CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling BP Windpark Beuningen24.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bosch ä van Rijn Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht 030 - 677 6466

Auteurs Hans Kerkvliet MSc. Steven Velthuijsen MSc. Leon Schreurs MSc. Mr. dr. Robin Hoenkamp

Opdrachtgever Gemeente Beuningen

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Datum 21 mei 2021

Versie 3

Bosch ä Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch ä Van Rijn 2021 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch ä Van Rijn BV is niet aansprake­ lijk voor schade door het gebruik van deze informatie

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Inhoudsopgave Windpark Beuningen 1 Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 4 i.i 1.2 1.3 1.4 1.5

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Regels

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende regeling Wettelijk kader Leeswijzer

Ruimtelijk beleid

9

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

10 10 11 12 14

Planbeschrijving en ruimtelijke afweging

15

Inleiding Project en locatie Ruimtelijke afweging

16 16 17

Milieueffecten

19

Inleiding CombiMER ProjectMER Voorkeursalternatief Geluid Slagschaduw Gezondheid Effecten Screening (GES) Bodem, archeologie, Water Externe Veiligheid Landschap Ecologie Energieopbrengst en vermeden emissies

20 20 21 23 24 27 30 32 37 44 49 52

Juridische planbeschrijving

55

Algemeen Methodiek Regels Bestemmingen Artikelsgewijze toelichting

56 56 56 57 57

Uitvoerbaarheid

60

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Conclusie

61 61 62

63 Artikel 1 Begrippen

1.

Inleidende regels Artikel 2 Wijze van meten

2.

5 5 6 6 8

Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch

64

64 69

71 71

Toelichting

2

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Artikel 4 Bedrijf - Windturbinepark (B-WT) Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Water Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 Artikel 8 Waarde - Archeologie 3

3.

4.

74 76 76 77 80

Algemene regels

83

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene aanduidingsregels

83 83

OVERGANGS- EN SLOTREGEL

85

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen 87 Bijlage A CombiMER Bijlage B Akoestisch onderzoek Bijlage C Slagschaduwonderzoek Bijlage D Externe Veiligheid onderzoek Bijlage E Landschappelijke beoordeling Bijlagen F,G & H Ecologische onderzoeken Bijlage I Waterparagraaf Bijlage J Radartoets Defensie Bijlage K Nota van Inspraak en Vooroverleg

85 86

88 89 90 91 92 93 94 95 96

Toelichting

3

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Toelichting

Toelichting

3 m

m

m

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Hoofdstuk 1 Inleiding

Toelichting

4

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

1.1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Aanleiding De gemeente en provincie zien zich voor de opgave gesteld om een bijdrage te le­ veren aan de doelstelling van 35 TWh die is opgenomen in het nationale Klimaatakkoord. Mede met behulp van windpark Beuningen kan aan deze opgave mede invulling worden gegeven. Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Beuningen ten zuiden van de A73 ter hoogte van knooppunt Ewijk waar de A73 en A50 elkaar kruisen. Parallel aan de A73 is de realisatie van windturbines voorzien. De opstelling wordt onderbroken door de A50 waardoor er zowel ten westen als ten oosten van de A50 windturbines zijn voorzien. De ontwikkeling van windturbines op de locatie ten zuiden van de A73 is niet toe­ gestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Met voorlig­ gende bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van de beoogde windturbines juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het windturbinepark Beuningen ligt ten zuiden van de A73 bij knooppunt Ewijk. Het plangebied bestaat op dit moment voornamelijk uit agrarische gronden. Het plan­ gebied is begrensd tot het gebied waar de beoogde windturbines worden gebouwd (opstellocaties), inclusief de overdraai van de rotorbladen en de bestemmingen en aanduidingen voor bijbehorende voorzieningen zoals de kraanopstelplaatsen en de onderhoudswegen. Het windturbinepark heeft een langgerekte vorm die de A73 volgt en wordt onder­ broken door de A50. Het plangebied ligt binnen de grenzen van gemeente Beuningen en wordt grotendeels begrensd door agrarische gronden. De ligging van het plangebied is in twee stappen tot stand gekomen: 1. de zoekzone windenergie uit het Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind. 2. de voorlopige uitkomsten van het milieueffectrapport Onderstaande figuur toont de ligging van het plangebied.

Toelichting

5

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Plankaart windpark Beuningen.

s

- -

sļīr':. īįišE

1.3

mm

Geldende regeling Voorliggend bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied de geldende juridische regelingen van de gemeente Beuningen. De geldende regeling is: ^

Bestemmingsplan Buitengebied (2012, gemeente Beuningen)

Op basis van het bestemmingsplan is de realisatie van het windturbinepark niet mogelijk. Het bestemmingsplan Windpark Beuningen vormt daarom het juridischplanologisch kader voor de realisatie en exploitatie van windpark Beuningen. De netaansluiting wordt niet planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan, maar wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning.

1.4

Wettelijk kader

1.4.1

Relatie met Wet ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt alle inhoudelijke en procedurele eisen, o.a. dat alle ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat een bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar moet zijn en

Toelichting

6

9

9

9

9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog op het bovenge­ noemde stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan de digitale en analoge plannen moeten voldoen. Op basis van de Wro en de Elektriciteitswet beschikt de provincie over de bevoegd­ heid voor het vaststellen van een inpassingsplan. In het geval toepassing wordt ge­ geven aan deze bevoegdheid zijn Provinciale Staten tevens bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor de realisatie van een windpark van meer dan 5 MW en niet meer dan 100 MW. De provincie heeft met de gemeente een overeenkomst getekend over het overdragen van de bevoegdheid.

1.4.2

Relatie met Besluit m.e.r. Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met potenti­ eel aanzienlijke milieueffecten de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) wordt doorlopen. Het doel van milieueffectrapportage is om het milieubelang een vol­ waardige plaats te geven in de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De activiteiten waarvoor dit van toepassing is zijn gegeven in het Besluit m.e.r. De m.e.r.-procedure resulteert in een milieueffectrapport (MER). Er wordt onder­ scheid gemaakt tussen de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van be­ paalde plannen (plan-m.e.r.) en projecten (project-m.e.r.). In het Besluit milieueffectrapportage zijn windparken opgenomen in onderdeel D van de bijlage van het besluit. Het betreft categorie D22.2, windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer. Dit betekent dat voor het plan dat een kader is voor de realisatie (het onder­ havige bestemmingsplan) een plan-MER moet worden opgesteld.

Onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de proce­ dure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is

D22.2

Tabel 1: categorie 22.2 uit onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r. Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 De oprichting, wij­ In gevallen waarin De structuurvisie, Het besluit bedoeld in artikel ziging of uitbrei­ de activiteit be­ bedoeld in de arti­ 6.5, onderdeel c, van de Waterding van een wind- trekking heeft op: kelen 2.1, 2.2 en wet, het besluit, bedoeld in arti­ turbinepark. kel 3, eerste lid, van de Wet 1“. een gezamenlijk 2.3 van de Wet windenergie op zee of de beslui­ ruimtelijke orde­ vermogen van 15 ning, en de plan­ ten waarop afdeling 3.4 van de megawatt (elek­ nen, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en trisch) of meer, of artikelen 3.1, eer­ een of meer artikelen van afde­ 2“. 10 windturbi­ ste lid, 3.6, eerste ling 13.2 van de wet van toepas­ nes of meer. lid, onderdelen a sing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet be­ en b, van die wet. stuursrecht van toepassing is.

