01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf
Tekst van het document
Hemelwaterafvoer Door de aanleg van windturbinefunderingen, kraanopstelplaatsen, toegangswegen en transformatorhuizen neemt het verhard oppervlak toe. In de Keur Waterschap Rivierenland 2014 staat opgenomen dat toevoeging van verhard oppervlakte ver boden is zonder watervergunning en dat compensatie voor nieuwe verharde op pervlaktes dient plaats te vinden. In de beleidsregel (Algemene regels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014) wordt hierop een uitzondering gemaakt voor nieuw verhard oppervlak tot 1500 m*2 in 1 landelijk gebied. Voor het VKA wordt deze grens overschreden en daarom is de initiatiefnemer in overleg getreden met het waterschap Rivierenland over de benodigde compenserende maatregelen. On derdeel van deze procedure is de uitwerking van aan water gerelateerde aan dachtspunten in een waterparagraaf (Zie Bijlage I). Bij de realisatie van de benodigde compenserende maatregelen zullen tevens één of meerdere zogenaamde natuurvriendelijke oevers worden ingericht. Hiermee wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime van de milieuzone-hydrologische beschermingszone uit het huidige bestemmingsplan.
4.8
Externe Veiligheid
4.8.1
Toetsingskader Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de om geving. De risico's van een windturbine worden gevormd door 3 typen falen: 1.
het afbreken van (een gedeelte van) een windturbineblad, a) bij overtoeren b) bij nominaal vermogen 2. het omvallen van een windturbine door mastbreuk, en het naar beneden vallen van de gondel en/of rotor. Bij de toetsing op veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders. Activiteitenbesluit - De normen omtrent windturbines en bebouwing worden gege ven in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De norm is als volgt: ^ Het plaatsgebonden risico (PR) voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar. ^ Het plaatsgebonden risico (PR) voor een buiten de inrichting gelegen be perkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combi natie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - In mei 2004 is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) in werking getreden. Hiermee zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wette lijk vastgelegd. Windturbines vallen niet onder de categorieën van inrichtingen
Toelichting
37
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
waarop het Bevi zich richt. Windturbines kunnen wel resulteren in een risicoverhoging van nabijgelegen Bevi-inrichtingen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) - Windturbines kunnen een risico vormen op buisleidingen. Indien windturbines nabij een buisleiding geplaatst wor den moet getoetst worden aan het “Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Hierin zijn risiconormen opgenomen voor vervoer van gevaarlijke stoffen in buisleidingen. Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW 2020) - De “Handreiking Risicozonering Windturbines®'' geeft richtlijnen om de risico's rond windturbines te toetsen. Uit de handreiking blijkt dat windturbines geen substantiële bijdrage mogen leve ren aan een hoger risico van een inrichting (bijv. BEVI-inrichting). Dat komt er op neer dat de windturbines geen effect hebben op de voor de inrichting geldende Groepsrisico, Persoonsgebonden Risico en afstanden tot (beperkt) kwetsbare ob jecten. Om dit te toetsen wordt in eerste instantie gekeken of de windturbines een toename van de catastrofale faalfrequentie van risicovolle installaties behorende tot de inrichting tot gevolg hebben. Indien deze toename een bepaalde richtwaarde niet overschrijdt dan is plaatsing van de windturbine uit oogpunt van risicobeoor deling toegestaan.
Als uitgangspunt voor deze richtwaarde wordt volgens de Hand reiking Risicozonering Windturbines een toename van 10% gehanteerd. Indien de toename deze richtwaarde overschrijdt, is plaatsing niet direct uitgesloten, maar wordt door een uitgebreidere analyse bepaald of er na plaatsing nog steeds vol daan wordt aan de normen uit het Bevi en Bevb. Ten aanzien van gasleidingen en hoogspanningsinfrastructuur hanteren respectie velijk de Gasunie en TenneT een afstand van 'werpafstand bij nominaal toerental' waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (Hand reiking Risicozonering Windturbines, 2020). Binnen deze adviesafstand is in overleg met Gasunie en TenneT en afhankelijk van een locatie specifieke risicoanalyse in sommige gevallen kleinere afstanden mogelijk. Met de implementatie wetgeving van de herziening van de m.e.r.-richtlijn is in mei 2017 het element risico's op zware ongevallen of rampen toegevoegd aan de on derwerpen die beschreven dienen te worden in het MER. Windturbines zelf kunnen geen zware ongevallen of rampen veroorzaken, maar kunnen wel een verhoging van deze risico's daarvan bij risicovolle installaties teweegbrengen. Dit wordt daarom, voor zover relevant, voor deze inrichtingen beschreven.
Infrastructuur In aanvulling op het externe-veiligheidsbeleid dat algemeen van toepassing is, han teert Rijkswaterstaat eigen risicocriteria voor windturbines die zijn opgenomen in het document “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken". Deze beleidskader geldt alleen voor Rijkswegen. Voor overige wegen gelden geen afstandsnormen maar dient getoetst te worden aan het Indivi duele Passanten Risico (IPR) en het Maatschappelijke Risico (MR) welke staan be schreven in de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen — Be oordeling van veiligheidsrisico's". Wanneer voldaan wordt aan de beleidsregel is er
8
Toelichting
Handboek Risicozonering Windturbines versie 3.1, sep 2014
38
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
geen hinder voor verkeer, wal- en scheepradar te verwachten. Aanvullend onder zoek is alleen vereist wanneer windturbines binnen een afstand gelijk aan minder dan de halve rotordiameter tot de rand van de auto- of vaarweg geplaatst worden (art 4, lid 1 en 2 uit de beleidsregel). IJsafworp Voor ijsafworp geldt geen wettelijk kader en is in het kader van het MER geen be oordelingscriterium opgenomen. Wel is in het kader van het onderdeel 'Wegen' onderzocht wat het risico is dat ijs op nabijgelegen wegen terechtkomt. Veiligheid waterkeringen Er liggen geen waterkeringen in of nabij het projectgebied.
4.8.2
Onderzoek Om te toetsen aan het wettelijke kader is een veiligheidsanalyse uitgevoerd (Bijlage D). Voor de locatie zijn met betrekking tot de externe werking van windturbines de volgende onderwerpen van belang: > > > > >
(Beperkt) kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen
Gebouwen In onderstaand figuur is te zien dat er zich geen (geprojecteerde) (beperkt) kwets bare objecten zich bevinden binnen respectievelijk de 10-5 en 10-6 contour. Hiermee wordt er voldaan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit.
