02 Landelijke-stand-van-het-land-doorontwikkeling-BW-en-MO.pdf
Tekst van het document
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 23 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
4. Uitvoeringspraktijk De resultaten met betrekking tot de uitvoeringspraktijk beschrijven we aan de hand van twee onderwerpen: voorzieningen / huisvesting en toegang. Indien van toepassing vermelden we hierbij ook de respons op relevante vragen met betrekking tot de Norm voor Opdrachtgeverschap en/of uitvoeringsafspraken.
4.1
Voorzieningen en huisvesting
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de verdeling en spreiding van voorzieningen tussen lokaal en regionaal?
In ontwikkeling
«Nee
Bevat de regiovisie helderheid hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties borgen (NvO)?
In ontwikkeling
«Nee
Regio's inventariseren welke voorzieningen er nu zijn en wat de komende jaren nodig is, mede met het oog op de openstelling van de Wlz. De gedachten over spreiding zijn divers. In sommige regio's wordt spreiding van zowel verblijfs- als ambulante voorzieningen als mogelijkheid gezien, andere regio's steken vooral in op het handhaven van intramurale voorzieningen in de centrumgemeente, maar wel met afbouw van het aantal plaatsen en opbouw van woningen en ambulante begeleiding in de regiogemeenten. Regio's houden bij de verdeling en spreiding van voorzieningen rekening met de beschikbaarheid en continuïteit van voorzieningen. Daarvoor is het van belang dat er regionaal overzicht is, ook in regio's waar regiogemeenten de ambitie hebben om de voorzieningen in hun eigen gemeente vorm te geven. Het beeld uit de regiogesprekken is dat men nu bezig is overzicht te krijgen van de aantallen per gemeente en voor de regio als totaal: hoeveel cliënten maken gebruik van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, hoeveel daarvan kunnen potentieel uitstromen, wat is de herkomstgemeente van deze cliënten, hoeveel woningen zijn nodig in de verschillende gemeenten, welke ambulante ondersteuning is nu in de regiogemeenten aanwezig en wat is nodig, hoeveel cliënten komen in aanmerking voor de Wlz, et cetera.
Naast een kwantitatief beeld is een kwalitatief beeld ook van belang: welke soorten hulpvragen zijn er nu en wat is de verwachting. Het plaatje van de huidige situatie is de basis voor beslissingen over op- en afbouw van voorzieningen,
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 24 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
waarbij veelvuldig is aangegeven dat de randvoorwaarden goed op orde moeten zijn: beschikbaarheid van begeleiding buiten kantoortijden (dus ook 's nachts en in het weekend) en beschikbaarheid van passende huisvesting. Dit laatste is in een deel van de regio's als grote bottleneck genoemd; de krapte op de woningmarkt en de ‘concurrentie' van de doelgroep beschermd wonen en maatschappelijke opvang met bijvoorbeeld statushouders. Plaatsing van cliënten in de wijk vraagt bovendien om een zorgvuldig proces waarbij ook aandacht is voor leefbaarheid en draagkracht van wijken. Deze factoren maken dat het enkele jaren kan kosten om, als er al uitvoeringsafspraken gemaakt zijn, deze daadwerkelijk te realiseren, zowel voor gemeenten als voor zorgaanbieders en woningbouwcorporaties.
Ten slotte zijn er specifieke cliëntgroepen waar aandacht voor nodig is, waaronder: ^ jongeren die met 18 jaar uitstromen uit jeugdzorg met verblijf, maar nog niet in staat zijn volledig zelfstandig te wonen en tevens moeite hebben om betaalbare woonruimte te vinden; ^ cliënten die uitstromen uit forensische ggz en ex-gedetineerden; ^ cliënten voor wie zowel groepswonen als zelfstandig wonen in de wijk niet haalbaar is vanwege overlast en verstorend gedrag; dit vraagt om creativiteit en maatwerk van alle betrokkenen; ^ cliënten waarbij een combinatie van problematieken speelt, zoals LVB en GGZ; ^ cliënten met een actieve verslaving.
Praktijkvoorbeelden “In de regio Nijmegen heeft men 150 plekken intramurale capaciteit weten af te bouwen doordat de centrumgemeente jaren geleden is begonnen met jaarlijks concrete prestatieafspraken met de zorgaanbieders te maken. De zorgaanbieders hebben daarbij regie gekregen hoe ze dit wilden aanpakken." “In de regio's Enschede en Almelo is een werkwijze vastgelegd met betrekking tot de uitstroom. Hierin is vastgelegd dat binnen zes maanden na aanmelding de woningcorporatie zorgt dat een woning beschikbaar is. De gemeente waar de client gaat wonen zorgt dat minimaal 12 maanden ambulante begeleiding geïndiceerd is." “In Tilburg wordt gewerkt aan een 'matching point' waar de uitstroom van beschermd wonen naar zelfstandig wonen georganiseerd moet gaan worden. Gemeente, zorgaanbieders en woningcorporaties zijn hierbij betrokken. Gewerkt wordt aan een convenant waarin afspraken worden gemaakt over de beschikbaarheid woningen. Het 'matching point' maakt hier onderdeel van uit." “In de Achterhoek wordt bij de inrichting van de ambulante infrastructuur Housing First als een belangrijke ontwikkeling gezien. Dit wordt extern ondersteund en men wil meer regionaal gaan werken via pilots in gemeenten. Dit gaat in samenwerking met de betrokken woningcorporaties en zorgaanbieders. De eerste pilotafspraken zijn gemaakt om inzicht te krijgen."
Conclusie: Regio's zijn voornamelijk nog bezig met een inventarisatie van de huidige zorginfrastructuur en het huisvestingsaanbod en daaropvolgend het ontwikkelen van wenselijk
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 25 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
aanbod. Deze stap is noodzakelijk voordat over gegaan kan worden tot het maken van concrete uitvoeringsafspraken. Op dit moment heeft een minderheid van de regio's (401^) afspraken gemaakt over de verdeling en spreiding van voorzieningen en helderheid over beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties.
4.2
Toegang
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang georganiseerd wordt? In ontwikkeling
Gaat de regiovisie in op de wijze waarop lokale toegang verbonden is met regionale maatschappelijke opvang en regionaalgecontracteerde hulp (NvO)? Ja
m In ontwikkeling
«Nee
Regio's die al hebben afgesproken hoe de toegang tot beschermd wonen wordt georganiseerd, doen dit merendeels door de huidige centrale toegang te handhaven. Hierbij is of wordt verbondenheid gezocht met regionale maatschappelijke opvang/gecontracteerde hulp. Afspraken hierover staan veelal niet in de regiovisie, zoals de Norm voor Opdrachtgever stelt, maar in andere documenten. Toegang tot maatschappelijke opvang is bij sommige regio's bij een aanbieder belegd; een aantal regio's overweegt om dit binnen de centrale toegang voor beschermd wonen te brengen. Er zijn ook andere varianten: regio's die de toegang tot beschermd wonen volledig lokaal willen brengen, een lknip' maken tussen beschermd wonen (regionaal) en Beschermd Thuis (lokaal) en regio's die een regionaal team formeren dat bestaat uit lokale toegangsmedewerkers. Regio's die nog geen afspraken hebben gemaakt, zijn wel met elkaar in gesprek over de toegang, waarbij vergelijkbare opties worden genoemd. Overwegingen om de toegang centraal te houden zijn de aanwezige expertise in de centrumgemeente, het feit dat het merendeel van de cliënten woonachtig is in de centrumgemeente en de landelijke toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Redenen om de lokale toegang te betrekken of zelfs het primaat te geven, zijn de verant woordelijkheid van de regiogemeenten voor hun inwoners, laagdrempelige toegang tot zorgfuncties (conditie voor sociale inclusie), de kennis van het lokale veld en de samenhang met andere voorzieningen (zoals schuldhulpverlening). Regio's die de toegang meer lokaal willen beleggen, willen in veel gevallen wel een uniform afwegingskader opstellen. Ook is het de
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 26 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
bedoeling dat de toegang van de centrumgemeente als expert kan worden geraadpleegd voor complexere casuïstiek. Veel regio's zien 2021 als een leerjaar waarbij medewerkers van regiogemeenten optrekken met medewerkers van de centrumgemeente om de kennis van de doelgroep te vergroten en de werkwijze aan te scherpen.
