26006.06 - Bijlage C - Herindelingsscan Best-Oirschot
Tekst van het document
•
•
Actief grondbeleid: de gemeente koopt en bezit grond, maakt die bouwrijp en verkoopt aan derden. Dit geeft de gemeente regie, maar ook de volledige winsten risicodragerschap. Faciliterend grondbeleid: de gemeente bezit geen grond, maar stuurt via bestemmingsplannen en overleg. Dit beperkt financiële risico’s, maar maakt nietrendabele projecten zoals sociale woningbouw moeilijker te realiseren. In de praktijk wordt vaak een combinatie van beide vormen toegepast.
Uit het kengetal grondexploitatie kwam naar voren dat de boekwaarde van de gronden van Best in verhouding tot de jaaromzet van de gemeente bijna twee keer hoger is dan van Oirschot. Onderstaand is de boekwaarde per gemeente op 31 december 2024 van de gronden in exploitatie woningbouw en bedrijventerreinen weergegeven.
Herindelingsscan Best en Oirschot
73
Boekwaarde gronden in exploitatie Stand per 31-12-2024 (x € 1 miljoen) Voorraad gronden in exploitatie Per inwoner
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente
4,0
1,9
5,9
€ 128
€ 99
€ 117
Tabel 6.11.1
Stand per 31-12-2024 (x € 1 miljoen)
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente
In exploitatie genomen gronden woningbouw
30,3
1,9
32,2
Verliesvoorziening
-26,2
-0,1
-26.3
Totaal boekwaarde
4,1
1,8
5,9
Tabel 6.11.2
Best De raad heeft het grondbeleid van de gemeente vastgesteld in de “nota grondbeleid 2015”’. De gemeente Best hanteert als uitgangspunt van het gemeentelijk grondbeleid “situationeel grondbeleid”. Dit houdt in dat per eigenaar, project of plangebied wordt beoordeeld welke vorm (actief of passief) van grondbeleid wordt toegepast. Per 1-1-2025 zijn er 4 projecten in uitvoering: • Dijkstraten • Aarlesche Erven • Centrumplan • Steegsche Velden-Noord. Dit betreft de ontwikkeling van woningen (en winkels). Er zijn geen grondexploitaties voor bedrijventerreinen. Voor de locatie Spoorweglaan-Ringweg-Vogelkers is een anterieure overeenkomst afgesloten. De prognose voor de periode 2025-2029 voor het aantal te bouwen woningen in deze grondexploitaties bestaat uit 638 woningen. Dat zijn er gemiddeld 128 per jaar. Daarnaast is voorzien in de bouw van scholen en vastgoed voor detailhandel in het centrum. Het grootste aantal te realiseren woningen bevindt zich in de grondexploitatie Aarlesche Erven. Op 1 januari 2025 bedroeg de boekwaarde € 30,3 miljoen. Dit bedrag moet nog worden terugverdiend door verkoop van gronden, een eventueel verlies wordt afgedekt uit de verliesvoorziening. De voorziening voor al voorziene verliezen bedraagt € 26,2 miljoen.
De verliesvoorziening is met name gevormd voor de projecten Aarlesche Erven (€ 10,4 miljoen), Dijkstraten (€ 7,8 miljoen), Centrumplan (€ 4,7 miljoen) en Steegsche Velden Oost (€ 2,6 miljoen). Deze voorziening is gevormd op contante waarde, waardoor de komende jaren nog ‘gespaard’ moet worden naar het nominale eindbedrag.
74
Herindelingsscan Best en Oirschot
Wegens de omvang en nog lange looptijd (tot 2031) is het project Aarlesche Erven het meest gevoelig voor prijsschommelingen. Grondexploitaties zijn risicovol door de looptijd en doordat er vaak sprake is van een groot bedrag aan nog te realiseren inkomsten. Pas als deze inkomsten zijn gerealiseerd kan worden vastgesteld wat het uiteindelijke resultaat van een grondexploitatie is. Bij Best, een ook bij Oirschot, is dit ook het geval. Zie tabel 6.11.3. De gemeente Best maakt het grootste deel van de kosten voor 2028. Dat geldt ook voor de realisatie van de opbrengsten. In de vergadering van 12 december 2022 heeft de raad ingestemd met het opstarten van de planontwikkeling van het realiseren van (sociale) woningbouw in het gebied Spoorweglaan-Ringweg-Vogelkers. De raad heeft de bestemmingsplannen Spoorweglaan en Spoorweglaan-Vogelkers op 16 december 2024 vastgesteld.
Stationsomgeving Op 16 december 2024 heeft de raad tevens de facilitaire grondexploitatie en TAMomgevingsplan Oostzijde stationsomgeving Best vastgesteld. TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel in geval er in het kader van de omgevingswet nog geen omgevingsplan kon worden opgesteld. De gemeente brengt gronden in en bestemt de verkoopopbrengst daarvan voor de ontwikkeling van het plangebied Westzijde. Hiertoe stelt de gemeente een bestemmingsreserve in. De looptijd is van 2024 tot en met 2034. Er is momenteel nog geen inzicht in het financiële effect voor de gemeente van de ontwikkeling van plangebied Westzijde. Spoorzone Best BV voert de herontwikkeling van de oostzijde van de stationsomgeving uit. De gemeente Best geeft aan, dat de gemeente niet als aandeelhouder bij deze BV is betrokken en er ook geen sprake is van leningen, garantstellingen of financiële inbreng in een andere vorm in deze BV.
Voorraad grond nog niet in exploitatie Op de balans per 31-12-2024 van de gemeente Best staat ook onder de materiële vaste activa een boekwaarde van € 5,2 miljoen (€ 2023 € 5,2 miljoen) aan voorraad grond. Een deel hiervan betreft strategische gronden die de gemeente in de toekomst zelf kan gaan ontwikkelen of voor ontwikkeling aan een derde kan verkopen. De boekwaarde zal hiermee moeten worden terugverdiend. Is dit niet het geval dan zal (gedeeltelijke) afwaardering moeten plaatsvinden.
Risico’s grondexploitaties Best heeft naast de al getroffen verliesvoorzieningen ook een risicoreserve grondexploitatie. De stand hiervan bedraagt op 31 december 2024 € 6,7 miljoen. Dit is nagenoeg gelijk aan de berekende risico’s. Het risicoprofiel is ten opzichte van 2023
Herindelingsscan Best en Oirschot
75
gedaald ten opzichte van 2023 (€ 7,5 miljoen) doordat de looptijd van projecten met een jaar is verkort. Oirschot De raad heeft het grondbeleid van de gemeente vastgesteld in de “nota grondbeleid” en het “Omgevingsprogramma kosten verhaal en financiële bijdrage’. Vastgelegd. Beiden zijn door de raad vastgesteld op 19 december 2023. De gemeente Oirschot hanteert, net als de gemeente Best, als uitgangspunt van het gemeentelijk grondbeleid “situationeel grondbeleid”. Per 1-1-2025 zijn er 3 projecten voor woningbouw in uitvoering en 1 bedrijventerrein. • Veld 7 Moorland-West • Gebiedsontwikkeling De Kemmer • CPO Ekerschot-Noord • Grondexploitatie bedrijventerreinen De Scheper 2B. De looptijd van de woningbouwlocaties is tot en met 2027 (Moorland) en 2034 (De Kemmer). De exploitatie CPO Ekerschot-Noord loopt tot en met 2026 en heeft een geringe boekwaarde. Evenals bedrijventerrein welke loopt tot en met 2028. Voor de locatie St. Jorisstraat (woningbouw) zijn voorbereidingsbudgetten beschikbaar. De grondexploitatie De Kemmer is in 2024 geopend. Daar zullen ca. 400 woningen gerealiseerd gaan worden. Het project loopt t/m 2034. Voor dit project moeten de meeste gronden nog aangekocht worden, wat voor een deel al in 2024 gerealiseerd is. De gemeente verwerft alle gronden en legt de hoofdinfrastructuur en openbare ruimte aan.
