26019.04 - Motivering TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Inhoudsopgave
Motivering
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Projectgebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 4 5
Hoofdstuk2 Projectbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Verkeer en parkeren
6 6 6 7
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Rijksbeleid en regels 3.2 Provinciaal beleid en regels 3.3 Waterschapsbeleid en regels 3.4 Gemeentelijk beleid
9 9 11 13 13
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieubelastende activiteiten 4.2 Geluid 4.3 Kwaliteit van de buitenlucht 4.4 Geur 4.5 Bodem en grondwater 4.6 Omgevingsveiligheid 4.7 Trillingen 4.8 Natuur 4.9 Water en watersystemen 4.10 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw 4.11 Bescherming van de gezondheid 4.12 M.e.r.-beoordeling
16 16 17 18 19 21 23 24 24 26 27 28 29
Hoofdstuk5 Juridische planopzet 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de regels
30 30 30
Hoofdstuk6 Financiële en maatschappelijke haalbaarheid 6.1 Financiële haalbaarheid 6.2 Maatschappelijke haalbaarheid
32 32 32
2 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De gemeente Best is voornemens om nabij de rotonde waar de Koppelboor aansluit op de Ringweg een gymzaal te bouwen. Ter plaatse van het projectgebied zijn in de huidige situatie 2 vrijstaande woningen en een rij tijdelijke woningen aanwezig. Deze zullen worden gesloopt. De gymzaal wordt gerealiseerd voor de nabijgelegen scholen. Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Dijkstraten', dat deel uitmaakt van het (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan gemeente Best. Op basis van het bestemmingsplan geldt ter plaatse van het projectgebied de functie 'Woongebied - 4'. Binnen de functie 'Woongebied - 4' is het niet toegestaan om een gymzaal te bouwen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient er te worden afgeweken van het huidig juridisch-planologisch kader. De gemeente Best beschikt op moment van schrijven niet over een basis voor het nieuwe deel Omgevingsplan. De gemeente heeft er daarom voor gekozen om de ontwikkeling mogelijk te maken via de Tijdelijke Algemene Maatregel (TAM) Omgevingsplan via IMRO. TAM-IMRO biedt gemeentes de mogelijkheid om een nieuw deel van het Omgevingsplan via de oude technische publicatiewijze in procedure te brengen. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het projectgebied.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in het noordwesten van Best, zie figuur 1.1. Het gebied ligt nabij de rotonde waar de Koppelboor aansluit op de Ringweg. Het projectgebied omvat het gebied weergegeven op figuur 1.2.
Figuur 1.1: begrenzing projectgebied (bron: kadastralekaart.com)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Figuur 1.2: Begrenzing projectgebied (bron: kadastralekaart.com)
1.3
Het omgevingsplan
Op 1 januari 2024 is het tijdelijk Omgevingsplan gemeente Best in werking getreden. In het tijdelijke deel zijn naast de bruidsschat de volgende bestemmingsplannen van toepassing: Bestemmingsplan 'Dijkstraten' vastgesteld d.d. 26 september 2011 Paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' vastgesteld d.d. 6 februari 2017 Paraplubestemmingsplan 'Wonen en kamerverhuur' vastgestelde 10 juni 2024 Bestemmingsplan 'Dijkstraten' Op basis van het bestemmingsplan 'Dijkstraten' heeft het projectgebied de functie 'Woongebied - 4' met gebiedsaanduiding 'gezamenlijke woongebieden'. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan om een gymzaal te realiseren. Het voorgenomen initiatief is daarmee in strijd met de huidige functie. Daarnaast is in het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' aanwezig. Deze dubbelbestemming is later overschreven door het vastgestelde paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie'. Het aspect archeologie wordt in paragraaf 4.10 nader toegelicht. Tot slot geldt de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - weg' en de gebiedsaanduiding 'Geluidsgevoelige functie uitgesloten. Naast geluidgevoelige functies zijn met het oog op de "handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Best" ook luchtgevoelige bestemmingen uitgesloten in een deel van het projectgebied. Het aspect geluid wordt in paragraaf 4.2 nader toegelicht.