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop geborgd wordt dat bestaande en nieuwe cliënten weten waar ze aan toe zijn? Ja
* In ontwikkeling
* Nee
Een aantal regio's geeft aan dat voor bestaande cliënten niets verandert en dat zij daarom geen specifieke afspraken hebben. Andere hebben informatievoorziening richting bestaande en nieuwe cliënten belegd bij de zorgaanbieders of stemmen hierover af met een klankbordgroep of adviesraad. Regio's die nog geen (definitieve) afspraken over de toegang en de zorginfrastructuur hebben, wachten dit af voordat zij de communicatie richting cliënten oppakken. De indruk uit de regiogesprekken is dat gemeenten op dit moment bezig zijn met het in beeld brengen van de opgave en het formaliseren van afspraken; de gevolgen voor bestaande en nieuwe cliënten worden pas duidelijk als dit proces is afgerond.
Praktijkvoorbeeld “In de Gooi en Vechtstreek heeft iedere gemeente de toegang lokaal georganiseerd en kan een beschikking voor beschermd wonen afgeven. Om verschil in expertise op te heffen tussen gemeenten die veel en gemeenten die weinig indicaties aangeven wordt geïnvesteerd in training en intervisie. Ook worden regionale toelatingscriteria opgesteld en krijgt de regionale wachtlijstbeheerder een sterke adviesrol."
Conclusie: Regio's die al hebben afgesproken hoe de toegang tot beschermd wonen wordt georganiseerd (6o%), doen dit merendeels door de huidige centrale toegang te handhaven. Er zijn ook andere varianten: regio's die de toegang tot beschermd wonen volledig lokaal willen brengen, een lknip' maken tussen beschermd wonen (regionaal) en beschermd thuis (lokaal) en regio's die een regionaal team formeren dat bestaat uit lokale toega ngsmedewerkers.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 27 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
5. Ontwikkelfaciliteiten Om verder vorm te geven aan de dóórontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang en de in het vorige hoofdstuk genoemde opgaven zo goed mogelijk op te pakken, hebben regio's naar aanleiding van een open vraag diverse aspecten aangegeven die ondersteunend kunnen werken. In dit hoofdstuk beschrijven we wat nodig is om de doorontwikkeling verder vorm te geven. Hierbij besteden we niet alleen aandacht aan faciliteiten die het vaakst zijn genoemd, maar ook aan faciliteiten die maar een paar keer zijn genoemd (omdat andere regio's hier niet aan hebben gedacht) en ondersteunend kunnen werken.
5.1
Informatie landelijke ontwikkelingen BW-MO
Om vervolg te geven aan de doorontwikkeling is behoefte aan duidelijkheid over enkele landelijke ontwikkelingen die gaande zijn waar nog geen definitieve besluiten over genomen zijn. Veel regio's hebben behoefte aan duidelijkheid over deze ontwikkelingen en de samenhang hiertussen, voordat ze bepaalde uitvoeringsafspraken kunnen maken. Ongeveer de helft van de regio's heeft deze behoefte aangedragen. Het betreft de volgende ontwikkelingen: ^ Definitie beschermd wonen: de definitie beschermd wonen lijkt haaks te staan op de beweging die Dannenberg voor ogen heeft2. ^ Doorontwikkeling maatschappelijke opvang: niet alle regio's vinden het helpend dat de doordecentralisatie voor maatschappelijke opvang uitgesteld is. De doorontwikkeling van maatschappelijke opvang is voorzien voor 2026. ^ Objectieve verdeelmodel inclusief financieel effecten per regio. ^ Woonplaatsbeginsel: er worden vraagtekens gezet bij het doel dat het woonplaatsbeginsel dient. ^ Wlz-uitname in relatie tot de zorg- en woonvraag binnen de regio. ^ Implementatie Norm voor Opdrachtgeverschap. Ontwikkelfaciliteit: Heldere communicatie en toegankelijke informatie over de huidige stand van zaken met betrekking tot landelijke ontwikkelingen met aandacht voor vraagtekens die bij bepaalde ontwikkelingen worden gesteld.
5.2
Inspirerende voorbeelden
Meer dan de helft van de regio's heeft behoefte aan inspirerende en praktische voorbeelden uit andere regio's waarvan geleerd kan worden. Regio's hebben op onderwerpen van de doorontwikkeling eigen plannen en werkwijzen ontwikkeld of zijn daarmee bezig. Door dit te delen hoeven regio's niet allemaal opnieuw het wiel uit te vinden. Eigen plannen en werkwijzen kunnen worden getoetst of aangevuld met nieuwe informatie. Tijdens de regiogesprekken zijn de volgende specifieke punten genoemd waarbij behoefte is aan voorbeelden uit andere regio's:1 1 Gedurende dit onderzoek is er duidelijkheid gekomen over de definitie van beschermd wonen.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 28 van 52
nhm
ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Het realiseren van afbouw van de huidige beschermd wonen voorzieningen en het daarvoor beschikbaar maken van passende ambulante alternatieven. Het realiseren van voldoende geschikte woningen. Afspraken over spreiding van voorzieningen en over de om-, op-, en afbouw van bestaande voorzieningen. Manieren om stakeholders (voornamelijk clientvertegenwoordigers) te betrekken bij de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Manieren om samenwerking tot stand te brengen tussen gemeentelijke afdelingen Sociaal Domein en volkshuiversting/wonen. Verschillende governance structuren en de voor- en nadelen van deze structuren. Het omgaan met de snijvlakken tussen wetten binnen het sociaal domein, maar ook tussen wetten van het sociaal domein en wetten op het gebied van huisvesting. Ontwikkelfaciliteit: Een platform waar regio's structureel en naar eigen behoefte inspirerende en praktische voorbeelden kunnen delen en inzien. Voor de vorm zijn verschillende opties: bijvoorbeeld handreikingen met concrete uitwerkingen van goede voorbeelden, voorbeeld documenten en/of (online) dialoogsessies.
