26018.06 - Rapport Natuurtoets Hokkelstraat
Tekst van het document
Het plangebied maakt geen deel uit van NNN en/of overige planologisch beschermde gebieden. De werkzaamheden hebben ook geen effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Er zijn geen vervolgstappen nodig.
24 april 2026
NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT
BK8988-MI-RP-260424-1327
24
Projectgerelateerd
7
Conclusie en aanbevelingen
Enexis is voornemens een transportverdeelstation aan te leggen langs de Hallenweg in Best. Het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 3 is getoetst aan de kaders van de natuurwet- en regelgeving. Als het plan en de uitgangspunten wijzigen dient contact opgenomen te worden met de begeleidend ecoloog om te bepalen of deze natuurtoets nog volstaat.
7.1
Natura 2000
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen en ligt op ongeveer 8 kilometer afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer zijn Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, Regte Heide & Riels Laag, Kempenland-West, Strabrechtse Heide & Beuven en Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. Al deze Natura 2000 gebieden bevatten stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. Vanuit het voornemen zijn significant negatieve gevolgen als gevolg van tijdelijke stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet op voorhand uitgesloten. Voor het voornemen dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd en zijn bij een berekende bijdrage van 0,01 N mol/ha/j of hoger een vervolgstappen nodig.
7.2
Flora en fauna
In het plangebied kunnen mogelijk beschermde zoogdieren, vogels en vleermuizen voorkomen. Deze soorten kunnen gebruik maken van het plangebied en de directe omgeving als leefgebied. Hierbij is de bomenrij geschikt als vliegroute voor vleermuizen. Voor de zoogdieren, vogels en vleermuizen zijn negatieve effecten en een overtreding van de Ow te voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 5. Mits deze maatregelen getroffen kunnen worden is voor deze soorten geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen van de Ow en is het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna- activiteit is niet noodzakelijk.
7.3
NNB
Het plangebied maakt geen deel uit van NNB en/of overige planologisch beschermde gebieden. De werkzaamheden hebben ook geen effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Er zijn geen vervolgstappen nodig.
7.4
Advies bovenwettelijke maatregelen
Het project biedt kansen om, in aanvulling op de beoogde werkzaamheden, de ecologische kwaliteit van het plangebied te verbeteren. Dit hoofdstuk beschrijft enkele kansrijke maatregelen die Enexis kan nemen binnen het plangebied kan nemen om de ecologische kwaliteit van het gebied te verbeteren. Omdat de voorgestelde maatregelen geen verplichting vormen vanuit de Omgevingswet, wordt voor deze maatregelen de term “bovenwettelijke maatregelen ecologie” gebruikt. Zie bijlage 1 voor een toelichting op het belang van deze bovenwettelijke maatregelen. Door het nemen van enkele bovenwettelijke maatregelen, kan de ecologische kwaliteit van het plangebied verbeterd worden. Groendaken Groendaken bieden niet alleen voedsel en schuilmogelijkheden voor vogels en insecten, maar hebben ook een verkoelende en isolerende werking. Bij groendaken kan het onderscheid gemaakt worden tussen extensieve groendaken en intensieve groendaken. In dit geval zou een extensief groendak een optie bieden.
24 april 2026
NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT
BK8988-MI-RP-260424-1327
25
Projectgerelateerd
Extensieve groendaken Extensieve groendaken hebben een dunnere voedingsbodem, zijn lichter dan intensieve groendaken en bestaan veelal uit een beperkte verscheidenheid aan plantensoorten. Het gaat vooral om laagblijvende vegetatie, zoals vetplanten. Dit wordt ook wel een sedumdak genoemd. Doordat de beplanting meestal bewaterd kan worden met regenwater en de vegetatielaag blijft, is het onderhoud aan deze daken lager dan bij intensieve groendaken. Sedumdaken worden soms aangelegd doormiddel van kant-en-klare cassettes. Deze worden afgeraden, omdat dit in de toekomst zal leiden tot onnodig (plastic) afval. Sedumdaken hebben een grotere meerwaarde voor biodiversiteit dan een regulier dak met bijvoorbeeld dakleer. Insectenvoorziening Een nestheuvel is eenvoudig te maken door een hoop (zavel houdende) grond op een zonbeschenen plek neer te leggen. Er komt veel zand vrij door de graafwerkzaamheden en deze zou gemengd kunnen worden met zavel om een nestheuvel te maken voor grondbijen. De nestheuvel moet op een zonnige plek worden aangelegd. Deze moet in het midden tussen de 60-80 cm hoog zijn. Om de heuvel wat te verstevigen kan het zand lichtjes worden aangedrukt. (Stichting landschapsbeheer Zeeland) Voor insecten is het belangrijk dat er voldoende bloeiende planten aanwezig zijn die nectar kunnen bieden.
Alleen wanneer er voldoende planten aanwezig zijn, is het plaatsen van een insectenvoorziening zinvol. Derhalve is het van belang dat er ook bloemrijke planten worden aangebracht. Deze kunnen een goede aanvulling zijn om het leefgebied voor de insecten compleet te maken. Ook kan het beheer extensiever. Hierdoor krijgen kruiden dan ook de kans om spontaan op te komen.