4 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Dijkstraten', met het projectgebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' Het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' voorziet in een gemeente dekkende regeling voor parkeren door te voorzien in uniforme bepalingen die dynamisch verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. Hiermee kan de gemeente bij nieuwbouwprojecten of wijzigingen van het gebruik eisen blijven stellen aan het aantal parkeerplaatsen en plannen toetsen aan de parkeernormen die zijn opgenomen in actuele parkeerbeleid. Naast de parkeernormen wordt in dit paraplubestemmingplan ook het archeologisch beleid vastgesteld. Het projectgebied is gelegen binnen de 'Waarde - Archeologie 3'. Deze gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezig archeologische waarden. Het aspect archeologie wordt in paragraaf 4.9 nader toegelicht. Paraplubestemmingsplan 'Wonen en kamerverhuur' Het paraplubestemmingsplan 'wonen en kamerverhuur' voorziet in een gemeente dekkende uniforme regeling en actualisatie van de regels over wonen en kamerverhuur. In voorliggend projectvoornemen worden geen woonfuncties mogelijk gemaakt.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die met dit TAM-omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, de strijdigheden met het omgevingsplan en een beschrijving van de ontwikkeling die met dit TAM-omgevingsplan wordt mogelijk gemaakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. De juridische planopzet geeft de juridische planopzet weer. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn beschreven in hoofdstuk 6.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Hoofdstuk 2 2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie
Het projectgebied ligt in de bestaande wijk Dijkstraten, in het noordwesten van Best. Deze wijk wordt begrensd door de Ringweg in het noordwesten, de Oirschotseweg in het zuiden en de spoorlijn door Best in het oosten. De wijk Dijkstraten is een relatief nieuwe woonwijk die sinds 2020 gefaseerd is gebouwd. Het projectgebied bevindt zich in het westen van de wijk. Ter plaatse van het projectgebied zijn 2 vrijstaande woningen en een rij van 30 tijdelijke woningen. Deze zullen worden gesloopt. Direct ten westen van het projectgebied is de Ringweg aanwezig. Aan de overzijde van de ringweg zijn verschillende bedrijven aanwezig. Rondom het projectgebied zijn voornamelijk woningen aanwezig. Ten zuidwesten bevindt zich een agrarisch perceel.
Figuur 2.1: Huidige situatie (bron: Google maps)
2.2
Toekomstige situatie
De huidige bebouwing, weergegeven op figuur 2.1, en de 2 vrijstaande woningen aan de zijde van de ringweg worden gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt aan de Mallejan een gymzaal gerealiseerd, zie figuur 2.2. De gymzaal wordt gesitueerd aan de noordzijde en heeft een hoogte van maximaal 11 meter en krijgt een oppervlak van circa 616 m2. De bijbehorende kleedruimtes en bergingen worden aan de zuidzijde gesitueerd en krijgen een hoogte van 5,5 meter. Deze kleedruimtes en bergingen hebben een oppervlak van circa 271 m2. De gymzaal wordt uitsluitend in gebruik genomen door de nabijgelegen school aan de Maatstok 1 (kindcentrum Platijn) en de school aan Den Dries 17 (Op 't Erf). Het terrein rondom de gymzaal krijgt een groenfunctie. Tussen de woningen aan de oostkant wordt een groenstrook van circa 7 meter gerealiseerd. Aan de noordkant wordt een groenstrook van circa 5 meter gerealiseerd. Aan de zuidkant wordt circa 24,7 meter groen gerealiseerd. De Veldweg wordt door middel van een nieuw aan te leggen fietsstraat aangesloten op de Koppelboor. In de zuidoost hoek van het projectgebied aan de Mallejan worden 4 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Het aspect verkeer en parkeren wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht.
6 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: Gemeente Best)
2.3
Verkeer en parkeren
De ontwikkeling heeft mogelijk gevolgen voor het aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect hiervan is. Daarnaast dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Het project mag geen onaanvaardbare gevolgen hebben. 2.3.1
Verkeer
Het initiatief betreft de realisatie van een gymzaal ten behoeve van de nabijgelegen school aan de Maatstok 1 (kindcentrum Platijn) en de school aan Den Dries 17 (Op 't Erf). . Deze gymzaal wordt uitsluitend in gebruik genomen door deze school. De kinderen zullen te voet van en naar deze gymzaal gaan. Omdat de woningen verdwijnen zal er sprake zijn van een afname van verkeer ten opzichte van de huidige situatie. Met de aanpassing van de Veldweg zal het autoverkeer te gast worden. Daarbij wordt de ontsluiting van de Veldweg met de Koppelboor verbeterd. In de huidige situatie ligt de Veldweg zeer dicht op de naastgelegen rotonde, waardoor verkeerskundig gezien een onveilige situatie ontstaat. De nieuwe positionering van de Veldweg wordt ontsloten door middel van een nieuwe kruising verder van de rotonde vandaan in oostelijke richting. Hierdoor ontstaat een nieuwe kruising tussen de Koppelboor, Veldweg en Duivenbroek. De verkeerssituatie wordt verbeterd door de aanpassing van de Veldweg. 2.3.2
Parkeren
Het initiatief betreft de realisatie van een gymzaal ten behoeve van de nabijgelegen school aan de Maatstok 1 (kindcentrum Platijn) en de school aan Den Dries 17 (Op 't Erf). . De gemeente Best toetst nieuwe initiatieven aan de 'Nota parkeernormen 2022' van de gemeente Best. De nota is een beleidsdocument waarin de gemeente Best per gebied en per functie de parkeernormen vastgelegd. Voorliggend project maakt een gymzaal van circa 616 m2 mogelijk. Het projecgebied ligt in bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten de zone 'rest bebouwde kom' in een 'matig stedelijk' gebied. De gemeente Best gaat uit van de onderkant van de bandbreedte. De gymzaal wordt uitsluitend gebruikt door de leerlingen van de omliggende scholen,hierdoor is er geen parkeerbehoefte. Hooguit zal een beheerder naar de gymzaal komen per auto. Hiervoor worden 4 extra parkeerplaatsen aangelegd. In de regels is uitgesloten dat de gymzaal buiten de schooltijden door derden wordt gebruikt voor sportactiviteiten. Hiermee is voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde gymzaal. Indien de gymzaal later door derden gebruikt wordt moet worden voldaan aan de regels uit artikel 5.3.
