24052.5 - TOELICHTING bestemmingsplan Uitbreiding HS-station Best
Tekst van het document
1Toelichting •
•
•
•
Hoofdstuk 1 Inleiding
o
1.1 Aanleiding
o
1.2 Planlocatie
o
1.3 Vigerend bestemmingsplan
o
1.4 Planopzet en leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
o
2.1 Huidige situatie
o
2.2 Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
o
3.1 Rijksbeleid
o
3.2 Provinciaal beleid
o
3.3 Regionaal beleid
o
3.4 Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
o
4.1 Milieuaspecten
o
4.2 Archeologische waarden
o
4.3 Ecologie
o
4.4 Water
o
4.5 Verkeer
o
4.6 Landschap
•
Hoofdstuk 5 Planopzet
•
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
o
6.1 Economische uitvoerbaarheid
o
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Archiefexemplaar van BL24-03708
- Toelichting BP Uitbreiding HS-station Best
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Enexis en TenneT willen de capaciteit van het netwerk vergroten. De aanleiding hiervoor is de energietransitie waarin we ons begeven. De energietransitie houdt in de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen, zoals gas, naar volledig groene energie. Duurzame (groene) energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Het doel van de transitie is om een geheel duurzame energievoorziening te hebben in 2050 in Nederland, die dan voor 100% bestaat uit groene energie.
Het opwekken van zonne-energie en andere duurzame oplossingen voor energiewinning is de laatste jaren enorm toegenomen. Daardoor raakt het stroomnet op steeds meer plekken in Nederland vol. Hiervoor moet het elektriciteitsnet en het landelijke hoogspanningsnet uitgebreid en verzwaard worden. Zo wordt de capaciteit op ons elektriciteitsnet vergroot en kan in de toekomst iedereen duurzame energie terugleveren. Om de energietransitie mogelijk te maken, dient Enexis en TenneT haar infrastructuur aan te passen en de capaciteit te vergroten. Hiervoor dienen onder andere veel hoogspanningsstations te worden uitgebreid door TenneT en Enexis om aan de benodigde capaciteit (van het energienet) te kunnen voldoen, nu en in de toekomst.
In Noord-Brabant is op dit moment (mei 2023) (bijna) geen transportcapaciteit meer beschikbaar. Hiervan is melding gedaan bij de ACM (Autoriteit Consument en Markt). Er wordt onderzocht wat de mogelijkheid is van congestiemanagement. Dit betekent voor nieuwe aanvragen dat zij op een wachtlijst komen te staan, in afwachting van het congestiemanagement onderzoek. Tot die tijd kunnen er geen nieuwe aansluitingen worden gerealiseerd.
Om de transportcapaciteit te vergroten is de uitbreiding van het hoogspanningsstation Best noodzakelijk. Uit de opgestelde netvisie komt naar voren dat het hoogspanningsstation aan de Ploegstraat 12 in Best op korte termijn (eind 2025) en middellange termijn uitgebreid zal moeten worden.
Binnen het bestaande hoogspanningsstation wordt een transformator vervangen en verzwaard. Tevens wordt het hoogspanningsstation uitgebreid met drie transformatoren en drie modulaire gebouwen (zie ook paragraaf 2.2). In totaal bestaat het hoogspanningsstation dan uit zes transformatoren en vijf modulaire gebouwen. Daarnaast wordt de kabeltuin van TenneT uitgebreid en wordt er een Centraal Dienstengebouw (CDG) toegevoegd aan het hoogspanningsstation. Dit is de totale uitbreiding die verdeeld is over twee fases, de korte termijn en middenlange termijn. De uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt in twee fasen uitgevoerd vanwege de
onvoorspelbaarheid van de hoeveelheid en het tempo waarmee aanvragen voor een netaansluiting worden ingediend, is voor de totale uitbreiding voorliggend plan geschreven.
Figuur 1: Globale weergave van de totale uitbreiding van het hoogspanningsstation Best
Het realiseren van de uitbreiding van het hoogspanningsstation Best is binnen het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Met de uitbreiding van het hoogspanningsstation worden de bouwhoogtes en het bouwvlak zoals deze zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 overschreden. Daarnaast krijgt het hoogspanningsstation na uitbreiding een totaal vermogen van 326 MVA. Hiermee wordt het hoogspanningsstation geluidzoneplichtig. Om de uitbreiding mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld met daarin de gewijzigde bestemmingen en de geluidzone.
1.2 Planlocatie Het plangebied omvat het hoogspanningsstation met de daarbij behorende de toekomstige uitbreiding binnen het hoogspanningsstation terrein en de geluidzone, die over de omgeving van het hoogspanningsstation komt te liggen door het toenemen van het vermogen van het station. Het hoogspanningsstation aan de Ploegstaart 12 bevindt ligt in de gemeente Best, in Noord-Brabant,
tussen Eindhoven en de kern Best. De kadastrale aanduiding van het perceel van het hoogspanningsstation is BES00-F-229 (zie Figuur 2).
Figuur 2: Perceel waarop het hoogspanningsstation zich bevindt.
Ten noorden van het hoogspanningsstation bevindt zich golfbaan 'Best Golf'. Tussen de golfbaan en het hoogspanningsstation bevindt zich bebossing en een deel grasland, dit bevindt zich op het perceel van Enexis (perceel nummer BES00-F-229). Ten westen grenst het perceel aan een waterplas. Aan de zuidzijde van het hoogspanningsstation grenst het aan de Ploegstraat, wat tevens de ontsluitingsweg van het hoogspanningsstation is. Langs de Ploegstraat loopt ook parallel een buisleiding van de Gasunie. Aan de Ploegstraat liggen twee woningen in de nabij omgeving van het hoogspanningsstation, dit is de woning aan de Ploegstraat 14 op circa 90 meter afstand tot kabeltuin van het hoogspanningsstation en de woning aan de Ploegstraat 3 op circa 200 meter afstand van het hoogspanningsstation. Ten zuiden van de Ploegstraat, tussen de Ploegstaart en de A2 en A50 in, bevindt zich verder bebossingen en plassen. Aan de westzijde van het hoogspanningsstation loopt de hoogspanningsverbinding 150 kV Best - Tilburg en 150 kV Tilburg - Eindhoven Noord. Daar op een
afstand naast loopt de spoorverbinding tussen Eindhoven en 's-Hertogenbosch. Tussen de hoogspanningsverbinding en het spoor bevindt zicht bebossing en grasland.
