CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24048.32 - Bijlage 17 bij Toelichting - Verkennend archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24048 - Vaststellen bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-1614.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureau voor Archeologie Rapport 1284 Mosselaarweg 5 en omgeving, Best, gemeente Best: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Archiefexemplaar van BL24-03738

- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 17 Verkennend archeologisch onderzoek

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1284. Mosselaarweg 5 en omgeving, Best, gemeente Best: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

F. Roodenburg (KNA prospector)

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

8 mei 2023

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2022111403

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Best

Plaats

Best

Toponiem

Mosselaarweg 5 en omgeving

Centrum locatie (m RD)

153.850; 392.580 (x; y)

Omvang plangebied

183.320 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 20.000 m2 Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Best, sectie: K, nummer(s): 37, 38, 40, 1821, 3648, 3926, 4293, 4294

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5319573100 (ABU); 5319581100 (ABO)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

Buro BOOT

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

51B

(RO) kader onderzoek

Wijziging bestemmingsplan

Periode van uitvoering veldwerk

5 januari 2023

Bevoegde overheid

Gemeente Best

Deskundige namens bevoegde overheid

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Ria Berkvens

Versie van het rapport

2

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

4

1

2

Figuur 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl). Het deel ten noorden van de Mosselaarweg is plandeel 1, het deel ten zuiden van de Mosselaarweg is plandeel 2.

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4

5 6

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.....................................................................................................10 1.1 Doelstelling en vraagstelling...............................................................10 Bureauonderzoek......................................................................................12 2.1 Methode..............................................................................................12 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................12 2.3 Huidige situatie...................................................................................14 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................15 2.5 Historische situatie..............................................................................16 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................17 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................17 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................21 Booronderzoek..........................................................................................23 3.1

Inleiding..............................................................................................23 3.2 Methode..............................................................................................23 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............24 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................27 Conclusie...................................................................................................28 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................28 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................30 Advies........................................................................................................32 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................32 Literatuur...................................................................................................34 Figuren......................................................................................................36 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................77

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

6

Lijst met Figuren 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl)................................................. 4 2: Luchtfoto actueel..................................................................................... 36 3: Topografische kaart................................................................................. 37 4: Onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek als straal van 500 meter rondom het plangebied............................................................................ 38 5: Archeologische beleidskaart van de gemeente Best (Berkvens 2010; Berkvens 2015)....................................................................................... 39 6: Nieuwe situatie........................................................................................ 40 7: Detailkaart nieuwe situatie....................................................................... 41 8: Verontreiniging en sanering nabij het plangebied (Provincie NoordBrabant e.a. 2021)................................................................................... 41 9: Luchtfoto detail, noordelijk deel van plandeel 2....................................... 42 10: Mosselaarweg 7 (Google Maps Street View, september 2021)............... 43 11: Mosselaarweg 5 (Google Maps Street View, september 2021)...............

43 12: Funderingen van de schuur achter de Mosselaarweg 7 (nummer 4 in figuur 6)................................................................................................... 44 13: Funderingen van de schuur achter de Mosselaarweg 7 (nummer 5 in figuur 6)................................................................................................... 45 14: Bouwjaren van panden in en in de omgeving van het plangebied (Kadaster 2013)....................................................................................... 46 15: Plandeel 1 gezien vanaf de Mosselaarweg (Google Maps Street View, september 2021)..................................................................................... 46 16: Aardbeienteelt in plandeel 2 gezien vanaf de Mosselaarweg (Google Maps Street View, september 2021)........................................................ 47 17: Bestemmingsplannen (‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’)....................... 48 18: Geomorfologische kaart (Alterra 2004).................................................... 49 19: Bodemkaart (Alterra Wageningen UR 2012)........................................... 50 20: Landschappelijke bodemkaart (Bodemdata.nl)........................................ 51 21: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)................. 52 22: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).

Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P................................... 52 23: Geologische boringen in de omgeving van het plangebied (‘Ondergrondgegevens | DINOloket’ 2021).............................................. 53 24: Boorprofielen in en nabij het plangebied (‘Ondergrondgegevens | DINOloket’ 2021)..................................................................................... 54 25: Overzicht van historische bewoning aan de hand van archeologisch onderzoek (Hemminga en Goossens 2016)............................................ 55 26: Kaart uit het eerste kwart van de 17e eeuw (Onbekend 1600)................ 56 27: Kaart van Oost Brabant tussen 's-Hertogenbosch en Boxtel (Verhees en Van Hulk 1785)................................................................................... 56 28: Kaart van de meierij van Den Bosch (S. 1799)........................................ 57 29: Kadastraal minuutplan van de gemeente Best, secties D, bladen 1 en 2 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’, MIN10019D01 en 58 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

7 MIN10019D02)........................................................................................ 30: Toponiemenkaart van Best, plandeel 1 (Maas en Vangheluwe 2018)...... 59 31: Kadastraal minuutplan van de gemeente Best, sectie D, blad 3 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’, MIN10019D03)...... 60 32: Toponiemenkaart van Best, plandeel 2 (Maas en Vangheluwe 2018)...... 61 33: Topografisch militaire kaart 1850............................................................. 62 34: 648-2205-BEST-1900.............................................................................. 63 35: 51B-1972-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode............................ 64 36: 51B-1984-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode............................ 65 37: 51B-1991-Best / Boxtel / Eindhoven / Sint-Oedenrode............................ 66 38: Topografisch kaart 2012.......................................................................... 67 39: Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................................. 68 40: Puttenoverzicht van archeologisch proefputtenonderzoek uit 2010 (Bink 2010).......................................................................................................

