CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Landelijke-stand-van-het-land-doorontwikkeling-BW-en-MO.pdf

Commissie Samenleving 11 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Presentatie doordecentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang18.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

De stand van het land Dóórontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Landelijke stand van het land

Dóórontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang 29 oktober 2020 dr. Patrick Jansen drs. Louise Pansier Annika van de Belt, MSc, MA Caroline Coumans PJ/20/1809/domobw Bureau HHM

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Inhoud Managementsamenvatting............................................................................3 1.

Achtergrond en aanpak....................................................................... 7

1.1

Achtergrond.................................................................................................. 7

1.2

Aanpak..........................................................................................................8

1.3

Leeswijzer.................................................................................................... 10

2.

Beweging Beschermd Thuis................................................................12

2.1

Beweging Beschermd Thuis......................................................................... 12

2.2

Regiovisie.................................................................................................... 15

2.3

Planning......................................................................................................16

3.

Samenwerking.................................................................................. 18

3.1

Governance en samenwerking tussen gemeenten.......................................18

3.2

Samenwerking met betrokken stakeholders................................................20

3.3

Financiële afspraken.................................................................................... 21

3.4

Inkoop en contractmanagement..................................................................22

4.

Uitvoeringspraktijk............................................................................ 24

4.1

Voorzieningen en huisvesting......................................................................24

4.2

Toegang......................................................................................................26

5.

Ontwikkelfaciliteiten..........................................................................28

5.1

Informatie landelijke ontwikkelingen BW-MO.............................................28

5.2

Inspirerende voorbeelden............................................................................28

5.3

Procesbegeleiding.......................................................................................29

5.4

Samenwerkingsondersteuning....................................................................29

5.5

Beeldvorming..............................................................................................30

5.6

Afstemming andere ontwikkelingen............................................................30

6.

Analyse........................................................................................... 32

6.1

Onderzoeksvraag 1: Realisatie gewenstedoorontwikkeling.........................32

6.2

Onderzoeksvraag 2: Analyse.......................................................................34

6.3

Onderzoeksvraag 3: Beweging beschermd thuis..........................................35

7.

Reflectie........................................................................................... 40

Bijlage 1.

Digitale uitvraag.......................................................................43

Bijlage 2.

Leidraad online regiobijeenkomsten.......................................... 49

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 2 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Managementsamenvatting Aanleiding In lijn met het advies van de commissie Dannenberg wordt in Nederland volop gewerkt aan sociale inclusie door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk. Goede regionale samenwerking is de motor bij de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft bureau HHM een onderzoek verricht om inzicht te geven in hoe het staat met het maken van uitvoeringsafspraken die voortvloeien uit het advies van de commissie Dannenberg, wat de ondersteuningsbehoefte is van gemeenten en andere partijen en hoe regio's van elkaar kunnen leren. Achtergrond Sinds 1 januari 2015 is in het stelsel veel veranderd voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Onder invloed van de herziening van het stelsel van de langdurige zorg is de verdeling van de voorzieningen en zorg aan deze cliënten over de verschillende wettelijke domeinen (Wmo, Zvw en Wlz) flink gewijzigd. Binnen deze context van wetten bracht de commissie Toekomst beschermd wonen (commissie Dannenberg) eind 2015 haar advies 'Van beschermd wonen naar beschermd thuis' uit. Kern van de visie is de sociale inclusie van de doelgroep van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Om goed uitvoering te kunnen geven aan dit advies is regionale samenwerking door gemeenten van groot belang. Daarom is besloten dat alle regio's een regiovisie moesten opstellen met concrete regionale uitvoeringsafspraken om de komende periode voldoende stappen te kunnen zetten richting Sociale inclusie' en blijvend goed samen te werken. De doorontwikkeling van beschermd wonen staat gepland per 1 januari 2022 en de door­ ontwikkeling van maatschappelijke opvang per 1 januari 2026. Er is een ingroeipad van tien jaar (2022-2031) afgesproken1 om van de huidige historische verdeling (over centrumgemeente) naar een objectieve verdeling (over alle gemeenten) te komen waarbij tegelijkertijd een beweging naar beschermd thuis in gang gezet wordt. De commissie Dannenberg heeft aangegeven dat de beweging complex is en tijd en geduld vraagt. Hier wordt met een ingroeipad van tien jaar rekening mee gehouden. Om de doorontwikkeling goed vorm te geven maken regio's een ontwikkeling door in grofweg drie fases: 1) visie ontwikkeling, 2) maken van uitvoerings­ afspraken en 3) uitvoering van die afspraken. Aanpak Om een beeld te krijgen van de realisatie van de gewenste doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang hebben we van alle 43 centrumgemeenten relevante documenten ontvangen en antwoord gekregen op een digitale uitvraag.

Aan de hand van 45 online bijeenkomsten met gemeenten en hun stakeholders hebben we dit beeld scherper gekregen. De digitale uitvraag bestond uit vragen voortkomend uit de afspraken tussen het Rijk en gemeenten uit 2016 (uitvoeringsafspraken) en de Norm voor Opdrachtgeverschap die in 2020 1 Advies expertiseteam MO-BW-BG, 2019

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 3 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

is vastgesteld. De mate waarin regio's uitvoeringsafspraken hebben gemaakt op deze onderdelen verschilt. Algemeen beeld stand van het land

In alle regio's is een visie vastgesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat alle regio's bezig zijn om die visie te vertalen in concrete uitvoeringsafspraken, maar tegelijkertijd blijkt ook dat er in 2021 nog veel te doen is om de uitvoeringsafspraken op alle onderdelen voor 1 januari 2022 gereed te hebben. De opgaven liggen op het gebied van samenwerking, inrichting van het zorglandschap en het creëren van passende huisvesting. Daarnaast heeft ruim de helft van de regio's aangegeven dat eerst duidelijkheid moet komen met betrekking tot enkele landelijke ontwikkelingen voordat de uitvoeringsafspraken definitief kunnen worden vastgesteld. Het betreft ontwikkelingen als het verdeelmodel, een uitwerking van het woonplaatsbeginsel en de Wlz-uitname. Daarnaast is de Norm voor Opdrachtgeverschap pas in 2020 vastgesteld, waardoor regio's tijd nodig hebben om daar nadere afspraken over te maken. Aan de hand van drie hoofdthema's geven we een nader beeld van de stand van het land: beweging beschermd thuis, samenwerking en uitvoeringspraktijk. Per hoofdthema wordt aandacht besteed aan de mate waarin concrete uitvoeringafspraken zijn gemaakt en waar mogelijk ook aan de mate waarin afspraken al uitgevoerd worden. Tevens besteden we aandacht aan de ontwikkelfaciliteiten die nodig zijn om de doorontwikkeling verder te realiseren. Beweging beschermd thuis

Alle regio's beschikken over een regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang met aandacht voor de visie op de condities voor sociale inclusie. De fase van visieontwikkeling is goed op gang gekomen. In nagenoeg alle regio's is de regiovisie tot stand gekomen in afstemming met stakeholders. Enkele regio's zijn bezig met een herziening of concretisering van de visie. Uit dit onderzoek blijkt dat er een breed draagvlak is voor de condities voor sociale inclusie van de commissie Dannenberg en de beweging beschermd thuis, zowel onder gemeenten (centrum- en regiogemeenten) als onder zorgaanbieders en woningcorporaties. Ondanks dat niet alle regio's de uitvoeringsafspraken gereed hebben wordt in enkele regio's ook al uitvoering gegeven aan de afspraken en daarmee aan de beweging beschermd thuis, bijvoorbeeld door actieprogramma's, pilots en de ontwikkeling van nieuwe producten. De mate waarin regio's hierin slagen is zeer divers. Iedere regio kiest hierbij zijn eigen ontwikkelpad en stelt zijn eigen prioriteit. Gezien het ingroeipad van tien jaar is het nog niet noodzakelijk om alle afspraken al gerealiseerd te hebben voor 1 januari 2022.Twee derde van de regio's beschikt over een actuele planning voor de realisatie van de doorontwikkeling per 1 januari 2022. Bij 30% van de regio's is de planning in ontwikkeling en 101^ beschikt nog niet over een planning.

