CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26006.06 - Bijlage C - Herindelingsscan Best-Oirschot

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rianne Donders-de Leest en Judith Keiijzers-Verschielling36.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit betreft onder meer onttrekkingen in verband met de dekking van de uit het vorige boekjaar overgehevelde budgetten (€ 6,1 miljoen) en inzet reserves ter dekking van afschrijvingslasten (€ 1,4 miljoen). Oirschot Bij de lasten jeugdhulp is een stijging van de lasten te zien met ongeveer € 0,5 miljoen. Dit heeft onder meer te maken met de gestegen kosten per traject en cliënt. Ook ten opzichte van de realisatie 2023 is bij jeugdzorg in 2024 sprake van een verdere toename van de lasten. Dit hangt vooral samen met een structurele stijging van het aantal middelzware trajecten en ook het aantal cliënten. De toename van de lasten jeugdzorg is lager dan bij de gemeente Best. Het voordeel van de niet bestede budgetten 2024 die worden overgeheveld naar 2025 is niet zichtbaar in het rekeningsaldo omdat een bedrag met dezelfde omvang in 2024 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve nog uit te voeren werkzaamheden. Bij de gemeente Oirschot is in 2024 per saldo sprake van een onttrekking van € 1,8 miljoen uit de reserves. Dit is per saldo lager dan de onttrekking van de gemeente Best. Wel is sprake van zowel relatief grote bedragen aan onttrekkingen (€ 12,4 miljoen) en toevoegingen (€ 10,6 miljoen) uit de reserves. Dit wordt overigens nagenoeg volledig veroorzaakt door het voeden van reserves ten laste van de algemene reserve.

Zoals de algemene reserve weerstandsvermogen en risicobeheersing, de bestemmingsreserve dekking kapitaallasten en de bestemmingsreserve strategische grondaankopen. Conclusies en aanbevelingen De jaarrekeningresultaten zijn niet zonder meer onderling te vergelijken. De cijfers worden beïnvloed door incidentele factoren en de wijze waarop beide gemeenten incidentele zaken als budgetoverhevelingen mutaties grondexploitatie in de jaarcijfers verwerken. De gemeenten dienen zelf de analyses van de rekeningresultaten te maken om de structurele effecten scherp in beeld te krijgen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

49

Aanbevelingen Maak analyses van de jaarrekeningresultaten en besteed daarbij aandacht aan het structurele en incidentele resultaat en budgetoverheveling. De verkregen inzichten kunnen worden gebruikt bij de beleidskeuzes en het opstellen van de eerste begroting van de nieuwe gemeente. Stem het ambitieniveau van de gemeente af op de mate waarin projecten kunnen worden gerealiseerd om op die wijze de hoogte van de jaarlijkse budgetoverhevelingen te kunnen verlagen. Analyseer de structurele doorwerking van de voor- en nadelen uit de jaarrekening en maak de conclusie daaruit duidelijker zichtbaar. Bijvoorbeeld in de inleiding van de jaarrekening zelf of in het raadsvoorstel bij de jaarrekening.

6.3 Sociaal Domein Door de decentralisaties binnen het sociaal domein zijn er grote verantwoordelijkheden en budgetten naar de gemeenten overgeheveld. Vanaf het jaar 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor taken op het gebied van werk, zorg en jeugd. Een aanzienlijk deel van de gemeentebegroting bestaat uit kosten van het sociaal domein. Vanaf het begrotingsjaar 2019 is een groot deel van het budget hiervoor niet meer opgenomen in een aparte integratie-uitkering, maar onderdeel van de algemene uitkering. Dit heeft ertoe geleid er ongeveer 20 nieuwe verdeelmaatstaven zijn toegevoegd aan het gemeentefonds. Zowel de gemeente Best als de gemeente Oirschot besteden een groot deel van hun begroting aan het sociaal domein. In Best gaat het om ongeveer 35 procent van de totale lasten exclusief reservemutaties, terwijl dit in Oirschot 27 procent bedraagt 11. De vraag naar jeugdhulp is in beide gemeenten hoog en blijft toenemen. Daarom werken zij samen in de subregio Samen voor Jeugd en in het bredere verband van “21 voor de jeugd”, waar afspraken zijn gemaakt over inkoop en samenwerking rond jeugdbescherming, reclassering en spoedeisende zorg. Ook stemmen beide gemeenten hun beleid met elkaar af en vertegenwoordigen zij elkaar in de regionale overlegstructuren. Ondanks deze inhoudelijke overeenkomsten zijn er ook verschillen zichtbaar in de organisatie en financiële positie.

Zo heeft Oirschot de administratie van de jeugdhulp ondergebracht bij de Kempengemeenten, terwijl Best dit zelf uitvoert. Ook de effecten van de Hervormingsagenda Jeugd pakt in de praktijk anders uit. Best had al rekening gehouden met landelijke besparingen en ziet de extra middelen uit de septembercirculaire 2024 daarom vooral als een neutrale doorvertaling in de begroting.

11

Bron: begroting 2025-2028 Gemeente Best en gemeente Oirschot

50

Herindelingsscan Best en Oirschot

Oirschot daarentegen had geen bezuinigingen ingeboekt en profiteert hierdoor van een financieel voordeel. Wat betreft de toekomstverwachtingen lopen de lijnen eveneens uiteen. Beide gemeenten zien het aantal inwoners dat gebruik zal maken van de Wmo sterker toenemen dan landelijk gemiddeld, maar de financiële gevolgen verschillen. Bij de gemeente Best was in 2024 sprake van toename van kosten Wmo. Ook de aanvragen jeugdzorg en de bijbehorende kosten lieten een stijging zien in 2024 ten opzichte van 2023. Dit nadeel van ongeveer € 1 miljoen kon de gemeente in 2024 grotendeels opvangen door enkele incidentele voordelen binnen het sociaal domein. Best verwacht in de kadernota 2026 bij de onderdelen jeugd en WMO een structureel tekort van € 2,3 miljoen. Tot en met 2027 kan dit tekort grotendeels worden afgedekt, doordat een eerdere korting in de algemene uitkering in de meicirculaire 2025 is teruggedraaid. Oirschot raamt in de 1e bestuursrapportage 2025 € 0,9 miljoen aan hogere lasten sociaal domein, vooral jeugdzorg, waarvan € 0,5 miljoen structureel doorwerkt naar 2026. Dit heeft onder meer te maken met de gestegen kosten per traject en cliënt. Ook ten opzichte van de realisatie 2023 is bij jeugdzorg in 2024 sprake van een verdere toename van de lasten met ongeveer € 0,5 miljoen.

Dit hangt vooral samen met een structurele stijging van het aantal middelzware trajecten en ook het aantal cliënten. De toename van de lasten jeugdzorg is lager dan bij de gemeente Best. Wegens dubbele vergrijzing, verwacht Oirschot voor WMO een toename van de kosten voor Wmo. Conclusies en aanbevelingen De gemeenten Best en Oirschot besteden beide een groot deel van hun begroting aan het sociaal domein en ervaren een toenemende vraag naar jeugdhulp en Wmo. Zij werken intensief samen regionaal verband. De verschillen liggen met name in de inrichting van de organisatie en de financiële positie. Oirschot heeft de jeugdhulpadministratie belegd bij de Kempengemeenten, terwijl Best dit zelf uitvoert. Ook de gevolgen van de Hervormingsagenda Jeugd verschillen: voor Best zijn de extra middelen budgettair neutraal, terwijl Oirschot hierdoor een voordeel in de begroting krijgt. In de toekomst ziet Best de kosten voor jeugdzorg en Wmo sterk oplopen en voorziet men tekorten die richting de € 2,3 miljoen kunnen gaan. Oirschot verwacht in geringer mate tekorten op jeugdzorg. In beide gemeenten zal sprake zijn van stijgende Wmo-uitgaven door dubbele vergrijzing.

Aanbeveling Harmoniseer, waar het nog niet het geval is, het beleid op het gebied van sociaal domein.