5.3
Procesbegeleiding
Een aantal regio's heeft behoefte aan procesbegeleiding bij het schrijven van regioplannen en bij het maken en realiseren van uitvoeringsafspraken. Inrichting van de zorginfrastructuur en huisvesting, waarbij de samenwerking tussen gemeenten (ambtelijk en bestuurlijk) en met stakeholders specifiek zijn genoemd. Er zijn regio's die een externe procesbegeleider hebben ingehuurd voor de hier bovengenoemde zaken. Enkele regio's kampen met een tekort aan capaciteit om de doorontwikkeling goed vorm te geven. Een externe procesbegeleider voegt extra capaciteit toe (aangegeven door 301^ van de regio's). Een financiële vergoeding voor de externe procesbegeleider kan voor regio's helpend zijn (51^ van de regio's heeft hierom gevraagd). Ontwikkelfaciliteit: Ter beschikking stellen van een externe procesbegeleider of het aanbieden van financiële middelen voor een door de regio ingehuurde procesbegeleider. Er is behoefte aan heldere communicatie over de ondersteuning die VWS/VNG de regio's kan bieden en wat regio's daaraan hebben. Zo was de VLOT-adviseur en de rol van de VLOT-adviseur bij veel regio's nog onbekend. Dit onderzoek heeft ervoor gezorgd dat er relaties zijn gelegd tussen de partijen in de regio en de VLOT-adviseurs. Een proactieve houding van de VLOT-adviseurs naar de regio's is wenselijk.
5.4
Samenwerkingsondersteuning
Er zijn enkele belangrijke stakeholders die bij veel regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken zijn. Binnen het gemeentelijkdomein gaat het voornamelijk om afdelingen wonen, participatie en veiligheid. Daarnaast worden zorgverzekeraars gemist in de samenwerking. Tussen de 5% en n.0% van de regio's heeft aangegeven hier ondersteuning in te willen.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 29 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Ontwikkelfaciliteit: Regio's kunnen gefaciliteerd worden met een uitwerking van voorbeelden en scenario's voor domein overstijgend samenwerken inclusief (financiële) voor- en nadelen. Dit kan helpen om het gesprek met de betreffende partijen te voeren. Ook kunnen regio's gefaciliteerd worden als de gemeentelijke domeinen wonen, participatie en veiligheid, zowel bestuurlijk als ambtelijk, met elkaar uitspreken dat ze vanuit hun eigen verantwoordelijk heid inhoud geven aan de gezamenlijke opgave van de doorontwikkeling en aangesproken worden op deze verantwoordelijkheden. Tot slot is er door drie regio's aangegeven behoefte te hebben aan betere informatie voor gemeenteraden. Waarom is de doorontwikkeling belangrijk? Waarom is het noodzakelijk om regionaal samen te werken? Waarom is het belangrijk om op bepaalde punten de eigen autonomie van de gemeente los te laten? Ontwikkelfaciliteit: Heldere communicatie en toegankelijke informatie voor gemeenteraden over de doorontwikkeling en de beweging beschermd thuis. Op basis van deze informatie kunnen regio's het gesprek aangaan met gemeenteraden.
5.5
Beeldvorming
Ongeveer 5% van de regio's heeft aangegeven behoefte te hebben aan ondersteuning bij het beïnvloeden van de maatschappelijke beeldvorming van de doelgroepen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Aangezien dit een landelijk probleem is zouden regio's geholpen zijn als hier vanuit landelijke partijen aandacht voor is. Ontwikkelfaciliteit: (landelijke) aanpak voor het beïnvloeden van de maatschappelijke beeldvorming van de doelgroepen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
5.6
Afstemming andere ontwikkelingen
Er zijn landelijke ontwikkelingen die niet direct gerelateerd zijn aan de doorontwikkeling, maar wel indirect invloed hebben op de mate waarin regio's erin slagen om vorm te geven aan de beweging beschermd thuis. Voor regio's is het van belang dat de verdere doorontwikkeling wordt beschouwd binnen een context van diverse andere ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen niet in regioverband worden opgepakt, maar vergen op landelijk niveau aandacht. ^ Veel woningcorporaties lopen tegen de verhuurdersheffing aan die de investeringsruimte van corporaties verkleint waardoor het moeilijk is te voorzien in de vraag vanuit verschillende doelgroepen waaronder de doelgroep beschermd wonen en maatschappelijke ondersteuning. Vanuit verschillende partijen wordt gelobbyd voor (gedeeltelijke) afschaffing van de verhuurdersheffing. ^ In veel regio's zijn er sociaal domein breed financiële tekorten. ^ Regio's ervaren (financiële) knelpunten door schotten tussen wetgeving. ^ Regio's zijn gebaat bij een succesvolle (landelijke) aanpak voor het terugdringen van personeelstekorten en wachtlijsten in de GGZ.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 30 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
^
^
Er is behoefte aan landelijke betrokkenheid bij het oplossen van problemen voor cliënten die tussen wal en schip vallen, bijvoorbeeld cliënten met ernstige agressie die niet terecht kunnen bij maatschappelijke opvang vanwege de noodzaak voor een beveiligd bed, maar niet met expliciete GGZ-problematiek kampen of strafbare feiten plegen. Regio's hebben behoefte aan een integrale benadering van diverse GGZ-dossiers zoals de meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang, personen met verward gedrag, de ketenveldnorm levensloopfunctie en het hoofdlijnenakkoord GGZ.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 31 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
6
. Analyse
In dit hoofdstuk geven we antwoord op de onderzoeksvragen die zijn geformuleerd in paragraaf 1.2 zodat daarmee een beeld ontstaat van de mate waarin regio's erin slagen vorm te geven aan de beweging beschermd thuis en de succesfactoren en opgaven die regio's daarin tegenkomen.
6.1
Onderzoeksvraag 1: Realisatie gewenste doorontwikkeling
Voor de onderbouwing van de realisatie van de gewenste doorontwikkeling is gebruik gemaakt van een checklist. Deze checklist is opgebouwd uit afspraken tussen het rijk en de gemeenten uit 2016 (uitvoeringsafspraken) en de Norm voor Opdrachtgeverschap die in 2020 is vastgesteld. Regio's zijn gevraag op de onderdelen aan te geven of de (uitvoerings)afspraken gereed zijn, in ontwikkeling zijn of nog niet gemaakt zijn. In ontwikkeling betekent dat regio's bezig zijn met het maken van afspraken, maar dat deze nog niet gereed zijn. Afspraken die gereed zijn kunnen ook refereren aan het besluit om reeds gemaakte afspraken te continueren. Tabel 1 en 2 laten zien hoe de regio's geantwoord hebben. Uit dit onderzoek blijkt dat regio's bezig zijn met het maken van uitvoeringsafspraken, maar tegelijkertijd blijkt ook dat er in 2021 nog veel te doen is om de uitvoeringsafspraken op alle onderdelen daadwerkelijk gereed te hebben. Uitvoeringsafspraken Is er een inhoudelijke visie op hoe de ondersteuning van de doelgroep beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio vormgegeven zal worden, met uitwerking van de acht condities voor sociale inclusie?
89Z0
7Z0
4Z0
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over governance en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten in de regio?
53z
470Z
0Z
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop samengewerkt gaat worden tussen gemeenten in de regio?
470Z
53z
2Z
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop samengewerkt gaat worden met andere betrokken partners binnen de regio?
31Z0
64Z0
4Z0
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de verdeling van het beschikbare budget en de financiële risico's?
29%
60Z0
11Z
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over financiële solidariteit?
380Zo
470Z
16Z
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 32 van 52
ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Uitvoeringsafspraken Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop de overgangsfase tussen de nieuwe en oude verdeling van financiële middelen vormgegeven wordt?
22%
58Z
20%
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de verdeling en spreiding van voorzieningen tussen lokaal en regionaal?
36Z
600Zo
40Zo
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang georganiseerd wordt?
620Zo
380Zo
00Zo
Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop geborgd wordt dat bestaande en nieuwe cliënten weten waar ze aan toe zijn?
33z
490Zo
i8Z
Heeft de regio een planning voor realisatie van deze afspraken per 1 januari 2022?
