CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Jaarstukken 2021 GR ODRN.pdf

Commissie Ruimte 25 mei 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Deelsessie: Zienswijze jaarrekening 2020 en begroting 2022 Gemeenschappelijke Regeling ODRN21.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In 2021 werkt de expertgroep kwaliteit verder uit hoe deze wettelijke taken opgepakt en ge-audit gaan worden. Vanwege deze nieuwe visie heeft er in 2020 dan ook geen audit plaatsgevonden op de kwaliteitscriteria. Sinds juli 2019 werken we voor de criteria voor de kritieke massa met de kwaliteitscriteria 2.2. In 2020 hebben we hiervoor een nieuwe monitoringstool aangeschaft. Met deze tool hebben we zicht op de robuustheid van de ODRN en weten we welke medewerkers zich nog moeten doorontwikkelen om te voldoen aan de eisen. In 2021 wordt dit uitgerold binnen de ODRN.

Visie op kwaliteit Gelderse

fŕ- ťmjĩMniļsdieîļsten

17 Kwaliteit

Binnen

Buiten

Fl**lt*i

Kwaliteit ín het stelsel

kol stelsel

* Eikp CIS brpa.ilŕ Hgrn LhJİİEplt'1 t-fl-rirl i Ei ke ū'D Is iċ r vtri*rr*ūùrc.ŕ!IJk vddi

ÍC y^t^Mrlnj en L ţ'-int-iń-- i 'dln J

Innc i ŗrŗn

Vertind

» Of kmlit kjn I- re iCtliiil rt dŕ vit binding.

» Dc nel5e*taiN kwaliteit fr-etf: pilmair tot driFl dŕ wŗrbinriinŗ ţŗ ŕa rllitřrpn ŗs vţrtfĶirw^îiiļî Int ïCŕ-S-*I íiìii bulľi.n Cue.

21

Jaarstukken 2020 ODRN

PiiTtĵċriïVűŭFdl

5-5

Klanttevredenheid

De scores van onze klanttevredenheidsonderzoeken zijn hoog. De afgesproken norm binnen het Gelders Stelsel is 80/. Deze norm hebben we in 2020 ruim gehaald met een gemiddelde klanttevredenheid van 87/0 (2019: 84/0). Bij deze uitkomst is een aantal belangrijke kanttekeningen te plaatsen: ^ Alleen klanten met verleende vergunningen zijn bevraagd. We doen geen uitvraag bij klanten van geweigerde, ingetrokken of buiten behandeling gelaten aanvragen.* ^ We vragen uit voor onze gemeentelijke partners en provincie Gelderland. Brzo en taken die we uitvoeren voor de andere OD’s in het stelsel worden niet meegenomen. ^ De respons op het klanttevredenheidsonderzoek lag in 2020 op 23/0 (2019: 39/0). We hebben in 2020 meer klant­ tevredenheidsonderzoeken (2532) uitgezet dan in 2019 (2283) maar de respons was lager (880 in 2019 tegenover 576 in 2020). * De andere OD’s vragen wel uit op 100^0 van de binnengekomen vergunnin­ gaanvragen.

In onderstaande tabel geven we de klanttevredenheid 2020 naar activiteit weer:

100/ 80/ 60/ 40/ 20/ 0/

Controle

Controle

Melding

Omgevings-

Omgevings-

bezoek Bouw

bezoek Milieu

Activiteitenbesluit

vergunning Bouw

vergunning Milieu

Vooroverleg

M Tevreden M Ontevreden

Opvallend is dat bij vooroverleg het aantal ontevreden klanten veel hoger is dan bij andere producten. Feedback die we hier vaak zien is: ^ ‘Het duurt erg lang voordat we iets horen.’ ^ ‘We dachten dat we uitgenodigd zouden worden voor een gesprek. Nu hebben we niemand gesproken of het wordt telefonisch afgedaan.’ ^ Hoge kosten die men niet verwacht, vooral wanneer er alleen een telefoongesprek plaats vindt. Het probleem zit hem vooral in de definitie van het woord vooroverleg en wat de klant hierbij verwacht. We zien dat het aantal ontevreden klanten voor het product Vooroverleg lager is, als de opdrachtgever een balie heeft waar klanten terecht kunnen met vragen.

22

Jaarstukken 2020 ODRN

5.6

Dienstverleningsovereenkomsten

Begin 2020 hebben wij een nieuwe kantoorruimte betrokken aan de Mariënburg 75 te Nijmegen, gelegen naast ons vorige kantoorpand. Deze verhuizing was nodig omdat het vorige kantoor te klein was geworden voor de personeels­ bezetting van de ODRN. Daarnaast hebben we in 2020 overeenstemming bereikt met de gemeente Nijmegen over welke diensten wij als ODRN van haar afnemen in het kader van het gastheerschap van Nijmegen. Zowel de huur als de diensten die wij van de gemeente Nijmegen afnemen, zijn vastgelegd in een Gastheerovereenkomst. Het Dagelijks Bestuur heeft daartoe besloten in zijn vergadering van november resp. december 2020. In het kader van ons Ontwikkelprogramma, thema Gezamenlijkheid onderdeel Professioneel en zakelijk opdrachtge­ ver- en opdrachtnemerschap, uniformeren we de dienstverleningsovereenkomsten met al onze partners. Daarvoor is een werkgroep ingesteld, die bestaat uit de gemeentelijke partners. Ook met de provincie Gelderland zijn we in het najaar van 2020 een overleg gestart. In dat kader zullen onder andere de al lopende trajecten voor de overeen­ komsten met de gemeente Heumen, de Omgevingsdienst Regio Rivierenland en de provincie Gelderland worden meegenomen. Afronding voorzien we medio 2021.

5.7

Processen en informatievoorziening

In 2020 hebben we op ICT-gebied verder gewerkt aan een efficiënte inzet van middelen en een goede bestuurbaarheid van de organisatie. Een procesgerichte inrichting van de werkzaamheden staat daarbij centraal. Bij ICT gaan we over het reguliere beheer van de workflows en hebben we doorontwikkeld op de volgende punten: ^ Alle besluiten van de diverse processen kunnen nu tijd- en plaats-onafhankelijk digitaal door de gemandateerde genomen worden. ^ In het kader van de Omgevingswet hebben wij alle werkprocessen uit het bedrijfsprocessenmodel herijkt. Het vergunningenproces (2.3.1) is vervolgens compleet uitgewerkt en technisch gereed om geïmplementeerd te worden. ^ Een nieuwe legesmodule is ontwikkeld en geïmplementeerd. Hiermee is de kans op fouten bij alle opdrachtge­ vers nagenoeg nihil en is het gebruiksgemak aanzienlijk verbeterd. ^ Wij zijn overgegaan van MyCorsa naar Corsa NxT als Document Management Systeem (DMS) waarmee zowel de performance als het gebruiksgemak verder is verbeterd. ^ Daarnaast voeren we in een continu proces verbeteringen door aan ons VTH-systeem WRS. De organisatie

Naast deze inhoudelijke ontwikkelingen zijn er ook organisatorische ontwikkelingen. Binnen de afdeling Interne dienstverlening is het onderdeel informatievoorziening (IV) uitgebreid met een projectleider voor I-projecten en een medewerker IV zodat we informatievoorziening verder kunnen verbeteren en uitbouwen. De noodzaak hiervoor ligt mede in het programmaplan Doorontwikkeling ODRN waarin een betere grip op informatievoorziening een vereiste is. De systemen

Afgelopen jaar is er wederom veel doorontwikkeld op de systemen, onder meer voor de bedrijfsvoering. De datakwa­ liteit is verbeterd door gebruik te maken van of aan te sluiten op de bronsystemen. Verder zijn de kwaliteitschecks verbeterd en uitgebreid. Ook de informatievoorziening zelf is beter geworden door het ontwikkelen van een organisatiebreed dashboard, met daarin de benodigde sturings- en verantwoordingsinformatie. Met het ontwikkelen van verdiepende afdelingsdashboards zijn we begonnen. Daarnaast heeft een extern bureau - Quarant - de ‘houdbaarheid’ van WRS in beeld gebracht. Conclusie is dat WRS als kernapplicatie weliswaar niet toekomstbestendig is, maar dat vervanging ervan vóór invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022 niet realistisch en ook niet nodig is. Op basis hiervan hebben wij een plan van aanpak gemaakt dat voorziet in een vervanging van WRS medio 2023. Uitvoering start in 2021. Zowel het rapport als het Plan van Aanpak is bestuurlijk vastgesteld. Gevolg is wel dat de ODRN komende jaren WRS terughoudend zal doorontwikkelen. Uit­ sluitend daar waar uit wettelijke noodzaak ontwikkeling gevraagd wordt, dan wel vanuit onvermijdelijke ICT-vervanging, zal verder in WRS geïnvesteerd worden.