Herindelingsscan Best en Oirschot

51

6.4 Investeringen In tabel 6.4.1 is het totaal van de in de begroting 2025-2028 en de in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde investeringen per gemeente weergegeven. Per gemeente wordt vervolgens dieper op de investeringen en het beleid daaromtrent ingegaan.

2025

2026

2027

2028

4.100

12.815

19.983

8.181

11.460 35.279

Best conceptbegroting 2026-2029

4.100

12.815

22.885

33.264 19.369 38.054

Oirschot begroting 2025-2028

27.900

21.637

5.342

4.204

4.696

-

Oirschot conceptbegroting 2026-2029 27.900

21.637

7.417

7.385

6.751

4.888

Investeringen begroting 2026-2029

2024

(x € 1.000)

Restant

Best begroting 2025-2028

Tabel 6.4.17

Best In de conceptbegroting 2026-2029 is het bedrag aan investeringen een stuk hoger dan in de begroting 2025-2028. Vooral in de jaren 2027 en 2028. Dit komt overeen met het beeld dat in de kadernota 2026 is geschetst. Naast het in de tijd herschikken van investeringen op basis van actuelere informatie en aanpassing aan prijsontwikkelingen daarvan is ook sprake van nieuwe investeringen tot een bedrag van totaal € 34 miljoen in de periode 2026-2029. De nieuwe investeringen betreffen in hoofdzaak: • In 2026: Warmtenet € 6,1 miljoen, huisvesting gemeentehuis € 2,5 miljoen en verduurzaming gebouwen € 1,4 miljoen. • In 2027: Multifunctionele accommodatie Wilhelminadorp € 11 miljoen, verduurzaming gebouwen € 1,3 miljoen en Schaalsprong mobiliteit € 0,8 miljoen. • In 2028: Parkeren Heerbeeck College € 2,5 miljoen, Gymzalen € 2 miljoen en Schaalsprong mobiliteit € 0,8 miljoen. • In 2029: en Schaalsprong mobiliteit € 1,5 miljoen en verduurzaming gebouwen € 0,7 miljoen. • De investeringen uitvoeringskosten Dorpsplein en Wilhelminadorp zijn nog niet geraamd, de ramingen staan op p.m. Het geraamde investeringsbedrag in 2029 bedraagt € 38 miljoen. Daarvan was al eerder € 35,3 miljoen voorzien. Omdat de jaarschijf 2029 geen onderdeel is van de als laatst door de raad vastgestelde begroting 2025-2028 was tot nu ook geen rekening

52

Herindelingsscan Best en Oirschot

2029

gehouden met de kapitaallasten van dit investeringsbedrag. Ook in de conceptbegroting 2026-2029 zijn de kapitaallasten van de in 2030 opgenomen investeringen niet geraamd om dat deze zich vanaf de jaarschijf 2030 gaan voordoen. In de begroting 2027-2030 zal hier dus wel dekking voor moeten worden aangewezen. Omdat in de conceptbegroting 2026-2029 de begrotingsjaren vanaf 2028 met een tekort sluiten, is er nog geen structurele dekking voor diverse al wel geraamde investeringen die wellicht al in 2026 of 2027 tot uitvoering komen. De investeringen met het grootste financiële volume in 2029 zijn: wegbeheer € 3 miljoen, renovatie Heerbeeckcollege € 19 miljoen (totale investering Heerbeeckcollege in 2027 t/m 2030 bedraagt € 39,7 miljoen) en Kindcentrum De Kiezel € 10,3 miljoen. De kapitaallasten van de investeringen Heerbeeckcollege en De Kiezel zijn nog niet geraamd. Deze worden vanaf deels vanaf 2030 en volledig vanaf 2031 in de begroting geraamd. Ook hiervoor moet dus nog dekking worden aangewezen. De afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 ongeveer € 2 miljoen. Bij een rente van 3% bedragen de rentelasten ongeveer € 1,5 miljoen. Dus totaal € 3,5 miljoen aan structurele lasten. Nog te realiseren restantkredieten 2024 Naast de nieuw geraamde investeringen is er ook sprake van al door de raad beschikbaar gestelde kredieten die ten uitvoering worden gebracht.

Op 1 januari 2025 bedroeg het restantbedrag aan nog niet bestede budgetten voor investeringen € 4,1 miljoen. Op 1 januari 2024 was dat nog € 33,1 miljoen. In 2024 is voor een bedrag van € 22,7 aan investeringen gerealiseerd. Daarnaast is de raming voor nieuwbouw IKC Bricks (€ 7,2 miljoen) vervallen omdat het plan is dat dit onderdak krijgt in de nieuw te bouwen MFA Wilhelminadorp. Oirschot In de begroting 2025-2028 is in de jaren 2025 tot en met 2028 een bedrag van € 35,9 miljoen aan investeringen opgenomen. Daarbij lag het zwaartepunt in 2025, vooral door investeringen in onderwijshuisvesting (ICK De Klep ad € 12,9 miljoen). Voor het overige investeert de gemeente Oirschot in alle jaren vooral in de openbare ruimte, zoals wegen en riolering. Dit is ook het geval in de conceptbegroting 2026-2029. Naast de investeringen in de openbare ruimte raamt Oirschot in de jaren 2026 tot en 2029 een totaal investeringsbedrag van € 7,5 miljoen voor het Centrumplan. De kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting met uitzondering van de kapitaallasten van het investeringsbedrag 2029 (€ 3 miljoen) die gaan lopen vanaf 2030. De gemeente Oirschot heeft de beoogde investeringen in Kanaalpassage A58 ad € 5 miljoen en 2e fase Randweg Oirschot ad € 16 miljoen wel in de begroting 2025-2028 genoemd maar niet geraamd. Ook de kapitaallasten hiervan zijn nog niet geraamd.

Reden is dat de afschrijvingslast in 2031 start. In de koersnota 2026 is het meerjareninvesteringsplan niet geactualiseerd. In de conceptbegroting 2026-2029 is dat wel gebeurd. De investeringen in Kanaalpassage A58 en 2e fase Randweg Oirschot zijn hier niet in opgenomen. Er is alleen een investeringsbudget voor planvoorbereiding 2 e fase Randweg in 2027 geraamd.

Herindelingsscan Best en Oirschot

53

Nog te realiseren restantkredieten 2024 Op 1 januari 2025 bedroeg het restantbedrag aan nog niet bestede budgetten voor investeringen € 27,9 miljoen. In hoofdzaak betreft dit IKC De Vliertuin (€ 12,9 miljoen) en investeringen in de openbare ruimt (€ 12,7 miljoen). Op 1 januari 2024 bedroeg het restantbedrag aan niet bestede budgetten € 11,1 miljoen, vooral investeringen in de openbare ruimte. Conclusies en aanbevelingen Er is een verschil waar te nemen in het voorgenomen investeringsvolume van beide gemeenten. Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 het investeringsplan geactualiseerd en geeft een doorkijk van de plannen tot en met 2031. Ten opzichte van de begroting 2025-2028 is het investeringsvolume in de jaren 2026-2029 met € 34 miljoen toegenomen tot € 114 miljoen. Dit leidt tot extra structurele kapitaallasten, die grotendeels nog niet zijn voorzien van structurele dekking. Dit geldt vooral voor investeringen waarvan de realisatie de komende periode wordt gestart maar de kapitaallasten vanaf 2030 of 2031, dus na het tijdvak van de begroting 2026-2029, gaan lopen. Ook kapitaallasten die vanaf 2028 gaan lopen zijn niet (volledig) gedekt, gelet op de geraamde structurele begrotingstekorten vanaf 2028. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal aan investeringsbudgetten op € 130 miljoen.

