NIEUW - 24094.03 - Nota Zienswijzen TAM-omgevingsplan Oostzijde stationsomgeving
Tekst van het document
Nota Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen TAM-omgevingsplan Oostzijde stationsomgeving Best
1.
Algemeen
Het ontwerp TAM-omgevingsplan Oostzijde stationsomgeving Best heeft met ingang van 12 juni 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis te Best en is gepubliceerd op de gemeentelijke website. Het TAM-omgevingsplan was tevens digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon eenieder een zienswijze over het TAM-omgevingsplan inbrengen. Gedurende de ter inzagelegging zijn er 12 zienswijzen binnengekomen.
2.
Wijze van behandeling
Onder 3 en 4 is een overzicht van de ingekomen zienswijzen opgenomen. Iedere reclamant (indiener zienswijze) heeft een nummer gekregen om de reactie te kunnen onderscheiden. In het overzicht is de beantwoording van gemeentewege op de ingebrachte zienswijze opgenomen. Per reclamant zijn opgenomen: -
adres van reclamant (geanonimiseerd in kader van Wbp1);
-
datum van indiening zienswijze (dagtekening) en datum van ontvangst;
-
een samenvatting van de zienswijze;
-
per zienswijze is de reactie van de gemeente opgenomen;
-
in de conclusie is aangegeven of de reactie leidt tot een wijziging of aanvulling van het TAMomgevingsplan Oostzijde stationsomgeving Best.
Alle zienswijzen zijn ontvankelijk verklaard. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen kan er sprake zijn van door te voeren wijzigingen in het vast te stellen TAM-omgevingsplan. Voor zover dit het geval is, wordt dit vermeld in de betreffende zienswijze en het onderdeel wijzigingen van de nota zienswijzen.
3.
Overzicht indieners zienswijzen
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de ingekomen zienswijzen van de reclamanten.
1
Naam
Nr
Bewoner Tamboer 30 (PI24-01566)
1
Waterschap De Dommel (PI24-01771)
2
Bewoner Kruisparkweg 4 (PI24-01781)
3
Bewoner Oirschotseweg 41 (PI24-01780)
4
Wet bescherming persoonsgegevens
1
ProRail (PI24-01793)
5
Bewoner Kruisparkweg 10 (PI24-01782)
6
Bewoners Rembrandtlaan (BL24-06529)
7
Bewoner Kruisparkweg 20 (PI24-02217)
8
IVN Best (BL24-06671)
9
NS (PI24-02215)
10
Werkgroep Spoorstraat en BewonersOverleg Naastenbest (BL24-06670)
11
Bewoner Rembrandtlaan 34 (BL24-06667 & BL24-06666)
12
4.
Ingekomen zienswijzen
Hieronder worden de ingekomen zienswijzen in samenvatting weergegeven (links), daarnaast een reactie van de gemeente en onderaan een conclusie ten aanzien van de noodzaak om het TAMomgevingsplan aan te passen op basis van de overwegingen ingebracht in de zienswijzen.
1.
Tamboer 30
Ingekomen 17 juni 2024/ dagtekening 13 juni 2024 Zienswijze a. Nadelige invloed zon Molenhuis
Reactie gemeente Voor de bezonning van woningen bestaan geen wettelijke normen. Dat neemt niet weg dat voor een TAM-omgevingsplanprocedure een afweging plaats dient te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen. Het effect van de nieuwe ontwikkeling op het Molenhuis is in een bezonningsstudie onderzocht. Vergeleken met de huidige maximale planologische situatie treedt een verslechtering op qua bezonning in de late middag. Doordat er in de ochtend en middag wel voldoende bezonning is op het onderzochte perceel, kan er niet gesproken worden van een onaanvaardbare situatie. De conclusie is dat de gevolgen niet dermate groot zijn dat de nieuwbouw onredelijke afbreuk doet aan het woongenot van de woningen in het Molenhuis en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van bezonning. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de deskundigheid van dit rapport. Als bewoners van mening zijn schade te ondervinden door deze ontwikkeling vanwege 2
enige afname van bezonning c.q. enige aantasting van het woon- en leefklimaat, dan bestaat de mogelijkheid om daartoe een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen bij de gemeente. Dit kan worden ingediend nadat een omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit die eventueel kan leiden tot een vermindering van bezonning. Hierbij geldt een normaal maatschappelijk risico. Slechts als de toerekenbare schade aan het eigen object dit risico overstijgt, komt het meerdere voor vergoeding in aanmerking. Voor een verdere toelichting op de bezonningsstudie wordt verwezen naar paragraaf 2.6 van de motivering en bijlage 15 van de motivering van het TAM-omgevingsplan. b. Geluidbelasting Molenhuis verwarmings- en koelinstallatie
In artikel 4.107 lid 2 van het Besluit bouwwerken (Bbl) leefomgeving staat regelgeving opgenomen voor wat betreft installaties voor warmte- of koudeopwekking. Hierin wordt vermeld dat de installaties niet meer dan 40 dB(A) aan geluid mogen veroorzaken bij de buren. Deze regelgeving is enkel van toepassing op nieuwbouw en dus niet van toepassing op bestaande bebouwing (zie hiervoor artikel 4.1 BBL). In artikel 4.101 Bbl staat dat een bouwwerk in een verblijfsgebied bescherming biedt tegen geluid van buiten. Dit is een algemene zorgbepaling. Het is mogelijk dat de installatie van het Molenhuis door de nieuwbouw in Stationsgebied Oost niet meer kan voldoen aan de waarde van 40 dB(A) op de perceelsgrens (de zogenaamde ‘omgekeerde werking’). Dit zal onderzocht moeten worden (dit geldt overigens ook voor andere potentiële geluidbronnen). Uit artikel 4.101 Bbl vloeit voort dat de bouwer moet zorgen dat er voldoende maatregelen worden getroffen om de nieuwe bewoners tegen geluid van buiten te beschermen.
c. Privacy Molenhuis
Vanwege de grote woningvraag wordt ingespeeld op efficiënt ruimtegebruik. In de Omgevingsvisie van de gemeente Best is aangegeven dat bij de stationsomgeving kansen liggen om in dit gebied een aantrekkelijk 3
stedelijk woonmilieu te ontwikkelen. Hierbij moet in ogenschouw genomen worden, dat onder het vigerende bestemmingsplan al woningbouw in de nabijheid van het Molenhuis mogelijk is. Dit neemt niet weg dat er rekening wordt gehouden met de privacy van omwonenden. Volgens vaste rechtspraak is aan het wonen in een stedelijke omgeving inherent dat er enige inkijk is, waardoor er niet snel sprake is van onevenredige aantasting van de privacy en het woongenot. De Afdeling wijst in dit verband op de uitspraken van 27 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1285, 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1816, en 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2926. Elke ontwikkeling heeft een bepaalde impact op de omgeving. Er wordt afgewogen in hoever de toename aan de aantasting van de privacy aanvaardbaar is. Hierin wordt bijvoorbeeld de afstand, situering, ligging van het stedelijk gebied en de bestaande planologische mogelijkheden meegewogen. d. Voorstel vanuit reclamant: - Leg die ontsluiting van de parkeergarage rechtstreeks naar de nieuwe Brainportlijn waarbij deze straat gepositioneerd wordt op het tunneldek. - De vier nieuwe gebouwen aan de westzijde van Molenhuis zes meter opschuiven richting spoorlijn. Hierdoor ontstaat extra ruimte in de drie dwarsgeplaatste appartementsgebouwen, waardoor 19 extra appartementen gerealiseerd kunnen worden.
