CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26019.04 - Motivering TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff12.105 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8

Natuur

4.8.1

Toetsingskader

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000 gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. 24 kstraten" (ontwerp)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 4.8.2

Motivering

Door ID Verde is een ecologische quickscan uitgevoerd. In de ecologisch quickscan is uitgegaan van de realisatie van een gymzaal en woningbouw. Dit is een verouderd projectvoornemen. Het aangepaste projectvoornemen leidt niet tot een wijziging van de conclusie in het onderzoek. De rapportage van deze quickscan is opgenomen als Bijlage 6. De belangrijkste bevindingen zijn hierna opgenomen. Gebiedsbescherming Het Natura 2000-gebied 'Kampina & Oisterwijkse Vennen', gelegen op circa 7,5 km van het projectgebied, is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de bouwen gebruiksfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het project relevante Natura 2000-gebieden. De voor stikstofdepositie mogelijk relevante bronnen ten gevolge van gebruik in de toekomstige situatie betreffen de verkeersbewegingen van bezoekers. Gedurende zullen de aanlegfase emissies plaatsvinden door mobiele werktuigen en bouwverkeer.

Uit de uitgevoerde berekeningen, zie Bijlage 7, blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. De gemeente heeft vanuit hun beleid 'Best duurzaam' het uitgangspunt om elk maatschappelijk vastgoed gasloos uit te voeren (Nul-Op-De-Meter, NOM). Een berekening van de gebruiksfase is daarom niet nodig. Op circa 1,5 km van het projectgebied bevindt zich het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gelet op de afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen nadelige effecten verwacht op het NNN. Soortenbescherming Op basis van de ecologische quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van vaatplanten, vogels met jaarrond beschermd nest categorie 5, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelde diersoorten. Nader onderzoek naar deze soortgroepen is niet nodig. Met in achtneming van de maatregelen genoemd in bijlage 3, kunnen de werkzaamheden in overeenstemming met de Omgevingswet plaatsvinden. Voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) valt niet uit te sluiten dat de ingreep leidt tot opheffing van verblijfplaatsen en nestlocaties (artikel 11.37 en 11.46 Bal).

Daarom dient voor gebouw bewonende vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten namelijk huismus en gierzwaluw aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen wat voor functie het projectgebied heeft voor bovenstaande soorten. Vervolgonderzoek Op 16 oktober 2025 heeft Sweco een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest, namelijk huismus en gierzwaluw. Dit onderzoek is als Bijlage 8 opgenomen bij dit plan. De belangrijkste bevindingen zijn hierna opgenomen. Uit het aanvullend onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bebouwing in gebruik is als zomerverblijfplaats en als paarverblijfplaats door de gewone dwergvleermuis. Als gevolg van de voorgenomen sloop is overtreding van artikel 11.46, lid 1 (Bal) van de Omgevingswet niet te voorkomen. De aangetroffen verblijfplaatsen kunnen in milde winters tevens de functie van een winterverblijfplaats hebben. Maatregelen dienen genomen te worden om negatieve effecten te voorkomen en de functionaliteit van de verblijfplaatsen te garanderen. Deze maatregelen dienen te worden vastgelegd in een activiteitenplan en middels een vergunningsaanvraag ter goedkeuring worden gelegd bij de provincie Noord-Brabant. Verder dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels te worden uitgevoerd, en dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht

4.8.3

Conclusie

Significant negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen op basis van de uitgevoerde berekeningen worden uitgesloten. een vergunningplicht Natura 2000 activiteit zijn niet aan de orde. Nader onderzoek naar gebouw bewonende vleermuizen en de huismus & gierzwaluw zullen uitwijzen of er een vergunningplicht aan de orde is.

4.9

Water en watersystemen

4.9.1

Toetsingskader

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. 4.9.2

Motivering

Er is door Sweco een onderzoek uitgevoerd naar het aspect water. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 9. Dit is een verouderd projectvoornemen. Het aangepaste projectvoornemen leidt niet tot een wijziging van de conclusie in het onderzoek.Uit het onderzoek blijkt dat er in de huidige situatie circa 2.180 m2 verhard oppervlak aanwezig is. Na realisatie van het projectvoornemen zal het verhard oppervlak afnemen met 440 m2. Het beleid van waterschap de Dommel en de gemeente Best is dat er sprake is van nieuwe bebouwing en dat er wel compenserende berging benodigd is. Oftewel er moet voor het toekomstig verhard oppervlak ca. 1.740 m2, 70 mm worden gecompenseerd binnen het plangebied. In de regels is hiertoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt. Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd.