Oirschot investeert in de jaren 2026-2029 € 26 miljoen. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal op € 76 miljoen. Omdat er meerjarig sprake is van een structureel sluitende (concept) begroting zijn de kapitaallasten daarvan in principe gedekt. Omgerekend naar een bedrag per inwoners ligt het totaal van de geraamde investeringsbedragen in de periode 2025-2029 niet ver uit elkaar (ongeveer € 4.000 per inwoner). Daarnaast geldt voor beide gemeenten dat er beoogde investeringen zijn waar nog geen bedrag aan is gekoppeld en de lasten om die reden ook niet in de begroting zijn opgenomen. Als deze plannen doorgang vinden zal er ook structurele dekking voor de daaruit voortvloeiende structurele (kapitaal)lasten moeten worden aangewezen. Best en Oirschot zetten beiden bestemmingsreserves in als financiële dekking van een deel van de afschrijvingslasten. Best (onttrekking in jaarrekening 2024 € 1.383.000) doet dat in hogere mate dan Oirschot (jaarrekening 2024 € 131.000). In de conceptbegroting 20262029 is dit € 1.650.000 respectievelijk € 222.000. Aanbevelingen Leg de investeringen die opgenomen zijn in het investeringsoverzicht in de conceptbegroting 2026-2029 apart voor aan de betreffende gemeenteraad, voorzien van een structurele dekking.

Zie daarmee af van het bij het vaststellen van de begroting in één keer autoriseren van een groot aantal investeringsbudgetten. Stel huidige en toekomstige investeringsplannen en grote projecten met ingang van de begroting 2027 in overleg met elkaar vast.

54

Herindelingsscan Best en Oirschot

Maak ook de investeringsbedragen van de nu geraamde p.m. budgetten inzichtelijk en de daaruit voortkomende kapitaallasten. Geef aan hoe de nog niet geraamde kapitaallasten van investeringen waarvan het voornemen is om die wel in uitvoering te gaan nemen worden gedekt. Bij besluitvorming over het beschikbaar stellen van investeringsbedragen moet namelijk ook de dekking al worden aangegeven. Dit geldt niet alleen voor investeringen waarvan de kapitaallasten vanaf 2030 gaan lopen, maar ook voor investeringen waarvan de kapitaallasten met ingang van 2028 op de begroting drukken. Bij Best is namelijk sprake van structurele begrotingstekorten vanaf het begrotingsjaar 2028. Voorkom kapitaalvernietiging door investeringsplannen te toetsen aan beleidsvoornemens. Investeringen kunnen door het beleid van de nieuwe gemeente overbodig worden. Maak investeringen die dit risico hebben inzichtelijk en stel deze, zo mogelijk, uit.

6.5 Weerstandsvermogen en financiële kengetallen Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre een gemeente in staat is om de niet begrote financiële gevolgen van risico’s op te vangen met eigen middelen. Het geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit (vooral algemene reserve) en de risico’s. Een adequaat weerstandsvermogen voorkomt dat de gemeente bij elke (substantiële) financiële tegenvaller gedwongen wordt het beleid bij te stellen. Door een gezonde weerstand te hebben, kan een organisatie bezuinigingen voorkomen en beleidsdoelen blijven nastreven, zelfs bij onverwachte tegenslagen. Om een beeld te kunnen vormen van de financiële positie van de nieuwe gemeente is het noodzakelijk inzicht te krijgen in het weerstandsvermogen van de twee gemeenten. Voor deze herindelingsscan is een vergelijking gemaakt tussen de twee afzonderlijke gemeenten. Overzicht weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie kan beschikken om niet-begrote kosten/risico’s te dekken. Zoals de algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit, of een post voor onvoorziene uitgaven. In het “Gemeenschappelijk Toezicht kader”(GTK) van de provinciale toezichthouders is bepaald dat bestemmingsreserves niet onder de weerstandscapaciteit vallen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

55

In tabel 6.5.1 is de weerstandscapaciteit opgenomen uit de jaarrekening 2024 Weerstandscapaciteit

Jaarrekening 2024

(Bedragen x € 1.000)

Best

Oirschot

31-dec 31-dec

Nieuwe gemeente 31 december 2024

Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve

29.203

6.814

Bestemmingsreserves

-

-

Stille reserves (deels)

1.253

-

Resultaat

36.017 1.253

-

Overig

-

Totaal incidentele weerstandscapaciteit 30.456

6.814

37.270

4.286

-

4.286

52

-

52

Totaal structurele weerstandscapaciteit 4.338

-

4.338

Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit: Onvoorzien Begrotingssaldo

Totaal weerstandscapaciteit

34.794

6.814

41.608

Weerstandscapaciteit per inwoner

1.114

353

824

Aantal inwoners 1)

31.223

19.280

50.503

Tabel 6.5.1

1) Inwoneraantal op basis van gegeven BZK.

Toelichting bij het overzicht: • Alle mogelijke onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn opgenomen, afhankelijk van het beleid van de gemeente worden onderdelen wel of niet meegenomen in de berekening van de ratio weerstandsvermogen. • Best rekent in de begroting en jaarrekening de risicoreserve grondexploitatie niet tot de weerstandscapaciteit. Daar staat tegenover dat de gemeente de risico’s grondexploitatie ook niet afzet tegen de weerstandscapaciteit maar tegen de aparte risicoreserve grondexploitatie. • De Weerstandscapaciteit van de gemeente Best is in 2024 in geringe mate gewijzigd ten opzichte van 2023. De Weerstandscapaciteit van de gemeente Oirschot is verminderd doordat de gemeente de bestemmingsreserves niet meer meerekent als onderdeel van de weerstandscapaciteit. Daarnaast heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de algemene reserve naar (nieuw gevormde) bestemmingsreserves. • Gemeente Best neemt landbouwgronden (verschil actuele liquidatiewaarde en boekwaarde) op onder de stille reserves. • Door verkoop van gronden (Westfields) kan de algemene reserve van de gemeente Oirschot naar verwachting met een substantieel bedrag worden aangevuld. • Bij Oirschot is sprake van een gering bedrag aan onbenutte belastingcapaciteit (ruimte tot artikel 12 norm met betrekking tot OZB-opbrengst) en neemt dit niet mee bij het berekenen van de weerstandscapaciteit.

• Door de geraamde jaarlijkse verhoging van de opbrengst onroerende zaakbelastingen neemt de onbenutte belastingcapaciteit van Best de komende jaren af.

56

Herindelingsscan Best en Oirschot

Vergelijking met inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners Er zijn geen vergelijkende gegevens voor de berekening van het weerstandsvermogen beschikbaar. Als echter wordt ingezoomd op de algemene reserve, als belangrijkste onderdeel van de weerstandscapaciteit, dan is het gemiddelde per inwoner in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners in 2023 € 57312. De rekeningcijfers 2024 van de Nederlandse gemeenten waren op het moment dat deze herindelingsscan werd vervaardigd (augustus 2025), nog niet in de vergelijkende landelijke databases opgenomen. Onderkende risico’s Totaal berekende risico's (bedragen in € 1.000) Jaarrekening 2023 Jaarrekening 2024 Conceptbegroting 2026-2029 (jaar 2026)

Best 6.90 0 9.70 0 7.80 0

Oirscho t

Nieuwe gemeente

811

7.711

4.685

14.385

4.573

12.373

Tabel 6.5.2

• • •

De berekening van de risico’s is een momentopname. De gemeente Oirschot actualiseert de risico’s bij de jaarrekening, de gemeente Best bij de begroting. Voor het laatst bij de (concept)begroting 2026-2029. De gemeente Best betrekt de risico’s voor Sociaal domein en grondexploitaties niet bij de berekening van het weerstandsvermogen. Tegenover deze risico’s staan aparte bestemmingsreserves. Als deze bestemmingsreserves niet toereikend zijn wordt het tekort wel meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen. In de conceptbegroting 2026 zijn deze risico’s berekend op € 1,3 miljoen (sociaal domein) en € 7,1 miljoen (grondexploitatie).

Risico’s per gemeente

Best (op basis van conceptbegroting 2026-2029) Naast de risico’s sociaal domein en grondexploitatie, die de gemeente afdekt met aparte risicoreserves zijn de belangrijkste risico’s de volgende. Risico’s met betrekking tot juridische geschillen, Informatievoorziening ten behoeve van de bedrijfsvoering (kans op stilvallen van de bedrijfsvoering of gevolgschade hiervan) en vastgoed (technische en functionele veroudering gemeentehuis).

