24108.08 - Bijlagen 1 tm 5 bij TOELICHTING
Tekst van het document
(archirmil BOUW-
&
Bouwesdtnfm
WILIEVADVISEURS
Historisch onderzoek
Eindhovenseweg Zuid 694 te Best rapport C222703.003/PHE
datum:
15 maart 2023
opdrachtgever:
Pouderoyen B.V., St. Stevenskerkhof 2 6511
VZ NIJMEGEN
KK
>
&
2
x o
& ©,
Dbehee*
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuidigd en / of openbaar gemaakt zonder schritelke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750
15 maart 2023
l
rapportnummer: 222703.003/PHE VERANTWOORDING
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd)
Adviseur
7 Ing. B.‘van den Bosch Teamleider
Archimil B.V.
Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tl.r. 0493-671818, Emai: nfo@archinil.nl Rabobank Iban NL7ORABOOT636.28.580,
Archimil BV
Kuk nr 17159750
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
l
rapportnummer: 222703.003/PHE SAMENVATTING
Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘circulaire bodemsanering 2013' en het ‘besluit bodemkwaliteit’. Voor een terrein aan de Eindhovenseweg Zuid 694 te Best is voor de beoogde bestemmingswijziging/ -legalisering een historisch bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5725. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht:
Gemeente
Best
Adres Kadastraal Coördinaten
Eindhovenseweg Zuid 692 te Best Sectie: B X:157.430
Oppervlakte onderzoekslocatie
570 m?
Nr: 2739 : 389.820
Op de locatie is een woning aanwezig welke is opgetrokken uit hout. In de bodem is plaatselijk een baksteenlaag en sporadisch een bijmenging met baksteen waargenomen, welke in lijn met de NEN 5707 als onverdacht voor een verontreiniging met asbest wordt beschouwd. Voor het overige zijn er geen aanwijzingen gevonden welke zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, mede omdat de feitelijk situatie ongewijzigd blijft, in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
I
rapportnummer: 222703.003/PHE INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1.
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK...
2
VOORONDERZOEK. 2.1.
GEOGRAFISCHE GEGEVEN:
2.2.
HUIDIG BODEMGEBRUIK .
2.3.
VOORMALIG BODEMGEBRUIK.
24.
MILIEUVERGUNNINGEN
2.5.
BODEMONDERZOEKEN
2.5.1.
3
TOEKOMSTIG GEBRUIK
2.7.
BODEMOPBOUW EN (GEO-JHYDROLOGIE .
2.7.1.
_ Algehele bodemkwalitei
2.7.2.
_
PFAS
2.8.
VELDONDERZOE
2.9.
CONCLUSIE VOORONDERZOEK .
VOORSTEL 3.1.
VOOR ONDERZOEK …
OPZET BODEMONDERZOEK …
3.1.1. 3.2. 4.
Stortplaatsen.
2.6.
_ Analysepakketten
_ UITVOERING BODEMONDERZOE
WIJZE VAN BEOORDELEN
EN INTERPRETATIE….
Bijlage 1 .
… overzichtstekening
Bijlage 2 …
… kadastrale gegevens
Bijlage 3 .
… locatietekening
Bijlage 4 .
boorstaten
Bijlage 5 …
literatuurlijst en geraadpleegde bronnen
Bijlage 6 .
„verzamelde informatie
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
1
rapportnummer: 222703.003/PHE
1.
INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK
In verband met de beoogde legalisatie van de bebouwing aan de Eindhovenseweg Zuid 69a te Best is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een historisch bodemonderzoek voor deze locatie uit te voeren.
Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de
beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Dit gebeurt onder-
meer door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, het houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige, huidig en toekomstig gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Het onderzoek is uitgevoerd volgens NEN 5725 [1]. Voor zover boringen zijn geplaatst is dit uitgevoerd conform protocol SIKB2001 [3] van de SIKB door hiertoe erkende monsternemers. Archimil is hiervoor gecertificeerd en erkend. Binnen de methodiek van NEN5725 worden een zevental aanleidingen voor het uitvoeren van een historisch onderzoek benoemd. Gezien het doel van onderhavig onderzoek is aanleiding (a) uit NEN5725 van toepassing: “opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. In het vooronderzoek voor het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek gaat het om aspecten die van belang zijn om de kans op bodemverontreiniging n te schatten. Indien deze kans er is, moeten de kritische parameters en de eventuele indeling in deelgebieden met verschillende bodemlagen of verschillende milieuhygiënische samenstelling uit het vooronderzoek blijken. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. Op basis van de gegevens uit het vooronderzoek is in hoofdstuk 3 een onderzoeksvoorstel voor vervolgonderzoek opgenomen en is in hoofdstuk 4 het toetsingskader beschreven. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 5. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer G. Willems.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
2
rapportnummer: C222703.003JPHE
Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
3
rapportnummer: 222703.003/PHE 2.
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. In bijlage 5 en 6 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie.
2.1.
Geografische gegevens
De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht:
Gemeente
Best
Adres
Eindhovenseweg Zuid 692 te Best
Kadastraal
Sectie: B
Nr:2739
Coördinaten
X:157.430
Y:389.820
Oppervlakte onderzoekslocatie
570 m?
Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied
Op de onderzoekslocatie is er geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving.
2.2.
Huidig bodemgebruik
Op de locatie is een uit hout opgetrokken woning aanwezig. De maaiveld ter plaatse van woning is licht verhoogd ten opzichte van de omgeving. Rondom de locatie is het terrein in gebruik als (naald]bos met struiken. Westelijk van de locatie is een puinweg gelegen richting de planlocatie.
2.3.