8 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Hoofdstuk 3
Beleid
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de omgevingsplanactiviteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
3.1
Rijksbeleid en regels
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen, laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Toets In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het projectgebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkeling aan de provincies en gemeenten overlaten.
De realisatie van de gymzaal binnen een bestaande woonwijk ligt in lijn met de Nationale omgevingsvisie. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
3.1.2
Instructieregels Rijk
De rijksinstructieregels gelden voor verschillende onderwerpen. Hiervoor geeft het Bkl instructieregels. De hoofdonderwerpen zijn hieronder opgesomd: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.
Toets Er zijn binnen het projectgebied geen instructieregels van toepassing die belemmerend zijn voor de gymzaal. 3.1.3
Beperkingengebied
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Een beperkingengebied is in feite wat nu de (beschermings)zones onder de huidige wetgeving zijn en in veel gevallen omvat het beperkingengebied ook de locatie van de weg of het waterstaatswerk of object zelf. Toets Het projectgebied ligt niet binnen een beperkingen gebied. 3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Toets Kwalitatieve behoefte De gemeente Best groeit door de aanleg van nieuwe woonwijken, zoals de wijk Dijkstraten. Hierdoor komen er meer kinderen in Best en meer scholen. Binnen de gemeente Best is er daarom behoefte aan 10 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten een extra gymzaal voor de omliggende basisscholen. In het Sport- en beweegakkoord Best wordt aangegeven dat er behoefte is aan beweging van jongs af aan en voor elke doelgroep. De gymzaal wordt gebruikt door de omliggende scholen. Op dit moment is er voor deze scholen geen nabijgelegen gymzaal aanwezig. Om deze reden draagt de realisatie van de gymzaal bij aan gezonde en duurzame leefomgeving op het gebied van sport. De ontwikkeling ligt daarmee in lijn met het Sport- en beweegakkoord Best. De gymzaal maakt onderdeel uit van de nieuwe woonwijk Dijkstraten in stedelijk gebied en voorziet in een maatschappelijke behoefte.
3.2
Provinciaal beleid en regels
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant
Omgevingsvisie is vastgesteld door provinciale staten Noord-Brabant in december 2018. De omgevingsvisie is hét beleidsinstrument voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is het richtinggevende beleidsinstrument van de Omgevingswet: het benoemt ambities, centrale opgaven en strategie vanuit een samenhangend perspectief op ruimte, milieu, natuur en landschap, water, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed. Vanuit deze samenhang zet een omgevingsvisie ook de koers uit voor ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, voorzieningen en recreatie in de provincie. Een belangrijke trend is de toenemende aandacht voor nieuwe thema's zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn 'zuinig ruimtegebruik' met daaraan gekoppeld de 'concentratie van verstedelijking'. De accenten moeten hierbij liggen op 'inbreiding' en 'herstructurering'. Daarbij stuurt de provincie aan op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in 'concentratiegebieden' en 'overig stedelijk gebied'. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen.
Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: zorgvuldig ruimtegebruik; meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; versterking van de economische kennisclusters. Toets Het project betreft de realisatie van een gymzaal binnen het 'stedelijk gebied'. Het projectvoornemen past binnen de omgevingsvisie provincie Noord-Brabant. 3.2.2
Instructieregels provincie Noord-Brabant (omgevingsverordening)
Net als het Rijk kunnen ook Provinciale Staten bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut. Hiermee wordt invulling gegeven aan het basisprincipe 'Zorgvuldig ruimtegebruik'. Bij stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals bedoeld in artikel 5.129g van het Bkl, en er dient een relatie te worden gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Toets De kern Best is aangewezen als 'Stedelijk gebied' zie figuur 3.1 en 3.2. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het 'Stedelijk gebied' en dat de ruimte binnen het 'Stedelijk gebied' zo goed als mogelijk wordt benut. Artikel 5.55 van de omgevingsverordening stelt regels over de ontwikkeling van stedelijke functies binnen stedelijk gebied. In paragraaf 3.1.4 van voorliggende motivering is dit nader toegelicht. Het projectgebied ligt niet binnen beschermde natuurgebieden. In paragraaf 4.8 wordt ingegaan op het aspect natuur. De voorgenomen ontwikkeling van een gymzaal past binnen het provinciale beleid.