23

Jaarstukken 2020 ODRN

Naar aanleiding van het performanceonderzoek zijn door IRvN diverse verbeteringen aan de systemen uitgevoerd, zo­ als voor de Citrix-omgeving van de ODRN en de services tussen WRS en Corsa, waarbij wij uiteindelijk zijn overgegaan naar Corsa NxT. Het beheer van WRS ligt bij functioneel applicatiebeheerders (geleverd door IRvN). Hiermee is de professionele onder­ steuning gegarandeerd en is opnieuw het niet-beschikbaarheidspercentage nihil geweest. l-GO

Ook in 2020 heeft de ODRN weer volop bijgedragen aan het project Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO). De kwaliteit van de gegevens in de kernregistratie ligt rond 9007o. Continu verbeteren van de gegevenskwaliteit en -actualiteit blijft een aandachtpunt, zeker omdat de Omgevingswet vraagt om een betrouwbare gegevenshuishouding. Ook hebben wij de kernregistratie aangepast en is deze daarmee Omgevingswetproof. 1

Afgelopen jaar is I-Go aangesloten op Inspectieview Milieu en hebben wij een pilot gedraaid voor het aanleveren van gegevens aan het landelijke Register Externe Veiligheid (REV), wat een wettelijke verplichting wordt. Hiervoor is de technische aansluiting gerealiseerd en is informatie over tankstations, windturbines en gasstations uit in- en externe bronnen gebundeld. Verder zijn er twee pilots gedraaid met betrekking tot informatiegestuurd werken. Hiervoor is het informatiegestuurd Toezichtsmodel Veehouderijen ontwikkeld. Dit risicomodel geeft op basis van een tiental in- en externe gegevensbronnen real time aan bij welke veehouderij toezicht het meest urgent is. I-GO heeft ook dit jaar weer een aantal kaartlagen opgeleverd (bijvoorbeeld meldingen energiebesparing) en deze zijn geïntegreerd in de geoviewer van de ODRN. Hierdoor is er meer inzicht in de actuele gegevens van alle milieu-inrichtingen in Gelderland. In 2020 is nog geen vernieuwd Programmaplan I-GO opgesteld. Het accent zal in 2021 komen te liggen op het gebied van datagestuurd werken. In bijlage 8.5 is het bedrijfsprocesmodel van de ODRN weergegeven.

5.8

Productiviteit

Onder ‘productiviteit’ verstaan we het aandeel directe uren van medewerkers met uitzondering van staf en directeur. Bij de bepaling van onze uurtarieven rekenen we met een productiviteitsnorm van 7207o (1.350 productieve uren). In 2020 realiseerden we een productiviteit van 7407o* (2019: 72Q7o). Daarmee zitten we boven de norm. * Dit betreft alleen de productiviteit van ons eigen personeel. De productiviteit van onze inhuur komt uit op 9ũX.

24

Jaarstukken 2020 ODRN

6. Paragrafen Conform artikel 9 Besluit begroten en verantwoorden (BBV) moet de jaarrekening van de ODRN minimaal de volgende paragrafen bevatten*: * De BBV schrijft ook de paragrafen lokale hef­ fingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden Financiering partijen en grondbeleid Voor. Deze zijn niet van Weerstandsvermogen en risicobeheersing toepassing voor de ODRN. Bedrijfsvoering De paragrafen Financiering en Weerstandsvermogen en risicobeheersing behandelen we in dit hoofdstuk. Voor Be­ drijfsvoering verwijzen we naar hoofdstuk 3 en 5.

6.1

Financiering

Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens over het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De uitgangspunten zijn nader uiteengezet in het Treasurystatuut Omgevingsdienst Regio Nijmegen 2016. Dit statuut bepaalt dat elk jaar verslag wordt gedaan van de ontwikkelingen gedurende het jaar. Onderstaand noemen we de belangrijkste zaken: ^

De ODRN heeft het beleid geen eigen financieringsportefeuille te hebben. De gelden die we niet nodig hebben voor onze exploitatie staan op de rekeningcourantrekening bij de BNG en het Rijk (schatkistbankieren).

^

We financieren onze activiteiten met eigen middelen. We hebben geen vreemd geld aangetrokken en de kasgeldlimiet is in 2020 niet overschreden. ^ De rente-risiconorm is vanwege het ontbreken van leningen niet van toepassing. ^ In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing nemen we alle risico’s op en lichten deze toe. ^ Toerekening van rente: Conform de BBV-voorschriften, die voorschrijven dat alleen met werkelijke rente mag worden gerekend, bedraagt het rentepercentage in de jaarrekening 0oA en worden dus alleen nog afschrijvings­ lasten geraamd. ^ Voor het bepalen van ons uurtarief hanteren we een extracomptabele kostentoerekening. Hierbij betrekken we naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzie­ ningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa. Het renteresultaat over 2020 bedraagt C 0.

6.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf dient, volgens het BBV, ten minste de volgende onderwerpen te bevatten: ^ een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; ^ een inventarisatie van de risico’s; ^ het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s. Weerstandscapaciteit

Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en de mogelijkheden waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Een batig saldo kunnen we toevoegen aan onze reserves tot een maximum dat conform het door het algemeen bestuur bepaalde weerstandsvermogen nodig is. Dit maximum is door de regionale adviesfunctie berekend en met AB-besluit d.d. 6 juni 2017 vastgesteld op C 675.000. Inventarisatie van risico’s

In onderstaande risico-inventarisatie geven we een overzicht van onze risico’s, met vermelding of het risico financieel [1] dan wel niet-financieel [2] is. Vervolgens geven we aan wat de gevolgen zijn als het risico zich voordoet en gaan we in op de te nemen beheersmaatregel. Het totaal van de risico’s becijferen we op C 1.225.000 (2019: C 803.000).

25

Jaarstukken 2020 ODRN

De inventarisatie is geactualiseerd. We hebben een aantal risico’s toegevoegd: ^ Risico nr 3 indexering BRN ^ Risico’s nr 6 en 7 resp informatie veiligheid en WRS ^ Risico nr 14 Omgevingswet ^ Risico nr 16 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ^ Risico nr 17 COVID-19 Met name de nieuwe risico’s Omgevingswet en indexering BRN zorgen voor een toename van het risicobedrag in 2020. Het risico ‘achterstallig onderhoud inrichtingenbestand’ is vervallen. Ons inrichtingenbestand heeft sinds 2011 continu updates gehad. De laatste grote opschoonactie heeft vorig jaar nog plaatsgevonden. Een aantal risicobed ra­ gen is bijgesteld en het risico taakuitvoering is samengevoegd met risico calamiteit bij bedrijf. Er bestaat ook een kans dat we onze taakstellingen (de afbouw van de toeslag op ons uurtarief van C 6) vanaf 2022 niet gaan realiseren. Dit hebben we niet gekwantificeerd, omdat we realistisch zullen begroten. We gaan inventari­ seren in hoeverre we deze taakstellingen kunnen invullen met bezuinigingen en/of door het ‘leaner’ maken van onze werkprocessen. Voor het restant zullen we, in overleg met onze deelnemers, een aanvullende bijdrage opnemen. Om de risico’s te kwantificeren hebben we de (financiële) gevolgen/impact geschat. Vervolgens hebben we een in­ schatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij gebruiken we de volgende kans-klasse indeling:

Klasse

waarschijnlijkheid

Kans

1

Zeer klein

100A

2

Klein

250A

3

Middel

500A

4

Groot

5

Zeer groot

75fbo 900A

Weerstandsratio

De ratio weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het totaal van de risico’s bedraagt C 1.225.000. Omdat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen passen we een dempingsfactor toe van 0,6 . Dit geeft een benodigd weerstandsvermogen van C735.000. De weerstandsratio ultimo 2020 bedraagt (C 494.111 Z C 735.000) » 0,67. Dit is niet voldoende. Het opmaken van de weerstandsratio is een momentopname. Risico’s veranderen immers voortdurend. * Deze factor is conform 2019 en wordt landelijk gehanteerd.