Omdat de voorgenomen activiteit binnen deze omschrijving past (het voorkeursal­ ternatief omvat 5 windturbines met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 15

Toelichting

7

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

MW of meer), is het oprichten ervan een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Het bestemmingsplan is het kaderstellend plan voor het m.e.r.-(beoordelings)plichtige project en is daarom plan-m.e.r.-plichtig op grond van de Wet milieubeheer. De omgevingsvergunning is m.e.r.-beoordelingsplichtig. Ter voorbereiding en onder­ bouwing van beide besluiten is een gecombineerd plan- en (vrijwillig) project-MER opgesteld, oftewel een combi-MER. Dat MER is als bijlage bij dit bestemmingsplan en de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. Gecoördineerde voorbereiding De wet milieubeheer (artikel 14.4b) maakt het mogelijk dat, wanneer zoals in dit geval voor één activiteit zowel een plan- als een project-MER worden opgesteld, deze gecombineerd kunnen worden tot één combi-MER. Voor een m.e.r.-beoorde­ lingsplichtig windturbinepark moet het bevoegd gezag beoordelen of een projectMER ten behoeve van de vergunningaanvraag nodig is. Nu er voor het plan reeds een MER opgesteld dient te worden, is er voor het project deel gekozen aan te slui­ ten bij het planMER door middel van een combi-MER. Er is daarmee door initiatief­ nemer voor gekozen geen m.e.r.-beoordeling uit te laten voeren voor het projectdeel, maar direct een MER op te stellen. Dit gecombineerde MER is mogelijk nu de gemeente toepassing heeft gegeven aan coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer Het bestemmingsplan Windpark Beuningen bestaat uit een toelichting, de regels en een verbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. Na de inleidende para­ grafen van Hoofdstuk 1, worden in Hoofdstuk 2 de relevante beleidskader weerge­ geven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het project en in Hoofdstuk 4 wor­ den de effecten op de omgeving uiteengezet. De juridische opzet van het plan komt in Hoofdstuk 5 aan bod. Daarop volgend worden in Hoofdstuk 6 de maatschappe­ lijke en economische uitvoerbaarheid verantwoord.

Toelichting

8

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleid

Toelichting

9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

2.1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verandering). Het beleid wordt opgenomen in de structuurvisies.

2.2

Rijksbeleid De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindver­ bruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richt­ lijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige Ministe­ rie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (min. EL&I) in het energierapport (2011)1 vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de landelijke doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Mega­ watt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. In de Structuurvisie Infra­ structuur en Ruimte (SVIR)2 geeft het rijk aan dat de overgang naar duurzame ener­ gie om meer ruimte vraagt. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie, zijn in samenwerking met de provin­ cies kansrijke gebieden aangewezen. Dat is gebeurd op landschappelijke en natuur­ lijke kenmerken van een gebied enerzijds en het windaanbod anderzijds. In het SER Energieakkoord3 zijn de doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuur­ visie Wind op Land4 (SVWOL) is - na overleg met de provincies - ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020.

De provincie Gelderland heeft een doelstelling van 230,5 MW wind op land in 2020. In de SVWOL zijn binnen de provincie Gelderland geen gebieden aangewezen voor grootschalige windenergie. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het echter noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies moeten daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Inmiddels is op 28 juni 2019 ook het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krij­ gen, al zal de invulling waarschijnlijk techniekneutraal zijn. Techniekneutraal bete­ kent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuw­ bare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh zal uitgevoerd worden in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een in­ strument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

1 Ministerie van EL&I, Energierapport 2011 (2011) 2 Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 13 maart 2012 3 Sociaal Economische Raad, Energieakkoord voor Duurzame Groei, september 2013 4 Structuurvisie Windenergie op land, 31-03-2014

Toelichting

10

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame ener­ gie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal wind­ energie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuw­ bare energie te produceren zijn. Windpark Beuningen kan hier een belangrijke bij­ drage in leveren.

2.3

Provinciaal beleid De provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening (decem­ ber 2018). De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de geconsolideerde Omgevings­ verordening gaan om duurzame economische structuur en het borgen van de kwa­ liteit van de leefomgeving in Gelderland. Dit vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie de komende jaren wil maken. Een aspect dat volgens de provincie zowel de economische doelstelling als de kwa­ liteit van de leefomgeving aangaat is de productie van hernieuwbare energie. Gel­ derland heeft de ambitie in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energie te hebben en door te groeien naar energieneutraliteit in 2050. Provincie Gelderland realiseert zich dat elk duurzaam potentieel met voldoende maatschappelijk draagvlak dient te worden benut. Derhalve is in 2018 de 'Windvisie Gelderland' opgenomen in de provinciale omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' met bijbehorende kaart (Figuur 2). Binnen de gemeentegrenzen van Beuningen heeft de provincie de volgende gebieden aangewezen: ^ Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling - locaties voor de langere ter­ mijn. ^ Windenergie mogelijk - hier zijn op voorhand geen belemmeringen voorzien.

^ Windenergie aandachtsgebied - hierbij zijn specifieke objecten die aandacht behoeven bij de ontwikkeling van windenergie. ^ Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk - in ge­ vallen bij versterking kernkwaliteiten. ^ Windenergie solitaire windturbines uitgesloten. ^ Windenergie niet kansrijk - bij gemeentelijk draagvlak wordt onderzoek naar combinatie met onderliggende functie ondersteund.

Toelichting

11

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 2

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Provinciaa beleid ■yr Windenergie kansrijke locaties voor extra ontwikkeling Įsÿÿÿļ Windenergie in GNN onder voorwaarden mogelijk 1=1 Windenergie solitaire windturbines uitgesloten B Windenergie vastgestelde locaties Windenergie mogelijk Windenergie aandachtsgebied Jj Windenergie uitgesloten provinciaal beleid Windenergie niet kansrijk

[Ēêũñĩnģeŕ

llMilŕńeqet

van Rijn Í5k Bosch renewable energy

In de naburige gemeente Nijmegen heeft de provincie locaties voor windenergie opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Deze locaties (paarse vlekken in bovenstaande figuur) zijn specifiek gereserveerd voor windenergie.

