CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlage A bij toelichting bp - CombiMER

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit Windpark Beuningen23.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.6

Autonome ontwikkelingen

5.6.1

Geertjesgolf

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Geertjesgolf betreft een zandwinproject in ontwikkeling gelegen in het Winssensche Veld ten zuiden van Winssen en in de uiterwaarden van de Waal bij Deest. Gedurende 15 jaar zal in dit gebied zand (beton- en metselzand en ophoogzand) en grind worden gewonnen voor de bouwgrondstoffenvoorziening. De binnendijks in de polder gelegen plassen die door de winning zullen ontstaan worden ingericht als natuur- en recreatiegebied. Tevens zullen er natuurwaarden aan de randen van het gebied worden gerealiseerd.

Grondbank

5.6.2

De grondbank bevindt zich in de noordoostoksel van knooppunt Ewijk. Hier vindt ontwikkeling plaats van de verontdieping van een voormalige zandwinplas. Tevens wordt er een geluidswal ontwikkeld. Het betreffende gebied is reeds in ontwikkeling.

5.6.3

Beuningse plas Ten zuidoosten (tussen de ARN en de A73) van het dorp Beuningen wordt er een zandwinproject opgestart. Hierdoor zal er in de toekomst een recreatieve water­ plas: De Beuningse Plas ontstaan. De komende jaren wordt deze plas uitgegraven en zal de omgeving worden ingericht. Het idee is dat het project in 2035 is afgerond.

5.6.4

Niet meegenomen: Wind Wijchen Ten noorden van Woezik in de gemeente Wijchen zijn er plannen om een windpark te realiseren van 3 windturbines. Doordat er nog geen officiële stukken zijn gepu­ bliceerd kunnen de effecten van het windpark nog niet worden meegenomen in het MER. Als planvorming officieel wordt voordat het MER is afgerond worden de ef­ fecten alsnog meegenomen in het MER.

5.6.5

Niet meegenomen: Woningontwikkeling Hoge Woerd Ten noorden van bedrijventerrein Schoenaker is de ontwikkeling van stedenbouw­ kundige verkaveling gaande, ten behoeve van woningbouw. Het ontwerpbestemmingsplan is nog niet gepubliceerd, waardoor deze ontwikkeling nog niet als auto­ nome ontwikkeling wordt meegenomen. NB. In de nabijheid van de woningontwikkeling Hoge Woerd bevinden zich reeds bestaande objecten met een woonfunctie. Voor de bestaande woningen worden de milieueffecten wel inzichtelijk gemaakt. Hierdoor ontstaat er wel een beeld van de milieueffecten door het windpark op de woningontwikkeling Hoge Woerd.

PlanMERalternatieven

39

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 6 Effectbeoordeling planMER

Effectbeoordeling planMER

40

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

6.1

Inleiding Ten behoeve van de vergelijking van de verschillende planMERalternatieven wor­ den onderstaande aspecten beoordeeld.

Tabel 7

Aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect

Beoordelingscriterium

Invloed op omgeving

Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 500 en 1000 meter van het locatiealternatief.

Externe veiligheid

Gebouwen Gevaarlijke stoffen Leindingen en hoogspanningskabels Infrastructuur

Ecologie

Gevoeligheid van gebieden en soorten die een binding hebben met het plangebied.

Landschap

Aansluiting bij bestaande structuren en patronen Aansluiting bij de maat en schaal van het landschap Aansluiting op lokale culturele waarde van het landschap Beleving van het windpark in het landschap Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken

Energieopbrengst

Aantal windturbines

De beoordeling van deze aspecten wordt in het planMER uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens. Waar dat niet mogelijk is wordt kwalitatief beoordeeld. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een 5-puntsschaal. Met uitzondering van energieopbrengst en landschap is de maximaal te behalen score 'neutraal' (0). Voor landschap wordt de score ++ niet toegekend. De beoordelingscriteria worden per milieuthema gegeven: Tabel 8

5-puntsschaalbeoordeling voor de verschillende milieueffecten Beoordeling

Energieopbrengst

Landschap

Overige milieuthema's

Positief effect

++

n.v.t.

Beperkt positief effect

+

n.v.t. +

0

0

0

Neutraal effect Beperkt negatief effect

n.v.t.

Negatief effect

n.v.t.

n.v.t.

De aspecten bodem, water, archeologie en cultuurhistorie zijn vanwege het detail­ niveau van het planMER niet onderscheidend, mede omdat scoring op deze thema's sterk afhankelijk is van de exacte inrichting van een locatie. Deze aspecten worden daarom niet meegenomen in de beoordeling van de locatiealternatieven.

Effectbeoordeling planMER

41

« «

m

m

« *

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

6.2

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Invloed op de leefomgeving De effecten van windturbines op de leefomgeving zijn onder te verdelen in ^ Geluid ^ Slagschaduw ^ Gezondheid (Het effect op het uitzicht wordt behandeld bij het milieuthema 'Landschap'). Zie Hoofdstuk 10 voor een uitgebreide beschrijving van deze milieuthema's en de bijbehorende toetsingskaders. Van deze effecten is geluid maatgevend. De slagschaduw is weliswaar tot op gro­ tere afstand waarneembaar, maar door de strenge norm en de eenvoud van mitigatie is het milieueffect beperkt

6.2.1

Vuistregelafstanden In dit planMERdeel worden geen berekeningen gemaakt voor geluid, slagschaduw, gezondheid en veiligheid. In plaats daarvan wordt gerekend met vuistregelafstan­ den: de beoordeling van de planMERalternatieven gebeurt op basis van het aantal woningen binnen 500 meter en binnen 1000 meter van de lijnen. Dit sluit beter aan bij het detailniveau van een planMER. De toetsingskaders voor de genoemde mili­ euthema's komen aan bod in het projectMERdeel. De afstanden komen redelijk overeen met de geluidscontouren 47 dB Lden (500 meter) en 42 dB Lden (1000 meter). Zie onderstaand tekstvak.

Effectbeoordeling planMER

42 9

9

9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Ter illustratie is van een denkbeeldige opstelling van 3 windturbines met onderlinge afstand 600 meter en een rotordiameter en ashoogte van 150 meter (en dus een tiphoogte van 225 meter) berekend hoeveel geluid deze produceert*11. Onderstaande figuur toont de 47 dB Lden-contour (de normgrens) alsmede de 42 dB Lden-contour, omdat voldoen aan de norm niet betekent dat de windturbines niet hoorbaar zijn. Tevens zijn de vuistregelafstanden weergegeven.

Figuur 14

Geluidsberekening van een voorbeeldopstelling. Zoals blijkt komen de vuistregelafstanden (500 en 1000 meter) redelijk overeen met de 47 en 42 dB Lden-contouren.

I I

* Voorbeeldopştelling I Vuistregelafstâryļ: 500m I VuistregelafstandľïSQQnn Geluidscontour: 42 dB Lden Geluidscontour: 47 dB Lden

'įJU' Bosch

van Rij

experts in renewable enerc

Deze paragraaf geeft een indicatie van de effecten op de leefomgeving. In het tweede deel van het MER worden voor de inrichtingsalternatieven in de zoekzone gedetailleerde geluid- en slagschaduwberekeningen uitgevoerd.

