24108.08 - Bijlagen 1 tm 5 bij TOELICHTING
Tekst van het document
beschermen tegen de effecten van een gifige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Eventueel aanwezige luchtbehandelingsinstallaties dienen met één handeling uitgeschakeld te worden
Aangezien het voorliggende een bestaande woning befreft is het uitgangspunt dat in de huidige situolie de luchtdichtheid voldoende is. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is hef nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. Op grond van het bestaande wegennet is dit mogelijk. Binnen het invloedsgebied van een BLEVEscenario is vluchten hef uitgangspunt waarbij gerealiseerd dient te
worden da indien daadwerkelijk een BIEVE dreigt, de vluchtijd bijzonder kortis. Feit blif dt in geval van een colamiteit een vroegfijdige alormering van levensbelang is om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood|uitgangen en vluchtroutes zoveel
‘mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. Op die manier worden vluchtende personen afgeschermd door het gebouw zelf. Risicocommunicatie
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals ‚een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op de eerder genoemde scenario]. In geval van een colamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden
De inwlling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio's door het bestuur van de Veiligheidsregio's uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in vootbereiding op een alarmering bij rampen
Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelftedzaamheid dient de gemeente Bes! mee te wegen in haar besluivorming.
Toets
Natuurnetwerk
aa N Rapportnummer
WAT
Brabant
ER
15
20220309
www.starobv.nl
Toets
Natuurnetwerk
Brabant
Eindhovenseweg Zuid 694 te Best
Datum
19 januari 2023
Rapportnummer:
20220309
Inopdrachtvan:
_ PouderoyenTonnaer
Uitgevoerd door:
_ Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 tel. fax.
XB
Gemert
0492-450161 0492-450162
www.starobv.nl
Opgestelddoor: Kwaliteitscontrole:
_ J. van Hout E.
Claassen
Inhoud
1
Inleiding.
1.1
Aanleiding
12
Doel..
1.3
Plangebie:
2 _ Wettelijk kader … 3
4
Methode. 3.1
Onderzoek
32
Analyse.
Gebiedsbeschrijving
41 4.2 4.3
Begrenzing en NNB.. Beheertypen en ambities Natuurnetwerk . N16.03 Droog bos met productie Terreinbezoek
431 43.2
_ Perceel met woning _ Omliggend perceel
5 _ Effectanalyse en advies.. 5.1 Algemeen. 5.2 Effectanalyse op het NNB . 5.3 Geldende wetgeving IOV. 5.3.1
5.4
6
_ Voorwaarden voor compensatie
Uitwerking fysieke compensatie 541
_
Artikellid 12 en b
542
_
Artkellid 4a
5.4.3
_
Artikellid 4b en c
…
Conclusie en vervolgstappen .
Literatuurlijst Internet
Inleiding
14
Aanleiding Op de locatie aan de Eindhovenseweg Zuid 69a te Best, kadastraal bekend als gemeente Best, sectie B perceel nummers 2739 en 2812, bevindt zich sinds de jaren 70 een bijgebouw die als woning in gebruik is. Middels een bestemmingsherziening wordt getracht de woning te
Iegaliseren. De locatie van de woning ligt binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Teneinde de woonbestemming te krijgen wordt een herbegrenzing van het NNB overwogen. Pouderoyen Tonnaer heeft gevraagd om n een rapportage te onderbouwen waarom
de
woning met in achtneming van de Interim Omgevingsverordening te legaliseren zou zijn en daarbij het NNB herbegrensd dient te worden.
Het NNB is beschermd via de regels in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Deze bescherming kent externe werking, dat wil zeggen dat activiteiten die
buiten het NNB plaatsvinden en verstoring of negatieve effecten veroorzaken, niet zijn toegestaan tenzij mitigatie of compensatie plaatsvindt. In voorliggende rapportage wordt uiteengezet welke beleidsmatig aangeduide wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB
ter plaatse zijn aangewezen en wat de actuele natuurwaarden ter plaatse van de woning zijn. Vervolgens wordt middels een bureaustudie en terreinbezoek geanalyseerd of het naastgelegen perceel (perceel 2812) voldoet aan de wezenlijke kenmerken en waarden van
het aangewezen NNB en of herbegrenzing mogelijk is.
12
Doel
Het doel van de voorliggende toetsing is de huidige situatie bekijken van het NNB waar momenteel de woning is gevestigd en dit te vergelijken met de aangeduide wezenlijke
kenmerken en waarden van het NNB. Daarnaast is het doel van voorliggende toetsing om een voorzet te doen om te komen tot een herbegrenzing van het NNB.
13
Plangebied Het plangebied betreft de woning aan de Eindhovenseweg Zuid 69a te Best en het
naastgelegen bosperceel (figuur 1). Het plangebied bestaat uit een kleine woning met verharde grond en gazon. Het naastgelegen perceel 2812 betreft een bosperceel met diverse bomen als zomereik, Amerikaanse eik, diverse dennen en sparren, heesters, struiken en
struweelvegetatie. In het bosgebied zijn meerdere vogelkastjes aanwezig in de bomen. De zuidkant van het perceel bestaat uit een waterplas die ten tijde van het terreinbezoek droog stond.