2.4

Gemeentelijk beleid Energievisie Energiek Beuningen In 2017 is de Energievisie 'Energiek Beuningen' vastgesteld. Deze visie geeft aan waar Beuningen op het gebied van duurzame energie nu staat, en wat er gedaan moet worden om in uiterlijk 2040 energieneutraal te zijn. In de energievisie is niet aangegeven waar, hoe en onder welke voorwaarden deze nieuwe duurzame ener­ giesystemen in Beuningen moeten komen. In de visie is aangegeven dat invulling van deze opgave in samenwerking met haar inwoners moet worden opgepakt. Cen­ trale vraag in dit proces was: Hoe en waar kunnen we 731 TerraJoule (TJ) aan duur­ zame energie in Beuningen gaan opwekken? In het gebiedsproces is gebleken dat daarvoor op dit moment alleen windenergie en zonnevelden, op land óf drijvend op plassen, in beeld zijn. Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In het Locatieplan is een advies uitgebracht over de invulling van de opgave van 731 TJ. De optimale locatiekeuzes voor windturbines en/of zonnevelden met een afwe­ ging over het voorkomen of beperken van hinder door geluid en slagschaduw. Ook de landschappelijke inpassing, landschappelijke beleving, zuinig ruimtegebruik en de ecologische effecten worden beschouwd. De Gebiedsraad adviseert over finan­ ciële participatie, het duurzaamheidsfonds en de rol van een lokale energiecoöperatie.

Daarbij adviseert de Gebiedsraad over eigendom én opbrengst (in geld en in stroom) van de grootschalige energieprojecten.

Toelichting m

m

12

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Raadsvoorstel Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In de vergadering van de raad van 9 april 2019 heeft de gemeenteraad van Beunin­ gen besloten de grootschalige opwek van zonne- en windenergie, onder voorwaar­ den, mogelijk te maken. Er is ten aanzien van windenergie onder andere het vol­ gende besloten: ^

In de gemeente Beuningen de grootschalige duurzame energie in het buiten­ gebied op te wekken middels zonnevelden en windturbines, in beginsel in de verhouding 1/3 zon en 2/3 wind.

Het zoekgebied uit te breiden richting de westgrens van de gemeente (zie Figuur 2). ^

Binnen het zoekgebied moeten de te realiseren windturbines naast de wette­ lijke normen voldoen aan de volgende randvoorwaarden: o De windmolens moeten in samenhang en in een enkelvoudige lijnopstelling parallel aan en ten zuiden van de A73 en N322 (Maas & Waal weg) geplaatst worden. o Slagschaduw op burgerwoningen wordt tot nul gereduceerd door middel van een bovenwettelijke stilstandsregeling. o Geluid op burgerwoningen voldoet minimaal aan de wettelijke Lden norm van 47 dB(A), bovenwettelijke maatregelen worden in de MER-procedure onderzocht.

^

Het eigendom en de exploitatie van een windmolenpark moet voor 50% in han­ den komen van een lokale energiecoöperatie.

^

De 'lusten' van het te ontwikkelen windmolenpark moet ten goede komen aan de Beuningse samenleving. In dit kader hanteert de gemeente de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten: o De minimale bijdrage voor het duurzaamheidsfonds moet aansluiten bij de gedragscode NWEA (CO^O/MWh, peiljaar 2019). o Er wordt, via het college, nadere uitwerking gegeven aan de besteding van de middelen uit het duurzaamheidsfonds. Bij voorkeur met deelname van inwoners uit iedere kern. o De grondvergoeding moet aansluiten bij de hoogte van de grondvergoeding zoals vermeld in de SDE+ regeling of de opvolger daarvan. o Er komt een sociale grondvergoeding van minimaal 20%. Dit houdt in dat minimaal 20% van de grondvergoeding ten goede komt aan de eigenaren van omliggende percelen. o Door middel van compensatieregelingen voor omwonenden, gesociali­ seerde grondcontracten, een lokaal duurzaamheidsfonds en participatie­ mogelijkheden vloeit een deel van de opbrengsten terug naar de Beuningse samenleving.

Inhakend op het onderzoeksgebied voor zonne- en windenergie is een amende­ ment op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ziet op het uitbreiden van het onderzoeksgebied in westelijke richting.

Toelichting

13 m

m

m

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Inhakend op de participatieve component zijn amendementen op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ook ziet op lokaal eigenaarschap van het windpark. Streven is dat een lokale energiecoöperatie (voor circa 50%) eigenaar en exploitant wordt van het te realiseren windpark. Figuur 3

Zoekzone windenergie (bijlage 2b raadsvoorstel 9 april 2019) Energieas Zoekzone wind

mf- -wì ř-v" twft 5!d n\NV

2.5

' ~ 3 í-

■ļXJM

IMS fŗtTBtjiïįũt BrĄitirSĵüĩf

' 3'

Conclusie Het initiatief past in het nationale beleid en draagt bij aan de doelstelling van 6.000 MW op land in 2020 en aan de doelstelling van 35 TWh in de regionale energiestrategieën (RES). De locatie past in het provinciaal beleid gezien de aanduidingen 'Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling' en 'Windenergie mogelijk' op­ genomen in kaart 5 van de provinciale omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' en in het licht van de doelstelling van 230,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie in 2020. Tot slot draagt de voorgenomen ontwikkeling van een windturbinepark in de doelstelling van gemeente om energieneutraal te zijn in 2040 en volgt de planvor­ ming op de vaststelling van de Energievisie.

Toelichting m

m

14

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en ruimtelijke afweging

Toelichting

15

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

3.1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Inleiding In dit hoofdstuk wordt het project verder uiteengezet en ruimtelijk onderbouwd. Daarbij is gebruikgemaakt van het ruimtelijk beleid dat in Hoofdstuk 2 is beschreven en de uitkomsten van het milieuonderzoek die in Hoofdstuk 4 nader aan bod ko­ men. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het project en de ruim­ telijke afweging.

3.2

Project en locatie De locatie voor Windpark Beuningen is in de Omgevingsvisie van de provincie Gel­ derland opgenomen onder 'windenergie kansrijke locaties voor extra ontwikkeling' en 'Windenergie mogelijk'. Tevens heeft de gemeenteraad op 9 april 2019 in begin­ sel ingestemd met realisatie van windenergie op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Hier zijn een aantal randvoorwaarden opgelegd en een zoekgebied vastgelegd. Een randvoorwaarde is dat de opstelling moet stroken met het advies van de gebiedsraad. Hierdoor ligt de locatie vast. Namelijk de zoekzone die is vast­ gesteld door de gemeenteraad. Dit komt ongeveer overeen met de alternatieven B en C uit het planMER. Het planMER laat zien dat de zoekzone op milieutechnische gronden geschikt is voor de ontwikkeling van een windpark en dat er geen duidelijk betere alternatieve locaties binnen de gemeente liggen. Op basis van het beleid van de gemeente Beuningen en het planMER zijn binnen de zoekzone, zoals vastgesteld door de gemeenteraad, enkele alternatieven onder­ zocht die variëren in windturbineklasse en aantal windturbines. Windpark Het windpark zal bestaan uit 5 windturbines met een ashoogte van minimaal 140 en maximaal 170 meter en een rotordiameter van minimaal 150 en maximaal 180 meter. De tiphoogte is maximaal 245 meter. Infrastructuur Bij aanleg van het windpark wordt tevens ontsluiting aangelegd.