69 41: Vindplaatsen in plandeel 2 en ten zuiden van het plangebied (Bink 2010)....................................................................................................... 70 42: Vindplaats 13 in detail ten opzichte van plandeel 2 (blauwe lijn, Bink 2010)....................................................................................................... 71 43: Plangebied (zwart) en onderzoeksgebied voor het booronderzoek (rood)....................................................................................................... 72 44: Boorpuntenkaart en archeologische indicatoren...................................... 73 45: Schematische weergave van boorprofielen van boorpunten 1 tot en met 10............................................................................................................ 74 46: Schematische weergave van boorprofielen 11 tot en met 18................... 75 47: Boorpunten ten opzichte van het kadastraal minuutplan uit het begin van de 19e eeuw..................................................................................... 76

Lijst met Tabellen 1: Aardkundige waarden............................................................................. 16 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties ongeveer 500 m van het plangebied....................................................................... 20

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

8

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Mosselaarweg 5 en omgeving te Best. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt een aardbeienkwekerij verplaatst. De schuren van de kwekerij zullen worden gesloopt en er worden twee woningen gebouwd. De nieuwe kwekerij zal aan de overzijde van de Mosselaarweg worden gebouwd en omvat een bedrijfshal en -woning. In het plangebied liggen dekzandwelvingen die richting het noorden overgaan in een dekzandvlakte. De welvingen zijn na hun vorming in de laatste ijstijd een geschikte bewoningslocatie voor zowel jager-verzamelaars als landbouwers. In het plangebied kunnen daarom archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op de welvingen liggen hoge zwarte enkeerdgronden.

Het is waarschijnlijk dat archeologische resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Neolithicum grotendeels in het humeuze dek zijn opgenomen. Bij archeologisch onderzoek ten zuiden van het plangebied zijn bewoningsresten uit de Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd gevonden. In het zuiden van plandeel 2 liggen nederzettingsresten uit de IJzertijd. De kans is daarom groot dat ook in het niet onderzochte deel van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. In het plangebied zijn achttien boringen gezet met einddieptes tussen 100 en 180 cm -mv. Hieruit blijkt dat sprake is van een A- op C-horizont. In het noorden van het onderzoeksgebied zijn tevens restanten van een B-horizont gevonden. De bodemopbouw vertoont sterke overeenkomsten met die van het onderzoek ten zuiden van het plangebied. Dit betekent dat in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn uit de prehistorie tot en met de Nieuwe tijd. De top van het potentieel archeologisch niveau ligt tussen 35 en 140 cm -mv (1334 en 1229 cm NAP), gemiddeld ongeveer 80 cm onder het maaiveld. Bureau voor Archeologie adviseert op locaties waar graafwerkzaamheden plaats zullen vinden een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).

Waarschijnlijk is de bodem verstoord op plaatsen waar reeds bebouwing staat. Voor het slopen van gebouwen is daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het slaan van palen voor aardbeienteelt kan een archeologievriendelijk palenplan worden gebruikt. Dit betekent dat de gezamenlijke oppervlakte van de palen maximaal 2% van het plangebied verstoort. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

9 overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Best.

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

10

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Mosselaarweg 5 en omgeving te Best. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het plangebied bestaat uit twee plandelen. Het deel ten noorden van de Mosselaarweg is plandeel 1. Het deel ten zuiden van de Mosselaarweg is plandeel 2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

11 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

Booronderzoek verkennende fase: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

12

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is contact geweest met de Erfgoedvereniging Dye van Best. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Best in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Mosselaarweg 5 en omgeving. Plandeel 1 is ongeveer 13 hectare en plandeel 2 ongeveer 5,3 hectare. De plandelen zijn samen ongeveer 18 hectare groot. Het plangebied ligt in het agrarisch gebied ten noorden van Best tussen de Driehoeksweg en de spoorweg tussen Best en Boxtel (figuren 2 en 3). De Mosselaarweg loopt tussen de beide plandelen. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (figuur 4). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (figuur 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2015 heeft het grootste deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting (categorie 4) en ligt in een zone met een esdek en/of een agrarische bestemming. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 500 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 50 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten.

In het noorden van plandeel 1 en langs de oostelijke rand van plandeel 2 ligt een zone met een middelhoge verwachting (categorie 5). De vrijstellingsgrenzen 2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

13 liggen in deze zone op 2.500 m2 en 50 cm -mv. In het noorden van plandeel 1 ligt ook een lage verwachting (categorie 6). De vrijstellingsgrenzen liggen in deze zone op 25.000 m2 en 40 cm -mv. In het westen van plandeel 2 ligt een zone met een hoge archeologische verwachting, gebaseerd op historische bewoning (categorie 3). De vrijstellingsgrenzen voor deze zone liggen op 250 m2 en 30 cm -mv. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de verplaatsing van een aardbeienkwekerij naar de overzijde van de Mosselaarweg en woningbouw (figuren 6 en 7). In plandeel 1 zal een nieuw agrarisch bedrijf worden ingericht met bedrijfshal en bedrijfswoning. Op het achterliggende land zullen palen de grond in gaan als onderdeel voor stellingenteelt en teelt in potten. In plandeel 2 worden twee bedrijfshallen, een silo en een bijgebouw gesloopt. De huizen aan de Mosselaarweg 5 en 7 blijven behouden. Ook worden twee nieuwe woningen gebouwd langs de Mosselaarweg. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De nieuwe bedrijfshal heeft een omvang van ongeveer 2.100 m2 en de nieuwe bedrijfswoning heeft een omvang van 160 m2. De precieze diepte van de ingrepen is onbekend maar de ontgraving zal waarschijnlijk tot circa 80 cm onder maaiveld reiken. De palen voor aardbeienteelt hebben een doorsnede van 51 mm en worden in de grond geschroefd tot ongeveer 60 tot 70 cm onder maaiveld.