- Als extra locatie voor nog meer extra appartementen kan men boven op de parkeergarage aan de noordzijde zonder verdere problemen nog meer woonruimte creëren.
De ontsluiting van de parkeergarage op de Molenstraat is vanuit verkeerskundig oogpunt de meest veiligste optie. Met een andere ontsluiting worden met name de zichtlijnen op het kruisende verkeer (voetgangers, fietsers, auto’s richting de kiss en ride en bussen) slecht, doordat de bebouwing het zicht blokkeert. Daardoor is de kans groter dat twee kruisende verkeersdeelnemers elkaar (te) laat zien en plots op de rem moeten trappen. Bovendien is samen met ProRail en NS gekeken naar de positionering in verband met toekomstige ontwikkelingen. Een blinde doorsteek door de bebouwing leidt tot een minder gevoel van sociale veiligheid, met name in het donker. De kans bestaat dat de locatie zich ontwikkelt tot bijvoorbeeld een hangplek voor jongeren. Bovendien is vanuit stedenbouwkundig oogpunt het gedachteprofiel aan de verlengde stationsstraat van belang om de uitstraling kwalitatief rustig en eenduidig te houden. Vanwege de zone rond het spoor waarin het risico op trillingen aanwezig en het minimaal noodzakelijke wegprofiel, is het niet mogelijk om de gebouwen op te schuiven. Bovendien is het van belang om aan de randen van het plan een 4
groene invulling te realiseren. Hierdoor sluit de bebouwing minder hard en stenig aan op het wegprofiel. Het is stedenbouwkundig gezien niet wenselijk om boven op de parkeergarage woonruimten te realiseren. Conclusie Voor wat betreft de geluidbelasting van de airco installaties wordt nader onderzoek uitgevoerd. Voor wat betreft het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het TAMomgevingsplan.
2.
Waterschap De Dommel
Ingekomen 10 juli 2024 / dagtekening 8 juli 2024 a. De wateraspecten dienen beter uitgewerkt en geborgd te worden. Reclamant heeft verzocht om aan te geven hoe het plan rekening dient te houden met wateroverlast en hoe wordt voorkomen dat de wateroverlast ‘verschuift’ naar de deels laagelegen buurpercelen. Reclamant verzoekt u om deze opmerking te verwerken in de plantoelichting en hier nog aandacht aan te besteden.
Naar aanleiding van de zienswijze is de planmotivering aangepast.
b. De infiltratiecapaciteit van de bodem is niet onderzocht. In de vooroverlegreactie heeft reclamant verzocht om de infiltratiecapaciteit van het plangebied te onderzoeken om zo tot een keuze te komen welke waterbergende voorzieningen kunnen worden toegepast in het plangebied. Reclamant verzoek om eerst een infiltratieonderzoek uit te voeren en dan een passend systeem erbij te ontwerpen.
Naar aanleiding van de zienswijze is artikel 9.2 van de planregels aangepast: Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het toestaan van gebouwen en/of bouwwerken dient het volgende te worden aangetoond/geleverd: a. er wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld b. een infiltratieonderzoek; b. een waterhuishoudkundig plan met daarin de totale waterbergingsopgave van de totale ontwikkeling; c. bij het bepaalde in sub b dient rekening te worden gehouden met de waterhuishouding, waarbij er specifiek aandacht wordt besteed aan het treffen van waterbergende voorzieningen in de vorm van: 5
1. gebouwdaken: waterretentie onder extensieve vegetatie; 2. binnenhoven: infiltratie en buffering in volle grond; 3. daktuin: waterretentie onder intensief groendak; 4. infiltratie zone: waterinfiltratie in groenzone straatprofiel. c. De bronvermelding van de GHG klopt niet. In de motivering is in paragraaf 4.7 een GHG genoemd van 13.70m+NAP op basis van de gegevens van de GxG kaarten van het waterschap. Het waterschap heeft geen gegevens van de grondwaterstanden van de planlocatie. Reclamant verzoekt om de bronvermelding aan te passen.
Naar aanleiding van de zienswijze is de bronvermelding in paragraaf 4.7 aangepast.
d. In de toelichting is vermeld dat op een later moment een waterhuishoudkundig plan zal worden opgesteld. Dit is juridisch niet vastgelegd in de planregels. Reclamant verzoekt om een voorwaardelijke verplichting op te nemen dat een waterhuishoudkundig plan onderdeel is van de omgevingsvergunningaanvraag.
Zie de reactie onder b.
e. In artikel 9.2 van de planregels is een Zie de reactie onder b. planregel opgenomen zonder prestatiedoel in de hoeveelheid berging die wordt gerealiseerd. Reclamant verzoekt om de planregel te kwantificeren voor de vaststelling van het plan. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze zijn is artikel 9.2 van de planregels en paragraaf 4.7 van de motivering aangepast.
3.
Bewoner Kruisparkweg 4
Ingekomen 12 juli 2024 / dagtekening 12 juli 2024 a. Reclamant geeft aan dat het onmogelijk is om de oostzijde los van de westzijde te ontwikkelen. Reclamant geeft aan dat er namelijk problemen t.a.v. parkeren en verkeer ontstaan. De westzijde zal door tijdelijke noodzakelijke ingrepen nog jaren een verschrikkelijk aanzien hebben.
Bij het ontwerpplan dat ter inzage heeft gelegen werd uitgegaan van oudere parkeerdrukmetingen uit 2019. De meest recente data zijn verwerkt en aangevuld in het TAM-omgevingsplan. Bureau Goudappel Coffeng heeft een nieuwe analyse opgesteld op basis van de meest recente inzichten. Er is gekozen om voor wat betreft de 6
omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel/spelregelkaart en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde behouden. De extra beoordeling laat zien dat het risico op een parkeerknelpunt klein en acceptabel is gegeven ervaringen elders. Dat geldt zowel voor de bouwperiode als de eindsituatie. Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek. b. Reclamant geeft aan dat door de voorgenomen bouwhoogte het dorpse karakter verdwijnt. De hoge gebouwen zullen zorgen voor verlies van zicht naar de kerktoren en voor windstromen.
