CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24074.5 - Warmteprogramma gemeente Best

Raadsvergadering 4 november 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24074 - Programma duurzaamheid en warmteprogramma16.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het volgende hoofdstuk volgt de al bekende wijkindeling in vier categorieën. Voor de zoekbuurten, waarvoor geldt dat de gemeente op korte termijn aan de slag gaat, wordt bekeken waar kansen liggen om met een kleinschalig collectief te starten. Meer daarover in het volgende hoofdstuk en in figuur 5.1. Dat betekent niet dat een grootschalig warmtenet definitief niet zou doorgaan. Een aantal kleinschalige warmtenetten kunnen middels een groeistrategie uitgroeien tot een gezamenlijk grootschalig warmtenet. Bovendien is nog onduidelijk of geothermie een mogelijke bron kan zijn voor een grootschalig warmtenet.

Vervolgstappen

De gemeente Best gaat de komende periode aan de slag met de warmtetransitie. Er is budget/capaciteit beschikbaar om hier werk van te maken. Om aan de slag te kunnen, bevat dit Warmteprogramma een uitvoeringsprogramma waarin projecten – per buurttype dan wel in algemene zin – worden voorgesteld om uitvoering aan de warmtevisie te geven. Deze projecten geven invulling aan de volgende hoofdlijnen: 1. Duurzame warmteprojecten op locaties waar kleinschalige collectieven haalbaar lijken. 2. Projecten om toe te werken naar isolatie en/of andere bespaarstappen in de bespaarbuurten. 3. Een tijdlijn en handelingsperspectief voor de zoekbuurten. 4. Continuïteit van onderzoeken naar warmtetechnieken. 5. Aardgasvrij gemeentelijk vastgoed. 6. Communiceren en participeren met inwoners en andere stakeholders. 7. Actualisatie van het Warmteprogramma in 2027. 8. Kennis opdoen van andere projecten. 9. Samenwerking zoeken met andere gemeenten.

Financiering Warmteprogramma

Afsluitend

Het uitvoeringsprogramma bij het Warmteprogramma is grotendeels uitvoerbaar binnen de subsidie CDOKE (ook wel de Jettengelden genoemd). Met name voor het eerste focuspunt is extra budget en capaciteit nodig. Er is een inschatting gemaakt en op basis daarvan aanvullend budget aangevraagd. Een meer gedetailleerde inschatting maken kan pas in een latere fase. Indien nodig zullen we via de Planning & Control-cyclus om aanvullend budget vragen. Eventueel dienen we hiertoe een apart voorstel in bij de raad.

De inwerkingtreding van dit beleidsdocument gaat gepaard met een aantal keuzes/besluiten:

Monitoring Het is belangrijk om te monitoren of en hoeveel progressie de gemeente Best maakt met betrekking tot de gestelde doelen. Monitoring gebeurt gezamenlijk voor alle onderdelen van het programma duurzaamheid. Zie het programma duurzaamheid voor meer informatie.

Bewonersinitiatieven Initiatieven van inwoners – ook als ze niet direct binnen de kaders van het Warmteprogramma passen – worden altijd serieus genomen. Ze worden behandeld volgens de in de omgevingsvisie beschreven aanpak.

30

• Om invulling te geven aan de regierol die gemeenten van het Rijk krijgen, zet Best met name in op een rol als proces- en integrale regisseur. Dit is in lijn met de algemene uitgangspunten van de gemeente. • Collectieve warmtevoorziening heeft potentie in de gemeente, maar een grootschalig warmtenet aanleggen is prijzig, ingewikkeld en gaat gepaard met vele risico’s. Dit is een ontwikkeling om in regionaal verband op te pakken. Wat Best wel zelf kan en gaat doen is het realiseren van kleinschalige collectieven op daarvoor geschikte locaties. Dat ontzorgt inwoners, zorgt voor leerervaring binnen de gemeentelijke organisatie, legt een basis voor verdere samenwerking met belangrijke (externe) stakeholders en kan op lange termijn nog altijd doorgroeien tot een grootschalig warmtenet. • De gemeente geeft daarnaast voortgang aan de warmtetransitie middels de eerder genoemde vervolgstappen, die verder worden uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. Dit is vooral een voortzetting van lopende projecten. In het volgende hoofdstuk volgt een verdere uitwerking van alle focuspunten.

Uitvoeringsprogramma 2024/2027

5

Uitvoeringsprogramma 2024/2027 Het uitvoeringsprogramma voor de periode 2024/2027 is een concretiseringsslag. Daarbij worden de in het vorige hoofdstuk genoemde zeven hoofdlijnen omgezet in concrete stappen en projecten om de komende jaren aan de slag te gaan met de uitvoering van de warmtetransitie. Daarmee werkt de gemeente toe naar de uiteindelijke doelstelling – aardgasvrij in 2050 – met waardevolle stappen op de korte termijn.

Focus 1: Duurzame warmteprojecten op locaties waar kleinschalige collectieven haalbaar lijken Best gaat aan de slag met één of enkele kleinschalige collectieven om selecte clusters van gebouwen aardgasvrij te maken, leerervaring op te doen met het aardgasvrij maken van gebouwen, inwoners te ontzorgen en grip te houden op de voortgang van de transitie. Deze kleinschalige projecten zijn haalbaar en overzichtelijk voor de gemeente, daar waar een grootschalig warmtenet om regionale samenwerking vraagt en allerlei externe afhankelijkheden kent.

32

De in een eerder hoofdstuk getoonde analyse liet zien waar de potentie voor een grootschalig warmtenet zit. Voor kleinschalige collectieven zit de potentie soms op andere plekken. Allereerst is bronbeschikbaarheid in de omgeving minder van belang, er wordt over het algemeen gewerkt met collectieve warmtepompen. Die kunnen de buitenlucht, bodem of water als bron gebruiken. Wat grootschalige en kleinschalige netten gemeen hebben is dat bebouwingsdichtheid de belangrijkste factor is om te bepalen waar een goede locatie is. Een kleinschalig net wordt bijvoorbeeld vaak toegepast op het niveau van een flatgebouw, waar één systeem alle appartementen van warmte kan voorzien. Een kleinschalig collectief kan, net als een groot warmtenet, gebruik maken van verschillende technieken. Het is wel belangrijk dat de bron dicht bij de gebouwen beschikbaar is. In de praktijk kom je dan snel uit op water, bodem of lucht. Met behulp van een grote centrale warmtepomp wordt de temperatuur dan opgewaardeerd naar het benodigde niveau. Deze warmtepomp heeft elektriciteit nodig om de watertemperatuur op te waarderen. Hier zou zonthermie nog een rol kunnen spelen, door warmte uit zonne-energie al een deel van de verwarming van het water te realiseren.

Er zijn meer factoren die een rol kunnen spelen bij het vinden van geschikte locaties. De locatiekeuze is bovendien niet zo zwart-wit, er zijn diverse redenen die een locatie geschikt maken voor een klein collectief. Enkele voorbeelden (naast bebouwingsdichtheid/warmtedichtheid): • Eigendom van de panden: daar waar gemeentelijke dan wel corporatiepanden dicht bij elkaar liggen, is een kleinschalig collectief mogelijk met één of twee verantwoordelijke instanties. Dat maakt het makkelijker om tot een succesvol project te komen. • Initiatief van de bewoners: wanneer bewoners initiatief tonen om hun woning aardgasvrij te maken, is het in veel gevallen verstandig om dit als gemeente te waarderen en faciliteren. Op het moment dat het meerdere bewoners in dezelfde straat betreft, kan een klein collectief interessant zijn. • Vervangingsopgave: zoals ook voor een grootschalig warmtenet geldt, bespaart een kleinschalig collectief op de infrakosten door koppelkansen te benutten. Als er geplande werkzaamheden zijn aan bijvoorbeeld het gasnet, waterleidingen of andere ondergrondse infrastructuur, ligt het voor de hand om het vervangingsmoment te doen overlappen.