Regio's gaan daarbij verschillend om met de tijdpaden beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ongeveer een vijfde van de regio's pakt de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelijktijdig op en wijken daarmee af van de landelijk voorgestelde planning om maatschappelijke opvang per 2026 door te ontwikkelen. De overige regio's maken wel een onderscheid en volgen daarmee de landelijk aangegeven tijdpaden.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 4 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Samenwerking

Zowel voor het maken van uitvoeringsafspraken als voor het realiseren daarvan is samenwerking tussen gemeenten en met stakeholders een belangrijke succesfactor. Ongeveer de helft van de regio's heeft afspraken gemaakt over samenwerking, de governance en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten. Op het gebied van niet-vrijblijvende governance heeft 201^ van de regio's afspraken gemaakt. Concrete afspraken over de samenwerking met stakeholders zijn bij een groot deel van de regio's nog in ontwikkeling. Uit dit onderzoek blijkt dat regio's over het algemeen tevreden zijn over de samenwerking, zowel tussen gemeente als met stakeholders. Vaste overlegstructuren zijn hierbij helpend. Tegelijkertijd blijft het wel een opgave om goede samenwerking vast te blijven houden. Er zijn enkele belangrijke stakeholders die bij veel regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken zijn. Binnen het gemeentelijk domein gaat het voornamelijk om afdelingen wonen, werk & inkomen, participatie en veiligheid. Daarnaast worden zorgverzekeraars en clientvertegenwoordiging door een aantal regio's gemist in de samenwerking. Concrete afspraken over financiën vragen in veel regio's om aandacht. Een derde van de regio's heeft afspraken over budgetten, risico's en solidariteit vastgelegd. Bij de overige regio's zijn deze afspraken nog in ontwikkeling.

Regio's wachten hierbij op duidelijkheid over de budgetten voordat definitieve afspraken worden gemaakt. Vaak is een richting voor financiële afspraken al wel bepaald. Bij een klein deel van de regio's zijn afspraken over het beperken van admini­ stratieve lasten en de inzet op meerjarige contracten nog in ontwikkeling. Een groot deel van de regio's, waarbij al wel afspraken zijn gemaakt, handhaaft de centrumgemeente-constructie. 801^ van de regio's moet nog afspraken maken over de inkoop van plekken buiten de regio. Uitvoeringspraktijk

Regio's zijn in deze fase (najaar 2020) voornamelijk bezig met een inventarisatie van de huidige zorginfrastructuur en het huisvestingsaanbod en daaropvolgend het ontwikkelen van wenselijk aanbod. Deze stap is noodzakelijk voordat overgegaan kan worden tot het maken van concrete uitvoeringsafspraken. Op dit moment heeft een minderheid van de regio's (40(^) afspraken gemaakt over de verdeling en spreiding van voorzieningen en helderheid over beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties. Zowel de beschikbaarheid over een passende zorginfrastructuur als voldoende huisvesting zijn aangegeven als belangrijke randvoorwaarden om de beweging beschermd thuis vorm te geven. Tegelijkertijd geven regio's ook aan dat hier grote opgaven liggen. Als opgaven worden daar nog aan toegevoegd ‘landing' in de wijk en (dreigende) financiële tekorten. Regio's die al hebben afgesproken hoe de toegang tot beschermd wonen wordt georganiseerd (6o%), doen dit merendeels door de huidige centrale toegang te handhaven. Er zijn ook andere varianten: regio's die de toegang tot beschermd wonen volledig lokaal willen brengen, een ‘knip' maken tussen Beschermd Wonen (regionaal) en Beschermd Thuis (lokaal) en regio's die een regionaal team formeren dat bestaat uit lokale toegangsmedewerkers.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 5 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Ontwikkelfaciliteiten

Om verder vorm te geven aan het maken van uitvoeringsafspraken en de realisatie van deze afspraken hebben regio's diverse aspecten aangegeven die ondersteunend kunnen werken: ^ informatie over landelijke ontwikkelingen beschermd wonen en maatschappelijke opvang; ^ inspirerende voorbeelden; ^ procesbegeleiding; ^ samenwerkingsondersteuning; ^ beeldvorming; ^ afstemming andere ontwikkelingen. Conclusie

In alle regio's wordt actief gewerkt aan de voorbereidingen op de aanstaande veranderingen rond beschermd wonen en maatschappelijke opvang. We zien dat overal de visies zijn opgesteld en dat die worden gedragen door de betrokkenen. In vergelijking tot de stand van zaken rond beschermd wonen en maatschappelijke opvang die in 2017 door AEF in beeld is gebracht, blijkt dat de gemeenten met hun stakeholders zijn doorgegaan met de doorontwikkeling. Vanuit de regiovisies is men verder gegaan met het maken van concrete uitvoeringsafspraken, waarbij de verschillen tussen regio's die in 2017 werden geconstateerd nog steeds bestaan, sommige regio's hebben meer vorderingen gemaakt dan andere. Daarnaast blijkt dat er komend jaar nog werk verzet gaat worden om alle uitvoeringsafspraken gereed te hebben voor 1 januari 2022. Hierbij heeft voorliggend onderzoek inzicht gegeven in de succesfactoren en in de faciliteiten die noodzakelijk zijn om de doorontwikkeling voort te kunnen zetten.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 6 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

1. Achtergrond en aanpak In lijn met het advies van de commissie Dannenberg wordt in Nederland volop gewerkt aan sociale inclusie door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk. Goede regionale samenwerking is de motor bij de doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft bureau HHM een onderzoek verricht om inzicht te geven in hoe het staat met de uitvoeringsafspraken die voortvloeien uit het advies van de commissie Dannenberg, wat de ondersteuningsbehoefte is van gemeenten en andere partijen en hoe regio's van elkaar kunnen leren. De resultaten zijn beschreven in voorliggende totaalrapportage en 45 regiorapportages (kenmerk:AT201813 - Regionale stand van het land) voor 43 regio's (twee regio's zijn verdeeld in twee subregio's).

1.1

Achtergrond

Sinds 1 januari 2015 is veel veranderd in het stelsel voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Onder invloed van de herziening van het stelsel van de langdurige zorg is de verdeling van de voorzieningen en zorg aan deze cliënten over de verschillende wettelijke domeinen flink gewijzigd. Begeleiding en ondersteuning voor mensen met een psychische stoornis is de verantwoordelijkheid van de gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daar valt ook beschermd wonen en maatschappelijke opvang onder. Geneeskundige zorg voor de psychische stoornis vindt plaats als onderdeel van de huisartsenzorg, basis-GGZ en gespecialiseerde GGZ die wordt verstrekt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Als de verzekerde verblijf nodig heeft in verband met de geneeskundige GGZ, wordt dit verblijf de eerste drie jaar verstrekt uit de Zvw. Is na drie jaar het verblijf nog steeds medisch noodzakelijk in verband met de geneeskundige GGZ, dan valt dit vanaf het vierde jaar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). En met ingang van 2021 kunnen cliënten met een psychische stoornis ook toegang krijgen tot de Wlz als ze een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. De verwachting is dat circa een derde van de huidige BW-cliëntenpopulatie toegang gaat krijgen tot de Wlz.