600Zo
310Zo
90Zo
Tabel 1: Stand van zaken uitvoeringsafspraken
A
Norm voor Opdrachtgeverschap De regio beschikt over een regiovisie die in regionaal verband in opgesteld en door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld.
620Zo
27Z0
iiZ
Deze regiovisie is tot stand gekomen in overleg met professionals, (vertegenwoordigers) van inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen.
800Zo
i6Z
4Z0
Gaat de regiovisie in op de wijze waarop niet-vrijblijvende governance gekozen is (met één aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio)?
20%
58Z0
22Z
Bevat de regiovisie afspraken over inkoop van plekken buiten de eigen regio met aandacht voor informatie-uitwisseling en overleg?
1lZ
27Z0
620Zo
Bevat de regiovisie helderheid hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties borgen?
40%
36Z0
24Z0
Gaat de regiovisie in op de wijze waarop lokale toegang verbonden is met regionale maatschappelijke opvang en regionaalgecontracteerde hulp?
360Zo
36Z0
28Z
Tabel 2: Stand van zaken Norm voor Opdrachtgeverschap
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 33 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
6.2
Onderzoeksvraag 2: Analyse
De respons op de digitale uitvraag, toegestuurde uitvoeringsafspraken en andere documentatie hebben we per regio geanalyseerd aan de hand van vier subvragen welke we achtereenvolgend bespreken. Subvraag 1 en 2 beantwoorden we gezamenlijk. Subvraag 1: Heeft iedere regio concrete uitvoeringsafspraken gemaakt? Zo nee, wat is daarvoor de reden? En wanneer zijn de uitvoeringsafspraken wel gereed? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de deelonderwerpen van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO)? Subvraag 2: In hoeverre heeft de regio de uitvoeringsafspraken gemaakt conform de bijlage behorend bij de brief van VWS-VNG (d.d. 18 oktober 2019)? Op welke onderdelen wel en op welke onderdelen (nog) niet?
Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat de mate waarin regio's uitvoeringsafspraken hebben gemaakt conform de bijlage behorend bij de brief van VWS en de Norm voor Opdrachtgever schap verschilt. Met betrekking tot de uitvoeringsafspraken heeft meer dan de helft van de regio's afspraken gemaakt over governance en toegang. Financiële afspraken evenals afspraken over de overgangsfase vragen nog de meeste aandacht. Ongeveer 6o1^ van de regio's heeft een regiovisie opgesteld volgens de eis van de Norm van Opdrachtgeverschap. Uit de regiogesprekken blijkt wel dat alle regio's al een regiovisie hebben, maar dat deze niet altijd voldoet aan de formulering van de Norm voor Opdrachtgeverschap. In 801^ van de regio's is deze visie tot stand gekomen in afstemming met regio's. Afspraken over de inkoop van plekken buiten de regio zijn nog het minst vaak gemaakt, in g01^ van de regio's zijn deze afspraken nog niet gereed. Ruim de helft van de regio's heeft aangegeven dat eerst duidelijkheid moet komen met betrekking tot enkele landelijke ontwikkelingen voordat uitvoeringsafspraken (definitief) gemaakt kunnen worden. Het betreft hier ontwikkelingen als het verdeelmodel, een uitwerking van het woonplaatsbeginsel en de Wlz-uitname. Daarnaast is de Norm voor Opdrachtgeverschap pas dit jaar vastgesteld. Regio's hebben de tijd nodig om daar nadere afspraken over te maken.
De verwachting is dat de meeste uitvoeringsafspraken in 2021 gereed zullen zijn en daarmee op tijd voor de doorontwikkeling. Subvraag 3: Welke keuzes en afwegingen zijn er gemaakt? Is er een visie geformuleerd hoe de regio vanaf 2021 gaat samenwerken en is dit ook vertaald in financiële afspraken?
Zowel voor het maken van uitvoeringsafspraken als voor het realiseren daarvan is samenwerking tussen gemeenten en met stakeholders een belangrijke succesfactor. Ongeveer de helft van de regio's heeft afspraken gemaakt over governance, verdeling van verantwoordelijkheden en wijze van samenwerken tussen gemeenten. Deze afspraken zijn echter nog niet altijd formeel vastgelegd over de periode vanaf 2022. Op het gebied van niet-vrijblijvende governance heeft 201^ van de regio's afspraken gemaakt. In de overige regio's zijn deze afspraken nog niet gereed. Een derde van de regio's heeft afspraken over samenwerking met andere stakeholders als zorgaanbieders en woningbouwcorporaties gemaakt en bij twee derde van de regio's zijn deze afspraken nog in ontwikkeling. Ondanks dat nog niet alle regio's concrete uitvoeringsafspraken hebben gemaakt wordt op verschillende manieren al samengewerkt. Over het algemeen wordt de samenwerking positief ervaren.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 34 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Concrete afspraken over financiën vragen in veel regio's om aandacht. Een derde van de regio's heeft afspraken over budgetten, risico's en solidariteit vastgelegd in het convenant, de samenwerkingsovereenkomst et cetera. Ruim de helft is bezig met afspraken over financiën, meestal als onderdeel van de al genoemde samenwerkingsafspraken. Regio's willen eerst duidelijkheid over de budgetten voordat definitieve afspraken worden gemaakt. Subvraag 4: Heeft iedere regio een planning voor de realisatie van deze afspraken per 1 januari 2022? Zo ja, wat is de planning? Zo nee, waarom niet?
Twee derde van de regio's beschikt over een actuele planning voor de realisatie van de doorontwikkeling per 1 januari 2022. Deze planning is in verschillende documenten opgenomen, zoals in regiovisies, projectplannen, plannen van aanpak en uitvoeringsagenda's. Regio's waar de planning nog in ontwikkeling is hebben al wel een globale planning die op onderdelen nog uitgewerkt moet worden. Veel van deze regio's wachten nog op duidelijkheid met betrekking tot landelijke ontwikkelingen voordat de planning definitief gemaakt wordt. Regio's gaan verschillend om met de tijdspaden beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ongeveer een vijfde van de regio's pakt de doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelijktijdig op, ofwel omdat regio's voor beide uitvoeringsafspraken hebben gemaakt met ingang van 1-1-2022 ofwel omdat regio's de huidige werkwijze continueren (de centrumgemeente blijft verantwoordelijk voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang). Daarmee wijken deze regio's af van de landelijk voorgestelde planning om maatschappelijke opvang per 2026 door te ontwikkelen. De overige regio's (8o%) maken wel onderscheid tussen de doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang en volgen daarmee de landelijk aangegeven tijdspaden.
6.3
Onderzoeksvraag 3: Beweging beschermd thuis
De mate waarin regio's erin slagen de beweging beschermd thuis vorm te geven bespreken we door het beantwoorden van enkele subvragen. Subvraag 1: In hoeverre slaagt de regio erin om de beweging 'beschermd thuis' op gang te krijgen (succesfactoren en struikelblokken)? Hoe wordt dit onderbouwd?
