CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26018.06 - Rapport Natuurtoets Hokkelstraat

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: AANVULLENDE STUKKEN ONTVANGEN OP 8-6-2026:10.058 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Natuurtoets Enexis Hokkelstraat, Best In het kader van de Omgevingsweg en de omgevingsveordening Klant:

Enexis

Referentie:

BK8988-MI-RP-260424-1327

Status:

Definitief/1.0

Datum:

24 april 2026

Projectgerelateerd

HASKONING NEDERLAND B.V.

Philitelaan 57 5617 AK Eindhoven Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com

Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):

Natuurtoets Enexis Hokkelstraat, Best In het kader van de Omgevingsweg en de omgevingsveordening BK8988-MI-RP-260424-1327 Hokkelstraat Best, ID0879 Definitief/1.0 24 april 2026 Transportverdeelstation Hokkelstraat Best BK8988 TdW

Opgesteld door:

TdW

Gecontroleerd door:

JvdB

Datum:

24 april 2026

Goedgekeurd door:

JV

Datum:

24 april 2026

Classificatie:

Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (AI); alle door AI gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doel & scope natuurtoets

1

1.3

Leeswijzer en werkwijze

2

2

Natuurwet- en regelgeving

4

2.1

Natura 2000

4

2.2

Flora en fauna

5

2.3

Natuurnetwerk Brabant

10

2.4

Overige planologisch beschermde gebieden

10

3

Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep

11

3.1

Beschrijving plangebied en de directe omgeving

11

3.2

Voorgenomen ingreep

13

4

Toetsing Natura 2000-gebieden (Voortoets)

14

4.1

Beschrijving omliggende Natura 2000-gebieden

14

4.2

Bepaling en beoordeling relevante storingsfactoren

15

4.3

Conclusie Natura 2000-toetsing

16

5

Toetsing flora en fauna

17

5.1

Beschrijving aanwezige biotopen

17

5.2

Effectbeoordeling flora en fauna

17

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.2.9

Vaatplanten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Vogels Vissen Amfibieën Reptielen Ongewervelden Rode lijst soorten

17 17 19 20 21 21 22 22 22

5.3

Conclusie toetsing flora en fauna

23

6

Toetsing NNN en overige planologisch beschermde gebieden

24

6.1

Aanwezige NNN-gebieden en overige planologische beschermde gebieden

24

6.2

Conclusie NNN en overige planologisch beschermde gebieden

24

7

Conclusie en aanbevelingen

25

7.1

Natura 2000

25

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

iii

Projectgerelateerd

7.2

Flora en fauna

25

7.3

NNB

25

7.4

Advies bovenwettelijke maatregelen

25

Bibliografie

27

Bijlagen 1

Belang Bovenwettelijke maatregelen

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

iv

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Enexis is voornemens een transportverdeelstation aan te leggen langs de Hokkelstraat in Best in de provincie Noord-Brabant. Voorgenomen plan omvat onder andere graafwerkzaamheden, ter realisatie van de nieuwe bebouwing. Ruimtelijke plannen en/of ingrepen als deze dienen getoetst te worden aan vigerende natuurwet- en regelgeving. In Nederland worden de natuurwaarden via de Omgevingswet (hierna Ow) beschermd. Onder de Ow is de bescherming geregeld van Natura 2000-gebieden, soorten die genoemd zijn in de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, alsook overige soorten opgenomen in de bijlagen van de Ow en van houtopstanden. Naast de wettelijke bescherming worden natuurgebieden planologisch beschermd via het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). Het is noodzakelijk om de mogelijke effecten van voorgenomen plan op onder de Ow-beschermde gebieden, soorten, houtopstanden en planologisch beschermde natuurwaarden te onderzoeken. Haskoning is gevraagd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling te toetsen aan voorgenoemde natuurwet- en regelgeving; onderzoeksresultaten worden aangehaald in dit rapport.

1.2

Doel & scope natuurtoets

Om na te gaan of (negatieve) effecten als bedoeld in de Ow-beschermde Natura 2000-gebieden, flora en fauna, houtopstanden en planologisch-beschermde gebieden kunnen optreden, is een toets nodig in het kader van de Ow. Dit rapport geeft inzicht in de effecten van het voornemen op de (potentieel) aanwezige beschermde natuurwaarde, of er mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig en/of een omgevingsvergunning nodig is en/of vervolgonderzoeken nodig zijn. Specifiek gaat het in voorliggend rapport om de beoordeling van de volgende onderdelen:  Natura 2000-voortoets;  Flora en Fauna (soortenbescherming) QuickScan;  Planologisch beschermde natuurgebieden, Natuurnetwerk Brabant (hierna: NNB), gemeentelijke ecologische structuren. In de voortoets van Natura 2000 wordt bepaald of op basis van beschikbare gegevens significant negatieve gevolgen wegens voornemens van het project, op voorhand zijn uit te sluiten. Wanneer dit niet het geval is, is aanvullend nader onderzoek nodig in de vorm van een passende beoordeling. De QuickScan flora en fauna is uitgevoerd op basis van bureaustudie aangevuld met een veldbezoek.

Hieruit volgt wat het effect is van het voornemen op (potentieel) aanwezige beschermde soorten en/of er voldoende natuurgegevens zijn en zo niet voor welke soorten aanvullend gericht onderzoek noodzakelijk is om significant negatieve gevolgen wegens voornemen van het project uit te sluiten. Binnen het plan/projectgebied komen geen houtopstanden, waaronder bos, bomen of overige beplanting voor. Een toetsing aan het onderdeel Houtopstanden van de Ow maakt daarom geen deel uit van deze natuurtoets Uit de natuurtoets volgt of planologische beschermde gebieden door het voornemen worden aangetast en/of maatregelen nodig zijn om de aantasting te voorkomen of te compenseren. Aanvullende onderzoeken vallen buiten de scope van deze natuurtoets.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

1

Projectgerelateerd

Onder de Omgevingswet geldt een geldigheidstermijn van drie jaar voor ecologische resultaten. Dit houdt in dat de jongste gegevens niet ouder mogen zijn dan drie jaar. Na drie jaar dienen de gegevens derhalve geactualiseerd te worden. Dit is vastgelegd in de Omgevingsregeling (art 7.197j lid 2 b OR). Bovenwettelijke maatregelen Vanuit de algemene opgave voor biodiversiteit wordt aanvullend op de verplichte maatregelen een beknopt advies gegeven over zogenoemde ‘bovenwettelijke maatregelen’, die aansluiten op mogelijkheden vanuit project of plan. Dit betreft bijvoorbeeld versterking van leefgebied van inheemse soorten door blauwgroene elementen en natuurinclusief bouwen. De voorgestelde maatregelen hebben een positief effect op de lokale biodiversiteit.