6.2.2

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er geen sprake van slagschaduw op de locatiealternatie­ ven. Voor geluid geldt dat locaties A B C D wel achtergrondgeluid kennen vanwege de directe nabijheid van de snelwegen A50 en A73. Cumulatie komt aan bod in pa­ ragraaf 10.2.6 bij de beoordeling van de inrichtingsalternatieven van de zoekzone.

6.2.3

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Als beoordelingscriterium voor het aspect 'Invloed op de leefomgeving' hanteren wij het aantal gevoelige objecten dat is gelegen binnen 500 en 1000 meter van de windturbines.

11 Voor deze berekening is uitgegaan van de Vestas V150 4,2 MW. Dit type is qua geluids­ productie representatief voor windturbines met dergelijke afmetingen. Effectbeoordeling planMER m

m

43

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 9

Beoordelingscriterium aspect invloed op leefomgeving. Thema

Beoordelingscriterium

Methode

Invloed op de leefomgeving

Aantal gevoelige objecten binnen 500m en 1000m van het alternatief.

Kwantitatief

De effectbeoordeling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van '- -' tot ‘++1. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect 'invloed op de leefomgeving' toegelicht. Tabel 10

Scoretabel invloed op de leefomgeving Score

6.2.4

Binnen 500 meter

Binnen 1000 meter

0 +

^0 woningen 1-10 woningen 0 woningen n.v.t

^00 woningen 100 - 500 woningen < 100 woningen n.v.t.

++

n.v.t

n.v.t.

Effectbeoordeling Onderstaande afbeeldingen tonen de 500m en 1000m vuistregelafstanden voor de planMERalternatieven, waarbij de alternatieven zo zijn samengevoegd in de figuren dat overlap van de afstandscontouren wordt voorkomen.

Effectbeoordeling planMER

44

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 15

500m en 100m contour van Alternatief A en E Esri Nedei

\Jeder-Betuwe

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven ļ 500m rond alternatieven 1000m rond alternatieven m Geluidsgevoelige objecten

Overbetuwe

Druten

•* I*

Jruten .Stho-vnaker Gem. ļ , Beuningen

■inaen

Druten

Groenei Beuningschi

Druten

Nijmegen Wijchen

■sU’ Bosch : van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 16

500m en 100m contour van Alternatief B, F en G Esri Nedei

Meder-Betuwe

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven 500m rond alternatieven 1000m rond alternatieven Geluidsgevoelige objecten

Overbetuwe

Druten

•* It

i'^thcen Ĵruten

^jSehoenaker

Druten

' Groene Hem

” Gem, ^ Beuningen 4 BeuninQscheJ

Druten

t* '

Nijmegen Wijchen

Bosch : van Rijn

experts in renewable energy

Effectbeoordeling planMER

45

# #

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 17

500m en 100m contour van Alternatief C Esri Nedei

\Jeder-Betuwe

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven ļ 500m rond alternatieven 1000m rond alternatieven m Geluidsgevoelige objecten

Overbetuwe

^AARO Druten

•* I*

Jruten .Sthoenakei

ļjcreoTwgt hied ‘ Groene Heo vis

Druten

fek Gem. , , Beuningen

ř- Gefn~-~^yñf a.

t

BeuninţjļīTītļiķjď

Druten

Nijmegen Wijchen

■sU’ Bosch : van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 18

500m en 100m contour van Alternatief D Esri Nedei

Meder-Betuwe

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven 500m rond alternatieven 1000m rond alternatieven Geluidsgevoelige objecten

Overbetuwe

Druten

•* I*

Ĵruten Įř.i. Gem. . . Beuningen ., ^

” Gem, ' Beuningen

Druten

Beuningschei

Druten

Nijmegen Wijchen

Bosch ĥvan Rijn

Onderstaande tabel toont hoeveel woningen zich bij elk alternatief binnen de 500m en 1000m contour bevinden. Effectbeoordeling planMER

*

9

46

9

9

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 11

Aantal woningen binnen de 500 meter en 1000 meter contour per alternatief B

6.2.5

D

E

Woningen binnen 500 meter

10

6

8

C

4

23

50

9

Woningen binnen 1000 meter

152

33

194

12

851

700

1424

Conclusie Op basis van de scoretabel en de berekende aantallen woningen score de planMERalternatieven als volgt op het milieuthema Leefomgeving:

Tabel 12

Samenvatting effectbeoordeling aspect invloed op de leefomgeving.

A

B

C

D

E --

F --

G

0

--

--

--

Woningen binnen 500 meter Woningen binnen 1000 meter

6.3

0

Externe Veiligheid Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de om­ geving. Bij de toetsing op de veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van ver­ schillende (wettelijke) kaders. In het planMERdeel van dit combiMER worden de zeven planMERalternatieven op hoofdlijnen beoordeeld op het aspect veiligheid. Zie voor een overzicht van de geldende wettelijke kaders paragraaf 0.

6.3.1

Beoordelingscriteria en effectbeoordeling De planMERalternatieven worden beoordeeld op onderstaande criteria.

Tabel 13

Beoordelingscriteria externe veiligheid

Thema

Veiligheid

Beoordelingscriterium

Methode

Gebouwen

Kwantitatief

Gevaarlijke stoffen

Kwantitatief

Leidingen 1 hoogspanningslijnen

Kwantitatief

Infrastructuur

Kwantitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van '-' tot ^ +'. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect 'externe veiligheid' toegelicht. Omdat er in het planMERgedeelte van dit combiMER lijnen worden beoordeeld is het niet mogelijk afstanden tussen windturbines en relevante objecten te bereke­ nen. Dit vindt zijn weerslag in de formulering van de beoordelingsklassen.

Effectbeoordeling planMER

47

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 14

Beoordelingstabel externe veiligheid planMER

Gebouwen

Met zekerheid kwetsbaar object binnen 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object binnen 10-5 contour. Kwetsbaar object binnen 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object binnen 10-5 contour niet zonder meer uit te sluiten. Met zekerheid geen gebouwen binnen risicocontouren. n.v.t. ++

n.v.t.

Gevaarlijke stoffen

Met zekerheid risicovolle installaties binnen 10-6 contour. Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand, buiten 10-6 contour, en/of risicovolle installaties binnen 10-6 contour niet zonder meer uit te sluiten. Met zekerheid geen risicovolle installaties binnen maximale werpafstand. n.v.t. ++

n.v.t.

Leidingen en hoogspanningsverbindingen

Met zekerheid leidingen of hoogspanningslijnen binnen adviesafstanden. Leidingen of hoogspanningslijnen binnen maximale werpafstand, buiten de adviesafstanden Met zekerheid geen leidingen of hoogspanningslijnen binnen maximale werpafstand. n.v.t. ++

n.v.t.

Infrastructuur

Locatie voldoet met zekerheid niet aan beleidsregels. Locatie voldoet niet zonder meer aan beleidsregels. 0

Locatie voldoet met zekerheid aan beleidsregels. n.v.t. n.v.t.

6.3.2

Beoordeling Om de planMERalternatieven te beoordelen zijn de effectafstanden onderzocht van een windturbine met een ashoogte en rotordiameter van beide 140 meter. De ef­ fectafstanden staan in onderstaande tabel.