Binnen deze context van wetten bracht de commissie Toekomst beschermd wonen (commissie Dannenberg) eind 2015 haar advies 'Van beschermd wonen naar beschermd thuis' uit. Zij geeft daarin een visie op beschermd wonen, in relatie tot de maatschappelijke opvang en andere gemeentelijke taken. Kern van de visie is de sociale inclusie van de doelgroep van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Om goed uitvoering te kunnen geven aan dit advies is regionale samenwerking van groot belang. Daarom is besloten dat alle regio's een regiovisie moesten opstellen met concrete regionale uitvoeringsafspraken. Deze uitvoeringsafspraken zijn nodig om de komende periode voldoende stappen te kunnen zetten richting ^ociale inclusie' en blijvend goed samen te werken.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 7 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

In 2017 is door AEF een onderzoek gedaan naar de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Daaruit bleek dat elke regio een plan had of werkte aan een plan met een inhoudelijke visie over hoe de ondersteuning aan de doelgroep van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio vormgegeven zou worden. De vorm en intensiteit waarin in 2017 werd gewerkt aan deze ontwikkeling verschilde tussen regio's. Elke regio ontwikkelde haar beleid in een eigen tempo. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat bij gemeenten en in de regio's veel energie en motivatie aanwezig was om de beoogde verandering te realiseren. Er werd een grote maatschappelijke noodzaak en behoefte gevoeld om de verandering snel te realiseren. Tevens bleek uit dit onderzoek dat in de praktijk meer gebeurde dan in de plannen werd weergegeven. Veel energie werd gestoken in de voorbereiding en (informele) samenwerkingsverbanden die niet tot uitdrukking kwamen in de plannen. De wijze waarop gemeenten onderling en met hun ketenpartners invulling gaven aan de samenwerking verschilde door lokale en/of regionale omstandigheden.

Gerelateerd aan beschermd wonen en maatschappelijke opvang vinden diverse ontwikkelingen plaats die duidelijk maken dat sprake is van een gezamenlijke opgave waarbij verschillende partijen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid een bijdrage leveren. De VNG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) werken bijvoorbeeld sinds 2016 met een samenwerkingsagenda waarin ze hebben afgesproken om toe te werken naar een sluitend samenwerkingsnetwerk waardoor inwoners in elke regio verzekerd zijn van een goede samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars op zorg en ondersteuning. Ze hebben een werkstructuur afgesproken waarmee gemeenten en zorgverzekeraars met elkaar snel en effectief knelpunten in de regio kunnen oplossen. Daarnaast zijn zorgverleners, cliëntorganisatiesHnitiatieven, zorgverzekeraars en gemeenten vanuit de landelijke stuurgroep wachttijden ggz samen op zoek naar oplossingen om wachttijden in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) te bekorten. Eind juni 2019 stelde het bestuur van de VNG het advies vast van het Expertiseteam MO-BW. Het advies bevat 10 bouwstenen voor een zorgvuldige (financiële) doorontwikkeling van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In juli 2019 nam het Rijk, met inachtneming van diverse punten, dit advies over waarmee een nieuw fundament is gelegd voor de doorontwikkeling. En in juni 2020 is de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) aangenomen.

Hiermee hebben gemeenten collectief uitgesproken dat ze willen samenwerken voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang met het oog op een voldoende gevarieerde en complete zorginfrastructuur.

1.2

Aanpak

Het onderzoek is in twee fases uitgevoerd waarbij in fase 1 het accent lag op het opvragen en analyseren van feitelijke informatie en in fase 2 op gesprekken met de regio's. De aanpak is afgestemd met het ministerie van VWS, de VNG, een begeleidingscommissie en klankbordgroep

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 8 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

waarin alle partijen waren vertegenwoordigd die ook deel uitmaken van het landelijk overleg maatschappelijke opvang I beschermd wonen I (ambulante) ggz (voorheen: landelijk overleg meerjarenagenda). Fase 1, opvragen en analyseren:

1. 2.

Aan de hand van een digitale checklist hebben centrumgemeenten aangegeven waar ze in de regio's staan met betrekking tot de realisatie van de gewenste doorontwikkeling. De respons op de digitale uitvraag, toegestuurde uitvoeringsafspraken en andere documentatie hebben we per regio geanalyseerd aan de hand van de volgende vragen: a. Heeft iedere regio concrete uitvoeringsafspraken gemaakt? Zo nee, wat is daarvoor de reden? En wanneer zijn de uitvoeringsafspraken wel gereed? b. In hoeverre heeft de regio de uitvoeringsafspraken gemaakt conform de bijlage behorend bij de brief van VWS-VNG (d.d. 18 oktober 2019)? Op welke onderdelen wel en op welke onderdelen (nog) niet? c. Welke keuzes en afwegingen zijn er gemaakt? Is er een visie geformuleerd hoe de regio vanaf 2021 gaat samenwerken en is dit ook vertaald in financiële afspraken? d. Heeft iedere regio een planning voor de realisatie van deze afspraken per 1 januari 2021? Zo ja, wat is de planning? Zo nee, waarom niet? e. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de deelonderwerpen van de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO)?

De digitale vragenlijst (zie bijlage 1) is afgestemd het ministerie van VWS, de VNG, de begeleidingscommissie en de klankbordgroep en uitgezet tussen 19 augustus en 3 september 2020 onder alle centrumgemeenten. Dit heeft geleid tot 1001^ respons (N=43, waarbij binnen twee regio's sprake is van twee subregio's). Fase 2, gesprekken met de regio's:

In de tweede fase hebben we het in fase 1 verkregen inzicht aangescherpt door online gesprekken te voeren met stakeholders uit de regio's. Tijdens deze gesprekken zijn onder andere de volgende vragen aan de orde gesteld: 1. In hoeverre slaagt de regio erin om de beweging ‘beschermd thuis' op gang te krijgen (succesfactoren of struikelblokken)? Hoe wordt dit onderbouwd? 2. Wat zien de regio's als de belangrijkste opgaven voor de komende jaren? 3. Waarom zijn dit de belangrijkste vraagstukken? 4. Welke kansrijke opties zijn er in de regio's om verder te komen met lastige vraagstukken? Leidt dit tot een concrete ondersteuningsbehoefte en zo ja, hoe ziet dit eruit? 5. Waar is de regio trots op? 6. Op welke wijze pakken regio's deze vraagstukken in samenspraak met stakeholders op? Aan de centrumgemeenten hebben we gevraagd om aan te geven welke personen deel kunnen nemen aan de regiobijeenkomsten om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de stand van zaken. Hierbij is gezocht naar een vertegenwoordiging van de volgende partijen: centrum­ gemeente, regiogemeente, zorgaanbieder, cliënten, woningcorporatie, zorg- en veiligheidshuis en VLOT-adviseurs.