De bebouwing aan het station is deels stedelijk, hetgeen passend is bij een knooppunt van belang, dat het station immers is. De bouwhoogtes lopen af richting de Hoofdstraat en de Molenstraat om deze ontwikkeling aan te laten sluiten op de historische linten en zodoende ook in te passen in het karakter van Best. Lange bouwvolumes worden opgedeeld in kleinere bouweenheden en hoogtes om lange wandvorming te voorkomen. Op deze manier komen er ook enkele doorkijken richting de kerk. Vanaf de Hoofdstraat/Oirschotseweg blijft het zicht op de kerk volledig intact en zal in de stedenbouwkundig-architectonische uitwerking veel aandacht worden gegeven aan het volledige ensemble van de verschillende bebouwingen.
c. Reclamant voert aan dat de gehanteerde parkeernorm niet realistisch is. De gemeente Best heeft namelijk ook een regio functie voor reizigers van omliggende dorpen en voor reizigers van Eindhoven Airport.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (Nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende 7
parkeerplekken gerealiseerd. Tijdens een parkeerdrukmeting is aangetoond welke doelgroepen in het stationsgebied parkeren. Ruim 40% van de geparkeerde auto’s, waren bijvoorbeeld reizigers die hier parkeren en daarna met de bus naar Eindhoven Airport gaan. Invoering van parkeerregulering zal leiden tot een verandering van het soort reizigers die in het gebied parkeren. Hierdoor worden reizigers van buiten Best geweerd en wordt ruimte geboden aan forenzen uit Best en omgeving. Welke vorm van parkeerregulering er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Parkeerregulering kan gaan om (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaald parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Doel van het parkeerregime is om regionale automobilisten zo min mogelijk te laten parkeren in de stationsomgeving van Best. Bovendien is een doel om de mobiliteitstransitie te bevorderen vooral onder nieuwe bewoners van de nieuwbouw. d. Reclamant geeft aan dat het gebruik voor deelauto’s nog erg laag is. Reclamant geeft de angst aan voor een parkeerprobleem.
Het parkeerbeleid van de gemeente Best geeft aan dat het gebruik van deelvervoer actief gestimuleerd en aangeboden dient te worden door de ontwikkelaar. De reductie die vervolgens op het aantal parkeerplaatsen kan worden gehanteerd is 20%. Bij het opstellen van het parkeerbeleid is dit percentage bepaald op basis van ervaringscijfers elders. Voorwaarde voor de reductie is het invoeren van een parkeerregime waardoor de mobiliteitstransitie sneller op gang komt.
e. Reclamant vraagt zich af waarom er niet meer middelhuur en koopappartementen worden ontwikkeld voor ouderen. Als de groep ouderen die momenteel in grote huizen woont kan doorstromen zal dit voor meer woningen voor gezinnen leiden.
In de woondeal is opgenomen dat minimaal twee derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar moet zijn. Dit initiatief bestaat voor minimaal 30% sociale huurwoningen, minimaal 10% lage middeldure koopwoningen (<€275.000, prijspeil 2024), minimaal 30% midden en hoge middeldure koopwoningen of middenhuurwoningen en maximaal 30% dure huur- en koopwoningen. Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat extra ingezet moet worden op woningen voor een- en 8
tweepersoonshuishoudens, zoals starters en ouderen. Dit initiatief realiseert overwegend woningen die geschikt zijn voor beide doelgroepen. Voor de doelgroep ouderen is namelijk de levensloopbestendigheid van woningen belangrijk. Dit initiatief realiseert overwegend nultredenwoningen en is daarmee zeer geschikt voor senioren. Verdere uitwerking van de plannen biedt daarbij de mogelijkheid om een clustering van woningen voor senioren te maken. f. Reclamant geeft aan dat het aantal verkeersbewegingen niet goed is onderzocht.
De onderzoeken behorende bij het TAMomgevingsplan zijn zorgvuldig uitgevoerd. Er is daarom ook geen reden om te twijfelen aan het aantal verkeersbewegingen.
g. Reclamant geeft aan dat er alternatieve locaties zijn om 600 appartementen te realiseren. Zo geeft hij voorbeeld aan dat in de noordelijke richting langs het spoor of het sportpark van Best Vooruit gebruikt kan worden.
De gemeenteraad heeft een eigen beleidsvrijheid wat betreft de planologische invulling van het grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad heeft de vrijheid om functies en activiteiten aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties nodig acht. In het verstedelijkingsakkoord (2022) en het coalitieakkoord (2022) is een woningbouwopgave van 4100 tot 2040 overeengekomen. In de regionale woondeal ZOB (2023) is overeengekomen dat gemeente Best de opgave heeft om tot 2030 1.765 woningen toe te voegen, waarbij Aarlesche Erven en de Stationsomgeving als sleutelprojecten benoemd zijn. Uit de Omgevingsvisie van de gemeente Best blijkt dat er kansen liggen om rondom het station woon- en werkruimte te realiseren en te gaan verdichten. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. Er is gekozen voor de ontwikkeling van meer intensieve stedelijke woonmilieus in het stationsgebied. De ontwikkeling is in lijn met de spelregelkaart die is vastgesteld door de gemeenteraad voor de nieuwe stationsomgeving. Het plan sluit bovendien aan bij de beleidslijn van het Rijk en provincie om de woningbouwopgave m et name binnenstedelijk 9
te realiseren. h. Reclamant stelt voor om meer rekening te houden met de inbreng uit de participatiebijeenkomsten, de ontwikkeling van de oost- en westzijde gelijktijdig uit te voeren, het aantal van 600 te bouwen appartementen te verminderen en de doelgroepen en soorten woningen te herzien en de toegestane bouwhoogte te beperken tot maximaal 6 lagen.
De website ‘PleinBest’ is het participatieplatform van de gemeente Best. Onder het kopje ‘Participatie- logboek, plan en planning’ is een logboek geplaatst waarbij een samenvatting is gegeven van alle inbreng tijdens de participatiemomenten. Hierin zijn alle opbrengsten samengevat en wordt weergegeven wat met de opbrengsten is gedaan. Van elk participatiemoment is ook een verslag gecommuniceerd via Groeiend Best, Plein Best en sociale media. In deze publicaties zijn belanghebbenden geïnformeerd over het participatielogboek op Plein Best. Het Participatielogboek is ook als bijlage aan het TAM-omgevingsplan bijgevoegd. Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met de inbreng uit de participatiebijeenkomsten. In sommige gevallen konden de wensen niet meegenomen worden. Sommige punten worden in het vervolgproces verder onderzocht. Er is gekozen om voor wat betreft de omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde geborgd. De gemeenteraad heeft kaders gesteld voor het opstellen van een stedenbouwkundige visie voor de stationsomgeving.
Hierin heeft de raad een afweging gemaakt tussen verschillende aspecten, zoals programma, intensiteit, parkeren en haalbaarheid. De raad kwam in deze afweging tot de conclusie dat de stationsomgeving geschikt is voor maximaal 600 appartementen met een verdeling van minimaal 30% sociale huurwoningen, minimaal 10% lage middeldure koopwoningen (<€275.000, prijspeil 2024), minimaal 30% midden en hoge middeldure koopwoningen of middenhuurwoningen en maximaal 30% dure huur- en koopwoningen. Het voorliggend plan voorziet hierin.