24 april 2026
NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT
BK8988-MI-RP-260424-1327
26
Projectgerelateerd
Bibliografie FLORON (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende plantensoorten, via FLORON Verspreidingsatlas, via: https://www.verspreidingsatlas.nl. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Wageningen Environmental Research (2024), informatie mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden via: https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1
Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit (2026), informatie over de ligging en begrenzing van verschillende Natura 2000-gebieden via: https://www.natura2000.nl/
Nationale Databank Flora en Fauna, onderzoeksperiode 1 januari 2021- 23 april 2026 via: https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal. Provincie Noord- Brabant (2026) ruimtelijke verordening via: https://noordbrabant.viewer.ow.planoview.nl/omgevingsverordening
RAVON (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende soorten amfibieën en reptielen, via: https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie. Stichting landschapsbeheer Zeeland. Wat kan ik zelf doen voor bijen of andere insecten via: https://landschapsbeheerzeeland.nl/veel-gestelde-vragen/wat-kan-ik-zelf-doen-voor-bijen-andere-insecten Verspreidingsatlas (2026), via: https://www.verspreidingsatlas.nl/. Vleermuiswerkgroep Nederland (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende soorten vleermuizen, via: www.vleermuis.net. Vlinderstichting (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende soorten ongewervelden, via: https://www.vlinderstichting.nl/. Vogelbescherming (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende soorten vogels, via: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels. Zoogdiervereniging (2026), informatie over de verspreiding en ecologie van verschillende zoogdiersoorten, via: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten.
24 april 2026
NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT
BK8988-MI-RP-260424-1327
27
Projectgerelateerd
Bijlage 1 Belang Bovenwettelijke maatregelen
24 april 2026
BIJLAGE
BK8988-MI-RP-260424-1327
A0
Projectgerelateerd
Samen voor Biodiversiteit: biodiversiteitsherstel Bescherming van natuurgebieden via de Natura 2000-wetgeving en planologie (o.a. NNN) en van wettelijk beschermde soorten genoemd in de bijlagen van de Omgevingswet heeft als doel de biodiversiteit minimaal te behouden en te herstellen. Het betreft hier verschillende bijzondere soorten en/of specifieke soortgroepen beschermt via plan- of projecttoetsverplichting en vergunningstelsel. Er zijn echter in Nederland nog diverse soorten en soortgroepen die bedreigd worden, en op de zogenoemde ‘Rode lijst 2’ staan, die niet actief beschermd worden door de natuurwet- en regelgeving. Een voorbeeld zijn de verschillende insectengroepen zoals bijen, sprinkhanen en krekels, haften en steenvliegen waarvan een groot deel bedreigd worden. Deze groepen zijn voor bestuiving van planten en als voedselvoorziening voor soorten hoger in de voedselpiramide van essentieel belang. De egel is een voorbeeld van een nog vrij algemene soort die qua verspreiding in de afgelopen 10 jaar met 50% is gedaald door verstedelijking, versnippering en wijziging in landbouwkundig gebruik. Vanuit Europa alsook op nationaal niveau wordt opgeroepen om de negatieve trend in biodiversiteit te keren. Vanuit de Europese Unie wordt er gewerkt aan een Europese strategie voor biodiversiteit met een wetsvoorstel met bindende hersteldoelen.
Op nationaal en provinciaal niveau wordt in de Nationale omgevingsvisie (2020) ingestoken op bescherming en versterking van biodiversiteit en duurzaam benutten van het natuurlijk kapitaal. Uit de Omgevingswet, die onder meer de huidige natuurwetgeving vervangt in 2023, volgt dat er voor alle inheemse soorten waaronder soorten van de Rode Lijst of lokale aandachtsoorten een nadrukkelijke zorgplicht voor geldt. Provincies besteden extra aandacht voor regionale soorten en gebieden en stellen subsidies beschikbaar. Biodiversiteit en natuurlijk kapitaal moeten een integraal onderdeel zijn van visies op stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen, klimaatadaptatie, waterbeheerplannen, omgevingsvisies (Natuurambitie NL/Natuurpositief 2019). Natuur moet niet alleen binnen natuurgebieden versterkt worden, maar overal. Dit betreft in steden, op het platteland en in de grote wateren (Nationale agenda natuurbeleid). Diverse partijen, waaronder Haskoning, onderschrijven de urgentie voor biodiversiteitsherstel en zijn partner van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel (https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/). De opgave voor biodiversiteitsherstel gaat kortom verder dan de huidige wet- en regelgeving vastgelegd in de natuurweten regelgeving en is een actieve oproep om gezamenlijk het tij van daling in biodiversiteit te keren.
Haskoning geeft in haar natuurtoetsen ook ontwerpadviezen (zogenoemde ‘bovenwettelijke maatregelen’) voor behoud en versterking van de biodiversiteit relevant voor het plan- en/of projectgebied.
2 Een Rode lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen op basis van zeldzaamheid
en/of negatieve trend. De lijst wordt periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken: zie https://minez.nederlandsesoorten.nl/soorten.
24 april 2026
BIJLAGE
BK8988-MI-RP-260424-1327
A1