CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25076.03 - Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs 2024-2039

Raadsvergadering 9 februari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 25076 - Krediet fase 1 Heerbeeck College19.096 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs 2024-2039 Goed, beter, Best

Opdrachtgever Gemeente Best

Datum 4 april 2024

Referentienummer 2230077/20240327/TBOD

Auteur(s) Onno Damen en Tijmen Bruil

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding 1.1

Aanleiding

4

1.2

Plan van Aanpak

4

1.3

Status IHP

5

1.4

Taken en verantwoordelijkheden

6

Visie op onderwijs

7

2.1

Aanbod per wijk

7

2.2

Kindcentra

9

2.3

Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs

10

2.4

Passend onderwijs en inclusiever onderwijs

10

2.5

Samenwerkingen en relaties

11

Visie op huisvesting

14

3.1

Toekomstbestendig (onderwijs)huisvesting

14

3.2

Flexibiliteit en ruimtegebruik

15

3.3

Duurzaamheid

17

3.4

Type maatregelen binnen IHP

19

(Vervangende) Nieuwbouw

19

Vernieuwbouw

20

Renovatie

22

In stand houden

23

Afstoten

24

3.5

4.

4

Investeren in huisvesting kindpartners

Huisvestingsscenario’s

24

25

4.1

Primair onderwijs

25

4.2

Begrippenpagina

30

4.2.1

Aarlesche Erven

31

4.2.2

Dijkstraten

32

4.2.3

Salderes

33

4.2.4

Centrum

34

4.2.5

Speelheide

37

4.2.6

De Leeuwerik

37

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICSadviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICSadviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICSadviseurs B.V., d.d. december 2008, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICSadviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

4.2.7

Naastenbest

38

4.2.8

Heivelden Heuveleind

40

4.2.9

Wilhelminadorp

44

Voortgezet onderwijs

45

4.3

5.

6.

Binnensportaccommodaties

46

5.1

Sporthal Heerbeeck

47

5.2

Sporthal Naestenbest

47

5.3

Gymzaal de Heivelden

47

5.4

Gymzaal Jansenstraat

48

5.5

Gymzaal Zwijsenstraat

48

5.6

Gymzaal de Zevensprong

48

5.7

Gymzaal De Paersacker

49

Financiële kaders en werkwijze

51

6.1

Uitgangspunten

51

6.2

Investering schoolbesturen

51

6.3

Totale investering IHP

52

6.4

Fasering

52

Bijlage Ruimteprofiel Heerbeeck College per 1 oktober 2023

www.icsadviseurs.nl

53

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Best heeft ICSadviseurs gevraagd voor een actualisatie van het bestaande IHP Best 2019-2022. Dit geactualiseerde IHP is een herijking voor de periode 2024-2039 met een verdieping op de periode 20242027. Dat wil zeggen dat de geactualiseerde visie en ambities in kaart zijn gebracht en de basis vormen voor dit IHP. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Het plan geeft houvast hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat er in de gemeente Best een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als lange termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente.

Ook de opvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces. Het IHP biedt een perspectief voor de komende zestien jaar.

1.2 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen, de opvangorganisaties en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen en de opvangorganisaties vormt de basis van de procesaanpak. De schoolbesturen en opvangorganisatie zijn betrokken bij het IHP-proces door te participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in huisvesting voor kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Situatieschets per wijk Aan de hand van de basisinformatie en inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Best in de vorm van zogenaamde kansenkaarten. Deze kansenkaarten geven de knelpunten per wijk in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking en clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting van kinderopvang.

Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per wijk en

www.icsadviseurs.nl

4/54

de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. Rapportage IHP De situatieschets per wijk, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.

1.3 Status IHP Dit IHP is in overleg tussen gemeente en schoolbesturen tot stand gekomen. Daarnaast zijn de opvangorganisatie(s) betrokken in het proces. De partijen hebben een akkoord gegeven over de visie en ambitie op onderwijshuisvesting. Het IHP vormt daarmee het perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) gehouden. Het IHP wordt elke vier jaar geactualiseerd waar nodig. In het actuele IHP brengen we de huidige huisvesting en de wenselijke huisvesting voor de komende 16 jaar in beeld. We brengen de financiële consequenties in beeld waarbij de eerste 4 jaar concreter is en daarna het een doorkijk betreft. Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de op dat moment geldende verordening onderwijshuisvesting van de gemeente. De gemeente denkt na over een proces om de bestaande verordening te actualiseren.

www.icsadviseurs.nl

5/54

1.4 Taken en verantwoordelijkheden De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur voor onderwijshuisvesting zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden.

Figuur 1: Overzicht wettelijke taken gemeente en schoolbestuur

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs (inclusief bewegingsonderwijs). Deze zorgplicht is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Best1. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden. Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks een niet geoormerkt budget in het Gemeentefonds vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het in stand houden van de schoolgebouwen ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk een materiële instandhoudingsvergoeding. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen (teldatum 1 februari). De minister werkt aan een wetsvoorstel om een oplossing te bieden voor het grijze gebied tussen ‘groot onderhoud’ (rekening schoolbestuur) en ‘nieuwbouw’ (rekening gemeente).

Er is hiertoe een wetsvoorstel in voorbereiding om de voorziening vernieuwbouw/renovatie wettelijk te verankeren in de regelgeving rond onderwijshuisvesting met daarin naar verwachting een verantwoordelijkheid voor de gemeente. Het IHP is een aanvulling op de wettelijke taken en is een belangrijk sturingsinstrument in het realiseren van diverse onderwijskundige, beleidsmatige en maatschappelijke ambities. Onderdeel van de wetgeving in ontwikkeling is de verplichtingen voor gemeenten om een actueel IHP te hebben met een looptijd van 16 jaar.