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch kaartmateriaal (bron: www.topotijdreis.nl) volgt dat de locatie in het verleden in gebruik is geweest als bosgebied. De omgeving bestond uit heide. Uit gegevens van BAG volgt dat de eerste bebouwing in 1951 is gebouwd. Op historisch kaartmateriaal is de bebouwing zichtbaar vanaf het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw. Gelijktijdig met de woning is aan de overzijde van de weg een waterplas zichtbaar. Gezien de huidige staat van de woning zal de oorspronkelijke bebouwing in het verleden een keer zijn vervangen. Op basis van luchtfoto's is de woning mogelijk in 2009-2010 her-/ verbouwd.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
4
rapportnummer: C222703.003JPHE
omstreeks 1990
omstreeks 2015
Het onderzoeksterrein zelf is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging.
24.
Milieuvergunningen
Voor zover bij de gemeente Best bekend hebben in het verleden geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden, zijn geen meldingen ingediend of vergunningen aangevraagd.
2.5.
Bodemonderzoeken
In het archief van de gemeente Best noch in het eigen art van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie of zijn directe omgeving. E
2.6.
Stortplaatsen
Uit de Stortplaatsenkaart Brabant volgt dat de locatie niet op of tegen een stortplaats is gelegen. De dichtstbijzijnde stort-
pla tsen zijn op e n afstand gelegen van tenminste 1 km. Archimil BV
$
\\
\
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
2.7.
Toekomstig gebruik
Ter plaatse van het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst een legalisering van de huidige woonbestemming plaatsvinden. De huidige bestemming wonen zal voor het perceel worden omgezet naar wonen. Het feitelijke gebruik zal ongewijzigd blijven.
2.8.
Bodemopbouwen (geo-Jhydrologie
Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan circa 17 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond. G
*
eokeië
-
Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel
Formatie van Stramproy
Zwak sîtig in tot matig grof zand Grof zand en grnd Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselike leem, grind en Kleilagen
mt3ep0r De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1,5 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk richting de zuidelijk gelegen waterpartij gericht. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordwestelijk gericht. Door de aantrekkende werking van Aquabest lijkt lokaal sprake te zijn een zuidoostelijke stroming (zie uitsnede). Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6].
2.8.1.
Algehele bodemkwaliteit
De gemeente Best maakt gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan (20 maart 2020) waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De planlocatie is gelegen in de zone buitengebied. De kwaliteit van de boven- en ondergrond van onverdachte locaties in deze zone voldoet gemiddeld genomen aan de achtergrondwaarden (Landbouw/natuur).
De gemeente Best maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart. Hierin heeft de locatie de functie Landbouw/Natuur toegekend gekregen, omdat feitelijk de locatie (nog) niet geregistreerd staat voor wonen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
8
rapportnummer: 222703.003/PHE
Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn toe te schrijven aan de verzuring van zandige gronden in de regio, waardoor metalen uit de grond spoelen naar het grondwater. Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terecht komen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet.
2.8.2.
PFAS
In het rapport ‘“Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie is voor zover bekend geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een geactualiseerd handelingskader PFAS opgesteld (versie 13 december 2021) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 ug/kgds (PFOA) danwel 1,4 wg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant maken gebruik van een Bodemkwaliteitskaart voor PFAS (d.d. 28 oktober 2020). Aangezien de berekende P80 waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor Landbouw] Natuur, hebben de samenwerkende omgevingsdiensten ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk Handelingskader van 2 juli 2020.
2.9.
Veldonderzoek
Op 3 maart 2023 zijn, tijdens het locatiebezoek en verspreid over de locatie, door de heer B. Schoenmakers van ons kantoor een vijftal proefboringen geplaatst (nrs. 101 t/m 105). De plaatsen van de boringen zijn weergegeven op de tekening in bijlage 3.
Foto's van de onderzoekslocatie - d.d. 3 maart 2023 Een beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen in de boorstaten in bijlage 4. Hieruit volgt dat sprake is van een zwakke tot matig humeuze donkerbruine bovengrond. In de bovengrond van boring 104 (oostelijke oprit) is van 0,3-0,5 m-mv een pure baksteenlaag waargenomen. In de ondergrond van boring 101 zijn sporen zuivere baksteen waargenomen. Voor het overige zijn geen waarnemingen gedaan welke zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
7
rapportnummer: 222703.003/PHE
Op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De pure baksteenlaag en de sporadisch waargenomen bijmenging met zuivere baksteen geven, op basis van bijlage E van de NEN5707, geen aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest.
2.10.
Conclusie vooronderzoek
Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op de locatie is een woning aanwezig welke is opgetrokken uit hout. In de bodem is plaatselijk een baksteenlaag en sporadisch een bijmenging met baksteen waargenomen, welke in lijn met de NEN 5707 als onverdacht voor een verontreiniging met asbest wordt beschouwd. Voor het overige zijn er geen aanwijzingen gevonden welke zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, mede omdat de feitelijk situatie
ongewijzigd blijft, in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie opgenomen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
8
rapportnummer: 222703.003/PHE 3.
VOORSTEL
VOOR ONDERZOEK
Op basis van de verzamelde gegevens in hoofdstuk 2 wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Indien voor een ander kader (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning bouwen) toch onderzoek gewenst is, wordt in paragraaf 3.1 een onderzoeksopzet gepresenteerd. De te stellen kwalitatieve eisen zijn in paragraaf 3.2 opgenomen.
3.1.
Opzet bodemonderzoek
Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de
onderzoekslocatie (circa 570 m?) onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen
Aantal te analyseren (meng)monsters.