De markt draait de grondexploitatie en ontwikkelt het vastgoedprogramma binnen de uitgeefbare kavels. De gemeente selecteert een marktpartij als partner voor de gebiedsontwikkeling. Daarnaast zal de woningcorporatie worden betrokken als partner bij de ontwikkeling. De boekwaarde van de grondexploitatie bedraagt op 31 december 2024 € 1,9 miljoen en loopt op tot € 18 miljoen op 31 december 2027. Waarna de boekwaarde vanaf 2028 door verkoop van gronden weer zal afnemen tot het positieve saldo, dat uiteindelijk na afronding van de exploitatie eind 2034 naar verwachting resteert. Het in deze grondexploitatie te investeren bedrag bedraagt ongeveer € 27 miljoen en de te realiseren opbrengsten ongeveer € 34 miljoen. Omdat zowel de meeste kosten als alle opbrengsten nog gerealiseerd moeten worden met daarbij genomen een lange looptijd, beoordeeld de accountant het risicoprofiel voor dit project als gemiddeld tot hoog. Naar verwachting zal in 2025 een nieuwe GREX worden geopend voor de locatie van de basisschool in Middelbeers (St. Jorisstraat 1). Hetzelfde geldt voor De Scheper 2. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 zijn de grondexploitaties geactualiseerd. Er is één project waar sprake is van een verwacht verlies. Voor dit verlies is de “Voorziening CPO Ekerschot Noord” ad € 142.000 opgenomen op de balans.
Oirschot maakt gebruik van een algemene reserve Grondbedrijf en Ruimtelijke ontwikkelingen. De stand van deze reserve is op 31 december 2024 geraamd op € 7,9 miljoen. De reserve
76
Herindelingsscan Best en Oirschot
Grondexploitatie/ Ruimtelijke ontwikkeling vooral wordt gevoed met de (bruto) winsten uit grondexploitaties, zowel tussentijds als bij het afsluiten van een complex.
Nog te maken kosten en te realiseren opbrengsten Bedragen x € 1 miljoen Boekwaarde 31-12-2024
Best 30,3
Oirschot 1,9
Nieuwe gemeente 32,2
Nog te maken kosten
48,1
30,1
78,2
Nog te realiseren opbrengsten
-50,1
-34,7
-84,8
0,3
0.3
-€ 2,5
€ 25,7
Tussentijds afgeboekt Geraamd eindresultaat (- is voordelig)
€ 28,2
Tabel 6.11.3
Risico’s grondexploitaties Oirschot heeft naast de al getroffen verliesvoorziening ook een algemene reserve Grondexploitatie/Ruimtelijke Ontwikkeling. De stand van deze reserve is op 31 december 2024 € 8,7 miljoen. (2023 € 10,5 miljoen). Deze reserve heeft meerdere bestedingsdoelen: • Behalen van volkshuisvestelijke doelen op basis van de gemeentelijke Woonvisie • Realiseren bovenwijkse voorzieningen, parkeren en voor de fysieke leefbaarheid • Het opvangen van financiële risico’s bij het uitvoeren van de grondexploitatie/actieve grondpolitiek. Voor grondexploitaties heeft de gemeente Oirschot geen apart risicobedrag berekend.
Voorraad grond nog niet in exploitatie De gemeente Oirschot heeft geen gronden onder de materiële vaste activa staan die in aanmerking komen voor eventuele grondexploitatie. Conclusies en aanbevelingen • Zowel Best als Oirschot actualiseren de exploitatieberekeningen voor de grondexploitaties ten minste eenmaal per jaar. • Bij beide gemeente is bij de grondexploitaties de komende jaren sprake van een relatief groot volume aan nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. • Bij Best worden de meeste inkomsten gerealiseerd tot en met 2028, bij Oirschot vanaf 2028. • Beide gemeenten hebben in financiële zin geen noemenswaardig grondexploitaties voor bedrijventerreinen. • Best berekent een risicobedrag voor de grondexploitaties, Oirschot doet dat niet. • De door de raad vastgestelde “nota grondbeleid” is in Oirschot actueler dan die van Best. • Beide gemeenten hebben voorziene verliezen in de grondexploitaties afgedekt door middel van een verliesvoorziening, waarbij de verliesvoorziening van de gemeente Best substantieel hoger is dan die van de gemeente Oirschot.
Herindelingsscan Best en Oirschot
77
Aanbevelingen Begin in 2026 met het samen ontwikkelen van beleid en hulpmiddelen voor de grondexploitatie. Denk hierbij aan gezamenlijke uitgangspunten, een rekenmodel, werkprocessen en een prijzenboek. Breng de financiële ontwikkeling en risico’s van alle grondexploitaties, ook die niet zichtbaar zijn in de gemeentelijke boekhouding, in het kader van het herindelingstraject duidelijk in beeld. Tref tijdig maatregelen om gevolgen van een verandering van de gehanteerde parameters (grondprijzen, kosten- en opbrengstenstijging en rente) binnen de grondexploitatie op te vangen, dit kan grote financiële consequenties voor de nieuwe gemeente hebben. 6.12 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn organisaties waar de gemeente zich bestuurlijk en financieel verbindt. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft als definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie, waarin de provincie of de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht”. Financieel belang Er is sprake van een ‘verbonden partij’ als de gemeente geen verhaalsmogelijkheden heeft als de partij failliet gaat, of als de gemeente aansprakelijk wordt gesteld indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij leningen en garantstellingen is dus geen sprake van een verbonden partij: de gemeente behoudt juridische verhaalsmogelijkheden als de partij failliet gaat. Ook bij exploitatiesubsidies is er geen sprake van een verbonden partij: het gaat hier om overdrachten (subsidies). Bestuurlijk belang Er is sprake van een ‘verbonden partij’ als de wethouder, het raadslid of de ambtenaar van de gemeente, namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Op basis van informatie uit de paragraaf verbonden partijen in de jaarrekening 2024 van beide gemeenten is het onderstaande overzicht opgesteld.
78
Herindelingsscan Best en Oirschot
Overzicht verbonden partijen Verbonden partijen
Best
Oirschot
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
GGD Zuidoost Brabant
Metropoolregio Eindhoven
Werkvoorzieningsschap de Dommel
1. Gemeenschappelijke regelingen
GR Samenwerking Kempengemeenten
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
2. Stichtingen en verenigingen
Best
Oirschot
Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Regionaal Netwerk het Groene Woud
Coöperatieve Bosgroep Zuid Nederland U. A
Stichting beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost
3. Privaatrechtelijke rechtspersonen
Best
Oirschot
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Brabant Water N.V.
Breedband Regio Eindhoven B.V. Brainport Development N.V.
Tabel 6.12.1
Gemeenschappelijke regeling De gemeente Best en Oirschot nemen in de meeste verbonden partijen gezamenlijk deel. Uitzondering is de Samenwerking Kempengemeenten waar Oirschot wel in zit en Best niet. De Gemeenschappelijk Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) werkt voor de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden en Oirschot en voert taken uit op de vakgebieden maatschappelijke dienstverlening, vergunningen, toezicht en handhaving en ICT. Voor de deelname aan deze gemeenschappelijke regeling zijn twee opties. Uittreding, wat gepaard gaat met een lange opzegtermijn waardoor opzegging tijdig moet plaatsvinden. Hieruit komen mogelijk kosten voort voor het afkopen van langlopende contractuele verplichtingen en ontvlechting van systemen (bijvoorbeeld op het gebied van ICT). Alternatief is dat de nieuwe gemeente toe gaat treden tot deze gemeenschappelijke regeling. Conclusies en aanbevelingen Beide gemeenten nemen in hoofdzaak aan dezelfde gemeenschappelijke regelingen deel. Dat betekent dat een groot deel van alle risico’s van de verbonden partijen ook nu al gedeeld worden.