Het huidige 150-10 kV hoogspanningsstation omvat de inrichting van Enexis (transformatoren en gebouwen) en de inrichting van TenneT (schakelveld met vermogensschakelaars), zie Figuur 3.
Figuur 3: De uiteenzetting van het hoogspanningsstation terrein in het deel van TenneT (schakelveld met vermogensschakelaars) blouw omlijnd en Enexis (transformatoren en gebouwen) roze omlijnd.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Vigerend bestemmingsplan op het terrein van het hoogspanningsstation is Bestemmingsplan Buitengebied Best 2006, vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Best op 23 september 2008. Voor het gehele terrein geldt de enkelbestemming Nutsdoeleinden. Voor een deel van het hoogspanningsstation is een bouwvlak – nutsdoeleinden opgenomen.
Toets ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Best 2021 Zoals hierboven benoemd is Bestemmingsplan Buitengebied Best 2006 nog vigerend, echter is de gemeente bezig met een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied. Dit is het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2021' deze is ter inzage gelegd op 22 april 2022. In het nieuwe bestemmingsplan geldt er voor het hoogspanningsstation terrein een enkelbestemming 'Bedrijf-nutsbedrijf'. Voor een
gedeelte van het terrein (hetzelfde gedeelte als het Bestemmingsplan Buitengebied Best 2006) is een bouwvlak opgenomen. Gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouw, waarbij het bouwvlak volledig (100%) vol gebouwd mag worden. Binnen het bouwvlak gelden de volgende bouwhoogtes:
•
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
•
De (nok)hoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
Ook geldt er een maximale bouwhoogte voor bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van maximaal 4 meter hoog. Daarnaast geldt er op een deel van het terrein de dubbelbestemming "Waarde – Archeologie 5". Deze gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Binnen dit gebied mogen slechts bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte tot maximaal 2.500 m2. Alle geplande bouwwerken zijn samen nog ruim onder dit maximale oppervlakte.
Strijdigheid ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Best 2021 De huidige situatie van het hoogspanningsstation is in strijd met de regels die zijn opgenomen in artikel 9 voor de enkelbestemming 'Bedrijf – Nutsbedrijf' het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021. Echter wordt de bestaande situatie toegestaan door het overgangsrecht, dat is opgenomen in de regels (artikel 47) van het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021. De bestaande situatie is hiermee gehandhaafd in het nieuwe bestemmingsplan.
De toekomstige uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt planologisch niet toegestaan. Binnen de uitbreiding van het hoogspanningsstation worden door Enexis maximaal drie transformatoren gerealiseerd. De transformatoren hebben een bouwhoogte van circa 6,5 meter. Hiermee is de bouwhoogte in strijd met artikel 9.2.3. onder c, waarin de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is opgenomen en niet meer mag bedragen dan 4 meter.
Bij de drie transformatoren worden drie modulaire gebouwen door Enexis gerealiseerd. Deze gebouwen vallen buiten het opgenomen bouwvlak op het hoogspanningsstation. Ook voldoen de gebouwen niet aan de goothoogte van 3 meter (gesteld in artikel 9.2.2. onder a). De gebouw hebben een platdak waardoor er geen sprake is van een nokhoogte, waarvoor een hoogte geldt van 5,5 meter.
Om de toekomstige transformatoren aan te sluiten en toekomstige verbindingen aan te sluiten op het hoogspanningsstation zijn nieuwe schakelvelden nodig en dient daarmee de kabeltuin van TenneT uitgebreid te worden. De schakelvelden (met portalen, een rail en bliksempieken) hebben een hogere
bouwhoogte. De hoogte van een portaal is maximaal 15 meter, een rail 9 meter en een bliksempiek 15 meter. Hiermee is de bouwhoogte in strijd met artikel 9.2.3. onder c, waarin de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is opgenomen en niet meer mag bedragen dan 4 meter.
Naast de uitbreiding van de schakelvelden is TenneT voornemend het hoogspanningsstation te voorzien van een Centraal Dienstengebouw (CDG). Deze ligt evenals de modulaire gebouwen ook niet in een bouwvlak en voldoet niet aan de bouwhoogte van 3 meter. Een CDG gebouw heeft een bouwhoogte van circa 3,5 meter.
Omdat na de uitbreiding van het hoogspanningsstation het vermogen meer dan 200 MVA wordt, is het noodzakelijk een geluidszone op te nemen om het hoogspanningsstation heen. Het hoogspanningsstation wordt vanaf 200 MVA milieuvergunningplichtig, daarbij dient vanuit ex artikel 40 van de Wet geluidhinder een geluidszone te worden vastgesteld (zie ook paragraaf 4.1.2 Geluid). Het terrein van het hoogspanningsstation moet daarom worden voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In het akoestisch onderzoek (Bijlage 4) is een voorstel voor de vast te stellen geluidzone gedaan. Dit advies is opgevolgd en de geluidszone wordt daarom middels het bestemmingsplan planologisch vastgelegd.
Om de verschillende uitbreidingen van het hoogspanningsstation in de toekomst mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden en is het voorliggende bestemmingsplan Uitbreiding HS-station Best opgesteld.
1.4 Planopzet en leeswijzer 1.4.1 Planopzet Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen:
•
een verbeelding (NL.IMRO.0753.Ploegstraat10-ON01), waarop de bestemming in het plangebied is weergegeven. Deze bestemming is gerelateerd aan de planregels.
•
de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. Deze regels zijn conform de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling).
Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting.
1.4.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied van het hoogspanningsstation en geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. Deze beleidsdocumenten vormen het planologisch kader voor zowel rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau van onderhavig bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt op diverse milieu- en omgevingsaspecten ingegaan. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie bevinden zich drie transformatoren en twee modulaire blokken, allen in het bezit van Enexis, op het hoogspanningsstation. Ook op het station gelegen is een kabeltuin en een viertal hoogspanningsmasten van TenneT. De ligging van al deze elementen is geïllustreerd op Figuur 3. Verder bevindt zich in een pad op het terrein dat vanaf de ingang van het station toegang geeft tot de gebouwen en kabeltuin. De overige ruimte op het station wordt gevuld door grasvelden en bomen.