Alle regio's zijn bezig om de beweging beschermd thuis vorm te geven, maar de mate waarin regio's daarin slagen verschilt. Voor de onderbouwing van dit beeld is gekeken naar de visie van de regio op sociale inclusie en de mate waarin het regio's lukt om de visie in de praktijk vorm te geven. Circa een kwart van de regio's heeft in de uitvraag aangegeven dat de beweging goed of heel goed op gang komt. Regio's geven vorm aan de beweging middels actieprogramma's, pilots en nieuwe producten. Een kwart geeft aan dat de beweging moeizaam op gang komt. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met randvoorwaarden die nog niet of nog onvoldoende gerealiseerd zijn, zoals de zorginfrastructuur of voldoende huisvesting. De overige regio's (50') geven aan dat ze midden in een proces zitten of gaan niet expliciet in op de mate waarin de beweging op gang komt.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 35 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Uit de uitvraag en regiogesprekken blijkt dat er een breed draagvlak is voor de condities voor sociale inclusie van de commissie Dannenberg en de beweging beschermd thuis, zowel onder gemeenten (centrumgemeenten en regiogemeenten) als onder stakeholders als zorgaanbieders, woningbouwcorporaties en clientvertegenwoordiging. Condities voor sociale inclusie a) Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg b) Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit c) Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie d) Een breed arsenaal van woonvarianten e) Beschikbare en betaalbare wooneenheden f) Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties g) Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars h) Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning Tabel 3: Condities voor sociale inclusie van de Commissie Dannenberg
Alle regio's hebben hun visie afgelopen jaren beschreven in een regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Bij nagenoeg alle regio's zijn de condities voor sociale inclusie opgenomen in deze visie. Bij 801^ van de regio's is de regiovisie tot stand gekomen in overleg met stakeholders. Inmiddels zijn enkele regio's bezig met een herziening of een concretisering van de regiovisie. Dit onderzoek gaat niet expliciet in op de stand van zaken per conditie. Wel zijn deze condities in belangrijke mate te linken aan de uitvoeringsafspraken. Om uitvoering te geven aan de condities zijn uitvoeringsafspraken immers van belang. In paragraaf 5.1 is besproken wat de stand van zaken is met betrekking tot het maken van uitvoeringsafspraken. Waar regio's staan met betrekking tot het in praktijk brengen van de visie is zeer divers. Dit heeft ermee te maken dat iedere regio zijn eigen ontwikkelpad kiest en daarbij prioriteiten stelt. Geschiedenis (waar komt de regio vandaan), uitvoeringsafspraken (in hoeverre zijn er uitvoeringsafspraken gemaakt) en complexiteit (hoe is de regio opgebouwd) van regio's spelen daarbij een rol. Regio's met veel regiogemeenten die weinig met elkaar samenwerken hebben bijvoorbeeld een ander ontwikkelpad dan regio's met weinig regiogemeenten die al enkele jaren op verschillende dossiers goed samenwerken.
Of regio's waarbij de huidige spreiding van voorzieningen niet overeenkomt met de gewenste spreiding hebben een andere opgave dan regio's waarbij dat wel de situatie is. Er is geen eenduidig en volgordelijk ontwikkelpad dat alle regio's doorlopen of kunnen doorlopen. Gezien het ingroeipad van 10 jaar is het nog niet noodzakelijk om alle afspraken al gerealiseerd te hebben voor 1 januari 2022. Ondanks de verschillen tussen regio's zijn er diverse factoren die bijdragen aan de beweging beschermd thuis. Op hoofdlijnen zijn de onderstaande vier succesfactoren het vaakst genoemd: ^ Samenwerking: Het betreft hier zowel de samenwerking tussen gemeenten (centrumgemeente en regiogemeenten) als de samenwerking met stakeholders. ^ Visie en commitment: Het is van belang dat alle betrokken stakeholders (centrumgemeente, regiogemeente, zorgaanbieders, clientvertegenwoordiging en
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 36 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
^
^
woningbouwcorporaties) achter de visie staan en commitment uitspreken om een aandeel te leveren aan de beweging. Inrichting zorginfrastructuur: De inrichting van de zorginfrastructuur moet passen bij de beweging waar regio's vorm aan geven. Het betreft hier producten, voorzieningen en toegang tot de voorzieningen. Huisvesting: Er zijn voldoende huisvestingsmogelijkheden nodig waarbij de aantallen en type woningen en de spreiding daarvan overeenkomen met ambities van de regio's.
Subvraag 2: Wat zien de regio's als de belangrijkste opgaven voor de komende jaren? Subvraag 3: Waarom zijn dit de belangrijkste vraagstukken?
De onderstaande punten zijn het vaakst genoemd als belangrijke opgave. Deze opgaven zijn de belangrijkste aandachtspunten omdat ze randvoorwaardelijk zijn om de beweging beschermd thuis en de doorontwikkeling vorm te geven en tegelijkertijd niet altijd makkelijk te organiseren zijn of veel tijd kosten. ^ Samenwerking: Ondanks dat de samenwerking tussen gemeenten (centrumgemeente en regiogemeenten) en met stakeholders over het algemeen goed wordt bevonden blijft het noodzakelijk om te investeren in samenwerking. Daarnaast zijn enkele belangrijke stakeholders die bij diverse regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken zijn. Binnen het gemeentelijkdomein gaat het voornamelijk om afdelingen wonen, participatie en veiligheid. Daarnaast moeten zorgverzekeraars beter betrokken worden in de samenwerking. ^ Inrichting van de zorginfrastructuur & huisvesting: Veel regio's zijn momenteel bezig om in kaart te brengen hoe het huidige situatie eruit ziet en wat de wenselijke inrichting zou moeten zijn. Op basis daarvan worden uitvoeringsafspraken gemaakt over aantal, type en spreiding van voorzieningen (inclusief beschikbaarheid van langdurige en levensbrede ondersteuning) en woningen. Doordat er veel factoren zijn die meespelen kost het echter tijd om de uitvoeringsafspraken ook daadwerkelijk te kunnen realiseren, zowel voor gemeenten als voor zorgaanbieders en woningbouwcorporaties.
Het gaat bijvoorbeeld om factoren als financiële middelen en vastgoed. ^ Landing in de wijk: Een belangrijke opgave is het organiseren van een goede ‘landing' in de wijk, zowel voor cliënten als voor buurtbewoners. Belangrijk aandachtspunten zijn 1) acceptatie van de doelgroep in de wijk en 2) goede infrastructuur van welzijnsvoorzieningen voor cliënten. ^ Financiële tekorten: Sommige regio's kampen met (dreigende) financiële tekorten op het sociaal domein terwijl er voldoende budget nodig is om de doorontwikkeling vorm te geven (personele capaciteit) en de benodigde investeringen te doen voor het realiseren van voldoende geschikte woningen, het op-, om- en afbouwen van bestaande voorzieningen en de inzet op innovatie (bijvoorbeeld eHealth). De combinatie van financiële onzekerheid enerzijds en dreigende financiële tekorten anderzijds is zorgwekkend. Opgaven hangen in belangrijke mate ook met elkaar samen. Voor een goede landing in de wijk is spreiding van huisvesting bijvoorbeeld belangrijk terwijl spreiding moeilijk is te organiseren door beperkte investeringsruimte van woningbouwcorporaties.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 37 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Subvraag 4. Op welke wijze pakken regio's deze vraagstukken in samenspraak met stakeholders op?
Samenwerking wordt gezien als kansrijke optie om opgaven aan te pakken. Over het algemeen zijn regio's tevreden over de wijze waarop wordt samengewerkt. Vaste overlegstructuren zijn hierbij helpend. Gemeenten hebben vaak zowel bestuurlijk als ambtelijk vaste overlegmomenten. Met stakeholders wordt samengewerkt via bijvoorbeeld actieprogramma's of overlegtafels. Structurele samenwerking met clientvertegenwoordiging vraagt bij een aantal regio's nog om meer aandacht. Een aantal stakeholder zijn bij sommige regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken. Binnen het gemeentelijkdomein gaat het voornamelijk om afdelingen wonen, werk & inkomen, participatie en veiligheid. Daarnaast worden zorgverzekeraars en clientvertegenwoordiging door een aantal regio's gemist in de samenwerking. Subvraag 5. Waar is de regio trots op?