Boring tot
En boring tot
En boring met
05m
grondwater ”
peilbuis
Grond Bovengrond
4
1
1
1
Grondwater Ondergrond
1
1
1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegelzich dieper dan 2,0 m beneden het maaïveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.
Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon.
3.1.1.
Analysepakketten
De toegepaste analyse-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu‚Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (B2,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (6C), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOC! (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform
Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden worden grond(meng)monsters onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
g
rapportnummer: 222703.003/PHE
3.2.
Uitvoering bodemonderzoek
De veldwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodemonderzoek door een daartoe erkende veldwerker in dienst van een gecertificeerd onderzoeksbureau. De uit te voeren veldwerkzaamheden bestaan uit: 1. het verrichten van de boringen en het plaatsen van peilbuizen; het inmeten van de boringen
n>o
het bemonsteren van de (water)bodem
het bemonsteren van het grondwater en het uitvoeren van veldmetingen hiertoe; visueel en (passief) organoleptisch onderzoek van de monsters.
De grondboringen worden met handkracht uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ongelakte edelmanboren. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt.
Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind, waarboven een kleistop wordt aangebracht. Het niet-geperforeerde gedeelte wordt verder met de oorspronkelijke grond omstort waarbij de oorspronkelijke bodemlagen zoveel mogelijk worden hersteld. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 30 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters dienen te worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodemonderzoek.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
10
rapportnummer: 222703.003/PHE 4.
WIJZE VAN BEOORDELEN
EN INTERPRETATIE
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht:
de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; de interventiewaarde (} geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft
voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent Ïs; de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort. Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde;
-
matig verontreinigd
concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde;
-
sterk verontreinigd
concentratie hoger dan de interventiewaarde.
Voor asbest zijn geen achtergrondwaarden of tussenwaarden vastgesteld. Hiervoor geldt alleen een interventiewaarde die is vastgesteld op 100 mg/kgds gewogen (gehalte chrysotiel-asbest plus tienmaal het gehalte aan amfiboolasbest). Ook de hergebruikswaarde voor asbest in grond en in puin ligt op dit gehalte. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de regeling uniforme saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdK-M) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE BIJLAGEN
Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale hodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk
afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
emno s
E
E
,
Archimil BV
Bedrijvenpalk, &
Breeven
*
OPDRACHTGEVER: C222703.003/PHE
bijlage 1
Pouderoyen B.V.
overzichtstekening
WERK:
BRON:
Historisch bodemonderzoek aan de
OpenStreetMap
Eindhovenseweg Zuid 69 te Best
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
bijlage 2
kadastrale gegevens
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
Kadastrale
kaart
Uw
referentie:
C222703
2739
2812
19
520
e mm
12345 Peceerumme >
Deze kaartis noordgericht
Schaal1: 500
:"‘Ë"“'"":'… ij Vooe aa g
Kadastrale gemeente Secte
W
M
Perceel
‚Administraieve kadastrale grens
2m j
kadaster s
Best
2739
Bebouwing ‚an di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ortleend.
Voor een eensluidend uitreksel geleverd op 16 maart2023 De bewaarder van het kadasteren de openbare regsters
__
De Dienst vor hetkadaster en de openbare regiters behoudt zch de telectuele eigendomsrechten voor, Waaronder het auteursrecht en hetdatabankenrecht.
Eindhovensew
kadaster
B‘Es‘l B2739
(‘:22‘2703 Eindhovensew 1‘6»03-2U23 -10:48 _ S11149539084 15-03-2023- 1À:59
15‘-03-2023 -14:59
1vant
Eigendomsinformatie
©?
ALGEMEEN Best
Kadastrale aanduiding
B 2739
Kadastrale objectideificatie:
Locatie
030290273970000
Eindhovenseweg-Zuid 69 A 5683 BAG
PW
Best
identifeatie:
0752010000005245
Lorntegegevens zjn onleend aan de Baisregistrati Adressen en Gebouwen
Kadastrale grootte Grens en grootte
570
m2
Vastgesteld
Coördinaten
157440
Omschrijving
Wonen
Ontstaan
Best
uit
- 389818
B 2677
AANTEKENINGEN
Er zijn geen beperkingen bekend.
Publiekrechtelijke beperking
RECHTEN 1
Afkomstig uit stukken
Eigendom (recht van) Hyp4 40271/46 Eindhoven
Ingeschreven op
29-11-2004 om 09:00
Hyp4 2366/62 Eindhoven Hyp4 2311/12 Eindhoven Hyp4 2112/79 Eindhoven Hyp4 2101/88 Eindhoven Hyp4 2064/84 Eindhoven Naam gerechtigde Adres
Postadres
Geboren Overleden
Burgerlijke staat
(geanonimiseerd) Zie akte(n)
nsluidend itreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbareregsters. kadaster en de openbare egisters behoudt ten aanzien van de kacastrale gegevens zich hetrecht voorals bedoeld n arke 2 i Jncto atikel $ d 3 van de Databankerwet Heeft U nog wagen? Neem contact op met de Kantenserie, Voor
eenee
De Dienst oor
het
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
bijlage 3
locatietekeningen
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
N 0
10
20
n o
30
,
40m
O
(Grchimil
Koningsplein 18 5721 T:
O
ps:
|Pouderoyen
onderzoekslocatie
Onderwerp
situatietekening
©
boring tot 50 cm-mv
e
boring > 50 cm-mv
Locatie
peilbuis
Projectnummer Datum Getekend
Agen 671818
//m
Opdrachtgever —
&
0493
archin.l
Eindhovenseweg-Zuid 69A Best | C222703 03-03-2023 Tekeningnr: BJA
|
Schaal
|1:500
001 [Formaat|
A4
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
bijlage 4
boorprofielen
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
Meetpunt:
101
Meetpunt:
102
332028
392023
9o
Zond a
j
homous.