Toelichting
39 m m m m m
m m m * m m
m m m
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 14
Risicocontouren rond de windturbines (bovengrens VKA)
I* . .^ - -
....rUiľ'r
Winsstnsä
, fcfcļį^St
Hoeve
Langakker
llţnpļLwiįťļ
•TV *
®
Voorkeu rsalternatief
~| 10 min 5 contour I
I 10 min 6 contour
Recreatiegebied
Panden *
Kwetsbare objecten Beuningsche Vel Ewijksche Broek
Bosch íe van Rijn
experts in renewable energy
Risicovolle installaties De berekende maximale werpstanden (bij overtoeren) zijn ingetekend op de kaart en voor de locatie is nagegaan of binnen deze maximale werpafstanden risicovolle installaties aanwezig zijn.
Toelichting
40
# #
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 15
Maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines en risicovolle installaties
fp..I ■MSTRAWEG Doddendael j
1,3 km
dUES Winssenscff^/eid Hoeve
vvî'; ,'aw-
lUMfltttk
ingakker
ĶnMEĮJŕĮjhį
HPt Broek
Ewrjk .cľe Velden
Gem. 8eituningen ffccreaťfegefwetí
ÌDe Groene Heuvels
®
Voorkeursa Iternatief
lñ Liiiii
Beuningsche V:,df f wijkŝċhe eroeÀįrp0iřrtl*tîl‘ .v
~ ŬJ .
Werpafstand bij overtoeren A
ļ"
Risicovolle Installatie Sdietirskâmp
ĤetBroi
men Gi
Hemen
T IE DREEF
ÁKampbroek
Pompstation
Herne nsche Broek \/
įsS ' j
Wezel
d HernenscheBosíh
S
HogeBnig’
Bosch iiL; van Rijn
experts in renewable energy
Doordat bij 2 risicovolle installaties de afstand kleiner is dan de tiphoogte heeft naast het scenario wiekbreuk ook het scenario mastbreuk een risico verhogend ef fect. Daarom is de trefkans berekend voor het scenario wiekbreuk en mastbreuk, waarbij de totale trefkans een optelling is van beide scenario's. De totale trefkans is vergeleken met de intrinsieke faalkans van de installaties. Onderstaande tabel bevat de vergelijking van de trefkans van de windturbines met de intrinsieke faalkans van de installatie: Tabel 10 Verhoging faalkans van risicovolle installaties Alternatief Installatie Intr. Faalkans Bovengrens Propaantank 1 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 2 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 5m3 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 2,7m3 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 1,6m3 1,00*10-5
Trefkans 1,81*10-05 1,63*10-05 1,35*10-08 1,10*10-08 1,18*10-08
Verhoging faalkans 180,87y0 162,69y 0,13y 0,m 0,12y
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er bij 2 installaties niet wordt voldaan aan de richtwaarde van 10%. Echter zijn de twee installaties propaantanks met een inhoud klei ner dan 13m3. Voor deze installaties gelden er veiligheidsafstanden (geen QRA plicht), waarbij de nieuw te plaatsen windturbines geen invloed hebben op de gel dende afstanden. Hierdoor hoeft er geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.
Toelichting
41
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Buisleidingen Uit onderstaande figuur blijkt dat er bij windturbine 5 niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. De werpafstand bij nominaal toerental reikt over de buisleiding (afstand windturbine tot buisleiding: 196m). Verder blijkt uit onder staande figuur dat de windturbines zich bevinden buiten de leidingstrook zoals aan gewezen in de leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen. Figuur 16
Buisleidingen en adviesafstanden Gasunie SptBlKMà.
Vossen
«r . BhMw
1,3 km
•STRAW EG
Ewijk'
■Ŵįnssei\scl
;'Martahi5İ
OoiWendHl i
4
'ĨŢiį-
Hoeve
Uíwrwuk H ķ"eŴiįKĴ
V Schoenak
Het Broek ’
Ewijksche Veh\
Gem, , Recreatiegebied 'rDe Groene Heuvels
Broek,
rçiPWsi Kampen
LİBARSDI1K-
®
Bįéuąingsche Veld'f f
Voorkeursalternatief
Ewijks chc ñroe^PoKnt!re|i^Vl«o
I Ashoogte ť zwaartepunt wiek
[ĽĒāi
Werpafstand bij nominaal toerental Leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen ““ Buisleidingen
-
'
Mernen
īampbroek Pompstation / ÿ.
Hemęhschè Broek
Wezel Hoge Brug
Ŵezefcche Veld DE DREEF
Bosch Is van Rijn
Herņensçhe Bosch
experts in renewable energy
J'.
De berekening voor de werpafstand bij nominaal toerental is echter uitgevoerd voor een worst-case windturbine. Hieronder wordt voor bestaande windturbinetypes met gegevens van de fabrikant de werpafstand bij nominaal toerental bere kend: Type Enercon E160 Nordex N163 Siemens SWT6.0-170 Vestas V162
Ashoogte 165 163,5 160 164
Rotordiameter 160 163 170 162
Werpafstand bij nominaal toerental 150 145 146 187
Uit bovenstaande tabel blijkt dat bij de commercieel beschikbare windturbinetypes binnen de bandbreedte ruimschoots wordt voldaan aan de adviesafstand van Gas unie. Hierdoor is het mogelijk om te concluderen dat het aspect Buisleidingen de realisatie van Windpark Beuningen niet in de weg staat. Om dit te borgen is in dit bestemmingsplan een regel opgenomen dat het uiteindelijk gekozen windturbinetype moet voldoen aan de adviesafstand van de Gasunie.
Toelichting m m
42
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Hoogspanningsinfrastructuur Uit onderstaande figuur blijkt dat er geen hoogspanningsinfrastructuur is gelegen binnen de werpafstand bij nominaal toerental of de valafstand. Er zijn derhalve geen aandachtspunten. Figuur 17
Tiphoogte en hoogspanningsinfrastructuur İTRAWEG'
í iff
1,3 km
Wl/lSsArlSC/
İN322İ Hoeve
i -t IUiwtUuh 8
mgakkei
jssgijt'jHi
Ewijksche Veilen 0
ż i 'V fís*.