Foto's 1 tot en met 6 geven een impressie van het plangebied, van zowel de woning als het omliggend bosgebied.
Toets Natuumetwerk Brabent, Eindhovenseweg Zuid 69a e Best
3
Figuur 1. Ligging plangebied (rode omlijning) met daarin het perceel met de woning (blauw omlijnd) (bron:
Kadasterdata 2022)
Foto 1. Woning gezien vanuit het zuiden met verharde grond en gazon n het perceel dat in de
Foto 2. Woning gezien vanuit de noordoosthoek
Foto 3. Gazon ten zuiden van de woning, met
Foto 4. Drooggevallen watergang ten zuiden van
enkele
het plangebied
Corsicaanse
dennen
Toets Natuumetwerk Brabant Eindhovenseweg Zuid 694 te Best
4
Foto 5
Bosgebied ten oosten van de woning met
Foto 6. Bosgebied ten oosten van de woning
ondergroei en diverse soorten bomen
Toets Natuumetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a e Best
5
2
_ Wettelijk kader
De bescherming van het NNB is vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening
Brabant (IOV). In het
IOV wordt de volgende beschrijving gegeven van het NNB: Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een
samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-) nationaal belang, zoals de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden, de rivieren en beken. Het doe! van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren
van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten Om de populaties gezond te houden en de genetische uitwisseling te bevorderen, moeten de
gebieden groot genoeg zijn en de mogelijkheid bieden voor migratie tussen de gebieden. Om het NNB als zo’n netwerk e laten functioneren, werkt de provincie samen met andere partijen aan het aanleggen van ecologische verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de
wegenstructuur. Als de omstandigheden in een bepaald gebied (tijdelijk) verslechteren, dan kan een jken naar een ander geschikt gebied. In het licht van de klimaatveranderingen i dit van
toenemend belang. De ecologische verbindingszones zijn (vaak) langgerekte landschapselementen die als groene schakels de Brabantse natuurgebieden met elkaar verbinden. Het
NNB
bestaat
uit:
+
bestaande natuur- en bosgebieden;
+
gerealiseerde nieuwe natuur; Dit zijn gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn
gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere nietnatuurbestemming is verdwenen; +
nog niet gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn meestal agrarische gronden die in het
Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur, maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig; +
ecologische verbindingszones.
Op basis van het rijksbeleid (Nota ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) geldt voor het NNB de verplichting tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken
en waarden van het gebied. Plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Zolang een dergelijke aantasting niet plaatsvindt, is er vanwege
het NNB geen grond om de activiteit geen doorgang te laten
vinden.
In artikel 3.16 van de IOV is de externe werking op het NNB vastgelegd. Wanneer een ontwikkeling een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken, dienen de negatieve effecten waar
mogelijk te worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten te worden gecompenseerd. Wanneer er sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden zijn er vier
uitzonderingsregels opgesteld waarbij ontwikkelingen worden toegelaten volgens artikel 3.17 van het IOV
1.
nieuwe ontwikkelingen in het NNB (artikel 3.18 van IOV): Een bestemmingsplan kan bepalen dat
1) het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik daarvan, of 2) ontwikkelingen binnen omheind militair terrein, of 3) nieuwvestiging zijn toegestaan, als dit geen/ zo min mogelijk aantasting geeft op de
2.
ecologische waarden en kenmerken van het NNB. het ‘nee, tenzij-principe’ (artikel 3.19 van IOV): (nieuwe) plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant
Toets Natuumetwerk Brabent, Eindhovenseweg Zuid 69a e Best
6
aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en er geen
3.
alternatieven beschikbaar zijn. de saldobenadering (artikel 3.20 van IOV): als een combinatie van plannen, projecten of handelingen per saldo tot een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het NNB Ieidt.
4.
kleinschalige herbegrenzing (artikel 3.21 van IOV): indien de aantasting van het areaal NNB kleinschalig is en leidt tot beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken tot uiteindelijk een kwalitatieve of kwantitatieve versterking, is het mogelijk om grenswijziging van het NNB toe te passen.
Sluitstuk van de toepassing van de spelregels is dat er compensatie moet plaatsvinden. De te beschermen
ecologische waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in de
beheertypekaart en in de ambitiekaart. Beide kaarten vormen de kern van het Natuurbeheerplan. De
beheertypekaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. Verder bestaan de ecologische waarden en kenmerken uit aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde.
Toets Natuumetwerk Brabant Eindhovenseweg Zuid 694 te Best
7
3
Methode
In dit hoofdstuk staat beschreven welke methode is toegepast om te bepalen of herbegrenzing van het
NNB mogelijk is langs de Eindhovenseweg Zuid.
