24048.32 - Bijlage 17 bij Toelichting - Verkennend archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
26 In boring 14 is onderin de A-horizont, tussen 70 en 100 cm -mv, een afwijkende laag beschreven. Deze laag is tot de A-horizont gerekend maar is lichter en egaal grijsbruin van kleur. De laag is niet dusdanig bruin dat deze tot de B-horizont is gerekend zoals in boringen 11 en 12. De laag gaat tevens scherp over in de Chorizont. Er wordt daarom vermoed dat hier in een spoor is geboord. De laag bevatte geen archeologische indicatoren. De top van het podzolprofiel is grotendeels verdwenen, alleen in het noordwesten van plandeel 1 is een restant van een B-horizont gevonden, wat betekent dat spreidingen van artefacten en ondiepe sporen grotendeels in de A-horizont zullen zijn opgenomen. Het is echter waarschijnlijk dat diepere sporen bewaard zijn gebleven. De bodemopbouw komt sterk overeen met die uit de onderzoeken die tussen 2010 en 2012 ten zuiden van het plangebied zijn uitgevoerd (zie hoofdstuk 2.7). Ook hier zijn baksteenresten, houtskool en zandbrokken in de A-horizont waargenomen en is plaatselijk een restant van een podzolprofiel gevonden. In de top van het natuurlijke bodemprofiel zijn ten zuiden van het plangebied structuren en vindplaatsen uit de Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd gevonden. Het plangebied heeft een vergelijkbare landschappelijke ligging en bodemopbouw. De kans bestaat dat dergelijke vindplaatsen ook in het plangebied aanwezig zijn.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
27
3.5
Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Hoewel het onderzoek heeft aangetoond dat in het plangebied vindplaatsen aanwezig kunnen zijn, kunnen nog geen uitspraken worden gedaan over de precieze aard, intactheid en datering van eventuele vindplaatsen. Dit is ook niet het doel van het verkennende onderzoek. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
28
4
Conclusie
4.1
Conclusie Bureauonderzoek 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
De voorgenomen ingrepen bestaan uit de sloop van agrarische gebouwen in plandeel 2 (de woonhuizen blijven behouden) en de realisatie van nieuwbouw. De nieuwe bedrijfshal en bedrijfswoning in plandeel 1 hebben respectievelijk een omvang van ongeveer 2.100 m2 en 160 m2. De nieuwe woningen in plandeel 2 hebben ieder een omvang van 150 m2. De precieze diepte van de ingrepen is onbekend maar de ontgraving zal waarschijnlijk tot circa 80 cm onder maaiveld reiken. In de rest van beide plandelen zullen palen worden geslagen voor aardbeienteelt. De palen worden ingeschroefd tot ongeveer 60 tot 70 cm onder maaiveld. De palen hebben een diameter van 51 mm en staan twee meter uit elkaar. De afstand tussen rijen is 1,5 meter. 2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
Het plangebied op dekzandwelvingen die richting het noorden overgaan in een dekzandvlakte. Beide zijn ontstaan tijdens de laatste ijstijd. Op de dekzandwelvingen zijn hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in lemig fijn zand. Het humeuze dek is ongeveer 50 tot 70 cm dik. In de vlakte zijn beekeerdgronden gevormd in lemig fijn zand. Vanaf 130 cm -mv en dieper kan een zandige leemlaag aanwezig zijn. 3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
In het midden van het noordelijke plandeel 1 kruisen twee voormalige wegen elkaar. Het is mogelijk dat de bodem ter plaatse van deze wegen is verstoord. In het noorden van plandeel 2 staat 20e-eeuwse bebouwing waarvan de funderingen 60 tot 80 cm diep reiken. Hieronder kan de bodem zijn verstoord. 4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
De dekzandwelvingen zijn geschikt voor bewoning voor zowel jagerverzamelaars als landbouwers vanaf hun ontstaan in het Laat Paleolithicum. Op historische kaarten uit de 19e eeuw en later heeft het plangebied grotendeels een agrarische functie in de vorm van bouwland, weiland, boomgaarden en bosjes hakhout. In het noorden van plandeel 2, ter hoogte van de Mosselaarweg 7 staat een boerderij. De woning op het adres Mosselaarweg 5 is in de 20e eeuw gebouwd. 5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