šįBBB
De Groene Heuvels
tijksche Broek, LAARSDUK-
® I
G e m/őe.uninyte n Kįjfhor*
Recreatiegt
isme
Beunīngsche Veld/ Ewijkśche BroeAį,p^ieńūrtJ^victomï
Voorkeursalternatief
"ľť's;-
I Tiphoogte Werpafstand bíj nominaal toerental Sdi»rs*amp
men Geest
Hemen
.Vonder
ĤetBrot
fampbroek Pompsţat
Hemnsche Broek \/
Wezel Hoge Bruq’-
Ŵeżehche Veld »E DREEF
4.8.3
Bosch Si van Rijn
Herne nsche Bosch
experts in renewable energy
Wegen Uit onderstaande figuur blijkt dat twee windturbines over een openbare weg draaien. WTB 4 draait over de Steeg en WTB 2 draait over de Betenalaan. Doordat er overdraai plaatsvindt wordt de kans berekend dat een persoon wordt geraakt door een afgebroken wiek, mast en/of gondel. De totale trefkans komt neer op 5,62*1012 per passage Bij de bovengrens wordt aan het IPR voldaan zolang één passant niet meer dan 177.935 keer per jaar de windturbine passeert. Dit komt overeen met 487 passages per dag, gedurende een heel jaar, door een en dezelfde persoon. Tevens wordt aan het MR (2*10"03) voldaan zolang niet meer dan 355.871.886 passanten per jaar de windturbines passeren. Gelet op de aard van de weg is het niet realistisch dat het IPR of het MR wordt overschreven.
Toelichting
43
« #
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 18
Overdraai van de windturbines over openbare wegen
Bou*losl
1,3 km
Winssensc
.1- |
/Ţ*t*
mm
Hoeve
'UIIWlMuk S
ing akker tċërrl s dukiiub
ĶnpļEwiļkį
** Schoenal
, , Het Broek
Ewijksche l'elder
Gem. Bi jRecreatiegebied
De Groene Heuvels
Vìjksche Breekj
®
įngen
Kļfhow
į Kampen.
TŠjfśgl
Beuningsche Veld/
EwìjkSChe BrOCk^păentMlţ^Wctone
Voorkeu rsalternatief
ÌŴŵ l~~l Wieklengte
SdiMrsfcamp
men Geest
HetBfOt
Hemen
lompbroek Hernensche Broek
Pompstation
,
Hoge Brugĩ
-
Wezel Wezejsche Veld
IE DREEF
4.8.4
Nŕdfid^
Hememçhe Bosch
Conclusie Er treden geen onacceptabele risico's op ten aanzien van (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten en locaties, risicovolle installaties, buisleidingen, hoogspanningsinfrastructuur en wegen. Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veilig heid de uitvoering van het plan niet in de weg staat. De verhoging van het risico voor (beperkt) kwetsbare objecten en passanten is dusdanig laag dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.9
Landschap De provinciale omgevingsverordening (Provincie Gelderland) stelt dat bij het op stellen van een bestemmingsplan dat de oprichting van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt, aandacht besteed moet worden aan de volgende as pecten (art. 2.62). a. de ruimtelijke kenmerken van het landschap; b. de maat, schaal en inrichting in het landschap; c. de visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines; d. de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; e. de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap.
Toelichting
44
« #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
De landschapstypen en andere beoordelingsaspecten (bijvoorbeeld cultuurhistori sche elementen) zijn voortgekomen uit de analyse van het landschap. In totaal zijn er 6 landschapstypen gedefinieerd in het landschap rondom Beuningen, namelijk: uiterwaarden, oeverwallen, komgronden, rivierduinen, kampenlandschap en grootschalige infrastructuur. Voor de aandachtspunten 'De ruimtelijke kenmerken van het landschap' en 'Maat, schaal en inrichting in het landschap' geldt dat deze veel overeenkomsten hebben met elkaar. De maat, schaal en inrichting van een landschap gaan een direct verband aan met de ruimtelijke kenmerken van het landschap. Deze twee aandachtspunten zijn daarom tijdens de beoordeling samengevoegd.
Beoordeling VKA: De ruimtelijke kenmerken van het landschap ä Maat, schaal en inrichting van het landschap Uiterwaarden De uiterwaarden liggen op een relatief grote afstand ten opzichte van de posities van het VKA, op ca. 3.5 km afstand. Dit is buiten de 10x de tiphoogte zone. Hoe groter de windturbines hoe meer prominent aanwezig waardoor ze het open na tuurlijke karakter zullen verstoren. De grote windturbines van het VKA bovengrens zijn daarom meer storend dan die van de ondergrens. Het verschil is echter beperkt. Oeverwallen De windturbines van het VKA staan relatief dicht bij de oeverwallen en de dorps kernen, hierdoor worden deze aangetast. Hoe meer windturbines hoe groter deze aantasting is. Er is dan namelijk een groter horizonbeslag door windturbines. Ook onregelmatige afstanden tussen windturbines kan storend ogen. Met de keuze voor het VKA is ingezet op maximale energieproductie met zo min mogelijk wind turbines. Komgronden Bij de grote windturbines van het VKA kan het schaal verkleinende effect optreden waardoor het grootschalige landschap verkleind lijkt. Dit is een negatief effect op dit kenmerk van de komgronden. Hoe groter de windturbine hoe meer dit effect zal optreden. Maar ook plaatsingsafstand en aantallen zal hier invloed op uitoefe nen. Rivierduinen De rivierduinen kennen een wat meer besloten en kleinschaliger karakter.
De wind turbines die een zeer groot landschap overstijgend karakter hebben verstoren dit karakter. De dorpen hebben een landelijk karakter en kennen relatief veel groen. Daarentegen hebben de windturbines van het VKA een wat meer industrieel ka rakter. Deze zijn daarom een grotere storende factor. Het uitzicht vanaf de hoger gelegen rivierduinen op het open landschap rondom wordt verstoort. Hierdoor ver liezen de rivierduinen identiteit. Deze verstoring is zowel bij de onder- als boven grens in dezelfde mate aanwezig. Kampenlandschap Het landschap van het kampenlandschap is een kleinschaliger landschap in verge lijking met de komgronden. De dynamische vormen binnen dit landschap staan te genover de rechtlijnige opstelling van het VKA. De beekstromen die een natuurlijk
Toelichting
45
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
karakter hebben zullen worden aangetast door de industriële windturbines. Door de aanwezigheid van (laan)beplanting zullen de windturbines minder prominent aanwezig zijn. Daarin zit geen tot een minimaal verschil tussen het VKA onder- en bovengrens. Grootschalige infrastructuur Het VKA bestaan uit meerdere windturbines welke langs het wegtracé komen te liggen. Het karakter van zowel de snelweg als de windturbines is vergelijkbaar (in dustrieel). Daardoor valt er nauwelijks te spreken over een negatief effect op bele ving van de infrastructurele lijn. Het VKA volgt in grote lijnen de A73 waardoor deze deels aansluit.