Conclusie 10
Naar aanleiding van de zienswijze is het deelmobiliteitsonderzoek aangevuld. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
4.
Bewoner Oirschotseweg 41
Ingekomen 12 juli 2024 / dagtekening 11 juli 2024 a. Reclamant geeft aan dat het onmogelijk is om de oostzijde los van de westzijde te ontwikkelen. Reclamant geeft aan dat er namelijk problemen t.a.v. parkeren en verkeer ontstaan. De westzijde zal door tijdelijke noodzakelijke ingrepen nog jaren een verschrikkelijk aanzien hebben.
Bij het ontwerpplan dat ter inzage heeft gelegen werd uitgegaan van oudere parkeerdrukmetingen uit 2019. De meest recente data zijn verwerkt en aangevuld in het TAM-omgevingsplan. Bureau Goudappel Coffeng heeft een nieuwe analyse opgesteld op basis van de meest recente inzichten. Er is gekozen om voor wat betreft de omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel/spelregelkaart en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde behouden. De extra beoordeling laat zien dat het risico op een parkeerknelpunt klein en acceptabel is gegeven ervaringen elders. Dat geldt zowel voor de bouwperiode als de eindsituatie. Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek.
b. Reclamant geeft aan dat door de voorgenomen bouwhoogte het dorpse karakter verdwijnt. De hoge gebouwen zullen zorgen voor verlies van zicht naar de kerktoren en voor windstromen.
De bebouwing aan het station is deels stedelijk, hetgeen passend is bij een knooppunt van belang, dat het station immers is. De bouwhoogtes lopen af richting de Hoofdstraat en de Molenstraat om deze ontwikkeling aan te laten sluiten op de historische linten en zodoende ook in te passen in het karakter van 11
Best. Lange bouwvolumes worden opgedeeld in kleinere bouweenheden en hoogtes om lange wandvorming te voorkomen. Op deze manier komen er ook enkele doorkijken richting de kerk. Vanaf de Hoofdstraat/Oirschotseweg blijft het zicht op de kerk volledig intact en zal in de stedenbouwkundig-architectonische uitwerking veel aandacht worden gegeven aan het volledige ensemble van de verschillende bebouwingen. c. Reclamant voert aan dat de gehanteerde parkeernorm niet realistisch is. De gemeente Best heeft namelijk ook een regio functie voor reizigers van omliggende dorpen en voor reizigers van Eindhoven Airport.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (Nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Tijdens een parkeerdrukmeting is aangetoond welke doelgroepen in het stationsgebied parkeren. Ruim 40% van de geparkeerde auto’s, waren bijvoorbeeld reizigers die hier parkeren en daarna met de bus naar Eindhoven Airport gaan. Invoering van parkeerregulering zal leiden tot een verandering van het soort reizigers die in het gebied parkeren. Hierdoor worden reizigers van buiten Best geweerd en wordt ruimte geboden aan forenzen uit Best en omgeving. Welke vorm van parkeerregulering er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Parkeerregulering kan gaan om (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaald parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Doel van het parkeerregime is om regionale automobilisten zo min mogelijk te laten parkeren in de stationsomgeving van Best. Bovendien is een doel om de mobiliteitstransitie te bevorderen vooral onder nieuwe bewoners van de nieuwbouw.
d. Reclamant geeft aan dat het gebruik voor deelauto’s nog erg laag is. Reclamant geeft de angst aan voor een parkeerprobleem.
Het parkeerbeleid van de gemeente Best geeft aan dat het gebruik van deelvervoer actief gestimuleerd en aangeboden dient te worden door de ontwikkelaar. De reductie die vervolgens op het aantal parkeerplaatsen kan worden gehanteerd is 20%. Bij het opstellen van het parkeerbeleid is dit percentage bepaald op basis 12
van ervaringscijfers elders. Voorwaarde voor de reductie is het invoeren van een parkeerregime waardoor de mobiliteitstransitie sneller op gang komt. e. Reclamant vraagt zich af waarom er niet meer middelhuur en koopappartementen worden ontwikkeld voor ouderen. Als de groep ouderen die momenteel in grote huizen woont kan doorstromen zal dit voor meer woningen voor gezinnen leiden.
In de woondeal is opgenomen dat minimaal twee derde van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar moet zijn. Dit initiatief bestaat voor minimaal 30% sociale huurwoningen, minimaal 10% lage middeldure koopwoningen (<€275.000, prijspeil 2024), minimaal 30% midden en hoge middeldure koopwoningen of middenhuurwoningen en maximaal 30% dure huur- en koopwoningen. Uit het gemeentelijk beleid blijkt dat extra ingezet moet worden op woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens, zoals starters en ouderen. Dit initiatief realiseert overwegend woningen die geschikt zijn voor beide doelgroepen. Voor de doelgroep ouderen is namelijk de levensloopbestendigheid van woningen belangrijk. Dit initiatief realiseert overwegend nultredenwoningen en is daarmee zeer geschikt voor senioren. Verdere uitwerking van de plannen biedt daarbij de mogelijkheid om een clustering van woningen voor senioren te maken.
f. Reclamant geeft aan dat het aantal verkeersbewegingen niet goed is onderzocht.
De onderzoeken behorende bij het TAMomgevingsplan zijn zorgvuldig uitgevoerd. Er is daarom ook geen reden om te twijfelen aan het aantal verkeersbewegingen.
g. Reclamant geeft aan dat er alternatieve locaties zijn om 600 appartementen te realiseren. Zo geeft hij voorbeeld aan dat in de noordelijke richting langs het spoor of het sportpark van Best Vooruit gebruikt kan worden.
De gemeenteraad heeft een eigen beleidsvrijheid wat betreft de planologische invulling van het grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad heeft de vrijheid om functies en activiteiten aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties nodig acht. In het verstedelijkingsakkoord (2022) en het coalitieakkoord (2022) is een woningbouwopgave van 4100 tot 2040 overeengekomen. In de regionale woondeal ZOB (2023) is overeengekomen dat gemeente Best de opgave heeft om tot 2030 1.765 woningen toe te voegen, waarbij Aarlesche Erven en de Stationsomgeving als sleutelprojecten benoemd zijn. 13
Uit de Omgevingsvisie van de gemeente Best blijkt dat er kansen liggen om rondom het station woon- en werkruimte te realiseren en te gaan verdichten. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. Er is gekozen voor de ontwikkeling van meer intensieve stedelijke woonmilieus in het stationsgebied. De ontwikkeling is in lijn met de spelregelkaart die is vastgesteld door de gemeenteraad voor de nieuwe stationsomgeving. Het plan sluit bovendien aan bij de beleidslijn van het Rijk en provincie om de woningbouwopgave m et name binnenstedelijk te realiseren. h. Reclamant stelt voor om meer rekening te houden met de inbreng uit de participatiebijeenkomsten, de ontwikkeling van de oost- en westzijde gelijktijdig uit te voeren, het aantal van 600 te bouwen appartementen te verminderen en de doelgroepen en soorten woningen te herzien en de toegestane bouwhoogte te beperken tot maximaal 6 lagen.