Oirschot (Op basis van conceptbegroting 2026-2029) Het bedrag aan risico’s bedraagt in de jaarrekening 2024 € 4,7 miljoen. In de jaarrekening 2023 was dit € 0,8 miljoen. Het bedrag aan risico’s is onder meer toegenomen omdat eerder opgenomen p.m. ramingen, naar aanleiding van een motie van de raad, alsnog zijn gekwantificeerd. Belangrijke risico’s die de gemeente heeft

12

Bron: www.findo.nl (data financiën decentrale overheden).

Herindelingsscan Best en Oirschot

57

benoemd zijn netcongestie/stikstof, garantstellingen en volkshuisvestingsfonds (financiële ondersteuning woningbouwcorporaties). De risico’s grondexploitaties lopen via het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) en worden afgedekt door een bestemmingsreserve. De pensioenverplichtingen van wethouders zullen in de toekomst zeer waarschijnlijk overgaan naar het ABP. Het toekomstige af te storten bedrag van de gemeente valt hoogst waarschijnlijk hoger uit dan de huidige voorziening. Hoe hoog hangt af van het moment van overdracht en de op dat moment geldende parameters, zoals geldende rekenrentes, aandelenkoersen enz. Hier is in het weerstandsvermogen nog geen rekening mee gehouden. De accountant heeft geadviseerd dit risico apart te gaan opnemen. Dit is in de jaarrekening 2024 nog niet gebeurd. Vergelijking met inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners Er zijn geen vergelijkende gegevens beschikbaar over bedragen aan risico’s per inwonerklasse. Weerstandsratio Om de weerstandsratio te berekenen wordt de weerstandscapaciteit afgezet tegen de risico’s. In tabel 6.5.3 zijn de weerstandsratio’s berekend op basis van de door de gemeente berekende beschikbare weerstandscapaciteit en risico’s. Bij de gemeente Best is voor grondexploitatie en sociaal domen zowel de beschikbare weerstandscapaciteit (aparte risicoreserves) als de risico’s niet meegenomen.

Dit is volgens de systematiek van de gemeente. Weerstandsvermogen * € 1.000 (Definities gemeente)

Beschikbare weerstandscapaciteit* Totaal berekende risico's Ratio weerstandsvermogen

Jaarrekening 2024 Best Oirscho t 30.45 6 9.700

Nieuwe gemeente

Conceptbegroting 2026 Best Oirschot

37.360

32.522

8.743

14.385

7.797

5.487

2,6

4,2

1,6

6.814

5.622 3,2 1,2

Tabel 6.5.3

Toelichting bij het overzicht: • Oirschot vermenigvuldigt het bedrag aan risico’s met 1,2. De uitkomst daarvan wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. • Voor de berekening van de optelsom van risico’s om te komen tot de ratio weerstandsvermogen voor de nieuwe gemeente is het risicobedrag van Oirschot genomen zonder dit met 1,2 te vermenigvuldigen. • De weerstandsratio’s zijn niet een op een te vergelijken, omdat de gemeenten hun eigen methodiek hebben om te komen tot de inschatting van risico’s.

58

Herindelingsscan Best en Oirschot

• •

• •

•

Risico’s zijn in principe ook niet zomaar op te tellen omdat deze elkaar deels kunnen overlappen. Op basis van bovenstaande tabel bedraagt de ratio weerstandsvermogen voor de nieuwe gemeente op basis van de jaarrekening 2024: 2,6, wat naar objectieve maatstaven is te kwalificeren als “uitstekend”. De ratio weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten is voor Best als “uitstekend” en voor Oirschot als “voldoende” te kwalificeren. Best heeft het positieve rekeningresultaat 2024 nog niet tot de weerstandscapaciteit. Dit wordt in de jaarrekening 2025 wel zichtbaar. Oirschot had een relatief gering negatief jaarresultaat 2024 dat is verrekend met de bestemmingsreserve sociaal domein. De ratio’s zijn niet zonder meer onderling vergelijkbaar. Doordat er beleidsvrijheid is zowel voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, de berekening van de risico’s als de hoogte van de norm zijn de ratio’s weerstandsvermogen verschillend tot stand gekomen.

Kengetallen Met ingang van het begrotingsjaar 2016 is een set van vijf kengetallen voorgeschreven. Dit is opgenomen in et Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)’. Kengetallen drukken de verhouding tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de financiële balans uit en kunnen een indruk geven van de financiële positie van een gemeente. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid (netto schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie) en financiële wendbaarheid (structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit). Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de financiële balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In tabel 6.5.4 zijn de kengetallen uit de jaarrekening 2024 opgenomen. De kengetallen netto schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie zijn ook, geconsolideerd, voor de nieuwe gemeente berekend. Dit geeft een beeld van de balanspositie van de nieuwe gemeente. Kengetallen

Netto Netto schuldschuld- quote gecorquote rigeerd Best -14,3 -18,7 Oirschot 40,8 40,1 Nieuwe gemeente 3,5 6,6

Solvabiliteit

Grondexploitatie

62,8 40,0 54,0

5,4 2,6 4,4

Structurele exploitatieruimte 0,5 -2,7

Belastingcapaciteit 90,8 92,7

Tabel 6.5.4

Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld niet meteen een nadelig effect te hebben op de financiële positie. Dat is mede afhankelijk of en hoeveel eigen vermogen en structurele baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. Zo worden voorraden

Herindelingsscan Best en Oirschot

59

strategische gronden en onderhanden werk bouwgrondexploitatie door gemeenten veelal met leningen gefinancierd. Maar bij verkoop vallen de geldmiddelen weer vrij om de leningen af te lossen. Bij de berekening van het kengetal grondexploitatie wordt overigens uitgegaan van de “netto” boekwaarde. Dat is dus de boekwaarde na aftrek van de verliesvoorziening. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. Omdat de kengetallen in de eerste plaats bedoeld zijn om inzicht te geven in de financiële positie ten behoeve de horizontale verantwoording (raad), is een externe normering ook niet aan de orde. Dit is een keuze van de gemeente zelf. • De gemeente Oirschot heeft vanaf 2019 zelf normen voor de interpretatie van deze kengetallen vastgesteld, de “Oirschotse normen kengetallen”. • De gemeente Best heeft geen eigen normen vastgesteld en hanteert de door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gehanteerde signaleringswaarden. De signaleringswaarden die de VNG heeft ontwikkeld geven een grofmazige waardering aan deze kengetallen. Deze waardering is onderverdeeld in drie groepen: mist risicovol, neutraal en meest risicovol. De kengetallen die voor de nieuwe gemeente zijn berekend op basis van de jaarrekeningen 2024 van beide gemeenten krijgen op basis van de signaleringswaarden van de VNG allemaal de waardering “minst risicovol”.

Als gevolg van de voorgenomen investeringen en de verwachte afname van de algemene reserve door de geraamde begrotingstekorten is de verwachting dat de kengetallen de komende jaren zich minder gunstig zullen ontwikkelen.

Kengetal Weerbaarheid: 1. Schuld a. zonder correctie doorgeleende gelden b. met correctie doorgeleende gelden 2. Eigen vermogen (Solvabiliteit) 3. Grondexploitatie

Hoe interpreteren

Hoe lager het percentage hoe beter Hoe lager het percentage hoe beter Hoe hoger het percentage hoe beter Hoe lager het percentage hoe beter

Minst Meest risicovol Neutraal risicovol Signaleringswaarden

< 90% < 90% > 50% < 20%

van 90% t/m 130% van 90% t/m 130% van 20% t/m 50% van 20% t/m 35%

> 130% > 130% < 20% > 35%

Wendbaarheid: 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit

Hoe hoger het percentage hoe beter Hoe lager het percentage hoe beter

> 0% < 95%

0% van 95% t/m 105%

< 0% > 105%

Tabel 6.5.5

In tabel 6.5.6 zijn de kengetallen 2026 uit de conceptbegrotingen 2026-2029 opgenomen.