n
Zond a
H
zea
i
zak
Zond
Edetmanboor
zeak <
humeos.
newraabrn,
Zand m
n k
zeak 2I
matg
Eseimanboor
a
neuraat
Zand a
e
zwak S
a
H
neuraalgee,
g
humeus. Spoen take n, oiezuan. Edelmenboor
b
n
orkeroin,
Ecaranboor
Zand
ax
matg
humoos:
I
n
zoak s
Esemarzoor
m
103
104
332028
392023
g
Zond a humeus:
H
2ak
Gonkerrn,
s
a
Edeimarboor
Zond
matg
humoos:
o
n
zeak 2I
orkeroin,
baxteennoudnd,
zand.neUraalrocd
Zand a humeus:
Zand
i
zaak a
onkerrur,
t
n k
a
Eseimarbeer
g
hamaus zvak g
Meetpunt:
105
392028
Zand a humeus:
H
zaak a
onkerrur,
Zand t hamaus.
j zwak g neuraa
Zand a
a
Eseimarbeer
zak
B
n
nboor
(archinmil
Projectcode: C222703
Zond
a
humeus,
n
Ie
matg
Eseimanboor
o
Eseemanbeor
zoak s
gezwar,
Zand matg H
zoak s
neuraalgee,
Esemarzoor
a
Legenda (conform NEN 5104)
geur
J
e20
Grind,sitig
Grind, zwak zandig
geen
‘matige
Grind, uiterst zandig
Klei,sterk zandig Zand, llig
Zand, zwak sitig
Zand, matig sitig
Zand, sterk sitig
Leem, zwak zandig
N
t
Zand, uiterst sitig
overige
toevoegingen zwak
humeus
uiterste geur
Ê
Voon, mineraalarm
ä
Veen, zwak kleig Veon, sterk kliig
Veen, zwak zandig Veen, sterk zandig
IJ È \ífll Ü]]
matig humeus sterk humeus zwak grindig matig grindig sterk grindig
geen olie-water reactie zwakke
olie-water roactie
‘matige olie-water reactie sterke uiterste
„ :
H
olie-water reactie olie-water rectie
ë
” 10 >100 >1000 >10000
monsters
[ vemsenen _ L
veen
Ê
zeano s
geur
sterke geur
Grind, matig zandig
Grind, sterk zandig
geur
zwakke geur
vonmerns
oveig 4
bijzonder bestanddeel
4
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
#
grondwaterstand
#
Gemiddeld
E
laagste grondwaterstand
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
bijlage 5
literatuurlijst en geraadpleegde bronnen Nederlands Normalisatie-Instituut, bodem-/andbodem, onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van vooronderzoek hij verkennend en nader onderzoek NEN 5725 oktober 2017. Nederlands Normalisatie-instituut, 4odem-/andbodem, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek — Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond NEN 5740:A1, februari 2016. Nederlands Normalisatie-instituut, 4odem —/nspectie, monsterneming en analyse van ashest in de hodem. NEN 5707:C2, december 2017.
Nederlands Normalisatie-instituut, 8odem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NEN 5717, december 2017 Protocol 2001, plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, SIKB versie 6.0, februari 2018. Dienst Grondwaterverkenning TNO, Grondwaterkaart van Nederland centrale slenk, Delft/Oosterwolde, november 1983.
RIVM, Aanpak van veldonderzoek bij gevallen van lokale bodemverontreiniging, Den Haag,
januari 1985 (Reeks Bodembescherming nr. 56). Ministerie van VROM, Círculaire bodemsanering 2013, Den Haag, 2013. Ministerie van VROM, Bes/uit Bodemkwaliteit, Den Haag, januari 2021 10.
Ministerie van VROM, Aegeling Bodemkwaliteit, Den Haag, januari 2021
11.
Ministerie van VROM, Bes/uit Uniforme Saneringen, Den Haag, februari 2006
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
Algemene bronnen terreinbezoek;
telefonisch contact met opdrachtgever, de heer G. Willems; contact met de eigenaar, mevrouw M. van de Sande — van de Ven informatie van de gemeente Best; * afdeling VROM (milieu- en bouwvergunningen, bestemmingsplan, bodemrapporten e.d.); bodemkwaliteits- en functieklassenkaart gemeente Best (versie 2020-2025);
historische milieuvergunningen (https://bhic.nl); Bodemkaart van Nederland (https:/lpdokviewer.pdok.nl! BRO-bodemkaart); Grondwaterstroming 1° WVP (https://lwww.grondwatertools.nl/grondwatertools-viewer);
Bodemloket (https://www.bodemloket.nl/kaart}; Omgevingsrapportage Noord-Brabant (https://noordbrabant.omgevingsrapportage.nl!); DINO-loket, informatie over de Nederlandse ondergrond (https:/Iwww.dinoloket.nl/ondergrondmodellen);
Grondwaterwinningen Brabant (https://lwww.schoonwater.nl/bewoners/plattegrond%o20winningen.pdf); NAP informatie (https://www-ahn.nllahn-viewer); Topografische Atlassen (https://topokaartnederland.nl!); Historische kaarten (http:/[lwww.topotijdreis.nl); Stortplaatsenkaart Brabant (https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen);
Militair erfgoed (http:/[lwww.ikme.nllikmekaart.html); Niet gesprongen explosieven (NGE) (https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/);
Kadastrale informatie (https://mijn.kadaster.nl); Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl[);
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
15 maart 2023
rapportnummer: 222703.003/PHE
bijlage 6 Verzamelde informatie
Overzicht informatiebehoefte ten behoeve van het vooronderzoek
Onderzoeksaspecten
AJBIC/DJ/E/|F/|G
1. Locatiegegevens
Eigendoms-situatie Hoogteligging
2. Bodemopbouw en
Bodemopbouw
x
Geohydrologie
X
3. verwachting
Geval van ernstige verontreiniging
X
bodemkwaliteit
Voorgaande bodemonderzoeken
X
geohydrologie
Antropogene lagen in bodem Stortplaatsen
X X
X X
Bodemkwaliteitskaart
X
4 Gebruik en beïnvloeding
Voormalig
x
van de locatie, verdachte
Huidig
X
situatie, activiteiten, calamiteiten
Toekomst Asbestverdacht
X X
5. Terreinverkenning
Huidig
X
Proefboringen verplicht
optioneel niet verplicht A.