Tabel 15

Effectafstanden van referentiewindturbine Scenario

Effectafstand

Afbreken van (een gedeelte van) een windturbineblad, - bij overtoeren - bij nominaal vermogen

443 meter 173 meter

10-5 contour

70 meter

10-6 contour

173 meter

In onderstaande figuren zijn de risicocontouren per planMERalternatief ingete­ kend. Op basis van de risicokaart12 en luchtfoto's is bepaald of er sprake is van re­ levante objecten binnen de verschillende contouren. Ook hier is weer getracht om overlap van de verschillende contouren te vermijden.

12 http://nederland.risicokaart.nl

48 Effectbeoordeling planMER

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 19

planMERalternatieven A, E, F en G fSĩî

Wiileifl

[Neder- Betuwe'

if

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven I I 10 min 5 contour 10 min 6 contour I I Valafstand Werpafstand bíj overtoeren UB Panden # Kwetsbare objecten ^ Risico volle Installatie ------ Buisleiding U----- Hoogspanningsinfrastructuur

Overbetuwe

U"ř'»WAAR0

ļińsseţr

lunîngei

Druteri' ī ^

ļįcŕřatĤxjebìed Ą

□ ruten

‘ Groene Hemels}

Druten

ýBaiíŕungen . j

^^euningsche,lĩekl Nijmegen)

Wijċhęrï

k Bosch van Rijn ^ experts i n re n ewa ble en erg y

Effectbeoordeling planMER m

m

9

49

9

# #

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 20

planMERalternatief B Ml*" “I

[Ņeder-Betuwe'

Gemeente Beuningen ' planMERalternatieven I I 10 min 5 contour 10 min 6 contour I I Va lafstand Werpafstand bij overtoeren Panden m Kwetsbare objecten A Risicovolle Installatie Buisleiding ^----- Hoogspannìngsinfrastructuur,

Qverbetuwe

"tnWMHD

insseţľ

tęunĩngenj

İÜ1

i

L-ÍSfW»

Druteď t ř«*

iíngen

1 Groene Hci0gl

Druten

Beunìngscht

Druten

ļNijmegeń} Wįjċhen'

'įi;' Bosch

van Rijn

exŭertsini experts in renewable energy

Figuur 21

planMERalternatief C tSrî *nc-

„Esri Nťde jįmd Jin Wi'lgiflyĮflŵjJrt*-

mleder-Bet u we'

i Gemeente Beuningen ^ planMERalternatieven I I 10 min 5 contour 10 min 6 contour I I Va lafstand 1 Werpafstand bij overtoeren , Panden 9 Kwetsbare objecten A Risicovolle Installatie ------ Buisleiding ^----- Hoogspannìngsinfrastructuur,

r ’ '7Ŵ,!.i

ĩ

Overbetuwe

WAARD

í#

Ũ'JH

iińsseţf'

.D v'-r

leuningen]

Druten

ïcreartegebíod

Druten

• CrceneHeiĝjpķl

, Nijmegen» Wijċhen'

Jį' Bosch IL van Rijn į**

Effectbeoordeling planMER

experts in renewable energy

50

ē

9

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 22

planMERalternatief D fSĩî

[Neder- Betuwe'

if

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven I I 10 min 5 contour 10 min 6 contour I I Valafstand Werpafstand bíj overtoeren UB Panden # Kwetsbare objecten ^ Risico volle Installatie ------ Buisleiding U----- Hoogspanningsinfrastructuur

Ouerbetuwe

insseţf'

leuningen.!

Druten‘ ī ^

íŕeatiegéót d. 1 Groene Hf QpJ

□ ruten

BeuninġschdËB^ffĵË

Druten

Nijmegen)

Wijċhęrï

k Bosch van Rijn ^ experts i n re n ewa ble en erg y

Alternatief A Wanneer Alternatief A wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten bevinden binnen de 10 min 6 contour. Tevens bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 5 contour. Wel bevinden zich be­ perkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 6 contour. Er bevinden zich geen risi­ covolle installaties binnen de werpafstand bij overtoeren. Wanneer er naar buisleidingen gekeken wordt is te concluderen dat de buisleidingen zich bevinden buiten de werpafstand bij overtoeren. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsleidingen geldt dat er wordt voldaan aan de adviesafstanden van TenneT, wel bevindt de hoog­ spanningsinfrastructuur zich binnen de werpafstand bij overtoeren. Er bevindt zich verder een snelweg (A50) binnen de 10 min 5 contour. Hiermee kan er niet zonder­ meer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat.

Alternatief B Wanneer Alternatief B wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevinden zich geen risicovolle installaties binnen de werpafstand bij overtoeren. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zonder­ meer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoog­ spanningsinfrastructuur geldt dat er wordt voldaan aan de adviesafstanden van TenneT, wel bevindt de hoogspanningsinfrastructuur zich binnen de werpafstand bij overtoeren. Er bevindt zich verder een snelweg (A50) binnen de 10 min 5 contour

Effectbeoordeling planMER

51

« #

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat.

Alternatief C Wanneer Alternatief C wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toeren­ tal. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zon­ dermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onder­ zocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesaf­ stand van TenneT. Er bevindt zich een provinciale weg binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand.

Alternatief D Wanneer Alternatief D wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Tevens bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 5 contour. Wel bevinden zich be­ perkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 6 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij overtoeren, maar niet bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zonder­ meer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoog­ spanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevinden zich geen provinciale wegen of snelwegen binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand.

Alternatief E Wanneer Alternatief E wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toeren­ tal. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zon­ dermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onder­ zocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesaf­ stand van TenneT. Er bevindt zich een provinciale weg binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand.

Effectbeoordeling planMER

52 m

m

m

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

Alternatief F Wanneer Alternatief F wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwets­ bare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toeren­ tal. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zon­ dermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onder­ zocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesaf­ stand van TenneT. Er bevinden zich geen provinciale wegen of snelwegen binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hiermee wordt er vol­ daan aan de adviesafstand.

Alternatief G Wanneer Alternatief G wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen be­ perkt kwetsbare of kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toeren­ tal. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er wel kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Wel bevindt er zich een buisleiding binnen de werpafstand bij overtoeren. Ook is er onderzocht of er wordt vol­ daan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsin­ frastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpaf­ stand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevindt zich verder een snelweg (A73) binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat.

6.3.3

Conclusie De alternatieven scoren als volgt:

Tabel 16

Samenvatting effectbeoordeling Externe Veiligheid B

C

E

G

Gebouwen Gevaarlijke stoffen

0

0

Leidingen

0

-

Hoogspanning Infrastructuur

6.4

0

0

0

0

0

0

0

-

0

-

Landschap De beschrijving van het landschap rondom Beuningen vormt de basis voor de be­ oordeling van de landschappelijke effecten, per alternatief. Deze beschrijving is op­ genomen in Bijlage D Landschappelijke beoordeling.

Effectbeoordeling planMER

53

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

De in het planMER gedefinieerde alternatieven worden voor wat betreft het mili­ euthema landschap & cultuurhistorie kwalitatief beoordeeld op vijf beoordelings­ criteria, te weten: Tabel 17

Beoordelingscriteria planMER Landschap. Thema

Beoordelingscriterium

Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap Landschap

Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap De beleving van de het windpark in het landschap Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken.