De initiatiefnemer zorgt voor ontsluiting van de kavels door de aanleg van onderhoudswegen, die ge­ schikt zijn voor bouw- en onderhoudsverkeer. Voor de windturbines worden per­ manente kraanopstelplaatsen aangelegd ten behoeve van de bouwkranen en on­ derhoud. Met de civiele ontsluiting van het windpark is in dit plan rekening gehou­ den. Netaansluiting De door de windturbines geproduceerde elektriciteit wordt via een schakel- of transformatorstation van laagspanning naar middenspanning opgewerkt. De middenspanningskabels van de windturbines worden onder of naast de aan te leggen onderhoudswegen gelegd en aangesloten op een zogenaamd inkoopstation. In het inkoopstation wordt het windpark aangesloten op het netwerk van de netbeheer­ der. De windparkbekabeling en de kabelverbinding met de elektriciteitsnetwerk zijn planologisch niet relevant en worden in het bestemmingsplan niet apart be­ stemd.

Toelichting

16

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Te behouden functies De bestaande agrarische en andere functies binnen het plangebied blijven groten­ deels behouden, met dien verstande dat de wieken van de opgerichte windturbines over deze gronden zullen draaien.

3.3

Ruimtelijke afweging

3.3.1

Huidige situatie Het windpark Beuningen bevindt zich bij het knooppunt Ewijk. Het ligt ten zuiden van de dorpen Beuningen, Ewijk en Winssen, aan weerszijden van de A50 en wordt aan de noordzijde begrensd door de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg). Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden.

3.3.2

Autonome ontwikkelingen Geertjesgolf Geertjesgolf betreft een zandwinproject in ontwikkeling gelegen in het Winssensche Veld ten zuiden van Winssen en in de uiterwaarden van de Waal bij Deest. Gedurende 15 jaar zal in dit gebied zand (beton- en metselzand en ophoogzand) en grind worden gewonnen voor de bouwgrondstoffenvoorziening. De binnendijks in de polder gelegen plassen die door de winning zullen ontstaan worden ingericht als natuur- en recreatiegebied. Tevens zullen er natuurwaarden aan de randen van het gebied worden gerealiseerd. Grondbank De grondbank bevindt zich in de noordoostoksel van knooppunt Ewijk. Hier vindt ontwikkeling plaats van de verontdieping van een voormalige zandwinplas. Tevens wordt er een geluidswal ontwikkeld. Het betreffende gebied is reeds in ontwikkeling Beuningse plas Ten zuidoosten (tussen de ARN en de A73) van het dorp Beuningen wordt er een zandwinproject opgestart. Hierdoor zal er in de toekomst een recreatieve water­ plas: De Beuningse Plas ontstaan. De komende jaren wordt deze plas uitgegraven en zal de omgeving worden ingericht. Het idee is dat het project in 2035 is afgerond.

Toelichting

17

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

3.3.3

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Niet meegenomen ontwikkelingen Wind Wijchen Ten noorden van Woezik in de gemeente Wijchen zijn er plannen om een windpark te realiseren van 3 windturbines. Doordat er nog geen officiële stukken zijn gepu­ bliceerd kunnen de effecten van dat windpark nog niet worden meegenomen in het MER. Als planvorming officieel wordt voordat het MER is afgerond worden de ef­ fecten alsnog meegenomen in het MER. Woningontwikkeling Hoge Woerd Ten noorden van bedrijventerrein Schoenaker is de ontwikkeling van stedenbouw­ kundige verkaveling gaande, ten behoeve van woningbouw. Het ontwerpbestemmingsplan is nog niet gepubliceerd, waardoor deze ontwikkeling nog niet als auto­ nome ontwikkeling wordt meegenomen. NB. In de nabijheid van de woningontwikkeling Hoge Woerd bevinden zich reeds bestaande objecten met een woonfunctie. Voor de bestaande woningen worden de milieueffecten wel inzichtelijk gemaakt. Hierdoor ontstaat er wel een beeld van de milieueffecten door het windpark op de woningontwikkeling Hoge Woerd.

Toelichting

18

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Hoofdstuk 4 Milieueffecten

Toelichting

19

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

4.1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Inleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie moet de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan worden aangetoond en moet in het plan worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor het bestemmingsplan relevant zijn. In elke paragraaf wordt achtereenvolgens een samenvatting van het toetsingskader gegeven, gevolgd door een korte beschrijving van de milieueffecten zoals beschreven in het Milieueffectrapport (MER). Vervolgens is per aspect een conclusie opgenomen over de aanvaardbaarheid van het plan, gelet op de uitkom­ sten van het onderzoek. Voor de sectorale aspecten die tevens zijn onderzocht in de bijbehorende milieueffectrapportage (MER) geldt dat de resultaten en conclusies zijn gebaseerd op de informatie uit het concept MER. Voor een uitgebreide beschrijving van de (techni­ sche) onderzoeken wordt verwezen naar het concept MER Windpark Beuningen.

4.2

CombiMER De Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage 1994 maken onder­ scheid in: > >

Een m.e.r.-plicht voor plannen (plan-m.e.r.); Een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor projecten (project-m.e.r.).

Het doel van de milieueffectrapportages (planMER en projectMER) is ervoor zorgen dat milieuaspecten volwaardig worden meegenomen in de besluitvorming. Een mi­ lieueffectrapportage staat niet op zichzelf, maar is een hulpmiddel bij de besluit­ vorming van de overheid over een plan of project. Het oprichten van een windpark van meer dan 10 windturbines, of met een ver­ mogen van 15 MW of meer is genoemd in onderdeel bijlage 1, onderdeel D van het Besluit m.e.r. Op de activiteiten in deze zogeheten D-lijst is geen directe projectm.e.r.-plicht van toepassing maar geldt de m.e.r.-beoordelingsplicht. De gemeente Beuningen heeft ervoor gekozen om een MER op te stellen vooruit­ lopend op het instappen van een initiatiefnemer in het proces. Daarmee is de m.e.r.-beoordelingsplicht komen te vervallen. Het MER bevat de onderbouwing voor de locatiekeuze (planMER), maar zal ook voor de projectinrichting en vergun­ ningverlening (projectMER) gebruikt worden. Combinatieprocedure projectMER en planMER Nu zowel een projectMER wordt gemaakt en een planMER moet worden opgesteld, schrijft artikel 14.4b van de Wet milieubeheer voor dat de m.e.r.-procedures en de procedure voor het bestemmingsplan gecombineerd en gelijktijdig worden doorlo­ pen en dat één gecombineerd MER wordt gemaakt. Kortheidshalve wordt daarom gesproken over de 'combinatieprocedure' en enkel nog over 'het MER'.

Toelichting

20

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Voor een toelichting op het planMER-gedeelte wordt verwezen naar hoofdstuk 5 en 6 van het MER (zie bijlage A bij deze toelichting).

4.3

ProjectMER Het projectMER beoordeelt 3 inrichtingsalternatieven die merendeels gelegen zijn binnen de zoekzone windenergie. Bij het formuleren van de alternatieven is ge­ tracht een zo groot mogelijke bandbreedte op te spannen voor wat betreft het aan­ tal windturbines en de grootte ervan. De reden dat er een zo grootmogelijk band­ breedte is aangehouden is om de minimale en maximale milieueffecten in beeld te brengen. Tabel 2 geeft de eigenschappen van de alternatieven; Figuur 4 toont de afmetingen en Figuur 5 de ligging. Alle MERalternatieven zijn enkele lijnopstellingen. De zoekzone geeft geen ruimte voor alternatieve parkvarianten zoals een cluster.