De website ‘PleinBest’ is het participatieplatform van de gemeente Best. Onder het kopje ‘Participatie- logboek, plan en planning’ is een logboek geplaatst waarbij een samenvatting is gegeven van alle inbreng tijdens de participatiemomenten. Hierin zijn alle opbrengsten samengevat en wordt weergegeven wat met de opbrengsten is gedaan. Van elk participatiemoment is ook een verslag gecommuniceerd via Groeiend Best, Plein Best en sociale media. In deze publicaties zijn belanghebbenden geïnformeerd over het participatielogboek op Plein Best. Het Participatielogboek is ook als bijlage aan het TAM-omgevingsplan bijgevoegd. Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met de inbreng uit de participatiebijeenkomsten. In sommige gevallen konden de wensen niet meegenomen worden. Sommige punten worden in het vervolgproces verder onderzocht. Er is gekozen om voor wat betreft de omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde geborgd. De gemeenteraad heeft kaders gesteld voor het opstellen van een stedenbouwkundige visie voor 14
de stationsomgeving. Hierin heeft de raad een afweging gemaakt tussen verschillende aspecten, zoals programma, intensiteit, parkeren en haalbaarheid. De raad kwam in deze afweging tot de conclusie dat de stationsomgeving geschikt is voor maximaal 600 appartementen met een verdeling van minimaal 30% sociale huurwoningen, minimaal 10% lage middeldure koopwoningen (<€275.000, prijspeil 2024), minimaal 30% midden en hoge middeldure koopwoningen of middenhuurwoningen en maximaal 30% dure huur- en koopwoningen. Het voorliggend plan voorziet hierin. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze is het deelmobiliteitsonderzoek aangevuld. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
5.
ProRail
Ingekomen 18 juli 2024/ dagtekening 16 juli 2024 a. Reclamant geeft aan dat voor beperkingengebiedactiviteiten bij een spoorweg rijksregels gelden voor de bescherming van de spoorwegen, bijvoorbeeld vergunningplichten. Reclamant geeft aan dat de verwijzing ontbreekt dat voor zover de bestemmingen is gelegen binnen het beperkingengebied spoor hiervoor rijksregels gelden zoals opgenomen in het Bal en er een vergunningplicht geldt op grond van de Omgevingswet.
Het beperkingengebied van hoofdspoorwegen wordt vastgelegd in de Omgevingsregeling. De Omgevingsregeling is zichtbaar in het DSO. Het is daarom niet noodzakelijk om deze beperkingengebieden op te nemen. Activiteiten binnen deze gebieden zijn vergunningplichtig op basis van artikel 5.1, tweede lid sub f Omgevingswet. Dus in het omgevingsplan is het niet nodig (en ook onhandig) nadere regels te stellen aan een vergunningplichtige activiteit.
b. Reclamant geeft aan dat voor een beperkingengebiedactiviteiten bij een hoofdspoorweg de specifieke zorgplicht van artikel 9.8 Bal geldt. Deze houdt in dat maatregelen nodig zijn bij het vermoeden dat een activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de spoorweg. Reclamant geeft aan dat specifiek dient te worden benoemd dat hieraan wordt voldaan.
De specifieke zorgplicht van artikel 9.8 Bal is uitgewerkt in de motivering van het TAMomgevingsplan. Er wordt voldaan aan de zorgplicht.
c. Reclamant geeft aan dat in verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen (waaronder de spoortunnel) het waterpeil niet mag wijzigen. Er
Zie onder a.
15
dient ook te worden geborgd dat werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen (waaronder de spoortunnel), en ook op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
6.
Bewoner Kruisparkweg 10
Ingekomen 12 juli 2024/ dagtekening 12 juli 2024 a. Parkeerproblemen
Bij het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen werd uitgegaan van oudere parkeerdrukmetingen uit 2019. De meest recente data zijn verwerkt in het TAMomgevingsplan. Hiervoor is door bureau Goudappel Coffeng een analyse opgesteld op basis van de meest recente inzichten. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd. In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Om de parkeerdruk in de tijdelijke en eindsituatie zal er een vorm van gereguleerd parkeren worden ingevoerd, zoals bijvoorbeeld vergunninghouderszones, parkeervergunningen voor bewoners of betaald parkeren. Welke vorm er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. De vorm van parkeerregulering kan zijn (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaal parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een 16
fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek. b. Dorps karakter verdwijnt doordat het veel te druk is/geluidsoverlast. Reclamant heeft bovendien geen bezwaar tegen bouwen, maar dan in een andere aparte wijk.
De gemeenteraad heeft een eigen beleidsvrijheid wat betreft de planologische invulling van het grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad heeft de vrijheid om functies en activiteiten aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties nodig acht. In het verstedelijkingsakkoord (2022) en het coalitieakkoord (2022) is een woningbouwopgave van 4100 tot 2040 overeengekomen en in de regionale woondeal ZOB (2023) is overeengekomen dat de gemeente Best de opgave heeft om tot 2030 1.765 woningen toe te voegen, waarbij Aarlesche Erven en de Stationsomgeving als sleutelprojecten benoemd zijn. Uit de Omgevingsvisie van de gemeente Best blijkt dat er kansen liggen om rondom het station woon- en werkruimte te realiseren en te gaan verdichten. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. Er is gekozen voor de ontwikkeling van meer intensieve stedelijke woonmilieus in het stationsgebied. De ontwikkeling is in lijn met de spelregelkaart die is vastgesteld door de gemeenteraad voor de nieuwe stationsomgeving. Het plan sluit bovendien aan bij de beleidslijn van Rijk en provincie om de woningbouwopgave met name binnenstedelijk te realiseren.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
7.
Bewoners Rembrandtlaan
Ingekomen 20 juli 2024/ dagtekening 20 juli 2024 a. Het loslaten van het oorspronkelijke integrale
Er is gekozen om voor wat betreft de 17
plan beperkt toekomstige keuzes voor de westzijde.
omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde geborgd.
b. Reclamant geeft aan dat het plan geen rekening houdt met de Brainportlijn, ondanks recente financiële injecties.
Tijdens het ontwikkelproces is mogelijkheid van de Brainportlijn via het zuiden een belangrijk gegeven. Voor de beoordeling van de scenario’s voor de stationsomgeving is hiermee rekening gehouden. Er volgen nog onderzoeken naar de Brainportlijn. Daaruit moet blijken hoe de Brainportlijn gaat aansluiten en hoe het gaat functioneren.
c. Toekomstige bus stromen Reclamant voert aan dat de OV-bussen het geplande busstation alleen maar kunnen bereiken via het deel Spoorstraat dat is gelegen tussen restaurant Bastille en het historische pand. Reclamant wenst inzicht te krijgen in de te verwachten bus stromen.