31
Onderzoek
Allereerst is onderzocht wat de huidige situatie is en welke natuurwaarden voor het NNB gelden. Dit bestaat uit twee delen:
1.
Bureaustudie naar de ligging van het NNB op locatie en in de directe omgeving en de aangemerkte ecologische kenmerken en waarden volgens de Interim Omgevingsverordening.
2.
In beeld brengen van de actuele natuurwaarden. Dit wordt gedaan door een terreinbezoek
32
uit te voeren.
Analyse Aan de hand van de resultaten van het onderzoek (stap 1) kan worden bepaald welke
wezenlijke kenmerken en waarden aanwezig zijn in het plangebied. Bepaald wordt welke effecten optreden op het NNB als gevolg van de bestemmingswijziging van de woning. De toetsing vindt plaats aan de hand van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB ter
plaatse en de mogelijkheden binnen het beschermingsregime. Op basis van de bevindingen wordt beoordeeld op welke manier een herbegrenzing van het NNB het best kan worden vormgegeven.
Toets Natuumetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a e Best
8
4
41
Gebiedsbeschrijving Begrenzing en NNB Het perceel met de woning behoort tot het NNB (figuur 2). Ten zuiden van het plangebied, in perceel 2812 is tevens een deel aangewezen
als NNB. De overige tuin van het perceel
behoort niet tot het NNB.
Figuur 2. Ligging NNB (groen gearceerd) ten opzichte van het plangebied Eindhovenseweg Zuid 69a (rood omlijnd) n de woning (blauw omlijnd) (bron: Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant, 2022}
42
Beheertypen en ambities Natuurnetwerk De te beschermen waarden van het NNB betreffen onder andere de aanwezige en geambieerde beheertypen. Volgens de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is het perceel met de woning in het plangebied aangewezen als het beheertype Droog bos met productie (N16.03). In figuur 3 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB in de Provincie Noord-Brabant gegeven. Ten zuiden en noorden van het plangebied is het NNB met beheertype N06.06 Zuur ven en hoogveenven aangewezen. Gezien hier geen ontwikkelingen of veranderingen zullen plaatsvinden, wordt dit niet nader omschreven in deze rapportage.
Toets Natuumetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a te Best
9
Figuur 3. Natuurbeheertypen (actueel en geambieerd) binnen en n de directe omgeving van het plangebied (rood omlijnd). De woning valt binnen het NNB (blauw omlijnd) (bron:
Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant, 2022)
N16.03 Droog bos met productie
Het beheertype Droog bos met productie bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar. Het bostype komt voor op een voedselarme tot lemige, zandige, zure ondergrond. De diversiteit in dit bostype
is relatief laag. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer, door de jonge leeftijd van de bossen en onvoldoende abiotische kwaliteit als gevolg van verzuring en vermesting. Binnen dit beheertype is houtoogst een doel en vindt periodiek plaats met
een hogere intensiteit dan in de droge bossen beheertypen zonder productie, of boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd zijn dominant over meer dan 20% van het areaal van het betreffende bosgebied, ook als er geen productiedoelstelling is.
43
Terreinbezoek
De beschrijving van het plangebied is gebaseerd op het terreinbezoek van 20 december 2022.
43.1 _ Perceel met woning In de huidige situatie bestaat het perceel met de woning uit de woning met verharde grond en een dee! gazon. Binnen het perceel staan enkele kleine bomen, maar bosgebied ontbreekt. Het NNB binnen het perceel met de woning bestaat volgens de provinciale kaart uit het Droog bos met productie (N16.03). Elementen en waarden die bij dit beheertypen staan beschreven en aanwezig zouden moeten zijn, ontbreken echter binnen het perceel.
Toets Natuumetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a te Best
10
43.2 _ Omliggend perceel Richting het zuiden van de woning bestaat het perceel uit gazon met enkele hoge Corsicaanse dennen. Het gebied is erg open en ondergroei ontbreekt. Verder naar het zuiden ligt de waterplas die is aangewezen als NNB met beheertypen Zuur ven en
hoogveenven. De oostzijde van het plangebied bestaat uit bosgebied. Het bos bestaat uit een variatie aan bomen
bestaand uit zomereik, enkele Amerikaanse eiken, berken,
verschillende soorten dennen en sparren, diverse heesters en struiken. Ondergroei is
aanwezig in de vorm van struiken of bodem bedekkende vegetatie.
Toets Natuuretwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
11
5
51
Effectanalyse en advies
Algemeen Het ruimtelijk beleid voor NNB-gebieden is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied op basis van de aangewezen beheertypen. Kleinschalige herbegrenzing is mogelijk indien de aantasting van het areaal
NNB kleinschalig is en leidt tot beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken tot uiteindelijk een kwalitatieve of kwantitatieve versterking. Een eventuele aanpassing van de begrenzing dient altijd in een bestemmingsplan te worden geborgd.