Ten zuiden van het plangebied zijn bewoningsresten uit de Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd gevonden. Bewoningsresten uit de Vroege Middeleeuwen ontbreken (tot de 9e eeuw na Christus), waarschijnlijk is het gebied onbewoond in deze periode. De bewoningsresten hebben de vorm van verspreide nederzettingen die regelmatig worden verplaatst, de zogeheten ‘zwervende erven’ in een bosrijk landschap. Het aandeel bos neemt over de loop van tijd Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
29 gestaag af. In het zuiden van plandeel 2 ligt een nederzetting uit de IJzertijd die zich mogelijk ook uitstrekt richting het nog niet onderzochte noorden. Ten noorden van het plangebied zijn (nog) geen onderzoeken uitgevoerd. Er is wel een bronzen lanspunt uit de Midden of Late Bronstijd gevonden in de dekzandvlakte. 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd gerelateerd aan alle archeologische complextypen, maar met name aan agrarische nederzettingen. Ondiepe sporen en spreidingen van artefacten zullen door ploegen zijn opgenomen in het humeuze dek, waardoor archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum grotendeels zullen zijn verdwenen of uit hun oorspronkelijke context zijn gehaald. De voornaamste verwachting geldt daarom voor de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. 7.
Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
Bij graafwerkzaamheden tot in de natuurlijke ongeroerde ondergrond kunnen archeologische resten worden vergraven. Dit betekent dat bij de bouw van de huizen en de bedrijfshal archeologische resten kunnen worden vergraven. De te slopen schuren hebben geen kelders en de onderzijde van de funderingen ligt tussen 60 en 80 cm onder maaiveld. Bij het proefsleuvenonderzoek ten zuiden van het plangebied lag de top van het sporenniveau tussen 50 en 80 cm -mv. De kans is daarom groot dat het sporenniveau reeds is verstoord in de 20e eeuw. De kans dat bij de sloop van deze gebouwen archeologische resten worden verstoord wordt als klein ingeschat. Het slaan van palen ten behoeve van de aardbeienteelt veroorzaakt vermoedelijk een geringe verstoring. 8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
Om rekening te houden met archeologische resten wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren op de plaatsen van de toekomstige bebouwing. Voor het slaan van palen voor stellingen voor aardbeienteelt kan een archeologievriendelijk palenplan worden gebruikt. Dit betekent dat de gezamenlijke oppervlakte van de palen maximaal 2% van het plangebied verstoort. In dat geval wordt het slaan van palen beschouwd als een beperkte en daarom toelaatbare verstoring.26 9.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
De eerstvolgende stap in het archeologisch onderzoek is een archeologisch booronderzoek om de verwachting te verfijnen. Het booronderzoek richt zich op de plaatsen waar graafwerkzaamheden plaats zullen vinden voor de bouw van woningen en bedrijfspanden. 26 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016b Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
30
4.2
Conclusie Booronderzoek Verkennende fase: 10.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
Het bodemmateriaal bestaat uit zwak tot matig siltig matig fijn zand dat als dekzand is geïnterpreteerd. Het bodemprofiel bestaat grotendeels uit een A- op C-horizont. In bijna alle boringen is de humeuze bovengrond (A-horizont) meer dan 50 cm dik wat de verwachting voor hoge zwarte enkeerdgronden bevestigt. In het noorden van het onderzoeksgebied is een restant van een B-horizont gevonden dat erop wijst dat bodemvorming (podzolering) heeft plaatsgevonden. Waarschijnlijk beperken de verstoringen uit de 20e en 21e eeuw zich tot de bovenste 50 cm van het bodemprofiel. 11.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