Figuur 3: Huidige indeling hoogspanningsstation
2.2 Toekomstige situatie Om meer capaciteit te creëren op het elektriciteitsnetwerk wordt hoogspanningsstation Best uitgebreid. Op het bestaande station wordt een transformator vervangen en verzwaard. Tevens wordt het hoogspanningsstation uitgebreid met drie transformatoren, waarvan één als reserve transformator zal dienen, en drie modulaire gebouwen (zie Figuur 4). Dit zou betekenen dat er zes transformatoren (waarvan twee reserve transformatoren zijn), en vijf modulaire gebouwen op het perceel komen te staan. Daarnaast wordt de kabeltuin van TenneT uitgebreid en wordt er een Centraal Dienstengebouw (CDG) toegevoegd aan het hoogspanningsstation. Dit is de totale uitbreiding die verdeeld is over twee fases, de korte termijn en middenlange termijn. De uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt in
twee fasen uitgevoerd vanwege de onvoorspelbaarheid van de hoeveelheid en het tempo waarmee aanvragen voor een netaansluiting worden ingediend, is voor de totale uitbreiding voorliggend plan geschreven. Hieronder wordt de uitbreiding per fase toegelicht.
Figuur 4: Toekomstige indeling station.
Ontwikkeling korte termijn Hierboven wordt de totale uitbreiding voor het hoogspanningsstation Best beschreven. De totale uitbreiding vindt plaats in twee fases, de korte termijn en middenlange termijn. Op korte termijn (eind 2025) is vanuit Enexis een verzwaring van transformator 3 gepland samen met een uitbreiding van twee nieuwe transformatoren (transformatoren 4 en 5). Bij deze nieuwe transformatoren worden in totaal twee modulaire gebouwen gerealiseerd. Op onderstaande afbeeldingen worden een transformator en een modulair gebouw weergegeven. Dit is slechts een voorbeeld en niet het definitieve ontwerp voor de installaties die deel uitmaken van deze uitbreiding. De transformator wordt gebruikt om elektriciteit van spanning en stroomsterkte te doen veranderen.
Figuur 5: Voorbeeld van een transformator
In het modulaire gebouw worden middenspanningskabels die de regio van stroom voorzien aangesloten op schakelaars (zie figuur 6).
Figuur 6: Voorbeeld van een modulair gebouw
Voor deze uitbreiding zal TenneT de kabeltuin uitbreiden en een CDG bouwen. De kabeltuin wordt door TenneT meteen maximaal uitgebreid, zodat deze klaar is voor de lange termijn uitbreiding van Enexis. Het schakelveld zal dan bestaan uit totaal 13 vermogensschakelaars. Het CDG is een controlegebouw (waar alle techniek in staat) van het hoogspanningsstation van TenneT. Hierin bevindt zich ook een ontmoetings-/overlegruimte indien er personeel aanwezig is op het hoogspanningsstation. Het CDG wordt net als de modulaire gebouwen van Enexis volgens een modulaire bouwconcept gebouwd.
Ontwikkeling lange termijn (binnen 5 tot 10 jaar)
In de verdere toekomst wordt het hoogspanningsstation mogelijk nog met een extra transformator en modulair gebouw uitgebreid. Het totale aantal transformatoren komt hiermee op zes. Voor transformator 6 wordt uitgegaan van een transformator die identiek is aan de op korte termijn bij te plaatsen transformatoren 4 en 5. Na realisatie van deze uitbreiding zullen steeds vier van de zes transformatoren in bedrijf zijn. In de 'representatieve bedrijfssituatie' staan twee transformatoren 'stand-by'. Deze transformatoren zullen alleen in bedrijf komen bij storing of onderhoud aan één van de andere transformatoren. Het totale gelijktijdig te schakelen vermogen van het hoogspanningsstation kan daarmee maximaal 326 MVA bedragen.
Hoofdstuk 3 Beleidskader Voor het plangebied zijn diverse beleidsstukken relevant. Het gaat hierbij om gemeentelijk, regionaal, provinciaal en nationaal beleid. Dit hoofdstuk bespreekt op hoofdlijnen van de beleidskaders die specifiek gelden voor de toekomstige uitbreiding van het hoogspanningsstation.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 11 September 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De definitieve NOVI is een instrument van de (naar verwachting) op 1 januari 2023 in werking tredende Omgevingswet en vervangt onder meer Het Nationaal Milieubeleidsplan, de Rijksnatuurvisie 2014 en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. De NOVI schets een toekomstperspectief voor Nederland in het jaar 2050. Op nationaal niveau wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.
2.
De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden.
3.
Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken.
4.
Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
De eerste twee prioriteiten worden vanuit de NOVI richtingen gegeven die bij inpassing van energieinfrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ook wordt gekeken hoe het duurzaam en circulair maken van onze economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving gecombineerd kan worden. Dit betekent dat bij de realisatie van het hoogspanningsstation ook gekeken moet worden naar de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de omgeving.
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende
groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.
3.
Afwentelen wordt voorkomen.
Figuur 7: Afwegen met de NOVI
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: 1.
We werken als één overheid, samen met de samenleving.
2.
We stellen de opgave(n) centraal.
3.
We werken gebiedsgericht.
4.
We werken permanent en adaptief aan de opgaven.
Startnotitie Programma Energiehoofdstructuur Vanuit de NOVI zal ook een Programma Energiehoofdstructuur worden gerealiseerd, de startnotitie hiervoor is reeds opgesteld. Hier is te lezen dat de ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is dat er tijdig moet worden gezorgd voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het programma richt zich inhoudelijk op drie samenhangende deelsystemen van de energietransitie: elektriciteit, (brand)stoffen en warmte. Voor het onderdeel elektriciteit is vooral de wisselwerking met de ruimte van belang.
Relatie met het voorliggend bestemmingsplan De NOVI en het toekomstige Programma Energiehoofdstructuur sturen aan op een schonere en betere energie-infrastructuur die past binnen de leefomgeving. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het ruimtelijk beleid van het Rijk dat in de NOVI wordt beschreven. Het Rijk maakt een robuust, betrouwbaar en veilig netwerk mogelijk om de transitie naar een circulaire economie en CO2-arme energievoorziening te realiseren.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de provinciale omgevingsvisie (POVI) van Noord-Brabant vastgesteld door de Provinciale Staten. In de omgevingsvisie wordt eerst de situatie van Noord-Brabant in 2018 verkend. Deze verkenning vindt plaats over drie leidende thema's: 1.
