24108.05 - TOELICHTING - Ontwerp Bestemmingsplan Eindhovenseweg-zuid 69a
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Eindhovenseweg Zuid 69a Gemeente Best
Archiefexemplaar van BL24-10269
- Ontwerpbestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a toelichting (december 2023)
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Eindhovenseweg Zuid 69a Gemeente Best
IDN-nummer:
NL.IMRO.0753.BPEindwegzuid69a-ON01
Status:
ontwerp
Datum:
December 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 7 8
Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie
9
2.1
Ruimtelijke structuur
9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
11
Hoofdstuk 4 Beleid & regelgeving
13
4.1 4.2 4.3
13 17 27
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieu- & omgevingsaspecten
31
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Milieu Waterhuishouding Flora & fauna Cultureel erfgoed Leidingen
31 40 43 45 46
Hoofdstuk 6 Juridisch plan
47
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemeen Systematiek Opzet van de bestemmingsregeling Bestemmingen & regelingen
47 47 47 48
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
Toelichting
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
3
4
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de locatie Eindhovenseweg-Zuid 69a in Best bevindt zich een voormalig bijgebouw, destijds behorend bij de Villa aan de Eindhovenseweg-Zuid 71, dat sinds 1977 wordt benut voor wonen. In 2009 is vervolgens bouwvergunning verleend voor gedeeltelijke verbouw van het pand (ten behoeve van wijziging van de gevelbekleding en vervanging van dak en kozijnen). Als gevolg van de slechte bouwkundige staat van het voormalige bijgebouw is in afwijking van de verleende bouwvergunning in 2010/2011 ook de buitenconstructie geheel vernieuwd en is een dakkapel aangebracht. Hiermee was feitelijk geen sprake meer van een gedeeltelijke verandering, maar van vervangende herbouw. Locatie en vorm van het pand zijn conform de in 2009 verleende bouwvergunning gebleven. In het geldend bestemmingsplan is het betreffende perceel niet voorzien van een woonbestemming, maar is de enkelbestemming 'Bos' van toepassing. Het voornemen bestaat er uit om de planologische regeling in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie door planologische legalisering van het bestaand, jarenlange gebruik als woning op de locatie met behulp van aankoop van een Ruimte-voor-ruimte titel. Hiertoe dient de bestaande bestemming 'Bos' te worden gewijzigd in een woonbestemming ter plaatse van de planlocatie.
In 2011 is eerder reeds een ro-procedure gestart om legalisering van deze met het bestemmingsplan strijdige situatie te realiseren. Die procedure is echter nooit tot voltooiing gekomen, omdat legalisatie op basis van het toenmalig beleid niet haalbaarheid werd geacht. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt opnieuw invulling gegeven aan de gewenste legalisatie van de bestaande situatie. Doel van het bestemmingsplan is het toekennen van bestemming 'wonen' ter plaatse van de planlocatie waarmee de basis wordt gelegd om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen te kunnen verlenen. Door de gemeente is aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de voorgestelde werkwijze.
1.2
Ligging plangebied
De planlocatie is gelegen in het zuidoosten van de gemeente Best, gesitueerd tussen de Eindhovenseweg-Zuid en de A-2.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
5
Uitsnede top kaart, situering planlocatie rood gemarkeerd Het plangebied betreft kadastraal perceel gemeente Best, sectie B nr. 2739 (waar de woning op is gesitueerd) met een oppervlakte van ca. 570 m2 alsmede het aangrenzende perceel gemeente Best, sectie B nr. 2812 (waar het ven en bosaanplant is gesitueerd) met een oppervlakte van ca. 6.150 m2 . Het plangebied heeft derhalve een totale omvang van ca. 6.700 m2 .
6
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Uitsnede luchtfoto, met situering plangebied groen gemarkeerd Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het burgerwoonperceel van de Eindhovenseweg-zuid 69, waarop aan de achterzijde een groot oppervlakte water is gesitueerd. Ten oosten bestaat de grens uit de Rijksweg A2 en ten zuiden wordt het gebied begrenst door het oppervlaktewater 't Lisseven. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door het woonperceel behorende bij de villa aan de Eindhovenseweg - Zuid 71 alsmede de Eindhovenseweg - Zuid.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Op de locatie is momenteel het bestemmingsplan 'Koekoekbos, Villawijk en omgeving' vigerend (vastgesteld, 27-05-2013 door gemeente Best). Binnen dit bestemmingsplan heeft de planlocatie de bestemming 'bos'. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'waarde - archeologie 5' en 'waarde - ecologie' van kracht. Het plangebied ligt eveneens binnen de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - grote luchtvaart' en 'luchtvaartverkeerzone - ILS'. Op het oostelijk deel van het plangebied zijn deels tevens de aanduidingen 'vrijwaringszone - weg' en 'overlegzone RWS' van toepassing.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
7
Figuur 2 Uitsnede bestemmingsplankaart met plangebied bij marker Binnen de bestemming 'bos' zijn geen gebouwen toegestaan en is burgerbewoning niet mogelijk. Om de bestaande situatie planologisch- juridisch te legaliseren is derhalve een bestemmingswijziging noodzakelijk. Daarnaast is op de planlocatie ook het bestemmingsplan "Parkeernormen en archeologie ' van toepassing (vastgesteld 27 februari 2017). Voor het gehele plangebied met uitzondering van de waterplas is de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' (gebied met een middelhoge archeologische verwachting) van toepassing. Voor oprichting van bouwwerken en/of verrichting van bodemingrepen is een nader archeologisch onderzoek noodzakelijk, tenzij de oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 of sprake is van een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in hoofdstuk 8 tenslotte worden de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
8
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke structuur
2.1.1 Bebouwing In de huidige, bestaande situatie wordt de planlocatie reeds geruime tijd gebruikt ten behoeve van burgerbewoning. De bebouwing betreft van oorsprong een bijgebouw bij de villa aan de Eindhovenseweg-zuid 71. Deze situatie viel tot 2011 onder het bouw- en gebruiksovergangsrecht. Dit recht is door vervangende herbouw van het oorspronkelijke pand in 2011 komen te vervallen. Sindsdien is sprake van een gedoogsituatie. Op de topografische kaart van 1972 is het voormalige bewoonde bijgebouw reeds ingetekend.