Beoordeling VKA: Visuele interferentie met een nabijgelegen windpark De hoogspanningsmasten zijn aanzienlijk kleiner dan de windturbines van het VKA. Ondanks dat er vanuit bepaalde waarnemingspunten interferentie ontstaat door perspectief verkleining, is er slechts in kleine mate te spreken over invloed op de herkenbaarheid van elkaars opstelling. Wel is er te spreken over ophoping van 'ver vuiling' van de horizon. Beoordeling VKA: cultuurhistorische achtergrond van het landschap De winterdijken Er vindt een verkleinend effect plaats op de schaal van het landschap en daardoor ook op de beleving van het landschap en de dijken. De dijken, met name de beleving vanaf de Waaldijk, zijn wel op redelijke afstand van het VKA. De impact zal daarom beperkt zijn. De impact bij de hogere windturbines van het VKA-bovengrens is iets groter dan bij de ondergrens, maar het verschil is zeer gering. Steenfabriek aan de Dijk (Tussen Beuningen en Weurt) De windturbines van het VKA zijn mogelijk waar te nemen vanuit de omgeving van de steenfabriek. De windturbines zullen met name vanaf het water en vanaf de Waaldijk zichtbaar zijn. Dit heeft impact op de karakteristieke hoge schoorsteen. Deze zal hierdoor kleiner lijken. Ook doordat er meer objecten in de horizon ver schijnen zal deze minder zichtbaar worden. De impact op deze kwaliteit is daarom aanwezig.
Deze negatieve impact is wel klein omdat de steenfabriek op redelijk grote afstand (ca. 4 kilometer) ligt van de dichtstbijzijnde windturbines van het VKA. Het verschil in waarneming tussen de onder- en bovengrens van VKA zal nihil zijn. Kasteel Hernen De windturbines van het VKA zijn mogelijk waar te nemen vanuit de omgeving van Kasteel Hernen. Het kasteel wordt omringt door veel opgaande beplanting en direct zicht vanaf het kasteel is daarom vrij minimaal. Desondanks zullen moderne wind turbines niet passend zijn en tasten ze dit cultuurhistorische bouwwerk aan. De im pact op de kwaliteiten is echter wel klein, mede door het minimale zicht en de af stand. Het verschil in waarneming tussen de onder-en bovengrens van VKA zal nihil zijn. (Dorpskerk) Leur De windturbines van het VKA zijn mogelijk waar te nemen vanuit de omgeving van de Dorpskerk Leur. Moderne windturbines zijn niet passend vanuit dit perspectief en tasten dit cultuurhistorische bouwwerk aan. Voor het hele dorp van Leur geldt
Toelichting
46
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
dat deze als een beschermd dorpsgezicht is bestempeld. Vanuit andere plekken in Leur zal de aantasting dus ook aanwezig zijn. Deze impact op de kwaliteiten heeft echter in kleine mate invloed omdat (de Dorpskerk) Leur op redelijk grote afstand van ca. 4 kilometer ligt van de dichtstbijzijnde windturbines van het VKA. Het ver schil in waarneming tussen de onder- en bovengrens van VKA zal nihil zijn. Hernense Molen De windturbines van het VKA zijn mogelijk waar te nemen vanuit de omgeving van de Molen in Hernen. Er vindt een verkleinend effect plaats waardoor de molen min der opvalt. De impact op de kwaliteiten is echter wel klein omdat de molen op ca. 3 kilometer ligt vanaf de dichtstbijzijnde windturbines van het VKA. Het verschil in waarneming tussen de onder- en bovengrens van VKA zal nihil zijn. Wel zal het ver kleinend effect van de bovengrens van het VKA iets groter zijn. Beatrixmolen (Winssen) De windturbines van het VKA zijn mogelijk waar te nemen vanuit de omgeving van de Beatrixmolen. Er vindt een verkleinend effect plaats waardoor de molen minder opvalt. De impact op de kwaliteiten is nihil. Het verschil in waarneming tussen de onder- en bovengrens van VKA zal ook nihil zijn. Wel zal het verkleinend effect van de bovengrens van het VKA iets groter zijn dan van de ondergrens.
Molen De Verrekijker (Bergharen) De windturbines van het VKA zijn waar te nemen in de omgeving van de Molen de Verrekijker. De moderne windturbines zijn niet passend in de omgeving van de mo len en tasten daarom dit cultuurhistorische bouwwerk aan. Er vindt een verklei nend effect plaats waardoor de molen minder opvalt. Er is daarom impact op de kwaliteiten van de molen De Verrekijker. Het verschil in waarneming tussen de on der- en bovengrens van het VKA zal nihil zijn. Wel zal het verkleinend effect van de bovengrens van het VKA iets groter zijn dan van de ondergrens.
Beoordeling VKA Beleving van het windpark in het landschap Uiterwaarden De uiterwaarden, waarbinnen ook weinig infrastructuur aanwezig is, zijn voor de beleving ook een oase aan rust. Door het draaien van de wieken van de windturbi nes zal deze rust verstoord worden. Hoe meer windturbines hoe meer dit verstoord wordt. Met de keuze voor het VKA is ingezet op maximale energieproductie met zo min mogelijk windturbines. De windturbines staan op een redelijke afstand van ca. 3.5 kilometer. Daarom is niet te spreken over een ernstige verstoring. De grote windturbines van het VKA-bovengrens zijn iets beter zichtbaar, maar dit verschil is nihil. Oeverwallen Door de aanwezigheid van onder andere veel bebouwing en bedrijfspanden kennen de oeverwallen in vergelijking met de uiterwaarden en komgronden een wat meer industrieel (bebouwd) karakter. Dit is daardoor ook de plek waar de meeste waar nemers zich zullen bevinden en voortbewegen. Juist ook door de beslotenheid door de aanwezigheid van bebouwing zijn de windturbines ook minder zichtbaar dan bij voorbeeld in de uiterwaarden of in de komgronden. Hoe meer windturbines en hoe groter deze zijn hoe groter deze aantasting is omdat deze voor waarnemers eerder
Toelichting
47
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
zichtbaar zullen zijn. Met de keuze voor het VKA is ingezet op maximale energie productie met zo min mogelijk windturbines. Het verschil tussen de onder- en bo vengrens van het VKA is klein. Daarnaast geldt ook dat wanneer er geen gelijke plaatsingsafstand is en de windturbines niet in een rechte lijn zijn gesitueerd, dit als meer storend zal worden ervaren. Het VKA is geen rechte strakke lijn. Komgronden De windturbines van het VKA zullen duidelijk zichtbaar zijn vanuit de komgronden. De windturbines van het VKA zijn niet in een rechte lijn gesitueerd, dit zal als meer storend worden ervaren. Door de rationele verkaveling en de afwezigheid van veel opgaande beplanting of kenmerkende cultuurhistorische elementen, worden de komgronden vaak ervaren als grootschalig productielandschappen. Hierin 'passen' windturbines beter dan in gebieden die als natuurlijk of cultuurhistorisch waardevol worden ervaren/beleeft. Rivierduinen Met de keuze voor het VKA is ingezet op maximale energieproductie met zo min mogelijk windturbines. Daardoor betreft het een kleiner aantal windturbines, die echter wel groter zijn. Hoe meer windturbines, alsook grotere windturbines, heb ben een grotere aantasting omdat deze voor waarnemers eerder zichtbaar zullen zijn.