hypothese tbv bodemonderzoek
B.
hypothese tbv nul- of eindsituatie
C.
hypothese ontvangende bodem BBK
D.
hypothese tbv partijkeuring
E.
opstellen Bodemkwaliteitskaart
F. G
ontgraven en toepassen cf BBK risico's bij TUP en projectmatig grondverzet
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID EINDHOVENSEWEG ZUID 69A TE BEST
Opdrachtgever: Projecinr: Datum:
Pouderoyen Tonnaer POUO36 21 december 2022
kragjten
QUICKSCAN
EXTERNE VEILIGHEID
EINDHOVENSEWEG ZUID 69A TE BEST
Opdrachtgever Projectnr: Rapporinr:
Pouderoyen Tonnaer
Status
Definitief
Datum:
21
POUO36 20221221-POU035RAPEV december
1.0
2022
Opsteller: PC
T088-33
66
333
F088-33
66 099
Verificatie: RA
E info@kragten.nl Validatie:
&
)
RA
krasjten
INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 2
TRANSPORTASSEN..
21
22 221
ih
23
24
Tronspot over wegen..
25
Transport over het spc
3
BUISLEIDINGEN
31
Inleiding.
32
33
4 41 42 43
5
CONCLUSIE...
ES5ns
INLEIDING In opdracht van Pouderoyen Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's ten behoeve van een plan aan de Eindhovenseweg Zuid 69A te Best. Het voornemen befreft de legalisatie van een woning. Aangezien de woning niet binnen de vigerende bestemming past, wordt een uimtelijk procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een von de milieuaspecien die beschouwd
moet worden
De globale ligging van het plangebied (rode arcering] is in de onderstaande afbeelding weergegeven
Afbeelding J
_ Globale lgging plangebied [bron: Opentopo]
In hef kader van het onderzoek naar het planvoormnemen dienen de externe veiligheidsrisicos ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico's kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes [weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlike stoffen bi inrichtingen. In deze guïckscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de nwulling van het plongebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzokelijk.
TRANSPORTASSEN 21
Inleiding Eén van de oandachspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico's vanwege het transport van gevaarlijke stoflen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen conseguenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
22
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De
tegelgeving rond de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 aprl 2015 uit de Wet vervoer gevoarlike stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307).
De Wugs vervangt de nota en de Círculaire Risconormering
vervoer gevoarlijke stoffen [Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid tronsportroutes (Bevi| worden ‘normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico's, het plaatsgebonden risico en het groepstisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke Iransportroutes de externe veiligheidsrisico's bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART] is vastgelegd hoe de rsico's van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico [PR] en het
groepsrisico (GR]
Hel PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer ransportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in &én keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute.
Overeenkomstig het Bevt [arikel 8, lid 1 en de HART (paragraaf 2. 1} hoeven geen beperkingen aan het
tuimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligf. Indien de risicobron op meer dan 200 meter ofstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de [foename van] de hoogte van het groepsrisico.
Een (beperkte| verantwoordingsplicht voor de hoogte van hef groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1%
letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modoliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteitis in navolgende tabel 1 weergegeven
Tobel 1 _ nvoedsgebied per stofcategorie water
IF]
2 U1 LT
U3 14
GFI F!
GF3 T. T.
GT4 TS
22.1
Gemeentelijke beleidsvisie De gemeente Best heeft een eigen beleidsvisie extere veiligheid!. In de beleidsvisie word ingegaan op de wijze waarop de gemeente Best omgaat ten aanzien van de besluitvorming, zodat de gemeente haar burgers een veiige leefomgeving kan bieden. Daar waar van toepassing, zal nader op de beleidsvisie ingegaan worden
23
Transport over waterwegen Ten aonzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van heft vervoer van gevaarlijke stoffen over het woter zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan
Op basis van de afstanden die in tobel T zijn genoemd, blijk dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke
stoffen die over water vervoerd worden, 1.070 meter bedraagt [GT3stoffen]. Binnen een afstand von 1.070 meter liggen geen waterwegen waar structureel Iransport van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt.
De risico's als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmeringen voor de planvorming, uit het oogpunt van externe veiligheid
24
Transport over wegen Ten aonzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over
de weg zijn uitsluitend de Iransportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A-en N+wegen. De mogelijk relevante wegen in de nabijheid van het plangebied zijn weergegeven in afbeelding 3. Het betreft de volgende wegen: A2
-A50 -A58
| Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Best, d.d.