Herindelingsscan Best en Oirschot
79
Door de herindeling kan het noodzakelijk zijn om uit één of meerdere verbonden partijen te treden, bijvoorbeeld Samenwerking Kempengemeenten. De kans is groot dat dit gepaard zal gaan met uittredingskosten. Het is in ieder geval van belang om met het oog op eventuele opzegtermijnen tijdig (desnoods proforma) over te gaan tot opzegging. Aanbevelingen Stel een impactanalyse op, waarin vooral de onderliggende risico’s die verbonden partijen met zich meebrengen worden onderzocht. Maak voor de datum van herindeling keuzes of de taken van de nieuwe gemeente zullen worden ondergebracht in een (nieuwe of bestaande) verbonden partij of in eigen beheer zullen worden verricht. Houd eventuele opzegtermijnen scherp in de gaten.
80
Herindelingsscan Best en Oirschot
7 Conclusies en aanbevelingen Deze herindelingsscan is opgesteld om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden. In de herindelingsscan is een beeld gegeven van de financiële positie van de nieuwe gemeente en de belangrijkste financiële effecten van de herindeling. Daarnaast is een beeld gegeven van de financiële positie van de twee afzonderlijke gemeenten. Op basis van het onderzoek kunnen de vragen als volgt worden beantwoord 1. Wat is het effect van de herindeling op de algemene uitkering, welke opbrengst kan verwacht worden van de tijdelijke maatstaf herindeling, welke frictiekosten kunnen zich voordoen, welke effecten heeft de herindeling mogelijk op de woonlasten, wat zijn overige financiële aandachtspunten?
Effect op de algemene uitkering Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken (BZK) heeft ten behoeve van deze herindelingsscan de algemene uitkering van de nieuwe gemeente berekend met peildatum 2025. De algemene uitkering van de nieuwe gemeente zal circa 0,81% (€ 718.000) lager zijn dan de optelling van de algemene uitkeringen van de twee gemeenten. Deze daling komt, naast een aantal kleine voordelen, vooral door het wegvallen van een vast bedrag van de algemene uitkering. Het vaste bedrag wordt aan iedere gemeente uitgekeerd, onafhankelijk van de grootte van de gemeente. De nieuwe gemeente ontvangt één vast bedrag. Deze daling kan opgevangen worden door een verlaging van o.a. de bestuurskosten (raad, college, griffie, gemeentesecretarissen, etc.), omdat deze na herindeling maar voor één gemeente gemaakt hoeven te worden. Ten opzichte van de optelsom van de algemene uitkering van beide gemeenten is er vooral bij de maatstaven regionale centrumfunctie en huishoudens met laag inkomen met drempel een voordelig effect door de herindeling. Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling uit het gemeentefonds voorziet in een tegemoetkoming voor de frictiekosten. De verdeelmaatstaf is een vast bedrag dat wordt uitgekeerd onafhankelijk van de daadwerkelijke omvang van de frictiekosten.
De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt uitgekeerd over een periode van vijf jaar. Eén deel in het jaar voorafgaand aan de herindeling. Dit deel wordt evenredig aan de betrokken gemeenten uitgekeerd. Het restantbedrag wordt in de vier jaar daaropvolgend aan de nieuwe gemeente uitgekeerd. Het bedrag van deze tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt vooral bepaald door het aantal gemeenten dat wordt heringedeeld en het aantal inwoners dat daarbij betrokken is. Het bedrag is afhankelijk van de uitkeringsfactor van de algemene uitkering van het jaar voorafgaand aan de herindeling. In 2027 is het exacte bedrag bekend. Om een indicatie te geven is door BZK een berekening gemaakt op basis van de uitkeringsfactor van 2025. Het totaal uit te keren bedrag zou dan € 5,8 miljoen zijn.
Herindelingsscan Best en Oirschot
81
Woonlasten De raad van de nieuwe gemeente beslist over de OZB-tarieven. Hiervoor zijn in de Wet arhi voorschriften opgenomen. De tarieven voor de overige belastingen en retributies, zoals afvalstoffenheffing en de rioolheffing, blijven voor de nieuwe gemeente van kracht tot twee jaar na de datum van herindeling, tenzij nieuwe tarieven worden vastgesteld. De OZB-tarieven moet de raad binnen drie maanden na herindeling met terugwerkende kracht vaststellen. Voor de OZB woningen is het harmonisatie-effect van de herindeling in beeld gebracht. Hierbij is op basis van de gegevens 2025 een gelijkblijvende opbrengst ten opzichte van de huidige opbrengstramingen van beide gemeenten als uitgangspunt genomen. Voor beide gemeenten is de OZB aanslag 2025 berekend aan de hand van de tarieven en gemiddelde WOZ waarde in de betreffende gemeente. Daaruit komt naar voren, dat bij de woningen en de niet-woningen de tarieven in Best stijgen (ten opzichte van de in 2025 geldende tarieven OZB) en in Oirschot dalen. Naast het harmoniseren van de tarieven met als uitgangspunt een gelijkblijvende opbrengstraming zijn ook scenario’s in beeld gebracht bij het hanteren van het laagste tarief van beide gemeenten en van het hoogste tarief. Zowel bij de OZB woningen als de OZB niet woningen. Het scenario “laagste tarief” leidt wel tot een taakstelling of vergroting van de financiële opgave.
Het scenario “hoogste tarief” leidt tot extra budgetruimte of een verlaging van de financiële opgave. Aandachtpunt is dat de gemeente Best voornemens is om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen (in 2026: 8%, in 2027: 8%, in 2028 4% en in 2029 4%). Deze hogere opbrengsten zijn ook al als baat geraamd in de conceptbegroting 2026-2029. Indien gekozen wordt voor een scenario met als gevolg dat de door Best geraamde opbrengsten niet worden gerealiseerd dan zal het begrotingssaldo van Best en daardoor vanaf 2028 van de nieuwe gemeente nadeliger worden. Daar zal dan alternatieve dekking voor moeten worden aangewezen. Op dit moment (2025) hanteert Oirschot hogere tarieven dan de gemeente Best. Door de voorgenomen en al in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde extra verhoging van de OZB tarieven door de gemeente Best zal het verschil in OZB-tarieven tussen Oirschot en Best de komende jaren nagenoeg verdwijnen. Zowel bij de woningen als de niet-woningen. De berekeningen moeten dan ook vooral als een momentopname naar de situatie in 2025 worden gezien. Voor de OZB woningen is ook een prognose gemaakt naar de situatie 2027. De nieuwe gemeente is zelf verantwoordelijk voor het belastingniveau.
Voor een weloverwogen besluit over de hoogte van de benodigde opbrengst dient het beleid van de twee gemeenten te worden onderzocht en vertaald naar de nieuwe gemeente om een beeld te krijgen van de totale lasten. De raad van de nieuwe gemeente kan op basis hiervan de beleidskeuzes maken en de nieuwe tarieven vaststellen.
82
Herindelingsscan Best en Oirschot
Overige financiële aandachtspunten Te doorlopen proces vóór herindeling
De herindeling is pas definitief als de herindelingswet door de Tweede en de Eerste Kamer is aangenomen. Voor het concreet invullen van de voorbereidingsfase van het herindelingsproces zijn diverse publicaties met belangrijke informatie beschikbaar, zoals het handboek gemeentelijke herindeling (VNG 2020) en Beleidskader gemeentelijke herindeling (BZK 2018). Daarnaast is er de Handreiking herindeling, financiën en de rol van de provincie (Provincie Noord Brabant). Deze handreiking is bedoeld om diegenen die betrokken zijn bij een herindeling overzicht en inzicht te bieden in wat op het gebied van financiën aan de orde is. Harmonisatie financieel beleid
De huidige gemeenten hebben ieder hun eigen financieel beleid, onder meer neergelegd in de financiële verordening ex artikel 212 en in de diverse beleidsnota’s. Omdat het financieel beleid niet op alle onderdelen overeenkomt, zullen de gemeenten de tijd vóór herindeling moeten benutten om tot een gezamenlijk financieel beleid te komen, zodat de overgang naar de nieuwe gemeente soepel kan verlopen. Eerste begroting van de nieuwe gemeente
De nieuwe raad, die naar verwachting op 1 januari van het begrotingsjaar 2028 in functie treedt, stelt de eerste begroting van de nieuwe gemeente vast. Om de periode waarin uitgaven worden gedaan zonder dat daaraan een vastgestelde begroting ten grondslag ligt zo kort mogelijk te houden, is het redelijk dat de nieuwe raad de eerste begroting vóór 15 april van het begrotingsjaar vaststelt en inzendt naar GS.