6.4.1

Beoordelingsschaal De beoordeling vindt plaats aan de hand van de verschillende score niveaus uit de beoordelingsschaal. Voor de landschappelijke beoordeling wordt deze aangepast. Alhoewel windparken niet per se negatief hoeven te zijn op alle beoordelingscriteria, wordt door de grootte en omvang van de huidige windturbines wel altijd het landschap beïnvloed. Windturbines en windparken geven hierdoor een nieuwe dynamiek aan het land­ schap en voegen kwaliteiten toe, of versterken huidige kwaliteiten, maar zullen door hun omvang ook altijd bestaande kwaliteiten aantasten. Daarom worden de landschappelijke criteria niet beoordeeld met de score 'Positief effect' ^). De be­ oordelingsschaal wordt hieronder weergegeven. Effect

Beoordeling Negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Positief effect

6.4.2

Beoordelingscriterium De alternatieven worden beoordeeld op de mate waarin het landschap beïnvloed wordt. Dit wordt gedaan aan de hand van de beoordelingscriteria die hierboven zijn benoemd. Hieronder vindt de toelichting van de criteria plaats. Aan de hand van analysekaartjes en een scoretabel worden de criteria toegelicht waarna er een beoordeling plaatsvindt. De beoordeling is terug te vinden in de volgende paragraaf.

Effectbeoordeling planMER

54

« #

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

6.4.2.1

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen Het beoordelingscriterium 'Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patro­ nen' wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het windpark ten opzichte van de landschappelijke lijnen. Er wordt gekeken of het windpark aansluit bij (pa­ rallel loopt aan) de landschappelijke lijnen (op macroniveau) en in hoeverre het van invloed is op de herkenbaarheid en leesbaarheid van deze landschappelijke lijnen. Onderstaande kaart is opgesteld ten behoeve van de beoordeling. Alleen de land­ schappelijke lijnen op macroniveau zijn geanalyseerd. Ook zijn de planMERalternatieven ingetekend.

Figuur 23

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met de grote infrastructurele lijnen rondom Beuningen.

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken in hoe­ verre deze aansluit bij de landschappelijke hoofdstructuren zoals geïdentificeerd in de landschappelijke kaart hierboven. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores.

Effectbeoordeling planMER m

m

55

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 18

6.4.2.2

Beoordelingsscores Mate van aansluiting bestaande structuren en patronen. Negatief

Licht negatief

Het alternatief sluit niet aan bij de landschappe­ lijke lijnen (structuren) en zorgt voor een ondui­ delijk beeld. Hieronder vallen alle opstellingen die een andere richting aannemen/ niet parallel lopen ten opzichte van de hoofdstructuren van het landschap.

Het alternatief sluit niet aan op de landschappe­ lijke lijnen (structuren) maar heeft ook geen ne­ gatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid ervan. Hieronder vallen alle opstellingen die landschappelijke structuur voor een groot deel volgen maar geen invloed erop uitoefenen.

Neutraal

Licht positief

Wanneer het alternatief aansluit op de land­ schappelijke lijnen (structuren) maar deze niet van toegevoegde waarde is voor de herkenbaaren leesbaarheid ervan. Hieronder vallen alle op­ stellingen die op een landschappelijke structuur aansluiten (parallel lopen).

Wanneer dankzij het alternatief de landschap­ pelijke lijnen (structuren) van het landschap worden verduidelijkt en deze de structuur lees­ baarder maakt. Hieronder vallen alle opstellin­ gen die een landschappelijke structuur aanslui­ ten (parallel lopen) en daardoor de richting van deze structuur versterken.

Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap Het beoordelingscriterium 'Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het land­ schap' wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief en in welke landschapstype deze is gesitueerd. Elk landschapstype kent zijn eigen structuren en schaalgrootte. In Bijlage D Landschappelijke beoordeling zijn de landschapstypen geïnventariseerd. Hieronder wordt kort inzicht gegeven in de schaal grootte per landschap. Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een alter­ natief, die zeer landschap overstijgend zijn, beter 'passen' bij een grootschalig land­ schap dan bij een kleinschalig landschap.

Tabel 19

Landschapstypen en hun kernkwaliteiten betreft maat en schaal. Landschapstype

Kernkwaliteiten

De uiterwaarden

Middelgrote schaal Halfopen - open

Oeverwallen

Kleinschalig door vroegere ontginning Meer gesloten door aanwezige bebouwing, beplanting en boomgaarden

De komgronden

Grootschalig en open landschap Rechte structuren Weinig bebouwing aanwezig

Rivierduinen

Kleinschalig door vroegere ontginning Veel natuurwaarden (bomen, opgaande beplanting)

Kampenlandschap

Middelgrote schaal Halfopen

Effectbeoordeling planMER

56

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 24

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen in de landschapstypen rondom Beuningen.

Uiterwaarden landschap

Oeverwallen landsch

Kommenlandschap j komgronden Stuifduinen j rivierduinen landsch

Kampenlandschap

Bebouwingskernen

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken of deze binnen een bepaald landschap zijn gesitueerd. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 20

6.4.2.3

Scoretabel Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap. Negatief

Licht negatief

De landschappelijke maat en schaalgrote worden aangetast door het windpark en verliezen hier­ door (deels) waarde of beleef-/ herkenbaarheid. Hieronder vallen alle windparken die volledig of grotendeels in het Oeverwallen of Rivierduinen landschap zijn gesitueerd.

De landschappelijke maat en schaalgrote wor­ den aangetast maar zijn van kleine aard en verstoren in kleine maten de waarde of beleef-/ herkenbaarheid van deze kwaliteiten. Hieronder vallen alle windparken die volledig of grotendeels in het Uiterwaarden of Kam­ penlandschap zijn gesitueerd.

Neutraal

Licht positief

Het windpark heeft weinig invloed op de land­ schappelijke maat en schaalgrote. Hieronder vallen alle windparken die (groten­ deels) in het Komgronden landschap zijn gesitu­ eerd.

Niet van toepassing.

Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap Het beoordelingscriterium 'Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap' wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de gebieden waar landschappelijke gezien veel cultuurhistorische waarden (kunnen) zijn. Dit betekent dat bij deze beoordeling ervan wordt uitgegaan dat de uiterwaarden (o.a. voor de dijken en steenfabrieken) en de rivierduinen (o.a. door de vroegere nederzettingen) twee cultuurhistorische waardevolle landschap­ pen zijn.

Effectbeoordeling planMER

57

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een alternatief binnen een straal van 2 kilometer een grote (negatieve) beeldbepalende rol speelt op de cultuurhistorische waarden. Er wordt alleen maar een score 'Negatief' en 'Licht negatief' gegeven. Moderne windturbines zullen namelijk altijd een negatieve invloed hebben op een cultuur­ historische waarde ongeacht waar deze zich bevindt. Figuur 25

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met aanduiding 2 kilometer zone. Cultuur­ historisch waardevolle landschapstype aangegeven. .MŴ-;

Í I

Hm

SS v

_____________________

Alle windturbineopstellingen zijn individueel beoordeeld. Bij elke opstelling is geke­ ken of deze binnen een landschapstype Rivierduinen of Uiterwaarden zijn gesitu­ eerd of binnen een straal van 2 kilometer staan. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores.

Effectbeoordeling planMER m

m

58

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 21

Scoretabel Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap.