Uitsnede topografische kaart 1972, planlocatie blauw gemarkeerd In 2009 is bouwvergunning verleend voor gedeeltelijke verbouw van het bewoonde bijgebouw (ten behoeve van wijziging van de gevelbekleding en vervanging van dak en kozijnen). Als gevolg van de slechte bouwkundige staat van het voormalige bijgebouw is in afwijking van de verleende bouwvergunning in 2010/2011 ook de buitenconstructie geheel vernieuw, het dak verhoogd (tot 5,87 m; goothoogte van 2,5 m) en is een dakkapel aangebracht. Achter de woning (zuidzijde) is een serre gerealiseerd van ca. 25 m2 . Daarnaast is in 2023 ten westen van het pand een nieuw bijgebouw opgericht in de vorm van een carport met bergruimte, met een totale oppervlakte van ca 66 m2 (36 m2 carport en bergruimte van ca 30 m2 ).
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
9
De kleine woning (ca. 85 m2 ) bestaat uit 1 bouwlaag met een kap. De gevel van de woning is bekleed met hout waardoor de woning een landelijke uitstraling heeft en die ervoor zorgt dat de woning past binnen de bosrijke omgeving rondom 't Lisseven. Rondom de woning is een verharding aangebracht ten behoeve van een terras. Direct omliggende gronden zijn voorzien van ingezaaid gazon en in gebruik als privé -tuin. Achter de woning bevinden zich onder meer ook speeltoestellen (klimtoestel, glijbaan, schommel), een trampoline en tuinmeubilair. De tuin loopt naar achter toe geleidelijk over in een open bosplantsoen, zie ook navolgende paragraaf.
Bestaande bebouwing plangebied 2.1.2 Bos/water De directe omgeving van de woning met aangrenzende tuin bestaat uit een bosplantsoen bestaande uit diverse bomen, zoals zomereik, Amerikaanse eik, diverse dennen en sparren, heesters, struiken en struweelvegetatie. Daarnaast is op het zuidelijk deel van het perceel een waterplas gelegen, die aansluit op het daarachter gelegen Lisseven. Nabij de waterplas is een berging voor een vijverpomp alsmede een overkapping/zithoek bij de vijver (7.74 m2 ) opgericht. 2.1.3 Verkeer De locatie is bereikbaar via de ontsluiting aan de voorzijde van de woning. Deze ontsluitingsweg betreft de oorspronkelijke ontsluitingsweg van de locatie Eindhovenseweg Zuid 71.
10
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
Het planvoornemen voorziet in het in overeenstemming brengen van de planologisch - juridische regeling met de reeds jarenlange feitelijke situatie, zijnde gebruik van de locatie voor burgerbewoning. Hiertoe dient de huidige bestemming 'Bos' te worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. Voor de omliggende gronden blijft de geldende bestemming 'Bos' ongewijzigd gehandhaafd. Voor de gewenste planologische legalisering van de woning zal een ruimte-voor-ruimte titel worden aangekocht om te voldoen aan de provinciale voorwaarden. Met deze RvR titel zal ter plaatse geen nieuwe woning worden gebouwd, maar wordt de bestaande, kleine woning via een maatwerk regeling gelegaliseerd, waarbij het bestemmingsplan de eerste stap vormt van het legalisatietraject. Er zal alsnog ook een vergunning dienen te worden verleend voor oprichting van het woonhuis. Een verdere bebouwingstoename van het hoofdgebouw wordt niet beoogd. De opgenomen juridische regeling voorziet uitsluitend in de bestaande hoofdbebouwing. Hiertoe is een maatwerk woonbestemming opgenomen met een oppervlakte van 660 m2 , waarbinnen strak om het bestaande hoofdgebouw een bouwvlak is opgenomen van 84 m2 alsmede een maatvoeringsaanduiding ten behoeve van de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van maximaal 2,5 respectievelijk 6,0 m.
Aanvullend is binnen het woonbestemmingsvlak een 'zone bijgebouwen' aangeduid, waarbinnen de reeds gerealiseerde carport met bergingsruimte alsmede de aangebouwde serre zijn opgenomen.
Daarnaast vindt met het voornemen tevens een kleinschalige herbegrenzing van het NNB plaats, waarbij het NNB ter plaatse van het beoogde woonperceel wordt verwijderd (ca. 605 m2 ) en aan een ander gedeelte van het perceel, ter plaatse van bestaand bosgebied elders op het perceel wordt toegevoegd (in totaal ca 1.600 m2 ).
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
11
12
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 4 4.1
Beleid & regelgeving
Nationaal beleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting medio 2023 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI wordt prioriteit gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Dit houdt in dat landgebruik in balans moet worden gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste moeten gaan van landschappelijke kwaliteiten. De geformuleerde nationale belangen hebben, vanwege de omvang en aard van de beoogde ontwikkeling, geen betrekking op de beoogde ontwikkeling. Het planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling. Er zijn daarmee niet direct rijksbelangen in het geding. De aard en omvang van het planvoornemen is dusdanig gering, dat de kaders geschetst in het NOVI hiermee niet botsen.
Met het realiseren van het planvoornemen is er sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, waarbij invulling wordt gegeven aan de versterking van de natuurwaarden van het gebied. Hiermee is het voornemen in lijn met de NOVI. Totdat de NOVI van kracht wordt, is het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). 4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar een nationaal belang is aangewezen. Er zijn derhalve ten aanzien van de SVIR geen belemmeringen aan de orde voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
13
4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
Reserveringsgebied weg Het meest oostelijk deel van het plangebied is onderdeel van gronden, die zijn aangewezen als reserveringsgebied ten behoeve van de mogelijke uitbreiding van de A-2 met 1 rijstrook. Dit betreft een strook van 35 meter van de bestaande rijstroken. Ter plaatse mag geen bebouwing worden opgericht.