Figuur 5.1a: warmtedichtheidsanalyse Best. Gebruikte referentiestraal van 50 meter op pandniveau. Waar woningen (donkerder) inkleuren is er meer potentie voor een (kleinschalig) warmtenet. 33

Figuur 5.1b: warmtedichtheidsanalyse Best. Gebruikte referentiestraal van 50 meter op pandniveau. Waar woningen (donkerder) inkleuren is er meer potentie voor een (kleinschalig) warmtenet. 34

Figuur 5.2a: bezit van woningbouworganisaties of VvE’s in de gemeente Best.

36

Figuur 5.2b: bezit van woningbouworganisaties of VvE’s in de gemeente Best.

37

Waar mogelijk is het interessant om de aanleg van de collectieve infrastructuur samen te laten vallen met andere werkzaamheden in de (ondergrondse) infrastructuur. Dat worden ook wel koppelkansen genoemd. In Best staan er weinig vervangingsmomenten meer gepland van gasnetten. Er wordt daarom met name afgestemd wanneer de aanleg concreter wordt. In figuur 5.1 is te zien welke locaties in de gemeente een grote geconcentreerde warmtevraag hebben. Dit is het startpunt van een zoektocht naar een geschikte locatie voor een kleinschalig collectief. Wat opvalt is allereerst het centrumgebied waar bijvoorbeeld het gemeentehuis gelegen is alsook veel winkels. Ook buiten het centrum zijn er wat kleine clusters die oplichten, bijvoorbeeld in Wilhelminadorp, Naastenbest, Heivelden en bedrijventerreinen. Inzoomen op deze locaties wijst uit dat er redelijk wat overlap zit met eigendom van de panden (bezit gemeente of woningcorporatie). Uit figuur 5.2 blijkt waar bezit van de woningcorporaties en VvE’s zit. Een combinatie van beide kaarten laat zien dat er veel clusters overeind blijven, bijvoorbeeld: Heivelden (zoekbuurt), enkele delen van Naastenbest en Wilhelminadorp en het centrumgebied.

39

Er zijn op dit moment geen relevante burgerinitiatieven bekend. Diverse bewoners hebben zich bij de gemeente gemeld omdat ze graag aan de slag willen met aardgasvrij, maar dit gaat met name over het individueel aardgasvrij maken van de eigen woning en minder over de collectieve aanpak. Wat wel interessant is om te bekijken is de BSR-analyse (brand strategy research-analyse), die in 2023 voor Best is uitgevoerd door bureau MarketResponse. Hieruit blijkt de ‘rode’ groep het meest intrinsiek gemotiveerd te zijn om duurzaam te leven. Deze rode groep is in veel gemeenten – zo ook Best – ondervertegenwoordigd, maar in het cluster Heivelden (zoekbuurt) is het de grootste groep: 33% van de inwoners tegenover 10,5% in heel Best en 19,5% landelijk. Gemeente Best heeft in het verleden een BSR-leefstijlenanalyse laten uitvoeren. Dit model van MarketResponse ‘ontrafelt drijfveren van mensen, zodat je weet wat je moet doen om mensen in beweging te krijgen’. Daarbij worden mensen ingedeeld in één van vier categorieën: vrijheidszoekers (rood), harmoniezoekers (geel), zekerheidszoekers (groen) en controlezoekers (blauw).

Aanvullend kan de techniek een overweging zijn. In principe is het zo dat een kleinschalig warmtenet goed met een collectieve warmtepomp kan. Het verschil met individueel aardgasvrij is dan alleen de schaalgrootte. Dat heeft diverse voordelen, zoals: ontzorging, schaalvoordeel, collectieve inkoop, et cetera. Er zijn echter ook andere technieken mogelijk. Een voorbeeld is aquathermie, dit kan op kleine schaal worden toegepast en er zijn in Best locaties met oppervlaktewater nabij bebouwing (zoals Wilhelminapark, Speeltuin Salderespark, Visvijer). Een andere optie is restwarmte, mogelijk kan dit in het centrumgebied een optie zijn waar veel bebouwingsdichtheid is en ook potentiële gebouwen met restwarmte (zoals supermarkten). Voor aquathermie en restwarmte geldt dat vraag en aanbod van warmte zeer dicht bij elkaar dienen te liggen, wat dat betreft is het voordeel van een centrale warmtepomp dat die niet locatiegebonden is.

Conclusie

Door de kaarten over elkaar heen te bekijken valt op dat de zoekbuurt Heivelden (deels) het meest geschikte cluster lijkt voor een kleinschalig collectief. De warmtedichtheid is relatief hoog: er bevindt zich hier een basisschool, een winkelcentrum en hoogbouw. Dit is bovendien de buurt met een grote ‘rode’ groep inwoners. Daarnaast is er bezit van woningcorporaties en van de gemeente. Elders in de gemeente zijn in principe voldoende andere kanshebbers voor een project, maar zou in de eerste plaats samen met betrokken partijen gekeken moeten worden of er de behoefte is om een aardgasvrij project te initiëren. Het zou dan voor de hand liggen om een cluster te selecteren in de zoekbuurt Wilhelminadorp of Naastenbest. Hier zijn enkele hoogbouwlocaties met een wat hogere warmtedichtheid en het past in de groeistrategie om uiteindelijk naar een grootschalig warmtenet toe te werken. Aanvullend moet bij nieuwe ontwikkelingen zoals Steegse Velden West, het stationsgebied en mogelijk Boomgaard steeds gekeken worden – op basis van de eerder genoemde criteria onder focus 1 – of een (kleinschalig) warmtenet de beste aardgasvrijoplossing zou kunnen zijn. Er moet niet langer standaard gekozen worden voor een individuele aardgasvrijoplossing voor nieuwbouw.

40

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. De gemeente initieert een eerste aardgasvrijproject in het cluster Heivelden (deels) overeenkomend met de eerder geselecteerde zoekbuurt. Dit kan de vorm hebben van een wijkuitvoeringsplan of een projectinitiatiedocument, maar pas nadat een (globale) businesscase is uitgewerkt om de haalbaarheid van het project en eventueel de alternatieven op een rij te zetten. Het wijkuitvoeringsplan of projectinitiatiedocument bevat in elk geval…

a. Welke stakeholders van belang zijn voor het project; b. Hoe de projectorganisatie eruit komt te zien; c. Op welke manier leerervaringen worden geborgd in de gemeentelijke organisatie; d. Welk budget er beschikbaar is voor het project en daarmee wat de doorlooptijd zal zijn; e. Of er externe expertise benodigd is; f. Welke risico’s (in positieve en negatieve zin) er zijn – komt voort uit businesscase. Onderdeel van deze verkenning is rolbepaling door de gemeente en een marktverkenning om te onderzoeken welke bedrijven kunnen ondersteunen bij het realiseren van kleinschalige collectieven.