PJ|20|1809İdomobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 9 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Door de bereidwilligheid van diverse partijen om op korte termijn hiervoor tijd vrij te maken zijn we in staat geweest om 45 online regiobijeenkomsten te begeleiden in de periode van 7-25 september. Bij 38 bijeenkomsten waren verschillende stakeholders betrokken, in zeven regio's heeft een gesprek plaats gevonden met alleen maar vertegenwoordigers van gemeenten (centrumgemeente, regiogemeente en/of VLOT-adviseur). Deze centrumgemeenten gaven aan dat het qua tijdstip of proces niet schikte om in deze periode een regiobijeenkomst te organiseren met stakeholders. In totaal hebben ruim 250 personen deelgenomen aan deze gespreken met een gemiddelde van zes personen per gesprek. Bij vrijwel alle bijeenkomsten waren naast centrum- en regiogemeenten ook zorgaanbieders aanwezig. Woningcorporaties en cliëntvertegenwoordigers waren bij ongeveer de helft van de bijeenkomsten aanwezig en de zorg- en veiligheidshuizen bij acht bijeenkomsten. Vanwege de korte termijn waarop de bijeenkomsten werden gepland kon niet iedereen erbij aanwezig zijn. Al deze personen hebben na afloop van de bijeenkomst de gelegenheid gehad om te reageren op de regiorapportage, waarna we de reacties hebben verwerkt.

De regiogesprekken zijn begeleid door een onderzoeker van bureau HHM waarbij gebruik is gemaakt van een leidraad (zie bijlage 2) die is afgestemd met het ministerie van VWS, de VNG, de begeleidingscommissie en de klankbordgroep. In aanvulling op de digitale uitvraag en 45 regiobijeenkomsten hebben nog twee landelijke online sessies plaatsgevonden waarin de volgende zes thema's zijn toegelicht: beweging beschermd thuis, samenwerking, huisvesting, toegang/inkoop/contractmanagement, cliëntparticipatie en instroom/doorstroom/uitstroom. Aan de hand van enkele inspirerende voorbeelden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen is vanuit de praktijk een toelichting gegeven op de wijze waarop stakeholders deze thema's vormgeven. Per themasessie hebben circa 35-40 personen deelgenomen. Het resultaat van alle bevindingen is op hoofdlijnen beschreven in voorliggende rapportage en per regio in 45 afzonderlijke regiorapportages. De regiorapportages beschrijven op hoofdlijnen dezelfde onderwerpen. Afhankelijk van de respons op de digitale vragenlijst en de inbreng van de deelnemers tijdens de regiobijeenkomsten zijn de onderwerpen per regio meer of minder uitgewerkt. De regiorapporten zijn bedoeld om een beeld te geven van de stand van zaken in de regio.

Door de beschrijving van de aandachtspunten en ondersteuningsbehoeften kan het door regio's worden gebruikt om de doorontwikkeling verder te stimuleren.

1.3

Leeswijzer

Bij de uitvoering van het onderzoek hebben we gemerkt dat er een grote samenhang is tussen de onderzoeksvragen die in paragraaf 1.2 zijn beschreven. Daarom hebben we ervoor gekozen om de bevindingen allereerst in samenhang te beschrijven aan de hand van drie hoofdthema's: beweging beschermd thuis, samenwerking en uitvoeringspraktijk. Indien van toepassing besteden we per hoofdthema aandacht aan de uitvoeringsafspraken conform de VWS-VNG-brief van 18 oktober 2019 en de punten uit de Norm van Opdrachtgeverschap die betrekking hebben op het betreffende thema. Vervolgens gaan we in op de ontwikkelfaciliteiten die voortkomen uit

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 10 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

de ondersteuningsbehoeften van de regio's waarna we afsluiten met de afzonderlijke onderzoeksvragen en een reflectie. De individuele regiobeelden zijn langs dezelfde hoofdthema's opgemaakt en opgenomen in een afzonderlijke rapportage (kenmerk:AT2018ų Regionale stand van het land). Op deze wijze is eenvoudig een relatie te leggen tussen de landelijke rapportage en de regiorapportages. Hoofdstuk 2 beschrijft de beweging beschermd thuis. Dit hoofdstuk bevat een weergave van de wijze waarop regio's vorm geven aan het plannen en organiseren van de doorontwikkeling. We gaan in op de aanwezigheid van regiovisies (inclusief de condities van sociale inclusie) en de wijze waarop de regiovisies tot stand zijn gekomen. Daarnaast beschrijven we hoe de regio's vorm geven aan de beweging beschermd thuis, de succesfactoren en de aandachtpunten. We sluiten dit hoofdstuk af met informatie over de aanwezigheid van een planning. Hoofdstuk 3 beschrijft de samenwerking. In dit hoofdstuk gaan we in op governance, samen­ werking tussen gemeenten in de regio en met stakeholders, financiële uitvoeringsafspraken en inkoop en contractmanagement. We beschrijven of uitvoeringsafspraken gemaakt zijn, wanneer deze er zijn en wat voor type afspraken dit zijn. Op het moment dat er nog geen uitvoeringsafspraken zijn beschrijven we wat nog nodig is om tot deze afspraken te komen.

Hoofdstuk 4 beschrijft de uitvoeringspraktijk. Dit hoofdstuk bevat een weergave van de stand van zaken met betrekking tot de inrichting van de zorginfrastructuur, ofwel het landschap van de zorg in het domein van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Om beschermd thuis te kunnen bieden is het nodig dat aanbieders samen met gemeenten nieuwe infrastructuur gaan opbouwen met betrekking tot voorzieningen en aanbod. Hierbij besteden we ook aandacht aan het realiseren van voldoende geschikte huisvesting en de inrichting van de toegang. We beschrijven of uitvoeringsafspraken gemaakt zijn en zo ja welk type afspraken dit zijn. Daarnaast gaan we in op de belangrijkste opgaves die er zijn met betrekking tot de uitvoeringspraktijk. Hoofdstuk 5 beschrijft faciliteiten die de doorontwikkeling kunnen bevorderen. In dit hoofdstuk gaan we in op de ontwikkelfaciliteiten die vanuit de regio's zijn aangegeven. Deze faciliteiten zijn gecategoriseerd in landelijke ontwikkelingen, inspirerende voorbeelden, procesbegeleiding, samenwerking, beeldvorming en afstemming met andere ontwikkelingen. Hoofdstuk 6 bevat een analyse van de voorgaande hoofdstukken. We geven in dit hoofdstuk antwoord op de onderzoekvragen. Hoofdstuk 7 bevat een korte reflectie op wat ons opgevallen is. Deze reflectie is tot stand komen op basis van de uitvraag, regiogesprekken en de analyse.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 11 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

2. Beweging Beschermd Thuis De resultaten met betrekking tot de beweging beschermd thuis beschrijven we aan de hand van twee onderwerpen: beweging beschermd thuis en de regiovisie. Indien van toepassing vermelden we hierbij ook de respons op relevante vragen met betrekking tot de Norm voor Opdrachtgeverschap en/of uitvoeringsafspraken.