Het aantal reguliere buslijnen blijft maximaal hetzelfde als in de huidige situatie. In de toekomst wordt de Brainportlijn aangesloten op het stationsgebied, hiermee is rekening gehouden in de planvorming volgens de spelregelkaart.
d. Parkeerproblemen Reclamant wenst inzicht te krijgen in hoe de parkeerproblematiek zowel tijdelijk als permanent wordt opgelost. Reclamant geeft bovendien aan dat de opgenomen parkeergarage niet in lijn is met de Spelregelkaart die door de Raad is vastgesteld.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd. In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Om de parkeerdruk in de tijdelijke situatie – het moment dat wordt gebouwd - en op drukkere momenten te verminderen, zal er een vorm van gereguleerd parkeren worden ingevoerd, zoals bijvoorbeeld vergunninghouderszones, parkeervergunningen voor bewoners of betaald parkeren. Welke vorm er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. In de spelregelkaart staat beschreven dat op de plek waar de parkeergarage is ingetekend in het TAM-omgevingsplan een zoekgebied is voor bewonersparkeren. Er is hieraan invulling gegeven door in het TAM-omgevingsplan de mogelijkheid te creëren om een parkeergarage te realiseren. 18
Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek. Invoering van parkeerregulering zal leiden tot een verandering in de soort reizigers die in het gebied parkeren. Welke vorm van parkeerregulering wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Parkeerregulering kan gaan om (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaald parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Doel van het parkeerregime is om regionale automobilisten zo min mogelijk te laten parkeren in de stationsomgeving van Best. Bovendien is een doel om de mobiliteitstransitie te bevorderen vooral onder nieuwe bewoners van de nieuwbouw. e. Verkeersproblemen Reclamant geeft aan dat niet voldoende is onderzocht wat de gevolgen zijn voor het toevoegen van 600 woningen voor het aantal verkeersbewegingen.
Reclamant geeft bovendien aan dat de huidige plannen geen rekening houden met de toename van verkeer door het toenemende gebruik van de OV Hub Best en de Brainportlijn. Reclamant wenst garantie te krijgen dat de Rembrandtlaan autoluw blijft.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd. In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Om de parkeerdruk in de tijdelijke situatie – het moment dat wordt gebouwd - en op drukkere momenten te verminderen, zal er een vorm van gereguleerd parkeren worden ingevoerd, zoals bijvoorbeeld vergunninghouderszones, parkeervergunningen voor bewoners of betaald parkeren. Welke vorm er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. De Rembrandtlaan ligt voor het parkeren in het invloed gebied van de parkeerregulering. Door het verwijderen van huidige parkeerplaatsen die 19
f. Er is geen plan voor integratie van de Rembrandtlaan in de stationsomgeving en hoe de straat als verbindingsroute van de dorpskern naar de Bernhardlaan en vice versa eruit zal gaan zien.
door ‘regionale doelgroepen’ anders dan bewoners worden gebruikt verwachten we een verkeersafname in de Rembrandtlaan. De nieuwe P&R van NS ontsluit voor autoverkeer via de Stationsstraat en niet via de Rembrandtlaan. Ook de Brainportlijn nadert zoals nu voorzien via een zuidelijke naderingsroute. In de overwegingen van het genoemde participatietraject nemen we de verkeersroutes en openbaar vervoersroutes mee, waarbij we geen ontsluitende route via de Rembrandtlaan voorzien. De bestaande langzaam verkeerroutes worden verbeterd en er komt een nieuwe groene verbinding voor voetgangers en fietsers tussen de Rembrandtlaan en het Kapelplein. De huidige buslijnen blijven nagenoeg dezelfde route volgen als in de huidige situatie, dus niet via de Rembrandtlaan. De verdere uitwerking van de verbindingen en routes is onderdeel van de ontwikkeling aan de westzijde.
g. Reclamant wenst inzicht te krijgen wie de toekomstige bewoners gaan zijn en wat voor sociale en maatschappelijke impact dit gaat hebben op het gebied.
Het initiatief betreft een combinatie van appartementen en stadswoningen in verschillende huur- en koopsegmenten. Dit initiatief spreekt daarom de volgende doelgroepen aan: - Starters: dit initiatief realiseert woningen (huur- en koop) zowel in de sociale huur als in de middenhuur en in de betaalbare koop. Dit sluit aan op de wens van betaalbaarheid. - Gezinnen: dit initiatief realiseert stadswoningen en biedt daarmee ruimte aan gezinnen die in een stedelijke omgeving willen wonen. - Ouderen: appartementen zijn een levensloopbestendige woonvorm. Dit initiatief wordt gerealiseerd dichtbij voorzieningen, inclusief openbaar vervoer. Het gaat om mensen (jong en oud) die graag in een levendig stedelijk gebied willen wonen nabij het centraal station, het centrum en voorzieningen. Deze doelgroep laat zich niet definiëren door leeftijd, inkomen of achtergrond, maar zij delen dezelfde levensstijl.
h. Reclamant vraagt zich af hoe de overbelaste voorzieningen worden aangepakt. Reclamant geeft aan dat dit ziet op voorzieningen zoals
Stationsomgeving maakt deel uit voor de zoekcirkel voor een groot station (nutsvoorziening). Voor wat betreft de 20
huisartsen en apotheken, maar ook op nutsvoorzieningen.
nutsvoorzieningen is er in het plan de mogelijkheid gecreëerd om binnen de functie ‘Groen’ en ‘Verkeer-verblijfsgebied’ en ’wonen’ middenspanningsstations mogelijk te maken. Voor wat betreft de voorzieningen voor maatschappelijke dienstverlening is er ruimte in het plan voor bijvoorbeeld een fysiotherapeut, kinderopvang, apotheek of huisarts.
i. Reclamant geeft aan dat er een terugkoppeling ontbreekt naar aanleiding van het participatieproces.
De website ‘PleinBest’ is het participatieplatform van de gemeente Best. Onder het kopje ‘Participatie- logboek, plan en planning’ is een logboek geplaatst waarbij een samenvatting is gegeven van alle inbreng tijdens de participatiemomenten. Hierin zijn alle opbrengsten samengevat wordt weergegeven wat met de opbrengsten is gedaan. Het Participatielogboek is ook als bijlage aan het TAM-omgevingsplan bijgevoegd.
j. Reclamant geeft aan dat dit plan niet rijmt met het behoud van het dorpse karakter van de gemeente Best.
De gemeenteraad heeft een eigen beleidsvrijheid wat betreft de planologische invulling van het grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad heeft de vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties nodig acht. Uit de regionale woondeal ZOB blijkt dat gemeente best de opgave heeft om tot 2030 1.765 woningen toe te voegen. Uit de Omgevingsvisie van de gemeente Best blijkt dat er kansen liggen om rondom het station woon- en werkruimte te realiseren en te gaan verdichten. Hiermee wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens en huishoudens die dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer willen wonen. Er is gekozen voor de ontwikkeling van meer intensieve stedelijke woonmilieus in het stationsgebied. De ontwikkeling is in lijn met de spelregelkaart die is vastgesteld door de gemeenteraad voor de nieuwe stationsomgeving.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
21
8.