2. De gemeente verkent binnen het eigen bezit en binnen het bezit van woningcorporaties – in gezamenlijk overleg met de woningcorporatie in kwestie – welk groot gebouw of cluster aan gebouwen zich leent voor een kleinschalig collectief. Een warmtenet of collectief verschilt alleen van een individuele warmtepomp door de collectieve vorm van verwarmen. Dat wil zeggen dat de verwarmingsinstallatie niet gebonden is aan één pand, maar meerdere panden verwarmt. Dat betekent dat er al sprake is van een collectief wanneer er twee gebouwen aansluiten, net zo goed als wanneer er 10.000 gebouwen aansluiten. Er is geen harde grens tussen een klein- of grootschalig collectief, maar over het algemeen is er sprake van een klein collectief wanneer er een straat, flatgebouw of enkele gebouwen op één gezamenlijk systeem worden aangesloten. Wij verstaan onder een kleinschalig collectief ongeveer deze schaalgrootte.

Focus 2: Projecten om toe te werken naar isolatie en/of andere bespaarstappen in de bespaarbuurten. Hoewel in de Transitievisie Warmte was opgenomen om een besparingsprogramma op te zetten, is dit in de praktijk (nog) niet gebeurd. Er zijn wel projecten geweest met het doel om besparing te stimuleren, zoals De Groene Zone Isoleren. Het is goed als deze projecten doorgaan voor alle inwoners van Best, maar het is ook belangrijk dat er een systematisch plan komt voor specifiek de bespaarbuurten. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld een aparte doelstelling voor 2030, een aanpak om dit doel te bereiken (een programma met daarin diverse projecten) en een samenwerking met woningcorporaties en VvE’s. Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. Opstellen van een Programma Bespaarbuurten dat in elk geval de zojuist beschreven onderdelen bevat. 2. Start maken met het uitvoeren van de projecten binnen het Programma Bespaarbuurten.

41

Focus 3: Een tijdlijn en handelingsperspectief voor de zoekbuurten. Veel inwoners uit de zoekbuurten vragen zich af wat het betekent om in een zoekbuurt te wonen en wanneer hun huis ‘aan de beurt’ is. Dat gebeurt binnen dit focuspunt. Op dit moment heeft de gemeente namelijk meer kennis dan in 2021 en is duidelijk dat een grootschalig warmtenet een mogelijkheid kan zijn, maar dat dit in elk geval niet vóór 2030 gerealiseerd zal zijn. Dat betekent afhankelijkheid van externe ontwikkelingen waar de gemeente op moet wachten, en daarmee nog geen duidelijkheid op korte termijn voor de inwoners van Naastenbest en Wilhelminadorp. Wat we al wel weten: • Er lijken bronnen beschikbaar te zijn voor een grootschalig warmtenet en de gemeente gaat serieus onderzoeken of een grootschalig warmtenet met deze bronnen in Best haalbaar zou kunnen zijn.

• Dat betekent ook dat de strategie voorlopig niet wordt om op individuele warmtepompen in te zetten. Inwoners kunnen hier zelf natuurlijk wel voor kiezen als ze op korte termijn al aardgasvrij willen worden. In de communicatie kan de gemeente inwoners aanraden om voorbereidende of no-regretstappen te nemen. Denk aan het besparen van energie middels gedragsverandering en kleine maatregelen, het verbeteren van de isolatie van de woning (dak, vloer, glas, spouw) of het aanbrengen van zonnepanelen. Maar denk ook aan het aanbrengen van mechanische ventilatie wanneer het verbeterde isolatieniveau hierom vraagt en de transitie naar gasloos koken inclusief verzwaring van de aansluiting indien nodig. Het verzwaren van het warmteafgiftesysteem is zinvol wanneer de gasloze verwarming in de toekomst hoe dan ook op lage temperatuur zal zijn.

• Op enkele locaties is het interessant om aan de slag te gaan met een kleinschalig collectief. Dat zou in de toekomst onderdeel van een grootschalig collectief kunnen worden, of wellicht ook niet. In de communicatie kan meegenomen worden dat het kleine collectief een mogelijkheid is die in nader te bepalen delen – maar in eerste instantie binnen de zoekbuurten – van de gemeente gaat landen.

• Voor inwoners van Heivelden (deels) geldt een ander handelingsperspectief, namelijk: hier gaat op korte termijn een onderzoek naar klein collectief starten. Inwoners kunnen beter nog even afwachten tot dit concreet wordt en dus zelf nog geen stappen nemen. Een eerste aanzet voor meer handelingsperspectief voor inwoners kan gevonden worden in figuur 5.3. Deze kaart is gebaseerd op de wijkindeling. Op de kaart is zichtbaar wat de focus per buurt is: • Woon je in een ‘zoekgebied kleinschalig collectief’, dan komt er mogelijk een kleinschalig warmtenet in de buurt op de korte termijn (t/m 2030). • Woon je in een ‘zoekgebied individuele warmtepomp’, dan zijn beide soorten warmtepompen – hybride en volledig elektrisch – een mogelijkheid in jouw wijk. Per woning moet bekeken worden welk type beter past. • Woon je in een ‘zoekgebied hybride warmtepomp’, dan is de hybride warmtepomp waarschijnlijk voor de meeste woningen in je wijk de beste optie op de korte termijn (t/m 2030). Per woning moet bekeken worden of dat inderdaad zo is. • Woon je in een ‘zoekgebied elektrische warmtepomp’, dan is de elektrische warmtepomp waarschijnlijk voor de meeste woningen in je wijk de beste optie. Per woning moet bekeken worden of dat inderdaad zo is.

42

Let op: figuur 5.3 geeft alleen de rode draad aan en is geen advies voor individuele woningen. Gebruik daarvoor de postcodecheck via de website van de gemeente Best. De beste oplossing per woning is maatwerk. Wat figuur 5.3 wel aangeeft is het toekomstbeeld dat waarschijnlijk voor de meeste woningen binnen een wijk van toepassing zal zijn.

Zie bijlage 4 voor een opbouw van de lagen van de kaart.

Figuur 5.3: focus per wijk.

• Woon je in een gebied ‘duurzaam verwarmd’, dan ben je al aardgasvrij.

Focus 4: Continuïteit van onderzoeken naar warmtetechnieken.

• Woon je in een gebied ‘isoleren’, dan zijn aanvullende isolatiestappen voor je woning waarschijnlijk zinvol. Het verschilt per woning welke isolatiestappen dit zijn. Over het algemeen hebben woningen in ‘bespaarbuurten’ en ‘lange-termijnbuurten’ meer na-isolatie nodig dan woningen in ‘eigen-tempobuurten’.

De laatste jaren zijn er goede stappen gezet op het gebied van onderzoek naar geothermie en aquathermie. Van aquathermie is de potentie inmiddels duidelijk en vereist toepassing ervan nog vooral afstemming met buurgemeenten. Voor geothermie geldt dat er in 2024 een proefboring zal plaatsvinden op een nader te bepalen locatie. Dat geeft weer nieuwe inzichten in de lokale toepassing ervan. Ook speelt onderzoek naar groengas steeds meer op regionaal niveau.