52
Effectanalyse op het NNB In de Omgevingsverordening (2022) is het perceel waar de woning is gevestigd grotendeels
aangeduid als NNB-gebied. De oppervlakte van het perceel bedraagt 570 m?, waarvan circa 435 m? aangewezen is als NNB. Het aangewezen NNB oopt echter ook net buiten het
perceel, waardoor het gebied aangewezen als NNB in totaal uitkomt op 605 m2. Het aangewezen natuurbeheertype ter plaatse van de woning is ‘Droog bos met productie’ (N16.03). Door de aanwezigheid van de woning kan op deze locatie geen sprake zijn van
ontwikkelen, behouden of versterken van dit natuurbeheertype en de daarbij behorende kwalitatieve en kwantitatieve ambities. Daarbij zijn momenteel geen aanvullende ontwikkelingen gepland binnen het perceel.
Doordat geen ontwikkelingen plaatsvinden en de woning aanwezig is binnen het perceel, zonder verder enige vorm van bosgebied, is hier strikt genomen geen sprake van een ‘effect’
op het natuurbeheertype 'Droog bos met productie’ binnen het NNB. Praktische gezien voldoet het perceel in de huidige situatie namelijk niet aan de afbakening en opgestelde ecologische kenmerken
en waarden van het beheertype. De begrenzing van het NNB komt
dus niet overeen met de feitelijke situatie. Voor een oplossing van het bovengenoemde knelpunt i onderstaand advies opgesteld.
53
Geldende wetgeving IOV In artikel 3 van de Interim Omgevingsverordening van Noord-Brabant staat verwoord hoe
een bestemmingsplan een ontwikkeling kan toelaten en tevens hoe het NNB kan worden gewijzigd (artikel 3.18 tot en met 3.21). Uitgaande van deze artikelen, en het gegeven van een ruimtebeslag van circa 605 m? binnen het NNB, waarbij geen ontwikkelingen plaatsvinden, wordt geconcludeerd dat voorliggende situatie betrekking heeft op Artikel 3.21 en dus een ‘kleinschalige herbegrenzing’ betreft. In dit geval dient de ‘Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek' (Artikel 6.2) gevolgd worden. Tevens dient dit
verzoek gevolgd te worden door een compensatievoorstel op basis van Artikel 3.22 uit de Omgevingsverordening.
Toets Natuuretwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
12
53.1
_ Voorwaarden voor compensatie
De regels voor compensatie zijn als volgt volgens de IOV: Artikel 3.22 Compensatie Lid1
De verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door:
1.
fysieke compensatie, overeenkomstig Artikel 3.23;
2.
financiële compensatie, overeenkomstig Artikel 3.24.
Lid2
De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende
indeling: a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; b.
tussen 5 en 25 jaarte ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak;
©. d.
tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak; bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in opperviak en de
e.
gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; bij verstoring van natuur: maatwerk.
Binnen deze regels is het dus van belang ofer aan fysieke of financiële compensatie wordt voldaan. Daarnaast is de waarde van de te compenseren natuur van belang in verband met een toeslag op de compensatieplicht.
Gezien de te compenseren oppervlakte aan NNB 605m? bedraagt, en daardoor onder ‘kleinschalige herbegrenzing’ valt, wordt gekozen voor fysieke compensatie. De huidige oppervlakte aan NNB dat gecompenseerd dient te worden bestaat uit een woning en
verharde grond. Doordat er geen sprake is van natuur, is geen toeslag op het oppervlak van de te compenseren grond nodig. De aanvullende regels voor fysieke compensatie zijn als volgt: Artikel 3.23 Fysieke compensatie Lid1
De fysieke compensatie vindt plaats in: a.
de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant;
b.
de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.
Lid2
Fysieke compensatie kan ook plaatsvinden in, aansluitend op of nabij het aangetaste gebied als dit deel uitmaakt van de saldobenadering bedoeld in Artikel 3.20 Toepassing van de saldobenadering. Lid3
Een bestemmingsplan waarvoor een compensatieplicht geldt, borgt de uitvoering van de compensatie.
Toets Natuuretwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
13
Lid4
De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het derde lid bevat een verantwoording over: a.
de omvang
van het netto verlies aan ecologische waarden en kenmerken en op welke
locatie dat optreedt; b.
de locatie waar en de wijze waarop het netto verlies, genoemd onder a, wordt gecompenseerd;
c.
de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie;
d.
de termijn van uitvoering; de inhoud en realisatie van de voorgenomen mitigerende en compenserende
f.
maatregelen; hetreguliere- en ontwikkelingsbeheer.
Lid5
De uitvoering van de fysieke compensatie wordt binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, bedoeld in het derde lid afgerond. Lid6
In aanvulling op het vijfde lid, wordt bij een aantasting van bedreigde soorten of hun
leefgebied, de uitvoering van de compensatie n ieder geval afgerond op het moment dat de aantasting daadwerkelijk start. Lid7
In afwijking van het vijfde lid kan bij een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van de compensatie een termijn van maximaal tien jaar bedragen, gerekend vanaf
het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
54
Uitwerking fysieke compensatie Onder verwijzing naar de bepalingen van artikel 3.23 uit de IOV, zijn met name bepalingen van lid 1 (a en b) en lid 4 (a t/m f) van belang. Onderstaand worden deze bepalingen verantwoord.