26

Jaarstukken 2020 ODRN

naam risico

beschrijving

weerstands

kans

soort nr

risico

gevolg als risico zich voordoet

beheersmaatregel

Periodieke rapportages zodat we eventuele tekorten tijdig signaleren en zodat we kunnen bijsturen. Verder hebben we de afspraak dat als een deelnemer substantiële minder wenst af te nemen, dat minimaal 1 jaar vóór aanvang boekjaar door aangeeft zodat bijsturen mogelijk is.

kunnen bijsturen. Onze belangrijkste uitgaven (loonsom, inhuur en gastheerschap) zijn contractueel vastgelegd en voorspelbaar.

restrisico

in C

aanduiding

kans in 6

component

ja

200.000

zeer klein

1096

20.000

ja

50.000

zeer klein

1096

5.000

ja

700.000

middel

5096

350.000

1

Outputfinanciering

De vraag kan afwijken van de begroting.

1

We kunnen onze overhead onvoldoende dekken bij lagere vraag dan onze break even omzet.

2

Begrotingsrisico

Tegenvallers door onvoorziene omstandigheden

1

Begrotingsoverschrijding

3

Indexering BRN

gemeenten jaarlijks begrotingsrichtlijnen (BRN) uit. De BRN bevat een advies over de indexering die gebaseerd is op de macro- economische verkenningen, de MEV.

1

De indexering volgens de BRN kan afwijken van onze werkelijke kostenontwikkeling waardoor we kostenstijgingen niet meer binnen onze begroting kunnen opvangen.

kostenstijgingen jaren (2019, 2020 en 2021). Vanaf 2021 lopen we jaarlijks C 7 ton mis. We zullen ons AB voorstellen toekomstige indexeringen te baseren op werkelijke kostenstijgingen en nemen dit mee in de begroting vanaf 2022.

Met de deelnemers maken we afspraken over de dienstverlening, veelal

Bij het maken van de afspraken schatten we de situatie zo goed mogelijk in en nemen deze mee in onze

4

Afspraken werkprogramma's

op basis van een uniforme VTH-procesgang. Afwijkend maatwerk kan leiden tot meerkosten.

1

Overschrijding van budget.

afspraken, dreigende overschrijdingen signaleren we in onze rapportages, maatwerkproducten rekenen we veelal op nacalculatiebasis af.

ja

100.000

groot

7596

75.000

5

Uitval automatisering

Productieverlies door uitval van systemen

1

Overschrijding van budget.

Evalueren uitval en verbeteracties doorspreken met gastheer en IRVN.

ja

75.000

middel

5096

37.500

Informatieveiligheid

eisen in het kader van de bescherming van natuurlijke persoonsgegevens. Doelbinding is daarbij een belangrijke voorwaarde. Daarnaast zijn de normen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) op de ODRN van toepassing.

2

Opgelegde boetes door de Autoriteit Persoonsgegevens en schadelijkheidsstellingen in het kader van datalekken en imagoschade.

We voldoen aan de AVG en de BIO, maar zijn daarbij ook afhankelijk van IRVN en Nijmegen (gastheerconstructie). We maken afspraken met onze leveranciers in gebruikersovereenkomsten.

nee

Het niet vervangen van WRS maakt beheer en onderhoud kwetsbaar. We moeten aanpassingen door ontwikkelingen als de

We hebben de intentie om ons zaaksysteem (WRS) vanaf 2023 te vervangen.

ja

100.000

middel

5096

50.000

ja

50.000

middel

5096

25.000

Periodieke rapportages waarin we overschrijdingen zo vroeg mogelijk signaleren zodat we eventueel

De regionale adviescommissie brengt namens de deelnemende

We hebben onderzoek gedaan naar de verschillen tussen de BRN index en onze werkelijke

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt strengere

6

WRS is een door ODRN ism de gemeente Nijmegen ontwikkeld 7

WRS

zaaksysteem en wordt niet door andere organisaties (Omgevingsdiensten) gebruikt (maatwerkapplicatie).

Omgevingswet zelf ontwikkelen. 2

nee

We monitoren het ziekteverzuim periodiek, we zijn in overleg met het sociaal medisch team en sturen 8

Ziekteverzuim

Een verzuimpercentage dat onze norm (56) overstijgt

1

Hogere kosten en het niet realiseren van de werkplannen

bij als we de norm (dreigen) te overschrijden. We nemen preventieve maatregelen om verzuim te voorkomen.

We kunnen aangemerkt worden als schijnwerkgever als we zzp'ers inzetten voor structureel werk. Er was sprake van aanpassing van de wet, maar het Rijk heeft dit ingetrokken. Er geldt tot najaar 2021 een gedooghouding van de fiscus. Begin 2021 is er een pilot (6 maanden). Er komt een online-tool waarmee opdrachtgevers en ZZP'ers kunnen zien of er spraken is van een opdrachtgever of arbeidsrelatie. Na afloop van de pilot wordt de wet mogelijk gewijzigd, maar belangrijker: de fiscus gaat dan actiever optreden. Daarnaast heeft de Hoge Raad in een uitspraak van november 2020 een en ander aangescherpt. Werd Wij zullen de module beoordelen en invullen om per geval te zien of er al dan niet sprake is van een arbeidsrelatie. Als er geen arbeidsrelatie uit de module naar voren komt dan krijgen we een

voorheen vooral gekeken naar de bedoeling van partijen. Dat wordt nu Wet Deregulering beoordeling 9

arbeidsrelat ie

10

Rechtmatigheid aanbestedingsrisico's

niet meer relevant geacht en dat kan leiden dat er eerder sprake is van een arbeidsrelatie.

opdrachtgeversverklaring die gebruikt kan worden bij controles. Ook gebruiken we vanaf 2021 bij inhuur van ZZP'ers modelcontracten die zijn getoetst door de belastingdienst. Bij bureaus gebruiken we

1

We zijn alsnog loonheffing e n premies verschuld i gd

de overeenkomsten van de bureaus. maar risico hier is en niet vanwege arbeidsrelatie met bureau.

Rechtmatigheidsissues, imagoschade.

verklaring van onze accountant. We hebben het inhuurproces aangescherpt in 2020 en beter onder controle.

Nauwelijks aanbod van personeel waardoor we duur moeten inhuren of werk moeten laten liggen. De werkdruk van het

Inzetten op arbeidsmarktcommunicatie en strategisch personeelsplanning waarbij gekozen is om de nadruk te leggen op instroom: vacatures krijgen extra aandacht en kunnen we ODRN als werkgever aantrekkelijker maken? We hebben afspraken over de marge die we op inhuur moeten realiseren om

We maken gebruik van een DAS "Werken in Gelderland". Rechtmatigheid vormt onderdeel van de

11

12

13

14

Werving van personeel

De ODRN is aanbestedende partij voor inhuur van personeel

Er is een krapte aan specialistisch technisch en juridisch personeel.

Complexiteit van de stelseltaken

Het risico dat gemandateerde bevoegdheden en verantwoordelijkheden onduidelijk zijn en niet helder zijn vastgelegd.

Privatisering van bouwregelgeving

BWT en andere bouwregelgeving voor eenvoudige bouwwerken wordt

(WKB) per 1 januari 2022

bij andere private partners neergelegd en hiermee verliest de ODRN een deel van haar taken.

Omgevingswet

De effecten van de Omgevingswet zijn niet bekend.

2

nee

huidige personeelsbestand loopt op.

deze kostendekkend in de markt te zetten.