2. Wat kan aan de hand van de gemeenterekeningen, de begrotingen en meerjarenraming van Best en Oirschot over de financiële positie van de nieuwe gemeente worden gezegd?
Begroting en meerjarenramingen De begrotingen 2025 van de gemeente Best en de gemeente Oirschot voldoen aan het wettelijk criterium. Dit houdt in dat het begrotingsjaar 2025 naar het oordeel van GS structureel en reëel in evenwicht is. In deze scan zijn ook de conceptbegrotingen 20262029 verwerkt hoewel deze nog niet zijn vastgesteld door de raden en nog niet zijn beoordeeld door ons. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Best sluiten de jaren 2026 en 2027 met een positief saldo. Vanaf 2028 is sprake van tekorten. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Oirschot sluit het begrotingsjaar 2026 met een nadelig saldo. Vanaf 2027 is sprake van positieve saldi. Naast stijgende kosten binnen het sociaal domein, is er vooral bij Best sprake van structureel hogere lasten door nieuwe budgetaanvragen. Zoals MFA Wilhelminadorp, schaalsprong (eigen bijdrage en uitbreiden formatie), ontwikkeling stationsgebied en
Herindelingsscan Best en Oirschot
83
aanpak bestaande huisvesting. Daarnaast nemen de rentelasten toe door het geprognotiseerde investeringsvolume. De gemeente Oirschot raamt in de conceptbegroting 2026-2029 ten opzichte van de gemeente Best een relatief laag bedrag aan nieuwe budgetaanvragen. Daar staat tegenover dat er in 2024 en 2025, ten opzichte van de investeringsaanvragen vanaf 2026, relatief hoge investeringsbedragen zijn geraamd. Omgerekend naar een bedrag per inwoners ligt het totaalinvesteringsvolume van beide gemeenten in de periode 2025-2029 (inclusief de restantinvesteringsbudgetten 2024 en 2025) niet ver uit elkaar. Te weten rond de € 4.000 per inwoner. De ontwikkeling van het begrotingssaldo is bij de gemeente Best negatiever dan bij de gemeente Oirschot. De gemeente Best heeft in de kadernota investeringen geraamd die in de begroting 20252028 nog niet voorzien waren van een budget. Dit geeft wel een duidelijk beeld van de ambities van de gemeente, maar geeft nog geen inzicht in hoe de gemeente deze ambities gaat bekostigen binnen en structureel sluitende begroting. Enkele investeringen met financiële impact zoals de uitvoeringskosten van de ontwikkelingen Dorpsplein en Wilhelminadorp zijn nog als p.m. raming opgenomen. Nadere uitwerking inclusief dekkingsvraagstukken zal, gelet op de voorgenomen herindeling per 1 januari 2028, in afstemming tussen beide gemeenten plaatsvinden.
In de conceptbegroting 2026-2029 (evenals in de begroting 2025-2028) heeft de gemeente Best het voornemen om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen al financieel verwerkt (En groeit daarmee toe naar het tarief van Oirschot) Desondanks is vanaf 2028 sprake van een structureel tekort van € 2,5 miljoen. De gemeente Oirschot bereidt besluitvorming van investeringen voor, waarvan de kapitaallasten pas na 2029 gaan lopen. Bijvoorbeeld Kanaalpassage A58 (investering € 5 miljoen) en aanleg 2e fase Randweg (investering € 16 miljoen). Ook hiervoor geldt dat verdere uitwerking inclusief dekkingsvraagstukken in afstemming tussen beide gemeenten zal plaatsvinden. De gemeente Oirschot heeft geen extra verhoging van de OZB opbrengst (naast de indexering voor inflatie) geraamd in de conceptbegroting 2026-2029. Wel zijn de opbrengstramingen van afvalstoffenheffing en rioolheffing verhoogd naar een kostendekkend niveau.
Jaarrekening 2024 De gemeente Best heeft het jaar 2024 afgesloten met een positief saldo van € 10 miljoen. De gemeente Oirschot sloot het boekjaar af met een nadelig saldo van € 27.000. De jaarrekeningresultaten zijn echter niet zonder meer onderling te vergelijken. De cijfers worden beïnvloed door incidentele factoren en de wijze waarop beide gemeenten incidentele zaken als budgetoverhevelingen en mutaties grondexploitatie in de jaarcijfers verwerken. Bij de gemeente Best maakt het bedrag dat in 2024 overgeheveld zou worden
84
Herindelingsscan Best en Oirschot
(€ 7,3 miljoen) onderdeel uit van het rekeningresultaat. Dit betekent dat dit incidentele voordeel nu onderdeel is van het rekeningresultaat van € 10 miljoen. Bij resultaatbestemming is dit bedrag wel overgeheveld om de werkzaamheden in 2025 uit te voeren. De gemeente Oirschot heeft het bedrag in 2024 (€ 1,5 miljoen) al toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor nog uit te voeren werkzaamheden. Hierdoor is dit voordeel van niet gebruikte budgetten in 2024 bij Oirschot niet zichtbaar in het rekeningresultaat De gemeenten dienen zelf de analyses van de rekeningresultaten te maken om de structurele effecten scherp in beeld te krijgen. Sociaal domein De gemeenten Best en Oirschot besteden beide een groot deel van hun begroting aan het sociaal domein en ervaren een toenemende vraag naar jeugdhulp en Wmo. Zij werken intensief samen in regionaal verband. De gevolgen van de Hervormingsagenda Jeugd verschillen: voor Best hebben de extra middelen die in de meicirculaire 2025 beschikbaar zijn gesteld budgettair een neutraal effect op het begrotingssaldo, terwijl Oirschot hierdoor een voordeel in de begroting krijgt. Best ziet de kosten voor jeugdzorg en Wmo in de conceptbegroting 2026 (en ook al in de kadernota 2026) sterk oplopen en heeft de budgetten daarvoor structureel met € 2,3 miljoen verhoogd. Oirschot verwacht in geringer mate tekorten op jeugdzorg.
In beide gemeenten zal sprake zijn van stijgende Wmo-uitgaven door dubbele vergrijzing. Investeringen Er is een verschil waar te nemen in het voorgenomen investeringsvolume van beide gemeenten vanaf 2026. Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 het investeringsplan geactualiseerd en geeft een doorkijk van de plannen tot en met 2031. Ten opzichte van de begroting 2025-2028 is het investeringsvolume in de jaren 20262029 met € 34 miljoen toegenomen tot € 114 miljoen. Dit leidt tot extra structurele kapitaallasten, die grotendeels nog niet zijn voorzien van structurele dekking. Dit geldt vooral voor investeringen waarvan de realisatie de komende periode wordt gestart maar de kapitaallasten vanaf 2030 of 2031, dus na het tijdvak van de begroting 2026-2029, gaan lopen. Ook kapitaallasten die vanaf 2028 gaan lopen zijn niet (volledig) gedekt, gelet op de geraamde structurele begrotingstekorten vanaf 2028. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal aan investeringsbudgetten op € 130 miljoen. Oirschot investeert in de jaren 2026-2029 € 26 miljoen. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal op € 76 miljoen. Omdat er meerjarig sprake is van een structureel sluitende (concept) begroting zijn de kapitaallasten daarvan in principe gedekt.