De palen staan op twee meter afstand tot elkaar en de afstand tussen rijen is 1,5 meter. De te slopen bebouwing in plandeel 2 heeft een gezamenlijke omvang van 1.500 m2. De nieuwe woning in plandeel 2 heeft een omvang van 150 m2. De precieze diepte van de ingrepen is onbekend maar de ontgraving zal waarschijnlijk tot circa 80 cm onder maaiveld reiken. Milieutechnische condities Nabij de Mosselaarweg 7 zijn plaatselijk sterke verontreinigingen vastgesteld. De precieze locatie en aard van de verontreiniging is niet geregistreerd. In de bermen direct langs de Mosselaarweg zijn verontreinigingen met PAK vastgesteld (figuur 8). Op de Aarleseweg 52, ten westen van plandeel 2, is de bodem ernstig vervuild, waarschijnlijk door gebruik van bestrijdingsmiddelen in de fruitkwekerij en boomgaard. Potentiële verontreinigingen zijn vastgesteld op de hoek van de Mosselaarweg en Broekstraat ten oosten van plandeel 1 en nabij de Mosselaarweg 14.4 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. Informatie over de grondwaterstanden kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is V. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondieper staat dan 40 cm onder maaiveld en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper staat dan 120 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. 4

Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu; Provincie Noord-Brabant e.a. 2021

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

14 Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven. Door het aanbrengen van palen in de grond kunnen archeologische resten uit hun context worden gedrukt en kan toekomstig archeologisch onderzoek worden bemoeilijkt.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In plandeel 1 staat geen bebouwing. In het noorden van plandeel 2 liggen twee erven op de adressen Mosselaarweg 5 en 7 (figuur 9, 10 en 11). De te slopen schuren hebben geen kelders en de onderzijde van de funderingen ligt tussen 60 en 80 cm onder maaiveld (figuren 12 en 13). Volgens de Basisadministratie Adressen en Gebouwen hebben alle gebouwen een bouwjaar in de tweede helft van de 20e eeuw of begin 21e eeuw (figuur 14).5 Bodemgebruik Plandeel 1 is grotendeels in gebruik als weiland (figuren 2 en 15). In het zuidwestelijke deel ligt een maisveld. De percelen worden van elkaar gescheiden door sloten. Buiten de erven van plandeel 2 liggen aardbeienvelden (figuren 2 en 16). Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2021’ (figuur 17). In het grootste deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 4. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 500 m2 waarbij de bodem dieper dan 50 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

Ook bij ingrepen als het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplanting, het ophogen en egaliseren van gronden, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het slopen van gebouwen moet de archeologische waarde van het plangebied worden vastgesteld. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het archeologisch beleid.6 Het noorden van plandeel 1 en een kleine zone langs de zuidoostelijke rand van plandeel 2 heeft de dubbelbestemming Waarde Archeologie 5 of geen waarde. De vrijstellingsgrenzen voor deze zone zijn 2.500 m2 en 50 cm onder maaiveld. De zone zonder waarde heeft geen dubbelbestemming. In het westen van plandeel 2 ligt een zone met Waarde Archeologie 3. De vrijstellingsgrenzen voor deze zone zijn 250 m2 en 30 cm onder maaiveld. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel.

5 6

Kadaster 2013 ‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

15

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten.7 De dekzandvlakten ontstaan tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien. In het koude en droge toendralandschap groeit weinig vegetatie en kan zand uit drooggevallen rivieren opwaaien. Het zandpakket dat hierdoor ontstaat wordt tot het Laagpakket van Wierden gerekend. Het plangebied ligt op de noordflank van de Midden-Brabantse dekzandrug die zich enkele tientallen kilometers uitstrekt van het noordoosten richting het zuidwesten. In de zuidelijke helft van plandeel 1 en in plandeel 2 zijn dekzandwelvingen ontstaan (figuur 18). Van zuid richting noord lopen door de welvingen twee dalvormige laagtes richting een vlakte van ten dele verspoeld dekzand of löss. Het plangebied ligt tussen de laagtes. Op de welvingen is een oud bouwlanddek ontstaan.8 Het bouwlanddek is op de bodemkaart weergegeven als hoge zwarte enkeerdgronden die zijn ontstaan door het langdurig opbrengen van heideplaggen vermengd met stalmest en/of bosstrooisel (figuur 19). De humeuze bovengrond is gemiddeld 60 cm dik en kan worden ingedeeld in een 30 cm dikke moderne bouwvoor en een meestal lichter gekleurd oud bouwlanddek.

Onder de humeuze bovengrond kan nog een restant van een podzol aanwezig zijn in de vorm van een B-horizont die tot 100 cm -mv door kan lopen. Binnen 120 cm -mv kan tevens een laag zandige leem (löss) voorkomen die minstens 20 cm dik is. In de vlakte en de laagtes zijn beekeerdgronden in lemig fijn zand gevormd. Mogelijk zijn deze aanwezig in het noorden (en eventueel zuidwesten) van plandeel 1 en langs de oostrand van plandeel 2. Ook in de ondergrond van de beekeerdgronden kan zandige leem (löss) aanwezig zijn.9 De overgang tussen de welvingen en vlakte is zichtbaar op de hoogte-reliëfkaart waarbij het landschap afloopt richting het noorden (figuur 21). De laagte ten oosten van het plangebied is tevens herkenbaar. De laagte ten westen van het plangebied is minder goed herkenbaar. Mogelijk ligt deze meer naar het westen zoals aangegeven op de geomorfologische kaart. Het maaiveld in plandeel 1 ligt tussen 12,2 en 23,5 meter boven NAP (figuur 22). Het maaiveld in plandeel 2 ligt tussen 13,5 en 14,3 meter boven NAP. In en in de omgeving van het plangebied zijn geologische booronderzoeken uitgevoerd (figuren 23 en 24). In het plangebied ligt een matig humeus zanddek aanwezig van ongeveer 50 tot 70 cm dik op fijn zand. Op 130 cm -mv ligt de top van een zandige leemlaag die tot het Laagpakket van Liempde wordt gerekend.