6.4.2.4

Negatief

Licht negatief

Wanneer een alternatief in het landschap op bin­ nen een straal van 2 kilometer gesitueerd is ten opzichte van de Rivierduinen of uiterwaarden. De cultuurhistorische waarden worden aangetast door het alternatief en verliezen hierdoor (deels) waarde of beleef-/ herkenbaarheid.

Het alternatief is minimaal zichtbaar doordat het verder dan 2 kilometer is gesitueerd ten opzichte van de Rivierduinen of Uiterwaarden. De cultuurhistorische waarden worden mini­ maal aangetast door het alternatief.

Neutraal

Licht positief

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

De beleving van het windpark in het landschap Het beoordelingscriterium 'De beleving van het windpark in het landschap' wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de gebieden waar veel mensen wonen of recreëren. Beleving van een alternatief vindt namelijk plaats van waaruit personen dit zien. Hieronder vallen de dicht be­ bouwde woongebieden en grote recreatieve gebieden (de rivierduinen). Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een windpark binnen een straal van 2 kilometer een grote (negatieve) beeldbepalende rol speelt. Er wordt alleen maar een score 'Negatief' en 'Licht negatief' gegeven. Moderne windturbines zijn wegens hun omvang namelijk vanuit verschillende waarnemingspunten al vanaf meerdere kilometers zichtbaar in het landschap.

Figuur 26

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met aanduiding 2 kilometer zone. Bebouwing en recreatieve gebieden in en rondom Beuningen aangegeven.

«LSSŞSi \V

»iV' r

‘īf'Wém

fjAjir' *

;S. i'ļ* «I

'ţSfrgĝ;

P«SÉİİİ

T -»7

'tìêffi

ŞĮİİ®

i»aj ..saġ

Effectbeoordeling planMER

«

m

59

# #

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken of deze in of binnen een straal van 2 kilometer is gelegen van gebieden waar het niet ge­ wenst is vanwege veel bebouwing of recreatieve waarde. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 22

6.4.2.5

Scoretabel De beleving van het windpark in het landschap. Negatief

Licht negatief

Wanneer een alternatief in het landschap in of binnen een straal van 2 kilometer is gesitueerd ten opzichte van veel woonbebouwingsclusters en plaatsen van waaruit dit wegens recreatieve waarde niet gewenst is, zoals bij de rivierduinen.

Het alternatief is minimaal zichtbaar doordat het verder dan 2 kilometer is gesitueerd ten op­ zichte van gebieden waar dit niet is gewenst. Met name vanuit woonbebouwingsclusters en plaatsen van waaruit dit wegens recreatieve waarde niet gewenst is zoals de rivierduinen.

Neutraal

Licht positief

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken.

Het beoordelingscriterium 'Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken' wordt be­ oordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de andere (geplande) windparken. Windparken kunnen namelijk invloed hebben op elkaars inpassing. Er wordt vanuit gegaan dat windparken met een afstand tot aan 5 kilometer ten opzichte van elkaar een (grote) visuele invloed op elkaar hebben. Zowel de be­ staande windparken als degene die in ontwikkeling zijn worden meegenomen in de beoordeling.

Effectbeoordeling planMER

60

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 27

Alternatieven voor windpark Beuningen met aanduiding 5 kilometer zone. Interferentie met andere windparken in de omgeving ook met aanduiding 5 kilometer zone (rode en gele lijnen). De Hoge Minve

į (Natuutieíj

Eïi'

11 kriţv.

Dieren

1------ plan MER Alternatief A

------ plan MER Alternatief B ------ plan MER Alternatief C ------ plan MER Alternatief D ------ plan MER Alternatief E ------ plan MER Alternatief F ------ plan MER Alternatief G 9 Bestaande windturbines ® Geplande windturbines I I 5 km van planMER-aLternatief A I I 5 km van planMER-aLternatief B I I 5 km van planMER-aLternatief C I I 5 km van planMER-aLternatief D l I 5 km van planMER-aLternatief E I l 5 km van planMER-aLternatief F 5 km van planMER-aLternatief G I I 5 km van bestaande windturbines v 5 km van geplande windturbines .

Velp Hhcdpn

ARNHEM Wageningen ^ v. Duiven -Zevenaar'

Oss

SÕÖfrT

Heejch

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elke opstelling is gekeken of deze binnen een straal van 5 kilometer is gelegen van andere (geplande) windparken. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 23

Scoretabel Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken. Negatief

Licht negatief

Wanneer windparken binnen een straal van 5 ki­ lometer bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de windparken. Hieronder val­ len alle opstellingen die binnen 5 kilometer van el­ kaar zijn gesitueerd en duidelijk niet dezelfde rich­ ting volgen.

Wanneer er een eenduidige opstellingsstructuur is tussen windparken maar er zit toch een klein opstellingsverschil in welke elkaar beïn­ vloed. Hieronder vallen alle opstellingen die binnen 5 kilometer van elkaar zijn gesitueerd en lichtelijk verschillen in richting of opstellingsstructuur.

Neutraal

Licht positief

Windparken hebben geen negatieve invloed op elkaars uitstraling of positionering als geheel. De kenmerken tussen de windparken zijn eenduidig en op grote lijnen vergelijkbaar. Of er is geen an­ der windpark waarmee interferentie kan ont­ staan. Hieronder vallen alle opstellingen die bin­ nen een straal van 5 kilometer dezelfde richting volgen ten opzichte van elkaar of er geen andere opstelling is gesitueerd.

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling planMER

61

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

6.4.3

Effectbeoordeling per alternatief, landschap Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriteria, con­ form de hierboven beschreven scoretabellen.

Tabel 24

Overzicht scores per alternatief. Alternatieven:

B

C

Aansluiting structuren Aansluiting maat en schaal

0

I

E 0

0

0

Aansluiting CHW Beleving van het windpark Ligging t.o.v. andere windparken

6.5

Ecologie In de exploitatiefase hebben windturbines jaarlijkse aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen tot gevolg. Het effect in het planMERdeel van dit combiMER worden de zeven planMERalternatieven op hoofdlijnen beoordeeld op het aspect ecologie. De ecologische notitie die als basis dient voor deze beoordeling is opge­ nomen in Bijlage F Notitie ecologie planMER.

6.5.1

Beoordelingscriteria en effectbeoordeling De planMERalternatieven worden beoordeeld op onderstaande criteria.

Tabel 25

Beoordelingscriteria ecologie

Thema Ecologie

Beoordelingscriterium

Methode

Natura 2000-gebieden

Kwalitatief

Soortenbescherming

Kwantitatief

Natuurnetwerk Nederland

Kwalitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van '-' tot ^ +'. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect 'ecologie' toegelicht.

Effectbeoordeling planMER m

m

62

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 26

Beoordelingstabel ecologie planMER

Natura 2000-gebieden

Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten zeer aannemelijk. Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten beperkt. Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten uitgesloten. n.v.t. ++

n.v.t.

Soortenbescherming

Meer dan 80 vogelslachtoffers per jaar en/of 20 vleermuisslachtoffers per jaar verwacht. Tussen de 0-80 vogelslachtoffers per jaar en/of 0-20 vleermuisslachtoffers per jaar verwacht. Geen aanvaringsslachtoffers verwacht onder vogel en/of vleermuissoorten. n.v.t. ++

n.v.t.