60

Herindelingsscan Best en Oirschot

Kengetallen Best Oirschot

Netto Netto schuldschuld- quote gecorquote rigeerd 18,8 89,5

15,0 89,4

Solvabiliteit

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

62,0 26,6

0,6 9,4

1,6 -0,3

96,2 95,3

Tabel 6.5.6

Uit de conceptbegroting 2026-2029 van Best komt naar voren dat de verwachting is dat de schuldquote toeneemt tot 74,3% in 2028 en de solvabiliteit afneemt naar 37,7% in 2028. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is het kengetal grondexploitatie in 2026 lager. De reden is de afname van de boekwaarde gronden in exploitatie. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Oirschot is de schuldquote hogere dan in de jaarrekening 2024 en de solvabiliteit lager. De schuld is tussen 2024 en 2026 meer dan verdubbeld (van werkelijk op 31 december 2024 € 25,9 miljoen naar raming in 2026 € 54,9 miljoen). Dit hangt samen met het geraamde investeringsvolume in 2024 (restant op 1-1-2025 € 27,9 miljoen) en 2025. De daling van de solvabiliteit ten opzichte van de jaarrekening 2024 is enigszins vertekend. Het eigen vermogen is niet substantieel gedaald. Echter voor het berekenen van de solvabiliteit wordt het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal. Dit balanstotaal is toegenomen ten opzichte van 2024. Vergelijking met inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners De rekeningcijfers 2024 van de Nederlandse gemeenten waren op het moment dat deze herindelingsscan werd vervaardigd (augustus 2025), nog niet in de vergelijkende databases opgenomen. Op basis van het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000 tot 60.000 inwoners per 31-12-2023 is wel het volgende te concluderen.

De kengetallen schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie zijn bij de nieuwe gemeente, naar de stand van 31-12-2023, aanzienlijk gunstiger dan het gemiddelde van de gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners. Voor deze groottegroep is het gemiddelde op 31-12-2023: • Netto schuldquote: 46,2 • Solvabiliteit: 36,3 • Grondexploitatie: 7,1 Conclusies en aanbevelingen De uitgangspositie voor de nieuwe gemeente met betrekking tot de weerstandscapaciteit, weerstandsratio en de financiële kengetallen (vooral schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie is ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners gunstig. De weerstandscapaciteit per inwoner is in de nieuwe gemeente hoger dan het gemiddelde per inwoner in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners in 2023. De risico’s zijn systematisch in beeld gebracht en gekwantificeerd. Iedere gemeente hanteert een eigen methode om de weerstandscapaciteit te berekenen. De weerstandscapaciteit wordt in beide gemeenten afgezet tegen de risico’s. Er zijn geen vergelijkende gegevens beschikbaar over bedragen aan risico’s per inwonerklasse.

Herindelingsscan Best en Oirschot

61

Het weerstandsvermogen is uitgedrukt in een ratio. De gemeente Best heeft op dit moment als minimumnorm een weerstandsratio van 2. De gemeente Oirschot hanteerde tot en met de jaarrekening 2023 en begroting 2025 ook een minimumnorm van 2. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 op 24 juni 2025 heeft de raad van Oirschot besloten een (minimum) weerstandsratio van 1,2 toe te passen op de jaarrekening 2024 en op de komende P&C producten. Om alle onderkende risico’s af te kunnen dekken is een weerstandsratio nodig van 1. Op 31 december 2024 bevindt zich de weerstandsratio van beide gemeenten boven de 1 (Best 3,2 en Oirschot 1,2). De kengetallen schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie zijn bij de nieuwe gemeente, naar de stand van 31-12-2023, aanzienlijk gunstiger dan het gemiddelde van de gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners.

Aanbevelingen Stel criteria vast welke onderdelen deel uitmaken van de beschikbare weerstandscapaciteit (o.a. vrije algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit, stille reserves). Toets of de stille reserves voldoen aan de voorwaarden die het GTK 2020 hieraan stelt. Ga, voor een zuivere vergelijking van de weerstandsratio’s, eenduidig om met het wel of niet meenemen van weerstandscapaciteit grondexploitatie en de risico’s grondexploitatie bij het presenteren van een weerstandsratio. Dit geldt ook voor sociaal domein. Formuleer criteria voor de minimaal noodzakelijke omvang van de weerstandsratio. Besef dat de harmonisatie van het financieel beleid een impact kan hebben op de totale omvang van de risico’s. Hanteer dezelfde normen voor het interpreteren van de financiële kengetallen. 6.6 Reserves Gemeentelijke reserves zijn belangrijk voor financiële stabiliteit en continuïteit, omdat ze dienen als buffer voor onverwachte tegenvallers, een manier om toekomstige investeringen en beleidsdoelen te financieren, en een middel om te besparen op rentekosten door leningen te verminderen. Ze bieden een kader voor het omgaan met financiële risico's en het realiseren van gemeentelijke ambities. Reserves kunnen ook als dekkingsmiddel worden gebruikt voor incidentele lasten. En als dekking van afschrijvingslasten door het instellen van een specifieke bestemmingsreserve.

Als deze reserve op een gegeven moment voor een ander doel wordt ingezet kan in de meerjarenbegroting een tekort ontstaan omdat de afschrijvingslasten op een andere wijze moeten worden gedekt.

62

Herindelingsscan Best en Oirschot

Als gevolg van een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024, onder voorwaarden, een deel van de algemene reserve inzetten voor het dekken van structurele lasten. Dit is het resultaat van overleg tussen de fondsbeheerders, de VNG, het IPO en de financieel toezichthouders. In tabel 6.6.1 zijn de reserves voor beide gemeenten weergegeven naar de werkelijke stand op 31 december 2024. Oirschot

Nieuwe Gemeente

29,2

6,8

36

0

0

0

Totaal algemene reserves (x € 1 miljoen)

29,2

6,8

36

A. Totaal algemene reserves per inwoner (x € 1)

935

353

713

Bestemmingsreserves algemeen

4,3

11,5

15,8

Risicoreserve sociaal domein

1,1

1,0

2,1

Risicoreserve grondexploitatie

6,7

8,7

15,4

Bestemmingsreserves ter dekking kapitaallasten

36,9

7,5

44,4

Stand per 31-12-2024 Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie

Best

Totaal bestemmingsreserves (x € 1 miljoen)

49,0

28,7

77,7

B. Totaal bestemmingsreserves per inwoner (x € 1)

1.569

1.489

1.539

C. Totaal reserves per inwoner (A + B) Totaal reserves per inwoner inwonerklasse 45.00060.000

2.504

1.842

2.252 1.430

Tabel 6.6.1 Stand reserves per 31-12-2024 exclusief jaarresultaat 2024

Vergelijking met inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners De rekeningcijfers 2024 van de Nederlandse gemeenten waren op het moment dat deze herindelingsscan werd vervaardigd (augustus 2025), nog niet in de vergelijkende databases opgenomen. Het gemiddelde bedrag per inwoner aan algemene reserves van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners bedroeg op 31 december 2023 € 57313. Bij de bestemmingsreserves is dat € 857. Totaal is dat € 1.430 per inwoner. Conclusie De reservepositie van de nieuwe gemeente is gemeten naar een bedrag per inwoner sterker dan het gemiddelde per inwoners van gemeenten in de inwonerklasse 45.00060.000 inwoners • Het gemiddelde bedrag per inwoner aan algemene reserves van de nieuwe gemeente bedroeg op 31 december 2013 € 713 per inwoner). Het gemiddelde bedrag per inwoner in gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners bedroeg op 31 december 2023 € € 573.

13

Bron: www.findo.nl (data financiën decentrale overheden).