1 De verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Best is geldend vanaf 01-01-2015.

www.icsadviseurs.nl

6/54

2. Visie op onderwijs In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en opvang(huisvesting) beschreven. De visie vormt het fundament voor het Integraal Huisvestingsplan. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeente, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op onderwijs(huisvesting) in de gemeente Best. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op enkele onderwerpen en verbreden we de scope naar het voortgezet onderwijs.

2.1 Aanbod per wijk Primair onderwijs De gemeente Best is voorzien van 9 basisscholen waarvan 2 met dislocaties verdeeld over de verschillende wijken. Naast deze basisscholen worden ook 2 voormalige basisscholen gebruikt als opvanglocatie voor Oekraïners. Deze scholen worden binnen dit IHP buiten beschouwing gelaten omdat deze locaties in de toekomst geen onderwijskundige functie zullen behouden. Het streven is in iedere wijk één- of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) te behouden, mits de kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Dit vanuit het belang van thuisnabij onderwijs (zie ook beschrijving over spreidingsgebieden verderop). Scholen vormen een laagdrempelige manier voor bewoners om met elkaar en ander maatschappelijke instanties in contact te komen. In figuur 2 is terug te zien dat iedere kern een basisschool op loop- of fietsafstand heeft, de nieuwe wijk in Aarle zal binnen de scope van dit IHP voorzien worden van een basisschool. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In wijken waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur.

Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Naast een aanbod per wijk en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol. De gemeente en schoolbesturen streven naar het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes. Speciaal onderwijs In de gemeente Best is op dit moment geen voorziening voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Op dit moment faciliteert de gemeente vervoer voor deze doelgroep om de leerlingen elders in de omgeving onderwijs te kunnen bieden. Gemeente Best streeft ernaar om ook binnen haar kern deze kinderen onderwijs te kunnen bieden waar dat mogelijk is voor leerlingen in het kader van passend en inclusiever onderwijs. Er is een populatie leerlingen die voor hun ontwikkelkansen beter af is in een speciale setting buiten de gemeente Best. Binnen dit IHP wordt bij de scenario-ontwikkeling verkend waar eventuele kansen voor een vorm van meer gespecialiseerd aanbod/onderwijs liggen binnen de gemeente Best2.

Voortgezet onderwijs In de gemeente Best is één middelbare school aanwezig, namelijk het Heerbeeck College die nu een breed aanbod biedt met de opleidingsniveaus vmbo-T (voormalige mavo), havo en vwo. De wens en ambitie is om dit brede aanbod te blijven faciliteren. Er wordt een regionaal dekkend en kwalitatief passend onderwijsaanbod gerealiseerd voor Best en de omliggende gemeenten. Met een treinstation in de gemeente en een eigen bushalte is het Heerbeeck voorzien van de juiste faciliteiten om een ruime doelgroep aan te spreken. Een hedendaagse en toekomstgerichte huisvesting is daarbij noodzakelijk om aantrekkelijk te blijven

2 Bij de totstandkoming van het IHP is uitgesproken dat het gespecialiseerd onderwijs buiten de gemeente Best gefaciliteerd zal blijven en een

verkenning voor een voorziening in de gemeente Best nu niet aan de orde is.

www.icsadviseurs.nl

7/54

en het aanbod te kunnen blijven bieden. Dit vraagt om weloverwogen keuzes binnen dit IHP van zowel schoolbestuur als gemeente.

Figuur 2: Overzicht onderwijslocaties in gemeente Best

www.icsadviseurs.nl

8/54

Goede spreiding van onderwijsvoorzieningen over Best De terugloop van het aantal leerlingen in het verleden heeft gezorgd voor leegstand in de onderwijsgebouwen op basis waarvan keuzes zijn gemaakt om dependances van schoolgebouwen af te stoten (Heuveleind/Heivelden) en om scholen met elkaar te laten fuseren. Deze keuzes zijn van invloed geweest op de spreiding van onderwijsvoorzieningen over de gemeente Best. Een goede spreiding is van belang om de bereikbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van onderwijsvoorzieningen te borgen. Hiernaast biedt een goede spreidingsduiding ook de basis voor verdere uitwerking van de (integrale) kindcentra en multifunctioneel gebruik door de wijk. Door de wijken te clusteren in een spreidingsgebied ontstaat een logische indeling op basis waarvan keuzes gemaakt worden over het behouden of het afstoten van gebouwen en over investeringen in nieuwbouw, vernieuwbouw of aanpassing van onderwijsvoorzieningen. Voor het definiëren van deze spreidingsgebieden gelden de volgende voorwaarden: 

De nabijheid van onderwijsvoorzieningen is van belang voor een goede en verkeersveilige bereikbaarheid voor kinderen en ouders. Hierbij worden onveilige verkeerssituaties of verkeersmatige obstakels vermeden (bijvoorbeeld het spoor); Voor de functies als voorziening voor de wijk is de nabijheid van belang, daarom wordt een maximale straal van 1 kilometer gehanteerd als spreidingsgebied.