Figuur 3.1: Uitsnede kaart 5: Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
12 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Figuur 3.2: Uitsnede kaart instructieregels gemeenten voor natuur en stiltegebied TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.3
Waterschapsbeleid en regels
Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. 3.3.1
Waterschapsverordening
Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschreven in het Waterbeheerprogramma 'Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving'. Deze doelstellingen en ambities zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Water- en Milieuplan van Noord-Brabant, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving van het Waterschap De Dommel, het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 Bladel, het Nationaal Waterplan, WB21, het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Algemeen punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Hierdoor legt water een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. Vasthouden bergen afvoeren (waterkwantiteit); Schoon houden scheiden zuiveren (waterkwaliteit). In de waterschapsverordening is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande opper vlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen.
Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m² of groter is, worden vanuit het waterschap compenserende maatregelen geëist. 3.3.2
Toets en conclusie
De omgevingsplanactiviteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Waterschap. Door de beoogde herontwikkeling wijzigt het verhard oppervlak. Op grond van het waterschapsbeleid is het vereist om voldoende waterberging te realiseren. Dit wordt in paragraaf 4.9 nader uitgewerkt.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Best 2040
Op 31 januari 2022 heeft de gemeenteraad de 'Omgevingsvisie Best' vastgesteld. In mei 2023 is deze herzien. De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor de gemeente, voortkomend uit de Omgevingswet. In de omgevingsvisie zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd: 1. ruimte voor comfortabel wonen; 2. versterken van de groene leefomgeving; 3. accommoderen van een vitale en schone economie. In de omgevingsvisie worden 10 ruimtelijke keuzes onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
gezonde, duurzame en vitale wijken; een multifunctioneel en bruisend dorpshart; googwaardige groenstedelijke dorpsuitbreiding; een gezonde groenstructuur; buitengebied in balans; toekomst bestendige werklocaties; multimodaal bereikbaar; ruimte voor duurzame energie;
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten 9. ruimte voor cultuur een activiteiten; 10. beschermen cultuurhistorische waarde.
Figuur 3.3: Visiekaart gemeente Best, Projectgebied blauw omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Toets De beoogde ontwikkeling binnen het projectgebied, waarbij een gymzaal wordt gerealiseerd, ligt in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Best. Het toevoegen van de gymzaal draagt bij aan een gezonde, duurzame en vitale wijk. 3.4.2
Nota Parkeernormen 2022
Op 1 januari 2022 is de "Nota Parkeernormen 2022" in werking getreden. Deze nota heeft als doel om de parkeernormen beter toepasbaar en flexibeler te maken voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die de komende jaren in Best gaan plaatsvinden. De beleidsregels voor parkeernormen dienen een hoger doel, namelijk bijdragen aan een goed bereikbaar dorp waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Essentieel zijn daarbij de volgende uitgangspunten: 1. De parkeernormen hebben een positieve invloed op de leefbaarheid, duurzaamheid (zoals klimaatadaptatie) en bereikbaarheid van de gemeente Best; 2. Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen is verantwoordelijk voor het realiseren van de eigen parkeeroplossing; 3. bouwinitiatief of wijziging van een functie van een locatie mag geen parkeerproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of die vergroten. Van belang is dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zonder dat dit lokaal resulteert in 14 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten een structureel overschot aan parkeren. Voor nieuwe initiatieven geldt dat de parkeervraag in principe binnen de ontwikkeling opgelost dient te worden. Toets Het thema parkeren behorend bij deze ontwikkeling is nader uitgewerkt in paragraaf 2.3.