Gebreken in communicatie, waardoor informatie niet of niet tijdig doorkomt, te late communicatie van vergunningaanvragen en

Verbeterpunten uit de Evaluatie in het Gelders Stelsel zullen dit risico klein houden. Zo is per 1 januari 2018 de complexe vv provinciale inrichtingen gecentraliseerd naar de ODRN en de complexe handhaving per 1 januari 2020 gecentraliseerd naar de ODRA. De afspraken voor de stelseltaken zijn daarmee

besluiten en te veel schakels inzake coördinatie complexe

herijkt. We zetten extra capaciteit in op coordinatie van de stelseltaken en voeren overleg met de

1,2

handhaving en vergunningverlening en programma aandachtsbedrijven

Provincie Gelderland, de ODRA en andere stelsel OD's hierover en we sluiten samenwerkingsovereenkomsten met deze partijen.

ja

250.000

klein

2596

62.500

1

Frictiekosten a.g.v. het bovenformatief worden van medewerkers

We houden een flexibele schil aan voor met name bouwplantoetsers en toezichthouders bouw.

ja

500.000

gemiddeld

5096

250.000

Er zijn andere competenties noodzakelijk. De vergunningplicht zal

Aanhouden flexibele schil, cultuurtrajecten, opleidingen en samen met deelnemende gemeenten

afnemen. Ook het Digitaal Stelsel Omgevingsdiensten heeft een impact op de informatievoorziening en werkwijze.

verkennen van de financiële effecten (voorjaar 2021). De kosten hiervan dekken we uit ons ontwikkelbudget. De kosten voor het anders werken benoemen we als risico

ja

500.000

middel

5096

250.000

200.000

middel

5096

100.000

1,2

1

nee

Wij geven opdrachtgevers een helder advies en risico inschatting af. Communicatieplan/controleprotocol vanuit de gemeente geeft aan hoe te handelen. In DVO staat dat 15

Calamiteit bij bedrijf

ODRN kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld of onvoldoende te hebben gecommuniceerd

2

Weinig vertrouwen bij opdrachtgevers en burgers, negatieve pers

gemeenten/provincie een schade bij ons kunnen neerleggen bij calamiteiten. We hebben hiervoor een aansprakelijkheidsverze kering afgesloten.

Nee

16

Programma Aanpak Stikstof

De Raad van State heeft uitspraak gedaan dat toepassing van de PAS niet als toestemmingsbasis voor activiteiten worden gebruikt.

1

Vergunningaanvragen worden on hold gezet en het aantal vergunningaanvragen zal dalen

In het programma complexe vergunningverlening wordt gestuurd op een geïntegreerde aanpak. We houden en flexibele schil aan om eventuele omzetdaling op te vangen.

ja

We houden een flexibele schil aan om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen.

Nee

Onze omzet daalt door de economische malaise en als gevolg van

17

COVID-19

COVID-19 beïnvloedt onze bedrijfsvoering

1

de maatregelen (werken op afstand). Ook zijn er positieve effecten: onze reiskosten dalen en het thuiswerken heeft een gunstig effect op het ziekteverzuim.

1.225.000

Financiële Kengetallen *

Netto schuldquote

omschrijving A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV)

* Kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing.

2019

2020

0

0

B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV)

2.624.108

2.496.015

C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV)

1.961.377

3.982.263

0

0

2.316.439

5.005.265

0

999.702

D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV)

1.339.627

146.894

H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves))

19.914.843

21.843.952

Ą.7%

i,50Zo

De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-Gj/H x 100oZo

Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 1307 als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto-schuldquote van de ODRN is ruim voldoende. Solvabiliteitsratio

Het eigen vermogen als bedoeld in art 42 van de BBV gedeeld door het totaal van de passiva in het verslag jaar: 6,77 (2019: 1,470). Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de ODRN in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de ODRN. De solvabiliteitsratio van de ODRN is onvoldoende. Dit wordt veroorzaakt door het lage eigen vermogen. Structurele exploitatieruimte

Structurele lasten minus de structurele baten plus de structurele toevoeging aan de reserves minus structurele onttrekkingen aan de reserves gedeeld door het gerealiseerde saldo van de baten. Deze is niet van toepassing omdat er binnen de ODRN geen structurele exploitatieruimte aanwezig is.

28

Jaarstukken 2020 ODRN

7. Jaarrekening 2020 7.1

Algemeen

Begroting 2020

Het Algemeen Bestuur heeft de begroting 2020 op 4 juli 2019 vastgesteld en ter goedkeuring verzonden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De begroting is met wijziging nummer 1 op 13 juli 2020 gewijzigd. Met deze wijzi­ ging zijn de effecten van de tariefsaanpassing en het budget van het ontwikkelprogramma 2020 - 2021 verwerkt. Ook is de begroting met deze aanpassing op de werkplannen 2020 aangesloten. Op 4 november 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten C 8 ton van het budget ontwikkelprogramma 2020 - 2021 over te hevelen van 2020 naar 2021. Dit besluit is met een tweede wijziging in de begroting 2020 verwerkt. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De volgende grondslagen, waarop de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het BBV. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begro—tingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Materiële vaste activa

Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijko­ mende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardevermin­ deringen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Er wordt annuïtair afgeschreven. De looptijden zijn afhankelijk zijn van de soort investering: ^ Inrichting 10 jaar ^ ICT applicaties 5 jaar ^ ICT Pc’s e.d. 3 jaar Onderhanden werk

Betreft de per balansdatum onderhanden producten met vaste prijs. Onderhanden producten betreffen opdrachten voor onze deelnemers. Onderhanden producten worden gewaardeerd tegen toegerekende kosten en het deel van de productwinst dat naar rato van de verrichte prestatie per balansdatum kan worden verantwoord. De waarde van het onderhanden werk wordt bij wijze van voorschot bij de deelnemers als onderhanden werk in rekening gebracht. Verliezen worden volledig in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Uitzettingen en overlopende activa

Vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Met eventuele oninbaarheid is in de waardering reke­ ning gehouden. Liquide middelen

De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen en omvatten het banksaldo. Bestemmingsreserve

Onder een bestemmingsreserve verstaan we een reserve, waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Nog te bestemmen rekeningresultaat

Het nog te bestemmen rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Het nog te bestemmen rekeningresultaat leggen we ter bestemming voor aan het Algemeen Bestuur.

29

Jaarstukken 2020 ODRN

Voorzieningen

Onder de voorzieningen zijn opgenomen voorzienbare verplichtingen, verliezen en of risico's voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten dan wel van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed. De voorzieningen zijn opgenomen tegen nominale waarde Vaste schulden

De leningen met een looptijd langer dan een jaar worden hieronder tegen de nominale waarde opgenomen, vermin­ derd met de reeds gedane aflossingen. Vlottende passiva

De vlottende passiva hebben een looptijd korter dan een jaar. De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Borg- en garantstellingen

Buiten de balanstelling wordt - voor zover van toepassing - het bedrag genoemd waarvoor er borg- of garantstellin­ gen zijn afgegeven. Resultaat na bestemming

Het resultaat na bestemming is het resterende resultaat na reeds bestemde mutaties in de reserves. Het resultaat wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur.

30

Jaarstukken 2020 ODRN

Balans

7-2

Bedragen in euro's /Activa

ultimo

ultimo

2019

2020

Passiva

VASTE AA C Tl V A

ultimuolt mo

ultimuoltimo

20192019

20202020

VASTE PASSI VA

Materiele vaste activa

Eigen vermogen

Investeringen met een economisch nut

1.619.691

TOTAAL V/ASTE ACTIVA

1.271.491

1.619.691

Algemene reserve

-46.5846

-25.967

Bestemmingsreserve

100.000 000

36.40376.407

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het

1.271.491

VLOTTEN DE AA C Tl V A

overzicer van baten en lasten

20.617

483.671

Voorraden

Totaal eigen vermogen

74.033

494.111

392.379

Onderhanden werk

0

0

2.250.193

1.726.939

Voorziening harmonisatietoelage

523.597

-Uitzettinnen in 's Ríjks schatkist

60.117

3.278.326

Voorziening verlof stuwmeren

75.49705 490

58.58548.584

-Overige vorderingen

6.1296.129

TotaT! voorzieningen

599.087

450.963

TOTAAL VASTE PASSIVA

673.162703

945.074

Uitzettingen met een rentetypische looptijd al jaar -Vonderinge n op openbare licha men

Voorzieningen

Liq uide middelen

0

0

0

0

999.790929 .702

V L OTTENDE IP VA SSI V A Netto vlottende sshu Iden met een rentetypische looptiċO cl jaar jaar

Overlopende activa Nog te onteangen bedragen

1.3391..632379.627

TOTAAL VEOTTENDE ACTIVA

3.656.066

146.819446.894

6.151.861

-Schulden aan openbarelichamen

1.673.576 576

-Schulden aan kredietinstellingen

709.101 101

2.0042..108074.187 0

-Overige schulden

241.431 431

491.842981.828

0

Overlopende pass iva

TOTAAL

5.275.757

7.423.352

-Verplichtingen

1.9781..592798

3.982.263

TOTAAL VAOTTENDE PASSIVA

4.602.637

6.478.278

TOTAAL

5.275.757 757

7.4237..345223.352

Toelichting op de balans

7-3

VASTE ACTIVA

Materiele vaste activa Onderstaand geven we een overzicht van het verloop van de materiele vaste activa in het boekjaar. Over de gedane investeringen in 2020 is gerekend met een half jaar afschrijving en 00A rente. Over de eerdere investeringen is met een heel jaar rente en afschrijving gerekend

Investeringen met economisch nut

Boekwaarde 1-1-2019

Investeringen

799.767

23.093

114.215

708.646 467.103

inrichting

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Afwaarderingen

ICT applicaties

647.577

75.585

256.059

ICT Pc's e.d.