Uitsnede Rarro, reserveringsgebied weg Het reserveringsgebied weg is in onderhavig bestemmingsplan doorvertaald met de aanduiding 'vrijwaringszone -weg', waarbinnen oprichting van bebouwing niet is toegestaan. Ter plaatse is nu feitelijk sprake van een bosgebied en zijn geen verdere ontwikkelingen voorzien met het voornemen.
Obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis Eindhoven Het plangebied valt volgens de kaarten van de Rarro in het obstakelbeheergebied rond Vliegbasis Eindhoven,
14
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
bestaande uit onder meer het Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS) en het Instrument Landing System (ILS). Het plangebied ligt daarbij binnen zowel de IHCS als de ILS. Op deze gronden gelden op grond van artikel 2.6.4 van het Barro maximaal toelaatbare bouwhoogtes voor objecten ter bescherming van de veiligheid van het luchtvaartverkeer en ter bescherming van de werking van (radar)apparatuur. Binnen de IHCS geldt de beperking dat bebouwing niet hoger mag zijn dan 65 meter +NAP. Het planvoornemen maakt geen bebouwing mogelijk dat deze hoogte overschrijdt . Binnen de ILS geldt de beperking dat de bebouwing iniet hoger mag zijn dan 60 meter boven maaiveld. Het planvoornemen maakt geen bebouwing mogelijk dat deze hoogte overschrijdt . De bouwhoogtebeperkingen zijn desalniettemin ten behoeve van de signaleringsfunctie overgenomen in dit bestemmingsplan.
Uitsnede Rarro, obstakelbeheergebied en 35 ke-contour vliegbasis Eindhoven
Geluidzone vliegbasis Eindhoven - 35 ke contour Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 4,5 km van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
15
luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de luchtvaart 40-35 ke geluidzone - luchtvaart rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt binnen deze vastgestelde geluidszone. Binnen een 35 ke zone is het in beginsel niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten op te richten, voor zover die op het tijdstip van vaststelling van de geluidzone nog niet aanwezig waren en waarvoor geen bouwvergunning is verleend. Conform artikel 6 van het Besluit militaire luchthavens geldt een afwijkende maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor woningen van 45 ke voor nieuwe woningen, die een open plek in bestaande, te handhaven bebouwing opvullen en voor woningen die dienen ter vervangen van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen of andere geluidsgevoelige objecten. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het planologisch toevoegen van 1 woning. Dit betreft een uitzonderingssituatie.
Dit pand was namelijk al wel aanwezig tijdens vaststelling van het Luchthavenbesluit Eindhoven, maar zonder bouwvergunning. De bebouwing betreft van oorsprong een voormalig bijgebouw bij de villa aan de Eindhovenseweg-zuid 71. In 2011 heeft vervangende herbouw van het oorspronkelijke pand plaats gevonden. Hiermee is sprake van een uitzonderingssituatie, zoals opgenomen in artikel 6 van het Besluit militaire luchthavens. Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek, zie Bijlage 5 van de regels en paragraaf 5.1.2 van de toelichting is aangetoond dat in het pand een binnengeluidsniveau van 33 db mogelijk is , waarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op de verbeelding is de van toepassing zijnde geluidszone opgenomen.
Radarstations Het plangebied ligt binnen de radarverstoringsgebieden van de radarstations Volkel en Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. De zone betreft een cirkel met een straal van 75 kilometer, gemeten vanaf de positie van de radar. Deze cirkel bestaat uit een kern met een straal van 15 kilometer met een maximale bouwhoogte voor bouwwerken (in het algemeen) en daaromheen een ring die doorloopt tot 75 kilometer van de radar met een maximale bouwhoogte voor (alleen) windturbines. De planlocatie is gelegen op een afstand van circa 70 kilometer van het radarstation van vliegbasis Woensdrecht, circa 20 kilometer van het radarstation van vliegbasis Volkel en circa 35 kilometer van het nieuwe radarstation Herwijnen. Er gelden derhalve geen hoogtebeperkingen voor gebouwen binnen de planlocatie. Voor oprichting van windturbines geldt een hoogtebeperking van maximaal 90 meter boven NAP. In dit bestemmingsplan wordt een maximale bouwhoogte van 6 meter mogelijk gemaakt. Omdat in voorliggend bestemmingsplan geen windmolens mogelijk worden gemaakt, is het bestemmingsplan verder in overeenstemming met het bepaalde hierover in het Rarro.
Overige belangen Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft het Barro verder geen consequenties voor voorliggend plan. Zodra de Omgevingswet in 2024 in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro zullen dan worden
16
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving.
4.1.4 Ladder duurzame verstedelijking Daarnaast is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Hiervoor moeten dan 3 stappen worden doorlopen: 1.
er wordt beschreven dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte (trede 1); 2. er wordt beschreven in hoeverre de behoefte zoals beschreven in trede 1 binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2); 3. indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen wordt aanvullend beschreven in hoeverre locaties buiten bestaand stedelijk gebied passend ontsloten zijn of zodanig worden ontwikkeld, gebruik makend van verschillende middelen van vervoer. De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In de totstandkoming van deze bepaling is opgenomen dat de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen, zodat overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen standaard dienen te motiveren. De Ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is dit het geval, dan is een Laddertoets vereist en is daarmee een beschrijving van de behoefte nodig. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Denk hierbij aan specifieke woningtypen, wooncategorieën en woonmilieus. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de bouw van één woning niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is een nadere toetsing van het voornemen aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' Vooruitlopend op de in werking treding van de Omgevingswet, hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
17
richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De Omgevingsvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied. Het voornemen ziet uitsluitend toe op een planologische wijziging, waarbij de planologisch-juridische regeling in overeenstemming wordt gebracht met de bestaande, feitelijke situatie, waartoe de huidige bosbestemming wordt omgezet naar een woonbestemming en aanvullend per saldo het natuurnetwerk wordt uitgebreid. Het planvoornemen is gezien het bovenstaande in lijn met de omgevingsvisie. 4.2.2 Interim omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld (geconsolideerde versie d.d. 1 augustus 2023). De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen.