In de boringen die ten zuidwesten van het plangebied zijn gezet, tussen de Mosselaarweg, Aarleseweg en Driehoekweg, kan het leem al op 60 cm -mv aanwezig zijn. Vanaf 180 cm -mv en dieper is plaatselijk veen aanwezig. Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:10 • Bx6: Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een

7 Rensink e.a. 2015 8 De Mulder 2003 9 Teunissen van Manen 1985 10 De Mulder 2003 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

16

Bodemkunde (figuur 19)

Bodemkaart 1 : 50 000: • Eerdgronden, beekeerdgronden; lemig fijn zand (pZg23t-V). • Eerdgronden, Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23t-V*).

Geomorfologie (figuur 18)

Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Dekzandwelvingen al dan niet met oud-bouwlanddek (L51yc), Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss relatief laaggelegen (M53L)

AHN (figuur 21 en 22)

Plandeel 1: het maaiveld ligt tussen 12,2 en 13,5 meter boven NAP. Plandeel 2: het maaiveld ligt tussen 13,5 en 14,3 meter boven NAP.

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie De dekzandwelvingen die tijdens de laatste ijstijd in het plangebied zijn gevormd, zijn een geschikte bewoningslocatie voor zowel jager-verzamelaars als landbouwers. Door de overgang van de hoger gelegen dekzandrug naar de lager gelegen dalen konden verschillende landschapstypen worden geëxploiteerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn bewoningssporen gevonden uit de Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd (zie hoofdstuk 2.7 en figuur 25). In de Late Bronstijd en IJzertijd liggen nederzettingen verspreid over de dekzandwelvingen, waaronder een grafveld uit de Midden of Late IJzertijd. In het zuiden van plandeel 2 zijn sporen van een spieker aanwezig. In de Romeinse tijd lijkt bewoning zich te clusteren langs de westelijke rand van een dalvormige laagte (de laagte rechts van plandeel 2 op figuur 18). De Romeinse nederzetting ligt ongeveer 100 meter ten zuiden van plandeel 2. Bewoning lijkt ten einde te komen in de tweede helft van de 3e eeuw na Christus en wordt in de 9e eeuw hervat. De vroegmiddeleeuwse nederzetting ligt ten zuiden van de Romeinse en ligt ongeveer in een halve cirkel om het akkerareaal. In de 13e eeuw komt de bewoning te liggen op dezelfde plaatsen waar op de oudste kadastrale kaarten bewoning is weergegeven (en komt grotendeels overeen met de huidige bebouwing).

In de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden op de welvingen (heide)plaggen vermengd met mest en afval opgebracht waardoor de hoge zwarte enkeerdgronden ontstaan. Het is waarschijnlijk dat in het plangebied een soortgelijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden. De naam Mosselaar komt wordt voor het eerst genoemd in bronnen uit de 17e eeuw en later en verwijst vermoedelijk naar een laar (intensief benut bos, bosweide). Het deel ‘mos’ verwijst naar een poel of moerassige grond.11 Op historische kaarten uit de 17e en 18e eeuw is het gebied vaak figuratief weergegeven (figuren 26, 27 en 28). Het plangebied ligt ten noordwesten van de historische kern van Best waar geen bebouwing is ingetekend. Dit betekent echter niet dat dit gebied onbewoond is. Vanwege de figuratieve aard van de kaarten kunnen kleinere nederzettingen en boerderijen zijn weggelaten. Op het kadastraal minuutplan uit het begin van de 19e eeuw is de situatie in het plangebied in detail weergegeven. Plandeel 1 is onbebouwd en is volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafels in gebruik als weiland en bouwland met enkele percelen hakhout (figuur 29). In het midden van het plangebied ligt de 11 Van der Sijs 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

17 kruising van het Steegje en de Broekstraat. Langs de wegen staat hakhout. Het deel ten zuidwesten van het Steegje behoort tot “De Grooten Driehoek”. Ten noordoosten van het Steegje liggen “De Nieuwe Dijk Beemden” en “De Houten Beemden”. Direct ten noordwesten van het plangebied, langs de Broekstraat, ligt een waterplas. In het plangebied zijn verschillende veldnamen uit het begin van de 19e eeuw bekend (figuur 30). In deelgebied 1 komen de namen ‘beemd’ en ‘kamp’ vaak voor. ‘Kamp’ heeft een Latijnse oorsprong en is een synoniem voor ‘veld’ in de betekenis van “woeste grond”. In dit geval betekent het echter een “individueel, uit heide gewonnen en door een heg of houtkant omsloten perceel”. Een ‘beemd’ is een hooiveld gelegen in een natte laagte of beekdal.12 In het noorden van plandeel 2 staat bebouwing, ongeveer op dezelfde locatie als de Mosselaarweg 7 (figuur 31). Op de oorspronkelijke aanwijzende tafels ontbreekt het beroep van de eigenaar maar waarschijnlijk is het een boerderij, de rest van het plandeel heeft namelijk een agrarische functie (bouwland, boomgaard en weiland). Op de toponiemenkaart van Best staat bij de boerderij de naam Jan Gijpkenshof, verwijzend naar de eigenaar (figuur 32). Deze naam komt terug in een perceel ten zuidwesten van de boerderij. Een naastgelegen akker is naar Jan Ooms genoemd.