541
_
Artikellid1aenb
In dit geval vindt de compensatie plaats op het naastgelegen perceel, grenzend aan het bestaand NNB (figuur 4). 542
_
Artikellid 4a
Het verlies aan oppervlakte aan beschermd NNB gebied betreft de oppervlakte van 605 m? van het natuurbeheertype ‘Droog bos met productie' (N16.03). Echter, ter plaatse van de
woning en binnen het perceel kan dit doeltype niet meer worden gerealiseerd en s het in de huidige situatie niet aanwezig. Het betreft fictief verlies op basis van de kaartregistratie. 543
_
Artikellid4b en c
De oppervlakte die gecompenseerd dient te worden volgens de compensatieplicht vermeld in Artikel 322 lid 2 staat weergegeven
in tabel 1. Gezien in het perceel met de woning in de
huidige situatie geen natuurwaarden van het aangewezen natuurbeheertype aanwezig zijn, is de ontwikkelingstijd 5 jaar of minder. Dit leidt ertoe dat er geen extra toeslag komt op het te compenseren
areaal aan NNB. Het nettoverlies van NNB wordt gecompenseerd door het
Toets Natuuretwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
14
naastliggend bosgebied aan te wijzen als NNB met natuurbeheertype Droog
bos met productie. De compensatie betreft minimaal 605 m2. Het bosgebied is van voldoende omvang en tevens geschikt om aan het natuurbeheertype Droog bos met productie te voldoen.
Daarbij vormt het nieuw te begrenzen bosgebied een verbinding in noord-zuid richting met bestaand NNB aangewezen als beheertypen Zuur ven en Hoogveenven (N06.06) in het zuiden en Droog bos met productie n het noorden. Hiermee wordt het NNB
uitgebreid en
door de verbinding robuuster. Tabel 1. Compensatieopgave Totaal
Natuurbeheertype
f Aantasting
Categorie ntwikkelingstijd
# Compensatieopgave
te
_ compensersn, aantasting (inclusief toeslag)
N16.03 Droog bos | _ 605 m?
5jaarofminder
|
Aantasting + geen
met productie
605 m?
toeslag
Het aangewezen gebied waar de compensatie zal plaatsvinden is weergegeven in figuur 4
Gezien vrijwel het gehele oppervlak voldoet aan de kenmerken en waarden van het beheertypen Droog bos met productie, is het gehele bosgebied aangewezen ter compensatie, dat neerkomt op circa 2010 m?.
Figuur 4. Advies herbegrenzing NNB (groen gearceerd; huidig aangewezen
NNB; rood omlijnd: e verwijderen uit
NNB; blauw: advies herbegrenzing NNB, nieuw toe te voegen areaal)
Samengevat leidt de keuze voor fysieke compensatie tot de volgende acties: +
Verwijderen uit de NNB-begrenzing: deel van NNB dat binnen het perceel met de
woning valt, maar ook kleine delen daarbuiten, in totaal komt dit overeen met 605 m2;
Toets Natuumetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a te Best
15
+
Toevoegen aan de NNB-begrenzing: bosgebied ten oosten van het
perceel dat voldoet aan de ecologisch opgestelde kenmerken en waarden van het natuurbeheertype Droog bos met productie (N16.03), komt in totaal neer op circa 2010 m?
Toets Natuurnetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69a te Best
16
6
_ Conclusie en vervolgstappen
Ten behoeve van de gewenste herbegrenzing van het Natuurnetwerk Brabant is in voorliggend rapportage inzicht gegeven in de aangeduide en actuele waarden van het plangebied en een
effectbeoordeling verricht. Het plangebied betreft twee percelen langs de Eindhovenseweg Zuid 69a te Best, waarbij één perceel
vrijwel geheel is aangewezen als NNB met het beheertypen Droog bos met productie. Op basis van het terreinbezoek en toetsing kan geconcludeerd worden dat voorliggende situatie beschouwd kan worden als een kleinschalige herbegrenzing dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden en
regels volgens de Interim Omgevingsverordening 2022. Het betreft een kleinschalige herbegrenzing doordat op de locatie van het aangewezen
NNB een woning aanwezig is en verdere ecologische
waarden en kwaliteiten van het aangewezen beheertypen ontbreken. Het gaat daardoor bij
herbegrenzing slechts om een fictief verlies op basis van de kaartregistratie.
In voorliggend rapportage is het advies gegeven om 605 m? aan NNB te verwijderen uit de aangewezen NNB op de kaartregistratie en dit fysiek te compenseren in het naastgelegen bos. Het aangewezen
bos voldoet aan de afbakeningen en eisen van het beheertypen Droog bos met productie
en bedraagt een oppervlakte van circa 2010 m2. Met deze herbegrenzing wordt het NNB in oppervlakte groter en wordt een verbinding gerealiseerd tussen bestaand NNB ten noorden en zuiden van het plangebied.