3.4.3
Best duurzaam
De gemeente Best pakt haar maatschappelijke verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid door een ambitieus doel te stellen: een energieneutraal en afvalloos Best in 2030. Samen met de Metropoolregio Eindhoven streeft Best ernaar om als eerste regio in Nederland energieneutraal te zijn. Dit betekent onder meer dat alle benodigde energie na energiebesparing wordt opgewekt uit duurzame, ook wel hernieuwbare bronnen. Daarmee wordt het gebruik van fossiele brandstoffen (aardgas, aardolie, kolen) teruggedrongen. Verder bepaalt de materiaalkeuze in de bouw de mogelijkheid tot circulariteit. Toets Het college van de gemeente Best heeft als uitgangspunt vastgesteld dat het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed Nul-Op-De-Meter vastgoed wordt gerealiseerd. Zo wordt gestreeft naar het gasloos uitvoeren van de gymzaal en wordt voldaan aan voorwaarden voor een duurzame waterhuishouding. Daarmee wordt bijgedragen aan het beperken van hittestress en wordt een klimaatadaptieve omgeving gecreëerd. Tevens wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van milieuvriendelijke en duurzame bouwmaterialen. 3.4.4
Dorpscode Dijkstraten
In het omgevingsplan worden de functie en het gebruik van de gronden en de maatvoering van de bebouwing geregeld. Het omgevingsplan vormt de juridische basis voor de ontwikkeling van de Gymzaal Dijkstraten. De architectonische verscheidenheid wordt gewaarborgd door middel van de welstandsnota en beeldkwaliteitplannen (in dit geval de Dorpscode). Voor de ontwikkeling van Dijkstraten is een Dorpscode opgesteld. De Dorpscode is een geschikt instrument om de uitstraling, sfeer en wijze van de inrichting van het (on)bebouwde vast te leggen. Het is een integraal document om de ruimtelijke verschijningsvorm en kwaliteit in de looptijd van het project en in de jaren daarna te waarborgen. De Dorpscode doet uitspraken over de architectonische verschijningsvorm van gebouwen, de inrichting van de openbare ruimte en stedenbouwkundige opzet van het plan. Dit beeldkwaliteitsplan is dus een aanvulling op het bestemmingsplan, waarin uitsluitend stedenbouwkundige randvoorwaarden vastgelegd kunnen worden. Toekomstige bouwplannen dienen zowel aan het bestemmingsplan als aan de Dorpscode te worden getoetst. De Dorpscode voor de ontwikkeling van Dijkstraten zal als onderdeel van de welstandsnota worden vastgesteld en is hiermee formeel toetsingskader. Toets De realisatie van een gymzaal aan de Veldweg in het gebied ''Dijkstraten' ligt in lijn met de dorpscode Dijkstraten.
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Milieubelastende activiteiten
4.1.1
Toetsingskader
Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar andere milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Ook biedt deze zonering duidelijkheid waar bij de projectie van nieuwe milieugevoelige activiteiten rekening mee moet worden gehouden. Naast wonen zijn dat onder meer scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen. Het ruimtelijk spoor ging onder de Wet ruimtelijke ordening uit van vaste richtafstanden op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (uit 2009). Die richtafstanden gelden vanaf een bepaalde activiteit tot rustig woongebied en gemengd gebied. Hierbij wordt rustig woongebied meer beschermd dan gemengd gebied. De nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering uit 2024 werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een lijst van activiteiten. 4.1.2
Motivering
Gymzaal Een gymzaal is een milieubelastende activiteit. Hiervoor is echter geen richtafstand opgenomen in de VNG-uitgave. De gymzaal ligt op een afstand van circa 15 meter van de omliggende woningen.Er is sprake van een gemengd gebied, omdat hier al de rondweg ligt en in de omgeving bedrijven aanwezig zijn. Daarnaast wordt de gymzaal uitsluitend overdag gebruikt. Dit gebruik is zeer beperkt en er zal sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat. Een gymzaal is een milieubelastende activiteit en geen geluidgevoelige ruimte. De invloed van bedrijven op het gebruik als gymzaal is niet relevant. Desaltniettemin staat voor de volledigheid hieronder de milieubelastende activiteiten in de omgeving genoemd.
Omliggende bedrijven Aan de overzijde van de Ringweg zijn verschillende milieubelastende activiteiten aanwezig. Deze bedrijven hebben de functie 'Bedrijf'. Binnen deze functie zijn de bedrijven onder milieucategorie 1 en 2, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige en/of risicovolle inrichtingen toegestaan. De richtafstand van de hoogst toegestane milieucategorie binnen deze functie is 30 meter. Het projectgebied ligt op minimaal 90 meter afstand van de verschillende bedrijven aan de overzijde van de Ringweg. Geconcludeerd wordt dat in de directe omgeving van de projectgebied zich geen plaatsgebonden activiteiten bevinden die een beperking zijn op de beoogde ontwikkeling. Ten westen van het plangebied ligt aan de Zessprong 20 een aannemersbedrijf. Dit bedrijf valt in de milieucategorie 3.1 en hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Het plangebied ligt op minimaal 90 meter afstand van het annemersbedrijf. Geconcludeerd wordt dat in de directe omgeving van het proejctgebied zich geen plaatsgebonden activiteiten bevinden die een beperking zijn op de beoogde ontwikkeling. Binnen de functie 'Bedrijf' is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het toestaan van bedrijven in milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Het plangebied ligt op minimaal 90 meter afstand van de verschillende bedrijven aan de overzijde van de Ringweg.
Geconcludeerd wordt dat in de directe omgeving van het projectgebied zich geen plaatsgebonden activiteiten bevinden die een beperking zijn op de beoogde ontwikkeling.
16 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
4.1.3
Conclusie
Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit.