2.1

Beweging Beschermd Thuis

Uit de regiogesprekken blijkt dat alle regio's bezig zijn om sinds 2017 de beweging Beschermd Thuis vorm te geven, maar dat de mate waarin regio's hierin slagen sterk verschilt. Circa een kwart van de regio's heeft in de uitvraag (open vraag; zonder antwoordcategorieën) aangegeven dat de beweging goed of heel goed op gang komt. Regio's geven vorm aan de beweging middels actieprogramma's, pilots en nieuwe producten (gebaseerd op beschermd thuis). Hierdoor lukt het om meer ambulant aanbod in te zetten. Er zijn ook regio's waarbij zowel behoefte is aan meer ambulant aanbod als aan meer intramuraal aanbod. Een kwart van de regio's geeft aan dat de beweging moeizaam op gang komt. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met randvoorwaarden die nog niet of nog onvoldoende gerealiseerd zijn, zoals de zorginfrastructuur of voldoende huisvesting. De overige regio's (50') geven aan dat ze midden in een proces zitten of hebben niet expliciet aangegeven in welke mate de beweging op gang komt. Tevens hebben we aan regio's gevraagd wat belangrijke succesfactoren/randvoorwaarden zijn die bijdragen aan en/of noodzakelijk zijn voor de beweging. Dit was een open vraag (dus zonder vaste antwoordcategorieën) waarbij regio's zelf antwoorden konden geven.

Over het geheel genomen zijn de volgende factoren het vaakst genoemd door de regio's: samenwerking, visie en commitment, zorginfrastructuur en huisvesting. ^ Samenwerking: Om de beweging Beschermd Thuis vorm te geven is een goede samen­ werkingsrelatie tussen centrumgemeente en regiogemeenten van belang. Centrum­ gemeente waren verantwoordelijk voor de uitvoering van beschermd wonen. Met de doorontwikkeling krijgen regiogemeenten meer verantwoordelijkheden. Dit vraagt om een andere samenwerkingsrelatie dan tot nu toe bij veel regio's het geval was. Daarnaast is een goede samenwerking met stakeholders als zorgaanbieders en woningbouwcorporaties nodig. Een heldere samenwerkingsstructuur en concrete uitvoeringsafspraken zijn helpend om de samenwerking vorm te geven. Samenwerking is in de uitvraag door 30% van de regio's genoemd als belangrijke succesfactor. ^ Visie en commitment: Het is van belang dat alle betrokken stakeholders (centrum­ gemeente, regiogemeente, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties) achter de visie staan en commitment uitspreken om een aandeel te leveren aan de beweging. Visie en commitment is in de uitvraag door 25' van de regio's genoemd als belangrijke succesfactor.

^ Inrichting zorginfrastructuur: Om Beschermd Thuis vorm te geven is zicht nodig op het huidige aanbod, het gewenste aanbod en mogelijkheden om het gewenste aanbod te realiseren (inclusief spreiding). Bij veel regio's betekent dit een af-, om- en/of opbouw van intramurale voorzieningen en een opbouw van ambulante voorzieningen inclusief bijpassende producten. Dit vraagt om nadrukkelijke regie: hoe moet gestuurd worden op de

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 12 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

^

gewenste inrichting op lange termijn en wat betekent dat voor de inkoop. De inrichting van de zorginfrastructuur is in de uitvraag door n.0% van de regio's genoemd als belangrijke succesfactor. Huisvesting: Er is zicht nodig op het aantal beschikbare woningen, het gewenste aantal en type woningen en de mogelijkheden om het gewenste woningenaanbod te realiseren. Het gaat zowel om de aanwezigheid van prestatieafspraken als om de aanwezigheid van voldoende woningen. Huisvesting is in de uitvraag door 251^ van de regio's genoemd als belangrijke succesfactor.

Daarnaast zijn de volgende succesfactoren door één of enkele regio's genoemd: vertrouwen, begrip voor elkaars belangen, beperkte wachttijden, betrokkenheid, commitment, lef bij bestuurders, aandacht voor vernieuwing, bevlogen trekkers, financiële middelen voor pilots, open houding van gemeenten en een vaste kern van cliëntvertegenwoordigers en/of ervarings­ deskundigen. Over het geheel genomen zijn de onderstaande opgaven genoemd door de regio's (ook deze vraag naar belangrijkste opgaven was een open vraag (dus zonder vaste antwoordcategorieën) waarbij regio's zelf antwoorden konden geven): Ruim een kwart van de regio's heeft in de uitvraag aangegeven dat de inrichting van de zorginfrastructuur een belangrijke opgave is. Regio's hebben te maken met een historisch gegroeid aanbod aan voorzieningen waarbij de huidige spreiding nog niet altijd overeenkomt met de gewenste spreiding. Daarnaast is het op-, af- en ombouwen een aandachtspunt. Dat heeft onder andere te maken met het loslaten van bestaand vastgoed en het zoeken naar nieuw vastgoed in een andere gemeente. Bijna alle regio's kampen met woningtekorten. De helft van de regio's heeft in de uitvraag aangegeven dat het realiseren van voldoende passende huisvesting op basis van de gewenste spreiding een belangrijke opgave is. Huisvesting is het vaakst genoemd als opgave.

Zonder genoeg woningen is geen door- en uitstroom mogelijk uit intramurale beschermd wonen voorzieningen. Het hebben van voldoende betaalbare woningen is daarnaast ook van belang voor het voorkomen van instroom. Ook samenwerking tussen gemeenten en met stakeholders (genoemd door l8% van de regio's) zijn net als (dreigende) financiële tekorten bij gemeenten (genoemd door l5% van de regio's) belangrijke aandachtspunten en opgaven.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 13 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Beschermd thuis gaat volgens regio's verder dan wonen in de wijk. Het gaat voornamelijk over deel zijn van de wijk. Daarom vinden de partijen in de regio's een goede ‘landing' in de wijk belangrijk. Niet alleen voor cliënten zelf, maar ook voor wijkbewoners. Leefbaarheid in wijken staat voorop. Dit vraagt ook om het beschikbaar hebben van een passende infrastructuur van signalering, zorg en welzijn in de wijken. Met het onderzoek hebben we niet kunnen meten in welke mate sprake is van een goede landing in de wijk. Daarentegen heeft ongeveer een kwart van de regio's in de uitvraag aangegeven dat acceptatie van de doelgroep een belangrijke Praktijkvoorbeelden “De regio Noord en Midden Limburg noemen dat op het gebied van beschermd wonen goede (inhoudelijk en financiële) resultaten zijn bereikt door vroegtijdig de aanbevelingen van het rapport Dannenberg toe te passen. Daarbij kijkt deze regio verder dan de opdracht die er nu ligt omdat de ontwikkeling zich niet alleen richt op de BW-cliënten, maar ook op preventie, MO, bemoeizorg en de OGGZ-doelgroep."

“In de Vallei-regio heeft men geen geheel nieuwe visie opgesteld, omdat de richting van het rapport Dannenberg niet veel afweek van de gehanteerde visie en de beweging die binnen de regio gemaakt wordt. De regio heeft als belangrijk uitgangspunt dat de taakuitvoering op het gebied van BW in principe wordt overgenomen door de verschillende regiogemeenten. Hiervoor zijn afsprakenkaders met de gemeenten onderling gemaakt."

opgave is. Stigmatisering van de doelgroep wordt gezien als een complicerende factor om voorzieningen en huisvesting te realiseren in wijken. Conclusie: De beweging beschermd thuis is in een kwart van de regio's op gang gebracht. In de andere regio's worden nog uitdagingen gezien om de beweging daadwerkelijk tot stand te brengen. Deze liggen met name bij de inrichting van de zorginfrastructuur, huisvesting, samenwerking, ‘landing' in de wijk en (dreigende) financiële tekorten.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 14 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

2.2

Regiovisie

Alle regio's beschikken over een regiovisie die tot stand is gekomen in de periode 2016 tot 2020 naar aanleiding van het advies van de commissie Dannenberg. Niet overal wordt de term regiovisie gehanteerd. Er worden ook termen als regioplannen, uitvoeringsagenda's en transformatieagenda's gebruikt. Deze visie is bij 801^ van alle regio's tot stand gekomen in afstemming met stakeholders, zoals zorgaanbieders, woningbouwcorporaties en cliëntvertegenwoordiging (bij de overige regio's is deze visie tot stand gekomen in overleg tussen centrumgemeente ten regiogemeenten). De wijze waarop stakeholders betrokken zijn verschilt. Er zijn regio's die voorafgaand aan het opstellen van de regiovisie input hebben verzameld en er zijn regio's die de regiovisie ter consultatie hebben voorgelegd. Veel regio's zijn inmiddels bezig met een concretisering en/of herziening van de regiovisie.