Bij kleinschalige herbegrenzing en fysieke compensatie dient te worden voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden, conform Artikel 3.15 tot en met 3.22 van de Interim Omgevingsverordening 2022.
Toets Natuuretwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
17
Literatuurlijst
Internet
+ _ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-10-2022), Provincie NoordBrabant, december 2022: https://noord-brabant.terceraro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930InterimOvrgc-1022 +
+
Kadasterdata, 2022: https://www.kadasterdata.nl/kadastrale-kaart#/5.0611564/52.0966233/11
Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant, december 2022:
https://noord-
brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.ntml?id=aadeed0954ee4cebaa058ed0ae6a4 c40
Toets Natuurnetwerk Brabant, Eindhovenseweg Zuid 692 te Best
18
Pc/)DEROYEN JONNAER Pouderoyen 8.V. Vestigingen te Nijmegen, Rosmalen, Baexem
en Voerendaal
Notitie beoordeling stikstof Aan
Mr. Marieke
B.V.
Van
R.P.E.F.
Meurs
Datum
28 november
Betreft
Notitie beoordeling stikstof
Project
P222398
van
2023
Geachte heer/mevrouw, Op
de
locatie
Eindhovenseweg-Zuid
69a
in Best
is reeds
burgerwoning aanwezig in een voormalig bijgebouw:. voornemen
enkele
decennia
(circa 40 jaar)
een
Het kent echter de bestemming ‘bos'. Het
bestaat om de planologische regeling in overeenstemming te brengen met de feitelijke
situatie en de bosbestemming van het huidige perceel te wijzigen naar een woonbestemming. Voor
deze
ontwikkeling
is een
beoordeling
ten
aanzien
van
het
aspect
stikstof aan
de
orde.
In
onderstaande notitie wil ik daar nader op in gaan.
Aanleiding Aanleiding voor deze notitie is de situatie die is ontstaan na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het Programma
basis
mag
worden
gebruikt
voor
toestemming
voor
Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als
activiteiten
in
het
kader
van
de
Wet
natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt. Zo waren veel woningbouwprojecten
tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk
ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig. Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig. Voor ruimtelijke ontwikkelingen kan, naast een planologische titel en/of een omgevingsvergunning voor (0.a.} bouwen, ook een Wet natuurbescherming (Wnb) toestemming (0.. i.v.m. stikstof) nodig zijn. Of er Wnbtoestemming vanwege stikstof nodig is, is afhankelijk van een stikstofberekening en/of een ‘voortoets' (= milieukundig/ecologisch vooronderzoek). Het i niet zo dat nu voor ieder project een Wnb-toestemming nodig is. Maarer is geen (generieke) drempelwaarde meer waaronder een vergunning niet nodig is. Dat moet nu per aanvraag beoordeeld worden. Dat is nodig bij planologische procedures (zoals een bestemmingsplan) en bij de verlening van een omgevingsvergunning (i.v.m. het zogenaamde ‘aanhaken’).
Op onze dienstverlening zijn de DNR
2011 voorwaarden van toepassing de u vindt op pouderoyentonnaer.nl
22238
GIAME,
a
P0ä>EROYEN ?N NAER
20007
Ligging plangebied De planlocatie is gelegen
in
het
zuidoosten
van
de
gemeente
Best,
gesitueerd
tussen
de
Eindhovenseweg-Zuid en de A2.
Figuurl
_
Luchtfoto plangebied
Het plangebied is op ca. 9,7 kilometer gelegen van het Natura 2000 gebied ‘Kempenland - west’ en ca. 10,7 kilometer van het gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen'. A
Figuur2
_
“1
Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebied, plangebied bij 1
P(ÂDEROYEN TONNAER P222368.018/RME, pagina 3van 7
Planvoornemen
Het
planvoornemen
wijzigt
niks
aan
de
fysieke
situatie.
Met
het
plan
wordt
enkel
een
woonbestemming toegekend aan een bestaande woning. Wettelijk
kader sinds 2 november
2022
De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis gebruikt mag worden voor toestemming voor activiteiten in het kader van
de Wnb en dat de ‘standaard grenswaarde” uit het PAS niet meer gebruikt mag worden. Dit houdt in dat voor
planologische
procedures
en
bij
de
verlening
van
een
omgevingsvergunning
een
stikstofbeoordeling en, afhankelijk van een stikstofberekening en/of voortoets, mogelijk ook een
vergunning Wet natuurbescherming nodig is. Voor elke toename in stikstofneerslag boven de 0,00 mol/ha/jaar, hoe klein dan ook, is een onderbouwing nodig. uitspraak
van
mei
2019
stikstofproblematiek
Na
de
PAS
aan
te
pakken.