Mens & Leefomgeving
2.
Natuurlijk & Historisch kapitaal
3.
Welvaart & Bereikbaarheid
Vervolgens wordt het toekomstbeeld van de provincie in 2050 geschetst; een welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant. Om naar dit ideaalbeeld toe te werken wijst de provincie vier hoofdopgaven aan:
•
Werken aan de Brabantse energietransitie
•
Werken aan een klimaatproof Brabant
•
Werken aan de slimme netwerkstad
•
Werken aan een concurrerende, duurzame economie
Deze vier hoofdopgaven zijn belangrijk voor heel Brabant en spelen ook in de hele provincie. Dat betekent niet dat deze in de hele provincie op dezelfde manier worden opgepakt. Bij het uitwerken van de opgaven wordt een gebied specifieke benadering toegepast.
Werken aan de Brabantse energietransitie Veruit de meest relevante hoofdopgave voor onderhavig plan is de energietransitie. Voor deze hoofdopgave worden twee doelen gesteld voor de toekomst:
•
2030: ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van 1990 en ten minste 50% duurzame energie.
•
2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant.
Om deze ambities te verwezenlijken zet de provincie in op enerzijds het verminderen van het energiegebruik en anderzijds de verduurzaming van de energieproductie. Relatie met het voorliggend bestemmingsplan De voorgestelde ontwikkeling doet geenszins af aan het strategisch ruimtelijk beleid dat in deze POVI uitgezet wordt. De ontwikkeling past goed binnen de manier waarop de provincie de eerstgenoemde hoofdopgave: de energietransitie aan wil pakken. De versterking van het energienetwerk waaraan deze ontwikkeling bijdraagt is namelijk nodig om de ambities met betrekking tot verduurzaming van de energieproductie te verwezenlijken.
3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is geconsolideerd op 21 maart 2023. Deze omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.
In de (interim) verordening zijn de regels vastgesteld waar ruimtelijke ontwikkelingen aan moeten voldoen. Hieronder worden de regels besproken die van belang zijn in onderhavig plangebied.
Landelijk gebied Vanwege de ligging in het Landelijk gebied is voor de voorgenomen ontwikkeling artikel 3.71 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied van belang. Dit artikel stelt dat een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;
2.
welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;
3.
hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.
b.
er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel;
c.
overtollige bebouwing wordt gesloopt;
d.
de vestiging heeft geen betrekking op: 1.
een kantoor met baliefunctie;
2.
lawaaisport;
3.
mestbewerking.
Kwaliteitsverbetering van het landschap Artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord- Brabant gaat in op het principe van 'Kwaliteitsverbetering van het landschap'. Dit principe omvat kort samengevat dat er ontwikkelingsruimte wordt geboden (met name in het buitengebied), mits deze tevens gepaard gaat met maatregelen die de kwaliteit van het landschap (in brede zin) versterken. Kwaliteitsverbetering van het landschap is in principe van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die plaatshebben buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals begrensd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'Landelijk Gebied'. De regeling is hiermee van toepassing op deze ontwikkeling. Deze provinciale regeling is vervolgens nader uitgewerkt op gemeentelijk niveau in de 'landschapsinvesteringsregeling Best 2019' (zie paragraaf 3.4.3).
Duurzame verstedelijking en gebied Verstedelijking afweegbaar
Artikel 3.42 gaat over duurzame verstedelijking. Dit artikel stelt dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen stedelijk gebied dient te liggen en een onderbouwing bevat dat: a.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;
b.
het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Onderhavig plangebied ligt niet binnen stedelijk gebied, maar wel binnen gebied dat met Verstedelijking afweegbaar bestempeld is. Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar stelt dat in afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, een bestemmingsplan kan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a.
binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is;
b.
transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort;
c.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;
d.
de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Vanwege de aanwezigheid van Natuur Netwerk Brabant (NNB) het terrein van het hoogspanningsstation Best is voor de voorgenomen ontwikkeling Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van belang. Dit artikel stelt het volgende. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op Natuur Netwerk Brabant: a.
strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken;
b.
bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken;
c.
staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.
Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.
Figuur 8: Het NNB gebied en attentiezone waterhuishouding buiten het plangebied voor de uitbreiding van het hoogspanningsstat ion.
Het NNB gebied ligt in het noordelijke deel van het hoogspanningsstation (zie figuur 8), maar valt buiten het plangebied van de uitbreiding voor het hoogspanningsstation.
Attentiezone waterhuidhouding In het noordelijke deel van het plangebied bevindt zich ook een attentiezone waterhuishouding binnen het plangebied, daarom is artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding van belang. Dit artikel stelt dat een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Het bestemmingsplan stelt in ieder geval regels over:
•
het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet;
•
de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage;
•
het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
•
het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.
De attentiezone waterhuishouding ligt in het noordelijke deel van het hoogspanningsstation (zie figuur 8), maar valt buiten het plangebied van de uitbreiding voor het hoogspanningsstation.
Relatie met voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de relevante regels van de interim omgevingsverordening. Het bestemmingsplan voldoet aan artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, omdat er geen sprake is van de vestiging van een nieuwe functie: het betreft slechts de uitbreiding van een bestaande functie. Wel is artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord- Brabant van toepassing die in gaat in op de kwaliteitsverbetering van het landschap. Kwaliteitsverbetering van het landschap is in principe van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die plaatshebben buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals begrensd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'Landelijk Gebied'. De regeling is hiermee van toepassing op deze ontwikkeling. Er is door de gemeente Best een doorvertaling gemaakt van het beleid, zie daarom voor een nadere toelichting paragraaf 3.4.3.