Voor beide gemeenten geldt, dat er beoogde investeringen zijn waar nog geen bedrag aan is gekoppeld en de lasten om die reden ook niet in de begroting zijn opgenomen. Als deze plannen doorgang vinden zal er ook structurele dekking voor de daaruit voortvloeiende structurele (kapitaal)lasten moeten worden aangewezen.
Herindelingsscan Best en Oirschot
85
Weerstandsvermogen en financiële kengetallen De uitgangspositie voor de nieuwe gemeente met betrekking tot de weerstandscapaciteit, weerstandsratio en de financiële kengetallen (vooral schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie) is ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners gunstig. Wel zal de schuldquote stijgen als gevolg van de toename van de schuld bij beide gemeenten door de voorgenomen investeringen. De risico’s zijn systematisch in beeld gebracht en gekwantificeerd. Voor de inventarisatie van risico’s zijn geen richtlijnen. De gemeenten hebben hiervoor een eigen methodiek. De weerstandsratio van Best bevindt zich op 31 december 2024 ruim boven de 1 (3,2), die van Oirschot net boven de 1 (1,2). Op basis van de cijfers van beide gemeenten bevindt de weerstandsratio van de nieuwe gemeente op 31 december 2024 zich ruim boven de 1, te weten 2,6. Dit is naar objectieve maatstaven is te kwalificeren als “uitstekend”. Bij beide gemeenten is de risicobepaling niet volledig vergelijkbaar. De door de nieuwe gemeente te berekenen risico’s zijn uiteraard de basis voor de weerstandsratio van de nieuwe gemeente. De hier weergegeven weerstandsratio van 2,6 moet daarom als een indicatie worden gezien.
Reserves De reservepositie van de nieuwe gemeente is gemeten naar een bedrag per inwoner sterker dan het gemiddelde per inwoner van gemeenten in de inwonerklasse 45.00060.000 inwoners. Het gemiddelde bedrag per inwoner van de algemene reserve en de bestemmingsreserves van de nieuwe gemeente is € 2.252. (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners € 1.430 per inwoner). Wel ligt een groot deel van de bestemmingsreserve van de nieuwe gemeente (€ 776 per inwoner)14 vast door het relatief hoge bedrag aan bestemmingsreserves ter dekking van kapitaallasten. Vaste schuld De schuld van de nieuwe gemeente is bijna 50% lager dan de gemiddelde schuld van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners Door de voorgenomen investeringen zal de schuld van Best en Oirschot en dus de nieuwe gemeente toenemen. Voorzieningen Belangrijkste verschil tussen beide gemeenten is de inzet van voorzieningen voor groot onderhoud. Best heeft alleen een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen. Oirschot heeft deze ook en daarnaast voorzieningen voor groot onderhoud wegen, sportvelden en speeltoestellen. Als er geen onderhoudsvoorzieningen zijn, zijn de onderhoudslasten in de exploitatie opgenomen. Deze kunnen jaarlijks fluctueren. Vaste activa De boekwaarde van de vaste activa van de nieuwe gemeente ligt iets onder het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (stand 31-1214
Werkelijke stand op 31 december 2024
86
Herindelingsscan Best en Oirschot
2023). Aannemelijk is dat dit bedrag in 2024 is toegenomen door het realiseren van investeringen in dat jaar. De gemeente Best activeert investeringen in riolering niet maar dekt de investeringslasten in één keer ten laste van de daartoe bestemde voorziening. De gemeente Oirschot activeert investeringen in riolering wel. Onderhoud kapitaalgoederen De onderlinge vergelijkbaarheid is beperkt omdat er verschillende beleidskeuzes zijn gemaakt en doordat de financiële verwerking verschilt. Bijvoorbeeld door wel of niet gebruik te maken van onderhoudsvoorzieningen (en – reserves) met als gevolg dat egalisatie van jaarlijks fluctuerende onderhoudslasten niet eenduidig plaatsvindt. Bij de gemeente Best zijn alle beheerplannen, met uitzondering van riolering, niet actueel en zullen dan ook binnen afzienbare tijd moeten worden geactualiseerd. De gemeente Oirschot beschikt over actuele beheerplannen, met uitzondering van het beheerplan gebouwen. De gemeente Oirschot werkt voor diverse kapitaalgoederen met onderhoudsvoorzieningen. Uit deze voorzieningen wordt het groot onderhoud bekostigd. Grondbeleid Bij de grondexploitaties is de komende jaren sprake van een relatief groot volume aan nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. Bij Best worden de meeste inkomsten gerealiseerd tot en met 2028, bij Oirschot vanaf 2028.
Alleen de gemeente Oirschot heeft een grondexploitatie voor bedrijventerreinen, echter met een geringe boekwaarde. Beide gemeenten hebben voorziene verliezen in de grondexploitaties afgedekt door middel van een verliesvoorziening. Op 31 december 2024 is de stand van de verliesvoorziening van de gemeente Best € 26,2 miljoen en die van de gemeente Oirschot € 0,1 miljoen. Daarnaast hebben beide gemeenten een risicoreserve grondexploitatie. Verbonden partijen Beide gemeenten nemen in hoofdzaak aan dezelfde gemeenschappelijke regelingen deel. Dat betekent dat een groot deel van alle risico’s van de verbonden partijen ook nu al gedeeld worden. Door de herindeling kan het noodzakelijk zijn om uit één of meerdere verbonden partijen te treden, bijvoorbeeld Samenwerking Kempengemeenten. De kans is groot dat dit gepaard zal gaan met uittredingskosten. Het is in ieder geval van belang om met het oog op eventuele opzegtermijnen tijdig (desnoods proforma) over te gaan tot opzegging.
Herindelingsscan Best en Oirschot
87
7.1
Algemene conclusie
Uit de financiële analyse en risicoduiding (bouwsteen 3) bij het principebesluit tot herindeling van 1 juli 2025 bleek dat op basis van de begrotingen 2025-2028 kon worden geconcludeerd dat er sprake is van een gezonde uitgangssituatie voor de nieuwe gemeente, die zal ontstaan uit de samenvoeging van de huidige gemeenten Best en Oirschot. Daarbij is aangegeven dat er nog wel uitdagingen zijn om ook de begrotingsjaren vanaf 2026 structureel sluitend te krijgen en/of te houden. In deze herindelingsscan zijn de conceptbegrotingen 2026-2029 van beide gemeenten toegevoegd. Deze zijn op het moment van schrijven niet vastgesteld door de raden en ook nog niet door ons onderzocht op basis van het normale financiële toezicht. Op basis van de conceptbegrotingen 2026-2029 is op dit moment het beeld dat de nieuwe gemeente in 2028 zal starten met een niet sluitende begroting. Net als de andere gemeenten hebben Best en Oirschot te maken met de verlaging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en kostenontwikkelingen binnen het sociaal domein. Daarnaast is er sprake van nieuw beleid en gemeentelijke ambities waarvan de financiële effecten nog niet bekend zijn of onderdeel zijn van een (nog) niet meerjarig sluitende begroting. Voor een gezonde startpositie van de nieuwe gemeente is het noodzakelijk te komen tot een structureel sluitende begroting 2028 en verder.
Door gemeente Best is aangegeven dat de raad bij de kadernota 2027 verwacht keuzes te maken. Bij de kadernota 2026 is al besloten dat een aantal nieuwe investeringen apart via een raadsvoorstel ter besluitvorming zullen worden aangeboden. Aandachtspunt bij de besluitvorming over deze investeringen is op welke wijze de structurele lasten vanaf 2028 van structurele dekking worden voorzien. Voor beide gemeenten geldt dat vanaf 2 december 2025 besluiten door ons goedgekeurd moeten worden. Naast de begrotingssaldi is gekeken naar de financiële positie (schuld, reservepositie, grondexploitaties). De gezamenlijke schuld is naar objectieve maatstaven niet hoog en het gezamenlijke weerstandsvermogen is voldoende, de gemeenten beschikken gezamenlijk over ruim voldoende weerstandscapaciteit om de nu bekende risico’s te kunnen opvangen. Bij de grondexploitaties doen zich nog onzekerheden voor door de nog te realiseren opbrengsten en nog te maken kosten.