Ondanks dat regio's niet op alle onderdelen uitvoeringsafspraken hebben gemaakt zijn ze volop bezig met de beweging beschermd wonen. Voorbeelden van waar regio's trots op zijn: ^ Gerealiseerde samenwerking, visie en commitment; ^ Ontwikkeling van nieuwe producten; ^ Afbouw van intramurale plekken; ^ Inrichting van de toegang; ^ Nieuwe (langdurige) contractering; ^ Vormgeving van het uitstroomproces (eventueel via pilots); ^ Vernieuwde woonconcepten. Subvraag 5. Leidt dit tot concrete ondersteuningsbehoeften en zo ja, hoe ziet dit eruit?
Om verder vorm te geven aan de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang en de in het vorige hoofdstukken genoemde opgaven zo goed mogelijk op te pakken, hebben regio's diverse aspecten aangegeven die ondersteunend kunnen werken, namelijk: ^ Heldere communicatie en toegankelijke informatie over de huidige stand van zaken met betrekking tot landelijke ontwikkelingen met aandacht voor vraagtekens die bij bepaalde ontwikkelingen worden gesteld. ^ Een platform waar regio's structureel en naar eigen behoefte inspirerende en praktische voorbeelden kunnen delen en inzien. Voor de vorm zijn verschillende opties: bijvoorbeeld handreikingen met concrete uitwerkingen van goede voorbeelden, voorbeeld documenten en/of (online) dialoogsessies. ^ Ter beschikking stellen van een externe procesbegeleider of het aanbieden van financiële middelen voor een door de regio ingehuurde procesbegeleider. Er is behoefte aan heldere communicatie over de ondersteuning die VWS/VNG de regio's kan bieden en wat regio's daaraan hebben. Zo was de VLOT-adviseur bij veel regio's nog onbekend en heeft het onderzoek ervoor gezorgd dat er relaties zijn gelegd tussen de partijen in de regio en de VLOT-adviseurs. Een proactieve houding van de VLOT-adviseurs naar de regio's is wenselijk.
^ Regio's kunnen gefaciliteerd worden met een uitwerking van voorbeelden en scenario's voor domein overstijgend samenwerken inclusief (financiële) voor- en nadelen. Dit kan helpen om het gesprek met de betreffende partijen te voeren. Ook kunnen regio's gefaciliteerd worden als de gemeentelijke domeinen wonen, participatie en veiligheid, zowel bestuurlijk als
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 38 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
^
^
ambtelijk, met elkaar uitspreken dat ze vanuit hun eigen verantwoordelijkheid inhoud geven aan de gezamenlijke opgave van de doorontwikkeling en aangesproken worden op deze verantwoordelijkheden. Heldere communicatie en toegankelijke informatie voor gemeenteraden over de doorontwikkeling en de beweging beschermd thuis. Op basis van deze informatie kunnen regio's het gesprek aangaan met gemeenteraden. (Landelijke) aanpak voor het beïnvloeden van de maatschappelijke beeldvorming van de doelgroepen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 39 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
7. Reflectie In dit hoofdstuk geven we op basis van de uitvraag, regiogesprekken en de analyse een korte reflectie op wat ons als onderzoekers is opgevallen. Daarbij maken we ook gebruik van de ervaringen die we in een aantal regio's in de afgelopen jaren hebben opgedaan op onderdelen van de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
De doorontwikkeling beschermd wonen staat gepland per 1 januari 2022 en maatschappelijke opvang per 1 januari 2026. Er is een ingroeipad van tien jaar (2022-2031) om van de huidige historische verdeling (over centrumgemeente) naar een objectieve verdeling (over alle gemeente) te komen waarbij tegelijkertijd een beweging naar beschermd thuis in gang wordt gezet. De commissie Dannenberg heeft aangegeven dat de beweging complex is en tijd en geduld vraagt. Hier wordt met een ingroeipad van tien jaar rekening mee gehouden. Om de doorontwikkeling goed vorm te geven maken regio's een ontwikkeling door. De door ontwikkeling krijgt in grofweg drie fases vorm: 1) visie ontwikkeling, 2) maken van uitvoeringsafspraken en 3) uitvoering van afspraken. Om te bepalen wat de huidige stand van zaken hebben we deze groeifases gebruikt als 'meetlat' om de ontwikkeling die regio's door maken tegen af te zetten. Stand van het land
Regio's zijn vanaf 2016 aan de slag gegaan met het schrijven van regiovisies waarin de condities voor sociale inclusie van de commissie Dannenberg zijn meegenomen. Er is een breed draakvlak voor de doelstellingen van 'Dannenberg' en voor het creëren van deze condities in de eigen regio. Deze regiovisies zijn overal aanwezig en worden in enkele regio's inmiddels geactualiseerd en/of geconcretiseerd. Daarmee concluderen we dat de fase van visieontwikkeling goed op gang is gekomen. Momenteel zijn regio's aan de slag om de visie te vertalen in concrete uitvoerings afspraken. Afspraken tussen het Rijk en de gemeenten uit 2016 en de Norm voor Opdrachtgeverschap uit 2020 geven richting aan de onderwerpen waar uitvoeringsafspraken over gemaakt moeten worden. Om klaar te zijn voor de eerste stap in de doorontwikkeling, is het noodzakelijk dat deze uitvoeringsafspraken voor 2022 gereed zijn, zodat hier vanaf 2022 uitvoering aan gegeven kan worden. Uit dit onderzoek blijkt dat alle regio's bezig zijn met het maken van uitvoeringsafspraken. Ook blijkt dat er in 2021 nog wel wat moet gebeuren om de uitvoeringsafspraken op alle onderdelen daadwerkelijk gereed te krijgen.