Daarnaast geldt ook dat wanneer er geen gelijke plaatsingsafstand is en de windturbines niet in een rechte lijn zijn gesitueerd, dit als meer storend zal worden ervaren. Het VKA is geen rechte strakke lijn. Kampenlandschap Met de keuze voor het VKA is ingezet op maximale energieproductie met zo min mogelijk windturbines. Daardoor betreft het een kleiner aantal windturbines, die echter wel groter zijn. Hoe meer windturbines, alsook grotere windturbines, heb ben een grotere aantasting omdat deze voor waarnemers eerder zichtbaar zullen zijn. Daarnaast geldt ook dat wanneer er geen gelijke plaatsingsafstand is en de windturbines niet in een rechte lijn zijn gesitueerd, dit als meer storend zal worden ervaren. Het VKA is geen rechte strakke lijn. Grootschalige infrastructuur Door het wegtracé A50 en A73 zal het windpark op lokaal en op macroniveau ook onderdeel gaan uitmaken van deze grootschalige infrastructuren. Hier zal eerder een koppeling mee gemaakt worden wanneer men zich door het landschap of over de lijnen heen beweegt. Wanneer er geen gelijke plaatsingsafstand is en de wind turbines niet in een rechte lijn zijn gesitueerd, dan zal dit als meer storend worden ervaren. Het VKA is geen rechte lijn, maar deze volgt wel het wegtracé hierdoor zal de impact voor gebruikers van de A73 minder storend zijn.
4.9.1
Conclusie Het landschap in en rondom Beuningen zal worden aangetast door de komst van de beoogde windturbines van Windpark Beuningen. Vanwege de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zal de meeste negatieve impact zich voordoen bij de
Toelichting
48 9 9 9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
rivierduinen. Karakteristieken en belevingswaarden van de uiterwaarden, oeverwallen en komgronden zullen ook negatief worden beïnvloed. De beleving en aan tasting ten aanzien van de snelwegen, welke in de landschappelijke beoordeling zijn getypeerd als landschapstype 'grootschalige infrastructuur', kent de minst nega tieve impact. Het VKA is bij enkele aspecten minder gewenst ten opzichte van de MER alterna tieven. Dit geldt in alle gevallen voor de beleving van de eenheid van de opstelling. Desondanks zijn de scores op de beoordelingscriteria van het VKA niet lager dan bijvoorbeeld de scores van MER alternatief 1 (deze opstellingen zijn t.a.v. veel as pecten vergelijkbaar). Dit heeft te maken met het feit dat de scores op de beoorde lingscriteria opgebouwd zijn uit verschillende sub-scores op meerde aspecten. Daarnaast zijn de gradaties in scores van de m.e.r.-systematiek niet uiteenlopend genoeg om alleen voor het sub-aspect 'eenheid van de opstelling' een negatievere beoordeling te geven aan een beoordelingscriterium in zijn totaliteit. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'landschap' uitvoering van het plan niet in de weg staat. De negatieve impact op het landschap is echter wel in grote mate aanwezig. Er zal daarom goed moeten worden gekeken welke mitigerende maatre gelen de pijn t.a.v. het landschap kunnen verzachten.
4.10
Ecologie
4.10.1
Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat het juridisch kader voor het ecologisch onderzoek. Hoofdstuk 2 van deze wet betreft de regels voor bescherming van de natura-2000 gebieden. De wet is verder ingedeeld aan de hand van de betreffende Europese richtlijnen. Het 'beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn' staat in Ş 3.1, het 'beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn' in Ş 3.2 en het 'bescher mingsregime andere soorten' in Ş 3.3. Verder geldt een algemene zorgplicht op ba sis van art. 1.11 voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten.
Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming is gericht op het beschermen en in stand hou den van bijzondere gebieden in Nederland. Art. 2.7 lid 2 Wnb bepaalt dat voor het realiseren van projecten met mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied een vergunning nodig is. De aanvrager van de vergunning dient, als significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, hiervoor een pas sende beoordeling op te stellen. De Natura 2000-gebieden hebben dus een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Voor cumulatieve effecten dienen alle activiteiten en plannen te wor den betrokken, die op dezelfde instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden negatieve effecten kunnen hebben als het eigen project/plan. Toelichting
49
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Verder is op grond van art. 1.12 gedeputeerde staten verantwoordelijk de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van het Natuurnetwerk Nederland. Er geldt in de provincie Gelderland geen externe werking voor het Natuurnetwerk Neder land.
Soortenbescherming Dit onderdeel is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun na tuurlijke leefgebied. De Wnb bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen, en het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Per beschermingsregime gelden verschillende verboden. Voor soorten uit de Vogelrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren; - Opzettelijk storen van vogels (tenzij dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding).
Toelichting
50 9
9
9
m
9
m
9
«
*
9
m
9
m
9 9 9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Voor soorten uit de Habitatrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk verstoren; - Beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen of eieren. Voor het beschermingsregime andere soorten geldt het volgende: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaat sen. Gedeputeerde staten kunnen vrijstelling en ontheffing verlenen van verboden wan neer er voor een project geen alternatief is, het project nodig is ter bescherming van een specifiek (per regime bepaald) algemeen belang en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Voor de effecten op soorten die zijn beschermd wordt gekeken naar effecten in de aanlegfase en in de gebruiksfase (met name aanvaringsslachtoffers vogels). Bij aanvaringsslachtoffers wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de verschillende soorten vliegbewegingen van vogels en vleermuizen in de omgeving van het wind park (slaaptrek, foerageertrek).
4.10.2
Onderzoek In de natuurrapportages (MER Bijlagen G & H) is een meer uitgebreide beschrijving van de effecten opgenomen. Hieronder volgt een verkorte versie van de analyse in dat rapport.
Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening voor Windpark Beuningen blijkt dat sprake zal zijn van een tijdelijke en beperkte stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Rijn takken en Veluwe. Deze berekende stikstofdepositie betreft maximaal 0,08 mol/ha/jaar op habitattypen waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds overschreden wordt. Gezien de tijdelijkheid en beperktheid van de werkzaamhe den is de verwachting dat geen sprake is van significante negatieve effecten op aan gewezen natuurtypen. Dit zal in de vergunningaanvraag Wnb nader worden onder zocht. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling treden geen negatieve effecten op het behalen van InstandHoudingsDoelstellingen (IHD's) van andere natuurwaarden zoals diersoorten (inclusief vogels). Significant negatieve effecten op het behalen van IHD's zijn met zekerheid uitgesloten.
Effecten Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aange wezen is als Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone waardoor er geen effecten op het GNN verwacht worden.
Toelichting
51
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Effecten op weidevogel- en ganzenrustgebieden Het onderzoeksgebied ligt niet in provinciaal beschermde weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. Gezien de afstand tot dergelijke gebieden zijn er geen effecten. Effecten op beschermde soorten Er zijn met zekerheid geen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhou ding van beschermde soorten, behalve mogelijk vogels en vleermuizen. Effecten op deze beide diergroepen worden hieronder nader besproken. Voor slachtoffers onder vogels moet een ontheffing worden aangevraagd vanwege overtreding van de Wnb. Het aantal berekende slachtoffers zal in alle gevallen (ruim) lager liggen dan de 1%-mortaliteitsnorm. Er is geen wezenlijk effect op de betreffende populaties van betreffende vogelsoorten. Zodoende zijn er, naar ver wachting, geen effecten op de gunstige staat van instandhouding en kan de onthef fing worden verleend. Het totale aantal aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen wordt op 25 individuen geschat. Conform het berekende aantal slachtoffers met behulp van de verspreidingsgegevens betreft het aantal slachtoffers onder vleermuizen bij het VKA in to taal 17 gewone dwergvleermuizen, 5 ruige dwergvleermuizen, 2 rosse vleermuizen en 1 laatvlieger per jaar. Deze berekende aantallen liggen onder de berekende ^mortaliteitsnormen van respectievelijk 51, 28, 2,5 en 3 dieren.
De berekende aan tallen slachtoffers als gevolg van Windpark Beuningen leiden, inclusief cumulatie, derhalve met zekerheid niet tot effecten op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten.
4.10.3
Conclusie Omdat sprake is van een stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol/ha/jaar op habitattypen waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds overschreden wordt, wordt een vergunning Wnb aangevraagd. Significant negatieve effecten op het be halen van andere IHD's is met zekerheid uitgesloten. Er zijn geen wezenlijke effec ten te verwachten op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende vo gel- en vleermuissoorten. Tenslotte is de onderzoekslocatie niet gelegen binnen GNN, GO of weidevogel- en ganzenrustgebieden, waardoor er geen effecten wor den verwacht op deze gebieden.
4.11
Energieopbrengst en vermeden emissies
4.11.1
Onderzoek Ter bepaling van de verwachte elektriciteitsproductie van het voorkeursalternatief is een opbrengstberekening uitgevoerd voor 3 formaten windturbines. Daarnaast
Toelichting
52
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
is, ten behoeve van de relatieve effectbeoordeling van het milieuthema geluid, voor de aldaar gedefinieerde onder- en bovengrens eveneens een inschatting van de elektriciteitsproductie gemaakt.
Tabel 11
Formaten windturbines waarvoor de elektriciteitsopbrengst is berekend Omschrijving Ashoogte Rotordiame Type ter (m) (m) VKA onder Vestas V150-4.2 140 150 VKA boven, max com Siemens SG 6.0-170 155 170 mercieel verkrijgbaar VKA boven, max afme Toekomstig 155 180 tingen (inschatting) VKA stilst* V162-5.6 140 162 VKA luidst* N163/5.X 155 163 zie voor een toelichting op deze typen paragraaf 11.2 van het MER.
Ver mogen (MW) 4,2 6,2 Onbekend 5,6 5,7
Per formaat wordt een inschatting gemaakt van de energieopbrengst en bijbeho rende emissiereductie. De vermindering van deze emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling tegen te gaan niet apart beoor deeld. De Vestas V150-4.2 vertegenwoordigt hierbij de ondergrens van de bandbreedte zoals deze voor het voorkeursalternatief is aangegeven. De Siemens SG 6.0-170 ver tegenwoordigt de grootste windturbine op land die op dit moment commercieel beschikbaar is dus waarvoor een opbrengstberekening op basis van windturbinetype kan worden gedaan. Binnen de bandbreedte van het voorkeursalternatief zijn windturbines met een grotere rotordiameter (180 meter) toegestaan. Omdat een dergelijk type windtur bine op dit moment nog niet op de markt is kan voor de bovengrens nog geen op brengstberekening op basis van windturbinetype worden gedaan. In plaats daarvan is ten behoeve van de opbrengstberekening van een windturbine met rotordiame ter 180 meter de elektriciteitsproductie van de Siemens SG 6.0-170 met een factor 1,12 vermenigvuldigd. Dit omdat de oppervlakte van de rotor van een windturbine met rotordiameter 180 meter 12% groter is dan de oppervlakte van de rotor van een windturbine met rotordiameter 170 meter. De elektriciteitsopwekking is na melijk (bij gelijke ashoogte) met name afhankelijk van de rotordiameter.
Voor nu geeft deze aanname voldoende inzicht in de te verwachten elektriciteitsopbrengst van een windturbine met afmetingen overeenkomstig met de bovengrens van de aangegeven bandbreedte. De bruto elektriciteitsopbrengst wordt berekend door het verwachte windaanbod op ashoogte te vermenigvuldigen met de vermogenscurve van de betreffende windturbine. Vervolgens wordt de netto elektriciteitsproductie berekend door energieverliezen en mitigatie in rekening te brengen. In onderstaande tabel zijn de resultaten voor de onder- en bovengrens van het VKA weergeven.
Toelichting
53
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Tabel 12
Resultaten van de opbrengstberekening voor de verschillende formaten windturbines Onder Bovengrens grens Rotordiameter 150 180 Gemiddelde windsnelheid op ashoogte (m/s) 7,55 7,74 Bruto opbrengst per windturbine (MWh/jaar), zonder mitigatie 19.390 30.920 Verliestermen (excl. mitigatie) 13/ 13/ Opbrengstderving door mitigatie geluid*9 1/ 7/ Opbrengstderving door mitigatie slagschaduw 1/ 1/ Aantal windturbines 5 5 Netto parkopbrengst (MWh/jaar), met mitigatie 82.168 123.063
Tabel 13
Resultaten van de opbrengstberekening voor de stilste en luidste windturbinetypes. Stilste type Luidste type Type Vestas V162Nordex 5.6 N163/5.X Rotordiameter 162 163 Gemiddelde windsnelheid op ashoogte (m/s) 7,74 7,74 Bruto opbrengst (MWh/Zwtb/jaar), zonder mitigatie 24.238 23.649 Verliestermen (excl. mitigatie) 13/ 13/ Opbrengstderving door mitigatie geluid 1/ 7/
De opbrengstderving voor geluid is berekend door voor de mitigatiestrategieën die in het geluidsonderzoek zijn doorgerekend te berekenen hoeveel minder elektrici teit deze produceren dan wanneer de windturbines in hun standaard-modus draaien. De bruto afname van de jaarproductie, gedeeld door de bruto jaarproduc tie, geeft het opbrengstdervingsgetal in bovenstaande tabel.