De regio beschikt over een regiovisie die in regionaal verband is opgesteld en door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld (NvO) Ja

» In ontwikkeling

» Nee

Ja

« In ontwikkeling

«Nee

Deze regiovisie is tot stand gekomen in overleg met professionals, (vertegenwoordigers) van inwoners, ervaringsdeskundigen en ketenpartijen (NvO)

Regio's die in de uitvraag hebben aangegeven dat de regiovisie er nog niet is of nog in ontwikkeling is (38%) beschikken wel over een regiovisie uit 2015-2018, maar zijn bezig met een nadere uitwerking van de visie, of de visie moet naar aanleiding van de Norm voor Opdrachtgeverschap nog worden aangepast en door gemeenteraden worden vastgesteld. Deze regio's hebben bij de eerste versie van de regiovisie stakeholders betrokken en nemen de stakeholders bij de concretisering en/of herziening weer mee. Daarnaast hebben enkele regio's een aanpak voorkoming dak- en thuisloosheid geschreven. Het kunnen voorkomen van dak- en thuisloosheid wordt gezien als een belangrijke mogelijkheid om de instroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang te beperken.

Is er een inhoudelijke visie op hoe de ondersteuning van de doelgroep beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de regio vormgegeven zal worden, met uitwerking van de acht condities voor sociale inclusie? Ja

«In ontwikkeling

«Nee

De regiovisies bevatten hoofdzakelijk een visie op de condities voor sociale inclusie, eventueel vertaald in ambities. Ongeveer 90% van de regio's heeft de condities voor sociale inclusie van de commissie Dannenberg expliciet opgenomen in regiovisies. In veel gevallen heeft de visie zowel

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 15 van 52

nhm

ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

betrekking op beschermd wonen als op maatschappelijke opvang. Een enkele regio beschikt al wel over een visie op beschermd wonen maar nog niet over een visie op maatschappelijke opvang. Ook zijn er enkele regio's (4%) waar de condities voor sociale inclusie niet expliciet zijn benoemd in de regiovisie, maar er wel impliciet uit voortvloeien. Uit de regiogesprekken blijkt dat een brede overeenstemming is over de visie. Zowel gemeenten als stakeholders staan achter de visie en streven ernaar om daar zo goed mogelijk vorm aan te geven. Uit de visie volgen concrete uitvoeringsafspraken. De stand van zaken met betrekking tot de uitvoeringsafspraken staat beschreven in de hierop volgende hoofdstukken. Deze afspraken worden niet altijd opgenomen in de visie zelf, maar veelal in andere documenten als samenwerkingsovereenkomsten en convenanten.

Praktijkvoorbeelden “Voor de regio Almelo is een Regioplan BW-MO 2020 t/m 2023 opgesteld en in september 2020 vastgesteld in alle colleges van de zes gemeenten uit de regio. De Wmo-cliëntenraden zijn betrokken bij het opstellen van het plan. Op onderdelen zijn stakeholders als zorgaanbieders en woningcorporaties geconsulteerd en zij worden, waar nodig, betrokken bij de uitwerking." “In de regio Oost-Veluwe worden cliënten en ervaringsdeskundigen over de hele regio actief ingezet en betrokken bij alle regionale ontwikkelingen en bij het formuleren en uitvoeren van projecten. Zo is er een herstelplein (Korak) opgezet, met als doel bij te dragen aan ambulante ondersteuning, dat wordt gerund door een projectteam van ervaringsdeskundigen."

Conclusie: Alle regio's beschikken over een regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang met aandacht voor de visie op de condities voor sociale inclusie. In nagenoeg alle regio's is de regiovisie tot stand gekomen in afstemming met stakeholders. Enkele regio's zijn bezig met een herziening of concretisering van de visie. Uit dit onderzoek blijkt dat er een breed draagvlak is voor de condities voor sociale inclusie van de commissie Dannenberg en de beweging beschermd thuis, zowel onder gemeenten (centrum- en regiogemeenten) als onder zorgaanbieders en woningbouwcorporaties.

2.3

Planning

Heeft de regio een planning voor realisatie van deze afspraken per 1 januari 2022?

■ Ja

M In ontwikkeling

BNee

Bijna twee derde van de regio's beschikt over een actuele planning waarin staat hoe de doorontwikkeling per 1 januari 2022 gerealiseerd moet worden. Deze planning is in verschillende documenten opgenomen, zoals in regiovisies, projectplannen, plannen van aanpak en

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 16 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

uitvoeringsagenda's. Regio's waar de planning nog in ontwikkeling is hebben al wel een globale planning die op onderdelen nog uitgewerkt moet worden. Ook wachten enkele regio's nog op duidelijkheid met betrekking tot landelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld verdeelmodel, woonplaatsbeginsel en Wlz-uitname) voordat de planning definitief gemaakt wordt. Regio's gaan verschillend om met de tijdspaden beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ongeveer een vijfde van de regio's pakt de doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelijktijdig op, ofwel omdat regio's voor beide uitvoeringsafspraken hebben gemaakt met ingang van 1-1-2022 ofwel omdat regio's de huidige werkwijze continueren (de centrumgemeente blijft verantwoordelijk voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang). De overige regio's maken wel onderscheid tussen de door­ ontwikkeling beschermd wonen (2022) en maatschappelijke opvang (2026) en volgen daarmee de landelijk aangegeven tijdspaden. Het gaat hierbij om het maken van concrete uitvoerings­ afspraken op het gebied van governance, samenwerking, inkoop, financiering en toegang. Ongeveer de helft van deze regio's heeft aangegeven al wel aandacht te besteden aan de inhoudelijke doorontwikkeling van maatschappelijke opvang, mede om de verbinding tussen beide goed te houden.

Uit de regiogesprekken blijkt dat deze verbinding onder andere belangrijk is om de in-, door- en uitstroom te organiseren. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang bedienen vaak dezelfde groep cliënten.

Praktijkvoorbeeld “In de regio Holland Rijnland heeft men besloten om vrijwel alle middelen (behalve voor een paar regionale voorzieningen) voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang per 2022 direct te decentraliseren zonder ingroeipad."

Conclusie: Twee derde van de regio's beschikt over een actuele planning voor de realisatie van de doorontwikkeling per 1 januari 2022. Regio's gaan verschillend om met de tijdspaden beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ongeveer een vijfde van de regio's pakt de doorontwikkeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang gelijktijdig op en wijken daarmee weloverwogen af van de landelijk voorgestelde planning om maatschappelijke opvang per 2026 door te ontwikkelen.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 17 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

3. Samenwerking De resultaten met betrekking tot de samenwerking beschrijven we aan de hand van de volgende onderwerpen: governance en samenwerking tussen gemeenten, samenwerking met betrokken stakeholders, financiële afspraken en inkoop / contractmanagement. Indien van toepassing vermelden we hierbij ook de respons op relevante vragen met betrekking tot de Norm voor Opdrachtgeverschap en/of uitvoeringsafspraken.