Ondanks dat niet alle regio's de uitvoeringsafspraken nu al gereed hebben, wordt in enkele regio's ook al uitvoering gegeven aan de afspraken en daarmee aan de beweging beschermd thuis, bijvoorbeeld door actieprogramma's, pilots en de ontwikkeling van nieuwe producten. De mate waarin regio's hierin slagen is zeer divers. Iedere regio kiest hierbij zijn eigen ontwikkelpad en stelt zijn eigen prioriteit. De stappen die regio's zetten in de uitvoering van de afspraken en de beweging beschermd thuis is bemoedigend, maar het is nog niet noodzakelijk om alle afspraken al uitgevoerd te hebben voor 1 januari 2022. In vergelijking tot de stand van zaken rond beschermd wonen en maatschappelijke opvang die in 2017 door AEF in beeld is gebracht, blijkt dat de gemeenten met hun stakeholders actief zijn
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 40 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
doorgegaan met de dóórontwikkeling. Vanuit de regiovisies is men verder gegaan met het maken van concrete uitvoeringsafspraken, waarbij de verschillen tussen regio's die in 2017 werden geconstateerd nog steeds bestaan. Daarbij heeft voorliggend onderzoek meer inzicht gegeven in de succesfactoren en in de faciliteiten die noodzakelijk zijn om de doorontwikkeling voort te kunnen zetten. Om ervoor te zorgen dat regio's zich verder kunnen door ontwikkelen zien we onderwerpen waarop versnelling mogelijk is, zowel voor het maken van uitvoeringsafspraken (fase 2) als voor de realisatie daarvan (fase 3). We bevelen dan ook aan dat de landelijke partijen de voorwaarden helpen creëren waardoor die versnelling wordt gerealiseerd. Maken van uitvoeringsafspraken
Duidelijkheid: Veel regio's hebben behoefte aan duidelijkheid met name met betrekking tot het landelijke verdeelmodel en de Wlz-uitname voordat concrete uitvoeringsafspraken gemaakt kunnen worden. Regio's willen eerst weten waarvoor ze verantwoordelijk zijn en de financiële middelen die daaraan zijn gekoppeld. Ook in 2017 is dit door AEF aangehaald als belangrijk aandachtspunt. Het is opvallend dat dit punt drie jaar later opnieuw naar voren komt. Hiermee geven regio's (wederom) aan dat het voor de doorontwikkeling van belang is dat het ministerie van VWS en de VNG op deze punten op korte termijn duidelijkheid geven, zodat regio's de uitwerking naar concrete uitvoeringsafspraken kunnen maken. We bevelen dat dit punt met hoge prioriteit wordt opgepakt. Samenwerking: Regio's dienen afspraken te maken over samenwerking tussen gemeenten en met stakeholders (aanbieders, woningbouwcorporaties en clientvertegenwoordigers). Daarbij is het van belang dat regio's nu al actief vorm geven aan een goede samenwerking om op alle onderdelen uitvoeringsafspraken te kunnen maken. Samenwerking is daarmee een belangrijke basisvoorwaarde. Het bouwen aan een goede samenwerking kost tijd en is een opdracht aan de regio's zelf. Uit de evaluatie van de stand van zaken in 2017 werd het belang van samenwerking ook aangehaald.
Om deze samenwerking te versnellen bevelen we aan dat de landelijke partijen de regio's hierbij faciliteren, bijvoorbeeld door het leveren van procesondersteuning of door het aanspreken van partijen op hun verantwoordelijkheid. Inspirerende voorbeelden: Alle regio's maken over dezelfde onderwerpen uitvoeringsafspraken. De inhoud van de afspraken verschilt per regio, maar in het proces en de afwegingen zitten veel overeenkomsten. Door een platform te bieden waar regio's de mogelijkheid hebben om informatie en voorbeelden met elkaar te delen kan versnelling aangebracht worden. Dit platform kan verschillende vormen of een combinatie van vormen aannemen, bijvoorbeeld een plek om documenten te delen, intervisie, ontwikkeltafels. Ook dit werd in 2017 aangegeven in het rapport van AEF. Uit voorliggend onderzoek blijkt dat hier nog onvoldoende vorm aan is gegeven, omdat de behoefte nog steeds bestaat. Het ligt voor de hand dat een landelijke partijen zoals het ministerie van VWS, de VNG en/of ZonMw (als onderdeel van de subsidies) hierin initiatief nemen.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 41 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Realisatie van uitvoeringsafspraken
Samenwerking: Samenwerking vraagt om onderhoud, het maken van afspraken alleen is geen garantie voor goede samenwerking. Ondersteuning bij regionale samenwerking blijft een punt van aandacht, ook in de periode na 1 januari 2022 als de uitvoeringsafspraken worden gerealiseerd. Huisvesting â zorginfrastructuur: Een passende zorginfrastructuur en voldoende huisvesting voor cliënten zijn belangrijke randvoorwaarden om de beweging beschermd thuis vorm te geven. In deze rapportage hebben regio's deze factoren aangedragen als succesfactoren, randvoorwaarden en opgaven. Het maken van concrete uitvoeringsafspraken is geen garantie voor realisatie. Er zijn immers veel factoren die van invloed zijn op het kunnen realiseren van de uitvoeringsafspraken, zoals financiële middelen en vastgoed. In de regio's hebben gemeenten, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties hier een belangrijke rol in. Om de benodigde huisvesting en zorginfrastructuur te kunnen realiseren is financiële investeringsruimte nodig. Hier zit een spanning met de (dreigende) financiële tekorten van veel gemeenten op het sociaal domein en de beperkingen die woningcorporaties ervaren door de verhuurdersheffing. Ook zien we dat veel regio's zoeken hoe ze deze vergelijkbare vraagstukken kunnen oppakken. Mogelijk dat hiervoor bijvoorbeeld landelijke handreikingen behulpzaam kunnen zijn.
Landing in de wijk: Een goede ‘landing' in de wijk organiseren, zowel voor cliënten als voor buurtbewoners, wordt gezien als belangrijke opgave. Het belang hiervan is groot, omdat het raakt aan de kern van de doorontwikkeling. Aandachtspunten daarbij zijn 1) acceptatie van de doelgroep in de wijk en 2) goede infrastructuur van welzijnsvoorzieningen voor cliënten. In het werken aan acceptatie van de doelgroep en het creëren van een goede infrastructuur hebben regio's een belangrijke taak. Wel kunnen zij ondersteund worden door landelijk aandacht te genereren voor de beweging beschermd thuis en daarmee te werken aan een brede acceptatie van de doelgroep in de wijk. Concluderend
Als onderzoekers hebben we in de periode na de zomer van 2020 de landelijke stand van zaken in beeld gebracht als het gaat om de voorbereidingen op de doorontwikkeling van beschermd wonen (en maatschappelijke opvang). We hebben tijdens het onderzoek ervaren dat in het hele land met veel inzet wordt gewerkt aan het creëren van voorwaarden waaronder inwoners met psychiatrische problematiek in toenemende mate inclusief kunnen worden ondersteund. We hebben overwegend positieve geluiden gehoord over de beweging die door het advies van Dannenberg is ingezet. Dat nog niet alle regio's klaar zijn voor de volgende fase van die doorontwikkeling is een gevolg van de complexe en veel omvattende opgave. We hopen dat deze rapportage een bijdrage levert ter ondersteuning aan de ingezette beweging en dat de betrokken partijen zien welke kansen er liggen om de stap naar inclusiviteit mogelijk te maken.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 42 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Bijlage 1.
Digitale uitvraag
In lijn met het advies van de commissie Dannenberg wordt in het land volop gewerkt aan sociale inclusie door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk. Goede regionale samenwerking is de motor bij de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Om deze samenwerking kracht bij te zetten hebben de gemeenten een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) ontwikkeld, die op dit moment geïmplementeerd wordt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) willen graag weten hoe het staat met de uitvoeringsafspraken die voortvloeien uit het advies van de commissie Dannenberg, wat de ondersteuningsbehoefte is van gemeenten en andere partijen, en hoe regio's van elkaar kunnen leren. Bureau HHM is gevraagd hier de komende twee maanden onderzoek naar te doen en vraagt hierbij om input van alle regio's. Digitale uitvraag Aan alle centrumgemeenten vragen wij onderstaande vragen (via een digitale omgeving) in te vullen voor hun regio. Waar mogelijk kunt u de antwoorden al afstemmen met (enkele) regiogemeenten. De onderdelen A t/m D van de vragenlijst hebben een inventariserend karakter. Deze vragen zijn bedoeld om een algemeen landelijk beeld te krijgen van de stand van zaken. Waar nodig kunt u bij deze antwoorden een nadere toelichting geven.