4.2
Geluid
4.2.1
Toetsingskader
Wettelijk kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gaan gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; het bevorderen van bronmaatregelen; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels: het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.2.2
Motivering
Gymzaal Het initiatief betreft de realisatie van een gymzaal ten behoeve van de nabijgelegen school aan de Maatstok 1 (kindcentrum Platijn) en de school aan Den Dries 17 (Op 't Erf). Dit zijn geen geluidgevoelige verblijfsruimten of gebouwen als bedoeld in artikel 3.21 en 3.22 van het Bkl. De gymzaal is geen nevengebruiksfunctie binnen een gebouw met een onderwijsfunctie. Om deze reden is de gymzaal geen geluidgevoelig gebouw, zoals bedoeld in artikel 3.21 Bkl. Onderzoek naar geluidbelasting op de te realiseren gymzaal is niet nodig.
woningen Mallejan In het bestemmingsplan 'Dijkstraten' is een 'specifieke bouwaanduiding - 8' opgenomen. Deze bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten bouwaanduiding is opgenomen, omdat deze te realiseren bebouwing zou dienen als een geluidwal voor de al gerealiseerde woningen aan de Mallejan. In de bijbehorende stukken (bijlage bij de toelichting p. 1456) van bestemmingsplan Dijkstraten blijkt dat een Besluit hogere waarde is genomen. In het akoestische rapport (behorende bij het hogere waarde besluit HOWA-11-00165) zijn op de woningen met toetspunten W54-W59-W60 geen overschrijdingen ten opzichte van de voorkeursgrenswaarde berekend. Er is daarbij geen rekening gehouden met de betreffende bouwaanduiding. Wel is er rekening gehouden met enkele andere woningen (beoordelingspunten W55-W56) in dat plan, die een afschermende werking hebben. De specifieke bouwaanduiding is abusievelijk opgenomen. Uit de kaart van Icinity (obv RVMK/BBMA 2035) blijkt dat de woningen aan Mallejan ook zonder afschermend gebouw zullen voldoen aan de standaardwaarde.
Stemgeluid Voor stemgeluid bestaan geen wettelijke normen. De sportzaal zal kinderen van de nabijgelegen scholen aan de Maatstok 1 (kindcentrum Platijn) en de school aan Den Dries 17 (Op 't Erf) aantrekken. Deze kinderen zullen per klas de gymzaal gaan gebruiken. Met de realisatie van de speeltoestellen in het groen ontstaan geen onredelijke hinder ontstaat op geluidgevoelige objecten/woningen in de omgeving.
Installaties Bij de keuze van de soort/type installaties zal rekening worden gehouden met de geldende geluidsnormen. Deze installaties zullen niet leiden tot overschrijding van de normen. Die normen gelden echter niet voor bepaalde geluiden, zoals stemgeluid en piekgeluiden van aankomende en vertrekkende bezoekers. Daarom kunnen die geluiden enkel in de planfase beschouwd worden in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
4.2.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering.
4.3
Kwaliteit van de buitenlucht
4.3.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect kwaliteit van de buitenlucht instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de buitenlucht; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; De beoordeling van de kwaliteit van de buitenlucht vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de kwaliteit van de buitenlucht als de toename van de concentratie NO2 en/of PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit 18 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden.3 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de kwaliteit van de buitenlucht altijd worden beoordeeld: bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit' bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. 4.3.2
Motivering
In artikel 5.54 van het Bkl is opgenomen dat bij een project waarin maximaal 1.500 woningen worden toegevoegd, de genoemde maximale waarde van 1,2 µg/m3 niet zal worden overschreden. Aangezien binnen het projectgebied slechts 1 gymzaal wordt toegevoegd, wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde eisen. In de beleidsregel: 'handreiking luchtkwaliteit gevoelige bestemmingen Best' is geregeld dat binnen 300 meter van de snelweg en 50 meter van een drukke gemeentelijke/provinciale weg geen nieuwe 'lucht'gevoelige objecten kunnen worden ontwikkeld. De nieuwe gymzaal ligt op meer dan 50 meter afstand van de Ringweg. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsregel om buiten 50 meter van een drukke gemeentelijke/provinciale weg 'lucht'gevoelige objecten te realiseren. 4.3.3
Conclusie
Het aspect kwaliteit van de buitenlucht vormt geen belemmering.
4.4
Geur
4.4.1
Toetsingskader
Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan geurbelasting. Een onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan is ook de gemeentelijke geurverordening. Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan worden gedacht aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aangewezen die in ieder geval moeten worden beschermd. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. Specifieke beoordelingsregels voor geur voor de milieubelastende activiteit staan in artikel 8.20 Bkl. De Verordening geurhinder en veehouderij maakt onderdeel van het omgevingsplan. Aanvullend hier op heeft de gemeente de Beleidsregel geurgevoelig gebouw Best 2024 vastgesteld.