De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving.
De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De voorgenomen planontwikkeling ziet toe op het toekennen van een nieuwe burgerwoonbestemming aan een bestaande, maar niet legale woning. Het plangebied is op basis van de interim omgevingsverordening gelegen in het gemengd landelijk gebied. De locatie is aangeduid als gebied waar 'Verstedelijking Afweegbaar' is. Daarnaast is de locatie gelegen in het Natuurnetwerk Brabant. Een uitsnede van de verbeelding van de verordening is onderstaande figuren weergegeven. In het navolgende worden de relevante regels uit de interim verordening, die van toepassing zijn op voorliggend voornemen, samengevat en vindt de toets aan de regels plaats.
18
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Ligging plangebied in gemengd landelijk gebied
Ligging plangebied in verstedelijk afweegbaar
Ligging plangebied in Natuurnetwerk Gemengd landelijk gebied Dit betreft een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. In het gebied is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Nieuwe ontwikkelingen dienen wel rekening te houden met hun
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
19
omgeving en bij te dragen aan een versterking van de gebiedskwaliteiten. Alhoewel met het voornemen geen sprake is van feitelijke toevoeging van een woning en toename van ruimtebeslag, is het dit planologisch-juridisch gezien wel. Het toevoegen van een woning in gemengd landelijk gebied is in beginsel niet toegestaan in het buitengebied. Er is dan sprake van nieuwvestiging. Er gelden echter wel maatwerkoplossingen om nieuwvestiging onder voorwaarden toe te staan, waaronder realisering van een Ruimte voor Ruimte kavel. Conform artikel 3.79 kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze ontwikkeling: 1.
door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ; Ten behoeve van de legalisering van de bestaande woonsituatie wordt een RvR titel aangekocht. Met deze RvR titel zal ter plaatse geen nieuwe woning worden gebouwd, maar wordt de bestaande, kleine woning via een maatwerk regeling gelegaliseerd. Hiervoor dient in een later vervolgstadium ook nog een omgevingsvergunning bouwen te worden verleend. In het geval van een ruimte-voor-ruimtekavel is de fysieke tegenprestatie een gegeven, omdat die al in het verleden heeft plaatsgevonden. Deze gerealiseerde kwaliteitswinst is in het verleden gefinancierd door de provincie. Het hiertoe nog op te stellen bewijsstukken dossier zal voor vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad aan de provincie worden overlegd en vervolgens inclusief akkoordverklaring van de provincie bij de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan als bijlage aan het bestemmingsplan worden toegevoegd. Aanvullend vindt er met het voornemen ook een versterking van de omgevingskwaliteit plaats, door herbegrenzing van het Natuurnetwerk, waarmee sprake is van een netto toename en betere verbinding binnen het natuurnetwerk. 2.
op een aanvaardbare locatie plaats vindt binnen het landelijk gebied; Conform artikel 3.78 lid 3 is sprake van een aanvaardbare locatie wanneer er sprake is van een bebouwingsconcentratie danwel de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Het begrip bebouwingsconcentratie is in de verordening gedefinieerd als een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Tot een bebouwingscluster wordt gerekend een vlakvormige verzameling van bebouwing, geheel of gedeeltelijk in Landelijk gebied. Een bebouwingslint kenmerkt zich door een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg, geheel of gedeeltelijk, in landelijk gebied. Een kernrandzone is op zijn beurt een overgangszone van stedelijk gebied naar buitengebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende mening van functies. Indien wordt gekeken naar de huidige planologische situatie dan kan worden opgemerkt dat er sprake is van een aaneengesloten historisch lint van woonbestemmingen langs de Eindhovenseweg Zuid, die een verbindingsweg vormt tussen Eindhoven en 's Hertogenbosch. Ten westen van de Eindhovenseweg is de villawijk gelegen alwaar ook woonbestemmingen worden omgeven door groen/bosbestemmingen.
Dit is identiek aan de oostkant van de Eindhovenseweg waarbij de woonbestemmingen ook worden doorkruist door groen/bosbestemmingen. Meer ten zuiden en westen zijn bedrijfsmatige en recreatieve bestemmingen gelegen (golfterrein). Ten noorden ligt de kern van Best en ten oosten vormt de A2 een harde fysieke grens naar het buitengebied dat ten oosten van de A2 is gelegen.
20
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Planologische situatie omgeving plangebied Indien wordt gekeken naar de historische ontwikkeling dan wordt duidelijk dat halverwege de vorige eeuw 1950, het gebied nog grotendeels bestond uit heide en dat de kern Best nog heel bescheiden was. Wel was het Wilhelminakanaal reeds aanwezig en ook de Eindhovenseweg had een prominente plek in het landschap en vormde de toenmalige verbinding tussen Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Wat opvalt is dat ter hoogte van het plangebied reeds groene vlakvormige percelen zijn ontstaan in de vorm van buitenplaatsen. Dit met een duidelijke vlakvormige structuur. Ook opvallend zijn hierbij de op de Eindhovenseweg georiënteerde zijontsluitingswegen/erftoegangswegen.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
21
Situatie ten tijde van 1950, plangebied in blauw kader met duidelijk vlakvormige landerijstructuur aan Eindhovenseweg. Ook met zijontsluitingswegen/erftoegangswegen Rond 1975 is daarna de verstedelijking in de omgeving veel sterker zichtbaar. Rondom de Eindhovenseweg zijn de vlakvormige landerijen ter hoogte van het plangebied getransformeerd in een duidelijk bebouwingscluster. Hierbij tekent zich ook duidelijk af dat in de omgeving de stedelijke functies ten noorden, westen en zuiden intensiveren en het plangebied een overgangszone vormt naar het buitengebied ten oosten.