Natuurnetwerk Nederland

Situering windturbines binnen NNN onvermijdelijk. Ligging windturbines nabij NNN. Ligging windturbines niet nabij NNN. n.v.t. ++

n.v.t.

6.5.2

Beoordeling

Figuur 28

Natura-2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland in combinatie met planMER-alternatieven

Neder-Betuvwe

Qverbetuwe Nijmegen

Druten Winssen

-Ą Beuningen

.Schoenaker fi

Gem.

įďeotiegebķd ļ Groene Heuvels

OřJ iřlifira

» Gem.

gup ngen ą 3 Betinìngs rtooschļ

Nijmegen

Wijchen

I

I Gemeente Beuningen planMERalternatieven Natura 2000-gebieden I GNN: Gelders natuurnetwerk

Esri Necerlī

Aalst

experts

Effectbeoordeling planMER m m

63 9 9 9 9 9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Natura 2000-gebieden Op locatie F na liggen alle locaties buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat alleen externe effecten een effect zouden kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen (IHD), namelijk effecten via stikstofdepositie en via aanvaringsslachtoffers die van invloed zijn op instandhoudingsdoelen. Effecten via stikstofdepositie en aantasting van leefgebied hangen voor een belang­ rijk deel samen met het aantal windturbines dat wordt geplaatst. Derhalve zijn de te verwachten effecten van de locatie E (7 windturbines) het grootst, gevolgd door locatie B en C (beide 5 windturbines). Van de overige locaties (3 windturbines) zijn de te verwachten effecten het laagst. Aangezien de mogelijk verhoogde stikstofde­ positie van tijdelijke aard is (alleen tijdens de aanlegfase), zijn de verschillen in ne­ gatieve effecten tussen de verschillende potentiële locaties verwaarloosbaar. De doelsoorten van Natura 2000-gebied 'Rijntakken' zijn voornamelijk watervogels. Met name grotere vogelsoorten, die ook op grote hoogte vliegen, worden relatief vaak slachtoffer van windturbines. Enkele doelsoorten van bovengenoemd Natura 2000-gebied met een grotere kans om aanvaringsslachtoffer te worden zijn aal­ scholver, verscheidende ganzensoorten, kleine zwaan, wilde zwaan en zwarte stern. Deze vogels hebben verschillende foerageerafstanden.

Aangezien locatie F gedeeltelijk in het Natura 2000 ligt (zie Figuur 1), is dit de meest ongunstige locatie. De zwarte stern heeft een gemiddelde foerageerafstand van 2 km binnen het broedseizoen. Dit betekent dat locatie A en G ook relatief ongunstig gelegen zijn. Derhalve zijn ten aanzien van mogelijke negatieve effecten op instandhoudingsdoe­ len van het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' de locaties B, C, D en E het meest gun­ stig.

Soortenbescherming Indien de windturbines in hetzelfde landschapstype zijn geprojecteerd geldt in zijn algemeenheid dat hoe groter het aantal windturbines is, hoe groter het aantal slachtoffers onder vogels en vleermuizen zal zijn. Uit slachtofferonderzoeken van bestaande windparken in Nederland en België van de afgelopen 15 jaar blijkt dat in een windpark gemiddeld 20 aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar onder vo­ gels vallen. Dit zou 60 slachtoffers voor locatie A, 100 slachtoffers voor locatie B, 100 slachtoffers voor locatie C, 60 slachtoffers voor locatie D, 140 slachtoffers voor locatie E, 60 slachtoffers voor locatie F en 60 slachtoffers voor locatie G per jaar betekenen. Voor vleermuizen wordt aangenomen dat er in halfopen landschapstypes in worst case scenario vijf aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar vallen. Dit zou 15 slachtoffers voor locatie A, 25 slachtoffers voor locatie B, 25 slachtoffers voor locatie C, 15 slachtoffers voor locatie D, 35 slachtoffers voor locatie E, 15 slachtoffers voor locatie F en 15 slachtoffers voor locatie G per jaar betekenen.

Natuurnetwerk Nederland Locatie F is voor een deel gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor deze locatie ten aanzien van het NNN de minst gunstige locatie betreft. Echter is bij de situering van de planMER-alternatieven rekening gehouden met het NNN en is de plaatsing binnen NNN (incl. overdraai) uitgesloten. De overige locaties vallen ook niet binnen de grenzen van een gebied behorend tot het NNN. De meeste potentiële locaties liggen echter wel in de directe omgeving van het NNN. Het be-

Effectbeoordeling planMER

64

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

treft locatie B, C, D en E. Van deze drie locaties zijn B, C en D de beste keuze, aan­ gezien deze locaties slechts ten dele aan het NNN grenzen. De meest gunstige po­ tentiële locaties ten aanzien tot liggen ten opzichte van het NNN zijn locaties A en G. 6.5.3

Conclusie Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriteria, con­ form de hierboven beschreven scoretabellen.

Tabel 27

Overzicht scores per alternatief. A

B

C

D

E

F

G

Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland

6.6

0

0

Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder 'grijze' stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbeho­ rende vermindering van CO2-, fijn stof en emissies van verzurende stoffen.

6.6.1

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er op de locaties geen sprake van opwekkingen van elek­ triciteit met behulp van windenergie.

6.6.2

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling De opbrengst van een windpark schaalt met het aantal windturbines. Daarom is het aantal windturbines een goed beoordelingscriterium. Per opstelling wordt het thema energieopbrengst gescoord op het aantal windtur­ bines. Om per lijn het aantal windturbines te schatten wordt de aanname gemaakt dat de windturbines ca. 4x de rotordiameter uit elkaar moeten staan, oftewel 560 meter. De vermindering van emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling te voorkomen niet meegerekend.

Tabel 28

Beoordelingscriteria duurzaamheid/energieopbrengst.

Thema

Beoordelingscriterium

Methode

Energieopbrengst

Aantal windturbines

Kwantitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van '-' tot ^ +'. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect 'externe veiligheid' toegelicht. Effectbeoordeling planMER m

m

65

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 29

Beoordelingstabel duurzaamheid/energieopbrengst. Elektriciteitsproductie - aantal windturbines

-n.v.t.

6.6.3

n.v.t.

0

+

++

0-3 wtbs

3-6

6 of meer

Analyse De alternatieven beschikken over de volgende aantallen windturbines:

Tabel 30

Aantal windturbines per alternatief.

Aantal WTB

6.6.4

A

B

C

D

E

F

3

5

5

3

7

3

G 3

Conclusie De opstellingen scoren als volgt:

Tabel 31

Conclusie elektriciteitsproductie en mitigatie uitstoot.

Aantal windturbines

6.7

A

B

C

D

E

F

G

0

+

+

0

++

0

0

Overzichtstabel Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende planMERalternatieven.