Natuurherstel.
werd
er gewerkt
Uitvloeisel
aan
een
nieuw
daarvan
was
de
wettelijk Wet
om
de
Stikstofreductie
kader
en
Met deze wet werd voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet
aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet werd op 17 december 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en op 9 maart 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Op 1 juli
2021
trad
de
bouwactiviteiten
wet
in werking.
van
de
Onderdeel
van
natuurvergunningplicht
deze
wet
was
als bedoeld
een
partiële
in artikel
vrjstelling
2.7, tweede
voor
lid Wnb,
opgenomen in artikel 2.9a Wnb. Hierin waren de tijdelijke bouwactiviteiten generiek vrijgesteld van
beoordeling en was voor plannen gebruikseffecten aan de orde. Op 2 november 2022 ondergrondse
en
projecten
enkel
een
beoordeling
is door de Raad van State uitspraak gedaan
CO:-opslagproject
Porthos
waarin
de
vrijstelling
van
van
de
permanente
in de zaak betreffende
het
deze
ter
bouwactiviteiten
beoordeling voor lag. Het college heeft geoordeeld dat de stikstof die in de bouwfase vrijkomt niet
buiten beschouwing mag worden gelaten. Concreet betekent dit dat de bouwvrijstelling geschrapt is en dejuridische situatie teruggedraaid is naar het wettelijk kader vóór 1 juli 2021. Dit houdt in dat voor alle plannen beoordeeld
en projecten zowel de tijdelijke bouwfase
alsook de permanente gebruiksfase
dient te worden.
stikstofemissie Op basis van deze bouwplannen
zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fasen te
onderscheiden:
1.
Bestaande gebruiksfase:
2.
Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten;
effecten ten aanzien van huidige gebruik;
3.
Gebruiksfase:
effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw.
Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbijis in eerste instantie de emissie als gevolg van het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde i in de realisatie en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet
leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ha/jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming.
P(ÂDEROYEN TONNAER P222368018/RME, pagina 4van 7
Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaatop nabijgelegen Natura
2000
stikstofemissie
gebieden, in de
dan
huidige
kan
er worden
gekeken
situatie. Er wordt
dan
naar
deze
toename
een verschilberekening
ten opzichte
van
de
gemaakt tussen
het
huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase. Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Dit is het zogenaamde
intern salderen:
indien een
planvoornemen
per saldo (ten opzichte van
het
huidige, legale en feitelijke gebruik) niet leidt tot een overschrijding (intern salderen) dan is er sinds de Logtsebaan uitspraak (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:71) geen noodzaak meer tot een ontheffing in het kader van de Wnb.
Realisatiefase
Het planvoornemen bestaat uit het planologische:juridisch regelen van een voormalig bijgebouw dat
als burgerwoning wordt gebruikt. Er zijn derhalve geen bouwwerkzaamheden
betrokken
bij het
project. De fysieke omgeving van het plangebied verandert niet. Gebruikstase
Het gebruik van de woning leidt tot stikstofemissies in de vorm van stookemissies (gasgestookte CV installatie) en emissies ten gevolge van de verkeersgeneratie. Stookemissies
Om deze emissies in te kunnen schatting is allereerst aangesloten bij het gemiddeld gasverbruik voor
vrijstaande woningen op basis van CBS cijfers. Voor een vrijstaande woning is dat 2.240 m?. Het jaarlijks gasverbruik kan worden omgezet naar emissies in NOx
op basis van de Infomil publicatie
L40, Handleiding meten van luchtemissie. Hieronder s de input voor deze berekening weergegeven. Het gasverbruik wordt
in de regel voor een
dergelijke berekening
uitgedrukt in Nomaal
kubieke
meter, dit is het volume aardgas onder normale omstandigheden. Bij een gasverbruik van 2.240 m? is dat 2.363 Normaal kubieke meter (Nm?). Op basis van de formule kan met een dergelijk verbruik het droog
rookgasdebiet
worden
uitgerekend,
zijnde
20.952
Nm?/
jaar.
correspondeert volgens de formule met een jaarlijkse emissie van 1,46 kg NOx.
Een
dergelijk
debiet
P(ÄDEROYEN TONNAER P222398.018/RME pagina S van7
Berekening van NO ‚-emissie en afgasdebiet op basis van het brandstofverbruik
De NO,-emissie op jaarbasis wordt berekend met behulp van de volgende vergelijking:
Evo. NOx = 1.000.000 E
[kg/jaar]
Waarin:
F, = Droog rookgasdebiet onder staardaard condities [Nm”/jaar] o
= NO,-concentratie onder standaard condities [mg/Nm]
Voor de emissieconcentratie NO, wordt aangesloten bij de emissiegrenswaarde voor
stookinstallaties conform het Activiteitenbesluit, Cuox = 70 mg/Nm’. Onderstaande gegevens zijn onteend uit de Infomil publicatie L40, Handleiding meten van luchtemissie. 21
[Nm?/jaar]
D A V‚e =0,199 +0,234-H Waarin:
Foe =
brandstof verbruik [Nm ’jaar]
21 = zuurstofcocentratie in droge lucht [vol®%] vol% = zuurstofconcentratie [vol%] betrokken op droog rookgas waarnaar herleiding moet plaatsvinden; voorbeelden zijn 11 vol% voor afvalverbranding, 6 vol% voor het stoken van kolen en 3 Vol®% voor het stoken van aardgas.