Het bestemmingsplan voldoet aan artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar omdat het de uitbreiding van een bestaand station betreft. De ontwikkeling kan daarom niet elders binnen stedelijk gebied of ander bestaand leegstaand vastgoed plaatsvinden. Ook past de ontwikkeling binnen de regionale afspraken. Tot slot houdt de ontwikkeling voldoende rekening met de omgevingskwaliteit en bestaande landschappelijke structuren, groenstructuren blijven behouden. Daarmee voldoet het bestemmingsplan ook aan 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling. Tot slot is voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met artikelen 3.26 Attentiezone waterhuishouding en Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant omdat het plangebied van de uitbreiding voor het hoogspanningsstation buiten deze zone ligt.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven In Nederland is er een klimaatakkoord. Daarin staan meer dan 600 afspraken om minder broeikasgassen uit te stoten. Dat is nodig om de opwarming van de aarde tegen te gaan. 30 energieregio's maken plannen om aan die afspraken te voldoen. Zo'n plan heet Regionale Energiestrategie: RES. In die plannen staat hoe de regio's meer duurzame energie en minder aardgas gaan gebruiken. Dat is de energietransitie. De gemeente Best valt binnen de Metropoolregio Eindhoven.
De RES 1.0 van de Metropoolregio Eindhoven is eind 2021 vastgesteld door alle gemeenteraden, de AB's van de twee waterschappen en Gedeputeerde Staten. De Metropoolregio Eindhoven wil voorop
lopen in de energietransitie, met als einddoel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussenstap wil de regio uiterlijk in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990. De RES wordt uitgewerkt op basis van 5 leidende principes: een kader van (maatschappelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen. Voor de Metropoolregio Eindhoven hebben we de volgende leidende principes benoemd:
•
Een toekomstgerichte strategische visie
•
Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij
•
Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit
•
De energietransitie als kans voor de regio
•
Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal
De bovenstaande leidende principes bieden de gemeenten, provincie en waterschappen de handvatten voor een uitwerking van de RES en voor de vertaalslag naar het eigen beleid. De concretisering van de leidende principes krijgt in het verloop van het proces steeds verder vorm De RES is een instrument om met maatschappelijke betrokkenheid te komen tot regionale keuzen voor besparen en duurzaam opwekken van warmte en energie. De RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen:
•
Besparing binnen de gebouwde omgeving.
•
Toepassing van (grootschalig) zon op dak.
•
Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon).
•
Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte.
•
Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.
Elektriciteitsnetwerk Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld met een capaciteit die is gebaseerd op de vraag naar elektriciteit. In meer landelijke gebieden is deze vraag relatief beperkt en de netten zijn daarom niet berekend op het afvoeren van grote volumes elektriciteit vanuit deze gebieden. De uitbreiding van de elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te transporteren, kost veel tijd en houdt geen gelijke pas met de snelle realisatie van onder andere zonnevelden op land en zonnepanelen op (grote) daken. Dit zet grote druk op het elektriciteitssysteem en leidt tot transportschaarste op het netwerk, ook in de Metropoolregio Eindhoven. Om de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in goede banen te leiden, met betrekking tot timing, capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de regionale overheden en de netbeheerder noodzakelijk. De netbeheerders zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar door goede samenwerking kunnen
slimme keuzes worden gemaakt in het haalbaar en betaalbaar houden van het elektriciteitsnetwerk. Afstemming en regie aan de voorkant betekent ook dat gemeenten onderling en in samenspraak met de netbeheerder de bestaande capaciteit in een gebied zo goed mogelijk kunnen benutten.
Relatie met het voorliggend bestemmingsplan Het doel van de RES is om energiebesparing en hernieuwbare energie opwekking bij de gebruiker te stimuleren. Om deze transitie te faciliteren zijn er ook aanpassingen nodig in het energienet en dient de capaciteit te worden vergroot. Het hoogspanningsstation Best loopt tegen zijn capaciteitsgrenzen aan, waardoor het noodzakelijk de capaciteit te vergroten om de energietransitie in de gemeente mogelijk te kunnen maken. Om de capaciteit van dit hoogspanningsstation te vergroten, dient het station te worden uitgebreid. Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het hoogspanningsstation mogelijk. Als de uitbreiding van het hoogspanningsstation Best niet wordt uitgevoerd, kan niet voldaan worden aan (een deel van) de gemaakte afspraken in de RES. Onderhavig plan past daarom zeer goed binnen het beleid dat in deze RES is uitgezet.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat De omgevingsvisie "Best 2040: dorp van formaat" is door de gemeenteraad van Best vastgesteld op 31 januari 2022. In de omgevingsvisie wordt het strategisch omgevingsbeleid van de gemeente tot 2040 uitgestippeld. De omgevingsvisie geeft richting en kader aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. In het toekomstbeeld wordt geschetst hoe de gemeente omgaat met maatschappelijke trends en uitdagingen als de woonopgave, energietransitie, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. De omgevingsvisie vat al deze uitdagingen samen in drie kernopgaven: 1.
Ruimte voor comfortabel wonen
2.
Versterken van de groene leefomgeving
3.
Accommoderen van een vitale en schone economie
Vooral in de laatstgenoemde kernopgave speelt de energietransitie een rol. Hierin kiest de gemeente vooral om de energieproductie te verduurzamen door in te zetten op zonne-energie, zowel op daken als in het buitengebied.
Best Zuidrand Daarnaast deelt de omgevingsvisie de gemeente op in vijf deelgebieden en schets voor elk van deze gebieden een gebiedsopgave. Het hoogspanningsstation valt onder Best Zuidrand. Dit gebied ligt in de sfeer van de hoofdwegenstructuur van de noordwestzone van het Stedelijk Gebied Eindhoven.
Daarnaast is het bosachtige karakter belangrijk voor dit deelgebied. Bij elke bouwopgave is het van belang om tegelijkertijd het bosachtige karakter te versterken en toekomstbestendig te maken. Eventueel op een andere locatie in de omgeving. Ook is het deelgebied aangewezen als mogelijke locatie voor grootschalige opwek van duurzame energie, met name rond knooppunt Batadorp.
Relatie met het voorliggend bestemmingsplan De voorgestelde ontwikkeling doet geenszins af aan het strategisch ruimtelijk beleid dat in deze omgevingsvisie uitgezet wordt. De versterking van het energienetwerk die mogelijk wordt gemaakt met deze ontwikkeling is nodig om de ambities in de verduurzaming van de energieproductie (met name door de opwek van zonne-energie) van de gemeente te verwezenlijken. Mocht bij de toekomstige uitbreiding van het hoogspanningsstation bomen worden gekapt dan zal hiervoor in overleg met de gemeente een passende compensatie worden gezocht nabij het hoogspanningsstation.