3.1

Governance en samenwerking tussen gemeenten

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over governance en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten in de regio? Ja

« In ontwikkeling

«Nee

Ja

- In ontwikkeling

-Nee

Ja

» In ontwikkeling

» Nee

Gaat de regiovisie in op de wijze waarop niet-vrijblijvende governance gekozen is (met één aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio, NvO)?

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop samengewerkt gaat worden tussen gemeenten in de regio?

Ongeveer de helft van de regio's heeft afspraken gemaakt over governance, verdeling van verantwoordelijkheden en wijze van samenwerken tussen gemeenten. Deze afspraken zijn echter nog niet altijd formeel vastgelegd over de periode vanaf 2022. Dit beeld werd bevestigd in de regiogesprekken; vaak is op hoofdlijnen besproken hoe de samenwerkingsconstructie eruit komt te zien, maar is dit nog niet juridisch verankerd in een bestuurlijke regeling of een convenant. Dit staat op de planning voor de eerste helft van 2021, omdat dan meer duidelijkheid is over de gevolgen van het verdeelmodel en de Wlz-uitname. De andere regio's zijn bezig met hernieuwde afspraken voor de doorontwikkeling; een deel kiest voor het handhaven van huidige afspraken totdat meer ervaring is opgedaan met de doorontwikkeling. Het punt van ‘niet vrijblijvende governance' uit de Norm van Opdrachtgeverschap wordt hierin meegenomen. Vaak krijgt de samenwerking al wel concreet vorm, ook als nog geen definitieve afspraken zijn gemaakt over governance en verantwoordelijkheden. Bijvoorbeeld in overleggen op ambtelijk-, directie- en bestuurlijk niveau. Of op onderdelen als inkoop en toegang. Over het algemeen zijn regio's tevreden over de wijze waarop wordt samengewerkt. Een heldere governance en een goede samenwerking zijn belangrijke succesfactoren om de doorontwikkeling en de beweging Beschermd Thuis vorm te geven.

Tegelijkertijd ervaren enkele regio's het ook als een

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 18 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

opgave/aandachtspunt om de goede samenwerking die er nu is te borgen, met name wanneer het vanwege (dreigende) financiële tekorten spannend wordt. In de regiogesprekken bleek dat het merendeel van de regio's verwacht dat ze er bestuurlijk wel uit gaan komen qua afspraken over governance en verantwoordelijkheden. Sommigen hebben hiervoor externe procesbegeleiding ingeschakeld. De planning is veelal dat hier eind 2020 of eind Q1 2021 besluitvorming over plaatsvindt. Er zijn in de uitvraag en de regiogesprekken diverse vormen genoemd om de governance en verantwoordelijkheden voor de uitvoering van regionale taken (inkoop, contractmanagement en toegang) vast te (gaan) leggen: mandaatbesluit/machtiging, samenwerkingsovereenkomst, centrumregeling, convenant, dienstverleningsovereenkomst, gemeenschappelijke regeling. Omdat deze afspraken niet altijd opgenomen zijn in de regiovisie, maar veelal in de bovenstaande documenten is bij het punt ‘niet vrijblijvende governance' uit de Norm voor Opdrachtgeverschap iets vaker ‘in ontwikkeling' of ‘nee' aangekruist. In de regiogesprekken bleek dat veel regio's die de samenwerking nog niet formeel hebben verankerd een middenweg zoeken tussen een centrumregeling (waarbij vrijwel alle taken bij de centrumgemeente liggen) en geen regeling (waarbij iedere gemeente verantwoordelijk is voor de uitvoering van BW/MO).

Redenen hiervoor zijn onder andere het ontwikkelen en vergroten van eigenaarschap en regie bij regiogemeenten enerzijds (nadeel van centrumregeling) en anderzijds het waarborgen van een beschikbaarheid van voorzieningen en het beperken van administratieve lasten voor aanbieders (nadeel van afzonderlijke regelingen). Ongeveer de helft van de regio's gaf aan dat eerst duidelijkheid moet komen over de financiële kaders (verdeelmodel en Wlz-uitname) voordat afspraken over governance en verantwoordelijk­ heden definitief kunnen worden gemaakt (zie verder onder paragraaf 3.3). Praktijkvoorbeelden “Binnen de regio Midden-IJssel is een gewijzigd samenwerkingsconvenant in voorbereiding. Hierin zijn algemene uitgangspunten vastgelegd, diverse onderwerpen zijn uitgewerkt en andere zijn nog in ontwikkeling. Uitgangspunt is dat alle betrokken gemeenten gelijke stem hebben." "De gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek werken sinds ruim 50 jaar samen op verschillende domeinen. Sinds de start van het sociaal domein werkt de regio ook op het gebied van BW en MO samen. De taken van centrumgemeente Hilversum zijn belegd bij de Regio Gooi & Vechtstreek (beleidsvoorbereiding en uitvoering, inkoop & contractbeheer, begroting en kassiersfunctie). In de regio zijn ook beleidsadviseurs in dienst.

Uiteindelijke besluiten die in de regio-organisatie zijn voorbereid, worden door de lokale gemeenteraden vastgesteld."

Conclusie: Ongeveer de helft van de regio's heeft afspraken gemaakt over governance, verdeling van verantwoordelijkheden en wijze van samenwerken tussen gemeenten. Op het gebied van niet-vrijblijvende governance heeft 201^ van de regio's afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn echter nog niet altijd formeel vastgelegd over de periode vanaf 2022. Vaak is de

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 19 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

samenwerking op hoofdlijnen beschreven, maar is er nog geen juridische verankering. Er is behoefte aan duidelijkheid over landelijke ontwikkelingen voordat men deze afspraken vastlegt. Over het algemeen wordt de samenwerking positief ervaren. Tegelijkertijd blijft het wel een opgave om goede samenwerking vast te blijven houden.

3.2

Samenwerking met betrokken stakeholders

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop samengewerkt gaat worden met andere betrokken partners binnen de regio? Ja

» In ontwikkeling

» Nee

Afstemming met andere stakeholders is bij twee derde van de regio's in ontwikkeling en wordt bijvoorbeeld momenteel uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, -agenda, implementatieplan et cetera. Dit heeft betrekking op afstemming met zorgaanbieders en woningbouwcorporaties. Regio's verwijzen ook naar inkoopafspraken met zorgaanbieders; sommige regio's zitten momenteel in (de voorbereiding op) een nieuwe contracteerronde en kijken daarbij onder andere naar meerjarenafspraken. Voor de afstemming met woningcorporaties verwijzen sommige regio's naar de woonvisie en daaruit voortvloeiende prestatieafspraken. Ook zijn er in verschillende regio's overlegtafels voor beleid of casuïstiek. Over het algemeen wordt de samenwerking met andere stakeholders als prettig ervaren. In sommige regio's zijn stakeholders, waaronder cliëntorganisaties, actief betrokken in bijvoorbeeld werk- of klankbordgroepen, casusoverleg en pilots. In andere regio's staan zij wat meer op afstand; in sommige regiogesprekken werd nadrukkelijk gevraagd om de expertise van alle stakeholders tijdig te betrekken in het proces, voordat allerlei keuzes voor de inrichting zijn gemaakt. Nagenoeg alle regio's zien belangrijke meerwaarde in (structurele) clientraadpleging. De mate waarin cliënten daadwerkelijk geraadpleegd worden verschilt.