2.2 Kindcentra De schoolbesturen en de gemeente hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te blijven realiseren in kindcentra (KC). In een kindcentrum werken onderwijs en opvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. Het samenbrengen van meerdere voorzieningen op één locatie geeft de mogelijkheid om effectief en slim met de ruimte en elkaar expertise om te gaan. Door vanuit het kind en de inhoud te denken en samen te kijken naar de mogelijkheden, kunnen win-winsituaties tussen organisaties gecreëerd worden. In een KC werken onderwijs en opvang samen aan een doorlopende lijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid als kindpartner (binnen de gestelde kaders) en vertrouwen tussen de betrokken partners is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. De schoolbesturen bepalen zelf met wie ze deze samenwerking aan willen gaan. Een gezamenlijke koers kan niet slagen wanneer draagvlak bij een van de partners ontbreekt. Dit vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving. Bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend.

Het vroegtijdig maken van (inclusieve) plannen stelt in staat om het gebouw zodanig in te zetten, dat het samenwerking tussen onderwijs en partners faciliteert. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden bekeken. Bovendien krijgt de kwaliteit van scholen een impuls. Het kindcentrum heeft de mogelijkheid accenten te leggen die passen bij de ontwikkelbehoefte van het individuele kind. De maatschappelijke opbrengsten daarvan dragen op de lange termijn bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals participatiebevordering en gezondheidsontwikkeling.

Optimale ontwikkeling en ontplooiing van jeugdigen in Best De gemeente streeft samen met haar onderwijspartners en voorschoolse voorzieningen naar een optimale ontwikkeling en ontplooiing van alle jeugdigen in Best. De verdere intensivering van de samenwerking tussen scholen onderling en tussen scholen en de voorschoolse voorzieningen is hierbij een belangrijke factor. Hierbij streven partners naar een doorgaande ontwikkellijn, een warme overdracht en een sluitende zorgketen voor jeugdigen. Deze samenwerking is onder andere de basis voor de ontwikkeling van kindcentra in Best.

www.icsadviseurs.nl

9/54

2.3 Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs De doorlopende ontwikkellijn van opvang en primair onderwijs, kan ook worden doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs en verder om een ontwikkellijn van 0-18 jaar te creëren. Idealiter een opstap naar een leven lang leren en ontwikkelen. De eerste stap in dit proces ligt bij voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en de aansluiting van kinderopvang bij het primair onderwijs. Inzetten op kindcentra helpt met dit te bevorderen. De focus bij de transitie van primair naar het voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs ligt bij het borgen van een optimale ontwikkeling en ontplooiing van alle jeugdigen in Best. Daarnaast ligt bij het voortgezet onderwijs de aandacht op het leren van vaardigheden en competenties die nodig zijn in het vervolgonderwijs en in de samenleving. Dit kan ook worden vormgegeven in samenwerking met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven, zoals het aanbieden van gastlessen. De ligging van de gemeente binnen de Brainport maakt de mogelijkheid tot samenwerken met bedrijven in de regio reëel door de wederzijdse voordelen. Waar de Brainport kan inspelen op de talenten voor de toekomst, kunnen de leerlingen op vroege leeftijd al geïnspireerd worden door het bedrijfsleven.

Zoals benoemd is een doorgaande ontwikkellijn van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs van belang. Het Heerbeeck College heeft een breed aanbod (VMBO, HAVO en VWO) en een Junior College (voor ‘onboarding’ binnen het voortgezet onderwijs). Hierdoor zijn de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en de doorgaande ontwikkellijn al goed ontwikkeld. Het doel van de scholen is om samen verder te werken aan de doorgaande ontwikkellijn en om maximaal kansen te bieden aan kinderen.

2.4 Passend onderwijs en inclusiever onderwijs Het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is in juli 2016 in werking getreden. Landen moeten zorgdragen voor een inclusievere samenleving, waartoe ook inclusiever onderwijs behoort. Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passende en inclusievere opvang en onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs en goede opvang voor alle kinderen is belangrijk. Daarnaast is er ook aandacht voor toegankelijkheid van de gebouwen. Daarnaast hebben scholen sinds 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het reguliere onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte. Wanneer de ondersteuningsbehoefte toeneemt en/of scholen niet tegemoet kunnen komen aan de ondersteuningsbehoefte, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Voor de ontwikkeling van extra ondersteuning behoevende kinderen in de leeftijd 0-18 jaar is extra ondersteuning beschikbaar. Bijvoorbeeld voor kinderen met problemen op het gebied van onder andere emotie, gedrag en leren worden ondersteund om het maximale uit de ontwikkeling te kunnen halen.

Dit geldt voor kinderen met en zonder diagnose.

www.icsadviseurs.nl

10/54

Inclusiever en gepersonaliseerd onderwijs vragen om meer ruimte In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met meer gepersonaliseerde werkwijze van het toekomstige onderwijs. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken én meer spreekruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij het kind / de activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Voorstel is om hiervoor extra vierkante meters beschikbaar te maken boven de normatieve meters. In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘meer meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent concreet dat scholen voor basisonderwijs aanspraak kunnen maken op 50 bruto vierkante meter extra.

Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. Voor scholen voor speciaal of voortgezet onderwijs is de aanspraak 100 bruto vierkante meter. De investering van deze meer meters wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en vernieuwbouw. De extra vierkante meters worden niet als automatisme toegekend aan een project. Schoolbestuur, opvangorganisatie en gemeente gaan in gesprek indien behoefte bestaat aan meer vierkante meters. Daarbij wordt eerst gekeken of deze extra vierkante meters door multifunctionaliteit of dubbel ruimtegebruik gerealiseerd kunnen worden.