In het noordoosten van het deelgebied ligt de Malkersteegdakker. ‘Malk’ betekent ‘melk’ waarbij de naam ‘akker naast de Melksteeg’ kan betekenen. In het zuidwesten van het deelgebied ligt ‘de Langstrepen’. Een ‘streep’ is een lang en smal perceel. In het zuiden van deelgebied 2 ligt ‘de heegd en kleinakker’. Een ‘heegd’ is een bos of hakhout of duidt aan dat het terrein is omheind met een haag of heg.13 In de rest van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw blijft de situatie vrijwel onveranderd (figuren 33 en 34). Het agrarisch gebruik van het perceel wisselt tussen bouwland en weiland maar de indeling blijft ongewijzigd. Tussen 1972 en 1984 verdwijnen het westelijk deel van het Steegje en het zuidelijk deel van de Broekstraat (figuren 35 en 36). De rest van de wegen verdwijnen tussen 1991 en 2012 (figuren 37 en 38). In deze periode breidt de boerderij op het adres Mosselaarweg 7 zich richting het zuiden uit en wordt het huis op de Mosselaar 5 gebouwd.

2.6

Mogelijke verstoringen In het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen bekend. Mogelijk zijn er lokale verstoringen waar de voormalige wegen hebben gelopen en ter plaatse van de bebouwing op de adressen Mosselaarweg 5 en 7.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 39 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen (delen van) archeologische terreinen. Plandeel 2 is onderzocht als onderdeel van een bureauonderzoek waarbij werd geadviseerd een booronderzoek uit te voeren (zaak 2.179.949.100). Het rapport hiervan is niet beschikbaar (zaak 2.194.633.100) maar op basis van de resultaten is in 2010 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat in het zuiden van plandeel 2 een nederzetting uit de Late Bronstijd of IJzertijd ligt (zaak 12 Van der Sijs 2010; ‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’; Maas en Vangheluwe 2018 13 Maas en Vangheluwe 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

18 2.280.493.100, figuren 40 tot en met 42). Ook zijn in een greppel twee scherven uit de Romeinse tijd gevonden. Het noorden van plandeel 2 is niet onderzocht met proefsleuven en het is daarom mogelijk dat resten uit deze perioden ook hier aanwezig zijn. De top van het sporenniveau ligt tussen 50 en 80 cm -mv. Hetzelfde geldt voor plandeel 1. Er is geadviseerd de vindplaats in situ te behouden. De vindplaatsen ten zuiden van het plangebied zijn tussen 2010 en 2012 met een opgraving onderzocht (zaak 2.340.610.100) en hebben daarom geen verwachting meer op de gemeentelijke beleidskaart (het witte gebied in figuur 5). Aanwijzingen voor bewoning in het gebied worden kort vóór de Late Bronstijd gedateerd. Bewoning manifesteert zich als verspreide regelmatig verplaatsende (‘zwervende’) erven in een bosrijk landschap (figuur 25). Vanaf de Midden IJzertijd concentreert de bewoning zich in drie en later vier kleinere nederzettingsarealen die minder ver verplaatsen dan hun voorgangers. Het bos in de omgeving neemt geleidelijk af maar kan in de Vroege Middeleeuwen herstellen omdat het gebied in die periode onbewoond was. In de 9e eeuw verschijnen opnieuw nederzettingen waarna het gebied ononderbroken wordt bewoond.

Op ongeveer 250 meter ten noordoosten van plandeel 1, in de dekzandvlakte, is door een amateur-archeoloog een bronzen lanspunt uit de Midden of Late Bronstijd gevonden die vermoedelijk afkomstig is uit een natte context (vondstlocatie 1.230.968). De vondst is mogelijk gerelateerd aan de vindplaatsen op de dekzandwelvingen. Aan de Aarleseweg en Broekstraat, respectievelijk 300 meter ten zuidwesten en 500 meter ten zuidoosten van het plangebied, zijn proefsleuvenonderzoeken uitgevoerd (zaak 2.682.878.100). Op beide locaties is nog een deels intact podzolprofiel aanwezig. Ter hoogte van de Aarleseweg zijn sporen van een karrenpad, houtsingel, en sloten gevonden. Aan de Broekstraat zijn sporen van leemwinning en baksteenproductie gevonden. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. Volgens de heemkundige kring Dye van Best is een prehistorische geslepen stenen bijl gevonden in deze omgeving. De exacte vondstlocatie is echter niet duidelijk. Het kan duiden op oudere bewoning dan de Late Bronstijd. Op ongeveer 450 meter ten zuidoosten van plandeel 2 is in 2009 een booronderzoek uitgevoerd (zaak 2.242.658.100). De onderzoekers concluderen dat de natuurlijke ligging van het onderzochte terrein laag en nat is en waarschijnlijk recent is opgehoogd. Omdat hier toch sporen aanwezig kunnen zijn is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd dat in 2010 is uitgevoerd (zaak 2.267.833.100).