Bewoner Kruisparkweg 20
Ingekomen 23 juli 2024/ dagtekening 23 juli 2024 a. Reclamant geeft de hoogte van de geplande gebouwen aan als zorgpunt.
De bebouwing aan het station is deels stedelijk, hetgeen passend is bij een knooppunt van belang, dat het station immers is. De bouwhoogtes lopen af richting de Hoofdstraat en de Molenstraat om deze ontwikkeling aan te laten sluiten op de historische linten en zodoende ook in te passen in het dorpse karakter van Best. Lange bouwvolumes worden opgedeeld in kleinere bouweenheden en hoogtes om lange wandvorming te voorkomen. Op deze manier komen er ook enkele doorkijken richting de kerk. Vanaf de Hoofdstraat/Oirschotseweg blijft het zicht op de kerk volledig intact en zal in de stedenbouwkundig-architectonische uitwerking veel aandacht worden gegeven aan het volledige ensemble van de verschillende bebouwing.
b. Reclamant geeft aan dat er veel woningen komen, waardoor er een tekort aan parkeerruimte ontstaat.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd. In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Om de parkeerdruk in de tijdelijke situatie – het moment dat wordt gebouwd - en op drukkere momenten te verminderen, zal een vorm van gereguleerd parkeren worden ingevoerd, zoals bijvoorbeeld vergunninghouderszones, parkeervergunningen voor bewoners of betaald parkeren. Welke vorm er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Hiertoe start begin 2025 voor de westzijde van het stationsgebied een participatietraject in met belanghebbenden in de omgeving van het stationsgebied. In de spelregelkaart staat beschreven dat op de plek waar de parkeergarage is ingetekend in het TAM-omgevingsplan een zoekgebied is voor bewonersparkeren. Er is hieraan invulling gegeven door in het TAM-Omgevingsplan de mogelijkheid te creëren om een parkeergarage re realiseren. Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer 22
dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek. Parkeerregulering kan gaan om (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaald parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Doel van het parkeerregime is om regionale automobilisten zo min mogelijk te laten parkeren in de stationsomgeving van Best. Bovendien is een doel om de mobiliteitstransitie te bevorderen vooral onder nieuwe bewoners van de nieuwbouw. c. Reclamant geeft aan dat door het loskoppelen van de herinrichting van de westzijde overlast zal ontstaan.
Er is gekozen om voor wat betreft de omgevingsplanprocedure voor de oost- en westzijde te kiezen voor twee snelheden. Dit om vertraging te voorkomen op de realisatie van de woningbouwopgave. Door uit te gaan van één adviesmodel en hier in het vervolg inhoudelijk op te sturen blijft de integraliteit tussen de west- en oostzijde geborgd.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan.
9.
IVN Best
Ingekomen 23 juli 2024/ dagtekening 23 juli 2024 a. Reclamant geeft een aantal aandachtspunten aan met betrekking tot waterberging, hittestress, sociale cohesie en biodiversiteit.
De huidige situatie van de openbare ruimte in de stationsomgeving is verhard. Deze grote verharde oppervlaktes zorgen voor verschillende klimaatproblemen zoals hittestress. De ontwikkeling beoogt juist om van de openbare ruimte een groene, aantrekkelijke en duurzame entree te vormen voor Best. Dit vraagt om zoveel mogelijk te vergroenen. Binnen de ontwikkeling van de oostelijke stationsomgeving stellen we bovendien als doel om meer biodiversiteit te 23
creëren en de sociale cohesie te verhogen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. De gemeente behoudt contact met de reclamant in de latere fase van het project, zodat de uitgangspunten onder de aandacht blijven.
10.
NS
Ingekomen 23 juli 2024/ dagtekening 22 juli 2024 a. Proces Reclamant geeft aan dat het van belang is om eerst te kijken naar het functioneren van de OVknoop en overeenstemming te hebben over het ruimtebeslag van OV-functies en de routering van en naar het station. Reclamant adviseert om eerst samen met de spoorse partijen naar de best integrale oplossing voor het stationsgebied te zoeken.
De gemeente Best heeft met de vervoerspartijen gesproken over het functioneren van het station en zijn vervoersstromen. Hiertoe is het proces van het Integraal Handelings-perspectief voor OV-knooppunten doorlopen voor wat betreft de westzijde. De gemeente Best heeft ervoor gekozen om met een proces van twee snelheden te werken. Aan de ene kant de woningbouwontwikkeling aan de oostzijde en aan de andere kant de OV-knoop aan de westzijde. Daarbij is het uitgangspunt geweest dat de woningbouwontwikkeling doorgang kan vinden, zonder daarbij een belemmering te vormen voor een goed functionerende OV-knoop.
Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding voor aanpassing van het plan.
11.
Werkgroep Spoorstraat en Bewonersoverleg Naastenbest
Ingekomen 23 juli 2024/ dagtekening 22 juli 2024 a. Reclamant geeft aan dat er te weinig parkeerplaatsen zijn volgens de huidige Nota parkeernormen ten opzichte van het huidige aantal parkeerplaatsen.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Het parkeerbeleid van de gemeente Best geeft aan dat het gebruik van deelvervoer actief gestimuleerd en aangeboden dient te worden door de ontwikkelaar. De reductie die vervolgens op het aantal parkeerplaatsen kan worden gehanteerd is 20%. Bij het opstellen van het 24
parkeerbeleid is dit percentage bepaald op basis van ervaringscijfers elders. Voorwaarde voor de reductie is het invoeren van een parkeerregime waardoor de mobiliteitstransitie sneller op gang komt. Bij het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen werd uitgegaan van oudere parkeerdrukmetingen uit 2019. De meest recente data zijn verwerkt in het TAMomgevingsplan. Hiervoor is door bureau Goudappel Coffeng een analyse opgesteld op basis van de meest recente inzichten. De extra beoordeling laat zien dat het risico op een parkeerknelpunt klein en acceptabel is gegeven ervaringen elders. Dat geldt zowel voor de bouwperiode als de eindsituatie. Invoering van parkeerregulering zal leiden tot een verandering in het soort reizigers die in het gebied parkeren. Hierdoor worden reizigers van buiten Best geweerd en wordt ruimte geboden aan forenzen uit Best en omgeving. Welke vorm van parkeerregulering er wordt gekozen zal de komende tijd uitgekristalliseerd worden. Parkeerregulering kan gaan om (een mix van) een blauwe parkeerschijfzone, vergunningshouders parkeren en betaald parkeren in een nader te bepalen gebied. Hiertoe start begin 2025 een participatietraject. Doel van het parkeerregime is om regionale automobilisten zo min mogelijk te laten parkeren in de stationsomgeving van Best.
