rijen 1 meter uit elkaar. Deze haag heeft een hogere biodiversiteit doordat de vruchten zich kunnen ontwikkelen en de haag robuuster is. Soorten: Lijsterbes, hazelaar, inlandse vogelkers, meidoorn en hondsroos. • Het planten van noot- en fruitbomen.

• Rondom de haag aan de oost- en noordzijde tot aan de struweelhaag koeien laten grazen, het mest zorgt voor een bevordering van de bodemfauna (regenwormen)

12

Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Das Meles meles, versie 1.0 Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Leemreise, P. 2020. Notitie Das Zonnepark 'Het Broek'. Natuurbank Overijssel, Aalten

Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.gelderland.maps.arcgis.com www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl

We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen. Met vriendelijke groet,

Blom Ecologie B.V., M.A. Brinkbaumer Auteur

Blom Ecologie B.V., ir. ing. K.J. Rebergen Collegiale toets

Bijlage 1 Fotografische impressie

© Blom Ecologie B.V. Zandweg 46a - 4181 PM Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.

13

Bijlage 1 Fotografische impressie

~ A, įggTî

■ JţĩitK’

Şl ţ.fLvtb".

SMiM ìźjĘKįļ

ìJ^WÍÍŴ»

5^3

'mwm

mg

wmm ': ~ I H ____ : Figuur 1 De planlocatie is gelegen aan de Wilhelminalaan 81 ong. te Leuningen en bestaat uit een graslandperceel ten behoeve van melkveehouderij.

vVsW

ŜÍİISİ&

Dh^Į/rJ'

wmŮkĖ

í.V ■vií‘*\ĩ i:úiŭ

ţļìģ į- "'fìMfyţģ^įf "^3 'Y,f a/. Ţjţ . m.ĩFí

MM f*ļ f ^ ĩįļ

Ą kwM

'y.i'Ķtĩ:'^ ģU ____________pBHÍ wIB m Figuur 2

14

fftŭS

___

_____

De noordelijke zijde van de planlocatie zal worden gebruikt voor ecologische inpassingen.

mĄ v

»V'S pļï®

sa-'

,Éí?'ìíŕf

mm ** n' VY*

•*' 1* äŵv

m Figuur 3

De planlocatie wordt omgeven door kavelgrenssloten (behouden) van ca. 3 meter breed. ľFv-. tïîJM

«9 ľv•«Sfcr. vr M .í-»t

ŵ-í» 'i.'

“Mi

"j; 'ŵ èâa fe

-WţS

âécįaÈS ĚV.' '' - ~

Figuur 4

15

De planlocatie grenst ten oosten aan het Personnenbos en wordt enkel gescheiden door de brede grenskavelsloot

Postadres

Telefoon

Aladnaweg 1 8

0614-435700

7122 RR Aalten

0543-451142 0543 45ii42

JUURBANK

Info Info@natuurbankoverijssel.nl www.natuurbankoverijssel.nl

Bank NL48 RABO 0121 5795 73 btw

B1 0.1 5.30.766.B.01

OVERIJSSEL

ROM3D Dhr. J. Besten Dorshorst 1 a 7217PH | Harfsen Datum: Ons kenmerk: Betreft:

20-2-2020 2424 advies voor duurzaam medegebruik van zonnepark voor de das

Geachte heer Besten, dag Jochem, Er zijn concrete plannen voor de ontwikkeling van een zonnepark in het buitengebied van Beuningen (Gld.) Uit bronnen is vernomen dat de das (Meles meles) een vaste verblijfplaats bezet in een bosperceel (Personnenbos genaamd), direct ten oosten van het plangebied. U hebt ons om advies gevraagd, hoe de bouw en gebruik van het zonnepark plaats kan vinden zonder dat de verblijfplaats van de das verstoord kan worden? Tot het verstoren van de das, behoort ook het dusdanig negatief beïnvloeden van het foerageergebied, zodat de das schade ondervindt (verminderde reproductie, lagere levensverwachting, verlaten burcht, etc.) In deze briefnotitie geven wij concrete adviezen die moeten leiden tot het duurzaam voortbestaan van de huidige dassenburcht. Ligging plangebied Het voornemen is een zonnepark te ontwikkelen op een agrarisch perceel aan de Wilhelminalaan (ongenummerd, ten oosten van het adres Wilhelminalaan 81) te Beuningen (Gld) (zie afbeelding onder).

N847

Wezel

Ligging van het plangebied (rode contour).

Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat volledig uit agrarisch cultuurland, hoofdzakelijk in gebruik als grasland. De vegetatie in het plangebied bestaat uit een monocultuur van raaigras en wordt beheerd als grasakker t.b.v. de melkveehouderij. Het gras wordt jaarlijks 3-5 maal gemaaid en meermaals geïnjecteerd met drijfmest. De grond in het plangebied bestaat uit een kalkloze poldervaaggrond (Rn47C, Bodemkaart NL). Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een loofbos en aan de noordzijde aan de Oude Wetering. Het perceel wordt aan de overige zijden begrenst door een kavelgrenssloot.

^

,

Detailopname van het plangebied.

Voorgenomen activiteit Het voornemen is om het plangebied in te richten als zonnepark. Daartoe worden zonnepanelen op frames geplaatst. In het totale park blijft een grazige vegetatie houden; deze zal onder de panelen minder gedijen dan in de paden en de randen. Het grasland wordt niet bemest en er vindt een hooilandbeheer plaats in grote delen van het perceel.

Voorbeeld van een zonnepark.

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing blijft een strook van 30ml langs het bos aan de oostzijde onbebouwd en wordt een natuuroever aangelegd aan de oostzijde.

Inrichting van het perceel met natuurlijke oever en strook grasland aan de oostzijde.

Functie van het plangebied voor de das Gelet op de aanwezigheid van een dassenburcht, in het bos ten oosten van het plangebied, en de omvang van het territorium (30-400 ha, Zoogdiervereniging), is het aannemelijk dat het plangebied tot het foerageergebied van de das behoort. Dassen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. Dassen zijn alleseters, en zullen de graslanden in het plangebied benutten voor het verzamelen van regenwormen, emelten, en (jonge) muizen. Afhankelijk van de vochtigheid van de grond, foerageren ze in het perceel op het hoofdvoedsel; regenwormen. In droge, warme periodes, zullen de regenwormen diep in de bodem zitten, waarschijnlijk te diep. De betekenis van het plangebied als foerageergebied wordt als groot- tot matig beschouwd, afhankelijk van de vochtigheid van de bodem. Een intensieve bemesting van het perceel d.m.v. mestinjectie, is negatief voor de hoeveelheid regenwormen in de bodem. Randvoorwaarden voor behoud huidige functie en betekenis Om de functie van het plangebied en de betekenis ervan als foerageergebied voor de das te behouden, moet voldaan worden aan vijf eisen; 1. Er moet minstens even zo veel voedsel aanwezig zijn; 2. Het plangebied moet toegankelijk zijn; 3. De dassen moeten bij het voedsel kunnen komen; 4. De dassen moeten in staat gesteld worden te foerageren in rust; 5. De ontwikkeling mag geen negatief neveneffect veroorzaken;

In onderstaande tekst wordt ingegaan op bovenstaande elementen Ad 1. Aanwezigheid van voedsel Afhankelijk van de vochtigheid van de bodem, vormt het grasland geschikt foerageergebied voor dassen. Zwaar bemeste percelen, die regelmatig kort gemaaid worden, hebben grotere kans op uitdroging, dan extensief beheerde grazige vegetaties. De hogere vegetatie vermindert uitdroging van de bovenste laag. Het nieuwe beheer van het grasland, zorgt voor een groter aanbod aan voedsel voor de das. Het grasland wordt niet bemest, er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, en de vegetatie wordt als hooiland beheerd. 25% van de grazige vegetatie wordt jaarlijks niet gehooid. Deze 25% ligt jaarlijks op een andere plek, zodat de totale vegetatie 3x in 4 jaar wordt gemaaid. Overstaand gras is van belang voor muizen en overwinterende insecten. Door duurzaam hooilandbeheer zal de vegetatie langzaam aan bloemrijker worden en door het achterwege blijven van bemesting zal het bodemleven in de bovenste laag sterk toenemen t.o.v. de huidige situatie. Ter versterking van het duurzaam medegebruik door dieren, worden de volgende maatregelen voorgesteld: » » »

Aanleg natuurvriendelijke oever of plasdras-oever; Aanleggen 6 takkenbossen van 4m3 langs de oostzijde. De takkenbossen worden periodiek aangevuld omdat de takken verrotten; Plaatsen 8 boomstammen, liggend op de grond (los verband). Deze boomstammen zullen in de loop der tijd wegrotten en vormen een onderkomen voor veel insecten;

Ad Toegankelijkheid perceel Rondom het perceel wordt een hekwerk geplaatst om mensen buiten te houden i.v.m. diefstal. Om dassen (en andere kleine zoogdieren) toegang te bieden tot het terrein dienen kleinwildtunnels geplaatst te worden. Geadviseerd wordt om aan alle zijden minimaal 2 kleinwildtunnels te plaatsen.

r«: ţ 'įpìţsi

Klein wiidtunn el.