• Voor de bedrijven op ‘bedrijventerreinen’ geldt dat maatwerk nodig is. Een handige tool om te gebruiken voor individueel advies per woning is de postcodechecker van het Regionaal Energieloket (REL) in samenwerking met gemeente Best. Die vind je op deze website. Na vaststelling van het Warmteprogramma wordt het zoekgebied kleinschalig collectief toegevoegd aan deze checktool. Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. Bovenstaande punten omzetten in communicatie-uitingen na vaststelling van het Warmteprogramma.

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. Initiëren of stimuleren van onderzoeken naar lokale toepassing van duurzame warmtetechnieken.

Focus 5: Aardgasvrij gemeentelijk vastgoed. Vanuit het Klimaatakkoord is het einddoel voor gemeentelijk vastgoed in 2030 55% en in 2050 95% CO2-reductie. Het College heeft besloten de lat iets hoger te leggen op 60% in 2030. Gemeenten moeten elke vier jaar aangeven hoe zij dit aanpakken binnen de eigen vastgoedportefeuille Ze maken hiervoor een portefeuilleroutekaart of duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP).

43

De gemeente is in 2023 gestart met een inventarisatie voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Hiervoor zijn tien gemeentelijke panden geselecteerd waarvan Verduurzamingsroutekaarten (energieonderzoeken) zijn gemaakt. Een van de doelen hierbij is gasloos en nul-opde-meter voor de ruim 60 panden die in eigendom van de gemeente zijn. Hiervoor is beleid gemaakt en vastgelegd. Binnen het DMJOP is budget om te verduurzamen. Ook is voor een aantal panden subsidie aangevraagd en toegewezen. Daarnaast heeft sector duurzaamheid budget om op plaatsen waar de normale financiën tekort schieten, te ondersteunen.

We zitten nu in de fase waar prioriteit gesteld moet worden in de volgorde waarin uitgevoerd zal gaan worden (dit naast de renovaties die al gaande zijn). Hiermee is een flinke eerste stap gezet richting het einddoel: een klimaatneutrale vastgoedportefeuille! Ook belangrijk is duurzaam maatschappelijk vastgoed. Plannen hiervoor vind je in het programma duurzaamheid. Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. Verduurzamen gemeentelijke gebouwen. 2. Verduurzamingsagenda vastgoed.

Focus 6: Communiceren en participeren met inwoners en andere stakeholders.

Focus 7: Actualisatie van het Warmteprogramma in 2027.

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027

Op dit moment is er regelmatige afstemming tussen cluster duurzaamheid en communicatie. Dan wordt besproken welke duurzaamheidsacties lopen en welke communicatie-acties nodig zijn. Het lukt dus al goed om op regelmatige basis te communiceren. Aanvullend is het belangrijk om waar nodig te communiceren en participeren met inwoners wanneer dat een belangrijk onderdeel van het project is: bijvoorbeeld in de zoekbuurten in clusters waar gewerkt gaat worden met een aardgasvrij project.

De ontwikkelingen in de warmtetransitie gaan snel en zodoende heeft de gemeenteraad in 2022 besloten om het beleid na twee jaar te actualiseren. Over drie jaar komt de volgende actualisatie weer, waar opnieuw de voortgang en ontwikkelingen worden beschreven. Dit keer wordt voor drie jaar gekozen om gelijk te lopen met de cyclus van het programma duurzaamheid.

1. Periodiek worden leerervaringen van relevante PAW-wijken en andere projecten opgehaald (bv. via internet, telefonisch of in webinars).

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027

Focus 9: Samenwerking zoeken met andere gemeenten

1. Geen, maar na deze periode dient de actualisatie van het Warmteprogramma met nieuw uitvoeringsprogramma voor de volgende periode opgesteld te worden in 2027.

Best is voor een groot deel afhankelijk van de samenwerking met andere gemeenten in de regio. Het geothermieproject is bijvoorbeeld alleen haalbaar in samenwerking met o.a. buurgemeenten, investeerders, woningcorporaties en de netbeheerder. Ook andere projecten zijn vaak succesvoller als ze in regionale samenwerking worden opgepakt.

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027

1. Doorgaan met periodieke afstemming met communicatie, en communicatie inzetten waar nodig bij projecten. 2. Participatie inzetten waar nodig bij projecten. 3. Reguliere communicatie doorzetten, bv. nieuwsbrief en avondjes duurzaam met Best Duurzaam.

44

Focus 8: Kennis opdoen van andere projecten. De ontwikkelingen in de warmtetransitie gaan snel. Daarom is het van belang om resultaten van de projecten elders in de regio en in het land in de gaten te houden. Dat kan immers weer belangrijke voordelen opleveren voor de warmtetransitie in Best.

2. Er wordt periodiek in de regio gepolst welke projecten lopen en welke resultaten er met projecten zijn behaald.

Concrete acties en projecten in de periode 2024-2027 1. Binnen de RES-regio zoekt Best contact met andere gemeenten. Er worden op dit moment communities of practice opgestart om dit in themaverband met wisselende samenstellingen te organiseren in de regio.

Focus

Planning

Actie

Focus 1 (zoekbuurten, kleinschalige collectieven)

2024/2025

Businesscase kleinschalig collectief Heivelden (deels) uitvoeren

Focus 1 (zoekbuurten, kleinschalige collectieven)

2025

Opstellen projectinitiatiedocument (PID) of wijkuitvoeringsplan (WUP) voor Heivelden (deels)

Focus 1 (zoekbuurten, kleinschalige collectieven)

2025

Marktverkenning

Focus 1 (zoekbuurten, kleinschalige collectieven)

2025

Rolbepaling gemeente in project

Focus 1 (zoekbuurten, kleinschalige collectieven)

Doorlopend

Verkenning welke potentie er is voor andere kleinschalige collectieven

Focus 2 (bespaarbuurten)

2024/2025

Programma Bespaarbuurten opstellen met doelstelling 2030, aanpak om het doel te bereiken en vorm van samenwerking met woningcorporaties en VvE's

Focus 2 (bespaarbuurten)

2025/2026/2027

Uitvoeren Programma Bespaarbuurten

Focus 3 (zoekbuurten, handelingsperspectief)

2024

Handelingsperspectief per buurt(type) communiceren na vaststelling warmteprogramma

Focus 4 (onderzoek warmtetechnieken)

Doorlopend

Stimuleren van en deelname aan toekomstige onderzoeken naar duurzame warmtetechnieken en diens lokale toepassing

Focus 5 (gemeentelijk vastgoed)

Doorlopend

Verduurzamen gemeentelijke gebouwen

Focus 5 (gemeentelijk vastgoed)

Doorlopend

Verduurzamingsagenda gemeentelijk vastgoed

Focus 6 (communicatie & participatie)

Doorlopend

Voortzetten periodieke afstemming communicatie

Focus 7 (beleid)

2027

Uiterlijk eind 2027 actualisatie Warmteprogramma opstellen

Focus 8 (kennis opdoen)

Doorlopend

Periodiek leerervaringen ophalen

Focus 9 (regionale samenwerking)

Doorlopend

Actief deelnemen aan de regionale communities of practice

Tabel 5.1: Opsomming concrete acties in periode 2024-2027.