2.5 Samenwerkingen en relaties Samenwerken wordt tegenwoordig steeds belangrijker. Veel maatschappelijke thema’s en functies raken nog meer bij elkaar betrokken. Dit IHP moet daar verder bij helpen. Het combineren van functies in één gebouw draagt bij aan een efficiënte en intensieve samenwerking. De samenwerkingen richten zich voornamelijk op logische verbanden waar functies nauw aansluiten op elkaar. Een samenwerking óf het fysiek in één gebouw onderbrengen van allerlei verschillende soorten (maatschappelijke) functies kan daar waar logisch, maar is geen doel op zich. De doelstelling is om tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte, te komen. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerking met jeugdzorg, jeugd - en jongerenwerk of de bibliotheek. Het onderwijs en de kinderopvang hebben in dit proces de leiding. Kinderopvang De kinderopvang speelt bij het aangaan van deze samenwerkingen een belangrijke rol. Bij ieder project dient de behoefte aan kinderopvang te worden geïnventariseerd en meegenomen te worden in het project. Het heeft de voorkeur kinderopvang in of zo dicht mogelijk bij de school, waar de kinderen naartoe gaan, te situeren. De opvangorganisatie zijn daarbij een volwaardige en gelijkwaardige partner in het proces om te komen tot nieuwe of aangepaste huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

11/54

Sociale samenhang in de wijk en multifunctioneel gebruik Het multifunctioneel gebruik van (onderwijs)voorzieningen biedt kansen voor kinderen, jeugdigen, ouders en wijkbewoners om elkaar te ontmoeten, zorgvragen te stellen en eventueel ondersteuning te bieden, te sporten en voor culturele activiteiten. De voorziening leent zich hier bij uitstek voor vanwege de laagdrempeligheid, de centrale ligging en de functionaliteiten in het gebouw (aula, speellokaal, et cetera). Hiernaast is ook het gebruik van speelterreinen binnen en buiten schooltijd een item dat steeds meer aandacht krijgt. Buitenspelen is erg belangrijk voor de sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. Het is een belangrijke vorm van bewegen waardoor overgewicht kan worden tegengegaan. Het schoolplein speelt hierbij een belangrijke rol zowel tijdens als buiten schooltijd. De flexibiliteit en mogelijkheden van een gebouw en de samenwerkingsgezindheid zijn van invloed op de mate waarop het multifunctioneel gebruik gestalte krijgt. Dit kan per locatie verschillen. Kernopgaven omgevingsvisie Eén van de belangrijkste samenwerking begint vanuit de kern, zo ook in Best. Vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet van Nederland heeft de gemeente een Omgevingsvisie opgesteld waarin de doelen en ambities omtrent de woon- en leefomgeving van de gemeente Best zijn opgenomen.

Deze omgevingsvisie is samen met inwoners, ondernemers en haar maatschappelijke (keten)partners opgesteld. In de omgevingsvisie worden 10 ruimtelijke keuzes voor de fysieke leefomgeving onderscheiden:          

Gezonde, duurzame en vitale wijken met ruimte tot bewegen, spelen en ontmoeten. Een multifunctioneel en bruisend dorpshart met ruimte voor werken, ondernemen en recreëren. Hoogwaardige groenstedelijke dorpsuitbreiding en zoveel mogelijk complementair bouwen. Een gezonde groenstructuur als ‘Groene longen van Best’. Buitengebied in balans met een aantrekkelijk landschap in een prettige omgeving. Toekomstbestendige werklocaties om aantrekkelijk te blijven voor nieuwe, hoogwaardige bedrijvigheid. Multimodaal bereikbaar door de dominante rol van de auto te verkleinen en te investeren in alternatieven. Ruimte voor duurzame energie met aandacht voor de opwekking daarvan (Zie: RES) Ruimte voor cultuur en activiteiten als organisator van activiteiten en evenementen. Beschermen cultuurhistorische waarde met aandacht voor de oude dorpsstructuren en wortels.

Beleidsakkoord Best Het beleidsakkoord 2022-2026 heeft als thema ‘we doen het samen!’, wat de samenwerking binnen de gemeente benadrukt. Bij het opstellen van het beleidsakkoord is gebruik gemaakt van de inbreng van de maatschappelijke organisaties en inwoners in Best. Het beleidsakkoord spreekt van ambities maar ook over de druk van de mondiale ontwikkelingen zoals toenemende inflatie, het gebrek aan bouwmateriaal, de vergrijzing, vluchtelingenstromen en krapte op de arbeidsmarkt. De vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt verwacht veel ontwikkelingen waardoor het sociaal domein en de inzet daaruit onder druk zal komen te staan. In het beleidsakkoord spreekt de gemeente van een ‘dubbele vergrijzing’, wat inhoudt dat naast het groter worden van de groep ouderen ook betekent dat de gemiddelde leeftijd steeds hoger wordt. Dit heeft als gevolg dat er veel druk komt te staan om adequate en passende zorg voor alle hulpbehoevenden te faciliteren. De gemeente noemt een voorbeeld van een proeftuin over een andere manier van samenwerking in wijken en een flexibelere wijze van financiering van zorg met actieve wijkbewoners die meer voor zichzelf en elkaar kunnen doen. Daarnaast zijn mantelzorgers en vrijwilligers onmisbaar, maar ook zwaar belast. De gemeente wil kijken naar de mogelijkheden om vrijwilligers in te zetten tegen eenzaamheid onder ouderen.

Er wordt extra aandacht gevraagd voor respijtzorg waarbij opzoek gegaan wordt naar maatschappelijke initiatieven.

www.icsadviseurs.nl

12/54

Brainport Naast de samenwerking tussen de kindpartners ziet gemeente Best ook de mogelijkheid tot het vergroten van de samenwerking binnen de Brainport-regio. Best maakt deel uit van het Brainport-regio en hier liggen dan ook kansen om zowel de kinderen als de Brainport te stimuleren. Brainport groeit en blijft op zoek naar nieuw talent om bij de bedrijven in de regio aan de slag te gaan. Het bevordert samenwerking tussen industrie, academie en overheid om innovatie te stimuleren en een ecosysteem te creëren dat bevorderlijk is voor technologische vooruitgang. Onderwijs in Brainport draait rondom de kernthema’s technologie, internationalisering, ondernemerschap en creativiteit. Technologie helpt bij het creëren van oplossingen voor uitdagingen van vandaag en morgen. Ondernemerschap en creativiteit worden aangewakkerd door de nieuwsgierigheid van het kind, alsmede de lerende houding. Interculturele vaardigheden zorgen ervoor dat deze kinderen kunnen communiceren en samenwerken met verschillende culturen die in de Brainport-regio samenleven en samenwerken. Hierbij staat het investeren in internationale vaardigheden van de leraren voorop. De focus ligt op de gehele ontwikkellijn van het kind, van kinderopvang tot middelbaar beroepsonderwijs.

Samenwerkingsakkoord Metropoolregio Eindhoven Eind 2022 is er een samenwerkingsakkoord gesloten binnen de metropoolregio Eindhoven voor de periode 2023-2026. Dit samenwerkingsverband is het gevolg van de groei van de regio naar de eerste economie van Nederland, en de opgaven die daarbij komen kijken. 21 gemeenten, waaronder gemeente Best, hebben gezamenlijke ambities, opgaven, doelen en afspraken geformuleerd waar de gemeenten in samenwerking aan gaan werken. Binnen het akkoord wordt voorzien dat de complete regio een schaalsprong gaat doormaken. Om dit op te vangen richt de samenwerking primair op een aanpak van de urgente opgaven in de fysieke leefomgeving, met als doel naast een schaalsprong ook een kwaliteitssprong. De groei van de economie zorgt voor een groei van bedrijvigheid, banen en welvaart. Er zijn echter ook negatieve gevolgen, daar de behoefte aan opgeleid personeel, ruimte voor wonen, bedrijfslocaties en een verbeterde infrastructuur groeit. Ook de kwaliteit van bodem, lucht en water moet beter. De uitgesproken gezamenlijke ambitie is ‘een sterke regio met behoud van het kenmerkende innovatieve Brainportprofiel en een stabiele sociale basis en vitale leefomgeving voor al onze inwoners.

De grote achterliggende opgave is de duurzame verstedelijkingsopgave en de opgaven voor een vitaal landelijk gebied met elkaar te verbinden die in deze regio samenkomen’ (Samenwerkingsakkoord 2023-206, Metropoolregio Eindhoven). De inzet hiervoor is brede welvaart; mensen voelen en ervaren de successen van de regio en kunnen hiervan profiteren in welzijn en welvaart.

www.icsadviseurs.nl

13/54

3. Visie op huisvesting De visie op (onderwijs- en opvang)huisvesting gaat in op gerelateerde thema’s zoals duurzaamheid, energie, binnenklimaat, de financiën en brede investeringen. Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare spelregels voor de uitvoering. Hierin worden onder andere de financiële kaders en verantwoordelijkheden beschreven. In het uit te werken IHP worden de spelregels en financiële kaders opgezet naar een meerjarige investeringsagenda die ter besluitvorming aan gemeenteraad worden voorgelegd. Het zorgen voor adequate huisvesting is belangrijk omdat de huisvesting actief bijdraagt aan de ontwikkelmogelijkheden van kinderen/leerlingen/jongeren (hierna te noemen kinderen). Goede huisvesting zorgt voor een omgeving waarin door leerkrachten, personeel en pedagogisch medewerkers een klimaat gerealiseerd kan worden waarin ontplooiingsmogelijkheden optimaal zijn. Door te zorgen voor goede huisvesting levert dit actief een bijdrage aan de ontwikkeling van de jongste inwoners van Best en daarmee het potentieel van alle toekomstige inwoners. Dit vormt een belangrijke drijfveer voor dit IHP.

3.1 Toekomstbestendig (onderwijs)huisvesting Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente streven naar gebouwen die toekomstbestendig zijn voor volgende generaties. In lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord vraagt die om verantwoord gebruik te maken van beschikbare energiebronnen en materialen om de invloed op klimaatveranderingen te beperken. Gemeente en schoolbesturen zijn samen vanuit hun zorg voor onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor de verduurzamingsopgave. Nadere afspraken tussen de gemeente en schoolbesturen zijn nodig om de verduurzaming van schoolgebouwen een impuls te geven en te zoeken naar haalbare en betaalbare oplossingen. Ook opvangorganisaties zijn actief bezig met duurzaamheid en verduurzaming van hun huisvesting. Duurzaamheid heeft betrekking op verschillende thema’s die onderstaand worden toegelicht. Toekomstige huisvesting gaat echter verder dan alleen duurzaamheid en energie. Flexibel ruimtegebruik en KC-vorming zijn hierbij ook belangrijke thema’s. Bouwheerschap Volgens de Wet Primair Onderwijs en Wet Voortgezet Onderwijs valt het bouwheerschap van een school bij het betreffende schoolbestuur. De voorzieningen voor uitbreiding of nieuwbouw vallen onder de (financiële) verantwoordelijkheid van de gemeente Best. Er zijn verschillende gradaties voor het bouwheerschap:  

Voor een eenzijdig schoolgebouw neemt het schoolbestuur het bouwheerschap op zich. Bij een (I)KC-project gaat het schoolbestuur met betreffende kindpartner(s) en gemeente in gesprek over het bouwheerschap. In goed overleg wordt samen afgesproken of de gemeente of het schoolbestuur het bouwheerschap op zich neemt. In beginsel is het uitgangspunt dat bij een (I)KC-project het schoolbestuur het bouwheerschap oppakt tenzij. Bij MFA-vorming zal de gemeente het bouwheerschap op zich nemen. Wegens de complexiteit van de bouwopgave en de diversiteit aan belangen en gebruiksdoeleinden van een nieuwe (onderwijs)voorziening wordt het bouwheerschap bij de gemeente gelegd. Dit is als gevolg van de ontwikkeling dat het uitgangspunt van een nieuwe voorziening niet meer slechts een school is.

NB: Bij een IKC-ontwikkeling met bijvoorbeeld één andere aanvullende partij naast onderwijs en opvang, gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek over het bouwheerschap om te bespreken of het bouwheerschap dan ook onder het schoolbestuur kan vallen. Dit is dan in beginsel wel de insteek. Een MFA heeft een bredere wijkfunctie met verschillende gemeenschapsactiviteiten en valt daarmee in onder het bouwheerschap van de gemeente. Naast het bouwheerschap wordt voor elk project een projectorganisatie ingericht waarin schoolbesturen, opvangorganisatie en gemeente vertegenwoordigd zijn. De bouwheer heeft de regie. In de stuurgroep

www.icsadviseurs.nl

14/54

worden op voorspraak van de bouwheer besluiten in gezamenlijkheid genomen. Dit gebeurt vanuit gelijkwaardigheid en transparantie. Stelselwijziging kinderopvang Op dit moment is landelijk een ontwikkeling bezig om op termijn een kinderopvang (bijna) gratis te maken en ook een stelselwijziging mogelijk te bewerkstelligen. De vraag naar kinderopvang zal daardoor vermoedelijk toenemen. In de scenario-ontwikkeling wordt daar aandacht aan besteed.

3.2 Flexibiliteit en ruimtegebruik Voor gemeente en schoolbesturen is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen. Bij (vervangende) nieuwbouw of vernieuwbouw is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent:  

Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept tenietdoet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij projecten (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen naar een andere functie dan een schoolgebouw. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.

Indien een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de onderwijsorganisatie zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Indien de leegstand structureel3 bevonden wordt door het betreffende schoolbestuur, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige normatieve ruimtebehoeften (aantal kinderen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld wijkontwikkelingen). Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van opvangfuncties en/of overige partners. Een onderwijsvoorziening kan ingezet worden voor meer doeleinden dan slechts het onderwijskundige. De betrokken partijen hebben uitgesproken om een schoolvoorziening deel uit te laten maken van de wijk, en de school en haar directe ruimte een plaats te bieden waar de wijk gebruik van kan maken (multifunctioneel inzetbaar gedurende de dag).

Een voorbeeld hiervan is het openstellen van de buitenruimten voor de wijk waar kinderen kunnen spelen met elkaar. Zo kan het schoolterrein voor een goed doeleinde ook buiten school- en opvangtijden gebruikt worden. Het schoolbestuur en de opvangorganisatie gaan in gesprek met de gebruiker om deze ruimten zo in te delen zodat de activiteiten vloeiend in elkaar over kunnen gaan.

3 Leegstand wordt doorgaans na 5 jaar leegstand als structureel bevonden (bron: www.Bouwstenen.nl).

www.icsadviseurs.nl

15/54

Wanneer ervoor gekozen wordt dat een terrein openbaar is voor de wijk, dan gaan gemeente, schoolbestuur, opvangorganisatie en overige gebruikers in overleg om afspraken te maken over het beheer en de daarbij geldende voorwaarden en financiële afspraken van het terrein.

Primair onderwijs Vanuit de gedachte van KC zijn onderwijs en opvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest in het gebouw. Dit betekent dat bij vraagstukken rond krimp of groei opvang niet wijkt voor het onderwijs, maar in overleg tussen gemeente, onderwijs en opvang wordt gekeken naar oplossingen. Deze werkwijze geeft onderwijs- en opvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren, waarbij het uitgangspunt is om de continuïteit te borgen die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. Concreet: de groei van de school mag niet leiden tot het wijken van de opvang. Dit vraagt wel om afspraken binnen het IHP hoe een eventuele uitbreiding bekostigd wordt en welke dekking daar tegenover staat. Hierbij zijn twee routes mogelijk: (1) de opvangorganisatie draagt bij aan de dekking van de investering voor de uitbreiding of (2) de gemeente bekostigt en verkrijgt de investering via een huurafspraak (kapitaallastvergoeding) terug vanuit de opvangorganisatie. Hierbij dient bij eerdere beëindiging van een huurafspraak ook aandacht te zijn voor de overdraagbaarheid van gemaakte kapitaallasten door partijen. Voor verwijzing en medegebruik wordt de lijn van de op dat moment geldende verordening gevolgd.