Herindelingsscan Best en Oirschot

63

• • •

Bij de bestemmingsreserves is dat € 1.519 (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners€ 857 per inwoner). Totaal is dat € 2.252 per inwoner (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners € 1.430 per inwoner). Wel ligt een groot deel van de bestemmingsreserve van de nieuwe gemeente (op 31 december 2023 € 776 per inwoner) vast door het relatief hoge bedrag aan bestemmingsreserves ter dekking van kapitaallasten.

6.7 Vaste schuld De vaste schuld is een onderdeel van de totale schuld van een gemeente en draagt bij aan de beoordeling van de financiële gezondheid. Het geeft inzicht in hoe de gemeente haar investeringen en verplichtingen financiert Vaste schuld bij gemeenten omvat leningen met een looptijd van één jaar of langer. Vaste schuld Stand per 31-12-2024 (x € 1 miljoen) Vaste schuld Per inwoner Vaste schuld per inwoner 45.000-60.000 inw.

Best

Oirschot

Nieuwe gemeente

18,3

25,9

44,2

€ 586

€ 1.321

€ 869 € 1.686

Tabel 6.7.1 Stand vaste schuld per 31-12-2024, voor 45.000-60.000 inwoners per 31-12-2014

De schuld van de nieuwe gemeente is bijna 50% lager dan de gemiddelde schuld van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (naar de stand van 31-122023). Door de voorgenomen investeringen zal de schuld van Best en Oirschot toenemen. De gemeente Best had op 1 januari 2024 nog een bedrag van € 15 miljoen uitgezet bij het Rijk (schatkistbankieren) omdat de gemeente deze middelen nog niet nodig had. Door de in 2024 gedane investeringen is het uitgezette bedrag op 31 december 2024 teruggelopen naar € 5 miljoen. Deze middelen zet de gemeente in voordat externe leningen worden aangegaan. Conclusie De schuld van de nieuwe gemeente is bijna 50% lager dan de gemiddelde schuld van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (naar de stand van 31-122023). Door de voorgenomen investeringen zal de schuld van Best en Oirschot en dus de nieuwe gemeente toenemen. 6.8 Voorzieningen Voorzieningen zijn vermogensbestanddelen die als vreemd vermogen worden aangemerkt en niet vrij te besteden zijn. Voorzieningen moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico's waarvoor ze zijn gevormd. Deze zijn grofweg onder te verdelen in voorzieningen: • Ter egalisering van kosten, zoals groot onderhoud gebouwen en wegen

64

Herindelingsscan Best en Oirschot

• •

Voor verplichtingen, verliezen en risico's, zoals uitkeringen voormalig personeel, pensioenverplichtingen wethouders en spaarverlof. Voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven, zoals voorziening rioolbeheer.

Tussen beide gemeenten zijn de volgende verschillen te zien bij de voorzieningen (naar balansdatum 31 december 2024). • Best heeft alleen een voorziening voor egalisering van kosten groot onderhoud gebouwen. Oirschot heeft deze ook en daarnaast voorzieningen voor groot onderhoud wegen, sportvelden en speeltoestellen. • Oirschot heeft een voorziening voor opvangen van fluctuaties in lasten afvalinzameling en -verwerking. Best heeft voor dit doel een bestemmingsreserve. • Beide gemeenten hebben een voorziening voor het opvangen van fluctuaties in lasten rioolbeheer. De gemeente Best gebruikt deze voorziening hoofdzakelijk voor de kosten van vervanging van riolering. Op basis van de begrotingsvoorschriften zouden er voor beide doelen twee aparte voorzieningen moeten worden gevormd. • Beide gemeenten hebben een voorziening voor uitkeringsverplichtingen aan oud bestuurders. Conclusie Belangrijkste verschil tussen beide gemeenten is de inzet van voorzieningen voor groot onderhoud. Best heeft alleen een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen. Oirschot heeft deze ook en daarnaast voorzieningen voor groot onderhoud wegen, sportvelden en speeltoestellen. 6.9 Vaste activa Vaste activa zijn de bezittingen van gemeenten. Ze kenmerken zich door een levensduur, die langer is dan één jaar.

De vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Investeringen met economisch nut kunnen worden verhandeld (gebouwen) of er kan een bijdrage voor worden gevraagd (riolering). Bij investeringen met maatschappelijk nut (wegen, rotondes) kan dat niet. Dit onderscheid is gebaseerd op de BBV-regelgeving. Boekwaarde vaste activa Stand per 31-12-2024 (x € 1 miljoen) Vaste activa Per inwoner Vast activa per inwoner 45.000-60.000 inw.

Best

Oirschot

Nieuwe gemeente

84,2

68,6

152,8

2.696

3.499

3.006 3.217

Tabel 6.9.1

De boekwaarde van de vaste activa van de nieuwe gemeente ligt iets onder het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (stand 31-122023). Aannemelijk is dat dit bedrag in 2024 is toegenomen door het realiseren van investeringen in dat jaar.

Herindelingsscan Best en Oirschot

65

De gemeente Best activeert investeringen in riolering niet maar dekt de investeringslasten in één keer ten laste van de daartoe bestemde voorziening. De gemeente Oirschot activeert investeringen in riolering wel. Aanbeveling Breng, in aanloop naar de harmonisatie van het activabeleid, de verschillen daarin tussen beide gemeenten in beeld.

6.10 Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen van een gemeente zijn duurzame goederen die gebruikt worden om diensten te leveren en voorzieningen te verstrekken aan inwoners. Voorbeelden van kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen en gebouwen. Goed beheer is noodzakelijk om achterstallig onderhoud en mogelijke kapitaalvernietiging te voorkomen. Het onderhoudsniveau wordt door de gemeente zelf vastgesteld. Dit kwaliteitsniveau mag echter niet onvoldoende zijn. Uitgangspunt is dat kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties worden voorkomen. De gemeente is vrij om het systeem te kiezen waarmee het niveau wordt aangegeven. Daardoor is dit onderdeel soms lastig te vergelijken. Het BBV (de begrotingsvoorschriften die voor alle Nederlandse gemeenten gelden) schrijft niet voor dat gemeenten beheerplannen moeten hebben voor het onderhouden van kapitaalgoederen. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie, is het echter aan te raden dat er altijd recente beheerplannen zijn. De toezichthouder (provincie Noord-Brabant) gaat ervan uit dat beheerplannen in ieder geval een keer in de 5 jaar moeten worden geactualiseerd. Ook gemeenten zelf stellen hier in hun eigen financiële spelregels (de financiële beheerverordening) regels over. In de “financiële verordening 2023 gemeente Best” zijn hier geen bepalingen over opgenomen.

De “Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Oirschot 2024” bepaalt dat Burgemeester en wethouders de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte (openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair), een rioleringsplan en een onderhoudsplan gebouwen aanbieden. Het college kan besluiten om in plaats van deze deelplannen, de raad een integraal onderhoudsplan kapitaalgoederen aan te bieden. Wanneer een gemeente een voorziening wil vormen om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen (egaliseren) over meerdere begrotingsjaren, is een recent beheerplan zelfs vereist. Een beheerplan is immers van belang om de omvang van de voorziening te bepalen die nodig is om het toekomstig groot onderhoud te kunnen bekostigen.