De top van de ongeroerde bodem (de B- en C-horizont) is een potentieel archeologisch niveau en is in het hele onderzoeksgebied van het booronderzoek aanwezig. In plandeel 1 ligt de top van het niveau tussen 50 en 100 cm -mv (1257 en 1298 cm NAP), gemiddeld 75 cm -mv (1282 cm NAP). In plandeel 2 ligt de top van het niveau tussen 35 en 110 cm -mv (1229 en 1334 cm NAP), gemiddeld 73 cm -mv (1297 cm NAP). Eindoordeel: 12.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Bij de voorgenomen graafwerkzaamheden voor de bouw van woningen en bedrijfsgebouwen kunnen archeologische resten worden vergraven. De te slopen schuren hebben geen kelders en de onderzijde van de funderingen ligt tussen 60 en 80 cm onder maaiveld. In boringen die het dichtst bij de bebouwing zijn gezet lag de top van de C-horizont ondiep (tussen 35 en 60 cm -mv in boringen 1 en 4) of juist diep (tussen 105 en 110 cm -mv in boringen 6 en 7). De kans is daarom groot dat eventuele archeologische sporen reeds zijn vergraven of buiten het bereik van de ontgravingsdiepte van 80 cm -mv liggen. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Om rekening te houden met archeologische resten wordt normaliter aanbevolen een bufferzone aan te houden van 30 cm boven het potentiële archeologische niveau. Het is echter niet mogelijk om bij een ontgraving van 80 cm -mv een dergelijke bufferzone te handhaven (hiervoor zou de gezamenlijke dikte van de opgebrachte grond en A-horizont minimaal 110 cm moeten zijn). Daarom wordt geadviseerd op plaatsen waar graafwerkzaamheden plaats zullen vinden een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.
13.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
31 Aangezien archeologische resten in de vlakken die door middel van booronderzoek zijn onderzocht zich waarschijnlijk manifesteren als een sporenniveau, is een proefsleuvenonderzoek hiervoor de meest geschikte methode. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
32
5
Advies In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de prehistorie tot en met de Nieuwe tijd die worden bedreigd door de voorgenomen graafwerkzaamheden. Bureau voor Archeologie adviseert op locaties waar graafwerkzaamheden plaats zullen vinden een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Op plaatsen waar momenteel bebouwing staat is de bodem waarschijnlijk reeds verstoord. Daarom wordt voor het slopen van de bebouwing geen vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het slaan van palen voor de stellingen voor aardbeienteelt kan een archeologievriendelijk palenplan worden gebruikt. Dit betekent dat de gezamenlijke oppervlakte van de palen maximaal 2% van het plangebied verstoort. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de grondwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Best.
5.1
Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid De deskundige namens de bevoegde overheid heeft het onderstaande selectieadvies opgesteld: “Uit het rapport blijkt dat de kans op aantreffen van archeologische waarden in het plangebied waardevolle groot is. Het advies van de rapporteur om het plangebied te onderwerpen aan een archeologisch vervolgonderzoek door middel van proefsleuven onderschrijven wij dan ook. Dit zal echter niet alleen moeten plaatsvinden in de nieuw te realiseren bouwkavels, maar ook op de locaties waar bodemingrepen gaan plaats vinden als gevolg van sloopwerkzaamheden (activiteit aanleggen). Wij adviseren om binnen het plangebied waar dieper dan 50 cm -mv zal worden verstoord of waar dit mogelijk wordt gemaakt op basis van het nieuwe bestemmingsplan, archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een karterend en waarderend archeologisch proefsleuvenonderzoek (conform protocol Proefsleuven KNA 4.1). Doel van dit vervolgonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting die gebaseerd is op het reeds uitgevoerde bureau- en booronderzoek.