1.3

Leeswijzer en werkwijze

Om een beoordeling te kunnen maken in de natuurtoets ten aanzien van Natura 2000-gebieden, beschermde flora en fauna, houtopstanden en planologisch beschermde gebieden worden de volgende onderdelen beschreven in dit rapport:  Beschrijving van het toetsingskaders natuurwet- en regelgeving (opgenomen in hoofdstuk 2);  Beschrijving van het voornemen en bijbehorende werkzaamheden (opgenomen in hoofdstuk 3);  Toetsing ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden (opgenomen in hoofdstuk 4); o Inventarisatie van aangewezen gebieden, m.b.t. Habitat- en/of Vogelrichtlijnen, kwalificerende habitattypen en/of habitatrichtlijnsoorten (voortoets).  Toetsing ten aanzien van beschermde flora- en faunasoorten (opgenomen in hoofdstuk 5); o Inventarisatie van aanwezig beschermde flora en fauna (voortoets); o Beschrijving van mitigerende-/ compensatiemaatregelen.  Conclusie en aanbevelingen (opgenomen in hoofdstuk 7); o Beschrijving van vervolgstappen, waaronder eventueel nader verdiepend onderzoek en de (nodige) inzet van mitigerende-/compensatiemaatregelen.  

Overzicht van geraadpleegde literatuur (opgenomen in Bibliografie); Beknopt kader betreffende bovenwettelijke maatregelen (opgenomen in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).

Natura 2000 voortoets Voor de Natura 2000-gebieden is de ligging ten opzichte van het plangebied in beeld gebracht. Wanneer het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied is gelegen is op basis van beschikbare gegevens gekeken of het Habitat- en of Vogelrichtlijngebied betreft en/of in het plangebied kwalificerende habitattypen en/of soorten kunnen voorkomen. Vervolgens zijn op basis van de geplande ingreep, de indicatieve reikwijdte van de (milieu)effecten en de gevoeligheid van beschermde waarden van de omliggende Natura 2000-gebieden de effecten op de Natura 2000-doelen op hoofdlijn bepaald. Dit is beoordeeld aan de hand van de negentien storingsfactoren van de Effectenindicator (minLNV/WER, 2024 1) en expert judgement. Uit de beoordeling volgt per Natura 2000-gebied of significant negatieve gevolgen wel of niet op voorhand zijn uit te sluiten en of er vervolgstappen nodig zijn. De Natura 2000 voortoets wordt behandeld in hoofdstuk 4. Flora en fauna Inventarisatie van (potentieel) aanwezige beschermde en bijzondere flora en fauna Om inzicht te krijgen in het voorkomen en gebruik van beschermde planten en dieren en soorten van de Rode Lijst in het plangebied is een bureaustudie en biotoopanalyse uitgevoerd. Hiervoor zijn waarnemingen opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 12 februari 2026) voor het projectgebied en omgeving. 1

De effectenindicator is tegenwoordig niet meer online. De achterliggende informatie van deze tool is te vinden op (Beschermde SoortenIndicator (BeSI) - BIJ12). 24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

2

Projectgerelateerd

De NDFF omvat gevalideerde waarnemingen op basis van onder meer gerichte veldonderzoeken, meetnetten alsook gegevens van waarneming.nl. Het studiegebied is afhankelijk van de omvang en type van het plangebied. In deze natuurtoets zijn enkele kilometers rondom het onderzoeksgebied bestudeerd. Afhankelijk van de soortgroep zijn gegevens gebruikt van de afgelopen vijf tot tien jaar. Waarnemingen in NDFF zijn afhankelijk van meldingen en inventarisaties en daarmee niet altijd dekkend in tijd en ruimte. Daarbij worden soorten die eenvoudig zijn waar te nemen eerder geregistreerd. Aanvullend is daarom ook gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen van soorten om inzicht te krijgen in de regionale verspreiding van soorten (Verspreidingsatlas, 2026). Vervolgens is op 26 maart 2026 een verkennend veldbezoek uitgevoerd (weersomstandigheden: 100C, overwegend bewolkt, wisselvallig en 2 Bft) door een deskundig ecoloog werkzaam bij Haskoning. Tijdens het veldbezoek was er geen sprake van specifieke omstandigheden, zoals zware regenval (voorafgaand aan het veldbezoek) of extreme droogte. Tijdens het veldbezoek is een analyse van aanwezige biotopen gedaan. Het veldbezoek betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. Eventuele waarnemingen van soorten, nesten en/of sporen worden wel meegenomen.

De beschikbare gegevens in combinatie van de biotoopanalyse geven inzicht in (potentieel) voorkomen van beschermde flora en fauna in het plangebied. Effectbeoordeling voornemen op (potentieel) aanwezig soorten Op basis van de voorgenomen werkzaamheden is beoordeeld of leefgebied, verblijfplaatsen van (potentieel) voorkomende beschermde soorten worden aangetast en/of er sprake is van verstoring en/of doding. Effecten op beschermde soorten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten (zoals verstoring) die optreden tijdens de aanlegfase van een project en permanente effecten die optreden tijdens de gebruiksfase (verlies leefgebied). Permanente effecten kunnen overigens ook optreden in de aanlegfase, bijvoorbeeld bodemverdichting. Met maatregelen in ruimte en tijd kunnen negatieve effecten die leiden tot overtreding van verbodsbepalingen (doding, verstoring, verlies verblijfplaatsen) veelal voorkomen (gemitigeerd) worden of vervangen worden door compensatie. De QuickScan geeft aan of mitigatie en/of compensatie benodigd is. Indien de onderzoeksresultaten onvoldoende zekerheid geven over het voorkomen van beschermde soorten wordt aangegeven dat nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. De flora en fauna QuickScan wordt behandeld in hoofdstuk 5.

Planologisch beschermde gebieden, Natuurnetwerk Nederland Voor de natuurgebieden vallend onder het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) en overige planologisch beschermde leefgebieden is, evenals bij Natura 2000-gebieden, de ligging van het plangebied ten opzichte van deze gebieden weergegeven. En zijn afhankelijk van de ligging, de bijbehorende wezenlijke kenmerken en waarden en overige waarden weergegeven. Vervolgens is getoetst of het voornemen de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantast en/of mitigerende en/of compenserende maatregelen mogelijk zijn om significant negatieve effecten te voorkomen. De planologisch beschermde gebieden worden behandeld in hoofdstuk 6. Conclusie en aanbevelingen In de conclusie wordt bepaald of het waarschijnlijk is dat het project in het kader van de wet- en regelgeving ten aanzien van beschermde natuurwaarden doorgang kan vinden. Indien uit de resultaten blijkt dat nodig, worden vervolgstappen beschreven om het project doorgang te laten vinden. Daarnaast wordt als onderdeel van de aanbevelingen een advies gegeven over bovenwettelijke maatregelen, hiervoor wordt specifiek voor het voorgenomen plan, passende maatregelen aangedragen, welke de lokale biodiversiteit kunnen versterken.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

3

Projectgerelateerd

Deze maatregelen worden alleen benoemd indien daadwerkelijk effectief blijkt om deze toe te passen binnen projectkaders, ten gunste van de biodiversiteit. De conclusie en aanbevelingen staan beschreven in hoofdstuk 7.