Onder geurgevoelig gebouw wordt in de gemeente Best verstaan: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder «gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf» wordt verstaan: gebouw dat op grond van het bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten omgevingsplan, of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, daarbij inbegrepen gebouwen die op basis van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gebouwd mogen worden. Veehouderijen In het omgevingsplan regelt de gemeente de geur van veehouderijen. In paragraaf 5.1.4.6 Bkl staan de instructieregels hiervoor. De instructieregels gelden alleen voor geur van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf op een geurgevoelig gebouw en gaan over: Geurnormen in het omgevingsplan Rekenen Afstand eisen Randvoorwaarden. 4.4.2
Motivering
De te realiseren gymzaal is geen geurgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.91 van het Bkl.Daarbij is de afstand van het projectgebied tot de meest nabijgelegen veehouderij is 830 meter (Broekstraat 13). Verder liggen op zo'n 900 meter een aantal veehouderijen (Aarleseweg). De richtafstand voor deze bedrijven bedraagt 100 meter volgens het Bkl. Omdat het projectgebied buiten deze richtafstand ligt en het object geen geurgevoelig object is, levert het project geen belemmeringen voor de veehouderijen op en is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verzekerd. Onderzoek is daarom niet nodig. Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat is de achtergrondgeurbelasting van belang. Figuur 4.1 hieronder geeft de achtergrondbelasting weer. De achtergrondbelastingkaart van Best toont voor het projectgebied Dijkstraten (rood omlijnd) een zeer goede kwaliteit van de leefomgeving.
Figuur 4.1; Uitsnede kaart achtergrond geurbelasting, projectgebied rood omcirkeld (bron: Omgevingsdienst Zuidoost Brabant) 4.4.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
20 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
4.5
Bodem en grondwater
4.5.1
Toetsingskader
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: Het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. 4.5.2
Motivering
Eerder uitgevoerde onderzoeken Er is door Geofox-lexmond op 11 juli 2007 een verkennend bodemonderzoek (Bijlage 1) en op 25 mei 2010 een aanvullend en nader bodemonderzoek (Bijlage 2) uitgevoerd. Daarnaast is door Lankelma ingenieursbureau een grondonderzoek uitgevoerd op 9 mei 2017 aan de veldweg 14 t/m 18 te Best (Bijlage 3). Tot slot is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op 7 september 2017 aan de Veldweg en Ringweg (Bijlage 4). Uit deze onderzoeken kan het volgende worden geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek, 11 juli 2007: Ter plaatse van de deellocatie Raaijmakers zijn verontreinigingen met stikstofverbindingen (onder andere nitraat) aangetoond. Een aanvullend onderzoek wordt geadviseerd en heeft inmiddels plaatsgevonden (zie onderzoek 25 mei 2010). Ter plaatse van de deellocatie Karwei zijn bij de parkeerplaats verontreinigingen met PAK aangetoond. Een vervolgonderzoek wordt noodzakelijk geacht, waarbij mate en aard van de bodemverontreiniging wordt vastgesteld. Op de overige onderzochte percelen zijn geen verhoogde concentraties in de bodem aangetroffen die milieuhygiënische risicos opleveren voor de gebruikers of het milieu. Deze percelen zijn geschikt voor het toekomstig voorgenomen gebruik als woongebied. Aanvullend en nader bodemonderzoek, 25 mei 2010: Veldweg 14 en 16: geen belemmeringen.
Veldweg 18: De grond- en waterbodemkwaliteit vormt geen belemmering en er is geen asbest aangetroffen. Met betrekking tot de nitraatverontreiniging in hetgrondwater is sprake van een verontreiniging die is ontstaan na 1987, waardoor sprake is van de Zorgplicht (artikel 13 van de Wet bodembescherming). De verontreiniging zal derhalve formeel gesaneerd moeten worden. Opgemerkt wordt echter dat de concentratie nitraat een factor 10 lager is dan de waarden zoals gemeten in 2007. Er lijkt dus sprake te zijn van uitspoeling (en/of afbraak). In overleg met de gemeente Best wordt voorafgaand aan het vertrek van Raaijmakers van de locatie de grondwaterkwaliteit nogmaals bepaald wordt om na te gaan of de daling in concentraties zich heeft voortgezet. Indien dit niet het geval is en de concentraties nog duidelijk boven de nitraatrichtlijn liggen, zal alsnog een sanering uitgevoerd worden. Er is dan geen belemmering voor de ontwikkeling. Met betrekking tot de verhoogde concentratie barium (ten oosten van de wasplaats) zonder aanwijsbare oorzaak is, bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten aangezien er geen sprake is van een sterke verontreiniging, geen sprake van een belemmering voor de ontwikkeling. Grondonderzoek, 9 mei 2017: Zintuiglijk zijn in de vrijkomende grond, behoudens sporen baksteen in de boringen B3, B4 en B5, geen aanwijzingen aangetroffen die zouden kunnen duiden op een verontreiniging. In de grond zijn, behoudens een lichte verhoging aan minerale olie in grondmengmonster MM1 en cadmium in grondmengmonster MM2, geen verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. Het totaal aan resultaten is dusdanig dat dit geen belemmering behoeft te vormen voor eventuele geplande ontwikkelingen. Verkennend bodemonderzoek, 7 september 2017: Econsultancy heeft het bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak humeus, zwak siltig, zeer fijn zand. De ondergrond bestaat uit zwak tot sterk siltig, zeer fijn zand. Bovendien is er in de ondergrond een laag aanwezig bestaande uit voornamelijk sterk siltig klei. In de bovengrond zijn plaatselijk resten baksteen waargenomen.