45

Bijlagen & bronnen

6

Bijlage 1: peiling Warmteprogramma (door I&O Research)

47

Peiling - Warmteprogramma

Rapport – Burgerpanel Best

Oktober 2023

www.ioresearch.nl

COLOFON Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 308 48 00 www.ioresearch.nl Rapportnummer 2023/concept Datum Oktober 2023 Opdrachtgever Gemeente Best Auteurs Rosan Nijkamp Michelle Piksen

2

Introductie Aanleiding De meeste mensen gebruiken aardgas om op te koken en hun huizen te verwarmen. In Nederland hebben we afgesproken in 2050 te stoppen met het gebruik van aardgas. De gemeente Best wil onderzoek hoe inwoners denken over de overstap naar aardgasvrij. De resultaten van dit onderzoek zal de gemeente gebruiken voor het opstellen van het warmteprogramma.

Respons Voor dit onderzoek zijn alle 1.331 panelleden uitgenodigd en 739 leden hebben de vragenlijst ingevuld. Dat is een respons van 56 procent in het panel. Daarnaast hebben 36 inwoners de vragenlijst ingevuld via de open link die de gemeente verspreidde. In totaal hebben 775 inwoners van Best de vragenlijst ingevuld. Dat is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te doen.

Methode Voor het onderzoek is het Inwonerspanel Best geraadpleegd. Het panel bestaat uit 1.331 leden. Dit zijn inwoners van de gemeente Best die zich hebben aangemeld voor deelname aan online onderzoeken van de gemeente. De panelleden zijn via e-mail uitgenodigd om deel te nemen aan dit onderzoek. Inwoners konden ook deelnemen door middel van een open link die de gemeente verspreidde. De vragenlijst kon worden ingevuld van 5 t/m 26 oktober 2023.

In de onderstaande tabellen staat de ongewogen respons uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en wijk.

Analyse Op de data is een weging toegepast naar leeftijd en geslacht. Dit betekent dat de verhoudingen naar leeftijd en geslacht zijn teruggebracht naar de werkelijke verhoudingen in de bevolking van Best. Groepen die ondervertegenwoordigd zijn, krijgen een groter gewicht, terwijl oververtegenwoordigde groepen een kleiner gewicht krijgen. Op deze manier zijn de resultaten representatief voor de gehele gemeente Best, wat betreft deze achtergrondkenmerken. Indien de percentages niet optellen tot 100 procent, is dit het gevolg van afrondingsverschillen. Waar mogelijk bekijken we verschillen tussen wijken, leeftijdsgroepen, geslachten en mensen met verschillende tussen huurder en huiseigenaren. Verschillen benoemen we alleen (in kaders) als deze statistisch significant zijn.

Wijk

Aantal

%

Aantal

%

Batadorp

14

2%

Hoge Akker

23

3%

Bedrijventerrein Breeven

2

0,3%

Kantonnier

35

5%

Bedrijventerrein 't Zand

3

0,4%

Naastenbest

103

13%

Buitengebied

32

4%

Salderes

110

14%

Centrum

33

4%

Speelheide

49

6%

De Leeuwerik

39

5%

Steegsche Velden

16

2%

Dijkstraten

22

3%

Villawijk

14

2%

Heivelden

95

12%

Wilhelminadorp

61

8%

Heuveleind

97

12%

Onbekend

27

4%

Leeftijd

Aantal

%

Geslacht

Aantal

%

18 t/m 34 jaar*

27

4%

Man

494

63%

35 t/m 49 jaar

117

15%

Vrouw

276

36%

50 t/m 64 jaar

282

36%

Onbekend

13

1%

65+

338

44%

Onbekend

11

1%

*Het gaat bij deze groep om een klein aantal respondenten en daarmee worden deze uitkomsten als indicatief beschouwd.

3

Achtergrond

Figuur 1 - Welke situatie is op u van toepassing? Basis: iedereen (n = 775). 11%

1%

Merendeel van de inwoners is woningeigenaar

Ik woon in een koopwoning

Bijna negen op de tien inwoners (87%) die mee hebben gedaan aan dit onderzoek zijn woningeigenaren. Elf procent van de deelnemers geeft aan in een huurwoning te wonen.

Ik woon in een huurwoning Anders

Grootste deel inwoners bekend met overstap naar aardgasvrij wonen

In Nederland is afgesproken dat in 2050 gestopt wordt met het gebruik van aardgas. We vroegen de inwoners van de gemeente Best of zij al iets weten over de overstap naar aardgasvrij wonen. Het grootste deel van de inwoners zegt hier een beetje vanaf te weten (58%). Een kwart weet er vrij veel van (27%). Vijftien procent van de inwoners weet vrijwel niets van het onderwerp, maar er was geen enkele inwoner die hier nu voor het eerst van hoorde.

87%

Figuur 2 - Weet u al iets over de overstap naar aardgasvrij wonen? Basis: iedereen (n = 775). 15%

0% 27%

Ik weet er al vrij veel over

Mannen geven vaker aan veel te weten van de overstap naar aardgasvrij wonen dan vrouwen (33% vs. 21%)

Ik weet er een beetje van

Ook woningeigenaren zeggen vaker veel over dit onderwerp te weten in vergelijking met huurders (30% vs. 6%)

Ik weet vrijwel niets over dit onderwerp Ik hoor er nu voor het eerst iets over 58%

4

Oordeel over overstap Inwoners vaker positief over overstap naar andere warmtevoorziening

De inwoners is gevraagd een rapportcijfer te geven over hoe zijn aankijken tegen de overstap van aardgas naar een andere duurzame warmtevoorziening, lopend van 1 (negatief) tot en met 10 (positief). Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven is een 6,5. Twee op de drie inwoners (67%) geven een positief rapportcijfer (6-10). Daarnaast geeft een derde van de inwoners (31%) een negatief rapportcijfer geeft (1 -5).

Inwoners overwegen geld te investeren in duurzame woning

Op de vraag of inwoners bereid zijn om geld te investeren in een duurzame woning, antwoord één op de vijf inwoners (19%) hier zeker toe bereid te zijn. Iets minder dan de helft (46%) zegt dit te overwegen. Vijftien procent van de inwoners zegt momenteel niet bereid te zijn om geld te investeren in een duurzame woning.

Bij ‘anders’ wordt vaak genoemd dat men huurder is en dit daarom niet aan hen is. Ook zeggen inwoners dat hun huis al erg duurzaam is en dat zij daarom niet nog verder hoeven te verduurzamen.

Figuur 3 - Hoe kijkt u aan tegen de overstap van aardgas naar een andere duurzame warmtevoorziening? Scoor dit op een schaal van 1 (negatief) tot 10 (positief). Basis: iedereen (n = 775). 20% 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%

18% 14%

15%

11% 7% 5%

6%

6,5

6%

2%

1

2

2%

3

4

5

6

7

8

9

10

Weet niet

Figuur 4 - Bent u bereid om geld te investeren in een duurzame woning? Meerdere antwoorden mogelijk. Basis: iedereen (n = 775). Ja, ik ben zeker bereid om geld te investeren in een duurzame woning

19%

Ja, ik overweeg het maar dit hangt af van de kosten/mogelijke besparingen

35%

Ja, ik overweeg het maar ik zou eerst graag meer informatie willen hebben

Mannen zijn vaker bereid om geld te investeren in een duurzame woning dan vrouwen. Ook huiseigenaren zijn hier vaker toe bereid dan huurders

Gemiddeld rapportcijfer

14%

11%

Ik weet het nog niet, ik wil eerst graag weten welke duurzame opties beschikbaar zijn

21%

Nee, ik ben momenteel niet bereid om geld te investeren in een duurzame woning

15%

Weet ik niet / geen mening

“Ik heb al een duurzame woning zonder gas”

1%

Anders

5

13%

0%

10%

20%

30%

40%

Duurzaam verwarmen (1) Figuur 5 - Heeft u al eens gekeken naar de opties voor duurzame verwarming in uw eigen woning? Meerdere antwoorden mogelijk. Basis: iedereen (n = 775).