Tabel 2

Figuur 4

Technische eigenschappen alternatieven Alternatief Aantal windturbines

1 4

2 6

3 8

Ashoogte (m)

165

140

120

Rotordiameter (m)

160

140

120

Tiphoogte (m)

245

210

180

Schematische weergave van de afmetingen van de 3 MERalternatieven. 245 m 210 m 140 m 1Ë0 m

Toelichting

180 m 120 m

165 m

140 m

Alternatief 1

Alternatief 2

120 m Alternatief 3

21

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 5

Overzicht ProjectMER-alternatieven van Windpark Beuningen.

'erden

I r-rrp i i |KOorsnuur

/2km

rf

A"'

w!

a

X»

tón Willem van

J Beuningen

C^Schoanaker

HQoįbl/Vd Bcrgha

Alternatief 1

jşm.

Beuningei

Gem. -ļ V Beuningen r

Rccrcattcgcòfvd De ũrocnc Hcuvck

Beunin

'erden

-

*ooism«r

“'Jpcierland. tón Willem van Aaĩsl

:ŶÁV

Beuningen

* EwIJĶj

l*

Borgharen

Alternatief 2

t r Rtxreottcgcfred De Groene Heuveh

w

*ii^ Schoenaker

Gem. r

y Beuningen qy Beunin ■rtosćn] •^Csii bŵcprtand tón Willem van Aals

orden

*ooisīRiur Beuningen

fcjjŕäfc.c.' Schoenaker

Borgharen

Alternatief 3

Gem. Beunhgi Rccrcatiegcbtcd J De Groene Heuveļşï

BeuninÇSChŗ/ĻįFjftį

Toelichting

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy |

22

e e

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

4.4

Voorkeursalternatief Mede op basis van de resultaten van het MER is een voorkeursalternatief (VKA) gedefinieerd, bestaande uit vijf windturbines waarvan de locaties vastliggen (Zie Figuur 6). Het bepalen van het VKA is een iteratief proces geweest waarbij verschillende pij­ lers een invloed spelen op de totstandkoming van het VKA. Naast milieueffecten is het VKA ook gebaseerd op de uitvoerbaarheid en lokaal en politiek draagvlak. Hoe­ wel de gemeente een sturende rol heeft bij de keuze voor het VKA ligt de eindbe­ slissing bij de partij die de vergunningaanvraag gaat indienen: de initiatiefnemer.

Figuur 6

VKA windturbineposities. ^GasJtiushof

1,3 km

" : '•'""'Cfy

Winssensc ifèK'cId

JtUkWrtuk 8

fĻangokker KnļļjEŴlJk]

İ7

o

«Mř Schoen Schoenaker. akeţį

?-

iren Het Broek t

Ewijksche Velden 0

Gem. Beuniogen tiegebied De Groene ie Heuvels \

:he Broek,

'i

Kampen^ Beuningsche Veld?

Voo rke u rsa Lte rna tief

SŴBėiSJafnļj wenũèêst

Hemen

Pompstation

Hemęnsche Broek '

EDREEF

HetBroe

īampbroek Wezel

Hoge Brug'

Hernensche Bosch

Naast de keuze in opstelling is ook een keuze in afmetingen gemaakt. Er is een bandbreedte in afmetingen onderzocht om zo in de uitvoeringsfase keuze te heb­ ben in leveranciers van turbines: Tabel 3

Afmetingen windturbines voorkeursalternatief in meters (bandbreedte). Minimaal Ashoogte 140

Maximaal 170

Rotordiameter

150

180

Tiphoogte

215

245

Toelichting

23

# #

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

4.4

Geluid

4.4.1

Toetsingskader

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Het toetsingskader voor geluid van windturbines is opgenomen in het Activiteiten­ besluit onder paragraaf 3.2.3 'In werking hebben van een windturbine'. Op grond van artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit geldt voor een windturbinepark de Lden dosismaat met 47 dB Lden als norm voor de etmaalperiode (jaargemiddeld) en 41 dB Lnight als norm voor de nachtperiode (jaargemiddeld). Aan deze norm moet worden voldaan op de gevel van een gevoelig gebouw of op de grens van een gevoelig ter­ rein. Een gevoelig gebouw betreft een geluidsgevoelig gebouw conform artikel 1 van de Wet geluidhinder (Wgh).

4.4.2

Onderzoek Er is een akoestisch onderzoek opgesteld waarin het voornemen is onderzocht(Bijlage A). Hierin is een bandbreedte in de jaargemiddelde bronsterkte beschouwd die gebaseerd is op de bronsterktes van een aantal mogelijke windturbinetypes die aan de voorwaarden voor de afmetingen voldoen. Hiertoe zijn berekeningen uitge­ voerd met het type met het laagste bronvermogen, de 'Vestas V162 5.6' (onder­ grens bandbreedte) en het hoogste bronvermogen, de 'Nordex N163/5.X' (boven­ grens bandbreedte). In onderstaande afbeeldingen is de contour van de wettelijke norm van 47 dB Lden aangeduid. Om een beeld te geven van de geluidemissie op objecten buiten deze contour is ook aangegeven waar de grens van 42 dB Lden ligt.

Toelichting

24

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 7

Lden 47- en 42 dB-contour van de VKA-Ondergrens (V162-5.6 op 140m ashoogte).

ÏĶľĵiTnma v i1 Sűftshoek

hofstad

t 'Wtteg ■Tl

mgokker

Hoev^

1

'"

. ‘I't IIL— lüverstuV ÿ

0sWMr

įñpJĒŵŪ

Ér'üňř J'N»- s Hei BroeįÁ

V/ JP ®

VKA

»

Gevoelige objecten

1'

Recreatiegebied \ i De Groene Heuvels

'SiÃetet

Geluidsniveau Ondergrens VKA

Kampop

42 dB Lden

Ewijksche Broeicţ

47 dB Lden

.Victorie

Ŝdveerskamp

Hernen

Figuur 8

(ompbr-'pk

Lden 47- en 42 dB-contour van de VKA-Bovengrens (N163 op 170m ashoogte).

ļírnjWEe ï Suitshoek ^tyfwėltol

n

““ p

pilwis Rotstad

so Ewijk

^WSíX ţfřo ,1 Hoeve^ •;į :r‘.'

ţMŴoWŕei

•-į4-- Het Broek '

Ewijk ;t he Velden 0

n. Bet ' ® .