Situatie ten tijde van 1975, plangebied in blauw kader met duidelijk bebouwingslint aan Eindhovenseweg met vlakvormige landerijstructuur
22
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Rond de eeuwwisseling heeft deze verstedelijking zich versterkt. Ook rondom het plangebied is er nadrukkelijker een overgangsgebied ontstaan waarbij ook de eerste aanzet van de villawijk met golfterrein zijn ontstaan. Het plangebied behoudt daarbij nog sterk de ruimtelijke structuur die er ook al eerder is ontstaan met de lintvormige structuur aan de Eindhovenseweg. Deze lintvormige bebouwingsstructuur is daarbij onderdeel gaan uitmaken van een groter bebouwingscluster met de villawijk ten zuiden, noorden en westen van de bestaande stedelijke structuren van Best, Batadorp, Wilhelminadorp en Eindhoven. De overgang naar het buitengebied ten oosten wordt fysiek inmiddels doorsneden door de aanpassing van de A2, echter vormt het gebied nog wel een overgangsgebied naar het buitengebied ten westen van de A2.
Situatie ten tijde van 2000, ingezette ontwikkelingen intensiveren In de afgelopen 20 jaar heeft deze situatie zich bestendigd. Er is daarbij wel meer functiemenging ontstaan rondom het plangebied, met name ten zuiden daarvan waar ook enkele bedrijfsmatige functies zijn ontstaan, waaronder een conferentie hotel.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
23
Huidige situatie. Bestendiging van ingezette ruimtelijke ontwikkeling ontwikkelingen Zowel de ruimtelijke als historische ontwikkeling laten zien dat het plangebied zich heeft ontwikkeld binnen een bebouwingslint aan de Eindhovenseweg. De bestaande woning is zelf niet rechtstreeks gelegen aan dit lint, maar wel aan de bestaande wegenstructuur die historisch reeds vlakvormige percelen heeft doen ontstaan aan de Eindhovenseweg. Deze percelen zijn ook grotendeels als parkachtige groen/tuin in gebruik. In wat ruimere context kan deze bebouwing met inbegrip van de villawijk ook als bebouwingscluster worden beschouwd. Op weer een hoger schaalniveau kan worden gesteld dat de omgeving van het plangebied, ingeklemd tussen de stedelijke structuren van Best, Wilhelminadorp, Batadorp en Eindhoven als kernrandzone kan worden beschouwd waarbij menging van functies optreedt naar het buitengebied. De omgeving van de planlocatie is dan ook in de provinciale verordening tevens aangeduid als 'Verstedelijking afweegbaar'. Dit betreft gebieden, die in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging reeds aangeduid waren als gebieden waar onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt hier met toepassing van de Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling.
Daarnaast is ook sprake van een kernrandzone, conform de door de gemeente opgestelde ontwikkelingsrichting van het gebied, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie. De planlocatie is gelegen binnen de zone waar ruimte is aangeduid voor kleinschalige ontwikkelingen in het buitengebied en waar ruimte moet worden geboden aan landelijk wonen in het buitengebied. Dit kan worden bereikt door kleinschalige transformatie, zie ook paragraaf 4.3.1 van deze toelichting.
3. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied; De omgeving van het plangebied, ingeklemd tussen de stedelijke structuren van Best, Wilhelminadorp, Batadorp en Eindhoven kan worden beschouwd als kernrandzone waarbij menging van functies optreedt naar het buitengebied. Het plangebied is op basis van provinciaal beleid gelegen in een gebied waar verstedelijking afweegbaar is. Dit betreft gebieden, die in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging reeds
24
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
aangeduid waren als gebieden waar onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt hier met toepassing van de Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Daarnaast is ook sprake van een kernrandzone, conform de door de gemeente opgestelde ontwikkelingsrichting van het gebied, zoals opgenomen in de gemeentelijke omgevingsvisie, . Daarnaast is op basis van de gemeentelijke Omgevingsvisie de locatie gelegen in een gebied dat geschikt is voor kleinschalige herontwikkeling, en waar ruimte moet worden geboden aan landelijk wonen in het buitengebied, zie ook paragraaf 4.3.1 van deze toelichting. Het voornemen ziet toe op een planologische wijziging, waarbij de juridische regeling in overeenstemming wordt gebracht met de bestaande, feitelijke situatie, waarmee het reeds decennia lange gebruik als burgerwoning kan worden gelegaliseerd door aankoop van een RvR titel.
Met deze RvR titel zal ter plaatse geen nieuwe woning worden gebouwd, maar wordt een bestaande, kleine woning via een maatwerk regeling gelegaliseerd, waarbij geen verdere uitbreidingsruimte wordt geboden, maar de bestaande woning in een bosachtige setting wordt toegestaan, Aanvullend vindt er met het voornemen ook een herbegrenzing van het Natuurnetwerk plaats, waarmee sprake is van een netto toename van en betere verbinding binnen het natuurnetwerk. Dit wordt passend geacht binnen de ontwikkelrichting van het gebied.
Natuurnetwerk Brabant Omdat de planlocatie deels is gelegen in het NNB, is voor de voorgenomen ontwikkeling een kleinschalige herbegrenzing van het NNB noodzakelijk: Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. b.
de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie; g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Hiertoe is een NNN effectbeoordeling uitgevoerd door Staro (Bijlage 4). Hierin is het volgende geconcludeerd: Het plangebied betreft twee percelen langs de Eindhovenseweg Zuid 69a te Best, waarbij één perceel vrijwel geheel is aangewezen als NNB met het beheertypen Droog bos met productie. Op basis van het terreinbezoek en toetsing kan geconcludeerd worden dat voorliggende situatie beschouwd kan worden als een kleinschalige herbegrenzing dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden en regels volgens de Interim Omgevingsverordening 2022. Het betreft een kleinschalige herbegrenzing doordat op de locatie van het aangewezen NNB een woning aanwezig is en verdere ecologische waarden en kwaliteiten van het aangewezen beheertypen ontbreken.