88
Herindelingsscan Best en Oirschot
7.2
Aanbevelingen
Voor de nieuwe gemeente is het belangrijk dat zoveel mogelijk zaken al op orde zijn. Inventariseer daarom eventuele achterstanden op het terrein van beheer en onderhoud. Het betreft hier beleidsterreinen zoals kapitaalgoederen, archieven, bestemmingsplannen en administraties. De onderstaande aanbevelingen zijn overgenomen uit de voorgaande hoofdstukken. De aanbevelingen hoeven niet gelijktijdig te worden opgepakt, iedere aanbeveling heeft een eigen moment in het herindelingsproces. Wij adviseren de gemeenten een eigen tijdspad vast te stellen. 1. Breng de inhoudelijke verschillen tussen de financiële verordeningen ex artikel 212 in beeld. Stem af welke keuzes gemaakt moeten worden om tot een eensluidende nieuwe verordening te komen. 2. Stel uniforme verordeningen vast voor het financieel beleid, beheer en de inrichting van de organisatie en de controle daarop (ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet). Deze verordeningen hoeft de raad van de nieuwe gemeente dan na herindeling alleen formeel vast te stellen. 3. Harmoniseer in aanloop naar de herindeling waar mogelijk al het financiële beleid. 4. Stel een afstemmingsprotocol op, voor de onderlinge afstemming van financiële besluiten die ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd. 5.
Maak de opties voor het vormgeven van de ambtelijke organisatie van de nieuwe gemeente en de financiële consequenties daarvan op zo kort mogelijke termijn inzichtelijk. 6. Onderzoek of bestaande overeenkomsten met betrekking tot samenwerking en leveranciers, gelet op de geldende opzegtermijnen en mogelijke financiële consequenties, vooruitlopend op een definitieve keuze alvast proforma kunnen worden opgezegd. 7. Bepaal ten aanzien van de lokale heffingen welke wel of niet gehandhaafd blijven. 8. Analyseer welke verschillen er ten grondslag liggen aan het verschil in tarieven van vooral de heffingen (afval en riool) tussen de twee gemeenten. 9. Harmonisatie van de OZB-tarieven tussen nu en de herindelingsdatum is niet noodzakelijk. Als tussenoplossing kan ervoor worden gekozen om de OZBtarieven geleidelijk naar elkaar toe te laten groeien. Onderzoek welk effect de in de conceptbegroting 2026-2029 opgenomen extra (dus boven het inflatiepercentage) verhogingen van de OZB opbrengsten (en daardoor ook de tarieven) hier al op hebben. 10. Houdt rekening met het feit dat indien de in de conceptbegroting van de gemeente Best geraamde extra opbrengsten OZB niet worden gerealiseerd het begrotingstekort vanaf 2028 toe zal nemen ten opzichte van het in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde tekort. 11.
Zorg ervoor dat de begroting 2027-2030 wordt ingediend met tenminste een structureel en reëel sluitend begrotingsjaar 2027.
Herindelingsscan Best en Oirschot
89
Door de instelling van het financieel toezicht op grond van de Wet arhi zijn de begrotingen 2027 van Best en Oirschot aan goedkeuring onderworpen. Goedkeuring wordt in principe alleen verleend als het begrotingsjaar structureel en reëel sluitend is ingediend. Een niet structureel en reëel sluitende begroting legt een claim op de nieuwe gemeente door de benodigde maatregelen voor het herstel van het begrotingsevenwicht naar de toekomst te verschuiven. 12. Maak de financiële gevolgen van het uniformeren van het financiële beleid en het harmoniseren van de verordeningen inzichtelijk en verwerk deze in de eerstvolgende kadernota/koersnota en in de begroting 2027. 13. Maak bij besluitvorming over onder meer investeringen de effecten op de financiële positie inzichtelijk, ook als de effecten zich nog niet voordoen in de eerstkomende meerjarenbegroting. 14. Zorg ervoor dat bij het opstellen van de begroting 2027-2030 dezelfde uitgangspunten en methode worden gebruikt voor het ramen met lopende prijzen. Zo worden de begrotingen beter vergelijkbaar. 15. Maak analyses van de jaarrekeningresultaten en besteed daarbij aandacht aan het structurele en incidentele resultaat en budgetoverheveling. De verkregen inzichten kunnen worden gebruikt bij de beleidskeuzes en het opstellen van de eerste begroting van de nieuwe gemeente. 16.
Stem het ambitieniveau van de gemeente af op de mate waarin projecten kunnen worden gerealiseerd om op die wijze de hoogte van de jaarlijkse budgetoverhevelingen te kunnen verlagen. 17. Analyseer de structurele doorwerking van de voor- en nadelen uit de jaarrekening en maak de conclusie daaruit duidelijker zichtbaar. Bijvoorbeeld in de inleiding van de jaarrekening zelf of in het raadsvoorstel bij de jaarrekening. 18. Harmoniseer, waar het nog niet het geval is, het beleid op het gebied van sociaal domein. 19. Leg de investeringen die opgenomen zijn in het investeringsoverzicht in de conceptbegroting 2026-2029 apart voor aan de betreffende gemeenteraad, voorzien van een structurele dekking. Zie daarmee af van het bij het vaststellen van de begroting in één keer autoriseren van een groot aantal investeringsbudgetten. 20. Stel huidige en toekomstige investeringsplannen en grote projecten met ingang van de begroting 2027 in overleg met elkaar vast. 21. Maak ook de investeringsbedragen van de nu geraamde p.m. budgetten inzichtelijk en de daaruit voortkomende kapitaallasten. 22. Geef aan hoe de nog niet geraamde kapitaallasten van investeringen waarvan het voornemen is om die wel in uitvoering te gaan nemen worden gedekt. Bij besluitvorming over het beschikbaar stellen van investeringsbedragen moet namelijk ook de dekking al worden aangegeven.
Dit geldt niet alleen voor investeringen waarvan de kapitaallasten vanaf 2029 gaan lopen, maar ook voor investeringen waarvan de kapitaallasten met ingang van 2028 op de begroting drukken. Bij Best is namelijk sprake van structurele begrotingstekorten vanaf het begrotingsjaar 2028. 23. Voorkom kapitaalvernietiging door investeringsplannen te toetsen aan beleidsvoornemens. Investeringen kunnen door het beleid van de nieuwe
90
Herindelingsscan Best en Oirschot
gemeente overbodig worden. Maak investeringen die dit risico hebben inzichtelijk en stel deze, zo mogelijk, uit. 24. Stel criteria vast welke onderdelen deel uitmaken van de beschikbare weerstandscapaciteit (o.a. vrije algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit, stille reserves). 25. Toets of de stille reserves voldoen aan de voorwaarden die het GTK 2020 hieraan stelt. 26. Ga, voor een zuivere vergelijking van de weerstandsratio’s, eenduidig om met het wel of niet meenemen van weerstandscapaciteit grondexploitatie en de risico’s grondexploitatie bij het presenteren van een weerstandsratio. Dit geldt ook voor sociaal domein. 27. Formuleer criteria voor de minimaal noodzakelijke omvang van de weerstandsratio. 28. Besef dat de harmonisatie van het financieel beleid een impact kan hebben op de totale omvang van de risico’s. 29. Hanteer dezelfde normen voor het interpreteren van de financiële kengetallen. 30. Breng, in aanloop naar de harmonisatie van het activabeleid, de verschillen daarin tussen beide gemeenten in beeld. 31. Maak een plan van aanpak voor het harmoniseren van beheerplannen. Mede omdat een aantal plannen verouderd zijn. 32. Stel ontbrekende onderhoudsplannen indien mogelijk nog in 2025 of 2026 op of maak daar in ieder geval een aanvang mee, om op die wijze goed inzicht te krijgen in de financiële effecten voor de gemeente zelf en ook voor de nieuwe gemeente.
