01 Algemene Plaatselijke Verordening 2022
Tekst van het document
00.00/01.00
19.00
23.00
80
80
dB(A)
dB(A)
LAeq op de
65
65
gevel van
dB(A)
dB(A)
65 dB(A)
80 dB(A)
gevoelige gebouwen óf op 50 meter
b. Geluidnormen worden gemeten op een hoogte van 1,5 meter. 7.
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en
exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra
muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk: -
bij muziekweergave, op dagen waarop een algemene vrije dag volgt, binnen het
bebouwde deel om 02.00 uur te worden beëindigd; -
bij muziekweergave, op dagen waarop géén algemene vrije dag volgt, binnen het
bebouwde deel om 01.00 uur te worden beëindigd;
-
bij muziekweergave, op dagen waarop een algemene vrije dag volgt, buiten het
bebouwde deel om 01.00 uur te worden beëindigd; -
bij muziekweergave, op dagen waarop géén algemene vrije dag volgt, buiten het
bebouwde deel om 00.00 uur te worden beëindigd.
Artikel 4:4 – 4:5 [gereserveerd]
Artikel 4:6 Overige geluidshinder 1.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het
Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING
Artikel 4:7 [gereserveerd]
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 4:9AVerbod oplaten ballonnen 1.
Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete
lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. 2.
Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon,
sfeerballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon en geluksballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft. 3.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
4.
Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de
Wet Luchtvaart. 5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 3. HOUTOPSTANDEN: THANS DE BOMENVERORDENING 2012 Artikel 4:10 – 4:12 [gereserveerd]
AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, enz. 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de
gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade
aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
vaartuigen of onderdelen daarvan; b.
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
c.
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het
plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d.
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.
Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een bepaald voorwerp
of bepaalde stof: op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben 3.
Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere
regels stellen. 4.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de
Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening, de Wet milieubeheer of het Besluit Beheer Autowrakken.
Artikel 4:14 [gereserveerd]
Artikel 4:15 Vergunningplicht handelsreclame 1.
Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een
onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 2.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
a.
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een
onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
b.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen
door de overheid; c.
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan
1 meter die betrekking hebben op: i.
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting
van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; ii.
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt
uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; d.
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde
bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het
openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 3.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
a.
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b.
in het belang van de verkeersveiligheid;
c.
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van
een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4.
De weigeringsgrond van het derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken met
uitzondering van vergunningvrije bouwwerken. 5.
De weigeringsgrond van het derde lid onder b geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door of krachtens de Wet milieubeheer.
Artikel 4:16 [gereserveerd]
AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN
Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik
door de rechthebbende op een terrein. 3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in
het belang van: a.
de bescherming van natuur en landschap; of
b.
de bescherming van een stadsgezicht.
5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1.
Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het college
aangewezen plaatsen. 2.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen
genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.
HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN
Artikel 5:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels
en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; b.
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens (RVV 1990) .
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1.
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
a.
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
b.
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
2.
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
a.
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b.
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
3.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a.
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te
parkeren binnen een cirkel met een straal van […] meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b.
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
4.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
5.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1.
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te
parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2.
Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.
3.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud
en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
milieubeheer.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 1.
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente of te hebben op dezelfde plaats op de weg of met verandering van plaats binnen een straal 400 meter. 2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef en
onder a. 3.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. 4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van
meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van
meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3.
Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag
tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
4.
Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers,
kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5.
Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing
verlenen. 6.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9 – 5:10 [gereserveerd]
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1.
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van
gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2.
Dit verbod is niet van toepassing:
a.
op de weg;
b.
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
overheid; en c.
op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor
dit doel zijn bestemd. 3.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12 [gereserveerd]
AFDELING 2. COLLECTEREN
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3.
Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:
a.
in besloten kring of;
b.
door een instelling met een CBF-keurmerk wordt gehouden.
4.
De gemeente streeft naar een gelijkmatige verdeling per kern in de vrije en vaste
weken. 5.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 3. VENTEN
Artikel 5:14 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2.
Onder venten wordt niet verstaan:
a.
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet ; b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15 Ventverbod Het is verboden te venten tussen 20.00 uur en 07.30 uur.
Artikel 5:16 [gereserveerd]
AFDELING 4. STANDPLAATSEN
Artikel 5:17 Begripsbepaling 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op
een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
a.
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
aanhef en onder h, van de Gemeentewet ; b.
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of
te hebben. 2.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
a.
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet
voldoet aan redelijke eisen van welstand; b.
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel
van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de
vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 4.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.
Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op
bouwwerken.
Artikel 5:21 [gereserveerd]
AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 – 5:23 [gereserveerd]
AFDELING 6. OPENBAAR WATER
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit: a. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water;
b. gevaar oplevert voor het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Artikel 5:25 Gemotoriseerde vaartuigen 1.
Het is verboden gebruik te maken van gemotoriseerde vaartuigen op alle
binnenwateren van de gemeente Beuningen met uitzondering van de Waal. 2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de gekleurde binnenwateren op de
kaart ‘Recreatief varen in Beuningen, wanneer gebruik wordt gemaakt van vaartuigen met elektromotoren met een vermogen tot maximaal 2500 Watt en een lengte van maximaal 7 meter. 3.
Het is verboden sneller te varen dan 6 km per uur.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van lid 1 en lid 2 ten behoeve
van bedrijfsmatige activiteiten. 5.
Voor het gebruik van gemotoriseerde vaartuigen op de recreatieplas in de Groene
Heuvels is artikel 5:25 APV niet van toepassing. 6.
Het college is bevoegd de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen’ vast te stellen.
Artikel 5:26 Gebruik recreatieplas in de Groene Heuvels 1.
Het is verboden met een gemotoriseerd vaartuig zich te bevinden in het door
rechthebbende aangewezen deel dat bestemd is als zwemwater. 2.
Het is verboden te waterskiën of te laten waterskiën dan wel op soortgelijke wijze
van het openbaar water gebruik te maken, met uitzondering van de daartoe door de rechthebbende aangewezen en aangelegde waterskibanen. 3.
Het is verboden zich met een waterscooter in het openbaar water te bevinden.
Artikel 5:27 Aanleggen van vaartuigen 1. Het is verboden om vaartuigen aan te leggen op of aan oevers van het openbaar gebied.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. bij een voor dit doel aangebrachte voorziening in het openbaar gebied. b. bij oevers in particulier bezit.
Artikel 5:28 – 5:34 [gereserveerd]
AFDELING 7 – 9 [GERESERVEERD]
HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens de vorige artikelen bepaalde en de op grond
van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van tweede categorie. 2.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover via de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht de Wet op de economische delicten van toepassing is.
Artikel 6:2 Toezichthouders De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering en de door het college dan wel door de burgemeester aangewezen toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening zoals deze is vastgesteld op 17 december 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening 2022 (APV 2022).
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen in de vergadering van 11 oktober 2022
De griffier
De voorzitter van de raad