66

Herindelingsscan Best en Oirschot

In de tabellen 6.10.1 tot en met 6.10.6 is voor de belangrijkste kapitaalgoederen informatie opgenomen over het beleid en de financiële vertaling daarvan in de begroting. Bij de regel “herziening in” is steeds het laatste jaar ingevuld waarin het huidige plan nog loopt. Er van uitgaande dat in dat laatste jaar de voorbereidingen voor actualisatie van start gaan. Wegen Datum vaststelling beleid Looptijd tot en met Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best 2019 onbekend 2025 6,5 ja nee nee nee € 1.544.000 n.v.t. n.v.t

Oirschot 2023 2027 2025 A t/m C ja nee ja nee € 212.000 € 785.000 € 1.436.000

Tabel 6.10.1

Toelichting bij het overzicht: Voor beide gemeenten geldt dat voor reconstructie van wegen kredieten worden aangevraagd via het investeringsplan. De gemeente Oirschot hanteert (financiële verordening) een afschrijvingstermijn van 40 jaar. De gemeente Best maakt onderscheid tussen vervangen toplaag asfalt (20 jaar), onderlaag (40 jaar) en elementen (30 jaar). Het geraamde budget in de exploitatiebegroting betreft bij de gemeente Best zowel klein onderhoud als groot onderhoud. Bij Oirschot betreft dit klein onderhoud en is de dotatie aan de onderhoudsvoorziening apart weergegeven. Best • Het wegbeheerplan is in 2019 vastgesteld. De gemeente is voornemens om het wegbeheerplan in het laatste kwartaal van 2025 te actualiseren. • De gemeente laat periodiek inspecties uitvoeren om te toetsen of de arealen nog aan de gevraagde kwaliteitseisen voldoen. • Op 11 december 2023 heeft de gemeenteraad van Best de “nota reserves en voorzieningen 2023” vastgesteld. Daarin is besloten tot het opheffen van de reserves voor wegbeheer, speelelementen, vervanging groen en buitensportaccommodaties. Vanaf 2024 dekt de gemeente de kapitaallasten van investeringen in wegen daardoor niet meer ten laste van reserves. • De gemeente werkt ook niet met en onderhoudsvoorziening voor wegen. Lasten van groot onderhoud komen daardoor ten laste van de jaarlijkse exploitatiebudgetten in de begroting.

• De accountant heeft in het verslag bij de jaarrekening 2024 niets opgenomen over onderhoud van wegen en/of looptijd van de onderhoudsplannen. Waarschijnlijk omdat de gemeente niet met onderhoudsvoorziening voor wegen werkt en daardoor de toereikendheid daarvan niet hoeft te worden aangetoond in de jaarrekening.

Herindelingsscan Best en Oirschot

67

Oirschot • Op 24 oktober 2023 heeft de raad van Oirschot het “Integraal Maatschappelijk beheerkader” (IMBK 2.0) vastgesteld. Er is gekozen voor beeldkwaliteit A in het historische centrum van Oirschot en de centra van de dorpen. B kwaliteit op hoofdwegen en C kwaliteit in de wijken, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. • Om te komen tot concrete uitwerking van het IMBK in projecten is in 2024 het Integraal Maatschappelijk Meerjaren Programma (IMMP) geactualiseerd. In het IMMP zijn projecten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. • Naast een voorziening voor groot onderhoud heeft Oirschot een bestemmingsreserve rehabilitatie wegen. Uit deze reserve worden de afschrijvingslasten gedekt rehabilitatie (vervanging) van wegen om deze meerjarig op te kunnen vangen en te egaliseren. • Over de voorziening groot onderhoud wegen schrijft de accountant in het verslag bij de jaarrekening 2024 dat de gemeente een onderhoudsplan van eind 2022 voor de periode 2023-2031 hanteert. Dit plan is naar het oordeel van de accountant in de basis voldoende recent. Uit het plan blijkt dat de voorziening eind 2024 lager is dan gepland. In de geactualiseerde plannen blijkt dat de voorziening negatief wordt in jaar 2030. In 2023 was al op basis van raadsbesluit eenmalig € 206.000 extra gestort.

Voor het komende jaar is de voorziening nog wel toereikend zonder extra storting. De gemeente maakt een nieuw beheerplan, waarop de dotaties vanaf 2025 gebaseerd gaan worden en waarbij ervoor gezorgd wordt dat de voorziening in de toekomst niet negatief wordt. Civieltechnische kunstwerken (vooral bruggen) Datum vaststelling beleid Looptijd Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best

Oirschot

2019 onbekend onbekend 6,5 ja nee nee nee onbekend n.v.t. n.v.t.

2023 2027 2026 A t/m C ja nee nee nee € 119.000 n.v.t. n.v.t.

Tabel 6.10.2

Toelichting bij het overzicht: Voor zowel Best als Oirschot geldt dat voor investeringen (vervanging/renovatie) in bruggen kredieten worden aangevraagd via het investeringsplan. De gemeente Oirschot heeft in de financiële verordening een afschrijvingstermijn voor stalen/betonnen bruggen opgenomen van 70 jaar en voor houten bruggen 25 jaar. De gemeente Best heeft voor bruggen geen afschrijvingstermijn in de financiële verordening opgenomen. In de verordening is opgenomen dat voor niet genoemde materiële vaste activa de verwachte economische levensduur als uitgangspunt voor de afschrijftermijn geldt.

68

Herindelingsscan Best en Oirschot

Best • Onderhoud van bruggen is bij de gemeente Best opgenomen in het wegbeheerplan. Oirschot • In de begroting 2025-2028 geeft de gemeente aan in 2023 is een nieuwe inspectie op de inmiddels 41 civiele kunstwerken uitgevoerd te hebben. Op basis hiervan is in het voorjaar van 2024 een nieuwe meer jaren onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Openbare verlichting Datum vaststelling beleid Looptijd Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best 2012 onbekend onbekend 6,5 ja nee nee nee € 253.000 n.v.t. n.v.t.

Oirschot 2023 2027 2026 A t/m C ja nee nee nee € 100.000 n.v.t. n.v.t.

Tabel 6.10.3

Toelichting bij het overzicht: Voor de twee gemeente geldt dat voor investeringen in armaturen en masten kredieten worden aangevraagd via het investeringsplan. De gemeente hanteert een afschrijvingstermijn voor openbare verlichting van 30 jaar, Oirschot 25 jaar. Best In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in zowel begroting als jaarrekening wordt niet inhoudelijk ingegaan op het onderhoud openbare verlichting. Oirschot In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen begroting 2025 schrijft de gemeente dat het areaal van deze onderdelen van de openbare ruimte voldoende in beeld is in aantallen en met name qua kwaliteit. Dit is nodig om de beoogde kwaliteitsslag te maken naar B in het algemeen en A kwaliteit in de centra. Op basis van de middelen die beschikbaar zijn in het IMBK, inventariseert en inspecteert de gemeente deze producten op kwaliteit. Het beheersysteem is op orde met deze gegevens. De gemeente vervangt de lampen door ledlampen op basis van het meerjarenplan. Riolering Datum vaststelling beleid Looptijd Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best 2024 2029 2028 6,5 ja nee ja nee € 1.037.000 € 1.385.000 € 10.898.000

Oirschot 2023 2027 2026 A t/m C ja nee ja nee € 357.000 73.000 € 977.000

Tabel 6.10.4

Herindelingsscan Best en Oirschot

69

Toelichting bij het overzicht: • Beide gemeenten hanteren dezelfde afschrijvingstermijn voor (vrijverval) riolering te weten 60 jaar. Best heeft deze afschrijvingstermijn, ondanks dat de gemeente de vervangingsinvesteringen in riolering in één keer uit de voorziening dekt, ook in de financiële verordening opgenomen. Best • Voor de vervanging van riolering is er een voorziening. Investeringen in vervanging riolering worden in één keer uit deze voorzieningen gedekt. • Volgens artikel 44 van het BBV kan een voorziening voor riolering worden ingesteld voor groot planmatig onderhoud, sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen of het egaliseren van baten en lasten riolering (in verband met gesloten systeem riolering). In de praktijk worden deze doelen wel door elkaar gehaald en in een voorziening verrekent. Zo is bij de gemeente Best momenteel nog geen sprake van een juiste toepassing. Oirschot • Oirschot zet de voorziening in voor het opvangen van fluctuaties in exploitatielasten. • Investeringen in vervanging riolering worden door de gemeente Oirschot geactiveerd waardoor een jaarlijks bedrag aan rente en afschrijving ten laste van de exploitatiebegroting riolering wordt gebracht.

Groen Datum vaststelling beleid Looptijd Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best 2012 Onbekend Onbekend 6,5 ja nee nee nee € 2.154.000 n.v.t. n.v.t.

Oirschot 2023 2027 2026 A t/m C ja nee nee nee € 1.078.000 n.v.t. n.v.t.