De vragen bij onderdeel E zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de ervaringen, struikelblokken, succesfactoren en ondersteuningsbehoeften. We willen u vragen om de toelichtingen en open antwoorden zo beknopt mogelijk te houden, zodat ze voldoende informatie geven om vervolgens tijdens de online regiogesprekken hierop nader in te gaan. Aan het eind van de vragenlijst kunt u enkele relevante documenten uploaden. We willen benadrukken dat de uitvraag zowel betrekking heeft op BW als MO. Wanneer het antwoord specifiek betrekking heeft op of BW of MO, wilt u dat dan aangeven? We verwachten dat het invullen van de vragenlijst 30-45 minuten kost. Het invullen en indienen van de uitvraag kan tot: donderdag 3 september 12.00 uur. Lukt dit niet, neem dan contact op met de contactpersoon van bureau HHM die staat vermeld in de mail die u heeft ontvangen.
A. Doorontwikkeling BW en MO Het advies van de commissie Dannenberg geeft acht condities voor sociale inclusie aan. De acht condities zijn: ^
Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg
^
Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit
^
Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie
^
Een breed arsenaal van woonvarianten
^
Beschikbare en betaalbare wooneenheden
^
Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties
^
Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars
^
Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 43 van 52
De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
1. Is er een inhoudelijke visie op hoe de ondersteuning aan de doelgroep van beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO) in de regio vormgegeven zal worden, met uitwerking van de acht condities voor sociale inclusie? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
B. Concrete afspraken Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over: 1. Governance en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten in regio? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
2. De wijze waarop samengewerkt gaat worden tussen gemeenten in de regio? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
3. De wijze waarop samengewerkt gaat worden met andere betrokken partners binnen de regio? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
4. De verdeling en spreiding van voorzieningen tussen lokaal en regionaal? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 44 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
5. De wijze waarop toegang tot BW en MO georganiseerd wordt? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
6. De verdeling van het beschikbare budget en de financiële risico's? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
7. Financiële solidariteit? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
8. De wijze waarop de overgangsfase tussen de nieuwe en oude verdeling van financiële middelen vormgegeven wordt? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
9. De wijze waarop tijdens de overgangsfase geborgd wordt dat bestaande en nieuwe cliënten weten waar ze aan toe zijn? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 45 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
C. Planning voor realisatie Heeft de regio een planning voor realisatie van deze afspraken per 1 januari 2022? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
D. Stand van zaken NvO Wat is de stand van zaken met betrekking tot de deelonderwerpen van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO)? 1. De regio beschikt over een regiovisie die in regionaal verband is opgesteld en door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld. O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
2. Deze regiovisie is tot stand gekomen in overleg met professionals, (vertegenwoordigers) van inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
3. Geeft de regiovisie helderheid hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties borgen? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
4. Bevat de regiovisie afspraken over inkoop van plekken buiten de eigen regio met aandacht voor informatie-uitwisseling en overleg? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 46 van 52
nhm
ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Toelichting:
5. Gaat de regiovisie in op de wijze waarop lokale toegang verbonden is met de regionale MO en regionaal gecontracteerde hulp? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
6. Gaat de regiovisie in op de wijze waarop niet-vrijblijvende governance gekozen is (met één aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio)? O
Nee
O
In ontwikkeling
O
Ja
Toelichting:
7. Op welke wijze wordt binnen de regio gewerkt aan het beperken van administratieve lasten? Bijv.: toepassen van de drie uitvoeringsvarianten in sociaal domein of bij regionale contractering dezelfde contractvoorwaarden en gezamenlijk contractbeheer hanteren.
8. Op welke wijze wordt zowel vanuit stabiliteit als vanuit innovatie ingezet op meerjarige contractering?
E. Algemeen 1. Wat zijn de belangrijkste opgaven voor de komende jaren en waarom zijn dit de belangrijkste opgaven?
2. Wat zijn kansrijke opties in de regio om de opgaven op te pakken?
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 47 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
3. In hoeverre slaagt de regio erin om de beweging 'beschermd thuis' op gang te krijgen?
4. Wat zijn de belangrijkste succesfactoren?
5. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten?
6. Wat de belangrijkste randvoorwaarden?
7. Op welk gebied heeft u behoefte aan aanvullende ondersteuning (zowel bij implementatie van de adviezen van Dannenberg als bij de implementatie van de NvO)?
8. Hoe gaat u als regio om met verschillende tijdspaden voor de doorontwikkeling van BW en MO?
9. Op welke wijze wordt samengewerkt met stakeholders?
10. Hoe verloopt de samenwerking met stakeholders?
11. Wat zijn bereikte resultaten of uw grootste trots?
Tot slot Hier kunt u de documenten uploaden welke inzicht verschaffen in uw regiovisie, uitvoeringsafspraken en stand van zaken op verschillende acties. Ook kunt u inspirerende voorbeelden van bijvoorbeeld convenanten en samenwerkingsafspraken delen.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 48 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Bijlage 2. Leidraad online regiobijeenkomsten Introductie: In opdracht van het ministerie van VWS en de VNG doen we onderzoek naar de stand van het land van de implementatie van het advies van de commissie Dannenberg. Vandaag gaan we in gesprek over de stand van zaken in jullie regio met betrekking tot de uitvoeringsafspraken en Norm voor Opdrachtgeverschap. Het uitgangspunt is de door de centrumgemeente ingevulde uitvraag. We willen het gesprek voeren vanuit drie rode draden: 1) Voorbereiden op een (deels) nieuwe Z versterking van de bestaande werkwijze. 2) Organiseren van nieuwe gemeentelijke samenwerking binnen de regio. 3) Vertaling naar de uitvoeringspraktijk. Bij alle onderdelen is het van belang dat we inzicht krijgen in de volgende zaken: ^
^
Als er afspraken zijn: — Welke zijn dat? — Hoe zijn die verankerd/vastgelegd? — Wat maakt dat het gelukt is afspraken te maken? — Hoe ver reiken de afspraken? Zijn ze op visie niveau of gaan ze ook over de uitvoering? — Wat heb je eventueel nodig om de huidige afspraken te borgen (ondersteuningsvraag)? Als er nog geen afspraken zijn: — Waar zit de discussie? (inhoudelijke punten van tegenstelling opzoeken) — Verwacht je dat je er met elkaar voor het eind van de komende winter uit gaat komen? — Wat heb je eventueel nodig om hierin te versnellen?
Daar waar we spreken over stakeholders refereren we aan de onderstaande partijen: centrumgemeenten, regiogemeenten, aanbieders, woningcorporaties en cliëntvertegenwoordigers.
PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM
Pagina 49 van 52
De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT
Vragen
Vragen uit de digitale uitvraag
Algemeen (15 minuten) Inventarisatie: Jullie hebben als bijlage bij deze digitale afspraak een door de centrumgemeente ingevulde uitvraag ontvangen. In hoeverre zijn de antwoorden herkenbaar voor jullie? ^ Zo nee, welke antwoorden zijn volgens jullie niet herkenbaar? Hoe is de regiovisie tot stand gekomen? ^ Hoe is onderling overleg en besluitvorming georganiseerd? ^ Welke stakeholders zijn betrokken geweest? Is de regiovisie, in navolging op de Norm voor Opdrachtgeverschap, tot stand gekomen in overleg met professionals, (vertegenwoordigers) van inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen? ^ Hoe wordt het cliëntperspectief betrokken in de regio?
D1/2 E9/10
Hoe gaat u om met verschillende tijdspaden BW (2022) en MO (mogelijk 2026)? ^ Welke afwegingen liggen ten grondslag aan de gemaakte keuzes?