Ad 3. Toegang tot voedsel De voorgestelde inrichting stelt dassen prima in staat voedsel uit de bodem te halen. De zonnepanelen of de stellages vormen geen belemmering. Ad 4. Rust In het zonnepark komen buiten de daglichtperiode geen mensen. Ook worden geen andere activiteiten uitgevoerd die dassen weerhouden het plangebied te benutten als foerageergebied. Ad 5 Negatief neveneffect De ontwikkeling van het zonnepark heeft geen negatief neveneffect op het functionele leefgebied van de das. Het terrein is aan alle zijden toegankelijk en de das van via het plangebied andere agrarische percelen bereiken. Tenslotte Wanneer de hiervoor beschreven maatregelen doorgevoerd worden, zal de das, en andere diersoorten, profiteren van de voorgenomen activiteit. Het grasland, dat nu uit een soortenarme monocultuur bestaat, zal zich ontwikkelen tot een bloemrijk grasland met een rijk bodemleven. Met vriendelijke groet,

Ing. P.Leemreise

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken * Samenvatting emissies * Depositieresultaten

Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S3wnXeGBUKhm (10 augustus zozo) pagina 1/5

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Buro Waalbrug

Wilhelminalaan 81, 6641 KN Beuningen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Zonnepark Het Broek

S3wnXeGBUKhm

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

10 augustus 2020, 10:49

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

30,70 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase Zonnepark het Broek

Situatie 1

S3wnXeGBUKhm (10 augustus zozo) pagina 2/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR penningen

Locatie Situatie 1

Zŗ/ý;

wM

•ot.

wyjŞS Wezel

indenholf

SáSSSĩ/ 500 m

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Werktuigen aanleg totaal Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Wegvoertuigen aanleg totaal Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NOx

30,27 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

S3wnXeGBUKhm (10 augustus 2020) pagina 3/5

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Werktuigen aanleg totaal 180591, 427944 30,27 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Kraan grondverzet

3,0

3,0

0,0 NOx

4,27 kg/j

AFW

Kraan hijsen

3,0

3,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

Grondverzet kraan Case

3,0

3,0

0,0 NOx

5,71 kg/j

AFW

Trekker John Deere

3,0

3,0

0,0 NOx

6,18 kg/j

AFW

Rupsvoertuig

3,0

3,0

0,0 NOx

2,76 kg/j

AFW

Verreiker Manitou

3,0

3,0

0,0 NOx

9,01 kg/j

AFW

Quad

3,0

3,0

0,0 NOx

1,92 kg/j

AFW

Grondfrees

3,0

3,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Wegvoertuigen aanleg totaal 180062, 428165 < 1 kg/j < 1 kg/j

5(ļo m

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

300,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

100,0 /jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

S3wnXeGBUKhm (10 augustus 2020) pagina 4/5

AERIUSB CALCULATOR Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 20l9A_20200805_f3dee6357e

Database

versie 20l9A_20200805_f3dee6357e

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

S3wnXeGBUKhm (10 augustus 2020) pagina 5/5

CD JP ĴŞ C HI

ğ. ® rö 8 o SíOĴ Ĩ 3 O (D (Q 3 O ^ 3 5 - (Q ċ5' Ä o

3 2 3 S CD

CD <

3 3 T3 ,S Q. 3 3 Sc (D «B. S' S ^ sí 03" C CD

CD " CQ -i CD

(Q 5' 3 g— q

/O (Q FT O' /ft CD

S' © CD 3

Q) f—IÎS.

3 CQ 2 O O M C

CD O QQ. 3" CD

3 S-5

3 CQ

ÍS Í. ll CD Ť s. ^ 0- m 2 o 3

ĉ ZJ CD Q. ZJ

CD —1

n

CJ CD

3 9CD

(Q

cr < CD

C

< CQ

Q ÖJ

(U

N

CD

Q.

Ȓ cr

O CD

O q O O'

CD

ÇD

Q. O

■a sf

a. ft! "0

U -Ï

ÇD 5-

———————— 2

E. o T

—II

m N

m pm H SP O ® 2 |.

ÍTİ —

ì» Ì» 03 03

D

ffl

cd

n

bhb

3

GO (Q

m o * 2 5a 03

ÌÄMÏÍ

o cf

o ţn s-

HWp I— CD -i-i CO ^

(Q O'

3 ®

Z5 Ě+

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=8e5b807e-37f3-4bbc-bbc8-7db7912bc08d