16 juli 2009
WoenseIN
Albeelding2
_ Globale lgging plangebied [rode ciïkel}!en opzichte van wegen (bron: PDOK]
A2
De rijksweg A2 [wegvok B62] l op een afstand von citca 70 meter ten oosten van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. De A2 heeft geen PR 10°isicocontour en ook geen plosbrandaandachtsgebied PAGJ. Deze aspecien vormen geen aondachtspunt voor de planvorming Aangezien het plan op minder dan 200 meler van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogfe van het groepsrisico een aandachtspun!. Onderstaand wordt op basis van de vuistregels uit de HART bepaald of de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico berekend moet worden met behulp van het rekenprogramma RBM |I Vuistregels belsing groepstisico. Toefsing oriëntatiewaarde: Vuistegel Ì:
_ Wanneer de vervoersstroom gevaarlike stoffen in tonkwagens [bulkvervoer] stoffen beva uit de categorieën [T3, GTA of GT5 [ongeacht de aantallen] pas dan RBM I toe.
Vuistregel 2
Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tobel 1-4 (eenzijdige bebouwingl of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-5 (2zijdige bebouwing] wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
? Het plasbtondaandachtsgebied is een gebied als bedoeld n het Besluít extere veiligheid ronsporroutes. Dit s een gebied von 30 m patoll oon weerszijden von bepoalde transportroutes waorover grote hoeveelheden zeer brondbore voeistofien worden
vervoerd
rasften
Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde:
Vuistregel 1:
Wanneer de vervoersstoom gevaarlijke stoffen in tankwagens [bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën [T3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen| pas dan RBM I! toe.
Vuistregel 2:
__ Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-4 (eenzijdige
bebouwing] of in Tabel 1-5 (2zijdige bebouwing] wordt de oriënatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden
Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 20 19} blijkt dat over de A2, ter hoogte van het plangebied [F1, UF2, LT1, LT2, GF3 en GT3stoffen worden gefransporteerd. Het aantal GF3ransporten bedraag! 4.000 per Iaar. Aon uistregel Ì wordt derhalve voor beide toetsingen voldaan. In onderhovig geval s sprake van eenzijdige bebouwing. De kleinste afstand lusen een gebouw en de as van de A2 bedraagt circa 80 meter. Bij een transportaantal van 4.000 GF3ransporten wordt de oriëntatiewaarde pas overschreden bij een populaliedichtheid van meer dan 400 personen/ha. Voor de toefsing aan 10% van de
oriëntatiewaarde volgt een overschrijding bij een dichtheid van circa 150 personen/ha. Dergelijke hoge personenaantallen worden in de onderhavige situatie niet behaald [dagperiode ca. 16 pers./ha, nachtperiode
ca. 6 pers./ha). Geconcludeerd wordt dat ook na de planvorming de oriëntatiewaarde en de 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden
Op basis van he gestelde in artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes hoeft de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico niet kwaontitatief inzichtelijk te worden gemaakt. Welligt het plangebied als gevolg van de transporten met toxische vloeistoffen (LT] en [T2), brandbare gassen (GF3] en toxische gassen GT3] binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico's als gevolg van hef transport van gevaarlijke stoffen over de A2 [toxisch en BIEVE scenario) dienen te worden meegenomen in een beperkte verantwoording. A50
De rijksweg A50 [wegvak B8] ligt op een afstand van ruim 900 meter en zuiden van het plangebied. Deze weg
is eveneens opgenomen in het Basisnel weg. De A50 heeft geen PR 10%-isicocontour en ook geen PAG, waardoor deze aspecen geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogfe van het groepstisico geen aandachtspunt. Uit de jaarintensileiten van Rijkswaterstaat [juni 2019) blijk dat over de A50, ter hoogfe van het plangebied [F1,
LF2, [T2 en GF3sstoffen worden gefransporteerd. Het plangebied ligt op grond van deze stoffen niet binnen het invloedsgebied van de A50, waardoor de risico’s als gevolg van het transport van gevaarljke stoffen over de ASO geen belemmering vormen voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is nief aan de orde A58
De rijksweg ASB [wegvak 8141 ligt op een afstand van circa 1,9 kilometer en zuiden van het plangebied Deze weg is eveneens opgenomen in het Bosisnet weg. De A58 heeft een PR 1O6-isicocontour van 18 meter en
een PAG. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen aandachtspunt voor de planvorming Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 20 19] blijkt dat over de A58, ter hoogfe van het plangebied [F], UF2, LT1, [T2, GF1, GF2, GF3, GT3 en GTAstoffen worden gefransporteerd. Op basis van de voornoemde stoffen ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen [GT4]
De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A58 [loxisch scenario] dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
25
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg von hef vervoer van gevaarlijke stoffen
over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Op circa 1.300 meter van het plangebied lig het spoortrgject ‘Boxtel Eindhoven” [route 1 2). Dit spoortrgject is
opgenomen in het Basisnet spoor. Uit Bijlage I! Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet, heeft deze spoorlijn een PR 1O%isicocontour van 6 meter en een PAG. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen aandachtspunt voor de planvorming. Ook de hoogfe van het groepsrisico vormt geen belemmering aangezien het plan op meer dan 200 meter van het spoortraject is gelegen. Op basis van de voooemde bijlage blijk: dat ter hoogte van het plangebied stofcategorieën A, 82, C3 en D3
worden getransporteerd. Het plangebied ligt op grond van de voornoemde stoffen niet binnen het invloedsgebied van deze spoorhin.