172.347

20.393

63.666

33.333

95.741

totaal

1.619.691

119.071

433.939

33.333

1.271.491

De afwaardering van ē 33.000 betreft een correctie van in 2019 ten onrechte geactiveerde ICT-applicaties.

31

Boekwaarde 31-12-2020

Jaarstukken 2020 ODRN

VLOTTENDE ACTIVA

Onderhandenwerk De specificatie van het onderhandenwerk is als volgt:

Berg en Dal

Beuningen

Druten

Heumen

Nijmegen

Wijchen

Provincie Gelderland

Totaal

370.161

217.657

89.281

173.000

1.136.017

160.472

385.314

2.531.902

324.696

216.330

75.619

145.491

903.101

134.965

406.867

2.207.068

-45.465

-1.327

-13.662

-27.509

-232.916

-25.507

21.553

-324.834

onderhandenwerk

-97947

-60.850

-13.408

-36.806

-224.520

-18.474

-67.393

-519.398

Overige mutatie

52.482

59.523

-254

9.297

-8.396

-7.033

88.946

194.565

Omschrijving Onderhandenwerk 1 jan 2020

Saldo vooruit gefactureerd per 31 dec 2020

Mutatie onderhandenwerk 2020 Opschoonactie

Uit liquiditeits- en volatiliteitsoverwegingen heeft het Algemeen Bestuur d.d. 7 december 2017 besloten om voort­ aan de onderhandenwerkpositie bij de deelnemers in rekening te brengen. De mutatie over 2020 is deels het gevolg van een opschoonactie waarbij we het onderhandenwerk dat niet meer afgerond gaat worden, met deelnemers afgerekend hebben. Dit is conform bestuursbesluit d.d. 4 november 2020. Bij de deelnemers gaat het om C 519.398* en ook de overige mutatie is in 2020 verrekend. In totaal is er per 31 december 2020 C 2.207.068 bij de deelnemers vooruit gefactureerd waardoor de balanspositie C 0 is.

* Bestuursbesluit d.d. 4 november 2020 betreft C 538.738. Dit is inclusief opschonen onderhandenwerk van de Pro­ vincie Overijssel C 16.638. Verder is er in afwijking van het bestuursbesluit bij de gemeente Heumen C 2.703 minder opgeschoond omdat uit nadere analyse bleek dat een aan­ tal zaken toch niet afgesloten konden worden (bestuurs­ besluit: C 39.509, opgeschoond: C 36.608). Uitzettingen met een rente typische looptijd van s 1 jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening van nul euro in mindering gebracht. Deze voorziening wordt sta­ tisch bepaald. Vorderingen op openbare lichamen

32

1.726.939

Deelnemers afrekening 4e kwartaal 2020

1.234.843

Stelsel OD’s afrekening 4e kwartaal 2020

382.958

DCMR afrekening 2020

60.158

Provincie Zuid-Holland, afrekening BRZO

11.356

Diversen

37.624

Totaal

1.726.939

Jaarstukken 2020 ODRN

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist

3.278.326

Met ingang van januari 2014 is de ODRN verplicht te “schatkistbankieren”. Dit houdt in dat we al het meerdere boven ē 1.000.000 op de rekening courant bij de BNG moeten afstorten bij het Rijk die dit gebruikt als eigen financierings­ middel. Bij behoefte kan de ODRN weer over dit tegoed beschikken. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt is in 2020 het drempelbedrag niet overschreden.

Omschrijving

kwartaal 1

kwartaal 2

kwartaal 3

kwartaal 4

Drempelbedrag

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

schatkist aangehouden middelen

-730.593

156.164

161.820

152.709

Ruimte onder het drempel bedrag

1.730.593 0

843.836

838.180

847.291

0

0

0

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks

Overschrijding

Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen

146.894

Provincie Gelderland advies circ. ec.

18.304

Provincie Gelderland VV HH

22.859

Provincie Gelderland GUOV subsidie

9.009

Afrekening stelseltaken 2020

30.815

ODRA afrekening werkpakket 2020

13.800

Deelnemers slotfactuur 2020

14.983

Wijchen

139

Heumen

6.681

Druten

424

Beuningen

2.059

Berg en Dal

5.680

Vooruitbetaalde cursus Omgevingswet

31.450

Diversen

5.674

Totaal

146.894

Met de provincie Gelderland moeten we nog het Gelders Uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid (GUOV), advies circ.ec, VV HH afrekenen. De vordering op de ODRA van ē 13.800 betreft het verschil tussen de vooruitbetalingen op het werkplan 2020 en de werkelijke kosten. Ook met de stelsel-OD’s worden nog vooruitbetalingen voor diverse stelseltaken (totaal ē 30.815) verrekend. Begin januari 2021 is de factuur over 2020 gedraaid. De omzet is, onder inhouding van betaalde omzet en voorschot­ ten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. De kwaliteitscontrole, die we daarna uitgevoerd hebben, heeft geleid tot een aantal correcties, te vorderen ē 14.983, die we alsnog gaan verrekenen.

33

Jaarstukken 2020 ODRN

VASTE PASSIVA

Eigen vermogen Overzicht reserves

naam reserve

Stand 31 december 2019

Resultaat 2019

-46.584 100.000

20.617

Bestemmingsreserve Totaal reserves

53.416

20.617

Algemene reserve

toevoegingen 2020

onttrekkingen 2020

stand 31 december 2020 -25.967

-

63.593

36.407

63.593

10.440

De algemene reserve is per 31 december 2020 negatief en dient door de deelnemers te worden aangezuiverd via bestem­ ming van het voordelig resultaat over het boekjaar 2020 of via een bijstorting. Deze reserve dient als risicoafdekking voor de risico’s die in paragraaf 6.2 zijn toegelicht. Structurele toevoegingen en of onttrekkingen zijn niet voorzien/geraamd. Bij besluit van het Algemeen Bestuur (juli 2018) is de bestemmingsreserve gevormd door C 100.000 van het positief ex­ ploitatiesaldo niet uit te keren maar te reserveren ten behoeve van de energietransitie. Het programma is in 2019 en 2020, mede door Covid-19, niet volledig tot uitvoer gekomen. In 2020 hebben we de bestemmingsreserve voor C 63.593 ingezet. Hierover heeft het Algemeen Bestuur op 16 december 2020 een besluit genomen*. Het resterende bedrag van C 36.407 zal in 2021 worden gebruikt om het bijgestelde programma uit te voeren. De inzet van de bestemmingsreserve in 2020 is op de bijdragen van de gemeenten in mindering gebracht. De inzet en de boek­ waarde per 31 12 2020 per gemeente blijkt uit onderstaande tabel:

*De realisatie wijkt iets af van het besluit van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur heeft besloten over een ont­ trekking van C 63.593. De inzet in 2020 is C 1.740 hoger. Bij de volgende gemeenten wijkt de realisatie iets af: Beuningen + C1.344, Druten C 2.7070 en Wijchen - C2.311.

Gemeente

31 12 2019

Inzet in 2020

Boekwaarde per 31 12 2020

Berg en Dal

12.524

Beuningen

16.530

12.524 1.874

14.656

Druten

10.795

4.538

6.257

Heumen

6.973

Nijmegen

39.162

39.162

6.973

Wijchen

14.016

5.495

8.521

100.000

63.593

36.407

Gerealiseerd resultaat

totaal

Gerealiseerd resultaat per 31-12-2019

20.617

bestemd: Ten gunste van algemene bed rijfsreserve

-20.617

Gerealiseerd resultaat 2020

483.671

Dekking nog aan te geven

483.671

Het gerealiseerde resultaat over 2019 is door het Algemeen Bestuur bestemd bij vaststelling van de rekening 2019. Het gerealiseerde resultaat over 2020 moet nog door het Algemeen Bestuur worden bestemd.