Wij adviseren dit proefsleuvenonderzoek uit te voeren voor vaststelling van het bestemmingsplan zodat, conform artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 38a van de Monumentenwet (opgenomen in de Erfgoedwet 2016), de onderzoeksresultaten verwerkt kunnen worden in het plan, bijvoorbeeld door bestemmingen te kiezen die goed samengaan met de archeologische waarden. Daarbij ligt het voor de hand om conform de doelstelling van het Verdrag van Malta te streven naar het Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
33 behoud van archeologische waarden in situ. Is behoud in situ niet mogelijk, dan dienen er voorwaarden te worden gesteld voor een zo zorgvuldig mogelijke omgang met de archeologische waarden. Het proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf gecertificeerd voor het uitvoeren van archeologische opgravingen. In dit Programma van Eisen (PvE) staan het onderzoeksgebied, het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van het archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek. Op basis van de uitkomsten van dit proefsleuvenonderzoek beslist de gemeente of de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld. Pas dan kan door de gemeente Best besloten worden hoe verder om te gaan met de mogelijk aanwezige archeologische waarden: behoud in situ, planaanpassing, vrijgave of opgraven, en of er nadere regels en voorschriften aan het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gekoppeld moeten worden ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden.”
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
34
6
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2004. ‘Geomorfologische Kaart Nederland (GKN) Landsdekkend digitale bestand’. Wageningen. Alterra Wageningen UR. 2012. ‘BISNederland’. Bodemkaart 1 : 50 000. http://www.bodemdata.nl/. ‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. Berkvens, R. 2010. ‘Ondersteboven. Archeologie in Best. Toelichting op de archeologiekaart.’ SRE Milieudienst. Berkvens, R. 2015. ‘Actualisering archeologiekaart gemeente Best’. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Bink, M. 2010. ‘Aarle-Hokkelstraat te Best fase 1’. BAAC Rapport A-09.0297. BAAC BV. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis2/Archeorapporten/12/ AR19691. de Boer, E. 2008. ‘Best - Aarle, (NB), Noordwest. Archeologisch bureauonderzoek.’ BILAN rapport 2008/018. BILAN. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-z9m-kx5k. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Gemeente Best. 2022. ‘Monumentenlijst Best’. https://www.gemeentebest.nl/monumenten. Hemminga, M.E., en T. A. Goossens. 2016.
‘Plangebied Best-Aarle, gemeente Best, een archeologisch proefsleuvenonderzoek in deelgebied Broekstraat en Aarleseweg’. 301. Archol Rapport. Archol. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/268/268 2878/afm/. ‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’. Kadaster. 2013. ‘BAG-Viewer’. http://bagviewer.geodan.nl/index.html. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Krekelbergh, N.J. 2009. ‘Best, plangebied locatie Broekstraat, bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)’. V-09.0099. BAAC rapport. BAAC. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-zf2-uapr. Maas, P., en D. Vangheluwe. 2018. De toponymie van Best met de geschiedenis van het grondbezit en impressies van de herdgangen uit de jaren ’50-’60. Best. https://www.dyevanbest.nl/best/toponiemen. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland’. Wolters-Noordhoff. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Onbekend. 1600. ‘Het gebied tussen Boxtel, Best, Middelbeers en Moergestel’. BHIC. https://proxy.archieven.nl/235/375FAC8011DB45DD880F8FF7245CDCC E. ‘Ondergrondgegevens | DINOloket’. 2021. Geraadpleegd april 9. https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.