De risico's als gevolg van het transport van gevaarljke stoffen over het spoor vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
3
BUISLEIDINGEN
31
Inleiding Bij de realisatie van (beperk!] kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het transport van
gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden tsicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt gelransporteerd, de diepteligging, diometer en wanddikie van de buisleiding. Ten aanzien van de exerne veiligheid gaat het vooral om de tisico's in het geval iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reik. Bepaald
dient 1e worden of evenueel aanwezige buisleidingen conseguenties kunnen hebben voor het plangebied
32
Wettelijk kader Per Ì januari 201 1 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb} in werking gefreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi. Dat betekent dat de toetsings en
bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico [PR] en een afstand voor
het invloedsgebied van het groepsrisico (GR]. Voor het PR geldt dat binnen de 10°-isicoconlour geen kwesbare objeclen mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde Voor het GR geldt indien objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht
33
Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico's van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht Ie krjgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek
buisleiding in bestemmingsplannenHandreiking voor opstelers van bestemmingsplannen [geactualiseerde versie 2016] geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1 %etalfteisgrens bij hogedrukaardgastransporlleidingen blijk: dat de grootst mogelijke 1%letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt.
Uit de signgleringskaart blijk! dat binnen een ofstand van 580 meter von het plongebied geen hogedruk aardgosleiding aanwezig is, maar op cítca 450 meteris wel een leiding van Defensie Pipleiding Orgonisatie (DPO] aanwezigis. weergegeven.
In afbeelding 3 is de ligging van deze leiding ten opzichten van het plangebied
Albeelding3 _ ligging van plangebied (rode prikker|!.v. ransporleiding (bron: Signaleringskaart] In de onderstaande tabel is de relevonte informatie van deze buisleidingen samengevat. Tobel2
_ Eigenschappen buisleiding
Buisleiding DPOleiding
Diameter 7 inch
Druk 80 bar
l%letaliteit | Afstand tot plan 30 meter ca. 450 meter
Uit bovenstaande tobel blijkt dat het plangebied niet binnen hef invloedsgebied igt van deze buisleiding. Het transport van gevoorlijke stoffen door buisleidingen vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
11
E
4
EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN
41
Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het
plon ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlike stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient le worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie
42
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovol|e installaties bij inrichtingen worden ten aanzien von het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het
Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen [PGS]. Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren
veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo 201S), hef Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi], de Cireulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit
Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circuloire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet worden overschreden, vallen activiteiten
met de opslag van ontplolbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanwullende voorschriten zijn opgenomen in een individuele milieuwergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in Ie respecleren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico
43
Inventarisatie relevante inrichtingen Met behdp van de signaleringskaartis bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel nvloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uisnede in novolgende
afbeelding s de ligging von relevante inrichtingen in de direcie omgeving van het plangebied weergegeven.
12
merzo v ammoniak
opsiag emplacement
ontplofbarestoften defense
vaurwerk nuciear
)
,
a
veigheidsfstanden
Albeelding4 _ ligging plangebied [rode prikker]to.v. inrichtingen (bron: Signaleringskaart] Uit bovenstaande ofbeelding blijk! dat het plangebied binnen een invloedsgebied van een rsicovolleinrcting in de omgeving is gelegen Imperial Chemical logistics Het plangebied g deels binnen het invloedsgebied van Imperial Chemieal Logisics, gelegen aon de Ekkersrij 7604 te Son en Breugel. Binnen de inrichting vindt op- en overslag van gevaarlijke stoffen plaats. De inrichting heeft een groot invloedsgebied (straal > 2,5 km}. Op grond van de omvang van dt nvloedsgebied en de ligging van het plangebied aan de uiterste rand von het invloedsgebied, is het niet aannemelijk dat het plangebied, bestaande uit één woning, tot een toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied leid Wel dienen de risico's als gevolg van deze inrichting (loxisch scenario] meegenomen te worden in een beperkie verantwoording van het groepsrisico.
13
5
CONCLUSIE In opdracht van Pouderoyen Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's ten behoeve van een plan aan de Eindhovenseweg Zuid 69A te Best. Het voornemen betreft ‚een legalisatie van een woning. Aangezien de woning niet binnen de vigerende bestemming past, wordt een uimtelijk procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden.
Transport over het water en spoor Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een waterweg of spoorlijn waarover structureel transport
van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water ‚en het spoor vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over de weg Gebleken is dt het plangebied op kleine afstand van de rijksweg A2 is gelegen. Aan de hnd van de wistregels uit de HART is aangetoond dat het groepstisico als gevolg van het planvoornemen niet loeneemt en zowel in de huidige als toekomstige situatie lager is dan O, Ì maal de oriëntatiewaarde. Verder s gebleken dat het plangebied binnen hef invloedsgebied van de A2 en de A58 is gelegen. De risico's
als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch en BLEVE scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording Buisleidingen
Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding, waardoor het transport van gevaarlijke
stoffen door buisleiding geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verontwoordingsplicht is niet aan de orde.