34

Jaarstukken 2020 ODRN

Voorzieningen

Het Dagelijks Bestuur heeft op 4 september 2014 besloten tot instelling van drie voorzieningen. Dit was noodzake­ lijk omdat de provincie de verplichtingen aan de ODRN, voortkomend uit het GSP, heeft afgekocht. Het betreft de afkoop van: ^ Harmonisatietoelage: verschil tussen werkelijk bruto salaris bij provincie en het salaris volgens het functiehuis bij de ODRN gedurende het dienstverband van de medewerker. ^ Verlofstuwmeer: verlofsaldi per 1 april 2013 maal het per medewerker betreffende uurtarief. ^ Reiskosten woon- werkverkeer: Opgeheven per 1 april 2017. Onttrekking aan voorzieningen

We onttrekken de werkelijke kosten aan de voorzieningen en brengen deze ten gunste van de exploitatie waarmee deze kosten budgettair neutraal zijn. Het vertrek van 4 medewerkers met harmonisatierechten (extra salaris) leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van C 81.136. Voor de vervangers van de vertrokken medewerkers hoeven we geen harmonisatie te betalen. Deze vrijval boeken we als eenmalige opbrengst in het resultaat. Mutatieoverzicht

harmonisatie toelage

verlof stuwmeer

totaal

523-597 0

75.490

599.087

0

0

af: onttrekkingen

131.218

16.906

148.124

- werkelijk uitbetaald

50.082

16.906

66.988

- vrijval

81.136

saldo 1-1-2020 bij: toevoegingen

saldo per 31-12-2020

392.379

VLOTTENDE PASSIVA

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd ^jaar Schulden aan openbare lichamen

2.004.187

BTW 4e kwartaal 2020

1.016.602

Loonheffing december 2020

800.299

Pensioenpremie december 2020

181.437

Diversen

5.849

Totaal

2.004.187

Overige schulden

Dit betreft de crediteuren per 31-12-2020

35

Jaarstukken 2020 ODRN

491.827

81.136 58.584

450.963

Overlopende passiva Verplichtingen

3.982.263

De verplichtingen bestaat uit de volgende bedragen: Nog te betalen PIOFAH kosten 2020

2.292.263

Vooruit ontvangen ontwikkelbudget 2021

897.829

Slotfacturen 2020

284.086

Slotfactuur Nijmegen 2020

2.934

Slotfactuur ODA 2020

392

Slotfactuur ODRA 2020

9.910

Slotfactuur pr Gld 2020

28.963

Slotfactuur pr Overijssel 2020

16.983

Slotfactuur OHW pr Gld 2020

210.058

Slotfactuur Berg en Dal 2020

14.846

Kosten inhuur 2020

376.211

Nabetaling piket

53.602

Overig

78.273

Totaal

3.982.263

Per ultimo 2020 waren we een deel van de PIOFAH kosten 2020 nog verschuldigd. We hebben in 2020 een ontwikkel bijdrage van C 1,4 miljoen van onze deelnemers ontvangen. Dit budget is voor f897.829 niet ingezet. Het Algemeen Bestuur heeft op 4 november 2020 besloten het niet in 2020 ingezette deel van de ontwikkelbijdrage, destijds naar schatting C 8 ton, naar 2021 over te hevelen. Uit onderstaande tabel blijkt de afrekening van de bijdrage ontwikkelprogramma: Geraamde omzet werkplan 2020

2020

Inzet 2020

Vooruitontvangen balans

Gemeente Berg en Dal

1.750.265

149.000

53.445

95.555

Gemeente Beuningen

1.093.633

93.000

33.358

59.642

Gemeente Druten

421.944

35.000

12.554

22.446

Gemeente Heumen

753.164 6.154.209

64.000

22.956

41.044

523.000

187.597

335.403

Deelnemers

Gemeente Nijmegen Gemeente Wijchen

666.467

55.000

19.728

35.272

Provincie Gelderland

5.665.599

481.000

172.531

308.469

Totaal

16.505.281

1.400.000

502.171

897.829

Begin januari 2021 is de factuur over 2020 gedraaid. De omzet is, onder inhouding van betaalde omzet en voorschot­ ten, bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. De kwaliteitscontrole, die we daarna uitgevoerd hebben, heeft geleid tot een aantal correcties, te betalen C 284.086, die we alsnog gaan verrekenen. De nabetaling piket van C 53.602 betreft compensatie in verband met een verkeerde toepassing van de werktijdenre­ geling. Door een verkeerde uitleg van deze regeling konden piketmedewerkers in de periode voor 2020 hun overuren niet op basis van tijd voor tijd compenseren. Dit is achteraf in strijd met onze werktijdenregeling gebleken. Dit bete­ kent dat medewerkers geen compensatieverlof konden opbouwen, terwijl ze daar wel recht op hadden. Dit gaan we over de periode van 2015 tot en met 2019 compenseren. Niet in de balans opgenomen verplichtingen

De gemeente Nijmegen voert als gastheer de PIOFAH-taken voor de ODRN uit. Deze taken zijn beschreven in de Samenwerkingsovereenkomst ODRN - Gemeente Nijmegen 2020-2023. Ons Dagelijks Bestuur heeft op 16 december 2020 deze overeenkomst voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023 (4 jaar) vastgesteld. De huur van ons kantoorpand is onderdeel van deze overeenkomst. De omvang van deze overeenkomst is voor 2020 C 2.751.000 (prijspeil 2020) en voor 2021 C 2.985.000 (prijspeil 2021).

36

Jaarstukken 2020 ODRN

7-4

Het overzicht van baten en lasten

Het jaar 2020 sluit met een voordelig resultaat van ē 483.671. Onderstaand geven we een overzicht van lasten en baten met de indeling volgens de BBV voorschriften:

Omschrijving

begr.2020 na wijz.

begroting

Programmaplan Programma ODRN Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien

werkelijk

Lasten 2020

baten 2020

Lasten 2020

baten 2020

Lasten 2020

baten 2020

10.605.976

16.521.000

15.165.976

20.981.000

15.152.118

21.843.952

5.915.024

5.815.024

6.271.755

Saldo van lasten en baten Onttrekkingen aan de reserves

0

0

420.078 63.593

Resultaat Programma

0

0

483.671

Omdat deze indeling weinig informatie geeft hebben we een staat van lasten en baten opgenomen die uitgaat van categorieën en is voorzien van een toelichting:

Omschrijving

begroting 2020

begroting 2020

werkelijk

verschil

na wijziging nr.

Lasten

1

Salarissen en sociale lasten

2

Opleidingskosten

3

Kosten ontwikkelprogramma

11.253.000

12.303.000

12.181.310

121.690

225.000

125.000

156.608

-31.608

700.000

602.171

97.829

4

Inhuur

980.000

3.790.000

4.214.844

-424.844

5 6

Piofah gastheer

2.725.000

2.725.000

2.725.000

0

Kapitaallasten

336.000

336.000

433.982

-97.982

Overige materiele kosten

750.000

750.000

843.731

-93.731

Bijdrage regionaal stelsel

252.000

252.000

266.228

-14.228

16.521.000

20.981.000

21.423.873

-442.874

15.036.000

18.403.000

19.374.434

971.434

600.000

502.171

-97.829

7 8

Totaal lasten Baten Deelnemersbijdragen*

9 10

Ontwikkel bijdrage

11

Provincie Overijssel

750.000

900.000

758.999

-141.001

12

Baten bovenregionale taken

580.000

923.000

807.260

-115.740

13

Subsidies en overige

155.000

155.000

319.952

164.952

14

Onttrekking bestemmingsreserve

63.593

63.593

15

Vrijval voorziening harmonisatietoelage Totaal baten

Resultaat 2020, verschil tussen baten en lasten

37

Jaarstukken 2020 ODRN

16.521.000

81.136

81.136

20.981.000

21.907.545 483.671

926.545

Toelichting op verschillen groter dan č 25.000. 1 Salarissen en sociale lasten

Ten opzichte van de begroting geven we C 1,2 ton minder uit aan salarissen en sociale lasten. Dit is deels het effect van ons personeelsbeleid om jong talent aan te trekken. We hebben in 2020 nieuwe jonge medewerkers aangetrok­ ken. Door een lagere anciënniteit neemt de gemiddelde salarislast af. Een deel van de salariskosten, in totaal C 2,4 ton, betreft inzet voor het ontwikkelprogramma en is verantwoord onder ad 10. Ontwikkelbijdrage. 2 Opleidingskosten