33. Inventariseer welke gemeentelijke gebouwen op termijn (kunnen) worden afgestoten en wat de gevolgen zijn voor de onderhoudsbudgetten (en voor het genereren van opbrengsten uit verkoop/verhuur). 34. Beoordeel of het egaliseren van lasten groot onderhoud door middel van: een onderhoudsvoorziening in combinatie met een actueel beheerplan of het egaliseren door het ramen van budgetten groot onderhoud in de begroting zonder onderhoudsvoorziening, voor de nieuwe gemeente de voorkeur heeft. 35. Inventariseer het areaal van de nieuwe gemeente en bereken per kapitaalgoed het benodigde budget dat bij het vastgestelde kwaliteitsniveau hoort. 36. Begin in 2026 met het samen ontwikkelen van beleid en hulpmiddelen voor de grondexploitatie. Denk hierbij aan gezamenlijke uitgangspunten, een rekenmodel, werkprocessen en een prijzenboek. 37. Breng de financiële ontwikkeling en risico’s van alle grondexploitaties, ook die niet zichtbaar zijn in de gemeentelijke boekhouding, in het kader van het herindelingstraject duidelijk in beeld. 38. Tref tijdig maatregelen om gevolgen van een verandering van de gehanteerde parameters (grondprijzen, kosten- en opbrengstenstijging en rente) binnen de grondexploitatie op te vangen, dit kan grote financiële consequenties voor de nieuwe gemeente hebben. 39.
Stel een impactanalyse op, waarin vooral de onderliggende risico’s die verbonden partijen met zich meebrengen worden onderzocht.
Herindelingsscan Best en Oirschot
91
40. Maak voor de datum van herindeling keuzes of de taken van de nieuwe gemeente zullen worden ondergebracht in een (nieuwe of bestaande) verbonden partij of in eigen beheer zullen worden verricht. Houd eventuele opzegtermijnen scherp in de gaten.
92
Herindelingsscan Best en Oirschot
8 Bijlagen 8.1
Specificatie mutatie algemene uitkering door herindeling
Specificatie mutatie algemene uitkering door herindeling (Alle bedragen x € 1.000) Huishoudens met een laag inkomen met drempel Landelijke centrumfunctie Lokale centrumfunctie Regionale centrumfunctie Oeverlengte veen-/kleiveengebied Omgevingsadressendichtheid OZB niet-woningen eigenaren OZB niet-woningen gebruikers Vast bedrag Mutatie algemene uitkering door herindeling
Herindelingsscan Best en Oirschot
580 92 2 307 -5 7 -203 -57 -1.441 -718
93
8.2
Berekening tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling
Berekening tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling (berekening voor herindeling per 1-1-2028, bedragen in €) A) Vast bedrag per gemeente 1 Vast bedrag per gemeente waarmee het totaal aantal gemeenten afneemt door de samenvoeging 2 Aantal gemeenten waarmee het totaal aantal gemeenten door de samenvoeging verminderd wordt 3 Verdeelmaatstaf herindeling op basis van vast bedrag per gemeente (1 x 2) B 4
5 6 7 8 9
Vast bedrag per inwoner Vast bedrag per bij samenvoeging betrokken inwoners op één jaar voorafgaand aan de herindeling, met uitzondering van de inwoners van de grootste gemeente Aantal inwoners gemeente Best (per 1 januari 2024) Aantal inwoners gemeente Oirschot (per 1 januari 2024) Totaal aantal inwoners bij de herindeling betrokken (per 1 januari 2024) Totaal aantal inwoners van de gemeente met het grootste aantal inwoners (Best) Aantal inwoners waarvoor het vaste bedrag wordt betaald (7 - 8)
10 Verdeelmaatstaf herindeling op basis van vast bedrag per inwoner (4 x 9)
15 16 18 19 20 21 22
1 2.806.800
66,61
31.223 19.280 50.503 -31.223 19.280
1.284.241
C Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling 11 Totaal tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling exclusief uitkeringsfactor (3 + 10) 12 Voorlopige uitkeringsfactor van het jaar voorafgaand aan de herindeling (in deze berekening septembercirculaire 2024) 13 Totaal tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling inclusief uitkeringsfactor (11 x 12) 14 Totaal tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling inclusief uitkeringsfactor per inwoner
D
2.806.800
Betaalritme, tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling inclusief uitkeringsfactor 1e jaar: (voorafgaand aan de daadwerkelijke herindeling) Restantbedrag (13 - 15) 2e jaar: 40% van het restantbedrag (€ 4.640.877) 3e jaar: 20% van het restantbedrag (€ 4.640.877) 4e jaar: 20% van het restantbedrag (€ 4.640.877) 5e jaar: 20% van het restantbedrag (€ 4.640.877) Totaal
4.091.041 1,418 5.801.096
114
1.160.219 4.640.877 1.856.351 928.175 928.175 928.175 5.801.096
Bron: Ministerie van BZK
94
Herindelingsscan Best en Oirschot
8.3
Structuurkenmerken van de bestaande gemeenten en de nieuwe gemeente
Vergelijking volumina structuurkenmerken (Bedragen x € 1 miljoen tenzij anders vermeld) Aantal inwoners (per 1-1-2024) Onroerende zaak belastingen OZB-capaciteit woningen OZB-capaciteit niet-woningen gebruiker OZB-capaciteit niet-woningen eigenaar Totaal OZB capaciteit Waarde woningen Waarde niet-woningen gebruiker Waarde niet-woningen eigenaar Waarde totaal Aandeel woningen in totaal waarde Aandeel niet woningen in totaal waarde Waarde totaal per inwoner in € Volumina sociale structuur per 1.000 inwoners Huishoudens met een laag inkomen boven drempelwaarde Bijstandontvangers Volumina bevolkingsopbouw per 1.000 inwoners Inwoners < 18 jaar Inwoners >75 jaar, boven de drempelwaarde Volumina centrumfunctie per 1.000 inwoners Lokale centrumfunctie Regionale centrumfunctie Volumina bebouwingsstructuur Oppervlakte land Oppervlakte bebouwing woonkern Oppervlakte bebouwing buitengebied Oppervlakte binnenwater Woonruimten Historische kern < 40 hectare Historische kern < 40-65 hectare Historisch > 65 hectare Bewoonde oorden 1930 Historische woningen in bewoonde oorden 1930 Kernen Grote woonkernen (> 500 adressen) Omgevingsadressendichtheid Bedrijfsvestigingen Volumina leerlingen per 1.000 inwoners Leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs Leerlingen voortgezet onderwijs Extra groei jongeren Extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
Herindelingsscan Best en Oirschot
Nieuwe gemeente 50.503
Best Oirschot 31.223 19.280
4.625 7.863 542 1.038 560 1.098 10.000 5.728 5.782 9.829 774 1.484 801 1.569 12.882 7.357 79% 76% 21% 24% 255.074 235.628
3.238 472 472 4.182 4.047 675 675 5.397 75% 25% 279.927
62 9
63 11
54 7
179
184 33
171 50
953 521
1.008 679
857 198
13.570 322 157 180 22.523 10 0 0 0 0 11 3 25.992 7.195
3.390 187 51 75 13.705 0 0 0 0 0 2 1 20.160 4.005
10.180 135 106 105 8.818 10 0 0 0 0 9 2 5.776 3.190
0 40 0 0
0 42 0 0
0 36 0 0
95
8.4
Onbenutte belastingcapaciteit ten opzichte van artikel 12 norm
De berekeningen zijn gebaseerd op de door de WOZ-waarden (naar peildatum 1-12024), de in de betreffende gemeenten van toepassing zijnde OZB-tarieven 2025 en de in de begrotingen 2025 van de gemeenten geraamde OZB opbrengsten. Het gaat om een momentopname, omdat door waardeontwikkeling en wijziging in OZB tarieven de onbenutte belastingcapaciteit ten opzichte van de artikel 12 norm van het redelijk peil jaarlijks kan wijzigen.