Bovendien is een doel om de mobiliteitstransitie te bevorderen vooral onder nieuwe bewoners van de nieuwbouw. b. Reclamant geeft aan dat wordt gerekend met een niet-bestaande capaciteit aan parkeerplaatsen. Namelijk via een ‘mogelijk’ toekomstige parkeergarage van 200 plaatsen voor NS-parkeren aan de westzijde.
De afspraken met NS om de P&R voorziening te realiseren zijn in een vergevorderd stadium. Concrete afspraken hierover moeten vastliggen voorafgaande aan het verlenen van de omgevingsvergunning. Op hoofdlijnen komt het plan voor de oostzijde zoals beschreven in de spelregelkaart- erop neer dat de nieuwbouw voorziet in eigen parkeerbehoefte. Voor het openbare gebied gaan we enerzijds uit van afname van het aantal 25
openbaar beschikbare parkeerplaatsen door de bouw van de woningen en de bouw van een fietsenstalling aan de noordzijde van het stationsgebied. Anderzijds is er een toename van het aantal parkeerplaatsen door de aanleg van bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe functies en de aanleg van een P&R-parkeerdek. c. Reclamant geeft aan dat te weinig bezoekersparkeerplaatsen aan de oostzijde zijn gepland.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd.
d. Reclamant geeft aan dat geen mobiliteitsplan is opgesteld die aangeeft wat voor aanbod deelmobiliteit de ontwikkelaar zal gaan organiseren zodat de reductie op de parkeereis geen toename geeft van de parkeeroverlast.
Het mobiliteitsplan is bijlage 2 van het TAMOmgevingsplan. In dit mobiliteitsplan staat beschreven hoe deelmobiliteit onderdeel kan zijn van de parkeeroplossing. Het parkeerbeleid van de gemeente Best geeft aan dat het gebruik van deelvervoer actief gestimuleerd en aangeboden dient te worden door de ontwikkelaar. De reductie die vervolgens op het aantal parkeerplaatsen kan worden gehanteerd is 20%. Bij het opstellen van het parkeerbeleid is dit percentage bepaald op basis van ervaringscijfers elders. Voorwaarde voor de reductie is het invoeren van een parkeerregime waardoor de mobiliteitstransitie sneller op gang komt.
e. Reclamant geeft aan dat door het ontbreken van een gemeentelijk besluit rond parkeerregulering, parkeerproblemen in de openbare ruimte stevig worden vergroot.
Op het moment dat wordt overgegaan tot realisatie van de plannen zal er duidelijkheid zijn over de wijze van invoering van de parkeerregulering. Hier wordt nog een uitgebreid participatieproces voor opgezet. Dit proces is geen onderdeel van het TAMomgevingsplan, maar loopt los hiervan.
f. Reclamant geeft aan dat de parkeerbehoefte voor commerciële functies wordt onderschat in het omgevingsplan.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd.
g. Reclamant vraagt zich af of de Hoofdstraat,
De verkeerstoename voor de aansluiting op de 26
Nazarethstraat en Molenstraat een toename van Molenstraat is beperkt. De verkeersafwikkeling ca. 2200 motorvoertuigbewegingen aankunnen is onderzocht en leidt niet tot knelpunten (zie en uit zorgen voor sluipverkeer. bijlage 1 van de motivering van het TAMomgevingsplan). Vanuit de aansluiting spreidt het verder uit. De verkeerstoename op afwikkeling op omliggende wegen is beperkt. h. Reclamant geeft aan dat de wateropgave wordt afgewenteld op omliggende wijken. Door het realiseren van een parkeergarage aan de westzijde zou de opgave voor waterberging vergroot worden.
De kern van de watertoets is dat wateropgaven niet mogen worden afgewenteld op omliggen gebied. Naar aanleiding van de zienswijzen is een extra borging van dit uitgangspunt ingebouwd in het plan. (Zie zienswijze nummer 2). De verdere uitwerking voor de waterberging aan de westzijde behoort niet tot dit TAMomgevingsplan. Voor wat betreft de wateropgave aan de westzijde wordt hier nog een uitwerking aan gegeven.
i. Reclamant geeft aan het onbegrijpelijk te vinden dat het belang van behoud en uitbreiding wel benoemd wordt, terwijl het plan dwingt tot het kappen van vele bestaande volwassen bomen.
In de nieuwe situatie komen meer bomen dan er nu in de oostzijde staan. Er wordt ook meer groen toegevoegd, onder meer door het realiseren van een nieuwe Oost-west verbinding tussen Rembrandtlaan en Kapelplein. Door het tunneldek te vergroenen en door groen op daken en gevels toe te passen. Wat betreft de westzijde van de stationsomgeving vindt nog een nadere uitwerking plaats.
j. Reclamant geeft aan dat met het plan onvoldoende rekening is gehouden met hittestress.
De huidige situatie van de openbare ruimte in de stationsomgeving is verhard. Deze grote verharde oppervlaktes zorgen voor verschillende klimaatproblemen zoals hittestress. De ontwikkeling beoogt juist om van de openbare ruimte een groene, aantrekkelijke en duurzame entree te vormen voor Best. Dit vraagt om zoveel mogelijk te vergroenen. Conclusie
Naar aanleiding van de zienswijze wordt het deelmobiliteitsonderzoek aangevuld. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
12.
Bewoner Rembrandtlaan 34
Ingekomen 23 juli 2024/ dagtekening 23 juli 2024 a. Verhoogde parkeerdruk vanwege onjuiste parkeerbehoefte. Mede gelet op het gebruik van deelauto’s.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorgvuldig afgewogen hoeveel parkeerruimte daadwerkelijk nodig is. Bij het TAM-omgevingsplan is 27
parkeeronderzoek op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid uitgevoerd (Nota parkeernormen 2022). In lijn met dit beleid worden er voldoende parkeerplekken gerealiseerd. Tijdens een parkeerdrukmeting is aangetoond welke doelgroepen in het stationsgebied parkeren. Ruim 40% van de geparkeerde auto’s, waren bijvoorbeeld reizigers die hier parkeren en daarna met de bus naar Eindhoven Airport gaan. Het parkeerbeleid van de gemeente Best geeft aan dat het gebruik van deelvervoer actief gestimuleerd en aangeboden dient te worden door de ontwikkelaar. De reductie die vervolgens op het aantal parkeerplaatsen kan worden gehanteerd is 20%. Bij het opstellen van het parkeerbeleid is dit percentage bepaald op basis van ervaringscijfers elders. Voorwaarde voor de reductie is het invoeren van een parkeerregime waardoor de mobiliteitstransitie sneller op gang komt. Bij het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen werd uitgegaan van oudere parkeerdrukmetingen uit 2019. De meest recente data zijn verwerkt in het TAMomgevingsplan. Hiervoor is door bureau Goudappel Coffeng een analyse opgesteld op basis van de meest recente inzichten. De extra beoordeling laat zien dat het risico op een parkeerknelpunt klein en acceptabel is gegeven ervaringen elders. Dat geldt zowel voor de bouwperiode als de eindsituatie. b. Te weinig parkeerruimte vanwege de planning.