4.11.2
Conclusie De energieopbrengstberekeningen laten zien dat er aanzienlijke verschillen tussen de formaten windturbines zitten ondanks het zelfde aantal turbines. Het valt op dat de stilste windturbineoptie een hogere netto parkopbrengst heeft dan de luidste optie. Dit komt door verschillen in de opbrengstderving door de geluidsmitigatie.
9 N.B. de procentuele opbrengstderving a.g.v. mitigerende geluidsmaatregelen is gebaseerd op de band breedte voor geluid: dit betreft andere windturbines dan waarvoor de opbrengst berekend is. De procentuele derving geeft evenwel een goede (worst case) benadering, aangezien de luidste wind turbine is doorgerekend.
Toelichting
54
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
Toelichting
55
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
5.1
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Algemeen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een geografische plaatsbepaling (ver beelding), regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Het bestemmingsplan is opgesteld conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijk bare Bestemmingsplannen (SVBP) versie 2012. Hierdoor is het plan geschikt voor interactieve uitwisseling via Informatie Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2012. De toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. Niettemin vormt zij een belang rijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegre denen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Daarbij is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste in terpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2
Methodiek In het bestemmingsplan hebben alle gronden binnen het plangebied een bestem ming toegewezen gekregen. Daarnaast komen op sommige gronden aanduidingen voor. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plange bied gelegen gronden zijn toegekend. Een bestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak; lijn- en puntbestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Aanduidingen hebben altijd juridische betekenis, die in de regels wordt weergegeven. Uitgangspunt is dat bestaande bestemmingen en aanduidingen zoveel mogelijk worden overgenomen. Waar het windpark beoogd is wordt de Enkelbestemming Bedrijf - Windturbine opgenomen. Waar mogelijk worden bestaande bestemmin gen op deze locaties overgenomen als aanduiding.
5.3
Regels Conform bovengenoemde landelijke standaard zijn de regels ondergebracht in vier hoofdstukken. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden: ^ Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Hierin worden de gebruikte begrip pen en de wijze van meten uiteengezet, om een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en de verbeelding te waarborgen. ^ Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hier worden alle voorkomende bestemmingen en de bijbehorende regels uiteengezet. ^ Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Hierin staan de algemeen geldende regels, in aanvulling op de bestemmingsregels, welke voor meerdere of alle bestemmingen van toepassing zijn.
Toelichting
56
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
^
5.4
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels. Hierin is het overgangsrecht geregeld alsmede de citeertitel en het vaststellingsdictum.
Bestemmingen De regels volgen een eenduidige opbouw, conform SVBP2012. De regels voor de bestemmingen zijn in de regel als volgt opgebouwd en bevatten tenminste: ^ Bestemmingsomschrijving ^ Bouwregels ^ Gebruiksregels In de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke functies binnen de be stemming zijn toegelaten, en of gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en/of andere werken zijn toegelaten. De bouwregels omvatten regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het betreft meestal regels inzake de situering en toegestane bouwhoogte(s). Daarnaast komen in sommige bestemmingen één of meer van de volgende onderdelen voor: ^ Afwijken van bouwregels; ^ Specifieke gebruiksregels; ^ Afwijking van de gebruiksregels en ^ Voorwaardelijke verplichtingen.
5.5
Artikelsgewijze toelichting
5.5.1
Algemeen Artikel 1: Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de regels. Een en ander voorkomt dat bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ont staan over de uitleg van de regels. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. De regels inzake de wijze van meten voorkomen interpretatiever schillen bij de toepassing van de regels over maatvoering.
5.5.2
Bestemmingsregels In dit hoofdstuk Bestemmingsregels van de planregels zijn alle bestemmingen op genomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk
Toelichting
57
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3: Agrarisch Het grootste deel van de overdraaizone van de wieken van de windturbines is voor zien van de bestemming 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor het uitoefe nen van agrarisch bedrijf. Artikel 4 Bedrijf - Windturbinepark De bestemmingsvlakken Bedrijf - Windturbinepark maken de oprichting en be drijfsmatige exploitatie van een windpark door middel van maximaal 5 windturbi nes mogelijk. Met functieaanduidingen is voor de voormalige bestemmingen op deze locaties het bestaande gebruik alsnog toegestaan, ondergeschikt aan de be stemming. Artikel 5 Verkeer De overdraaizone van de turbines valt op sommige plaatsen samen met de bestem ming verkeer. Deze wegen zijn bestemd voor toegang tot erven. Artikel 6 Water Op plaatsen valt de overdraaizone samen met de bestemming water. Deze gronden zijn bestemd voor waterstaatkundige doeleinden. Artikel 7 en 8 Waarde - Archeologie 2 en 3 Het plan kent verschillende archeologische waarden. Dit is een dubbelbestemming die over alle bestemmingen van toepassing is. Hier geldt dat bij werkzaamheden in de grond vanaf een bepaalde diepte en oppervlakte een aanlegvergunningplicht optreedt.
Hierbij geldt dat voor 'waarde 1' het strengste beschermingsregime geldt, en voor 'waarde 3' het minst strenge.
5.5.3
Algemene regels Artikel 9 - anti-dubbeltelregeling Dit artikel regelt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 10 - Algemene aanduidingsregels ^ De vrijwaringszone windturbine duidt het gebied aan waar overdraai van de turbine mogelijk is en bovendien ondersteunende activiteiten toege staan zijn. ^ De zone voor parkinfrastructuur duidt aan waar o.a. de onderhoudswegen van de windturbines kunnen komen. ^ Ter plaatse van de aanduiding milieuzone-hydrologische beschermings zone geldt een beschermingsregime van de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden.
Toelichting
58
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
5.5.4
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Overgangs- en slotregel Artikel 11: Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of dit strijdige gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 12: Slotregel De slotregel geeft aan hoe de regels van het plan worden aangehaald. De slotregel wordt gevolgd door het vaststellingsdictum.