Het gaat daardoor bij herbegrenzing slechts om een fictief verlies op basis van de kaartregistratie. In voorliggend rapportage is het advies gegeven om 605 m2 aan NNB te verwijderen uit de aangewezen NNB op de kaartregistratie en dit fysiek te compenseren in het naastgelegen bos. Het aangewezen bos voldoet aan de afbakeningen en eisen van het beheertypen Droog bos met productie en bedraagt een oppervlakte van circa 2010 m2. Met deze herbegrenzing wordt het NNB in oppervlakte groter en wordt een verbinding gerealiseerd tussen bestaand NNB ten noorden en zuiden van het plangebied. In afwijking van het gestelde in de NNN effectebeoordeling wordt voor dit bestemmingsplan voorgesteld om
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
25
niet het gehele bosgebied (2.010 m2 ) aan te duiden als NNB, maar de gronden die overlappen met het 'Reserveringsgebied weg' conform het Rarro, ten behoeve van een mogelijke toekomstige uitbreiding van de A-2 hiervan uit te zonderen. Het areaal bestaand bosgebied toe te voegen aan het NNB bedraagt derhalve 1.600 m2 .Door het NNB te compenseren in het naastgelegen perceel en dit toe te voegen aan het NNB kunnen (fictieve) effecten ruimschoots worden gecompenseerd en geborgd. Het voornemen is daarmee passend. Er kan worden voldaan aan de voorwaarden voor kleinschalige herbegrenzing. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Conform de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies dient een bestemmingsplan invulling te geven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; 3. meerwaarde-creatie. Ad 1) Zorgvuldig ruimtegebruik : Alhoewel er in onderhavig geval feitelijk geen sprake is van nieuw ruimtebeslag is het dit planologisch juridisch gezien wel. Derhalve wordt een RvR titel aangekocht, waarmee geen nieuwe woning zal worden gebouwd, maar de bestaande, kleine woning via een maatwerk regeling wordt gelegaliseerd.
Er wordt geen verdere ontwikkelingsruimte wordt geboden, doordat tevens een bouwvlak op maat is opgenomen. Met aankoop van een Ruimte-voor-ruimte titel wordt de reeds plaats gevonden sloop van een voormalige bedrijfslocatie elders gefinancierd. Ad 2) Toepassing van de lagenbenadering: Met betrekking tot de effecten op de netwerklaag kan worden vastgesteld dat voor onderhavig initiatief geen nieuwe infrastructuur behoeft te worden aangelegd, aangezien sprake is van een feitelijk reeds bestaande situatie. Met de voorgestelde herbegrenzing van het Natuurnetwerk kan een versterking van de ecologische structuur worden bereikt. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer vindt plaats op de bestaande infrastructuur. Wat betreft de effecten op de bovenste laag zijn de effecten op het milieu beschreven in hoofdstuk 5. Aangezien het voornemen hoodzakelijk betrekking heeft op een planologische wijziging zonder voorziene verdere bebouwingstoename of andere bodemingrepen wordt er geen effect verwacht op de bovenste laag.
Ad 3) Meerwaardecreatie: Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan meerwaardecreatie door legalisatie van een bestaand gebouw met een maatwerk regeling, op een aanvaardbare locatie gelegen in een kernrandzone, waar kleinschalige woningbouwontwikkeling op basis van de gemeentelijke omgevingsvisie passend wordt geacht. Door aankoop van een Ruimte voor Ruimte titel is sprake van een tegenprestatie, die kan worden ingezet voor verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Met de voorgestelde herbegrenzing van het Natuurnetwerk vindt zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve versterking van het Natuurnetwerk plaats. Het areaal natuurnetwerk neemt immers toe met een bestaand bosgebied, passend binnen de daarvoor geldende beheertypen, zoals opgenomen in Natuurbeheerplan.
Gelet op bovenstaande voldoet het voornemen aan de gestelde provinciale randvoorwaarden.
26
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat Op 21 januari 2022 heeft de gemeenteraad van Best de 'Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat' vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt vooruit gekeken naar 2040 en wordt het 'dorp van formaat' geschetst. Waar liggen kansen, welke uitdagingen zijn er te verwachten? Wat wil de gemeente de komende jaren behouden, versterken en ontwikkelen? De gemeente heeft hierin een drietal kernopgaven geformuleerd: 1. Ruimte voor comfortabel wonen: Comfortabel wonen gaat over veel meer dan een woning. Het reikt verder dan het bouwen van nieuwe woningen. Het is een brede opgave die direct raakt aan andere opgaven en die in toenemende mate vragen om investeringen in de bestaande woningvoorraad en woonomgeving. De gemeente heeft hiertoe ondermeer als ambities: a.
Best ontwikkelt zich verder als comfortabele en inclusieve woongemeente met in alle wijken een divers, evenwichtig en toekomstbestendig woningaanbod. b. Inwoners kunnen dicht bij huis bewegen en ontmoeten. c. Woningen en leefomgeving zijn duurzaam, aangepast aan het veranderende klimaat en dragen positief bij aan de energietransitie en circulaire economie. d. Best breidt niet uit door landbouwgrond voor woningbouw te gebruiken, maar zet in op herontwikkeling van bestaande gebieden binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. 2. Versterken van de groene leefomgeving: Het versterken van de aantrekkelijkheid van groen, cultuur en het landschap is zowel een opgave, als een kans voor de toekomstige ontwikkeling van vrijetijdsgemeente Best. De gemeente heeft hiertoe onder meer als ambities: a.