3.4.2 Visie Duurzame Energieopwekking Buitengebied Best De gemeente Best heeft de 'Visie voor duurzame energieopwekking Buitengebied Best' opgesteld. Deze visie is op 2 november 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Best. De visie heeft als doel om kansen, mogelijkheden en voorwaarden voor duurzame energie in het buitengebied inzichtelijk te maken. De visie biedt handvatten en spelregels om invulling te geven aan deze mogelijkheid. Door dit inzicht wil de gemeente Best initiatieven op gang brengen waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de energietransitie binnen de gemeente Best.
In de visie is de energieopgave voor Best in beeld gebracht en zijn verschillende vormen van duurzame energieopwekking onderzocht, zoals zonne-energie, windmolens, waterstof, geothermie. Vervolgens worden er in de visie uitgangspunten en kaders gesteld aan de duurzame energieopwekking. Een voorbeeld hiervan is een maximale hoeveelheid hectaren zonnevelden in het buitengebied. De visie eindigt met een analyse van de mogelijkheden en onmogelijkheden voor energieopwekking in het buitengebied. Er worden gebieden benoemd met beperkingen of geen mogelijkheden voor duurzame energie. Er is ook een kaart opgenomen met de gebieden die kansrijk zijn voor opwekking van duurzame energie.
Relatie met het voorliggend bestemmingsplan Het Hoogspanningsstation is gelegen in een gebied dat is aangewezen beperkt of niet kansrijk voor duurzame energie, doordat er een Natuurnetwerk Brabant gebied rondom het hoogspanningsstation is gelegen. Door de uitbreiding van het hoogspanningsstation gaan er geen kansrijke gronden voor duurzame energie opwekking verloren. In de visie van de gemeente wordt er niet ingegaan op het energienetwerk. Bij toevoeging van nieuwe duurzame energiebronnen is het de vraag of het energienetwerk voldoende capaciteit heeft deze energie te transporteren. In Noord-Brabant is (bijna) geen transportcapaciteit meer beschikbaar.
Nieuwe aanvragen komen op een wachtlijst in afwachting van het congestiemanagement onderzoek. Om de capaciteit uit te breiden, werken Enexis en TenneT samen aan het uitbreiden en verzwaren van het elektriciteitsnet. Om deze reden wordt onder andere hoogspanningsstation Best uitgebreid. Zo wordt de capaciteit op het elektriciteitsnet vergroot en kan in de toekomst iedereen duurzame energie terug leveren, dit draagt bij aan de ambities van de gemeente voor duurzame energie opwekking.
3.4.3 Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best De kwaliteit van het landelijk gebied is belangrijk voor een goed woon- en vestigingsklimaat en draagt bij aan de economische ontwikkeling. Door de dynamiek van ontwikkelingen ontstaat echter het gevaar dat de verschillen tussen woongebieden en het buitengebied en de diversiteit van natuur en landschap verloren gaan. De provincie heeft daarom in haar Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverodening Noord-Brabant het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd (zie paragraaf 3.2.2). Ook in de gemeentelijke structuurvisie voor het buitengebied komt dit terug. De doelstelling van Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best (LIR) is het vastleggen van een regeling voor kwaliteitsverbetering van het landschap bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Op grond van de Verordening ruimte wordt de kwaliteitsverbetering van het landschap beschouwd als een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden. Dit kan ingevuld worden door:
•
De landschappelijke inpassing van bebouwing
•
Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen
•
Activiteiten gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen
•
Het wegnemen van verharding
•
Het slopen van bebouwing
•
Een fysieke bijdrage aan de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones
•
Een financiële bijdrage in een landschapsfonds
Deze opsomming is niet limitatief. Ook andere maatregelen die objectief bijdragen aan de kwalitatieve verbetering van het landschap in het buitengebied zijn mogelijk. De landschapsinvesteringsregeling is een regeling die tracht een kwaliteitsverbetering van het landschap te maken buiten bestaand stedelijk gebied. Binnen deze regeling zijn 3 categorieën te onderscheiden op basis van de impact die het plan heeft. De impactor wordt onder andere bepaald door:
•
De omvang van de ontwikkeling (is daarvoor vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig)
•
De vraag of sprake is van nieuw ruimtebeslag of dat gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing
•
De aard van de locatie en de omgeving
•
De aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie)
•
De vraag of sprake is van een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling
•
De 'gewenstheid' van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens
Relatie met het voorliggend bestemmingsplan De uitbreiding van het hoogspanningsstation Best vindt plaats in het buitengebied van de gemeente Best. De uitbreiding vindt hoofdzakelijk plaats binnen de hekwerken. Een beperkt gedeelte, een gedeelte van de kabeltuin en de toevoeging van transformator 6 (fase 2), vindt plaats buiten de huidige hekwerken maar op eigen perceel. Een groot deel van het plangebied hoort dus al bij het hoogspanningsstation. Wel wordt er zowel binnen als buiten de hekwerken een gedeelte van de aanwezige bosschage gekapt. Om dit te compenseren en de uitbreiding van het hoogspanningsstation in het landschap te laten passen, is een landschapsinvesteringsregeling opgesteld (zie Bijlage 6). Op basis hiervan valt het plan in categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering word vormgegeven door een goede landschappelijke inpassing en een extra bijdrage. Onder landschappelijke inpassing wordt verstaan dat de vormgeving en inpassing is afgestemd op bestaande dan wel te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Het plangebied is gelegen binnen de heide-ontginningen. Bij de landschappelijke inpassing worden de kenmerken van dit landschapstype (open-besloten, landschapselementen) gehanteerd.
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodem Op basis van de Bodemkwaliteitskaart gemeente Best (geldend vanaf 20 maart 2020) is de bovengrond en ondergrond van het hoogspanningsstation ingedeeld in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000). In de bodemkwaliteitskaart en de bodembeheernota van de gemeente Best zijn geen gegevens over verhoogde achtergrondconcentraties opgenomen. Voor het onderzoeksgebied (het hoogspanningsstation) is op de bodemfunctieklassekaart Landbouw en natuur (groen op de kaart) van toepassing. Uit het onderzoek van Antea Group (Bijlage 1) en de recent opgevraagde gegevens uit het Dinoloket blijkt de bodemopbouw van de bovengrond op het hoogspanningsstation overwegend te bestaan uit leek-woudeerdgronden, veldpodzolgronden, enkeerdgronden, gooreerdgronden en beekeerdgronden. De diepere ondergrond op het hoogspanningsstation bestaat uit zand met zeer plaatselijk enkele kleiige afzettingen. Op basis van het onderzoek van Antea Group worden op het hoogspanningsstation geen verdachte locaties verwacht. In het onderzoek wordt als meest nabij gelegen verdachte locatie de voormalige stortplaats benoemd. Deze is op enige afstand (600 meter) van de mogelijke uitbreiding van het hoogspanningsstation gelegen. Omdat de stortplaats op voldoende afstand van het hoogspanningsstation ligt, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
Deze analyse wordt ook bekrachtigd in eerder onderzoek op het hoogspanningsstation. Uit eerder onderzoek op het hoogspanningsstation, in het kader van sanering ondergrondse tank, is geen verontreiniging gebleken.