Best A. Waarde onroerende zaken B. Tarief 2025 gemeente als percentage van de WOZ-waarde C. Opbrengst op basis van waarde gemeentefonds en tarief gemeente (A x B) D. Gemiddeld tarief OZB gemeente als percentage van de WOZ-waarde E. Redelijk peil OZB 2025 voor toelating tot artikel 12 van de Fvw als percentage van de WOZ-waarde (meicirculaire 2024) F. Opbrengst OZB op basis van gecorrigeerd redelijk peil OZB voor toelating tot artikel 12 van de Fvw G. Opbrengst OZB volgens begroting 2025 gemeente Verschil ten opzichte van redelijk peil (G-F) Een min is lagere opbrengst t.o.v. redelijk peil
Oirschot A. Waarde onroerende zaken B. Tarief 2025 gemeente als percentage van de WOZ-waarde C. Opbrengst op basis van waarde gemeentefonds en tarief gemeente (A x B) D. Gemiddeld tarief OZB gemeente als percentage van de WOZ-waarde E. Redelijk peil OZB 2025 voor toelating tot artikel 12 van de Fvw als percentage van de WOZ-waarde (meicirculaire 2024) F. Opbrengst OZB op basis van gecorrigeerd redelijk peil OZB voor toelating tot artikel 12 van de Fvw G. Opbrengst OZB volgens begroting 2025 gemeente Verschil ten opzichte van redelijk peil (G-F) Een min is lagere opbrengst t.o.v. redelijk peil
96
Woningen
Nietwoningen gebruikers
Nietwoningen eigenaren
6.313.904.100 0,0803 5.070.065
675.355.741 0,2038 1.376.375
720.391.654 7.709.651.495 0,2612 1.881.663 8.328.103
Totaal
0,1080 0,1595
0,1595
0,1595
0,1595
10.070.677 5.070.065
1.077.192 1.376.375
1.149.025 1.881.663
12.296.894 8.328.103
-5.000.612
299.183
732.638
-3.968.791
Woningen
Nietwoningen gebruikers
Nietwoningen eigenaren
4.002.851.700 0,1079 4.319.077
692.439.600 0,2582 1.787.879
772.790.700 5.468.082.000 0,3211 2.481.431 8.588.387
Totaal
0,1571 0,1595
0,1595
0,1595
0,1595
6.384.548 4.319.077
1.104.441 1.787.879
1.232.601 2.481.431
8.721.591 8.588.387
-2.065.471
683.438
1.248.830
-133.204
Herindelingsscan Best en Oirschot
Nieuwe gemeente
Woningen
A. Waarde onroerende zaken B. Tarief 2025 gemeente als percentage van de WOZ-waarde C. Opbrengst op basis van waarde gemeentefonds en tarief gemeente (A x B) D. Gemiddeld tarief OZB gemeente als percentage van de WOZ-waarde E. Redelijk peil OZB 2025 voor toelating tot artikel 12 van de Fvw als percentage van de WOZ-waarde (meicirculaire 2024) F. Opbrengst OZB op basis van gecorrigeerd redelijk peil OZB voor toelating tot artikel 12 van de Fvw G. Totale opbrengst OZB volgens begroting 2025 gemeenten Verschil ten opzichte van redelijk peil (G-F) Een min is lagere opbrengst t.o.v. redelijk peil
Herindelingsscan Best en Oirschot
Nietwoningen gebruikers
Nietwoningen eigenaren
Totaal
10.316.755.800 1.367.795.341 1.493.182.354 13.177.733.495 0,0910 0,2313 0,2922 9.388.248 3.163.711 4.363.079 16.915.037
0,1284 0,1595
0,1595
0,1595
0,1595
16.455.226 9.388.248
2.181.634 3.163.711
2.381.626 4.363.079
21.018.485 16.915.037
-7.066.978
982.077
1.981.453
-4.103.448
97
8.5
Scenario’s harmonisatie Onroerende zaakbelastingen
OZB woningen 2025
Harmonisatie Oirschot OZB aanslag per huishouden 2025 (huishouden met koopwoning)
Nieuwe gemeente harmonisatie tarief
Best
OZB-tarief eigenaren woningen
0,0803
0,1079
0,0910
Gemiddelde waarde woningen
520.300
566.097
534.000
418
611
486
473
515
486
56
-96
0
Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
Laagste OZB aanslag per huishouden 2025 (huishouden met koopwoning)
Oirschot
Nieuwe gemeente laagste tarief
Best
OZB-tarief eigenaren woningen
0,0803
0,1079
0,0803
Gemiddelde waarde woningen
520.300
566.097
534.000
418
611
429
418
455
429
0
-156
0
Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
Hoogste OZB aanslag per huishouden 2025 (huishouden met koopwoning)
Oirschot
Nieuwe gemeente hoogste tarief
Best
OZB-tarief eigenaren woningen
0,0803
0,1079
0,1079
Gemiddelde waarde woningen
520.300
566.097
534.000
418
611
576
561
611
576
144
0
0
Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
OZB woningen 2027
Harmonisatie Oirschot
Nieuwe gemeente harmonisatie tarief
0,1079
0,0992
566.097
534.000
611
530
516
562
530
29
-49
0
OZB aanslag per huishouden 2027 (huishouden met koopwoning)
Best
OZB-tarief eigenaren woningen
0,0937 520.300 487
Gemiddelde waarde woningen Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
98
Herindelingsscan Best en Oirschot
Laagste OZB aanslag per huishouden 2027 (huishouden met koopwoning)
Best Oirschot
Nieuwe gemeente laagste tarief
OZB-tarief eigenaren woningen
0,0937
0,1079
0,0937
Gemiddelde waarde woningen
520.300
566.097
534.000
Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen
487
611
500
OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente
487
530
500
0
-81
0
Verschil
Hoogste OZB aanslag per huishouden 2027 (huishouden met koopwoning) OZB-tarief eigenaren woningen
0,0937
Nieuwe gemeente hoogste tarief 0,1079 0,1079
Gemiddelde waarde woningen
520.300
566.097
534.000
Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen
487
611
576
OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente
561
611
576
Verschil
74
0
0
Herindelingsscan Best en Oirschot
Best Oirschot
99
OZB niet-woningen 2025 (eigenaar)
Harmonisatie OZB aanslag 2025 eigenaar niet-woningen (fictieve waarde € 1 miljoen)
OZB-tarief niet-woningen eigenaar Gemiddelde waarde Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente harmonisatie tarief
0,2612
0,3211
0,2922
1.000.000
1.000.000
1.000.000
2612
3211
2922
2922
2922
2922
310
-289
0
Laagste OZB aanslag 2025 eigenaar niet-woningen (fictieve waarde € 1 miljoen) OZB-tarief niet-woningen eigenaar Gemiddelde waarde Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente laagste tarief
0,2612
0,3211
0,2612
1.000.000
1.000.000
1.000.000
2612
3211
2612
2612
2612
2612
0
-599
0
Hoogste OZB aanslag 2025 eigenaar niet-woningen (fictieve waarde € 1 miljoen) OZB-tarief niet-woningen eigenaar Gemiddelde waarde Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente hoogste tarief
0,2612
0,3211
0,3211
1.000.000
1.000.000
1.000.000
2612
3211
3211
3211
3211
3211
599
0
0
OZB niet-woningen 2025 (gebruiker)
Harmonisatie OZB aanslag 2025 gebruiker niet-woningen (fictieve waarde € 1 miljoen)
OZB-tarief niet-woningen gebruiker Gemiddelde waarde Gemiddelde OZB opbrengst koopwoningen OZB aanslag op basis van tarief Nieuwe gemeente Verschil
100
Best
Oirschot
Nieuwe gemeente harmonisatie tarief
0,2038
0,2582
0,2313
1.000.000
1.000.000
1.000.000
2038
2582
2313
2313
2313
2313
275
-269
0
Herindelingsscan Best en Oirschot