De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden 26 kstraten" (ontwerp)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Hemelwater en afvalwater wordt gescheiden ingezameld, verwerkt en aangeleverd. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater wijzigen. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het voorzien in voldoende waterberging. In de functie groen is opgenomen dat parkeren alleen is toegelaten in de vorm van een halfverharding. Hiermee is het wateraspect voldoende geborgd. 4.9.3

Conclusie

De aspecten water en watersystemen vormen geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit.

4.10

Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw

4.10.1 Toetsingskader In artikel 1.2 Omgevingswet staat aangegeven dat de wet gaat over cultureel erfgoed. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan, is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Dit betekent ook dat voor cultureel erfgoed geldt dat activiteiten geen nadelige gevolgen mogen hebben hiervoor op grond van artikel 1.7 Ow. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.10.2 Motivering Cultuurhistorie Binnen het projectgebied komen geen monumenten voor. Ook is het projectgebied geen onderdeel van een stads- of dorpsgezicht, cultuurlandschappen of ander cultureel erfgoed. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op bestaande structuren. Archeologie Binnen het bestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie', vastgesteld op 6 februari 2017, heeft het projectgebied een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Binnen de bestemming mogen uitsluiten bouwwerken worden opgericht met een oppervlakte van maximaal 250 m2.

Aangezien het projectgebied groter is dan 250 m2 wordt archeologisch onderzoek vereist. Door Sweco is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is als Bijlage 10 opgenomen. Uit het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: In 2010 heeft er in en rond het plangebied Mallejan een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Het huidige projectgebied bevond zich in zone B, waar een vervolgonderzoek is aanbevolen in de vorm van een archeologische begeleiding bij de sloop van bestaande bebouwing en een proefsleuvenonderzoek op de locaties die niet bebouwd zijn. Het huidige bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het projectgebied zouden kunnen bevinden. Op basis van een middelhoge en hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het projectgebied aanwezig zijn. Daarom wordt het eerder gegeven advies overgenomen. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, is in dit stadium een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek de meest geschikte onderzoeksmethode. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het projectgebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Het proefsleuvenonderzoek zal op een later moment woren uitgevoerd.

In voorliggend TAM-omgevingsplan wordt het werkingsgebied 'Waarde - Archeologie' opgenomen.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

4.10.3 Conclusie De aspecten cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw vormen geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit. Het proefsleuvenonderzoek moet uitwijzen of er archeologische resten binnen het projectgebied aanwezig zijn.

4.11

Bescherming van de gezondheid

4.11.1 Toetsingskader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, kwaliteit van de buitenlucht en bodem. Deze aspecten zijn in de voorgaande paragrafen gemotiveerd. 4.11.2 Motivering Met de toevoeging van een gymzaal wordt de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd in de vorm van sport. De aspecten geluid, geur, kwaliteit van de buitenlucht en bodem zijn in voorgaande paragrafen gemotiveerd. Daarnaast wordt met de realisatie van de gymzaal de kwaliteit van de leefomgeving niet nadelig beïnvloed. Veehouderijen Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. Endotoxinen Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een toxisch effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden.

Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. De Gezondheidsraad hanteert een advieswaarde van 30 endotoxine-eenheden per kubieke meter (EU/m³) voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht over een langere periode. Voor de beoordeling kan de "Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0" worden gebruikt. Daarin zijn afstandsgrafieken opgenomen voor de relevante diersoorten vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens gerelateerd aan de fijnstofemissie. In algemene zin kan worden gesteld dat het effect van endotoxinen tot maximaal 600 meter van veehouderijen reikt. Er bevinden zich geen intensieve veehouderijen binnen een straal van 600 meter vanaf het projectgebied. Geitenhouderijen In een straal van 2 km rondom geitenhouderijen bestaat een verhoogde kans op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen moet worden beoordeeld of er een effect is op de gezondheid. Er bevinden zich geen geitenhouderijen binnen een straal van 2 km vanaf het projectgebied. 4.11.3 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit.