Toelichting
59 m
m
m
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
Toelichting
60
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.1
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Windparken dragen bij aan de terugdringing van de CO2-uitstoot en bieden een al ternatief voor fossiele brandstoffen. Uit diverse draagvlakonderzoeken blijkt, dat in Nederland 90% van de bevolking voor windenergie is. Vooral blijkt dat wanneer omwonenden ook financieel kunnen participeren in een windpark, het lokale draagvlak voor windenergie toeneemt. Dit heeft alles te maken met een gevoel van eerlijke verdeling van lusten en lasten. Om deze reden heeft de gemeente de voor waarde gesteld dat er een vorm van participatie vereist is. De initiatiefnemer wordt gevraagd voor dit project (financiële) participatiemogelijkheden aanbieden, aan sluitend bij de lokale behoefte. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat maatschappelijk draagvlak van een windpark geen harde randvoorwaarde is voor realisatie. Eventuele afspraken tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag kunnen wor den vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze wordt op dit moment nog opgesteld tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft van 5 juni tot 16 juli 2020 ter inzage ge legen. Gedurende deze periode heeft eenieder de gelegenheid gehad een inspraakreactie in te dienen over de inhoud van het voorontwerp bestemmingsplan en bij behorende onderzoeken.
De inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in een Nota Inspraak en Vooroverleg (Zie Bijlage K). De reacties hebben geleid tot diverse aanpassingen in de regels, toelichting en bijlagen van het ontwerp bestemmingsplan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid De investeringen en opbrengsten zijn afhankelijk van het windturbinetype dat wordt gerealiseerd. Het windpark levert naar verwachting 81,8 tot 122,4 GWh per jaar op, waarbij rekening moet worden gehouden met de aanvullende eis van de gemeente dat er geen slagschaduw mag optreden bij woningen van derden. Onder de huidige omstandigheden kan het project in minimaal 15 jaar rendabel worden geëxploiteerd. Dit is tevens de looptijd van de SDE++ regeling (stimulering duurzame energie). Met de SDE++ vult het Rijk de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemers aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen binnen een redelijke termijn. De totale kosten van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemers. Voor de aanleg van het windpark moeten naast de aanschaf en bouw van de wind turbines diverse andere werkzaamheden worden verricht, waaronder het leggen van kabels en leidingen en de aanleg van opstelplaatsen en onderhoudswegen. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en eventuele planschade worden verhaald op de initiatiefnemers. Hiervoor wordt een anterieure overeen komst gesloten tussen de gemeente Beuningen en de initiatiefnemer.
Toelichting
61 m
m
m
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.3
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
Conclusie Het windpark Beuningen draagt bij aan de energietransitie door het opwekken van duurzame energie en daarmee tot verminderde afhankelijkheid van fossiele brand stoffen. Op basis van het voorgaande lijkt dat het windpark Beuningen milieutech nisch en economisch uitvoerbaar is
Toelichting
62
Bosch
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Regels
Toelichting
63 9
9
9
m
9
m
9
«
*
m
m
9
m
9
9
9
9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
1. Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1
plan het bestemmingsplan Windpark Beuningen van gemeente Beuningen.
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand van gemeente Beu ningen als NL.IMRO.0209.BPWindpkBeuningen -ow01met de bijbehorende regels.
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.6
bestaand ^ t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aange vraagde vergunning; ^ t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden;
1.7
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
1.8
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.9
bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aan vraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.10 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid.
Toelichting
64
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.11 bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.12 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de re gels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.13 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.14 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, ver kopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen ge bruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfs activiteit. 1.15 erftoegangsweg een weg die in de Nederlandse wegcategorisering wordt aangemerkt als het meest lokale wegtype, waarbij langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer gemengd is, zonder rijrichtingscheiding en meestal zonder gescheiden fietspaden. 1.16 extensief recreatief medegebruik die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie.
1.17 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.18 glastuinbouwbedrijf een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels. 1.19 Hooischelf bijgebouw of schuilstal bestaande uit twee delen, te weten een overdekte en geheel door wanden omsloten onderbouw met daarop een losse, langs een aantal geleiders, in hoogte beweegbare kap. De ruimte tussen de onderbouw en de beweegbare kap mag niet wor den dichtgebouwd en dient enkel ten behoeve van de opslag van stro, hooi en vergelijk bare producten.
Toelichting
65
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.20 inkoopstation bouwwerk of verzameling bouwwerken voor het onderbrengen van schakel- en meetap paratuur, alsmede benodigde transformator- en schakelstations, om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. 1.21 inpandige statische opslag het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor detail handel ter plaatse van de opslag. 1.22 intensieve veehouderij een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van vee of pluimvee ten behoeve van de voedselvoorziening de hoofdzaak is. 1.23 kassen gebouwen waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditio neerde klimaatomstandigheden, zoals het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. 1.24 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
1.25 landschapstuin gronden, gelegen binnen een agrarische bestemming, en ingericht als tuin behorende bij een direct aangrenzende (bedrijfs)woning, met dien verstande dat op deze gronden uit sluitend bouwwerken, geen gebouwen ten behoeve van de tuininrichting en erfafscheiding zijn toegestaan. 1.26 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samen hang. 1.27 nevenactiviteit activiteiten die in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een agrarisch bouwperceel. Toelichting
66
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.28 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals schakelkasten, transformatorstations, duikers en apparatuur voor telecommunicatie. 1.29 opstelling windturbines windturbines die door samenhang in onderlinge afstand en verschijningsvorm deel uit maken van een visuele eenheid van meerdere windturbines, binnen het plangebied. 1.30 opstelplaats een verharde plek ten behoeve van het bouwen van en het onderhoud aan een windtur bine. 1.31 permanente teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen, geen tijdelijke teeltondersteunende voorziening zijnde. 1.32 peil ^ voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; ^ in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.33 recreatief medegebruik die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.34 rotor Het samenstelsel van drie rotorbladen (ook wel wieken genoemd) en hub of wiekenas van een windturbine. 1.35 rotordiameter de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.
1.36 schakelkasten en transformatoren Bouwwerk behondere bij een windturbine ten behoeve van transporteren van opgewekte elektriciteit en het op spanning houden van de interne parkbekabeling. 1.37 schuilstal gebouw ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid aan hobbymatig gehouden dieren welke noodzakelijk is in het kader van dierenwelzijn; 1.38 teeltondersteunende kassen teeltondersteunende voorziening, in de vorm van (tunnel)kassen waarin (half)producten worden opgekweekt/geteeld en deel uitmakend van een vollegrondstuinbouwbedrijf en/of boomkwekerij;
Toelichting
67
Bosch