Provincie Noord-Brabant, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Omgevingsdienst Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
35 Midden- en West-Brabant, en Omgevingsdienst Brabant Noord. 2021. ‘Omgevingsrapportage Noord-Brabant’. Noord-Brabant Omgevingsrapportage. https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016a. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2016b. ‘Handreiking Paalfundering in een archeologievriendelijk bouwplan’. https://archeologieinnederland.nl/sites/default/files/attachments/RCE0053_Handreiking%20Paalfundering_Archeologischvriendelijk %20Bouwen.pdf. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. ‘Bodemloket’. http://www.bodemloket.nl/. S., H. 1799. ‘Nieuwe kaart van de Majorij van ’s-Hertogenbosch’. Universiteitsbibliotheek Utrecht.
https://uu.georeferencer.com/maps/89bdc8ad-11c4-5b08-a71be5191571afa8/. van der Sijs, N. 2010. ‘Etymologiebank’. http://www.etymologiebank.nl. SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB. https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. Teunissen van Manen, T.C. 1985. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, toelichting bij de kaartbladen 50 Oost Tilburg en 51 West Eindhoven. Wageningen: Stichting voor Bodemkartering. Tol, A.J. 2017. ‘Tussen Aarlese weg en Broekstraat’. Archol-rapport 280. Archeologisch Onderzoek Leiden BV. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/234/234 0610/afm/. ‘Traces of War’. https://www.tracesofwar.nl. Verhees, H., en J. van Hulk. 1785. ‘Kaart van het gedeelte van Oost-Brabant tussen ’s-Hertogenbosch en Boxtel’. BHIC. https://proxy.archieven.nl/235/877B9987C2944EF3B7F1F023E4502B28. ter Wal, A. 2010. ‘Gemeente Best, plangebied Broekstraat, inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven’. A-09.0412. BAAC rapport. BAAC. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-z9e-kw6v.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
36
Figuren
Figuur 2: Luchtfoto actueel.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
37
Figuur 3: Topografische kaart.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
38
Figuur 4: Onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek als straal van 500 meter rondom het plangebied.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
39
Figuur 5: Archeologische beleidskaart van de gemeente Best (Berkvens 2010; Berkvens 2015).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
40
Figuur 6: Nieuwe situatie.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
41
Figuur 7: Detailkaart nieuwe situatie.
Figuur 8: Verontreiniging en sanering nabij het plangebied (Provincie Noord-Brabant e.a. 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
42
Figuur 9: Luchtfoto detail, noordelijk deel van plandeel 2.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
43
Figuur 10: Mosselaarweg 7 (Google Maps Street View, september 2021).
Figuur 11: Mosselaarweg 5 (Google Maps Street View, september 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
44
Figuur 12: Funderingen van de schuur achter de Mosselaarweg 7 (nummer 4 in figuur 6).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
45
Figuur 13: Funderingen van de schuur achter de Mosselaarweg 7 (nummer 5 in figuur 6).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
46
Figuur 14: Bouwjaren van panden in en in de omgeving van het plangebied (Kadaster 2013).
Figuur 15: Plandeel 1 gezien vanaf de Mosselaarweg (Google Maps Street View, september 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
47
Figuur 16: Aardbeienteelt in plandeel 2 gezien vanaf de Mosselaarweg (Google Maps Street View, september 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
48
5
4 4
3
5
5 3
4
Figuur 17: Bestemmingsplannen (‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
49
Figuur 18: Geomorfologische kaart (Alterra 2004).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
50
Figuur 19: Bodemkaart (Alterra Wageningen UR 2012).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
51
EZ35
Figuur 20: Landschappelijke bodemkaart (Bodemdata.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
52
Figuur 21: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).
Figuur 22: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P. Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
53
B51B0915 B51B0924
B51B0925
Figuur 23: Geologische boringen in de omgeving van het plangebied (‘Ondergrondgegevens | DINOloket’ 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
54
Figuur 24: Boorprofielen in en nabij het plangebied (‘Ondergrondgegevens | DINOloket’ 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
Plandeel 2
Figuur 25: Overzicht van historische bewoning aan de hand van archeologisch onderzoek (Hemminga en Goossens 2016).
56
Best Oirschot
Figuur 26: Kaart uit het eerste kwart van de 17e eeuw (Onbekend 1600).