In de meeste sleuven bleek de bodem nog intact te zijn en resten van een esdek te bevatten. Er zijn vier archeologische sporen ouder dan de Nieuwe tijd gevonden (kuilen en greppels) maar de vindplaats is beschouwd als niet behoudenswaardig. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig. Op ongeveer 250 meter ten oosten van het plangebied ligt een spoorlijn die een doelwit kan zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog.14 In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd en in het plangebied staan geen rijksmonumenten. Op de monumentenlijst van de gemeente Best staat de Mosselaarweg 7 in de lijst 14 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016a; ‘Traces of War’ Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

19 potentiële gemeentelijke monumenten.15 Archeologische terreinen Geen. Onderzoeken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.179.949.100: Best, Aarle, Best-Noordwest, bureauonderzoek Het onderzochte gebied heeft verwachtingen van laag tot hoog (beekeerdgronden, laarpodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden). Op grond van de landschappelijke ligging en geringe aantal vindplaatsen die tot dusver zijn gevonden wordt het hele gebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting toegekend. Er wordt geadviseerd het hele onderzoeksgebied nader te onderzoeken door middel van verkennend booronderzoek. 16 2.194.633.100: Best, Aarle, Aarle Noordwest, booronderzoek Het rapport is niet beschikbaar in ARCHIS of DANS. 2.242.658.100: Best, locatie Stabel, booronderzoek In het onderzochte gebied is sprake van een donkerbruingrijze sterk lemige bouwvoor met in één boring daaronder een tweede bouwvoor met een totale dikte van 40 tot 55 cm. In enkele boringen liep de dikte op tot 70 cm. Omdat binnen het humeuze dek geen kleuronderscheid gemaakt kon worden wordt uitgegaan van één fase waarin het is opgebracht of verstoord. Direct onder het humeuze dek ligt de C-horizont. De bleke kleur en oxidatievlekken wijzen op een relatief lage ligging van het plangebied.

Hoewel geen bewoningsresten worden verwacht kunnen wel resten worden verwacht gerelateerd aan natte contexten zoals (rituele) depots, afvaldumps, voorden, bruggen, ambachtelijke werkplekken, greppels e.d. Er is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. 17 2.267.833.100: Best, Broekstraat, Proefsleuven In tegenstelling tot het eerder uitgevoerde booronderzoek bleek het esdek nog grotendeels intact te zijn. Er zijn vier archeologisch relevante sporen gevonden die niet konden worden gedateerd. Het betreft een kuil, twee greppels en een paalkuil. Een datering vóór de Middeleeuwen lijkt waarschijnlijk gezien de homogene vulling van de sporen. De vindplaats wordt als niet behoudenswaardig beschouwd. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 18 2.280.493.100: Best, Aarle, Aarle-Hokkelstraat fase 1, proefsleuven Het onderzoeksgebied omvat 61 hectare waarvan 58 zijn onderzocht door middel van proefsleuvenonderzoek. Plandeel 6 van dit onderzoek overlapt met plandeel 2 van het huidige onderzoek. In deelgebied 6 zijn 16 proefsleuven aangelegd, nummers 601 tot en met 616 (figuur 40). In het onderzochte gebied ligt een humeus dek van gemiddeld 50 tot 80 cm dik met regelmatige bijmenging van houtskool en baksteenfragmenten. De onderzijde van de laag is vaak vlekkerig, vermoedelijk doordat deze is doorgestoken tot in het oorspronkelijke podzolprofiel tijdens grondverbetering.

Het humeuze dek wordt in de Nieuwe tijd gedateerd. De dalvormige laagtes zijn atypisch voor beekdalen en bevatten “enigszins” siltig zand dat vermoedelijk in het Weichselien is afgezet en geen leem of veen. In plandeel 2 bevinden zich sporen van een nederzetting die wordt aangeduid als ‘vindplaats 13’ (figuren 41 en 42). De vindplaats omvat 37 sporen uit de Late prehistorie, één spoor uit de Volle Middeleeuwen en 35 uit de Nieuwe tijd. Ook zijn 25 recente sporen gevonden en 51 met een onbekende datering. In proefsleuf 616 is een spieker uit de Bronstijd of IJzertijd herkend. In proefsleuven 601 en 616 zijn ongedateerde sporen van een greppelsysteem gevonden. Gezien de ligging zijn deze waarschijnlijk gerelateerd aan de spieker. In proefsleuven 611 en 613 liggen sporenclusters die waarschijnlijk deels in de IJzertijd kunnen worden gedateerd. In een gedempte greppel ten oosten van deelgebied 2 zijn tevens prehistorische handgevormde aardewerkfragmenten gevonden en twee aardewerkfragmenten uit de Romeinse tijd (structuur 156 in proefsleuf 1131).

Er is geadviseerd de vindplaats in situ te behouden.19 2.339.859.100: Best, archeologische waardenkaart, verwachtingskaart Onderzoek ten behoeve van het opstellen van een archeologische verwachtingenkaart (figuur 5).20 2.340.610.100: Best, Aarle, opgraving In het onderzochte gebied liggen nederzettingen met een ongeveer continue ontwikkeling van de Late Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd, met een hiaat in de Vroege Middeleeuwen. De nederzettingen liggen verspreid over een gebied met open bossen met eiken en elzen. Van de Late 15 Gemeente Best 2022; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 16 De Boer 2008 17 Krekelbergh 2009 18 Ter Wal 2010 19 Bink 2010 20 Berkvens 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

20 Bronstijd tot en met de Midden IJzertijd is sprake van ‘zwervende erven’, daarna is de verplaatsing van nederzettingen beperkt. In de loop van de tijd neemt het aantal bomen af door het toenemend aantal nederzettingen en akkerareaal. Het bos kan zich tussen het einde van de 3e eeuw na Christus en de 9e eeuw na Christus herstellen doordat bewoning tijdelijk stopt. De bewoning wordt plaatsvast in de 13e eeuw. De verplaatsing van nederzettingen door de verschillende perioden heen lijkt gerelateerd te zijn aan gefaseerde uitbreiding van het akkerareaal. Het gebruik van potstalmest is waarschijnlijk een intensivering van een reeds eerder bestaande praktijk en geen nieuwe innovatie. De plaggen die voor het esdek zijn gebruikt zijn waarschijnlijk afkomstig van de ten noorden gelegen broekgronden en beemden. In de top van het esdek ligt een moderne bouwvoor van 30 tot 40 cm dik. Het totale esdek is 50 tot 80 cm dik en is aanwezig in het gehele onderzochte gebied. Het esdek is gelaagd en de onderste grijze laag is waarschijnlijk een restant van een meer extensieve vorm van landbouw waarbij dezelfde teellaag langdurig is hergebruikt. De top van het sporenniveau ligt onder het esdek.21 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.143.541 geregistreerd.