Best is een groene en aantrekkelijke gemeente voor inwoners en bezoekers. Zowel de gebruiks-, belevings- en ecologische waarde van het groen in de wijken en het buitengebied is verder versterkt. b. Best heeft een gezonde, samenhangende hoofdgroenstructuur die inwoners ruimte biedt om te ontspannen, ontmoeten, spelen en sporten. 3. Accommoderen van een vitale en schone economie: Een schone economie is bij uitstek een ruimtelijke opgave, die vraagt om slimme ruimtelijke oplossingen. Dat geldt ook voor de meer traditionele themas als milieu en afval. De ontwikkeling naar een circulaire economie - waarbij afval weer wordt hergebruikt als grondstof - en de beperking van milieuoverlast en vervuiling. De gemeente heeft hiertoe onder meer als ambities: a.
Best draagt met een veerkrachtige en schone economie bij aan een duurzame economische ontwikkeling van de Brainportregio. b. Werklocaties zijn aantrekkelijk en duurzaam en voldoen aan de kwalitatieve eisen van de tijd. c. In 2030 is Best afvalloos. We zetten in op beperking, scheiding en hergebruik van afval. d. Best is een duurzame gemeente en levert in regionaal verband een volwaardige bijdrage aan de 95% broeikasgasreductie in 2050 ten opzichte van 1990. e. Best heeft verschillende voorzieningenharten met zorg, onderwijs, sportvoorzieningen en mogelijkheden voor dagelijkse boodschappen. De planlocatie is gelegen binnen de zone waar ruimte is aangeduid voor kleinschalige ontwikkelingen in het buitengebied.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
27
Ligging planlocatie binnen omgevingsvisie Binnen deze opgaven is bepaald dat er ruimte moet worden geboden aan landelijk wonen in het buitengebied. Dit kan worden bereikt door kleinschalige transformatie. In de visie heeft de gemeente onderscheid gemaakt in een aantal deelgebieden, met specifieke gebiedsopgaven. De planlocatie maakt onderdeel uit van 'Best Zuidrand'. De Eindhovenseweg-Zuid is een belangrijke (historische) regionale verbinding tussen Eindhoven en Best. Het ruimtelijk beeld hier is de situering van diverse bebouwing (villas tot kleine appartementencomplexen (drie bouwlagen met daklaag) in een ruime, bosachtige setting.
28
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
De ambitie betreft hier onder meer het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig gebied aan de zuidzijde van de kern Best, waarbij stedelijke ontwikkelingen (rode knopen) mogelijk zijn, mits deze een substantiële bijdrage leveren aan de versterking van de ecologische en hydrologische kwaliteiten van de groene mantel. Het planvoornemen past binnen de gemeentelijke uitgangspunten uit de visie. Met aankoop van een Ruimte voor Ruimte titel wordt een woonbestemming toegekend aan een in 2011 herbouwd pand in een bosachtige setting ter plaatse van een voormalig bijgebouw, dat al decennialang als woning wordt benut. Met de voorgenomen herbegrenzing van het Natuurnetwerk wordt het aangrenzende bestaande bosgebied nader beschermd. Er wordt daarmee een passende oplossing gevonden binnen de kaders van kleinschalige ontwikkelingen in het buitengebied.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
29
30
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- & omgevingsaspecten
Milieu
5.1.1 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om bij een ruimtelijk plan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Het planvoornemen betreft planologische legalisering van het bestaand, jarenlange gebruik als woning van een in 2011 herbouwd pand, ter plaatse van een voormalig bijgebouw, dat reeds jarenlang werd benut voor wonen. Bij wijziging van de bestemming is het noodzakelijk dat aangetoond wordt dat de kwaliteit van de bodem niet in strijd is met de nieuwe bestemming. De locatie kent momenteel nog een bosbestemming waardoor er formeel een wijziging van de functie aan de orde is en het noodzakelijk is om de kwaliteit van de bodem inzichtelijk te maken.
Daartoe is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, dat als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. Hierin is het volgende geconcludeerd: Op de locatie is een woning aanwezig welke is opgetrokken uit hout. In de bodem is plaatselijk een baksteenlaag en sporadisch een bijmenging met baksteen waargenomen, welke in lijn met de NEN 5707 als onverdacht voor een verontreiniging met asbest wordt beschouwd. Voor het overige zijn er geen aanwijzingen gevonden welke zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en wordt het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, mede omdat de feitelijk situatie ongewijzigd blijft, in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat de bodemkwaliteit toereikend is voor de functiewijziging. Het aspect bodem vormt derhalve geen belemmering. 5.1.2 Geluid Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen.
Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Het planvoornemen betreft planologische legalisering van het bestaand, jarenlange gebruik als woning van een in 2011 herbouwd pand, ter plaatse van een voormalig bijgebouw, dat reeds jarenlang werd benut voor wonen. Formeel juridisch is daarmee sprake van het toevoegen van een geluidgevoelig object. Op 11 juni 2011 is het Tracébesluit A2 's-Hertogenbosch Eindhoven vastgesteld. De planlocatie is in dit tracébesluit meegenomen als 'geluidsgevoelige bestemming' en ten behoeve van de woning aan Eindhovenseweg - Zuid 69a zijn hogere waarden vastgesteld voor de noordoostgevel van 52 en 54 dB op 1,5 en 4,5 meter. Op basis van de verkeerintensiteit en het aantal rijstroken destijds lijkt dit een realistische
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
31
waarde. In het geluidweringsonderzoek door Aveco de Bondt in 2014 is voor de woning op basis van een bouwkundige opname vervolgens berekend hoeveel geluid de gevel tegenhoudt. De berekende gevelgeluidwering bedroeg 22,8 respectievelijk 23,9 dB op de bovenverdieping en 27,3 respectievelijk 27,4 dB op de benedenverdieping. Destijds werd geconcludeerd dat voor alle verblijfsruimten wordt voldaan aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB (A). Voor de woning waren geen verdere geluidwerende voorzieningen nodig en het geluidniveau van de woning valt binnen de wettelijke norm. Dat is gezien de situatie en geluidbelastingen van 2011 aannemelijk. Vanwege de toename van het verkeer op de A2 en uitbreiding van rijstroken zijn de geluidbelastingen momenteel aanzienlijk hoger dan 10 jaar geleden voorzien bij de vaststelling van het Tracebesluit van de A2 en verleende hogere grenswaarden. Om in kaart te brengen of er ter plekke van de met het planvoornemen planologisch toegevoegde woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierin is ook onderzoek gedaan naar luchtverkeerslawaai, vanwege de situering binnen de 35 ke contour (NIPA milieutechniek, rapportnummer N222503.002/LHO, d.d. 12 november 2023) uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 4 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd.