2

Natuurwet- en regelgeving

Natuurwaarden en biodiversiteit zijn per 1 januari 2024 beschermd via de Omgevingswet. In deze wet zijn alle wetten voor de leefomgeving opgenomen, zoals voorheen de Wet natuurbescherming (Wnb), en de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), waarin de planologische bescherming van natuur is geregeld. In de volgende paragrafen worden de wettelijke en planologische natuurbeschermingskaders kort beschreven. De Wnb (vigerend 2017-2023) en bijbehorende wetsartikelen zijn als algemene rijksregels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de omgevingswet (vigerend per 1 januari 2024). Naast de passieve soortenbescherming die via verbodsbepalingen gericht is op nalaten, is de wet ook gericht op een actieve soortenbescherming. De opdracht aan de overheden is om actief beleid te voeren om een gunstige staat van instandhouding van de soorten te bereiken. Deze verplichting om aan actieve soortenbescherming te doen, vloeit voort uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In het Bal is de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet opgenomen die inhoudt dat eenieder voldoende zorg draagt voor de fysieke leefomgeving. Deze is uitgewerkt in een specifieke zorgplicht voor Natura 2000 en inheemse soorten zie onderstaand kader.

Specifieke zorgplicht Natura 2000-activiteit & Flora en fauna activiteit Art. 11.6 Natura 2000 en art. 11.27 Flora en Fauna Degene die een Natura 2000 of flora en fauna activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang is verplicht: a) alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c) als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Het bevoegd gezag, voor het al dan niet verlenen van vergunningen en/of vrijstellingen, is in principe de provincie. Bij projecten met een groot openbaar belang zoals rijks- en spoorwegen, grote wateren en defensieterreinen of die de provinciegrens overschrijden is het ministerie van LVVN het bevoegd gezag. Voor dit project betreft het bevoegd gezag provincie Noord-Brabant.

2.1

Natura 2000

Natura 2000 is een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden bestaande uit aangewezen Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden die een grote bijdrage leveren voor de instandhouding van het type of soort. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen die onderdeel vormen van een Europees Natura 2000-netwerk. Voor elk Natura 2000-gebied zijn in een aanwijzingsbesluit de begrenzing van habitat- en/of vogelrichtlijngebieden en de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd. Het aanwijzingsbesluit en het Natura 2000 beheerplan, waarin de doelen in tijd en ruimte zijn uitgewerkt, gelden als toetsingskader.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

4

Projectgerelateerd

Het realiseren van een project of activiteit, dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, moet beoordeeld worden in hoeverre deze activiteit significant verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden (Bal art. 11.6). In de effectbeoordeling in het kader van Natura 2000-gebieden staat de vraag centraal of de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden in het licht van diens instandhoudingsdoelen (significant) worden aangetast. In geval van de bepaling van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden dient rekening te worden gehouden met de zogenoemde externe werking. Hierdoor moet ook worden bekeken of activiteiten buiten een Natura 2000-gebied (significant) negatieve effecten kunnen hebben op de voor het betreffende gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. De reikwijdte is afhankelijk van het milieueffect (bijvoorbeeld geluid, stikstofdepositie) als gevolg van een project. Toetsing aan Natura 2000-gebieden Een voortoets in de oriëntatiefase kan uitsluitsel geven of het project geen (significante) negatieve effecten in cumulatie met andere vergunde activiteiten heeft (geen vergunningplicht). Indien significant negatieve effecten op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, is een aanvullende voortoets of Passende beoordeling vereist.

In een voortoets wordt aan de hand van de voormalige Effectenindicator (Ministerie van LVVN, 2024) nagegaan welke storingsfactoren relevant zijn en zo ja óf (significante) negatieve effecten op geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen (op voorhand) kunnen worden uitgesloten. Wanneer een activiteit, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante effecten heeft (of dit niet is uit te sluiten) voor een Natura 2000-gebied betreft dit een Natura 2000-activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is (artikel 5.1, 1e lid, sub e, Omgevingswet).

2.2

Flora en fauna

De bescherming van inheemse soorten voor behoud van biodiversiteit, ongeacht voorkomen in en buiten natuurgebied, volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en is geregeld in Bal paragraaf 11.2. Voor de inheemse soorten gelden verschillende beschermingsregimes. Deze zijn:  Vogelrichtlijnsoorten Ow Bal § 11.2.2;  Habitatrichtlijnsoorten Ow Bal § 11.2.3;  Andere soorten Ow Bal § 11.2.4. Het beschermingsregime voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten is strikter dan voor andere soorten. In Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1 zijn de verschillende verbodsbepaling voor soorten van de Omgevingswet opgenomen.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

5

Projectgerelateerd

Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-1.Soortenbescherming: overzicht verbodsartikelen Omgevingswet met Besluit activiteiten leefomgeving (Ow Bal). HR: Habitatrichtlijn. VR: Vogelrichtlijn. N.v.t.: Niet van toepassing. Verbodsbepalingen Vogelrichtlijn Ow Bal art.11.37

Verbodsbepalingen Habitatrichtlijn Ow Bal art.11.46

Verbodsbepalingen Andere soorten Ow Bal art. 11.54

art. 11.37, lid 1 a, Bal Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

art 11.46, lid 1 a, Bal Het is verboden in het wild levende dieren van soorten genoemd in bijlage IV, onder a, bij de HR, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

art. 11.54, lid 1 a Bal Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A, bij het Bal, opzettelijk te doden of te vangen;

art. 11.37, lid 1 b, Bal Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in lid 1 a, te vernielen of te beschadigen, of opzettelijk nesten van die vogels weg te nemen.

art 11.46, lid 1 d, Bal Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in lid 1 a, te beschadigen of te vernielen.

art. 11.54, lid 1 b, Bal Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen van dieren, als bedoeld in lid 1 a.

art. 11.37, lid 1 c , Bal Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in lid 1 a, te rapen en deze onder zich te hebben.

art. 11.46, lid 1 c, Bal Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in lid 1 a, in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

N.v.t.

art. 11.37, lid 1 d, Bal Het is verboden vogels als bedoeld in lid 1 a opzettelijk te storen.

art 11.46, lid 1 b, Bal Het is verboden dieren als bedoeld in lid 1 a, opzettelijk te verstoren.