2.682.878.100: Best, Best-Aarle, Broekstraat en Aarleseweg, opgraving Het onderzoek richt zich op twee locaties: één aan de Aarleseweg en één aan de Broekstraat. De locatie aan de Aarlseseweg ligt ongeveer 300 meter ten zuidwesten van het plangebied. De locatie aan de Broekstraat ligt ongeveer 500 meter ten zuidoosten van plandeel 2. Het onderzoek begon als proefsleuvenonderzoek maar is vanwege de aanwezigheid van sporen in de bodem uitgebreid naar een opgraving. Op beide locaties is plaatselijk onder het esdek een restant van een podzolprofiel gevonden. Aan de Broekstraat zijn sporen van leemwinning en baksteenproductie uit de Nieuwe tijd aanwezig die duiden op de aanwezigheid van een steenbakker in de nabije omgeving. Aan de Aarleseweg zijn sporen gevonden van een houtsingel, perceelsloot met bomenrij waarlangs een karrenpad heeft gelopen. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.22 Bij de locatie aan de Aarleseweg is vondstlocatie 1.130.297 geregistreerd. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • 3 stuks, aardewerk, bouwmateriaal, Nieuwe Tijd. • 1 stuks, aardewerk, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd. Bij de locatie aan de Broekstraat is vondstlocatie 1.130.290 geregistreerd.

Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: • 60 stuks, aardewerk, baksteen, Nieuwe Tijd Vondstlocaties los 1.230.968: Best, Niet-archeologisch: metaaldetector Vondst van een bronzen lanspunt uit de Midden of Late Bronstijd met een metaaldetector. De donkere kleur doet vermoeden dat deze uit een natte context is verzameld.

Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties ongeveer 500 m van het plangebied.

21 Tol 2017 22 Hemminga en Goossens 2016 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

21

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in een zone met dekzandwelvingen die richting het noorden overgaat naar een dekzandvlakte. De welvingen zijn een geschikte bewoningslocatie voor zowel jager-verzamelaars als landbouwers. Ten zuiden van het plangebied zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning uit de Late Bronstijd tot en met de Romeinse tijd en vanaf het einde van de Vroege Middeleeuwen (in de 9e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. In het zuiden van plandeel 2 is een nederzetting uit de IJzertijd aanwezig die mogelijk ook richting het, nog niet onderzochte, noorden doorloopt. In het noorden van plandeel 2 staat een 19e-eeuws erf met mogelijk oudere voorlopers. Plandeel 1 is nog niet archeologisch onderzocht. Op kaarten uit de 19e eeuw staat een boerderij in het noorden van plandeel 1, ter hoogte van de Mosselaarweg 7. De rest van het plangebied heeft een agrarische functie. Het gebouw op de Mosselaarweg 5 stamt uit de 20e eeuw. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. 2.

Complextype

Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan alle archeologische complextypen: bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. De voornaamste complextypen die in het plangebied worden verwacht zullen gerelateerd zijn aan rurale, agrarische nederzettingen. Het is waarschijnlijk dat begravingen in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd nabij een kerk plaatsvonden en dus niet in het plangebied aanwezig zijn. 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

De top van het archeologische sporenniveau met resten uit de prehistorie tot en met de Middeleeuwen wordt verwacht onder een humeus dek van circa 50 tot 70 cm dik. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Archeologische resten uit de prehistorie tot en met de Middeleeuwen kunnen goed zijn geconserveerd onder een humeus (es)dek dat een beschermende laag vormt tegen bodemingrepen. Door het gebruik als landbouwgrond is echter de top van de oorspronkelijke oppervlakte omgewerkt. Dit betekent dat ondiepe sporen en spreidingen van artefacten zijn opgenomen in het humeuze dek. Dit treft met name resten uit het Laat Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum.

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

22 Archeologische resten uit de Nieuwe tijd bevinden zich in het humeuze dek en zijn kunnen zijn omgewerkt door ploegen met uitzondering van plaatsvaste erven. De grondwatertrap is V. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) dieper dan 120 cm onder maaiveld (de maximale /minimale gemiddeld hoogste grondwaterstand) goed kan zijn. De conservering van organische artefacten die boven dit niveau liggen kan slecht zijn door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities en relatief hoge zuurgraad van zand. Dit betekent echter niet dat organische archeologische resten geheel moeten worden uitgesloten aangezien deze bewaard kunnen zijn gebleven in diepere en humeuze sporen, zie bijvoorbeeld de vondstenlijst uit zaak 2.340.610.100 waar botmateriaal en houten voorwerpen zijn gevonden. 6.

Locatie

In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beeren/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet (rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk). Archeologische resten kenmerken zich als een sporenniveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Door bouwactiviteiten in het noorden van plandeel 2 kunnen archeologische resten zijn vergraven.

Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

23

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,23 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het booronderzoek richt zich op de percelen waar bouwwerkzaamheden plaats zullen vinden (figuur 43). De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor (in één boring is ook een 3 cm guts gebruikt).

Aantal boringen:

Achttien (vijf per hectare).