Figuur 8: Overzichtskaart Historisch Onderzoek (Antea Group, 2020)
Conclusie Op basis van de beschikbare informatie lijken er geen verachte locatie met bodemverontreinigingen aanwezig te zijn op het hoogspanningsstation. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de bodemkwaliteit de gewenste ontwikkeling in de weg staat. Verder wijzigt het beoogd gebruik niet ten opzichte van het huidige gebruik. Uit eerdere onderzoeken op deze locatie zijn ook geen verontreinigingen gebleken.
Wanneer het hoogspanningsstation in de toekomst wordt uitgebreid (en de uitbreiding technisch verder is uitgewerkt/ontworpen) zal voor de start van de realisatie een aanvullend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Dit wordt ook voorgeschreven vanuit de 'BodemKwaliteitsKaart gemeente Best 2020-2025' en de nota bodembeheer door de gemeente Best.
Afhankelijk van de resultaten van het aanvullende bodemonderzoek worden in overleg met bevoegd gezag maatregelen genomen conform wet- en regelgeving. Dit staat de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkelingen op grond van dit bestemmingsplan niet in de weg.
4.1.2 Geluid In opdracht van Enexis Netbeheer B.V. heeft Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 2) in verband met de voorgenomen uitbreidingen van het hoogspanningsstation in Best. Het gaat hierbij om een uitbreiding met een vierde en vijfde transformator en een extra reserve transformator (transformator 6). Deze transformatoren hebben een vermogen van 100 MVA. In het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van het eindbeeld, waarbij er een vier transformatoren in bedrijf zijn en twee transformatoren reserve zijn. In totaal zal het gelijktijdig in te schakelen vermogen maximaal 326 MVA bedragen.
Op basis van door Enexis verstrekte gegevens met betrekking tot de nieuwe transformatoren is het bestaande akoestische rekenmodel aangepast en uitgebreid. Met behulp van het rekenmodel is de vanwege het HS- station in de omgeving optredende geluidbelasting berekend voor de toekomstige situaties. Na realisatie van de uitbreiding zal het totale, gelijktijdig in te schakelen, elektrische vermogen van de transformatoren hoger worden dan 200 MVA. Dit vermogen is hoger dan 200 MVA waardoor het transformatorstation vergunningplichtig wordt voor het aspect milieu. Tevens dient er een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder te worden vastgesteld. De geluidzone dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen.
Op het schakelveld zullen vermogensschakelaars worden bijgeplaatst. De vermogensschakelaars zijn alleen relevant voor de zgn. 'maximale geluidniveaus' L Amax. Op basis van de door Enexis en TenneT verstrekte gegevens zijn akoestische rekenmodellen opgesteld waarmee, voor verschillende bedrijfssituaties, de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en maximale geluidniveaus LAmax ter plaatse van de meest nabij situeerde gevoelige bestemmingen (woningen) zijn berekend. Voor verdere uitgangspunten van de berekening wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek (Bijlage 2).
Resultaten In tabellen 1, 2 en 3 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus L Ar,LT weergegeven, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid (K1), voor de 'representatieve bedrijfssituatie' van de inrichting van Enexis en TenneT, na de toekomstige uitbreiding met de vierde, vijfde en zesde transformator (waarvan één een reserve transformator is).
Tabel 1: Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal incl. toeslag K1, voor ontvangerpunt 01 (woning Ploegstraat 14)
Tabel 2: Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal incl. toeslag K1, voor ontvangerpunt 02 (won ing Ploegstraat 3)
Tabel 3: Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal incl. toeslag K1, voor ontvangerpunt 03 (bedrijfswoning De Dieze 44)
In onderstaande tabel (4) zijn de vanwege het schakelen berekende maximale geluidniveaus LAmax weergegeven op de gevel van 'gevoelige gebouwen' in de omgeving.
Tabel 4: Berekende maximale geluidniveaus LAmax vanwege vermogensschakelaars
Uit de berekeningen volgt dat de etmaalwaarde inclusief toeslag K1 ter plaatse van de meest nabij gesitueerde woning maximaal 47 dB(A) zal bedragen (vier transformatoren gelijktijdig in bedrijf en maximaal belast). De maximale geluidniveaus blijven beperkt tot circa 61 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de toepasselijke criteria op basis van de Wet geluidhinder en de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'.
Cumulatief geluid Door Peutz is tevens de cumulatie van het geluid van het station met de overige geluidbronnen in de buurt in beeld gebracht. Daarbij wordt het lokale verkeersgeluid betrokken, het vlieggeluid en het spoorweggeluid. Uit dit onderzoek volgt dat de gecumuleerde geluidbelasting Lcum bij woningen in de omgeving na uitbreidingen van het 150 kV station Best gelijk zal blijven aan de huidige situatie.
Tabel 5: Berekening gecumuleerde geluidbelasting Lcum huidige situatie
Tabel 4: Berekening gecumuleerde geluidbelasting Lcum situatie na uitbreidingen
Conclusie Uit het onderzoek is gebleken dat niet bij alle gevoelige bestemmingen in de omgeving aan de voorwaarde in 'stap 1' (uit de VNG richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering') wordt voldaan (afstand minimaal 300 meter voor omgevingstype 'rustige woonwijk' of 200 meter voor omgevingstype 'gemengd gebied'). Daarom is ook 'stap 2' uitgevoerd. In stap 2 worden de optredende geluidniveaus op de gevel van de woningen getoetst aan de grenswaarden die van toepassing zijn voor een 'gemengd gebied', te weten 50 dB(A) etmaalwaarde (i.e. 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht). Voor het piekgeluid wordt getoetst aan 70 dB(A). Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting bij gevoelige bestemmingen in de omgeving beperkt zal blijven tot maximaal 47 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. De 'maximale geluidniveaus' LAmax (piekgeluiden) blijven beperkt tot ten hoogste circa 61 dB(A). De gecumuleerde geluidbelasting Lcum bij woningen in de omgeving na uitbreidingen van het 150 kV station Best gelijk zal blijven aan de huidige situatie.