Groot deel inwoners nog niet gekeken naar opties duurzame verwarming Twee op vijf inwoners (42%) zeggen nog niet te hebben gekeken naar opties voor duurzame verwarming in hun eigen woning. Een derde van de inwoners (30%) geeft aan gekeken te hebben naar een hybride warmtepomp.

Bij ‘anders’ wordt vaak genoemd dat inwoners hun huis elektrisch verwarmen door middel van een airco. Ook geven veel inwoners aan dat zij afhankelijk zijn van hun verhuurder en hier zelf geen beslissingen over kunnen nemen.

Nee, nog niet

42%

Ja, ik heb naar de hybride warmtepomp gekeken

30%

Ja, ik heb naar de elektrische warmtepomp gekeken

17%

Ja, ik hoop op een warmtenet van de gemeente in Best

8%

Anders

12%

Ik ben al aardgasvrij

8%

Weet niet / geen mening

Acht procent van de inwoners is al aardgas vrij

Een klein deel van de inwoners is al aardgasvrij. Deze inwoners verwarmen hun woning voornamelijk met een elektrische warmte pomp (77%). Een vaker genoemd antwoord bij ‘anders’ is het gebruik van een grondgebonden warmtepomp. “Met een grondgebonden warmtepomp”

2%

0%

20%

40%

60%

Figuur 6 - U heeft aangegeven dat uw woning al aardgasvrij is. Op welke manier verwarmt u uw woning? Basis: inwoners die al aardgasvrij zijn (n = 75). 14%

9%

Met een hybride warmtepomp Met een elektrische warmtepomp Anders 6 77%

Duurzaam verwarmen (2) Figuur 7 - Overweegt u om een warmtepomp aan te schaffen? Basis: inwoners die nog niet aardgasvrij zijn (n = 718).

Meerderheid overweegt niet om warmtepomp aan te schaffen

Drie op de vijf inwoners (61%) geven aan de aanschaf van een warmtepomp niet te overwegen. Redenen om dit niet te doen zijn de investeringskosten, geen geschikte woning en overlast van het geluid dat een warmtepomp maakt. Dertien procent van de inwoners zegt dit daarentegen wél te overwegen. Redenen hiervoor zijn voornamelijk dat het duurzamer is, dat het gas en zo ook kosten bespaart en omdat het op den duur simpelweg moet.

13%

20%

Ja Nee

6%

Ik heb al een warmtepomp aangeschaft

Voorkeur voor hybride warmtepomp

Weet niet / geen mening

De optie die volgens inwoners het beste bij de eigen woning past, is een hybride warmtepomp (32%). Een kwart van de inwoners (24%) zegt hier geen mening over te hebben of dit niet te weten. Als inwoners konden kiezen tussen een warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet, gaat de voorkeur vaker uit naar een warmtepomp (27%). Figuur 8 - Welke optie voor duurzame verwarming past volgens u het best bij uw eigen woning? Basis: inwoners die nog niet aardgasvrij zijn (n = 718). Hybride warmtepomp

Figuur 9 - Als u zou kunnen kiezen, zou u zich dan liever aansluiten op een warmtenet of een warmtepomp gebruiken? Basis: inwoners die nog niet aardgasvrij zijn (n = 718).

32%

Elektrische warmtepomp

4% 24%

5%

17% 16%

Geen van beide

Weet niet / geen mening 0%

14%

De optie die het gemakkelijkst is

14%

Ander

27%

De optie die het goedkoopst is

10%

Geen van allen

Gebruik van een warmtepomp Aansluiten op een warmtenet

17%

Warmtenet

Inwoners van 18-34 jaar en inwoners van 35-49 jaar overwegen vaker om een warmtepomp aan te schaffen

61%

10%

15%

20%

25%

11%

Weet niet / geen mening 30%

35%

15%

0%

5%

10%

15%

20%

25%

7

30%

Hulp bij overstap aardgasvrij (1) Vooral behoefte aan financiering en advies Er is vooral behoefte aan hulp in de vorm van financiering zoals een subsidie of lening (41%) en advies over mogelijke maatregelen in de woning (40%) op het moment dat inwoners overwegen een woning aardgasprijs te maken.

Achttien procent van de inwoners wil of verwacht niet hun woning aardgasvrij(klaar) te maken. Twaalf procent van de inwoners geeft aan iets anders nodig te hebben om hun woning aardgasvrij te maken. Wat vaker wordt genoemd is dat zij meer duidelijkheid willen vanuit de overheid of wachten op technische verbeteringen waardoor warmtepompen kleiner en goedkoper worden. Ook geven inwoners aan afhankelijk te zijn van de verhuurder of woningbouwcoöperatie. Een deel van de inwoners geeft aan geen behoefte te hebben aan hulp.

Figuur 10 - Stel, u overweegt uw woning aardgasvrij(klaar) maken. Wat zou u dan helpen bij het maken van een keuze?? Basis: inwoners die nog niet aardgasvrij zijn (n = 718). Financiering in de vorm van een subsidie of lening

41%

Advies over de mogelijke maatregelen voor mijn woning

40%

Informatie over waar (mogelijk) een warmtenet komt

21%

Hulp bij het aanbrengen van duurzame maatregelen in mijn huis

18%

Informatie op de gemeentelijke website

13%

Hulp van een energiecoach

12%

Hulp van buurtbewoners die al ervaring opgedaan hebben

10%

Anders

12%

Ik wil of verwacht niet dat ik mijn woning aardgasvrij(klaar) ga maken

18%

Weet ik niet

6%

0%

20%

40%

60%

8

Hulp bij overstap aardgasvrij (2) Inwoners verkiezen eigen keuzes en lage kosten boven ontzorgen

We vroegen inwoners waar hun voorkeur naar uit gaat als het gaat om de overstap om hun woning aardgasvrij te maken: dat de gemeente veel voor hen regelt (ontzorgt) of dat zij zoveel mogelijk zelf regelen en zo eigen keuzes maken. Een vijfde van de inwoners (22%) heeft in dit geval een sterke voorkeur voor ontzorgen. Daarnaast heeft vijf procent een lichte voorkeur voor ontzorgen. Daar tegenover staat een derde van de inwoners (34%) die een sterke voorkeur hebben voor het zelf regelen en vijf procent van de inwoners die hier een lichte voorkeur voor hebben. Vervolgens vroegen we ook waar hun voorkeur naar uit gaat als het gaat om de overstap om hun woning aardgasvrij te maken; dat de gemeente veel voor hen regelt (ontzorgt) of dat de kosten zo laag mogelijk blijven. De helft van de inwoners (52%) heeft een sterke voorkeur om de kosten zo laag mogelijk te houden. Daarnaast heeft zes procent van de inwoners hier een lichte voorkeur voor. Dertien procent van de inwoners heeft daarentegen een sterkte voorkeur voor ontzorgen en vier procent heeft hier een lichte voorkeur voor.