VKA

mger

ļK. Recreatiegebied VÍ; De Groene Heuvels

Gevoelige objecten

Geluidsniveau Bovengrens VKA 42 dB Lden

Ewijksche BrockŲ^nbnj\v

| 47 dB Lden

IN0471 Scheetstamp

Hernen

Toelichting m

m

īampbroek

Bosch fc van Rijn experts in renewable energy

25

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Het aantal gevoelige objecten binnen de 42Lden contour bedraagt 11 woningen voor de ondergrens en 20 voor de bovengrens. Tabel 4

Aantallen woningen: samenvatting geluidsimmissie VKA onder- en bovenvariant. Aantal woningen met Lden > 42 Aantal woningen met Lden > 47 Ondergrens 11 1 Bovengrens 20 4

Zoals in bovenstaande tabel te zien is, zijn mitigerende maatregelen benodigd om met de onder- en bovengrens te kunnen voldoen aan de normen uit het Activitei­ tenbesluit. Deze mitigatie is mogelijk door een deel van de windturbines gedurende een periode in geluidsarme modus te laten draaien (zie akoestisch onderzoek). Na toepassing van mitigatie op de onder- en bovengrens ter reductie van het jaarge­ middeld geluidsniveau, wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit voor wat betreft geluidhinder. Tabel 5

Aantal woningen binnen de geluidscontouren, inclusief het effect van mitigerende maatregelen. Aantal woningen met Lden > 42 Aantal woningen met Lden > 47 Ondergrens 11 1 Bovengrens 20 4 Ondergrens na mitigatie5 8 0 Bovengrens na mitigatie 10 0

4.4.3

Laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van minder dan 125 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfre­ quent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de voor windturbinegeluid gel­ dende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden. Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M een brief aan de Tweede Kamer gestuurd6 met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP/Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatsse­ cretaris dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigin­ gen behoeven. Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder is op een verantwoorde manier vol­ doende beperkt door de huidige norm. De Staatssecretaris erkent dat gemiddeld 9 procent van de bewoners van woningen die op de normgrens belast zijn met wind­ turbinegeluid ernstig zal zijn gehinderd.

Dat is ook in lijn met de toelichting in 2009

5 6

Toelichting

Voor de mitigatie zie het Akoestisch onderzoek (MER Bijlage B). kenmerk brief: IENM/BSK-2014/44564.

26

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van de toenmalige minister van VROM op de ontwerp-norm voor windturbinegeluid. Zoals in de alinea hierboven is betoogd, is dat een beleidskeuze geweest waar­ bij de verschillende belangen zijn afgewogen. De 47 dB Lden-norm is gebaseerd op de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren. Hierbij is gebruik gemaakt van empirisch onderzoek, waarbij ook rekening is gehou­ den met laagfrequent geluid (met een frequentie van 125 Hz of minder), wat een onderdeel van het geluidsspectrum van windturbinegeluid is. In het kader van het MER wordt laagfrequent geluid niet apart beschouwd, omdat het een integraal on­ derdeel uitmaakt van de beoordeling van de Lden-normering. Dit wordt ook onder­ schreven in het 'Kennisbericht geluid van windturbines', een publicatie van RIVM in opdracht van de ministers van EZ en I&M.*7

4.4.4

Cumulatie Er zijn andere geluidsbronnen in de omgeving van het windpark, voornamelijk wegverkeerslawaai, het industrieterrein Schoenaker en de zandwinningsactiviteiten rond de Geertjesgolf. Cumulatie is in het akoestisch onderzoek (MER Bijlage B) voor onder- en boven­ grens van het VKA in detail behandeld, inclusief een inventarisatie van het be­ staande geluidsniveau op omliggende woningen door adviesbureau LBP-Sight. De gecumuleerde geluidsbelasting is berekend voor ca. 140 geluidsgevoelige objec­ ten; zowel binnen een straal van 1000 meter rondom de zoekzone alsook diverse maatgevende punten die net buiten de 1000-metergrens vallen. Voor de beoordeling van het aspect cumulatie is aangesloten bij de beoordelingsmethodiek van het aspect gezondheid, welke is beschreven in Hoofdstuk 4.6. Zie Bijlage B van het MER voor meer details over de cumulatieve geluidsbelasting.

4.4.5

Conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan kan worden aan de normen uit het Activi­ teitenbesluit. Voor zowel de onder- en bovengrens geldt dat de windturbines mid­ dels toepassing van geluid mitigerende modi aan de normen kunnen voldoen. Hier­ door is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.5

Slagschaduw

4.5.1

Toetsingskader Schaduweffecten van draaiende windturbines (slagschaduw) kunnen hinder ver­ oorzaken. Het contrast en de tijdsduur van de blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die kan worden ondervonden. Bij de normstelling ten aanzien van schaduwwerking is aangesloten bij de Activitei­ tenregeling milieubeheer. Hierin is opgenomen dat een windturbine moet zijn 7 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/07/22/resultaat-pilot-kennisplatform-windenergie

Toelichting

27

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

voorzien van een automatische stilstandvoorziening indien de schaduw meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag valt op een gevoelig object en indien de afstand tussen de windturbine en de woning of andere slag­ schaduw gevoelige objecten minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt.

4.5.2

Onderzoek In het slagschaduwonderzoek (Bijlage C) is de opstelling onderzocht op de afmetin­ gen 150 rotordiameter op 140 as (ondergrens) en 180 rotordiameter op 155 as (bo­ vengrens). Dit onderzoek is representatief voor de windturbinetypes (maatvoering) die het bestemmingsplan maximaal mogelijk maakt. Onderstaande figuren geven de 5:40u- en 0u-slagschaduwcontour weer. De slagschaduwduur op gevoelige ob­ jecten gelegen buiten deze 0 uur contour is verwaarloosbaar.

Figuur 9

De 5:40u en 0u slagschaduwcontouren van de ondergrens. Hierbij zijn ook nabijgelegen woningen (gevoelige objecten) weergegeven. StrandparkSlijì

Wolferen 'n*f he ei

VlĩIRWAAfÿ

AfferjJpn

leunin;

Schoenaker Hçįtgo Vcid

^RcxrêatjmetįM*a

*

ûe Groedeĩfeuvetsļ

' l'ľ J ®

ÌĢumngţd

Voorkeursalternatief

Slagschaduwcontouren ondergrens 0 uur per jaar |

| 5 uur 40 min per jaar »

Gevoelige objecten

Gerrť Wijchen

’Ŵ

BUSTĪRHOl

lm#

g ,-

Toelichting

28

« #

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 10

De 5:40u en 0u slagschaduwcontouren van de bovengrens. Hierbij zijn ook nabijgelegen woningen (gevoelige objecten) weergegeven. Wolferen

ŚtrandparJfíŠlijï

Loenen

^ITĩRWAĄf^f Loenen

.m.

Afferjįen

* KOOlSľí

Hqpge Veld.

Gem

*- 0 ĝeumnġţïï

^

«Neertļ

schMI ®

Voorkeursalternatief

\ Ŵ

Slagschaduwcontouren bovengrens 0 uur per jaar

I -I 5 uur 40 min per jaar *

Gevoelige objecten

Gem Wĩjchen

BUSTERHUi

'rM

In de tabellen hieronder wordt het aantal gevoelige objecten van derden binnen de slagschaduwcontouren gegeven.