Verder zijn er in het opgeboorde materiaal geen zintuigelijke verontreinigingen waargenomen. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium. De kleilaag in de ondergrond is licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Verder zijn in de ondergrond geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, benzeen, xylenen en naftaleen. De bariumverontreiniging is te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Voor de lichte benzeen, xylenen en naftaleen verontreinigingen in het grondwater heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring. In het voorgaand onderzoek uit de jaren negentig zijn vergelijkbare gehalten aan aromaten aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er geen reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Toekomstige ontwikkeling Op het plangebied is in het verleden meerdere keren volledig verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek uitgevoerd (2007/2010). Dit betreft de Veldweg 14 t/m 18. Daarnaast is in 2017 de nieuwbouwlocatie van de tijdelijke woningen volledig onderzocht. Na 2017 is de functie en gebruik van de grond ongewijzigd gebleven. Op basis van deze onderzoeken kan voldoende een uitspraak gedaan worden over de aanwezige bodemkwaliteit. Het uitvoeren van een nieuw onderzoek is niet nodig. Destijds zijn geen sterke verontreinigingen boven de interventiewaarde aangetroffen. Hiermee is de bodem geschikt voor het beoogde gebruik.
22 kstraten" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dij
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
4.5.3
Conclusie
De aspecten bodem en grondwater vormen geen belemmering.
4.6
Omgevingsveiligheid
4.6.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Bbl. 4.6.2
Motivering
Er is door Sweco een onderzoek uitgevoerd naar het aspect omgevingsveiligheid. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 5. Uit het onderzoek blijkt dat het projectgebied is gelegen nabij de spoorlijn Amsterdam - Venlo en twee hogedruk aardgastransportleidingen. Hogedruk aardgastransportleidingen Binnen een straal van circa 11 meter van het projectgebied liggen twee hogedruk aardgastransportleidingen. Het betreft leidingen DPO_280 en DPO_BLG_019. Het noordwestelijke deel van het projectgebied ligt binnen het brandaandachtsgebied van de betreffende leidingen. Echter ligt de geplande gymzaal niet in het brandaandachtsgebied, waardoor verdere belemmeringen niet van toepassing zijn. Binnen 5 meter afstand vanaf de hogedruk aardgasleiding worden geen gebouwen gerealiseerd, daarbij wordt rekening gehouden met de toekomstige werkzaamheden voor de realisatie van de gymzaal. Spoorlijn Amsterdam - Venlo Op 528 meter in oostelijke richting van het projectgebied ligt spoorlijn Amsterdam - Venlo. Voor spooren waterwegen geldt volgens het Bkl een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Het projectgebied ligt niet binnen het brand- en explosieaandachtsgebied. Het projectgebied ligt binnen het gifwolkaandachtsgebied. De zelfredzaamheid van gebruikers van de gymzaal wordt als goed beoordeeld, omdat de gebruikers basisschoolleerlingen zijn die altijd onder begeleiding zijn.
In het geval van een calamiteit ter plaatse van de spoorlijn is het projectgebied voor de hulpdiensten bereikbaar via de Ringweg. 4.6.3
Conclusie
Met inachtneming van de in deze paragraaf genoemde punten vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit. bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten" (ontwerp) 23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Gymzaal Dijkstraten
4.7
Trillingen
4.7.1
Toetsingskader
De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn beperkt tot de bescherming van trilling gevoelige gebouwen en trilling gevoelige ruimten tegen trillingen in het frequentie interval van 1 tot 80 Hertz (Hz), ten gevolge van (milieubelastende) 'activiteiten anders dan wonen'. Ondanks de ruime benaming zijn veel activiteiten uitgezonderd. Uitgezonderd van het wettelijk kader zijn: activiteiten bij wonen (tenzij het gaat om een bedrijf aan huis) het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen tijdelijke trilling gevoelige gebouwen die niet meer dan tien jaar zijn toegelaten een trilling gevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, en/of gelegen op een industrieterrein dat onder de Wet geluidhinder 'gezoneerd' was. 4.7.2
Motivering
De gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. De afstand van het projectgebied tot het spoor is 528 meter. Gezien de afstand van het projectgebied tot het spoor is hinder voor personen en gebouwen door trillingen uit te sluiten. 4.7.3
Conclusie
Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de beoogde omgevingsplanactiviteit.