Tabel 6.10.5

Toelichting bij het overzicht: Voor investeringen in groen hanteert Best een afschrijvingstermijn van 30 jaar. Oirschot hanteert een aantal afschrijvingstermijnen afhankelijk welk onderdeel dit voor groen betreft. Zoals bomen, gazon en bosplantsoen. Best •

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in zowel begroting als jaarrekening wordt niet inhoudelijk ingegaan op het onderhoud groen. Oirschot • Er wordt een uitvoeringsprogramma groen opgesteld. In 2025 gaat de gemeente verder met de uitvoering van dit programma, wat als gevolg heeft dat het onderhoud verbeterd en de kwaliteit van het groen verhoogd.

70

Herindelingsscan Best en Oirschot

•

In 2025 wordt de boomverordening vernieuwd. Daarin worden ook thema’s als duurzaamheid en klimaat meegenomen.

Gebouwen Datum vaststelling beleid Looptijd Herziening in Kwaliteitsniveau (CROW) Opgenomen budget conform kwaliteitsniveau? Is er achterstallig onderhoud? Onderhoudsvoorziening aanwezig? Onderhoudsreserve aanwezig? Budget in exploitatie begroting 2025 Dotatie aan voorziening begroting 2025 Stand voorziening 31-12-2024

Best 2012 Onbekend Onbekend 6,5 ja nee ja nee € 1.589.000 € 587.000 € 1.496.000

Oirschot 2018 Onbekend 2025 voldoende ja nee ja nee € 173.00 € 231.000 € 1.618.000

Tabel 6.10.6

Toelichting bij het overzicht: Best • Het onderhoudsplan voor gemeentelijk vastgoed wordt jaarlijks herijkt. De meest recente actualisatie is van het derde kwartaal 2025. • De gemeente Best werkt, net als Oirschot, voor het groot onderhoud van gebouwen met een onderhoudsvoorziening voor het egaliseren van de lasten van groot onderhoud gebouwen. De accountant (beide gemeenten hebben hetzelfde accountantskantoor) is echter in het verslag bij de jaarrekening niet ingegaan op de waardering van deze voorziening. Dit in tegenstelling tot Oirschot (zie hieronder). Oirschot • De accountant geeft in het verslag bij de jaarrekening 2024 aan, dat de onderbouwing van de voorziening groot onderhoud gebouwen dateert van een plan dat stamt uit 2018 en voor het laatst in 2021 is geactualiseerd. De gemeente is na de zomer van 2024 gestart met de vernieuwing van het volledige MJOP voor alle gebouwen. Dit plan hangt samen met de strategische heroriëntatie van diverse gebouwen en de invoering van een nieuw onderhoudssysteem. De accountant adviseert het geactualiseerde plan eind 2025 gereed te hebben,

Conclusies en aanbevelingen Best Alle beheerplannen, met uitzondering van riolering, zijn relatief oud en zullen binnen afzienbare tijd moeten worden geactualiseerd. In 2024 is het Water en Riolering Programma (WRP) en het Systeem Stedelijk water (SSW) geactualiseerd. De gemeente is voornemens om in 2025 de actualisering van de onderhoudsplannen voor zowel wegen/verhardingen als voor gemeentelijk vastgoed op te pakken. De gemeente laat periodiek inspecties uitvoeren om te toetsen of de arealen nog aan de gevraagde kwaliteitseisen voldoen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

71

Op 11 december 2023 heeft de gemeenteraad van Best de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin is besloten tot het opheffen van de reserves voor wegbeheer, speelelementen, vervanging groen en buitensportaccommodaties. Vanaf 2024 dekt de gemeente de kapitaallasten van investeringen in wegen daardoor niet meer ten laste van reserves. Bij het beheer van de openbare ruimte gebruikt de gemeente het geautomatiseerde beheersysteem GEOVISIA. Voor de gemeentelijke gebouwen wordt het vastgoedinformatiesysteem 'GT-Axxerion' gebruikt. De onderhoudswerkzaamheden van de verschillende disciplines worden in de uitvoering op elkaar afgestemd. In het ‘Kwaliteitsplan beheer openbare ruimte’ is het onderhoudsniveau van de openbare ruimte aangegeven. Voor alle wijken is dat een 6 tot 6,5. Voor de winkelgebieden Centrum, WC Heivelden en Wilhelminaplein/Koningin Julianaweg is dat een 7 tot 7,5. Deze 'rapportcijfers' geven aan dat het in de wijken gaat om een basiskwaliteit De paragraaf onderhoud gemeente Best is zeer beperkt van opzet. Oirschot De gemeente Oirschot beschikt over redelijk actuele beheerplannen. Met uitzondering van het beheerplan gebouwen. Op 24 oktober 2023 heeft de raad van Oirschot het “Integraal Maatschappelijk beheerkader” (IMBK 2.0) vastgesteld. Er is gekozen voor beeldkwaliteit A in het historische centrum van Oirschot en de centra van de dorpen.

B kwaliteit op hoofdwegen en C kwaliteit in de wijken, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. Om te komen tot concrete uitwerking van het IMBK in projecten is in 2024 het Integraal Maatschappelijk Meerjaren Programma (IMMP) geactualiseerd. In het IMMP zijn projecten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. De gemeente is voornemens om het onderhoudsplan gebouwen in 2025 te actualiseren. De gemeente Oirschot werkt voor diverse kapitaalgoederen met onderhoudsvoorzieningen. Uit deze voorzieningen wordt het groot onderhoud bekostigd. Jaarlijks vindt een toevoeging aan deze voorzieningen plaats om ervoor te zorgen dat er voldoende budget is voor het groot onderhoud. In het accountantsverslag 2023 stelt de accountant vast dat er bij sportaccommodaties en -velden, gebouwen en wegen sprake is van een achterstand in de uitvoering ten opzichte van de actuele beheerplannen. Investeringen in vervanging riolering worden door de gemeente Oirschot geactiveerd waardoor een jaarlijks bedrag aan rente en afschrijving ten laste van de exploitatiebegroting riolering wordt gebracht. Voor reconstructie van wegen worden budgetten aangevraagd via het investeringsplan. Areaalgegevens worden vastgelegd in een beheersysteem.

De onderlinge vergelijkbaarheid is beperkt omdat er verschillende beleidskeuzes zijn gemaakt en doordat de financiële verwerking verschilt. Bijvoorbeeld door wel of niet gebruik te maken van onderhoudsvoorzieningen (en – reserves) met als gevolg dat egalisatie van jaarlijks fluctuerende onderhoudslasten niet eenduidig plaatsvindt.

72

Herindelingsscan Best en Oirschot

Aanbevelingen Maak een plan van aanpak voor het harmoniseren van beheerplannen. Mede omdat een aantal plannen verouderd zijn. Stel ontbrekende onderhoudsplannen indien mogelijk nog in 2025 of 2026 op of maak daar in ieder geval een aanvang mee, om op die wijze goed inzicht te krijgen in de financiële effecten voor de gemeente zelf en ook voor de nieuwe gemeente. Inventariseer welke gemeentelijke gebouwen op termijn (kunnen) worden afgestoten en wat de gevolgen zijn voor de onderhoudsbudgetten (en voor het genereren van opbrengsten uit verkoop/verhuur). Beoordeel of het egaliseren van lasten groot onderhoud door middel van een onderhoudsvoorziening in combinatie met een actueel beheerplan of -het egaliseren door het ramen van budgetten groot onderhoud in de begroting zonder onderhoudsvoorziening voor de nieuwe gemeente de voorkeur heeft. Inventariseer het areaal van de nieuwe gemeente en bereken per kapitaalgoed het benodigde budget dat bij het vastgestelde kwaliteitsniveau hoort. 6.11 Grondbeleid Voor gemeenten is transparantie in grondbeleid belangrijk vanwege de financiële belangen, risico’s, kansen en de koppeling met beleidsdoelstellingen. Grondbeleid biedt instrumenten om invloed uit te oefenen op de grondmarkt. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16613819/1