Inrichtingen
Het plangebied bevindt ligt deels binnen het invloedsgebied van de inrichting Imperial Chemical Logisties dt in de omgeving van het plan is gelegen. De hoogte von hef groepsrisico zal als gevolg van de planvorming niet toenemen, aangezien het plan van zeer beperkte omvang is [één woning] en aan de uiterste grens van het Invloedsgebied i gelegen. Wel dienen de risico's als gevolg van deze inrichting (toxisch scenario} meegenomen te worden in een beperkte verantwoording
14
VERANTWOORDING
HOOGTE GROEPSRISICO
EINDHOVENSEWEG ZUID 69A TE BEST
Opdrachtgever Projechnr: Datum:
Pouderoyen Tonnaer POU036 21 december 2022
kragjten
VERANTWOORDING
HOOGTE GROEPSRISICO
EINDHOVENSEWEG ZUID 69A TE BEST
Opdrachtgever Projecinr Rapporinr:
Pouderoyen Tonnaer
Status
Definitief
Datum:
21
POU036 20221221POU036NOTVGR december
1.0
2022
Opsteller: PC
T088-33
66
333
F088-33
66 099
Verificatie: RA
E info@kragten.nl Validatie: RA
krasjten
1
INLEIDING In opdracht van Pouderoyen Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's ten behoeve van een plan aan de Eindhovenseweg Zuid 69A e Best. Het voornemen betreft de legalisatie van een woning. Aangezien de woning niet binnen de vigerende bestemming past, wordt een uimtelijk procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd
moet worden
In hef Besluit exerne veiligheid transportoutes [Bevi en Beslut extere veiligheid inrichtingen [Bevi]is vostgelegd wanneer en op welke wijze de hoogte van het groepsrisico moet worden verantwoord. Deze nofitie geeft nwulling aan de veranwoordingsplicht De ligging van de planlocari is in novolgende afbeelding weergegeven
Albeelding I
Globale ligging plangebied (bron: Opentopo}
RISICOBRONNEN Uit een inventarisatie’ is gebleken is dat in de omgeving van het plangebied enkele risicobronnen aanwezig zijn. Onderstaand wordt een korte opsomming van deze bronnen gegeven. Transport over de weg Gebleken is dat het plangebied op korte afstand van de rijksweg A2 is gelegen. Aan de hand van de wuistregels uit de HART is aangetoond dat het groepsrisico als gevolg van het planvoornemen niet toeneemt en zowel in de huidige als toekomstige situatie lager is dan 0, Ì maal de oriëntatiewaarde.
Verder is gebleken dat het plangebied binnen het invloedsgebied van de A2 en de A58 is gelegen. De risico's
als gevolg van het !ransport van gevaarlijke stoffen over de weg [!oxisch en BIEVE scenario] dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording Inrichtingen
Het plangebied bevindt ligt deels binnen het invloedsgebied van de inrichting Imperial Chemical Logistics dat in de omgeving van hef plan is gelegen. De hoogte van hef groepsisico zal als gevolg van de planvorming niet toenemen, aangezien het plan van zeer beperkte omvang is [één woning) en het plangebied gesîtueerd is aan de uiterste grens van het invloedsgebied. Wel dienen de risico's als gevolg van deze inrichting oxisch scenario) meegenomen te worden in een beperkte verantwoording.
! Guickscan externe veiligheid, Eindhovenseweg Zuid 69A Ie Best, ropporinr. 2022122 1-POUO36RAPEV 1.0, d.d. 21 december 2022 door Kragten
UITWERKEN VERANTWOORDINGSPLICHT Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe
veiligheidstisico's i het plangebied worden geaccepleerd en welke maatregelen zijn getroffen om hef rsico zoveel mogelijk te beperken. Het inwllen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verontwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het
maken von ruimtelijke keuzes. Deze verontwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.
Het Besluit externe veiligheid transportroutes [Bev geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een weltelijke adviestaak bij het inwlen van de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale
brandweer/Veiligheidsregio gaat vooral over hef groepstisico en mogslijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergrolen De verontwoording van het groepsrisico heeft betrekking op de in hoofdstuk 2 beschreven relevonie risicobromen
Bev Transport over de weg In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waarbij de verantwoording dient n te gaon op de volgende onderdelen:
9.
de mogelijkheden tof voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en
b.
voor zover dt plan of die vergunning befrekking heeff op nog niet aanwezige kwetsbare of bepeikt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een romp voordoet.
Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en een inrichting, dient binnen de planlocatie tekening te worden gehouden met een toxisch en BLEVE scenario. Toxisch scengrio [A2, A58 en inrichting]
Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagen of -container met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incidentof als gevolg van een incident bij een inrichting. Hierbij komen de
toxische stoffen vij n de vorm van een plas of een wolk. Bij een toxische plas zal deze vervolgens [gedeelilik] verdampen, waarbij een toxische wolk word gevormd. Afhankelijk van de windhichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven BLEVEscenario [A2)
BLEVE is een ofkoring voor Boiling liguid Exponding Vapour Explosion” [kokende vloeistofgasexpansieexplosie]. Er bestaat een koude en een warme BIEVE. Bij een koude BIEVE explodeert de lank meleen. Bij een worme
BLEVE explodeer! de lonk als gevolg van een brandhaard
Bestrijdbaarheid/beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzefbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in slaat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adeguaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswalervoorzieningen, maar cok de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteer de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid” van brondweer Nederland.
Uit bovengenoemde handeiding volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar ongfhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteien het plongebied bereikbaar s Zorgnorm
De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomstijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaal uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdrijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren tofdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats van het incident. De uituklijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwilig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. Bestijdbaarheid per scenario
Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stointensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van
bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is mef het oog op een toxische scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de
risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron Een koude BEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen meteen explodeer!. Gezien de snelle ontwikkelijd zijn
r geen mogelijkheden voor bronbestijding en primaire effeclbesfrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestijden van secundaire branden Voor het voorkomen van een warme BIEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. Zelfredzaamheid
Zelfedzoomheid is het zichzelf kunnen ontrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelike hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zeliredzaamheid bestaan globaal ú schuilen en onvluchten Mobilteit van de aanwezigen
Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betreft de legalisafie van een bestaande woning. Uitgangspunt is dat indien minder
zelfredzame personen aanwezig zijn binnen hef plangebied, zij met behulp van zelfredzame personen in veiligheid gebracht kunnen worden Mogelijkheden voor onluchting/schuilen Bij incidenten zol een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten
Bij een toxische wolk kunnen mensen komen Ie overlijden als gevolg van blootstellng aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is bloolgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3}
He beste advies bij het vrijkomen van een toxische welk als gevolg van een incident op de weg of bij een inrichting is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen