CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25055.03 - Bijlage Groen- en biodiversiteitsplan 2026-2036

Raadsvergadering 6 januari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 25055 - Vaststellen Groen- en biodiversiteitsplan 202627.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

De kamsalamander (Triturus cristatus) is de grootste watersalamander van Nederland. De soort heeft een oranje buik met zwarte vlekken en in het voorjaar hebben de mannetjes een herkenbare rugkam. In het najaar verdwijnt deze kam en zijn de salamanders heel donker van kleur met lichte, witte spikkels. Voedsel: insecten zoals muggen- en libellenlarven, watervlooien, regenwormen, naaktslakken, spinnen en loopkevers. Habitat: bosrijke gebieden; belangrijke elementen zijn houtwallen en struweel in de buurt van het voortplantingswater. Het water dient visvrij te zijn. Beheer: aanleg en behoud van visvrije poelen en structuurrijke struwelen. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de kamsalamander zijn ook gunstig voor andere amfibieën (gewone pad, bruine kikker en boomkikker), watervogels, insecten en waterplanten (watermunt en gele lis).

De boomkikker (Hyla arborea) is een beschermde soort, een kleine, felgroene kikker met hechtschijfjes aan zijn tenen. Voedsel: insecten zoals vliegen, muggen en kevers die hij actief vangt. Habitat: planten zich voort in zonbeschenen, visvrije poelen met vegetatierijke oevers; ze brengen de rest van het jaar door in struweel en ruige vegetaties. Beheer: aanleg en behoud van visvrije poelen, zonnige oevers en structuurrijke struwelen. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de boomkikker zijn ook gunstig voor andere amfibieën (gewone pad, bruine kikker en kamsalamander), water- en andere vogels (mezen en mussen) en insecten (muggen, libellen en nachtvlinders).

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

83

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Buitengebied - kampenlandschap Kampenlandschap: ambassadeursoort De akkerhommel (Bombus pascuorum) is een sterk afgenomen, middelgrote hommelsoort met een roestbruine borststukbeharing en een gelig tot bruingrijs achterlijf. De soort is vaak te zien in bloemrijke graslanden en akkerranden. Voedsel: een breed scala aan nectar- en stuifmeelrijke planten, zoals dovenetel, rolklaver en smeerwortel. Habitat: afwisselende landschappen met een langdurig aanbod van nectar- en stuifmeelrijke planten; maken hun nesten in grasvegetaties of onder laag struikgewas. Beheer: het behoud van bloemrijke vegetaties en het vermijden van intensief maaien.

Kampenlandschap: paraplusoorten De steenuil (Athene noctua) is een kleine uil met gele ogen en witte vlekken die vooral in de schemering actief is en dan laag in het landschap foerageert of op een paaltje zit. Zijn aanwezigheid wijst op een goed functionerend ecosysteem. Voedsel: muizen, insecten en regenwormen, afhankelijk van het seizoen en de beschikbaarheid. Habitat: mozaïeklandschappen met voldoende prooidieren, open graslanden, oude bomen en erven die nest- en schuilgelegenheid bieden. Beheer: het behoud van kleinschalige landschapselementen zoals knotbomen, houtwallen en erven, gecombineerd met extensief beheer van graslanden; het ophangen van nestkasten. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de steenuil zijn gunstig voor kleine zoogdieren (veldmuis en bosmuis), insecten (sprinkhanen, kevers en vlinders), amfibieën (gewone pad en bruine kikker) en vogels (boerenzwaluw, geelgors en torenvalk).

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

De haas (Lepus europaeus) is een zoogdier met lange oren en krachtige achterpoten dat vaak in de schemering actief is en zich razendsnel voortbeweegt over open akkers en velden. Voedsel: grassen, kruiden en jonge scheuten van akker- en weidegewassen. Habitat: bij voorkeur in open landschappen met een afwisseling van akkers, ruigtes en bosranden die dekking bieden. Beheer: extensief agrarisch gebruik en het behoud van structuurrijke zones zoals heggen en ruige randen. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de haas zijn gunstig voor grondbroedende vogels (patrijzen, veldleeuwerik en fazant), insecten zoals bijen, vlinders en kevers, hagedissen en kleine zoogdieren (egels, konijnen en muizen).

De gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) is een oranje dagvlinder met donkere vlekken en een diep ingesneden vleugelrand. De soort rust vaak met gesloten vleugels op struiken en is dan goed gecamoufleerd. Voedsel: de volwassen vlinders voeden zich met nectar van onder andere koninginnenkruid, distels en braam; de rupsen zijn afhankelijk van waardplanten zoals brandnetel, hop en wilg. Habitat: kleinschalige landschappen met ruige vegetaties, struweel en bosranden. Beheer: behoud van bloemrijke vegetaties met waardplanten; behoud van structuurrijke overgangen tussen open en gesloten vegetatie. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de gehakkelde aurelia zijn gunstig voor andere dagvlinders (kleine vos, citroenvlinder en dagpauwoog), bijen en kevers, vogels (graspieper en heggenmus) en kleine zoogdieren (muizen).

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

84

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Buitengebied - heideontginningslandschap Heideontginningslandschap: ambassadeursoort Het konijn (Oryctolagus cuniculus) is een compact gebouwd zoogdier met een grijsbruine vacht en lange achterpoten. Voedsel: eiwitrijke plantendelen, zoals wortels van grassen en kruiden en delen van jonge struiken en bomen. Habitat: halfopen landschappen in gebieden met zandige bodems (waarin ze kunnen graven), zoals tuinen, bosranden, dijken en wegbermen. Beheer: behoud van graslanden en kruidenrijke gebieden met voldoende struiken/hoekjes om in te schuilen.

Heideontginningslandschap: paraplusoorten De geelgors (Emberiza citrinella) is een zangvogel met een felgele kop en borst en bruine strepen op de rug; hij laat zijn kenmerkende zang vaak vanaf een heg of struik horen. Voedsel: vooral zaden en granen, maar voedt de jongen in het voorjaar met insecten. Habitat: open, kleinschalige landschappen met struikrijke randen, hagen en akkerranden en ruige graslanden. Geelgorzen broeden op de grond, vaak in dichte vegetatie, en zoeken hun voedsel op akkers en in bermen. Beheer: gefaseerd maaien, het laten staan van zaaddragende planten en het behoud van struweelranden en hagen. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de geelgors zijn ook gunstig voor akkervogels (veldleeuwerik, patrijs en ringmus), kleine zoogdieren (haas en bosmuis), insecten (bijen, vlinders en sprinkhanen) en amfibieën en reptielen (gewone pad en levendbarende hagedis).

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

Het oranje zandoogje (Pyronia tithonus) is een oranjebruine dagvlinder met zwarte vlekken en een ‘oogvlek’ op de vleugels, die vaak laag rondvliegt in kruidenrijke graslanden in de schaduw van bomen en struwelen. Voedsel: de volwassen vlinders halen nectar uit onder andere distels, koninginnenkruid en bramen, terwijl de rupsen grassen eten. Habitat: halfopen landschappen met bloemrijke graslanden en goed ontwikkelde struweelranden. Beheer: kleinschalig en gefaseerd maaibeheer, gecombineerd met het behouden van bloemrijke plekken en goed ontwikkelde struwelen. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor het oranje zandoogje zijn ook gunstig voor andere dagvlinder (landkaart en groot dikkopje) en bijen, vogels (gele kwikstaart) en roofvogels (kiekendief of sperwer).

De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) is een kleine, fijngebouwde hagedis met een smalle kop. De soort is meestal bruin met een groenige of rossig-bronsachtige glans. De mannetjes hebben een oranje buik met zwarte stippen, vrouwtjes hebben een gele buik zonder stippen. Voedsel: vooral insecten zoals muggen, vliegen, kevers, sprinkhanen, vlinders en spinnen. Habitat: het voorkeurshabitat is heide en hoogveen. Maar komt ook voor in open bossen, ruige graslanden en bermen van (spoor)wegen. Beheer: behoud van natuurlijke graslanden en heideterreinen. Daarnaast is het belangrijk om versnippering van het landschap tegen te gaan. Paraplusoort: het leefgebied en de beheermaatregelen voor de levendbarende hagedis zijn ook gunstig voor vogels (grasmus), planten (heide en grassen), insecten (sprinkhanen, vliegen en kevers), amfibieën (gewone pad en bruine kikker) en andere reptielen (zandhagedis).

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

Groenbeleidsplan en biodiversiteitplan gemeente Best | 2026 - 2036

Bijlage 6: Stappenplan vervanging speeltoestellen. De gemeente Best wil speelplekken samen met bewoners vormgeven en toekomstbestendig houden. Daarom is een duidelijke werkwijze opgesteld voor het vervangen of plaatsen van speeltoestellen. Bewoners worden actief betrokken bij de keuze voor een nieuw toestel, zodat dit aansluit bij de wensen van de buurt en past binnen de kaders van de gemeente. In deze bijlage leest u hoe dit proces stap voor stap verloopt en welke afspraken daarbij gelden.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

86

Groenbeleids- en biodiversiteitsplan gemeente Best | 2026 - 2036

Werkwijze vervanging speeltoestellen

Tabel 7: stappenplan bij vervanging speeltoestellen.

Is een speeltoestel aan vervanging toe of wordt er een nieuw speeltoestel geplaatst? In overleg met buurtbewoners bekijken we of en zo ja, welk nieuw speeltoestel in de speeltuin kan worden geplaatst. U vindt hieronder onze werkwijze. • Een speeltoestel blijkt aan vervanging toe te zijn. De gemeente bekijkt welk type speeltoestel dit is, de leeftijdscategorie, de vervangingswaarde, bouwjaar, valondergrond en eventueel de leverancier. • Bij een afgekeurd speeltoestel plaatst de Buitendienst een tijdelijk vooraankondigingsbordje. Hierop staat een verwijzing naar het stappenplan. • Na verwijdering van het oude speeltoestel hebben bewoners nog één jaar de gelegenheid om een nieuw speeltoestel aan te vragen. Indien dit niet gebeurt, wordt het toestel uit de gemeentelijke systemen verwijderd en komt er geen vervangend speeltoestel. • U kunt via de contactgegevens onderaan deze pagina aangeven of u een nieuw speeltoestel wilt in uw buurt. De gemeente neemt dan contact met u op. Kaders en voorwaarden bij het plaatsen van een speeltoestel • Afhankelijk van de situatie treedt/treden namens de buurt/straat één of twee bewoners en/of een actief Bewonersoverleg en/of Jeugdraad als contactpersoon op. • De contactpersoon en de gemeente gaan samen in overleg over hoe te komen tot de keuze voor een nieuw speeltoestel.

• De vervangingswaarde omvat het leveren, plaatsen en monteren van een toestel. • Is het nodig de aanwezige valondergrond uit te breiden of te vervangen? Ook deze kosten moeten uit de vervangingswaarde bekostigd worden. Deze kosten kunnen oplopen tot 30% van de vervangingswaarde van een speeltoestel. • De gemeente heeft een aantal vaste leveranciers van speeltoestellen. Bewoners mogen enkel uit hun assortiment een toestel kiezen. • Voor het te plaatsen speeltoestel zoekt de contactpersoon draagvlak in de buurt.

1. Inleiding

2. Huidige situatie

3. Vertrekpunt

4. Groenbeleidsplan

Stappenplan bij vervanging van speeltoestellen

Actie door:

1.

Een speeltoestel is aan vervanging toe. (Het is bijvoorbeeld afgekeurd tijdens een inspectieronde.)

Gemeente Best

2.

Gemeente plaatst een vooraankondigingsbordje. Daarna wordt gewacht op reactie vanuit de buurt/bewoners/ Jeugdraad.

Gemeente Best

3.

Er is een initiatiefnemer vanuit de buurt gevonden. Met deze contactpersoon starten we een vervangingsproject.

Gezamenlijk

4.

Bewoners zoeken speeltoestellen uit. Hiervan werken ze 2 à 3 plannen uit.

Bewoners

5.

Gemeente Best beoordeelt deze plannen op haalbaarheid. Er wordt bekeken of de plannen binnen het budget en beleid passen.

Gemeente Best

6.

Bewoner gaat de buurt in om draagvlak te creëren. Buurtbewoners kunnen dan één van de plannen kiezen en daar eventueel een opmerking bij plaatsen.

Bewoners

7.

Uit de enquête komt een voorkeur vanuit de buurt. Dit wordt nog een laatste keer gecheckt door de gemeente.

Gezamenlijk

8.

Bestellen, levering en plaatsing speeltoestel. De oude toestellen worden voorafgaand aan de plaatsing door de gemeente verwijderd.

Gemeente Best

5. Biodiversiteitsplan

6. Participatie

7. Financiën

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16320883/1