Tabel 6

Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren van de opstellingen. Aantal woningen binnen Ondergrens Bovengrens

0 uur-contour 3112 3193

1

5:40 uur-contour 38 69

Omdat niet wordt voldaan aan de norm van de Activiteitenregeling is het nodig om een stilstandvoorziening toe te passen. Deze voorziening schakelt de windturbine uit wanneer deze normoverschrijdende slagschaduw veroorzaakt, afhankelijk van tijd, datum, windrichting en bewolking. Het gaat om een totale stilstand van circa 24 uur en 30 minuten per jaar voor de ondergrens en 39 uur en 30 minuten per jaar voor de bovengrens (Zie MER Bijlage C).

4.5.3

Conclusie Aan de normen voor slagschaduw kan worden voldaan door een stilstandregeling toe te passen. Deze stilstandregeling vloeit rechtstreeks voort uit de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer. Voor Windpark Beuningen geldt echter de bo­ venwettelijke planregel dat alle slagschaduw op woningen in de omgeving moet worden voorkomen door middel van de stilstandsregeling. In de praktijk zal er dus geen slagschaduw optreden op woningen in de omgeving.

Toelichting m

m

29

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

4.6

Gezondheid Effecten Screening (GES)

4.6.1

Toetsingskader Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score (gezondheidseffectscreening) de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen be­ schouwd. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico's zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die niet altijd voldoende zijn om risico's en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die met een GES beoordeeld worden op mogelijke gezondheidseffecten. (Bron: InfoMil). Aangezien de cumulatieregels alle geluid omrekenen naar wegverkeer equivalente geluidsniveaus wordt de GES-beoordeling van wegverkeer gehanteerd om het ge­ cumuleerde geluidsniveau om te rekenen naar een GES-score. Op deze manier krijgt dus elke woning een GES-score waarbij cumulatie met andere geluidsbronnen in de omgeving is verwerkt. Een GES-score is een getal van 0 t/m 8, waarbij bij score 6 het Maximaal Toelaatbare Risico wordt overschreden. In het MER is voor wonin­ gen in de buurt van het windpark een GES-score berekend.

Tabel 7

Relatie tussen de cumulatieve geluidsbelasting en de GES-scores. GES-score Beoordeling van (dB) tot (dB) GES 0 Zeer goed 0 43 GES 1 Goed 43 48 GES 2 Redelijk 48 53 GES 4 Matig 53 58 GES 5 Zeer matig 58 63 GES 6 Onvoldoende 63 68 GES 7 Ruim onvoldoende 68 73 GES 8 Zeer onvoldoende 73 100

4.6.2

Onderzoek De GES-scores zijn bepaald door het cumulatieve geluidsniveau voor en na de komst van de windturbines te berekenen. De som van de GES-scores van de wonin­ gen is een (versimpelde) maat voor het totale gezondheidseffect van een situatie. De toename van deze GES-score is gebruikt om het gezondheidseffect van de on­ der- en bovengrens van het VKA te meten. Onderstaande tabel toont de uitkomsten van de GES beoordeling voor de ca. 140 onderzochte omliggende woningen, alsmede de toename ervan ten opzichte van de referentiesituatie.

Toelichting

30

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

Tabel 8

Aantallen woningen per GES-klasse, per alternatief. Huidig VKA excl mitigatie onder boven 0 0 0 GES 0 10 7 6 GES 1 GES 2

29

GES 4

59

GES 5

23

GES 6

15

GES 7

5

GES 8 Totaal

0

Totale GES-score Toename to.v. huidig*

28 58 28 15 5 0

22 62 28 18 5 0

VKA incl mitigatie onder boven 0 0

8 27 58 28 15 5 0

8 25 60 28 15 5 0

141

141

141

141

141

544

560 12

581 16

559 11

563 13

* Het feit dat de toename van de GES-score kleiner is dan het verschil tussen de sommen van de GES­ scores wordt veroorzaakt door het feit das GES-score 3 niet bestaat. Voorbeeld: een woning die van score 1 naar score 4 gaat ondervindt een toename van 2 klassen.

Daarnaast is in het akoestisch onderzoek (MER Bijlage B) de toename van het cu­ mulatieve geluidsniveau van de individuele woningen onderzocht: > Bij zowel de onder- als de bovengrens zijn er 2 woningen waar de toename van het cumulatief geluidsniveau tenminste 5 dB bedraagt. Bij geen van de omlig­ gende woningen verhoogt de GES-score naar 6 (onvoldoende). Zie onder­ staande tabel: Tabel 9

Overzicht van alle woningen waar de cumulatieve geluidsbelasting a.g.v. het VKA met 5 dB of meer toeneemt. Een GES-score van 5 is te classificeren als 'zeer matig'. VKA onder VKA boven (incl. mitiga- (incl mitigaAdres huidig tie) tie) 2 5 5 Kooistraat 7 Winssen 4 5 5 Elsenpas 2 Ewijk oostgevel

> Er zijn geen woningen waar de GES-score als gevolg van het windpark toeneemt naar een 6 ('onvoldoende'). > Hoewel er een groot verschil zit in de geluidsproductie van de onder- en boven­ grens van het VKA is het verschil in effect op de GES-scores gering. Dit is te ver­ klaren door de mitigatie: er moet voor de bovengrens meer worden teruggere­ geld dan voor de ondergrens. Dit heeft een nivellerend effect.

Toelichting

31

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

4.6.3

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Conclusie Bij geen van de onderzochte woningen is sprake van een toename in de GES-score naar 6 als gevolg van het windpark. Dit betekent dat het Maximaal Toelaatbare Ri­ sico wordt niet wordt overschreden als gevolg van het windpark. Daarnaast blijkt dat er weinig verschil bestaat tussen de onder- en bovengrens van het VKA, voor wat betreft gezondheidseffecten.

4.7

Bodem, archeologie, Water

4.7.1

Bodem Voor het milieuaspect bodem wordt getoetst of op de locatie verontreinigde gron­ den te verwachten zijn. Hiermee kan een inschatting worden gemaakt of verontrei­ niging te verwachten en aan te treffen is tijdens de bouw van het windpark.

4.7.1.1

Toetsingskader Op grond van de Wet bodembescherming dient, in verband met de uitvoerbaarheid van een plan of project, rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak (ernstige verontreinigingen). In de Wet bodembescherming is be­ paald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan wor­ den gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesa­ neerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bo­ dem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

4.7.1.2

Onderzoek en resultaten Bij de aanleg van de windmolens zullen bodemwerkzaamheden plaatsvinden. De verankering van de windmolens vindt plaats met een betonnen voet. Daardoor zal een hoeveelheid grond ontgraven moeten worden. Voor de uitvoeringsfase zal in het kader van de bouwvergunning en de Arbowet een bodemonderzoek ter plaatse van de posities moeten worden uitgevoerd. Vanuit de functie van windturbines worden verder geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de bodem. Er is immers geen sprake van de langdurige aanwezigheid van personen. Voor moderne windturbines geldt dat er geen sprake is van potentieel bodembedreigende activiteiten. Bij aanof afvoer van grond zal uiteraard aan het Besluit bodemkwaliteit worden voldaan. Voor het afgraven van grond ten behoeve van de aanleg van de molenfundamen­ ten, bouw- en onderhoudswegen en kraanopstel-plaatsen is in sommige gevallen een vergunning nodig op grond van de Ontgrondingenwet.