Figuur 27: Kaart van Oost Brabant tussen 's-Hertogenbosch en Boxtel (Verhees en Van Hulk 1785).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
57
Figuur 28: Kaart van de meierij van Den Bosch (S. 1799).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
58
De Nieuwe Dijk Bunden
De Houten Bunden
De B ro
gje
ekstr
e te
aat
tS He
De Grooten Driehoek
Figuur 29: Kadastraal minuutplan van de gemeente Best, secties D, bladen 1 en 2 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’, MIN10019D01 en MIN10019D02). Blad 1 ligt linksonder en blad 2 rechtsboven, gescheiden door de rode stippellijn.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
59
Figuur 30: Toponiemenkaart van Best, plandeel 1 (Maas en Vangheluwe 2018).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
60
De Naasten Bestsche Steegjens
Figuur 31: Kadastraal minuutplan van de gemeente Best, sectie D, blad 3 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’, MIN10019D03).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
61
Figuur 32: Toponiemenkaart van Best, plandeel 2 (Maas en Vangheluwe 2018).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
62
Figuur 33: Topografisch militaire kaart 1850.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
63
Figuur 34: 648-2205-BEST-1900.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
64
Figuur 35: 51B-1972-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
65
Figuur 36: 51B-1984-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
66
Figuur 37: 51B-1991-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
67
Figuur 38: Topografisch kaart 2012.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
68
Figuur 39: Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
69
Figuur 40: Puttenoverzicht van archeologisch proefputtenonderzoek uit 2010 (Bink 2010). Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
70
Figuur 41: Vindplaatsen in plandeel 2 en ten zuiden van het plangebied (Bink 2010).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
71
Figuur 42: Vindplaats 13 in detail ten opzichte van plandeel 2 (blauwe lijn, Bink 2010). Onderste foto: structuur 131, zes paalsporen van een spieker.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
72
Figuur 43: Plangebied (zwart) en onderzoeksgebied voor het booronderzoek (rood).
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
Figuur 44: Boorpuntenkaart en archeologische indicatoren.
Figuur 45: Schematische weergave van boorprofielen van boorpunten 1 tot en met 10.
Figuur 46: Schematische weergave van boorprofielen 11 tot en met 18. Bij boorprofiel 13 is het zand dusdanig nat dat het niet in de boor bleef zitten. De precieze overgang tussen de A- en C-horizont kon niet worden achterhaald.
76
Figuur 47: Boorpunten ten opzichte van het kadastraal minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. Boorpunt 3 is mogelijk in een sloot of greppel gezet.
Bureau voor Archeologie Rapport 1284
Best Mosselaarweg 5 en omgeving
Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder 1
grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak zandig
zwart
kalkloos
10
60 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
60
90 zand
matig siltig
matig fijn
licht-grijs-bruin
kalkloos
90
100 zand
matig siltig
matig fijn
licht-grijs-bruin
kalkloos
spoor baksteen
spoor roestvlekken
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond; teeltaarde
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis scherp; bouwvoor; oranjerode baksteenbrokken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond
2
3
beschrijver: F. Roodenburg 0
40 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor
40
55 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
spoor roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis scherp; behoorlijk bruin, mogelijk bijmenging B-horizont
55
90 zand
zwak siltig
matig fijn
bruin-grijs
kalkloos
veel roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
90
100 leem
zwak zandig
licht-groen
kalkloos
veel roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
kalkloos
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond; teeltaarde
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor; oranjerode baksteenbrokken
boven onder 0
15 veen
zwak zandig
zwart
15
50 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
50
65 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp
65
80 zand
matig siltig
matig fijn
licht-bruin-grijs
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
spoor zwarte vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis scherp; lijkt op geroerde C-horizont
80
90 zand
matig siltig; sterk humeus
matig fijn
zwart
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor plantenresten; basis scherp; mogelijk bodem greppel
90
110 leem
zwak zandig
licht-blauw-grijs
kalkloos
spoor roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
110
150 leem
zwak zandig
licht-blauw-grijs
kalkloos
spoor roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
spoor baksteen
4
5
weinig zandbrokjes; basis scherp; humeuze brokken
beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak zandig
zwart
10
35 zand
zwak siltig; matig fijn zwak grindig; matig humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