In regio's waarbij clientraadpleging in mindere mate van de grond komt, zijn de partijen nog zoekende naar passende manieren waarop clientraadpleging vormgegeven kan worden. Cliënten worden op verschillende manieren betrokken, namelijk via adviesraden sociaal domein, cliëntenraden van zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en clientvertegenwoordigersorganisaties. De regiogesprekken die in het kader van voorliggend onderzoek zijn georganiseerd droegen in veel gevallen positief bij aan stakeholderbetrokkenheid. Er zijn ook andere ontwikkelingen genoemd waar de verbinding mee wordt gezocht, zoals de subsidie voor de brede aanpak dak­ en thuisloosheid. Er zijn enkele belangrijke stakeholders die bij veel regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken zijn. Binnen het gemeentelijkdomein gaat het voornamelijk om afdelingen wonen, werk & inkomen, participatie en veiligheid. Daarnaast worden zorgverzekeraars door een aantal regio's gemist in de samenwerking.

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 20 van 52

De stand Van het land ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Praktijkvoorbeeld "De regio Meierij en Bommelerwaard heeft een huisvestingsnetwerk en een regionale Taskforce wonen rondom de woonopgave. Dit leidt tot een intensieve samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en woningcorporaties omtrent de in- en uitstroom op het gebied van beschermd wonen waardoor de beweging Beschermd thuis goed op gang komt."

Conclusie: Afstemming met andere stakeholders is bij twee derde van de regio's in ontwikkeling. Er zijn enkele belangrijke stakeholders die bij veel regio's nog niet of nog onvoldoende betrokken zijn. Binnen het gemeentelijk domein gaat het voornamelijk om de afdelingen wonen, werk & inkomen, participatie en veiligheid. Daarnaast worden zorgverzekeraars en clientvertegenwoordigers door een aantal regio's gemist in de samenwerking.

3.3

Financiële afspraken

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de verdeling van het beschikbare budget en de financiële risico's?

In ontwikkeling

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over financiële solidariteit?

Ja

« In ontwikkeling

m Nee

Zijn er concrete uitvoeringsafspraken gemaakt over de wijze waarop de overgangsfase tussen de nieuwe en oude verdeling van financiële middelen vormgegeven wordt? In ontwikkeling

m Nee

Een derde van de regio's heeft afspraken over budgetten, risico's en solidariteit vastgelegd in het convenant, de samenwerkingsovereenkomst et cetera waarover we in paragraaf 3.1 spraken. Sommige gemeenten hebben een eigen verdeelmodel voor de regio ontwikkeld. Ruim de helft is bezig met afspraken over financiën, meestal als onderdeel van de al genoemde samenwerkingsafspraken. Veel regio's verwachten dat de budgetten in eerste instantie nog worden samen­ gevoegd (mandaat aan centrumgemeenten), andere werken een model uit waarbij een deel naar een gemeenschappelijk fonds gaat en een deel lokaal blijft. Regio's wachten op duidelijkheid over de budgetten voordat definitieve afspraken worden gemaakt. Andere regio's willen juist

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

Pagina 21 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

eerst op inhoud het gesprek met elkaar voeren, voordat het financiële plaatje erbij wordt betrokken. Uit de regiogesprekken blijkt dat onzekerheden over de financiële gevolgen van het nieuwe verdeelmodel, het ingroeipad, het woonplaatsbeginsel, de definitie van beschermd wonen en de uitname voor de Wlz, maakt dat ongeveer de helft van de regio's nog geen afspraken hebben over de verdeling van budgetten en de omgang met risico's en solidariteit. Een richting is vaak wel bepaald, maar met definitieve afspraken wordt gewacht tot er duidelijkheid is over de genoemde punten.

Praktijkvoorbeelden “De regio Groninger gemeenten heeft haar eigen financieel verdeelmodel ontwikkeld die gebaseerd is op zorggebruik. Met het eigen verdeelmodel ondervangt de regio het ingroeipad in de overgangsfase tussen 2022-2023."

Conclusie: Concrete afspraken over financiën vragen in veel regio's om aandacht. Een derde van de regio's heeft afspraken over budgetten, risico's en solidariteit vastgelegd. Bij de overige regio's zijn deze afspraken nog in ontwikkeling. Regio's wachten hierbij op duidelijkheid over de budgetten voordat definitieve afspraken worden gemaakt. Deze afwachtende houding kan leiden tot risico's voor de continuïteit van het bieden van beschermd wonen aan cliënten. Vaak is een richting voor financiële afspraken al wel bepaald, bijvoorbeeld het (gedeeltelijk) samen­ voegen van budgetten.

3.4

Inkoop en contractmanagement

Op welke wijze wordt binnen de regio gewerkt aan het beperken van administratieve lasten? En op welke wijze wordt zowel vanuit stabiliteit als vanuit innovatie ingezet op meerjarige contractering (NvO)?

Bij een klein deel van de regio's zijn afspraken over het beperken van administratieve lasten en de inzet op meerjarige contracten nog in ontwikkeling. Een groot deel van de regio's, waarbij al wel afspraken zijn gemaakt, handhaaft, de huidige constructie waarbij de inkoop en contract­ management regionaal en in samenwerking georganiseerd wordt, veelal gecoördineerd door de centrumgemeente. Zowel voor regiogemeenten als aanbieders beperkt dit de administratieve lasten. Regio's zetten daarbij in op meerjarige contracten. Dit brengt stabiliteit voor gemeenten en aanbieders en maakt het mogelijk om te sturen op innovatie. Een deel van de regio's maakt in de huidige constructie al gebruik van meerjarige contracten.

Bevat de regiovisie afspraken over inkoop van plekken buiten de eigen regio met aandacht voor informatie-uitwisseling en overleg (NvO)? ■ Ja

PJ/20/1809/domobw | oktober 2020 | © Bureau HHM

« lr»ontwikkeling

-Nee

Pagina 22 van 52

De stand Van het ONDERZOEKT | ADVISEERT | BEWEEGT

Een klein deel (ïi1^) van de regio's heeft afspraken gemaakt over de inkoop van plekken buiten de regio. Ruim een kwart van de regio's zijn nog bezig om hier afspraken over te maken. Deze afspraken worden bijvoorbeeld meegenomen bij de nieuwe inkoop. In de praktijk van veel regio's is het aandeel cliënten dat buiten de regio geplaats moet worden relatief klein. Er zijn dan informele afspraken of er worden op casusniveau afspraken gemaakt. Daarnaast zijn er regio's die eerst wachten op formele besluiten over het woonplaatsbeginsel voordat concrete uitvoeringsafspraken gemaakt worden.

Conclusie: Bij een klein deel van de regio's zijn afspraken over het beperken van administratieve lasten en de inzet op meerjarige contracten nog in ontwikkeling. Een groot deel van de regio's, waarbij al wel afspraken zijn gemaakt, handhaaft de centrumgemeente constructie. 801^ van de regio's moet nog afspraken maken over de inkoop van plekken buiten de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=6bcf9ebe-e3d6-4c5a-852d-8d7a6aea44d5