Effectbeoordeling planMER

66

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 32

Overzichtstabel milieueffecten van locatiealternatieven. B

E

C

Invloed op de leefomgeving

Aantal woningen binnen 500m Aantal woningen binnen 1000m

0

0

ma

Externe veiligheid

Gebouwen

0

Gevaarlijke stoffen

0

0

Leidingen

0

-

-

-

-

-

Hoogspanning

-

-

0

0

0

0

Infrastructuur

-

-

-

0

-

0

Aansluiting structuren

0

-

0

+

-

Aansluiting maat en schaal

0

Landschap

Aansluiting cultuurhistorische waarden

0

0

0

0

--

--

-

--

-

--

-

--

-

--

++

0

Beleving van windpark

--

--

--

-

Interferentie

-

-

-

-

0

+

+

0

0

Ecologie

Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland Energieopbrengst

Elektriciteitsproductie

Effectbeoordeling planMER

67

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 7 Locatiekeuze

Locatiekeuze

68

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

7.1

Inleiding Dit hoofdstuk zet uiteen hoe de zoekzone windenergie tot stand gekomen is. Aan­ gezien dit proces vooraf is gegaan aan de m.e.r.-procedure moge duidelijk zijn dat de uitkomsten van dit combiMER niet aan deze keuze ten grondslag hebben gele­ gen. Wel blijkt uit de effectbeoordeling van de locatiealternatieven (Tabel 32) dat de zoekzone (bestaand uit planMERalternatieven B en C) redelijk scoort ten op­ zichte van de andere alternatieven. Om een eerlijk vergelijk mogelijk te maken is hieronder de effectbeoordeling con­ form de planMER-beoordelingscriteria tevens uitgevoerd voor de gecombineerde locatie B+C, om de koppeling tussen het planMERdeel en het projectMERdeel slui­ tend te maken.

Figuur 29

PlanMERalternatieven.

Neder-Betuwe

Overbetuwe Nijmegen

Beuningen

I

Nijmegen

l Gemeente Beuningen planMERalternatieven H Harde belemmeringen Verspreidliggende woonbebouwing Esii IMedeilārčí. Jan WÜJěïiì van Aalst

Locatiekeuze

m m

69 « t « « «

t t t « « «

m *

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Tabel 33

Beoordeling van de planMERalternatieven, waarbij ook de combinatie van B en C is beoordeeld. B

E

C

G

B+C

Invloed op de leefomgeving

Aantal woningen binnen 500m Aantal woningen binnen 1000m

0

0

Externe veiligheid

Gebouwen

-

-

-

-

0

Gevaarlijke stoffen

0

0

Leidingen

0

-

-

-

-

-

-

Hoogspanning

-

-

0

0

0

0

0

Infrastructuur

-

-

-

0

-

0

-

Aansluiting structuren

0

-

0

+

-

Aansluiting maat en schaal

0

0

Landschap

Aansluiting cultuurhistorische waarden Beleving van windpark

--

Interferentie

0

0

0

0

--

--

-

--

-

--

-

--

--

-

--

-

--

-

-

-

--

--

+

+

0

0

0

Ecologie

Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland Energieopbrengst

Elektriciteitsproductie

0

++

-

Het project Windpark Beuningen is een concreet project voor windenergie op land. De beoogde locatie sluit aan bij zowel nationaal, provinciaal als gemeentelijk beleid. Om de locatiekeuze toe te lichten wordt in dit hoofdstuk nog eens zorgvuldig en uitgebreid de locatie in de context van het (ruimtelijk) beleid voor windenergie ge­ plaatst. Enige herhaling van het beleidskader in voorgaand hoofdstuk is hierbij wel aan de orde. Omdat met dit project invulling wordt gegeven aan vastgesteld gemeentelijk beleid voor duurzame energie (Raadsvoorstel Advies Gebiedsraad Locatieplan grootscha­ lige opwerk Zon en Wind, 2019) wordt in de MERalternatieven geen onderzoek ver­ richt naar overige vormen van opwekking van duurzame energie. Dit betekent ech­ ter niet dat andere vormen van opwekking van duurzame energie binnen het projectgebied worden uitgesloten.

7.2

Bestuurlijke voorgeschiedenis De nationale en Gelderse ambitie zijn om in 2050 energieneutraal te zijn. Hiervoor heeft de provincie haar energietransitie beleid (2016 - 2019) vastgelegd in het be­ leidsprogramma 'Samen in Versnelling'. Uit het beleidsprogramma blijkt dat windenergie een belangrijke bijdrage levert aan de energietransitie in Gelderland. Gelderland heeft, voor 2020, afspraken met het Rijk gemaakt over de invulling van 230,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie.

Locatiekeuze

70

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hierop heeft de provincie de omgevingsvisie en de geconsolideerde omgevingsverordening (december 2018) vastgesteld waarin de provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd. Hierin heeft de provincie ook een analyse uitgevoerd voor mogelijke gebieden voor windenergie. Binnen de gemeentegrenzen van Beuningen heeft de provincie de vol­ gende gebieden aangewezen: ^ Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling - locaties voor de langere ter­ mijn. ^ Windenergie mogelijk - hier zijn op voorhand geen belemmeringen voorzien. ^ Windenergie aandachtsgebied - hierbij zijn specifieke objecten die aandacht be­ hoeven bij de ontwikkeling van windenergie. ^ Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk - in ge­ vallen bij versterking kernkwaliteiten. ^ Windenergie solitaire windturbines uitgesloten. ^ Windenergie niet kansrijk - bij gemeentelijk draagvlak wordt onderzoek naar combinatie met onderliggende functie ondersteund. Uit de analyse blijkt dat er twee locaties in de gemeente Beuningen zijn aangewezen als windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling. Deze bevinden zich ten zuid­ westen en zuidoosten van knooppunt Ewijk. Naast het provinciaal beleid heeft de gemeenteraad van de gemeente Beuningen op 24 januari 2017 de Energievisie 'Energiek Beuningen' vastgesteld.

De energievisie is opgesteld in samenwerking met inwoners, bedrijven en betrokken en maakt duidelijk waar Beuningen staat en wat de opgave is om uiteindelijk in 2040 energieneutraal te worden. In de energievisie is niet aangegeven hoe, en onder welke voor­ waarden deze nieuwe duurzame energiesystemen in Beuningen moeten komen. Dit moet door middel van een gebiedsproces worden bepaald. Om uitwerking aan het gebiedsproces te geven zijn eind 2017 acht werkbijeenkom­ sten georganiseerd, waarin de wensen, zorgen en ideeën van de inwoners ten aan­ zien van grootschalige duurzame energie centraal stonden. Hierna zijn met 16 inwoners-werkgroepen verschillende scenario's uitgewerkt voor wind- en zonneenergie. In opdracht van de gemeenteraad is in 2018 de Gebiedsraad aan de slag gegaan om vanuit de scenario's toe werken naar een locatieplan. Het locatieplan is het advies van de Gebiedsraad aan de gemeenteraad en bevat het speelveld en de spelregels voor windenergie en zonne-energie in de gemeente Beuningen. Op 9 april 2019 heeft de gemeenteraad besloten om grootschalige opwek van zonne- en windenergie, onder voorwaarden, mogelijk te maken. Hierbij heeft de gemeenteraad besloten om naar aanleiding van de bespreking van het locatieplan en het advies van de Gebiedsraad onder meer een zoekzone voor windenergie vast te stellen (zie onderstaande figuur).

Locatiekeuze

71

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 30

Zoekzone windenergie, zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Energieas

Zoekzone wind

‘wiåtíSSĩ .

y'

ř-siiífŕí?s

mm

ļVSţ/-T-SÎ/ QİV

-iX-iX'1 'ļ-.- ŕ"--.