Bij cases waar nodig geacht gaat het schoolbestuur in overleg met de gemeente om een passende oplossing te faciliteren. Voortgezet onderwijs Het Heerbeeck College is ingericht om te functioneren voor de onderwijsdoeleinden. Naast school maken buiten de schooltijden verschillende (sport)verenigingen gebruik van diverse ruimten binnen de school.

www.icsadviseurs.nl

16/54

3.3 Duurzaamheid De Nederlandse overheid heeft met Klimaatakkoord 4 de doelen voor verduurzaming duidelijk gemaakt. In 2050 moet Nederland energieneutraal en gasloos zijn. Daarop volgden Regionale Energie Strategieën (RES) die voor verschillende regio’s keken naar de vertaling van dit akkoord. Gemeenten zijn hier vervolgens mee aan de slag gegaan. Binnen het IHP worden, in lijn met de geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, wordt aangemerkt als maatschappelijk vastgoed. Definities BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie zoals energie voor smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen worden vastgelegd aan de hand van drie eisen:   

De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.

Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie-eisen kan worden voldaan. Meer informatie is te vinden op de website van RVO. ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter-gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is. Ambitieniveau (Vervangende) Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om in detail de gestelde duurzaamheidsambities in acht te nemen. Bij de ontwikkeling van (vervangende)nieuwbouw is door de gemeente Best een ambitieniveau gesteld waar een gebouw aan dient te voldoen. Het gemeentelijke ambitieniveau bestaat uit de volgende punten:   

    

De accommodatie dient aardgasvrij te zijn; Voor energieverbruik geldt minimaal nul op de meter, en waar mogelijk energieleverend; Behoud van de huidige (capaciteit) elektriciteitsaansluiting wegens druk op het netwerk (geen ambitie maar een harde eis vanuit duurzaamheid en voorwaarde voor realisatie. Op dit moment zullen grootverbruikers (zoals scholen) minimaal 5 jaar moeten wachten op een grotere of nieuwere netaansluiting. Dit geldt zowel voor afname als terugleveren van elektriciteit); Klimaat adaptief bouwen, ruimte voor groen rondom en op het gebouw; Circulair bouwen, met herbruikbare en hergebruikte materialen en middelen; Natuur inclusief bouwen, met ruimte voor o.a. nestmogelijkheden en moswanden; Goede luchtkwaliteit welke regelbaar in te stellen is, luchtbevochtiging kent en stofarm is; Energiebesparend met stimulatie van duurzaam gedrag en duurzame apparaten;

4 Klimaatakkoord 2019 – Rijksoverheid

www.icsadviseurs.nl

17/54

Koel passief door middel van bijvoorbeeld zonwering in plaats van airco’s.

NB: Onder de beschrijving van de maatregelen verderop in dit document is een meer concrete invulling van de duurzaamheid binnen het IHP opgenomen. Goed, beter, Best De gemeente Best heeft als doelstelling om slim om te gaan met grondstoffen en producten. Dit wil de gemeente bewerkstelligen door in te zetten op een beleid waarin de gemeente in 2040 circulair is. De gemeente helpt hier aan mee door het vereenvoudigen van de afvalscheiding en bij de inkoop van materialen. Zo kunnen ze meer afval recyclen en houden ze minder restafval over. Het streven is om zoveel mogelijk afval te kunnen hergebruiken en zo min mogelijk zwerfafval terug te vinden. Gezinnen worden gevraagd om het afval goed te scheiden met de ambitie om in 2030 afvalloos te zijn. Met goed scheiden biedt een gezin slechts 30 kilo restafval. Afval scheiden doen we goed, beter, Best. Het goed scheiden van afval is ook aan de orde bij maatschappelijke accommodaties zoals kindcentra. Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede ontwikkelprestaties. De ontwikkelingen rondom de COVID-19 pandemie benadrukken het belang van een goed binnenklimaat. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid.

Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Daarnaast draagt een gezond klimaat in het gebouw bij aan de ontwikkelprestaties en vermindert het gezondheidsklachten. Bij nieuwbouw of vernieuwbouw van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Hierdoor ontstaat een goed binnenklimaat. In 2009 heeft de gemeente Best alle schoolgebouwen aangepakt in het kader van frisse scholen waarbij de luchtkwaliteit in de onderwijsruimtes is verbeterd. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde vernieuwbouw) is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. De investeringen die een goed binnenklimaat vraagt, worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. Gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren. Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen. Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan.

In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om het aanbrengen van meer installaties. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de opvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. De opvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig vanuit beschikbare middelen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen. Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals vernieuwbouw of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt.

www.icsadviseurs.nl

18/54

Groen schoolplein De gemeente Best zet in op het stimuleren van de aanleg van groene schoolpleinen, ook wel natuurlijke schoolpleinen genoemd. Op deze pleinen wordt afgeweken van het traditioneel betegelde schoolplein. Een groen schoolplein heeft nadruk op natuurlijke elementen, biodiversiteit en educatieve mogelijkheden. Het schoolplein bestaat voornamelijk uit natuurlijke elementen. Deze natuurlijke elementen komen ook terug als speeltoestellen. Voor educatieve doeleinden is een moestuin of educatief voedselbosje een goed voorbeeld als element van het groene schoolplein, waar kinderen interactief de natuurlijke wereld kunnen ontdekken. Een groen schoolplein daagt een kind ook uit om bewegend te leren. Net als bij een gezond binnenklimaat draagt bewegen bij aan goede leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. Om kinderen op school uit te dagen tot meer bewegen, moet de schoolomgeving als zodanig ingericht worden. Denk hierbij aan hoogteverschillen, klimmuren en meubilair dat bewegen stimuleert, maar ook activiteiten die de school organiseert: beweegactiviteiten in de pauze en naschoolse sportactiviteiten. Het is aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische visie vorm te geven, in te richten en beweegvriendelijk te maken.