35
70 zand
matig siltig
bruin-grijs
kalkloos
70
100 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
matig fijn
kalkloos
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond; teeltaarde
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor; oranjerode baksteenbrokken
veel roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
weinig roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
spoor baksteen
grondwaterstand tijdens
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak zandig
zwart
10
50 zand
zwak siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
50
60 zand
zwak siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
60
105 zand
zwak siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
105
115 zand
zwak siltig
licht-grijs-bruin
kalkloos
115
125 leem
sterk zandig
licht-grijs
kalkloos
125
175 geen monst er
175
180 leem
matig fijn
kalkloos
spoor baksteen
weinig roestvlekken
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond; teeltaarde
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; oranjerode baksteenbrokken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis scherp
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
Laag van Wijchen 7cmEdelman 7cmEdelman
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
zand loopt uit boor
Laag van Wijchen 7cmEdelman
6
grondwaterstand tijdens boring: 110 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
60 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
60
90 zand
matig siltig; matig fijn zwak humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
bruin-grijs
kalkloos
spoor baksteen
spoor roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis geleidelijk; A vermengd met brokken C-horizont
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder 90
110 zand
matig siltig
matig fijn
licht-grijs-bruin
kalkloos
spoor roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
spoor zwarte vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; Chorizont met humeuze vlekken uit de A-horizont
110
125 zand
matig siltig
matig fijn
bruin-grijs
kalkloos
veel roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
125
150 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
weinig roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
7
grondwaterstand tijdens boring: 110 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
sterk zandig
zwart
10
50 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
50
105 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
105
150 zand
matig siltig
licht-grijs-bruin
kalkloos
150
170 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
matig fijn
kalkloos
spoor baksteen
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; teeltaarde; oranje spikkels
spoor baksteen; spoor houtskoolspikkels
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor; oranje baksteen brokken
A-horizont
7cmEdelman
spoor bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp; geroerde A-horizont met brokken C-horizont; zwarte brokjes kachelgrit;
weinig roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
weinig roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
8
grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak zandig
zwart
kalkloos
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond; teeltaarde
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
spoor baksteen
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
boven onder 10
50 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
50
60 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
donker-bruin-grijs kalkloos
spoor roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp
60
100 zand
zwak siltig
licht-bruin-grijs
kalkloos
spoor roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
100
120 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
veel roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
matig fijn
9
grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
50 zand
zwak siltig; matig fijn matig humeus
donker-grijs-bruin kalkloos
50
100 zand
matig siltig; matig fijn zwak humeus
grijs-bruin
kalkloos
100
125 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
spoor baksteen
spoor roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; oranje spikkels, mogelijk baksteen
A-horizont
7cmEdelman
spoor donker-bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
Laag van Wijchen 3cm- Guts
10
grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak zandig
zwart
10
55 zand
matig siltig; matig fijn matig humeus
55
80 zand
matig siltig
80
100 leem
zwak zandig
matig fijn
kalkloos
opgebrachte grond
7cmEdelman
basis scherp; opgebrachte grond
donker-bruin-grijs kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond; plastic
grijs-bruin
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
licht-grijs
kalkloos
spoor roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder 11
grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
30 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor
30
60 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
bruin-grijs
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
60
80 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
bruin-grijs