Figuur 11 - Waar gaat uw voorkeur naar uit als het gaat om de overstap om uw woning aardgasvrij te maken: dat de gemeente veel voor u regelt (u ontzorgt) of dat u zoveel mogelijk zelf regelt en zo eigen keuzes maakt? Basis: inwoners die mogelijk de overstap willen maken (n = 571).

5%

22%

Ontzorgen

27%

neutraal

5%

34%

Zelf regelen

7%

Weet ik niet

Figuur 12 - Waar gaat uw voorkeur naar uit als het gaat om de overstap om uw woning aardgasvrij te maken: dat de gemeente veel voor u regelt (u ontzorgt) of dat de kosten zo laag mogelijk blijven? Basis: inwoners die mogelijk de overstap willen maken (n = 571).

13%

Ontzorgen

4%

20%

6%

neutraal

52%

Lage kosten

5%

Weet ik niet

9

Zorgen over overstap naar aardgasvrij Het merendeel van de inwoners maakt zich geen zorgen

Inwoners konden aangeven of ze zich zorgen maken over de overstap naar aardgasvrij wonen. Iets minder dan de helft maakt zich zorgen over de overstap naar aardgasvrij wonen (46%). Iets meer dan de helft (54%) maakt zich hier geen zorgen over.

Figuur 13 - Maakt u zich zorgen over de overstap naar aardgasvrij wonen? Basis: inwoners die mogelijk de overstap willen maken (n = 571).

Aan de inwoners die zich zorgen maken over de overstap naar aardgasvrij wonen, is gevraagd waarover zij zich zorgen maken. De grootste zorgen hebben inwoners over de kosten van de overstap (74%). Ook vraagt de helft (53%) zich af of hun woning wel warm wordt met een warmtepomp of warmtenet. Daarnaast heeft ook de helft van deze inwoners (51%) zorgen over de overlast (zoals een verbouwing) die de overstap naar aardgasvrij wonen met zicht meebrengt. Andere zorgen die inwoners hebben zijn bijvoorbeeld of er voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet zal zijn en of hun woning wel geschikt is om aardgasvrij te maken. Ook wordt vaker genoemd dat inwoners zorgen hebben over de geluidsoverlast van een warmtepomp.

Inwoners van 18-34 jaar (91%) en inwoners van 35-49 jaar (79%) maken zich vaker zorgen over de kosten die de overstap naar aardgasvrij wonen met zich meebrengt.

Ja

46%

Voornamelijk zorgen over kosten

Nee

54%

Figuur 14 - Maakt u zich zorgen over de overstap naar aardgasvrij wonen? Basis: inwoners die zich zorgen maken (n = 249). Kosten: kan ik het wel betalen?

74%

Functioneren: wordt mijn huis wel warm met een warmtepomp/warmtenet?

53%

Overlast: hoe groot is de verbouwing en hoeveel last heb ik ervan?

51%

Tijd: hoeveel tijd en moeite kost het me?

36%

Anders

20%

0%

50%

10 100%

Belangrijke aspecten warmtebron Gelijk blijven van de maandelijkse verbruikskosten belangrijkst

We vroegen inwoners wat voor hen het meest belangrijk is bij een overstap naar een andere warmtebron. Inwoners vinden het voornamelijk belangrijk dat de hun maandelijkse verbruikskosten voor verwarming gelijk blijven of lager worden (74%). Elf procent van de inwoner noemt nog een ander punt dan de vooraf gegeven mogelijkheden. Zo vinden zij het belangrijk dat de andere warmtebron daadwerkelijk duurzamer is en dat er subsidie mogelijkheden komen. Vrouwen vinden het vaker belangrijk dat de nieuwe energiebron veilig is (47% vs. 30%). Ook vinden vrouwen het belangrijker dat de ingreep weinig overlast geeft (43% vs. 30%). Inwoners van 65 jaar en ouder vinden het minder vaak belangrijk dat de kosten gelijk blijven of lager worden dan het gemeentelijke gemiddelde (60% vs. 74%).

Figuur 15 - Wat vindt u het meest belangrijk bij een overstap naar een andere warmtebron? Maximaal drie antwoorden. Basis: inwoners die mogelijk de overstap willen maken (n = 571). Dat mijn maandelijkse verbruikskosten voor verwarming gelijk blijven (of lager worden)

74%

Dat de nieuwe energiebron veilig is

39%

Dat de ingreep weinig overlast geeft

37%

Dat mijn woning comfortabeler wordt

27%

Dat ik goed begeleid word in het proces

20%

Dat de overstap van begin tot eind voor me geregeld wordt

10%

Dat er een gunstige lening mogelijk is

7%

Dat de overstap tegelijk met de buren gemaakt wordt

4%

Anders

11%

Weet ik niet

4%

0%

20%

40%

60%

80% 11

Collectieve inkoopacties Weinig interesse in collectieve inkoopacties

Naast warmtepompen en warmtenet zijn er nog meer maatregelen die inwoners kunnen nemen om energie te besparen. We vroegen inwoners of zij interesse zouden hebben om deel te nemen aan collectieve inkoopacties. Twee op de vijf inwoners geven aan dat zij hier geen interesse in hebben en dit liever zelf regelen.

Een derde van de inwoners (32%) heeft wel interesse in een vorm van een collectieve inkoopactie. Hierbij hebben inwoners de meeste interesse in een inkoopactie voor warmtepompen (20%).

Figuur 16 - Zou u interesse hebben om deel te nemen aan collectieve inkoopacties in uw buurt/de gemeente? Basis: iedereen (n = 775).

Nee, ik regel het liever zelf

40%

Ja, een collectieve inkoopactie voor warmtepompen is voor mij interessant

Inwoners van 65 jaar en ouder hebben minder vaak interesse in een collectieve inkoopactie voor warmtepompen dan het gemeentelijke gemiddelde (11% vs. 20%).

20%

Ja, een collectieve inkoopactie voor isolatie is voor mij interessant

8%

Ja, een collectieve inkoopactie voor bespaarmaatregelen is voor mij interessant

4%

Weet niet / geen mening

27%

0%

20%

40%

60%

12

Opmerkingen van inwoners Aan het einde van de vragenlijst is gevraagd of inwoners nog op- en/of aanmerkingen hebben naar aanleiding van de vragenlijst. Hieronder een selectie van de gegeven antwoorden.