H = verbrandingswaarde aardgas = 31,85 MJ/kg
Verkeersgeneratie
De verkeersgeneratie kan op basis van CROW gegevens worden ingeschat (rest bebouwde kom, matig stedelijk gebied). Voor een vrijstaande woning zijn dat 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Aeriusberekening Op
basis van
de constateringen
in de voorgaande
paragrafen
kan
nu
een
berekening
worden
gemaakt met de Aerius calculator voor de gebruiksfase. Uit de berekening gebieden
voor
de
blijkt dat er geen gebruiksfase
zie
stikstofeffect bijlage
optreedt 1.
voor
Significant
de omliggende negatieve
Natura
effecten
voor
2000 de
instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 gebied zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Er is geen ontheffing noodzakelijk
in het kader van de Wet natuurbescherming.
PO€DEROYEN TONNAER P222368.018/RME, pagina 6van 7
Conclusie
Op
basis van
het voorgaande
kan worden
geconcludeerd
dat op basis van een
doorrekening
significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten op de instandhoudingsdoelstellingen voor
Natura 2000 gebieden. Natuurbescherming.
Het planvoornemen
is niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet
Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,
Pouderoyen Tonnaer
(geanonimiseerd) R.P.E.F. van Meurs
Pazzs8
ISAE aga 7 207
Bijlage 1
Aerius berekening gebruiksfase
P(ÂDEROYEN c?)N NAER
a AERIUS
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen
stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort,
of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
=
Overzicht
=
Samenvatting situaties
=
Resultaten
=
Detailgegevens per emissiebron
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
wwwaerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
a AERIUS
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Pouderoyen Tonnaer Berlicumseweg 6D, 5248 NT Rosmalen
Activiteit Omschrijving
Eindhovenseweg zuid 69A
Toelichting
Gebruiksfase
Berekening AERIUS
kenmerk
S3mrjbkrUpJK
Datum berekening
28november2023, 12:22
Rekenconfiguratie
Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH»
Emissie
Gebruiksfase-Beoogd
2023
65gi
16kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase-
NO,
Beoogd
Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste
toename
Grootste afname
S3mrjbkrUpJK (28 november 2023)
2/6
[+]
Projectberekening
AERIUS
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023
Emissiebronnen
Emissie NH3
Wonen en Werken | Woningen | Stookemissies
&
Verkeersnetwerk
S3mrjbkrUpJK (28 november 2023)
Emissie NO, -
65g/i
15 kg/j
02 kg/j
3/6
[+]
Projectberekening
AERIUS
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
& >
KA &
> &
9*"n
&
& Terraweg
EN scP
m
Ie
® &
%
Skersweijel
500m
[D] Habitatrichtlijn
E Vogetichtijn
[D] Vogetrichtlijn, Habitatrichtlijn
E Niet bepaald
?\Üek\f\\
o
\k
@ Grootste toename (projectberekening)
© Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabelsop de kaart geven bij welke type situatiesde bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S3mrjbkrUpJK (28 november 2023)
416
[+]
Projectberekening
AERIUS
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend(ha
_
gekarteerd)
Hoogstetotale
Mettoename
depositie(mol
(hagekarteerd)
_ Grootste
N/ha/jr) Totaal
S3mrjbkrUpJK (28 november 2023)
-
Metafname(ha
toename(mol
_ gekarteerd)
_ Grootsteafname (mol N/hafjr)
N/hajjr) -
-
-
-
5/6
[+]
Projectberekening
AERIUS
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023
Wonen en Werken | Woningen Naam
Stookemissies
Locatie
x:157426,51 Y:389819,4 0,05ha
Oppervlakte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie
ED
Continue
_
Uittreedhoogte
_ 8,0m
NO:
Warmteinhoud _ 0,000MW Spreiding 1m
15kgij
Emissie
Wegverkeer| Weg
am Locatie Lengte
Verkeersgeneratie X:157357,76Y:389789,19 179,58m
Wegtype
Binnenbebouwdekom(doorstromend)
Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Typehoogteligeing Normaal Weghoogtet.0.v. maaiveld _Om Verkeer Max. snelheid Licht verkeer Voorgeschreven factoren Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren Busverkeer Voorgeschreven factoren
_
Type scherm Hoogte
Links Rechts NO. 0,2kg/ij NO: 264g{j ONH 656
Afstandtotdeweg
-
Aantal voertuigbewegingen 9,0/etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Infile 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag,
kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden
verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis
Deze berekeningis tot stand gekomen op basis van AERIUS versie
2023.0.1_20231106_3125d8b3c1
Database versie
2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S3mrjbkrUpJK (28 november 2023)
6/6