28 kstraten" (ontwerp)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Toetsingskader Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Het bevoegd gezag neemt een besluit over het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Hiervoor dient de aanvraag in ieder geval gepaard te gaan van een beschrijving van: a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1. de fysieke kenmerken van het gehele project; 2. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn b. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: 1. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: 2. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en 3. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. 4.12.2 Motivering Het bouwen van een gymzaal kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit in kolom 3 (zonder voorwaarden).

In beginsel betekent dit dat er een mer-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Uit voorliggende motivering kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit, gezien de aard en omvang van het voorgenomen project. De fysieke kenmerken en locatie van het project staan beschreven in hoofdstuk 2, de mogelijke milieueffecten van het project in hoofdstuk 4. De quickscan natuurwetgeving bevat een uitgebreid toelichting op de afstand tot en het effect op de resultaten van dit natuurwaarden onderzoek. 4.12.3 Conclusie Uit voorliggende motivering kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit omdat het projectgebied in bestaand stedelijk gebied ligt en het gaat om 1 gymzaal van 616 m2. Buiten dat staat vast dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 29

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemene opzet

Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het juridisch-planologisch mogelijk maken van de ontwikkeling Dijkstraten te Best. Met beoogd planvoornemen wordt een gymzaal gerealiseerd. Er wordt een gymzaal gerealiseerd. Het TAM-omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Best (hoofdstuk 22e). Het TAM-omgevingsplan (nieuwe hoofdstuk) wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Het TAM-omgevingsplan wordt in een later stadium opgenomen in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Best. Het 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22e gymzaal Dijkstraten' bestaat uit de volgende onderdelen: a. De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. b. De regels De regels worden opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Best.

De regels bevatten onder andere de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. c. De (digitale) verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde functies. Deze worden in paragraaf 5.2 nader toegelicht. Daarnaast zijn diverse werkingsgebieden opgenomen, gekoppeld aan specifieke regels. d. De opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels.

5.2

Toelichting op de regels

Op de verbeelding zijn gebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan functies met bijbehorende regels. Hierna worden deze functies met bijbehorende regels kort toegelicht. Groen Een gedeelte van het projectgebied krijgt de functie 'Groen'. Deze gronden zijn aangewezen voor plantsoenen, parken, groenstroken en andere groenvoorzieningen, bermen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen met daarbij behorende geluidwerende voorzieningen, voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Maatschappelijk Een gedeelte van het plangebied krijgt de functie 'Maatschappelijk'. Deze gronden zijn aangewezen voor maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een gymzaal, wegen, paden en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de voor 30 kstraten" (ontwerp)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mag slechts binnen het bouwvlak worden gebouwd Verkeer Ter plaatse van de aanpassing van de Veldweg aan de westkant krijgen de gronden de functie 'Verkeer'. Deze gronden zijn aangewezen voor voorzieningen voor wegen, fiets- en voetpaden, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen met de daarbij behorende voorzieningen zoals; parkeerplaatsen, groen en beplanting, bermen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie. Waarde - Archeologie Aan het plangebied is de functie 'Waarde - Archeologie' toegekend. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwwerken op deze gronden dient een archeologisch onderzoek te worden overgelegd als de bodemingrepen een groter oppervlakte hebben dan 250 m2. Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is een omgevingsvergunningplicht opgenomen. Algemene regels In de algemene regels is een aantal bepalingen opgenomen die gelden binnen het gehele plangebied van dit TAM-omgevingsplan. Dit betreft onder andere de voorwaardelijke verplichting om voldoende waterberging aan te leggen.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten

Hoofdstuk 6 6.1

Financiële en maatschappelijke haalbaarheid

Financiële haalbaarheid

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Dit kostenverhaal geldt voor kostenverhaal plichtige activiteiten, waaronder bouwactiviteiten. Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten worden verhaald. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. Voorliggend project is een initiatief vanuit de gemeente Best. De gemeente Best is eigenaar van de gronden binnen het plangebied, waardoor er geen kosten op derden verhaald hoeven te worden. Het TAM-omgevingsplan voorziet in de realisatie van een gymzaal ten behoeve van de scholen Dijkstraten en Aarlesche Erven. De gemeenteraad heeft op 10 november 2025 ingestemd met de Programmabegroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029. Hierin is opgenomen dat voor het beschikbaar stellen van de benodigde financiële middelen een afzonderlijk raadsbesluit vereist is. Dit besluit is op dit moment nog niet genomen.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid

De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

32 kstraten" (ontwerp)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876256/1