“Aardgasvrij wonen begint in mijn ogen bij goede isolatie. De juiste keuzes maken in isolatie is de grootste uitdaging” “Ik hoop op een andere mogelijkheid om aardgasvrij maken i.v.m. wonen in appartement en dus ruimtegebrek heb voor een warmtepomp” “De terugverdientijd is onduidelijk en ook geldt dat voor de prijs” “Ik begrijp de noodzaak, maar hoe wij het moeten financieren is voor ons nog een raadsel” “Als er toch een transitie zou moeten komen, dan moet de staat alle lasten daarvan dragen” “Ik ben niet van plan om zelf te investeren in mijn huur appartement, en wacht af wat mijn verhuurder van plan is” “Een gratis, onafhankelijk advies zou heel fijn zijn” “Ik ben benieuwd hoe men appartementengebouwen aardgas vrij gaat maken.” “Het moet duidelijk worden wat de gemeente voor haar rekening gaat nemen en wat aan de burgers wordt overgelaten” “Ik ben erg benieuwd naar hoe de energie wordt opgewekt om aardgas te vervangen. Ik twijfel of er een duurzaam alternatief is om alle woningen aardgasvrij te maken” “Niet alle woningen zijn geschikt om aardgasvrij gemaakt te worden”

13

I&O Research Enschede

I&O Research Amsterdam

Zuiderval 70

Piet Heinkade 55

Postbus 563

1019 GM Amsterdam

7500 AN Enschede

T (020) 308 48 00

T (053) 200 52 00

E info@ioresearch.nl

E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802

Bijlage 2: verantwoording programma Omgevingswet Conform artikel 3.17 van de Omgevingswet voldoet dit Warmteprogramma aan de vereisten gesteld aan een programma onder de Omgevingswet: 1a. Het Warmteprogramma beslaat het gehele grondgebied van de gemeente Best; 1b. Het Warmteprogramma dient wettelijk tenminste elke vijf jaar geactualiseerd te worden; 1c. Het Warmteprogramma heeft als doel het verduurzamen / aardgasvrij maken van de fysieke leefomgeving; 1d. Uit data uit 2019 blijkt dat 1,53% van de bebouwing in Best aardgasvrij was; 1e. Er wordt een autonome ontwikkeling verwacht op basis van nationaal beleid, maar sturing van de gemeente is noodzakelijk om te zorgen voor optimale aardgasvrijoplossingen en om inwoners hulp te bieden. Als gevolg van deze sturing ontwikkelt de leefomgeving zich sneller naar aardgasvrij(ready); 1f. Zie hoofdstuk 5, deels afhankelijk van nadere invulling; 1g. De ontwikkelingen resulteren in een (steeds meer) aardgasvrije leefomgeving. Pandeigenaren zoals woningcorporaties, bedrijven en eigenaarbewoners zijn belangrijke stakeholders die de gevolgen van de plannen ondervinden. Hun belang is geborgd in nationale wetgeving en wordt geborgd door participatie in de verschillende fasen van dit traject; 1h. Het gaat om de maatregelen zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Warmteprogramma.

De verwachting is dat deze bijdragen aan het versnellen van de aardgasvrijtransitie. De bedoeling is dat de maatregelen in de periode 2024-2027 worden uitgevoerd; 2. Afhankelijk van nadere uitwerking.

48

Bijlage 3: tabellen bij hoofdstuk 3

Vermogen [MW]

Energie [GJ]

Energie [GWu]

Vollasturen [u]*

Basislast

5,73

124.820,00

34,67

6050

Middenlast

2,81

25.280,00

7,02

2500

Pieklast

10,16

7.900,00

2,19

216

Totale last

18,70

158.000,00

43,89

8766

Tabel b3.1: schatting van het gevraagde volume en vermogen van het collectief warmtesysteem voor de zoekbuurten.

*CAPEX = investeringskosten; *OPEX = operationele kosten; *Vollasturen = effectieve operationele tijd.

Vermogen [MW]

Energie [GJ]

Energie [GWu]

Vollasturen [u]*

Basislast

10,63

231.470,00

64,30

6050

Middenlast

5,21

46.880,00

13,02

2500

Pieklast

18,84

14.650,00

4,07

216

Totale last

34,68

293.000,00

81,39

8766

Tabel b3.2: schatting van het gevraagde volume en vermogen van het collectief warmtesysteem voor de zoekbuurten +.

Bron pieklast

CAPEX (ongeveer; x mln.)*

CAPEX per woning (ongeveer)*

OPEX (ongeveer; x mln.)*

OPEX per woning (ongeveer)*

Kosten bron / centrale (ongeveer; x mln.)

Kosten aansluit (ongeveer; x mln.)

Totaal (ongeveer; x mln.)

Geothermie

(Duurzaam) gas

€ 22,5

€ 6.750,-

€ 1,8

€ 500,-

€ 33,0

€ 20,0

€ 78,0

Scenario 1b

Geothermie

(Duurzaam) gas

€ 43,0

€ 6.500,-

€ 3,3

€ 500,-

€ 63,0

€ 40,0

€ 147,0

Scenario 2

Aquathermie

(Duurzaam) gas

€ 21,5

€ 6.500,-

€ 3,0

€ 850,-

€ 32,0

€ 20,0

€ 77,0

Bron basis& middenlast

Scenario 1a

Tabel b3.3: schatting van de benodigde kosten voor een warmtenet. Scenario 1a en 2 zijn berekend voor de zoekbuurten, 1b voor zoekbuurten +. 49

Bijlage 4: opbouw van figuur 5.3

Figuur b4.1-4: opbouw van figuur 5.3. Figuur b4.1: reeds duurzaam verwarmde buurten. Figuur b4.2: + meest waarschijnlijke aardgasvrijoplossing per buurt. Figuur b4.3: + toevoeging alternatieve meest waarschijnlijke aardgasvrijoplossing per buurt, indien onduidelijk is welke in de betreffende buurt dominant zal worden. Figuur b4.4: + isolatieopgave. Overal is isoleren verstandig, maar per woning zal verschillen hoeveel en welke isolatiestappen interessant zijn. Voor de reeds duurzaam verwarmde buurten is isoleren over het algemeen minder nodig.

50

Bronnen Hoofdstuk 1 • https://www.nu.nl/klimaat/6136522/warmtetransitie-komt-op-stoom-tot-3-miljoen-gasvrije-huizen-in-2030.html • https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2020/09/24/aef--onderzoeksrapport-uitvoeringskosten-klimaatakkoord • https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/02/27/ruim-%E2%82%AC1-miljard-voor-uitvoering-klimaatbeleid-gemeenten-en-provincies

Hoofdstuk 2 • https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx

• https://vng.nl/nieuws/wgiw-geeft-gemeenten-instrumenten-voor-regie-warmtetransitie • https://www.aardgasvrijewijken.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1557265 • https://www.ad.nl/economie/warmtepomp-niet-op-tijd-terugverdiend-en-daarom-voor-veruit-de-meeste-mensen-toch-niet-verplicht~abdba240/ • https://energeia.nl/energeia-artikel/40112306/wetenschappelijke-klimaatraad-formuleer-toekomstvisie-over-nederland-in-2050 • https://natuurenmilieu.nl/themas/energie/waterstof/waterstof-de-waterstofladder/

Hoofdstuk 3 • Onderzoek aquathermie IF Technology • https://kennisbank.ebn.nl/15-detailstudie-potentie-aardwarmte-metropoolregio-eindhoven-warm2020/ • https://scanaardwarmte.nl/updates/op-23-mei-inloopavond-voor-bewoners-zoekgebied-eindhoven/ • https://scanaardwarmte.nl/waar-doen-we-onderzoek/ • https://energeia.nl/energeia-artikel/40111303/noord-brabant-onderzoekt-publiek-warmtebedrijf • https://www.brabant.nl/-/media/6824eb8f82af43bb99ad5627502e6c53.pdf

65

Bronnen Hoofdstuk 4 • https://www.gemeentebest.nl/data/downloadables/1/1/3/2/3/raadsbreed-beleidsakkoord-2022-2026.pdf • https://www.bugelhajema.nl/bestanden/Best/20230602_5184_Omgevingsvisie_Best_V7_low%20res.pdf • https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieverbruik • https://www.energieregiomre.nl/res/documenten+res+10/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2053730

Hoofdstuk 5

• https://regionaalenergieloket.nl/best

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14641005/1