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de top van de C-horizont en hebben einddieptes tussen 100 en 180 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het onderzoeksgebied geplaatst. Vijf boringen zijn gezet in het vlak links van de Mosselaarweg 7 en vijf in het vlak rechts van de Mosselaarweg 7. Op het vlak ten noorden van de Mosselaarweg waar de nieuwe bedrijfshal en -woning zijn voorzien zijn acht boringen gezet.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht. De A-horizont, podzolprofiel en bovenste 30 cm van de C-horizont zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. 23 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

24 Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.24 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.25 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 18 januari 2022 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en K. Durczak (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 44 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuren 45 en 46. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond, voor zover aangetroffen, tijdens het onderzoek tussen 80 en 110 cm -mv. In boring 13 in het noordoosten van deelgebied 1 stond het grondwater opvallend hoog: op 50 cm -mv. Al het opgeboorde zand is afgerond, kalkloos, matig fijn en heeft een matig kleine spreiding. Het zand is zwak tot matig siltig en is geïnterpreteerd als dekzand. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende lagen worden onderscheiden, van boven naar onder: Laag 1: opgebrachte grond: Zwart zwak tot sterk zandig veen. Het betreft een laag teeltaarde die is opgebracht ten behoeve van de aardbeienkwekerij. De laag is aanwezig in de aardbeienvelden ter hoogte van boorprofielen 1, 3, 4, 5, 7, 8 en 10. De top van de laag ligt aan het maaiveld (tussen 1403 en 1356 cm NAP) en de laag is 10 tot 15 cm dik. In de laag zijn baksteenfragmenten aanwezig. De laagondergrens is scherp. Laag 2: A-horizont: Donker grijsbruin of donker bruingrijs sterk humeus zwak tot matig siltig zand. De laag is in alle boorprofielen aanwezig.

In de laag zijn fragmenten baksteen en houtskoolspikkels waargenomen. Op basis van de kleur en het humusgehalte is de laag waarschijnlijk ontstaan door het langdurig opbrengen van (potstal)mest vermengd met plaggen en is daarom geïnterpreteerd als A-horizont. Het betreft waarschijnlijk een landbouwdek dat door het opbrengen van potstalmest met gras- of heideplaggen is ontstaan. De top van het pakket ligt aan het maaiveld of op 10 tot 15 cm -mv (1393 en 1339 cm NAP). De laag is 25 tot 110 cm dik en de 24 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 25 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1284

Best Mosselaarweg 5 en omgeving

25 laagondergrens is scherp. Alleen in boorpunt 4 is de laag 25 cm dik, in de overige boringen is de laag dikker dan 50 cm. In boorput 13 kon de onderzijde van de laag niet worden bepaald omdat het zand dusdanig nat was dat het uit de boor liep. Op basis van de donkere kleur en dikte van de laag kan de verwachting voor hoge zwarte enkeerdgronden worden bevestigd. Onderin de laag, dieper dan 50 cm -mv, zijn meestal zandbrokken aanwezig met materiaal uit de onderliggende horizonten. In boorprofielen 2 en 16 is de onderste 15 tot 25 cm van de laag dusdanig bruin van kleur dat wordt vermoed dat hier brokken van de B-horizont zijn bijgemengd. Dit betekent dat bij grondbewerking de A- en Chorizont met elkaar zijn vermengd. Laag 3: B-horizont: In boorprofielen 11 en 12, in het noorden van het onderzoeksgebied, is onder de A-horizont een zwak humeuze laag met een bruine kleur waargenomen die is geïnterpreteerd als een inspoelingslaag van de oorspronkelijke podzol, de Bhorizont. De top van deze laag ligt tussen 70 en 80 cm -mv (1289 en 1267 cm NAP). De laag is 10 tot 25 cm dik en gaat aan de basis geleidelijk over in de Chorizont. Laag 4: C-horizont: Licht grijsbruin zwak tot sterk siltig zand. Op basis van de kleur en afwezigheid van humus en antropogene bijmengingen is de laag geïnterpreteerd als Chorizont.

De laag is aanwezig in alle boorprofielen behalve 3 en 9 waar de Ahorizont direct op de Laag van Wijchen ligt. De top van de laag ligt tussen 35 en 140 cm -mv (1334 en 1229 cm NAP). In het pakket bevinden zich lagen met roest (een spoor, weinig en veel). De laag ligt scherp op de Laag van Wijchen. Pakket 5: Laag van Wijchen: Licht (blauw)grijs zwak tot sterk zandige leem. De laag is aanwezig in alle boorprofielen behalve 1, 14 en 16. De top van de laag ligt tussen 70 en 160 cm mv (1299 en 1187 cm NAP). In de laag is (een spoor, weinig en veel) roest waargenomen. De laag is geïnterpreteerd als de Laag van Wijchen.

3.4

Archeologische interpretatie In het plangebied is grotendeels sprake van een A- op C-horizont. Aan de oppervlakte ligt een humeus dek, de A-horizont, dat in de afgelopen eeuwen is ontstaan door het opbrengen van potstalmest vermengd met plaggen en gebruik als landbouwgrond. Het bovenste deel is waarschijnlijk in de 20e en 21e eeuw omgewerkt. Afgezien van de dunne laag teeltaarde kon recente omwerking alleen in boring 10 worden aangetoond door de aanwezigheid van plasticresten in de bovenste 50 cm van het bodemprofiel. De overige indicatoren zijn minder precies te dateren. De bovenste 50 tot 60 cm van de A-horizont bevat regelmatig oranjerode baksteenresten die globaal in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen worden gedateerd. Het kachelgrit uit boring 7 kan in dezelfde periode worden gedateerd. Aan houtskool, dat plaatselijk is aangetroffen, kan geen datering worden gekoppeld. In boringen 3 en 9 loopt de A-horizont door tot op de Laag van Wijchen. In boring 3 is vermoedelijk sprake van een gedempte sloot of greppel uit de 19e eeuw (figuur 47). Het is mogelijk dat de diepere omwerking in boring 9 gerelateerd is aan (een voorloper van) de Aarleseweg, zoals een greppel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203448/1