We begroten 20A van de begrote salarissen en sociale lasten voor opleidingskosten. In 2020 en in 2021 zetten we C 1 ton van ons opleidingsbudget in voor het ontwikkelprogramma. De overschrijding in 2020 komt door de kosten van een begeleidingstraject voor het MT. 3. Kosten ontwikkelprogramma

De kosten blijven achter bij de begroting door de vertraagde invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteits­ borging Bouwen. De totale inzet in 2020 bedroeg C 602.106. Hiervan dekken we C 100.000 uit ons opleidingsbudget en C 502.106 dekken we uit de bijdrage van de deelnemers. We hebben in 2020 C 1.400.000 gefactureerd. Het saldo op 31 12 2020 bedraagt C 897.894 (C 1.400.000 - C 502.106) en is op de balans verantwoord onder overlopende passiva. 4 Inhuur

De overschrijding van inhuur met C 4,2 ton hangt vooral samen met de hogere omzet. Ook de kosten van onze nieuwe directeur zijn onder inhuur verantwoord. We blijven ernaar streven ons aandeel inhuur te beperken waarbij we rekening houden met de wenselijke flexibele schil gelet op toekomstige ontwikkelingen. We hebben hier in 2020 al een flinke stap in gezet; we geven in 2020 C 6 ton minder uit aan inhuur dan in 2019 (C 4,8 miljoen). 6 Kapitaallasten

De overschrijding van de kapitaallasten hangt samen met in 2019 geactiveerde verhuiskosten. De begrote afschrij­ vingslasten zijn hier niet op aangepast. 7 Overige materiele kosten

Ten opzichte van de begroting is er een nadeel opgetreden, ontstaan door een veelheid van kleinere plussen en minnen op de verschillende kostensoorten. De reiskosten blijven in 2020 achter. Reisbewegingen zijn door Covid-19 beperkt. Aan de andere kant hebben we meer onderhoudskosten software. In 2019 hebben we deze kosten veelal geactiveerd. Met het oog op de vervanging van ons zaaksysteem, is activering vanaf 2020 niet meer wenselijk. In onderstaande tabel geven we een uitsplitsing van de uitgaven:

Omschrijving

38

Bedrag 2020

Reiskosten zakelijke km’s en parkmobile

112.504

Onderhoudskosten software

150.032

Bedrijfsauto’s

24.696

Communicatiekosten

79.090

Porti, kantoorbehoeften, abonnementen

44.814

Verzekeringen, accountant, advieskosten

159.720

Overige personeelskosten

125.612

Voorgeschoten kosten (en verrekend met deelnemers)

64.991

Overige kleinere bedragen

82.272

Totaal

843.731

Jaarstukken 2020 ODRN

9 Deelnemersbijdragen

Dit betreft bijdragen van onze deelnemers. De in 2020 gerealiseerde bijdragen van ē 19,4 miljoen bestaat uit ē 19,7 miljoen reguliere productie en - ē 3 ton mutatie van het onderhandenwerk. In onderstaande tabel geven we de uitsplitsing naar deelnemer weer: Deelnemer

Mutatie OHW

Reguliere productie

Totale bijdragen 2020

I

II

I t II

Berg en Dal

-45.465

2.138.184

2.092.719

Beuningen

-1.327 -13.663

1.478.659

1.477.332

Druten

472.245

458.582

Heumen

-27.509

851.825

824.316

Wijchen

-232.915 -25.507

7.544.402 871.630

7.311.487 846.123

Provincie

21.552

6.342.323

6.363.875

-324.834

19.699.268

19.374.434

Nijmegen

De bijdragen overschrijden de begroting 2020 van ē 18,4 miljoen met afgerond ē 1 miljoen. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door diverse aanvullende productieafspraken van in totaal ē1,2 miljoen die we verwerkt hebben in onze werkplannen. Deze geven een actueler inzicht in onze productieafspraken en zijn daarom relevanter dan de begroting per deelnemer. In onderstaande tabelgeven we de reguliere productie versus de werkplannen weer. Reguliere productie

Werkplan 2020

Reguliere productie in 0A van werkplan 2020

I

II

Berg en Dal

2.138.184

2.048.302

I/II 47

Beuningen

1.260.938

177

Druten

1.478.659 472.245

486.295

-30A

Heumen

851.825

874.661

-30A

Nijmegen

7.544.402

7.120.877

67

Wijchen

871.630

Provincie

6.342.323

745.365 7.034.194

177 -107

19.699.268

19.570.632

10A

De realisatie en werkplannen 2020 wijken in totaal slechts 17 af. Bij individuele deelnemers zijn er grotere afwijkin­ gen. We lichten de grootste afwijkingen (^07)* toe . * In de klantrapportages per deelnemer gaan we uitgebreid in op verschillen tussen werkplan en De grootste afwijking doet zich voor bij de provincie realisatie. Gelderland. Vergunningverlening BRIKS blijft achter door de stikstofproblematiek in de eerste helft van 2020 en COVID-19. Dit leidt tot minder investeringen, dus minder aanvragen. Ook vergunningverlening milieu blijft achter op de werkplannen. Dat komt door personele onderbezetting waarmee de ODRN begin 2020 kampte. In de tweede helft van 2020 hebben we nieuwe medewerkers geworven zodat achterstanden ingelopen kunnen worden. Bij Beuningen is er een overschrijding van 177. Dit komt met name door een toename van kleine bouwaanvragen en particuliere sloopmeldingen. Veel mensen grijpen COVID-19 aan om verbouwingen aan hun woning te doen. Ook bij toezicht BRIKS is er een overschrijding welke onder andere wordt veroorzaak door toezicht op mogelijk illegaal ge­ bruik op grond van regels ruimtelijke ordening.

Bij Wijchen is er ook een overschrijding 177 welke vooral veroorzaakt door aanvullende milieuwerkzaamheden die we niet volledig hebben kunnen voorzien: vooroverleggen, aanvragen veranderingsvergunningen, meldingen gesloten bodemenergiesystemen en maatwerkvoorschriften type B-inrichtingen.

39

Jaarstukken 2020 ODRN

10 Ontwikkelbijdrage

Zie ad 3. 11 Provincie Overijssel

Als een van de 6 BRZO diensten in Nederland voert de ODRN ook voor de provincie Overijssel de BRZO-taken uit. De productie 2020 blijft f1,4 ton achter op de begroting. Net zoals bij de provincie Gelderland blijft ook hier de vergun­ ningverlening BRIKS achter door de stikstofproblematiek en de COVID-19. Ook het aantal verleende milieuvergunnin­ gen valt lager uit dan begroot. Het aantal revisievergunningsaanvragen Brzo, Maatwerkvoorschriften type C-inrichtingen en Veranderingsvergunningen (uitgebreid en regulier) bleef achter. Tenslotte was er bij diverse projecten een onderbesteding. Deels omdat de inzet hiervoor gedekt werd uit de landelijke IOV en MJA-subsidies. 12 Baten bovenregionale taken

Dit betreft werkzaamheden die we voor de stelsel Omgevingsdiensten uitvoeren. De productie 2020 blijft ruim f 1,1 ton op de begroting 2020 achter als gevolg van teruglopende productie door stikstofproblematiek en COVID-19. 13 Subsidies en overige

In 2020 hebben we voor f 319.952 aan subsidie (f 297.351) en overige opbrengsten (f 22.601* ) gerealiseerd. De begro­ ting blijft f1,6 ton achter. Deze bijdragen zijn structureel te laag geraamd. *Inclusief een correctie over 2019 van - f 33.302 In onderstaande tabel geven we een uitsplitsing van de subsidies: Subsidie Nederlandse