Daarnaast kan ook gedacht worden aan het realiseren van onderwijs- en opvangvoorzieningen nabij of samen met sportvoorzieningen. In het voortgezet onderwijs is sprake van voldoende buitenruimte (sportvelden) voor het bewegingsonderwijs. Een groen schoolplein wordt ingericht zonder de toegankelijkheid van de voorziening te beperken. Ieder kind moet gebruik kunnen maken van de voorzieningen en een veilige aanlooproute richting de school hebben. Verder is ook aandacht voor het ‘verblauwen’ van het terrein en het goed omgaan met waterbergingen en het klimaat adaptief vormgeven.

3.4 Type maatregelen binnen IHP Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: 1. 2. 3. 4. 5.

(Vervangende) nieuwbouw; Vernieuwbouw; Renovatie; In stand houden; Afstoten.

Hieronder wordt de definitie en het afwegingskader van de huisvestingsscenario’s verder uitgewerkt. Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen.

(Vervangende) Nieuwbouw Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw met een levensduur van 50 jaar. Bij nieuwe schoolgebouwen wordt gestreefd naar een maximale bijdrage aan de verduurzamingsopgave. Boven op de bestaande wetgeving om BENG te realiseren, is de ambitie uitgesproken om bij nieuwbouw van

www.icsadviseurs.nl

19/54

scholen te laten voldoen aan ENG5. Het streven op het gebied van gezondheid is om gemiddeld Frisse Scholen klasse B te behalen, en waar mogelijk of op onderdelen Frisse Scholen klasse A. Spelregels IHP – (vervangende) nieuwbouw Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing:  Een haalbaarheidsonderzoek dient aan te tonen of nieuwbouw een beter alternatief is voor vernieuwbouw (indien daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context). De kosten voor een haalbaarheidsonderzoek worden voor 50% bekostigd vanuit de gemeente en voor 50% bekostigd door het schoolbestuur.  Het haalbaarheidsonderzoek dient in gezamenlijke opdracht van gemeente en schoolbestuur te worden gemaakt om eenzijdige sturing te voorkomen.  De gemeente financiert het wettelijke deel (momenteel BENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B), waarbij per project wordt bekeken op welke onderdelen Frisse Scholen klasse A kan worden behaald binnen het budget. Voor het budget wordt uitgegaan van realistische investeringsbedragen.  Een haalbaarheidsonderzoek, met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol), moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen zoals ENG haalbaar zijn. Het opstellen van dit haalbaarheidsonderzoek is onderdeel van het bouwproces.

 De stap van BENG naar ENG kan worden gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur. Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen binnen een redelijke termijn passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol.  Het uitgangspunt voor nieuwbouw is ENG. Voor ieder project dient een financiële afweging gemaakt te worden of deze investering haalbaar is. De gemeente en het schoolbestuur gaan hierover in overleg.  Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn.  De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget. Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG, dan wordt er gestreefd naar minimaal BENG.

Vernieuwbouw Vernieuwbouw wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 50 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Aangezien vernieuwbouw als gelijkwaardig alternatief wordt gezien, gelden dezelfde ambitieuze eisen als bij nieuwbouw. Sinds 2020 is het wettelijk verplicht om bij nieuwbouw te voldoen aan de eisen van BENG. Naast deze wettelijke eis wordt gestreefd om indien mogelijk te voldoen aan ENG. Bij vernieuwbouw wordt gekeken naar:  Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept);  Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen;

5 Op dit moment loopt een Europees wetgevingstraject waarbij mogelijk ENG per 2027 voor nieuwbouw verplicht gaat worden.

www.icsadviseurs.nl

20/54

 

Ruimtelijke staat; Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).

In de afweging voor nieuwbouw of vernieuwbouw dient er ook aandacht te zijn voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses) en de klimaateffecten. Spelregels IHP - vernieuwbouw Voor de oplossingsrichting vernieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing:  Een haalbaarheidsonderzoek (inclusief schouw) dient aan te tonen of vernieuwbouw een beter alternatief is dan nieuwbouw.  Het haalbaarheidsonderzoek dient in gezamenlijke opdracht van gemeente en schoolbestuur te worden gemaakt om eenzijdige sturing te voorkomen.  De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw.  Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel vernieuwbouw als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor vernieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een vernieuwbouw bekostigd kan worden.

 In het afwegingskader binnen het haalbaarheidsonderzoek dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor vernieuwbouw in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of; ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of; ─ Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of; ─ De exploitatie vormt geen probleem, en/of; ─ Vernieuwbouw vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen, en/of; ─ Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of; ─ Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst).  Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn.  De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij vernieuwbouwprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd.

In het proces om te komen tot een afweging voor vernieuwbouw zijn nog drie spelregels van toepassing:  Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing;  Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een haalbaarheidsonderzoek. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt;  Aandachtspunt voor in- of uitbreiden is dat dit niet ten koste mag gaan van het onderwijsconcept van de school.

www.icsadviseurs.nl

21/54

Renovatie De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie als alternatief voor nieuwbouw6. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen te verlengen, waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zoveel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zoveel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 50 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen met als doel om de levensduur met 25 jaar te verlengen. Bij renovatie wordt gekeken naar:    

Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; Ruimtelijke staat; Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).

Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). Het haalbaarheidsonderzoek bestaat ten minste uit inzicht in:  De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan;  De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen;  Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses;  Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten;  Benodigde investeringen voor verduurzaming;  Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat;  De actuele boekwaarde;  Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16531547/1