íM

7

7.3

Locatiekeuze De uiteindelijk te onderzoeken inrichtingsalternatieven in het projectMER moeten aan een aantal randvoorwaarden voldoen zoals bijvoorbeeld: ^ ^ ^ ^

moet voldoen aan de Omgevingsverordening Gelderland; moet stroken met het advies van de Gebiedsraad; moet kunnen voldoen aan wettelijke normen (bv. voor geluid); mag instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden niet in gevaar brengen en mag geen invloed hebben op de staat van instandhouding van be­ schermde soorten ^ Opstelling moet voorzien zijn van een goede landschappelijke inpassing. Doordat de locatie moet voldoen aan het advies van de Gebiedsraad moeten wind­ turbines worden geplaatst in de zoekzone zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 9 april 2019. Het zoekgebied bevindt zich in de planMERalternatieven B en C.

7.4

Conclusie Het provinciaal beleid kent een lange voorgeschiedenis waarin de technische haal­ baarheid en landschappelijke impact van windenergielocaties meermaals zijn on­ derzocht en de wenselijkheid is overwogen. De uitgevoerde onderzoeken kennen, gezien het schaalniveau van het provinciaal beleid, een algemene benadering. De provincie heeft op basis van deze benadering twee locaties ten zuiden van knoop­ punt Ewijk aangewezen als kansrijke locaties voor extra ontwikkeling.

Locatiekeuze

72

# #

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

In het planMER is op een nauwkeuriger detailniveau gekeken naar de belemmerin­ gen binnen de gemeentegrenzen aan Beuningen. Hierbij is met de meest recente gegevens op ruimtelijk en landschappelijk niveau concreet beoordeeld waar windparken binnen Beuningen mogelijk zijn. Hierbij zijn 7 potentiële locaties naar voren gekomen. Hoewel het mogelijk is om een windpark op 7 potentiele gebieden te ontwikkelen in de gemeente Beuningen is er een gebiedsproces doorlopen waarbij de Gebiedsraad een windenergielocatie heeft aangeraden. De gemeenteraad heeft op 9 april 2019 ingestemd met het starten van de ruimte­ lijke procedure voor windenergie op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Hierbij zijn een aantal randvoorwaarden opgelegd en een zoekgebied bepaald. Een randvoorwaarde is dat de opstelling moet stroken met het advies van de gebiedsraad. Hierdoor ligt de locatie vast. Namelijk de zoekzone die is vastgesteld door de gemeenteraad (Figuur 10). Dit komt ongeveer overeen met de alternatieven B en C uit het planMER. Het planMER biedt geen reden om aan te nemen dat de zoekzone op milieutechni­ sche gronden ongeschikter is voor de ontwikkeling van een windpark dan andere plekken binnen de gemeente.

Locatiekeuze

73

m 9 9 m #

• •••99

• 99

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 8 Referentiesituatie

Referentiesituatie

74

m 9

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

8.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de referentiesituatie beschreven. De referentiesituatie is de huidige ontwikkeling van het milieu, zonder dat de voorgenomen activiteit wordt gerealiseerd, uitgaande van ontwikkelingen van de huidige activiteiten in het stu­ diegebied.

8.2

Beschrijving plangebied en omgeving Het plangebied ligt in de provincie Gelderland, in de gemeente Beuningen. Het ligt ten zuiden van de dorpen Beuningen, Ewijk en Winssen, aan weerszijden van de A50 en wordt aan de noordzijde begrensd door de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg) (Zie Figuur 31).

Figuur 31

Zoekzone windenergie (rood). (Bron: Bijlage 2b raadsbesluit 9 april 2019)

Energieas Zoekzone wind

gflįļBįĩ

•V ;7V

8.3

Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan "Buitengebied" van ge­ meente Beuningen. Windturbines zijn niet toegestaan in dit bestemmingsplan en er wordt voor dit project wordt een bestemmingsplanwijziging opgesteld, specifiek voor het windpark. Hierin worden de bestaande bestemmingen en aanduidingen zoveel mogelijk overgenomen of in stand gelaten.

Referentiesituatie m

m

75

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy Figuur 32

Bestemmingsplan Buitengebied (Plangebied indicatief rood gemarkeerd) + 41

1-444

+ + iMţiïm 4- 4 4 4 ,4 4 4

+ 4/4 4 +J

4 4

4 4

4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4

SBH

4 4 4 r4 4^ 4 4 4 4

^■4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4;

4 4

4 4

4 4 4 4 4 4

ft 4 4 4 4 4 4

4 4 "4 4 4 4 4

įğşÿ' W8Š

4 4 44

4 4 4

4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4

J- 4

4 4 4 4 4

Jļ- 4 4

Wezel

lemen

De volgende aandachtspunten volgen uit een analyse van de vigerende bestem­ mingen en aanduidingen: ^

^ ^

^ ^

^

^ ^

In het oostelijke deel van het plangebied bestaat een kleine strook met de enkelbestemming 'Natuur - 1'. Dit gebied is door de gemeente Beuningen be­ stemd voor: o behoud, beheer en herstel van de landschappelijke en natuurwaarden; o agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; o water en waterhuishoudkundige doeleinden; o extensief recreatief medegebruik; o doeleinden van openbaar nut; o bestaande dijkmagazijnen; Grote delen van het plangebied bevatten de enkelbestemming Agrarisch; Voor het gehele plangebied dient rekening gehouden te worden met archeolo­ gische waarden (dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'); In het plangebied liggen enkele bouwvlakken waarvan de meesten met de func­ tieaanduiding 'intensieve veehouderij'; Daarnaast geldt ter plaatste van de wegen de enkelbestemming 'verkeer', en specifiek de functieaanduidingen 'stroomverkeer' en 'erftoegangsweg'. Ter plaatse van watergangen geldt de enkelbestemming 'water'; De dubbelbestemming 'Leiding - gas' is geldend ter plaatse van de gasleiding die ten zuiden van het plangebied loopt en deze doorkruist in het meest ooste­ lijke deel. Ten zuiden van het plangebied (ter hoogte van de Betenlaan) bestaat een bouw­ vlak met de functieaanduiding 'modelvliegtuigbaan'. Tenslotte ligt in het westelijke deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'Hydrologische beschermingszone'.

Referentiesituatie

76

# #

Bosch

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

van Rijn

experts in renewable energy

8.4

Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen zijn reeds beschreven in paragraaf 5.6.

Referentiesituatie

77 9

9 9

m

9

m

9

« *

9

m

9

m

9 9 9 9 9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 9 ProjectMERAlternatieven

ProjectMERAlternatieven

78

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

9.1

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Inleiding In het MER moeten realiseerbare alternatieven onderzocht worden. Omdat met het project invulling wordt gegeven aan de specifieke taakstelling voor windenergie wordt in het MER geen onderzoek verricht naar overige vormen van opwekking van duurzame energie. De alternatieven zullen bestaan uit verschillend ingerichte windparken.

9.2

Het zoekgebied In april 2019 heeft de gemeenteraad van Beuningen naar aanleiding van de bespre­ king van het Locatieplan onder meer een zoekzone voor windenergie vastgesteld. Dit gebied is geheel gelegen binnen de gemeente Beuningen, langs de infrastruc­ tuur van de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg) die het aan de noordzijde begrenzen en in het kommengebied. Het zoekgebied wordt verder doorkruist door de infrastructuur van de A50 (Figuur 33).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=ce175076-701d-481c-bc35-f0f7113aa8ab