Hierin is het volgende geconcludeerd: Met dit onderzoek is aan de hand van een prognoseberekening de geluidbelasting op de woning als gevolg van diverse geluidbronnen bepaalt. De locatie is gelegen in de zone van het wegverkeer op Rijksweg A2 en de Eindhovenseweg-Zuid en binnen de 35 ke contour van Eindhoven Airport. Uit de berekeningsresultaten blijkt op de gevels van de woning vanwege het wegverkeer op de A2 een geluidbelasting van ten hoogste 60 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. De maximale ontheffingswaarde wordt op 3 gevels (noord, oost en zuid) overschreden als gevolg van het wegverkeer op Rijksweg A2. De 3 gevels moeten doof worden uitgevoerd. Op de westgevel wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Aan de zuidgevel is een deel afgeschermd door de aangebouwde serre/buiten-ruimte die naar behoefte geluidluw kan worden gemaakt. De resterende zuidgevel (1e verdieping) dient ook als een dove gevel uitgevoerd te worden. Als gevolg van het wegverkeer op de Eindhovenseweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van de 1e verdieping van de westgevel met 1 dB overschreden als gevolg van het wegverkeer op de Eindhovenseweg Zuid. Een aanvraag om een hogere waarde is noodzakelijk. Het bevoegd gezag dient een hogere waarde voor de woning vast te stellen. De nieuwe woning is geprojecteerd binnen de 35 en 40 Ke contour van Eindhoven Airport.
Het Bouwbesluit eist bij een geluidbelasting van 35 Ke een karakteristieke geluidwering van minimaal 30 dB bij nieuwbouw. Voor luchtvaartlawaai is de gemeente geen bevoegd gezag. Er is geen voorkeursgrenswaarde voor luchtvaartlawaai. Voor deze geluidbron worden geen hogere grenswaarden vastgesteld. De totale geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai op de woning bedraagt ten hoogste 62 dB op de oostgevel. Met een onderzoek naar de geluidwering en met eventueel aanvullende gevelmaatregelen dient het woon- en leefklimaat binnen de woning worden gewaarborgd. Naar aanleiding hiervan is een geluidweringsgevelonderzoek uitgevoerd (N222503.003.002 AO GL Eindhovensweg zuid 69A Best, dd. 24/11/2023 van Aelmans Milieu b.v.) , dat als Bijlage 5 bij de regels is gevoegd. Beoordeeld is of, ten gevolge van het wegverkeer (maatgevende bron) in de verblijfsruimten van de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd kan worden. Als uitgangspunt voor een aanvaardbaar woonen leefklimaat is hierbij een binnenniveau van 33 dB als streefwaarde gehanteerd. Met uitzondering van de slaapkamer op de 1e verdieping aan de linkergevel (noordoost), wordt binnen de nauwkeurigheid van meten en rekenen in alle verblijfsruimte binnen de woning, aan de streefwaarde van 33 dB voldaan.
In de slaapkamer aan de linkergevel wordt ook de waarde van 38 dB, die aanvaardbaar wordt geacht voor saneringssituaties, overschreden. Daarom is een advies voor maatregelen opgenomen om de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de slaapkamer te verhogen. Dit betreft onderstaande maatregelen:
32
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Er dient voor gezorgd te worden dat bij alle ramen sprake is van een goede rondgaande kierdichting in de vorm van buisprofielen (Deventer-profielen) of gelijkwaardig) die in de hoeken gelast is. Hhet dakpakket dient ter plaatse van de slaapkamer aan de onderzijde te worden verzwaard met 2x12,5 mm gips(vezel)plaat, bij voorkeur op regelwerk (stroken) Geadviseerd wordt om, in aansluiting op het dakpakket, ook de zijwangen van de dakkapel te verzwaren met 2x12,5 mm gips(vezel)plaat. Ervan uitgaande dat de benodigde maatregelen getroffen worden om ook in de slaapkamer op de 1e verdieping aan de linkergevel (noordoost) te voldoen, kan in alle verblijfsruimten van de woning een aanvaardbaar woonen leefklimaat worden gewaarborgd. In de juridische regeling is middels een juridische regeling (artikel 9.6) nader geborgd, dat voor de woonfunctie ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - hogere grenswaarden' moet worden voldaan aan de voorwaarden van het besluit hogere grenswaarden en de maatregelen worden getroffen zoals omschreven in Bijlage 4 Akoestisch onderzoek weg- en luchtverkeerslawaai en Bijlage 5 Akoestisch onderzoek geluidwering gevel. Daarnaast zijn onder meer ook de dove gevels met een specifieke bouwaanduiding op de verbeelding en hieraan gekoppelde regeling in het bestemmingsplan opgenomen.
Bij dit ontwerp bestemmingsplan is daarnaast ten behoeve van de vereiste hogere grenswaarde wegverkeerslawaai het hiertoe bijbehorend ontwerp hogere waardenbesluit als Bijlage 1 aan de regels toegevoegd. Gelet op bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor het planvoornemen.
5.1.3 Luchtkwaliteit De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Grenswaarden stikstofdioxide en fijn stof NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.