N.v.t.

art. 11.46, lid 1 e, Bal Het is verboden planten van soorten genoemd in bijlage IV, onder B bij de HR of bijlage I bij het verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

art. 11.54, lid 1c, Bal Het is verboden vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage IX, onder B, bij het Bal, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

art. 11.37, lid 3, Bal Het verbod op het opzettelijke verstoren van vogels geldt niet als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. N.v.t.

Vrijstellingsmogelijkheden ‘andere soorten’ Voor de ‘andere soorten’ van art. 11.54 Bal kunnen provincies en het ministerie van LVVN een algemene vrijstelling van de vergunningsplicht vaststellen middels een verordening. De provincie is doorgaans het bevoegd gezag voor het al dan niet verlenen van vergunningen. Het bevoegd gezag voor dit project is Noord-Brabant. In

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

6

Projectgerelateerd

Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-2 zijn de vrijgestelde soorten voor de provincie

Noord-Brabant weergegeven.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

7

Projectgerelateerd

Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-2. Overzicht van de soorten met een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen in provincie Noord-Brabant Grondgebonden zoogdiersoorten

Amfibieën

Aardmuis

Haas

Tweekleurige bosspitsmuis

Bruine kikker

Bosmuis

Huisspitsmuis

Veldmuis

Gewone pad

Dwergmuis

Konijn

Vos

Kleine watersalamander

Dwergspitsmuis

Ondergrondse woelmuis

Woelrat

Meerkikker

Egel

Ree

Gewone bosspitsmuis

Rosse woelmuis

Bastaardkikker

Broedvogels Het verstoren van broedende vogels en hun nesten tijdens de broedtijd is verboden, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Het verstoren van broedende vogels wat leidt tot het mislukken van een broedsel is ten alle tijden verboden. Nesten of holten die ieder jaar opnieuw gebruikt worden of ook buiten het seizoen van belang zijn voor de instandhouding van de soort, vallen ook buiten het broedseizoen onder de definitie van ‘vaste nest- of rustplaatsen’. Deze nesten zijn jaarrond beschermd tenzij ze permanent verlaten zijn. In 2021 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de lijst jaarrond beschermde vogelnesten gepubliceerd met onderverdeling in vijf categorieën. Deze categorieën zijn in onderstaand kader toegelicht. Provincies kunnen van deze lijst en categorieën afwijken. De provincie Noord-Brabant hanteert geen eigen categorie indeling en hanteert geen eigen lijst. Vogelnesten die het gehele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 11.37 lid 1b Bal het gehele jaar: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). 5. Nesten die niet jaarrond beschermd vanwege voldoende flexibiliteit, tenzij er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, die jaarronde bescherming van de nesten eisen Bron: RVO 2021. Landelijke lijst. Provincies kunnen deze lijst aangepast hebben gebaseerd op provinciale omstandigheden

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

8

Projectgerelateerd

Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document.-3 Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (cat. 1 tot en met 5) in de provincie Noord-Brabant Vogels jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Boomvalk

Havik

Ooievaar

Sperwer

Buizerd

Huismus

Ransuil

Steenuil

Gierzwaluw

Kerkuil

Roek

Wespendief

Grote gele kwikstaart

Oehoe

Slechtvalk

Zwarte wouw

Vogels jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen (categorie 5) Blauwe reiger

Ekster

Kleine bonte specht

Tapuit

Boerenzwaluw

Gekraagde roodstaart

Kleine vliegenvanger

Torenvalk

Bonte vliegenvanger

Glanskop

Koolmees

Zeearend

Boomklever

Grauwe vliegenvanger

Kortsnavelboomkruiper

Zwarte kraai

Boomkruiper

Groene specht

Oeverzwaluw

Zwarte mees

Bosuil

Grote bonte specht

Pimpelmees

Zwarte roodstaart

Brilduiker

Hop

Raaf

Zwarte specht

Draaihals

Huiszwaluw

Ruigpootuil

Eidereend

IJsvogel

Spreeuw

Specifieke zorgplicht (Rode Lijstsoorten) In de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen, die geldt voor alle dier- en plantensoorten. Echter wordt voor een flora- en fauna-activiteit naast andere beschermde soorten (zoals beschreven in bovenstaande koppen) specifiek gekeken naar beschermde soorten van de Rode Lijst (Artikel 11.27 van het Bal). In de Omgevingswet is opgenomen dat er op basis van objectieve gegevens beoordeeld moet worden of er nadelige gevolgen kunnen optreden voor flora en fauna (hun nesten, foerageerplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en eieren). Wanneer dit het geval is moeten passende preventieve maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Invasieve exoten Binnen de Omgevingswet zijn regels opgesteld om introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten in de natuur te voorkomen. Deze regels gelden voor een aantal schadelijke exotische planten en dieren die behoren tot de Europese Unielijst. Op deze Unielijst staan soorten die in delen van Europa schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan biodiversiteit en/of ecosystemen. Ze kunnen ook nadelige gevolgen hebben voor menselijke gezondheid, veiligheid of economie. Voor soorten op deze lijst geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import.

EU-landen zijn verplicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Wanneer dit niet lukt moeten zij de populatie zodanig beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

9

Projectgerelateerd

2.3

Natuurnetwerk Brabant

De natuurgebieden in de provincie Noord-Brabant vormen tezamen het Natuurnetwerk Brabant (hierna: NNB) en het beleidskader hiervoor is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening (januari 2025). Het ruimtelijk beleid voor het NNB, is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de kwaliteit van een gebied en het effectief functioneren van de ecologische verbindingszones. De bescherming van deze waarden vindt plaats conform de Provinciale Omgevingsverordeningen. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties in het NNB, wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als deze strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. Naast de ecologische waarden en kenmerken dient daarbij ook rekening gehouden te worden met rust, stilte en cultuurhistorische waarden en kenmerken. Ecologische kenmerken en waarden zijn vastgelegd in natuurbeheertypenkaarten en ambitiekaarten. De bescherming van deze waarden vindt plaats conform de Provinciale Omgevingsverordeningen. Nieuwe plannen en/of projecten zijn niet toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op hierboven beschreven waarden, tenzij daarmee een groot openbaar belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn.

In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade worden gecompenseerd. Hiervoor is goedkeuring (of een verklaring van geen bezwaar) van Gedeputeerde Staten (bevoegd gezag voor Natuurnetwerk Brabant) vereist. Voor de Provincie Noord-Brabant geldt dat toetsing ten aanzien van externe werking op Natuurnetwerk Brabant wel benodigd is.

2.4

Overige planologisch beschermde gebieden

Voor de provincie Noord-Brabant is naast Natuurnetwerk Brabant ook sprake van andere planologisch beschermde gebieden. Groenblauwe waarden De Provincie Noord-Brabant streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het landelijk gebied; de Groenblauwe waarden. De locatie Groenblauwe waarden ligt binnen landelijk gebied op gebieden met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Ook groene gebieden in en nabij de stedelijke omgeving zijn soms opgenomen binnen Groenblauwe waarden. Een nieuwe activiteit of ontwikkeling binnen de groenblauwe waarden wordt toegelaten wanneer deze strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kernmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

10

Projectgerelateerd

3

Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep

3.1

Beschrijving plangebied en de directe omgeving

Het plangebied is gelegen ten noorden van Best. Het plangebied ligt langs de Hokkelstraat. Het plangebied bestaat uit intensief beheerd grasland. Ten noorden is een bomenlaan langs de ringweg bestaande uit elzen Ten westen van het plangebied is een klein skatepark aanwezig. Ten zuiden ligt de woonkern van Best.

Figuur 3-1 De ligging van het plangebied in de omgeving.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

11

Projectgerelateerd

Figuur 3-2 Impressie van het plangebied. Foto’s Haskoning 2026.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

12

Projectgerelateerd

3.2

Voorgenomen ingreep

Om tot het beoogde transportverdeelstation (TVS) te komen (Figuur 3-3) moeten de volgende werkzaamheden plaatsvinden:

   

Aan en afvoer materiaal; Graafwerkzaamheden (kelder van circa 2 diep); Plaatsen transportverdeelstation; Werkplaats opruimen.

Figuur 3-3 Een weergave van de beoogde eindsituatie

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

13

Projectgerelateerd

4

Toetsing Natura 2000-gebieden (Voortoets)

4.1

Beschrijving omliggende Natura 2000-gebieden

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen en ligt op ongeveer 8 kilometer afstand van het plangebied (zie Figuur 4-1). Andere Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer zijn Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, Regte Heide & Riels Laag, Kempenland-West, Strabrechtse Heide & Beuven en Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebied (HR) en/of Vogelrichtlijn- (VR) en bevatten allen stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebied.

Figuur 4-1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de beschermde Natura 2000-gebieden (Ministerie van LVVN, 2026).

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

14

Projectgerelateerd

4.2

Bepaling en beoordeling relevante storingsfactoren

Analyse van relevante storingsfactoren (scoping) De voorgenomen activiteit leidt niet tot aanvullend ruimtebeslag in en rond Natura 2000-gebieden en grijpt niet in op het regionale grondwater of watersystemen waar enig Natura 2000-gebied onderdeel van is. Hierdoor is geen sprake van storingsfactoren als verdroging of vernatting. Ook is geen sprake van permanente aanpassingen aan de ruimtelijke inrichting van een Natura 2000-gebied. Er doen zich daarom geen storingsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering voor. Ook storingsfactoren als veranderingen door populatiedynamiek en bewuste soortensamenstelling doen zich niet voor. De afstand van de Natura 2000-gebieden tot het plangebied is dusdanig groot dat indirect negatieve effecten door geluid, licht, trillingen en optische verstoring op voorhand uitgesloten kunnen worden. Dit als gevolg van het gegeven dat emissies van geluid, licht en trillingen, door tussenliggend landgebruik als snelwegen en woonkernen, in combinatie met de afstand, ter plaatse van geen enkele Natura 2000-gebied nog waarneembaar zijn. Daarmee blijven alleen nog storingsfactoren verzuring en vermesting door atmosferische stikstofdepositie over, waarvoor geldt dat significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Deze worden in de volgende paragraaf nader beoordeeld.

In Tabel 4-1 is de scoping van de bovengenoemde storingsfactoren samenvattend weergegeven. Met rood is aangegeven of de storingsfactoren mogelijk van toepassing zijn bij de voorgenomen ingreep. Tabel 4-1 Potentiële storingsfactoren in Natura 2000-gebieden. De storingsfactoren die mogelijk van toepassing zijn bij het voornemen zijn met rood gemarkeerd. Storingsfactoren Oppervlakteverlies

Verzilting

Verandering overstromingsfrequentie

Optische verstoring

Versnippering

Verontreiniging

Verandering dynamiek substraat

Verstoring door mechanische effecten

Verzuring door stikstofdepositie uit de lucht

Verdroging

Verstoring door geluid

Verandering door populatiedynamiek

Vermesting door stikstof-depositie uit de lucht

Vernatting

Verstoring door licht

Bewuste verandering soortensamenstelling

Verzoeting

Verandering stroomsnelheid

Verstoring door trilling

Verzuring en vermesting door stikstofdepositie De inzet van werktuigen (met verbrandingsmotoren) tijdens werkzaamheden leidt mogelijk tot een tijdelijke toename in stikstofdepositie in de omgeving van het plangebied. De gebruiksfase leidt niet tot een toename in stikstofdepositie. Een toename van verkeer (met verbrandingsmotoren) is bijvoorbeeld niet aan de orde. In de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn diverse stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Een toename van stikstofdepositie in deze gebieden kan leiden tot verzuring en/of vermesting. Door verzuring kunnen de daarvoor gevoelige plantensoorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verslechtering van de kwaliteit van een habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen van het habitattype. Door vermesting kan een beperkt aantal plantensoorten sterk toenemen (zoals grassen en bramen) ten koste van andere (zeldzame) plantensoorten die vaak gebaad zijn bij weinig stikstof. Dit heeft eveneens een negatief effect op de kwaliteit van het habitattype. Voor diersoorten betekent verzuring en/of vermesting mogelijk verandering van het leefgebied. 24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

15

Projectgerelateerd

Significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden en bijbehorende instandhoudingsdoelstellingen, als gevolg van verzuring en/of vermesting door stikstofdepositie uit de lucht (tijdens de aanlegfase) zijn niet op voorhand uit te sluiten. Voor de aanlegwerkzaamheden dient een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden. Indien uit deze berekening blijkt dat de toename van stikstof gelijk is aan of meer is dan 0,01 N mol/ha/j ter hoogte van zeer stikstofgevoelige habitattypen zijn vervolgstappen nodig. Dit betreft mogelijke inzet van schoner materieel en een aanvullende ecologische effectbeoordeling stikstofdepositie.

4.3

Conclusie Natura 2000-toetsing

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Kampina & Oisterwijkse Vennen en ligt op ongeveer 8 kilometer afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer zijn Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, Regte Heide & Riels Laag, Kempenland-West, Strabrechtse Heide & Beuven en Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. Al deze Natura 2000 gebieden bevatten stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. Vanuit het voornemen zijn significant negatieve gevolgen als gevolg van tijdelijke stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet op voorhand uitgesloten. Voor het voornemen dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd en zijn bij een berekende bijdrage van 0,01 N mol/ha/j of hoger een vervolgstappen nodig.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

16

Projectgerelateerd

5

Toetsing flora en fauna

5.1

Beschrijving aanwezige biotopen

Het plangebied bestaat uit intensief beheerd grasland. Ten noorden is een bomenlaan langs de ringweg bestaande uit elzen. Dit is lijnvormig element. Ten westen van het plangebied is een klein skatepark aanwezig. Aan de noordwestzijde is nog een ontwateringssloot aanwezig. Deze ontwateringssloot heeft een flauwe oever richting het plangebied.

Figuur 5-1 impressie van elementen in het plangebied. Foto’s Haskoning 2026.

5.2

Effectbeoordeling flora en fauna

5.2.1

Vaatplanten

Uit raadpleging van de NDFF-gegevens van de afgelopen 5 jaar volgt dat de schubvaren is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Op basis van de verspreidingsgegevens van de NDFF kan worden gesteld dat het gaat om niet wilde exemplaren. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Waargenomen soorten zijn onder andere: raaigras, smalle weegbree, gewoon biggenkruid. Verder nog de boomsoorten: Hazelaar, zwarte els. Het plangebied is volledig geïnspecteerd op het voorkomen van beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. Het voorkomen van beschermde vaatplanten kan op basis van het veldbezoek en habitatgeschiktheid worden uitgesloten.

5.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Uit raadpleging van de NDFF-gegevens van de afgelopen 5 jaar volgt dat de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied: Bever, das, eekhoorn en kleine marterachtigen. Verder kunnen meer algemeen voorkomende beschermde zoogdieren zoals konijn, mol en muizen voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren waargenomen. Wel zijn er sporen aangetroffen van mol.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

17

Projectgerelateerd

Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Eekhoorns bouwen bolvormige nesten op minstens 5 meter hoogte in bomen. Boomholten, oude kraaienen eksternesten of nestkasten kunnen ook dienen als nestplaats. Eekhoorns hebben altijd meerdere nesten in gebruik waarvan één hoofdnest en vijf tot zes kleinere reserve nesten. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels (Zoogdiervereniging, 2026). Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 meter onder het maaiveld. Burchten zijn doorgaans gelegen in bos(jes) of houtwallen. Foerageergebied omvat weiden, akkerland en bos (Zoogdiervereniging, 2026). Kleine marterachtigen De bunzing komt in allerlei landschapstypen voor.

Het dier lijkt echter een voorkeur te hebben voor kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de nabijheid. Ook in een bebouwde omgeving met veel groen kan de bunzing voorkomen, evenals in open bossen. In de winter wordt de bunzing ook wel in schuurtjes, kelders of hooizolders aangetroffen aangezien deze locaties goede beschutting bieden tegen de kou. De wezel heeft een voorkeur voor open en droog natuur- en cultuurlandschap, maar komt tevens voor in allerlei andere soorten habitat zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. De hermelijn komt voor in vergelijkbaar habitat met als uitzondering dat de soort ook voorkomt op vochtig terrein. Voor alle drie de soorten kleine marters geldt dat goede schuilmogelijkheden met voldoende rust en de aanwezigheid van geschikt voedsel (met name woelmuizen) een vereiste is voor het voorkomen (Zoogdiervereniging, 2026). Steenmarter De steenmarter komt voornamelijk voor in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig ook in grote steden. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. De soort heeft vaak zijn verblijfplaats in gebouwen, zoals op zolders, in kruipruimtes, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen.

Echter, ook boomholtes, takkenhopen en dichte struwelen waar weinig verstoring is, zijn geschikt als (voortplantings-) verblijfplaats voor de steenmarter (zoogdiervereniging, 2026). Tijdens het veldbezoek is gelet op het voorkomen van sporen van deze soorten. Deze zijn niet aangetroffen. Effectbeoordeling Het plangebied betreft een intensief beheerd grasland tussen wegen (Hokkelstraat en de Ringweg) in. Het plangebied biedt dan ook geen geschikt foerageergebied, verblijf- of voortplantingsplaatsen voor bever, das, kleine marterachtigen en steenmarter. Wel kunnen kleine marterachtigen en steenmarter mogelijk migrerend voorkomen. Het verstoren van eventueel migrerende individuen van kleine marterachtigen en steenmarter is echter geen overtreding op de Ow.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

18

Projectgerelateerd

Algemeen voorkomende vrijgestelde grondgebonden zoogdieren Het plangebied, is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zoals mol, muizen. Vaste voortplantings- of rustplaatsen (holen) van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek waargenomen. Door voorzichtig de graafwerkzaamheden uit te voeren waarbij eventuele aanwezige soorten de kans krijgen om weg te vluchten, kunnen overtredingen op de Ow op voorhand worden uitgesloten.

5.2.3

Vleermuizen

Uit raadpleging van de NDFF-gegevens van de afgelopen 5 jaar volgt dat de volgende vleermuissoorten zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Op basis van de verspreidingsgegevens (VZZ, 12 februari 2026) kunnen daarnaast nog de volgende soorten vleermuizen voorkomen: bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger meervleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis. Vleermuizen worden in vrijwel het gehele land waargenomen. Ze maken gedurende een jaar gebruik van meerdere type verblijfplaatsen (zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen). Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten (zoals rosse vleermuis) en gebouwbewonende soorten (zoals laatvlieger en gewone dwergvleermuis). Een aantal soorten maken zowel van gebouwen als van bomen gebruik als verblijfplaats (bijvoorbeeld ruige dwergvleermuis). Vleermuizen foerageren over het algemeen op relatief windluwe plaatsen, zoals tuinen en langs bosranden. Om van de verblijfplaats naar foerageergebied te komen (en andersom) wordt gebruikt gemaakt van zogenoemde ‘vliegroutes’, die bestaan uit lijnvormige elementen zoals bomenrijen en watergangen. Deze lijnvormige elementen kunnen tevens dienen als migratieroute van soorten die buiten Nederland overwinteren.

Verblijfplaatsen (zomer-kraam-paar-winter-)\ Het plangebied bevat geen gebouwen en geen bomen. Daarnaast zijn geen holtes aangetroffen in de bomen in de bomenrij direct grenzend aan het plangebied. Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen is daarom uitgesloten. Vliegroutes De bomenrij ten noordoosten van het plangebied kan mogelijk dienen als vliegroute voor vleermuizen. Deze blijft echter onaangetast waardoor negatieve effecten kunnen worden uitgesloten mits er voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Foerageergebied Het is mogelijk dat vleermuizen in en rondom het plangebied foerageren. Gezien het plangebied weinig kruidenrijk is en er voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig zijn, is dit geen essentieel foerageergebied, maar kan er wel verstoring ontstaan van individuele foeragerende vleermuizen. Effectbeoordeling Aanlegfase: Hoewel binnen het plangebied geen verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute aanwezig is, kunnen de werkzaamheden leiden tot verstoring van een mogelijk essentieële vliegroute en foeragerende vleermuizen. Wanneer in de actieve periode van de vleermuizen (half maart t/m half november) in de nacht wordt gewerkt (alleen bij noodzaak) dienen maatregelen getroffen te worden om verstoring en daarmee een overtreding van de Ow te voorkomen (zie Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen).

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

19

Projectgerelateerd

Gebruiksfase: Verlichting van het verdeelstation kan een permanente verstoring zijn voor langsvliegende en foeragerende vleermuizen. Dit is een overtreding van de Omgevingswet (artikel 11.46, lid 1b, van het Bal). Dit effect kan worden voorkomen door aangepaste verlichting te plaatsen. Denk hierbij aan: 

Alleen strikt noodzakelijke verlichting gebruiken

Amberkleurig licht

Uitstraling beperken

Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Om het verstoren van foeragerende of langsvliegende vleermuizen in de omgeving van het plangebied (en overtreding van verbodsartikelen van de Ow) te voorkomen zijn de volgende maatregelen nodig:  De aanlegwerkzaamheden bij daglicht uit te voeren van zonsopkomst tot zonsondergang of bij nachtelijke werkzaamheden aangepaste verlichting te gebruiken die gericht is op de bouwplaats en niet op het omringende landschap.  In de gebruiksfase wordt aangepast licht gebruikt dat zo min mogelijk effecten heeft voor de vleermuizen. De maatregelen tijdens de aanlegwerkzaamheden is van toepassing indien gewerkt wordt in de actieve periode van vleermuizen. Indien buiten de actieve periode van vleermuizen gewerkt wordt, (half november t/m half maart), zijn geen aanvullende maatregelen nodig en kan regulier licht worden toegepast. Hierbij moet wel alsnog worden voorkomen dat licht verstrooit naar de omgeving ten aanzien van leefgebieden van bijvoorbeeld zoogdieren en vogels. Voorgenoemde voorzorgsmaatregelen dienen door (of ten minste onder begeleiding van) een ecologisch deskundige voor de uitvoering verder te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol (hierna EWP).

5.2.4

Vogels

Uit de gegevens van de NDFF is gebleken dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels met zowel jaarrond als niet-jaarrond beschermde nesten. Op basis van de verspreidingsgegevens kunnen onder andere koolmees, pimpelmees, zwarte kraai, merel en ekster voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten waargenomen zwarte kraai en houtduif. Vogels met jaarrond beschermde nesten De nesten van een aantal vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Deze nesten zijn beschermd omdat ze jaarrond worden gebruikt, of omdat een soort zeer honkvast is en er elk jaar naar terugkeert en moeilijk in staat is om een nieuw nest te maken. Dit kan zowel gaan om soorten die broeden in bebouwing als om soorten die broeden in bomen. Tijdens het veldbezoek zijn de bomen in de omgeving van het plangebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van grote nesten of horsten, deze zijn niet waargenomen. Verder zijn geen braakballen of krijtsporen waargenomen. De aanwezigheid van potentieel jaarrond beschermde nesten van boom broedende soorten als: ransuil, buizerd, boomvalk en sperwer is daarom uitgesloten in de bomen nabij het plangebied. In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogelsoorten die in gebouwen broeden, zoals huismus en gierzwaluw, is op voorhand uitgesloten.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

20

Projectgerelateerd

Vogels zonder jaarrond beschermd nest De direct omgeving kunnen algemene broedvogels zoals merel en houtduif voorkomen. In het plangebied is geen geschikt leefgebied aanwezig voor deze vogelsoorten om tot broeden te komen. Het is dus aannemelijk dat algemene broedvogels binnen de invloedssferen van de werkzaamheden voorkomen. Effectbeoordeling Aanlegfase Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd in het broedseizoen kunnen broedende vogels in de directe omgeving worden verstoord. Wanneer broedende vogels voortijdig het nest verlaten, geldt dit als het opzettelijk vernietigen en beschadigen van nesten en eieren van vogels. Dit is een overtreding van artikel 11.37, lid 1 b van de Ow. Het broedseizoen valt voor de meeste soorten tussen half maart en half augustus. Ook daarbuiten is het mogelijk dat broedende vogels worden aangetroffen. Een houtduif kan bijvoorbeeld nog tot half oktober broeden. Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Vergunning voor vernietiging van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van (langdurige) verstoring of vernietiging van broedgevallen noodzakelijk is. Het verstoren van broedgevallen is te voorkomen door:  Buiten het broedseizoen te werken, of;  Indien gewerkt wordt in het broedseizoen, de werkzaamheden ecologisch te laten begeleiden zodat gewerkt wordt buiten de verstoringsafstand van aanwezige broedgevallen.

Methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken, zijn niet “waterdicht”; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Ow ten aanzien van broedvogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt grofweg van maart tot augustus, afhankelijk van de weersomstandigheden. Het is echter mogelijk dat buiten deze periode ook broedgevallen aanwezig zijn. Het is daarom van belang om het terrein enkele dagen voor aanvang van de werkzaamheden te laten inspecteren door een ter zake kundig ecoloog. In de periode van november tot en met januari is dit niet nodig omdat de kans op broedgevallen dan nihil is.

5.2.5

Vissen

In het plangebied komt geen watervoerende wateren voor. Aanwezigheid van beschermde vissen is op voorhand uit te sluiten.

5.2.6

Amfibieën

Uit raadpleging van NDFF over de afgelopen 5 jaar volgt dat beschermde amfibieën zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. Het betreft waarnemingen van alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad. Verder kunnen meer algemeen voorkomende beschermde amfibieën zoals gewone pad en bruine kikker voorkomen. Deze soorten zijn veelal waargenomen aan de overzijde van de A2 bij de vennen in het bosgebied tussen Eindhoven en Best. Doordat deze soorten specifieke eisen aan hun plangebied hebben (onbeschaduwde wateren, goed vergraafbare bodem, poelen/vennetjes, bosgebied en kleinschalig landschap) en door de barriérewerking van de A2, kan het voorkomen van deze soorten op voorhand worden uitgesloten. Algemeen voorkomende vrijgestelde amfibieën Het plangebied is wel geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende vrijgestelde amfibieën zoals bruine kikker en gewone pad. Hierdoor kan De oever van de watergang is flauw richting het plangebied. (zie Figuur 5-1).

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

21

Projectgerelateerd

Effectbeoordeling Door de inzet van zwaar materieel en gebruik van verlichting in de omgeving van de watergang en nabij het plangebied kunnen algemeen voorkomende soorten als bruine kikker en gewone pad door de daarmee gepaard gaande effecten (geluids- en lichtproductie) worden verwond of verstoord. Voor deze soorten bestaat in de Provincie Noord Brabant een algemene vrijstelling voor het aanvragen van een vergunning bij overtreding van verbodsbepalingen. Om deze reden hoeft voor de tijdelijk optredende verstoring door het verwijderen van de ondergroei en/of het deels dempen van de watergang, geen vergunning aangevraagd te worden. Wel dient invulling gegeven te worden aan de specifieke zorgplicht, die te allen tijde van toepassing is voor zowel beschermde als vrijgestelde of niet-beschermde soorten. Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Onderstaand wordt een aantal maatregelen beschreven om aan de specifieke zorgplicht te voldoen:  Indien er nabij vegetatie, of watergangen gewerkt moet worden, wordt er één richting opgewerkt, zodat amfibieën van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten;  Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden (opnieuw) geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog.

5.2.7

Reptielen

De NDFF bevat waarnemingen van beschermde reptielen hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang nabij het plangebied. Deze reptielen komen voor in (vochtige) heidevegetaties met pijpenstro velden en vennen op veen- en zandgronden en eikenhakhout- en ruigtebosjes langs bosranden. Dergelijk biotoop ontbreekt binnen het plangebied. Daarnaast ontbreken geschikte voortplantingsplaatsen (broeihopen) voor ringslangen. Het voorkomen van beschermde reptielen wordt o.b.v. verspreidingsgegevens en habitatgeschiktheid uitgesloten.

5.2.8

Ongewervelden

De NDFF bevat waarnemingen van in de ruimere omgeving van het plangebied van vermiljoenkever, bosbeekjuffer, teunisbloempijlstaart, grote vos en kleine ijsvogelvlinder. Het plangebied bestaat uit een intensief beheerd grasland. Binnen het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig, zoals vennen, poelen, rivieren of beken die van belang kunnen zijn voor libellensoorten. Daarnaast biedt het plangebied geen geschikte groeiplaats voor waardplanten van vlindersoorten en andere ongewervelden. Ook is er geen sprake van oud hout of andere specifieke habitateisen. Hierdoor vormt het plangebied geen geschikt leefgebied voor beschermde ongewervelden. Negatieve effecten ten aanzien van beschermde ongewervelden zijn derhalve uitgesloten.

5.2.9

Rode lijst soorten

In de Ow is de specifieke zorgplicht opgenomen waarbij specifiek dieren en planten van de Rode lijst soorten worden benoemd. In de Ow is opgenomen dat er op basis van objectieve gegevens vastgesteld moet worden of er nadelige gevolgen kunnen optreden voor dieren van de Rode lijst, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en/of hun eieren. Indien dit het geval is dienen passende preventieve maatregelen getroffen te worden om nadelige gevolgen te voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen Rode lijst soorten waargenomen in of nabij het plangebied. Gezien het een intensief beheerd grasland betreft, kon het plangebied goed worden onderzocht. Hierdoor kan het voorkomen van rode lijst soorten worden uitgesloten.

24 april 2026

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

BK8988-MI-RP-260424-1327

22

Projectgerelateerd

5.3

Conclusie toetsing flora en fauna

Het onderstaande overzicht (Tabel 5-1) geeft een samenvatting van de mogelijk voorkomende beschermde soorten in en rondom het plangebied en de hierboven beschreven effecten. In deze samenvatting is ook beschreven of nader vervolgonderzoek of een vergunning noodzakelijk is. Tabel 5-1. Overzicht van mogelijk voorkomende soorten in het plangebied, waarvoor geldt dat het optredende van negatieve tijdelijke en/of permanente effecten, en een overtreding van de Ow niet op voorhand uitgesloten is. Er is aangegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Soortgroep

Grondgebonden zoogdieren

Soort(en)

Algemeen voorkomende soorten als mol en diverse muizensoorten

(Mogelijke) effecten en bijbehorende Verbodsbepaling Ow

Vervolgstappen/

Doding en verwonding van individuen (Art. 11.54, lid 1a)

Nemen voorzorgsmaatregelen specifieke zorgplicht

&

Voorzorgsmaatregelen

Vernietiging van vaste rust- en of verblijfplaatsen (Art. 11.54, lid 1b) Vleermuizen

Foerageergebied en potentieel essentiële vliegroute

Verstoring van individuen en vliegroute (Art. 11.46, lid 1b)

Aanlegwerkzaamheden overdag uitvoeren

Gebruiksfase: aanbrengen van aangepaste verlichting om negatieve effecten te voorkomen. Broedvogels

24 april 2026

Algemeen voorkomende broedvogels

Verstoren van broedgevallen, vernieling van nesten en doden van individuen (Art. 11.37, lid 1a, 1b en 1d

NATUURTOETS TRANSPORTVERDEELSTATION HOKKELSTRAAT

Buiten broedseizoen werken. Indien dit niet mogelijk is, vooraf controle door ecoloog (met risico op uitstel)

BK8988-MI-RP-260424-1327

23

Projectgerelateerd

6

Toetsing NNN en overige planologisch beschermde gebieden

6.1

Aanwezige NNN-gebieden en overige planologische beschermde gebieden

Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNNgebied ligt op circa 700 meter afstand van het plangebied (zie Figuur 7-1). Hiervoor is gebruik gemaakt van webviewer van provincie Noord-Brabant.

Figuur 7‑1. De Ligging van het plangebied (weergegeven in rood) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Effectbeoordeling Het plangebied ligt niet in het NNB en de afstand tussen het plangebied en het NNB is dusdanig groot (700 meter) en de werkzaamheden kleinschalig dat emissies van geluid, licht en trillingen niet meer waarneembaar zijn ter plaatse van het NNN. Negatieve effecten op het NNB zijn daarom uitgesloten.

6.2

Conclusie NNN en overige planologisch beschermde gebieden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17051257/1