Toelichting

32

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Voor de inschatting van de bodemkwaliteit op de locaties van de windturbines is bekeken of er op dit moment bedrijfsactiviteiten op de locaties plaatsvinden, waar­ bij potentieel bodemverontreiniging kan ontstaan en of in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden, waarbij verontreiniging is ontstaan. Om dit inzichtelijk te maken is aansluiting gezocht bij de bodemkwaliteitskaart van de Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN). Zoals te zien in onderstaande fi­ guur ligt het plangebied volledig in de bodemkwaliteitszone buitengebied. In het rapport bij de bodemkwaliteitskaart MARN wordt toegelicht dat het gehele buiten­ gebied (groen gemarkeerd in Figuur 11) na bodemonderzoeken is geclassificeerd als bodem met een hoge kwaliteit, namelijk Landbouw/natuur (achtergrondwaarden - AW2000). De aanleg van kabels is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Daarvoor wordt, indien nodig, een onderzoek en melding Bbk uitgevoerd. Figuur 11

Uitsnede van bodemkwaliteitskaart met legenda.

Ëeuningen

Deelgebiedenkaart 8c Zonekaart (BG 8« OG) Legenda Buitengebed Wonen Wonen Wijchen H Industrie Uiterw aarde/waterbodem Grondwater oeschermingsgetxed

Toelichting m

m

Project:

BKK MARN

Opdrachtgever: MARN

Datum: Project» r.

26-10-2011

Auteur:

L. Vtsschedijk

Gezien:

Kaartnr. 5

11J023

M Stienstrat "Ccf s

0

1

2

MIUEU - RUMTC - WATER

r^n

4

1:120.000

(A3)

å N

Goilandstraat 26 7418 AZ Deventer TEL 0570-504/86 FAX 0570-504/90

33

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

4.7.2

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Archeologie Voor het milieuaspect archeologie wordt getoetst of op een bepaalde locatie ar­ cheologische waarden bekend zijn dan wel te verwachten zijn. Ten behoeve hiervan worden windturbines die binnen of in de nabijheid van een terrein van archeolo­ gische waarde of een gebied met een (middel)hoge archeologische verwachting zijn gelegen in beeld gebracht. Hiermee kan een inschatting gemaakt worden of arche­ ologische waarden te verwachten en aan te treffen zijn tijdens de bouw van het windpark.

4.7.2.1

Toetsingskader Wet op de archeologische monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplemen­ teerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Gemeenten zijn verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die ma­ nier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Na de invoering van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving hebben provincies de bevoegdheid gekregen om zogenaamde attentiegebieden aan te wij­ zen. Dit zijn gebieden die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting waardevol zijn. Gemeenten zullen in dat geval verplicht worden hun bestemmings­ plannen) in het desbetreffende gebied te herzien. Gemeenten kunnen dan in het bestemmingsplan deze gebieden archeologische waarden toekennen waarbij een vergunning met onderbouwend archeologisch onderzoek verplicht gesteld wordt.

Toelichting

34

Bosch

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

van Rijn

experts in renewable energy

4.7.2.2

Onderzoek en resultaten

Figuur 12 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied gemeente Beuningen, onherroepelijk: 01-08-2012. Plan­ gebied WP Beuningen is rood omcirkeld. 4

4- 4/4 4 4 4

4 4 4- 4

4- 4-,

h 4-4-44 4 4 4 4-4-4-' 4-/4- 4- 4F 4-4 4-4F 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

r+ 4*

4 -īļ -K"

,4 4

4 4 4 4 4 -F 4 4 4 4 4 4 4

A- 4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4

4 4

4 4 4 '4 4 4 4 4 4-

4 4 4 4 4 4

,4 -K 4 4

4 4 4

44/4444 .4 4 4 4

4 4

jţ- 4 4 4

4 4 4 4/4

4 4/4,

4 4 4

Wezel

temen

Bovenstaande uitsnede laat zien dat het gehele plangebied is aangeduid met de dubbelbestemmingen 'waarde archeologie' [+++J. Voor een klein gedeelte van het

plangebied, gelegen in de hoek die wordt gevormd door de N322 (Maas en Waal­ weg) en de Betenlaan, gaat het om de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. In de rest van het gebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' van toepassing. Voor het VKA geldt dat alle windturbines zijn gesitueerd in gebied met de dubbel­ bestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Volgens de regels bij het bestemmingsplan

zal een archeologisch rapport moeten worden overlegd wanneer een bouwwerk in dit gebied groter is dan 2000m2. Uit het archeologisch vooronderzoek dat naar aan­ leiding van deze bepaling is uitgevoerd blijkt dat voor delen van het projectgebied nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De archeologische waarde wordt overgenomen in het bestemmingsplan waarmee de verplichting tot nader archeo­ logisch onderzoek en de aanlegvergunningplicht blijft bestaan.

4.7.3

Water Voor het milieuaspect water wordt getoetst of windturbines voorzien zijn op of na­ bij gronden die relevant zijn voor de waterhuishouding. Ten behoeve hiervan wordt gekeken naar grondwater, grondwaterbeschermings- en waterwingebieden en naar waterbergingsgebieden.

Toelichting m

m

35

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

4.7.3.1

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Toetsingskader Op grond van de Wro moet bij een ruimtelijke ontwikkeling inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding. In de Waterwet is de waterhuishouding, veiligheidsnormering voor primaire water­ keringen, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. Waterschap Rivierenland draagt in het plangebied zorg voor het functioneren van het watersys­ teem. De Keur van het Waterschap Rivierenland 2014 is van kracht op de water­ huishouding in het plangebied. Bijbehorende leggers bepalen het toepassingsge­ bied van de keur.

4.7.3.2

Onderzoek Onderstaande figuur toont de aanduidingen gerelateerd aan water uit de omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

Figuur 13

Omgevingsverordening Gelderland. Kaart 6: regels Water en milieu. Projectgebied in rood. Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018) | Borirgsvrijezone ĵ ys/ Functies var water Grondwaterbeschennin gsgebied /y Intrekgebied

Gemeenfe Beuningen

-----Koude-warmteopslagvrijezone ļ Water™gebied

Grondwater Door gebruik te maken van niet-uitlogende bouwmaterialen wordt uitspoelen van stoffen voorkomen. Uitspoelen van stoffen, en daarmee veranderingen van de grondwaterkwaliteit, wordt daarmee uitgesloten. Als de windturbines eenmaal in werking zijn, dus nadat mogelijke bemalingen tijdens de bouwfase zijn beëindigd, is er geen relatie met het grondwater. Figuur 13 laat zien dat er zich geen waterwingebieden bevinden binnen het plange­ bied. Het intrekgebied in het meest westelijke deel van het gebied kent alleen een verbod op fossiele energiewinning en is daarom voor Windpark Beuningen niet re­ levant.

Toelichting m

m

36

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=13f1bc8e-190d-4188-a61c-509ef3674d69