Vastgesteld wordt dat aan de voorwaarde volgens 'stap 2' wordt voldaan waarmee wordt aangetoond dat sprake is van een uit akoestisch oogpunt planologisch inpasbare situatie. Echter doordat na realisatie van de uitbreiding het totale, gelijktijdig in te schakelen, elektrische vermogen van de transformatoren hoger wordt dan 200 MVA, zal het station milieuvergunningplichtig worden en worden aangemerkt als “categorie inrichting als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken”. Het terrein van het hoogspanningsstation wordt daarom voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In het akoestisch onderzoek is een voorstel voor de vast te stellen geluidzone gedaan (Bijlage 2). Dit advies is opgevolgd en middels voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidszone planologisch vastgelegd.
Het aspect geluid staat de uitbreiding van het hoogspanningsstation, die mogelijk wordt gemaakt middels dit bestemmingsplan, niet in de weg.
Wijzigingen onder de Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024) Onder de Omgevingswet worden in het Omgevingsplan ('opvolger bestemmingsplan') geluidnormen opgenomen voor alle activiteiten die een geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen) kunnen veroorzaken. Deze geluidnormen hebben betrekking op de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidniveaus. Onder de Omgevingswet worden in het Omgevingsplan ('opvolger bestemmingsplan') geluidnormen opgenomen voor alle activiteiten die een geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen) kunnen veroorzaken. Deze geluidnormen hebben betrekking op de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidniveaus.Het gebruiken van "niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer" wordt onder de Omgevingswet aangemerkt als een "activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken". Hiervoor moeten in het Omgevingsplan expliciet bepalingen worden opgenomen, te weten: a.
het opnemen van een industrieterrein (de begrenzing van het terrein waarop de genoemde activiteiten mogen plaatsvinden);
b.
het opnemen van een geluidaandachtsgebied (de begrenzing van het gebied waarbinnen nieuwe ontwikkelingen moet worden getoetst aan de randvoorwaarden voor geluid rekening houdend met het industrieterrein);
c.
het opnemen van geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP-en). De GPP's vormen de geluidnormen in het Omgevingsplan voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Dit geldt zowel voor de activiteit als de geluidgevoelige gebouwen.
De bijbehorende gegevens moeten worden vastgelegd in het geluidregister.
Gevolgen uitbreiding hoogspanningsstation Best Indien bij het van kracht worden van de Omgevingswet de zonegrens reeds is vastgelegd in het bestemmingsplan geldt het overgangsrecht. De geluidzone zal dan komen te vervallen. In de plaats daarvan zullen in het Omgevingsplan een industrieterrein en een geluidaandachtsgebied moeten worden vastgelegd. In het kader van het overgangsrecht moet bij het vaststellen van het geluidaandachtsgebied en de GPP's worden uitgegaan van maximale benutting van de geluidruimte binnen de zonegrens. Dit geldt zowel voor de dag-, de avond- als de nachtperiode.
In de onderstaande afbeelding zijn de begrenzing van het industrieterrein en de grootte van het geluidaandachtsgebied weergegeven voor de situatie waarin een toeslag voor tonaal wordt toegepast (zie figuur 9).
Het geluidaandachtsgebied is gedefinieerd als het gebied binnen de berekende geluidcontour 50 dB Lden waarbij een rekenhoogte van 30 meter wordt gehanteerd en een volledig harde bodem (B = 0) buiten het industrieterrein. Er wordt geen rekening gehouden met bebouwing buiten het industrieterrein.
Figuur 9: Aanduiding industrieterrein en geluidaandachtsgebied (inclusief toeslag) onder het overgangsrecht.
De grootte van het industrieterrein bepaalt de onderlinge afstand van de geluidreferentiepunten (GRPen) en de afstand tot de grens van het industrieterrein. In dit geval bedraagt de oppervlakte van het industrieterrein circa 68300 m². De onderlinge afstand en de afstand van de GRP-en tot het industrieterrein bedraagt dan circa 125 m. In de navolgende afbeelding10 is de ligging van de GRP-en weergegeven (in totaal 15 punten). In de GRP-en worden de geluidproductieplafonds (GPP's) berekend.
Figuur 10: Ligging geluidreferentiepunten (GRP-en)
In de navolgende tabel 5 zijn de berekende GPP's weergegeven inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid.
Tabel 5: Overzicht geluidproductieplafonds (GPP's) o.b.v. het overgangsrecht
Het geluidaandachtsgebied is in deze situatie (overgangsrecht) vastgesteld uitgaande van volledige benutting van de geluidzone in zowel de dag-, de avond- als nachtperiode en de toepassing van de toeslag van 5 dB voor het tonale karakter van het geluid. De grootte van het geluidaandachtsgebied is uiteraard sterk afhankelijk van het al dan niet toepassen van de toeslag.
De betekenis van het geluidaandachtsgebied is dat nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld de bouw van geluidgevoelige gebouwen) binnen het geluidaandachtsgebied moeten worden getoetst aan de vastgestelde GPP's (zie tabel 5). Hierbij moet worden uitgegaan van volledige benutting van de GPPwaarden. Realisatie van geluidgevoelige gebouwen is dan alleen mogelijk als buiten de woning sprake is van een goed leefklimaat en binnen de woningen voldaan wordt aan de grenswaarden (zoals opgenomen in het Omgevingsplan). In dit geval is het geluidaandachtsgebied relatief klein en de kans gering dat bouw van geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied voorzien wordt. De vastgesteld GPP's gelden overigens ook als maximale waarde voor de activiteiten op het industrieterrein. Daarmee wordt de geluidemissie van het industrieterrein beperkt (alle nieuwe activiteiten zullen moeten worden getoetst aan de GPP's). Overigens gold een dergelijke beperking ook al in de huidige systematiek volgens de Wet geluidhinder (de geluidbelasting van het hele industrieterrein mag niet hoger zijn dan 50 dB(A) op de zonegrens).