Saldo

Ontvangen

overheidslichamen

1-1-2021

jaarschijf 2019

IOV1 provincie Zuid Holland

Toevoegingen

Gefactureerd

Saldo

jaarschijf 2020 jaarschijf 2020

31-12-2020

112.694

112.694

IOV deelprogramma 2 t/m 6 provincie Zuid Holland

0

0

36.050

36.050

0

0

0

97.514

97.514

0

GUOV provincie Gelderland

12.550

12.550

51.093

42.084

9.009

Totaal

12.550

12.550

297.351

288.342

9.009

MJA DCMR

IOV1 provincie Zuid Holland betreft een projectsubsidie voor het eerste deelprogramma Brzo (Besluit risico zware ongevallen) van de Impuls Omgevingsveiligheid 2020. Hiervoor zijn subsidie-beschikkingen ontvangen tot maximaal f 131.675. Op basis van de werkelijke tijdsbesteding hebben we f 112.694 gedeclareerd. Definitieve afrekening heeft al plaatsgevonden. In het kader van deelprogramma’s IOV 2 t/m 6 provincie Zuid Holland hebben we beschikkingen ontvangen voor in totaal f 76.953. Gedeclareerd en gefactureerd is f 36.050. De zogenoemde MeerJarenAfspraak (MJA) is een aanvulling op de Brzo-impuls subsidie. De maximale inzet volgens de afspraken bedraagt f 144.261. Gedeclareerd en gefactureerd is f 97.514. GUOV betreft provinciale subsidie uit het Gelders Uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid 2020. Er is een subsidiebeschikking ontvangen voor f 52.606. Op basis van de werkelijke tijds­ besteding is de inzet in 2020 f 51.093. De eindafrekening vindt in 2021 plaats. 14 Onttrekking bestemmingsreserve

De onttrekking aan de bestemmingsreserve lichten we toe bij de toelichting van het eigen vermogen op de balans. 15 Vrijval voorziening harmon isatietoelage

Het vertrek van 4 medewerkers met harmonisatierechten leidt bij de voorziening harmonisatietoelage tot een vrijval van f 81.136. Deze reservering hoeven we niet meer aan te houden omdat we voor de vervangers van die vertrokken medewerkers geen toelage verschuldigd zijn. Deze vrijval is conform de BBV-voorschriften als eenmalige opbrengst in het resultaat opgenomen.

40

Jaarstukken 2020 ODRN

Beleidsindicatoren, taakvelden en diversen

Berekening vennootschapsbelasting Nagenoeg alle taken van de ODRN zijn door wetgeving voorgeschreven. Deze zogenoemde overheidstaken zijn vrijge­ steld van vennootschapsbelasting (VPB). De verrekening van de zeer geringe overige taken (als bijvoorbeeld het geven een workshop) geschiedt tegen kostprijs waardoor geen VPB verschuldigd is. In de financiële verordening is opgeno­ men dat de resultaten voor de commerciële activiteiten terugbetaald worden aan de opdrachtgever. Inzicht artikel 28 Er is geen sprake van een structurele toevoeging/onttrekking van reserves en een post onvoorzien is in de begroting niet beschikbaar. Percentage inhuur van de loonsom Omschrijving

Begroting 2020

Rekening 2020

Directe kosten Salariskosten

12.303.000

12.181.310

af: salariskosten management en staf

1.627.024

1.846.206

Directe salariskosten

10.675.976

10.335.104

inhuur

3.790.000

4.214.844

14.465.976

14.549.948

260A

290A

Totaal directe salariskosten Percentage inhuur van de directe salariskosten

Het aandeel inhuur van de directe salariskosten van 290A is iets hoger dan begroot maar wel lager dan in 2019 (3307o). Overheadpercentage van de totale lasten nr.

Omschrijving

Begroting 2020

Begroting na wijz 2020

Rekening 2020

2

Salariskosten management en staf

1.627.024

1.627.024

1.846.206

3

Opleidingskosten

225.000

125.000

156.608

4

Piofah taken gastheer

2.725.000

2.725.000

2.725.000

5

Kapitaallasten

336.000

336.000

433.982

6

Overige materiele kosten

750.000

750.000

843.731

7

Bijdrage regionaal stelsel

252.000

252.000

266.228

5.815.024

6.271.755

20.981.000

21.423.873 290A

Totaal overhead

5.915.024

Totaal lasten Overhead als percentage van de totale lasten Het gerealiseerde percentage overhead is met 290A iets boven begroot.

41

Jaarstukken 2020 ODRN

280A

Bezetting De bezetting vast personeel ultimo 2020 bedraagt 162,2 fte. Overzicht van baten en lasten naar taakveld In onderstaande tabel geven we het overzicht van baten en lasten naar taakveld weer. Omschrijving

Lasten 2020

Baten 2020

7.4 milieubeheer Vergunning behandelen

2.671.764

3.837.424

Toezicht en handhaven

2.247.307

3.227.781

Advies en projecten

3.268.597

4.694.649

Totaal

8.187.668

11.759.854

Vergunning behandelen

3.263.940

4.687.960

Toezicht en handhaven

2.141.712

3.076.117

8.3 bouwen & wonen

Advies en projecten

1.558.798

2.238.885

Totaal

6.964.451

10.002.961

Vrijval voorziening harmonisatietoelage Overhead

81.136 6.271.755

Onttrekkingen aan de reserves Totaal lasten en baten

63.593 21.423.873

21.907.544

Resultaat positief

483.671

De baten 2020 betroffen voor C 11,8 miljoen (540A) taakveld milieubeheer en voor Ci0,0 miljoen (46^0) taakveld bou­ wen en wonen.

7.5

Wet normering topinkomens

Op grond van de Wet normering topinkomens (WNT) publiceren wij de bezoldiging aan topfunctionarissen. Op basis van de WNT zijn topfunctionarissen van de ODRN: de directeur en de adjunct-directeur en de bestuursleden. We kennen geen toezichthouders (RvC/RvT) zoals in de WNT omschreven. Onze bestuurders, bestaande uit onderstaande personen, ontvangen geen bezoldiging.

42

Naam

Functie

Dhr. J.W.M. van der Meer (prov. Gelderland)

Voorzitter

Dhr. P. de Klein (Beuningen)

Algemeen en Dagelijks Bestuur

tot mei 2020 tot mei 2020

Periode

Dhr. M.H.T. Lepoutre (Druten)

Algemeen Bestuur

Mevr. H. Tiemens (Nijmegen)

Algemeen Bestuur

Dhr. G.W.R. Gerrits (Wijchen)

Algemeen Bestuur

Dhr. N.P. Vergunst (Nijmegen)

Algemeen en Dagelijks Bestuur

Dhr. N. Verheul (Berg en Dal )

Algemeen en Dagelijks Bestuur

Dhr. R.J.M. Waas (Heumen)

Algemeen en Dagelijks Bestuur

vanaf mei 2020

Dhr. W. Brink (Druten)

Algemeen Bestuur

vanaf mei tot dec. 2020

Dhr. A. Springveld (Druten)

Algemeen Bestuur

vanaf dec. 2020

Dhr. S. Versluijs (Beuningen)

Algemeen Bestuur

vanaf mei 2020

Jaarstukken 2020 ODRN

In 2020 zijn er een aantal personele wisselingen geweest waardoor de functie van (adjunct) directeur in 2020 door vier functionarissen is waargenomen. De bezoldiging volgens de WNT-norm is in 2020 niet overschreden. De bezoldi­ ging van deze functionarissen blijkt uit onderstaande tabellen: WNT-verantwoording 2020 ODRN

De WNT is van toepassing op ODRN. Het voor ODRN toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 C 201.000. Het betreft het algemeen bezoldigingsmaximum. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbe­ trekking vanaf de 13e maand van de functievervulling bedragen x č 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020

G.W.J. Bouman

R.H. Kraan

Directeur

Adjunct-directeur

01/01 - 01/03

16/07- 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1

1

Dienstbetrekking?

ja

ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

19.917

41.799

Beloningen betaalbaar op termijn

7.057

Subtotaal

3.365 23.282

48.856

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

33.500

92.811

Bezoldiging

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

23.282

48.856

Het bedrag van de overschrijding

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 M.M.C Prins

W. Looijen

Directeur

Directeur

01/05 - 31/12

21/02 - 01/05

8 1.255

3 288

193

193

201.400

55.488

Ja

Ja

Bezoldiging in de betreffende periode

91.995

21.845

Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

91.995

21.845

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

91.995

21.845

overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t

N.v.t.

bedragen x č1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Maxuurtarief Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw)

Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief?

Bezoldiging

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de

43

Jaarstukken 2020 ODRN

WNT-uitkering einde dienstverband Gegevens 2020 bedragenxč1

G.W.J. Bouman

Functiegegevens Functie(s) bij beëindiging dienstverband Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Jaar waarin dienstverband is beëindigd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=3a25b444-e687-4e4b-a6e7-d1c29141499f