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
spoor grijze vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
80
105 zand
zwak siltig
matig fijn
bruin
kalkloos
B-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
105
160 zand
zwak siltig
matig fijn
licht-grijs-bruin
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; slap; basis geleidelijk
160
170 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
Laag van Wijchen 7cmEdelman
0
30 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
30
70 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
70
80 zand
zwak siltig
matig fijn
bruin
80
90 zand
zwak siltig
matig fijn
90
120 leem
zwak zandig
120
150 zand
matig siltig
12
matig fijn
spoor houtskoolspikkels
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
kalkloos
B-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
grijs-bruin
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
licht-grijs
kalkloos
Laag van Wijchen 7cmEdelman
grijs-bruin
kalkloos
spoor roestvlekken spoor baksteen
spoor roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder 13
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
80 zand
zwak siltig; sterk humeus
80
120 geen monst er
120
140 leem
zwak zandig
140
150 zand
sterk siltig
matig fijn
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
standaard
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond
licht-grijs
kalkloos
Laag van Wijchen 7cmEdelman
basis geleidelijk
grijs-bruin
kalkloos
C-horizont
matig kleine spreiding; zand afgerond
7cmEdelman
14
grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig plantenresten; basis scherp; bouwvoor
40
70 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
70
100 zand
zwak siltig
matig fijn
grijs-bruin
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; lichte humusbijmenging, mogelijk een spoor
100
125 zand
zwak siltig
matig fijn
geel-grijs
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
125
150 zand
matig siltig
matig fijn
geel-grijs
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
spoor houtskoolspikkels
veel roestvlekken
15
grondwaterstand tijdens boring: 80 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
spoor baksteen
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk;
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder oranjerode baksteenspikkels 40
75 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
75
110 zand
zwak siltig
matig fijn
grijs-bruin
110
135 geen monst er
135
150 leem
zwak zandig
licht-grijs
spoor roestvlekken
kalkloos
kalkloos
weinig roestvlekken
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
C-horizont
7cmEdelman
veel zwarte vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; inspoeling van boven maakt zwarte strepen
C-horizont
7cmEdelman
zand loopt uit boor
Laag van Wijchen 7cmEdelman
16
grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
30 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; bouwvoor
30
55 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-grijs-bruin kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor
55
80 zand
zwak siltig; matig fijn zwak humeus
geel-bruin
kalkloos
A-horizont
7cmEdelman
spoor zwarte vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; mogelijk omgewerkt en vermengd met B- en Chorizont
80
120 zand
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkloos
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond
matig fijn
spoor roestvlekken
17
grondwaterstand tijdens boring: 80 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
50 zand
zwak siltig;
matig fijn
bruin-zwart
kalkloos
A-horizont
7cm-
matig kleine spreiding; zand
nr.
grens (cm - mv)
grond bijmenging
mediaan
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
interpretatie
boortype overig
boven onder sterk humeus 50
70 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
bruin-zwart
kalkloos
70
100 zand
zwak siltig
matig fijn
oranje-bruin
kalkloos
100
120 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
Edelman
afgerond; basis geleidelijk
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
veel roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
weinig roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
18
beschrijver: F. Roodenburg 0
45 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
spoor houtskoolspikkels
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor
45
50 zand
zwak siltig; sterk humeus
matig fijn
donker-bruin-grijs kalkloos
spoor houtskoolspikkels
A-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; veel zandbrokjes; basis scherp
50
70 zand
zwak siltig
matig fijn
bruin-grijs
kalkloos
veel roestvlekken
C-horizont
7cmEdelman
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
70
100 leem
zwak zandig
licht-grijs
kalkloos
weinig roestvlekken
Laag van Wijchen 7cmEdelman
Coördinaten van de boringen: nr.
X (m RD)
Y (m RD)
Z (cm NAP)
1
153954
392417
1356
2
153996
392425
1369
3
153980
392407
1356
4
153972
392383
1369
5
154001
392392
1371
6
153888
392385
1339
7
153911
392360
1403
8
153888
392362
1375
9
153865
392357
1370
10
153883
392343
1376
11
153748
392532
1347
12
153798
392509
1359
13
153851
392488
1382
14
153751
392481
1357
15
153814
392462
1374
16
153716
392446
1359
17
153773
392435
1354
18
153828
392422
1348